Issuu on Google+

FEBRUARI 2017 | JAARGANG 28

NR 1/2

Afval en grondstoffen

Cirkel rond? Betonrecepten Kunststofrecycling Grondstofschaarste Verkiezing & milieu Natuurlijk kapitaal Houtafval

NP/MILMAGA-MI17001


KIEZEN VOOR HET MILIEU? Analyse van de verkiezingsprogramma’s Volgende maand kiest Nederland een nieuwe Tweede Kamer. Addo van der Eijk nam voor Milieumagazine de programma’s door en legde ze langs de milieumeetlat. Volop ronkende campagnetaal over klimaat, energie en circulaire economie; waarbij ook de vraag relevant is wat de partijen zelf nu werkelijk stemmen. ADDO VAN DER EIJK

H

et CDA spant de kroon: in het verkiezingsprogramma voor de Tweede Kamer komt het woord ‘milieu’ niet voor. Zelfs ‘rentmeesterschap’ maar één keer. Tekenend? Enigszins. De tijd van ‘milieu’ als integraal en overkoepelend beleidsthema is voorbij, of ingehaald door synoniemen als duurzaamheid, groene groei, leefbaarheid en duurzame economie. Als de term milieu de inhoudsopgaven van de verkiezingsprogramma’s al haalt, dan hoogstens als paragraaf. Hét milieuthema in de programma’s: de opwarming van de aarde. Klimaat en energie, in bijna alle programma’s komen ze prominent aan bod. PvdA noemt de energietransitie zelfs ‘een van de grote opgaven van de 21ste eeuw’. De partij pleit voor een ‘radicale omschakeling om de klimaatverandering te beperken’. Alleen de PVV laat het thema in haar 10-puntenplan links liggen.

Klimaat en energie De klimaat- en energieopgave leeft in politiek Den Haag, waarbij de partijen allemaal het klimaatakkoord van Parijs aanhalen. Wel lijkt het klimaat- en energiebeleid gereduceerd tot CO2-reductie. Zo stelt de VVD: ‘Het Nederlandse energiebeleid moet primair worden gericht op het beperken van de CO2-uitstoot.’ Maar hoe hoog ligt de CO2-lat? Daarover lopen de ambities uiteen. CDA houdt het vaag bij ‘terugdringen van de uitstoot’, VVD en PvdA willen niet verder dan Parijs, terwijl anderen – zoals D66, GroenLinks en PvdD – een tandje extra ambiëren. PvdD loopt voorop met 40 procent minder broeikasgassen in 2020, dus binnen de komende kabinetsperiode, en 65 procent in 2030. Het merendeel – onder andere D66, GroenLinks, ChristenUnie – blijft rond de 50 procent in 2030 steken. De vraag is of ze hiermee echt verder gaan dan ‘Parijs’. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) becijferde immers dat, om onder de twee graden opwarming te blijven, Nederland in 2030 de CO2-uitstoot met 40 30 MILIEUMAGAZINE | NR 1/2 | FEBRUARI 2017

tot 50 procent moet reduceren. En zelfs de uitstoot met en maximale op100 procent moet terugdringen voor een mige partijen verwarming van anderhalve graad. Sommige tonen uitstelgedrag door de stip verr weg op 2050 te legneutraal in 2050’ van gen. Neem het vrijblijvende ‘CO2-neutraal beleid in de recente de SP. Overigens is dit al kabinetsbeleid p. energieagenda van minister Kamp.

Kolencentrales sluiten Goede bedoelingen te over. De klimaatparagrafen imaatparagrafen blinken uit in mooie voornemens. Maar hoe ze te rogramma’s, zowel realiseren? Daarin verschillen de programma’s, omt PvdD een wasin omvang als in concreetheid. Zo somt n masterplan lijst maatregelen op, variërend van een et verbieden voor duurzame warmteopwekking tot het

Kolencentrale op de Maasvlakte


POLITIEKE PROGRAMMA’S

van schaliegas, terwijl het CDA tamelijk vaag blijft over de uitwerking. Een concrete maatregel, namelijk het sluiten van kolencentrales, krijgt de handen op elkaar van PvdD, D66, ChristenUnie, PvdA, SP, DENK en GroenLinks, samen goed voor een meerderheid. November 2015 nam de Tweede Kamer al een motie voor uitfasering aan. Veelgenoemde maatregel is het beprijzen van CO2. Opvallend daarbij is de focus op het Europese CO2emissiehandelssysteem (EU-ETS), toch meer een Brusselse aangelegenheid dan een Haagse. Toch komt het vaak terug. PvdA, SGP, SP, GroenLinks, ChristenUnie: allemaal willen ze het EU-ETS aanscherpen. Ook de VVD wil de prijs per CO2-emissierecht opschroeven, zodat vervuilen duurder wordt. GroenLinks en D66 willen een brede CO2-heffing, ook voor bedrijven die niet onder het EU-ETS vallen.

