Issuu on Google+

België - Belgique P. B. - P. P. 8200 Brugge - Mail 4/1389

TIJDSCHRIFT VAN ADEM-TOCHT VZW

33e jaargang nr. 2 – november en december 2013 (verschijnt vijfmaal per jaar: februari, mei, augustus, oktober, december)

Verantwoordelijke uitgever en afzendadres: L. Declerck, J. Maertenstraat 26, 8200 BRUGGE 2 - Afgiftekantoor: 8200 Brugge-Mail – P2A8313


colofon ADEM-TOCHT Religieuze kernbeweging voor mensen op rijpere leeftijd

ADEM-TOCHT Tijdschrift van de v.z.w. Adem-Tocht

Voorzitters en geestelijk raadgevers Interdiocesaan ERIC BRUNEEL Fazantenlaan 14, 8450 Bredene tel. 059 32 20 22 ROBRECHT MICHIELS Diocesaan Pastoraal Centrum F. de Merodestraat 18, 2800 Mechelen tel. 015 29 84 09

Redactie Bert Cleymans, Robrecht Michiels, Edith Cardoen, Piet Thomas, Céline Van Acker, Eric Bruneel, Achille Venmans, Hubert Schepers, Ria Grommen, Mia Verbanck, Marc Van Hauwaert (redactieverantwoordelijke), Sint-Laurentiuslaan 5/202, 9041 Oostakker

Bisdom Mechelen - Brussel KAMIEL DE WITTE Burchtstraat 27, 1933 Sterrebeek tel. 02 731 19 91 FRANS STOFFELEN Kleine Wouwer 29 bus 7, 1860 Meise tel. 02 269 83 42 Bisdom Antwerpen MIA VERBANCK Koninklijke Laan 91 bus 5, 2600 Berchem tel. 03 218 99 81 GASTON SULS Lysenstraat 38, 2600 Berchem tel. 03 230 26 07 Bisdom Brugge MARIA SEURINCK Delaeystraat 58, 8830 Hooglede tel. 051 70 14 50 ANDRÉ VANCLOOSTER Weststraat 44 bus 3, 8800 Roeselare tel. 051 22 55 98 Bisdom Gent RENÉE SMET Eendenplasstraat 33, 9940 Evergem tel. 09 357 75 56 FERNAND VERHEGGEN Sint-Lievenslaan 268, 9000 Gent tel. 09 225 59 82 Bisdom Hasselt HUBERT SCHEPERS Herebaan-West 127, 3530 Houthalen tel. 011 52 21 86 http://www.kerknet.be/microsite/ ademtocht/ Gespreksbijlagen staan centraal op de startpagina bij ‘nieuws’.

2

2

Gespreksbijlagen Guido Debonnet Vormgeving W. Vanhaelemeesch Lidgeld (werkjaar september tot juni) binnenland: 12,00 euro twee huisgenoten: 17,00 euro ‘steunabonnement’: 20 euro - 30 euro … Rekeningnummers Interdiocesaan IBAN: BE69 4348 1481 7178 BIC: KREDBEBB Adem-Tocht, Nieuwpoortsesteenweg 112G bus 3.02, 8400 Oostende Bisdom Mechelen-Brussel IBAN: BE13 0014 8665 5039 BIC: GEBABEBB Adem-Tocht, Wolvertemsesteenweg 97 bus 2, 1850 Grimbergen Bisdom Antwerpen IBAN: BE64 4190 1330 1152 BIC: KREDBEBB Adem-Tocht, Spoorweglaan 137, 2610 Wilrijk Bisdom Brugge IBAN: BE73 7380 0798 6960 BIC: KREDBEBB Adem-Tocht, Diocesaan Centrum Groenhove Bosdreef 5, 8820 Torhout tel. 050 74 56 28 (vrijdag 10 uur - 16 uur) Bisdom Gent IBAN: BE70 2900 2286 3325 BIC: GEBABEBB Adem-Tocht, Oudenaardsesteenweg 48, 9000 Gent Bisdom Hasselt IBAN: BE47 0013 6240 2180 BIC: GEBABEBB Adem-Tocht, Kloosterstraat 27, 3990 Peer


Woord van de interdiocesaan geestelijk raadgever ‘HET GELOOF IS DE VASTE GROND VOOR WAT WIJ HOPEN’ De Brief aan de Hebreeën We staan andermaal voor de feesten van Allerheiligen en Allerzielen. Vanuit de beleving van ons geloof, onze hoop en onze liefde trachten we woorden te vinden om te zeggen dat de gemeenschap tussen ons en onze overledenen werkelijk bestaat. In deze dagen leven wij met hen in de ene werkelijkheid van het geloof, de hoop en de liefde. Wij bidden dat onze dierbare afgestorvenen bewaard mogen blijven in Gods licht en genade. En we geloven dat wijzelf geboren zijn mogen worden, mogen leven en ook eens zullen sterven in datzelfde liefde- en levengevend centrum van heel de wereld: God. De belijdenis en beleving van ons Gods- en Christusgeloof is de grondslag van onze hoop eens voluit te mogen leven in Gods eeuwige liefde. Ik parafraseer hier de bekende uitspraak uit de Brief aan de Hebreeën, hoofdstuk 11, vers 1: “Het geloof is de vaste grond voor wat wij hopen, de zekerheid over het bestaan van wat wij niet zien”. Deze tekst biedt ons een goede gelegenheid om nader kennis te maken met deze zogenaamde Paulusbrief. De Brief aan de Hebreeën Aan Paulus worden 14 brieven toegeschreven. Van 7 wordt de echtheid of authenticiteit niet betwist; over 7 andere bestaat er discussie. De Brief aan de Hebreeën behoort tot deze laatste reeks; hij staat alleen op naam van Paulus. Hij is ook geen eigenlijke brief maar een uiteenzetting, een lange preek of uitvoerige homilie over de betekenis van Christus als Priester van het Nieuwe Verbond. De behandelde thematiek, alsook de taal en de stijl (naar men zegt in het beste Grieks uit het

Nieuwe Testament), evenals het allegorische en typologische Schriftgebruik wijzen erop dat dit geschrift niet van Paulus is, maar van een onbekende auteur die zich eigenlijk niet richt tot de Hebreeën (de oude naam van de joden) maar tot christen geworden joden. In zijn betoog maakt hij inderdaad overvloedig gebruik van gebeurtenissen en personen die komen uit het Eerste of Oude Testament. Vandaar de titel die dit geschrift vanaf het jaar 300 draagt: Brief aan de Hebreeën. Bedoeling en thematiek Welke zijn de bestanddelen en thema’s die we terugvinden in dit geschrift? Om te beginnen is het de schrijver erom te doen zijn tot het christendom bekeerde lezers op te roepen tot volharding en trouw, hen vooral te bemoedigen en te bevestigen in het christelijk geloof. Aansporingen en vermaningen vormen dan ook een aanzienlijk deel van dit schrijven. Het is de bedoeling van de auteur zijn lezers te waarschuwen tegen traagheid, ongeloof en geloofsafval en hen aan te sporen tot het einde toe te volharden in geloof, hoop en liefde. Het onderwerp of thema van dit geschrift en deze waarschuwingen heeft betrekking op de betekenis van Jezus Christus als dé Middelaar tussen God en de mensen. Dit middelaarschap wordt door de auteur uitvoerig en diepgaand toegelicht vanuit het Eerste Testament. Oudtestamentische citaten, gebeurtenissen en thema’s zoals het verblijf van Israël in de woestijn, de ark van het Verbond, de offerrituelen en boven alles de figuur van de hogepriester dienen om de betekenis van Jezus Christus te verduidelijken. Hij is de 3


