Page 1

p

u

b

l

i

c

d

e

s

i

g

n

In dit nummer o.a. • Centrumplan Breskens • Nieuw: Straatbeeld Emailnieuwsbrief • Social Sofa

MAGAZINE

• Katern Openbare Verlichting in samenwerking met SenterNovem Groen Groen

Spelen

Meubilair

Advies

20e j a a rg a n g n o v e m b e r 2 0 0 9

Bestrating

Licht Licht

w w w. s t r a a t b e e l d . i n f o


i c o n

m i n i

Design Mads Odgård

Standnr. 63

Icon Mini Basic

Icon Mini Opal

Louis Poulsen Lighting B.V. · Parellaan 26 · 2132 WS Hoofddorp Tel. +31 23 56 50 030 · Fax +31 23 56 52 284 · info@louis-poulsen.nl · www.louis-poulsen.nl


Monet; met de modellen Specchio (350 cm. en 550 cm. hoog) en de Abatjour (330 cm. hoog). Past voorbeeldig in de lijn met andere Monet-producten.

Triangel; bijzondere lichtarmatuur, passend bij o.a. Triangel overkappingen, Triangel afvalbakken en meer

Volo; unieke en verrassende vormgeving met extreem breedstralend en asymmetrische lichtbundel.

Een lichtpunt qua design Als het anders moet zijn dan anders, dan komt de Vista in beeld; een lichtpunt qua design. Innovatief ontwerp, waarbij het licht wordt weerkaatst en breed naar beneden straalt door de plaat boven de lamp. Resultaat: een fraai avondbeeld, maar ook overdag een bijzondere VISTA

verschijning.

MEER WETEN? VRAAG HET 400 PAGINA’S DIKKE FALCO GROTE BUITENBOEK AAN. BEL (0546) 55 44 44 OF KIJK OP WWW.FALCO.NL


De Social Sofa oogt als een bank maar staat voor een boeiend concept dat meerdere doelen dient. Ontwerp en realisatie van een eigen bank blijkt buurten te binden en biedt ze de mogelijkheid om samen een project te realiseren om trots op te zijn. Pagina 56

Licht

Social Sofa

Bestrating

In samenwerking met SenterNovem heeft Straatbeeld een katern ontwikkeld waarin de diverse facetten van openbare verlichting aan de orde komen. Techniek, beleid, praktijk, visie komen aan de orde in deze 24 pagina tellende bijlage. Pagina 25

Advies

Katern Openbare Verlichting

Meubilair

Recentelijk is de laatste hand gelegd aan het ambitieuze herinrichtingsplan van het centrum van Breskens. De gemeente heeft het plan ondermeer geĂŻniteerd om haar positie als toeristiche trekpleister te handhaven, nadat enkele jaren geleden de autoveerverbinding Vlissingen-Breskens was weggevallen. Pagina 14

Spelen

Centrumplan Breskens koestert verbondenheid met de zee

Groen

De grondige herinrichting van het stadsdeel Haven West in Winschoten maakt deel uit van het ambitieuze eind 2008 gestarte cultuurhistorische project dat onder de niet mis te verstane titel ‘Wij maken Winschoten mooi’ momenteel ten uitvoer wordt gebracht. Pagina 8

Inhoud

Van tramwerkplaats naar cultuurpaleis


Bij de voorpagina: Icon mini toegepast bij de herinrichting van het stadsdeel Haven Wast in Winschoten, zie ook pagina 8 e.v. MAGAZINE

En verder in dit nummer van Straatbeeld tientallen informatieve berichten over nieuwe producten, gerealiseerde projecten, columns, kort nieuws en meer. Verdeeld over de sectoren spelen, bestrating, groen, licht, meubilair en advies.

Colofon Informatief vakblad voor iedereen die betrokken is bij ontwerp, inrichting, beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Met ondermeer analyses, productbeschrijvingen, brancheinformatie en projecten.

BWM Pyloonbrug Warmond

Straatbeeld is een uitgave van Acquire Publishing bv Faradaystraat 4a 8013 PH Zwolle T: 038-4606384 F: 038-4606318 W: www.acquirepublishing.nl

Uitgever/hoofdredacteur Geert Dijkstra Medewerkers Wim Nijmeijer Frank Bekker Jaap Groot Marjan van Elsland

Regenschalen

Great JJ Outdoor

Grafische vormgeving Studio Birnie, Twello Druk Thieme Nijmegen Advertentie-acquisitie Acquire Media Michiel Noordzij Faradaystraat 4a 8013 PH Zwolle T 038 460 63 84 E info@acquiremedia.nl

Under construction

Straatpomp

Abonnementen Voor alle informatie over abonnementen op het tijdschrift, de emailnieuwsbrief, de website en andere activiteiten van Straatbeeld, stuurt u een email naar abonnementen@acquirepublishing.nl. Š Acquire Publishing. Alle rechten voorbehouden. Reproductie in enige vorm of op enige wijze verboden zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. Op alle aanbiedingen, offertes en overeenkomsten van Acquire Publishing zijn van toepassing de voorwaarden die zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel in Zwolle. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave uiterste zorg is besteed, aanvaardt de uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor de

CalvĂŠ banken

gevolgen hiervan.


Nieuw: de Straatbeeld E-zine Jarig Straatbeeld verloot 20 november Social Sofa onder e-zine abonnees Straatbeeld magazine wordt goed gelezen en de website druk bezocht. Maar tijd om te lezen en te browsen is niet altijd voor handen. Daarom biedt Straatbeeld haar lezers een nieuwe service: de Straatbeeld E-zine. Voor deze tweewekelijkse emailnieuwsbrief maakt de redactie van Straatbeeld zorgvuldig een selectie van interessant nieuws, innovatieve producten en inspirerende projecten. In een oogopslag bent u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van de openbare ruimte. En als u zich nu aanmeldt, maakt u kans op een Socialsofa project! Meldt u nu aan als E-zine abonnee en win een Socialsofa project! Straatbeeld bestaat dit jaar 20 jaar. Het jubilerende magazine verloot onder iedereen die op 20 november als emailabonnee geregistreerd staat een Socialsofa project. De Socialsofa is een door kunstenares Karin Bruers ontworpen betonnen bank die u, samen met uw collega’s, zelf voorziet van een mozaïekont-

Straatbeeld E-zine: relevant en gemakkelijk Straatbeeld E-zine is de nieuwe, tweewekelijkse emailnieuwsbrief met daarin de laatste ontwikkelingen op het gebied van straatmeubilair, groen, openbare verlichting, bestrating, buiten spelen en advies en ontwerp. Ieder artikel in de E-zine bevat een link naar de Straatbeeld website waar u de gehele reportage kunt bekijken. Zo blijft u gemakkelijk

werp. Of doneer de bank aan een wijk in uw vestigingstad en bezorg de bewoners een creatief samenwerkingsproject met als resultaat een prachtig, uniek stuk straatmeubilair. De hoofdprijs omvat naast al de benodigde materialen ook begeleiding bij het maken van het ontwerp en workshops in mozaïektechnieken. En natuurlijk volgt Straatbeeld alle ontwikkelingen op de voet, van de prijsuitreiking in november tot de plaatsing in het voorjaar van 2010.

Ga nu naar de servicedesk op www.straatbeeld.info en schrijf u in voor de Straatbeeld E-zine of abonneer u op Straatbeeld Magazine.

op de hoogte van relevant nieuws, interessante evenementen of beurzen en aantrekkelijke aanbiedingen. Met een simpele druk op de knop meldt u zich aan of af en het delen van de nieuwsbrief met uw collega’s is al net zo eenvoudig.


groen en geel Marjan van Elsland is Wagenings ingenieur en voormalig voorzitter en ambassadeur van de Bomenstichting. Maar haar column in Straatbeeld schrijft ze vooral als kritische gebruiker van de openbare ruimte. Als burger dus.

Mopper, mopper... Terwijl ik dit schrijf (half oktober), is het ijskoud buiten, stormt het en vallen de eerste bladeren van de bomen. Ik heb de eerste bladblazer alweer gehoord, zo’n akelig lawaaiding. Waarom kunnen mensen niet ouderwets de bezem gebruiken? Voor het vegen van blad wel te verstaan… Ook financieel stormt het. De DSB-bank verschijnt dagelijks in het nieuws, evenals de AOW-leeftijd en ander crisisnieuws. Dit leidt tot onwelkome bezuinigingen, ook in de openbare ruimte die u en ik graag mooi en functioneel willen houden. Probeer dat maar eens met steeds minder geld! Voor de uitvoering van mooie en vaak onpraktische plannen is nog altijd wel geld te vinden, maar daarna komt het beheer en dat wil in de begroting nog wel eens vergeten worden. Dan moet je als beheerder de eindjes aan elkaar knopen. Dus wordt onderhoudswerk zo goedkoop mogelijk uitbesteed en we weten allemaal wat dat betekent: kwaliteitsverlies. Waarom kiezen we niet voor kwaliteit?! Goedkoop is altijd duurkoop, ook als je het hebt over beheer en onderhoud van groen, straatmeubilair, verlichtingselementen enzovoort. Wat goedkoop wordt onderhouden is eerder versleten. Slecht gesnoeide bomen vragen later extra dure controles en worden eerder onveilig. Toch kiest de gemiddelde gemeente vaak voor de laagste inschrijving. Waarom wordt een werk niet uitbesteed aan het bedrijf dat inschrijft met de beste combinatie van prijs en kwaliteit?! Zou dat komen omdat overheden steeds minder eigen vakkennis in huis hebben en dus niemand meer kan beoordelen wat werkelijk goed onderhoud is? Goede onderhoudsbedrijven zijn er genoeg, maar ze zijn duurder en staan dus aan de kant terwijl multinationals de buit wegslepen zonder zich druk bezig te houden met kennis

en kwaliteit. Waarom hebben overheden toch steeds minder vakmensen in dienst?! Tot overmaat van ramp hoorde ik deze week dat de laatste echte bomenonderzoeker van Nederland, Jitze Kopinga, opnieuw moet afwachten of hij nog kan blijven doen waar hij goed in is: objectief onderzoek naar boomproblemen en -oplossingen. Zijn carrière begon bijna 35 jaar geleden bij het Wageningse onderzoeksinstituut ‘de Dorschkamp’, dat na diverse fusies en reorganisaties nu onderdeel is van de Wageningse universiteit. In de tussenliggende periode heeft hij zich ontwikkeld tot een specialist op het gebied van stadsbomen. Gemeenten en bedrijven kloppen bij hem aan voor toegepast wetenschappelijk onderzoek. Maar steeds opnieuw bedreigen bezuinigingen zijn werk. Waarom is de overheid (letterlijk) zo kortzichtig?! Zoals ik in eerdere columns heb aangekaart, bieden veel inventieve bedrijven hun opdrachtgevers voortdurend nieuwe middelen en methoden aan voor beheer en onderhoud. Die opdrachtgevers hebben niet de kennis in huis om te beoordelen of ze misschien een oor wordt aangenaaid. Daarom is objectief wetenschappelijk onderzoek nodig. Jitze Kopinga heeft in het verleden heel wat opdrachtgevers voor blunders kunnen behoeden, maar heeft ook nieuwe middelen en methoden kunnen aanbevelen na gedegen onderzoek. Waarom bundelen de gemeenten hun onderzoeksbudget niet om minder afhankelijk te worden van rijksgelden?! Waarom?! … mopper, mopper, mopper… Marjan van Elsland, boomdeskundige Reageren? Stuur een email naar info@netwerkpers.nl.


Van tramwerkplaats naar cultuurpaleis De grondige herinrichting van het stadsdeel Haven West in Winschoten maakt deel uit van het ambitieuze eind 2008 gestarte cultuurhistorische project dat onder de niet mis te verstane titel ‘Wij maken Winschoten mooi’ momenteel ten uitvoer wordt gebracht. Het ‘werkboek’ met een omvang van meer dan 100 pagina’s beschrijft in woord en beeld een groot aantal verspreid over de stad liggende markante lokaties, die de moeite waard zijn een nieuw leven te geven en in hun oude luister te worden hersteld. “En die beslissing om aan het werk te gaan was dringend nodig ook”, zegt Rolf Middelberg, projectleider bij de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling, “ met name het centrum van dit oude stadje Winschoten had echt een stevige ‘boost’ nodig om voor zowel bewoners als de vele bezoekers die in grote getale uit de regio hier boodschappen komen doen, interessant te blijven. Decennialang is er vanuit de lokale overheid te weinig aandacht geweest voor het up-to-date houden van de oude binnenstad. Sterker nog: vanaf het begin van de jaren ‘70 concentreerde de gemeente zich juist op het verder ontwikkelen en bouwen van nieuwe buitenwijken. In die jaren werd er nog van uit gegaan dat er in 2010 in het groter gegroeide Winschoten zo’n 70.000 mensen zouden wonen. Dat bleek in de loop der jaren een schromelijke misvatting, want het aantal inwoners is alleen maar gestaag gedaald: van 21.000 in 1970 tot slechts 18.000 vandaag de dag”. Herbouwde tramwerkplaats Eén van de projecten in het kader van ‘Wij maken Winschoten mooi’ die nu voor een deel zijn uitgevoerd, is te vinden op de locatie Haven West. Het was oorspronkelijk de bedoeling om het hier liggende oude en verpauperde kleine industriegebied, met uitzondering van enkele rijksmonumenten, geheel te slopen om voor nieuwbouw plaats

8

S t r a a t b e e l d november 2009

te maken. Daaronder ook de twee grote rijtuigloodsen annex tramwerkplaatsen die op dit terrein zijn blijven staan nadat de Trammaatschappij Oostelijk Groningen was opgeheven. De uit 1915 stammende gebouwen hebben daarna nog een tijd lang dienst gedaan o.m. als uitbreiding van de eveneens op deze plek gevestigde Phaff-fabriek (vruchtenwijn) die ook al weer lang geleden de deuren sloot. De zuidelijke rijtuigenloods werd gebruikt als veilinggebouw. Maar in laatste instantie

– slechts enkele dagen voordat met name de sloopvergunning voor de twee voormalige tramwerkplaatsen zou worden afgegeven – werden de plannen gewijzigd. Omdat de oude theater- en muziekschool werd afgebroken om plaats te maken voor een geheel nieuw te bouwen cultuurhuis, was men naarstig op zoek naar een tijdelijk dak boven het hoofd voor de vele aangesloten verenigingen. Het door de gemeente ingeschakelde adviesbureau dat het bouwkundig onderzoek verrichtte naar


verlichting heeft de gemeente gekozen voor het Icon Mini armatuur van Louis Poulsen. In dit gebied zijn de armaturen geplaatst op een cilindrische mast met een korte rechte uithouder met een lichtpunthoogte van 6 meter. Het armatuur met zijn typerende halfronde kap is uitgevoerd met een dimbare TC-TEL lichtbron. Omdat het mogelijk is de lichtbron ten opzichte van de reflector in te stellen en desgewenst te roteren, kan de lichtspreiding van het armatuur zo geregeld worden dat het licht alleen daar gebracht wordt waar het ook gewenst is. De monumentale schoorsteen – van de smederij die deel uitmaakte van de tramwerkplaats zal worden aangelicht met een aantal IPR grondinbouw armaturen van Louis Poulsen. Het achter het terrein van de tramwerkplaats gelegen

Burgemeester SchĂśnfeldplein, dat een belangrijke toegangsweg naar het centrum van de stad is, is ook uitgerust met het Icon Mini armatuur, echter hier met een 70W HIT lichtbron op een lichtpunthoogte van 8 meter. De aan dit plein gelegen parkeerplaats is weer voorzien van het Kipp masttoparmatuur.

i Gemeente Winschoten Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling Projectleider Rolf Middelberg T: 0597-481320 Of Louis-Poulsen Hoofddorp T: 023-5650030 www.louispoulsen.com

de haalbaarheid van deze plannen, concludeerde dat de oude reparatieloodsen met wat bouwtechnische aanpassingen, geschikt zijn als huisvesting voor een theater. Momenteel is in het voorste deel van het pand in de lobbyruimte een brasserie gevestigd. Het daar achter liggende theater met een vlakke vloerzaal voldoet qua inrichting en techniek aan alle eisen die aan een dergelijk theater dienen te worden gesteld. Na de oplevering van het nieuw te bouwen cultuurhuis zal de Tramwerkplaats met zijn nieuwe identiteit in gebruik blijven als theaterwerkplaats. Een plaats waar groepen kunnen repeteren en waar nieuwe producties kunnen worden ontwikkeld. Het theater is ondergebracht in de noordelijk gelegen tramwerkplaats; in de andere loods worden de (vaak omvangrijke) decorstukken opgeslagen die een functie hebben gehad in het theater. Icon Mini Er wordt nog hard gewerkt aan de rijksmonumenten op het terrein. Verder zal hier met uitzicht op de haven een nieuwe wijk verrijzen met zorgvuldig gerestaureerde rijksmonumenten als markante bijzonderheid, mooie nieuwe woningen en ook een zogeheten leisurecentrum met diverse in die formule passende uitgaansgelegenheden. Alle straten zijn aangelegd en voor de openbare

S t r a a t b e e l d november 2009

9


(Advertorial)

Fabrikant is overtuigd van levensduur Stela en introduceert garantie tot 20 jaar

Duizendste LED-armatuur van Indal geïnstalleerd De verkoop van LED-armaturen overstijgt de verwachtingen van fabrikant Indal. Binnen een jaar tijd zijn er al 10.000 Stela’s geproduceerd, waarvan 1000 voor Nederland. De 1000e Stela werd op 13 oktober jl. op feestelijke wijze in Assen geïnstalleerd. Wethouder Alex Langius en de Drentse gedeputeerde Tanja Klip haalden de Stela samen met Indal’s business unit-manager Ko Dekker op uit de fabriek in Emmen en brachten hem naar de Houtlaan in Assen. Daar verving wethouder Langius eigenhandig een Kegelarmatuur door de Stela. Stela: lange levensduur LED’s en weinig onderhoud Eind vorig jaar introduceerde Indal de Stela op de markt. De revolutionaire LED-armatuur heeft zich in korte tijd bewezen als volwaardig alternatief voor een groot deel van de bestaande lichtbronnen. Onderzoek toont aan dat de high powerLED’s in de paaltop armatuur een lange levensduur hebben en een energiebesparing kunnen opleveren die kan oplopen tot meer dan 40 procent in vergelijking met bestaande PL-L-oplossingen. In combinatie met dimmen levert dit zelfs een energiebesparing tot 65 procent op. De lichtkwaliteit blijft daarbij behouden of verbetert zelfs. Indal maakt gebruik van de door het bedrijf zelf ontwikkelde REVOLED-technologie. Die bestaat uit de zeer effectieve en gepatenteerde DIRECTA-lenstechniek en het hoogst efficiënte COOLED-koelingprincipe. LED’s maken een laag energieverbruik mogelijk en reduceren daarmee de energiekosten. De COO-LED-techniek zorgt voor een lange levensduur van de LED’s. Daarmee behoort de gebruikelijke lampvervanging tijdens een normale servicelevensduur van de installatie tot het verleden. “Terwijl dat normaal gemiddeld om de vier jaar nodig is. Dus dat scheelt flink in de onderhoudskosten”, aldus Indal.

10

S t r a a t b e e l d november 2009

Positieve meetresultaten Stela opgenomen in VSL- en RIVM rapport Inmiddels bevestigen onafhankelijke onderzoeken, dat Stela zeer positieve resultaten boekt in vergelijking tot andere LED-armaturen. De resultaten van één van deze onafhankelijke onderzoeken zijn opgenomen in het VSL rapport (juni 2009) waarbij in opdracht van SenterNovem tien LED armaturen zijn onderzocht op verschillende optische en elektrische eigenschappen. De meest opvallende uitkomsten van de metingen waren de totale lichtstroom die uit de armatuur komt en het daarvoor benodigde systeemvermogen. De lichtstromen bleken in een aantal gevallen lager dan oorspronkelijk door de leveranciers in de checklists waren opgegeven. Het rendement bleek

tussen de 35 en 51 lm/W te liggen met één uitschieter naar 73 lm/W, namelijk de Stela van Indal. Het rapport is terug te lezen op de website van SenterNovem: http:// www.senternovem.nl/openbareverlichting/nieuws/ledarmaturen_doorgemeten_door_van_swinden_laboratorium.asp.   De resultaten van een ander onafhankelijk onderzoek zijn vastgelegd in het RIVM rapport wat onlangs is gepubliceerd, waarbij in opdracht van VROM het gebruik van LEDs binnen de bebouwde kom is vergeleken met conventionele verlichting. In het rapport wordt geconcludeerd dat de besparingen die met LED-verlichting kunnen worden bereikt sterk afhankelijk zijn van het type LED-armatuur. De prestaties van de verschillende


armaturen lopen sterk uiteen. Gemiddeld genomen varieert de energiebesparing volgens het rapport tussen de 15 en 27%. Duidelijk is dat Stela met een energiebesparing van 65% (volgens praktijkvoorbeeld gemeente Leiden) daar ver boven zit. Het rapport is terug te lezen op de website van SenterNovem: http:// www.senternovem.nl/taskforceverlichting/taskforce_verlichting_nieuwsbrief/oktober_2009/veel_experimenten_met_ledstraatverlichting.asp 1000e Stela geïnstalleerd in Assen De duizendste Stela die in Nederland is geplaatst in Assen is onderdeel van een 3-jarig project waarbij nagenoeg alle conventionele verlichting op 4 meter hoge paaltop

masten in Assen wordt vervangen door Stela armaturen. In totaal zullen er ongeveer 3.000 armaturen vervangen worden door Stela’s. De gemeente heeft als doelstelling in 2020 een CO2 -neutrale stad te zijn. De energiebesparing en CO2reductie -door het toepassen van LED-armaturen- dragen aan dat streven bij. Assen is ook een van de koplopergemeentes op het gebied van openbare verlichting en was een van de eerste afnemers van de Stela. In de Taskforce Verlichting werken koplopergemeentes samen met het Ministerie van VROM en SenterNovem om als voorbeeld te fungeren. Dinsdagavond 13 oktober jl. werden wethouder de heer Langius (onder andere verantwoordelijk voor het Grondbedrijf en voor het beheer van de openbare ruimte) en gedeputeerde mevrouw Klip van de provincie Drenthe (portefeuillehouder van onder meer Klimaat & Energie en Duurzaam Drenthe) ontvangen in de Indal-fabriek in Emmen door de Algemeen Direc-

teur Richard Schmit . Daar rolde die dag de 1000e Stela voor Nederland van de band en na de gebruikelijke tests op veiligheid en kwaliteit werd de armatuur officieel overhandigd. Met een elektrische auto vervoerden zij de armatuur vervolgens naar de Houtlaan in Assen. “Daar stonden al 99 Stela’s”, vertelt Dekker. “Op de honderdste zat nog een Kegel. De wethouder is in een hoogwerker van IP Lighting geklommen, werd omhoog gehesen en heeft de Kegel eraf gehaald en de Stela erop gezet. Vervolgens drukten de gedeputeerde en bewoners op een knop waardoor alle honderd Stela’s aangingen en de straat verlicht werd.” Afzet Stela in buitenland Inmiddels staan er Stela-armaturen in zo’n vijftig gemeentes. “Naast enkele pilots betreft dit ook al grotere vervangingsprojecten of nieuwbouwprojecten”, aldus Dekker. “We gebruiken deze gemeenten als uitvalbasis om met andere gemeenten te gaan kijken. Want zien is overtuigd raken. Je merkt dat veel gemeentes na zo’n bezoek meestal al snel komen met een aanvraag voor een wijk of gebied. Dat uitrollen begint nu echt vorm aan te nemen. Ik denk dat we binnen een half jaar al de 2000e Stela kunnen installeren.” Dat is dan nog alleen de afzet in Nederland. In andere landen waar Indal actief is, groeit de vraag ook. “We hebben onlangs de 10.000e Stela geproduceerd. In Engeland, Duitsland, Polen, Frankrijk en Tsjechië gaat het ook hard. In Engeland hebben we er bijvoorbeeld al 4000 verkocht. Daar gaat het dus zelfs nog sneller dan in Nederland.” 20 jaar garantie op LED’s en driver Stela Ook al loopt de verkoop van de LEDarmaturen goed, bij Indal merken ze dat er toch ook nog terughoudendheid heerst bij beheerders van openbare verlichting. Buiten budgettaire redenen bestaat er in enkele gevallen ook nog twijfel over de nieuwe technologie met betrekking tot de levensduur van LED’s en de bedrijfszekerheid van LED-armaturen. Misschien nog wel ingegeven door de ervaringen met de allereerste LED-armaturen en de

vele nieuwkomers op de markt die van alles roepen. Ko Dekker kent de vooroordelen ook: “Het is een relatief nieuwe technologie en dan zie je vanzelfsprekend wat voorzichtigheid.” Om deze weg te nemen presenteerde Indal op de Dag van de Openbare Ruimte in Houten een nieuw garantieplan, dat ‘Stela Garant 20’ heet. Dit garantieplan geldt voor de LED’s en de driver van alle Stelaarmaturen en heeft een niet eerder vertoonde looptijd:van twintig jaar of 100.000 branduren (wat zich het eerst aandient). Dekker: ‘Het houdt in dat we de armatuur in de eerste vijf jaar, ook al is er maar één LED’je kapot, omwisselen of repareren. Na deze periode wordt het armatuur op basis van het vruchtgebruik tegen een -in de tijd licht oplopend bedrag- omgewisseld of gerepareerd.’ Op de Dag van de Openbare Ruimte lokte het garantieplan enthousiaste reacties uit. ‘Ik sprak mensen die aangaven blij te zijn met die zekerheid. Ze zeiden ook dat die garantie daadwerkelijk zal meespelen bij hun beslissing. Het biedt financiële en productzekerheid op de investering die men moet doen.’ Vanwege de uitstekende praktijkervaringen durft Indal het garantieplan met een gerust hart aan te bieden aan nieuwe klanten. Dekker: “De LED’s gaan zeker 100.000 branduren mee. Dat is meer dan twintig jaar en dus eigenlijk de levensduur van een armatuur. Andere leveranciers houden 50.000 branduren aan. ”Maar de Indal-armaturen zijn uitgerust met de koelingstechniek COO-LED en daardoor realiseert de Stela een perfecte warmtehuishouding, zodat de LED’s langer meegaan dan de gebruikelijke levensduur die LED fabrikanten aangeven. We krijgen wel vragen: ‘Kun je bewijzen dat jullie LED’s 100.000 uur meegaan?’ Dan kunnen we onze eigen tests en onderzoeksresultaten aanhalen en verwachtingen van LEDfabrikanten, maar dat is niet altijd voldoende bewijslast. Met dit garantieplan hebben we daar nu een meer dan bevredigend antwoord op.”

