Page 1

EĂŠn jaar na het begin van de financiĂŤle crisis een analyse om het debat in het ACV te voeden

Over de hele wereld maken werknemers de zwaarste economische en financiĂŤle crisis sinds tachtig jaar mee. De crisis heeft een blijvende impact op onze economie. Ze begon ongeveer een jaar geleden en beheerst sindsdien ook ons vakbondswerk. Het nieuwe werkjaar zet in onder een slecht gesternte: onzekerheid op de arbeidsmarkt en budgettaire moeilijkheden. De crisis bracht wanverhoudingen aan het licht die zich al jarenlang opstapelden, niet alleen in de Verenigde Staten maar ook elders in de wereld. Met dit dossier willen we duidelijk maken waar de oorzaken van de crisis liggen. Om van daaruit te bepalen wat moet veranderen en welke acties moeten worden ondernomen om de zaken ten gronde aan te pakken. We zetten krijtlijnen uit voor het debat dat de komende maanden zal worden gevoerd over de aanpak van de sociale en budgettaire crisis.


Een terugblik De financiële crisis ontstond in 2007 op de Amerikaanse vastgoedmarkt. De banken reikten hypothecaire leningen uit aan mensen die niet in staat waren om die terug te betalen met hun loon. De banken redeneerden dat als mensen hun lening niet konden afbetalen, ze het geld van de lening sowieso konden recupereren via de verkoop van hun huis. De vastgoedprijzen gingen immers gestaag de hoogte in.

Vervolgens ontdeden de banken zich van de risico’s van deze bedenkelijke hypothecaire leningen door ze samen te voegen met andere minder risicovolle kredieten in zogenaamde ‘gestructureerde financiële producten’. Deze afgeleide producten werden dan verkocht aan zakenbanken, andere banken, pensioenfondsen, enz. over heel de wereld. Dit was mogelijk doordat de financiële architectuur zodanig complex was dat niemand zich bewust was van de risico’s die hij liep door deze producten te kopen. Bovendien werd de financiële kwaliteit van deze producten overgewaardeerd door de ratingagent-schappen – agentschappen die ratings geven aan activa in functie van het risico. Op basis van statistische modellen ging men er bovendien van uit dat spreiding het risico deed verminderen. Een grote misvatting bleek achteraf, want zo werd het hele internationale financiële systeem onderuit gehaald. De hypothecaire leningen werden verstrekt met variabele rentevoet. Het geleende bedrag was dus afhankelijk van de evolutie van de hypothecaire rentevoet. Omdat de rentevoet steeg waren duizenden Amerikaanse gezinnen plots niet meer in staat om hun lening af te betalen. Ze waren genoodzaakt hun huis te verkopen. De vastgoedzeepbel spatte uiteen, de prijzen stortten in. De waarde van de gestructureerde producten, gebaseerd op de regelmatige terugbetaling van lenin-

2

gen, duikelde naar beneden. Als gevolg van de ineenstorting van de Amerikaanse vastgoedmarkt kregen gezinnen het steeds moeilijker om hun lening af te betalen. En op hun beurt ondervonden de banken die gestructureerde financiële producten hadden aangekocht, grote problemen. Alleen wist niemand welke banken die gestructureerde producten in bezit hadden en in welke hoeveelheid. Het vertrouwen op de interbancaire markt (de markt waarop de banken elkaar geld lenen) raakte volledig zoek. Geen enkele bank durfde het nog aan om te lenen aan een andere bank tegen een redelijk tarief. Veeg teken aan de wand was dat Bear Stearns, een belangrijke Amerikaanse investeringsbank, in september 2008 het faillissement aanvroeg. De situatie leek zich te stabiliseren toen de bank werd overgekocht door een andere zakenbank, JP Morgan Chase. Kort daarna werden evenwel Fannie Mae en Freddie Mac, twee belangrijke instellingen voor hypothecair krediet die samen 50% vertegenwoordigen van de hypothecaire kredieten in de VS, onder bescherming van het Amerikaanse Ministerie van Financiën geplaatst. Ondanks dat geloofde iedereen nog dat de financiële crisis onder controle was. Alles veranderde echter met de zaak van de Lehman Brothers, een investeringsbank met internationale allure. Toen de aandelen van deze bank op de beurs crashten, werd de bank niet opgevangen door de Amerikaanse overheid. De overheid wilde zo het sig-

