ABVV | ISVI - Activiteitenrapport 2015

Page 1

INTERNATIONAAL SYNDICAAL VORMINGSINSTITUUT ISVI VZW ACTIVITEITENRAPPORT 2015

1


Contactpersonen Rudy De Leeuw, Voorzitter Rafael Lamas, Afgevaardigd bestuurder belast met het dagelijks bestuur Leticia Beresi, Coรถrdinatrice

ISVI vzw Hoogstraat 42, 1000 Brussel Info@ifsi-isvi.be www.ifsi-isvi.be

2


Inhoudsopgave 1. VOORWOORD ................................................................................................................................... 4 2. Kaart van het programma voor vakbondssamenwerking van het ISVI ............................................... 6 3. De strijd, de opdracht en de rol van het ISVI....................................................................................... 8 4. Enkele belangrijke cijfers ..................................................................................................................... 9 5. Partnerschappen met het Zuiden ...................................................................................................... 10 LATIJNS-AMERIKA EN DE CARAÏBEN ............................................................................................... 10 COLOMBIA ........................................................................................................................................ 10 CUBA ................................................................................................................................................. 12 PERU ................................................................................................................................................. 14 AFRIKA .................................................................................................................................................. 16 ZUID-AFRIKA .................................................................................................................................... 16 BENIN ................................................................................................................................................ 18 IVOORKUST EN BURKINA FASO .................................................................................................... 20 KENIA ................................................................................................................................................ 22 PANAF ............................................................................................................................................... 23 DRC ................................................................................................................................................... 24 RWANDA ........................................................................................................................................... 26 UNI AFRICA....................................................................................................................................... 28 MIDDEN-OOSTEN ................................................................................................................................ 30 PALESTINA ....................................................................................................................................... 30 BELGIË .................................................................................................................................................. 32 6. Focus op enkele activiteiten die (mede-) georganiseerd werden door het ISVI ............................... 33 7. Het ISVI, in het doolhof van de hervormingen van de Belgische coöperatie .................................... 34 8. Welke "Lessons Learned" voor het ISVI in 2015? ............................................................................. 35 9. Grote toekomstige werven: perspectieven 2016 en horizon 2017-2026 ........................................... 38 10. Bestuur: de instanties en het team van het ISVI ............................................................................. 40

3


1. VOORWOORD 2015 werd gekenmerkt door grote strategische werkzaamheden voor het ISVI 2015 was een druk jaar wat betreft strategische denkprocessen, activiteiten en uitdagingen. Deze interne dynamiek werd nog aangevuld door een omgeving die in volle verandering is, zowel op Belgisch als op internationaal niveau. Het ISVI is na 2015 versterkt in zijn strategieën, zijn filosofie en zijn blijvende inzet ten voordele van de internationale syndicale solidariteit en de emancipatie van werkneemsters en werknemers wereldwijd. Internationale ontwikkelingssamenwerking in volle verandering Het afgelopen jaar was een belangrijke periode voor de internationale ontwikkelingsagenda: het jaar van de balans over de uitvoering van de wereldwijde Ontwikkelingsdoelstellingen maar ook het jaar van het herdefiniëren van de "Sustainable Development Goals" (SDG of Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen 2015-2030. De Conferentie van Addis Abeba over de financiering van de ontwikkeling en de Top op Hoog niveau van de Verenigde Naties droegen bij tot het bepalen van het nieuwe ontwikkelingskader post 2015 in een context van financiële crisis en blinde besparingen ... voor de werknemers. De internationale vakbonswereld heeft zich laten horen tijdens het herbepalen van dit nieuwe paradigma in de ontwikkeling. Dankzij belangrijk pleitwerk van het Internationaal Vakverbond (IVV), daarin gesteund door het ISVI en het ABVV, werd de doelstelling Waardig Werk opgenomen in verschillende SDG's.

De Belgische internationale samenwerking, schouwtoneel van opeenvolgende hervormingen Al sinds 2011 vonden binnen de Belgische internationale samenwerking, in het licht van de internationale context, tal van opeenvolgende veranderingen plaats. Terwijl de hervorming van minister Labille (2013-2014) moest leiden tot concrete resultaten werd in maart 2015 al een nieuwe hervorming gelanceerd door minister De Croo met het oog op het programma 2017-2021. Alle spelers uit de Belgische civiele maatschappij, waaronder ook de vakbonden, moesten deze nieuwe golf van hervormingen aanvatten, erover onderhandelen en daarna ook toepassen. In 2015 werkte het ISVI dus aan de realisatie van zijn activiteitenprogramma voor 2015 en de voortzetting van de strijd voor het voortbestaan van de syndicale samenwerking doorheen deze hervormingen. Waardig Werk: de grote afwezige De uitbuiting van werknemers en de ongelijkheid, vooral voelbaar in de ontwikkelingslanden, leiden tot armoede en een slechte ontwikkeling. Deze verschijnselen verzwakken de werknemers uit het Zuiden nog meer: ze zijn al kwetsbaar door de sociale en economische ongelijkheid in hun land en dan krijgen ze nog te lijden onder het mondiale onevenwicht tussen Noord en Zuid en de internationale arbeidsverdeling die samengaat met het globaliseringsproces. In deze ongelijke sociale en economische context, die leidt tot armoede en geënt is op een ongelijke verhouding tussen Noord en Zuid, schiet de syndicale ontwikkelingssamenwerking wortel. De grote tekortkomingen wat betreft Waardig Werk, nog verergerd door de wereldwijde financiële en economische crisis, herinneren eraan hoe dringend de macht van de werknemers moet worden uitgebreid: vrouwen en mannen, met of zonder werk, in de formele of informele economie, jong of oud. Gezien het gebrek aan werk, het miskennen van de rechten van de werknemers, de tekortkomingen in de sociale bescherming en het ondermijnen van de sociale dialoog is het noodzakelijk de macht van de werknemers overal ter wereld uit te breiden.

4


Het ISVI en zijn partners: spelers in verandering in 16 landen Het ISVI steunt samenwerkingsprojecten vanuit een driehoeksrelatie: het ISVI, de partner van het Zuiden, en het ABVV (federaal ABVV, één van de beroepscentrales, of één van de intergewestelijken) bundelen voor elk project hun krachten. De actieve betrokkenheid van de beroepscentrales van het ABVV in het programma van het ISVI betekent een waardevolle meerwaarde voor het Zuiden, maar ook in België, waar de doelgroep van het ISVI bestaat uit meer dan een miljoen vijfhonderd zestigduizend leden. In 2015, het eerste jaar van de programmacyclus 2015-2016, ondersteunde het ISVI een aantal projecten in 16 landen in Afrika, Latijns-Amerika, Palestina en België (zie kaart).

5


2. Kaart van het programma voor vakbondssamenwerking van het ISVI

CUBA SNTI

COLOMBIA ONOF/USO

PERU FTCCP/CGTP

6


BELGIË

PALESTINA PGFTU

IVOORKUST SYNA-CNRA/UCRB

BENIN CSA-BENIN

KENIA KEWU/KLDTDU&DWU

BURKINA FASO SYNA-CNRA/UCRB RDC UFF

ZUID AFRIKA NUM/SACTWU

RWANDA CESTRAR/STECOMA/ STAVER/SYPEPAP

UNI AFRIQUE

7


3. De strijd, de opdracht en de rol van het ISVI

Emancipatie en zelfstandig worden van de vakbondsorganisaties in het Zuiden De syndicale ontwikkelingssamenwerking waarvoor het ISVI opkomt waakt er in een solidaire, nietsubstitutieve en bevrijdende logica over om de vakbondsorganisaties van het Zuiden te versterken zodat zij beter in staat zouden zijn om hun eigen rechten te verdedigen en om hun maatschappij te doen evolueren naar meer democratie, ontwikkeling en sociale rechtvaardigheid. Het autonoom maken van de partners in het Zuiden en hun emancipatie zijn de twee dimensies die behoren tot de kern van de missie van het ISVI. De partner-vakbondsorganisaties zijn zowel de "doelgroepen" als de "partners" bij acties: het versterken van capaciteiten gebeurt door hen, voor hen en met hen. De verhouding Noord -Zuid wordt dus horizontaal bekeken met het oog op een wederzijdse versterking. Het respect voor de autonomie van de partner is niet alleen een filosofisch principe maar ook een vector voor doeltreffendheid en duurzaamheid. Waardig Werk op de agenda zetten De missie van het ISVI is veelvuldig. In het Zuiden moet het ISVI de partner-vakbondsorganisaties in staat stellen om erkend te worden als spelers in de ontwikkeling en hen strategisch en solidair begeleiden in hun veranderingsproces door de versterking te bevorderen via expertise, vorming, het uitbouwen van netwerken en het uitwisselen van ervaringen op alle niveaus van de organisatie. In het Noorden bestaat de opdracht van het ISVI uit het bevorderen van de sensibiliseren en de actieve verbintenis van leden en militanten van het ABVV in de internationale solidariteit . Zo waakt ISVI erover om enerzijds zichtbaarheid te geven aan zijn partners in het Zuiden en hun syndicale strijd en om anderzijds samenwerkingsverbanden te ontwikkelen tussen de werknemers in BelgiĂŤ en de partners, via het opbouwen van een netwerk en internationale solidariteit. Het ISVI bevordert de internationale vakbondssolidariteit Als speler in vakbondssamenwerking benut het ISVI netwerken en ontwikkelt het methodes en actiemiddelen die verschillen van deze van andere bij de samenwerking betrokken actoren. Dankzij de partner ABVV kan het Instituut bogen op de terreinervaring , in bedrijven, op sectoraal en interprofessioneel niveau. Bovendien vormt de ervaring die het ABVV heeft opgedaan op het gebied van de bipartiete en tripartiete sociale dialoog een onschatbare bijdrage op het gebied van de internationale samenwerking. De bottom-up werking, de terreinverankering in bedrijven en fabrieken in BelgiĂŤ via de beroepscentrales van het ABVV en de bevoorrechte positie op het kruispunt van de vakorganisatie stellen het ISVI in staat om de internationale solidariteit te coĂśrdineren, te bevorderen en te mobiliseren om zo tegemoet te komen aan de behoeftes van zijn partners. Bovendien zorgt de eigenheid van het ISVI, namelijk werken in een sectorale en intersectorale logica,voor een grotere impact dankzij een sterkere concentratie in specifieke activiteitensectoren. Dankzij deze originele aanpak kan het ISVI een internationaal netwerk opbouwen tussen de doelgroepen in het Noorden (leden en vakbondsafgevaardigden van het ABVV) en het Zuiden (partners, vakbondsafgevaardigden en aangesloten werknemers). Tegelijkertijd voedt het ISVI het denkproces van het ABVV via zijn terreinkennis en zijn nauwe contacten met de partners in het Zuiden. De bijzondere synergie met zijn partners in het Noorden, het Zuiden en internationaal maakt van het Instituut een echte speler op het gebied van de sociale verandering en emancipatie wat de Belgische internationale samenwerking betreft.

