Page 1

Nr 16 | Lokaal is het magazine van de lokale besturen en verschijnt 2 x per maand 20 x per jaar | VVSG vzw, Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel | Afgiftekantoor Kortrijk Masspost | P2A9746

Lokaal

Veiliger buurten

Betrek burgers bij het bestuur

Er is nog leven na de politiek

Plattelandsgemeenten niet altijd minder bestuurskrachtig


ARE YOU LOOKING? for reliable energy supplies at reasonable prices with sustainable solutions?

Order your

FREE TICKET on www.energy-forum.be with promocode 304

ENERGY

F RUM LET’S TALK ENERGY 14 & 15 November 2012 Check the full seminar program on www.energy-forum.be


inhoud Lokaal is het magazine van de lokale besturen

kort lokaal 5 opinie – Paradox van deugdelijk bestuur 6 nieuws – print & web, perspiraat, Triljoen

Redactie Marleen Capelle, Pieter Plas, Inge Ruiters, Jan Van Alsenoy, Bart Van Moerkerke Redactiesecretariaat Inge Ruiters, T 02‑211 55 44 Columnisten Johan Ackaert, Pieter Bos Illustraties Bart Lasuy, Stefan Dewickere, Layla Aerts (fotografen), Nix (cartoonist) Vormgeving Ties Bekaert Drukwerk Schaubroeck (Nazareth) Regie advertenties Cprojects&Advertising, Peter De Vester, T 03-326 18 92, peter@cprojects.be Regie vacatures Nicole Van Wichelen, nicole.vanwichelen@vvsg.be T 02-211 55 43 Abonnementen Nicole Van Wichelen, nicole.vanwichelen@vvsg.be T 02-211 55 43 VVSG-leden: 80 euro, vanaf 10 ex. 67 euro; niet-leden: 150 euro VVSG-bestuur Luc Martens, voorzitter Sabine Van Dooren, voorzitter raad van bestuur Theo Janssens, voorzitter afdeling OCMW’s Ondertekende artikels verbinden alleen de auteurs. Reacties zijn welkom. De redactie zal deze naar eigen inzicht al dan niet opnemen, inkorten of er melding van maken. Niets uit deze uitgave mag gereproduceerd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, elektronische drager of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Met de steun van Belfius en Ethias, partners van de VVSG Verantwoordelijk uitgever Mark Suykens, directeur VVSG

bestuurskracht

12

stefan dewickere

12 Er is leven na de politiek Chantal Pauwels, Dirk Erreygers en Ed Somers stapten al jong de politiek in. Ze zijn nog altijd jong maar toch al ex-politici. En al liep hun politieke carrière niet altijd over rozen, toch zijn ze blij met de ervaring die ze in de politiek hebben opgedaan.

14 Interview – Carola de Vree ‘Betrek de burger al bij de voorbereiding van het plan’ Volgens communicatiedeskundige Carola de Vree moeten bestuurders bij elk project eerst nadenken hoeveel invloed ze aan de burgers geven, in welke mate ze hen bij het beleid betrekken. ‘Dat hangt af van de bestuurlijke agenda: waar liggen mensen wakker van? Wat raakt veel mensen?’ Ze raadt aan vooral veel in communicatie te investeren als de belangen van mensen groter zijn. 19 Plattelandsgemeenten niet altijd minder bestuurskrachtig 21 Praktijk in Halle – OCMW-taalbeleidsplan verenigt hulpverlening en gebruik van het Nederlands

14

stefan dewickere

Hoofdredacteur Marlies van Bouwel, marlies.vanbouwel@vvsg.be T 02-211 55 46

de keus

24

bart lasuy

Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel T 02-211 55 00 • F 02-211 56 00 lokaal@vvsg.be www.vvsg.be

23 Digitaal stadsloket van Mechelen krijgt prijs

werkveld 24 Samenwerken om rondtrekkende dadergroepen te klissen Als een dadergroep wordt opgerold, resulteert dat niet alleen in de opheldering van een reeks inbraken, in de daaropvolgende maanden daalt ook het aantal feiten. Maar daarna nemen andere groepen het over. De groepen gaan eenvoudig te werk en eigenlijk kunnen eigenaars met enkele preventieve maatregelen inbraak voorkomen. En omdat die groepen ook ergens moeten verblijven, is het van belang dat de lokale politie zicht houdt op wie in de gemeente komt wonen. 28 Praktijk in Izegem – Samenwerking helpt dienstverlening voor wonen vooruit 30 Gezinnen proeven cultuur 33 Praktijk in Antwerpen – Filmbank Antwerpse Zuidrand 34 Praktijk in Beerse – Met inleefprojecten armoede bespreekbaar maken 35 Lokale raad – Moet elke wijziging aan het kwaliteitshandboek besproken en goedgekeurd worden op de OCMW- of gemeenteraad? 36 De frontlijners – Karin Poldervaart van het lokale dienstencentrum in Ruisbroek

geregeld 38 wetmatig – berichten 41 agenda – studiedagen, opleidingen en evenementen 42 column – Johan Ackaert

Op de cover Steven Smeets van het hondenteam van de lokale politie te Mechelen patrouilleert in de Mechelse deelgemeente Leest. Lokaal wordt gedrukt op Circle Silk, een 100% gerecycleerd papier.

Lokaal I 16 oktober 2012 I 3


BBC geïntegreerd in de financiële pockets van de VVSG Mee met de BBC dankzij twee toegankelijke publicaties!

Vanaf 1 januari 2014 passen alle gemeenten en OCMW’s

Doelgroepen

de regels van de beleids- en beheerscyclus toe, een

Mandatarissen

gloednieuw systeem voor de planning, budgetopmaak,

Leidinggevenden in lokale besturen

boekhouding, beleidsvoering en rapportering in lokale

Vormingsinstanties

besturen. Ondertussen zijn er al tientallen besturen

Deelnemers aan selectieproeven in het lokale bestuur

ingestapt en ook op 1 januari 2013 zullen tientallen gemeenten de stap vervroegd zetten. De BBC verandert het uitzicht van de lokale financiën grondig. Lokale

De pockets bieden een antwoord op volgende vragen:

besturen zullen zich deze nieuwe regels en methodieken

Hoe komt het meerjarenplan tot stand?

eigen moeten maken. De pockets Gemeentefinanciën voor

Aan welke voorwaarden moet het budget voldoen?

niet-specialisten en OCMW-financiën voor niet-specialisten

Hoe wordt het lokale bestuur gefinancierd?

proberen de grote lijnen van de lokale financiën zoals die

Wat is de belangrijkste bestemming van de

uiterlijk vanaf 2014 gelden, toe te lichten, zonder daarbij

uitgaven?

in al te technische details te vervallen.