i Indal Capelle a/d IJssel T: 010-2640164 W: www.indal.nl

S t r a a t b e e l d november 2009

11


Rietveld Calvé banken in het Delftse Agnetapark In het Delftse Agnetapark zijn drie Rietveld Calvé banken geplaatst. Samen met het recentelijk onthulde gedenkteken voor Agneta van Marken-Matthes en naast het borstbeeld van Jacques van Marken, oprichters van de Nederlandsche Oliefabriek NV en het Agneta woonpark, vormen deze Rietveld Calvé banken een nieuw arrangement. De Rietveld Calvé banken zijn, typerend voor Rietveld, elementair en functioneel. De zitting is gemaakt van FSC-hardhout en het frame van gepolijst RVS, waardoor de bank uitermate geschikt is voor de openbare buitenruimte. Het ontwerp uit 1959 is een combinatie van kunst en praktische waarde. Bijzondere buitenbank Gerrit Rietveld maakte het ontwerp

voor deze buitenbank met armleuningen in opdracht van het personeel van de Calvé-fabriek. Het is een van de weinige buitenmeubelen die deze Nederlandse architect heeft ontworpen. De bank is echter nooit in productie genomen. Nu vijftig jaar later introduceert VelopA, die 50 jaar bestaat en op zoek was naar

producten van bekende ontwerpers, de bijzondere buitenbank op de Nederlandse markt.

i Velopa-Citystyle Leiderdorp T: 071-5410321 W: www.velopa.com

Informeren op maat Voor de entree van het gemeentehuis van Rijswijk maakte Delta een geïntegreerde ‘windbreker’ en dynamische informatie- en een publicatiekast. Maar er zijn meer mogelijkheden.

De behoefte om met burgers te communiceren groeit en daarmee ook de diversiteit aan mogelijkheden en eisen. Informatie- en publicatiekasten zijn maatwerk aangezien de behoeften variëren al naar gelang de toepassing. In overleg met de

opdrachtgever brengt Delta in kaart hoe de boodschap het beste gecommuniceerd kan worden. Een publicatiekast op een begraafplaats verschilt immers aanzienlijk van de informatiekasten zoals geplaatst naast bijvoorbeeld de sport- & voetbalkooien die Delta leverde aan de gemeente Dordrecht. Zo maakte de leverancier voor de gemeente Rijswijk een geïntegreerde ‘windbreker’ en dynamische informatie- en een publicatiekast voor de entree van het gemeentehuis. Delta biedt tevens uitkomst voor tijdelijke berichten in de vorm van gemeentehuur voor een bepaalde periode.

i Delta Product & Sport Zwolle T: 038 460 2700 W: www.deltacatalogus.nl

12

S t r a a t b e e l d november 2009


boomroosters

ANAE boomrooster model Linder project: centrum Haren www.ANAE.nu

Concepturbain

Custom made Postbus 8006 5004 GA Tilburg Tel.: (013) 536 00 60 Fax: (013) 536 91 75 info@pijnenburgimport.nl Exclusief importeur van:

www.pijnenburgimport.nl


Centrumplan Breskens koestert verbondenheid met de zee

Recentelijk is de laatste hand gelegd aan het ambitieuze herinrichtingsplan van het centrum van Breskens. De gemeente heeft het plan ondermeer geïniteerd om haar positie als toeristiche trekpleister te handhaven, nadat enkele jaren geleden de autoveerverbinding Vlissingen-Breskens was weggevallen. Regionaal gezien is het stadje Breskens zowel het begin- als het eindpunt van de West Zeeuwsvlaamse kust. Hier aan de monding van de Westerschelde ligt van oudsher een internationale zeewaardige jachthaven, een belangrijke schakel op nautisch gebied tussen Nederland, Frankrijk en Engeland. Sinds het wegvallen van de autoveer-verbinding Vlissingen-Breskens in 2003 vanwege de aanleg van de Westertunnel, is Breskens qua ontwikkeling meer en meer teruggeworpen op de eigen regio. De verbinding met de tegenover liggende oever is gekrompen tot een fiets/voetveer, waardoor de toestroom van toeristen tot dit deel van Zeeuws Vlaanderen aanzienlijk afnam.Met andere woorden: als trekpleister voor bezoekers verdween Breskens langzamerhand uit de belangstelling. Tijd dus om

14

S t r a a t b e e l d november 2009

daar iets aan te doen, zegt Erik van den Bergen van het bedrijf InfraDEM, die voor de gemeente Sluis het ambitieuze herinrichtingsplan van het centrum vanaf het begin heeft begeleid. Enige jaren geleden werd door de gemeente een ruimtelijk plan opgesteld “voor het havengebied van Breskens en het nabijgelegen centrum en het versterken van de relatie tussen die twee...”. Met andere woorden: het creëren van een ruim opgezet centrumgebied dat tal van functies vervult en dat door de hoge kwaliteit van inrichting zowel de bewoners als de toeristen een attractieve openbare ruimte biedt.

Het nieuw in te richten dorpshart moest een duidelijke verbinding vormen tussen aan de ene kant de jachthaven en de bebouwde kom aan de andere. Daarvoor moest in eerste instantie de voormalige dijk met daarop de toegangsweg naar de haven verdwijnen, die het centrum van Breskens in tweeën deelde. Voordat dit dijklichaam definitief werd afgegraven werd elders een nieuwe waterkerende damwand geslagen. In het havengebied werd een kleine nieuwe dijk gelegd die tevens ter plekke het amfitheater vormgeeft. Zo werd de ruimte geschapen Goten met zeesymboliek


Het waterplein

voor de aanleg van ondermeer het huidige Spuiplein met muziektent en waterplein, de terrassen ten behoeve van de horeca, de verbeterde doorgaande verkeersroute, diverse interessante verblijfsgebieden die met een onderlinge looplijn met elkaar verbonden zijn. Verblijfsplein Looplijnen vanuit het havengebied lopen over de dijk en het verplaatste dijkvak en komen uit op het centraal gelegen Spuiplein. Het nieuw ingerichte plein wordt omringd door bestaande bebouwing. Een belangrijk verschil met voorheen is dat een deel van de bewoners aan de huizenzijde niet meer tegen een fors dijklichaam hoeven aan te kijken. Om geleding aan te brengen in de ruimte en de verkeersweg af te scheiden van dit grote verblijfsplein en wandelgebied, is gebruik gemaakt van groene taluds met bomen en beplanting. Vanaf de ruim bemeten terrassen voor de horecapanden aan de overzijde, kijken de bezoekers uit over een met fantasie en gevoel voor detail nieuw ingericht ovaalvormig plein. Het enige object dat hier van oudsher nog staat is de muziektent, die nu wordt omringd door een groot aantal verspreid staande zitbankjes met daar tussendoor een aanplant van jonge bolplatanen. Grenzend aan het looppad dwars over het plein is ruimte gevonden voor twee jeu-deboule banen. Dit deel van het terrein is uitgevoerd in een zandkleurige verharding – een detail dat duidelijk naar strand en zee verwijst – van het innovatieve materiaal InfraElast, Boomroosters met patronen van zandgolfjes

aangelegd binnen een opvang van karakteristieke cortenstalen strippen. InfraElast – een granulaat met kunststof bindmiddel – is goed waterdoorlatend, bestand tegen zwaar verkeer en kan in elke gewenste kleur worden uitgevoerd. In het licht accidenterende terrein is de langsvoerende doorgaande verkeersweg aan de huizenzijde, door middel van een lange rij schanskorven van het hoger gelegen plein afgescheiden. Voorheen was deze weg geasfalteerd maar na omvangrijke werkzaamheden aan het riool werd een verharding van rood gebakken materiaal (dikformaat) aangebracht passend bij die in de omringende straten. Aan elke wegkant is een rabatstrook van arduin gebakken waalformaten aangelegd van een meter breed, grenzend aan de opmerkelijk brede hardsteenkleurige betonbanden van 50 cm. Voor de huizen langs loopt een wandelroute van 6 meter breed parallel aan de verkeersweg gelijkmatig omhoog. Voor elk pand is steeds een apart vlak terrasje geconstrueerd, steeds van elkaar gescheiden door het zelfde type hekwerk in de zelfde grijze kleur, die aansluit op de straat. Al van verre trekt het Waterplein met zijn fonteinen en vrolijk gekleurde vis-kunstwerken de aandacht. Zowel in de detaillering van de diverse soorten verharding, de bankjes, de boomroosters, de fonteinen en de verschillende goten, komt steeds weer die goed herkenbare symboliek van zee en strand naar voren. De vele fonteinen op het Waterplein bootsen in een steeds terugkerend ritme de golfbewegingen van de zee na. Ook in de vijf betongoten met van LED-verlichting voorziene roosters waaruit de waterstralen ontspringen en het water weer wegvloeit, valt die relatie met de zee af te lezen uit het nadrukkelijke golfpatroon van de roosters. De stalen boomroosters vertonen een patroon van ‘zandgolfjes’ zoals die op het strand te vinden zijn. Parelketting Het toeristische wandelpad in dit nieuwe centrumgebied dat met een knipoog als ‘parelketting’ wordt aangeduid, verbindt slingerend door het terrein de verschillende verblijfsplekken en interessante

Situatieschets

Spuiplein

Ruimte voor terrassen

informatiepunten met elkaar. Deze looplijn begint bij het oude havenlicht op de noordpunt van het plein en volgt van ‘parel naar parel’ langs een aantal bijzondere objecten en attracties – ondermeer grote kleurige kunstobjecten als een vissekop, een krab en een vissestaart - door het nieuwe centrum en het havengebied, weer terug naar het beginpunt. Het doorlopende pad is herkenbaar aan de toegepaste grijze betonplaten met ingewerkt visgraatmotief. Een decoratie overigens, die specifiek voor deze toepassing in Breskens ontworpen werd. Eén van de ‘parels’

S t r a a t b e e l d november 2009

15


is bijvoorbeeld het zogeheten maritieme dek aan de noordzijde waar een grote winkel in watersportartikelen en twee horecabedrijven gevestigd zijn. “Ook dit gebied werd tijdens de herinrichting grondig aangepakt”, vertelt Van den Bergen, “de bebouwing is in grote lijnen het zelfde gebleven, maar met name de infrastructuur moest nodig op de schop. De bestaande gedateerde verhardingen van grotendeels kapot gereden en anderszins beschadigde materialen werden verwijderd, waarna de ondergrond van het gehele terrein op één niveau werd gebracht. Met de aanleg van een vloer bestaande uit planken van duurzaam houtcomposiet – dat is 70% hout met 30% epoxy – zoals ook in jachthavens vaak wordt toegepast, wordt ook hier weer die verbondenheid met zee en strand getoond.” Een met name voor kinderen Het waterplein bij nacht

interessante ‘parel’ is het originele speelobject dat een uit zijn krachten gegroeid sardineblik voorstelt. Het in vrolijke heldere kleuren geschilderde ‘blik met suggestief opgerold bovenblad’ oefent een grote aantrekkingskracht uit op jonge bezoekers. Het elders geheel uit hout opgetrokken Panorama terras van 5 bij 5 meter biedt een wijds uitzicht over de Westerschelde. De ruime houten opgang voert naar een platform, dat is gebouwd op een fundatie van oude bestaande meerpalen en verheft zich meer dan vijf meter boven de duinen. Terrassen Voor langs de horeca- en detailhandelsbedrijven op het Spuiplein is een ruime beloopbare strook van 12 meter breed aangelegd. Voorheen lag hier een oude verharding van versleten oude achthoekige betontegels, die met de herinrichting vervangen werden door grote

langwerpige ( 60 bij 20) betonstraatstenen. Hier en daar voorzien van een sprekend rood kleuraccent en opgesloten in 50 cm brede hardsteenkleurige betonbanden. Dit trottoir met zijn bijzondere afmetingen is onderverdeeld in twee stroken: een zomer- en een winterdeel. Daar tussen door loopt een ruim looppad langs de hele rij bedrijven aan de westzijde van het Spuiplein. De in totaal 33 hoge solide stalen arcades die hier staan opgesteld, vormen de verbindende factor tussen al die van elkaar verschillende geveltjes. Die samenhang werd verkregen door op elke scheiding van de naast elkaar liggende panden een dergelijke grote van gecoat staal gemaakte arcade te plaatsen. Om die eenheid nog eens extra te benadrukken zijn alle arcades ook bekleed met hetzelfde soort zeildoek, zoals dat ook op zeiljachten te vinden is. Om die verbondenheid van Breskens met de zee nog een extra accent te geven, worden tussen de arcades grote afbeeldingen getoond die onderling verschillend ‘het verhaal van de visserij’ beeldend vertellen: de vangst van de vis op zee tot dat die op het bord van de consument ligt. Van begin tot eind wordt de complete terrasstrook, het Spuiplein en omliggende straten verlicht door – hoe kan het anders – armaturen op houten masten waarvoor scheepsmasten model hebben gestaan.

i InfraDEM E.D.J.T. van den Bergen Hulst T: 06-51341847 www.infradem.nl Panormaterras

16

S t r a a t b e e l d november 2009

Maritiem dek


r eu m ri P

Van Vliet

specialist op het gebied van buitenruimte Cultuurtechniek • Groenvoorziening Dakbegroening • Veilige speelplaatsen

De nieuwe regeltechniekPUTkast mini Van Vliet Harmelen b.v.

www.putkast.nl Een ‘oude bekende’ kan nog beter

Capitole Prestige • Versterkte romp en deur • Binnenbak volledig toegankelijk • Verstevigde binnenbak • Ergonomisch geplaatst slot • Solide sluiting door dubbele slothaken • Alle accessoires achteraf monteerbaar • Past in bestaande staander

Koninklijke Bammens bv Straatweg 7 3604 BA Maarssen T (0346) 59 24 11 F (0346) 56 11 74 E info@bammens.nl I www.bammens.nl

Energieweg 4, 3481 MC Harmelen | T (0348) 688 222 info@vanvlietbv.nl | www.vanvlietbv.nl


BMW Group DesignworksUSA ontwerpt straatmeubilair Metro40 BMW Group DesignworksUSA heeft voor Landschape Forms, een in Michigan gevestigde producent van meubilair voor de openbare ruimte, de collectie Metro40 ontworpen. De collectie loopt uiteen van bushokjes (Connect), banken (Rest), fietsenrekken (Ride), vuilbakken (Collect), lantaarnpalen (Hi Glo), decoratieve straatverlichting (Lo Glo) en informatie- of reclamepanelen (Show) tot paaltjes (Stop). Metro40 is ontwikkeld voor gebruik door stedelijke ontwerpers and architecten en is met name bedoeld voor openbare ruimtes binnen het publieke transport.

Mobiliteitsdesign DesignworksUSA’s ervaring in mobiliteitsdesign, waaronder vliegtuigen, auto’s, treinen en jachten, geeft het bedrijf inzicht in de vereisten van wereldwijd transport en vervoer. Landscape Forms staat garant voor de nodige ervaring en kwaliteit op het gebied van stedelijk meubilair. Beide firma’s houden zich al jaren bezig met het ontwikkelen van duurzame materialen, ontwerpen en productieprocessen, elementen die terugkomen in Metro40. “Door mooi design te integreren in schijnbaar anonieme ruimtes zoals bushaltes, kan een positieve, persoonlijke invloed worden uitgeoefend op het bewustzijn en het dagelijks leven van de gebruikers”, zegt voorzitter Verena Kloos van BMW Group DesignWorksUSA. “Recente projecten in Manhatten demonstreren het belang en de waarde van straatmeubilair in de wijze waarop burgers hun stad ervaren. Comfort en esthetiek spelen hierbij een cen-

trale rol. Dit waren dan ook de belangrijkste uitgangspunten voor het ontwerp”, meldt Kloos. Alle producten werden ontworpen volgens de strikte regels die Landscape Forms erop nahoudt wat betreft gebruik- en vandalismebestendigheid en milieueisen. Het meubilair voldoet aan de criteria van de Amerikaanse BIFMA en LEED certificaten.

Fietsvriendelijke producten van Falco Uit onderzoek van TNO is gebleken dat werknemers die op de fiets naar hun werk gaan, zich minder vaak ziek melden. Het oer-Hollandse vervoersmiddel is gezond en wordt gezien als een belangrijk middel om files en CO2uitstoot tegen te gaan. Wanneer meer mensen de fiets pakken, zijn daar wel voorzieningen voor nodig. Daarom heeft Falco naast fietsenstallingen en –parkeersystemen nu ook een fietspomp en fietsenteller voor de openbare ruimte. In de vorm

18

S t r a a t b e e l d november 2009

van FalcoIon schenkt de leverancier speciale aandacht aan de elektrische fiets. De innovatieve fietsstandaard is naast een parkeersysteem tegelijkertijd een oplaadpunt voor de elektrische fietsen die de afgelopen jaren in opmars zijn.

i Falco BV Vriezenveen T: 0546-554444 W: www.falco.nl


Imagoversterkende pyloonbrug voor Warmond

De Jan Dekkerbrug in Warmond wordt het komende halfjaar ingrijpend gerenoveerd. Een breder wegdek, nieuwe hekwerken, een strakke randafwerking en, meest opvallend, vier slanke witte pylonen die refereren aan de nabij gelegen zeilboten. Het ontwerp voor de vernieuwde brug komt van ipv Delft. De huidige Jan Dekkerbrug is verouderd en voldoet niet aan de eisen voor eigenfrequentie. Om te voorkomen dat de brug teveel in trilling komt, moet de constructie versterkt worden. Daarnaast is verbreding van het wegdek wenselijk. De gemeente Teylingen schreef een ‘Design & Build’ prijsvraag uit voor het ontwerp van een vernieuwde brug. Onlangs besloot het college het ontwerp van bruggenspecialist ipv Delft te laten uitvoeren.

van de nieuwe druklaag maken de metamorfose compleet. Het resultaat is een geheel nieuw ogende brug met een nautische uitstraling die goed past bij de functie van Warmond als trekpleister voor waterrecreatie. In de directe omgeving van de brug is bovendien een nieuwe passantenhaven gepland, wat de aansluiting op de omgeving verder versterkt. Ledverlichting in de handregels zal ‘s nachts begin- en eindpunt van de brug accentueren.

i ipv Delft T: 015-7502575 W: www.ipvdelft.nl

Holland Scherm verzorgt de uitvoering. Naar verwachting is de vernieuwde brug in maart 2010 gereed.

De bestaande draagconstructie van de brug blijft intact, maar krijgt een extra betonnen druklaag. Zo wordt de brug verstevigd en tegelijkertijd verbreed. Een viertal pylonen zorgt voor extra ondersteuning van het brugdek. In het midden van de drie overspanningen komen stalen jukken onder het brugdek, die met tuien aan de nieuwe pylonen bevestigd zijn. Een nieuw zachtwit gekleurd hekwerk met houten handregel en een slank staalprofiel aan de randen

S t r a a t b e e l d november 2009

19


From Profiles to Solutions

Ontwerp

Overleg

Realisatie

Ontwikkeling

Sapa Pole Products produceert aluminium lichtmasten die niet alleen veilig zijn, maar ook milieuvriendelijk en fraai vormgegeven. Het Application Center van Sapa Pole Products helpt u graag bij het ontwikkelen, ontwerpen en fabriceren van oplossingen die aan uw wensen voldoen. Voor inspiratie verwijzen wij u naar de referentieprojecten op onze website!

www.sapapoleproducts.com


p

u

b

l

i

c

d

e

s

i

g

n Special Openbare verlichting met o.a. • Praktijkcases Tilburg, Breda, Den Helder, e.a. • LED en openbare verlichting

In samenwerking met SenterNovem

magazine

• Landschapsarchitectuur en openbare verlichting

S t r a a t b e e l d november 2009

21


Het Nationale Lichtcongres 2009 In samenwerking met:

Op donderdag 12 november 2009 organiseert de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde het jaarlijkse Nationale Lichtcongres, met als titel:

NIEUW LICHT Colofon De NSVV wil tijdens dit congres met u de uitdaging aangaan voor het nieuwe licht van de toekomst. De NSVV speelt een vooraanstaande rol voor het licht in de samenleving. We willen u laten zien wat we nu al (kunnen) doen. Via inspirerende voordrachten, met nieuwe inzichten en ideeën en interactieve workshops willen we samen met u een flinke stap zetten op weg naar ‘nieuw licht op licht”.

Informatief vakblad voor iedereen die betrokken is bij ontwerp, inrichting, beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Met ondermeer analyses, productbeschrijvingen, brancheinformatie en projecten.