8


4. Enkele belangrijke cijfers

3 INTERNATIONALE ACTIVITEITEN (MEDE-) GEORGANISEERD DOOR HET ISVI IN

5

2015

MEDEWERKERS IN HET TEAM

DE

4

PIJLERS VAN WAARDIG WERK MBT HET PROGRAMMA

16 INTERVENTIELANDEN

15 PARTNERS IN HET ZUIDEN

1.056.595,97€ OVERGEDRAGEN AAN HET ZUIDEN IN 2015*

*bankonkosteninbegrepen

9


5. Partnerschappen met het Zuiden

LATIJNS-AMERIKA EN DE CARAÏBEN CO L O M B I A : D E W E R K N E M E R S O R G A N I S E R E N I N E E N G E W E L D D A D I G E C O N T E X T W A A R D E FUNDAMENTELE RECHTE N MET DE VOETEN W ORDEN GETREDEN

Colombia heeft helaas een reputatie omwille van zijn zeer hoge misdaadcijfer, de maffia en de betrokkenheid bij de internationale drugshandel. De mechanismen inzake corruptie en cliëntelisme domineren het hele raderwerk van het land. Colombia kent verschillende paramilitaire groeperingen die zorgen voor een klimaat van wantrouwen en terreur. Terwijl 45% van de bevolking onder de armoedegrens leeft, voert de overheid een economisch beleid ten voordele van de werkgevers, de Colombiaanse oligarchie en buitenlandse investeerders, ten nadele van de werknemers en hun fundamentele rechten. De Colombiaanse context maakt vakbondswerk bijzonder moeilijk Het gaat om een land met de meeste moordaanslagen op syndicalisten . Sociaalprotest wordt er nagenoeg systematisch onderdrukt met geweld en/of wordt gecriminaliseerd via diverse juridische achterpoortjes. Met de steun van het ISVI en het Vlaams ABVV beoogt de Organización Nacional de Obreros de la Floricultura de Colombia (ONOF) een betere organisatie van de Colombiaanse werknemers uit de bloemensector evenals de ontwikkeling van hun juridische bijstand. De gevoerde strategie bestaat uit twee assen. Eerst en vooral de strijd tegen het heersende antisyndicale klimaat dat angst inboezemt en de mobilisatie en collectieve organisatie van werknemers ontmoedigt, een element dat nochtans essentieel is voor de globale verbetering van hun levensomstandigheden. Ten tweede verloopt de versterking van de capaciteiten van de vakbondsafgevaardigden via vorming en sensibilisering rond diverse thema's zoals onwettelijk ontslag, niet-uitbetaalde overuren, beroepsziektes, onregelmatigheden wat betreft de pensioenbijdragen en de ziekteverzekeringsbijdragen, de manier waarop juridisch advies wordt verstrekt,...

10


2015 wordt gekenmerkt door de onderhandelingen die ONOF in 4 ondernemingen voert, twee daarvan zijn in vereffening. Verder heeft ONOF zijn strategie voor vorming en sensibilisering voortgezet via 24 radio-uitzendingen, workshops en ontmoetingen; op die manier bereikte ONOF meer dan 290 arbeiders en kregen een vijftigtal vakbondsmilitanten vorming in syndicaal bewustzijn.

Met de steun van het ISVI en de Algemene Centrale van het ABVV, zet de Colombiaanse petroleum vakbond Uniรณn Sindical Obrera (USO) zich in voor het naleven van de vakbondsrechten een waagstuk in Colombia - en een meer rechtvaardige herverdeling van de rijkdommen van het land. Momenteel zijn die in handen van de multinationals. De USO werkt aan de organisatie van de werknemers van de onderaannemers in de petroleumsector en het verdedigen van hun rechten. Daarbij wordt een specifieke strategie gehanteerd op het vlak van vorming en communicatie voor deze medewerkers, rekening houdend met de bijzondere context van de petroleumsector. In 2015 werd ook het virtuele opleidingsplatform gebruiksklaar en was er een significante toename van het aantal werknemers aangesloten bij de vakbond : 11.000 meer leden dan in 2014.

11


CU B A : D E S Y N D I C A L E S T R I J D V O O R T Z E T T E N O P E E N E I L A N D I N V O L L E V E R A N D E R I N G Sinds 2011 is een zeer groot aantal hervormingen voor het "actualiseren van het economische model" aan de gang op het eiland. Deze sociaal-economische hervormingen omvatten een zeer ruime waaier aan economische maatregelen zoals het opdrijven van de export, de ontwikkeling van nieuwe economische zones, het aantrekken van directe buitenlandse investeringen, de groei van de privĂŠsector, het industrialiseren door vervanging van de import en het decentraliseren van het beslissingsproces.

Bron : http://www.ipscuba.net/economia/trabajadores-independientes-actores-decisivos-del-reciclaje/

Voor de Cubaanse vakbeweging zijn de uitdagingen die met deze maatregelen gepaard gaan, enorm . Deze moet de rechten van de werknemers vrijwaren en een verbetering van hun arbeidsvoorwaarden blijven verdedigen, met inachtneming van deze hervormingen. Ook al wordt de reconversie van de werknemers waarvoor ze zelf instaan, aangemoedigd, het blijven kwetsbare werknemers. Daarom moeten we de Cubaanse vakbond helpen om hen te vertegenwoordigen en zo goed mogelijk te verdedigen. Zo neemt de vakbondsstrijd in Cuba een bijzondere vorm aan met deze dubbele doelstelling voor ogen: de arbeids- en levensomstandigheden van de Cubaanse werknemers verdedigen en de productiviteitsdoelstellingen integreren. Sinds 2012 voeren het ISVI en de MĂŠtallurgistes Wallonie Bruxelles van het ABVV (MWB) samen met de Nationale vakbond van industriearbeiders (SNTI) een project waarbij het de bedoeling is om de vormingspraktijken binnen de structuur van de Cubaanse partner te dynamiseren. Het project richt zich tot vormingslesgevers in actieve en participatieve pedagogische technieken en wil de vormingslesgevers, de vakbondsleiders aan de basis en de werknemers uit de metaalsector ondersteunen zodat ze zelf beter opgewassen zijn tegen de uitdagingen op het terrein. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de werknemers en werkneemsters uit niet-staatssectoren, onder meer de recuperatie van grondstoffen. In 2015 werden de sociaal- economische hervormingen verder opgedreven op het eiland, ook in de industrie. De productie in de metallurgische sector is toegenomen, waardoor de werknemers een loonsverhoging kregen van 45%, waardoor ze 742 pesosipv500 verdienen. Ook de boom van het toerisme had een impact op deze sector door de grotere vraag naar producten zoals shampoo, zeep, enz.

12


Naast de loonsverhoging, waartoe het project heeft bijgedragen, bood 2015 ook de gelegenheid voor de MWB om 18 vormingsmedewerkers op te leiden, afkomstig uit 15 provincies van het land en uit het Isla de la Juventud. Op hun beurt hebben deze 18 personen nog eens 180 andere vormingsmedewerkers opgeleid in elke provincie. Eind 2015 hadden 1.995 basisvakbondsleiders een vorming gekregen over de sociaal- economische thema's in verband met de nieuwe hervormingen met deze participatieve methodes.

Dankzij datzelfde project werd ook didactisch en pedagogisch materiaal opgesteld, met een specifiek luik voor de werknemers uit de niet-staatsgebonden economie. Tenslotte werden de werknemersbijeenkomsten ook gekenmerkt door een grotere betrokkenheid vanwege de werknemers. Dat was het rechtstreekse gevolg van deze herdynamisering van de structuren van de vakbond die door dit project werd gesteund.

13


P ER U : V A K B O N D S L E I D E R S B E T E R U I T R U S T E N V O O R H U N V A K B O N D S W E R K Peru is een land dat ondermijnd wordt door corruptie. Toch gaat het verder op het neoliberale elan dat gekenmerkt wordt door de deregularering van de arbeid. Er ontstaan steeds meer speciale arbeidsregimes ten voordele van de werkgevers, terwijl de arbeidsomstandigheden voor de werknemers steeds slechter worden. Met een economie die voornamelijk gebaseerd is op mijnbouw en grondstofwinning zet het land de diversificatie voort en scoort het records inzake economische ontwikkeling. Het behoort tot de landen met een middelmatig inkomen maar boekt records als het aankomt op sociale ongelijkheid. Verder kent Peru een algemene criminalisering van sociaal protest en een sterk antisyndicaal klimaat, gekenmerkt door een steeds strenger wordende wetgeving wat betreft het stakings- en betogingsrecht, het opsluiten van al wie protesteert en het opleggen van zware boetes, onrechtmatig en massaal ontslag van vakbondsmilitanten, de weigering van de overheid om sectorale vakbondsfederaties op te richten die onderhandelingen voor een hele sector kunnen voeren, de vaak gewelddadige en brutale reacties van de werkgevers ten opzichte van de vakbondsmilitanten, moordaanslagen op syndicalisten, ... Steeds vaker worden de vakbondsmilitanten geconfronteerd met een wild groei van patronale syndicaten en "syndicaten die er maffiapraktijken� op na houden en zowel werknemers als werkgevers afpersen terwijl ze hen een klimaat van sociale vrede voorspiegelen. Hiertegen werd in 2015 een tweede mars voor de vrede georganiseerd door het Algemeen Vakverbond van Peru (CGTP) en de de Peruaanse bouwvakbond (FTCCP). Op dat evenement waren ook de andere actoren uit de civiele maatschappij aanwezig. De vakbondssamenwerking tussen de CGTP, de FTCCP, het ISVI, ABVV Brussel en de Algemene Centrale van het ABVV is bedoeld om de Peruviaanse vakbondsbeweging te versterken. De CGTP heeft zijn afdeling syndicale dienstverlening en zijn afdeling rechtsbijstand, ondersteund door het ISVI en het ABVV Brussel. Zo kan men de verdediging van de Peruviaanse arbeiders verzekeren in de strijd tegen onrechtmatig ontslag, voor collectieve onderhandelingen, de opvolging van het wettelijk kader en het naleven ervan. De FTCCP wil samen met het ISVI en de Algemene Centrale vorming voorvakbondsleiders organiseren, waaronder het regionale middenkader, om zo de regionale vakbondskantoren autonoom te maken.

2015 wordt gekenmerkt door een aantal stuiptrekkingen en interne veranderingen bij de CGTP. Toch waren er ook syndicale overwinningen zoals de afschaffing van een wet die jonge werknemers discrimineerde.

De CGTP legt zich ook toe op het verdedigen van de sociale verworvenheden zoals de wet inzake gezondheid en veiligheid op het werk, ĂŠĂŠn van de markante resultaten van het vorige project voor vakbondssamenwerking met ISVI en ABVV. De aanwezigheid van het ISVI en het ABVV op het congres van de CGTP maakte het mogelijk de politieke banden tussen beide vakbonden aan te halen en de goede omstandigheden noodzakelijk voor een doeltreffende en relevante vakbondssamenwerking te herbevestigen.

14


De FTCCP is er na verschillende jaren verwoede vakbondsstrijd eindelijk in geslaagd een nationaal register voor bouwwerven op te richten. Bovendien heeft het denkproces rond vakbondsvorming dat van start ging in het kader van het project geleid tot de benoeming van een nieuwe directeur van de vakbondsschool die openstaat voor een dynamische en participatieve methode voor vakbondsvorming. Deze directeur verbindt zich ertoe om nauw samen te werken met de Secretaris voor onderwijs (vorming) van de FTCCP. De politieke visie en het werk op het terrein zijn dus op elkaar afgestemd. Verder kregen in 2015 meer dan 90 vakbondsleiders een opleiding. De beter opgeleide vakbondsleiders boeken meer succes bijonderhandelingen met de werkgevers: loonsverhoging en sociale voordelen, premies in functie van de beroepsrisico's, ... daarnaast onderhandelen ze ook met succes protocollen voor gezondheid en veiligheid op het werk die in 2016 ondertekend zouden moeten worden.

