Issuu on Google+

INFO

Afgiftekantoor Brussel X Nummer 79 November 2013


12

2 DUBBELINTERVIEW: KRIS PEETERS EN LUC BONTEMPS

SLIMME FISCALITEIT KAN VERKEERSKNOOP ONTWARREN

16

20

DIAGNOSE CAR VLAANDEREN KENT INDRUKWEKKENDE START

SALON 2014: FOCUS OP TEVREDENHEID VAN EXPOSANTEN EN BEZOEKERS

Uitgave van FEBIAC, de Belgische Automobiel- en Tweewielerfederatie, Woluwedal 46 bus 6, BE-1200 Brussel Tel. 0032 2 778 64 00 Fax 0032 2 762 81 71 www.febiac.be E-mail: info@febiac.be Nadruk verboden zonder toelating en vermelding van de uitgever. Verantwoordelijke uitgever: Thierry van Kan

Franse versie op verzoek.

Coördinatie: Joost Kaesemans Foto’s: ADH Communications n.v., FEBIAC, constructeurs Blz. 9: Vira Mylyan-Monastyrska/Shutterstock.com Ontwerp en lay-out: ADH Communications n.v., Duffel


Woord van de voorzitter Beste lezer, De Vlaamse Regering heeft eindelijk de knoop doorgehakt door om de capaciteit op de Brusselse Ring te optimaliseren. FEBIAC steunt Vlaams minister Crevits voluit in haar beslissing en roept de andere gewestregeringen op om aan hetzelfde zeel te trekken. Infrastructuuringrepen zijn broodnodig in ons land. Tegelijk wijst FEBIAC op de noodzaak om een reeks flankerende maatregelen te nemen om ons verkeer weer vlot te trekken. Naast infrastructurele maatregelen, moet ook het gedrag van de weggebruiker gestuurd worden. In dat kader verwijzen we naar onze fiscale voorstellen die wij recent samen met PwC hebben toegelicht: een slimme kilometerheffing ter vervanging van de bestaande verkeersbelastingen, aanmoedigen telewerk, meer parkings aan de stadsrand, mobiliteitsbudget, fiscale tweewielers en steun voor schone voertuigen.

In diezelfde context komt de uitbouw van het GEN mét bijhorende autoparkings, maar ook een fietsroutenetwerk in en rond Brussel om de hoek kijken. Brussel en zijn hinterland moeten verder ontsloten worden via het openbaar vervoer. Het GEN laat te lang op zich wachten, maar is onmisbaar in de ontsluiting van de betrokken regio en als alternatief voor het rekeningrijden. Hierin is een ruim aanbod van GEN-parkings en van overstapparkings rond Brussel cruciaal voor het succes van zowel rekeningrijden als het GEN. Dit zou een realisatie zijn van de co-modaliteitsvisie waar FEBIAC op hamert: zorgen voor een ruime keuze van op elkaar aansluitende vervoermodi die aantrekkelijk en betaalbaar zijn zodat men voor elke verplaatsing de keuze heeft over de meest efficiënte (combinatie van) vervoersmodi. Mobiliteitsverbeterende maatregelen zijn dus sowieso een én-én verhaal, en zo is het ook met de aanpak van de problematiek van de Brusselse ring. Overheden moeten inzetten op verschillende pistes tegelijk. Er is geen alternatief, willen we de groeiende mobiliteitsvraag het hoofd bieden. Thierry van Kan Voorzitter FEBIAC vzw

1 VOORWOORD

Naast infrastructuur en fiscale maatregelen moet tot slot worden ingezet op multimodale alternatieven. In dat kader past het voorstel dat het CDH lanceerde: de uitbouw van een carpoolnetwerk (RECO – Réseau Express de Covoiturage). FEBIAC verwelkomt de extra inspanningen die het plan omvatten zoals een online platform, bijkomende parkings en de lancering van een promotie- en sensibiliseringscampagne. Daarentegen zij wij minder enthousiast over het voorstel om aan carpoolers een afzonderlijke rijstrook voor te behouden tijdens de piekuren. Vele voorbehouden rijstroken (busbanen edm.) zijn vandaag volledig onderbenut. Laat ons deze openstellen voor moto’s, elektrische voertuigen en waarom niet, bestelwagens. Bovendien vreest FEBIAC dat deze voorbehouden rijstroken ten koste zullen gaan van de bestaande – reeds onvoldoende – capaciteit.


INFO

NOVEMBER 2013

Dubbelinterview Kris Peeters en Luc Bontemps

“Tijd dat Vlaanderen de handschoen opneemt”

DUBBELINTERVIEW

2

Hoever staan we met de invoering van het rekeningrijden, wat met de fiscaliteit rond de elektrische wagen, is er nog toekomst voor de autoassemblage in Vlaanderen en blijft de bedrijfswagen “incontournable” in de verloningspolitiek? Het vakblad ‘Fleet’ legde Vlaams Minister-President Kris Peeters en Afgevaard Bestuurder van FEBIAC Luc Bontemps deze en andere heikele kwesties voor tijdens een exclusief dubbelinterview. Mijnheer Peeters, binnen het domein van mobiliteit en verkeer is de hervorming van de verkeersbelasting één van de grootste uitdagingen van deze huidige legislatuur. Hoever staat u met de kilometerheffing en wat zijn de andere belangrijkste projecten op dit moment? Kris Peeters: “De hervorming van de verkeersbelasting maakt deel uit van het politiek akkoord dat in 2010 werd afgesloten tussen de gewesten en wordt behandeld in een intergewestelijke werkgroep. Tijdens de voorbije maanden is vooral prioriteit gegeven aan het dossier rond de kilometerheffing voor vrachtwagens dat momenteel in een beslissende fase zit. De doelstelling van het proefproject “kilometerheffing voor personenwagens” (dat begin 2014 van start gaat in en rond Brussel, red.) is na te gaan onder welke voorwaarden ook die kilometerheffing op een zinvolle manier kan worden ingevoerd. Er zullen een duizendtal proefpersonen deelnemen en de proef zal worden begeleid door een comité van internationale experts op het gebied van wegbeprijzing.

Ook het middenveld, waaronder FEBIAC, wordt van bij het begin nauw betrokken en doorheen het hele traject geconsulteerd. Voor Oosterweel loopt enerzijds de plan-MER procedure (milieueffectenrapport, red.), die tegen het einde van dit jaar volledig afgerond zou moeten zijn. Anderzijds ben ik in overleg met de Europese Commissie om het traject nadien zo snel mogelijk te kunnen openstellen. Voor de ring rond Brussel wordt momenteel een screening uitgevoerd om de aanpassingswerken te financieren via een PPS-formule (publiek-private samenwerking, red.). Ook daar zitten we nog in de noodzakelijke administratieve fase van plan-MER en dergelijke meer. Dit vraagt tijd, maar zaken overhaast willen forceren, blijkt geen geschikte strategie te zijn.”

Kris Peeters:

“Zaken overhaast willen forceren, blijkt geen geschikte strategie te zijn.”