naal geven aan de financiële instellingen dat ze hun verantwoordelijkheid moesten opnemen en dat de regering niet kon tussenkomen. De investeringsbank ging failliet. Dit zorgde voor paniek in de hele wereld. Een algemene vertrouwenscrisis volgde. De crisis barstte in alle hevigheid los. De economische situatie in de VS en Europa verslechterde zienderogen en tegen alle verwachtingen in sloeg de crisis eveneens toe in de groeilanden. Ook de gezinnen verloren hun vertrouwen, wat te merken was aan hun consumptiegedrag. Bedrijven gingen veel minder investeren omdat de toekomstperspectieven er weinig positief uitzagen. Het werd steeds moeilijker om toegang te krijgen tot kredieten: de intrestvoeten bij de banken waren hoog en de voorwaarden om een lening te krijgen zeer restrictief. De wereldhandel daverde op zijn grondvesten. Er ontstond een vicieuze cirkel: de financiële crisis had een impact op de reële economie en doordat het steeds slechter ging met de reële economie werd de financiële crisis groter en groter.

| 10 SEPTEMBER 2009 | EÉN JA AR N A HET BEGIN VAN DE FIN ANCIËLE CRISIS: EEN AN ALY SE OM HET DEBAT IN HET ACV TE VOEDEN |


© Belpress

Een schrijnend tekort aan regulering op de financiële markten ligt mee aan de basis van de crisis.

Wat ligt er aan de grondslag van de crisis? De mechanismen die aan de oorsprong liggen van de financiële crisis zijn meervoudig en complex. Het is belangrijk om ze elk apart goed in te schatten en een beter zicht te krijgen op de beleidskeuzes die geleid hebben tot de huidige catastrofe. Een aantal factoren heeft ervoor gezorgd dat de financiële crisis vrij spel kreeg: ■

De Amerikaanse centrale bank heeft jarenlang lage intresten gehanteerd en heeft zo bijgedragen tot een groei gebaseerd op de schuldenlast van de gezinnen, banken en de Amerikaanse staat.

De groeilanden, vooral China, en de olielanden beschikten over enorme spaargelden die ze in de VS investeerden.

De Amerikaanse vraag kreeg een enorme boost, wat normaal gezien een inflatiegolf had moeten veroorzaken. Dit was echter niet het geval dankzij de invoer van zeer goedkope Aziatische, en dan vooral Chinese, producten.

Hoewel de schuldenlast van de gezinnen, financiële instellingen en de Amerikaanse staat duizelingwekkend hoog was, speelde de dollar toch niet het vertrouwen van de schuldeisers kwijt. Wat meespeelde was dat de dollar een bevoorrecht statuut genoot als valuta van het internationale handelsverkeer.

Zowel de politieke en monetaire Amerikaanse autoriteiten als Wall Street en de City hemelden sinds de jaren 1980 de autoregulering en de rationaliteit van de banken en financiële instellingen in het algemeen op. Bijgevolg viel de regelgeving langzaamaan uit elkaar zonder dat daarvoor nieuwe reguleringen, onmisbaar

om de innovatie in de sector te omkaderen, in de plaats kwamen. Het logische gevolg was een schrijnend tekort aan regulering op de financiële markten. Deze factoren maakten het mogelijk om liquiditeiten aan te maken die niemand controleerde. Op die manier konden financiële beleggers, op zoek naar een maximale rentabiliteit, speculatieve bellen doen ontstaan op verschillende markten, met name de internet-, olie-, voedings- en vastgoedmarkt. Deze bellen zijn schoksgewijs uiteengespat en zo begonnen steeds meer instellingen te wankelen tot de huidige crisis alles aan het wankelen bracht.

(gesteund door enkele gerenommeerde economisten) een fundamenteel probleem in de dynamiek van de vraag in de VS, Europa en in andere landen, onder meer in China. In plaats van een groeimodel gebaseerd op de stijging van de reële lonen heeft men voor middelhoge en lage inkomens loonmatiging en precaire werkgelegenheid in de hand gewerkt ten voordele van de verloning van hoge lonen en kapitaal. In vele landen, bv. in China of Duitsland, veroorzaakte de groeistrategie gericht op de export een loonmatiging om de competitiviteit van producten te behouden. In de VS met het individualistische systeem van arbeidsrelaties staan lage en middelhoge lonen sinds lange tijd onder druk.

