Issuu on Google+

De Nieuwe Tijd maandblad ACV-Openbare Diensten

Verantwoordelijke uitgever: L. Hamelinck, Helihavenlaan 21, 1000 Brussel

juni 2009

Congres Epsu vraagt aandacht voor openbare diensten in heel Europa

Ziekenhuis Oost-Limburg organiseert ‘Schafttijd’


■ KORTWEG

ACV Openbare Diensten

Inhoud

Algemeen

■ EDITO

3

■ FOCUS

5

■ VLAAMSE OVERHEID

8

■ LOKALE & REGIONALE

BESTUREN

Het inter-professioneel akkoord 20092010 heeft een nieuwe verloningsvorm opgeleverd: de ecocheque. Naast maaltijdcheques, cultuurcheques en sportcheques kunnen werknemers nu ook loon ontvangen in de vorm van ecocheques. Deze kunnen gebruikt worden voor de aankoop van ecologische producten of diensten. Hoewel dit nog nergens is overeengekomen, laat staan omgezet in de nodige wetgeving, behoort de invoering van de ecocheque in de overheidssector ook tot de mogelijkheden.

10

■ FEDERALE OVERHEID

12

■ BIJZONDERE KORPSEN

14

■ VERVOER

20

■ PENSIOENEN

23

Colofon Redactie: Luc Hamelinck, Ann-Michèle Wieleman, Chris Herreman, Marc Saenen, Joris Lermytte, Fréderic De Gélissen, Amélie Janssens,

Eindredactie: Amélie Janssens

Vormgeving: Peeters & Peeters “Compleet Grafisch” www.peetersenpeeters.be

Druk: Corelio Printing www.corelio.be

Contacteer ons www.acv-openbarediensten.be openbarediensten@acv-csc.be 2

Nieuw: ecocheques

Een ecocheque is bedoeld om werkgevers de mogelijkheid te geven werknemers een ‘goedkope’ loonsverhoging te geven. Een werkgever kan een cheque aanbieden bovenop het bestaande loon. Deze cheques zijn vrij van belastingen en socialezekerheidsbijdragen, waardoor de kostprijs voor de werkgever gelijk is aan het voordeel voor de werknemer. Anders dan bij de maaltijdcheques moet een werknemer niet bijdragen aan een ecocheque. De hoogste waarde die een ecocheque mag hebben is 10 euro. Een werknemer mag in 2009 voor maximum 125 euro aan ecocheques ontvangen. Vanaf 2010 is dit maximum 250 euro per jaar. Een ecocheque is twee jaar geldig. Als tegenprestatie voor het laten vallen van belastingen en socialezekerheidsbijdragen eist de overheid dat de cheques enkel gebruikt worden voor aankopen die het milieu ten goede komen. Wat die ecologische en producten en diensten dan wel zijn, is vastgelegd in een lijst die wordt beheerd door de Nationale Arbeidsraad. De producten richten zich op energie-, water- en afvalbesparing, duurzame mobiliteit en natuur. Zo zullen de cheques kunnen gebruikt worden voor uitgaven voor isolatie, recuperatie van regenwater, openbaar vervoer, aankoop van planten en zaden voor de tuin, enz. Meer informatie: www.ecocheques.be

ACV-Openbare Diensten beloont de actieve inzet van militanten bij ledenwerving

Sinds enkele maanden belonen we de inzet van militanten als zij nieuwe leden aanbrengen. Via specifieke inschrijvingsformulieren, die bij de secretaris ter beschikking zijn, kunnen we nagaan welke militanten leden hebben ingeschreven. Aan de hand daarvan maakt iedere militant iedere maand kans op een waardebon van 25 euro. Bovendien ontvangen de militanten die minstens 3 nieuwe leden aanbrachten, sowieso een waardebon van 10 euro. De gelukkigen voor de waardebon van 25 euro van deze maand zijn: Joke Frederickx, Leo Van Loo, Bert Goederman, Erwin Lootens, Jean-Paul Ramaekers en Patrick Fallein. Deze militanten, en de militanten die in aanmerking komen voor de waardebon van 10 euro, zullen eerstdaags via mail gecontacteerd worden. Alvast bedankt voor ieders inspanning! OPGELET: Omwille van praktische redenen zullen alle militanten die deze en vorige maanden in de prijzen gevallen zijn, hun waardebon in de maand juli ontvangen.

juni 2009 De Nieuwe Tijd


EDITO

ACV Openbare Diensten

Landen met stevige openbare sector weerstaan beter aan economische crisis ■ Daags na de Europese verkiezingen, heeft EPSU(1), de Europese vakbond voor openbare diensten, waarvan ACV O penbare D iensten deel uitmaakt, te Brussel een congres georganiseerd. Meer dan 500 afgevaardigden van Noorwegen tot Portugal, van Ierland tot Rusland, kwamen bijeen. Bij die gelegenheid zijn onze prioriteiten over de Europese aanpak naar openbare diensten toe op scherp gesteld. D oor : Luc Hamelinck, voorzitter

Uitwisseling van ervaringen Een internationaal congres vormt natuurlijk het uitgelezen moment om syndicale standpunten in te nemen. Maar het is ook een goede gelegenheid om syndicale ervaringen onder vakbonden uit te wisselen. Het laat toe na te denken over onze strategie en de samenwerking tussen vakbonden aan te halen. De getuigenissen die afgevaardigden uit andere landen brengen blijven soms toch wel bij.

Enkele getuigenissen 1. Onze collega’s uit IJsland bijvoorbeeld getuigden van de torenhoge problemen waarmee ze als klein land te maken hebben door de economische crisis. Iedereen bij ons heeft wel gehoord over de problemen van de IJslandse Kaupthing bank. Maar ginds zijn zowat alle banken over kop gegaan. Het nochtans welvarende land heeft daardoor zware buitenlandse schulden moeten aangaan: tot 10 keer meer zelfs dan de waarde van alle bezittingen van alle IJslanders samen, bedrijven incluis. Eind vorig jaar was alleen in Zimbabwe de inflatie nog hoger dan in IJsland. De 300.000 IJslanders zullen daardoor een hele generatie lang die loodzware schuldenberg moeten afbetalen. En aan het einde van die rit, blijven ze gewoon ‘economisch blut’! 2. In Oekraïne, wil de regering de economie stimuleren en tegelijk de overheidsuitgaven beperken. Om dat laatste te doen worden lonen in de zorgsector beperkt tot om en bij de 70 euro … per maand… Wie dat soort cijfers hoort, weet ongetwijfeld meteen de klepel hangen: aan het belang van zo’n cruciale sector, laat staan aan ieder kwalitatief personeelsbeleid, hecht men er duidelijk bitter weinig belang! 3. Op Europees vlak is de aanpak naar Turkije toe, nogal voorwerp van debat: Turkije zou graag lid worden van de Euro-

pese Unie, en wordt in die aanpak zelfs gesteund vanuit de Verenigde Staten. Maar tegelijk zijn in april en mei 2009 niet minder dan 43 vakbondsverantwoordelijken door de politie opgepakt en 24 gewoon onder arrest geplaatst en hun bezittingen in beslag genomen. Turkije heeft nochtans de verdragen van de Internationale arbeidsorganisatie (IAO) over de syndicale vrijheid ondertekend. Maar hoe moet het dan met een land dat langs de ene kant zegt een goede Europese leerling te willen zijn, en langs de andere kant syndicale leiders gewoon de gevangenis in duwt? Logisch dus dat EPSU krachtdadig bij Turkije heeft geprotesteerd tegen die situatie.

Een andere aanpak Het is zonder meer duidelijk. Uit de economische crisis geraken wordt een hele heksentoer. Het zal een samengaan van maatregelen vergen die onze economie op een nieuwe leest schoeien. Tegelijk stellen economisten vast dat landen met een goed uitgebouwde openbare sector, totnogtoe minder zwaar door de economische crisis getroffen zijn dan andere landen. Dat geeft aan hoezeer een goed uitgebouwde openbare sector, ook voor de globale economie, van cruciaal belang is. Alleen moeten we er wel toe komen van iedereen daar meer van te overtuigen.

(1) EPSU is de afkorting van European Federation of Public Service Unions. Informatie over EPSU en Europese vakbondsactiviteiten kan je altijd gemakkelijk terug vinden op de website www.epsu.org De Nieuwe Tijd juni 2009

Wat denkt ‘de Vlaming’? Naar aanleiding van de jongste verkiezingen, zijn ook peilingen gedaan naar de mening van ‘de Vlaming’ over waar regeringen eventueel kunnen besparen. En we weten het maar al te goed: je moet peilingen met een stevige korrel zout nemen, maar toch… Want wat blijkt nu in dat soort peilingen op nummer 1 te staan?: ‘de ambtenarij’! Maar ja … wat is dat eigenlijk de ambtenarij? Mensen zien helemaal niet de band tussen algemene stereotype beelden over openbare diensten en de dienstverlening die er concreet mee samen gaat. Betekent besparen op de ‘ambtenarij’ dat men geen werk meer moet maken van een rechtvaardige en correcte inning van belastingen? Dat men inspectiediensten vleugellam mag maken? Dat er geen energie meer moet gaan naar voedselveiligheid? … En ga zo maar door! De komende tijd zullen we er als ACV – Openbare Diensten werk van maken om de al te gemakkelijke gemeenplaatsen tegenover de openbare sector te doorprikken. Op die manier willen we de algemene opstelling tegenover de openbare sector bijsturen. Dit kan alleen maar bijdragen tot de verbetering van de positie van werknemers in de openbare sector.

■ 3


â–  EDITO

ACV Openbare Diensten

Enkele sfeerbeelden van het EPSU Congres, van 8 tot 11 juni 2009 in Brussel

4

juni 2009 De Nieuwe Tijd


FOCUS

ACV Openbare Diensten

Diversiteit in de openbare sector: Selor werkt eraan ■ Binnen

de openbare sector wordt al enkele jaren gestreefd naar diversiteit. O mdat de overheid zoveel mogelijk een weerspiegeling wil zijn van de maatschappij, wil ze dit vertaald zien in het personeelsbestand. I n de verschillende openbare diensten, zowel op lokaal , Vlaams als federaal niveau, streeft men dan ook naar voldoende diversiteit, onder andere op vlak van leeftijd, afkomst en geslacht. Daarnaast streeft men ook naar een voldoende tewerkstelling van mensen met een arbeidshandicap.

D oor : Amélie Janssens Selor, het selectiebureau van de federale overheid, startte in 2003 met een ‘project Diversiteit’. Een project dat sindsdien is uitgegroeid tot een volwaardige dienst ‘Diversiteit’ met 6 medewerkers.

van het diversiteitsmanagement: als eerste stap het verzekeren van niet-discriminatie in de organisatie; het communiceren van die nietdiscriminatie volgt dan als tweede stap en het verhogen van en iets doen met die diversiteit is dan de laatste, derde stap.”

Een gesprek met Vincent Van Malderen, procesverantwoordelijke diversiteit bij Selor.

“Om niet-discriminatie te verzekeren, organiseren we bijvoorbeeld opleidingen diversiteit en selectie voor de personeelsleden van Selor. We doen dit intussen ook voor externe selectoren, omdat dit de publieke sector overschrijdt. Daarnaast voeren we een grondige screening uit op de instrumenten die binnen Selor gebruikt worden. Wanneer Selor bijvoorbeeld testen wil aankopen, zal er altijd iemand van onze dienst betrokken worden bij het bespreken van de offertes, en worden de testen grondig geëvalueerd. Bovendien doen we ook actief aan testonderzoeken. We laten een welbepaalde test dan bijvoorbeeld uitvoeren door een autochtoon en allochtoon testpersoon, en vergelijken de resultaten.”