Bestel meteen voor het hele bestuur en ontvang aanzienlijke kortingen. Bij aankoop van 10 ex. van dezelfde pocket ontvangt u 10% korting.

Voor grotere bulkaankopen, mail naar nicole.deceukeleer@politeia.be of bel 02 289 26 13.

BESTELKAART

Bestel via www.politeia.be, info@politeia.be of met deze bestelkaart Politeia//Ravensteingalerij 28//1000 Brussel//fax: 02 289 26 19

Ja, ik bestel

…. exemplaren van Gemeentefinanciën voor niet-specialisten tegen de prijs van 25 euro (VVSG-leden) of 29 euro (niet-leden)* …. exemplaren van OCMW-financiën voor niet-specialisten tegen de prijs van 25 euro (VVSG-leden) of 29 euro (niet-leden)*

Naam:

VVSG-Lid:

Ja

Nee

Functie:

Datum en handtekening:

Organisatie/Bestuur: E-mail: Tel. : Adres: BTW: * Prijs inclusief btw, exclusief verzendingskosten, geldig tot 31 december 2012. Uw gegevens worden door ons in een bestand bijgehouden en niet doorgegeven aan derde. Overeenkomstig de wet op de privacy hebt u inzage- en correctierecht.


kort lokaal opinie

Paradox van deugdelijk bestuur

G

uberna, het instituut voor bestuurders, deed een onderzoek naar het deugdelijk bestuur bij 25 Vlaamse intercommunales. Hoewel de media over de resultaten van deze studie zeer ongenuanceerd hebben bericht, zijn er in het rapport behartenswaardige zaken te lezen. Zo vindt Guberna vooral dat de bestuursorganen te omvangrijk zijn, dat de selectie van de bestuurders te weinig professioneel gebeurt en dat de taken en verantwoordelijkheden van de verschillende bestuursorganen onvoldoende duidelijk zijn afgebakend. Een te grote raad van bestuur levert problemen op voor een goede discussie, effectieve besluitvorming en een efficiënt verloop van de bestuursvergaderingen. Bij de aanstelling van bestuurders wordt enkel rekening gehouden met de opgelegde beperkingen (verplicht gemeenteraadsleden; verschillende onverenigbaarheden…) en veel te weinig met de noodzakelijke kennis en ervaring. Bij die stelling houdt de studie zelf echter te weinig rekening met de decretale verplichtingen voor intercommunales, zoals een minimaal aantal gemeenteraadsleden uit de oppositie aanstellen. Wie daarnaast luistert naar het discours van sommige ministers en politieke partijen hoort vooral het verhaal dat de intercommunales niet democratisch zijn, dat ze heel ver staan van hun leden en een eigengereid beleid voeren waarop de gemeenten geen invloed hebStel voor de raden van bestuur ben. De Guberna-studie spreekt dit heel sterke lokale politici aan die een duidelijk tegen: ‘De informatie naar de bestuurders scoort vrij goed, de dialoog met goed evenwicht vinden tussen de “deelnemende gemeenten” krijgt veel deugdelijk bestuur en aandacht.’ Dat is iets helemaal anders dan de transparante terugkoppeling ‘achterkamertjes’ van de pers. De studie naar de gemeenteraden. geeft ook zeer correct aan dat het niet gaat om grote persoonlijke verdiensten voor de bestuurders. Op dat vlak is het contrast met de vergoeding van veel bestuursmandaten in de private sector trouwens zeer groot. Maar ook hiervoor heeft de pers geen belangstelling: ze publiceert liever lijstjes met het aantal mandaten voor lokale bestuurders zonder aan te geven dat dit meestal weinig of niets betekent qua presentiegelden. Deugdelijk bestuur is heel belangrijk, ook voor overheidsinstanties. Wie daarvoor normen en criteria wil bepalen moet echter rekening houden met de specifieke situatie dat er ook permanent een democratische legitimatie moet zijn bij overheidsbesturen. Dat geldt zowel voor intergemeentelijke samenwerkingsverbanden als voor autonome lokale overheidsbedrijven. Deze overheidsinstanties enkel beoordelen op basis van regels die gelden voor de private sector is de bal misslaan. Moeten we dan niets doen? Jawel. Vlaanderen moet dit allemaal minder formalistisch regelen en meer vertrouwen hebben in de lokale besturen in plaats van erg sloganmatig kritieken te formuleren op het intergemeentelijke speelveld. (Het zogezegd niet democratisch functioneren en de zogezegde verrommeling!) Lokale besturen zelf moeten na 14 oktober bij de aanstelling van bestuurders voor autonome gemeentebedrijven en intercommunales kiezen voor sterke lokale politici die een goed evenwicht vinden tussen deugdelijk bestuur en transparante terugkoppeling naar de gemeenteraden. Mark Suykens is directeur van de VVSG