Ook al heeft de Amerikaanse overheid een niet te miskennen verantwoordelijkheid in deze crisis, de politieke overheid en de toezichtsorganen in Europa moeten evenzeer met de vinger worden gewezen. Meer dan één Europese politieke overheid heeft ingestemd met reguleringen die momenteel niet meer volstaan. Meer nog, als het aanbod toxische producten vooral uit de VS komt, dan is zeker de helft van de vraag naar deze producten afkomstig van beleggers en banken uit Europa. De toezichtsorganen in Europa hebben de banken massaal laten beleggen in Amerikaanse toxische producten. Het is interessant om te zien hoe landen zoals Japan en China niet meededen en dat vanuit de Spaanse overheid de banken beperkingen werden opgelegd.

De situatie werd nog slechter doordat de financiële sector een steeds groter deel van de rijkdom van ondernemingen in beslag nam. De buitensporige rendementseisen leidden tot een beleid waarbij de werknemers, vooral de minst gekwalificeerde, alle risico’s droegen – loonmatiging of baanverlies. De bedragen die naar de aandeelhouders gingen, konden de ondernemingen niet aanwenden voor investeringen, die wel nodig waren voor hun voortbestaan op lange termijn. Ook de bezoldigingswijze van bestuurders, met een bonussysteem en diverse voordelen, spoorde die bestuurders aan om dezelfde kortetermijndoelstellingen na te streven als de aandeelhouders. Door die ontwikkelingen werden de vraag – het verbruik van de huishoudens met een gemiddeld en zwak inkomen – en de nodige investeringen ingeperkt, ten koste van een rechtvaardige en duurzame economische groei.

Naast de monetaire en financiële factoren die aan de oorsprong liggen van de crisis, ontwaren de vakbonden

Een groeistrategie die mikt op loonmatiging samen met de druk die uitgaat van het financiële kapitalisme maken

| 10 SEPTEMBER 2009 | EÉN JA AR N A HET BEGIN VAN DE FIN ANCIËLE CRISIS: EEN AN ALY SE OM HET DEBAT IN HET ACV TE VOEDEN |

3


het onmogelijk om voldoende binnenlandse vraag te ontwikkelen. In de opkomende landen en met name in China is de vraag nog zwakker geworden doordat een systeem van sociale zekerheid ontbreekt en er weinig uitgebouwde openbare diensten zijn. De huishoudens die kunnen sparen, sparen dan ook liever dan geld uit te geven, om onderwijs-, ziekte- en pensioenkosten te kunnen betalen.

De Amerikaanse vastgoedprijzen bleven stijgen. Om toch de groei, hoe dan ook de motor van de wereldeconomie, te blijven steunen, kozen de Amerikaanse politieke en monetaire autoriteiten ervoor het voor huishoudens gemakkelijker te maken om schulden aan te gaan, opdat ze in staat waren te consumeren en een woning te kopen. De groei van vele landen berustte op een externe vraag, nl. de vraag van de

Amerikaanse huishoudens, die zelf in stand gehouden werd door schuldenlast. De cruciale boodschap van de syndicale beweging luidt dan ook: de rijkdom uit de economie eerlijk verdelen tussen werknemers en kapitaal, en tussen de werknemers onderling is niet alleen een kwestie van sociale rechtvaardigheid maar ook een voorwaarde voor een evenwichtige economische groei.

Impact op de economie en de terugkeer van herstelplannen De financiële crisis heeft een zeer bruuske impact gehad op de wereldeconomie. Alles samen kwam 90% van de landen uit de OESO-zone in een recessie terecht, wat de crisis tot de meest synchrone uit de recente geschiedenis maakt (ter vergelijking, tijdens de economische crisis van 1974 kwam ‘slechts’ 40% van de landen uit die zone in een recessie terecht). In zijn voorspellingen van juli 2009 verwachtte het Internationaal Monetair Fonds een negatieve groei van de wereldeconomie van -1,4% in 2009. Een langzame heropleving in 2010 zou een positieve groei van 2,5% mogelijk maken. De wereldhandel zou met 12,2% dalen in 2009 en zich stabiliseren in 2010. De economische crisis zorgde ook voor een sociale crisis zonder weerga: vol-

gens cijfers van de Internationale Arbeidsorganisatie hebben 11 miljoen werknemers in 2008 hun baan verloren en tot 50 miljoen werknemers zouden hun baan kunnen verliezen in 2009. Vele werknemers hebben ook een loonsverlaging (en soms zelfs een opschorting van hun loon!) moeten aanvaarden in ruil voor het behoud van hun baan. Na een eerste moment van aarzeling hebben de regeringen een reeks maatregelen doorgevoerd om de financiële sector te stabiliseren en de economie te steunen. Op het financiële niveau hebben de autoriteiten min of meer gecoördineerde maatregelen goedgekeurd om de ineenstorting van het bankwezen te vermijden. Ze hebben de banken

1 De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling groepeert de dertig meest geïndustrialiseerde landen van onze planeet.