3

Luc Bontemps: “Overleg en advies in dossiers rond fiscaliteit, milieu en mobiliteit hebben geleid tot enkele concrete realisaties. Denken we maar aan de groene BIV, proeftuinen voor elektrische auto’s, de invoering van een kilometerheffing voor vrachtwagens en zo meer. Ook over Europese dossiers waarin ons land stelling moet nemen, hebben wij regelmatig en uitvoerig overleg. De komende weken en maanden is verder overleg nodig in heel wat dossiers en moeten we antwoord kunnen bieden op heel wat vragen: Wat met de vergroening van de jaarlijkse verkeersbelasting? Wat na de proeftuinen met elektrische auto’s? Wat moet die test met kilometerheffing op personenwagens in en rond Brussel opleveren? Door de zesde staatshervorming wordt de homologatie van voertuigen een gewestelijke bevoegdheid: hoe kan Vlaanderen een betere afhandeling waarborgen van homologatiedossiers? Wat infrastructuur

INFO

NOVEMBER 2013

betreft: hoe zit het met de onderhoudsachterstand op onze gewestwegen? Graag ook meer daadkracht in de dossiers Oosterweel en ring Brussel. Ik wil trouwens van de gelegenheid gebruik maken om de Peeters-ploeg een pluim te geven voor het inhalen van de onderhoudsachterstand op onze autosnelwegen en voor de aanleg van enkele spitsstroken.” Rekeningrijden zou één van de oplossingen kunnen zijn om de files te doen verminderen. Betekent dat ook dat de autofiscaliteit in haar geheel herbekeken moet worden om het zowel voor de burger als voor de overheidsfinanciën budgetneutraal te houden? Kris Peeters: “Rekeningrijden is inderdaad de autofiscaliteit van de toekomst. Dat heeft ook de OESO in een recent rapport naar voren gebracht. We zullen dat echter op een doordachte manier moeten doen, en voldoende draagvlak creëren bij de burgers. Wij doen het daarom samen met de andere gewesten en in fasen.

DUBBELINTERVIEW

Mijnheer Bontemps, u pleegt regelmatig overleg met Vlaams minister-president Kris Peeters: Wat zijn de hete hangijzers naar de toekomst toe?


“TIJD DAT VLAANDEREN DE HANDSCHOEN OPNEEMT” In 2016 wordt de kilometerheffing voor vrachtwagens ingevoerd. Voor personenwagens hebben de 3 gewestregeringen in de zomer een gezamenlijk proefproject in de GEN-zone opgestart. Op het moment dat rekeningrijden zou worden ingevoerd, is het logisch dat de jaarlijkse verkeersbelasting verdwijnt.“

Kris Peeters:

“Rekeningrijden is inderdaad de autofiscaliteit van de toekomst.”

DUBBELINTERVIEW

4

Vindt u niet dat de autofiscaliteit in dit land “overgeregionaliseerd” is en dat niet alleen alle Belgen maar ook de automobielmarkt gebaat zouden zijn bij een eenvormige (groene) autofiscaliteit? (cfr. verschillende BIV in Vlaanderen, Brussel en Wallonië)? Kris Peeters: “Ik vind de regionalisering geen probleem, integendeel. Wat je nu ziet is dat sommige gewesten het voortouw nemen, zoals Vlaanderen met de groene BIV. Dat stimuleert ook de andere gewesten om vooruit te gaan. En meestal liggen die hervormingen dan in dezelfde lijn. Bovendien hebben de gewesten in januari 2011 ook een politiek akkoord afgesloten over de globale hervorming van de verkeersbelastingen, zowel voor vrachtwagens als voor personenwagens. Sinds het politiek akkoord verlopen de contacten tussen de gewesten zeer constructief. De besluitvorming verloopt snel. Dat is een mooi voorbeeld van het positieve confederalisme waar ik voor sta met CD&V.” Terwijl de trein van de elektrische (auto)mobiliteit in Nederland en bepaalde landen zoals Noorwegen echt vertrokken lijkt, komt het in Vlaanderen maar niet van de grond, ondanks diverse initiatieven en proeftuinen van de Vlaamse regering.

Heeft Vlaanderen voldoende instrumenten in huis om de elektrische wagen een boost te geven? Kris Peeters: “Binnen de hele krappe budgettaire marges die er waren, heeft de Vlaamse regering gedaan wat ze kon op fiscaal vlak. Zo hebben we de BIV voor elektrische en hybride wagens tot 0 herleid. Dit is een heel duidelijk signaal dat we kiezen voor milieuvriendelijke wagens. De weinige marge die er is, zetten we daarnaast volop in op het verhogen van de competitiviteit.” Luc Bontemps: “Sinds de federale belastingvermindering van 30% is afgeschaft, kende de verkoop van elektrische wagens in ons land een terugval van bijna 60%: de 280 verkochte exemplaren vertegenwoordigden dit jaar nog geen 0,1% van de nieuwe automarkt. In Noorwegen bestaat meer dan 6% van de nieuwe autoverkoop uit elektrisch oplaadbare auto’s. De recepten tot succes zijn alom gekend. De belangrijkste hefbomen zijn tijdelijke fiscale incentives om de meerkost van clean cars grotendeels te compenseren, zowel voor bedrijven als particulieren. Andere voordelen kunnen zichtbaar gemaakt worden op de weg en in de stad door elektrisch oplaadbare voertuigen toe te laten op de vrije busbaan, gratis te laten parkeren en laden. Lokale besturen kunnen een laadpaal gratis ter beschikking stellen aan inwoners met een elektrisch voertuig. Daarnaast moet er hard verder gewerkt worden aan de laadinfrastructuur. De privé staat klaar, neemt initiatieven, maar ook steden en gemeenten kunnen daar nog hun steentje bijdragen.

Luc Bontemps (over de elektrische wagen):

“Tijd dat Vlaanderen de handschoen opneemt en dit beleid vorm geeft.”


5 DUBBELINTERVIEW

INFO

NOVEMBER 2013


“TIJD DAT VLAANDEREN DE HANDSCHOEN OPNEEMT” Het gaat hier trouwens niet enkel over puur elektrische voertuigen: ook plug-in hybrides, aardgasen binnenkort ook waterstofvoertuigen verdienen incentives, omdat ze amper tot geen schadelijke uitstoot hebben en eveneens de nodige tankinfrastructuur ontberen. Wat betreft de steun aan deze schone voertuigen staan we op een keerpunt. De bevoegdheden inzake steun aan milieuvriendelijke auto’s wordt niet langer door de federale overheid uitgeoefend, maar ligt nu volledig ter financiering bij de gewesten. Tijd dat Vlaanderen de handschoen opneemt en dit beleid vorm geeft.”