Lokaal I 16 oktober 2012 I 5


kort lokaal nieuws

Septemberverklaring: Gemeentefonds gevrijwaard, Plattelandsfonds start niet Met zijn septemberverklaring bracht Vlaams minister-president Kris Peeters op 24 september het Vlaamse politieke jaar op gang. Om de Vlaamse begroting in evenwicht te houden moesten er keuzes worden gemaakt. De VVSG is dan ook bijzonder blij dat de bij decreet vastgelegde groei van het Gemeentefonds met 3,5% per jaar (in 2013 een toename van de middelen met 73,4 miljoen euro) aangehouden wordt. Ook het Stedenfonds behoudt hetzelfde groeiritme. Niet in de septemberverklaring, maar ons intussen wel vanuit diverse bronnen bevestigd, staat de beslissing om in 2013 (voorlopig?) niet te starten met het Plattelandsfonds. Nochtans had de Vlaamse regering hierover in mei al een eerste principiële beslissing genomen. Dat het fonds opnieuw wordt uitgesteld, is een bittere pil voor veel plattelandsgemeenten. Vanwege hun specifieke problematiek hebben zij die extra ondersteuning immers broodno-

dig. Mogelijk kan dit Plattelandsfonds bij de begrotingscontrole in het voorjaar van 2013 alsnog worden opgevist. Voor de rest is het momenteel nog koffiedik kijken wat de concrete gevolgen zullen zijn van zinnen zoals ‘De werkingsmiddelen worden nominaal bevroren’. Horen daar ook de sectorale subsidies aan lokale besturen bij? Dat zou binnenkort duidelijk moeten worden, want uiterlijk eind oktober moet de Vlaamse regering ten gevolge van het Planlastdecreet haar beleidsprioriteiten voor lokale besturen en de eraan verbonden financiële middelen bekendmaken. Er zou wel meer geld zijn voor onderwijs (ook scholenbouw?) en kinderopvang. Voor lokale besturen ook belangrijk is het politieke voornemen om in 2013 definitief werk te maken van de omgevingsvergunning door de integratie van de milieu- en de stedenbouwkundige vergunning. jan leroy

Gemeenteraden kiezen 1510 politieraadsleden Op 2 januari 2013 kiezen de gemeenteraden 1510 politieraadsleden in Vlaanderen. Zij zullen vanaf de eerste werkdag van februari deel uitmaken van de nieuwe politieraad in een van de 84 meergemeentezones (of vroeger indien ze rechtsgeldig bijeengekomen zijn). In 33 eengemeentezones blijft de gemeenteraad bevoegd voor de politiedossiers. In elf van die zones komen er twee gemeenteraadsleden bij. Daarmee stijgt het aantal gemeenteraadsleden in eengemeentezones van 1097 naar 1119. Geen enkele eengemeentezone verliest

75.551

raadsleden. De raadsleden komen erbij in Aalst, Dilbeek, Grimbergen, Halle, Heistop-den-Berg, Houthalen-Helchteren, Mechelen, Oostende, Ronse, Sint-Niklaas en Zaventem. Dit is een gevolg van de stijgende bevolking in deze gemeenten. De 84 meergemeentezones tellen in totaal 1510 politieraadsleden. Dat zijn er drie meer dan zes jaar geleden (1507). Dertien gemeenten (Langemark-Poelkapelle, Bilzen, Overpelt, Steenokkerzeel, Landen, Boechout, Houthulst, Lochristi, Affligem, Liedekerke, Machelen, Vilvoorde, Hulshout) mogen een

tom de schepper en koen van heddeghem

www.vvsg.be, knop veiligheid, lokalepolitie, ‘nieuwsitems politie’

In 2011 werden in de gemeenten van het Vlaamse Gewest 75.551 vrijetijdsactiviteiten georganiseerd (UiTdatabank). Dat zijn 120 activiteiten per 10.000 inwoners. Het grootste aanbod, meer dan 200 activiteiten per 10.000 inwoners, wordt georganiseerd in de elf centrumsteden en de twee grote steden. Zij organiseren samen 46% van het totale vrijetijdsaanbod. Op het platteland worden een pak minder activiteiten georganiseerd, namelijk 8,9 per 10.000 inwoners.

www.lokalestatistieken.be

6 I 16 oktober 2012 I Lokaal

bijkomend gemeenteraadslid afvaardigen naar een van de 84 politieraden in Vlaanderen. Tien gemeenten moeten het stellen met een gemeenteraadslid minder in de politieraad (Heuvelland, Riemst, HamontAchel, Zemst, Zoutleeuw, Wijnegem, Kortemark, Zelzate, Westerlo, Oud-Turnhout). Meestal is dit het gevolg van een wijziging in de bevolkingsaantallen van een of meer gemeenten in de zone.


print & web

stefan dewickere

Jaarboek Overheidsopdrachten 2010-2011

Hartelijk welkom bij het OCMW Met de titel ‘Hartelijk welkom bij het OCMW’ startte de krant De Standaard eind september een artikelenreeks over de werking van een doorsnee OCMW. De reeks geeft niet enkel een beeld van de verschillende persoonlijkheden die het OCMW bezoeken, maar ook van de ruime dienstverlening die de OCMW’s aanbieden. Starten deed de krant met de werking van de dienstencentra, daarna ging het nog over het sociaal restaurant, de kinderopvang, schuldbemiddeling. Meteen wordt voor de lezer ook duidelijk dat de OCMW’s vandaag veel meer doen dan geld geven aan arme mensen.

De vierde editie van het Jaarboek Overheidsopdrachten bevat opnieuw een overzicht van de rechtspraak en een belangrijk aantal rechtsgeleerde thema-artikelen over actuele knelpunten van het Europese en Belgische overheidsopdrachtenrecht. Met deze publicatie willen de samenstellers de gebruikers een nuttig overzichts- en bronneninstrument ter beschikking stellen om de oceaan van wet- en regelgeving betreffende overheidsopdrachten beter te kunnen bevaren. C. De Koninck, P. Flamey, P. Thiel, B. Demeulenaere, Jaarboek overheidsopdrachten 2010-2011, EBP Publishers, Brussel, 189 euro

nathalie debast

Federaal Plan Armoedebestrijding mag geen lege doos worden De federale regering keurde op 14 september het Federaal Plan Armoedebestrijding goed, een werkstuk gecoördineerd door staatssecretaris van Armoedebestrijding Maggie De Block. Het plan omvat 118 acties die door bijna alle regeringsleden uitgevoerd moeten worden. Deze maatregelen moeten ertoe leiden dat er in ons land tegen 2020 380.000 armen minder zijn, zoals Europa ons vraagt. Op dit ogenblik loopt 14,6% van de Belgen het risico om in armoede te belanden; voor kinderen gaat het zelfs om bijna een op de vijf. Het tweede Federale Plan Armoedebestrijding is dan wel ambitieus, het schuift ook

een heleboel verantwoordelijkheden door naar volgende regeringen en zegt niets over de budgetten die nodig zijn voor realisatie. Nochtans is het voor de OCMW’s cruciaal dat de laagste uitkeringen en lonen zo snel mogelijk tot de Europese armoedegrens opgetrokken worden. De federale overheid zal ook moeten inzetten op een betere omkadering van de OCMW-sociale diensten zodat die in iedere gemeente een actief beleid kunnen voeren om armoede te voorkomen. nathalie debast