15


AFRIKA ZUI D- AF R IK A :D E V A K B O N D S A C T I E V E R S T E R K E N

OM DISCRI MINATIE EN PRECARISERING

TEGEN TE GAAN

De politieke en syndicale spanning beleeft een hoogtepunt in Zuid-Afrika. Het land dat lange tijd symbool stond voor de strijd tegen de apartheid en daarbij de voorrang gaf aan eenheid, vrede en verzoening is vandaag meer dan ooit verdeeld. Op politiek niveau eist de toenemende oppositie het onmiddellijke vertrek van president Zuma. Hij wordt ervan beschuldigd overheidsgelden gebruikt te hebben voor privédoeleinden. Ook op syndicaal vlak is het moeilijk, vermits de historische vakbond COSATU zijn interne twisten niet onder controle krijgt. Daarbij komt nog de uitwijzing van de Algemene Secretaris Vavi en één van de voornaamste federaties, de NUMSA. Het lijdt dan ook geen twijfel meer dat er morgen een nieuwe, concurrerende vakbond zal ontstaan in Zuid-Afrika. Deze situatie heeft in het bijzonder een impact op de NUM, waar het aantal leden de voorbije jaren drastisch is gedaald , ten voordele van NUMSA. Ook op economisch vlak is het allesbehalve rozengeur en maneschijn : de meeste macro-economische indicatoren vertonen een dalende trend. Dat blijkt onder meer uit een steeds sterker en gewelddadiger wordende oppositiegolf tegen de migrantenarbeiders. NUM Na een samenwerking van 5 jaar rond de bezorgdheid in verband met HIV/AIDS in de bouwsector probeert het project (uitgevoerd in samenwerking met de AC), sinds 2012 om het hoofd te bieden aan de nieuwe uitdagingen die bedoeld zijn om de NUM te versterken in haar capaciteit om nieuwe leden aan te trekken en hen de best mogelijke dienstverlening te verzekeren. Na de strategische workshop begin 2015 werden de voornaamste richtlijnen van de rekruteringscampagne van 2016 evenals de propagandamiddelen die daarbij zullen worden ingezet, besproken en gevalideerd. Bovendien startte de NUM met onderhandelingen om een oplossing te vinden voor de precaire situatie van de talrijke arbeiders met een contract van bepaalde duur in de bouwsector . Ondanks goede onderhandelingen slagen de werkgevers er steeds in de wet te omzeilen : ze ontslaan hun werknemers om ze dan weer aan te werven. Zo vermijden ze dat ze hen voor bepaalde duur moeten aanwerven. SACTWU Al meer dan tien jaar ligt in de samenwerking met SACTWU het accent op de peer education (vorming door collega’s voor collega’s) en het belang van de preventie en opsporing van HIV/AIDS, tuberculose en de meeste andere chronische ziektes in Zuid-Afrika.

16


Het team van Home Based Care begon met vorming die rechtstreeks werd gegeven aan de leden van de gezinnen waarvan een lid getroffen werd door een ziekte. Dankzij deze vorming in medische basisverzorging kon SACTWU zijn uitgaven aan ziekenbezoek sterk verminderen. Het accent wordt voortaan eerder gelegd op blitzcampagnes die de werknemers en werkneemsters tijdens hun middagpauze sensibiliseren rond problemen in verband met gezondheid en veiligheid op het werk. In 2015 werden zo 2 blitzcampagnes van telkens 1 maand georganiseerd. De afgevaardigden zijn het na het congres van SACTWU in 2013 opgestarte vormingsproces blijven opvolgen. Deze cyclus, die 3 jaar in beslag neemt, eindigt in 2016. Op dat moment zullen de volgende sociale verkiezingen zorgen voor een vernieuwing van de mandaten van de afgevaardigden enerzijds en anderzijds, houdt SACTWU dan ook zijn congres.

17


BE NI N : G E Z O N D H E I D E N V E I L I G H E I D O P H E T W E R K I S E E N R E C H T ! Benin is een land met een relatieve stabiliteit in een West-Afrikaanse context die de voorbije jaren werd gekenmerkt door staatsgrepen, volksopstanden, de toename van terrorisme en gewapende conflicten, een schreeuwend voedseltekort en lange droogteperiodes . Op politiek vlak belooft 2015 een scharnierjaar te worden. Benin houdt immers wetgevende, gemeentelijke en lokale verkiezingen. Dankzij deze laatste was het enerzijds mogelijk om het Parlement (de AssemblĂŠe Nationale) volledig te vernieuwen en anderzijds om de eerste conclusies te trekken met het oog op de verkiezingsmarathon die leidt naar de presidentsverkiezingen begin 2016. Deze laatste etappe moet een einde maken aan de twee opeenvolgende mandaten van de huidige President Yayi Boni die zorgt voor heel wat regionalistische spanningen in de hoop die te kunnen benutten om zijn politieke positie ook in de toekomst veilig te stellen. Op het einde van het jaar keurden de pas verkozen afgevaardigden een wetsontwerp goed over de Universele ziekteverzekering (RAMU). Het gaat om een initiatief van de overheid gericht op het verbeteren van de financiĂŤle toegang van de bevolking tot een kwalitatieve gezondheidszorg. Ondanks deze perspectieven blijft in 2015 het sociaal klimaat gespannen. Er ontstaat gemor nadat de overheid haar beloftes om de lonen van het onderwijzend personeel te verhogen niet nakwam en evenmin het algemeen statuut van permanente staatsambtenaars uitvaardigde.

Het begin van het schooljaar 2015 wordt dan ook verstoord door stakingsbewegingen. Ook de magistraten gingen staken om de annulatie te eisen van het clandestiene aanwervingsproces voor personeel bij de gerechtelijke administratie en om de overheid op te roepen de wettelijke procedures na te leven. Al 10 jaar pakt de Confederatie van Autonome Vakbonden (CSA-Benin) met de steun van het ISVI, het federale ABVV en het Waalse ABVV een massaal probleem aan: gezondheid en veiligheid op het werk. Daarbij richt de CSA zich op verschillende sectoren uit de formele maar ook de informele economie. Een specifiek luik is gewijd aan ongewenst seksueel gedrag in het onderwijs. Voor de taxi-motochauffeurs organiseert de CSA-Benin bijvoorbeeld een actie die gebaseerd is op twee belangrijke strategische assen. Enerzijds sensibiliseert men de werknemersrond dit thema en geeft men vorming en houdt men bewustmakingsacties binnen de context van de informele economie. We benadrukken dat de vakbondsaanwezigheid op dit domein een waagstuk blijft. Daarnaast worden de taxi- moto bestuurders ook aangemoedigd om zich aan te sluiten bij de RAMU. Anderzijds werkt de CSA samen met de overheid aan het versterken van de verkeerscode voor bestuurders van tweewielige gemotoriseerde voertuigen. In 2015 blijft de actie van CSA-Benin vruchten afwerpen op het gebied van de sensibilisering en bewustmaking rond de risico's waaraan de bestuurders van taximoto’s zijn blootgesteld, onder meer ziekte en arbeidsongevallen. De rol van RAMU en de band met de gezondheid en veiligheid op het werk wordt steeds duidelijker ingezien. Deze bewustwording

18


leidde onder meer tot een stijging met 908 van het aantal chauffeurs dat ingeschreven is bij RAMU (in vergelijking met het vorige jaar), waardoor het totale aantal aangesloten taxi-moto bestuurders’ neer komt op 4164 op een totaal van 41 838 bij RAMU aangesloten werknemers(20 413 mannen en 21 425 vrouwen), bijna 10% dus. De overheid heeft maatregelen getroffen om bestuurders van tweewielers te verplichten in de fietszones te rijden en een helm te dragen. Daardoor is het aantal ongevallen met dit type voertuigen aanzienlijk gedaald. Het dragen van de helm is een werkelijkheid geworden in de grote steden van Benin, zoals Cotonou, Porto Novo en Parakou. Dit project besteedt ook aandacht aan det onderwijssector, gekenmerkt door een echte plaag, namelijk ongewenstseksueel gedrag in scholen, in ruil voor goede punten. Om dit misbruik in het onderwijs en op het werk in het algemeen aan de kaak te stellen, stichtte de CSA-Benin 12 contactcentra om klachten te verzamelen. Dit gebeurt in samenwerking met het Nationaal Bureau van het Nationaal ComitÊ der Werkende Vrouwen (CONAFETRA) dat samenwerkt met NGO's om de slachtoffers op te vangen. Bovendien werkt de CSA-Benin aan het sensibiliseren en bewust maken rond dit probleem in de scholen om zo de betrokken personen rechtstreeks te bereiken. Dankzij zijn verschillende activiteiten blijft CSA-Benin zijn representativiteit vergroten en wordt het vakverbond erkend door vakbondskringen, zowel op nationaal als op regionaal en internationaal niveau als een onmisbare speler op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk. Verder wordt de CSA- Benin regelmatig geraadpleegd over deze kwesties door andere vakbondsspelers en institutionele actoren in Benin. Door hun betrokkenheid bij dit project dragen het ISVI en het ABVV behoort het welzijn van de werknemers tot de prioriteiten van de internationale vakbondsstrijd.

19


IV O O R KU ST EN B UR KI N A F AS O : D E S T R I J D T E G E N K I N D E R H A N D E L E N K I N D E R A R B E I D OP DE CACAOPLANTAGES GAAT VERDER! Ivoorkust is de grootste exporteur van cacao ter wereld. Het is ook ĂŠĂŠn van de landen waar nog het meest kinderarbeid voorkomt in de landbouw, onder meer in de cacaoplantages. Burkina Faso, waar kinderhandel een breed verspreide praktijk is, is de grootste exporteur van kinderarbeiders naar Ivoorkust. Verschillende keren per jaar, en dan vooral sinds het bedaren van de interne conflicten in Ivoorkust, vertrekken in Burkina Faso bussen vol et kinderen voor lange jaren van slavenarbeid, ver van hun familie.

Het ISVI en HORVAL (de centrale van het ABVV die actief is in de sectoren van de voeding en de dienstverlening) ondersteunen sinds 2012 een project voor vakbondssamenwerking in Ivoorkust en Burkina Faso samen met hun twee partners: SYNA-CNRA (cacaosector) en UCRB (transportsector). Dit project wil ???tegen 2014??? de strijd uitbreiden tegen kinderarbeid op de cacaoplantages in Ivoorkust en tegen de smokkel van kinderen uit Burkina Faso naar de Ivoriaanse cacaoplantages. In Burkina Faso ontstond in oktober 2014 een ware volksopstand en ook in 2015 was er onrust, die in september 2015 leidde tot een staatsgreep en de aanstelling van een overgangsregering tot het einde van het jaar. Tegelijkertijd organiseerde de UCRB talrijke mobilisaties en nam er ook aan deel, onder meer voor de toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst met betrekking tot de administratieve vereenvoudiging en de vermindering van de kostprijs van het rijbewijs. In Ivoorkust werden in oktober 2015 presidentsverkiezingen gehouden. President Ouattara werd verkozen voor een tweede ambtstermijn. Het minimumloon steeg van 36.000 naar 60.000 CFA, en de cacaoprijs per kilogramsteeg van 800 naar 1000 F CFA/kg.

20


Het jaar kende ook tal van vakbondsverkiezingen: bij de verkiezingen voor de personeelsafgevaardigden v in 2015 werd Koffi Niangoran herverkozen als Algemeen Secretaris van SYNA-CNRA. Wat betreft de resultaten die in 2015 werden behaald zien we in Burkina Faso de organisatie van grote sensibiliseringscampagnes in de verschillende regio's van het land (Ouagadougou, Koudougou, Bobo, Niangoloko, Kaya), de trimestriële vorming voor de leden van de regionale comités evenals de vorming voor het uitvoerend bureau, de nationale coördinatie en de coördinators van de regio's inzake kindersmokkel. In Ivoorkust worden verschillende structurele sensibiliserings sessies gehouden in de regio's, sensibiliseringsacties tijdens de internationale dag rond kinderarbeid, de vormingvoor de leden van de projectcomités en een sensibiliserings sessie met de afgevaardigden van de cacaofabrieken in de voornaamste fabrieken van het project. Het directe resultaat van het project in samenwerking met het ISVI en HORVAL dat ook de steun krijgt van het Internationale Arbeidsbureau: de oprichting van een nieuwe syndicale federatie binnen de UGTCI, de FEDENASACCI (Nationale federatie van landbouwvakbonden van Ivoorkust) die meerdere sectoren omvat, zoals bloemen, cacao, bananen. Dit is een grote sprong voorwaarts in de vakbondsgeschiedenis van de Ivoriaanse landbouwsector.