Straatbeeld is een uitgave van Acquire Publishing bv Faradaystraat 4a, 8013 PH Zwolle T 038 4606384 F 038 4606318 E info@acquirepublishing.nl I www.acquirepublishing.nl

Plaats: CineMec te Ede Aanmelding via www.nsvv.nl

Workshop Openbare Verlichting

Uitgever/hoofdredacteur Geert Dijkstra

De Taskforce Verlichting fungeert als belangrijke katalysator bij de vele proefprojecten, die in het kader van energiebesparing zijn opgezet. De inhoudelijke bijdragen worden gevormd door Theo Mackaay (SenterNovem over Task Force Verlichting), Jan Ottens (Infra Engineering over Energie Labelling) en Thom Vermeulen (Gemeente Breda over LED-proeven in Breda)

Medewerkers Wim Nijmeijer Frank Bekker Jaap Groot Theo Mackaay (SenterNovem) Grafische vormgeving Studio Birnie, Twello Druk Thieme Grafimedia Groep

Inhoud

Advertentie-acquisitie Acquire Media Michiel Noordzij Faradaystraat 4a 8013 PH Zwolle T 038 460 63 84 E info@acquiremedia.nl

Taskforce Verlichting

23

Energiebesparing: een kernthema in het Openbare Verlichtingsbeleid

24-25

Cursusoverzicht

25

PraktijkCase Assen

26-27

IGOV

28

PraktijkCase Amsterdam

30-31

PraktijkCase Breda

32-33

Landschapsarchitecten en openbare verlichting

34-36

PraktijkCase Den Helder

37

LED’s in openbare verlichting

38-39

voorafgaande toestemming van de uitgever. Op alle aanbie-

PraktijkCase Heerenveen

40-41

van toepassing de voorwaarden die zijn gedeponeerd bij de

PraktijkCase Tilburg

42-43

Wat kan ik morgen al DOEN?

44

Abonnementen Voor alle informatie over abonnementen op het tijdschrift, de emailnieuwsbrief, de website en andere activiteiten van Straatbeeld, stuurt u een email naar abonnementen@acquirepublishing.nl. © Acquire Publishing. Alle rechten voorbehouden. Reproductie in enige vorm of op enige wijze verboden zonder dingen, offertes en overeenkomsten van Netwerk Pers zijn Kamer van Koophandel in Zwolle. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave uiterste zorg is besteed, aanvaardt de uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor de gevolgen hiervan.

22

S t r a a t b e e l d november 2009


Taskforce Verlichting De projectgroep Openbare Verlichting roept gemeenten en provincies op werk te maken van energiebesparing in de openbare verlichting. Die bepaalt namelijk 60% tot 70% van de gemeentelijke en provinciale energievraag. Met de ‘Koplopersaanpak’ wordt een versnelling in de energiebesparing gerealiseerd. Actie en enthousiasme De ‘koplopersaanpak’ houdt in dat gemeenten en provincies die al actief zijn op het gebied van energiebesparing andere gemeenten en provincies enthousiasmeren en aanzetten tot actie. Om de verschillende gemeenten en provincies met elkaar in contact te brengen, organiseert de projectgroep Openbare Verlichting bijeenkomsten in verschillende delen van het land. Eind januari is in Apeldoorn de eerste bijeenkomst gehouden. “Die kick-off van de koplopersaanpak is zeer druk bezocht”, vertelt Rob Metz, wethouder in Apeldoorn en voorzitter van de projectgroep Openbare Verlichting. “We willen collega-gemeenten laten zien wat er allemaal al gebeurt op het gebied van energiezuinige verlichting. Want het wiel hoeft niet opnieuw uitgevonden te worden”. Energiescans Van alle gemeenten en provincies wordt verwacht dat zij een uitvoeringsplan opstellen voor het energiezuinig maken van hun openbare

verlichting en dat plan de komende jaren gaan uitvoeren. Daarbij kunnen ze gebruikmaken van een energiescan die het huidige energiever-

Energiezuinige verlichting kan: Koplopers zijn aan te spreken Ambitieniveau is af te spreken Nulmeting d.m.v. energiescan het K A N

bruik en het besparingspotentieel berekent. Metz: “In de transitie naar zuinige verlichting is het zaak om allereerst te weten wat je waaraan uitgeeft. Pas dan kun je doelgericht stappen zetten. Er zijn echter verschillende soorten scans waarvan de resultaten moeilijk met elkaar te vergelijken zijn. Dat is een van de

problemen die de Taskforce Verlichting nog probeert op te lossen.” Quickwins “De quickwins moet je in ieder geval beetpakken”, stelt Metz. “Hogedruk kwiklampen zijn vanaf volgend jaar bijvoorbeeld verboden, dus die moet je sowieso vervangen. En ook over verouderde lampen hoef je niet te twijfelen. Maar als je als gemeente net twee jaar geleden nieuwe verlichting hebt aangeschaft, is het een moeilijker kwestie. Daarover gaan de discussies die de projectgroep faciliteert. Zo proberen we een kennisplatform te verwezenlijken dat voorziet in ‘best practices’. Gelukkig is daar al veel bestuurlijke en ambtelijke aandacht voor”. Steeds meer koplopers Er zijn in Nederland nog ongeveer 2,2 miljoen lichtpunten waar 35-70% energie bespaard kan worden. Dat is een te grote kans om te laten liggen volgens Metz. “Maar om die besparing te realiseren moeten we vooral de discussie over regelgeving en normering voeren. Daarbij is het belangrijk dat we inzichtelijk maken wat de resultaten zijn die we boeken. Dat enthousiasmeert enorm en zo krijgen we steeds meer koplopers!”

Projectgroepleden Openbare Verlichting R. Metz H. Baud T. van den Brink W. Eleveld R. van Esch H. Faber W. de Jong N. van Koningsbruggen T. van Leeuwen Th. Mackaay J. Mol S. Nieuwenhuis J. Vlasblom R. van Vliet Y. Visser R. van Wordragen

Gemeente Apeldoorn – voorzitter Liandyn NSVV / Rijkswaterstaat Liandyn Philips Gemeente Apeldoorn Provincie Utrecht NLA / Indal Ministerie VROM SenterNovem Innolumis Ministerie VROM Provincie Utrecht VNG UNETO-VNI / Imtech SenterNovem - secretaris

Zicht op Licht Het totale energieverbruik van alle gemeentelijke OVL is eind 2008 m.b.v. het rekenmodel ‘Zicht op Licht’ berekend op ± 485.000 MWh. Dat is gemiddeld zo’n 1.100 MWh per gemeente. Het totale theoretische besparingspotentieel voor gemeentelijke OVL is berekend op 18%. S t r a a t b e e l d november 2009

23


Energiebesparing: een kernthema in het Openbare Verlichtingsbeleid In veel gemeenten is openbare verlichting (OVL) tegenwoordig onderdeel van het programma Openbare Ruimte. Binnen dit programma maken gemeenten keuzes over veiligheid, esthetische kwaliteit, energiebesparing, lichthinder, lichtsoort en milieuaspecten. Energiebesparing is dan ook maar één van de invalshoeken, maar deze ontwikkelt zich snel tot een kernthema in het OVL-beleid. Dit artikel geeft een algemene schets van beleidsontwikkeling OVL in gemeenten (en provincies). De huidige praktijk De huidige praktijk van OVL-beleid heeft een forse ontwikkeling doorgemaakt sinds de jaren negentig. Het werkveld is breed geworden en volgt in steeds meer gemeenten de beleidscyclus zoals weergegeven in de figuur.

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) heeft in 2004 geleid tot de verplichte paragraaf Kapitaalgoederen. Daarmee wordt het kapitaalintensieve en het meerjarige karakter van de ‘sector OVL’ onderstreept. In de jaren na 2004 begon de invloed van de Wet Dualisering door te dringen met als effect dat ook de functionaris die het gemeentelijk beleidsplan OVL opstelt, te maken kreeg met de programmamanager Openbare Ruimte. De over het algemeen technisch georiënteerde beheerder OVL moest zich gaan gedragen als beleidsmedewerker. Om goed beleid te ontwikkelen moet je je eigenlijk in de huid van een bestuurder kunnen plaatsen en die kloof is voor velen in de OVL-

24

S t r a a t b e e l d november 2009

sector groot. Tegenwoordig is de OVL gelukkig in veel gemeenten geen sluitpost meer op de begroting, omdat bestuurders beseffen dat de gemeente zich met OVL-beleid kan onderscheiden van andere gemeenten. Toch liggen oneigenlijke bezuinigingen voor de OVL nog steeds op de loer zolang bestuurders weinig greep hebben op de vertaling van OVL-techniek naar euro’s. Om hieraan tegemoet te komen worden nieuwe competenties gevraagd van de OVL-beheerder en zijn adviseurs. De toekomst: aandacht voor energiebesparing Vanuit onze ervaring met het recent ontwikkelde Model Beleidsplan Openbare Verlichting (2007) en de eerdere Aanbeveling Kengetallen Openbare Verlichting (2004) zijn de volgende aandachtspunten en verbeterpunten te noemen: 1 Beleidsontwikkeling voor energiebesparing in de OVL is het meest effectief als het wordt ingebed in een totaalbeleid rond OVL. Energiebesparing volgt hiermee de beleidscyclus. 2 Beleid moet in een later stadium van de cyclus verantwoord worden. Om dat te kunnen doen is kennis onontbeerlijk over jaarlijkse monitoring van het energieverbruik en van de energie-efficiëncy (de kosten van het energieverbruik per eenheid van lichtstroom). Het is belangrijk beide begrippen te onderscheiden. Monitoring over langere termijn vereist dat energieverbruik en de bijbehorende kosten in de gemeentelijke administratie zichtbaar zijn (voor veel gemeenten nog een verbeterpunt). Bovendien is een vereiste dat energieverbruik niet ‘vervuild’wordt door het laten meeliften van andere gebruiksdoelen, zoals het aanstralen van gebouwen

of gebruik voor lichtkunstwerken. 3 Voor beleid rond energiebesparing is het wenselijk om energiekosten en vervangingsinvesteringen meer dan tot nu toe aan elkaar te relateren. Als in het beleid wordt opgenomen dat vervangingsinvesteringen eerder worden gepleegd dan technisch nodig is, kan er sprake zijn van ‘rendabele investeringen’ terwijl er tegelijkertijd boekhoudkundig ook desinvesteringen worden gepleegd. Dit soort redeneringen en analyses vergt voor OVL-beheerders nieuwe kennis en competenties. 4 Voor het monitoren van energieefficiëncy dient het gemeentelijk beheersysteem voor de OVL eventueel aangepast te worden. De overweging om daarin te investeren is ook onderdeel van het OVL-beleid! 5 Tenslotte dient beleid rond energiebesparing en energie-efficiëncy rekening te houden met de behoefte aan leeromgevingen. Wenselijk is dat de OVL-beheerder tijd beschikbaar heeft om ervaringen met andere gemeenten (of provincies) te delen en te analyseren op leerpunten. De ruimte die hiervoor gegeven wordt is onderdeel van het beleid.

Energiebesparing in de Openbare Verlichting Openbare verlichting biedt veel kansen voor verduurzaming. Met het juiste beleid en een goed uitvoeringsplan haal je eruit wat erin zit. Steeds meer gemeenten zien hier kansen om enerzijds een bijdrage te leveren aan het klimaatbeleid en anderzijds een besparing te realiseren. Om gemeenten hierbij te ondersteunen heeft SenterNovem in samenwerking met een aantal provincies en


OVL-beheerders een aanpak ontwikkeld waarbij in een kort tijdsbestek een plan van aanpak kan worden gerealiseerd. Deze workshops voor beheerders en beleidsmakers worden in verschillende regio’s georganiseerd. De handschoen opgepakt Dat gemeenten een grotere inspanning willen leveren om energiebesparing te realiseren blijkt uit het akkoord dat het Rijk met de gemeenten hebben gesloten. In dit akkoord hebben de gemeenten de doelstelling onderschreven om jaarlijks 2% energiebesparing te realiseren in de openbare verlichting. Dat de gemeenten de handschoen oppakken blijkt ook uit de aanvragen voor een uitkering Stimuleringsregeling Lokaal Klimaatbeleid van het ministerie van VROM. Daarbij kiezen ruim 80% van de ongeveer 440 gemeenten voor het realiseren van energiebesparingsprojecten in de openbare verlichting. Er is door het kabinet veel belangstelling voor het onderwerp en ook de door de minister ingestelde taskforce heeft het onderwerp bij veel gemeenten hoger op de agenda gezet. Knelpunten Bij veel beheerders is er belangstelling om aan de workshops deel te nemen. Deze belangstelling is wel

te verklaren. Uit de ervaringen van SenterNovem is gebleken dat veel gemeenten de uitvoering van het beheer Openbare Verlichting bij de provider hebben gelegd. Veel providers gaven daarbij ook beleidsmatige adviezen. In veel gemeenten is de wijze van beheren voornamelijk ingegegeven door de kosten en het criterium sociale veiligheid. En alhoewel het binnen een gemeentelijke organisatie een belangrijke kostenpost is, hebben maar weinig gemeenten zicht op het verbruik en de besparingspotentiëlen. Pilots SenterNovem heeft een aanpak ontwikkeld die gemeenten in staat stelt om snel tot beleidskeuzes en een uitvoeringsplan te komen. Deze aanpak is getest in een aantal pilots, waaraan zo’n 50 gemeenten deelnamen. In een reeks van vijf workshops werkten gemeentelijke wegbeheerders (en later ook beleidsmedewerkers) aan duurzaam OVL-beleid en/of een uitvoeringsplan. De workshops worden inhoudelijk afgestemd op de vraag die er bij de deelnemers ligt. Daarbij is aandacht besteed aan het gemeentelijk verbruik, de besparingspotentiëlen, technische ontwikkeling en keuzes. Het uitgangspunt is dat energiebesparing niet ten koste mag gaan van bijvoorbeeld de sociale veiligheid.

Ervaringen Tijdens de pilots ontstonden vaak geanimeerde discussies waarbij veel kennis over technieken, politieke ontwikkelingen en goede voorbeelden werden uitgewisseld. In een aantal situaties heeft dat ertoe geleid dat de beheerders elkaar zijn blijven ontmoeten. Meer moeite hadden veel beheerders met het schrijven van beleidsplannen. Hiervan gaven veel beheerders aan dat dat een aparte expertische vereist. Daarom worden in de huidige workshops ook de beleidsmedewerkers betrokken om tot een praktisch resultaat te komen. Veel verbetering lijkt mogelijk in de interne communicatie bij gemeenten. Opvallend is dat veel wegbeheerders niet op de hoogte zijn van het eigen klimaatbeleid en de opvatting van de bestuurder niet kennen. Kennis en draagvlak Uit de pilots kwam duidelijk naar voren dat ook kennisbehoefte en het vergroten van draagvlak bij collega’s en gemeentebestuur succesfactoren vormen voor het ontwikkelen van duurzaam OVL-beleid. Daarom zijn ook die aspecten opgenomen in de definitieve versie van het handboek. De handleiding aanpak duurzame openbare verlichting is te downloaden bij de publicaties op www. senternovem.nl/openbareverlichting.

Overzicht opleidingen, cursussen en workshops voor openbare verlichting  CROW 1 daagse R.A.W. cursussen over bestekken aanleg en onderhoud openbare verlichting www.crow.nl/cursussen tel. 0318 - 69 53 60  Licht & Donker Advies 4 daags beleidstraject Licht & donkerte 1 daagse technische en beleidstrainingen www.lichtendonkeradvies.nl tel. 026 - 352 33 17  Elsevieropleidingen 5 daagse opleiding Openbare Verlichting www.elsevieropleidingen.nl tel. 078 - 625 38 88  Lighting Design Academy 1 daagse (2 avonden) cursussen openbare verlichting en lichthinder www.lightingdesignacademy.org tel. 084 - 420 32 80

 Infra Engineering bv Diverse 1 à 2 daagse cursussen over verschillende technische en beleidsapecten www.infra-engineering.nl/veiligheid tel. 033-450 22 25

 ROC Midden Nederland Opleiding Hogere Verlichtingskunde (OV deel 8 lesuren) www.rocmn.nl Tel. 030 - 285 24 22

 Philips Lighting Academy 3 daagse cursus openbare verlichting en workshops specifieke onderwerpen www.lighting.philips.com/nl_nl/academy tel. 040 - 278 75 00

 Liandyn - Cursus Openbare verlichting (8 x ½ dag) over basiskennis OV, - Masterclasses “Licht op Openbare Ruimte” op locatie voor beheerders en beleidsmedewerkers http://www.lichtopopenbareruimte.nl/ www.liandyn.nl of tel. 020 - 597 11 56

 IP Lighting 1 à 2 daagse cursussen en workshops over basiskennis OV, ontwerpen OV en dimmen www.enexis.nl/netwerk/netbeheerder/ site/lighting/index.html tel. 073 - 855 84 22

 Spectrum Advies Workshop (halve dag) Nieuwe Technieken voor Bestuurders www.spectrumadvies.nl tel. 0318 - 64 39 71

S t r a a t b e e l d november 2009

25


Aad Verheul, gemeente Assen, roept collega’s op tot kennis delen en gewoon doen! Begin dit jaar hebben Raad en College van de gemeente Assen hun fiat gegeven op het vijfjaren plan voor de openbare verlichting in de gemeente. Er is maar liefst vier miljoen euro beschikbaar voor duurzaam en veilig verlichten van de openbare ruimte. En dus gebeurt er veel, onder bezielende leiding van Aad Verheul. Zijn motto: weg met de koudwatervrees, gewoon doen! Naast doelstellingen op het gebied van sfeer, veiligheid en het tegengaan van lichtvervuiling staat CO2-reductie centraal in het beleid. LED, dimmen en het evt. verwijderen van lichtmasten, meer smaken heeft Assen in de toekomst niet meer. Naast de keuze voor het gebruik van CO2-neutrale masten gemaakt van 100% gerecycled aluminium is vooral het gebruik van lokaal geproduceerde, houten masten een opvallende verschijning in het pakket van eisen. En dus gaat in het plaatsje

26

S t r a a t b e e l d november 2009

Loon alleen inlands Larix gebruikt worden voor de masten in de oude dorpskern. Het is niet verrassend dat Enexis, die op dit moment de gesprekken met de mastenleveranciers voert, het nodige zendingswerk moet verrichten. Leveranciers blijken even te moeten wennen aan dit soort vergaande eisen. Led Binnen de bebouwde kom gaat LED volop toegepast worden. Er is op dit moment gekozen voor de Stela van Indal. Verheul: “Je wordt bedolven onder de LED-informatie op dit moment en er zijn nog geen echte standaarden in de markt. Daarom heb ik in deze fase gekozen voor de Stela van Indal. Ik ken Indal als een degelijke partij, die zelf bovendien ook veel lichtonderzoek doet. Een leuke bijkomstigheid is dat de armaturen in Emmen worden

gemaakt.” De Stela is inmiddels getest in Kloosterveen waar de proef leidde tot positieve reacties onder bewoners. Men vond alleen het blauwe licht te hard en dat wordt in de definitieve opstelling aangepast. Ook buiten de bebouwde kom worden proeven met LED’s uitgevoerd. In het oog springt de proef op een wegvak op de rondweg van Assen. Daar zijn over een traject van een kleine kilometer de masten vervangen door solar LED-spots. De circa honderd spots, die net achter de kantstrepen zijn geplaatst, halen hun stroom niet van het energienet maar volledig uit zonne-energie. Resultaten, bijvoorbeeld op het gebied van verkeersveiligheid energiewinst en CO2 reductie, volgen later dit jaar. Dit soort initiatieven zijn mede mogelijk gemaakt door een subsidie van de Provincie Drenthe.


Sociale veiligheid Gedimd of LED, iets anders is er dus op termijn niet meer in Assen. De wijk Assen Oost is koploper. Daar zijn of worden de circa 800 vier meter paaltoppen vervangen door de Stela’s en de zes meter masten worden gedimd. In de hele gemeente Assen worden 7.000 van het totale bestand van 17.000 masten en armaturen vervangen. Dat leidt tot een besparing van 4 miljoen KW en 2000 ton CO2. Burgers in de betreffende wijken worden ondermeer via flyers op de hoogte gebracht van het beleidsplan en de consequenties voor hun wijk. Ook zijn er proefexemplaren geplaatst om heel direct respons vanuit de burgers te krijgen en ze bij het proces te betrekken. Of het toereikend is om het gevoel van sociale veiligheid in tact te laten, moet nog blijken. Verheul: “We zijn in Nederland heel veel licht gewend. En dus geeft vermindering van licht veel burgers een minder veilig gevoel.” Is dimmen dus per definitie strijdig met het gevoel van sociale veiligheid? Verheul: “Naast het dimmen kun je sowieso met nieuwe armaturen op het gebied van lichthinder al veel bereiken zonder dat het effectieve verlichtingsniveau afneemt. En dat is absoluut winst voor de burgers die gaan last meer hebben van paaltopjes die hun slaapkamers verlichten. En qua dimmen blijkt dat het gelijkmatige dimmen naar 50 procent wat wij op dit moment ’s nachts doen door de meeste burgers niet eens wordt opgemerkt.” Geen beleidsplan zonder uitvoeringsplan Er gebeurt veel in Assen en dat terwijl Aad Verheul slechts een beperkt aantal uren per week beschikbaar heeft voor het openbare verlichtingsbeleid. Verheul: ‘ Ik kan het niet vaak genoeg zeggen, maar het is gewoon een kwestie van doen. In Nederland barsten we van de goede bedoelingen en goed doordachte beleidsplannen. Maar er wordt te weinig uitgevoerd. Ik klaag dus niet over de beperkte tijd, maar zie het echt als een voordeel dat ik alle projecten overzie en kan aanjagen. En ook dicht tegen de uitvoering aan kan zitten.

Een project komt vanuit beleidsambtenaren pas echt van de grond als vooraf beleid, financiën en uitvoering helder zijn.’ Geen beleidsplan zonder uitvoeringsplan dus. Kennis delen een ‘verplicht vak’ Naast bovenstaande projecten om Assen over te krijgen op ‘LED of dimmen’ lopen er ook nog een paar andere interessante pilots. Zoals met groene verlichting van Innolumis in het Asserbos. En er wordt samen met BügelHajema adviseurs en de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek gedaan naar het effect van groen licht, wit licht en ‘geen licht’ op watervleermuizen aan de rand van Assen. Van dat laatste project wordt eind dit jaar de rapportage verwacht. Verheul roept iedereen op kennis te delen, bijvoorbeeld via een partij als SenterNovem, en neemt daarin zelf het voortouw. Hij gaat

eens op de koffie bij raadsleden, nodigt omliggende gemeenten uit of geeft trainingen bij de Provincie. Dan moet het voor Verheul geen probleem zijn om, terugkijken naar de ontwikkeling van het beleidsplan en de eerste uitvoeringsprojecten, zijn collega’s in het land van een aantal nuttige adviezen te voorzien. Verheul: ‘Mijn eerste advies is om al tijdens de planfase pilots te gaan uitvoeren. Dat levert niet alleen inhoudelijke kennis en ervaring op maar creëert ook goodwill bij bestuurders. Zo kun je aan de voorkant al je budget veilig stellen. Verder moet elk beleidsplan in mijn ogen dus vergezeld gaan van een uitvoeringsplan, anders schuift het door naar een volgend bureau en verlies je het momentum. En last but not least moet je niet bang zijn. Ook al is het nieuw, en al ga je een keer onderuit, je moet het gewoon doen!’

Koplopergemeenten op de kaart SenterNovem heeft de ambities en resultaten op het gebied van energiebesparing in de OVL per gemeente in kaart gebracht. Op www.senternovem.nl/openbareverlichting vindt u een Google-map van koplopergemeenten. Per gemeente is vermeld of er een beleids- en/ of uitvoeringsplan voor energiezuinige OVL is en hoeveel energie er bespaard wordt. Via een formulier op de site kunt u als contactpersoon OVL de gegevens van uw gemeente doorgeven.