Het plan is te lezen op www.mi-is.be, knop armoedebeleid, ‘tweede federale plan armoedebestrijding’

Consensustekst met adviezen over gezonde voeding en beweging voor zorgverleners Hulpverleners en preventiewerkers in de gezondheidszorg zijn dikwijls de eersten die problemen betreffende voeding en beweging opmerken. Toch is het voor hen niet altijd eenvoudig een gepaste boodschap of goed advies aan elke leeftijdscategorie te geven. In opdracht van minister Jo Vandeurzen heeft het kenniscentrum Eetexpert.be een consensustekst opgesteld met aanbevelingen over gezonde voeding en beweging waarmee zorgverleners op een eenduidige manier voorlichting en informatie kunnen geven. De tekst belicht de thema’s gezonde voeding, gezonde beweging en sedentair gedrag met de actieve voedingsdriehoek als uitgangspunt. De tekst brengt wetenschappelijke adviezen en internationale aanbevelingen voor alle leeftijden samen. U kunt de volledige tekst raadplegen op onderstaande site. www.eetexpert.be

Lokaal I 16 oktober 2012 I 7


ilah - www.onthoumens.be

kort lokaal nieuws

VVSG werkt mee aan campagne ‘Vergeet dementie, onthou mens’ Op 15 september had in Brugge de Werelddag Dementie plaats. Met de slagzin ‘Dementie samen dragen’ willen de initiatiefnemers de wereld duidelijk maken dat dementie een aandoening is waaraan iedereen dringend aandacht moet schenken. Tijdens de slothappening tekende minister Jo Vandeurzen samen met Luc Martens, voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, de Vlaamse Alzheimer Liga, de Vlaamse Ouderenraad, de stad Brugge en de provincie West-Vlaanderen de enga-

gementsverklaring van de campagne ‘Vergeet dementie, onthou mens’. De verschillende partners engageren zich om op een genuanceerde manier over dementie te communiceren en personen met dementie een volwaardige plaats binnen de lokale gemeenschap te geven. De VVSG verbindt zich ertoe jaarlijks intervisies te organiseren met de bestaande dementievriendelijke gemeenten met het oog op de verdere verduurzaming van de bestaande initiatieven.

De VVSG zal het thema dementie breed inbedden in het lokaal sociaal beleid. Met de expertisecentra dementie en de Vlaamse Alzheimerliga zal de VVSG een gestructureerde samenwerking tot stand brengen. De VVSG wil de ervaringen van de dementievriendelijke gemeenten delen en beleidsaanbevelingen formuleren voor de volgende Vlaamse beleidsperiode. veerle baert

www.onthoumens.be

Tot 8 januari Proeftuinprojecten voor innovatie in de ouderenzorg Op voorstel van minister van het Vlaamse innovatiebeleid, Ingrid Lieten, besliste de Vlaamse regering in juli om een ‘proeftuin’ Zorginnovatieruimte Vlaanderen op te zetten. Het gaat om een gestructureerde testomgeving waarin organi-

saties innovatieve technologieën, producten, diensten en concepten kunnen testen, met inzet van een representatieve groep van individuen, die als testers worden ingezet in hun eigen leef- en werkomgeving. Een proeftuin bestaat uit een

of meer platformen waarop verschillende projecten uitgevoerd worden. De proeftuin Zorginnovatie richt zich op het stimuleren van innovatie in de ouderenzorg. In het kader hiervan kunnen bedrijven, socialprofitorganisaties uit

de zorgsector en gemeenten subsidies verkrijgen voor de opzet (en het onderhoud) van een proeftuinplatform in het domein van de ouderenzorg en de ontwikkeling van innovatieve zorgconcepten op dit platform.

www.iwt.be/subsidies/proeftuinzorg, of bij Patricia Menten T 02-432 42 13 en Alain Thielemans T 02-432 42 44

8 I 16 oktober 2012 I Lokaal


print & web

Woninghuurmarkt discrimineert: rapport met aanbevelingen

stefan dewickere

www.sportenverkeer.be

Tijdens de maand augustus voerde het Minderhedenforum op de Gentse en Antwerpse private woninghuurmarkt praktijktests uit om huurdiscriminatie onder de aandacht te brengen. Uit de resultaten van de tests kwam in meer dan 30 procent van de gevallen een sterk vermoeden van discriminatie naar voren. Nietsvermoedende verhuurders kregen een telefoontje van verschillende vergelijkbare maar fictieve kandidaten. Enkel de namen van de kandidaten verschilden; ze waren gekozen om te kunnen

vaststellen of etniciteit al dan niet een rol speelt. Uit de test bleek overduidelijk dat potentiële huurders met een niet-Vlaamse naam gevoelig minder werden uitgenodigd om een woning te bezichtigen dan de andere kandidaat-huurders. Het Minderhedenforum besluit zijn rapport met een reeks aanbevelingen voor een krachtdadig antidiscriminatiebeleid. Enkele van die aanbevelingen zijn specifiek gericht op het lokale bestuur. joris deleenheer

www.minderhedenforum.be

Informatiebeheer bij lokale besturen: pilotgemeenten gezocht De ontwikkeling van e-government en het toenemend gebruik van ICT-toepassingen leveren niet altijd de voorspelde efficiëntiewinst voor lokale besturen op. Een slecht beheer van de elektronische gegevens is een van de struikelblokken. Hogeschool Gent is op zoek naar 2 pilotgemeenten om een instrument te ontwikkelen waarmee lokale besturen een aangepast databeheer kunnen uitwerken. Bent u de geschikte I-scanpartner om met de Hogeschool Gent vanuit de dagelijkse realiteit van de medewerkers concrete verbetervoorstellen uit te werken? www.vvsg.be/werking_organisatie, klik ‘ICT en e-government’ en dan ‘i-scan