“Selor is een procesgestuurde organisatie en kent 3 kernprocessen: selectie, oriëntering en certificering. Het grote publiek kent ons vooral van onze selecties, maar daarnaast helpen we mensen ook bij de oriëntering binnen hun loopbaan, en organiseren we bijvoorbeeld taaltesten die leiden tot een certificaat. Naast die drie kernprocessen, zijn er nog een aantal ondersteunende processen zoals logistiek en innovatie. Ook de dienst diversiteit is zo’n ondersteunend proces.” “Het is dan ook onze taak om erover te waken dat er binnen die verschillende processen geen sprake is van discriminatie. Binnen ons diversiteitsmanagement werken we aan verschillende projecten, zowel gericht op doelgroepen als doelgroepoverschrijdend. Die projecten kunnen gesitueerd worden in de verschillende stappen

De Nieuwe Tijd juni 2009

“Een van onze meest recente projecten is een project rond Eerder Verworden Competenties (EVC’s). In het najaar van 2009 zullen we daar meer concreet over naar buiten komen, maar de grote lijnen zijn er al. Er zou gewerkt worden met een systeem van instapkaar-

5


■ FOCUS ten, die toegang geven tot een generieke selectie van een bepaald niveau, zonder over het diploma te beschikken. Die instapkaarten kunnen behaald worden op vormingssessies georganiseerd door Selor. In combinatie met 2 jaar ervaring, kunnen deze instapkaarten dan ook toegang geven tot een functiespecifieke selectie. Dit hele systeem is toch vrij vernieuwend, en wordt nu dus helemaal uitgewerkt. “Binnen de eerste stap – het verzekeren van niet-discriminatie – kaderen ook de mogelijkheden rond de ‘redelijke aanpassingen’ voor personen met een handicap. We hanteren hierbij de inclusietheorie. We gaan dus geen afzonderlijke selecties organiseren voor personen met een handicap, iedereen volgt dezelfde selectieprocedure. Personen met een handicap kunnen wel enkele aanpassingen vragen. Dat kan gaan over een groter beeldscherm voor slechtzienden, brailleleesregels, iets meer tijd geven om de testen af te leggen, enzovoort.” “Hoe werkt het systeem van de redelijke aanpassingen voor personen met een handicap nu concreet? Iedere kandidaat schrijft zich

ACV Openbare Diensten

online in voor een bepaalde selectie en maakt in ‘Mijn Selor’ een dossier op, waar hij of zij het diploma kan opladen, ervaring kan invoegen enzovoort. Bovendien hebben ze binnen dit elektronisch dossier de mogelijk om aan te geven dat ze een aanpassing willen. Er volgen dan nog een aantal vragen voor de kandidaat, zodat we heel goed kunnen inschatten welke aanpassingen nodig zijn. De diversiteitsverantwoordelijken bij Selor worden per selectie op de hoogte gebracht van de aanvragen voor redelijke aanpassingen, en doen een grondige analyse. Daarna wordt de kandidaat uitgenodigd voor de selectieprocedure.” “We zijn heel tevreden over de resultaten met betrekking tot de redelijke aanpassingen voor personen met een handicap. Zo zijn de slaagpercentages bij kandidaten met een handicap ongeveer gelijk aan de slaagpercentages bij de andere kandidaten. Bovendien waarderen de kandidaten die van een redelijke aanpassing genoten hebben, dit enorm. Na een aangepaste selectie, kunnen de kandidaten met een handicap een enquête invullen waarin ze een score kunnen geven aan de aanpassing. Selor scoort daar gemiddeld 87%.”

Redelijke aanpassingen in de praktijk cumenten in, of zet ik bestanden om naar een pdf-formaat om ze makkelijker digitaal te kunnen bewaren.” “De bibliotheek is er in principe enkel voor intern gebruik. De mensen van de asieladministratie kunnen bijvoorbeeld informatie opvragen over een bepaald land, als zij met personen van dat land contact hebben voor een asielprocedure. Soms vragen ook studenten informatie aan voor een eindwerk, maar zij moeten dit aanvragen via de communicatiedienst en de toestemming krijgen van de Commissaris-Generaal. Als zij die toestemming hebben, kunnen zij langskomen in de bibliotheek, maar zij kunnen niets ontlenen om mee te nemen naar huis.” “Wanneer de mensen mij pas voor eerste keer zien, merken ze meestal niet dat ik een handicap heb. Ik heb het vooral moeilijk met de fijne motoriek. Een onderdeel van een printer vervangen, gaat bijvoorbeeld moeilijk. En ook in gevallen van grote tijdsdruk, krijg ik het moeilijk, want ik werk iets trager. Bij het schriftelijke examen van Selor om statutair te kunnen worden, heb ik dan ook iets meer tijd gekregen. Verder kreeg ik identiek hetzelfde examen, met dezelfde vragen, ik kon alleen wat rustiger werken. Dat heeft me toch geholpen.” Jan Derweduwen, Bibliotheekmedewerker bij het Commissariaat Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen, dienst Cedoca Jan werkt sinds oktober 1999 bij het CGVS als bibliotheekmedewerker. Hij werkte er als contractueel, tot hij vorig jaar deelnam aan een examen bij Selor om statutair te worden, statutair te worden. Nu hoopt hij tegen de zomer statutair benoemd te worden. “Ik werk in de bibliotheek van het commissariaat en ben verantwoordelijk voor de uitleenregistratie, het beheer van de catalogus en het verzorgen van de aanwinstenlijst. Daarnaast werk ik ook mee aan het catalogeren van elektronische documenten (regio gebonden) in het documentair intranet. Vroeger bewaarden we alle informatie in mappen, maar nu is alles meer digitaal. We moeten dan ook de werken duidelijk beschrijven, zodat ze gemakkelijk terug te vinden zijn. Soms scan ik ook do6

“Bij vroegere sollicitaties zorgde mijn lichte handicap wel soms voor problemen. Ik heb mijn diploma van het 7de specialisatiejaar Kantoor pas behaald toen ik al 24 was. Dat kwam deels door de handicap, maar voor een stuk ook door een foute keuze van studierichting. Op sollicitatiegesprekken was dit soms een probleem. Bovendien vonden ze mijn handicap vaak moeilijk te plaatsen, omdat ze niet zo uitgesproken was.” “Ik ben dan ook blij dat ik nu voor de federale overheid werk. Ook de collega’s vangen mij goed op. Ik heb in het begin veel tijd gekregen om alles te leren en zij hebben ook veel tijd in mij geïnvesteerd. We kunnen ook altijd bij elkaar terecht als we vragen hebben, er is een toffe werksfeer.”

juni 2009 De Nieuwe Tijd


■ VLAAMSE GEMEENSCHAP

ACV Openbare Diensten

Bemiddeling Preventie-en Verwijzersbeleid: protocol van akkoord ondertekend ■ Reeds jarenlang ijvert ACV-O penbare D iensten binnen Preventie-en Verwijzersbeleid voor een oplossing voor de te hoge werkdruk en het gebrek aan middelen binnen deze entiteit. M et de ondertekening van een protocol voor akkoord in het kader van een bemiddelingsprocedure tussen overheid en vakbonden, zijn we toch alweer een stapje verder geraakt in dit dossier . Hopelijk komt dit protocol ten goede aan de core business van deze entiteit, namelijk het begeleiden van jongeren met pro blemen . Door: Liesbet Sommen

De weg naar het protocol Vooraleer toe te lichten wat er in dit protocol van akkoord is opgenomen, is het misschien zinvol de recente gang van zaken – via dewelke we tot dit protocol gekomen zijn - te schetsen. Op 3 februari werd het startsein gegeven met een personeelsvergadering, waarover in het februarinummer van dit magazine al uitvoerig geschreven werd. Deze samenkomst met het personeel werd gevolgd door enkele andere overlegmomenten: met de minister van Welzijn, Veerle Heeren en met de leiding van de administratie van Jongerenwelzijn. Het tweede gesprek met de minister verliep al in een heel andere teneur dan het vorige overleg op 3 februari. De minister stelde dat er heel wat extra opvangplaatsen voor jongeren werden gerealiseerd in haar plan voor de volgende Vlaamse regering, “Perspectief!”. Bovendien kondigde ze aan dat de werklastnorm, waarvoor ACV-Openbare Diensten al jaren ijvert, in het plan zou worden ingeschreven. Op dat moment bleek echter dat de formulering in het plan nogal vaag bleef.

Stakingsaanzegging Het was een van de daaropvolgende gesprekken met de administratie die het potje deed overkoken. Er werden een aantal engagementen aangegaan inzake werklastnorm, jeugdzorgtoelage en regeling voor zwangere consulenten, maar ook hier ging het om vage bewoordingen. De achterban, die na jaren strijden meer concrete voorstellen had verwacht, kon dit niet slikken. Daarop werd een stakingsaanzegging gedaan door de drie vakbonden, waarbij de sociale acties op de diensten ondersteund werden. Dit hield in dat alle maatregelen die door het personeel werden genomen om de te hoge werkbelasting te verminderen, golden als actie. In een aantal diensten werden bijvoorbeeld dossiers van jongeren bevroren, omdat ze op dat moment niet behandeld konden worden. 8

Dit gegeven wekte blijkbaar bij de leiding van de administratie dermate ongerustheid op, dat een bemiddelingsprocedure werd aangevraagd. Dit betekende dat, voor het eerst op vraag van een entiteit, er bemiddeld zou worden door de bemiddelaar van de Vlaamse overheid tussen administratie en vakbonden, in de hoop een aantal afspraken te kunnen maken om op basis daarvan de gesprekken verder te zetten en de acties stop te zetten. Na een aantal voorbereidende gesprekken, vond op 7 mei 2009 het finale overleg plaats tussen bemiddelaar, vakbonden en administratie. De inhoud van dit overleg werd vastgelegd in het officiële bemiddelingsverslag, opgesteld door de bemiddelaar. Hierin is ten eerste opgenomen dat er voor de consulenten een werklastnorm zal worden uitgewerkt in een projectgroep, over wiens werkzaamheden de vakbonden tussentijds informeel zullen worden geïnformeerd. Ten laatste op 1 oktober 2009 zal op basis hiervan een aangepast personeelsplan worden voorgelegd aan de vakbonden. Op uiterlijk 1 november 2009 zal dit personeelsplan worden voorgelegd aan de politieke overheid, die haar fiat dan hopelijk zal geven. Daarnaast houdt een passage over zwangere consulenten in dat er een regeling voor hen zal worden uitgewerkt die rekening zal houden met gevaar op agressie

en, indien de arbeidsgeneesheer hiertoe een noodzaak ziet, met besmettingsgevaar. Ook zal de administratie ten laatste op 1 oktober 2009 een voorstel indienen bij de politieke overheid om het Vlaams Personeelsstatuut te wijzigen, in de hoop een jeugdzorgtoelage te kunnen uitbetalen aan consulenten. Voor administratieve personeelsleden zal worden onderzocht in welke mate het haalbaar en wenselijk is om deze toelage ook voor hen te doen gelden. Tenslotte wordt in een onderdeel over sociale verhoudingen gesteld dat beide partijen erover zullen waken dat de positieve sociale relaties tussen hen beiden gegarandeerd blijven. Indien nodig zal er, wanneer een conflict dreigt, een spoedprocedure worden ingericht om alsnog overleg te plegen. ACV-Openbare Diensten heeft haar akkoord verleend over dit protocol op het Sectorcomité XVIII van 11 mei 2009, zij het met de nodige voorbehouden. We wensen geenszins het kind met het badwater weg te gooien, maar het is duidelijk dat er nog heel wat werk aan de winkel is. Ten eerste moeten we afwachten of de volgende Vlaamse regering het protocol wil uitvoeren. Ten tweede zijn er een aantal van onze eisen gesneuveld in het onderhandelingsproces. juni 2009 De Nieuwe Tijd


VLAAMSE GEMEENSCHAP

ACV Openbare Diensten

Fundamentele opmerkingen Daarom hebben we fundamentele opmerkingen laten toevoegen aan het protocol. Grosso modo kunnen deze worden samengevat als volgt: we vragen, na jarenlang aandringen, eindelijk een toepassing van de werklastnorm. We vragen bovendien met klem dat deze ook wordt uitgewerkt voor administratieve personeelsleden. Daarnaast hebben we aangeklaagd dat de jeugdzorgtoelage in de nabije toekomst nog niet zal worden toegepast voor administratieve personeelsleden. In de buitendiensten komen zij namelijk wél zeer regelmatig in contact met cliënten. We hopen dus dat deze toelage in de toekomst ook voor hen zal gelden. Leden die de volledige tekst van de opmerkingen wensen te raadplegen, kunnen deze opvragen bij de plaatselijke militanten.