S t r a a t b e e l d november 2009

27


Steeds meer deelnemers, steeds representatiever, steeds meer mogelijkheden

IGOV - Kengetallen zetten trend in OVL-beleid Kengetallen bieden houvast bij het opstellen, uitvoeren en meten van (de effecten van) beleid. Hoe meer en hoe vaker beheerders en beleidsmakers kengetallen inzetten, hoe robuuster ze worden. Steeds meer betrokkenen in openbare verlichting zien de voordelen. In de afgelopen jaren zijn verschillende instrumenten ontwikkeld om zicht te krijgen op het energiegebruik in de openbare verlichting (OVL). Ongeveer 10 jaar geleden werd in opdracht van SenterNovem gekeken of er zinvolle kengetallen voor openbare verlichting konden worden geformuleerd. Kengetallen in OVL verhelderen en vereenvoudigen het onderbouwen en verantwoorden van

SenterNovem publicaties SenterNovem publicaties over energiebesparing in de openbare verlichting vindt u op www.senternovem.nl/openbareverlichting. Nog meer publicaties, ook van andere organisaties, vindt u op www.kennisbankopenbareverlichting.nl. Tevens bevat deze site een forum waar u al uw vragen kunt stellen over openbare verlichting.

werken met kengetallen veel voordelen biedt. En hoe meer gemeenten aanhaken, hoe beter het instrument wordt: • mediaan en gemiddelden worden steeds betrouwbaarder • bandbreedten worden betrouwbaarder en bruikbaarder • er ontstaan mogelijkheden voor betere vergelijkingen in een subgroep (bijvoorbeeld op basis van omvang lichtstroomproductie of regio) Sturen en ondersteunen Op het gebied van OVL wordt onderscheid gemaakt in sturende en ondersteunende kengetallen. Denk bij sturende kengetallen aan exploitatiekosten, waarde van de verlichtingsmiddelen, energie-efficiëntie en kwaliteit. Ondersteunende kengetallen zijn bijvoorbeeld totale lichtstroom, lichtstroom per lichtpunt en per oppervlakte, systeemvermogen en esthetische en constructieve kwaliteit.

beleidskeuzes. Goed gekozen kengetallen bieden inzicht in kosten en opbrengsten van OVL, geven ontwikkelingen door de jaren aan en maken allerlei vormen van benchmarking mogelijk. De NSVV-Aanbeveling ‘Kengetallen Openbare Verlichting’ zette ze in 2004 op een rijtje.

Leren interpreteren Het berekenen van OVL-kengetallen is in korte tijd te leren. Het interpreteren van de meetresultaten vergt aanvullende oefening. Dat gaat het best in een leertraject: van basiskennis, via praktijkervaring, tot het zelfstandig toepassen van kengetallen. Het IGOV organiseert jaarlijks een reeks van bijeenkomsten om het (collectieve) geheugen op te frissen, uit te bouwen en op peil te houden.

Meedoen loont Een aantal gemeenten werkt inmiddels enkele jaren met voornoemde NSVV-publicatie. Bij het opstellen van de in 2007 uitgebrachte ‘Aanbeveling Modelbeleidsplan OVL’ (een gezamenlijke publicatie van NSVV, IGOV en SenterNovem) werd nogmaals onderstreept dat het

Cyclus Een gemeente of provincie kan zijn OVL-beleidscyclus systematisch verbeteren door gedurende een reeks van jaren kengetallen te berekenen en beleidsmatig te interpreteren. Dit leidt tot steeds beter gefundeerde beslissingen over investeringen, beheer en onderhoud.

28

S t r a a t b e e l d november 2009

Extrapoleren Op korte termijn kan een doorbraak worden gemaakt naar landelijk dekkende cijfers. Door de resultaten totnu-toe te extrapoleren ontstaat een benadering van de totale lichtstroom op jaarbasis en van het bijbehorende energieverbruik. Landelijke monitoring komt dan heel dichtbij, en dat kan weer impact hebben op het overheidsbeleid. Omgekeerd is het mogelijk om kengetallen, met behulp van GIS-technologie, te genereren op wijkniveau. Deze benadering biedt de mogelijkheid om benchmarks over gelijksoortige wijken in Nederland toe te passen en daarvan te leren. Standaard Steeds meer gemeenten ervaren nut en noodzaak van kengetallen. Het aantal deelnemers aan de IGOVbijeenkomsten groeit mee. Kengetallen zijn eigenlijk onmisbaar bij het opstellen, uitvoeren en meten van (de effecten van) beleid. Naar verwachting behoren kengetallen straks tot de standaardproducten binnen de OVL-organisatie.

Kengetallensessies in 2009 IGOV, NSVV en SenterNovem organiseren jaarlijks een serie van drie samenhangende bijeenkomsten over kengetallen. Doel van de eerste bijeenkomst (maart 2009) was: • starters op weg helpen • ervaringen delen en elkaar helpen bij het invullen van de excell bestanden • basis leggen voor een praktische handleiding voor het invullen van de kengetallen-gegevens


S t r a a t b e e l d november 2009

29


Groen licht rond Erasmuspark in Amsterdam

Foto’s: Steven van Kooijk fotografie.

Als je om tafel gaat met Hans Akkerman, Senior medewerker openbare verlichting en stadsilluminatie bij de gemeente Amsterdam, is er eigenlijk te veel om over te praten. Amsterdam ontwikkelt talloze initiatieven om haar openbare verlichting te optimaliseren qua kwaliteit, lichtbeeld, energieverbruik en sociale veiligheid. We zoomen in op twee items: de pilot met groene LED-verlichting in het Erasmuspark en om te beginnen de noodzaak om verlichting van Alocaties integraal aan te pakken. Bij de gemeente Amsterdam leeft al langere tijd de behoefte om, zeker op de A-locaties, het lichtbeeld bij avond te verbeteren. Akkerman: “Net als andere gemeenten heeft ook Amsterdam uiteraard zijn hand-

30

S t r a a t b e e l d november 2009

boeken voor de openbare ruimte. Die staan vol met richtlijnen voor sfeerbeelden en inrichtingseisen overdag qua meubilair, groen, bestrating en dergelijke. Maar er staat niet in hoe wij als gemeente vinden dat de openbare ruimte er ’s avonds of ’s nachts uit moet zien”. Integrale aanpak Echt een klus voor de openbare verlichtingsspecialisten van de gemeente, zo lijkt het. Maar in het binnenstedelijk gebied van Amsterdam vormt openbare verlichting slechts een beperkt deel van het totaal aan lichtfuncties dat ’s avonds en ’s nachts de stad verlicht. Ook gevelverlichting, reclameverlichting, kantoorverlichting, allerlei soorten

van sierverlichting en verlichting van etalages vormen een onlosmakelijk deel van het totale beleving van de openbare ruimte ‘s avonds. En dus wordt het lichtbeeld al gauw meer een optelsom van lichtpunten dan een samenhangend geheel. Een integrale aanpak is gewenst, of eigenlijk noodzakelijk, om te komen tot een uitgebalanceerd verlichtingsplan qua energieverbruik, lichtkwaliteit en sociale veiligheid. Eenvoudiger gezegd dan gedaan, ervaart ook Akkerman. Hij ziet het vaak al bij de projectdefinitie en –opzet mis gaan. Opdrachten worden vaak te enkelvoudig geformuleerd, zoals ‘verlicht de Sint Nicolaaskerk’. Akkerman: “Als dat je insteek is, gaan verlichtingsspecialisten zich alleen op dat


eigen energievoorziening heeft georganiseerd, besparen we relatief weinig energiekosten. Voor ons ligt de winst vooral in de lange levensduur”, nuanceert Akkerman. Uitrol Of de LED-proef in het Erasmuspark snel op grote schaal navolging krijgt, is de vraag. Want al gaan de ontwikkelingen snel, toch ziet Akkerman nog een aantal beperkingen voor de grootschalige toepassing van LED’s. “De brede doorgaande wegen in onze stad zie ik bijvoorbeeld nog niet zo snel met LED verlicht worden. Ook verblinden veel LED’s installaties nog te veel en heb je vaak meer lichtpunten nodig waardoor de totale energiebesparing gereduceerd wordt.” Maar ook Amsterdam experimenteert volop door in nauwe samenwerking met de industrie. En gezien de positieve ervaringen in het Erasumuspark zullen de groene LED’s zullen hun weg naar andere groene gebieden in de hoofdstad waarschijnlijk wel vinden.

object focussen. Om te komen tot een echt integraal verlichtingsplan moet je vanaf het begin het totale plaatje meenemen. En je moet dus ook alle verantwoordelijken voor de belangrijkste verlichtingspunten erbij betrekken.” Met de groei van het aantal betrokken partijen nemen ook de belangentegenstellingen toe. Akkerman: “Etalage verlichting is vanuit duurzaamheidsprincipe en energiebesparing misschien niet gewenst, maar het draagt wel bij aan de sociale veiligheid”. Amsterdam staat dus nog aan het begin van een echt integraal verlichtingsbeleid. Maar het besef is er en de eerste voorzichtige schreden zijn gezet. Dit najaar zullen de eerste resultaten van de visie op het lichtbeeld in de openbare ruimte worden gepresenteerd.

Elektronische nieuwsbrief Ontvangt u de gratis elektronische nieuwsbrief ‘Energiebesparing openbare verlichting’ van SenterNovem al? Meld u aan op www.senternovem.nl/openbareverlichting.

Groen licht in Erasmuspark Overzichtelijker zijn de diverse proeven die de gemeente Amsterdam uitvoert met LED-verlichting en andere lichttechnieken. Zoals de proef met groene LED-verlichting rond het Erasmuspark. Akkerman: “Op de route om het vierkante park hebben we een aantal lichtmasten met een armatuur van Innolumis geplaatst. Dat type verlichting past hier in mijn ogen goed. Je kunt er de route goed mee verlichten, met respect voor de natuur en energiezuinig”. De proef loopt nu enkele maanden en de ervaringen zijn positief. Akkerman: “De spreiding van het licht is goed en de optiek zorgt voor een mooie spreiding van het licht. Mensen blijken ook snel te wennen aan het groene licht. En ook op de lange, rechte weg houd je eigenlijk altijd zicht op het einddoel. Ook al ligt dat vaak honderden meters verder op. Dat geeft het veilige gevoel, waar je rond een park naar streeft. Ik zie er tot ’s avonds laat mensen joggen”. En hoe zit het qua energieverbruik? “Deze installatie is relatief efficiënt. Maar omdat de gemeente Amsterdam op een goedkope manier haar

S t r a a t b e e l d november 2009

31


De stad Breda als openbare proeftuin De gemeente Breda is actief op het gebied van openbare verlichting. Onder bezielende leiding van Thom Vermeulen wordt niet alleen lichtbeleid ontwikkeld en uitgevoerd voor de eigen stad, maar wordt tegelijkertijd een groot aantal LED-proefopstellingen gebouwd en geëvalueerd. Thom Vermeulen is sinds vier jaar werkzaam als beheerder Openbare Verlichting bij de gemeente . Met zijn komst werd destijds de functie voor het eerst fulltime ingevuld en was de tijd van het brandjes blussen voorbij. Geheel in lijn met het programma ‘Taal van de stad’ dat op dat moment in Breda gelanceerd werd, ging Vermeulen direct gevraagd en ongevraagd met ontwerpers én beheerders gezamenlijk om tafel. Vermeulen: “Een belangrijk uitgangspunt van ‘Taal van de stad’ is dat beheerders al in de ontwerpfase meekijken om zo tot een beter beheerbaar product te komen. Het klinkt logisch maar het kost nog veel energie om mensen ervan te overtuigen dat een dergelijke projectmatige aanpak zeker niet tot bureaucratie hoeft te leiden of meer tijd zou kosten.”

32

S t r a a t b e e l d november 2009

Nadat Vermeulen als eerste een nieuw beleidsplan had afgerond, startte hij met het opstellen van een nieuw onderhoudsbestek. In eerste instantie lag de nadruk daarin op energiebesparing. Hij ging grondig te werk. Vermeulen: “Elke gemeente wil energie besparen en iedereen weet dat openbare verlichting de grootste energieverbruiker in de stad is. Maar vaak ontbreekt het zicht op de concrete besparingsmogelijkheden. Daarom heb ik in 2007 door Infra-lux als eerste het besparingspotentieel in de bestaande installaties laten berekenen. Denk aan het vervangen van lampen, de aanschaf van LED’s en door installaties te dimmen”. Deze kennis werd vertaald in een eerste beleidsplan dat door de politiek weliswaar werd geaccordeerd, maar waar niet op voorhand ook budgetten aan werden toegekend. Per project diende de financiering nog separaat geregeld te worden. Een extra reden om alle projecten helder te benoemen en te prioriseren. Daarvoor heeft Vermeulen door Spectrum Advies & Design in 2009 een uitvoeringsplan laten opstellen met in totaal 48 kleine en

grote projecten. Daarin is tot op straatniveau aangegeven wat de mogelijkheden zijn en wat de besparing is van de nieuwe ten opzichte van de huidige situatie. Dit Uitvoeringsplan ligt nu bij de politiek en zal het draaiboek voor de komende jaren moeten worden. De nadruk in de projecten ligt overigens in eerste instantie op het vervangen van de slechte lampen die het meeste energie gebruiken en het minste licht produceren. “We hebben ervoor gekozen om eerst de lampen en het direct inbouwen van de mogelijkheden om te dimmen aan te pakken en later het dimmen daadwerkelijk in te voeren, ondanks dat met dat laatste waarschijnlijk meer winst te boeken is. Maar als de lampen eenmaal vervangen zijn, is de basis goed en kunnen we het dimmen gaan invoeren. Die tijd hebben we overigens ook nog wel nodig om de politiek deelgenoot te maken van de filosofie en principes van het dimmen. Want de lichtplannen uit het begin van de jaren ’90, toen de 24-uurs economie hot was en beleidsmakers dat vertaalden in 24 uur licht, hebben hun sporen nog nagelaten”, aldus Vermeulen.


LED-proeftuin Nadat hij in de eerste jaren dat hij in functie was de plannen voor onderhoud en energiebesparing in gang had gezet, startte Vermeulen anderhalf jaar geleden met de eerste LED-proeven. Daarbij gestimuleerd door de politiek en via zijn contacten bij het IGOV. In eerste instanties ging het om drie straatjes waar de paaltoppen werden vervangen door LED-armaturen van Indal, Innolumis en Philips. Naast de technische aspecten werd in samenwerking met de afdeling Onderzoek & Informatie ook de mening van de burger uitgebreid onderzocht. En de eerste reacties waren niet onverdeeld positief (rapportcijfer 6,0 ten opzichte van een 7,1 voor de oude situatie). Men vond het licht te kil en kon bijvoorbeeld niet meer, zoals vroeger, het sleutelgat vinden. De wisselende reacties leidden tot een terughoudende reactie bij de wethouder buitenruimte. Toch werd een tweede proeftuin opgestart, dit keer in een nieuwbouwwijk. Daarvoor werd de

Stela van Indal gekozen. Een armatuur dat op het gebied van gelijkmatigheid, lichtkleur en strooilicht zijn voorgangers alweer ver achter zich liet. De test werd een succes, een rapportcijfer van 7,6 van de burgers was het resultaat. Vermeulen: “Naast de verbeteringen in het armatuur speelde ook mee dat mensen in een nieuwbouwwijk geen referentie hadden vanuit het verleden. Bovendien zijn het over het algemeen jongere mensen die wat meer openstaan voor dit soort nieuwe ontwikkelingen.” Gesteund door het succes van de proef en aangejaagd door de snelle technologische ontwikkelingen op LED-gebied, startte Vermeulen opnieuw een proeftuin in

een bestaande wijk. Vermeulen: “Ik heb in twee straten van elke fabrikant twee exemplaren van hetzelfde armatuur laten plaatsen om zo te kunnen zien of en hoe de resultaten tussen de armaturen verschillen op één en dezelfde locatie. Op dit moment staan er de Innolumis type Lumis-LED Ecowhite, Ledned type Streetlight 72 LED's warm white, Philips type City spirit cone LED, Indal type Stela 18 LED 5700K, Schréder type Altra-2 LED, Unique Lights type Kingsun KSE070T2 Street, Ruud lighting type LEDway Road, Philips type Residium Fortimo, Lightronics type Primus en Helder light type HL-1 white. In week 41 doen we de lichtmeting en vermogensmeting en kunnen we meer vertellen. De week daaropvolgend wordt geënquêteerd. We maken er, net als bij eerdere testen, weer een openbaar toegankelijk rapport van dat ondermeer via het IGOV haar weg zal vinden. Positief op voorhand is in ieder geval al dat alle fabrikanten mee willen doen, ondanks dat ze zich op deze manier kwetsbaar op stellen”. Naast deze LED-proeven is Vermeulen ook positief over de proef met de LMM van Lightronics. Vermeulen: “In de Baanakker te Effen heeft Lightronics een vijftal kegelvormige armaturen (GFK) omgebouwd van compact fluorescentie naar LED. Lightronics heeft deze LED-module in samenwerking met Philips ontwikkeld. In de hele serie van armaturen waarvan de GFK deel vanuit maakt, is een montageplaat met daarop de lichtbron en de elektronica ingebouwd, waardoor het vervangen een peulenschil is. De LED wordt nu behandeld als een lichtbron die uit te wisselen is. Hiermee is goed op de toekomst ingespeeld. De bewoners hebben niet in de gaten dat er iets is veranderd. Het lichtbeeld is gelijk aan de oude situatie. Zelf ben ik zeer te spreken over deze LED-module.”

Thom Vermeulen is een van de sprekers op het Nationaal Lichtcongres dat op 12 november 2009 in Ede wordt gehouden. Hij zal dan dieper ingaan op de opzet en de resultaten van de diverse proeven in Breda.

S t r a a t b e e l d november 2009

33


“Mogelijkheden energiebesparing grotendeels afhankelijk van ambitieniveau van ambtenaren”

Tekst: Jaap Groot

Landschapsarchitecten kunnen in hun ontwerpen wezenlijk bijdragen aan besparing op energiegebruik bij verlichting in de openbare ruimte. Zij stuiten echter nog te vaak op een te laag ambitieniveau onder gemeenten. Daarnaast bieden ook producenten nog te weinig keuzemogelijkheden wat betreft toe te passen verlichtingsvormen en geschikte armaturen. “De koplopersaanpak waarmee gemeenten en provincie worden uitgedaagd tot energiebesparing, is op zich een goede regeling. Maar het kan geen kwaad om er landelijk wat meer druk achter te zetten. Zoals bijvoorbeeld ook gedaan is ten aanzien van het gebruik van duurzaam, gecertificeerd hout.” Dat zegt Hanneke Kijne van het gerenommeerde Bureau Alle Hosper, landschapsarchitectuur en stedebouw uit Haarlem. Kijne is als landschapsarchitect gespecialiseerd in de stedelijke buitenruimte waarbij naast verharding en straatmeubilair vooral ook bijzondere verlichting een belangrijk integraal onderdeel vormt. “De maatschappelijke discussie over energiebesparing en beperking van de CO2-uitstoot speelt ook bij ons als landschapsarchitecten al geruime tijd. Onze filosofie is bij elk ontwerp: energiebesparing waar mogelijk. Maar die mogelijkheden zijn wel grotendeels afhankelijk van de ambitie van onze opdrachtgevers, de gemeenten. Natuurlijk kunnen wij verregaande voorstellen doen, maar vaak zijn gemeenten daar niet snel toe geneigd. Energiezuinige armaturen zijn op dit moment nog duurder in aanschaf en moeilijker te verkrijgen. Veelal zijn de budgetten niet toereikend waardoor gemeenten de ene keer liever kiezen voor een wat duurdere verharding en een andere keer weer voor een wat duurder verlichtingsconcept. In ieder

34

S t r a a t b e e l d november 2009

geval ben ik nog geen gemeente tegengekomen die als beleid heeft alleen maar energiezuinige lampen te gebruiken.” Kijne is zich er zeker van bewust dat er enorm bespaard kan worden op energiegebruik bij openbare verlichting, waar per gemeente gemiddeld zo’n 60 tot 70% van het totale elektriciteitgebruik aan opgaat. “Wij proberen energiezuinigheid altijd te promoten, zoals wij ook duurzaam hout en duurzame steensoorten in onze ontwerpen trachten mee te nemen. Hoewel gemeenten vaak voorkeur hebben voor zo goedkoop mogelijke materialen, proberen wij daar als bureau toch enigszins een draai aan te geven of maken wij

zelf al een keuze. Het gebruik van duurzaam hout zit over het algemeen wel goed tussen de oren bij onze opdrachtgevers. Ten aanzien van verlichting is dat toch anders. Men let wel op kosten van onderhoud, maar voor duurzaamheidsaspecten bestaat op dit vlak nog nauwelijks belangstelling.” Tot op heden hebben de landschapsarchitecten van bureau Alle Hosper wat betreft gebruik van energiezuinige verlichting, alleen te maken gehad met LEDverlichting, vervolgt Kijne. Vooral de klassieke niet-energiezuinige lampen in straatlantaarns worden meer en meer vervangen door LEDlampen. “Grootste probleem is dat nogal wat armaturen


niet geschikt zijn voor LEDlampen”, zegt Kijne. De LEDtechniek is volgens haar de laatste paar jaar wel aanzienlijk verbeterd. De LED's zijn veel kleiner geworden, waardoor