4

| 10 SEPTEMBER 2009 | EÉN JA AR N A HET BEGIN VAN DE FIN ANCIËLE CRISIS: EEN AN ALY SE OM HET DEBAT IN HET ACV TE VOEDEN |


© Rob Stevens

Er ontstond een vicieuze cirkel: de financiële crisis had een impact op de reële economie en doordat het steeds slechter ging met de reële economie werd de financiële crisis groter en groter.

opnieuw geherkapitaliseerd, de garantiedeposito’s verhoogd of staatsgaranties voor schulden van de banken toegekend. Tegelijkertijd hebben de centrale banken bijgedragen tot het herstel door liquiditeiten te injecteren in de interbankenmarkt, via diverse maatregelen om het vertrouwen op de markt te herstellen en door hun rentevoet te verlagen. Zo heeft de Europese Centrale Bank haar rentevoet in zes maanden tijd teruggebracht van 4,25% naar een historische 1%. Deze maatregelen hebben een ineenstorting van de banksector kunnen vermijden ondanks het feit dat ‘toxische activa’ in het hele systeem verspreid zaten. Toch hebben weinig landen – Frankrijk, Duitsland – hun plannen voor steun aan de banken gekoppeld aan de verplichting om effectief krediet toe te kennen aan ondernemingen en huishoudens. Het probleem duurt dus voort: de banken rekenen de rentevoetverlagingen van de Europese Centrale Bank niet volledig door. Het krediet voor ondernemingen en huishoudens blijft veel te duur. Dat is onaanvaardbaar, want de bedrijven hebben geen ademruimte meer en er wordt gespeeld met overheidsgeld. Hoewel de financiële markten tekenen van stabilisatie vertonen, is nog niet duidelijk wie nog zieke activa in bezit heeft en hoeveel. In zijn laatste voorspellingen van de maand april raamde het Internationaal Monetair Fonds het waardeverlies voor de banken op 2.700 miljard dollar. De Europese banken werden meer getroffen dan de Amerikaanse banken (1.050 miljard tegenover 1.426 miljard dollar). Deze verliezen worden in de Europese Unie minder in rekening gebracht dan in de Verenigde Staten (14% van de verliezen in de Europese Unie tegenover

70% in de Verenigde Staten). Het is dus nog veel te vroeg om een stabilisatie van het bank- en financiële wezen aan te kondigen. Naast de steun aan de financiële wereld hebben de overheden van vele landen de grote middelen ingezet om de reële economie te stabiliseren. Ze hebben gekozen voor een verlaging van fiscale inkomsten (tijdelijke of permanente verlaging van taksen aan bedrijven of huishoudens, BTW-verlaging) of een verhoging van de uitgaven voor infrastructuur of sociale uitgaven. Met name voor technische werkloosheid, voor hulp aan specifieke sectoren, steun voor beleidsmaatregelen op de arbeidsmarkt,... Nationale economieën werden ook gesteund door automatische stabilisatoren, d.w.z. de bedragen die besteed zijn aan bijkomende werkloosheidsuitkeringen, in het bijzonder in de landen waar de sociale zekerheid meer uitgebouwd is. Niet alle werknemers hebben echter op dezelfde manier genoten van de maatregelen uit de herstelplannen. Uitzendkrachten en werknemers met een overeenkomst voor bepaalde duur waren de eerste slachtoffers van de economische crisis en toch kregen ze in de meeste gevallen geen andere hulp dan de socialezekerheidsmaatregelen die voorheen al bestonden.