Overleg Agentschap Ondernemen ■ Eind mei is het eerste officiële overleg tussen de directie van het Agentschap O ndernemen en de vakbonden van start gegaan . D it is het zogenaamde EOC (entiteitsoverlegcomité) van het Agentschap O ndernemen . H et kersverse agentschap is een samensmelting van het vroegere VLAO (Vlaams Agentschap O ndernemen) en het Agentschap Economie. D oor : Sofie Moerman ACV-Openbare Diensten was op dit overleg aanwezig en bracht volgende agendapunten naar voren:

Het arbeidsreglement ACV-Openbare Diensten heeft een reeks van opmerkingen gemaakt waarmee de directie rekening heeft gehouden, onder andere: ■ Het verruimen van de glijtijd ‘s morgens tot 9.30 uur waardoor de personeelsleden nog comfortabeler gebruik kunnen maken van de variabele arbeidstijdregeling; ■ Ervoor zorgen dat beide bestaande arbeidsreglementen zo ruim mogelijk zijn geïntegreerd; ■ Aanduiden van de EHBO-verantwoordelijken en vragen dat ze de nodige opleidingen krijgen; ■ Het toevoegen van alle mogelijke maatschappelijke zetels,… ACV-Openbare Diensten zal het aangepaste arbeidsreglement goedkeuren onder voorbehoud dat er duidelijkheid is inzake de overgangsregeling van de kredieturen.

Het personeelsplan ACV-Openbare Diensten vraagt naar de stand van zaken van het goedgekeurde personeelsplan. Welke maatregelen kunnen diDe Nieuwe Tijd juni 2009

rect worden uitgevoerd? Wij vragen om de geslaagden van de generieke testen niveau C en D en andere nog geldige aanwervingexamens zo snel mogelijk kansen te geven op een mogelijkheid tot vaste benoeming. ACV-Openbare Diensten vraagt om op korte termijn de mogelijkheden te onderzoeken voor de organisatie van een nieuw aanwervingexamen (adjunct van de directeur met een zekere affiniteit economie).

Personeelsdag

Fouten in Vlimpers (elektronisch personeelsdossier van de Vlaamse overheid)

ACV-Openbare Diensten vraagt om periodiek op de hoogte te worden gehouden van nieuwe aanwervingen zoals voorzien is in een omzendbrief.

We brachten aan dat de gegevens in Vlimpers vooral voor de ex-VLAO personeelsleden vaak niet kloppen. Bovendien is er een gebrek aan communicatie rond het gebruik van Vlimpers (en ook van een aantal documenten zoals de fiche reis- en verblijfkosten). Volgens de overheid proberen zij de fouten, die vooral te wijten zijn aan bestaande vergissingen in de personeelsdossiers, zo snel mogelijk op te lossen. Er zal ook een extra inspanning geleverd worden om de communicatie te verbeteren. In dit verband heeft ACV-Openbare Diensten gevraagd om een algemene communicatie naar het personeel te laten vertrekken met de boodschap dat iedereen zijn of haar gegevens in Vlimpers moet nakijken en indien deze niet kloppen dit te laten weten aan de MOD.

ACV-Openbare Diensten vraagt dat de directie nog dit jaar een personeelsdag zou inrichten. Bij een integratieproces is het belangrijk dat de mensen elkaar leren kennen en een team vormen. Dit is toegezegd door de directie.

Overzicht nieuwe indiensttredingen

Procedure aanvraag vorming Op de valreep is er nog een nota over vorming besproken. ACV-Openbare Diensten heeft gevraagd om de nota aan te passen in functie van een meer algemene visie over vorming en de concrete aanduiding tot wie U zich dient te wenden om vorming aan te vragen, daar dit tot nu toe niet duidelijk was in de nota.

■ 9


■ VLAAMSE GEMEENSCHAP

ACV Openbare Diensten

Sectoraal Akkoord Universitair Ziekenhuis Gent 2008-2009 ■ D e besprekingen rond een Sectoraal Akkoord voor de personeelsleden van UZ G ent voor de periode 2008-2009 verlo pen uiterst moeizaam . O ndanks het feit dat de 3 representatieve vakorganisaties al in november 2008 een gemeenschappelijk eisenbundel klaar hadden, was het nog meer dan 4 maanden wachten op het onderhandelingsvoorstel van de plaatselijke overheid. D oor : Chris Herreman

Peanuts …

Lusten en lasten …

Ondanks de ruime voorbereidingstijd die de leiding van UZ zichzelf gegeven heeft, was het tegenvoorstel van de overheid – zowel inhoudelijk als financieel- totaal ondermaats.

Wij kunnen natuurlijk wel begrip opbrengen voor een budgettair voorzichtig beleid, zeker in tijden van crisis en economisch-sociale onzekerheid. Hopelijk is deze voorzichtigheid ook ingegeven door de lessen uit een nog niet zo ver verleden, waarin roekeloos en éénzijdig bestuur UZ Gent aan de rand van de afgrond bracht. Enkel drastisch ingrijpen en een draconisch beleid konden het faillissement afwenden. En dat het personeel het geweten heeft …

De nochtans zeer gematigde en gestroomlijnde eisen van de vakorganisaties werden in het onderhandelingsvoorstel van de overheid tot quasi ‘0’ herleid. De meerkost van de hospitalisatieverzekering, een verworvenheid uit een vorig sectoraal akkoord, zou verrekend worden op het nu af te sluiten akkoord. Een keer iets geven en 2 maal aanrekenen dus!?! De eis voor een algemene loonsverhoging van 2%, zoals bekomen voor alle personeelsleden van de Vlaamse gemeenschap, is enkel bespreekbaar indien de kostprijs volledig gedragen wordt door de Vlaamse Overheid. Als het over het doorschuiven van een factuur gaat, is de autonomie van UZ Gent plots een stuk minder belangrijk…

10

Waar wij heel wat minder begrip voor kunnen opbrengen is, dat terwijl het ‘gewone’ personeel hun eisen moet inslikken, de artsen langs de kassa passeren voor een loonsverhoging voor een totaal van € 3.000.000! Alles voor de artsen en niets voor de meerderheid van het personeel? Is dit het beleid waar de huidige bestuursploeg van UZ Gent voor tekent?

Ondertussen … Ondertussen blijft een aanzienlijke groep personeelsleden nog altijd verstoken van

een correcte toepassing van de functionele loopbaan. Een ‘foutje’ waardoor betrokken werknemers vele honderden euro’s per maand mislopen. De hardnekkigheid waarmee de directie in dit dossier probeert alle verantwoordelijkheid te ontlopen zal altijd een schandvlek blijven.

De toekomst … Als zoethoudertje wordt de functieclassificatie en een mogelijk nieuw beloningsbeleid in het vooruitzicht gesteld. Wij hopen dat deze oefening niet enkel moet dienen om uitsluitend de in de nieuwe structuur (bij) gecreëerde leidinggevende, coördinerende en andere belangrijke functies extra te verlonen. De verwachtingen zijn hoog gespannen bij alle werknemers van UZ Gent. Indien niet de nodige budgetten gereserveerd worden voor het invoeren van een nieuw verloningsbeleid, dan zou de ontgoocheling wel eens kunnen omslaan in woede…

juni 2009 De Nieuwe Tijd


LOKALE & REGIONALE BESTUREN

ACV Openbare Diensten

Schafttijd in Ziekenhuis Oost-Limburg Genk ■ ACV-O penbare D iensten, ZOL-G enk , organiseerde op maandag 18 C ampagne “Waardig Werk ”, werknemers zijn geen gereedschap

mei

2009

een

“SCHAFTTIJD”

in het kader van de

D oor : Jean-Pierre Tommissen De militanten van het ZOL organiseerden op maandag 18 mei 2009 een “SCHAFTTIJD”, en vroegen zo aan de collega’s aandacht voor de Millenniumverklaring van september 2000 van de Verenigde Naties. In september 2000 hebben de Verenigde Naties (toen 189 lidstaten) in een Millennium-verklaring 8 Millenniumdoelstellingen vastgelegd, waardoor de armoede moet gehalveerd worden tegen 2015.

De 8 doelstellingen:

Schafttijd

Schone kleren in ZOL?

1. Het aantal mensen dat in extreme armoe-

De personeelsrefter van het ZOL werd omgetoverd in een aangepast kader, groene affiches, en affiches van de Campagne “Werknemers zijn geen gereedschap” maakten duidelijk dat er iets op stapel stond. Wereldmuziek op de achtergrond zorgde voor de sfeer. Op de tafels lagen placematjes, met de boodschap “werknemers zijn geen gereedschap”. Aan de collega’s werd bij het binnenkomen gevraagd om de petitiekaarten te tekenen, en zij kregen een pin van de actie opgespeld. Verder werden er producten verkocht (kruiden en magneten) ten voordele van Wereldsolidariteit. Ook TV Limburg was van de partij en zo werd de boodschap wereldkundig gemaakt, en heel Limburg, en niet alleen de personeelsleden van het ZOL, gesensibiliseerd.

Verder werd ook de vraag gesteld aan de directie van het ZOL, in het kader van de Campagne “Schone Kleren”, om in de toekomst bij aankoop van werkkledij, garanties te eisen van leveranciers om de conventies van de Internationale Arbeidsorganisatie te respecteren.

de leeft, moet in 2015 gehalveerd zijn ten opzichte van 1990. Dit geldt ook voor het aantal mensen dat honger heeft. 2. We zorgen ervoor dat tegen 2015 alle kinderen op de wereld basisonderwijs volgen. 3. Meisjes moeten dezelfde kansen krijgen als jongens: in basis- en middelbaar onderwijs tegen 2005, op alle onderwijsniveaus tegen 2015. 4. Het sterftecijfer van kinderen onder de vijf jaar moet in 2015 met twee derde zijn teruggebracht ten opzichte van 1990. 5. De moedersterfte moet in 2015 met driekwart zijn teruggebracht ten opzichte van 1990. 6. Tegen 2015 wordt een halt toegeroepen aan de verspreiding van HIV/Aids, malaria en andere ziektes. 7. Tegen 2015 voeren we overal een goed milieubeleid en stoppen we het onomkeerbare verlies van natuurlijke hulpbronnen. Het aantal mensen zonder toegang tot veilig drinkwater wordt gehalveerd en de levensomstandigheden van ten minste honderd miljoen mensen in sloppenwijken worden aanzienlijk verbeterd. 8. We gaan wereldwijd samenwerken op het gebied van ontwikkeling. We maken afspraken over goed bestuur, we maken eerlijke handel tussen landen mogelijk en er komt een eerlijk financieel systeem. We lossen het schuldenprobleem van ontwikkelingslanden op en we zorgen dat ontwikkelingslanden kunnen beschikken over nieuwe technologieën. We zoeken samen met ontwikkelingslanden naar manieren om fatsoenlijk werk te creëren voor jongeren. De Nieuwe Tijd juni 2009

De directie liet weten deze vraag met grote welwillendheid te willen bekijken. Met een positief gevoel werd deze actie afgesloten, met dank aan de militanten van het ZOL, om dit initiatief te nemen. De Noord-Zuid-problematiek in deze crisistijden ter sprake brengen, vraagt toch wel enige moed. Proficiat !