DUBBELINTERVIEW

6

De auto bracht in 2011 niet minder dan 15 miljard euro in het laatje. Het overgrote deel daarvan is voor de federale staatskas. Vindt u dat de automobilist daarvoor genoeg terugkrijgt? Kris Peeters: “Het cijfer van 15 miljard geldt uiteraard voor de drie gewesten en federaal samen en verdient toch wat nuancering. Ten eerste rekent men voor 7,7 miljard BTW mee. Uiteraard wordt op wagens BTW aangerekend, zoals op elk ander goed, maar dit is allerminst een voertuigspecifieke belasting. Van de rest is slechts 1,9 miljard effectief afkomstig uit verkeersbelastingen en belasting op inverkeerstelling, waarvan 1,2 miljard geïnd door de Vlaamse Overheid, afgerond 1 miljard JVB en 200 miljoen BIV. Overigens vermeldt u hierbij alleen de fiscale inkomsten, maar niet de fiscale uitgaven: fiscale aftrek woonwerk en bedrijfswagens. De eerste realisatie is uiteraard dat de Vlaamse regering met bevoegd minister Hilde Crevits elk jaar voor ruim 3 miljard euro investeert in Mobiliteit en Openbare Werken. Zelfs indien men louter de pure investeringen in alleen het gewestwegennetwerk neemt, dan komt men jaarlijks op ruim 700 miljoen euro. Daarnaast investeren we jaarlijks ruim 1 miljard in openbaar vervoer. Daarmee worden natuurlijk ook wagens van de weg gehouden, waarmee capaciteit wordt gegenereerd. Ten tweede, indien u het louter fiscaal bekijkt, heeft Vlaanderen inder-

daad grote hefbomen, het hele pakket van de verkeersbelastingen is immers geregionaliseerd. Met deze regering hebben we de vergroening van de BIV gerealiseerd. Dit is vrij revolutionair. De fiscale PK is volledig vervangen door groene parameters: Euronorm en CO2.“ Luc Bontemps: “Die € 15 miljard nog verder nuancerend: laten we de btw-inkomsten uit auto(na)verkoop buiten beschouwing, dan blijven er ruim €10 miljard voertuigspecifieke belastingen over, nog steeds een veelvoud van wat uitgegeven wordt aan mobiliteit, laat staan aan ons wegennet. Een groot deel van de btw-inkomsten – nl. deze op accijnzen, eigenlijk een vorm van dubbele belasting – mag je dus heus wel als transportspecifiek beschouwen. Ik wil maar zeggen: als we het hebben over tekorten en schulden in ons land, zal het alleszins niet gelegen zijn aan de automobilist, wel integendeel. Door de grote volumes kan een hervorming van de verkeersbelasting alleszins heel wat in gang zetten: buitenlanders mee laten betalen voor gebruik van ons wegennet; bestaande middelen efficiënter en gerichter besteden en daarmee de onderhoudsachterstand én de ontbrekende schakels eindelijk wegwerken, te beginnen met de wegennetten in en rond Brussel en Antwerpen. De bestaande fiscaliteit is een “domme” fiscaliteit, gebaseerd op voertuigbezit en niet sturend naar de tijd en plaats van het gebruik. Bovendien is ze ook nog te weinig gebaseerd op groene parameters.

Luc Bontemps:

“De bestaande fiscaliteit is een “domme” fiscaliteit, gebaseerd op voertuigbezit en niet sturend naar de tijd en plaats van het gebruik.”


7 DUBBELINTERVIEW

INFO

NOVEMBER 2013


“TIJD DAT VLAANDEREN DE HANDSCHOEN OPNEEMT” FEBIAC legt in de aanloop naar de verkiezingen een pakket slimme fiscale maatregelen op tafel die onze mobiliteit moeten verbeteren, waaronder een kilometerheffing voor personenwagens die budgetneutraal is en variabel volgens tijd, plaats en milieuprestaties. De inkomsten die hieruit worden gegenereerd moeten in eerste plaats gaan naar de verbetering van de weginfrastructuur. Voorts pleiten wij voor de aanleg van randparkings, de fiscale aanmoediging van tweewielers en telewerk en de ondersteuning van schone voertuigtechnologie.”

DUBBELINTERVIEW

8

Vorig jaar was 1 op de 2 nieuw ingeschreven wagens in België een bedrijfswagen. Niettemin ligt de bedrijfswagen vaak onder vuur. Is de bedrijfswagen “incontournable” in de verloningspolitiek van onze bedrijven of mikt u op toch meer op een daadwerkelijke verlaging van de loonlasten? Kris Peeters: “Ik vind dat er te vaak gefocust wordt op de bedrijfswagen. De vraag die we ons moeten stellen is: willen we woon-werkverkeer een plaats geven binnen de fiscale aftrekken? Ik vind van wel want het vervoer naar het werk is voor elkeen die werkt een belangrijke kostenpost. Het komt er dan op aan dat je kan kiezen uit een evenwichtig pakket van vervoersmodi. Eigenlijk zitten we dus terug bij de vraag: hoe kan je het mobiliteitsbudget het beste vorm geven zodat het de juiste stimuli geeft?” Luc Bontemps: “Bedrijfswagens in ons land krijgen vaak verwijten dat zij overmatig rijden en vervuilen, files veroorzaken, gratis mogen gebruikt worden en amper belastingen betalen. Laten de feiten en cijfers spreken: bedrijfswagens zijn gemiddeld 4 jaar jonger en haast even zuinig als privéwagens, ook al zijn ze gemiddeld iets groter. Ze voldoen aan de strengste milieunormen en stoten recent ook minder CO2 uit dan een privéwagen.

Dit komt enerzijds doordat de federale CO2gestuurde korting op factuur voor privéwagens begin 2012 is afgeschaft, waardoor CO2-zuinige wagens minder particulieren konden bekoren. Anderzijds blijft de bedrijfswagenfiscaliteit ook in 2012 werkgevers én werknemers sturen richting CO2-zuinige wagens. Uit een recente studie, uitgevoerd door KPMG, blijkt tevens dat een werknemer met bedrijfswagen gemiddeld amper 5% meer km aflegt dan een werknemer die zijn privéwagen gebruikt voor beroepsactiviteiten. Diezelfde studie toont ook aan dat een bedrijfswagen aan een werknemer en zijn werkgever in België meer kost dan in Duitsland en Luxemburg, maar minder dan in Frankrijk en Nederland. Het beeld als zou België een paradijs zijn voor bedrijfswagens, moet dus sterk genuanceerd worden. Recent is het voordeel alle aard voor heel wat wagens fors opgetrokken waardoor hun gebruikers nog eens extra worden belast. De bedrijfswagen is intussen gedemocratiseerd bij de beroepsactieve bevolking en geen exclusiviteit meer voor enkel de hoger opgeleide veelverdieners. In 1 op 4 beroepsactieve huishoudens in België is er minstens 1 bedrijfswagen aanwezig. Hij is de “motor” van de technologische vernieuwing en verdere vergroening van het wagenpark, compenseert de torenhoge loonlast en mildert het koopkrachtdeficit door de hoge belastingdruk bij een kwart van de beroepsactieve huishoudens.”

Luc Bontemps:

“Het beeld als zou België een paradijs zijn voor bedrijfswagens, moet sterk genuanceerd worden.”


9 DUBBELINTERVIEW

INFO

NOVEMBER 2013


“TIJD DAT VLAANDEREN DE HANDSCHOEN OPNEEMT” Wat vindt u van het voorstel van Wouter Van Besien om alle fiscale voordelen voor de bedrijfswagen af te schaffen en te vervangen door een eenvormig mobiliteitsbudget? Zowel naar de automobielmarkt als naar de verloningspolitiek van onze bedrijven zou dat zware gevolgen kunnen hebben.