Hogepriester (arch-iereus) van het Nieuwe Verbond, de hogepriester die alle middelaars van het Eerste Verbond in waardigheid overtreft. De term ‘priester’ (hiereus) wordt in het Nieuwe Testament nooit gebruikt voor wie wij nu ‘priester’ noemen. Deze term wordt voorbehouden voor Christus. Om over zijn priesterschap of middelaarschap te spreken dienen juist de gebeurtenissen en aanhalingen uit het Oude Testament, die de schrijver spreidt over hoofdstukken 3 tot 10 van dit leerstellig traktaat. Bekende zinnen uit zijn christologisch betoog – eigenlijk een uitvoerige preek – zijn o.m.: ‘Als wij een verheven Hogepriester hebben, een die de hemelse sferen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, dan moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. Want wij hebben een Hogepriester die in staat is mee te voelen met onze zwakheden. Hij heeft dezelfde beproevingen gekend als wij, afgezien dan van de zonde’ (4,14-15). Het beeld dat hij van Christus ophangt, getuigt inderdaad van grote realiteitszin: ‘Christus heeft niet zichzelf de eer van het hogepriesterschap toegekend; dat heeft God gedaan, die hem zei: Mijn Zoon zijt gij, ik heb u heden verwekt. Zoals hij ook elders zegt: gij zijt priester voor eeuwig op de wijze van Melchisedek. In de dagen van zijn sterfelijk leven heeft hij luid geroepen en geweend, gebeden en gesmeekt tot God die hem uit de dood kon redden. Na de doorstane angst is hij verhoord. …’ (5,510). Het besluit van deze christologische uiteenzetting vat al deze motieven in een reeks aansporingen samen: ‘…Nu wij een verheven Hogepriester hebben die over het huis van God is aangesteld, laten we dan naderen met een oprecht hart en een vast geloof…’ (10,19-25). Geloof, hoop en liefde Na deze lange uiteenzetting over Jezus’ hogepriesterschap volgen de slothoofdstukken 11-13 over het geloof, de hoop en de 4

liefde. De schrijver begint hier met de reeds aangehaalde, bekende uitspraak: ‘Het geloof is de vaste grond voor wat wij hopen, de zekerheid over het bestaan van wat wij niet zien. Om hun geloof werden de ouden met ere vermeld…’ (11,1 e.v.). Daarop vernoemt hij de grote geloofsfiguren uit het verleden, de rotsen van het geloof: Abel, Henoch, Noach, Abraham, Sara, de aartsvaders, Mozes ‘…en wie moet ik nog meer noemen?’ … (11,32). ‘Een wolk van getuigen…’ (12,1), zegt hij. De auteur eindigt zijn homilie andermaal met allerlei aansporingen en waarschuwingen (hfst. 13). De drie krachtlijnen van het geloof keren steeds terug: ‘Het oog gevestigd op Jezus Christus, de aanvoerder en voltooier van ons geloof…’ (12,2); ‘onwrikbaar vasthoudend daarbij aan de belijdenis van onze hoop, want hij die de beloften deed is betrouwbaar’ (10,23); ‘en kijkend naar elkaar om te worden aangespoord tot liefde en goede werken’ (10,24). Geloof, hoop en liefde zijn de samenvatting van ons op onze Hogepriester Jezus Christus gerichte leven in deze wereld. ‘De hoop is het veilige en vaste anker voor onze ziel’ (6,19). ‘Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar zijn op zoek naar de stad van de toekomst’ (13,14). Op u, God, heb ik mijn hoop gesteld; in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden (slotwoorden van het Te Deum). Robrecht Michiels


Christen zijn in onze geseculariseerde wereld...

Christen zijn vandaag is niet vanzelfsprekend, of toch? Angst en onzekerheid zijn vaak sterk aanwezig, ook in de Kerk. We maken ons zoveel zorgen, kijken soms met heimwee naar het verleden toen we ‘nog met velen’ waren. Ook in onze geloofsgemeenschappen kijken we soms met een bang hart naar de toekomst. Wat zal het allemaal worden?

Thema voor november

Mensen van hoop en vreugde Maar zijn christenen niet de mensen die leven vanuit hoop en vertrouwen? Is het niet zoals Augustinus het verwoordde: ‘Het is alleen de hoop die ons waarlijk tot christenen maakt.’ En moeten we als christenen niet getuigen van de hoop die in ons leeft? Is het christelijk geloof voor ons vandaag nog de hoop die ons leven omvormt en ten diepste draagt? Geloven we dat ook vandaag nog God naar ons toekomt, dat hij ook vandaag nog toekomst mogelijk maakt? Kunnen wij in de wereld van vandaag sporen van zijn komst ontdekken? Of wissen onze angst en onze zorgen zijn sporen uit? Als we leven in, met en vanuit God, dan worden we of zijn we hoopvolle en vreugdevolle mensen! Als christenen zouden we ons leven niet mogen laten beheersen door een angstige bezorgdheid. Blijmoedig leven en vol vertrouwen werkt aanstekelijk. Vreugde heeft in zich een overtuigingskracht. Een vreugdevolle gemeenschap is uitnodigend. Vanuit gebed en inzet De Bijbel leert ons dat, te midden van zovele situaties van angst en vertwijfeling, 5


het de ervaring van de aanwezigheid van God is die rust en vertrouwen brengt. Wij moeten dus op zoek gaan naar een vernieuwde ontmoeting met God en Christus, willen ook wij vol vertrouwen zijn. Een heel belangrijke plaats om dat te leren is het gebed. ‘Ons christen zijn vandaag zal in deze tijd bestaan uit slechts twee dingen: bidden en aan de mensen het goede doen. Elk denken en spreken en organiseren van christenen moet herboren worden uit dat bidden en dat doen’, zei Dietrich Bonhoeffer, Duits kerkleider die, omwille van zijn verzet tegen het nazisme, ter dood werd gebracht in het concentratiekamp van Flossenbürg. De hoop plaatst christenen immers ook voor hun verantwoordelijkheid. Wie hoopt, spreekt een veelvuldig neen uit tegen al wat onmenselijk is. roept ook op tot onophoudelijke inzet voor een menswaardige samenleving. Nadenken en in dialoog gaan In hun pastorale brief ‘Christen zijn in deze tijd’ staan ook de bisschoppen stil bij wat het betekent christen te zijn en hoe ze daarbij kunnen helpen. Ze stellen een aantal vragen die voor de toekomst van de Kerk almaar belangrijker zullen worden. Ze nodigen heel de geloofsgemeenschap uit om die vragen ter harte te nemen en erover na te denken. Onze samenleving vandaag gaat gepaard met prestatiedrang, stress en veel onzekerheid en angst. Lijden en gebrokenheid zijn schering en inslag. Tegelijk worden we geconfronteerd met onze eindigheid. Het leren delen en de oproep tot dienstbaarheid en solidariteit klinkt steeds harder in een maatschappij die, vandaag meer dan ooit, op zoek 6

