Issuu on Google+

JOHAN RUTGEERTS

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM

BPC


314 

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM 

BPC

Meter Meterkast de aansluitmodule en de meetmodule vormen samen de meterkast. Aansluitbocht een voorgevormd element met doorgangen, geschikt voor de doorvoer van de verschillende nutsvoorzieningen zoals aardgas, telefoon, kabelnet (tv, internet ...), elektriciteit en water. De aansluitbocht wordt door de bouwheer in de fundering ingewerkt. De aansluitbocht is verkrijgbaar bij de DNB. Zie Wachtbuizen Aansluitmodule een lege kast die bestaat uit een bodem en een deksel. De 4-polige aansluitscheider van 125 A, de aansluitings- en de verbindingskabel worden in de aansluitmodule bevestigd. De aansluitmodule wordt op de aansluitplaat bevestigd zodat de meter uiteindelijk op een hoogte van 1,5 m boven de afgewerkte vloer komt te hangen. Het type aansluitmodule wordt bepaald door de DNB. Meetmodule een voorbedrade tussenkader waarin de meet-, schakel- en beveiligingsuitrusting wordt bevestigd. De meetmodule wordt door de DNB in de aansluitmodule geplaatst en aangesloten. Samenbouw van meterkasten het geheel van aaneengebouwde meterkasten met klemmen-blok (vanaf drie of vier eindgebruikers) die in eenzelfde vertrek worden geplaatst. Deze opstelling komt voor in appartementsgebouwen Aansluitplaat een waterbestendige plaat in multiplex waarop de vaklui de verschillende meters en kasten van de nutsleidingen en diensten plaatsen. De plaat is 18 mm dik. Ze wordt tegen de muur geplaatst op een droge en makkelijk te bereiken plaats, zo dicht mogelijk bij de openbare weg om de lengte van de aansluitingskabel te beperken, en bij voorkeur op het gelijkvloers. Inkomhal en garage zijn de meest aangewezen plaatsen. WC en badkamer zijn verboden. Voor de meterkast is een vrije werkruimte van minimaal 0,8 m diep vereist met een hoogte van 2 m. Aansluitingskabel kabel zorgt voor de verbinding tussen het distributienet langs de openbare weg en de aansluitmodule (de meterkast) bij de eindgebruiker. Deze kabel wordt in een niet geribde PVCbuis die minimum 0,6 m ingegraven is en die past op de aansluitbocht, getrokken. De graafwerken vanaf de rooilijn zijn voor de eigenaar, deze op het openbare domein door de distributienetbeheerder (DNB). De gegevens over de te gebruiken aansluitkabel zoals het type en de adersectie kunnen best opgevraagd worden bij de DNB. Aansluitautomaat de beveiliging die door de DNB in de meterkast wordt geplaatst achter de meetmodule. De nominale stroom van de aansluitautomaat komt overeen met de stroom die de gebruiker onbeperkt kan gebruiken. Standaard is deze stroomwaarde 40 A in geval van een monofasige aansluiting en 25 A in geval van een driefasige aansluiting. Aansluitscheider 4-polige scheidingsschakelaar waarop de aansluitingskabel wordt aangesloten. Laat toe de betreffende meetmodule, de eventueel aangekoppelde meetmodule (uitsluitend nachttarief UNT) en de gehele elektrische installatie bij de klant spanningsloos te zetten KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING


BPC

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM   315

Verdeelborden Hoofdverdeelbord (verdeelkast) elektrisch bord onmiddellijk na de binnenkomende voeding op laagspanning of na de transformator, in geval van voeding op hoogspanning waarin de inkomende energie verdeeld wordt over verschillende stroombanen. In het hoofdverdeelbord bevinden zich de nodige beveiligingen overeenkomstig het AREI. In geval van een woning bevindt het hoofdverdeelbord zich meestal nabij de meterkast. In een appartementsgebouw wordt meestal de samenbouw van meterkasten geplaatst in een technische ruimte in de kelder en worden de hoofdverdeelborden geplaatst in de nabijheid van de appartementen die ze voeden. In het hoofdverdeelbord bevinden zich automatische differentieelstroominrichtingen, smeltzekeringen, automatische schakelaars of automaten, schakelaars, teleruptoren, schakelklokken, stuurmodules, contactoren, barenstellen, aardingsrail, … Verbindingskabel verbindt de aansluitautomaat in de aansluitmodule met de automatische differentieelstroominrichting in het hoofdverdeelbord (verdeelkast) van de eindgebruiker. De verbindingskabel is een dubbel geïsoleerde kabel van het type XVB. De aansluiting van de verbindingskabel op deze differentieelstroominrichting moet ongenaakbaar worden uitgevoerd en bij het gelijkvormigheidsonderzoek voor indienststelling verzegeld worden door de keurder. Barenstel stel van koperen baren die toelaten om de binnenkomende voeding op een overzichtelijke manier te verbinden met de vertrekkende stroombanen. Bij een monofasige voeding gaat het om 2 baren waarvan één verbonden met de nulgeleider van de voeding en de andere met de fasegeleider van de voeding, bij een driefasige voeding zonder nulgeleider gaat het om 3 baren waarvan elke baar verbonden is met een fase van de voeding, bij een driefasige voeding met nulgeleider gaat het om 4 baren waarvan één verbonden met de nulgeleider van de voeding en de overige 3 met de 3 fasen van de voeding. Multifunctioneel klemmenblok geheel van speciale klemmen: • waarop de aansluitingskabel (met een doorsnede van max. 95 mm2 Cu) wordt aangesloten. • van waaruit aftakkingen naar aansluitscheiders van verschillende klanten vertrekken. • die door middel van rails met andere klemmenblokken kan worden verbonden. • die stuurkringen van aangrenzende meetmodules met elkaar verbindt. Elementaire stroombaan deel van een elektrische installatie tussen twee opeenvolgende beschermingsinrichtingen tegen overstroom (hoofdstroombaan) of deel na de laatste beschermingsinrichting (eindstroombaan). Situatieschema van de elektrische installatie een plan dat door middel van symbolen de plaats aanduidt van de borden, verbindingsdozen, aftakdozen, wandcontactdozen, lichtpunten, schakelaars en gebruikstoestellen die op het eendraadsschema voorkomen. Eendraadsschema van een elektrische installatie dit is een schematische voorstelling van een vaste elektrische installatie die geen rekening houdt met de plaats van het elektrische materieel maar die, met behulp van symbolen, de samenstelling van iedere elementaire stroombaan geeft alsmede hun onderlinge verbinding om een elektrische installatie te vormen. Op dit schema worden aangebracht de leidingtypen, de doorsnede en het aantal geleiders van deze leidingen, de plaatsingswijze, het type en de kenmerken van de automatische differentieelschakelaars en van de beschermingsinrichtingen tegen overstroom, de schakelaars, de verbindingsdozen, de aftakdozen, de contactdozen, de lichtpunten en de vaste gebruikstoestellen. KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING


316 

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM 

BPC

Schakelaar een schakelaar dient om een bord of een stroombaan manueel aan- of uit te schakelen. Op of in een hoofdverdeelbord moet een algemene (scheidings)schakelaar voorzien worden die toelaat om het volledige bord spanningsloos te maken. In huishoudelijke installaties wordt deze rol meestal vervuld door de algemene automatische differentieel-stroominrichting die ook geschikt is om deze rol te vervullen. Relais andere benamingen zijn magneetschakelaar of contactor. Het gaat om een door een elektromagneet bediende schakelaar. Via een afzonderlijke stuurkring wordt een elektromag-neet bekrachtigd waardoor de schakelaar in de stroombaan van stand verandert. Teleruptoren andere benamingen zijn impulsrelais, afstandschakelaar. Het zijn bistabiele relais. Dit is een relais met twee standen waarbij de contacten blijven staan in de stand waarin ze geschakeld worden. Teleruptoren voorzien van drukknopaansluitingen laten toe om lampen op afstand te schakelen of ook wel stapsgewijs te dimmen. Schakelklokken worden gebruikt voor het tijdsgestuurd schakelen van stroombanen. Ze worden vaak in de struurkring van een relais of contactor gebruikt om een verbruiker tijdsgestuurd in en uit te schakelen.

Zekeringen en Automaten Smeltzekering dient voor de bescherming van een stroombaan tegen overstroom en tegen kortsluiting. Wanneer een stroom door een geleider vloeit dan wordt er hierin vermogen ontwikkeld waardoor de geleider opwarmt. De stroom die onbeperkt in de tijd door een geleider kan vloeien zonder dat deze ontoelaatbaar opwarmt (isolatie gaat uitbakken/smelten), is afhankelijk van het isolatiemateriaal, het geleidermateriaal, de geleiderdoorsnede en de plaatsingswijze/ omgeving van de geleider die bepalend is voor zijn mogelijkheden om de ontwikkelde warmte af te geven aan de omgeving. De smeltzekering moet ervoor zorgen dat een stroombaan uitgeschakeld wordt alvorens de geleider ontoelaatbaar opgewarmd wordt door een overstroom of door een kortsluiting. Welke smeltzekering bij welke geleidersectie gebruikt mag worden in huishoudelijke installaties staat vermeld in het AREI. Een smeltzekering mag steeds vervangen worden door een smeltzekering met een lagere nominale stroom dan vermeld in de tabel maar niet door één met een grotere nominale stroom want dan is de geleider niet meer beschermd met brandgevaar tot gevolg. Nadeel van een smeltzekering is dat ze na doorsmelten vervangen moet worden. Er wordt dus best een beperkte voorraad bijgehouden. Zekeringen komt men enkel nog in oude huishoudelijke installaties tegen. Automatische schakelaar of automaat vervult dezelfde functie als de smeltzekering. Welke automaat bij welke geleidersectie gebruikt mag worden in huishoudelijke installaties staat vermeld in het AREI (zie tabel bij smeltzekeringen). Automaten hebben het grote voordeel dat ze na uitschakelen gewoon manueel terug ingeschakeld kunnen worden. In nieuwe huishoudelijke installaties worden enkel nog automaten gebruikt. Zowel voor automaten als voor zekeringen geldt dat ze de kortsluitstroom die kan optreden zonder gevaar voor de omgeving (zonder zelf te ontploffen) moeten kunnen onderbreken. Zekeringen scoren wat dat laatste betreft voor een lagere kostprijs beter dan automaten en worden om die reden wel nog regelmatig gebruikt in de industrie.

KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING


BPC

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM   317

Automatische differentieelstroominrichting soms verkort aangeduid als “differentieel” of als verliesstroomschakelaar. De automatische differentieelstroominrichting zorgt ervoor dat, wanneer een deel van de stroom niet langs de normale weg maar langs de aarde terugkeert naar de voeding, de installatie automatisch wordt afgeschakeld doordat de contacten van de automatische differentieelstroominrichting ogenblikkelijk openen. De stroomwaarde waarbij dit schakelen gebeurt, is afhankelijk van de gevoeligheid van de inrichting. Een automatische differentieelstroominrichting van 30 mA(milli ampère) zal dus ogenblikkelijk openen vanaf dat er 30 mA of meer via de aarde naar de voeding terugkeert. Bijkomende equipotentiale verbindingen worden gerealiseerd in de badkamer als extra bescherming omdat naakte personen in vochtige omstandigheden erg gevoelig zijn voor elektriciteit. Beschermingsgeleider dit is de verbindingsgeleider tussen een toestel en de aardingsrail in het verdeelbord. Hij is voorzien van een geel/groene isolatie. Elke stroombaan moet in principe voorzien zijn van een beschermingsgeleider. Datanetwerk een netwerk is een geheel van met elkaar verbonden punten besteld voor gegevensoverdracht. Een netwerk bestaat uit passieve (bekabeling, stopcontacten,…) en actieve componenten(switches, routers, …). Een netwerk is maar zo sterk als de zwakste schakel. Databekabeling bekabeling bestemd voor de transport van gegevens. Dit wordt steeds belangrijker in gebouwen omdat er meer en meer intelligentie ingebouwd wordt in toestellen. Begrippen als smart grid, smart meter, smart home worden steeds meer gehoord. Hoe alles er concreet zal uitzien ligt momenteel nog niet vast, maar databekabeling voorzien in gebouwen is zeker geen overbodige luxe. Voorbeelden van databekabeling zijn coax-kabel, UTP-kabel, FTP-kabel. Cat x kabel (met 1 t.e.m. 7) de categorie van een kabel geeft aan met welke maximale snelheid dataoverdracht over de kabel kan gebeuren. Hoe hoger het getal, des te hoger de snelheid. Cat 2 gaat tot 4.000.000 bit/s, cat 7 tot 10.000.000.000 bit/s. Coax-kabel een coaxkabel is een kabel voor het geleiden van hoogfrequente signalen (bijvoorbeeld een televisiesignaal of een signaal in een computernetwerk). De ‘kern’ (binnenste koperen geleider) en de ‘mantel’ (omhullende buitenste geleider) zijn de twee stroomvoerende verbindingen. Omdat de assen van beide geleiders samenvallen (vanwaar de naam co-axiale kabel) heffen de elektrische en magnetische velden van D C B A van binnen- en buitengeleider elkaar buiten de kabel op, waardoor geen stoorsignalen naar binnen of naar buiten kunnen lekken. A : plastic omhulsel B : koperen mantel C : binnenste isolator D : koperen kern De aansluiting gebeurt met een BNC-connector.

KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING


318 

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM 

BPC

BNC-connector Bayonet-Neil-Concelman connector (BNC) is een veelgebruikt stekkersysteem in coaxiale kabelsystemen. De BNC connector is vernoemd naar de twee ontwikkelaars. De BNC heeft een bajonetsluiting (draaisysteem) waardoor er aan de mannelijke kant een pin nodig is die zich vast hecht aan de vrouwelijke kant met behulp van een veer. Dit voorkomt dat de twee componenten lossen.