21


KE NI A : D E R E C H T E N V A N D E A R B E I D E R S V E R D E D I G E N E N I N S T A A N V O O R C O L L E C T I E V E ONDERHANDELINGE N OM DE LEEFOMSTANDIGHE DE N TE VERBETEREN

Afgezien van de sporadische aanslagen van de Al Shabaab-groep in het noorden van het land, blijft Kenia stabiel op politiek en veiligheidsvlak. We zien evenwel een duidelijke trend naar meer druk op het vrije verkeer van de leden van de burgermaatschappij en dus ook van de vakbonden. Teneinde steeds meer buitenlandse investeerders aan te trekken en de economische groei te stimuleren, bevordert en ontwikkelt Kenia vrije zones op basis van de export en sinds 2015 zijn er ook speciale economische zones. Vanuit het standpunt van de Staat en de investeerders bieden deze zones veel voordelen, maar voor de werknemers en de vakbondsorganisaties vertegenwoordigen deze zones, die een paradijs vormen voor onderaannemers van grote multinationals, een nieuwe uitdaging om de rechten van de werknemers en de syndicale vrijheden te laten respecteren.

Het ISVI is al meer dan 10 jaar aanwezig naast KEWU met de Vlaamse metaalarbeiders en startte in 2015 ook een nieuw partnerschap dat de transportcentrale van het ABVV (BTB), de havenarbeiders (DWU) en de langeafstandschauffeurs van Kenia (KLDTDU) samenbrengt.

KEWU In 2015 vormde KEWU een team van 8 juristen die de belangen van de werknemersmoeten verdedigen en de rol van de vakbond nog duidelijker zichtbaar moeten maken. Samen met deze structurele versterking voerde KEWU ook een hele reeks onderhandelingen die leidden tot de ondertekening van 46 collectieve arbeidsovereenkomsten binnen de ondernemingen. De voornaamste vooruitgang voor de 20.000 betrokken werknemers is drieledig. Ten eerste genieten ze van een betere bescherming tegen discriminatie, onder meer op basis van HIV/AIDS. Ten tweede krijgen uitzendkrachten een contract dat beter is afgestemd op hun specifieke situatie. Tenslotte zijn de loonvoorwaarden opgebouwd op basis van een functieclassificatie. Ze zijn dus duidelijker en objectiever. Dit terreinwerk van KEWU maakte het ook mogelijk om in 2015 zo'n 2321 nieuwe leden in te schreven. KLDTDU & DWU Voor dit 1ste jaar van het project zijn de eerste resultaten zeker veelbelovend voor het vervolg van onze partnerschap. Het project is onder meer gebaseerd op de strategie van de educatie van arbeiders en er werden al zo'n 39 animators van studiekringen opgeleid. Het onmiddellijke effect van hun acties stelde 232 arbeiders in staat om zich meer bewust te zijn van hun rechten en plichten. Daaruit volgt een bewustwording van het belang van het betalen van de vakbondsbijdrage. Verder werden 3 nieuwe collectieve arbeidsovereenkomsten getekend.

22


P AN AF :E E N N E T W E R K V O O R D E E M A N C I P A T I E V A N D E W E R K N E M E R S Het ABVV en het ISVI zijn in januari 2012 gestart met een innoverend partnerschap met de Confederatie van Zweedse vakbonden(LO) en de Centrale Zweedse werknemersorganisatie (TCO) binnen het kader van het PANAF-programma. Dit programma dat ook door de Zweedse coöperatie wordt medegefinancierd ondersteunt 16 landen van Franstalig, Engelstalig en Portugeessprekend Afrika. Het voornaamste doel van PANAF is om de eenheid van de Afrikaanse vakbondsbeweging op lokaal, regionaal, nationaal en continentaal niveau te versterken en op te bouwen wat betreft de opleiding en syndicale vorming via een participatief, doeltreffend en duurzaam systeem: de studiekringen. De Afrikaanse vakbondsorganisaties CSI-Afrika (regionale Afrikaanse organisatie van het Internationaal Vakverbond) en OUSA (Organisatie van de Afrikaanse syndicale eenheid) en CUT Brasil (Enige centrale van werknemers van Brazilië) dragen ook bij tot PANAF.

De methode van de studiekringen wordt op een flexibele manier georganiseerd op de werkvloer. Tijdens een sessie bespreken de deelnemers een syndicaal thema (de vakbondsstructuren, de rol van de vakbond, sociale verkiezingen, bijdragen, enz.) om een probleem op te lossen waarmee ze op de werkvloer geconfronteerd worden. Op basis van deze reële situaties zoeken ze samen met de leider van de kring (die op voorhand een opleiding genoot in de methodologie) praktische oplossingen die ze direct kunnen implementeren. Deze methode is niet erg duur en bereikt een groot aantal arbeiders. Elk jaar bereikt dit netwerk tussen de 70.000 en 100.000 arbeiders in Afrika. Dit grote aantal deelnemers bewijst niet alleen de efficiëntie van de methode maar ook de enorme behoeftes die in de regio bestaan. Bovendien bevordert het participatieve aspect de emancipatie van de basis, zowel op persoonlijk vlak als wat militantisme betreft. Door zijn kennis en vaardigheden met anderen te delen, wordt de militant zich bewust van zijn eigen kwaliteiten en leert hij om voor zijn mening uit te komen met respect voor die van anderen. Een vakbondsorganisatie kan nooit doeltreffend zijn rol vervullen zonder een sociale dialoog en zonder een correct gevormd een brede basis.

23


DR C: D E E M A N C I P A T I E V A N D E W E R K N E M E R S V O O R O P E N B A R E D I E N S T E N V A N K W A L I T E I T De Democratische Republiek Congo blijft een land dat geconfronteerd wordt met enorme sociale, economische en democratische uitdagingen. Ondanks een groot potentieel op het vlak van natuurlijke en waterkrachtbronnen blijft deze vaststelling al jarenlang ongewijzigd. De systematische corruptie en plunderingen ontnemen de bevolking toegang tot de basisvoorzieningen (gezondheid, onderwijs, drinkbaar water, energie, gerecht, ...). Politiek gezien ging in 2015 het verkiezingsproces officieel van start. Eind 2016 zou dit afgesloten moeten worden met presidentsverkiezingen. De huidige president Joseph Kabila ziet zo een einde komen aan zijn twee opeenvolgende ambtstermijnen. Het land heeft echter een enorme achterstand opgelopen in de planning van de verkiezingen. Zoals recent ook in Burundi werd bewezen, belooft dat niet veel goeds binnen de sterk ontvlambare context van MiddenAfrika. Volgens het laatste rapport van het Gemeenschappelijk bureau van de Verenigde Naties voor de rechten van de mens kende 2015 ook een stijging van het aantal schendingen van de politieke rechten en de openbare vrijheden door agenten van de Staat met onder meer de gewelddadige onderdrukking van volksmanifestaties en willekeurige arrestaties van militanten en journalisten. Op syndicaal gebied is 2015 een jaar van continuĂŻteit in het lange proces van de sociale verkiezingen in de privĂŠsector. De resultaten daarvan laten nog steeds op zich wachten terwijl ze nog niet georganiseerd werden op provinciaal niveau in de openbare sector. Dat wijst op een onrustwekkende inkrimping van de democratische ruimte. Ondanks de sensibilisering rondde overeenkomsten van de IAO betreffende de syndicale vrijheden is het nog steeds niet gemakkelijk voor de vakbondswerking in de DRC. Dat leidt onder meer tot de arrestatie van talrijke militanten en de syndicale proliferatie. Er zijn meer dan 450 vakbonden, waarvan er heel wat werkgeversvakbonden zijn. Deze verspreiding ontdoet de strijd van al zijn geloofwaardigheid en beperkt de mogelijkheid om tot een constructieve sociale dialoog te komen gericht op de verdediging van de arbeiders en de promotie van openbare dienstverlening van kwaliteit.

Sinds 2012 werken drie historische partners van het ISVI en het ABVV - de Nationale unie van de arbeiders van Congo, de Democratische Arbeidsconfederatie van Congo en de Syndicale raad van openbare en private dienstverlening - in overleg aan de oprichting van een syndicaal platform L'Union

24


Fait la Force (UFF) in partnerschap met de Algemene Centrale van Openbare Diensten (ACOD) van het ABVV. In een streven naar een betere representativiteit pakt het UFF rechtstreeks het probleem van de syndicale wildgroei aan en draagt het bij tot het opbouwen van een relevante sociale dialoog. Binnen het kader van de dynamiek van het PANAF-programma is de bevoorrechte strategie gestoeld op de ontwikkeling van studiekringen, prioritair in de openbare dienstverlening, over het hele Congolese grondgebied. Dit zijn ruimtes voor contacten tussen vakbondsmilitanten en voor opleiding door “peersâ€? op de werkvloer. Iedereen vindt zo een plaats waar hij zich vrij kan uitdrukken, waar hij zich bewust kan worden van zijn rechten en waar men strategieĂŤn voor vakbondsacties kan ontwikkelen.

In 2015 concentreerden de leden van de UFF zich op het in kaart brengen van hun syndicale aanwezigheid om zo de inspanningen voor inplanting te kunnen rationaliseren en allianties of waar mogelijk zelfs fusies aan te gaan. De UFF richtte ook een opleidingsafdeling op in vier nieuwe provincies (Matadi, Kisangani, Kananga en Kikwit). Meer dan 300 animatoren van studiekringen werden opgeleid, een derde daarvan zijn vrouwen. Meer dan 200 studiekringen werden opgericht door het platform in het kader van het project. De regelmatige publicatie van "La Voix de l'UFF" maakt het mogelijk om de identiteit, de visie en de missies van de UFF duidelijk te maken aan de vakbondsmilitanten en draagt bij tot de erkenning door de partijen binnen de sociale dialoog. Het platform wint ook aan legitimiteit bij de andere vakbonden, de werkgevers en de overheid. We moeten ook de inzet van de lokale partners benadrukken die, ondanks de sociale en economische instabiliteit, bijdragen tot de dynamiek van het project door de inbreng van eigen middelen. Via dit project draagt het ISVI bij tot het ontstaan van een echte autonome beweging voor de educatie van arbeiders, gericht op de emancipatie van de werknemers in de DRC.

.

25


RW AN D A: G E Z O N D H E I D E N V E I L I G H E I D O P H E T W E R K V O O R E C O N O M I S C H E G R O E I M E T AANDACHT VOOR HET WELZIJN VAN DE ARBEIDERS

Sinds de genocide in 1994 behoudt Rwanda een politieke stabiliteit die bijdraagt tot een sterke economische groei. Dat gaat gepaard met een substantiële verbetering van de leefomstandigheden voor hele lagen van de bevolking. Toch kent het land een beperkte politieke ruimte, een zwakke onafhankelijke burgermaatschappij, belangrijke beperkingen op de vrijheid van meningsuiting, een sterk uitgesproken autocensuur en regelmatige schendingen van de burgerlijke en politieke rechten. In 2015 werd de grondwet aangepast waardoor President Paul Kagamé in 2017 een derde ambtstermijn kan aanvatten. Deze herziening werd eerst goedgekeurd door het Rwandese parlement en daarna gevalideerd door een ruim volksreferendum, waarbij men de moeilijke keuze kreeg voorgeschoteld tussen enerzijds het respect voor de fundamentele vrijheden en anderzijds de zekerheid van stabiliteit en economische ontwikkeling. Hoewel deze situatie sterke kritiek krijgt van tal van waarnemers omdat men autocratische excessen vermoedt, toont ze ook de fragiliteit van de potentieel gewelddadige en explosieve context in Midden-Afrika. Denken we ook aan de duizenden vluchtelingen die uit het naburige Burundi zijn aangekomen, bang van het vooruitzicht van een burgeroorlog en slachtpartijen. Het krachtdadige programma voor economische ontwikkeling wordt ondersteund door de heersende macht en is gericht op de dienstverlening, de nieuwe technologieën en de modernisering in de landbouw en de stadszones. De opkomende middenklasse is in volle groei. De diaspora vergroot de investeringen in vastgoed. De bouwsector kent een stevige bloei. 2015 is ook het jaar van sociale verkiezingen die grotendeels gewonnen worden door de Centrale des Syndicats des Travailleurs du Rwanda (CESTRAR), partner van het ISVI en het ABVV. CESTRAR wordt al meer dan 10 jaar gesteund door het ISVI en het ABVV en strijdt om van gezondheid en veiligheid op het werk een prioriteit te maken bij de werknemers, de werkgevers en de Rwandese overheid. De voornaamste strategie bestaat erin de wet op de gezondheid en veiligheid op het werk die CESTRAR in 2011 wist te bewerkstelligen bekend te maken, te verdedigen en te doen naleven. Het project is vooral gericht op de bouwsectoren met de vakbond STECOMA en de theesector met de vakbonden STAVER en SYPEPAP. Daarin voorziet men in de opleiding van syndicale afgevaardigden, de sensibilisering van arbeiders en de onderhandelingen met de werkgevers.