is naar zingeving. Het geloof is geen mirakeloplossing, maar tegelijk voelen velen zich aangesproken door de vreugde en de eenvoud van het evangelie. Ze willen de originaliteit en de schoonheid van Jezus’ Blijde Boodschap (her)ontdekken en ervaren hoe levensvervullend het is ernaar te leven. ‘Het loont de moeite daarover met elkaar in gesprek te gaan’, schrijven de bisschoppen aan het slot van hun pastorale brief. ‘Samen zoeken naar wat het concreet betekent te leven in navolging van Jezus: het is de absolute prioriteit van de kerkgemeenschap. We kunnen elkaar daarbij inspireren en helpen.’ Kerk: nieuw te verstaan en te beleven Het vertrouwen in instellingen is echter sterk gedaald, niet alleen in de Kerk. Hoe kunnen instellingen terug betekenis krijgen voor mensen? Zeker door waarachtig en transparant te zijn, door te werken vanuit de kern van hun opdracht. Voor de Kerk gaat het om de verbondenheid tussen allen die proberen te leven vanuit Jezus Christus en zo samen kerkgemeenschap te vormen. Vaticanum II verwoordt dat expliciet: ‘Gelovige mannen en vrouwen vormen samen de Kerk en proberen in gezamenlijk gedragen verantwoordelijkheid het Rijk Gods hier op aarde te realiseren, met Jezus als voorbeeld. Daarbij is de inbreng van elke gelovige van onmisbare waarde.’ Na vijftig jaar is het Tweede Vaticaans Concilie nog helemaal niet uitgewerkt. We moeten met alle gedoopten van onderuit bouwen aan de geloofsgemeenschap en in open dialoog en samenwerking de Kerk gestalte


geven. Dat is van het grootste belang in de huidige hertekening van de territoriale pastoraal en in de formulering van de christelijke identiteit van organisaties en instellingen. Allen samen, mannen, vrouwen én gewijden zijn we ‘Gods volk onderweg’ en kunnen we ‘de vreugde en de hoop, het leed en de angst delen van de mensen van onze tijd’. Kunnen we niet samen zoeken naar belangrijke elementen voor vitale geloofsgemeenschappen, samen zoeken hoe we overleg in de Kerk gestalte kunnen geven. Durven we in een open dialoog en met een open geest samen nadenken over actuele religieuze en maatschappelijke thema’s, over de Kerk van vandaag en van de toekomst? De vraag is ook of we kunnen omgaan met verscheidenheid, zonder het grote gelijk voorop te zetten en of we op een hoopvolle wijze durven spreken over waar het werkelijk om gaat. ‘Mensen als verhaal van God’, schreef Edward Schillebeeckx. Het concrete leven van mensen en van de wereld ‘God is voor ons toegankelijk in de wereld en in de geschiedenis van de mensheid. Hij is geen zorgvuldig gepolijst theologisch concept dat in goed bewaakte kerkelijke museumzalen voor het nageslacht wordt bewaard’, gaf Rik Torfs aan. De geschiedenis, het concrete, daarover gaat het in Schillebeeckx’ boek ‘Jezus, het verhaal van een levende’. De kracht van het christendom zit niet in de katholieke instituties, zoals kardinaal Danneels zei bij de viering van tien jaar Tertio, maar in de radicaliteit van de evangelische waarden, in de overvloedige

gerechtigheid en in barmhartigheid. Op veel plaatsen in het Oude Testament is er sprake van een God die zelf barmhartig is en wenst dat mensen tot hun recht komen. In de Bergrede worden we uitgenodigd te leven als rechtvaardige mensen. Dat is in eerste instantie leven vanuit Jezus Christus, zijn boodschap doorleven en voorleven, zijn oproep tot inzet voor de kleinsten en de armsten reëel beleven. Belangrijk is ook de bemoediging van de velen die zich vanuit hun christelijke inspiratie inzetten voor anderen, in het onderwijs, in de zorgsector, in het vrijwilligerswerk, in de armoedebestrijding, … Het gaat er steeds om wat wij kunnen doen tegen een wapenwedloop, tegen de armoede, tegen onderdrukking, tegen het schenden van de mensenrechten, tegen de vervuiling van de aarde … De Geest van God zal uiteindelijk ons aller denken, voelen en handelen bepalen. We moeten als christenen aanwezig zijn op het publieke forum en de evangelische inspiratie zichtbaar maken in caritas, solidariteit en rechtvaardigheid. Vanuit Europa Als christenen moeten we zeker in het Europees jaar van de Burger de uitdaging aangaan om de Europa 2020-doelstelling te verwezenlijken. 20 miljoen mensen uit de armoede en sociale uitsluiting halen, is een enorme uitdaging. Om armoede te bestrijden is het noodzakelijk de kracht van mensen te versterken. Armoede en sociale uitsluiting verhinderen het correcte functioneren van een democratische samenleving. De strijd tegen de armoede 7


moet dan ook gelijklopen met de wil om gelijkere kansen en een gelijke behandeling te verzekeren in onze samenleving. De tekenen van de tijd Daarbij aansluitend kunnen we de vraag stellen: waar staan we in de geschiedenis van het Europese christendom? Wat zijn de tekenen des tijds en hoe moeten we ze beantwoorden? Staat het christendom nog maar aan het begin van zijn geschiedenis of ligt het op zijn sterfbed? Volgens Mgr. prof. Tomáš Halik moeten we een andere diagnose stellen. ‘Het christendom in Europa wordt gekenmerkt door een aanhoudende midlifecrisis, die enkel overwonnen kan worden in het besef dat het op een kritiek kruispunt staat en één van de vele mogelijke richtingen moet kiezen’. Halik spreekt van de namiddag van het christendom, vergeleken met het ontwikkelingsproces van een mens. ’s Ochtends bouwt men zijn carrière en huis op. In de namiddag, de tweede levensfase, is het zeker 8

mogelijk om door te gaan en alle energie in te zetten om sterker en perfecter uit te groeien, zich te ontwikkelen en alles wat men reeds bereikt heeft te optimaliseren. Men kan echter ook afstand nemen en op een tocht ‘naar de diepte’ vertrekken. Dan begint men het avontuur van een zich ontwikkelende spiritualiteit, met alle crisissen en innerlijke conflicten die dat met zich meebrengt. We zouden ons moeten openstellen voor de ervaring van God als de diepte van het mysterie. Naar de diepte Volgens Halik gaat het niet om het kost wat kost bewaren van de structuren in hun huidige vorm en ook niet om het radicaal veranderen ervan. Beide zijn een bezorgdheid over de institutionele structuren en de wijze waarop geloof wordt uitgedrukt. Misschien moeten we ons niet te hard concentreren op externe structuren, maar op ‘een tocht naar de diepte’, een drastische spirituele en intellectuele verdieping van het huidige christendom. Deze tocht naar de diepte


beschouwt Halik als een uitweg uit de crisis. De levensoriëntatie van zelfovergave betekent in een samenleving die voornamelijk georiënteerd is op materieel succes, een opvallende nonconformistische houding. ‘Zij die op deze wijze leven kunnen het verborgen zout van de aarde en ook een zichtbaar licht van de wereld zijn. Enkel dan zal de nieuwe evangelisatie werkelijk nieuw zijn. Enkel dan zullen we klaar zijn om het ‘middagverval’ van het hedendaagse Europese christendom te overwinnen. Enkel dan zullen we klaar zijn om de namiddagtaken van de geschiedenis onder ogen te zien.’ Als we Christus willen volgen, moeten we elk streven naar een geprivilegieerde plaats in de wereld verlaten. Ieder van ons moet ‘één van de mensen worden’ en de

solidariteit met de mensen van onze tijd serieus nemen. Evangelie, een baken in de pluraliteit Fundamenteel blijft de vraag hoe we als christenen inspireren tot fundamentele vragen om zin en diepte aan het leven te geven. Theoloog Lieven Boeve spreekt van een grondige confrontatie van religiositeit en anti-religiositeit. Vervolgens moeten we zoeken naar wegen om het evangelie midden de pluraliteit aanwezig te stellen, vanuit de overtuiging dat het een relevant zinsaanbod blijft. Josian Caproens, voorzitter IPB