Goede lichtvisie als kader voor energiebesparing “Als we echt energie willen gaan besparen, kunnen we beter sensoren aanbrengen in de openbare verlichting in woonwijken. Stel dat we een kwart van de woonwijken in Nederland zouden voorzien van die sensoren en dimsystemen, dan zouden we wat betreft de CO2 emissie in één keer ruimschoots aan onze Kyotodoelstellingen kunnen voldoen.” Dat is de overtuiging van Berry van Egten, lichtontwerper/ directeur van Berlux lichtarchitectuur uit Zwolle. Van Egten richt zich met zijn ontwerpen voornamelijk op de doelgroep gemeenten in Nederland “met wie je ook over andersoortige zaken kunt praten dan uitsluitend energiebesparing. Daar gaat het ook om vragen als wat is de kwaliteit van de binnenstad, wat is de toeristische waarde van het gebied en hoe kunnen we die verhogen met een goede lichtvisie.” Van Egten wijst naar een onlangs gehouden onderzoek onder ruim 60 gemiddeld grote gemeenten waarbij het energiegebruik in kaart is gebracht. Daarbij is volgens hem gekeken naar verlichting van industrieterreinen en naar straatverlichting langs doorgaande wegen, woonwijken en de binnenstad. Van Egten: “Daaruit blijkt dat slechts 2 tot 4 procent van de energierekening wordt bepaald door verlichting in de binnenstad en de resterende 96 procent ongeveer gelijkwaardig verdeeld over de andere onderzochte

je meer LED's in een armatuur kunt gebruiken. Ook in kleurmogelijkheden is de techniek vooruit gegaan. “Tot voor kort was alleen rood, groen en blauw beschikbaar, omdat je

categorieën. Ik heb nog wel eens discussies met lokale groepringen en milieubewegingen die zich verzetten tegen het ‘onnodig hoge’ lichtverbruik in de binnenstad. Maar licht heeft daar extra belevingswaarde en bepaalt ook een deel van het veiligheidsgevoel. Waarom daar zoveel inspanning doen om tot 1 procent besparing te kunnen komen, terwijl we in de woonwijken het percentage kunnen terugbrengen naar 20 tot 30 procent. Dat zet pas zoden aan de dijk. In woonwijken brandt de hele nacht verlichting, terwijl er bijna niemand op straat is. Met sensoren en dimsystemen kun je het energiegebruik aanmerkelijk terugbrengen door de straatverlichting alleen volop te laten branden als er zich een voetganger, fietser of auto in de buurt bevindt.” Het ei van Columbus. Maar waarom gebeurt dat dan niet? Van Egten: “Men is veel te gefixeerd op LEDverlichting, terwijl dat (hoewel de LEDtechniek wel sterk aan het verbeteren is) lang nog niet zo’n efficiënte lichtbron is als steeds maar wordt geroepen. Maar het is wel een zichtbare maatregel waarmee politici/bestuurders direct kunnen scoren.En men schrikt nog steeds terug van de investeringskosten die gepaard gaan met het aanbrengen van dim- en sensortechnieken. Men kijkt niet naar de exploitatie, terwijl duidelijk aantoonbaar is dat het zich binnen zeven jaar terugverdient.” Van Egten vindt ook dat te eenzijdig naar energiebesparing wordt gekeken. “Het gaat volgens ons bureau in

daarmee alle kleuren kunt maken. Nu ontwerpen wij ook met wit, amber en blauw waarmee veel mooiere effecten zijn te bereiken. Maar nog steeds lopen de meningen nogal uiteen over de lichtopbrengst en levensduur van LEDlampen. Het aantal branduren komt vaak niet overeen met wat de fabrikant aangeeft. Daar is nog een behoorlijke slag te slaan en een gedegen onderzoek naar kwaliteit en werkelijk aantal branduren zou meer duidelijkheid kunnen bieden.” Koudwatervrees De landschapsarchitecte constateert

eerste instantie om de lichtkwaliteit, om de belevingswaarde ervan door de burger. Als je draagvlak voor energiebesparing wilt creëren, zul je daar toch zeker ook rekening mee moeten houden.” De lichtontwerper benadrukt dat hogedruk kwiklampen, natriumlampen en bepaalde soorten spaarlampen nog steeds een hoger rendement per watt hebben dan LEDlampen. Hij constateert zelf dat landschapsarchitecten over het algemeen nog over te weinig technische kennis beschikken en zich voornamelijk met de vormgeving van de armaturen bezighouden. “Maar misschien moeten we ook anders naar openbare verlichting gaan kijken. LEDlicht geeft dan wel op straatniveau een lichtbundel die voldoet aan de wettelijke eisen wat de lichtopbrengst betreft, maar die bundel is zo smal dat er geen zicht op de omgeving is. Eventuele belagers zijn daardoor niet te herkennen. We moeten dus nog niet alles op de LED gooien en wellicht meer overgaan tot verlichting van verticale vlakken, want daar oriënteert het visuele systeem van de mens zich veel meer op. Als iemand zijn binnenverlichting op een zwart plafond richt, wordt ‘ie voor gek verklaard. Maar wij proberen buiten met onze lantaarnpalen wel zwart asfalt te verlichten waar ook nog eens auto’s overheen rijden die een eigen lichtbron hebben...” Meer informatie is te vinden op www.berluxlichtarchitectuur.nl en www.lightingdesignacademy.org

S t r a a t b e e l d november 2009

35


lichtfabrikant ter plekke gaan kijken hoe ver we kunnen komen met een armatuur- of lampsoort.”

dat de naam LEDverlichting over het algemeen ook wel bekend staat bij haar opdrachtgevers. “Daar hoef ik verder geen uitleg bij te geven. Men weet dat LED's energiezuiniger zijn. Maar van het bestaan van andere vormen van energiezuinige verlichting is men niet of nauwelijks op de hoogte. Bovendien zien we bij onze opdrachtgevers ook een vorm van koudwatervrees, gezien de onbekendheid met het fenomeen, het gebrek aan referentieprojecten en garanties over de duurzaamheid, en hogere investeringen. Er bestaat nog onvoldoende besef dat de kosten zich al binnen enkele jaren terugverdienen. Daarnaast is het moeilijk gemeenten over de streep te trekken omdat er nog onvoldoende keuzemogelijkheden bestaan. Wat dat betreft ligt de bal ook wel een beetje bij de fabrikanten. Als ontwerper zitten wij tussen de vraag- en aanbodkant ingeklemd. Wij adviseren in principe de gemeente. Als er onvoldoende keuzemogelijkheden zijn bij de producent, kijken we altijd eerst of wij zelf iets kunnen maken. Maar als dat niet mogelijk is, moeten wij ons beperken tot wat er is. Ontwerpers proberen er altijd zoveel mogelijk uit te halen, proberen vooruit te lopen en soms gaan producenten en opdrachtgevers dan toch mee.” Soms gaat het ook niet zozeer om de lichtbron zelf, vervolgt Kijne “maar om wat je ermee doet. Neem bijvoorbeeld het Spui in Den Haag. Daar hebben we verlichtingsmasten gecombineerd met trammasten. Daarmee bezuinig je op het aantal masten in de openbare ruimte; weer een heel andere strijd. In dit geval werkten wij samen met Philips om tot de ontwikkeling van een nieuw armatuur te komen. Dat doen wij wel vaker, dat we samen met een

36

S t r a a t b e e l d november 2009

België Heeft het bureau Alle Hosper in Nederland nog wel eens te maken met een betrekkelijk laag ambitieniveau bij gemeenten, in België ervaart men dat anders. Hanneke Kijne: ”In Genk zijn wij in opdracht van de gemeente bezig met een project waarbij een oude mijnfabriek wordt getransformeerd tot een nieuw cultureel centrum. In de gerestaureerde bebouwing worden een schouwburg, een bioscoop en een kunstacademie gerealiseerd. Wij hebben de opdracht voor de inrichting van het centrale plein gekregen waarbij de verlichting voor een heel belangrijk deel het karakter van het plein moet accentueren. Van begin af aan hebben wij daar een geheel concept neergelegd waarin energiebesparende verlichting een grote rol gaat spelen. Op het plein staat twee imposante schachtbokken die nu nog van onderen door enorme schijnwerpers worden aangelicht. De bedoeling is dat wij met LEDlijnen de contouren van die schachtbokken tot bovenin gaan uitlichten. Niet alleen is dat fraaier en wordt er energie mee bespaard, ook qua onderhoud wordt bespaard omdat LEDlicht veel langer meegaat en lampjes veel minder vaak hoeven te worden verwisseld. Wel zo makkelijk omdat anders telkens een kraanwagen zou moeten worden ingezet om

een lampje boven in de meer dan 30 meter hoge torens te vervangen”, aldus Kijne. Verder worden de gevels van de bebouwing rondom het plein vanaf het maaiveld aangelicht door traditionele spotjes. Daar is energiebesparing dus niet mogelijk. Wat het plein zelf betreft gaat de discussie nog over gebruik van LEDlampen of fiberlicht. Hanneke Kijne: “Het is een vrij groot plein en wij hebben ervoor gekozen de randen eromheen goed te verlichten, en het middendeel vrij donker te houden. In tegenstelling tot Nederland waar is vastgelegd hoeveel lux er op het maaiveld moet vallen, zijn daar in Belgie minder strenge eisen voor. Wij hadden voor de pleinvloer allemaal kleine lichtjes bedacht. Fiberlicht heeft daarbij als voordeel dat er slechts één lichtbron nodig is van waaruit er naar alle kanten fiberkabels worden aangelegd die tot op 20 meter afstand een lichtpunt geven. Je kunt dus zeggen dat je dan meer licht hebt voor hetzelfde geld. Bovendien hoef je maar één lamp te vervangen bij een storing. Probleem is waarschijnlijk dat het plein overrijdbaar moet zijn met grote vrachtwagens. Mogelijk dat de bolling in de LEDlampjes en fiberlicht daar niet geschikt voor is. In dat geval komen er LEDlijnen in het plein te liggen. In ieder geval biedt het hoge ambitieniveau van de gemeente ons de kans meer te experimenteren met energiezuinige verlichting die door de gebruikers ook nog eens als fraai wordt beleefd.”


LED's met succes toegepast bij voetgangersoversteekplaatsen in Den Helder Met LED’s in woonwijken wordt inmiddels volop geëxperimenteerd. In Den Helder heeft men de voordelen van LED’s ook ontdekt bij voetgangersoversteekplaatsen. De gemeente Den Helder is een van de koplopergemeenten die naar aanleiding van de Taskforce Verlichting zijn ingesteld. Deze rol blijkt ook in Den Helder te leiden tot een verhoogd bewustzijn qua energiegebruik.

een heldere en herkenbare uitstraling te geven.” Aanrader Op dit moment zijn er 102 Stela’s geplaatst bij diverse voetgangersoversteekplaatsen in Den Helder. Daar komen er volgend jaar nog eens 100 bij. Heeft Docter het gevoel dat meer gemeenten dit concept gaan overnemen? “Dat weet ik eigenlijk niet. De oversteekplaatsen zijn pas vrij recent aangepast, dus veel be-

kendheid is er nog niet aan gegeven. En bovendien maakt elke gemeente natuurlijk zijn eigen keuzes. Zo heeft niet elke gemeenten, zoals wij, in het beleid staan dat elke voetgangersoversteekplaats verlicht dient te zijn. Maar op basis van de resultaten in Den Helder kan ik het mijn collega’s absoluut aanraden. En ik nodig ze graag uit om eens contact op te nemen of op locatie te komen kijken!”

Stela Met dat in het achterhoofd ging Ries Docter, verantwoordelijk voor de openbare verlichting in de gemeente, op zoek naar energiezuinige oplossingen toen de vervanging van armaturen bij voetgangersoversteekplaatsen aan de orde kwam. “Er zijn uiteraard een aantal armaturen op de markt die speciaal geschikt zijn voor voetgangersoversteekplaatsen. Maar in mijn ogen gebruiken die nog altijd te veel energie. Mijn oog viel uiteindelijk op de Stela van Indal waarmee elders binnen de gemeenten op dat moment proeven liepen. Naast het energievoordeel dat dit LED-armatuur bood, vond ik vooral het ingetogen ontwerp uitstekend geschikt voor toepassing bij voetgangersoversteekplaatsen.” Positieve reacties Voor de proef heeft Docter bewust gekozen voor de minst goed zichtbare paden. En tot zijn grote vreugde bleek het concept te werken. Docter: “De oversteekplaatsen werden als mooi en duidelijk herkenbaar ervaren door de burgers. Ook het witte licht, met een kleurtemparatuur van 5700 Kelvin dat in woonwijken nogal eens als kil wordt ervaren, bleek de voetgangersoversteekplaatsen juist

S t r a a t b e e l d november 2009

37


Steeds meer LED in openbare verlichting Zo’n 150 Nederlandse gemeenten experimenteren met LED-oplossingen voor hun openbare verlichting. Staan we aan de vooravond van een uitrol van deze nieuwe technologie? ‘Ook de grotere leveranciers verwachten niet dat LED binnen enkele jaren conventionele oplossingen volledig technisch en economisch achterhaalt’. Het toepassen van LED-oplossingen in openbare verlichting (OVL) komt goed op gang. Begin 2008 experimenteerden nog enkele gemeenten, met enkele tientallen armaturen. Nu zijn dat er zo’n 150, met duizenden armaturen. Ook het aantal aanbieders groeit, inmiddels telt de Nederlandse markt zo’n 10 OVL LED-leveranciers. Hun producten zijn merendeels afkomstig uit het verre buitenland. Zonder uitzondering prijzen zij de significante energiebesparing en lange levensduur. Verbazend Hoewel ook het buitenland al wat meer experimenteert met LED, loopt Nederland duidelijk voorop. Dit is in belangrijke mate het gevolg van het innovatieve, energiezuinige en duurzame imago dat LED-verlichting bij bestuurders heeft ten opzichte van ‘normale’ verlichtingsoplossingen. Dit verbaast enigszins. Hun kennis over energie-efficiëntie en duurzaamheid van moderne oplossingen met gasontladingslampen is zeer beperkt. Daarnaast weten openbare verlichtingsbeheerders nog betrekkelijk

OVL LED pilots op de kaart Op www.senternovem.nl/openbareverlichting vindt u een Google-map waarin de gegevens van alle OVL LED pilots die door SenterNovem worden geëvalueerd zijn vermeld. Binnenkort zullen ook andere OVL LED pilots op de kaart worden opgenomen. Bent u contactpersoon voor een OVL LED pilot in uw gemeente? Kijk dan of de gegevens al volledig op de kaart staan en vul ze aan m.b.v. het formulier op de site.

38

S t r a a t b e e l d november 2009

weinig over de werkelijke prestaties van LED-verlichting in de praktijk. Informatiebehoefte Er bestaat in het algemeen een grote behoefte aan objectieve informatie, zo leert een rondgang langs een aantal gemeentelijke LED-proefprojecten. Die behoefte heeft bijvoorbeeld betrekking op de werkelijke prestaties van OVL-LED en de manier waarop je een systeem beoordeelt. Het gaat hun niet alleen maar over energie-efficiency en levensduur, maar bijvoorbeeld ook over de werkelijke impact van nieuwe armatuurconcepten, het belang van strooilicht (dat met LED vermindert) en de praktijkwaarde van groen (mesopisch) licht langs het fietspad. De ervaring van bewoners en verkeersdeelnemers – als ook de werkelijke besparingen - wisselt. Dit komt deels door kinderziekten die nog overwonnen moeten worden, maar deels ook doordat LED soms ondoordacht wordt toegepast. Het is dus goed dat er veel vragen zijn en dat er veel onderzoek plaatsvindt. Twijfel De markt beseft dat LED-technologie nog sterk in ontwikkeling is: nieuwere, betere, energiezuinigere en beter dimbare oplossingen volgen elkaar snel op. Vervangbare LEDmodules en -drivers winnen terrein op het ‘sealed for life’-concept, waarin afzonderlijke componenten niet kunnen worden vervangen. Dit kan twijfelaars, die terugschrikken voor een versnelde afschrijving van de hoge investeringen in LED-armaturen, deels gerust stellen. De vraag waar veel gemeenten mee zitten is: ‘Is het zinvol om nog te investeren in de gasontladings-technologie waarop onze huidige meerjarenverlichtingsplannen zijn gebaseerd?’ Dit hangt uiteraard sterk af van de samenstelling van het bestaande verlichtingspark. Maar het uitstellen van beslissingen leidt hoe dan ook

tot een vertraging in de uitvoering van plannen en het ‘wegglijden’ van beschikbare budgetten, terwijl zij bij uitvoering zeker een substantiële energie-efficiëntieverbetering zouden opleveren. Niet wachten Hoewel de LED-ontwikkelingen dus snel gaan, is het ook volgens de grotere leveranciers een illusie om te denken dat zij binnen enkele jaren de conventionele oplossingen volledig technisch en economisch achterhalen. Grotere gemeenten wordt geadviseerd om - naast het opdoen van ervaring met LED-(proef) projecten - niet te wachten met het uitvoeren van reeds geplande projecten, ook al zijn ze gebaseerd op de conventionele technologieën en dimming. Ook voor kleinere gemeenten, met nog veel verouderde armaturen, is het raadzaam om niet te wachten met uitvoering van bestaande plannen om die armaturen om te bouwen. Als het park nog relatief jong is, kan men misschien nog wel even wachten op aanstaande LED-ontwikkelingen. Maar het blijft zinvol om na te gaan of bestaande installaties, met beperkte investeringen via bijvoorbeeld timing, zuiniger kunnen. Juiste beslissing Afwachten of niet: het is voor alle gemeenten van belang om voldoende kennis over LED-oplossingen in huis te halen en de prijs- en prestatieontwikkelingen te blijven volgen. Dat legt de basis voor juiste beslissingen over energie-efficiënte en kosteneffectieve oplossingen. Acties als de koplopersaanpak van de Taskforce Verlichting (VROM) dragen hieraan bij. SenterNovem beschikt over uitgebreide en actuele informatie over energie-efficiënte openbare verlichting. Door LED-proefprojecten doordacht op te zetten en


te evalueren kunnen gemeenten meer kennis opdoen over deze technologie. SenterNovem helpt, bijvoorbeeld via de website www. senternovemnl/openbareverlichting.

De site bevat resultaten van een landelijke gecoĂśrdineerde evaluatie van 40 LED-projecten die nu ruim een jaar worden gevolgd (en waarvan de eindrapportage eind 2009

volgt). Hier kunnen gemeenten (en andere geĂŻnteresseerden) bovendien ook ideeĂŤn opdoen en instrumenten downloaden voor eigen onderzoek.

S t r a a t b e e l d november 2009

39


Marc Jense, civielingenieur, antropoloog en wijkmanager in Heerenveen:

“Ga uit van de lichtbehoefte en niet van de technische mogelijkheden!” Marc Jense is naast civieltechnicus ook antropoloog en daarmee een vreemde verschijning in de door technici gedomineerde verlichtingssector. Zijn visie, waarin niet de technologische mogelijkheden centraal staan maar de daadwerkelijke lichtbehoefte, vindt echter steeds meer weerklank. Marc Jense is twaalf jaar als wijkmanager actief in de gemeente Heerenveen waarvan acht jaar ‘met openbare verlichting’. En dus is hij direct betrokken bij wat er speelt in de wijk op uiteenlopende gebieden als verkeer, gezondheidszorg en ook openbare verlichting. Input, of klachten,

40

S t r a a t b e e l d november 2009

uit de wijken neemt hij mee naar de betreffende interne afdelingen. Niet altijd met evenveel succes. Ook in de openbare verlichtingshoek kreeg hij voor zijn gevoel te vaak onbevredigende antwoorden. Vanuit normen en berekeningen geredeneerd waren ze correct, maar de burgers werden er niet gelukkiger van. Dus ging Jense zich verdiepen in openbare verlichting en ontwikkelde een beleidsplan dat uitging van ‘lichtbeleid’ in plaats van ‘verlichtingsbeleid’. Een woordspeling waarachter een totaal andere kijk op de functie en toepassing van licht schuilt gaat, zo

blijkt uit de toelichting van Jense: “Lichtbeleid gaat uit van de beleving van mensen. En begint bij de vraag wat licht in welke situatie moet doen. Als je daar de antwoorden op geformuleerd hebt, kun je lichtbeelden maken. Pas daarna wordt het een uitdaging voor lichtspecialisten om er zo goed mogelijk invulling aan te geven.” Lichtbakens in het buitengebied De eerst ervaringen met deze filosofie deed Jense op met lichtbakens die in het buitengebied van Heeren-


Foto: DAS fotografie

veen werden geplaatst. Bewoners leken aanvankelijk af te willen koersen op zo min mogelijk licht. Dus werden de lichtmasten vervangen door lichtbakens van bijna twee meter hoog met een lamp die door zonneenergie werd gevoed. Reactie van de bewoners? Een schande, levensgevaarlijk! In de beleving van de bewoners waren de sociale- en verkeersveiligheid sterk achteruit gegaan terwijl dat feitelijk niet zo was. Jense: “Er bleek dus een groot verschil te bestaan tussen de beleefde veiligheid en de werkelijke veiligheid. Een interessant fenomeen, waarover in de vakwereld nog weinig bekend is. En de rapporten die er zijn, spreken elkaar tegen”. Dus zette Jense twee studenten van de Rijksuniversiteit Groningen aan het werk om vanuit psychologisch en sociologisch perspectief naar dit fenomeen te kijken. Resultaten volgen begin volgend jaar en vormen de eerste puzzelstukjes voor dit complexe vraagstuk. Geen gebaande paden Vooruitlopend op de onderzoeksresultaten blijft Jense kritische vragen stellen bij dogma’s in de wereld van de openbare verlichting. Zoals verlichten in verband met sociale

veiligheid. Klinkt logisch, maar is het dat wel? En welke verlichtingsniveaus gelden dan? En als mensen het kennelijk niet merken wanneer verlichting ’s nachts is gedimd naar 50%, waarom is dan die 50% niet het standaard verlichtingsniveau? Hij heeft wel een vermoeden waarom veel van dit soort, in zijn ogen, logische vragen niet worden gesteld.: “Technici hebben altijd een aantal mechanismen in hun hoofd om te komen tot een optimale, technische oplossing. Op zich heel goed natuurlijk maar ze zouden dat moeten combineren met kennis om vanuit lichtbehoeften te denken en pas daarna in technische oplossingen. En onderschat ook de invloed van toeleveranciers niet, ook binnen de NSVV. Ze denken actief mee met verlichtingsvraagstukken van opdrachtgevers, maar we moeten ons wel blijven realiseren dat we niet altijd dezelfde belangen hebben.” Balises Jense blijft ondertussen binnen de gemeente Heerenveen zijn filosofie toepassen in de praktijk. Hij verlicht het fietspad in plaats van de hoofdweg (“auto’s zorgen zelf al voor voldoende verlichting”) en laat fiets-

paden afstrooien met witte steenslag om, net als een schelpenpad in de duinen, als vanzelf een betere reflectie en geleiding te realiseren. En hij heeft een succesvolle test gedaan met zogenaamde balises in het buitengebied van Heerenveen. “Een lichtpunt ter markering van een kruispunt is helemaal niet zo logisch als het klinkt. Het is een achterhaald principe uit de tijd dat auto’s een stuk minder eigen verlichting hadden dan nu. Bovendien verblindt het ook en heb je enkele seconden na het passeren van het kruispunt even wat minder zicht.” Dus ging hij op zoek naar een alternatief. En kwam er op vakantie achter dat in Frankrijk naar volle tevredenheid kruispunten in het buitengebied al meer dan dertig jaar gemarkeerd worden door balises. Dat zijn grote buizen die zijn voorzien van een reflectielaag, ze functioneren zonder stroom en kosten ruim minder dan honderd euro per stuk. Jense is razend enthousiast en wil de balises breder gaan toepassen. Maar realiseert zich uiteraard dat ze dan als landelijke standaard zouden moeten gaan gelden. Een niet mis te verstane oproep aan zijn collega’s in het land!

S t r a a t b e e l d november 2009

41


Gemeente Tilburg benut alle technische mogelijkheden voor energiebesparing Er is in tien jaar veel gebeurd op het gebied van openbare verlichting in Tilburg. Het rigide nachtbeleid, waarbij vanaf twaalf uur ruim tweederde van de lichtpunten uit gingen, is grotendeels omgebouwd volgens de visie ‘alles aan, maar gedimd’. Jos van Groenewoud, aanjager van het proces, is nog lang niet klaar en vertelt enthousiast over zijn projecten op het gebied van gelijkmatig dimmen, licht op aanvraag, LED’s enzovoort. De vraag hoe men als gemeente Tilburg de stad wil verlichten, is vanaf de jaren ’90 vastgelegd in een uitgewerkt verlichtingsbeleid. De tijd was rijp voor een nieuwe filosofie: ook ’s nachts alles aan, maar gedimd. Ten opzichte van het tot dan toe gevoerde beleid, waarbij ’s nachts om twaalf uur 66% van het complete bestand uitgedaan werd, was het een forse omslag in denken. Jos van Groenewoud, samen met Bert Smits

42

S t r a a t b e e l d november 2009

verantwoordelijk voor de openbare verlichting in Tilburg: “Je wilt vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid en sociale veiligheid natuurlijk niet dat tweederde van je stad ’s nachts donker wordt. En alle lichtpunten aanlaten is uiteraard ook geen oplossing. Dus is het energiebedrijf op ons aandringen geleidelijk gaan werken aan wijziging van het OVLnetwerk, zodat alle verlichting in de gemeente ‘s-nachts aan kán blijven, maar gedimd. Van de circa 40.000 lichtpunten is nu ruim 40% gedimd, op dit moment met name in de woon- en verblijfsgebieden.”Het heeft er toe geleid dat Tilburg qua energieverbruik nu nog op hetzelfde niveau zit als in 2001. En dat ondanks forse areaaluitbreidingen én dus het feit dat ‘s-nachts meer licht blijft branden.