DUBBELINTERVIEW

10

Kris Peeters: “CD&V is al lang voorstander van het mobiliteitsbudget. De bedrijfswagen wordt slechts één optie in een totaalpakket, naast o.a. collectief vervoer, fiets- en carpoolvergoedingen, deelwagens, carpoolwagens, elektrische fietsen in lease, vouchers voor taxi’s en huurwagens op vakantie. Regels inzake arbeidsrecht, fiscaliteit en sociale zekerheid moeten geharmoniseerd worden om het mobiliteitsbudget te doen slagen. In het voorjaar hebben een aantal organisaties een proefproject uitgevoerd, waarvan de resultaten veelbelovend zijn. Zo daalde het autogebruik voor woon-werkverplaatsingen significant en steeg het aandeel van het openbaar vervoer en de fiets aanzienlijk. Ik ben ervan overtuigd dat we samen met veel partners het mobiliteitsbudget succesvol kunnen invoeren.” Luc Bontemps: “Een mobiliteitsbudget moet de vervoerskeuze voor werknemers diversifiëren door een deel van het brutoloon dat werkgevers toekennen aan de werknemers, vrij te stellen van fiscale en sociale bijdragen wanneer het besteed wordt aan mobiliteitsuitgaven. Laat wel duidelijk zijn dat zowel werkgever en werknemer hierin de nodige vrijheid van keuze behouden én ervoor moeten zorgen dat de job naar behoren kan worden uitgevoerd. Het kan niet zijn dat een vertegenwoordiger die dagelijks 20 klanten over heel het land moet bezoeken, een bus of -treinabonnement + fiets zou nemen.” Als minister van Mobiliteit vervult Hilde Crevits een loodzware taak. Wat zijn voor u haar grootste verwezenlijkingen op het vlak van mobiliteit?

Kris Peeters: “Op het terrein zijn er belangrijke verwezenlijkingen gerealiseerd inzake de missing links. Ik denk bijvoorbeeld aan de noordelijke wegontsluiting van de luchthaven in Zaventem die we hebben gerealiseerd. Het mobiliteitsproject “Noord-Zuid” in de Kempen is in uitvoering. Hetzelfde verhaal voor de ring R4 rond Gent en andere infrastructuurwerken in Vlaanderen. Hilde Crevits kan als minister van Mobiliteit en Openbare Werken zeer veel mooie resultaten voorleggen. Met de recente uitspraak van de Raad van State zitten we met de Noord-Zuid in Limburg met een probleem, maar we werken hier al aan een oplossing: dit jaar nog moet de nieuwe plan-MER aan de Vlaamse regering worden voorgelegd. Wat Oosterweel betreft, zullen we in overleg met Europa beslissingen nemen om ook dit dossier in een volgend stadium te doen belanden. Zo moet die nieuwe planMER nog deze legislatuur worden afgerond. Daarnaast worden ook onze havens toegankelijker gemaakt. De tweede sluis Waaslandhaven is in uitvoering en het hinterland van de havens Antwerpen en Zeebrugge wordt bereikbaarder gemaakt door spoorprojecten en de verhoging van bruggen over het Albertkanaal. Ook op het vlak van openbaar vervoer zijn er belangrijke stappen vooruit gezet om de kostendekkingsgraad bij De Lijn te verbeteren, in belangrijke mate door besparingen, en nu wordt er ook ingezet op meer inkomsten. Tot slot wordt er jaarlijks 100 miljoen euro geïnvesteerd in aanleg en heraanleg van fietspaden.”

Kris Peeters:

“Hilde Crevits kan als minister van Mobiliteit en Openbare Werken zeer veel mooie resultaten voorleggen.”


Brussel en Antwerpen blijven filewereldkampioenen. Waarom ontbreekt het in Vlaanderen aan zinvolle langetermijnprojecten voor duurzame mobiliteit, zoals we zien in Wenen, Parijs, New York en tal van andere steden?

Kris Peeters:

“Vlaanderen tekent krijtlijnen uit zodat steden initiatieven kunnen nemen om de mobiliteit in hun stad te verbeteren.”

En als we Vlaanderen leefbaar willen houden, moeten we ook de negatieve effecten van onze mobiliteit – verkeersslachtoffers, aantasting van de leefkwaliteit, schade aan milieu en natuur – tot een minimum beperken. Op het vlak van openbaar vervoer is er de mobiliteitsvisie 2020 van De Lijn.

INFO

NOVEMBER 2013

Luc Bontemps: “Laat ik eerst stellen dat deze problemen voor een deel ook gecreëerd zijn door de stedelijke overheden zelf: Brussel reduceert capaciteit op haar lokaal wegennet én op het parkeeraanbod in het centrum, zonder extra capaciteit te voorzien op hoofdwegen en op transitparkings in de stadsrand. Zo werkt men natuurlijk congestie, extra verbruik en vervuiling in de hand. De remedies zijn nochtans gekend. Naast de genoemde fiscale hervormingen, moeten steden maximaal inzetten op de uitbouw van verkeersmanagementsystemen en de interactie met verkeer op ringwegen rond grootsteden als Brussel en Antwerpen om de capaciteit op het stedelijk hoofdwegennet maximaal te benutten. Denk maar aan richtsnelheden en afstemming van groentijden van verkeerslichten in functie van de verkeersdrukte of een doordacht parkeerbeleid met gedifferentieerde parkeertarieven, voldoende parkings aan de stadsrand met directe aansluiting op stedelijk openbaar vervoer en fiets- of autodeelsystemen. Wat dit laatste betreft, is het een interessante evolutie om te zien dat steeds meer automerken proefdraaien met autodeelsystemen, die evenwel nog niet de schaalgrootte bereiken om rendabel te zijn. De toekomst zal uitwijzen of dit echt van de grond zal komen.”

Tekst: Philip De Paepe en Hans Vanden Driessche

11 DUBBELINTERVIEW

Kris Peeters: “Vlaanderen is een regio, geen stad. Vlaanderen tekent krijtlijnen uit zodat steden initiatieven kunnen nemen om de mobiliteit in hun stad te verbeteren. Die initiatieven zullen anders zijn in een stad die over een wereldhaven beschikt, dan wel in een stad in een meer landelijke omgeving. Schrappen van parkeerplaatsen of de realisatie van meer betaalparkings is een taak die ik eerder zie weggelegd bij de lokale besturen. We werken overigens ook met stadscontracten waarbij Vlaanderen samen met de centrumsteden belangrijke projecten realiseren. Momenteel werken we in Vlaanderen aan een nieuw mobiliteitsplan, wat ons kader is tot 2020-2030. In dat mobiliteitsplan onderzoeken we de uitdagingen waar we voor staan, formuleren we doelstellingen en concrete maatregelen, zodat onze steden, havens en industriële centra vlot bereikbaar blijven. We moeten erover waken dat alle mensen toegang krijgen tot mobiliteit.

In Antwerpen vormt het luik openbaar vervoer een belangrijk deel van het Masterplan 2020, naast bijvoorbeeld de nieuwe Scheldeverbinding. En in Limburg tot slot is er het Spartacusplan dat het toekomstige netwerk in de ganse provincie omvat.”