Secularisatie wordt vaak verstaan als het proces waarin de georganiseerde godsdienst haar invloed op de maatschappij verliest. Maar het gaat om meer. Het is de verklaring en uitbouw van de mens en zijn wereld uit zichzelf, vanuit hun eigen wetmatigheden, zonder nog een beroep te doen op een andere, niet-menselijke of niet-wereldlijke instantie. Een ‘wereldlijke’ of ‘geseculariseerde’ manier van spreken over geloof en God is dan een zoeken naar een God die ons menselijk denken en handelen bezielt en inspireert. Elk christelijk spreken over God moet voortaan, volgens Dietrich Bonhoeffer, opnieuw geboren worden uit ‘bidden en goed doen’.

VRAGEN TER BESPREKING 1. Welk woord, begrip, idee … uit deze tekst zou je graag verduidelijkt zien? 2. Wat heeft jou in dit artikel getroffen? 3. De secularisatie is onomkeerbaar. Hoe beleef jij dat? Welke kansen en perspectieven zitten daarin? 4. Hoe kunnen christenen inspireren om zin en diepte te geven aan hun leven, aan dat van anderen, van Adem-Tocht …?

9


TE HOMINEM Dank aan jou, mens, die mijn naam levend houdt die over mij vertelt aan kinderen, kleinkinderen, leerlingen

Dank aan jou, mens, die zich afvraagt of alles mag wat kan, die zorg draagt voor eigen welzijn en daarbij dat van anderen niet vergeet

Dank aan jou, mens, die in je politiek mijn droom probeert te verwerkelijken die in je theologie mij herkenbaar houdt voor mensen van nu

Dank aan jou, mens, die zieken verzorgt, bejaarden bezoekt, die kleinen niet minacht en zwakken steunt

Dank aan jou, mens, geleerde, wijze, die in hoogte en diepte, in ’t grote en in ’t kleine speurt naar ’t geheim van de schepping Dank aan jou, mens, dichter, schilder, beeldhouwer, danser, musicus, die vertolkt wat onuitsprekelijk is die getuigt en verwijst

Dank aan allen die mij blijven zoeken en gevonden, mij weer los durven laten want ik ben meer dan jullie bedenken kunnen Dank voor jullie geloof in mij voor jullie vertrouwen voor jullie liefde Dank voor de samenwerking Dank

Paula Copray Uit: Als horende de Zwijgende. Gedachten en gebeden van een God, zoals verbeeld in de procestheologie. Dabar-Luyten 1997.

10


Twee Bijbelse draagmoeders Thema voor december

De Bijbel is … Allicht hebben de meesten van ons ergens wel een Bijbel in de boekenkast staan of liggen. Maar of we er ook in lezen ? Nee, het is geen makkelijke klus, we komen er maar moeilijk aan toe. Er zijn de eindeloze geslachtslijsten, de vreemd aandoende wetten en de onoverkomelijk vele oorlogen. Wat hebben we in dat boek te zoeken? Toch wordt de Bijbel ‘het Woord van God’ genoemd. Maar is dat wel zo? Laat ons er allereerst van overtuigd zijn dat niet elk woord dat in de Bijbel staat inderdaad ook het Woord van God is. Een God die oproept tot oorlog en vergelding, die opdracht geeft om steden plat te branden en vrouwen en kinderen ‘over de kling’ te jagen, nee, dat is niet een god aan wie ik me zou toevertrouwen. En toch is het waar dat in de Bijbel Gods woord te vinden is. Omdat het het boek is dat vertelt over God die met mensen op weg is gegaan en over mensen die op weg zijn gegaan met God. Vanuit hun hele zijn, hun slagen en falen, hun goed en hun kwaad vertrouwden ze zich toe aan Hem die ze hebben vermoed, afgetast, gezocht en ervaren. In alles wat hen overkwam, herkenden ze zijn aangezicht, zijn nabijheid, zijn reddende hand. Gaandeweg gaven ze Hem dan ook namen die strookten met de situatie waarin ze zich bevonden. Als nomaden noemden ze Hem ‘God van Abraham, God van Isaak, God van Jakob.’ Mozes ontdekte Hem als JHWH en profeten riepen Hem aan als Rots, Burcht, Herder. Toen oorlogen werden uitgevochten, heette Hij ‘Heer van de legerscharen’ en toen het land een koninkrijk was, werd Hij als ‘Koning’ erkend. Er ligt dus een eeuwenlange weg 11


DRAAGMOEDER HAGAR De geschiedenis Neem nu de geschiedenis van Hagar, de Egyptische slavin van Sarai die de vrouw was van Abram. Het verhaal wordt verteld in de hoofdstukken 16, 17 en 21 van het boek Genesis.

tussen de God van Abraham en de God die Jezus als ‘Abba’ durfde aan te spreken. Doorheen die hele geschiedenis van Israël zijn verhalen ontstaan die werden verteld en doorverteld, uiteindelijk neergeschreven en verzameld tot de Hebreeuwse Bijbel die wij, christenen, het Oude of Eerste Testament noemen. Die Bijbel is dus zowel het boek van God als het boek van mensen. In Bijbelverhalen liggen gestolde godervaringen vast die, al lezend, weer tot leven kunnen komen om ook ons tot godservaring te zijn. Het komt erop aan de Bijbel op de juiste manier te lezen: niet fundamentalistisch d.i. geloven zonder verstaan, maar ook niet rationalistisch d.i. verstaan zonder geloven. “Lees de Bijbel met een klare kop en een heilig hart”, geeft de Engelse kardinaal John Henry Newmann ons mee als goede raad. 12