Twee sporen naar verdere energiebesparing Bestuur en wethouder dragen het beleid en zijn tevreden over de behaalde resultaten, maar wilden meer. Van Groenewoud en Bert Smits werden extra uitgedaagd om verder energie te besparen. Er zijn daartoe de volgende twee sporen uitgezet. Spoor 1: Gelijkmatiger dimmen Het eerste spoor richt zich op het nog geleidelijker dimmen, in plaats van de oorspronkelijke twee stappen. Daarvoor wordt vanaf september gebruik gemaakt van de Dynadimmer. Van Groenewoud: “Daarmee kunnen we flexibeler dimmen naar periode en naar intensiteit. In plaats van twee stappen, om 12 uur ’s nachts terug van 100 naar 50 procent, kunnen we bijvoorbeeld al om tien uur 20


een gemiddelde verlichtingssterkte van 5 lux en een gelijkmatigheid van 0,6 . Dat zijn echt ongelofelijke verbeteringen ten opzichte van de tot nu toe gebruikte PLL met scores van 3 lux en 0,3!”

procent terug in intensiteit. Nuancering in het dimmen, zal ook nog een forse energiebesparing kunnen opleveren”. Spoor 2: Alleen verlichten als het nodig is Het tweede spoor is gebaseerd op moderne detectietechnologie die ‘licht op aanvraag’ mogelijk maakt. Daarvoor worden in de proeftuin Berkel Enschot diverse experimenten gehouden. De twee qua bebouwingspatroon, stratenpatronen en dergelijke identieke deelwijken stellen de gemeente in staat om allerlei varianten verlichting uit te testen. De eerste test met de City Spirit LED Cone van Philips is zéér positief verlopen. Van Groenewoud: “De gemiddelde burger is altijd kritisch, ook hier. Des te mooier waren de lovende reacties op deze proef. Ook wij waren zeer tevreden over de mooie lichtkleur, de verlichtingssterkte en de gelijkmatigheid. De door ons ook voor LED -verlichting als standaard vastgelegde kleurtemperatuur van 3000 °K blijkt prima te voldoen in de woonomgeving.” Binnenkort start men met het testen van verschillende scenario’s van dynamische verlichting. Hoe reageren burgers bijvoorbeeld als om half elf ’s avonds de verlichting terug gaat naar 30% en alleen voor passanten in een fractie van een seconde naar max gaat om vervolgens, als niets meer gedetecteerd wordt, in vier minuten weer langzaam terug te vallen? Wat voor invloed heeft licht op aanvraag op hun gevoel van veiligheid, wat is hun totale indruk, hoe reageren vrienden die op bezoek komen in de wijk en het fenomeen dynamisch verlichten niet kennen? Vragen waar Jos van Groenewoud in de loop van 2010 antwoord op hoopt te krijgen.

Gelijkmatigheid boven sterkte Door alle projecten en ervaringen heen, raakt Van Groenewoud steeds meer overtuigd van het belang van gelijkmatigheid boven verlichtingssterkte. Hij licht zijn visie toe: “Verlichten gaat in mijn ogen vooral over gelijkmatigheid, meer nog dan sterkte. Ga in een mooie zomernacht maar eens op de hei staan, dan zie je dat je bij een minimale verlichtingssterkte dankzij een perfecte gelijkmatigheid toch verrassend veel ziet. Dit streven naar gelijkmatigheid vertalen we bijvoorbeeld in de keuze van armaturen, het nog kritischer analyseren van lichtberekeningsresultaten of door lichtmasten net even iets dichter bij elkaar te plaatsen dan de theorie aangeeft”.

Cradle to Cradle Naast armaturen en verlichting is er ook volop aandacht voor het duurzaam inkopen van de lichtmasten. Van Groenewoud: “Bijna in de hele gemeente worden de aluminium lichtmasten van Sapa Pole Products toegepast. We hebben met hen een overeenkomst gesloten om aantoonbaar klimaatneutraal te produceren. Per lichtmast wordt een paar euro betaald om het gedeelte dat nog niet CO2 neutraal geproduceerd wordt te compenseren. Dit bedrag wordt door Sapa Pole Products, in samenwerking met de Climate Nautral Group, geïnvesteerd in een duurzaamheidsproject. Tevens verzamelt de gemeente het oude aluminium in voor hergebruik door Sapa volgens het Cradle to Cradle principe. Het Cradle to Cradle principe houdt in dat producten uitsluitend worden gemaakt van verantwoorde, volledig recyclebare materialen.

Zo is er bijvoorbeeld als pilot voor een fietspad gekozen voor de UrbanLine van Philips. Van Groenewoud: “Testen op een fietspad in de gemeente hebben aangetoond dat we met de Urban Line 18W, uitgaande van lichtpunthoogte 5m en een lichtmastafstand van 25m, komen tot

S t r a a t b e e l d november 2009

43


Pluk & Play List

Wat kan ik morgen al DOEN? Opstellen van een plan van aanpak, op basis van een berekening (scan), om energie te besparen in mijn OVL-installatie. In het plan van aanpak wordt aangegeven HOE en WANNEER dat zal kunnen:

• • • •

Geen verlichting daar waar mogelijk. Dimbare energiezuinige verlichting met minimale lichthinder. Openbare verlichting vervangen door andere initiatieven zoals reflecterende markering. Minimaliseren van lichthinder door reclameborden en stadsverfraaiing vanaf een bepaald tijdstip.

Vervangen van hogedrukkwiklampen door energie efficiëntere en dimbare SON, CPO, PLL of LED oplossingen.

Vervangen van oude TL-D/E/MS installaties door dimbare elektronische PLL of LED oplossingen.

Vervangen van conventionele PLL/PLT-voorschakelapparaten door dimbare elektronische units en dan: –

Eenvoudig dimprofiel daar waar de leefbaarheid en veiligheid niet in het gedrang komt.

Intelligent dimsysteem, gebaseerd op meerdere schakelmomenten en/of gemiddelde bewegingsintensiteit.

Vervangen van conventionele SON-voorschakelapparaten door dimbare elektronische units en dan: –

Wijkontsluitingswegen: eenvoudig dimprofiel.

Hoofd- en ringwegen: intelligent dimsysteem, gebaseerd op weer- en verkeersomstandigheden.

In de binnenstad: Vervangen van geel licht (SON 50-150W) door energie-efficiënter gedimd wit licht (CPO 45-140W) waardoor ook een verbeterde camerabewaking wordt gecreëerd.

Starten proefprojecten om ervaring op te doen met LED oplossingen, die nu al energiebesparing leveren en waarschijnlijk in de toekomst tot verdere energiebesparing kunnen leiden.

Starten van proefprojecten in landelijke of natuurgebieden met mesopisch licht (groen en blauw licht).

Bij nieuwe installaties lichthinder vrije verlichtingsarmaturen toepassen (minimale tot geen lichtuitstoot naar boven).

• •

Toepassen van lange levensduur lampen bij groepsremplace. Installeren van habitat vriendelijke verlichting, daar waar binnen natuurgebieden openbare verlichting noodzakelijk is.

W: www.senternovem.nl/openbareverlichting E: openbareverlichting@senternovem.nl 44

S t r a a t b e e l d november 2009


Beste burgemeester, 40% besparen op energie stemt niet alleen uw kiezers gelukkig.

STZ in Altavia

Info: iGuzzini illuminazione Benelux - Museumstraat 11 A - 2000 Antwerpen Tel. +32 (0) 32411400 - Fax +32 (0) 32486648 - iguzzini.be, info@iguzzini.be

Archilede, ENEL Sole by iGuzzini. De nieuwe iGuzzini LED-armaturen voor openbare verlichting reduceren het energieverbruik met maar liefst 40% in vergelijking met traditionele systemen! Bovendien verbeteren ze de lichtkwaliteit en beperken ze de lichtvervuiling. En ze zijn niet alleen zeer innovatief, ze passen ook in elke omgeving door hun stijlvolle en sobere vormgeving. Deze armaturen worden aangestuurd door intelligente elektronica, zodat de verlichtingsinstallatie aangepast kan worden aan verschillende verkeerssituaties en stedelijke inrichtingen. Hierdoor wordt het licht zeer nauwkeurig op het te verlichten wegdek gericht, zonder overbodige opwaartse lichtstroom. Het resultaat is een uitstekende uniforme verlichting van de rijweg, een minimale belasting van de omgeving ĂŠn een opmerkelijke energiebesparing. (464.000kW/u en 195.000kg CO2 per 1000 lichtpunten per jaar). De nieuwe iGuzzini armaturen zijn dus niet alleen goed nieuws voor de portefeuille van uw kiezers en alle andere bewoners van uw stad of gemeente. Het verbetert ook hun veiligheid en wooncomfort en laat hen opnieuw genieten van het mooie uitzicht van de nachtelijke sterrenhemel. Ga naar www.iguzzini.be voor meer informatie over de nieuwe iGuzzini LED-armaturen en over het onderzoek naar betere openbare verlichting. iGuzzini illuminazione spa, Italy.

Better Light for a Better Life.


Oude autobanden krijgen nieuw leven ingeblazen De afgedankte autoband beleeft dit jaar een grote comeback. Nadat toepassingsproblemen lange tijd zorgden voor een terugloop in het hergebruik van het materiaal, hebben meerdere Nederlandse bedrijven de ontwikkeling van asfalt met recyclebaar rubber weer opgepakt. Tegelijkertijd is het Technologisch Instituut voor Plastic een project gestart waarbij autobanden worden gebruikt voor de fabricage van onder andere straatmeubilair. EĂŠn van de redenen waarom de belangstelling voor gerecyclede banden snel groeit, is de combinatie van een lage kostprijs, de talloze producten die ervan gemaakt kunnen worden en de duurzaamheid van het materiaal. Producten afkomstig uit gerecyclede banden, zijn van nature uitstekend bestand tegen allerlei mechanische, klimatologische, chemische en bacteriĂŤle belastingen.

46

S t r a a t b e e l d november 2009

Ze zijn licht in gewicht, veelal gemakkelijk te verwerken, onderhoudsarm en gebruiksvriendelijk. Minimaal 25% van de ingezamelde autobanden wordt verwerkt tot een hoogwaardig granulaat dat wordt gebruikt in bijvoorbeeld asfalt, geluidsisolatie, tegels, buitenmeubilair, kunstgrasvelden en de dempende laag onder tramrails. 15 jaar geleden deden zich nog veel problemen voor met het verwerken van gerecycled rubber in asfalt. In die tijd legde Ingenieursbureau Breijn in Breda een tweelaagse ZOAB-weg aan waarin oude autobanden waren verwerkt. Het materiaal moest echter heter gestookt worden dan normaal asfalt, wat arbo-problemen voor de wegwerkers met zich meebracht. Inmiddels is het mogelijk de stooktemperatuur laag te houden

en is bovendien geluidsreductie veel belangrijker geworden. Daarom heeft Breijn de ontwikkelingen weer opgepakt. Het bureau legt dit najaar in Enschede een proefstrook asfalt waarin grote rubberbrokken zijn verwerkt. Ook materiaalbedrijf Intron en bouwbedrijf Dura Vermeer hebben plannen met rubber. Zij gaan langs de A50 in Apeldoorn experimenteren met een uitrolbare, drie centimeter dikke deklaag met rubberdeeltjes uit granulaat. Rubber verleent het wegdek onder andere extra elasticiteit. Het asfalt is hierdoor minder gevoelig voor scheuren door thermische en mechanische belasting en beter bestand tegen vervorming. Daarbij verbetert rubber de akoestische en trillingdempende eigenschappen van het wegdek. Dit geluidsreducerende


de banden- en wielenbranche waarin producenten, importeurs en handelaren van autobanden, auto’s, aanhangwagens en caravans zijn vertegenwoordigd. Naast de belangenbehartiging van leden maken de verenigingen zich sterk voor het milieu met speciale aandacht voor het inzamelen en recyclen van gebruikte autobanden. De organisaties doen dit op basis van het Besluit Beheer Autobanden dat VROM op 1 april 2004 uitvaardigde. Dit besluit

AIMPLAS toont aan dat autobanden niet alleen hergebruikt kunnen worden in bestratring. Dit Spaanse Technologische Instituut voor Plastic heeft samen met drie partners, IBV, Recipneu en Bosgs Poliméricos, een project in gang gezet voor de fabricage van diverse producten, zoals straatmeubilair, uit gebruikte autobanden. Het project wordt ondersteund door de EU. Eén van de doelen van het project is het jaarlijks recyclen van 60.000 ton oude autobanden gedurende de komende drie jaar. Hierdoor wordt 39.375 ton CO2-uitstoot voorkomen. Daarnaast onderzoeken de partijen de creatie van een ‘eco-etiket’ om producten van gerecycled materiaal te kunnen onderscheiden en certificeren. Hoewel het maken van straatmeubilair uit gebruikte autobanden nieuw is, wordt het gerecyclede materiaal al veel langer verwerkt in andere producten. Steeds vaker ruilen voetbal-, baseball- en hockeyclubs hun bewerkelijke en kwetsbare natuurgrasvelden in voor onderhoudsarme

Foto: GCC Nederland

resultaat is vooral interessant in stadskernen en op plaatsen waar de bebouwing te lijden heeft onder de trillingsbelasting van zwaar verkeer. De deklaag van Intron en DuraVermeer zou zelfs 8 decibel stiller zijn. In Kloosterzande is al een proefvak getest, dat inderdaad aanzienlijk minder geluid bleek te produceren dan gewoon open asfaltbeton. Het is nog de vraag hoeveel oude autobanden in de toekomst in nieuwe wegen gebruikt kunnen worden. In BEM Nieuws, een uitgave van de Vereniging Band en Milieu en RecyBEM, wordt al gesproken over ‘honderden of duizenden tonnen’.

kunstgrasvelden, die - ongeacht de weersomstandigheden - het gehele jaar door bespeelbaar zijn. Deze kunstgrasvelden kunnen worden gemaakt van gerecyclede autobanden. In 2005 is er in Nederland 9.000 ton rubbergranulaat in dit soort sportvelden verwerkt. Het granulaat is verder bij uitstek geschikt voor veerkrachtige veiligheidtegels, schokdempende matten en geluiddempende sportvloeren en om atletiek- en tennisbanen van een schokdempende toplaag te voorzien. Een dergelijke toplaag kan in tal van kleurstellingen worden gemaakt en behoudt de drainerende eigenschappen van de baan. Op speelterreinen kunnen rubbersnippers in veel gevallen grind of houtsnippers vervangen. In Nederland houden vooral de Vereniging Band en Milieu en VACO zich bezig met het inzamelen van oude autobanden voor hergebruik. Het zijn brancheorganisaties voor

stelt producenten en importeurs van personenwagenbanden, aanhangwagens en caravans verantwoordelijk voor een milieuverantwoorde verwerking van alle afgedankte autobanden. Om aan de verplichtingen te kunnen voldoen werd besloten twee organisaties in het leven te roepen die alle verplichtingen uit het besluit overnemen van de bandenleveranciers en namens de bedrijven verantwoording afleggen aan het Ministerie van VROM.

i RecyBEM BV en Vereniging Band en Milieu Den Haag T: 070-4440632 W: www.recybem.nl VACO Leiden T: 071-5686970 W: www.vaco.nl

S t r a a t b e e l d november 2009

47


Great JJ Outdoor Na jarenlang werkzaam te zijn geweest in de textielindustrie (1921-1934) ontwikkelde Jac Jacobson in 1937 voor Luxo één van de beroemdste lampen ter wereld: de bureaulamp L-1. De L-1 dient in vele musea als voorbeeld voor klassiek modern lichtdesign. Als ode aan dit armatuur heeft de Italiaanse lichtfirma I Tre decennia later ‘The Great JJ’ in hun collectie. Het is een bijzondere uitvoering van het klassieke bureaulampje, met afmetingen van 2305 mm hoog en 2675 mm breed. Na het succes van de binnenvariant heeft I Tre sinds 2009 ook een outdoor-versie van dit verlichtingicoon in het assortiment. De Great JJ Outdoor is net als het origineel op een aantal manieren verstelbaar. Helaas maken de scharnieren en veren dat de lamp niet hufterproof is en daarom enkel in semi-openbare ruimtes te bewonderen. De lamp is verkrijgbaar bij Project Design Lighting B.V.

Productinformatie: Staande lamp 1x max. 70W TC-TEL, IP65 Verkrijgbaar in de kleuren zwart, wit en aluminium.

i Project Design Lighting B.V. Houten T: 030-6347640 W: www.pdlighting.com

Constructo afvalbak Grijsen ontwierp de eerste Constructo in 1995 en legde hiermee de basis voor een inmiddels uitgebreide lijn afvalbakken. Het programma bestaat uit prullenbakken van 50, 65, 70, 100 en 120 liter. De 50 en 100 liter afvalbakken zijn eveneens verkrijgbaar

48

S t r a a t b e e l d november 2009

als hondenpoepbak. Alle bakken zijn modulair opgebouwd waardoor alle onderdelen los te bestellen en eenvoudig te vervangen zijn. Tijdens de ontwikkeling van de Constructo werden veel praktijkproeven gedaan en werden uitvoerige gesprekken met o.a. reinigingsdiensten gevoerd. De uitkomsten werden

in het ontwerp en de productie verwerkt met als resultaat een oerdegelijke constructie.

i Grijsen park & straatdesign Winterswijk T: 0543-516950 W: grijsenproject.nl


kabeloverspanning & lichtplanning

kh Lan

o

rst To

uwfa b ri e k e n

LCD BV plataan 36 5682 gm best the netherlands t f e i

+31 (0) 499 372 222 +31 (0) 499 372 444 lcd@lcdinfo.nl www.lcdinfo.nl

www.lcdinfo.nl

2070291 LCD_ad_185x131_ZW.indd 1

29-03-2007 15:44:47

MÓÓI

OPVALLEND STRAATMEUBILAIR

Straatmeubilair van Jan Kuipers Nunspeet is functioneel, duurzaam en onderhoudsarm. Maar bovenal opvallend mooi qua design. Neem bijvoorbeeld het nieuwe regio-politiebureau in Eindhoven. Hier realiseerde Jan Kuipers Nunspeet o.m. de rokersaccommodatie op het dakterras. Ook voor fietsoverkappingen, banken, abri’s, verkeersbeheersmiddelen en ander straatmeubilair kiest u uit een breed assortiment van innovatieve producten. Beglazingsconstructies en luifels zijn maatwerk; zij worden in overleg ontworpen en uitgevoerd, geheel konform uw wensen. Voor nadere info: www.jankuipers-nunspeet.nl

INNOVATIEF IN STRAATMEUBILAIR

Industrieweg 20, Postbus 5, 8070 AA Nunspeet Tel: (0341) 25 29 44, Fax: (0341) 25 28 56 E-mail: info@jankuipers-nunspeet.nl Internet: www.jankuipers-nunspeet.nl


Tipulex bestrijdt Emelten en Engerlingen in gras Tipulex bevat plantextracten en organische meststoffen. De plantextracten verdoven en verdrijven de Engerlingen en Emelten waardoor de beschadiging aan de grasmat wordt stopgezet. Tegelijkertijd bevorderen de organische voedingsstoffen de wortelgroei waardoor het gras en de grasmat zich sneller herstelt. De actieve bestanddelen worden over een langere tijd afgegeven aan de wortels en in de bodem. Daarom is Tipulex tot ongeveer 6 รก 8 weken na de behandeling werkzaam. Het granulaat is goed strooibaar, zowel handmatig als machinaal en kan zowel preventief als curatief worden toegepast. Bij reeds geconstateerde schade moet er plaatselijk een dubbele dosering worden gestrooid. Groot voordeel is dat niet alleen larven worden bestreden maar dat ook vogels, zoals kraaien en spreeuwen, de graszode na de behandeling met rust laten. Behandeling met Tipulex

is niet gebonden aan weersomstandigheden. Doordat er gebruik gemaakt is van organische meststoffen en plantenextracten veroorzaakt Tipulex nooit verbranding van de grasmat. Bij warm weer zal de korrel blijven liggen tot bijvoorbeeld regen de korrels oplost. Wel adviseert GreenGuard het beregenen van het

ALL Basket De ALL Basket is een afvalbak met de voordelen van verzinkt staal maar met de looks van corten. Cortenstaal heeft een belangrijke plaats ingenomen binnen de openbare ruimte. Het mooie materiaal is echter minder geschikt voor het maken van een afvalbak. Het ruwe oppervlak zou snel vlekken gaan vertonen die niet eenvoudig te verwijderen zijn. GroundLevel introduceert daarom, in samenwerking met producent Euroform W, de ALL Basket. Een mooie zware afvalbak geproduceerd uit staalplaat, thermisch verzinkt en daarna voorzien van een poedercoating met de looks van corten. Alleen is staalplaat min-

50

S t r a a t b e e l d november 2009

der snel vuil en goed te reinigen. De ALL Basket heeft een capaciteit van 60 liter en wordt geleverd met een stevige binnenbak of een ring waarin plastic zakken eenvoudig kunnen worden vastgeklemd. Optioneel is de afvalbak verkrijgbaar met hardhouten details. Scharnieren, deur en het slot zijn berekend op de zware Nederlandse weersomstandigheden. De bakken worden door Euroform W geproduceerd onder het CO2neutraal certificaat van CO2[O]L.

i GroundLevel Straatmeubilair Spankeren T: 0313-843743 www.groundlevel.nl

gras in droge perioden om de werking van het middel te bespoedigen.

i GreenGuard B.V. Bleiswijk T: 010-5225859 W: www.greenguard.nl


Speciale boombakken Winterswijk In samenwerking met de gemeente Winterswijk heeft Grijsen speciale boombakken ontworpen. De bakken zijn geplaatst rondom het nieuwe Stadskantoor en op de terrassen op de tweede verdieping. De bomen en struiken in de bakken geven het gebouw vanaf straatniveau een fraaie groene uitstraling. De bomen op de terrassen zijn geplant in bakken van 100 bij 100 cm. De boombakken rondom het Stadskantoor zijn 150 bij 150 cm en voorzien van een RVS logo. Alle bakken zijn uitgerust met een speciale constructie die het mogelijk maakt om planten en bomen die hun bakken ontgroeien, op een eenvoudige manier te verplanten.

i Grijsen park & straatdesign Winterswijk T: 0543-516950 W: www.grijsenproject.nl

StraatPomp geeft fietsers lucht Delta introduceert ‘De StraatPomp’, een gebruiksvriendelijke pomp die te gebruiken is voor iedere (brom)fiets of scooter. Door de buisdiameter van 90 mm is een lege band na een paar slagen hard en vol. De speciale nippel aan het uiteinde van de RVS slang past op ieder type ventiel, ook die van scooters, mountainbikes en racefietsen. De RVS StraatPomp wordt standaard geleverd met een betonfundatie van 30 x 30 cm, is vandaalbestendig en in elke ralkleur leverbaar.

i Delta Product & Sport Zwolle T: 038 460 2700 W: www.deltacatalogus.nl

S t r a a t b e e l d november 2009

51


Boombakken in de stad Menige stad zoekt naar een manier om een hard en slecht functionerend plein op te waarderen. Het toepassen van bijzondere bomen in professionele boombakken is een relatief eenvoudige werkwijze waarbij ook flexibiliteit wordt gecreëerd. De waardering voor het Bastiaansplein in Delft steeg in één klap van een magere 15% naar een overtuigende 85%.

Triënnale 2008 te Apeldoorn

Boom keuze De succes-factor van boombakken in de stad is de selectie van geschikte bomen. De boomdeskundigen van BSI Bomenservice adviseren niet alleen bij een duurzame boomkeuze, ook een compleet onderhoudsplan komt aan bod. Onze voorkeur gaat uit naar markante bomen, bijvoorbeeld meerstammig met een dak of paraplu vorm, die een schaduwrijk en prachtig beeld opleveren.