INFO

NOVEMBER 2013

Slimme fiscaliteit kan verkeersknoop ontwarren

FISCALITEIT

12

Dat de mobiliteit in ons land problematisch is, is een understatement. Brussel en Antwerpen werden recent nog tot filekampioen gekroond. Onlangs raamde de OESO de economische kost van de files, de milieu- en ongevalkosten op 1 à 2% van ons BBP. Niets veranderen aan het huidige mobiliteitsbeleid leidt onvermijdelijk tot een steeds zwaarder wegende maatschappelijke kost. Uit onderzoek blijkt dat die kost tegen 2020 zou kunnen oplopen tot maar liefst € 6 miljard. “De groeiende immobiliteit wordt de grootste uitdaging voor de automobielindustrie in de komende jaren”, stelt Thierry van Kan, Voorzitter van FEBIAC. De automobiel- en tweewielerfederatie wil aldus positief bijdragen aan het mobiliteitsdebat en lanceert daarom vandaag een pakket maatregelen om te komen tot een betere mobiliteit - vlotter, zuiniger, schoner en betaalbaar voor iedereen - die de gebruikers globaal evenveel kost en de samenleving minder. De federatie ziet vooral in een slimme kilometerheffing een ideale hefboom naar een betere mobiliteit, maar is er tegelijk van overtuigd dat die slechts maatschappelijk aanvaard zal worden mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Een daarvan is de hervorming en herschikking van de mobiliteitsfiscaliteit. Op vraag van FEBIAC onderzocht PwC de voorstellen op hun haalbaarheid en berekende hun impact op het huidige mobiliteitsbudget. De neerslag van dat onderzoek staat in het rapport ‘Slimme fiscaliteit voor betere mobiliteit’1 dat vandaag wordt voorgesteld.

De conclusie: een betere mobiliteit hoeft echt niet meer te kosten aan gebruikers en overheid.

De heilige drievuldigheid van de mobiliteitsfiscaliteit “Verkeersdrukte is een niet-lineair gegeven” zegt Floris Ampe, Partner Consulting bij PwC. “Eens je een bepaalde drempel overschrijdt, bouwt een file zich al snel op. Maar omgekeerd is dat ook zo en vertaalt een vermindering van bijvoorbeeld 5 à 10% van het aantal auto’s in de piekperiode zich al snel in een meer dan evenredige daling tot 40% van de lengte en de duur van de files. Een kleine aanpassing in het gedrag van de weggebruiker kan dus een grote impact hebben op de verkeersdrukte. Het is dus zaak die gedragswijziging te stimuleren.” De overheden kunnen dat gewenste gedrag bevorderen via een mobiliteitsbeleid dat zich richt op het wegwerken van de ‘missing links’ in infrastructuur en co-modaliteit, het efficiënt benutten van het bestaande vervoersaanbod, waaronder weginfrastructuur en capaciteit, en het aanreiken van de nodige (fiscale) incentives voor de gebruikers.

“Onze mobilliteitsfiscaliteit heeft geen impact op het gedrag van de gebruiker.”


13

Op die manier kan je het gedrag van de gebruikers zodanig sturen dat het een positief effect heeft op de mobiliteit”. Het voorstel voorziet in drie belangrijke verschuivingen of ‘tax shifts’, zowel aan de inkomsten- als aan de uitgavenzijde: • Belast (slim) gebruik, niet bezit De huidige mobiliteitsinkomsten zijn voor meer dan 50% afkomstig van bezit. Een verschuiving naar een belasting op gebruik, dus per gereden kilometer, stimuleert het gebruik van het juiste vervoermiddel op het juiste moment, wat een daling van de maatschappelijke congestie- en milieukost mogelijk maakt;

INFO

NOVEMBER 2013

• Oormerk (deels) de fiscale opbrengsten Als men de mobiliteitsfiscaliteit (meer) wil baseren op gebruik en hiervoor een draagvlak wil vinden, is het essentieel om de weggebruiker garanties te geven dat de overheidsinkomsten op zijn minst aangewend worden om het wegennet in goede staat te brengen en te houden; • Subsidieer de mobiliteitsvraag, niet het aanbod Naast meer focus op de kwaliteit van de wegeninfrastructuur is het ook nodig co-modale oplossingen uit te werken: die zijn nodig om in compensaties en alternatieven te voorzien voor degenen die niet kunnen of wensen te betalen voor het gebruik van de wegeninfrastructuur.

“Een verschuiving naar een belasting op gebruik, dus per gereden kilometer, stimuleert het gebruik van het juiste vervoermiddel op het juiste moment.”

FISCALITEIT

“Onze mobiliteitsfiscaliteit heeft geen impact op het gedrag van de gebruiker” zegt Thierry van Kan. “Wij stellen voor om haar te hervormen en te herschikken door binnen dezelfde enveloppe te schuiven met de herkomst en bestemming van de financiële middelen.


SLIMME FISCALITEIT KAN VERKEERSSTROOM ONTWARREN Het ‘Mobility 6-pack’ Concreet stelt FEBIAC zes maatregelen voor, het zogeheten ‘Mobilty 6-pack’, die niet alleen sporen met de bovenvermelde verschuivingen in de mobiliteitsfiscaliteit, maar ook passen binnen hun visie voor een vlottere, milieuvriendelijke en voor iedereen betaalbare mobiliteit. Belangrijk is wel dat deze maatregelen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en alleen als geheel een positieve impact zullen hebben op de mobiliteit.

FISCALITEIT

14

• Vervang de bestaande mobiliteitsbelastingen zoals de BIV, de jaarlijkse verkeersbelasting en een deel van de accijnzen door een variabel kilometertarief in functie van tijd en plaats van de verplaatsing, het inkomen van de gebruiker (met sociale correctie voor lagere inkomens) en de milieukenmerken van het voertuig. Het voordeel is dat men de bestaande belasting op bezit vervangt door een systeem dat de gebruiker stimuleert om zijn gedrag aan te passen en een deel van de verplaatsingen tijdens de spits naar de daluren doet verschuiven. Een kilometerheffing vereenvoudigt tevens het fiscaal systeem en is globaal budgetneutraal indien gebruikers hun gedrag (deels) aanpassen. • Oormerk een deel van de parkeeropbrengsten voor de uitbreiding van de “Park & Ride” (P&R)infrastructuur in de stadsrand. In de stadscentra blijkt heel wat autoverkeer op zoek te zijn naar een parkeerplaats, wat de maatschappelijke milieu- en congestiekost binnen de steden aanzienlijk verhoogt. Deze kosten kunnen dalen door een deel van de parkeeropbrengsten in de stadscentra te oormerken en te besteden aan de uitbouw van P&R-infrastructuur in de stadsrand en bij stations, tram- en bushaltes. • Verruim de vervoerkeuze voor de laagste inkomens en geef hen een mobiliteitsbudget van overheidswege. Concreet

betekent dit dat men de vraag naar co-modaal vervoer gaat subsidiëren, eerder dan het vervoeraanbod rechtstreeks. Via het mobiliteitsbudget krijgen vooral de lagere inkomens meer toegang tot mobiliteit. • Verruim de mobiliteitsopties voor werkgevers en werknemers, onder meer door de mobiliteitsuitgaven vrij te stellen van sociale en fiscale bijdragen. De bedrijfswagen blijft een nuttig instrument ter compensatie van de hoge loonlasten in ons land. Om de co-modaliteit en een meer gedifferentieerde besteding van het mobiliteitsbudget mogelijk te maken, is het opportuun om het fiscaal statuut van alle transportmodi (auto, tweewielers, openbaar vervoer) naar elkaar toe te laten groeien om zo een vervoerskeuze op basis van gelijke voorwaarden mogelijk te maken. • Stimuleer telewerk door middel van een korting op de werkgeversbijdrage. Uit de “Nationale Thuiswerkdag Studie” van PwC (2010) blijkt dat 68% van de werknemers graag wil telewerken, maar dat in de praktijk slechts 18% effectief telewerkt. Formele richtlijnen ter zake ontbreken al eens. Een korting op de patronale bijdragen bij telewerk, berekend op basis van de gemiddelde maatschappelijke kost die de werknemer niet langer veroorzaakt door de spits te mijden, kan de invoering of uitbreiding van telewerk door werkgevers ppositief beïnvloeden. • Maak de aankoop en het gebruik van schone voertuigen aantrekkelijker. Dit kan gebeuren door de aanschaf van milieuvriendelijke wagens goedkoper te maken via een incentive in de consumptiebelastingen (btw) en via ruimere aftrekmogelijkheden voor de verschillende doelgroepen via hun inkomensbelastingen.