De overwinning van CESTRAR tijdens de sociale verkiezingen gaf de confederatie erkenning vanwege de verschillende sociale partners. Zo kan men een opbouwende sociale dialoog voeden en

26


draagt het bij tot het Comité tripartite de Pilotage National op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk. CESTRAR levert ook steun en advies terzake aan de institutionele spelers. Deze verkiezingen maakten het eveneens mogelijk om comités op te richten voor gezondheid en veiligheid op het werk, enerzijds in alle ondernemingen die in 2015 sociale verkiezingen organiseerden voor de bouwsector en anderzijds in ondernemingen met meer dan 20 arbeiders in de theesector. In de bouwsector is het aantal arbeiders met contract met 12% gestegen, de lonen van de geschoolde arbeiders met 25% en die van de hulpjes met 66,5%. STECOMA levert ook verder strijd voor een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst. In vergelijking met 2014 is in beide sectoren ook het aantal leden gestegen. Bovendien hebben CESTRAR, STECOMA, STAVER en SYPEPAP hun werk voor de verspreiding van informatie en de sensibilisering bij de honderden werknemers en vakbondsmilitanten voortgezet. Deze bewustwording leidde tot de aansluiting bij de sociale zekerheid van alle arbeiders uit de theefabrieken. Enkele tientallen afgevaardigden en vakbondsleiders hebben een opleiding gekregen in gezondheid en veiligheid op het werk. Een andere belangrijke as van het project bestaat uit de oprichting van zelf beheerde crèches om het werk van de vrouwen te vereenvoudigen en hun inkomsten te verbeteren met daarbij een veilige omgeving voor jonge kinderen. Dit is een langzaam proces dat gepaard gaat met een belangrijke mentaliteitswijziging (kinderen toevertrouwen aan mensen van buiten het gezin en de principes van zelfbeheer begrijpen). In 2015 werd de crèche van Mulindi operationeel, ze vangt 30 kinderen op. Het beheerscomité werkt goed. Via de steun aan Rwanda draagt het ISVI bij tot de verbetering van de gezondheid en de veiligheid op het werk. Dat staat garant voor een economische ontwikkeling met meer aandacht voor de arbeiders.

27


UN I AFR IC A: E E N N E T W E R K V A N 9 L A N D E N I N S T R I J D V O O R D E T O E P A S S I N G V A N A A N B E V E L I N G N R . 2 00 V A N D E I A O O V E R H I V / A I D S I N D E W E R E L D V A N D E A R B E I D Sinds 2007 ondersteunen het ISVI en de BBTK, de beroepscentrale van bedienden, kaderleden en technici van het ABVV, de partner UNI Africa in 9 landen doorheen een solidariteitsproject. UNI Africa, de Afrikaanse regionale afdeling van het internationale platform van vakbonden van privédiensten UNI Global Union is de grootste wereldwijde vakbo nin Afrika: het vertegenwoordigt 760.000 werknemers aangesloten bij 168 vakbonden in 36 Afrikaanse landen. Dit project, dat ondersteund wordt door het ISVI en de BBTK, is het grootste project van het programma van het ISVI dat medegefinancierd wordt door DGD. Het hoofddoel van het project is het versterken van de begunstigde vakbonden in hun strijd tegen HIV/AIDS op de werkvloer. Meer in het bijzonder gaat het om het verkrijgen van collectieve arbeidsovereenkomsten met clausules rond HIV/AIDS in multinationals die geldig zijn in verschillende landen en ook het doen naleven ervan. Dit regionale project heeft twee assen: een Engelstalig luik dat in 2007 van start ging met Zuid-Afrika, Kenia, Zimbabwe en Zambia en een Franstalig luik dat in 2012 in het leven werd geroepen en actief is in Burkina Faso, Kameroen, Ivoorkust, de Democratische Republiek Congo en Senegal. Deze landen worden gekenmerkt door zeer uiteenlopende politieke, syndicale en sociale landschappen. Deze diversiteit is een sterke realiteit binnen dit solidariteitsproject.

In 2015 kenden verschillende landen die deel uitmaken van het project UNI Africa bewogen periodes: sociale problemen, politieke instabiliteit, syndicale moeilijkheden, moslimextremisme, enz. tekenden de actualiteit in verschillende landen van dit project. Zo was er de mislukte Staatsgreep in Burkina Faso in september, 3 dagen voor de officiële start van de verkiezingscampagne, het geweld in het oosten van Kameroen en de politieke onzekerheid in de DRC en meer in het bijzonder in Goma. Het was ook een bewogen jaar in Engelstalig Afrika en dan met name in Zuid-Afrika waar de politieke en syndicale spanning in 2015 een hoogtepunt bereikte met de felle kritiek van de oppositie op president Zuma en de enorme spanningen binnen COSATU, waar Secretaris-Generaal Vavi zelfs afgezet werd. Het jaar 2015 is (bijna) het laatste jaar van het project UNI Africa, een project dat kadert binnen het programma van het ISV. Er werden veel meer resultaten geboekt in de Engelstalige landen dan in de Franstalige, waar men pas later is van start gegaan. In de Engelstalige landen werd het beleid inzake HIV/AIDS van de meeste vakbonden uit de 4 landen opgebouwd of herzien, de “peer educators” kregen een opleiding in verschillende regio's van de landen en er vond sensibilisering plaats op de werkvloer in de meeste ondernemingen die voor het project geselecteerd waren (G4S, Standard Chartered, Barclays, enz.). Er werden ook wereldwijde sectorovereenkomsten getekend in de voornaamste bedrijven, er werd onderhandeld over CAO's met clausules in verband met de preventie van HIV/AIDS enz. Vandaag zijn de meeste projectcoördinatoren in de landen mensen die betaald

28


worden door hun syndicale structuur en voor deze laatste werken. We kunnen zeggen dat in 2015 het doel van het project werd gerealiseerd in de Engelstalige landen. In de Franstalige landen is het syndicaal werk maar laattijdig begonnen rond dit project. Er zijn dan ook minder resultaten, ook al zien we in 2015 verschillende stappen voorwaarts, onder meer in Burkina Faso, Ivoorkust en Senegal met het houden van nationale workshops en de voorbereiding van de opleidingsactiviteiten voor 2016. Een sterk punt dat duidelijk naar voor komt in het Franstalige luik is de grotere rol van UNI Africa in WestAfrika en de toenadering tussen de aangesloten vakbonden en de regionale instanties. Er moeten nog heel wat obstakels overwonnen worden voor de Franstalige landen en 2016 wordt doorslaggevend daarbij.

29


MIDDEN-OOSTEN P AL E ST I N A : S Y N D I C A L I S M E I N D E B E Z E T T E G E B I E D E N In 2017 gaat de bezetting door Israël van Palestina zijn zevende decennium in. Deze blijft een verregaande invloed hebben en isoleert de Palestijnse gebieden die zo nagenoeg volledig afhankelijk worden van Israël. Dat heeft gevolgen voor de toegang tot water, grond, bronnen evenals de commerciële routes, de tewerkstelling, de rechten en de inkomsten van de Palestijnen. De helft van de Palestijnse landbouwgronden maken het voorwerp uit van beperkingen die de landbouwers verhinderen om er vrij en regelmatig toegang toe te krijgen. De Israëlische bezetting verstikt de Palestijnse economie echt. Werkloosheid en armoede worden structureel. Vooral vrouwen, kinderen en jongeren hebben daaronder te lijden. Bovendien moeten de Palestijnen in Israël en in de kolonies gaan werken, via een arbeidsvergunning of in een informele job waarbij ze geen bescherming genieten en blootgesteld worden aan uitbuiting. Het vrije verkeer van de Palestijnen is belemmerd en dat heeft een impact op alle aspecten van het dagelijkse leven, bijvoorbeeld naar het werk gaan, hun familie bezoeken, toegang krijgen tot een opleiding, naar school en naar de universiteit gaan, boodschappen doen in een andere stad,... De situatie van de arbeiders blijft moeilijk. De dreiging van ontslag is een collectief onderdrukkingswapen geworden. Heel wat arbeiders nemen weinig scrupuleuze bemiddelaars onder de arm om werk te vinden in Israël en worden daarbij gepest. De heropbouw na de ravage die veroorzaakt werd door de oorlog in Gaza in 2014 gaat zeer langzaam vooruit. De spanningen en het geweld blijven aanwezig en worden sinds oktober 2015 nog scherper op de Westelijke Jordaanoever. Het vredesproces staat stil terwijl Israël de strafafbraken heeft hervat van de woningen van Palestijnen die beschuldigd worden van of schuldig worden bevonden aan aanslagen tegen Israëlische burgers. Een explosieve en vicieuze cirkel waarvan het einde niet in zicht is.

Sinds 2009 wil de Palestinian General Federation of Trade Union (PGFTU) met de steun van het ISVI en het ABVV zijn representativiteit vergroten en de syndicale strijd opdrijven voor betere leef- en werkomstandigheden voor de werknemers in een context van conflicten via acties in de districten Ramallah, Naploes en Hebron. Daarbij worden vier beroepssectoren beoogd: de openbare dienstverlening, de gezondheidszorg, de gemeentes en de bank- en verzekeringssector. De voornaamste strategie die wordt toegepast, bestaat uit de vorming van vakbonds bestendigen en werknemers om hun basiskennis uit te breiden, onder meer wat betreft hun rechten en plichten, de voorwaarden voor waardig werk, de gezondheid en veiligheid op het werk, de lonen, de sociale bescherming en de werkvergunning. Dit project omvat ook een omvangrijk luik gewijd aan vrouwen, hun rechten en de verdediging ervan.

30


In 2015 kreeg de PGFTU 140 nieuwe leden in de 4 sectoren die betrokken zijn bij dit project. De juridische afdeling is erin geslaagd 28 klachten op te lossen die voornamelijk betrekking hadden op het niet uitbetalen van overuren, vergoedingen bij het beÍindigen van een contract die niet werden betaald, arbeidsongevallen die niet door de werkgever werden betaald en het niet naleven van het minimumloon. De PGFTU ging verder met zijn werk voor de vorming en sensibilisering van de werknemers. Daarnaast waren er ook meer dan 600 bezoeken aan de werkvloer en diverse acties op symbolische data voor de wereld van de arbeid en de vakbonden. In de vier beroepssectoren die door het project worden beoogd, werd een comitÊ van werknemers opgericht om de evoluties te volgen van de wet op de sociale bescherming die tot op heden niet beantwoordt aan de ambities van de agenda voor waardig werk. De dimensie "gender" van het project werd onder meer gematerialiseerd door de ondertekening van een collectieve overeenkomst in het ziekenhuis dat beheerd wordt door de Arab Women Union Society van Naploes. Dit project voor syndicale samenwerking tussen PGFTU, l’ISVI en ABVV concretiseert onze solidariteit met de Palestijnse volkeren.