11


■ LOKALE & REGIONALE BESTUREN

ACV Openbare Diensten

Tucht in de lokale besturen in Vlaanderen ■ Met het besluit van de Vlaamse regering van 9 mei 2009 treedt de tuchtprocedure vermeld in het OCMW-decreet in werking vanaf 1 juli 2009. H iermee zijn de tuchtregelingen van het gemeente-, provincie- en OCMW- personeel in Vlaanderen op elkaar afgestemd. D e tuchtregeling in de lokale besturen wordt nu geregeld door het gemeente-, provincie- en OCMWdecreet en de besluiten van de Vlaamse R egering van 15 december 2006. D eze laatste besluiten vullen de voorgaande wetgeving aan . Voor de B russelse lokale ambtenaren verandert niets op het vlak van het tuchtrecht. I n wat volgt gaan we in op de nu nagenoeg uniforme tuchtregeling voor de Vlaamse lokale ambtenaren . D oor : Joris Lermytte

Tuchtvergrijpen

Het tuchtonderzoek

Tekortkoming aan de beroepsplichten, het in gedrang brengen van de waardigheid van het ambt of een inbreuk op de rechtspositieregeling zijn tuchtvergrijpen en kunnen leiden tot een tuchtstraf. De beroepsplichten worden vermeld in het gemeente-, provincie- en OCMW-decreet en de deontologische code van het bestuur. Handelingen, die de waardigheid van het ambt in het gedrang brengen, kunnen zowel in de beroepssfeer, als in de persoonlijke levenssfeer van het personeelslid zijn gesteld.

De tuchtoverheid die feiten vaststelt die mogelijk een tuchtvergrijp uitmaken, of er kennis van krijgt, geeft opdracht tot het voeren van een tuchtonderzoek, het opmaken van een tuchtverslag en de samenstelling van een tuchtdossier. Het betrokken personeelslid wordt onmiddellijk in kennis gesteld van het tuchtonderzoek, met de vermelding van de feiten die onderzocht worden. Het tuchtonderzoek wordt gevoerd door een tuchtonderzoeker die zich hiërarchisch onder de tuchtoverheid bevindt: veelal de secretaris, griffier of een leidinggevende ambtenaar. De tuchtonderzoeker moet vrij zijn van een schijn van partijdigheid. De tuchtonderzoeker is autonoom in het stellen van onderzoeksdaden zoals verhoor, opvragen van stukken, enz. De tuchtonderzoeker stelt een tuchtverslag op dat al de nuttige gegevens over de feiten en de omstandigheden bevat en voegt dit bij het tuchtdossier met alle stukken. Beide worden overgemaakt aan de tuchtoverheid. De tuchtonderzoeker kan toelichting geven over die bevindingen, maar mag niet aanwezig zijn bij de beraadslaging en de beslissing door de tuchtoverheid. Hierna moet de tuchtoverheid binnen de twee maand beslissen of ze de tuchtprocedure verder wenst te zetten. Deze beslissing mag ook niet later dan zes maand na de start van het tuchtonderzoek genomen worden.

De tuchtstraffen Er bestaan vijf tuchtstraffen. De lichtste, de blaam, is een aanmaning die de tuchtoverheid aan het personeelslid richt. Zware straffen zijn de inhouding van salaris en de schorsing. De maximumstraffen zijn het ontslag van ambtswege en de afzetting. Bij de inhouding van het salaris mag maximaal twintig procent van het salaris gedurende zes maanden worden ingehouden. Het resultaat mag niet lager zijn dan het leefloon. Bij een schorsing, die maximaal zes maanden mag duren, wordt het salaris teruggebracht tot het leefloon. Bij het bepalen van de tuchtstraf spelen beginselen van behoorlijk bestuur en met name het evenredigheidsbeginsel een belangrijke rol. Dit houdt in dat in tuchtzaken de straf in een redelijke verhouding moet staan tot de fout. Men kan hierbij rekening houden met kenmerken van de tuchtfeiten, zoals de ernst, het aantal, de herhaling en de weerslag op de werking van de feiten. Ook kenmerken van de persoon en de dienst kunnen een rol spelen zoals het tuchtrechtelijk verleden of de functie.

De tuchtoverheid De aanstellende overheid is de tuchtoverheid. De wetgevende overheid, de raden zullen nog slecht voor een beperkt aantal personeelsleden als tuchtoverheid optreden (bijvoorbeeld voor de gemeentesecretaris). De gemeente- en provincieraad kunnen een tuchtcommissie oprichten. In de meeste gevallen zullen het college, de deputatie, het vast bureau, de secretaris of de griffier bevoegd zijn. 12

Oproeping en hoorzitting Bij vervolging wordt het betrokken personeelslid opgeroepen voor de hoorzitting bij de tuchtoverheid. De oproeping gebeurt minstens eenentwintig dagen voor de zitting. De oproeping moet melding maken van de feiten, de strafmaat, de plaats en tijdstip van de hoorzitting, recht op bijstand, openbaarheid, het horen van getuigen en schriftelijk verweer. In bijlage worden het tuchtverslag en –dossier gevoegd. Er kan om uitstel van de hoorzitting verzocht worden. Een tuchtstraf kan pas worden opgelegd nadat het personeelslid en desgevallend de raadsman de gelegenheid hebben gekregen om door de tuchtoverheid te worden gehoord over alle feiten die aan het

personeelslid ten laste worden gelegd. Een personeelslid mag zich dus steeds laten bijstaan en/of kan zich tevens laten vertegenwoordigen door een raadsman naar keuze. Een aanvraag tot het horen van getuigen of het neerleggen van bijkomende stukken moet minstens tien dagen voor de zitting gebeuren. De wraking van een lid van de tuchtoverheid kan bij de aanvang van de hoorzitting worden gevraagd. Van de hoorzitting wordt steeds een proces-verbaal opgemaakt. Het proces-verbaal wordt uiterlijk binnen de zeven dagen na de hoorzitting aan de betrokkene en de raadsman overhandigd tegen ontvangstbewijs of toegezonden per aangetekende zending, met het verzoek eventuele bemerkingen mee te delen, het te ondertekenen en terug te bezorgen binnen zeven dagen na ontvangst. Het uitblijven van de terugzending impliceert de aanvaarding van het proces-verbaal.

Beraadslaging en kennisgeving De tuchtoverheid moet binnen twee maanden na het afsluiten van het procesverbaal uitspraak doen over de op te leggen tuchtmaatregel. Enkel de leden van de tuchtoverheid die permanent aanwezig waren tijdens het geheel van de hoorzittingen, mogen deelnemen aan de beraadslagingen en aan de stemming over de op te leggen sanctie. Het tuchtbesluit wordt aan de betrokkene betekend binnen een termijn van veertien dagen na de beslissing. De lichtste en zware tuchtstraffen worden na verloop van een termijn van één tot vier jaar automatisch doorgehaald in het personeelsdossier.

De preventieve schorsing Een personeelslid kan maximaal vier maanden preventief worden geschorst door de tuchtoverheid. Hiertoe moeten twee voorwaarden vervuld zijn: het personeelslid moet strafrechtelijk of tuchtrechtelijk worden vervolgd en de aanwezigheid van het personeelslid moet onverenigbaar zijn met het belang van de dienst. Bij strafrechtelijke vervolging is de verlenging van de schorsing mogelijk. De betrokkene wordt door de tuchtoverheid gehoord vooraleer de preventieve schorsing wordt opgelegd. juni 2009 De Nieuwe Tijd


ACV Openbare Diensten

De hieraan verbonden procedures zijn de zelfde als bij tucht, maar de termijnen worden ingekort. Tijdens de schorsing kan de helft van het salaris, tot het leefloon worden ingehouden. De tuchtsancties schorsing, de inhouding van salaris, ontslag van ambtswege of afzetting hebben uitwerking met ingang van de dag waarop de preventieve schorsing is ingegaan.

Beroep De Beroepscommissie voor tuchtzaken is een door de Vlaamse overheid ingericht orgaan dat de beroepen tegen een tuchtstraf of preventieve schorsing behandeld. Binnen dertig dagen na de ontvangst van de beslissing over het opleggen van een tuchtstraf of een preventieve schorsing

LOKALE & REGIONALE BESTUREN

kan het personeelslid tegen die beslissing beroep aantekenen bij de Beroepscommissie voor tuchtzaken. Behalve in geval van preventieve schorsing, schorst het beroep de beslissing. Het beroepsschrift moet de argumenten tegen de bestreden beslissing bevatten. De beroepscommissie hoort zowel het personeelslid als de tuchtoverheid en/of hun raadsman. De beroepscommissie beschikt over hervormingsrecht. Een tuchtsanctie kan dus worden verzwaard. De praktijk in gemeenten en provincies leert evenwel dat een beroep in heel wat gevallen leidt tot de hervorming van een tuchtsanctie ten gunste van het personeelslid. De beroepscommissie doet een uitspraak binnen de zestig dagen.

Het contractueel personeel De hier beschreven tuchtregeling richt zich uitsluitend tot het statutair personeel. Een bestuur heeft eventueel de mogelijkheid een tuchtregeling te voorzien voor het contractueel personeel. Deze tuchtregeling moet rekening houden met het arbeidsrecht. Met andere woorden: indien het bestuur een tuchtregeling wil uitwerken voor het contractueel personeel moet het dat doen binnen de ruimte die het arbeidsrecht laat om tuchtfeiten te onderzoeken en tuchtsancties op te leggen. Meer informatie: www.binnenland.vlaanderen.be/personeel/tucht.htm

Uit de praktijk:

Eindeloopbaanmaatregelen in de gezondheidsector en het cumulatieverbod. ■ Op onze secretariaten komen geregeld klachten binnen over lokale besturen die hun personeel niet toestaan om arbeidsduurvermindering in de openbare gezondheidssector (ADV) te combineren met verloven als loopbaanonderbreking. Hoe zit dat nu in de praktijk? D oor : Sven De Smet

Loopbaanonderbreking “Het komt aan de lokale besturen toe om te bepalen of zij al dan niet een cumulatieverbod handhaven ten aanzien van loopbaanonderbreking gecombineerd met arbeidsduurvermindering.” Dit was het standpunt dat door het Agentschap Binnenlands Bestuur werd ingenomen en gecommuniceerd naar de lokale en regionale besturen. Dit standpunt, op zich al een nuancering van een eerder ingenomen standpunt, dat het cumulatieverbod als absoluut beschouwde, bespreekt enkel de mogelijke cumulatie van arbeidsduurvermindering en loopbaanonderbreking. Het komt er dus op aan het statuut of de rechtspositieregeling ter hand te nemen en na te kijken of er al dan niet een cumulatieverbod is voorzien. Indien het statuut een cumulatieverbod voorziet dan is dat geldig. Dit wat betreft loopbaanonderbreking dus, maar hoe zit het tussen de combinatie van andere verloven en eindeloopbaanmaatregelen?