15 11

“De voorgestelde maatregelen ondersteunen in elk geval onze visie op een betere mobiliteit door een slimme fiscaliteit”, zegt Frank Dierckx, Tax & Legal Services Partner bij PwC. “Elk van de maatregelen werkt in op een of meerdere van de beoogde verschuivingen in de mobiliteitsfiscaliteit. Onze berekeningen tonen aan dat een potentiële daling van de maatschappelijke kost van mobiliteit van minimaal 12% kan gerealiseerd worden door de invoering van de maatregelen. Dat vertaalt zich in een daling van de congestiekost met 6,6% en een daling van de milieukost met 5,4%. De nieuwe inkomsten en uitgaven die aan de maatregelen verbonden zijn, neutraliseren elkaar, waardoor een budgetneutrale uitkomst bereikt wordt voor de overheid”. Voor Luc Bontemps, CEO van FEBIAC, moeten de maatregelen vooral de basis vormen voor een ‘fair deal’ tussen de overheid en de gebruikers:

INFO

NOVEMBER 2013

“Met het oog op een betere mobiliteit is het best OK om de gebruiker mee te laten betalen. Alleen is het belangrijk dat de kostprijs van een kilometerheffing voor de gebruiker de reeds bestaande belastingen zoals de BIV en de jaarlijkse verkeersbelasting vervangt”. Voor Luc Bontemps is het even essentieel om de gebruiker op een transparante manier te informeren over de aanwending van de middelen en de resultaten: “Wie minder, zuiniger, milieuvriendelijker en buiten de spits rijdt, zal minder betalen. Maar de belasting op het gebruik moet wel ten goede komen van de gebruiker, zowel via de opwaardering van de wegeninfrastructuur als door de bekostiging van volwaardige en milieuvriendelijke alternatieven. Alleen op die manier creëer je een draagvlak voor de invoering van rekeningrijden. Wij hopen met onze voorstellen alvast een constructieve bijdrage te leveren aan het mobiliteitsdebat.”

FISCALITEIT

‘A fair deal’


INFO

NOVEMBER 2013

Diagnose Car Vlaanderen kent indrukwekkende start

VORMING

16 Diagnose Car Vlaanderen slaat de brug tussen automobielonderwijs en automobielsector en kan daarbij rekenen op de structurele steun van Job on Wheels by FEBIAC. Diagnose Car Vlaanderen is het grootst opgezette uitwisselingsproject van didactisch materieel en lespakketten dat ooit in ons land werd gerealiseerd. Liefst 48 TSO en BSO scholen die autotechniek aanbieden, delen sinds dit schooljaar voertuigen, diagnoseapparatuur en lespakketten met elkaar. Zo heeft elk van die scholen de kans om actueel en hoogtechnologisch materieel en lesinhoud te kunnen aanbieden aan haar leerlingen. En dat is van zeer groot belang, in een autosector waar de technologie zo snel evolueert.

Diagnose Car: een gouden formule Een werkplaats up-to-date houden is voor nijverheidsscholen geen eenvoudige klus. De techniek evolueert snel, maar het budget van de scholen groeit niet evenredig mee. Zo kon tot voor kort een werkplaats autotechnieken al lang niet meer tippen aan de onderhoudswerkplaats van de gemiddelde merkgarage. Een initiatief van

leraar autotechnieken Dirk Goyvaerts van TSM in Mechelen bracht daar echter verandering in. Hij legde met het nodige succes contact met invoerders van enkele grote automerken, overlegde met collega’s van andere scholen en diende een projectvoorstel in bij RTC Antwerpen om moderne wagens met diagnoseapparatuur gratis ter beschikking te stellen van scholen uit de provincie Antwerpen. Het project loopt al sinds september 2009 en bereikt jaarlijks zo’n 350 leerlingen in 20 scholen. De auto’s en apparatuur worden telkens voor een periode van 10 weken ter beschikking gesteld aan een school, worden na die periode opgehaald en gecontroleerd door een gespecialiseerde firma en vervolgens overgebracht naar de volgende school. Zo kunnen alle leerlingen op een kwaliteitsvolle manier oefenen met de verschillende auto’s. Een belangrijke voorwaarde voor deelname aan het project was dat elke school minimum 2 leerkrachten moest afvaardigen naar de Train the


17 VORMING

INFO

NOVEMBER 2013


DIAGNOSE CAR VLAANDEREN KENT INDRUKWEKKENDE START Trainer-sessies in de technische opleidingscentra van de verschillende automerken.

“Diagnose Car Vlaanderen is het grootst opgezette uitwisselingsproject van didactisch materieel en lespakketten dat ooit in ons land werd gerealiseerd.” Een hecht partnerschap met FEBIAC en de auto-industrie

VORMING

18

Een goede samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs beperkt zich niet tot het gratis aanbieden van infrastructuur en materiaal door bedrijven. Een echt partnerschap krijg je pas als scholen en bedrijven zich betrokken voelen bij het geheel van een project. Vaak begint het wel met het ter beschikking stellen van nieuw technologisch materiaal, maar even belangrijk is het ontstaan van een heel nieuw netwerk door overleg tussen partners onderling, de inbreng van expertise, het uitwisselen van informatie en het voorzien van opleidingen. Een partnerschap in Diagnose Car betekent dat de automerken en andere partners samen met de verschillende RTC’s investeren in het schenken van auto’s en diagnoseapparatuur, het ter beschikking stellen van technische gegevens, het organiseren van cursussen en het deelnemen aan vergaderingen. Ook hogescholen stapten mee in en ontwikkelen oefen- en testmateriaal voor de leerlingen die deelnemen aan Diagnose Car. De steun van de sector geeft het project geloofwaardigheid en bekendheid bij het grote publiek. Bovendien schonk ook FEBIAC een elektrische auto aan het project, zodat de leerlingen en leerkrachten meteen ook de kans krijgen om ken-

nis te maken met duurzame en milieuvriendelijke technologie. Nu het project wordt uitgebreid naar heel Vlaanderen is FEBIAC een structurele partner geworden, die middelen en personeel inzet voor het welslagen van Diagnose Car. EDUCAM, het kennis-en opleidingscentrum van de autosector en aanverwante sectoren is ook nauw betrokken bij Diagnose Car. Zo ontwikkelde EDUCAM een project en testen rond basiselektriciteit om de kennis van leerlingen hierover te peilen. Uit een eerste grote evaluatie van het project met de auto invoerders bleek het gebrek aan basiskennis over elektriciteit en –elektronica het grote pijnpunt.