Assortiment boombakken Streetlife heeft meerdere aansprekende projecten gerealiseerd. Een greep uit de beschikbare boombakken: * Conische bakken in CorTen of kunststof * De RVS Lovetubs * Rechte bakken in warm CorTen * Ultra lichte boombakken voor op daken * Grote bakken uit FSC Hardhout * Boombakken met zitranden Download onze nieuwste brochure .

Mega Bloempotten te Goirle


Kop van Zuid

i Streetlife Leiden 071-5246846 www.streetlife.nl streetlife@streetlife.nl

Treetec Bottom Up De jarenlange projectervaring, de groen expertise van BSI en de innovatiekracht van Streetlife hebben geleid tot boomverzorgingssystemen die volledig in de bakken zijn ge誰ntegreerd. In combinatie met een 5 of 10 jarig onderhoudscontract wordt er zelfs een boomlevengarantie afgegeven. Bij het TreeTec Bottum Up systeem blijven de bakken gewoon verplaatsbaar.

Bos en Lommer

Lichtgewicht groeimedium Er is een toenemende tendens om grote gebouwen, daktuinen en parkeerdekken van grote bomen te voorzien. Speciaal voor daken met een beperkte gelijkmatige belasting ontwikkelden Streetlife & BSI Bomenservice een lichtgewicht oplossing. Door de Ultra Light Tubs van een lichtgewicht groeimedium te voorzien wordt ca 50% gewichtsreductie bereikt.

Zuid As

CorTen Shrubtubs te Haarlemmermeer

TreeTec Bottom Up systeem.

BSI Bomenservice Baarn 035 548 58 88 www.bsi-bomenservice.nl algemeen@bsi-bomenservice.nl

Delft

Bekijk onze website en surf naar de uitgebreide beeldenreeks van boomproducten! Laat u verrassen.

Kunststof Cones te Helmond

Ultra Light Tubs realiseren 50% gewichtsbesparing


NS Station Duiven krijgt ondergrondse Bikedispenser Een onderscheidend kenmerk van de Bikedispenser is de compacte stalling van leenfietsen; waar andere systemen fietsen op 37,5 cm of meer van elkaar plaatsen, heeft dit systeem minder dan 20 cm nodig. Gemeente Duiven heeft samen met Stadsregio Arnhem besloten tot de aanschaf van een ondergrondse variant van de Bikedispenser voor NS Station Duiven. Alleen de opening voor uitgifte en inname van de te huren Gazelle fietsen komt op maaiveld. Het magazijn verdwijnt onder de grond zodat het ‘dak’ kan worden gebruikt voor andere fietsvoorzieningen. In dezelfde stadregio waren al Bikedispensers geplaatst in Arnhem Zuid en Nijmegen Lent. De Bikedispenser is modulair opgebouwd, waardoor verschillende uitvoeringsvormen beschikbaar zijn. De belangrijkste onderdelen zijn een automatisch inname- en uitgiftestation, een display voor diverse betalingsmogelijkheden en identificatie en een magazijn voor fietsopslag. Daaraan kan een lift worden toegevoegd, zodat ondergrondse of hooggelegen stalling mogelijk is waardoor extra ruimte ontstaat. De lift biedt tevens de mogelijkheid het magazijn tweelaags uit te voeren,

wanneer bijvoorbeeld weinig diepte beschikbaar is. De openingen van het inname- en uitgiftestation zijn veilig afgesloten met automatische deuren die reageren op een aanvraag of zodra een geleende fiets wordt herkend door het innamesysteem. Het aantal handelingen voor de gebruiker is beperkt. Met behulp van een betaalof OV-kaart melden gebruikers zich aan. Vervolgens hoeft de gebruiker slechts de fiets goed neer te zetten en op de groene knop te drukken. Het in- en uitnemen van de fietsen duurt ongeveer 25 seconden. De capaciteit van het magazijn van de Bikedispenser kan worden aangepast aan de behoefte op de locatie. Standaard herbergt het magazijn 30, 50 of 100 fietsen. Uitgifte en inname van de huurfietsen gebeurt automatisch waardoor de Bikedispenser volledig onbemand is. Door monitoring op afstand is het systeem 24 uur per dag bruikbaar en kan op ieder moment de klantenservice worden opgeroepen.

Straatbeeld Jaarboek 2009 Op 18 december verschijnt de derde editie van het Straatbeeld Jaarboek. Mede in verband met het 20-jarig bestaan van Straatbeeld staat dit Jaarboek in het teken van verleden, heden en toekomst van de openbare ruimte en geven specialisten uit de diverse segmenten zoals verlichting, spelen, groen of bestrating hun visie. Interesse voor het Jaarboek en nog geen abonnee? Meld u dan nu aan via onze site www.straatbeeld.info.

54

S t r a a t b e e l d november 2009

i Bikedispenser Amsterdam T: 020-5091814 W: www.bikedispenser.com


Helder en eenvoudig straatmeubilair dat stáát Buitenproducten als afvalbakken, bruggen, straatmeubilair, openbare verlichting en abri’s en ook totaalontwerpen voor de buitenruimte; ontwerpbureau ipv Delft houdt zich er al ruim veertien jaar mee bezig. Een kleine bloemlezing uit de projecten van het Delftse ingenieursbureau voor productvormgeving. De ontwerpen van ipv Delft zijn zeer divers. Toch hebben ze allemaal dezelfde basiskenmerken: ze zijn ontworpen met de kernwaarden ingetogen, praktisch en tijdloos in het achterhoofd. Daarnaast hebben ze vaak iets verrassends ‘eigen’. Zo is de zogenaamde Lampenkap, een verlichtingsarmatuur voor het centrum van Zoetermeer, een speelse interpretatie van de aloude lampenkap voor in de woonkamer. De vormgeving van de outdoor versie is sober. Door de gebruikte materialen (de kap is van geweven rvs gaas) is de Lampenkap vandalismebestendig. Meubilair Ook de stoelen voor Park Presikhaaf in Arnhem zijn verrassend. Hoewel het ontwerp van het stalen frame met een zitting van houten latten relatief eenvoudig is, oogt

De afvalbak voor het Zuiderpark in Rotterdam is robuust en oogt slank.

de stoel luchtig. Verder geeft ook de plaatsing de stoelen hun eigen karakter: groepsgewijs en schijnbaar willekeurig, alsof iemand ze over het park heeft uitgestrooid. De eenpersoons stoeltjes zijn ontworpen als onderdeel van een meubilairlijn voor het park, bestaande uit onder andere banken, barbecueplaatsen en een pergola. Het Falco Linea meubilair, zoals de naam al doet vermoeden ontworpen voor de firma Falco, valt juist weer op door haar vormgeving. Het frame van de verschillende zitmeubels bestaat hier uit staalstrips, en de houten zitting begint direct boven het maaiveld, waardoor het lijkt of het meubilair zo uit de grond is komen groeien. Afvalbakken Voor het Rotterdamse Zuiderpark ontwierp ipv Delft een 90-liter afvalbak van staal met een gietaluminium kap. De bakken zijn sober, vandalismebestendig en handig in gebruik voor de vuilophaaldienst. Inmiddels staat de bak ook op andere plekken in Rotterdam en de gemeente verwacht dat er medio volgend jaar duizenden exemplaren in de stad aan de Maas te vinden zijn. Bovendien heeft Velopa City Style de bak onder de naam Oscar in haar

Verspreid over het Park Presikhaaf in Arnhem staan eenpersoons stoelen uit staal en hout.

assortiment opgenomen. Hoewel innovatie an sich niet iets is waar het bureau naar streeft, schuwen de ontwerpers vernieuwende materialen en oplossingen zeker niet. Innovatie moet echter wel een duidelijke meerwaarde hebben en productietechnisch en financieel haalbaar zijn. Dit was het geval bij de nieuwe inwerpzuilen voor ondergrondse vuilcontainers in Eindhoven. Passend bij de stadsslogan ‘Leading in technology’, kregen de zuilen voor restafval een interactief display, dat geheel op zonne-energie werkt via twee in het ontwerp geïntegreerde zonnecellen. Een ingebouwde GSMmodem zorgt ervoor dat de vuilcontainers niet alleen communiceren met de reinigingsdienst (hoe vol zit de bak, wie werpt zijn afval erin), maar de reiniging ook kan communiceren met gebruikers. Het grote display kan bijvoorbeeld vermelden waarom de bak buiten gebruik is of aangeven wanneer de chemokar de buurt aandoet.

i ipv Delft T: 015-7502575 www.ipvdelft.nl

De Falco Linea meubilairlijn bestaat uit verschillende zitmeubels en een afvalbak.

De Lampenkap staat in het hele Zoetermeerse Stadshart.

S t r a a t b e e l d november 2009

55


De Social Sofa is de nieuwe ontmoetingsplek in de wijk “We leven in een tijd waarin het individualisme hoogtij viert en mensen dreigen meer en meer het contact met elkaar te verliezen. En dat geldt nog eens extra voor bewoners van de grote steden en met name voor de nieuwe Nederlanders afkomstig uit alle windstreken, die in onze samenleving hun weg moeten zien te vinden”, vindt Tineke Tilborghs, vrijwilligster van alle markten thuis, in de Eindhovense wijk Jagershoef. Zij bezocht enige tijd geleden met het stadsdeelteam Woensel-Noord de landelijke actiedag voor buurtactiviteiten in Utrecht, georganiseerd door de Landelijke Samenwerking Kracht- en Aandachtwijken (LSA). Op deze beurs worden kleine en grote projecten onder de aandacht gebracht ‘wat er allemaal mogelijk is in een wijk om met de buurtbewo-

56

S t r a a t b e e l d november 2009

ners gezamenlijk te doen ‘ met als doel de saamhorigheid tussen de mensen te stimuleren’. In het Beatrixgebouw stond ook het ‘benkske’ van cabaretière Karin Bruers volop in de belangstelling. Hoofdthema in de theatershow enkele jaren terug van deze alom in het Brabantse bekende comediënne was de met humor gebrachte hartekreet ‘dat mensen steeds meer van elkaar vervreemden omdat ze langs elkaar heen leven en niet meer weten hoe de ander heet, waar die woont en wat hij doet...’. Om dan haar optreden te besluiten met de verzuchting dat elke straat eigenlijk zijn eigen ‘benkske’ moet hebben om tot rust te komen en gezellig met elkaar te kletsen.‘We hebben aan diverse touwtjes getrokken,’ zegt Tineke Tilborghs, ‘om de eerste

bank die in Eindhoven komt te staan in onze wijk te krijgen. Met de steun van wethouder Mary Fiers in de rug is ons dat gelukt...’. Samen doen Uit dat ‘benkske’ is na wat omwegen uiteindelijk de Social Sofa geboren. Karin Bruers startte in Tilburg een atelier waar mensen werken vanuit een arbeidsreïntegratie-traject. Hier wordt de kale Social Sofa – eerst van kunststof maar al snel van solide gegoten beton – gemaakt. De bank weegt ruim 1500 kilo en hoeft daarom niet op de ondergrond verankerd te worden. Het is een fors bemeten zitbank van 2,24 meter lang, een hoogte van bijna 1 meter en 71 cm breed. De Social Sofa wordt door de bewoners van de wijk of straat waar


biedt het atelier van Bruers naast compleet afgemaakte banken ook los daarvan een pakket aan met alle benodigde materialen voor de afwerking. Dat zijn dan de glazen vierkantjes, de lijm en de benodigdheden om een ontwerp te tekenen op het beton.

hij komt te staan, naar eigen ideeën ‘bekleed’. De contouren van het ontwerp worden door het Tilburgse atelier op het beton vastgelegd. Die ontwerpen kun je laten maken bijvoorbeeld door een groep jongeren of kinderen van een school, winkeliers in een straat, mannen of vrouwen van een plaatselijke sportvereniging etc. De mogelijkheden om een groep mensen bij elkaar te zoeken die samen het karwei tot een goed en fraai einde brengen zijn legio. Het is nog steeds een kale witte bank met ontwerptekeningen die gemaakt zijn binnen het kader van een gezamenlijk bedacht thema. Om de bank tot een in het oog springend vrolijk gekleurd object in de wijk te maken, worden de ontwerpen vervolgens met gekleurde vierkante stukjes glas gemozaiekt. Het samen tot in detail afwerken van de bank vormt een band tussen de vele deelnemers. Het is die sociale functie, dit ongedwongen bij elkaar brengen van mensen die immers samen een gemeenschap van wijk of straat vormen, die de Social Sofa zo bijzonder maakt. Het straatmeubilair fungeert ook later op de plek waar hij komt te staan als

toegankelijk participatieproject en ontmoetingsplek. In Tilburg, waar het idee voet aan de grond kreeg, zijn inmiddels meer dan 150 veelkleurige Social Sofa’s geplaatst. De populariteit van de Social Sofa nam een landelijke vlucht toen enkele jaren geleden de toenmalige minister van Wijk en Integratie de bank opnam in de Haagse plannen om van ‘probleemwijken krachtwijken’ te maken. Om de bank als samenwerkingsproject te promoten

Jagershoef De Social Sofa in de wijk Jagershoef staat bij het Cruyff Court en het gebouw van het zogenoemde Vrijetijdscentrum. Met als motief ‘Wees sportief’ werden door de kinderen uit de wijk ontwerpen gemaakt. In de afgelopen zomervakantie werd in een leegstaande bloemenkiosk aan de Elckerlyclaan, de bank door kinderen uit de buurt met vierkante stukjes gekleurd glas gemozaiekt. “De bank is gemaakt door kinderen van Jagershoef en is ook helemaal van hen. Omdat ze er zelf aan gewerkt hebben is het dus ‘hun’ bank,’ zegt Tineke Tilborghs, ‘Met dit project zijn we er in geslaagd om de jeugd meer bij hun buurt te betrekken. De sofa staat er al weer een tijdje en het is echt een mooi ontmoetingspunt geworden voor zowel de jeugd als de andere bewoners in de wijk’.

i Social Sofa Tilburg T: 013 4609090 www.socialsofa.com Of Tineke Tilborghs T: 06-22084241


Granieten knikkerplateaus Ovaal speelconcepten brengt zeven nieuwe granieten knikkerplateaus op de Nederlandse markt. Deze knikkerspelen van ontwerper Markus Ehring zijn gebaseerd op oeroude spelvarianten en hebben een enorme aantrekkingskracht op kinderen en jongeren. Zo komt het spel Marble game no. 5 van oorsprong uit Perzië en vraagt zoveel speltactiek dat het ook wel het pokerspel onder de knikkerspelen wordt genoemd. Natuurlijk zijn er ook eenvoudiger varianten. De ruime, ronde en in graniet uitgevoerde knikkerplateaus van Ovaal speelconcepten zijn de fijnste knikkerplaatsen die je als kind maar kunt wensen en zijn bovendien goed toepasbaar in gras!

i Ovaal speelconcepten Holten T: 0548 - 363067 www.ovaalspeelconcepten.nl

Bamboe lattenbank Het banken programma van Grijsen is uitgebreid met de bamboe lattenbank. De klassieke buitenbank in een modern design.

Het zitvlak en de rugleuning zijn gemaakt van duurzame bamboe. Dit milieuvriendelijke materiaalsoort heeft een unieke uitstraling. Het bamboegras komt van Moso,

een firma die een gepatenteerde verduurzamingtechniek heeft ontwikkeld waarbij het ‘verdichten’ van de bamboe wordt gecombineerd met thermische technieken. Testen door Stichting Hout Research in Wageningen tonen aan dat deze behandeling de duurzaamheidklasse verhoogt van 5 naar 1, dat de bamboe 40 tot 50% stabieler wordt en dat oppervlakteschimmels vrijwel geen kans maken.

i Grijsen park & straatdesign Winterswijk T: 0543-516950 W: www.grijsenproject.nl

58

S t r a a t b e e l d november 2009


Renovatie Raadhuisplein Zwijndrecht Onlangs zijn de omvangrijke herinrichtingswerkzaamheden op het Raadhuisplein van Zwijndrecht afgerond. Het gebied rond het oude raadhuis (uit 1933) en het nieuwe raadhuis is ingrijpend opgeknapt. Hierbij is veel aandacht besteed aan ruimte en groen. Door diverse parkeerplaatsen te verplaatsen is er veel ruimte ontstaan om dit te realiseren. De modern ontworpen vijver met het daarnaast nieuw gebouwde carillon vormen belangrijke blikvangers van de modern ontworpen openbare ruimte. Daarnaast is er veel aandacht geweest voor kwalitatieve materialen zoals de lichtmasten en het bestratingsmateriaal. Ook is er rekening gehouden met de benodigde voorzieningen voor het toekomstig gebruik van het gebied. Zo worden er op kleine schaal evenementen gehouden, zoals Koninginnedag activiteiten en de 4 mei herdenkingen. Voor deze activiteiten zijn goede elektriciteitsvoorzieningen een pré. In de voorbereiding van het project is PUTkast benaderd om hierover

mee te denken en het heeft geresulteerd in toepassing van een compacte evenementenPUTkast basic (voorzien van bestrate deksel) welk dient als voedingspunt voor de kleinere evenementen. Deze kast wordt gevoed vanuit het raadhuis waardoor extra Infra kosten zijn vermeden. Bij het oorlogsmonument op het plein, is een contact-

doosPUTkast toegepast zodat men tijdens de jaarlijkse herdenking eenvoudig elektriciteit op locatie heeft zonder dat er sprake is van lange hinderlijke snoeren in de openbare ruimte. Hetzelfde is gedaan voor de plek waar de kerstboom elk jaar komt te staan. Hiermee is er onder de boom direct een aansluitpunt beschikbaar.

i PUTkast BV Wormerveer T: 075–7502214 www.putkast.nl

S t r a a t b e e l d november 2009

59


Nu op Straatbeeld.info

Straatbeeld.info is de website voor professionals in de Openbare Ruimte die op zoek zijn naar relevant nieuws, innovatieve producten en inspirerende projecten.

Straatbeeld heeft kijk op de Openbare Ruimte. Dus kijkt u op Straatbeeld.info.

Inclusief compleet leveranciersoverzicht

Straatbeeld website boordevol branche-, product- en projectnieuws

60

S t r a a t b e e l d november 2009

Boombakken langs de snelweg en woningen als geluidscherm. Buro Lubbers tornt aan de normen van stedenbouwkundig ontwerpen.

Hightech busstation in Amstelveen: een Dynamisch Reizigers Informatie Systeem en digitale displays met luidsprekers voor slechtzienden.

De nieuwe speelstructuur Westerflier biedt kinderen tussen de 3 en 8 jaar volop uitdaging in het klimmen, klauteren en glijden

Straatbeeld bestaat 20 jaar en verloot een Socialsofa project. Wilt u kans maken? Bezoek de website en schrijf u in.


Under construction Under Construction is het afstudeerproject van Lobke Alkemade, afgestudeerd Master Public Space Design, het masterprogramma van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (MaHKU). Uitgangspunt voor haar ontwerp is de potentie en pionierende kracht van de tijdelijkheid van een gebied. Tijdelijk meubilair als experimenteel lab voor de toekomst. Experiment Het tijdsbestek tussen afbraak en opbouw in wijken en steden kan variĂŤren van een paar weken tot een aantal jaar. Deze periode van functieloosheid brengt het gebruik van dergelijk gebied terug tot een minimum. Dit is erg jammer, want dergelijke momenten bieden juist de mogelijkheid om te achterhalen wat omwonenden daadwerkelijk willen met het gebied, of juist niet. Experimenteren in tijden van tijdelijkheid. Het biedt kansen om het ongewone te testen, om verder te gaan dan het alom bekende en om nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Tijdelijkheid biedt de mogelijkheid te groeien ĂŠn te mislukken, zonder definitief te falen.

Het product Under Construction bestaat uit een verzameling autonome objecten die gezamenlijk een puzzel vormen met een breed scala aan functies voor de publieke ruimte. Uitgaande van een aantal basiselementen in een publieke ruimte - de bank, de prullenbak en verlichting - kan de gebruiker zelf op zoek gaan naar zijn ideale situatie. Van de primaire functies - zitten, afval verwerken en verlichten - via meer specifieke functies, zoals spelen, tuinieren of

picknicken, naar totaal nieuwe ontdekkingen in gebruik van openbare ruimte. Het tijdelijke moment dient dan niet alleen als invulling voor de tussentijd maar als inspiratiebron voor de uieindelijke ontwikkeling van een gebied.

i Lobke Alkemade Amsterdam T: +31641373405 E: mail@lobkealkemade.nl

S t r a a t b e e l d november 2009

61


De 9595 van Kliko Eurobins De geheel uit RVS vervaardigde prullenbak 9595 combineert stijl met functionaliteit. De ronde vormen en de zwevende halve schaal boven de bak geven het model een futuristische uitstraling terwijl het geheel doet denken aan de retro trend die weer actueel is. Dit maakt de prullenbak geschikt voor zowel een oude binnenstad als een moderne nieuwbouwwijk.   De buitenmantel is geproduceerd uit geperforeerd RVS dat het plakken van stickers en het aanbrengen van graffiti bemoeilijkt. Opvallend aan het ontwerp is het ontbreken van een deur om de 70 liter binnenemmer uit te nemen en te ledigen. Dit vormt een voordeel omdat deuren in verloop van tijd vaak gaan scheef hangen en dan afbreuk doen aan de

constructie en functionaliteit. Door het driekantslot te ontgrendelen kan de geperforeerde buitenmantel gekanteld worden. Deze scharniert daarbij om het onderste bevestigingspunt. Bij het ontwerpen van de Kliko 9595 is ook rekening gehouden met het reinigen. De ruimte achter het geperforeerde afvalbakgedeelte is eenvoudig schoon te maken door de binnenemmer uit te nemen. Een boutbevestiging in het betonblok dat in het straatwerk wordt geplaatst garandeert een stevige verankering.

i Kliko Eurobins B.V. Veenendaal T: 0318-559393 W: www.kliko.nl

Vier meter lange ‘rolstoel boomstamtafel’ Bij revalidatiecentrum Sonnevanck te Harderwijk staat een vier meter lange, eikenhouten picknicktafel. Niet alleen de afmetingen zijn bijzonder; door een slim maar eenvoudig ontwerp is het buitenmeubel speciaal geschikt gemaakt voor mensen in een rolstoel. Jaap de Vries Produkties ontwikkelde de boomstamtafel in samenwerking met de gemeente Utrecht. Van Vliet Kastanjehout vervaardigde het ontwerp en leverde het meubel. Door een brede uitsparing in het midden van de zitbanken, hoeven rolstoelers niet langer noodgedwongen aan de kop plaats te nemen maar kunnen zij zich tussen de andere gebruikers van de tafel scharen. Ook de hoogte van het eiken blad is aangepast zodat rolstoelers met gemak de stoel gedeeltelijk onder het blad kunnen rijden en niet op een onhandige

62

S t r a a t b e e l d november 2009

afstand van de tafel moeten blijven. De uitsparing kan tevens functioneren als een natuurlijke scheiding wanneer twee gezelschappen gebruik maken van het vier meter lange buitenmeubel. De picknicktafel is volledig vervaardigd uit duurzaam Europees eikenhout. Het blad en de zitplaatsen worden gevormd door planken die vrijwel onbehandeld lijken en aan de randen hun natuurlijke, grillige vorm hebben behouden. De verbindingstukken hebben dezelfde ruwe uitstraling en worden op sommige plekken zelfs gesierd door het originele boomschors. De behandeling en het gebruik van het hout geeft het meubel een robuust, authentiek aanzien terwijl het ontwerp de bank functioneel effectief maakt. De tafel is leverbaar met één of twee plekken

voor rolstoelers en kan in overleg tevens in andere maten worden geleverd.