Verlof wegens persoonlijke aangelegenheden en andere vormen van onbetaald verlof

Het cumulatieverbod vloeit eigenlijk voort uit het sectoraal akkoord van 29 juni 2001. De omzendbrief van de Vlaamse Gemeenschap van 24 juli 2001 lichtte destijds toe dat er een cumulatieverbod is tussen arbeidsduurvermindering en andere stelsels van arbeidstijdverkorting waarvoor een financiële tegemoetkoming is voorzien. Gezien het nogal eigen is aan vormen van onbetaald verlof, dat er geen financiële De Nieuwe Tijd juni 2009

compensatie is voorzien, zou het dus geen probleem mogen zijn om een combinatie te bekomen.

Betaald verlof of extra verlof toegekend op basis van statuut of rechtspositieregeling

Sommige besturen kennen aan hun personeel bovenop het reguliere verlof, zogenaamde ‘anciënniteitsdagen’ toe. Dit zijn extra verlofdagen toegekend op basis van anciënniteit of leeftijd. Deze anciënniteitsdagen moeten gecatalogeerd worden als “gewone” vakantiedagen of dienstvrijstelling en niet als vorm van loopbaanonderbreking. Een cumulatieverbod inroepen gebaseerd op de regelgeving van eindeloopbaanmaatregelen gezondheidssector is dan ook niet aan de orde. Ons standpunt werd hierin recentelijk nog bijgetreden door het Agentschap Binnenlands Bestuur. Toch zien we dat verschillende OCMW’s letterlijk een artikel inschrijven, dat stelt dat wie reeds geniet van eindeloopbaanvoordelen in het kader van de gezondheidszorg(de premie of de AV-dagen), geen aanspraak kan maken op anciënniteitsdagen toegekend op basis van het statuut. In de praktijk komt dit dus ook neer op een cumulatieverbod, zij het dan met een andere wettelijke basis. Men baseert zich op art 42 van de organieke OCMW-wet, dat stelt dat OCMW’s voor wat betreft voor de zogenaamde specifieke personeelsgraden (dit zijn graden die op de gemeente niet bestaan) kunnen afwijken van de rechtspo-

sitieregeling zoals in de gemeente voorzien is, “indien het specifiek karakter van sommige diensten en inrichtingen van het centrum dit nodig zou maken.” Vooropgesteld dat een gemeentebestuur anciënniteitsdagen voorziet voor haar personeel kan dit concreet betekenen dat een OCMW beslist om dit niet toe te passen op bepaalde diensten of inrichtingen (zoals bijvoorbeeld de OCMW-rusthuizen). Nochtans moeten dergelijke afwijkingen grondig gemotiveerd worden en in principe toegepast op al het personeel van deze ‘diensten of instellingen’. Uitgaande van het standpunt dat een bestuur het gelijkheidbeginsel ten opzichte van haar personeel dient te handhaven, blijft het ACV-Openbare diensten echter de discussie aangaan. Immers, de motivatie die bepaalde OCMW’s geven om af te wijken van de rechtspositie van de gemeente voor die personeelsleden die eindeloopbaanmaatregelen genieten, vertrekt vaak van de verkeerde veronderstelling dat deze personeelsleden reeds verlof genieten in de vorm van de AV-dagen. Gemakshalve wordt weggelaten dat deze dagen vaak niet vrij gekozen kunnen worden, niet opgespaard mogen worden en dat een aantal personeelsleden de eindeloopbaanmaatregelen geniet in de vorm van een premie in plaats van werkduurvermindering. De discussie is voor wat deze vormen van verlof betreft dus een stuk ingewikkelder en verre van definitief gevoerd. We volgen het verder voor u op en blijven ons inspannen voor een gelijke behandeling van al het personeel. 13


■ FEDERALE OVERHEID

ACV Openbare Diensten

ACV-Openbare Diensten tekent (alleen...) akkoord voor het personeel van de gevangenissen ■ Na maanden van onderhandelen en helaas ook soms (zinloze) stakingsacties, tekende ACV-O penbare D iensten op 14 mei een protocol van akkoord met de M inister van J ustitie. D it akkoord geldt voor de periode tot 2011. D oor : Luc Neirynck Dat ‘wij’ alleen tekenen lijkt een kwalijke gewoonte geworden. En natuurlijk horen wij nu al de geruchten circuleren: het ACV heeft getekend want de minister is van de CD&V.... Blijkbaar hebben zij die dat zeggen een kort geheugen, want in oktober 2005 hebben wij ook als enige vakbond een akkoord getekend met minister Onkelinx (fases van staking). Tot nader order is/was dit een minister van de Parti Socialiste !!! Goed beseffende dat het hier niet gaat over hét ‘ideale’ akkoord, hebben wij wel oog voor de positieve zaken in dit akkoord want voor ons primeert de inhoud, en het Nationaal Comité gevangenissen had een duidelijk standpunt ingenomen.

Een kort overzicht van de voornaamste punten: ■

Een algemene upgrading voor het bewakingspersoneel van het niveau D naar C en van C naar B, gepaard gaand met een gewaarborgde loonsverhoging. De overgang van D naar C behelst meer dan 6.500 personeelsleden. Er dient géén examen afgelegd om deze overgang te maken. In niveau B wordt een nieuwe graad gecreëerd. De mogelijkheid voor kortgeschoolden om, via het behalen van een instapkaart, een statutair ambt te verwerven in het niveau C: een ware revolutie in het federaal ambt. Via het afleggen van één proef kan men de toegang bekomen tot een niveau waar men geen diploma voor heeft.... De uitbreiding van de opleiding voor het bewakingspersoneel (van 3 naar 12 maanden!): dit is al lang het stokpaard van ACV-Openbare Diensten. Een beter opgeleid personeel om ‘gewapend’ te zijn tegen de alsmaar moeilijker werkomstandigheden! Ook de visie dat er een specifiek opleidingscentrum moet komen is weerhouden in het protocol! Een nieuwe, permanente vorm van werving gestoeld op competenties: gedaan

14

met de ‘monsterexamens’! Gerichte examens die op regelmatige basis plaatsvinden, moeten zorgen voor een permanente instroom van personeel. ■

Behoud van de specificiteitpremie bij het verkrijgen van de competentiepremie voor het administratief, verplegend en psychosociaal personeel en directie: bij het behalen van de competentiepremie bleek men plots géén specifiek werk meer te verrichten. Deze ongerijmdheid werd gelukkig teruggeschroefd...

De invoering van een arbeidsreglement, geldig voor alle instellingen: het leek ‘wachten op Godot’, maar na jarenlang onderhandelen (met vallen en opstaan) is er eindelijk een arbeidsreglement op komst. Dit regelt onder meer de afronding van de bijzondere prestaties op dagbasis. Hopelijk is dit dé aanleiding om in alle instellingen uniform te gaan werken!

Ook werd een timing voor de uitvoering van dit, maar ook van vorige akkoorden afgesproken. In tijden van instabiliteit zeker geen overbodige luxe!

Correct akkoord in deze context In een context van maatschappelijke recessie lijkt ons dit een eerbaar en correct akkoord. Maar zoals we maar al te goed weten is het afsluiten van een protocol maar een start. De uitwerking en uitvoering er van is nog een ander paar mouwen. Onze vakbond is er echter klaar voor en zal op een constructieve, doch waakzame manier, meewerken aan de uitvoering van dit akkoord! Hopelijk denken de ‘andere’ syndicale organisaties er ook zo over... Wij roepen hen alvast op in het belang van het personeel op de werkvloer te handelen.

Gevangenis in Tilburg wordt Belgisch Beschamend en alleen als noodoplossing aanvaardbaar! Het hing al een tijdje in de lucht, maar nu zou de kogel (bijna) door de kerk zijn. De Belgische overheid zou een hele gevangenis kopen in Nederland.... Wat ons betreft, beschamend en alleen als noodoplossing aanvaardbaar! Deze oplossing is immers niet alleen duur (meer dan 50%!) maar brengt heel wat problemen met zich mee. Niet alleen wetgevende, maar vooral praktische: hoe zal men de verplaatsingen van deze gedetineerden regelen, wat met de begeleiding en tal van andere problemen...? Hopelijk beseffen zij, die (tientallen) jaren de noodzaak niet wilden inzien om de gevangeniscapaciteit op te drijven, dat zij fout zaten en dit toch wel een (zéér !) dure vergissing aan het worden is. Ook wordt het tijd dat wij ons in België gaan bezinnen over een aantal maatschappelijke fenomenen. Zo is iedereen er zich van bewust dat men dringend nieuwe gevangenissen dient te bouwen, maar tegelijk lijdt men ook massaal aan het NIMBY-syndroom (Not In My BackYard). Ook lijkt het meer en meer voldoende om een of andere actiegroep te stichten om alles ‘stil’ te leggen (cfr. bouw nieuwe gevangenis Dendermonde). Men zal toch eens prioriteiten moeten leggen... wat is belangrijker? Een broedplaats van een beschermde vogel of het feit dat men meer dan 1.500 mensen (!) in inhumane omstandigheden kan opsluiten? Het dient echter gezegd: de nood is hoog! Een, weliswaar tijdelijke, oplossing dringt zich dan ook op. Het is dan ook alleen in dit opzicht dat we deze noodoplossing kunnen aanvaarden. We zullen dan ook blijven ijveren voor een duurzame (Belgische) oplossing voor de overbevolking in de Belgische gevangenissen. Uitbreiding van de celcapaciteit is hierbij noodzakelijk, zonder daarbij de uitbreiding van een aantal alternatieve maatregelen uit het oog te verliezen.

■ juni 2009 De Nieuwe Tijd


FEDERALE OVERHEID

ACV Openbare Diensten

Een beter federaal welzijnsbeleid: onze eisen ■ In

ons eisencahier voor een sectoraal akkoord formuleren we volgende eisen:

2009-2010

voor de personeelsleden van het federaal openbaar ambt

D oor : Erik Van den Broeck ■

Een verantwoordelijke en doeltreffende werkgever zorgt ervoor dat zijn personeel in de best mogelijk omstandigheden kan werken. Een doeltreffend en geïntegreerd welzijnsbeleid is hier een noodzakelijk onderdeel van. ■ De preventieadviseurs oefenen de taken uit naargelang het niveau van hun brevet als preventieadviseur, waarbij tevens de schaalgrootte en het opdrachtenpakket van de instelling medebepalend zijn voor de zwaarte en hun graad van verantwoordelijk. Echter voor de preventieadviseurs die houder zijn van het loopbaanniveau B, C of D staat hun verloning in schril contrast met het hoge kennisniveau, de vele vaardigheden en de wettelijke verantwoordelijkheden die van hen worden geëist. Daarom dient voor de preventieadviseurs in de niveaus B, C of D te worden voorzien in een bijkomende verloning.

Maar verder vindt ACV-Openbare Diensten dat het welzijnbeleid binnen het federaal openbaar ambt een echt geïntegreerde aanpak moet krijgen, zeker ook wat betreft de verschillende actiedomeinen gedefinieerd door de Welzijnwet. Deze geïntegreerde aanpak moet voor ACV-Openbare Diensten stoelen op volgende pijlers:

1. De ontwikkeling van een gemeen-

2.

3.

Deze twee eisen hebben we in voorbereiding van de onderhandelingen met de minister van ambtenarenzaken inhoudelijk verder uitgewerkt en hem overgemaakt. Lees even met ons mee.

4.