Diagnose Car en de RTC’s Elke Vlaamse provincie heeft een RTC, een regionaal technologisch centrum, dat de brug vormt tussen onderwijs en bedrijfsleven. Met middelen van het departement onderwijs zet het RTC in de eigen provincie projecten op om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren en opleidingen in TSO en BSO te ondersteunen en promoten. Dat kan door hoogtechnologische infrastructuur ter beschikking te stellen van scholen, train the trainers voor leerkrachten en opleidingen voor leerlingen te organiseren, werkplekleren en stage te stimuleren en promotieacties op te zetten of te ondersteunen. Het project Diagnose Car is een typevoorbeeld van een RTC-project. Het idee van het project kwam van buitenaf, in dit geval van een leraar autotechnieken, werd goedgekeurd op de RTCadviesgroep, waarin zowel vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven als het onderwijs zetelen en werd opgenomen in het jaaractieplan, waardoor het kon uitgewerkt worden. De concrete uitwerking en de coördinatie bleef in handen van de leraar, het eigenlijke beheer kwam in handen van RTC netwerk.


De meerwaarde van Diagnose Car

Voor de auto-industrie is een goede samenwerking met de merken en ook de scholen onderling een grote meerwaarde. Leerlingen leren werken op alle merken en niet alleen op die merken waar de school toevallig een bevoorrechte relatie mee heeft. Door de auto’s in een roulatiesysteem te steken, weten de automerken ook dat hun auto’s door alle leerlingen uit de hele provincie gebruikt worden. Door Diagnose Car zijn er ook nauwere contacten gelegd met de plaatselijke dealers van de verschillende merken. Op het moment dat een auto in een

INFO

NOVEMBER 2013

De toekomst van Diagnose Car Vandaag bereikt Diagnose Car Vlaanderen 48 scholen in heel Vlaanderen die instapten in het project. Op termijn zouden de 73 Vlaamse scholen moeten kunnen deelnemen. Daar zijn de partners van Diagnose Car hard voor aan het werken, en rekenen zij op de steun van invoerdersbedrijven en technologieleveranciers om aan het benodigde materiaal te komen. Hoe dan ook hebben alle Vlaamse scholen nu al toegang tot www.diagnosecar.be, de website van het project waarop alle lesmateriaal via een persoonlijke log-in ter beschikking is van elke Vlaamse leerkracht uit het auto-onderwijs. Tot slot, en dat lijkt ons een evidentie, zal FEBIAC onderzoeken in welke mate dit succesvolle initiatief ook vertaald kan worden naar de Franstalige scholen in Brussel en Wallonië. Want de noden van scholen stoppen natuurlijk niet aan de taalgrens.

19 VORMING

De technologie evolueert zo snel in de auto-industrie dat jongeren al vanop de schoolbanken doordrongen moeten raken van levenslang leren. Wie carrière wil maken in deze sector, moet weten dat je schooldiploma je enkel een goede start kan garanderen. Die goede start krijgen de leerlingen die deelnemen aan Diagnose Car. Door scholen toegang te geven tot moderne auto’s met recente technieken, diagnoseapparatuur en technische gegevens van de verschillende automerken en door Train the trainersessies voor leerkrachten te organiseren verwerven leerlingen de nodige basiscompetenties en blijven scholen bij in een snel evoluerende sector.

school terecht komt, wordt de dealer in de buurt op de hoogte gebracht en is er onderling contact. Leerlingen krijgen op deze manier een beter beeld van de auto-industrie en dealers leren potentiële werknemers kennen. Bij technische problemen is het ook de bedoeling dat de scholen in eerste instantie contact opnemen met de plaatselijke dealer.


INFO

NOVEMBER 2013

Salon 2014 : focus op tevredenheid van exposanten en bezoekers

SALON

20

Met de 92e editie van het Auto- en Motorsalon wordt januari 2014 wordt eens te meer automobielmaand in België. Met deze nieuwe editie van ons Salon bevestigt Brussel zijn status als vaste waarde in het internationale landschap van belangrijke motorshows, want ook deze nieuwe editie kondigt zich onder een erg goed gesternte aan. Organisator FEBIAC besteedt in de aanloop van het Salon bijzondere aandacht aan de tevredenheid van onze exposanten en bezoekers. Het Salon is er voor en door hen, en daar willen wij hen een maximale return voor bieden. Voor onze exposanten bieden wij een reeks bijkomende diensten en we zorgen er nog meer dan in het verleden voor dat elk van hen zijn gading vindt, ongeacht of hij nu een auto- of een motormerk vertegenwoordigt of eerder actief is als vertegenwoordiger van toebehoren, accessoires of dienstverlening. Het Salon moet in de eerste plaats een duidelijke meerwaarde bieden voor elke exposant. En net zo kijken wij ook naar onze bezoekers. Naast de ‘pur sang’ autoliefhebber of de consument die op zoek is naar de perfecte nieuwe twee- of vierwielerwieler, willen wij er ook zijn voor een publiek dat eerder uit is op een familieuitstap, een avond onder vrienden, een fijne dag vol spektakel en animaties, en zelfs voor wie een professionele toekomst in de autobranche ambieert. Kortom, het Salon moet meer dan ooit een totaalbeleving zijn voor iedereen die mobiliteit belangrijk vindt.

Vaste waarden Brussels Expo wordt van 14 tot 26 januari 2014 opnieuw de grootste showroom van het land, met een bijzonder volledig overzicht van gemotoriseerde twee-, drie- en vierwielers. En voor de bezoekers opnieuw een aantrekkelijk aanbod aan diensten en animaties. De e-card, de uitgebreide salonwebsite met nieuwe salonapps, de e-ticketing, maar ook de vertrouwde Biker Parade, de testpiste voor eco-voertuigen, de cleaner mobility village, de spectaculaire animaties in de motorpaleizen,... het staat allemaal terug op het programma. Maar zoals gezegd komen er ook flink wat primeurs. En dan doelen we zelfs niet op de vele nieuwe autoen motormodellen die voor het eerst aan het Belgische publiek zullen worden getoond...

“Het Salon moet een totaalbeleving zijn voor iedereen die mobiliteit belangrijk vindt” Job on Wheels: voor wie van autotechnologie een beroep wil maken Job on Wheels, het nog jonge initiatief van FEBIAC ter ondersteuning van de opleidingen in automobielrichtingen, krijgt een prominente plaats op het 92e Salon.


Job on Wheels pakt het dan ook erg ambitieus aan: meer dan 800m2 informatie en animatie over automobielopleidingen en de ondersteuning die Job on Wheels het automobielonderwijs aanbiedt in samenwerking met partners als Educam, de Regionale Technologische Centra en de diverse competentiecentra. Met heel concreet bijvoorbeeld demonstraties van e-learningmodules en oriëntatietools voor wie een passende opleiding zoekt. Daarnaast ook heel veel aandacht voor Skills, de ‘Olympische spelen’ van de technische beroepen. Skills Belgium organiseert op de Job on Wheels-stand de selectieproeven voor de wedstrijden EuroSkills Lille 2014 en WorldSkills Sao Paolo 2015. Wie dus meer dan 100 jonge automonteurs en technici wil zien strijden voor een plaatsje in deze prestigieuze internationale competitie, is meer dan welkom op onze Job on Wheels stand. En maak van deze gelegenheid zeker ook gebruik om je te laten vereeuwigen naast onze heel bijzondere art-car!

INFO

NOVEMBER 2013

“Bij Job on Wheels worden de bezoekers ondergedompeld in de veelheid van opleidingen die de autosector biedt.”