31


BELGIĂ‹ ONTW IKKELINGSEDUCATIE

-

INTERNATIONALE

SYNDICALE

SOLIDARITEIT

VOOR

DE

EMANCIPATIE VAN DE W ERKNEME RS

Voor 2015-2016 blijven het ISVI en het ABVV verder werken aan het "noordelijke luik" van hun syndicale samenwerkingsprogramma dat ontwikkelingseducatie en een internationaal syndicaal netwerk promoot. Ook historisch gesproken maakt de internationale dimensie integraal deel uit van het vakbondswerk, evenwel blijft deze maar al te vaak verborgen. Via dit nieuwe luik wil men dit aspect de verdiende aandacht geven. In een context van neoliberale globalisering is het de bedoeling om bij te dragen tot de opbouw van een collectieve en convergente beweging met het oog op het verdedigen van de Agenda voor waardig werk op nationaal en internationaal niveau door netwerking, het delen van de sociale strijd en het opbouwen van allianties. De voornaamste strategie van het ISVI is daarbij dubbel. Enerzijds bestaat deze uit informeren, sensibiliseren, bewust maken en mobiliseren van het syndicale publiek van het ABVV in zijn geheel (vakbondsleiders, afgevaardigden, militanten, ...) via voornamelijk de syndicale media, opleidingen, bewustwordingsacties en contacten, de deelname aan verschillende evenementen, netwerken, fora, politieke platforms waar verschillende componenten van de samenleving en sociale bewegingen samenkomen. De nadruk ligt op de internationale solidariteit, de onderlinge afhankelijkheid van noord en zuid en de noodzaak om samen te strijden rond een aantal thema's in verband met de Agenda voor waardig werk zoals de syndicale rechten en het geweld tegen vakbonden, de sociale bescherming, de uitbuiting van werknemers, discriminatie van vrouwen en jongeren, enz. Anderzijds wil men ook de deelname van de syndicale partners uit het zuiden van ISVI en ABVV aan verschillende fora, internationale netwerken en platformen vergroten om zo hun stem te laten horen, hun mening te kennen te geven en hun analyses van de wereldwijde en nationale context te delen. Het voornaamste event van 2015 was het Wereld Sociaal Forum van 24 tot 28 maart in Tunis. Volgens de organisatoren waren daar 50.000 deelnemers, 5.000 organisaties en netwerken uit de anders globalistische beweging aanwezig op de meer dan 1000 activiteiten die gedurende die week werden georganiseerd. Dit evenement kende vooral weerklank in de context van de terroristische aanslagen in het Bardomuseum enkele dagen voordien. Er was een grote delegatie van ISVI en ABVV aanwezig. Onze partners in de syndicale samenwerking in Zuid-Afrika, Benin, Burkina Faso, Ivoorkust, Kenia, de DRC en Rwanda waren ook aanwezig om hun internationale netwerk uit te breiden, hun ervaringen te delen met mensen van over heel de wereld en de wereldwijde beweging voor verandering te versterken. Het ging er ook om de syndicale agenda omtrent waardig werk te verspreiden. Tijdens dit evenement organiseerden ISVI en ABVV gezamenlijk verschillende workshops. Een ervan was gewijd aan de internationale mobilisering tegen de vrijhandelsakkoorden zoals het Trans-Atlantisch verdrag (TTIP) dat niet alleen rampzalige gevolgen zal hebben voor de gezondheid en het milieu, maar dat ook de rechten van de werknemers naar beneden zal trekken. Samen met andere betrokkenen uit de Belgische civiele maatschappij (COTA, Advocaten Zonder Grenzen en GRESEA) werkten ISVI en ABVV ook aan een workshop rond de criminalisering van sociale geschillen en de schending van burger- en politieke rechten. Deze ontmoeting was bedoeld om meningen en ervaringen uit te wisselen uit alle hoeken van de wereld, zowel uit het noorden als uit het zuiden. Een vertegenwoordiger van het Congolese syndicale platform UFF, partner van ISVI en ABVV, kreeg de kans om zijn dagelijkse ervaringen met de syndicale strijd in DRC te beschrijven. Ook het ABVV getuigde over de situatie in BelgiĂŤ en de bedreiging van het stakingsrecht. Deze workshops waren een succes. Men kon een aantal vaststellingen delen, zoals de impact van de media bij de opbouw van anti-syndicale gevoelens en het zoeken naar concrete actiemiddelen. Binnen de syndicale strijd moet er een meer doorgedreven dialoog komen tussen de vakbonden en de andere sociale bewegingen die ijveren voor alternatieven en veranderingen. In de toekomst moet deze multidisciplinaire aanpak verder uitgewerkt worden om een ruimere alliantie op te bouwen en zo te proberen om iets te doen aan de bestaande machtsverhoudingen die ons naar een maatschappij stuwen die gedomineerd wordt door een neoliberale visie. Daarbij worden onze sociale verworvenheden waar decennia lang strijd voor werd geleverd langzaam op de tocht gezet. Ter gelegenheid van deze reis naar Tunis kon de delegatie van ISVI en ABVV ook verschillende bedrijven uit de voedings- en textielsector bezoeken. In de marge werd een ontmoetings- en contactmoment georganiseerd tussen enerzijds de delegatie van ISVI en ABVV en anderzijds de Afrikaanse syndicale partners.

32


Gedurende het hele jaar heeft het ISVI de zichtbaarheid van de uitdagingen voor de syndicale samenwerking evenals een aantal verspreidingskanalen via de bouw van een eigen website, de publicatie van een kwartaalnieuwsbrief en een aantal artikelen in de syndicale pers versterkt. Het ABVV werkte ook aan de verspreiding van informatie, het sensibiliseren en mobiliseren van zijn vakbondsmilitanten via het opstellen van allerlei sensibiliseringsmateriaal.

6. Focus op enkele activiteiten die (mede-) georganiseerd werden door het ISVI Z U I D - Z U I D : O P L E I D I N G V A N S Y N D I C A L E V O R M I N G S W E R K E R S I N L A R O C H E , F E B R U A R I 20 1 5 Van 23 tot 27 februari gaven het ISVI en het ABVV een vorming voor alle partners uit het zuiden wat betreft onderhandelingstechnieken en ledenwerving in Le Floreal in La Roche. Deze activiteit was oorspronkelijk in 2014 in Togo voorzien en werd uitgesteld naar 2015 omwille van de Ebola-epidemie. Er vonden twee parallelle vormingen plaats. De projectcoördinatoren kregen een vorming over thema's in verband met syndicaal verlof, het vormingsplan, de opvolging en de resultaten ervan. De vormingswerkers kregen de kans om hun kennis over thema's zoals aansluitings- en onderhandelingstechnieken en "spreken in het openbaar" uit te breiden. De laatste twee gemeenschappelijke vormingsdagen waren gewijd aan het uitwisselen van goede praktijken en een kennismaking met de TUDEP-tool (Trade Union Development Efficiency Profile) die werd ontwikkeld door het netwerk voor syndicale ontwikkelingssamenwerking van het IVV. De methode die bij deze vorming werd gehanteerd, was interactief en participatief: elke deelnemer kon de ervaringen van zijn eigen vakbond delen via groepsoefeningen en rollenspel. Deze activiteit maakte het niet alleen mogelijk om de capaciteiten van de vakbondsorganisaties uit het zuiden die partners zijn van het ISVI te versterken, maar ook om een nog efficiëntere onderlinge netwerking te bevorderen.

AFRIKA: W ORKSHOP VOOR UITW IS SELING TUSSEN AFRIKAANSE VAKBONDSLE DEN E N DELE N VAN ERVARINGEN T USSE N AF RIKAANSE VAKBONDSLE DE N TIJDENS HET W ERELD SOCIAA L F O R U M , T U N I S , M A A R T 20 1 5.

Op 22 en 23 maart 2015 kwamen een groot deel van de actoren van de groep "Waardig Werk" (vakbonden, ngo’s, ziekenfondsen) en hun Afrikaanse partners samen in Tunis vóór de start van het Wereld Sociaal Forum om stil te staan bij de voorbereiding van de gemeenschappelijke contextanalyses (oefening gevraagd in het kader van de hervorming-Labille). De partners van het ISVI waren gedurende die twee dagen sterk vertegenwoordigd. Het ISVI stond in voor de leiding van de workshop. Dit seminarie maakte het eerst en vooral mogelijk om de sterke en zwakke punten, de dreigingen en de opportuniteiten te analyseren van de vier pijlers van waardig werk op het Afrikaanse continent. Daarna konden de deelnemers gezamenlijk de prioriteiten bepalen en de betrokken actoren analyseren. Het resultaat van deze workshop, naast het delen van ervaringen en de ontmoeting met een groot deel van de Afrikaanse partners van de groep "Waardig Werk", was het opstellen van de twee gemeenschappelijke contextanalyses: enerzijds West-Afrika en Midden-Afrika en anderzijds Oost- en Zuid-Afrika. Na dit seminarie kon de uitwisseling van ervaringen tussen het ISVI en de Afrikaanse partners verder gaan tijdens het Forum met de andere spelers van over de hele wereld, onder meer tijdens workshops die (mede-) georganiseerd werden door het ABVV en het ISVI. L A T I J N S - A M E R I K A : S Y N D I C A A L F O R U M E U - C E L A C , O P 10 E N 11 M A A R T

De 7de syndicale ontmoeting Europese Unie-CELAC (Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse staten en de Caraïben) vond plaats op 10 en 11 maart in Brussel. Het ABVV en het ISVI speelden een belangrijke rol in de coördinatie en de voorbereiding van dit evenement, in coördinatie met het Europees Verbond van Vakverenigingen, het Internationaal Vakverbond, de Syndicale Confederatie van de beide Amerika's en meerdere andere nationale vakbonden. Deze ontmoeting bood de

33


vakbonden uit de twee regio’s de kans om, net zoals op eerdere gelegenheden, tegenover de staatshoofden en overheden die in juni op het topoverleg kwamen, hun visie te uiten wat betreft de sociale, de economische en de politieke conjunctuur evenals de vooruitzichten en de verzuchtingen van de arbeiders en arbeidsters.

7. Het ISVI, in het doolhof van de hervormingen van de Belgische coöperatie Zoals we weten was 2014 het schouwtoneel van verschillende veranderingen in het kader van de invoering van de hervorming-Labille, een hervorming die ingevoerd werd bij het koninklijk besluit betreffende de medefinanciering van de partijen betrokken bij de Belgische niet-gouvernementele samenwerking in april 2014. Er werden drie nieuwe organen ingevoerd:   

De Technische Adviesraad (TAR), waarin de DGD, de federaties, de institutionele actoren en de vakbondsinstituten bijeenkomen, De Strategische Adviesraad (SAR), waarin de DGD, de koepels, de institutionele actoren en de vakbondsinstituten bijeenkomen, De Raad voor een coherent beleid ten gunste van de ontwikkeling, waarin het ISVI (ABVV) een volwaardig mandaat verkreeg.

Het ISVI verkreeg een vertegenwoordiging in deze drie organen eind 2014/begin 2015, enerzijds via een zetel voor de drie vakbondsinstituten in de TAR en de SAR, en anderzijds een rechtstreeks mandaat in de Raad. Het Instituut zal de vergaderingen van deze organen gedurende het hele jaar 2015 bijwonen, evenals de voorbereidende sessies voorafgaand aan vergaderingen. Verder was 2015 ook het jaar van de voorbereiding van de screening. Na het indienen van het verzoek om erkenning in december 2014 bij de minister herbestudeerde, verbeterde en verduidelijkte het ISVI alle beleidslijnen betreffende de screeningdomeinen die in het K.B. van april 2014 aangekondigd werden, namelijk een hele reeks aspecten: human resources, strategisch, resultaatgericht werken, processen, partnerschappen, gender & milieu, financieel, risico's en transparantie. Het afgelopen jaar was ook het jaar van de afwerking van de Gemeenschappelijke Context Analyses (GCA) waaraan de werkzaamheden in 2014 waren begonnen. Het ISVI was immers actief betrokken geweest bij de opvolging van de GCA "Waardig Werk" naast de twee andere vakbondsinstituten, Solsoc, Fos, Oxfam en Wereld Solidariteit. Er werd een workshop gehouden voor de Afrikaanse GCA (zie hierboven) en ISVI stuurde een vragenlijst naar alle partners om hun medewerking tijdens het hele proces te verzekeren. Wat de strategie betreft betekende 2015 ook het startsein van een aantal hervormingen in de coöperatie. In maart 2015, toen alle betrokken partijen uit de civiele maatschappij de bepalingen van het K.B. van april 2014 betreffende de periode na 2017 begonnen toe te passen, besliste de nieuwe minister voor Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo om plots onderhandelingen te starten met de actoren van de Belgische niet-gouvernementele samenwerking en de Institutionele Spelers (IS) met het oog op een nieuwe hervorming, "geïntegreerd beleid" genaamd. Hij startte dit initiatief op een erg bruuske manier, buiten de daartoe voorziene overlegorganen, terwijl de hervorming van de vorige regering nog niet was toegepast. De vakbonden, die niet op de onderhandelingen waren uitgenodigd, stonden in voor de indirecte opvolging van de onderhandelingen door een voorlopig mandaat te geven aan de koepels (CNCD-11.11.11) en federaties (Acodev en Federatie van ngo’s) om in hun naam te onderhandelen. Midden juli 2015 werd een politiek akkoord gevonden tussen alle partijen rond de tafel. Een belangrijke maatregel die werd ingevoerd was het concept van het "Algemeen strategisch kader" (ASK), een nieuw politiek hulpmiddel dat door A. De Croo werd ingevoerd. Hoewel de GCA verschillende spelers wilden verenigen rond een gedeelde contextanalyse gaan de ASK's nog verder: het zijn echte politieke en strategische instrumenten en zij moeten het voorwerp uitmaken van een coherentie visie tussen spelers, logische verbanden bewijzen met ons samenwerkingsprogramma en