Een geïntegreerd welzijnsbeleid Het ‘welbevinden’ van een medewerker wordt bepaald door zijn levenskwaliteit. Zowel zijn privésituatie als zijn werksituatie zijn bepalende factoren voor het niveau van zijn persoonlijke levenskwaliteit. Van de federale overheid verwachten we dat ze binnen de werkomgeving met een gerichte en een volgehouden inzet de kansen op een hoge levenskwaliteit voor de medeweker creëert. Een hoge levenskwaliteit van de medewerkers biedt een ideale voedingsbodem voor de goede prestaties die men iedere dag van hen verwacht. In functie van deze doelstelling kunnen volgende elementen vanuit onze voorliggende eisenbundel worden geplaatst: volledige werkgeverstussenkomst in de hospitalisatieverzekeringspremie, een breed aanbod van bedrijfsrestaurants, het organiseren van kinderopvang, werklastmetingen om stresssituaties te voorkomen, het opzetten van een eindeloopbaanbeleid, andere werkvormen zoals telewerk … De Nieuwe Tijd juni 2009

5. 6. 7.

8.

schappelijke visie op welzijn en de welzijnsdoelstellingen, dit zowel voor het ganse federaal openbaar ambt als binnen iedere federale organisatie zelf. Een gecoördineerde welzijnsaanpak binnen een duidelijke en erkende structuur voor het federaal openbaar ambt. De verschillende welzijnsactoren werken daarbij samen. Het maken van een stand van zaken en analyse aangaande de welzijnsgraad en de welzijnsnoden binnen de federale organisaties. De resultaten ervan vormen de basis van een totaalactieplan voor het federaal openbaar ambt. Welzijnsindicatoren bieden een permanent zicht op de welzijnsgraad in onze federale organisaties, en geven aanleiding tot verdere ontwikkeling van het actieplan of ze zorgen voor de bijsturing van ingezette verbeteracties. Zowel iedere manager als elke leidinggevende neemt de welzijns- doelstellingen op in zijn werkzaamheden. Sensibilisatie van alle medewerkers aangaande hun eigen rol en hun inzet in het kader van een welzijnsbeleid. De federale overheid investeert niet enkel met een goede wil maar ook met de nodige financiële middelen en goed uitgebouwde structuren om de welzijnsdoelstellingen te realiseren (we denken ondermeer aan de vele noden op het vlak van gebouweninfrastructuur en de rol en de middelen van de Regie der Gebouwen). De integreerde welzijnsaanpak voor het federaal openbaar ambt vormt een gestructureerd onderdeel van de werkzaamheden van comité B (= onderhandelingscomité voor de federale overheid), of kent eventueel een eigen overlegplatform.

Een billijke verloning voor de preventieadviseurs

De preventieadviseurs werkzaam in de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (IDPBW) worden onafhankelijk van hun opdracht (belast met leiding of onder de leiding van een collega-preventieadviseur), en onafhankelijk van het niveau van hun aanvullende vorming (niveau I of niveau II), tewerkgesteld binnen de verschillende loopbaanniveaus van het federaal openbaar ambt. Hun loopbaanontwikkeling en de daaraan verbonden verloning staan in functie van het loopbaanniveau (B, C of D) dat ze bekleden. Enkel in niveau A kan de loopbaanontwikkeling worden verbonden aan de vier specifieke functiebeschrijvingen van ‘preventieadviseur’.

Een onbillijke situatie De wettelijke opdracht, de eraan verbonden verantwoordelijkheid, de in te vullen rollen, de hiërarchische positionering en de vereiste technische expertise van een preventieadviseur in de loopbaanniveaus B, C en D zijn volkomen identiek aan deze van een preventieadviseur in het loopbaanniveau A. Echter het loopbaanverloop en de verloning voor deze preventieadviseurs sporen voor beide ‘groepen’ van preventieadviseurs sterk uit elkaar. Deze toestand creëert een erg onbillijke situatie voor de preventieadviseurs verbonden aan de loopbaanniveaus B, C of D

Ons voorstel Met een weddetoeslag voor de preventieadviseurs in niveau B, C of D moet de loonkloof met de collega’s in niveau A worden overbrugd, en creëert men zo de interne billijkheid Deze operatie moet voor ons samengaan met de bevordering van de groep van preventieadviseurs in niveau A die zich nog in een lagere loopbaanklasse bevinden dan de klasse die is verbonden aan de ‘preventiefunctie’ die ze effectief uitoefenen. 15


■ FEDERALE OVERHEID

ACV Openbare Diensten

Douane waarschuwt Vlaamse Gemeenschap ■ Lenim D e federale regering heft nog belastingen van gewesten en gemeenschappen. Indien die bereid zijn dit zelf te gaan doen en het personeel mee overnemen, krijgen ze hiervoor een vergoeding . D oor : Marc Nijs Op 17 december 2008 vroeg de Vlaamse regering om de verkeersbelasting (en andere belastingen i.v.m. verkeer) over te nemen. Ze nemen tevens ± 180 personeelsleden van de Directe Belastingen – Invordering over en een 90-tal douaniers. Over de wijze van overgang (wie en tegen welke voorwaarden) moet nog worden onderhandeld. Toch is er al protest bij de Douane.

Te weinig personeel Indien de Vlaamse douane ± 90 personeelsleden uit de motorbrigades moet leveren zijn die diensten volledig uitgekleed. De diensten zijn al onderbemand en hebben een zeer oud personeelsbestand. Er gaan gewoon geen personeelsleden meer overschieten om het werk te doen. Vergeet niet dat haar werk belangrijker is geworden sedert de grenscontrole in de meeste gevallen is weggevallen. Logisch zou zijn dat het toezicht op de ver keersbelasting (+ Eurovignet, een belasting op in verkeersstelling) bij de Douane blijft. Het heeft geen zin om die taken af te splitsen en een nieuwe controledienst op te richten met alleen die taak. De dou-

16

Acties

ane controleert bij vrachtwagens tevens ondermeer de lading en de brandstof. Daarenboven worden jaarlijks heel wat vaststellingen gedaan op vlak van verkeersbelasting. De Vlaamse Gemeenschap zal het op dat vlak echt niet beter of efficiënter doen.

Ondertussen ontstaan er al acties her en der. In afwachting van de onderhandelingen gebeurt alles maar mondjesmaat. Maar indien er geen rustgevend signaal komt zou de situatie wel eens uit de hand kunnen lopen. Toegegeven, op vlak van wetgeving moet er wat worden aangepast, maar wie oog heeft voor gezond verstand heeft daar geen problemen mee.

juni 2009 De Nieuwe Tijd


BIJZONDERE KORPSEN

ACV Openbare Diensten

Herplaatsingen federale politie - mobiliteit D oor : Stijn Kwanten Ingevolge de besprekingen op het Onderhandelingsco+mité van 29/04/09 en 13/05/09 heeft het directiecomité van de federale politie beslist de oproep tot herplaatsing (DGS/DSP/Coord Mob en Det12889 van 23 maart 2009) te annuleren.

Alle in het raam van de oproep ingediende aanvragen vervallen.

worden uitgebracht, met hierin 100 ambten opengesteld bij de federale politie.

Na overleg met, en met akkoord van de minister van Binnenlandse Zaken, zal een extra erratum aan de mobiliteit 2009-01

Open Politieacademie op zaterdag 27 juni

De Nieuwe Tijd juni 2009


■ BIJZONDERE KORPSEN

ACV Openbare Diensten

Defensie: Erkenning van vormingen ■ Tussen de politieke autoriteit en erkende representatieve vakorganisaties werd overeengekomen een proefproject tot erkenning van vorming (eventueel in het kader van externe mobiliteit) op te starten in 2009, deze nadien te evalueren en de nodige aanpassingen te doen . D oor : Dirk Deheegher Het “protocolakkoord tussen MOD en de ministers van de gewesten bevoegd voor werk en vorming en de ministers van de Gemeenschappen bevoegd voor werk, maatschappelijke promotie en vorming houdende de samenwerking op de arbeidsmarkt” werd getekend op 15 februari 07. Het artikel 3 van het protocol akkoord voorziet partnerschapsovereenkomsten (8 december 08) met verschillende partners in verschillende domeinen. Er zijn reeds een aantal actieplannen uitgewerkt met een aantal partners (de Vlaamse Gemeenschap, la Communauté Francaise, de Deutschprachige Gemeinschaft, de FOD P&O, de FOD Binnenlandse Zaken, de FOD Mobiliteit & Vervoer, le FOREM, de VDAB, Actiris, Bruxelles Formation, het Arbeitsamt der DG, SYNTRA, IFAPME, IAWM, EFPME, Bloso, Adeps, het Rode Kruis, la Croix Rouge en eventueel Telindus). In samenwerking met alle vormingsorganismen binnen defensie werden de vormingen geselecteerd die in aanmerking komen voor een erkenning door één of meerdere burgerinstanties. Per vorming werd het verschil tussen de bij Defensie en in de burgerij verworven competenties bepaald. Het resultaat is een lijst met vormingen Defensie die volledig gelijklopend

18

(100% match) zijn en andere die verschillend zijn(<100% match). ■

100% match: voorlegging attest Defensie volstaat om erkenning door burgerinstantie te bekomen (Eerste lijst) <100% match: bij het volgen van één of meerdere supplementaire vormingsmodules of het afleggen van een test/examen bij de betrokken burgerinstanties, zou een oplossing kunnen bieden om tot een erkenning te komen van uw militair brevet. (Tweede lijst) Deze twee lijsten zijn terug te vinden op de website van de Task Force externe mobiliteit

Het doel van dit specifiek proefproject tot erkenning van de vorming, voornamelijk met het oog op de vrijwillige externe mobiliteit, werd als volgt omschreven in de procedure: ‘het beleid “erkenning vormingen” wil bijdragen tot het verhogen van de aantrekkingskracht van het departement Defensie op jonge werknemers en tot het verlagen van de individuele drempel voor de vrijwillige uitstroom uit het departement voor oudere militairen door onder meer hun waarde op de burgerarbeidsmarkt te doen erkennen.’

Praktisch: ■

de vraag tot erkenning gaat uit van het personeelslid van Defensie

Elk personeelslid kan erkenning vragen van een vorming verstrekt door Defensie. Defensie zorgt voor financiële stimuli en dienstontheffingen aan bepaalde doelgroepen: 1. Alle personeelsleden van defensie, die de vormingen hebben gevolgd die voorkomen op beide lijsten. Voorwaarde: je moet de vorming binnen defensie minstens twee jaar hebben voltooid op het moment van de afsluitdatum. 2. kunnen genieten van ondersteunende maatregelen, zowel financieel als in tijd (studie uren in de vorm van dienstontheffing). De personeelsleden in de leeftijdsgroep 35 jaar – 50 jaar (niveau D en C, andere worden nog bepaald) en de lagere officieren die geen gebruik maken van het recht om hun pensioen leeftijd te verhogen naar 56 jaar.

juni 2009 De Nieuwe Tijd


BIJZONDERE KORPSEN

ACV Openbare Diensten

a. Financieel vlak: Er zal een maximum krediet van 1850,00 € (aangepast aan index) per persoon voor de ganse loopbaan ter beschikking zijn. • Vereffening administratieve kosten voor schriftelijke erkenning (gelijkwaardige vormingen) - meerdere aanvragen mogelijk per afsluitdatum • Kost deelname aan aanvullende vormingsmodule - één aanvraag per kalenderjaar. De administratieve procedure mag de drempel van 600 € per aanvraag niet overschrijden (Afwijking kan toegestaan worden door HR-E&G bij voldoende krediet) b. Dienstontheffing (enkel voor aanvullende vormingsmodules): 75 uur per kalenderjaar (waarop eventueel afwijking kan worden verkregen tot 120 uur. De vraag hiervoor wordt geëvalueerd door HR-E&G). Bij aanvraag zal bovendien rekening gehouden worden met volgende criteria 1. De operationaliteitsvereiste: De CO van het personeelslid zal een gemotiveerd advies uitbrengen omtrent de deelname. De CO moet nakijken of de vorming gebeurt tijdens een activiteit waarvoor de aanwezigheid vereist is in de eenheid (intensieve dienst, hulpverlening of operationele inzet). Het personeelslid kan een verweer doen

De Nieuwe Tijd juni 2009

gelden. DGHR neemt het advies en het verweerschrift in overweging. 2. Budgetaire restricties DGHR bepaalt jaarlijks het budget dat zal besteed worden. De aanvraagprocedure vindt één keer per kalenderjaar plaats: start in het jaar X-1 met uitvoering van de beslissing in het jaar X. ■

De aanvraag gebeurt met model B via de CO aan DGHR/HRG-CV tijdens de voorziene periode.