heeft de regering vervolgens drie crisismaatregelen goedgekeurd om het ontslag van werknemers tegen elke prijs te vermijden. Daarbij zit een specifieke maatregel voor bedienden, de crisiswerkloosheid voor bedienden. We hebben dus in België een hele reeks beschikbare tools, naast het brugpensioenstelsel, om naakte ontslagen te vermijden en de impact van de crisis op de werkgelegenheid te verzachten. Voorwaarde is natuurlijk dat de werkgevers ze willen gebruiken. Met haar herstelplan dat ze in oktober 2008 voorstelde, wilde de Europese Commissie een kader creëren voor de invoering van deze nationale herstelplannen. Een van de voornaamste doelstellingen was om de herstelmaatregelen van de lidstaten te coördineren. Dat bleek niet mogelijk, aangezien de lidstaten nog te veel uitsluitend oog hebben voor hun eigen nationale belangen. Zeker in Duitsland en België heeft het plan evenwel geholpen om de beleidsmakers tot andere inzichten te brengen: tot dan weigerden ze elk ambitieus herstelplan teneinde het overheidstekort niet nog groter te maken. Bovendien was de Commissie er op gebrand om met haar optreden iedere poging tot protectionisme van de lidstaten politiek af te blokken, al kon ze meer verdoken vormen van protectionisme niet tegenhouden.

In België heeft de regering in december 2008 een reeks maatregelen goedgekeurd om de koopkracht van de werknemers te ondersteunen. Niet enkel in het kader van het herstelplan zelf, maar ook door zuurstof te geven aan het interprofessioneel akkoord 2009-2010. Het systeem van tijdelijke werkloosheid werd onder bepaalde voorwaarden versterkt en uitgebreid naar uitzendkrachten. In april 2009

| 10 SEPTEMBER 2009 | EÉN JA AR N A HET BEGIN VAN DE FIN ANCIËLE CRISIS: EEN AN ALY SE OM HET DEBAT IN HET ACV TE VOEDEN |

5


Welke invloed hebben deze maatregelen op de economische activiteit? De verschillende openbare steunmaatregelen lijken de impact van de financiële crisis op de wereldeconomie te hebben kunnen verzachten. In die mate dat nu al over het begin van een herstel wordt gesproken, zeker in Duitsland. Maar we moeten voorzichtig blijven voor de economische ontwikkelingen de komende maanden. De schijnbare stabilisatie van de financiële markten mag het probleem van de nog niet aangegeven verliezen van de banken, vooral Europese, niet verdoezelen. Wat de industrie betreft, ze produceert nog te veel en de vraag blijft zwak. De heropleving van investeringen is dus niet voor onmiddellijk. Tot slot verstrijkt er altijd wat tijd voor de impact op de werkgelegenheid zich laat voelen en er wordt dan ook een sterke stijging van de werkloosheid in 2010 verwacht. De Europese Commissie voorspelt dat er 3,5 miljoen banen verloren zullen gaan. Het EVV is pessimistischer en verwacht zelfs een verlies van 5 à 6 miljoen banen! De economische en sociale gevolgen van deze stijging van de werkloosheid zullen groot zijn. Voor België kondigt het Federaal Planbureau een inkrimping van de economie aan van –3,8% in 2009, met een progressieve uitweg uit de crisis in 2010. Het banenverlies zou zich verder zetten in 2010 en pas vanaf 2012 zouden opnieuw tegen een flink tempo banen worden gecreëerd. De stijging van de werkloosheid zou des te sterker zijn omdat men een toename van de actieve bevolking verwacht in die periode. Het Federaal Planbureau schuift zelfs een werkloosheidspercentage van 15,2% in 2013 naar voor! De impact op de werkgelegenheid is aanzienlijk en zal dus nog een tijdje aanslepen. De Belgische arbeidsmarkt lijkt tweeledig: de werknemers uit de

6

industrie en diensten worden sterk getroffen door de crisis en zitten in een heel onzekere situatie, terwijl de anderen de crisis minder voelen. De stijging van het werkloosheidspercentage bij jongeren is ook bijzonder rampzalig. Als daar niets wordt aan gedaan, dreigen we opgezadeld te raken met een verloren generatie. Tot slot blijft het belangrijk te herhalen dat de economische crisis die een sociale crisis heeft teweeggebracht nog helemaal niet voorbij is en dat van een gezonde financiële sector nog lang geen sprake is. Het is dus niet het moment om de fouten uit de vorige crises nog eens te maken en te snel bezuinigings-

maatregelen in te voeren die elk herstel dreigen af te remmen. De sombere vooruitzichten op het vlak van werkgelegenheid tonen ook hoe belangrijk het is om absolute prioriteit te geven aan het werkgelegenheids- en arbeidsmarktbeleid in België. De inspanningen moeten worden gebundeld rond maatregelen die de jeugdwerkloosheid indammen en investeringen in opleiding en kwalificaties. Maar de crisis is mondiaal en het antwoord op de crisis moet minstens Europees zijn. Extra maatregelen, gecoordineerd op Europees vlak, die de nadruk leggen op het behoud van de werkgelegenheid en de steun aan de werknemers, zijn dan ook onontbeerlijk.