Circulaire economie Ander veelgenoemd milieuthema: de circulaire economie. Als een mantra klinkt de term door de programma’s. De ChristenUnie noemt het maar liefst tien keer, de PvdA acht keer. Net als de klimaatopgave betitelt de PvdA de circulaire economie als ‘de industriële revolutie van de 21ste eeuw’. In de concrete uitwerking nemen de klassieke linkse en rechtse partijen hun aloude stellingen in. Gechargeerd: rechts kiest voor de markt, links voor de overheid. VVD wil vooral niet teveel sturen, met de overheid op de achtergrond, zodat de markt maximaal kan innoveren. VVD wil wel nor-

men aanscherpen, bijvoorbeeld om schonee autotechnologie, en daarmee schone lucht, af te dwingen. er, onder meer SP, Het ‘linkse kamp’ in de Tweede Kamer, gbare maatregelen PvdA en PvdD, ziet meer in afdwingbare en fiscale sturingsmechanismen. Zo bepleit de PvdA p CO2, verpakkingen, vier nieuwe milieubelastingen: op armte. Onder meer kerosine en het lozen van restwarmte. ëren een algehele fisD66, PvdD en GroenLinks ambiëren tiviteiten minder becale vergroening, dus schone activiteiten lasten, vervuilende zaken juist meer. Zo pleit de PvdD voor ‘het beprijzen van schaarse grondstoffen en proeffecten hebben’ en ducten die grote negatievemilieueff sidies afschaffen. wil de partij milieu-schadelijke subsidies nde rol van de Brede instemming krijgt de stimulerende erheid zou in overheid als launching customer. ‘De overheid ne’ prohaar inkoopbeleid moeten kiezen voor ‘groene’ f ducten. Zo geeft zij zélf het goede voorbeeld’, schrijft de SGP bijvoorbeeld. D66, ChristenUnie, DENK en de SP leggen de overheidslat zelfs op 100 procent duurzaam inkopen.

Groeidenken Meer fundamenteel zit het groeidenken – het neoliberale gedachtengoed - in bijna alle programma’s ingebakken. Liefst ‘schone groei’, zoals onder meer D66 stelt, maar het aanjagen van groei wordt alom als noodzakelijk gezien. Zeker nu het dieptepunt van de economische crisis achter de rug lijkt. Alleen de PvdD spreekt van ‘fouten in het economische systeem’ en ageert tegen het feit dat ‘productie en consumptie dwangmatig moeten groeien’. Ook het CDA neemt ‘afstand van de jachtige 24-uurseconomie, waarin alles draait om kopen en consumeren’. Het CDA wil verder kijken dan omzet en winstcijfers, en stelt een duurzame economie voorop. Toch wordt een alternatief niet geboden. Hetzelfde geldt voor GroenLinks. De partij verkiest weliswaar ‘een groene economie’, maar schopt maar zachtjes tegen het neoliberale huis. En dat, terwijl Jesse Klaver bij zijn aantreden het ‘economisme’ neersabelde. Duurzaamheid was belangrijker dan economische groei, stelde hij destijds. Toch voert de economie in het GroenLinks-programma de boventoon: meer investeren, meer banen en meer welvaart. Stemgedrag Boeiend, die programma’s, maar handelen partijen er ook naar? Stemgedrag in het recente verleden zegt wellicht meer dan ronkende campagnetaal. De site partijgedrag.nl ploos meer dan 750 recente natuur- en milieumoties uit. Het overzicht schetst een vertrouwd beeld. PvdD dient verreweg de natuur- en milieumoties in (29%), gevolgd door GroenLinks (14%) en D66 (10%). Bekijken we de moties afzonderlijk, dan stemmen VVD en PVV overwegend tegen, gevolgd door CDA en SGP. Het VVD-stemgedrag lijkt zelfs in tegenspraak met het partijprogramma. Zo gaat de VVD uitvoerig in op het belang van hergebruik en de circulaire economie, maar stemt de partij bij ingediende moties consequent tegen. Enkele voorbeelden: tégen het stimuleren van afvalscheiding op scholen, tégen een uitvoeringsplan voor het pakket circulaire economie en tégen duurzaamheidsdoelstellingen voor verpakkingen. En zo nog tegen vijftien circulaire moties. Veel mooie woorden dus, maar weinig daden. FEBRUARI 2017 | NR 1/2 | MILIEUMAGAZINE 31


Kiezen voor het milieu? (Milieumagazine)