Per aanvrager wordt een dossier opgesteld met:

project leidt tot een goed wettelijk kader, zodat erkenning van vorming geen willekeur blijft in het ter beschikking stellen van middelen, tijd en procedure. Daarom is het voor ACV-Openbare Diensten van groot belang dat dit proefproject een tijdelijk karakter heeft, en dat er een degelijk engagement is naar de opzet van een wettelijk kader.

• model B • gemotiveerd advies korpsoverste • eventueel verweerschrift ■

Wordt behandeld door DGHR volgens voorziene procedure (Dit wordt verder beschreven in hun SPS.

ACV-Openbare Diensten is zeker voorstander van de erkenning van de vormingen gegeven door defensie en het wapenen zowel van militairen met een intern loopbaanperspectief als deze militairen die vrijwillig de keuze maken om in te stappen in een vorm van externe mobiliteit. ACV-Openbare Diensten strijdt immers al sinds lange tijd voor het ingeschreven recht op vorming in het statuut van de militairen, niet enkel in functie van de functie, maar ook in functie van loopbaanperspectieven, welke deze ook mogen zijn. Wat voor ACV-Openbare Diensten dan ook minstens even belangrijk is, is dat dit proef-

19


■ VERVOER

ACV Openbare Diensten

CAO onderhandelingen D oor : Jan Coolbrandt

CAO onderhandelingen bij De Vlaamse Exploitanten ■

Op 18 mei werd met de Vlaamse exploitanten bekeken op welke wijze de CAO van De Lijn kan worden vertaald in een CAO voor de werknemers van de Vlaamse pachters. Wij verwijzen naar ons bericht nr. 09/05. De werkgevers gaan akkoord met de koopkrachtverhoging zoals vastgelegd door De Lijn, t.t.z. ■

De verhoging van de werkgeversbijdrage in een maaltijdcheque met 1 euro en dit vanaf 1 juni e.k. De werkgeversbijdrage bedraagt dan 2,63€ per cheque. De werknemersbijdrage blijft 1,09€ per cheque.

De jaarlijkse toekenning (vanaf januari 2010) van een cadeaucheque ter waarde van 35 euro. ■ De toekenning van een fietsvergoeding van 0,15 euro per kilometer. Het betreft een vergoeding waarop werknemers recht hebben indien zij tenminste 5 km. met de fiets afleggen (enkele rit). De fietsvergoeding wordt in principe maandelijks betaald op basis van het aantal effectieve arbeidsdagen dat de fiets gebruikt wordt. Dus per werkdag. De werkgevers stellen duidelijk dat zij geen bijkomende werknemerseisen kunnen inwilligen, aangezien hiervoor geen financiële middelen voorzien zijn (budget De Lijn – kilometerkostprijs) en gezien het IPA (het interprofessioneel akkoord) dit ook niet toelaat. De werknemers verwijzen naar hun eisenbundel (zie nr.09/03) en betreuren dat de werkgever niet op eigen kosten bijkomende werknemerseisen willen financie-

ren. Daar tegenover staat dan weer dat de werkgevers geen andere eisen (zie nr. 09/06) op tafel leggen. In verband met de hospitalisatieverzekering (zie de gratis hospitalisatieverzekering die vanaf 1 januari 2009 voor alle werknemers van De Lijn is ingevoerd) pleiten zij voor een aanpassing van de bestaande hospitalisatieverzekering bij de pachters. Voor de problematiek van de hospitalisatieverzekering verwijzen wij ook naar ons standpunt dat zowel in de sector 01 (Vlaams en Waals), als in de 02 als in de 03 een gratis hospitalisatieverzekering zou moeten worden aangeboden (zie ook bericht nr. 09/09). Aangezien nog een aantal modaliteiten moeten worden afgesproken en wij ook een duidelijk antwoord verwachten over de problematiek ‘hospitalisatieverzekering’ wordt een nieuwe afspraak gemaakt. Op 16 juni e.k. hopen wij de gesprekken te kunnen afronden.

Cao onderhandelingen PC 140.01, 02 en 03 Op 18 mei kwamen de sociale partners bijeen. Zowel de vakbonden als de werkgevers lichtten hun eisenbundel nog eens toe. De werkgevers leggen volgende klemtonen: ■

De koopkracht: de werkgevers vragen dat de onderhandelingen op het niveau van de sectoren (01, 02 en 03) worden opgestart. Zij beklemtonen dat binnen het kader van het IPA moet worden onderhandeld. ■ Het brugpensioen: de werkgevers zijn bereid de CAO ( leeftijd op 58 j.) te verlengen. ■ De permanente vorming (in het kader van het attest voor vakbekwaamheid): de werkgevers zijn bereid om te onderhandelen over de betaling van minstens een deel van de vormingstijd ( = arbeidstijd). De financiering zou gebeuren via het sociaal fonds. ■ De terugbetaling van het rijbewijs aan de werknemers die via het ‘vrije’ kanaal in de sector beginnen: de werkgevers willen de terugbetaling van deze kosten gefinancierd zien door het sociaal fonds. 20

De terugbetaling ‘medische schifting’: de werkgevers willen een globale forfaitaire regeling onderhandelen. De financiering zou ook kunnen gebeuren via het sociaal fonds. ■ Het pensioenplan: de werkgevers zijn bereid om de werkgeversbijdrage met 0,1 % te verhogen ( 25 euro per werknemer). De werkgevers blijven bij hun vraag om meer flexibiliteit (arbeidsduur) en de proratisering van premies en vergoedingen (zie ons bericht van nr. 09/06). Op onze vraag om het vakbondsstatuut aan te passen, om een aanvullende vergoeding te betalen ingeval van het brugpensioen op de leeftijd van 56 jaar ( en 40 jaar dienst), wordt negatief geantwoord. De vragen betreffende de vergoeding woon-werkverkeer, de werkkledij,… worden doorverwezen naar de onderhandelingen in de sectoren (01, 02, 03). De vakbonden van hun kant vragen de invoering van een hospitalisatieverzekering voor de personeelsleden van alle sectoren. Dit voordeel zou ook gefinancierd kunnen worden met de middelen van het sociaal

fonds. Zij zijn tevreden dat de werkgevers middelen willen vrijmaken om het pensioenplan verder uit te bouwen, om de medische schifting aan te pakken en om de permanente vorming (arbeidstijd) te financieren. Indien de onderhandelingen in de sectoren opgestart worden en er uitsluitend binnen het kader van het IPA (125 euro in 2009 en 250 euro in 2010) kan worden onderhandeld, stellen de vakbonden dat geen bijkomende eisen van de werkgevers (zie flexibiliteit en proratisering) kunnen worden ingewilligd. De onderhandelingen over het gemeenschappelijk eisenbundel (01,02 en 03) worden op 24 juni e.k. verder gezet. Ondertussen wordt binnen het Sociaal fonds bekeken hoeveel middelen er kunnen vrijgemaakt worden om een aantal eisen van werkgevers- en werknemerszijde te financieren. De onderhandelingen over het eisenbundel in de autocarsector zullen op 22 juni e.k. van start gaan. De onderhandelingen over het eisenbundel van de speciale diensten zullen van start gaan op 25 juni e.k. juni 2009 De Nieuwe Tijd


VERVOER

ACV Openbare Diensten

Luchtvaartmaatschappijen ■ Alle in het raam van de oproep ingediende aanvragen vervallen. D oor : Olivier Debecker Op 18 mei 2009 werd een protocolakkoord afgesloten voor de luchtvaartmaatschappijen.

Kader: IPA Vooraleer we wat uitleg verschaffen over de afspraken die in onze sector over de koopkracht zijn gemaakt, moeten we het hier eerst even hebben over het Interprofessioneel akkoord oftewel het IPA. Het IPA wordt tweejaarlijks onderhandeld door de Nationale sociale partners, ACV, ABVV en ACLVB voor de werknemers en het VBO, UNIZO, Boerenbond,... voor de werkgevers. Het IPA legt vast over wat op sectoraal en bedrijfsniveau kan worden onderhandeld. Het gaat o.a. over de koopkracht. De gemaakt afspraken gelden voor 2009 en 2010. Rekening houdende met de economische en financiële crisis heeft het IPA bepaald dat voor 2009 over een koopkrachtverhoging van maximaal 125 euro en voor 2010 over maximaal 250 euro mag worden onderhandeld. Deze bedragen zijn dus niet automatisch verworven. Er moet dus zowel over het bedrag als over de toekenning voor het jaar 2009 en/of 2010 worden onderhandeld. Uitzonderlijk staan de sociale partners netto-formules toe. Deze netto-formules zijn bovendien fiscaal vriendelijk voor de werkgevers. De twee netto-formules die naar voor worden geschoven betreft de verhoging van de werkgeversbijdrage in maaltijdcheques met 1 euro of de toekenning van de ecocheque (een nieuwe formule). Het IPA zegt ook dat bruto-formules mogelijk zijn. Bijvoorbeeld, het verhogen van de vergoeding woon-werkverkeer, de verhoging van de bruto-lonen… De koopkrachtverhoging via bruto-formules uitkeren betekent dat er netto nog nauwelijks iets overschiet. Slotsom: ook over de keuze van de formule moet dus op sectoraal niveau worden onderhandeld. Het akkoord voorziet dat in de sectoren ook nog moet worden onderhandeld over het recurrent karakter van deze koopkrachtverhoging. Dit is niet verworven! Tot slot kunnen deze bedragen ook worden geproratiseerd in functie van de tewerkstelling van de personeelsleden. Ook hierover dient te worden onderhandeld in de sectoren. De Nieuwe Tijd juni 2009

Akkoord luchtvaartmaatschappijen De werkgevers hebben de crisis – ook in de luchtvaartsector – gebruikt om te stellen dat er voor 2009 geen koopkrachtverhoging (125 euro) kan worden toegekend. De budgetten 2009 zijn vastgelegd. Punt uit. Voor 2010 is men wel bereid om het maximaal bedrag van 250 euro toe te kennen. En wel op 1 januari 2010. De sectorale formule: er is geopteerd voor de toekenning van de ecocheque (zie ook pagina 2 in dit nummer of www.echocheque.be). In heel wat bedrijven worden maaltijdcheques uitgekeerd, maar voor bepaalde groepen (vliegend personeel) van onze luchtvaartbedrijven kan dit niet. Vandaar onze keuze voor deze nieuwe nettoformule! Op bedrijfsvlak kan met de vakbonden via de vakbondsdelegatie) onderhandeld worden over een andere formule ( vb. maaltijdcheques, verhoging van de vergoeding voor privé-vervoer voor het woon-werkverkeer, verhoging ‘groepsverzekering,…). Indien er voor 1 december 2009 GEEN bedrijfsakkoord wordt afgesloten – registratie via het Ministerie van Werk - wordt automatisch de ecocheque uitgekeerd. Het protocol voorziet dat alle personeelsleden die in dienst zijn op 1 januari 2009 recht hebben op 250 euro. Bovendien heeft elk personeelslid recht op het volledige bedrag. Er wordt dus niet geproratiseerd in functie van de tewerkstelling. Tot slot, is deze formule niet recurrent. Het akkoord voorziet dat in 2010 hierover moet worden onderhandeld.