Grote budgettaire uitdagingen voor de komende jaren De crisis zet de staatsbegroting onder zware druk. De overheidsuitgaven vallen hoger uit dan gepland, omdat de diverse herstelplannen (en in het bijzonder het interprofessioneel akkoord) en de toename van werkloosheid en tijdelijke werkloosheid moeten worden betaald. De fiscale inkomsten van hun kant maakten een forse duik, als gevolg van de daling van de bedrijfswinsten, het loonverlies wegens werkloosheid en de teruggang in het verbruik. De eerste zes maanden van het jaar zakten de staatsinkomsten met 18%! De federale begroting vertoont een gat van minstens 25 miljard euro, d.i. ongeveer 6% van het bbp. In november 2008 was de begroting berekend op basis van een groei van de Belgische economie met 1,2%, terwijl de Nationale Bank vandaag rekening houdt met een negatieve groei van -3,5%! Voor de staatsschuld verwacht het Federaal Planbureau een stijging tot 95,7%

van het bbp in 2009 en tot 100,9% in 2010. 7% daarvan werd gebruikt om het bankwezen te stabiliseren (de steun aan de banken Fortis, Dexia en KBC en aan de verzekeraar Ethias). Verder zijn er de kosten van de recessie en de herstelplannen. We verwachten dus opnieuw een sneeuwbaleffect: de overheidsschuld is zo hoog dat de Staat moet lenen enkel en alleen al om de interest op de schuld te betalen. De toestand is des te problematischer omdat België behalve de kosten van de crisis straks ook af te rekenen krijgt met de, nog veel grotere, kosten van de vergrijzing van de bevolking. Zodra de economische opleving duurzaam is, zal een enorme inspanning nodig zijn om het herstel richting begrotingsevenwicht in te zetten en het gevaar voor ontsporing van de schuld te beperken. Om het economische herstel niet af te remmen, heeft de regering de terugkeer naar het begrotingsevenwicht al

| 10 SEPTEMBER 2009 | EÉN JA AR N A HET BEGIN VAN DE FIN ANCIËLE CRISIS: EEN AN ALY SE OM HET DEBAT IN HET ACV TE VOEDEN |


© Rob Stevens

Er is nood aan een nieuw model, een model dat economisch doeltreffend is, sociaal rechtvaardig en ecologisch duurzaam.

uitgesteld tot 2015. Volgens de Hoge Raad van Financiën brengt dat ons op een inspanning van 4 miljard euro per jaar. Hamvraag is nu: wie gaat betalen? Het ACV wil een boodschap van solidariteit en verantwoordelijkheid uitdragen. Iedereen zal zijn steentje moeten bijdragen: de bedrijven zowel als de burgers. Pijnlijke beslissingen staan ons te wachten. De waaier van mogelijkheden om de toestand het hoofd te bieden moet grondig worden onderzocht. De voorbije maanden hebben de werkgeversorganisaties en bepaalde politieke partijen er vaak op gehamerd dat de uitgaven moeten verminderen om het tekort in de begroting terug te dringen. Zo stellen ze voor om de pensioenleeftijd op te trekken, het brugpensioen af te schaffen, de sociale zekerheid te hervormen (versta de sociale uitkeringen te verlagen), het aantal ambtenaren in te krimpen… Met dat discours gaan ze andere discussies uit de weg, voornamelijk over hoe de inkomsten kunnen verhogen. Het ACV stelt dat de banksector moet geresponsabiliseerd worden. Die heeft immers publieke steun gekregen om de crisis door te komen. Het is dan ook niet meer dan billijk dat de banksector een bijdrage levert voor de begroting, zonder dat dit uiteraard weegt op de gezondmaking van de sector en zonder dat dit de tewerkstelling in het gevaar brengt. Maar het ACV vraagt voor alles dat de belastingen rechtvaardiger worden, dat er een grotere progressiviteit komt waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Om te beginnen via de invoering van een reële belasting op meerwaarden van zowel obligatiefondsen als aandelen en andere beleggingen. Vervolgens door de fiscaliteit progressiever te maken door het aantal fiscale aftrekposten tot een redelijk niveau terug te brengen. Ook moeten de administratie en de fiscale inspectie worden