Op vraag van een onbekende God was het kinderloze echtpaar met hun hele hebben en houden weggetrokken uit eigen land. Die God beloofde hun land en zegen en vooral een nageslacht ontelbaar als de sterren. Maar tien jaar later was het koppel nog altijd kinderloos en dat was in die verre tijden een ondraaglijke schande. Bovendien gold het als een bewijs dat God je niet gunstig gezind was. De nuchtere Sarai vond het intussen stilaan welletjes en nam het heft in eigen handen. ‘Luister’, zei Sarai tegen Abram, ‘de HEER houdt mijn moederschoot gesloten. Je moest maar met mijn slavin slapen, misschien kan ik door haar nakomelingen krijgen.’ Abram stemde met haar voorstel in en Sarai gaf hem haar Egyptische slavin Hagar tot vrouw. Hij sliep met Hagar en zij werd zwanger. In die tijd was zo’n overeenkomst een rechtsgeldig middel; als de draagmoeder het kind op de knieën van haar meesteres baarde, werd de boreling meteen als haar eigen kind erkend. Maar plots keerden de rollen zich om. De zwangere slavin voelde zich nu de meerdere van haar onvruchtbare meesteres, en ‘ze toonde geen enkel respect meer voor haar.’ Sarai roept de hulp in van haar man maar krijgt als antwoord: ‘Het is jouw slavin, doe met haar wat je goeddunkt.’ Toen maakte Sarai haar het leven zo zwaar dat ze vluchtte. Een engel van de HEER trof haar in de woestijn aan bij een waterbron, de bron die aan de weg naar Sur ligt. ‘Hagar, slavin van Sarai, waar kom je vandaan en waar ga je heen ?’, vroeg hij. ‘Ik ben gevlucht voor Sarai, mijn meesteres’, antwoordde ze. ‘Ga naar


je meesteres terug’, zei de engel van de HEER, ‘en wees haar weer gehoorzaam.’ Een hard verdict, denk je spontaan, maar het is voor de zwangere slavin de enige mogelijkheid om te overleven en bovendien krijgt ze van de engel een krachtig toekomstperspectief. Hij verzekert haar dat ze een zoon zal baren die ze Ismaël moet noemen. Die zal zoveel nakomelingen krijgen ‘dat ze niet te tellen zijn.’ En de Egyptische slavin roept de God van Abram aan:’U bent een God van het zien! Want’, zei ze, ‘heb ik hier niet gezien die naar mij heeft omgezien?’ Hagar baarde Ismaël toen Abram zesentachtig jaar oud was. Het zal nog veertien lange jaren duren eer Sara in haar oude dag een eigen kind krijgt dat Isaak wordt genoemd. Maar daarmee is de kous niet af. Op een dag zegt Sara tegen Abraham: ’Jaag de slavin en haar zoon weg want ik wil niet dat mijn zoon Isaak later de erfenis moet delen met de zoon van die slavin.’ En met wat brood en een zak water stuurt Abraham op Gods aandringen de slavin Hagar met haar zoon inderdaad weg, de woestijn in waar ze verdwaalt. ‘Toen het water uit de zak op was liet ze haar kind onder een struik achter. Zelf ging ze een eindje verderop zitten omdat ze niet kon aanzien hoe haar kind stierf. Maar God hoorde het kermen van de jongen en opende haar ogen zodat ze de reddende bron zag.’ Ismaël groeide op en leefde als boogschutter in de woestijn van Paran. Hij is de stamvader van de Arabieren. Dubbele redding Tot tweemaal toe ontmoeten we Hagar in de woestijn. In de Bijbel heeft het woord woestijn zowel de betekenis van uitzichtloosheid als van redding. Precies omdat het de plek is van uiterste

verlatenheid, wordt het ook de plek waar God reddend optreedt. Doorheen haar tranen ontdekt Hagar de bron. Een bron is als het ware het oog van de woestijn en het is geen toeval dat in het Hebreeuws het woord ajjin zowel voor oog staat als voor bron. Even mijmeren In oud-Bijbelse tijden was onvruchtbaarheid een vreselijk lot. Let wel: het was altijd de vrouw die onvruchtbaar werd genoemd maar die, na jaren bidden en smeken, uiteindelijk toch een kind baarde. Wat wil de Bijbel hiermee duidelijk maken ? Allereerst dat JHWH de absolute Heer van alle leven is, en ten tweede dat een kind waar zolang op gewacht werd, een heel bijzonder kind zal zijn. En inderdaad, door Isaak, de zoon van Sarai, wordt de belofte van een nakomelingschap vervuld. Jacob, de zoon Rebekka, wordt de vader van de twaalf stammen van Israël en Jozef, de zoon van Rachel, wordt onderkoning van Egypte en redt zijn volk van de hongerdood. Simson, de zoon van Manoachs vrouw, bevrijdt het land van de Filistijnen en Samuël, de zoon van Hanna, schenkt Israël zijn eerste koning. Stuk voor stuk zijn ze zonen van ‘onvruchtbare moeders’. Valt het ook jullie op hoe Abram een ware pantoffelheld is? Tweemaal geeft hij Sarai haar zin. Hij komt geen duimbreed op voor de slavin die hem haar schoot leende. Niet erg moedig toch? Maar laat ons dat niet zien dat God met elke mens zijn weg gaat? Ook wij hoeven niet volmaakt te zijn om Hem te behagen. Hij neemt ieder van ons zoals we zijn en dat is een absoluut geruststellende gedachte! Hagar kan het niet aanzien hoe haar kind zal sterven. Hoeveel moeders zien we dagelijks op ons tv-scherm voorbijtrekken met een 13


stervend kind in de armen? De oorlog in Syrië drukt ons alweer met de neus op die vreselijke werkelijkheid. Weet dat al die moeders Hagar heten, hongerend en dorstend, maar vooral lijdend om het kind dat ze niet kunnen helpen. Mochten moedige welzijnswerkers, dokters en verpleegsters het volhouden om ginder reddende engelen te zijn. Want God bedient zich nog altijd van ‘engelen’. DRAAGMOEDER MARIA Haar betekenis Vinden we aan het begin van de Bijbelse geschiedenis de slavin Hagar, dan staat, op de scharnier van Oud en Nieuw, het meisje Maria. Ze woonde in Nazareth en was verloofd met Jozef, de timmerman van het dorp. Dat er bij haar een engel over de vloer kwam, daar hebben wij het knap lastig mee. Maar hoeven we het verhaal van de evangelist Lucas letterlijk te nemen? Vergeten we niet dat hij zijn verhaal pas zo om en bij de veertig jaar na Jezus’ dood en verrijzenis heeft neergeschreven en dat hijzelf een bekeerling uit het heidendom was. Bijbeldeskundigen zijn ervan overtuigd dat Lucas contact had met de joods-christelijke gemeente van Jeruzalem waar een Bijbels bevrijdingslied werd gezongen, een loflied aan God die ‘de arme’ redt. Die eerste christenen hadden zich daarvoor geïnspireerd op teksten uit het Oude Testament. Vooral het lied van Hanna (1Samuël 2, 1-10) stond er blijkbaar model voor. Dat lied werd door Lucas bewerkt en met vers 48 in de mond van Maria gelegd als het Magnificat. In haar zag hij de verpersoonlijking van de jonge groep christenen die zich ontvankelijk toonden voor de Blijde Boodschap en daarvoor hun lof aan God uitzongen. Ze noemden Hem de machtige, heilige en barmhartige die 14

zich het lot van zijn volk heeft aangetrokken van geslacht tot geslacht, tot in eeuwigheid. En dat doet Hij nog altijd: Hij redt jou en mij en ieder die zich klein en machteloos en arm en behoeftig voelt. Geen wonder dat de Kerk dit lied in ere houdt en wij het, met Maria, in meerdere variaties kunnen zingen. Als we het kindsheidevangelie van Lucas niet als ‘echt gebeurd’ moeten nemen, dan is de waarheid binnen dat verhaal dat Maria aan God de ruimte gaf, de ruimte van haar schoot, de ruimte van haar leven. Het Woord van God kon in haar waarlijk mens worden. Zo noemen wij haar terecht de gezegende onder de vrouwen. En laat ons het geheim rond de ontvangenis van haar Zoon schroomvol als een heilig geheim bewaren. Even mijmeren In beelden en schilderijen komt Maria ons, met kroon en scepter, als stralende vorstin uit voltooid verleden tijden tegemoet. Maar hoe leefde ze daar in het groene Galilea van weleer? Haar hoofd tilde de waterkruik, niet de gouden kroon. Het spinnenwiel sierde haar hand, niet de gouden scepter. Weven kon ze als de beste ... Er zal worden gedobbeld om het naadloze kleed van haar Zoon. Dienstbaar was ze: drie maanden op de bres voor Elisabeth die op hoge leeftijd nog zwanger werd. Vooruitziend ook: op reis had ze doeken bij zich, want stel dat het kind onderweg geboren werd ...