Telefoonaansluitingen RJ-11, RJ-14 en RJ-25 zijn specificaties voor insteekpluggen (RJ = Registered Jack, geregistreerde insteekplug) die gebruikmaken van dezelfde 6-polige modulaire stekker. Deze connectors worden gebruikt voor analoge (POTS) telefoonverbindingen bij de eindgebruiker, bijvoorbeeld voor een telefoontoestel, fax of modem.

RJ-45 connector een RJ-45 connector (RJ = Registered Jack, geregistreerde insteekplug) is een 8-polige modulaire connector die vooral gebruikt wordt voor twisted pair data verbindingen zoals ethernetverbindingen, ISDN-telefonie, RS-232.

KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING


BPC

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM   319

UTP/STP/FTP Getwist paar is een veel voorkomende tweeaderige kabel waarbij de aders rond elkaar zijn gewonden. De bedoeling is elektromagnetische interferentie (“overspraak”) te vermijden. De werking van een getwist paar berust op het principe dat een dergelijke kabel in een (homogeen) elektromagnetisch stoorveld gemiddeld geen lusoppervlakte heeft en het stoorveld dus geen stoorspanning kan induceren. De inductiespanning die in één lus wordt opgewekt wordt tegengewerkt door die van de volgende halve winding, waar de aders precies andersom liggen. Ook wordt het signaal vaak differentieel verstuurd, zodat ook capacitieve storing geëlimineerd wordt. Het aantal windingen per meter maakt deel uit van de specificaties van een type kabel. Hoe groter het aantal windingen, hoe minder men last heeft van overspraak. Deze bekabeling is goedkoper dan coax-bekabeling en laat ook dataoverdracht aan hoge snelheid toe. UTP Afhankelijk van de aangebrachte afschermingen worden de volgende soorten onderscheiden: Unshielded twisted pair (UTP) heeft geen elektroconductor magnetische afscherming (“shield”). Het is het insulation belangrijkste type kabel voor telefonie en wordt pair sheath heel veel gebruikt voor computernetwerken.

Shielded twisted pair (STP) heeft een elektromagnetische afscherming (“shield”) per aderpaar, en daardoor het minste last van elektromagnetische interferentie. Het werd veel gebruikt voor token ring netwerken.

Foiled twisted pair (FTP) De FTP kabel is eigenlijk een UTP kabel omringd door een folie (“shield”) waardoor de bescherming tegen elektromagnetische interferentie toeneemt.

STP

conductor insulation pair pair shield sheath

S/UTP - FTP - S/FTP

conductor insulation pair shield sheath

KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING


320 

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM 

BPC

Domoticasysteem domotica houdt in dat sensoren gekoppeld aan de ingangen instaan voor de bediening van actuatoren gekoppeld aan de uitgangen door tussenkomst van een processor of controller of computer. Deze systemen laten een grote flexibiliteit toe ten behoeve van een betere kwaliteit van wonen en leven, waarbij het niet alleen gaat om integratie van techniek en bediening in de woning, maar ook om de dienstverlening van buitenaf naar de woning. Stuurmodules stuurmodules hebben één of meerder ingangen en één of meerdere uitgangen. De stuurmodule zorgt ervoor dat in functie van de toestand of waarde van de ingang(en) de uitgang(en) een bepaalde toestand of waarde aannemen. Het verband tussen de in- en uitgangen kan meestal geprogrammeerd worden in de stuurmodules. Het gaat in dat geval om programmeerbare stuurmodules. Domoticasystemen zijn vaak modulair opgebouwd met behulp van programmeerbare stuurmodules.

ERELONEN Erelonen – Architecten

In de vergadering van de Nationale Raad van 12 juli 1967 werden de ereloonschalen voor architecten vastgesteld onder de titel Deontologische norm nr 2 (DN2). Dit waren de minima barema’s die architecten moesten vragen aan hun opdrachtgevers. Op 28 oktober 2003 verklaarde Mario Monti, Europees commissaris belast met de vrije concurrentie, aan het slot van de Liberal Professions Conference: Vaste minimumerelonen of indicatieve erelonen kunnen nefast zijn voor zowel de klant als voor iedereen die een vrij beroep uitoefent. Het is twijfelachtig of deze minimumerelonen inderdaad een hoger niveau garanderen. Integendeel, de klant zal moeilijker het beste aanbod kunnen vinden dat beantwoordt aan zijn behoefte wat prijs/kwaliteit betreft. De leden van het beroep zelf zijn dan, op hun beurt, niet geneigd om hun praktijk aan te passen aan de technologische evolutie of om hun kosten te beperken. … Het valt te betwijfelen of het bestaan van de ereloonschaal een hoog kwaliteitsniveau in de hand werkt. Er bestaat geen prikkel om kostenefficiënt te werken. Conform een voorgaand advies van de Commissie zouden de minimumerelonen, zoals vastgesteld door de Belgische Orde van Architecten een inbreuk vormen tegen art 81 van het Europees Verdrag inzake vrije concurrentie om de volgende redenen: Een indicatief ereloon kan leiden tot een drempelprijs, hetgeen de vrije beroepsbeoefenaars belet prijsconcurrentie te voeren hoewel hun economische doelmatigheid hen toelaat dezelfde diensten aan te bieden aan een lagere prijs. De drempelprijzen beschermen eveneens de minder performante uitvoerders en verminderen de motivatie om de kwaliteit te verhogen en de dienstprijzen te verminderen van de vrije beroepen. Het indicatieve ereloonbarema wordt uitgedrukt in percentages van de totale kostprijs van het bouwproject. De Commissie oordeelt in zijn voorlopig advies dat de gefactureerde honoraria een reflectie moeten zijn van de kwalificaties, de competentie en de kosten van de architect alsook eventueel van de reputatie en de naambekendheid. De erelonen mogen niet uitsluitend afhangen van de totale kostprijs van de werken of van de prijzen opgemaakt door de aannemers. De architect moet in elk geval zijn ereloon onafhankelijk kunnen opstellen, los van deze van zijn concurrenten en enkel en alleen in het belang van zijn klant. Het is mogelijk dat de Belgische Orde van Architecten zijn bevoegdheid heeft overschreden door – onder de norm van deontologische norm - een dwingende maatregel uit te vaardigen die tot doel heeft de concurrentie aan banden te leggen.

KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING


BPC

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM   321

Het komt aan de architect zelf toe om met zijn cliënten een ereloon overeen te komen dat overeenstemt met de kwaliteit van zijn diensten en de meerwaarde van zijn beroep.