Belgian Racing Champions De noordzijde van Paleis 1 wordt tijdens het komende Salon helemaal omgetoverd in een uniek racedecor. Een twintigtal competitiewagens en haast evenveel competitiemotoren stelen er de show. Het zijn stuk voor stuk bolides podiumplaatsen hebben veroverd. Bovendien hebben al deze volbloeden Belgische roots: ofwel wonnen ze een Belgisch kampioenshap, is het een wagen of motor van Belgische makelij of zat een Belgische piloot achter het stuur. Liefhebbers van auto- en motorsport gaan op deze 1300m2 pure racing fun zeker hun hartje ophalen. En zelfs al stroomt er geen hoog octaan door je aderen, dan nog biedt deze zone heel wat animatie. Met onder meer een kopie van een paddock, twee racing vrachtwagens met al hun technisch materieel, Playstation simulatoren, een Red Bull pitstop game, signeersessie met het RACB National Team en zelfs een frietkot zoals je ze vindt bij de racecircuits...

21 SALON

In de centrale hall 5 worden bezoekers ondergedompeld in de veelheid van opleidingen die de autosector biedt en kunnen zij zich een goed idee vormen van de beroepen waarnaar die opleidingen leiden. Want de sector heeft toekomst! Heel wat bedrijven zijn op zoek naar gekwalificeerde en gemotiveerde werkkrachten, dus waarom zou ook jij niet van je passie je job maken?


SALON 2014: FOCUS OP TEVREDENHEID EXPOSANTEN EN BEZOEKERS Fun en actie in de motorpaleizen Na het overweldigende succes konden we echt niet anders dan de Crazy Ball terug naar het Salon te brengen. Het publiek zal zich dus opnieuw kunnen vergapen aan de spectaculaire waaghalzerij van vier motorrijders die samen rondvlammen in een metalen bolkooi. Spectakel, bewondering en kippenvel gegarandeerd! Ook de show van custom motorfietsen – extreem gepersonaliseerde en bijzonder kunstige machines - krijgt opnieuw een plaatsje in paleis 1. Een twintigtal motorbouwers toont er zijn unieke meesterwerken. Een haven van vakmanschap en persoonlijkheid in een wereld waar massaproductie de norm is, en alleen daarom al zeer de moeite waard.

SALON

22

Achter de schermen van het Salon Voor het eerste biedt organisator FEBIAC een beperkt aantal mensen de kans om het Salon te bezoeken achter de coulissen. Via onze facebook-pagina kan je deelnemen aan een wedstrijd om het salon exclusief te bezoeken buiten de traditionele openingsuren en de gebaande paden. Na een ontbijt leidt onze gids de winnaars rond achter de schermen. Alvast een unieke gelegenheid om vertrouwd te raken met de enorme complexiteit van deze organisatie die van opbouw tot afbraak vele duizenden mensen mobiliseert met één doel: onze honderdduizenden bezoekers telkens weer een prettig salonbezoek en een unieke ervaring bieden.

Cleaner Mobility & Eco Test track De autobranche betreedt een nieuw tijdperk waarin van slag om slinger nieuwe technologieën hun intrede doen. Heel veel van deze innovaties hebben betrekking op het schoner en duurzamer maken van mobiliteit in het algemeen en motorvoertuigen in het bijzonder. Een aantal van die nieuwe technologieën is zeker nog onvoldoende gekend of gegeerd bij het grote publiek.

Om daaraan te verhelpen en om meer en meer mensen bewust te maken van het belang om voor een schoon voertuig te kiezen, komt er opnieuw een ecozone: de Cleaner Mobility Village. U mag er informatie en demonstraties verwachten van elektrische auto’s, laadsystemen, voertuigen op aardgas (CNG), hybride wagens en diverse andere voertuigen die passen in het concept van alternatieve stedelijke mobiliteit. Ook het aspect voertuigrecylage wordt niet vergeten. Het recyclage-organisme Febelauto maakt voertuigrecyclage aanschouwelijk en toont de indrukwekkende resultaten die ons land kan voorleggen op het gebied van hergebruik en revalorisatie van afgedankte voertuigen. Bijna niets gaat nog verloren. Voor wie meteen ook in de praktijk wil proeven van deze technologische hoogstandjes, is er de testpiste voor voertuigen met geavanceerde milieutechnologie. Een piste die we voor deze editie plaatsen in paleis 2: dat biedt ons zowel voldoende ruimte als de garantie op comfort in deze winterperiode. Op de piste maakt u kennis met elektrische auto’s, motoren en scooters, maar ook voertuigen die verbrandingsmotor combineren met elektro-aandrijving en voorts is er de mogelijkheid om ook het onbekende en in ons land onbeminde CNG als brandstof uit te proberen.

“De autobranche betreedt een nieuw tijdperk waarin van slag om slinger nieuwe technologieën hun intrede doen. ” I love pub! Ok, iedereen ergert zich wel eens aan vervelende tv-commercials die een spannende film onderbreken. Maar wat als we nu eens een schitterende selectie maakten van de allerbeste auto- en motorcommer-


cials uit de hele wereld en u die in een gezellig cinema-decor voorschotelden?

Vlak daarnaast installeren we een lounge & connected zone. De ideale plek om een nieuwe sessie van I Love Pub af te wachten, je vrienden dankzij gratis wifi op de hoogte te brengen van je salonbezoek of je telefoon of tablet op te laden.

Een paleis vol prestigewagens en een ultragezellig terras Het klinkt sommigen wat gek in de oren te spreken over de ‘paleizen’ van Brussels Expo eerder dan gewoon over tentoonstellingshallen. Maar hoe je er ook over denkt, bij nummer 12 van de expohallen hoort ditmaal enkel en alleen het epitheton ‘paleis’! Daar brengen we immers de meest begeerlijke en exclusieve sport- en luxewagens onder.

INFO

NOVEMBER 2013

U merkt het, organisator FEBIAC en alle exposanten sparen geen enkele moeite om u opnieuw te verrassen met een schitterend, sprankelend en telkens ook weer vernieuwend Auto- en Motorsalon. Samen met hen kijken wij er alvast naar uit om u er te mogen welkom heten!

23 SALON

Dat is precies het idee achter ‘I love pub’: een twintigtal minuten grappig, indrukwekkend, ontroerend en vooral ontspannend beeldmateriaal om de drukte van het Salon even achter je te laten. I love pub vindt je in een black box vooraan in hall 5.

Merken als Aston Martin, Porsche, Lamborghini, Bentley, Rolls-Royce, McLaren, Ferrari, Maserati, Lotus en Tesla tonen er de crème de crème van de automarkt. En dan, centraal in dit Paleis, een ultragezellig terras... Goed voor een ontbijt naast de waterpartij, een aperitief of lunch onder een tropische palmboom of een diner in een cosy decor. Of nog, dé plek om van een glaasje champagne of een cocktail te genieten tijdens één van de nocturnes. Wie denkt er nog aan de saaie, gure winter buiten? Geniet volop van uw salonbezoek om even te herbronnen en de zonnige kant van het leven te zien te midden van al deze schitterende exclusieve wagens.


FEBIAC vzw

de Belgische Automobiel- en Tweewielerfederatie Woluwedal 46 bus 6 • BE-1200 Brussel • tel. +32 (0) 2 778 64 00 • fax +32 (0) 2 762 81 71 e-mail: info@febiac.be • www.febiac.be Verantwoordelijke uitgever: Thierry van Kan


Infonov2013nl