Het brugpensioen De bestaande brugpensioenregelingen worden verlengd. De brugpensioenregeling op 58 jaar loopt nu af eind 2011. De brugpensioenregeling op 55 jaar voor werknemers met nachtprestaties (20 jaar) en met 33 jaar beroepsloopbaan loopt nu af eind 2010.

Het anciënniteitsverlof De sectorregeling voorziet reeds in de toekenning van 1 dag bijkomend verlof (bovenop de 20 wettelijke verlofdagen) na 5 jaar anciënniteit. Er komt via dit protocol 1 dag verlof bij na 10 jaar anciënniteit. Opgelet: heel wat bedrijven hebben een eigen verlofregeling met bijkomend verlof

ingeval van een bepaalde anciënniteit. Dit verlof komt er niet bovenop.

Meervoudig ontslag Sinds de crisis stellen wij vast dat heel wat bedrijven – grote én kleine – de procedure ‘collectief ontslag’ of de zogenaamde ‘Wet Renault’ proberen te omzeilen. In deze onderhandelingen hebben wij geprobeerd hierover hardere afspraken te maken. Dit is ons deels gelukt. In de kleine bedrijven (maximum 20 werknemers) - waar er GEEN regeling bestaat -, moet nu ook een procedure worden gerespecteerd. Indien ze niet wordt gerespecteerd, worden er sancties voorzien. De verhoging met 2% van het gewaarborgd minimummaandinkomen in de sector

Vakbondspremie De vakbondspremie die jaarlijks aan de werknemers, lid van een vakbond, wordt uitgekeerd, wordt vanaf 2009 van 100 euro op 120 euro gebracht. Opgelet: de premie 2009 wordt in de eerste helft van 2010 uitbetaald.

Tot slot Deze akkoorden moeten nu in collectieve arbeidsovereenkomsten worden omgezet. Het kan zijn dat, vooral voor wat de modaliteiten betreft, preciseringen zullen worden aangebracht. Begin juni werden de CAO’s opgesteld. Wij hopen dat zij dan zo snel mogelijk aan het paritair comité worden voorgelegd en ondertekend. Wij bezorgen jullie deze CAO’s. Vanaf dat moment zullen de werkgevers in de verschillende bedrijven onderhandelingen aanknopen over – voor hen – de juiste formule. Wij raden jullie aan om toch contact op te nemen met jullie vakbondssecretaris. Hij kan jullie met raad en daad bijstaan bij deze onderhandelingen. Uiteraard gaan wij hier niet beweren dat dit een uitzonderlijk goed akkoord is! Rekening houdende met wat in het IPA werd afgesproken en wat in andere sectoren is afgesproken lijkt ons dit een billijk, verdedigbaar akkoord. Wij hopen natuurlijk dat de werkgevers in 2010 akkoord zullen kunnen gaan met het recurrente karakter van deze koopkrachtverhoging. Dit maakt echter nog voorwerp uit van onderhandelingen. 21


■ VERVOER

ACV Openbare Diensten

De Lijn: wie gelooft die mensen nog! ■ O p 8 mei en 9 mei werd door de collega’s van ACOD tegen de CAO, afgesloten tussen D e Lijn en het ACV en het ACLVB, gestaakt. D oor : Jan Coolbrandt Niemand was en is echt onder de indruk van ‘de coup de théâtre’ van het ACOD. Ook de publieke opinie en bij uitbreiding onze politieke vertegenwoordigers niet. Integendeel, nog maar eens wordt gewezen op de rol van een overheidsbedrijf als De Lijn, het nut van dergelijke stakingsacties, de financiering van De Lijn, etc,… Misschien heeft het ACOD het dan toch begrepen, want sindsdien zijn acties uitgebleven...

Op geen enkel moment heeft ACOD gepoogd de inhoud van de CAO op een correcte manier aan de man of vrouw te brengen. Op deze manier wordt het personeel misleid en misbruikt.

Over het recht op staking gesproken? Uiteraard zullen wij tot de laatste snik het stakingsrecht verdedigen. Kunnen wij dan ook aan ACOD vragen dat zij de mening van de collega’s respecteert wanneer zij niet willen staken maar willen werken? Geloofwaardigheid heeft te maken met het respecteren van elkaars mening.

Of is het ACOD niet te doen om haar geloofwaardigheid door de realisatie van haar beloftes? Maar gaat het hier gewoon om het proberen winnen van zieltjes met de hulp van de stakerskas? Het heeft er alle schijn van!

Wij kunnen gerust stellen dat ACOD – gelukkig niet overal - er alles heeft aan gedaan om werkwilligen het werk te beletten. Zelfs bedreigingen en intimidaties zijn gebruikt. Tot onze spijt moeten wij vaststellen dat bepaalde verantwoordelijken van De Lijn er ook bitter weinig aan hebben gedaan opdat de werkwilligen ook effectief aan de slag konden gaan. Geloofwaardigheid heeft te maken met het objectief informeren van het personeel.

22

Geloofwaardigheid heeft te maken met het realiseren van zijn beloftes. ACOD belooft het personeel van alles. Wij zullen hen alvast hieraan blijven herinneren.

Het ACV is alvast blij over het feit dat een belangrijk deel van het personeel wel voor rede vatbaar is en het besef heeft dat in deze moeilijke tijden de uitvoering van het Interprofessioneel akkoord, inclusief de fietsvergoeding, het hoogst haalbare is en blijft. En…dat de werkzekerheid bij onze maatschappij en het behoud van onze verworven rechten ons alleen maar kan worden verzekerd omwille van het feit dat wij een overheidsbedrijf zijn en blijven.. Deze ‘verworvenheden’ mogen wij zomaar niet te grabbel te gooien!

Het ACV dankt hierbij dan ook haar leden alsook haar militanten voor de steun.

STORK: de waarheid en niets anders dan de waarheid! Ook over dit luik van de CAO worden heel wat leugens verteld. In de CAO staat dat wij nog voor de vakantie – en voor wat ons betreft zo snel mogelijk - de gesprekken starten over de reorganisatie en de herwaardering van de technische diensten. Er is dus tot op vandaag geen enkele concrete maatregel gekend, laat staan dat er is over onderhandeld. Het staat buiten kijf. Ook dit dossier is voor het ACV enorm belangrijk. Wij zullen de rechten en voordelen van het personeel met hand en tand verdedigen. Wij zullen deze besprekingen gebruiken om het administratief en geldelijk statuut van het personeel van de technische diensten te verbeteren. Maar wij zullen ook hier geen loze beloftes doen!

juni 2009 De Nieuwe Tijd


PENSIOENEN

ACV Openbare Diensten

Verhoging van de minimumpensioenen ■ D e minimum- overheidspensioenen worden binnenkort verhoogd. D e minima worden retroactief verhoogd op 1 oktober 2008 en 1 april 2009 telkens met twee procent. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de intersectorale agenda die we met de overheid overeenkwamen . Dankzij onze inspanningen stijgen de minimumpensioenen met een bedrag tussen de 46 en 57 euro per maand. D oor : Joris Lermytte

Verhoging van de minimumpensioenen De minimum-overheidspensioenen worden binnenkort verhoogd. De minima worden retroactief verhoogd op 1 oktober 2008 en 1 april 2009 telkens met twee procent. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de intersectorale agenda die we met de overheid overeenkwamen. Dankzij onze inspanningen stijgen de minimumpensioenen met een bedrag tussen de 46 en 57 euro per maand.

renten geniet, worden ook die van het supplement afgetrokken. Renten wegens arbeidsongeval en andere soortgelijke voordelen die een schade vergoeden, worden slechts voor de helft afgetrokken. De inkomsten van de echtgenoot boven de 300,93 euro per maand worden van het supplement afgetrokken. Aan elke gehuwde gepensioneerde wordt echter een basisminimumbedrag gewaarborgd. Dat bedraagt 655,49 euro bruto per maand.

Het minimumpensioen

Vakantiegeld voor meer gepensioneerden

Wie een pensioen heeft dat onder de minimumgrens ligt ontvangt een supplement dat er voor zorgt dat het pensioen gelijk wordt aan het minimum. Om dat supplement te kunnen verkrijgen moet men aan de volgende voorwaarden voldoen: 1. Men moet 20 jaar prestaties bewijzen of men moet op pensioen gesteld zijn wegens lichamelijke ongeschiktheid. 2. De prestaties die recht geven op het pensioen moeten minstens halftijds zijn. 3. Tussen het neerleggen van het ambt en de pensionering mag men niet bij een nieuwe werkgever aan de slag zijn gegaan.

In mei hadden sommige gepensioneerden met een bescheiden overheidspensioen en de gepensioneerden met een pensioen ten laste van de RVP recht op vakantiegeld. Voor de overheidspensioenen werden de grensbedragen waaronder het vakantiegeld wordt toegekend met 4% verhoogd. Hiermee werd uitvoering gegeven aan de intersectorale agenda die we met de overheid overeenkwamen. Dankzij onze inspanningen hebben meer gepensioneerden een vakantiegeld ontvangen. Ter controle bezorgen we u het volgende overzicht: Vakantiegeld gepensioneerden 2009

De bedragen

Overheidspensioen

Rustpensioen wegens leeftijd of dienstanciënniteit Bruto/ m

alleenstaand

gehuwd

€ 1.188,84

€ 1.486,02

Rustpensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid 50% 62,5% referentiewedde referentiewedde Minimum Bruto/ m < € 1.188,84 < € 1.486,02 Maximum Bruto/ m

> € 1.638,72

> € 2.048,41

Overlevingspensioen Bruto/ m

€ 1.036,29

Deze bedragen worden van kracht na publicatie van het koninklijk besluit in het staatsblad.

Verminderingen Voor een gepensioneerde die niet steeds voltijds heeft gewerkt en geen 20 volledige jaren kan bewijzen, worden de minimumbedragen verminderd overeenkomstig de verhouding tussen de gepresteerde loopbaan en een voltijdse loopbaan. De uitbetaling van het supplement wordt voor een volledig lopend jaar geschorst indien een gepensioneerde door een winstgevende activiteit een inkomen verwerft van meer dan 867,76 euro bruto per jaar. Als een gepensioneerde andere pensioenen of De Nieuwe Tijd juni 2009

Werknemerspensioen

Bedragen Rustpensioen

Overlevingspensioen

Alleenst.

€ 231,17

€ 231,17

Gehuwd

€ 308,23

Alleenst.

+ € 342,65

Gehuwd

+ € 410,86

Toeslag Alleenst. minimum pensioen lich. ongeschikt. Gehuwd

+ € 349,49

€ 568,80

Bedrag Toeslag minimum pensioen

€ 711,01 + € 349,49

+ € 419,06

Voorwaarden Grens pensioenbedrag

2009 (+4%)

€ 2.005,96

€ 1.604,77

Opmerking: het vakantiegeld voor een overheids-rustpensioen wordt enkel uitbetaald vanaf 60 jaar. Het vakantiegeld voor een overheidspensioen wordt verminderd met het vakantiegeld voor een werknemerspensioen indien beide gecumuleerd worden.

■ 23


Va k a n t i e . . . Geniet ervan! Meer informatie over jaarlijkse vakantie op http://jaarlijksevakantie.acv-online.be


De Nieuwe Tijd - juni 2009