Erelonen – Architecten – Historische informatie

CATEGORIE

Eerste categorie: de bouwwerken met een zeer utilitair karakter en zeer eenvoudig afgewerkt. In deze categorie worden eveneens ondergebracht, die gebouwen waarvan het programma zich leent tot de inplanting van typen en waarvan de constructie het stelselmatig aanwenden van identieke elementen mogelijk maakt. In deze categorie kunnen worden ingedeeld; • de nijverheids-, handels- en landbouwconstructies die grote ledige ruimten omsluiten; • de loodsen en stapelplaatsen, hallen, silo’s en stallen • de kerkhoven zonder monumentaal uitzicht

BEREKENINGS VOET

Bij wijze van volledigheid geven we onderstaand de wijze van berekenen van het ereloon zoals in het verleden werd voorgeschreven. Daar niet alle opdrachten van een architect dezelfde moeilijkheidsgraad en hetzelfde werk met zich meebrengen worden de werken in diverse (5) categoriëen opgedeeld en worden er navenante erelonen voorgesteld. Het ereloon wordt bepaald op de waarde van de werken.

6%

Tweede Categorie: de werken van eenvoudige opvatting waarvan de verwezenlijking 7 % geen bijzonder eisen stelt. In deze categorie kunnen onder meer worden ingedeeld: • de woon- of handelshuizen zonder bijzondere vereisten • de overheidsgebouwen met een eenvoudig karakter: lagere scholen gymnastiekzalen, gevangenissen, middelmatige hotels, kazernen, spoorwegstations van gering belang, autobergplaatsen, sportterreinen, kerkhoven met monumentaal uitzicht Derde categorie: bouwwerken die een diepgaande studie vergen wegens de complexiteit van hun programma en hun monumentaal uitzicht. In deze categorie kunnen onder meer worden ingedeeld: • de meergezinswoningen, villa’s en residenties die eisen stellen; • de appartementsgebouwen of de gebouwen met verscheidene verdiepingen;

8%

Vierde categorie: bouwwerken met artistieke aard en afwerking; in deze categorie kunnen onder meer worden ingedeeld de werken voor binnenhuisversiering of de inrichting van lokalen, tentoonstellingsstands e.d., de openbare parken en fonteinen, de herdenkings- en grafmonumenten; de werken die niettegenstaande hun lage prijs bijzonder aan de bouwtechniek vreemde kennis vergen;

12 %

Vijfde categorie: omvat restauratiewerken aan gebouwen, monumenten en historische interieurs.

15 %

KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING


322 

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM 

BPC

Ereloon – Ereloon Architecten – Niet inbegrepen prestaties

Een aantal prestaties zijn niet inbegrepen in het basis ereloon zoals: • (extra) reis- en verblijfkosten; • vergoeding voor de duur van de reizen; • erelonen voor technische raadgevers, ingenieurs, EPB-studie, veiligheidscoördinatie, waterhuishouding e.d. – er mag een coördinatievergoeding gevraagd worden voor het coördineren van de studies – de kostprijs van de bouwelementen en/of installaties die het voorwerp uitmaken van de studieopdracht wordt niet in vermindering gebracht van het bouwbedrag dat dient als basis voor de berekening van het ereloon; • bijzondere prestaties zoals – bijzondere presentatietekeningen, maquettes e.d.; – de studie van de opbrengstmogelijkheden, de studie van de eigendomstitels, het grondonderzoek en de hiermee gepaard gaande diepsonderingen, graafwerken e.d.; – de meting en de waterpassing van bouwterreinen, opmeting van bestaande gebouwen, van aanpalende eigendommen enz.; – de opzoekingen en de studie van erfdienstbaarheden, de opmeting, het in plan brengen en de afhandeling van de overname van scheidsmuren; – de ruwe schattingen van bestaande gebouwen met het oog op hun aankoop, ruilverkaveling, het samenstellen van dossier tot aanvraag van hypothecaire leningen; – de staten van bevinding en allerhande vaststellingen, deskundige onderzoek of het bijwonen ervan als technische raadgever; – de bijkomende prestaties die kunnen voortspruiten uit eventueel faillissement of uit tekortkomingen van de aannemer; – nazorg na de voorlopige oplevering. Vermeerderingen van het ereloon: • voor het opmaken van een hoeveelhedenstaat: 10 % op het ereloon; • gedeeltelijke opdracht: 20 % bovenop het ereloon; • uitvoering, niet bij globale aanneming: te verhogen met 5 % op die aannemingen die naast de globale aanneming uitgevoerd worden; • verplichte samenwerking met andere architecten: ereloon vermeerderen met 25 %. Andere wijzen van berekenen van het ereloon. Het is de architect ook toegestaan het ereloon te berekenen op basis van een forfaitaire prijs per m² of per m³. Voor het volume gaat men als volgt te werk: • alle maten buitenwerks, hoogtelijn dakbedekking, buitenmaten van de gevels en onderzijde van de onderste vloerplaat of funderingsbalken; • kelders worden mee in het volume genomen.

KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING


BPC

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM   323

Ereloon – Ereloon Architect – Spreiding van de betalingen De betaling van het ereloon wordt gespreid over diverse fases. voorschot

5%

bij indienen voorontwerp

15 %

bij indienen aanvraag stedenbouwkundige vergunning

15 %

bij afleveren uitvoeringsdossier / dossier offerteaanvraag

20 %

bij de aanvang der werken

5%

uitvoering van de werken

35 %

voorlopige oplevering

5%

Voor grote opdrachten is het gebruikelijk om in bepaalde fasen reeds tussentijds te factureren, gelet op de duurtijd en geleverde prestaties.

Ereloon – Ereloon Architect en Ingenieur

ORI – de Organisatie van Raadgevende Ingenieurs publiceert eveneens een procentsgewijze berekening van het ereloon voor architectuuropdrachten. (laatste versie dateert van mei 2004). Ook het KVIV (Koninklijke Vlaamse Ingenieurs Vereniging) publiceert een procentsgewijze tabel. De Vlaamse Huisvestingsmaatschappij hanteert sinds 1998 een forfaitaire vergoeding. Er wordt een vast ereloon betaald per wooneenheid. De prijzen liggen proportioneel hoger bij kleinere wooneenheden. De eenheidsprijzen dalen naarmate het aantal eenheden stijgt. Voor appartementsgebouwen wordt een toeslag van 15 % voorzien, doch hierin zitten de infrastructuren en algemene delen vervat. De Nederlandstalige Provincies hanteren een Interprovinciaal Modelcontract waarin geen vermelding van het gehanteerde ereloon voorkomt. Dit maakt deel uit van de onderhandelingsprocedure. In haast alle gevallen bepaalt de opdrachtgever het ereloon bij de aanvang van beperkte offerteaanvraag of onderhandelingsprocedure. De Regie der Gebouwen hanteert in haar contracten van 2004 een procentueel tarief dat grotendeels gebaseerd is op dat van de orde. Voor alle categorieën van werken werd een verhoging van de barema’s doorgevoerd omdat deze van de Orde van Architecten te laag werden geacht.

KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING


324 

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM 

BPC

2. Schaal van erelonen Kostprijs van de boouwwerken 1e Categorie Voet %

1e schijf van 0 tot 500.000 € A B C 7,26 6,35 5,45

2e schijf 5.000.000 €tot 1.250.000 € A B C 6,06 5,29 4,54

2e Categorie Voet %

8,48

7,41

6,35

7,26

6,35

5,45

5,45

4,76

4,08

4,62

4,04

3,47

3e Categorie Voet %

9,68

8,48

7,26

8,48

7,41

6,35

6,44

5,63

4,83

5,50

4,81

4e Categorie - a), b), c) Voet %

1 4,52

1 2,71

1 0,90

1 2,1 0

1 0,59

9,07

8,91

7,80

6,68

7,48

4e Categorie - d), e) Voet %

1 4,52

1 2,71

1 0,90

1 2,1 0

1 0,59

9,07

8,91

7,80

6,68

7,48

5e Categorie Voet %

1 8,1 6

1 5,88

1 3,61

1 4,52

1 2,71

Opmerking : * Deze voeten zijn deze van de deontologische norm nr 2 vemenigvuldigt met :

1 0,90

3e schijf 1.250.000 €tot 5.000.000 € A B C 4,46 3,90 3,34

1 0,40

- 1,1 - 0,8 1,1 0,9 -1 0,875 0,75

9,1 0

7,80

4e schijf 5.000.000 €tot 15.000.000 € A B C 3,74 3,27 2,81

5e schijf daarboven A 3,52

B

C 3,08

2,64

4,40

3,85

3,30

4,1 3

5,28

4,62

3,96

6,55

5,61

7,04

6,1 6

5,28

6,55

5,61

7,04

6,1 6

5,28

7,92

Daarboven 6,93

5,94

voor de verwezenlijking van de opmeting boven de 5.000.000 € onder de 1.250.000 € tussen de twee voor formule A voor formule B voor formule C

* De eerste twee schijven van de deontologische norm nr 2 (schijven van 0 tot 3 M BEF en schijf van 3 tot 10 M BEF) werden gehergroepeerd. * De bedragen van de schijven werden geïndexeerd ( vemenigvuldigheidscoëfficiënt = 2)

De   in deze tabel aangegeven formules A, B en C staan voor volledige en gedeeltelijke opdrachten. Het verschil in benadering van de controle, oplevering en nazicht van de rekeningen wordt als volgt gedefinieerd: • Formule A: De Regie belast de architect met de controle op de werken zoals voorzien in art 4 alinea 1 van de wet van 20 februari 1939; zijn ambtenaren met de technische en administratieve leiding van de werken alsook met het toezicht op de werken. • Formule B: De Regie belast zijn ambtenaren met de controle, de technische en administratieve leiding en het toezicht op de werken; de architect – in het raam van de controle der werken – met het nazicht van de door de ondernemingen voorgestelde uitvoeringsplans en technisch advies. • Formule C: De Regie belast zijn ambtenaren met de controle op de werken en het geheel van de taken die eraan verbonden zijn met de technische en administratieve leiding van de werken en het toezicht op de werken. Ongeacht de formule A, B of C zet de architect zijn studie-opdracht verder tijdens de uitvoering der werken. Daartoe verzekert hij: • de artistieke leiding; • brengt hij ingevolge de voortgang van de werken en de op de bouwplaats genomen beslissingen noodzakelijk geworden wijzigingen aan zodat de plans regelmatig bijgewerkt zijn; • de architect staat de leidende ambtenaar bij op diens verzoek bij het nazicht van de verrekeningen; • de architect neemt deel aan de werfvergaderingen en aan de bezoeken voor de voorlopige en definitieve oplevering; • tijdens de werfvergaderingen antwoordt de architect op eventuele vragen van de leidende ambtenaar en van de aannemer; KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING


BPC

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM   325

• de architect antwoordt op de verzoeken van de leidende ambtenaar om uitleg te verschaffen of om details uit te tekenen en toe te lichten inzake de uitvoering die noodzakelijk zijn voor het goede verloop van de werken; • de vragen en de antwoorden worden in een register genoteerd; dit register is een bijlage die integrerend deel uitmaakt van het dagboek der werken. Indien de wijzigingen aan de plannen het gevolg zijn van onvolmaaktheden in de plans van de architect, dan worden de aanpassingen niet vergoed. Indien het gaat om wijzigingen gevraagd door de opdrachtgever, dan heeft de architect recht op een billijke vergoeding die voorafgaandelijk en in gemeen overleg moet vastgesteld worden op basis van werkelijke kosten. Ingeval van formule A omschrijft de Regie de controle opdracht als volgt – naast de reeds hierboven opgesomde taken: • hij controleert de door de aannemer opgemaakte uitvoeringsplans en door hem bezorgde technische fiches een deelt zijn opmerkingen daaromtrent mede aan de leidende ambtenaar; • hij bezoekt zo dikwijls als nodig de bouwplaats, zeker één keer in de week en iedere keer dat de leidende ambtenaar het vereist; • hij verzekert op de bouwplaats de aanwezigheid van het nodige gekwalificeerd personeel; deze ploeg moet voorgesteld worden aan de leidende ambtenaar; • hij wijst de leidende ambtenaar op alle door hem vastgestelde fouten en onregelmatigheden op het gebied van uitvoering, rekening houdend met de contractuele documenten; • hij woont de bouwplaatscoördinatie-vergaderingen bij en maakt bij die gelegenheid alle opmerkingen die hij nuttig acht, zowel op artistiek als op technisch gebied; • hij stelt alle processen-verbaal op van de voorlopige en definitieve oplevering van de werken legt die ter ondertekening voor aan de leidende ambtenaar; • hij ziet de vorderingsstaten na, verrekeningen in meer en in min inbegrepen. Formule B. Tijdens de fase uitvoering der werken omvat de taak van de architect, naast de reeds algemeen opgegeven taken • het nazicht van de door de ondernemingen voorgestelde uitvoeringsplans; • het nazicht van de door de ondernemingen voorgestelde technische fiches. Formule C Tijdens de uitvoeringsfase zijn enkel de algemeen opgegeven taken van toepassing. ERELOONBAREMAS IN BELGIË CATEGORIE 3 14,00