Gastvrije moeder: herders mochten het pasgeboren kind begroeten. Bezorgd: waar zat toch die twaalfjarige zoon? Levend met vragen: wat bezielde Hem toen Hij naar de woestijn trok? Waarom doorkruiste Hij het land met twaalf volgelingen en predikte Hij een komend Rijk van God? Waarom nam Hij het op voor het kleine grut, ging Hij om met zondaars en tollenaars, met vreemdelingen en vrouwen van licht allooi? Hoe durfde Hij het aan wetgeleerden op hun nummer te zetten? Daar kwam zeker ellende van.

Alles bewaarde ze in haar hart. Meevierend en meezorgend in Kana: ‘Ze hebben geen wijn meer ...’ Moedige vrouw: mee lijdend onder het kruis. Prachtvrouw: zo moeder, zo Zoon. Maria, Moeder uit de duizend aan duizend moeders gelijk. Dat wij naar haar opkijken, een moederleven lang. Agnes Lameire Agnes Lameire, gepensioneerde godsdienstlerares, noemt Bijbelfiguren haar ‘grote broers en zussen’ van wie ze leert om op haar kleine plek godgericht te leven. Dat de Bijbel haar levende bondgenoot is, daarvan getuigt ook dit artikel.

VRAGEN TER BESPREKING 1. Welke vraag tot verduidelijking wil je stellen? 2. Wat heeft je geraakt of getroffen in dit artikel? 3. ‘De Bijbel lezen met een klare kop en een heilig hart.’ Hoe zou je dat woord van John Henry Newman omschrijven? 4. ‘Doorheen je tranen de bron niet meer zien.’ a) Wanneer was jij de huilende Hagar? b) Was iemand jou toen tot engel? c) Wanneer mocht jij voor iemand een reddende engel zijn? 5. Spreekt de figuur van Maria je op een bijzondere manier aan? Waarom (niet)? En zo ja, hoe?

15


‘De kracht van het beeld reikt verder dan een print’ Een Beeld van Sint-Jozef door Nicolas Alquin “Mijn vader”, zegt Nicolas Alquin, “raadde me een kunstenaarsloopbaan af, ofschoon hij zelf kunstenaar van beroep is. Hij had met zijn gezin barre tijden doorgemaakt. Hij vond het kunstenaarschap voor zijn zoon een onzeker bestaan. Dat wilde hij mij besparen.” Inmiddels is Pierre Alechinsky internationaal beroemd en ligt de kommervolle tijd ver achter hem. Alquin vervolgt: “Omdat vader exposeerde onder onze familienaam Alechinsky koos ik als kunstenaar de naam Alquin.” Anders dan vele collega’s die zich naar de video richtten heeft Alquin resoluut voor het beeldhouwwerk gekozen. In zijn werk is de primitieve sculptuur die in het begin van de 20ste eeuw een radicale vernieuwing in de kunst bracht, duidelijk voelbaar. Zijn belangrijkste drijfveer is het terugvinden van de oervorm. Daarbij is hij niet op zoek naar invloeden maar naar parallellen. Daarin ligt zijn diepe overtuiging, zijn hoop op het voortbestaan van een archetypische fundamentele kunst, de sculptuur, ten dienste van de meest actuele uitdagingen. Nicolas Alquin maakt hoofdzakelijk gebruik van hout bewerkt met bijenwas die op het hout gemodelleerd wordt, steen en brons. Zijn innerlijke drijfveer is verwondering en eerbied voor de natuur. Een glazen dak overkoepelt grotendeels zijn immense atelier in een Parijse voorstad. Her en der liggen stukken leisteen en eeuwenoude eiken balken, wachtend op de transformatie tot kunstwerk. Nicolas Alquin maakt monumentale sculpturen van grote blokken eikenhout en steen. De Beelden hebben vaak een Bijbelse thematiek. Modellen in was van sculpturen in wording en verschillende bronzen beelden staan er op sokkels. Alquin houdt veel van diverse hoge houten beelden die als spreekwoordelijke wachters bij de inkom van zijn atelier staan. Hij noemt ze ‘stylites’, geïnspireerd door de ‘stulos’ of ‘paalheilige’ uit het vroegere christendom. Volgens de overlevering letterlijk hoog in aanzien staande asceten die in eenzaamheid mediteren op een zuil. Dergelijke mystieke onderwerpen zijn een bron van inspiratie voor deze beeldhouwer. Hij voert me in Parijs naar één specifieke locatie waar zijn bronzen beeld getiteld ‘Parole portée à la mémoire des victimes du terrorisme’ een uiterst eervolle plek kreeg. Volgens Alquin is een beeld een markering in de ruimte. Het staat in de tuinen van het Hôtel des Invalides, de plek die bij uitstek geldt 16


als symbool van de Franse Republiek en waar Napoleon begraven ligt. De achterliggende gedachte van Alquin’s beeld ‘Parole portée’ – dat een onthoofde, staande figuur voorstelt die het afgehouwen hoofd op de linker arm draagt – is: de woorden dragen verder dan het fysieke leven. Sinds hij met beeldhouwen begon is Alquin gefascineerd door hout. Een kunstenaar die beitelend en schavend de grammatica van het hout geleerd heeft. “Voor mijn beelden ‘en taille directe’ probeer ik optimaal gebruik te maken van de structuur van het hout. Symboliek breng ik aan door het plaatsen van bladgoud of bladzilver. Mede door inwassing van kalk krijgen de houten beelden een doorleefd uitzicht. De zaagsneden en haksporen laat ik bewust duidelijk zichtbaar.” Keihard hout waaraan de noeste arbeid van de bijl en de zaag een meerwaarde toevoegen. Het kappen in het hout noemt Alquin het bevrijden van de ziel van de boom. Hangend in kabels bewerkt hij maandenlang de tronk, met kracht en precisie, want een vergissing is fataal. Hij laat zijn beelden vaak onvoltooid omdat hij overtuigd is dat als woorden geen betekenis meer kunnen uitdrukken, best de verbeelding spreekt. Alquin volgde steeds de wijze raad van zijn vriend priester-kunstenaar André Gence op: ‘Nicolas, je moet in je kunstcreatie steeds iets onvoltooid laten zodat de kijker het kunstwerk met eigen verbeelding kan voltooien.‘ Nicolas Alquin is werkzaam in binnen- en buitenland. Zo werd hij gevraagd een beeld van Sint-Jozef te beitelen voor de psychiatrische kliniek te Pittem. Hij zou een beeldhouwwerk maken van de patroonheilige en tegelijk iets weergeven van de therapeutische principes van het huis: ‘luisteren naar je innerlijk behang’. Ogenschijnlijk hadden deze beide onderwerpen weinig met elkaar te maken. De kunstenaar las en herlas met grote aandacht dit Evangelie: “De afkomst van Jezus Christus was als volgt. Toen Zijn moeder Maria al was uitgehuwelijkt aan Jozef maar nog niet bij hem woonde, bleek ze zwanger te zijn door de heilige Geest. Haar man Jozef, die een rechtschapen mens was, wilde haar niet in opspraak brengen en dacht erover haar in het geheim te verstoten. Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De engel zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest. Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want Hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.’ Dit alles is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven,’ wat in onze taal betekent: ‘God met ons’. Jozef werd wakker en deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen: hij nam haar bij zich als zijn vrouw, maar hij had geen gemeenschap met haar 17