www.sportenverkeer.be is de onlineverkeersgids voor sport en verkeersveiligheid van de Vlaamse Sportfederatie vzw en Verenigingen voor Verkeersveiligheid. Met enkele muisklikken vinden sportclubbestuurders en sporters er een antwoord op vragen als: Welke regels gelden er voor een grote fietsersgroep? Mag een skateboard op het trottoir? Hoe maak ik me als club zichtbaar in het verkeer of hoe maak ik mijn sportevenement ook verkeersveilig? Eenvoudige informatiefiches presenteren regels voor wie individueel of in groep sport, aangevuld met handige tips of nuttige links. Wie toch met een verkeersongeval geconfronteerd worden, kan er ook terecht met verzekeringstechnische vragen of voor aanwijzingen. www.sportenverkeer.be

Grensoverschrijdend of grensverleggend? Het provinciedecreet uit 2005 zou een nieuw tijdperk inluiden voor de vijf Vlaamse provincies. Maar hebben de nieuwe kaders voor het provinciale beleid en de nieuwe beleidsinstrumenten die het decreet heeft aangereikt, effectief ook grenzen verlegd? Terwijl de gebiedsgerichte en interbestuurlijke samenwerking in zekere zin als grensoverschrijdend kan worden beschouwd, vormen de territoriale grenzen van de provincies en hun inhoudelijke invulling opnieuw het voorwerp van een woelig debat. Deze uitgave geeft alvast de aanzet door enkele belangrijke topics zoals de provinciaal-centrale relaties, strategievorming, beleids- en beheerscyclus onder de loep te nemen. De antwoorden tonen aan dat provincies zich in meer dan één domein grensverleggend tonen. H. Reynaert, T. Valcke, E. Wayenberg, Grensoverschrijdend of grensverleggend? De Vlaamse provincies uitgedaagd, uitgeverij Vanden Broele, Brugge, 2011, 44 euro

Lokaal I 16 oktober 2012 I 9


kort lokaal perspiraat

“Net als mijn schepenen schenk ik het grootste deel van mijn loon aan de gemeentekas. Per maand hou ik nog zo’n 675 euro over als burgemeestersloon. En dat vind ik loon naar werken.” Serge Louwet, burgemeester van Herstappe – De Morgen 28/9 “Grootschalige energieproductie in kerncentrales heeft zijn tijd gehad. De toekomst ligt in lokaal energiebeheer.” Joost Fillet van de Kontichse Dorpslijst Sander, die een eigen gemeentelijk energiebedrijf wil oprichten – De Standaard 28/9 “Een leefbare stad is een veilige stad, en een veilige stad is een stad met zo weinig mogelijk auto’s. Maar dat betekent dat je zure, weinig populaire maatregelen moet nemen. Dat je het autoverkeer in en naar de stad zo veel mogelijk moet ontmoedigen, bijvoorbeeld door geen parkeergarages meer aan te leggen in de stad. En dat je nog meer moet investeren in openbaar vervoer, maar ook in fietspaden, fietsrekken en de veiligheid van fietsers.” Verkeersdeskundige Johan De Mol (UGent) – De Morgen 27/9 “De kloof tussen inwoners en het gemeentelijk beleid groeit, maar de geloofwaardigheid verwelkt niet. Waarom? Wellicht vinden de burgers dat de betere bestuursprestaties (verkeersveiliger, groener en creatiever) het verlies aan participatie compenseren.” Socioloog Luc Huyse – De Morgen 25/9 “Ik zou het niet betreuren als de gemeenten de participatie in Electrabel Customer Solutions zouden inruilen voor meer investeringen in duurzame, groene projecten op gemeentelijk niveau.” Vlaams minister van Energie Freya Van den Bossche (SP.A) – De Tijd 25/9 “Blijkbaar worden de plattelandsbewoners [door hoogspanningsnetbeheerder Elia] beschouwd als tweederangsburgers die het gerust een paar uur zonder elektriciteit kunnen stellen, en dat ten bate van de stedelijke gebieden. Een kwartier stroomonderbreking in een grote stad zal veel meer besparen dan een paar uur op het platteland.” Burgemeester Bernard Heens (CD&V) van Heuvelland – De Standaard 24/9

10 I 16 oktober 2012 I Lokaal

Kinderarmoede: OCMW’s willen meer troeven in handen Er gebeurt lokaal al heel wat om kinderarmoede te bestrijden, maar een structurele bestrijding van armoede door Vlaanderen en de federale overheid zou veel meer zoden aan de dijk brengen. Laagste inkomens moeten omhoog en de leefloonwet moet meer rekening houden met de kinderen in een gezin. De OCMW’s moeten het lokale armoedebeleid meer kunnen sturen en meer personeel krijgen om alle dossiers zorgvuldig

te behandelen. Samenwerking moet een rode draad doorheen het beleid zijn. Dat is in een notendop de boodschap die de VVSG gaf op de projectenmarkt ‘Lokale kinderarmoede’ die minister Lieten op 25 september organiseerde. Lees de volledige VVSG-inbreng op onze website. nathalie debast

www.vvsg.be, nieuws, bericht van 25 september

Geen onthaalouders?

isabelle pateer

“Het vermoeden leeft dat lokale besturen toch eerder wantrouwig staan tegenover fuiven. (…) Ik hoop dat de nieuwe lokale besturen jongeren meer zullen betrekken in het fuifbeleid.” Bram Vermeiren van Steunpunt Jeugd – De Morgen 28/9