34


tenslotte ook het voorwerp uitmaken van een specifieke institutionele dialoog met de DGD. Synergiën worden met dit hulpmiddel dus niet meer aangemoedigd maar eerder beperkt. In de continuïteit, en terwijl elke partij zijn recht op een individueel programma gegarandeerd zag worden, kwam ook de kwestie van de financiële minima per programma ter sprake (dit zal in 2016 concreet uitgewerkt worden). In een antwoord op de ASK's hebben het ISVI en de spelers die verenigd waren rond de "groep waardig werk" die de vier gemeenschappelijke contextanalyses hadden uitgevoerd, beslist om hun alliantie voort te zetten om zo een uniek thematisch, strategisch kader voor waardig werk te kunnen invoeren. Dit voorbereidend werk van de ASK vond ook plaats tijdens het laatste kwartaal van 2015. Het jaar 2015 was het hoogtepunt van de hervormingen van de samenwerking, meer bepaald met de voorbereiding en de toepassing van twee opeenvolgende hervormingen met het oog op dezelfde periode na 2017. Het ISVI moest dus een standpunt innemen tegenover deze veranderende context maar moest zich ook voorbereiden. Het spreekt voor zich dat deze veranderingen een significante invloed hebben gehad op het ISVI wat de werklast betreft. Eind 2015 kunnen we zeggen dat het Instituut er sterker is uitgekomen, zowel wat de waarden, de visie en het engagement betreft als de strijdlust. Het Instituut heeft van deze periode gebruik gemaakt om zijn strategische denkproces te vernieuwen, een kwalitatief management te vormen, zijn intern beleid te verduidelijken en te verbeteren en het toekomstige actieplan bij te schaven. Met andere woorden, het Instituut is professioneler geworden en zet zich meer dan ooit in als motor van de internationale syndicale samenwerking voor de komende jaren.

8. Welke "Lessons Learned" voor het ISVI in 2015? Het afgelopen jaar werd de externe evaluatie van het internationale samenwerkingsprogramma van het ISVI voor de cyclus 2012-2014afgerond. De evaluatoren, South Research en HIVA, hebben een hele reeks sterke punten aangewezen maar stelden ook aanbevelingen op voor het Instituut. Het team van ISVI voerde daarnaast ook een zelfevaluatie uit die ook tot interne aanbevelingen leidde. Hieronder vindt u de grote werkpunten waarop het ISVI in 2015 vooruitgang heeft geboekt. STERKERE STRATEGIE EN BETER STRATEGISCH BEHEER

Dit aspect was al een aandachtspunt in de evaluatie van het programma 2009-2011. Sindsdien hebben zich heel wat veranderingen voorgedaan. Eerst en vooral werd in 2011 de dienst Internationale en Europese betrekkingen opgericht. De directeur werd eind 2014 afgevaardigd bestuurder voor het dagelijks bestuur van het ISVI en zorgde zo voor de organische link tussen het ISVI, de leiding van het ABVV en zijn studiediensten. Tijdens de jaren 2014 en 2015 werd heel wat strategisch denkwerk verricht, intern maar ook met de noordelijke en zuidelijke partners van het ISVI. Nog steeds in 2014 werd ook het strategische plan van het ISVI voor de jaren 2017-2021 ingevoerd via een aantal strategische werkzaamheden (zie infra). In 2015 werd dit bijgewerkt, verduidelijkt en geoperationaliseerd. De coherentie met de IAO (ACTRAV) en het IVV en zijn regionale afdelingen werd ook nog opgedreven. Na de vorming "EFQM" (kwalitatief management) in 2014 en in het kader van de voorbereiding van de screening werkte het ISVI ook aan de herziening en verbetering van zijn beleid waarbij veel aandacht ging naar de communicatie rond een aantal praktijken die sinds enkele jaren in voege zijn in het Instituut. In 2015 werd de projectcommissie regelmatig bijeengeroepen en net zoals in 2014 bekleedde zij een nog strategischere rol dan voorheen. Binnen deze dynamiek zijn het ISVI en het ABVV in 2015 overeengekomen om vanaf 2016 de Algemene Vergadering uit te breiden met de vakcentrales van het ABVV.

35


MEER SAMENW ERKING MET ANDERE SPELERS

De samenwerking tussen het ISVI en de andere spelers is het hele jaar 2015 door sterker geworden: o

o o o

Met de vakbondsinstituten van ACV en ACLVB: er vonden frequente vergaderingen plaats tussen deze drie organisaties in het kader van de voorbereiding van de groep waardig werk, maar ook van de opvolging van de de TAR en de SAR en ad-hoc vergaderingen. In het kader van de screening hebben de drie instituten ook een gezamenlijk memorandum opgesteld om de globale kwaliteitsaanpak te omschrijven en de syndicale eigenheid van de samenwerking aan te geven. De socialistische ngo’s, FOS en SOLSOC, en het ISVI hebben ook hun technische en politieke overlegdynamiek geconsolideerd gedurende het hele jaar 2015 en gemeenschappelijke strategieën opgesteld en informatie uitgewisseld; De samenwerking met alle spelers uit de groep "waardig werk" is sterker geworden, onder meer in het kader van het uitwerken van de gemeenschappelijke contextanalyses en de voorbereiding van een gemeenschappelijk strategisch kader; Het ISVI nam ook deel aan de seminaries van het TUDCN over bijvoorbeeld het ZuidAmerikaanse syndicalisme in oktober in Sao Paulo.

E E N K W A L I T A T I E V E A A NP A K

Sinds 2014 sleutelt het ISVI intensief aan de kwaliteit van zijn werking. Het team volgde een EFQM opleiding (zie rapport 2014) en in 2015 werden alle aanbevelingen die uit deze opleiding voortvloeiden concreet uitgewerkt. Het Instituut vernieuwde zijn beleid en is professioneler geworden aan de hand van een aantal conceptuele en communicatieve maatregelen. Ook is het Instituut van plan- om in de komende jaren het kwaliteitslabel te behalen. COMMUNI CATIE

Het jaar 2015 was een belangrijk jaar voor het ISVI op het gebied van communicatie: enerzijds was er de start van de nieuwe website www.ifsi-isvi.be en anderzijds ook de newsletter over internationale projecten. Verder heeft het Instituut de nodige stappen gezet om een projectbeheerder "ontwikkelingseducatie" aan te werven (vanaf 2016). Het Instituut heeft dan ook talrijke interne debatten gevoerd over de communicatie- en vormingsstrategie. Tenslotte was 2015 ook het jaar waarin, zoals we al gezegd hebben, het Instituut een groot aantal van zijn beleidslijnen heeft herzien, aangevuld en verduidelijkt. TRANSVERSAAL

Het ISVI heeft gedurende het jaar 2015 ook zijn werk uitgebreid op het gebied van "gender en milieu". De samenwerking tussen het Instituut en de departementen "gender” en “milieu" werd frequenter en er kwamen meer vergaderingen. Zo kon het Instituut twee beleidslijnen uitwerken rond gender en milieu, op basis van de denkprocessen van de verschillende betrokken partijen. Het ISVI stelde ook een "checklist" op voor elk van deze thema's en heeft deze dimensie systematisch opgenomen in de rapportering. Er is nog heel wat werk aan de winkel voor 2016 en na 2017. PARTNERSCHAP

Het partnerschap komt duidelijk als sterk punt van het ISVI naar voren uit de externe evaluatie: zijn beleid, zijn strategie en de praktijken die het Instituut met het ABVV ontwikkelt. Het respect voor de autonomie van de partner, het aanmoedigen van een versterking van de capaciteiten van de partner door hemzelf en voor hemzelf, de principes van autonomie waarnaar men streeft, de gedeelde filosofie rond een wederzijdse versterking tussen de organisaties van noord en zuid evenals de bevordering van een evenwichtige alliantie tussen de technische, institutionele en politieke ondersteuning van de partner behoren tot de kern van de sterke punten van het Instituut. Het partnerschap staat bovendien centraal in de samenwerkingsrelatie tussen het ISVI en de ngo COTA

36


(overeenkomst 2013-2016). COTA heeft het ISVI tijdens de jaren 2014 en 2015 ondersteund teneinde zijn sterke punten zoals zijn visie en zijn partnerschapspraktijken te versterken, te valoriseren en te promoten. De externe evaluatie 2012-2014 werd uitgevoerd op basis van het gebruik van een specifiek hulpmiddel: de TUDEP, Trade Union Development efficiency tool, dat ontwikkeld werd door het syndicaal netwerk voor syndicale ontwikkelingssamenwerking van het IVV (TUDCN, Trade union development cooperation network). Deze tool is een leerinstrument om de syndicale spelers die actief zijn in de ontwikkelingssamenwerking te ondersteunen en hen te helpen om bij te dragen tot de verbetering van de efficiëntie en de kwaliteit van hun samenwerking door hen en hun partners te begeleiden, door na te denken over hun praktijken, de principes en de waarden die hen sturen in hun werk1. Alle partners van het ISVI zuid maar ook noord en van het ABVV konden deze vragenlijst invullen. De kracht van het partnerschap blijkt voor het ISVI duidelijk uit de antwoorden van alle partijen. Het Instituut wil in de toekomst zijn praktijken verder evalueren en in vraag stellen, onder meer via deze vragenlijst, om deze sterke toegevoegde waarde van het partnerschap te behouden en te versterken. De externe evaluatie maar ook het denkproces dat eigen is aan het Instituut maakten het mogelijk een aantal perspectieven en aandachtspunten op te stellen voor de komende jaren: Groeitraject: uit de externe evaluatie blijkt dat het ISVI zijn visie op lange termijn beter zou moeten uitwerken met zijn partners en zich daarbij de volgende vragen zou moeten stellen: "Wat is ons ideaal beeld van de vakbond? Wat willen we in 10 jaar tijd bereiken? " en zo een groeitraject bepalen om samen aan deze doelstelling op lange termijn te werken. De methode "theorie van de verandering" (Theory of Change) kan deze meerwaarde aanbrengen en dit groeipad uittekenen, vanzelfsprekend in functie van veranderlijke contextuele factoren.

 Dit werk werd eind 2014 aangevat via het uitwerken van het strategische plan van het ISVI voor de periode 2017-2026. Het wordt in 2016 voortgezet dankzij het leren van nieuwe methodes, onder meer de methode "Theory of change". Keuzecriteria partners: de externe evaluatie heeft duidelijk gemaakt dat we de coherentie binnen ons partnerschapsbeleid moeten versterken, meer bepaald als het aankomt op onze keuzecriteria voor partners.