18


voordat ze haar zoon gebaard had. En hij gaf hem de naam Jezus.” (Matteüs 1,18-25) Beitelend begon Alquin het verband tussen Jozefs droom en het psychotherapeutisch werk steeds beter te begrijpen. Nicolas Alquin heeft vier balken van zeer oude eik met elkaar verbonden. Hij laat het materiaal in zijn oorspronkelijke ruwheid, maar geenszins onbewerkt. In al zijn kracht en eerlijkheid laat hij die tastbare werkelijkheid spreken tot de wanden van ons bestaan. Op een ruwe zijde van het hout ziet u Jozef, de jonge timmerman, het hoofd licht gebogen. Hij denkt na, leunend op een plank. De kunstenaar heeft hem afgebeeld juist op het moment van de openbaring: de stralen zetten zijn gedachten in beweging. Bovenaan rechts zie je een opening die nergens toe leidt. Ze staat voor de kant en klare uitleg van de wijde omgeving, die altijd beter weet maar niet begrijpt… Ter hoogte van zijn hart: de opening. Hierlangs vindt een zilveren licht zijn weg. Alquin gebruikt bladzilver omdat hij meent dat zilver nog beter het licht symboliseert dan goud. Voor deze kunstenaar is goud verlangen of heimwee naar het licht. Het zilver is zoals het lichtspectrum. Het is het licht zelf. Jozef luistert naar de droom. Een openbaring wordt hem medegedeeld… Aan de andere kant van het kunstwerk verbeeldt hij ondubbelzinnig een innerlijke beweging. Ter contrast met de voorzijde heeft hij deze kant bewerkt tot iets dat glinstert als een mooie schelp. Kronkelend en raadselachtig als het inwendige oor, vreemd als een oog dat opengaat. Je kan het ook zien als een wassende maan met haar schaduwzijde in een hemel die openklaart. Jozef lijkt wel hout geworden mysterie, een spraakloos wezen dat aan de wortels van onze beschaving raakt. “Wat ik dankzij deze opdracht heb geleerd zou ik graag met u delen, patiënten, geneesheren, verplegend, logistiek en administratief personeel”, sprak hij bij de inwijding van het beeld. “Ik zie Jozef als een jonge, volwassen man die zijn vak als timmerman goed kent en die een gezin wilt stichten.” Verloofd met Maria wordt hij verrast door de mededeling dat ze zwanger is. Jozef luistert met aandacht en neemt de tijd om na te denken over de betekenis van deze droom. Stilaan groeit het besef dat hij voor vrouw en kind moet zorgen. Door het maken van deze keuze schenkt hij Jezus het leven. Jozef en Maria scheppen samen de nodige levensruimte voor het kind Jezus. Jozef offert alle eigenliefde en vooroordelen op. Jozef heeft zichzelf op het spel durven zetten om leven te geven. Is dit niet wezenlijk voor psychotherapie met alles wat zij met zich meebrengt aan moed, aan loslaten en aan bevrijding? Ik ben getroffen geweest door de overeenkomst tussen het verhaal van Jozef en het therapeutisch werk in deze kliniek: mensen helpen luisteren naar hun diepste zelf. Ook hier wordt leven doorgegeven.” 19


Bij zulke beelden mag iedereen iets anders zien. Gelukkig kijkt iedere mens op zijn manier. De kunstenaar heeft dit beeldhouwwerk bedoeld als een waarachtig teken van ontvankelijkheid en hoop voor allen die in dit huis verblijven: bekwame geneesheren, aandachtig verplegend personeel, ijverige administratie en patiĂŤnten die moedig naar de oorzaak van hun lijden op zoek willen gaan. Mark Delrue Mark Delrue, auteur van de boeken Kunst en Spiritualiteit, Lannoo (2005) en Kunst en Liturgie, Lannoo (2009), is priester van het bisdom Brugge. Hij is directeur van het interdiocesaan museum voor Moderne Religieuze Kunst van de Basiliek van Koekelberg en lid van de commissie van cultusgebouwen in het bisdom Brugge en in het aartsbisdom Mechelen-Brussel. Als curator verleende Mark Delrue zijn medewerking aan een aantal opgemerkte tentoonstellingen, onder meer Epifanie in de parkabdij Leuven in 2000. Bij Averbode verscheen in 2012 een derde boek van Mark Delrue: Op vleugels van verlangen. Over de eigen taal van kunst.

Nieuws uit de beweging BISDOM MECHELEN - BRUSSEL In memoriam E.H. Louis Geysen (1919-2013) Op 16 augustus 2013 vernamen wij met pijn in het hart het overlijden van priester Louis Geysen, gewezen diocesaan geestelijk raadgever van de toenmalige Gulden Leeftijd. Louis heeft van 1988 tot 1999 met grote inzet zijn beste krachten gewijd aan de uitbouw van onze beweging in het Aartsbisdom, dit in samenwerking met de toenmalige voorzitters Yvonne Vanden Eynde en Maurice NoĂŤl zaliger. Samen hebben zij tal van nieuwe kringen gesticht en de werking van de Gulden Leeftijd met veel toewijding en deskundigheid begeleid. Zeer vlot en hartelijk in de omgang als hij was, bezat hij de kunst om de mensen rondom hem te overtuigen en te motiveren. Wij kunnen onze gevoelens van hulde en dankbaarheid voor alles wat hij voor onze beweging geweest en gedaan heeft niet beter

20


vertolken dan door te verwijzen naar zijn getuigenis. Hij heeft die zelf geschreven en ze werd overgenomen in het gedenkenisprentje, een waarachtig geestelijk testament! “ Op de avond van mijn leven leg ik getuigenis af: bij mijn sterven zie ik verlangend uit naar de ontmoeting met de oneindige tedere God, in de zekerheid dat Hij mij in zijn goddelijke barmhartigheid zal opnemen. Want Hij, die Liefde is, zal mijn menselijk falen vergeven en mijn vertrouwen in zijn vaderlijke goedheid belonen. Tijdens mijn leven heb ik met de hulp van Gods Geest getracht een straaltje van zijn Liefde te laten schijnen. Nu wil ik Hem loven en prijzen in een vertrouwvol smeken: Eeuwig is Uw goedheid, Heer. In Uw handen beveel ik nu mijn geest, want Gij zult mij beschermen, getrouwe God. Dat Uw genade mij geleide naar eeuwige geborgenheid bij U in de eeuwig groenende weiden van Uw hemels Rijk.”