versterkt om fraude en belastingontwijking tegen te gaan. Het ACV vraagt om een evenwichtige aanpak gericht op de beperking van de uitgaven en de toename van de inkomsten. Eén zaak is zeker: de oplossing mag niet worden gezocht in het zetten van de hakbijl in de sociale zekerheid of de openbare diensten. Een: omdat dit een zware last legt op de bevolking in een

periode van crisis waarbij tienduizenden mensen hun werk dreigen te verliezen. Twee: omdat de bevolking niet moet opdraaien voor het onverantwoord optreden van de financiële instellingen. En drie: omdat het Belgische stelsel van sociale bescherming het land precies geholpen heeft om de crisis door te komen. Het is uitgesloten dat dit stelsel wordt afgebouwd nu het juist zijn grote nut heeft bewezen.

Een economisch model met aandacht voor syndicale waarden Er is nood aan een nieuw model, een model dat economisch doeltreffend is, sociaal rechtvaardig en ecologisch duurzaam. Een loutere terugkeer naar economische groei volstaat niet. Dit nieuwe model moet een einde maken aan 20 jaar groeiende ongelijkheid op vele gebieden – lonen, toegang tot onderwijs, toegang tot gezondheidszorg, enz. Vooral de Verenigde Staten zullen een nieuw groeimodel moeten vinden, want het is weinig waarschijnlijk dat een dergelijke schuldenlast van gezinnen nog zal worden aanvaard. Van crisis naar verandering: hiertoe is een betere verdeling nodig van de reële lonen tussen enerzijds kleine en middelhoge inkomens en anderzijds de hoge inkomens. Maar ook tussen inkomens uit loon en inkomens uit kapitaal. Een meer herverdelende fiscaliteit dient ingevoerd, in ons land en meer nog in een land als de Verenigde Staten. Belangrijk vooral is de ongelijkheid bij de bron aan te pakken en werknemers de mogelijkheid te geven zich collectief te organiseren. Sinds de jaren 1980 deden de republikeinse regeringen in de VS precies het tegenovergestelde. De regering-Bush brak in dit opzicht alle records. Werkelijk alles werd ondernomen om de vakbonden onderuit te halen. Een rapport van de Internationale Arbeidsorga-

nisatie van 2008 over de loonevolutie toont aan dat sociale dialoog een van de beste middelen blijft in de strijd tegen groeiende ongelijkheid. Van hun kant erkennen instanties zoals de OESO en de Europese Commissie ineens de deugdelijkheid van de ‘rigiditeiten’ van de Europese arbeidsmarkt binnen de crisiscontext. Enkele voorbeelden: de flink uitgebouwde stelsels van sociale bescherming, de ‘rigiditeit’ in de loonvorming (minder risico van deflatie en van verergering van de recessie dankzij de ondersteuning van het verbruik), de keuze voor technische werkloosheid eerder dan voor rechtstreeks ontslag, ... Al deze maatregelen worden gezien als schokdempers van de crisis, omdat ze de vraag van de gezinnen op peil helpen houden. Paradoxaal genoeg komen deze instellingen, wanneer ze het over ’na de crisis’ hebben, opnieuw met de oude recepten aandraven: flexibilisering van de arbeid, vermindering van de loonkosten, flexibilisering van de loonvorming, enz. teneinde de concurrentiekracht van de bedrijven te verzekeren. Het komt er dus op aan opnieuw het belang van deze maatregelen te onderstrepen, niet alleen om ethische en sociale redenen, maar ook om economische redenen.

| 10 SEPTEMBER 2009 | EÉN JA AR N A HET BEGIN VAN DE FIN ANCIËLE CRISIS: EEN AN ALY SE OM HET DEBAT IN HET ACV TE VOEDEN |

7


© Guy Puttemans

De vakbonden leerden een belangrijke les uit hun intense samenwerking van de voorbije 6 maanden: als vakbonden met een gemeenschappelijk standpunt naar buiten treden, kunnen ze wegen op de besluitvorming.