i Van Vliet Kastanjehout Langbroek T: 0343-454400 W: www.kastanjehout.nl Jaap de Vries Produkties Ermelo T: 0341-560476 W: jaapdevriesprodukties. wsiefusion.net


Gelderland start ‘Cool Nature’ speelprojecten Vanuit het Gelders Klimaatprogramma ‘Aanpakken & Aanpassen’ is het project ‘Cool Nature’ van start gegaan. Op diverse plaatsen in Gelderland komen locaties waar de jeugd op natuurlijke plekken kan ravotten met takken, zand en water. Arnhem en Wijchen krijgen de eerste nieuwe speelplekken. Het Cool Nature project geeft uitvoering aan provinciale doelen uit uiteenlopende beleidsvelden, zoals klimaatadaptatie, het groenblauwe netwerk, de leefbaarheid van wijken, maatschappelijke participatie en bewegen en gezondheid. Projectleider Annika van Dijk legt uit dat Cool Nature afwijkt van de gebruikelijke speelplekken: “Er zijn geen schommels of glijbanen en er liggen geen tegels. De bedoeling is juist dat kinderen natuurlijke materialen gebruiken, zoals takken, zand en water. Dat prikkelt ze om te ontdekken en uitdagingen te zoeken.” Naast spelen is voor de provincie

leren en onderwijs belangrijk. De locaties hebben bijvoorbeeld een zitring van natuurlijke materialen, waar een leraar in de open lucht les kan geven. Gemeenten kunnen voor dergelijke activiteiten samenwerken met organisaties zoals de Natuur en Milieu Educatiecentra. De planning is dat volgend jaar minimaal twee locaties open gaan. Voor het realiseren van Cool Nature-plekken stelt de provincie subsidies beschikbaar. Om hiervoor in aanmerking te komen moet de locatie aangesloten zijn, tussen de 2 en 5 hectare groot en gelegen in of nabij de bebouwde kom. Daarnaast moet de inrichting aansluiten bij de natuurlijke omgeving, stimuleren tot beweging en spelen en een diversiteit bevatten aan ontdekkingsmogelijkheden. De subsidieformulieren zijn verkrijgbaar via de aangegeven contactinformatie. Voor het Cool Nature-project is in totaal c 850.000,- aan subsidiegelden gereserveerd. De toekenning van de subsidies verloopt volgens het principe ‘wie

het eerst komt, het eerst maalt’. Hierbij is de datum waarop de aanvraag, volledig en correct, binnenkomt bij de provincie bepalend. Bij het ontwikkelen en ontwerpen van een Cool Nature-plek biedt de provincie naast subsidie ook ondersteuning bij het opzetten van het proces met bewoners, het maken van een ontwerp of zaken zoals het voorbereiden van een bewonersavond of het maken van lesbrieven. Deze ondersteuning wordt verzorgd door Bureau Niche. Per project zijn ongeveer twee adviesdagen beschikbaar. Van Dijk: “Daarnaast kijk ik samen met gemeenten naar een geschikte locatie. Op hun beurt worden gemeenten geacht een projectleider beschikbaar te stellen, een ontwerp te maken samen met de kinderen die de locatie gaan gebruiken en voor het onderhoud te zorgen.”

i Annika van Dijk T: 06-20212074 E: a.van.dijk1@prv.gelderland.nl

S t r a a t b e e l d november 2009

63


Stedon produceert zelf vanuit Leeuwarden Met het betrekken van dit nieuw gebouwde pand in Leeuwarden hebben we een nieuwe en belangrijke stap gezet in de verdere ontwikkeling van ons bedrijf”, stelt Ate Zijlstra, directeur van Stedon, “in de periode Noordbergum waren we hoofdzakelijk een handelsbedrijf. Sinds de start in dit nieuwe pand vallen de activiteiten onder de ruimere noemer handels- annex productiebedrijf.” Voorheen was de aanmaak van de metalen producten uit het programma uitbesteed aan een aantal regionale bedrijven en werden die verder voor een deel geïmporteerd uit Polen en Tsjechië. Zowel de importen uit die landen als de productie in de regio zijn nu van de baan, want voortaan vindt die productie plaats in de nieuwe ruime hal die deel uitmaakt van de totale nieuwbouw. Een gelukkige bijkomstigheid is, aldus Zijlstra, dat er nu een eind is gekomen aan de lange aanvoerlijnen uit het buitenland, die in het verleden vaak leidden tot onaantrekkelijke lange levertijden. De achterstanden die daarvan vaak een gevolg waren worden nu langzaam ingelopen. In tegenstelling tot alle artikelen van roestvaststaal en metaal die nu van ontwerp tot eindprodukt in eigen beheer worden geproduceerd, wordt met name het programma betonnen skatetoestellen net als voorheen (voornamelijk) uit Duitsland geïmporteerd.

64

S t r a a t b e e l d november 2009

12 Plus In eigen huis worden alle in metaal en roestvaststaal uitgevoerde producten nu ontworpen, getekend, berekend en geproduceerd. Naast

het veelzijdige aanbod speeltoestellen bestemd voor jeugd van 12 jaar en ouder (12 Plus) is dat een breed scala aan artikelen: van complete ‘jongeren ontmoetings plekken’ (JOP’s) tot metalen brug- en kadeleuningen, van verkeersgeleiders en boomroosters tot hekwerken en overkappingen. “Wij maken bijna alles dat je aan ‘meubilair’ in de openbare ruimte tegenkomt met


uitzondering van verkeersborden en openbare verlichting...”, zegt Zijlstra, “Ook sportkooien voor o.m. basketbal, voetbal, tennis etc. worden van begin tot eind in eigen beheer geproduceerd. En alleen onze kooien zijn voorzien van een zogenaamd rebound paneel. De bal die daarop terecht komt veroorzaakt minder resonantie en lawaai in de kooiconstructie, dan in kooien waar deze voorziening niet is gemonteerd.” Het oppervlak van het grondstuk aan de Orionweg is 4000 vierkante meter groot; de productiehal en het kantoorgedeelte nemen daar respectievelijk 1300 en 450 vierkante meter van in beslag. Momenteel werken er 12 mensen bij Stedon en daar zullen binnen afzienbare tijd nog eens 4 werknemers bijkomen. Nieuwe producten Stedon is bezig met de ontwikkeling van een geheel nieuwe lijn zogeheten coördinatietoestellen. Dat zijn bewegingstoestellen om het samengaan van verschillende gelijktijdige bewegingen te oefenen en te stimuleren. Sportverenigingen maken graag gebruik van dergelijke apparatuur en passen die toe in trainingsprogramma’s. Ook verenigingen van ouderen tonen belangstelling voor dit soort toestellen die bij de gebruiker de spieren aanzet tot het maken van gecoördineerde bewegingen. De serie verkeert nog in het ontwerpstadium en is opgezet in nauwe samenwerking met het opleidingsinstituut op het terrein van sport en beveiliging, verbonden aan het ROC

De Friese Poort in Leeuwarden. Het ontstaan van een nieuw ontworpen lijn urinoirs is ook een uitvloeisel van het betrekken van het nieuwe pand met daarbij de productiehal. Zijlstra: “Het wildplassen in de openbare ruimte is een bekend probleem dat in de media overvloedig belicht wordt. Niemand doet zoiets echter voor zijjn plezier, je moet wildplassen eigenlijk zien als een noodmaatregel. Want men kan bijna nergens terecht. We hebben nu een aantal modellen urinoirs op de tekentafel liggen, die qua vormgeving afwijken van wat tot nu toe gebruikelijk is op dit gebied. De belangrijkste aspecten waarnaar bij de totstandkoming gekeken is, zijn prijs, privacy en de effectieve bestrijding van stankoverlast. Zowel de privacy van de urinoir gebruiker als van de mensen die zich in de

omgeving ophouden, worden bij die nieuwe modellen gewaarborgd.” Verder is de afvalbak Blikmikker qua constructie verbeterd en daardoor beter gewapend tegen vandalisme. Onder andere is de constructie van de binnenbak veranderd. Als de inhoud van de bak in brand wordt gestoken – en dat gebeurt nog al eens – dan vertoont het metaal geen storend geblakerd uiterlijk. En dat daagt niet uit, zo blijkt uit de praktijk, tot het aanbrengen van nog meer vernieling.

i STEDON Stedelijke Producten Leeuwarden T: 058-2880700 www.stedon.nl

S t r a a t b e e l d november 2009

65


X-ercise – Outdoor Fitness Met X-ercise introduceert KOMPAN een serie toestellen voor Outdoor Fitness. Toestellen voor een gezonde, evenwichtige training van het lichaam. Het is bedoeld voor jongeren en volwassenen vanaf 15 jaar, en is ook geschikt voor senioren. X-ercise is een eenvoudig alternatief voor de fitness centra. Ook hier bepaalt de sporter zijn of haar eigen programma. Er zijn toestellen met 1, 2 of 3 activiteiten. De toestellen zijn compact en kunnen op een kleine ruimte geplaatst worden. X-ercise is nooit te laat Op de outdoor fitness plekken kunnen dagelijkse beweging gedaan worden en ze kunnen gebruikt worden voor een warming up voorafgaand aan dagelijkse looptrainingen of gewoon om lekker buiten bezig te zijn. Elke oefening is voorzien van gedetailleerde informatie over hoe het toestel gebruikt moet worden voor het beste trainingsresultaat.”Xercise is een moderne manier om te bewegen en tegelijkertijd contacten met familie en vrienden te combineren tijdens het sporten. X-ercise is een perfecte mix van plezier en training”, aldus de leverancier.

Veiligheid en kwaliteit gegarandeerd X-ercise outdoor fitness toestellen zijn gemaakt van sterk en duurzaam materiaal dat geschikt is voor zwaar gebruik in de openbare ruimte met veel verschillende gebruikers. Xercise is gecertificeerd volgens het TüV-test programma 55012, specifiek ontwikkeld voor het testen van outdoor fitness toestellen. X-ercise is een outdoor-fitness programma dat zonder meer in de openlucht geplaatst kan worden en zo betrouwbaar is dat het ook naast een kinderspeelplaats geïnstalleerd mag worden. Omdat de producten niet

als speeltoestel aangemerkt worden en kinderen herkenbaar onderscheid moeten kunnen maken tussen outdoor-fitness objecten en speciaal voor hen ontwikkelde speeltoestellen, dient er sprake te zijn van een fysieke (natuurlijke) afscheiding. Outdoor fitness locatie Doetinchem Aan de Eduard Schilderinkstraat te Doetinchem zijn recent 7 X-ercise outdoor-fitness toestellen geplaatst voor senioren. De Gemeente Doetinchem en de Gelderse Sport Federatie (GSF) willen met dit initiatief senioren stimuleren te (blijven) bewegen. Regelmatig bewegen heeft een positief effect op de gezondheid van senioren, kan geheugenactiviteiten verbeteren en is goed voor de sociale contacten. Tijdens het beweeguur, iedere maandagmiddag, zijn fysiotherapiestudenten van de Saxion Hogeschool aanwezig voor een onderzoek over Outdoor Fitness. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Gelderse Sport Federatie en het Mullier Instituut. Het onderzoek moet in beeld brengen in welke mate en op welke wijze de outdoor fitnesstoestellen worden gebruikt. Tevens wordt onderzocht wie de toestellen gebruikt en welke effecten dit oplevert.

i Kompan bv Zaltbommel T: 0418 – 68 14 63 www.kompan.nl

66

S t r a a t b e e l d november 2009


Ontwerp en realisatie van alle soorten speelruimte

Advies, onderzoek en ondersteuning in speelruimtebeleid en –beheerplannen Veiligheidsinspecties, inventarisaties, en beoordelingen van speeltoestellen en speelomgevingen

S

Speelplan BV * Randstad 22 - 129 * 1316 BW Almere * Tel: 036 523 61 27 * info@speelplan.nl * www.speelplan.nl

Het plan voor beter spelen

Untitled-1 1

10-08-2006 13:00:36


Meeste masten worden te vroeg vervangen Van alle masten die jaarlijks in Nederland worden vervangen, had driekwart nog zeker vijf jaar kunnen blijven staan zonder enig gevaar voor de openbare veiligheid, aldus Theo Schaap, salesmanager bij Rei-Lux. Zeker nu innovaties op het gebied van LED en dimmen om extra budget vragen, is een gerichtere aanpak gewenst. De 3D-meetmethodiek van Rei-Lux maakt dit mogelijk. In de openbare ruimte staan talloze masten die dienen als drager voor verlichting, bewegwijzering, verkeersregeling en reclame. Masten hebben een beperkte levensduur en moeten worden vervangen voordat ze een veiligheidsrisico gaan vormen. Gebrek aan actuele gegevens van individuele masten leidt vaak tot grootschalige vervanging van op papier afgeschreven masten die wellicht nog jaren mee hadden gekund. Toenemende technische meetmogelijkheden en een groeiend duurzaamheids- en kostenbesef leidt tot een snel groeiende belangstelling voor meer maatwerk bij opdrachtgevers. Zo merkt ook Rei-Lux. Het van oorsprong Duitse bedrijf is sinds 1988 actief in de openbare verlichting en

Meetwerkzaamheden aan balusters

heeft patent op een intelligente, driedimensionale meettechniek om mogelijke gebreken aan te tonen van onder het maaiveld tot de top van masten tot 45 meter hoogte. Waarborgen openbare veiligheid Al is de meettechniek indrukwekkend, toch staat het in dienst van kostenbesparing, preventief onderhoud en openbare veiligheid. “We zijn trots op onze unieke 3D-meettechnologie voor het meten van openbare verlichtingsmasten en vergelijkbaar verankerde systemen, zoals VRI portalen en zweepmasten, ANWB bewegwijzeringsmasten, schijnwerpermasten en vakwerkconstructie masten. En de gepatenteerde 3D rotatiemeting voor hogere masten. Maar het is inderdaad geen doel maar een middel”, aldus Schaap. “Zo is het meten van balusters van loop- en fietsbruggen, balusters langs grachten en dergelijke, puur gericht op het voorkomen van incidenten. Na meting en goedkeuring geven we opdrachtgevers daarom ook een zekerheidscertificaat. Indien de opdrachtgever de meting uit heeft laten voeren middels een 3D statische en 3D dy-

namische meting vergoeden we niet alleen de gevolg/aansprakelijkheid schade maar ook alle bijbehorende objectkosten inclusief alle manuren en reparatiekosten.” Bij het meten van kunstwerken maakt Rei-Lux gebruik van de 3D statische meetmethode, in geval van openbare verlichtingsmasten volgt ook een 3D dynamische meting. Daarbij worden door middel van 2 lasers en een 3Dcamera bewegingen van het object tot op 1/1.000ste mm nauwkeurig vastgelegd. Rei-Lux maakt gebruik van 2 lasers, omdat alleen door het toepassen van 2 onafhankelijke lasers een onderscheid gemaakt kan worden tussen het verschil van boven- en ondergrondse gebreken, aantonen van torsie en bepaling van het netto buigmoment. Daarnaast kunnen alle uitgevoerde metingen worden nagespeeld voor analyse doeleinden. Creëren van budgettaire ruimte Het meten van masten is naast veiligheid vooral gericht op het verlengen van de levensduur van de betreffende mast. En daar is veel te winnen volgens Schaap: “Ik durf op basis van onze ervaring wel te stellen dat circa 80% van de masten die worden vervangen nog zeker vijf jaar mee had gekund. De besparing die de beheerder daarmee realiseert, kan hij beter gebruiken voor innovaties op het gebied van energiezuinige verlichting, LED’s of dimmen waarvoor de verantwoordelijke beheerder vaak op zoek gaat naar extra budget.” Meer dan meten De aanpak van Rei-Lux kent een aantal vaste stappen die worden doorlopen. Daarbij doet Rei-Lux meer dan meten alleen. Het genereert samen met de opdrachtgever een helder inzicht in het areaal voor, tijdens en na de metingen. De volgende stappen worden dan doorlopen:

68

S t r a a t b e e l d november 2009


Dit kan worden voorkomen door vroegtijdig te meten.

Areaal analyse Het proces begint met een zogenaamde areaalanalyse. Samen met de opdrachtgever wordt het aantal lichtpunten geïnventariseerd op criteria als lichtpunthoogte, materiaalsoort, plaatsingsdatum, type mast etc. De belangrijkste parameters worden ingevoerd aan de hand van een selectiematrix, om tot een adequate selectie te komen. Schaap licht toe: “Onze rol beperkt zich dus niet tot het meten alleen. We adviseren Meten van ANWB bewegwijzeringsmasten.

en ondersteunen opdrachtgevers ook bij dit soort inventarisaties, omdat we merken dat gemeenten vaak geen compleet of actueel overzicht hebben van hun areaal”, aldus Schaap. Plan van aanpak De uiteindelijke analyse, aangevuld met specifieke kennis van de beheerder, wordt vertaald in een plan van aanpak. Op basis van de uitgangspunten die, als het goed is, in het beleidsplan openbare verlichting zijn vastgelegd, wordt een planning opgesteld van de te meten lichtmasten. En zelfs dan blijft het maatwerk, licht Schaap toe: “We meten geen masten wanneer dat niet nodig is. Onze mensen in het veld bepalen per geval of een meting inderdaad zin heeft. Wanneer het bijvoorbeeld een jongere lichtmast betreft, dan wordt de meting niet uitgevoerd” en ook niet in rekening gebracht”. Nazorg Als alle metingen zijn uitgevoerd, worden de resultaten teruggekoppeld naar de opdrachtgever die daarmee weer een actueel beeld heeft van zijn areaal. Die terugkoppeling vindt plaats met behulp van een uitgebreide Nederlandstalige rapportage op papier en op CD en

Masten tot 45 meter hoogte

met een mondelinge toelichting van de adviseur. “We hechten ook bij de afronding van een project erg aan persoonlijk contact. Vertrouwen is essentieel in onze dienstverlening en daarvoor is een goede uitleg, feedback van de opdrachtgever en het bijsturen waar nodig van groot belang”, licht Schaap de filosofie van Rei-Lux toe.

Milieu / Certificering / Kwaliteitswaarborging Rei-Lux is zich terdege bewust van haar verantwoordelijkheid met betrekking tot het Maatschappelijk Ondernemen. Tijdens de meetwerkzaamheden vindt er geen uitstoot van schadelijke uitlaatgassen plaats. In het kader daarvan meet Rei-Lux dan ook CO2 neutraal met als gevolg dat Rei-Lux in het bezit is van een CO2 neutraal certificaat. Daarnaast is Rei-Lux ook in het bezit van een ISO en VCA certificaat en is zij geaccrediteerd. Om schriftelijk aan te tonen dat Rei-Lux haar metingen niet destructief uitvoert is men zelfs in het bezit van een TUV certificaat waarin dit wordt bevestigd.

S t r a a t b e e l d november 2009

69


De Glij- en Waterberg Kinderen proberen vaak de top van een conventionele glijbaan niet te bereiken via de trap, maar via

het glijvlak. Want spelen zonder houvast op een glad oppervlak is een avontuurlijke uitdaging en vraagt om creatieve oplossingen. Vanuit dit principe is de Glijberg ontworpen. Het speeltoestel heeft enkel gladde oppervlakken waardoor kinderen geen richting of volgorde voorgeschreven krijgen. Om de top te bereiken is behendigheid nodig, of beter nog, de helpende hand van een ander. Zo leren de kinderen hoe zinvol samenwerking kan zijn. De koepelvormige speelberg is vervaardigd uit geperste roestvrijstalen platen, naadloos aaneengelast en handmatig mat geslepen. Voorzien van centrale spuitopeningen voor water wordt de Glijberg een Waterglijberg. Hierdoor ontstaat niet alleen een decoratieve fontein maar

tegelijkertijd een attractief waterspeeltoestel. Alle glijbergen zijn tevens leverbaar als waterberg en met een rondgaande roestvrijstalen waterafvoergoot, die in de bestrating wordt ingewerkt. De waterberg kan ook op de bestrating worden geplaatst in welk geval een waterafvoersysteem moet worden aangelegd. Voor de watertoevoer volstaat een normale vijverpomp. Een fundering is niet noodzakelijk. De bergen zijn verkrijgbaar met een diameter van 1,24 tot 5,87 meter en met een hoogte van 0,60 tot 2 meter.

i Spereco Holland BV Weert T: 0495-540205 W: www.spereco.nl

Granieten regenschalen Ovaal speelconcepten brengt vijf nieuwe granieten regenschalen op de Nederlandse markt. Deze schalen van ontwerper Markus Ehring bieden veel speelwaarde. Ze vangen een klein laagje regenwater op en nodigen uit tot een creatief spel met zand, takjes, bloemblaadjes en alles wat voor handen is in de natuur. De schalen doen ook

graag dienst als knikker- en autoracebaan, als comfortabele zitplek, picknickplaats of balanceerelement. Een zelfgemaakt papieren bootje vaart er ook prima op. De Pools zijn verkrijgbaar in vijf verschillende uitvoeringen; prettige natuurlijke waterdruppelvormen met grote aantrekkingskracht op jong en oud.

70

S t r a a t b e e l d november 2009

i Ovaal speelconcepten Holten T: 0548 - 363067 www.ovaalspeelconcepten.nl


Voor duurzame inrichting van uw buitenruimte: Provincie Noord-Holland kiest voor decoratieve duurzame lichtmasten voor project Julianabrug / Zaanse Schans

CO2 neutrale lichtmasten (CO2 neutrale producten en productie) CO2 neutrale VRI masten en constructies Certificaten ten behoeve van CO2 balans (rijksoverheid, provinciën, gemeenten en bedrijven) Producten met de minste impact voor ons millieu: hout, staal en aluminium Landelijk afhalen van oude materialen en gerapporteerd zorg dragen voor hergebruik hiervan Meer informatie: Valmont Nederland B.V. Den Engelsman 3, 6026 RB, Maarheeze, Nederland Tel +31(0)495-599-959 Fax +31(0)495-591-781 valmont.nl / write-your-story.com / valmont.com

-

3D-stabiliteitsmetingen op lichtmasten, VRI’s en brugleuningen. Rei-Lux is gespecialiseerd in het uitvoeren van zowel statische- als dynamische 3D-metingen op lichtmasten tot 40 m hoogte, verkeersportalen, zweepmasten en brugleuningen waardoor het gehele object wordt gemeten en gewaarborgd.

De Rei-Lux 3D-meettechniek biedt u: •

Waarborgen van openbare veiligheid

Het verlengen van de economische levensduur

Het uitstellen van grote investeringen (het vervangen van oudere lichtmasten en VRI’s)

Het beperken van de gemeentelijke aansprakelijkheid door de geboden garantie

Een positieve bijdrage verlaging CO2 uitstoot

Geen overlast tijdens de meetwerkzaamheden

Rei-Lux: 3D-meten is zeker weten... Wilt u meer weten? Bel 073 684 1050 of kijk op www.rei-lux.nl


Onze lampen werpen licht op een

verborgen schat

Aura biedt kostenbesparende en milieuvriendelijke lichtoplossingen. Door Aura Long Life producten toe te passen, vermijden onze klanten ten minste 2 van de 3 lampvervangingen waardoor ze besparen op hun onderhouds- en vervangingskosten. Bovendien kunnen zij met onze energiebesparende oplossingen hun energieverbruik aanzienlijk reduceren en neemt de CO2-uitstoot nog verder af. Waarom wachten tot morgen? Neem vandaag nog contact met ons op om uw verborgen schatten te onthullen.

info@auralight.nl •www.auralight.nl 033 – 4504020

2009-11-SB  

Licht •KaternOpenbareVerlichting insamenwerkingmet SenterNovem Groen Meubilair Advies BestratingGroen In dit nummer o.a. •Nieuw:Straatbeeld...

Advertisement