BISDOM Antwerpen Van harte bedankt! Op 31 december 2013 zal E.H. Gaston Suls afscheid nemen als diocesaan geestelijk raadgever voor het bisdom Antwerpen. Hij is dit jaar 85 jaar geworden. We danken hem van harte voor 25 jaar onverdroten inzet voor Gulden Leeftijd en Adem-Tocht Antwerpen. Activiteiten • Dinsdag 5 november 2013: Bezinningsdag in Westmalle - thema: Reflecteren over en bidden met Etty Hillesum - gastspreker is Veerle Neyens, annuntiate van Heverlee. • Donderdag 13 maart 2014: Vormingsnamiddag in het TPC - in gesprek met Mia Verbanck, voorzitster. • Donderdag 8 mei 2014: Ontmoetingsnamiddag in het TPC - gastspreker is Bert Claerhout. Kringnieuws • In het bisdom Antwerpen zijn 19 kringen actief. Antwerpen telt nu 274 leden. • De kringen van Zandhoven, Hove en Essen hebben zichzelf opgeheven. • De kring van Wilrijk Sint-Bavo fuseerde met de kring van Wilrijk Pius X. • In ’s Gravenwezel is pater Frans Douwen de drijvende kracht achter een nieuwe, groeiende groep in het WZC Sint-Lodewijk. DE KRING HOBOKEN DON BOSCO / O.L.VROUW STELT ZICH AAN U VOOR Onze kring werd in 1989 samen gebracht door zuster Mia Raeymaekers en vergadert sindsdien in Ter Schelde, een bezinningsoord, vroeger voor scholen, nu beheerd door Encounter Vlaanderen. De kring telt 18 leden: 8 tachtigers, 8 zeventigers en 2 zestigers. De laatste tien jaar heeft onze kring een belangrijke evolutie doorgemaakt. De oudsten stierven of gingen naar een rusthuis. We moesten jongeren aantrekken. We gaven in onze gesprekken ruimte aan ‘twijfelen over’ en ‘zoeken naar’ de betekenis van sommige geloofspunten. Zoals we ze vroeger geleerd hadden, klopten ze blijkbaar niet meer met het moderne denken van wetenschappers en Bijbelkenners. 21


Onze kring heeft altijd getracht goed te luisteren naar het maandelijkse thema-artikel. Iedereen bereidt dit thuis voor om zeker een paragraaf verstaanbaar te kunnen voorlezen. Spontane reacties worden onmiddellijk besproken, soms gelijklopend met de vragen die in het tijdschrift worden voorgesteld. We zijn gewoon geworden om dieper te graven naar de geloofsbetekenis van Bijbelverhalen. In het begin was bij sommige de desillusie over het niet-historische karakter van de verhalen wel ingrijpend, maar allen zijn we er door geraakt en hebben we het ervaren als een bevrijding om zinvol te kunnen geloven. Bij thema’s over levenswijze en engagement als christen in de samenleving komen we steeds bij Jezus terecht. Door die openheid komen we nu aantrekkelijker bij jongere gepensioneerden over. We beschouwen onze bijeenkomst als een werkplaats voor christelijk geloven. Als kleinschalige geloofsgemeenschap willen we dit telkens vieren door na het gesprek samen te bidden en brood te breken om Jezus te gedenken. Elza Inniger, tel. 03 827 29 51, coördineert de kringwerking. Bert Cleymans, tel 03 828 74 05, modereert de gesprekken.

BISDOM BRUGGE Dank en welkom Hartelijk dank aan E.H. André Vanclooster die afscheid neemt als diocesaan geestelijk raadgever voor het bisdom Brugge. Hij wordt opgevolgd door E.H. Joris Weyts die we van harte welkom heten. Feestelijk afscheid en welkom op de ontmoetingsnamiddagen in Diksmuide en Oostkamp. In ons volgend nummer meer uitgebreid nieuws! 22


JUBILEUMVIERING (25 JAAR) KRING SINT-BAVO LAUWE Het begon vijfentwintig jaar geleden als een kleine vriendenkring in de pastorie te Lauwe, met pastoor Marcel Demeulemeester, nu rustend priester in het RVC Sint-Gerardus. Hij vertelde aan enkele gemotiveerde christenen over de spirituele beweging Vie Montante in Frankrijk. Overal ontstonden kleine groepen van leken die onder de bezielende leiding van priesters, in de geest van het Tweede Vaticaans Concilie, zich bewust werden van het Volk Gods. Men voelde toen al de nood aan geloofsinzicht en -verdieping. Terug naar de bron, de Bijbel en de beleving van Christus’ blijde boodschap, of zoals Paulus in zijn brief aan de Galaten schreef: ‘De Liefde is de vervulling van de Wet.’ Met een dynamische vrouw Agnes Gykiere als voorzitster, groeide het aantal leden en werd er maandelijks vergaderd in de Koepel of het Cultureel Centrum. Vriendschap en sociale bewogenheid, aandacht voor zieken, kenmerkten de groep. Vijf jaar geleden werd pastoor Marcel zwaar ziek en hij moest de fakkel doorgeven. Er werd gezocht naar een nieuwe voorzitter die tevens de maandthema’s zou toelichten en de gesprekken leiden. Roger Jans heeft dan die taak op zich genomen. Elke vergadering begint met een gezellig koffiepraatje waarbij de toestand van de zieke leden ter sprake komt. Suggesties voor een bezoekje in het ziekenhuis of aan huis zijn één van onze prioriteiten. Ook gaat onze aandacht uit naar de armen in onze omgeving: de verborgen armoede van deze tijd. We tellen op het ogenblik 29 leden en de nieuwe pastoor Nikolaas Vanneste is de geestelijk raadgever. Het werkjaar werd afgesloten met een verzorgde eucharistieviering in de Verrijzeniskerk en een feestelijke maaltijd. Father Bijou, één van onze Indische missionarissen die Missio Lauwe steunt, was onze gast. Het bestuur wenst aan alle leden veel levensvreugde in het nieuwe werkjaar. En… breng gerust eens een vriend, vriendin of kennis mee!

WEBSITE http://www.kerknet.be/microsite/ademtocht/ (gespreksbijlagen staan centraal op de startpagina bij ‘nieuws’) Even de kringen eraan herinneren na te denken over de thema’s voor het volgend werkjaar. Stuur of mail tegen 31 oktober a.s. de gekozen onderwerpen naar uw diocesaan voorzitter.

Onze dierbare overledenen Edegem: mevrouw Jo Verstraeten, echtgenote van de heer Karel Kerckhofs • Edegem: de heer René Leborgne • Meise: E.H. Louis Geysen • Brugge De Wijngaard en Sint-Michiels: de heer Alfons De Vloo, weduwnaar van mevrouw Leonie (Emelie) Herremans • Sleidinge: mevrouw Mia Van Cauwenberge • Wilrijk Pius X: de heer Seppe van Thiel, weduwnaar van mevrouw Didine Minne • Wingene Wildenburg: mevrouw Cecile Vandewiele • Zwevezele: mevrouw Léa Depauw, echtgenote van de voorzitter • Zwevezele: de heer Frans Calis

23


Afscheid nemen is misschien, de moeilijkste opdracht, die een mens voortdurend te verwerken heeft, zolang hij leeft. Afscheid nemen van geliefde mensen wil zeggen: aanvaarden wat pijn doet, er doorheen groeien zonder van binnen dood te gaan, en er een dankbare herinnering aan over houden, om mee verder te leven. Het is van ‘hard’ naar ‘mild’ gaan en daardoor andere mensen, heel nabij komen K.S.

(Foto Mia Verbanck)

24


Ademtocht november 2013