12,19

12,00

12,19

12,19

11,80

11,42

11,20

PROCENT ERELOON

10,00

9,68

9,68

10,94

10,59

10,25

9,68

9,65 8,85

8,48

8,00 7,50

7,50 7,00 6,50 6,44

6,00

6,50 6,44

6,25

6,00 5,28

5,50

6,00 5,28

6,00 5,28

4,00 DEONTOLGISCHE NORM NR 2 REGIE DER GEBOUWEN K VIV

2,00

100.000.000

50.000.000 €

20.000.000 €

10.000.000 €

5.000.000 €

2.000.000 €

1.000.000 €

500.000 €

200.000 €

100.000 €

0,00

BOUWWAARDE

  KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING


326 

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM 

BPC

Ereloon – Ereloon Architect – Vergelijking in Europa

Uit een onderzoek naar de berekening van de erelonen voor architecten in de diverse Europese landen is gebleken dat er verschillende wijzen van ereloonberekening bestaan die op te delen vallen in diverse categorieën. In een aantal landen berekent men het ereloon op de traditionele wijze namelijk een percentage of het bouwbedrag. Buiten België is dit zo in Duitsland, Frankrijk, Italië, Hongarije en Tsjechië. In Spanje en Polen berekent men het ereloon op basis van een eenheidsprijs per vierkante meter bebouwde oppervlakte. In Groot-Brittannië en in Ierland publiceert men geen aanbevelingen aangaande erelonen vanuit de autoriteit of het gezag van een professionele organisatie. In deze landen publiceert men gemiddelden van erelonen die in de markt gevraagd of geboden worden. In enkele landen zoals Nederland en Zweden publiceert men enkel aanbevelingen of overeenkomsten van lonen die betrekking hebben op de architecten en de personen die werken binnen het kader van een architectenbureau. In Zwitserland wordt het ereloon berekend in functie van het aantal uren dat men verwacht te presteren. Landen als Portugal en Griekenland kennen een speciaal regime dat elke vergelijking met de Belgische situatie moeilijk maakt. In Griekenland is er een zeer sterke organisatie van de ingenieurs die zowat alle domeinen van de ingenieurswetenschappen beheersen: de Technical Chamber of Engineers opgericht in 1923 binnen een wettelijk en juridisch kader. Architecten en ir.-architecten vormen een onderdeel van deze kamer. Niemand kan het beroep uitoefenen zonder lid te zijn van deze associatie. Het behoort eveneens tot één van de opdrachten van deze kamer om de erelonen te innen voor de klanten van haar leden. Portugal kende een gelijkaardig systeem. De architecten in Portugal hebben een Orde van Architecten. In 1972 werd een barema van erelonen door het ministerie van Openbare Werken en Transport goedgekeurd. Een laatste revisie werd door de minister goedgekeurd op 5 maart 1986. ERELONEN IN EUROPA - CATEGORIE PUBLIEKE OPDRACHTEN 18,00 16,00 14,00

PERCENTAGE

12,00 10,00 8,00 6,00 4,00 2,00

100.000.000

50.000.000 €

20.000.000 €

10.000.000 €

5.000.000 €

2.000.000 €

1.000.000 €

500.000 €

200.000 €

100.000 €

0,00

BOUWVOLUME BEL DN2 IRL gemid.

BEL RG DUITSL MINIM

BEL KVIV DUITSL MAXIM

FRA ORDE ITALIE

LUX ORDE HONGARIJE

UK gemid. TSJECHIË

 

KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING


BPC

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM   327

SYNTHESETABEL GEMIDDELD ERELOON ONDERZOCHTE LANDEN IN EUROPA CATEGORIE PUBLIEKE WERKEN 16 14,13

14

13,21 12,54

12

12,16 11,35

11,11

10,61

10,34

% ERELOON

10

10,05 9,32

9,04

8,50

8

8,97

8,45

8,40

7,74

7,63 6,62

8,00

7,20

6,86

6,40

6

7,59

5,80

5,52

7,33

6,54

6,30

5,40

5,34

ONDERGRENS BOVENGRENS GEMIDDELDE

4 2

100.000.000

50.000.000 €

20.000.000 €

10.000.000 €

5.000.000 €

2.000.000 €

1.000.000 €

500.000 €

200.000 €

100.000 €

0

BOUWBUDGET

Erelonen – Berekening van de kostprijs van een Projectuur

Om een objectieve benadering van de kostprijs per uur te bepalen moet men uitgaan van een zo realistisch mogelijke benadering van een kantoor. Een kantoor - of organisatie - bestaat uit verschillende medewerkers met elk vaak uiteenlopende competenties; jong en oud, creatief en ervaren, met hoge productiviteitsgraad of hoog organisatievermogen, met leiderskwaliteiten of perfect functionerend binnen een stramien. De kostprijs van een dienst wordt bepaald door diverse elementen: • de productiekosten; • de kostprijs van de productiemiddelen; • de winstmarge die de organisatie moet nemen. In de praktijk kan men volgende berekening maken: • als productiekost neemt men we de reële kostprijs van één werkuur inclusief RSZ, belastingen en patronale bijdragen; • de interne overheadkosten - de zogenaamde indirect-productieve tijd die inherent verbonden is aan het functioneren van de organisatie doch niet rechtstreeks onder de productiekost van het project valt; • de overheadkosten – de productiemiddelen inclusief prospectiewerk, secretariaatswerk, administratie, huisvesting, communicatie- en verplaatsingskosten, verbruik en infrastructuur; • de winstmarge – deze is gemiddeld 17 % (de winstmarge bij overheidsopdrachten op werken in regie bedraagt 17 %). In onderstaande tabel gaan we uit van drie simulaties: • een jonge medewerker (architect) met 2 jaar ervaring op een kleinschalig bureau – kost 4.648 € per maand; • een senior medewerker in staat om een project te begeleiden met 10 jaar ervaring op een middelgroot bureau – kost 6.972 € per maand;

KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING

 


328 

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM 

BPC

• een project-architect met meer dan 20 jaar ervaring op een groot bureau – kost 10.790 € per maand. junior architect

senior architect

project architect

aandeel in het project in %

50

30

20

bruto loonkost/u

28,00 €

42,00 €

65,00 €

indirecte productiekosten %

20

15

10

subtot 1

33,60 €

48,30 €

71,50 €

overhead kosten

25,00 €

25,00 €

25,00 €

subtot 2

58,60 €

73,30 €

96,50 €

winstmarge in %

17,00 €

17,00 €

17,00 €

totaal

68,56 E

85,76 €

112,91 €

gewogen gemiddelde

3.428,10 €

2.572,83 €

2.258,10 €

gemiddelde kostprijs per project-uur

100

8.259,03 € 82,59 €

Om te komen tot een gemiddelde project-uurkost moet men opnieuw uitgaan van simulaties: men kan gaan ervan uit dat een groot deel van het uitvoerend werk gedaan wordt door junior medewerkers (50 % van de projecttijd) en dat de meer ervaren medewerkers slechts een beperkte tijd aan het project spenderen (30 % door een senior architect en 20 % door een project-architect). Er dient te worden opgemerkt dat men in deze simulaties uitgaat van de laagste lonen die voor deze categorieën kunnen geboden worden. In realiteit liggen de brutolonen hoger. In deze simulaties is evenmin rekening gehouden met extra-legale voordelen, groepsverzekeringen, dertiende maand e.d. Zoals uit het voorgaande uitvoerig blijkt is de taakomschrijving van de opdracht zeer belangrijk om zowel de kwaliteit van de geleverde dienst te evalueren als een correcte prijs te bedingen. De klassieke taakomschrijving zoals voorzien in de Deontologische Norm nr 2 van de Orde van Architecten biedt nog steeds een basis doch is achterhaald door een aantal evoluties. De taken worden alsmaar omvangrijk een complexer. Dit heeft te maken met d vaststelling dat de overeenkomst tussen opdrachtgever en architect beïnvloed eventueel wordt door derden partijen die geen medecontractant zijn. In eerste orde zijn dat de openbare besturen en mogelijks andere tussenkomende partijen wiens tussenkomst een invloed kan hebben op het te leveren werk. De impact van deze tussenkomsten is meestal niet of eerder vaag voorzien. In tweede orde zijn er de uitvoerders. Met deze partijen dient de uitvoerende architect een coherent team te vormen om een goede uitvoering te bekomen. Scherpe prijzen, een groot aantal inschrijvers en moeilijke terreinomstandigheden kunnen op zich reeds een aanzienlijke invloed hebben op de te leveren prestaties tijdens de uitvoeringsfase. Een contract tussen twee partijen wordt zo sterk beïnvloed door derden en dat valt meestal in het nadeel uit van de dienstverlener die een reeks extra-prestaties zal leveren zonder dat hieromtrent voorafgaandelijk afspraken rond gemaakt zijn. Deze extra prestaties gaan van • aanvullende dossierstukken of studies opmaken; • extra vergaderingen; KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING


BPC

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM   329

• aanpassingen aan reeds goedgekeurde plannen – bestekken – meetstaten – detailtekeningen; • uitlopen van werven met toename van een reeks werfvergaderingen.

Wettelijk opgelegde aanvullende taken

Facultatief

Taken Taken opgeoutput legd door extra-contractuelen / derden

Beslissings documenten

Doel

Deontologische taken

Preciseren van het project om te kunnen beslissen of het haalbaar is (er wordt nog geen ontwerpvoorstel gemaakt)

collationeren van de gegevens die nodig zijn voor het ontwerp

haalbaarheidsstudie

info RO

opmeting

info terrein

plaatsbeschrijving

facultatief

programmaeisen

sondering

verzamelen locatiegegevens

haalbaarheid

historische studie

tijdsplanning en tijdsplanning organisatievoorstel

ecologische studie

organisatie & vastleggen opdracht-formu- opdracht le

PROJECTDEFINITIE

FASE

Om deze reden werd een lijst opgemaakt van een klassieke opdracht. Hierbij worden de taken in vier categorieën opgedeeld: • Eerste categorie: de taken die door de wet van 1939 middels de deontologische regels werden vastgelegd • Tweede categorie: de taken die door de overheid aan de architect worden opgedragen doch die niet voorzien zijn in de basistaken • Derde categorie: aanvullende taken die gevraagd worden door de opdrachtgever maar niet in het standaardpakket liggen • Vierde categorie: de taken die beïnvloed worden door derden niet- medecontractanten – de extra-contractuelen.

studie van het programma

visienota op het Goedkeuring: project en programmaeisen

projectdefinitie

schetsontwerp eigendomstudie

VOORONTWERP

VOORONTWERP

omgevingsstudie Eerste ruimtelijke verkenning van oplossingen (max 3) en integratie concepten van gespecialiseerde studies

voorontwerp tekeningen - schaal 1:100

contract

maquettes

plannen / doorsneden / aanzichten

perspectief en aanstelling veiligheidsco- presentatietekeningen ördinator - coördinatie opmaak V&G dossier

onderhandelingen met vergunning- verlenende overheid

globale kostenstedenbouw raming - AROHM monumentzorg - verkeer

stedenbouwkundig bespreking attest met toekomstige gebruikers raming

verkavelingaanvraag

plannen: inplan- goedkeuring ting grondplan- geselecteerd V.O. nen, gevels, sneden

tijdsplanning

onderhandelin- toelichitingsgen met instan- nota ties

planologisch attest brandweer

KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING


STEDENBOUWKUNDIGE VERGUNNING

330 

Dossier (ontwerp en documenten) opdat derden (zoals stedenbouw, brandweer, financierder e.a. instanties …) het voorstel kunnen goedkeuren

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM 

tekeningen inplanting op schaal 1:50 - omgevingsplannen

milieuvergunning

beroepsproce- vergunningendure dossier bestaande uit:

BPC

goedkeuring vergunningdossier door opdrachtgever

gevels / horizontale & vertikale sneden

administratief socio-economische derdenverzet dossier studie

specifieke documenten ifv het project

raming

aanvraag vergunning

bijzondere voorstellingen

aanvraagdocumenten

motivatienota

aan instanties

motivatienota(s) ontvangstbewijs

statistisch formulier

aan derden

plannen

attest van conformiteit

foto’s

vergunning/ weigering

premieaanvraag

watertoets

stedenbouw

energie prestatiedossier

UITVOERINGS DOSSIER

opdrachtgeving uitvoeringsdossier Dossier (ontwerp, documenten) opdat uitvoerders de technische uitvoering en de hoeveelheden kunnen beoordelen voor een offerte

coördinatie of uitvoering van:

Uitvoeringsdos- goedkeuring sier bestaande uitvoeringsdossier uit

uitvoeringstekeningen

stabiliteitsstudie

plannen

detailtekeningen

technische studie elektriciteit

bestek

bestek

technische studie sanitair

meetstaat

meetstaat

technische studie HVAC

raming

offerte aanvraag dossiers

veiligheid en bescherming

raming

presentatietekeningen

uitgewerkte plannen, gevels en doorsneden op schaal 1:50

coördinatie opmaak dossier V&G plan

verkoopbestekken

WERF

AANBESTEDING

opstellen van duizendsten overmaken van goedkering uitnodigingsuitvcoeringsprocedure dossiers

Dossieropmaak vergelijking voor uitnodiging inschrijvingen / verslag kandidaat uitvoerders voor bod en waarbij de inschrijvingen vergeleken en gerangschikt worden Begeleiden en opmaak controleren van overeenkomsten - de kwaliteit van het werk - de bouwkosten werfvergaderingen leiden werfverslagen - opmaak en verspreiding

vergelijkende studie goedkeuring verslag en toewijzing coördinatie met veiligheidscoördinator

coördinatie en sturing nevenaannemers

grondverzet

planning

energieprestatiedossier

budgetcontrole onderzoek alternatieven

extra vergaderingen

verslagen

goedkeuring voorlopige opelveringen

werf derdenverzet

contrôle nazicht vorderingsstaten en rekeningen

goedkeuring definitieve oplevering

KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING


BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM   331

WERF

BPC

nazicht

overname gemene muren

nazicht verslagen veiligheidscoördiantie

voorgelegde stukken

coördinatie plaatsopneming

nazicht verslagen gespecialiseerde studies

rekeningen

deskundigen onderzoek

NAZORG

vorderingstaten Begeleiden en contrôle van schoonmaak, onderhoud, herstelling, vervanging, vernieuwing