Uitdaging voor de vakbonden: wegen op de internationale debatten met het oog op regulering van de financiële markten Echte verandering is niet mogelijk als de financiële markten hun werkwijze niet veranderen. Als de vakbonden hun eisen bundelen, kunnen ze ook hier een doorslaggevende rol spelen als tegenwicht tegen een financiële wereld die te machtig is geworden. De financiële sector moet worden teruggebracht tot zijn basisrol op economisch vlak, namelijk de economische activiteit stimuleren via kredietverlening aan ondernemingen, gezinnen en staten. Hij mag niet langer worden losgekoppeld van de reële economie zoals de voorbije dertig jaar. Momenteel vinden er binnen de G20 – de 19 meest geïndustrialiseerde landen (90% van de rijkdom die wereldwijd geproduceerd wordt) en de Europese Unie – internationale besprekingen plaats over de regulering van de financiële markten. De G20 kwam begin april voor de tweede keer samen in Londen. Om op de discussies te kunnen wegen, nam het ACV actief deel aan de opstelling van de Internationale Vakbondsverklaring van Londen onder auspiciën van het Internationaal Vakverbond (IVV). De crisis vergt een internationaal antwoord. De vakbonden in de verschillende landen moeten dus hun krachten bundelen om hun gemeenschappelijke eisen kracht bij te zetten. Wat is de balans van de G20-top van Londen? Er werden in verschillende financiële domeinen verbintenissen aangegaan, gaande van de ratingbureaus, via het Internationaal Monetair Fonds, tot boekhoudnormen. Vijf dossiers gaan bijzonder ver en maken een echte hervorming van het internatio-

8

nale financiële systeem mogelijk : controle op de financiële stabiliteit door de centrale banken, controle op de kredietverstrekking van het banksysteem, omkadering van de markten van afgeleide producten, maatregelen om de activiteit van belastingparadijzen en het bankgeheim te stoppen of minstens te beperken, regulering van speculatieve fondsen. Een aantal belangrijke punten uit de eisenbundel van de vakbonden zitten hierin vervat. De samenwerking tussen de vakbonden had dus impact op de conclusies van de G20. Nationale en internationale vakbonden hebben voor en tijdens de G20 tal van inspanningen geleverd om hun stempel te drukken op de conclusies van de top. Ze namen contact op met regeringsverantwoordelijken en leiders van internationale organisaties (IMF, Wereldbank, OESO, ...) om hun gemeenschappelijk standpunt te verdedigen ten aanzien van de crisis en de maatregelen om hieruit een uitweg te vinden. In België ontmoetten de vakbonden voor de top de premier en de voorzitter van de Europese Commissie. De druk had resultaat. Naast de hoofdpunten die hierboven werden opgesomd, die weliswaar ook door tal van andere partijen worden naar voren geschoven, bevatten de conclusies van de G20 heel wat specifieke vakbondseisen. Sociale en werkgelegenheidsvraagstukken staan tamelijk hoog op de agenda. De Internationale Arbeidsorganisatie zal meewerken aan de opvolging van de top om een sociaal luik toe te voegen aan de economische en

financiële beslissingen. De G20 nam ook het idee over om het debat over een ‘charter voor een duurzame economische activiteit’ voort te zetten, een idee dat de vakbonden steunen. Als we kritisch zijn, kunnen we zeggen dat een aantal punten van de Verklaring van de G20 veel te zwak uitvallen. Zo is de balans op het vlak van klimaat pover. En zijn de verbintenissen met betrekking tot de vergoeding van bedrijfsleiders niet verregaand. De vakbonden leerden echter een belangrijke les uit hun samenwerking van de voorbije zes maanden: als vakbonden met een gemeenschappelijk standpunt naar buiten treden, kunnen ze wegen op de besluitvorming. De agenda van de G20 in Londen moet nog worden besproken met de financiele actoren uit de privésector. Het zal waarschijnlijk twee tot drie jaar duren vooraleer hij kan worden uitgevoerd. Het zal dus een tijdje duren voor hij wordt toegepast. De financiële sector zal er bovendien alles aan doen om de draagwijdte ervan zoveel mogelijk te beperken. Op de volgende vergadering van de G20 in Pittsburgh op 24 en 25 september 2009 en tijdens het onderhandelingsproces zullen de vakbonden verder deelnemen aan de debatten om er zich van te vergewissen dat de besluiten die worden genomen worden toegepast en dat er rekening wordt gehouden met alle economische en sociale aspecten die aan de oorsprong liggen van de crisis. Bérengère Dupuis

| 10 SEPTEMBER 2009 | EÉN JA AR N A HET BEGIN VAN DE FIN ANCIËLE CRISIS: EEN AN ALY SE OM HET DEBAT IN HET ACV TE VOEDEN |

Eén jaar na het begin van de financiële crisis  
Eén jaar na het begin van de financiële crisis  

Een ACV analyse over de oorzaken en gevolgen van de financiële crisis

Advertisement