Lokale bestuurders moet je niet overtuigen van het feit dat onthaalouders een onmisbare schakel zijn om arbeid en gezin als werknemer te blijven combineren. En dat onthaalouders een bijzonder belangrijke en unieke vorm van kinderopvang realiseren, maar zelf nog altijd geen werknemersstatuut hebben. De vakbond LBC-NVK blijft ijveren om deze onrechtvaardigheid uit de wereld te helpen. Om de bevoegde ministers tot actie aan te zetten lanceert hij de campagne www.watalsergeenonthaalouderswaren.be en roept op de website te delen, het filmpje door te sturen, de petitie te ondertekenen en je eigen ervaringen te melden. ann lobijn

www.watalsergeenonthaalouderswaren.be

Kinderopvangzoeker getest in Hasselt De Vlaamse regering werkt aan lokale loketten kinderopvang en een kinderopvangzoeker om kinderopvangvragen van ouders te registreren, te behandelen en in kaart te brengen. Alle gezinnen die daar behoefte aan hebben binnen een redelijke termijn en op een redelijke afstand een betaalbare kinderopvangplaats van goede kwaliteit kunnen aanbieden: dat is een van de doelstellingen uit het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters. Met de Kinderopvangzoeker kunnen ouders hun kinderopvangvraag registreren. De zorgregio

Hasselt is door Kind en Gezin gekozen als proeftuin om de Kinderopvangzoeker te testen. Deze zorgregio bevat de gemeenten Alken, Beringen, Diepenbeek, Halen, Ham, Hasselt, Herk-de-Stad, Heusden-Zolder, HouthalenHelchteren, Kortessem, Lummen, Tessenderlo, Wellen en Zonhoven. De gemeenten, voorzieningen en ouders uit de proeftuin zijn hét klankbord voor de Kinderopvangzoeker. De

testperiode start in één gemeente op 1 januari 2013 en wordt stapsgewijs in de zorgregio uitgebreid tot begin 2014. Op basis van de bevindingen wordt de Kinderopvangzoeker bijgewerkt en de uitrol ervan naar heel Vlaanderen voorbereid. De invoering in heel Vlaanderen zal gebeuren nadat het decreet in werking treedt en start wellicht in 2014. ann lobijn


nieuws

Europa in 3 D

3 D staat voor: decentralisatie, democratie en development (ontwikkeling). Veel burgemeesters hielden een pleidooi om geen lipservice aan decentralisatie te belijden en waarschuwden voor een terugkeer naar centralisatie onder het mom dat problemen beter op nationaal vlak worden aangepakt. Tegelijkertijd beseffen zij dat steden en gemeenten voluit moeten gaan voor de burgernabijheid en naar de burgers moeten luisteren. Zoals Pilar Varela Díaz, burgemeester van het Spaanse Avilés, het verwoordde: ‘Door de financieeleconomische crisis en de gevolgen daarvan op het dagelijkse leven hebben veel burgers het vertrouwen in de politiek, in de instellingen verloren. Dat is een gevaarlijke situatie. Als burgemeester, als gemeente, moet je naast je burgers gaan staan, oplossingen zoeken en leiderschap tonen. Dat vraagt tijd en veel inspanningen, maar het is essentieel om het vertrouwen terug te winnen. ‘ Ilmar Reepalu, de burgemeester van Malmö, die gast stad was voor de editie van de Staten-Generaal van 2009, onderstreepte het belang van voluit te gaan

marlies van bouwel

Ongeveer 800 vertegenwoordigers van steden, gemeenten, provincies en regio’s uit 42 landen kwamen samen in Cádiz voor de 25ste Staten-Generaal van de CEMR, de Europese koepel van verenigingen waarvan de VVSG lid is.

Viviane Reding hield een vurig betoog voor meer samenwerking in Europa: alleen door de krachten te bundelen kan Europa de crisis te boven komen.

voor duurzaamheid omdat het jobs creëert in toekomst gerichte sectoren. Tijdens de bijeenkomst kwamen ook twee Europese commissarissen aan het woord. Viviane Reding, vice-voorzitter van de Europese Commissie hield een vurig betoog voor meer samenwerking in Europa, van en tussen alle overheidsniveaus omdat enkel een bundeling van krachten Europa uit de crisis kan halen. Van zijn kant riep commissaris Janusz Lewandowski, verantwoordelijk voor het Europees budget alle burgemeesters op om hun bij nationale overheden te pleiten voor een correcte discussie over de volgende Europese meerjarenbegroting (2014-2020). 94% van het Europese budget vloeit terug naar programma’s en

projecten in de lidstaten zelf. Die programma’s en projecten zijn een toegevoegde waarde en creëren een hefboomeffect voor essentiële investeringen in infrastructuur, onderzoek, innovatie, voorzieningen. ‘Denk aan jezelf, kom op voor je noden, klop aan bij je nationale vertegenwoordigers die in de Europese ministerraden de beslissingen over het budget nemen. Zorg ervoor dat de discussie over het Europese budget ordentelijk gevoerd wordt en niet wordt besmet door euroscepticisme.’ Het Meerjarig Financieel Kader (MFK) staat op de agenda van de Europese ministerraad van 22 en 23 november in Brussel. betty de wachter

www.ccre.org/en/actualites/view/2301

nix

Lokaal I 16 oktober 2012 I 11


de keus de mandataris

Er is leven na de politiek Chantal Pauwels, Dirk Erreygers en Ed Somers volgden de pas afgelopen lokale kiesstrijd met meer dan gewone belangstelling. Ze waren vroeger zelf lokaal politiek actief. Het heeft gekriebeld de voorbije maanden, dat zeker, maar spijt over hun afscheid hebben ze niet: er is leven na de politiek. tekst bart van moerkerke beeld stefan dewickere

C

hantal Pauwels was tijdens de vorige beleidsperiode schepen van informatie, communicatie, samenlevingsopbouw, sport en emancipatie in Antwerpen. Na de verkiezingen van 2006 die helemaal in het teken stonden van de tweestrijd Janssens-Dewinter raakte ze niet meer verkozen. Nu is ze zakelijk directeur van het Ballet van Vlaanderen. ‘Ik was als vrijwilliger al lang maatschappelijk actief, maar het was nooit mijn bedoeling om me partijpolitiek te engageren. Tot zwarte zondag in 1991. Ik kon niet aan de kant blijven staan. Ik werd districtsraadslid in Antwerpen voor Agalev, later voorzitter van de districtsraad en fractieleider in de gemeenteraad. In 2001 kreeg ik de fantastische kans om schepen te worden. Ik vond het heel fijn om voor mijn stad te kunnen werken. Je hebt de kleine realisaties, als antwoord op heel concrete vragen van inwoners, maar de schaal van Antwerpen is toch voldoende groot om projecten als de Lotto Arena, een ecologische zwemvijver of het Huis van het Nederlands te verwezenlijken.’