coördinatie as-built dossier VC

as-built dossier

opleveringen wet Breyne

onderhoudsdossier

nasleep uitvoering

akkoord voor beheer voor deze fase

deskundigen onderzoek

Een overeenkomst tussen partijen moet minstens duidelijkheid scheppen tussen deze onderlinge taken. Hiervan maakt men gebruik van de DNR 2005 wat staat voor de Nieuwe Regeling opgemaakt door de BNA1 en ONRI in 2005. Deze Standaardtaakbeschrijving (STB) omvat een exhaustieve lijst van alle mogelijke taken binnen de opdracht. Deze STB maakt ook een onderscheid tussen ‘noodzakelijke’ en ‘niet-noodzakelijke’ taken. De noodzakelijke taken zijn het minimumpakket die volgens de organisaties moeten uitgevoerd worden om tot een verantwoord ontwerp te komen. De niet-noodzakelijke taken kunnen door de opdrachtgever facultatief worden opgedragen. De uitvoering is afhankelijk van de aard van het ontwerp. De opdrachtgever moet hiervoor – in samenspraak met de ontwerpers – per project beslissen. Er zijn ook multidisciplinaire taken: dit zijn taken die door meerdere participanten moeten uitgevoerd worden. Daarnaast zijn er ook clustertaken: dit zijn taken die in verschillende fasen van de opdracht voorkomen, bvb. ramen van de kosten. Naar Nederlandse en Angelsaksische gewoonte zal men dergelijke taken toewijzen bvb. aan één participant die hierin gespecialiseerd is.

Erelonen – Erelonen gebruiken bij het selectieproces

Er zijn vier wijzen waarbij de grootte van het ereloon gehanteerd kan worden als onderdeel van de selectieprocedure. Het is belangrijk dat, van bij de aanvang, de opdrachtgever duidelijk maakt hoeveel belang er zal gehecht worden aan het ereloon en dit ook klaar en duidelijk aangeeft.

Erelonen – Competitieve biedingen

Bij competitieve biedingen zal de opdrachtgever heel precies de omvang van het werk opgeven en hij selecteert de laagste bieder. Op het eerste gezicht zal de opdrachtgever hier een voordelige zaak aan doen doch een aantal minpunten bij deze methode dienen toch aangestipt te worden. Om een goed team te vormen selecteert men best niet steeds de laagste prijs. Als mogelijke problemen met competitieve biedingen geeft men aan: • het is voor opdrachtgevers niet steeds eenvoudig om exact aan te geven welke diensten ze zullen nodig hebben, en het is niet uitgesloten dat de goedkoopste bieders de uitwijkmo1 Bond der Nederlandse Architecten en Organisatie van advies- en ingenieursbureaus

KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING


332 

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM 

BPC

gelijkheden in een onvolledig dossier gebruiken om naderhand, het uiteindelijke ereloon aan te dikken; • door extreem scherpe erelonen te eisen zal men eerder ontwerpen krijgen die uitgewerkt werden binnen de zeer nipt toegemeten ontwerptijd doch geen ruimte laten voor beter bestudeerde en desgevallend prijs/kwaliteit interessantere ontwerpen; • opdrachten waar het laagste ereloon het enige selectiecriterium is lokken weinig of geen interessante deelnemers; • competitieve ereloonbedingen resulteren zelden in oprechte en waardevolle architectuurkwaliteiten. Bundelen van kwaliteit en kost Een aantal instellingen zijn op zoek gegaan naar een ideale formule om een evenwicht te vinden tussen kwaliteit en kostprijs. De Construction Industry Board heeft op dit vlak een grote ervaring opgedaan en haar methode bestaat uit de opeenvolgende stappen: • initieel wordt gepeild naar de interesse van mogelijke kandidaten door een zo ruim mogelijke bekendmaking, zelfs op Europees niveau; • er word een shortlist van zes tot acht kandidaten geselecteerd die mondeling hun kandidatuur mogen toelichten en die onderzocht worden op hun kwaliteiten; • drie tot vier uitverkoren kandidaten wordt gevraagd een offerte over te maken binnen de tien dagen op basis van een zo volledig mogelijke informatie die hen verstrekt werd nopens de verwachtte prestaties; • de kwaliteit en de kostprijs wordt in balans gebracht volgens een voorafgaand goedgekeurde weging waarbij algemene kwaliteiten zeker 70 % van de ponderatie krijgt en de kostprijs maximum 30 %. Een juiste toepassing van een relevante ponderatie leidt naar de winnaar. Deze methode heeft een aantal voordelen, inclusief een mooie balans tussen kwaliteit en kostprijs van de prestaties waarbij vermeden wordt dat heel wat bureaus massa’s werk investeren in ontwerpen maken die nergens toe zullen leiden. Aan de andere zijde staat dat dergelijke formules in het voordeel vallen van zij die reeds enige bekendheid genieten of dicht bij de selectieheren staan. Er wordt ook geklaagd dat, zelfs indien de ponderatie van de kostprijs aanzienlijk minder doorweegt dan de deze van kwaliteitscriteria, men er toch nog kan in slagen om met een lage bieding de opdracht binnen te halen. Hoe krijgt de goedkoopste in voorkomend geval 30 punten op een schaal van 100 en de duurste offerte 0 punten? Of stelt men voorafgaandelijk een gemiddelde voorop en geeft men punten op de graad van afwijking ? Een formule om de punten toegekend aan de offerteprijs op een ernstige manier te evalueren is deze: P = p x (2 – A / R) Waarin P = behaalde punten van de inschrijver // p = maximaal toegekende punten voor dit onderdeel // A = offertebedrag van de inschrijver // R = laagste offerte van alle inschrijvers Bij deze formule zijn offertes die het dubbele of meer bedragen dan de laagste inschrijver per definitie uitgesloten.

Ereloon – EPB-verslaggever

De opdracht van de EPB-verslaggever kan worden aangegaan • tegen een fortfait voor de totale prestatie; • verrekening in daguren van xx €/u; • tegen een percentage van de totale bouwwaarde der werken.

KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING


BPC

BOUW- & PLANOLOGISCH COMPENDIUM   333

Het ereloon is opeisbaar • xx % bij de overhandiging van de nota voorontwerp; • yy % bij het opmaken van de startverklaring; • zz % bij het indienen van het EPB-verslag.

erfdienstbaarheden Erfdienstbaarheden die ontstaan uit de ligging van de plaatsen Erfdienstbaarheden kunnen naar gelang hun oorsprong, aard, karakter, gebruik of situatie verschillende vormen aannemen. DOOR WET GEVESTIGD VOORTDUREND ZICHTBAAR

NIET-ZICHTBAAR NIET-VOORTDUREND

DOOR TITEL

DOOR VERJARING

OP NAAM

OPENBAAR GEBONDEN AAN HET GOED

afwatering Art. 640. Lager gelegen erven zijn jegens de hoger liggende gehouden het water te ontvangen dat daarvan buiten ‘s mensen toedoen natuurlijk afloopt. De eigenaar van het lager gelegen erf mag geen dijk opwerpen waardoor de afloop verhinderd wordt. De eigenaar van het hoger gelegen erf mag niets doen waardoor de erfdienstbaarheid van het lager gelegen erf verzwaard wordt.

KRITISCHE BENADERING VAN TERMEN UIT DE BOUWKUNDe, HET BOUWRECHT, DE STEDENBOUW & DE RUIMTELIJKE ORDENING


Bouw- en Planologisch Compendium