 Hoewel het Instituut het niet eens is met alle opmerkingen van de externe evaluatie, merkt het toch op dat wij enorm veel werk verricht hebben aan het verduidelijken en verbeteren van onze criteria voor de keuze van partners binnen een ruimer werk voor de verbetering van ons partnerschapsbeleid. Het voldoen aan de noodzaken en de behoeftes van het zuiden zijn voor het ISVI een rode draad: het Instituut kiest zijn partners niet om eigen prioriteiten te bewerkstelligen maar past het werk en de samenwerkingen (thematische, geografische prioriteiten, enz.) aan op basis van de behoeftes van zijn partners. Het systeem voor de monitoring en evaluatie van het Instituut versterken: de evaluatoren hebben gewezen op de noodzaak voor het Instituut om zijn systeem voor monitoring en evaluatie te versterken (in het bijzonder voor monitoring). Het is in een vakbond immers van groot belang dat informatie wordt doorgegeven. Het is van essentieel belang om dit systeem voor het verzamelen en opvolgen van gegevens te verbeteren (cijfers maar ook problemen bij de basis, enz.).

 Het ISVI deelt deze aanbeveling. De praktijken van het ISVI zijn rijk en divers - wij verwijzen hier naar de jaarlijkse monitoringworkshops die zowel een uitwisseling van expertises vormen als een kans om de capaciteiten voor de partners te versterken. Het systeem dat door het Instituut werd ingevoerd hangt sterk af van de kwaliteit van de systemen voor monitoring en evaluatie (M&E) die gehanteerd worden door de partnersyndicaten: hoe minder zij in staat zijn om hun gegevens te verzamelen en op te volgen, hoe minder het ISVI over kwalitatieve gegevens kan beschikken. Dit is dus een belangrijk punt voor de komende jaren, zowel voor het ISVI als voor zijn partners.

1

http://www.ituc-csi.org/profil-syndical-de-l-efficacite-du,10523

37


Een grotere betrokkenheid van de hele partnerstructuur in het project: de partners van het ISVI kunnen zo op een evenwichtige manier het project strategisch beheren samen met de activiteiten van de vakbonden. Het project vormt nagenoeg nooit een alleenstaand actieluik binnen de dynamiek van de vakbond maar valt zowel binnen de beheersstructuur als in het politieke leiderschap van de vakbond. De evaluatie wijst echter uit dat het project er wel bij zou varen mocht er een grotere basis voor zijn binnen de syndicale organisatie naast het centrale beslissingsorgaan en de projectcoördinator, bijvoorbeeld bij de regionale structuren en de diensten van de vakbond.

 Dat wordt vaak verklaard door de onmogelijkheid om de jaarlijkse workshops rond monitoring en planning met de hele structuur van de vakbond te houden, onder meer door het gebrek aan middelen. Maar dit aspect kan op twee verschillende manieren nog verbeterd worden: enerzijds door de monitoringworkshop te combineren met een vorming of een ruimere activiteit waar de hele vakbond bij betrokken is maar ook door het invoeren van regionale comités van het project door de partnervakbond en het regelmatig organiseren van opvolgingsvergaderingen. De institutionele versterking als integraal onderdeel van de versterking van de capaciteit: de evaluatie wijst uit dat de beoogde versterking van de capaciteiten die het ISVI overweegt sterk op vorming is gericht en maar weinig op het versterken van structuren binnen de vakbonden. Bij een vorming van vormingswerkers is het bijvoorbeeld van belang om ervoor te zorgen dat de syndicale structuren deze vorming begeleiden en de gevormde teams omkaderen. Het ISVI, maar ook de zuidelijke partners, aldus de evaluatoren, zouden beter meer aandacht besteden aan het versterken van de link tussen individuele versterking en de noodzakelijke consolidatie van de organisatie tijdens de planningsprocessen.

9. Grote toekomstige werven: perspectieven 2016 en horizon 2017-2026 Ondanks het belangrijke werk dat het ISVI in 2015 heeft geleverd, moet er nog heel wat werk verricht worden, zowel voor de periode 2016 als voor de komende jaren. Hieronder staat een beknopt overzicht van de werkzaamheden die gepland zijn voor de periode 2016-2026. Het jaar 2017 wordt het eerste jaar voor de implementatie van het nieuwe kader van de Belgische samenwerking. 2016 wordt dan ook een belangrijk jaar in de voorbereiding van deze nieuwe periode. De grote uitdagingen zijn de volgende: Erkenning van het ISVI als partij bij de niet-gouvernementele samenwerking (2017-2026): eind december 2014 diende het ISVI zijn aanvraag in om erkend te worden als partij bij de nietgouvernementele samenwerking voor de periode 2017-2026.Begin 2016 volgt de screening van het Instituut op basis van acht beheersdomeinen: financieel, menselijk, strategisch, proces- en risicobeheer, partnerschap, transversale thema's zoals gender en milieu en ook transparantie. In 2015 kon deze screening voorbereid worden via een herziening van het interne beleid van het ISVI, een verbetering en update ervan maar ook een verduidelijking. De screening vindt plaats begin 2016. Uitwerken van het GSK Waardig werk (2017-2021): Zoals hierboven al uitgelegd zijn de GSK voortgevloeid uit de "gemeenschappelijke contextanalyses" die door de vorige minister werden ingevoerd. Deze GSK behoren tot de kern van het geïntegreerd beleid zoals dat door minister De Croo werd voorgestaan. De partijen die verenigd zijn rond de werkgroep Waardig werk (syndicale instituten, FOS, SOLSOC, WSM, Oxfam en de ziekenfondsen) zullen in 2016 een wereldwijd strategisch kader "Waardig werk" uitwerken dat gebaseerd is op de vier gemeenschappelijke contextanalyses die in 2015 op punt werden gesteld (West-Afrika en Palestina, Latijns-Amerika, Azië en Oost- en Zuid-Afrika). Het programma van het ISVI kan enkel goedgekeurd worden indien deze GSK, die in de gekozen landen operationeel gemaakt moeten worden, goedgekeurd worden. Na goedkeuring in 2016 is deze GSK vijf jaar geldig. Voorbereiding van het programma voor 2017- 2021: het jaar 2016 is het jaar van de voorbereiding van het programma 2017-2026 wat betreft de selectie van de partners en de prioriteiten (definitieve keuze van landen, gemeenschappelijke samenwerking met andere leden van de groep waardig werk in het kader van een gemeenschappelijk programma, workshops voor identificatie en planning met het oog op deze nieuwe periode, enz.), dit alles binnen een strategie van meer samenhang en coördinatie met het ISVI, de regionale afdelingen, hun sectorfederaties en de IAO (meer in het bijzonder

38


ACTRAV, het werknemerssecretariaat). Het ISVI zal dit werk zo participatief mogelijk uitvoeren, zowel met de partners in het noorden, via de projectcommissie, als met de partners in het zuiden, via planning workshops. In 2015 zal het Instituut een aantal geografische keuzes maken op basis van een interne coherentie en een grotere geografische concentratie. De volgende landen werden voorlopig weerhouden als toekomstige landen voor de interventie van het ISVI in het zuiden (keuzes gemaakt na een aantal bilaterale besprekingen tussen het ISVI en het ABVV eind 2015):

ZUID-AMERIKA Colombia Peru Cuba Regionaal project CSA

-

AFRIKA Benin Ivoorkust DRC Rwanda

AZIË Indonesië (Bangladesh) (Maleisië)

BELGIË

Kenia (Burkina Faso) Het ISVI en het ABVV willen hun partners in de landen continu ondersteunen: zowel via alternatieve financiering als bijvoorbeeld met politieke en technische steun. In 2016 worden de landen, de partners en de thema's van de projecten definitief bepaald. Er zullen ook twee volwaardige luiken ontwikkeld worden door het team van ISVI en het ABVV met het oog op de periode 2017-2026: enerzijds een luik "noord" (ontwikkelingseducatie) dat beheerd wordt door een nieuwe, voltijdse medewerker; anderzijds een luik "zuid-zuid" of "internationaal" dat de zuid partners van het project wil verenigen om de capaciteiten van de partners te versterken. Veranderingen in het team met het oog op de periode 2017-2021: in het jaar 2016 zal het team van ISVI zich voorbereiden op het beheer van het nieuwe programma 2017-2021. Dat betekent enerzijds de aanwerving van een nieuwe voltijdse medewerker voor het beheer van het project "Ontwikkelingseducatie België". Anderzijds worden de dossiers en projecten binnen het team bestudeerd om te zorgen voor een thematische en geografische samenhang en een versterking van de expertise op lange termijn van het team wat betreft deze onderwerpen en in verband met de agenda waardig werk. Strategisch plan 2017-2026: in het jaar 2016 wil men ook het strategische plan dat het ISVI in 2014 ontwikkelde correct uitvoeren. In dit plan werden tien strategische domeinen weerhouden (zie strategisch plan 2017-2026): Coherentie Kwaliteitsvol en resultaatsgericht beheer

Opleiding, capaciteitsopbouw en arbeiderseducatie

Methodologische specificiteit Bewustmaking, communicatie en ontwikkelingseducatie Thematische, sectorale, geografische en methodologische expertise

Mobilisatie van internationale solidariteit

Vergemakkelijking en coördinatie Internationale networking Complementariteit, synergieën en allianties

Kapitalisatie en uitwisselingen Transversaliteit: gender en milieu

Het ISVI wil in de toekomst zijn syndicale expertise consolideren en optreden als platform van het ABVV wat betreft de internationale syndicale samenwerking.

39


Veranderingen binnen de instanties van het ISVI: het ISVI wil zijn organische band met het ABVV, de centrale partner van het instituut voor het noordelijke en zuidelijke luik van zijn acties, aanhalen. Daarom wil het Instituut zijn instanties uitbreiden naar alle geledingen van het ABVV die lid zijn van de projectcommissie: zo zouden de zes centrales van het ABVV in zijn Algemene Vergadering moeten worden opgenomen. In het jaar 2016 wil men deze vernieuwing voor het Instituut en de nieuwe leden bevorderen en voorbereiden.

10. Bestuur: de instanties en het team van het ISVI Eind december 2015 telde de Raad van Bestuur de volgende leden: Rudy DE LEEUW (Voorzitter), Marc GOBLET (Bestuurder), Caroline COPERS (Bestuurder), Thierry BODSON (Bestuurder), Rafael LAMAS (Afgevaardigd bestuurder voor het dagelijks beheer) en Koen DECRAENE (Penningmeester secretaris). Tijdens de buitengewone RvB van november 2015 werd voorgesteld om de Raad van Bestuur uit te breiden met Miranda ULENS en Estelle CEULEMANS. Eind december 2015 bestond de Algemene Vergadering uit de volgende leden: Rudy DE LEEUW (Voorzitter), Marc GOBLET (Bestuurder), Caroline COPERS (Bestuurder), Thierry BODSON (Bestuurder), Philippe VAN MUYLDER, Jean-François TAMELLINI, Jozef MAES, Miranda ULENS, Rafael LAMAS (Afgevaardigd bestuurder voor het dagelijks beheer) en Koen DECRAENE (Penningsmeester - secretaris). Tijdens de buitengewone RvB van november 2015 werd voorgesteld om de Algemene Vergadering van het ISVI uit te breiden met de centrales van het ABVV. Wat betreft de vergaderingen van de instanties kwam de RvB van het ISVI samen op 15 juni en in een uitzonderlijke vergadering op 20.11.2015. De Algemene Vergadering werd gehouden op 30 juni 2015. De Projectcommissie, de structurele ontmoetingsplaats van het ISVI en het ABVV sinds 2003, is in 2015 5 keer samengekomen. Eind 2014 vonden drie belangrijke veranderingen plaats:  De benoeming van Rafael Lamas als Afgevaardigd bestuurder voor het dagelijks bestuur van ISVI  De wijziging van de statuten van het ISVI met het oog op de nieuwe uitdagingen voor de komende jaren  De overeenkomst tussen het ISVI vzw en het ABVV werd ook vernieuwd. Binnen het team vonden in 2015 twee veranderingen plaats: enerzijds de benoeming van Leticia BERESI als ad interim coördinatrice van het Instituut en anderzijds de toevoeging van Laurent Atsou aan het team. Eind december 2015 bestond het ISVI-team uit de volgende medewerkers: Laurent ATSOU, Yolanda LAMAS, Stefan DEGROOTE, Thierry AERTS en Leticia BERESI.

40


41