12 I 16 oktober 2012 I Lokaal

Ed Somers was twaalf jaar schepen van burgerlijke stand en bevolking voor Open VLD in Bilzen. De voorbije zes jaar zetelde hij als oppositieraadslid. ‘Mijn ene grootvader was burgemeester van Mopertingen, mijn andere van Rijkhoven. Op familiefeesten was de politiek een vast onderwerp van gesprek. In 1994 stond ik voor het eerst op de lijst. Ik werd meteen schepen en bleef dat twaalf jaar. Ik kijk er met heel veel voldoening op te-

Dirk Erreygers was pas 28 jaar toen hij in 1989 voor de CVP eerste schepen werd in Kalmthout. Hij werd er in 1992 burgemeester en bleef dat tot 2000. ‘Ik had het geluk dat de kaarten in april 1992 goed vielen. De CVP was voor de verkiezingen samengegaan met een scheurlijst, die de eerste drie jaar van de legislatuur de burgemeester mocht leveren. Er waren nog veel gevoeligheden tussen de oudere politici, ik kreeg als nieuweling in het college van iedereen het vertrouwen als burgemeester. Bij de verkiezingen van 1994 haalden we de absolute meerderheid. In 2000 verloren we die weer en ik heb er toen voor gekozen om geen burgemeester meer te zijn. Ik was toen nog zes jaar gewoon gemeenteraadslid in de meerderheid. Dat was

Ed Somers: ‘Als je meedoet aan de verkiezingen moet je de ambitie hebben om een mandaat op te nemen.’ rug. Als je burgerlijke stand en bevolking hebt, kom je met mensen uit alle lagen van de bevolking in contact. Je wordt geconfronteerd met problemen waar je anders geen weet van zou hebben en je kan helpen om oplossingen te bieden. Toen we in 2007 niet meer tot de meerderheid behoorden en ik oppositieraadslid werd, was dat toch een grote stap terug.’

moeilijk, want ik was van veel dossiers beter op de hoogte dan de leden van het college, ook die van mijn eigen partij. In 2006 ben ik niet meer opgekomen.’ Bladzijde omgeslagen Ze namen nog niet zo lang geleden belangrijke functies op in hun gemeente en ze zijn nog ver van de ‘pensioengerech-


tigde leeftijd’ maar toch zijn ze alle drie ex-politici. Ze zijn zelfs niet meer actief in hun partij. ‘De relatie met Groen! lag in 2006 al moeilijk, er was een verschil in visie,’ zegt Chantal Pauwels. ‘Ik ben loyaal gebleven tot na de verkiezingen maar toen ik niet meer verkozen was, heb ik volledig afscheid genomen van de politiek. Ik ben al zes jaar partijloos. Als zakelijk directeur van het Ballet van

Dirk Erreygers: ‘Ik kan het iedereen aanraden lokaal politiek actief te zijn.’ Vlaanderen is het ook beter neutraal te zijn. Maar ik blijf maatschappelijk betrokken. Bij het Ballet werken mensen van zestien nationaliteiten. Ik heb de EU-burgers onder hen aangemoedigd om zich te laten registreren voor de gemeenteraadsverkiezingen en te gaan stemmen. Uiteraard heb ik de campagne en de verkiezingen van heel dichtbij gevolgd, ze gaan over de toekomst van mijn stad en die van mijn kinderen.’ Ook Dirk Erreygers zat na de verkiezingen van 2000 niet meer op dezelfde lijn als de meerderheid van zijn partijgenoten. ‘Ik wou graag met de SP.a en Groen! in zee gaan, de meerderheid in de partij was voor een samengaan met de VLD. Daar kwam bij dat het statuut van burgemeester en schepenen ingrijpend veranderde. Ik ben tijdens mijn burgemeesterschap altijd blijven werken als advocaat. Ik was overdag in Antwerpen op kantoor, ’s avonds in het gemeentehuis. Dat kon niet anders, mijn maandelijkse vergoeding als burgemeester was minder dan 1000 euro. Die manier van werken had voordelen: we waren als college verplicht ons toe te leggen op de grote lijnen, de ambtenaren deden het voorbereidende werk, zonder dat wij steeds op hun vingers stonden te kijken. Toen duidelijk werd dat de vergoeding van de burgemeester door de statuutwijziging vanaf 2011 voor Kalmthout plots 2,5 tot drie keer hoger zou komen te liggen, moest ik kiezen. Het menings-

verschil binnen de partij maakte dat makkelijker: ik zou niet langer burgemeester zijn. Moest ik dan wel gemeenteraadslid blijven? Achteraf gezien, had ik het misschien beter niet gedaan. Ik was mogelijk tijdens de eerste jaren wat te veel schoonmoeder voor de nieuwe bestuursploeg. Ook al maakte ik deel uit van de meerderheid, ik hield niet altijd mijn mond in de raad. Aan de andere kant, ik had van alle kandidaten van alle partijen veruit de meeste voorkeurstemmen, ik wilde eerlijk zijn tegenover mijn kiezers door in de raad te zetelen. Zes jaar later lag dat anders. De partij is me zelfs niet komen vragen of ik nog op de lijst wou staan. Het was voorbij.’ Zes jaar als gemeenteraadslid in de oppositie maakte het voor Ed Somers makkelijker om de politiek vaarwel te zeggen. ‘Toen ik schepen was, begon mijn vastgoedbedrijf te boomen. De voorbije jaren kon ik er als raadslid veel

zaakte veel commotie in de gemeente en ik ben dus vlug op mijn beslissing teruggekomen. Gelukkig maar, want ik houd aan die jubilea fantastische herinneringen over. De verhalen die je hoort, de ontroering, het zijn zaken die je meeneemt. Het is een privilege dat ik bijna tien jaar burgemeester ben geweest.’ Chantal Pauwels is het daar helemaal mee eens. ‘Ik heb respect voor de mensen die op een lijst staan en verantwoordelijkheid opnemen. Iedereen die voor een democratische partij opkomt, zal ik blijven aanmoedigen. Mensen hebben me vaak gevraagd of ik na 2006 niet blij was dat ik er vanaf was. Ze verwezen dan naar de Visa-affaire om aan te geven hoe hard de politiek toch is. Maar het bedrijfsleven is ook keihard. Als schepen had ik een periode van zes jaar, dan kan je iets plannen, iets verwezenlijken. In de privésector is zes jaar een eeuwigheid. Wie heeft voor zo’n lange periode

Chantal Pauwels: ‘De politiek is hard, maar het bedrijfsleven is dat ook. Het grote verschil is de media-aandacht.’ meer tijd in steken, nu kies ik voor mijn professionele leven. Als je meedoet aan de verkiezingen moet je de ambitie hebben om een mandaat op te nemen. Dat kan nu niet meer en daarom sla ik de bladzijde om.’ Een privilege Hoewel hun politieke carrière lang niet altijd over rozen liep, is hun globale evaluatie zonder meer positief. Dirk Erreygers: ‘Een collega op kantoor is schepen in Schilde, een andere is gemeenteraadslid in Zandhoven. Ik moedig hen daarin aan. Het is een kans die je moet grijpen, ik kan het iedereen aanraden lokaal politiek actief te zijn. Je doet er enorm veel ervaring op, je leert veel bij, je krijgt dossiers in de vingers. Het gaat ook over kleine dingen. Toen ik pas burgemeester was, vond ik het belachelijk om naar huwelijksjubilea te gaan. Ik liet dat over aan een oudere schepen. Dat veroor-

werkzekerheid? Het grote verschil is de media-aandacht, de schijnwerpers waaronder je in de politiek moet werken. De impact daarvan wordt onderschat.’ Veel vaardigheden die hij in de politiek leerde, komen Ed Somers nu van pas in het bedrijfsleven. ‘Hoe kan je een programma realiseren? Hoe zorg je ervoor dat jouw dossier het haalt als er keuzes gemaakt moeten worden? Hoe onderhandel je? Hoe werk je samen? Dat zijn zaken die de politiek me heeft bijgebracht.’ Chantal Pauwels vult aan: ‘Of je nu schepen of zakelijk directeur bent, je moet een visie hebben. Wat doe je, wat doe je niet? En waarom? Je moet daar helder en duidelijk over communiceren. Ook het zoeken naar een compromis, het luisteren naar elkaar heb je evengoed nodig in de politiek als het bedrijfsleven.’ Bart Van Moerkerke is redacteur van Lokaal

Lokaal I 16 oktober 2012 I 13


bestuurskracht interview Carola de Vree

‘ Betrek de burger al bij de voorbereiding van het plan.’ ‘Als je een burger met een mooi idee links laat liggen, creëer je weerstand en ligt er binnen de kortste tijd een klacht. Je kunt ook met die burger en zijn mooie idee aan de slag gaan en er een mooi plan van maken,’ zegt Carola de Vree. tekst marlies van bouwel beeld stefan dewickere

Het filmpje met Carole de Vree vindt u op www.vvsg.be.

‘Voor ik hoofd communicatie van de gemeente Delft werd, was ik hier nog nooit geweest,’ zegt Carola de Vree in het historische pand aan de Oude Delft dat haar bedrijf Publiec betrekt. Als op een schilderij van Vermeer schijnt de zon in de lichte werkkamer. Na meer dan zes jaar ervaring in Delft en dan nog eens meer dan drie jaar bij het Rijk, werkt Carola de Vree tachtig procent van haar tijd met gemeenten en bijna twintig procent met provincies, daarnaast nog een beetje voor de Nederlandse rijksoverheid, de waterschappen en politieorganisaties. Ze geeft aan projectleiders en bestuurders vooral workshops en trainingen in het communicatiever maken van hun project zodat dit meer kans op slagen heeft. Wat betekent dat ‘communicatiever maken van projecten’? ‘Omdat het belangrijk is dat een project slaagt in de ogen van de burgers, maar ook in die van de bestuurders, moet je vooraf vastleggen wanneer je project zal slagen. We werken met de factor C-methode, een manier van werken bij Nederlandse overheidsorganisaties waardoor projectleiders meer verstand van communicatie krijgen zodat ze zelf hun communicatie kunnen voorbereiden en uitvoeren. Dat is niet meer de rol van de communicatieafdeling, die

14 I 16 oktober 2012 I Lokaal

zal de projectleiders begeleiden zodat ze zelf een oplossing vinden. Dat vergt natuurlijk wel een cultuurverandering binnen je organisatie. Er horen stappen en tools bij die ik leerde kennen toen ik bij het Rijk ging werken. Ik zag dat het de beleidsmakers wakker maakte en hielp. Het was toen enkel beschikbaar voor de rijksoverheid en met de rijksoverheid, de VNG en enkele gemeenten hebben we het beschikbaar gemaakt voor gemeenten en provincies. Ik bied het aan als training omdat ik zag dat daaraan een behoefte bestond. Bovendien kende ik de wereld van de gemeenten goed en dacht ik dat het er succesvol zou kunnen zijn omdat de burger toch nog dichter bij de gemeente staat dan bij het Rijk en dat een gemeentebestuurder bij communicatiefouten harder wordt afgestraft.’ Welke communicatiefouten maken gemeentelijke bestuurders vooral? ‘Laat ik eerste zeggen dat er ook heel veel goed gaat, maar de grootste communicatiewinst valt te boeken bij het winnen van vertrouwen tussen overheid en burger of andere organisaties. Voor de overheid zijn die burgers en organisaties in het slechtste geval wezens zonder kennis van zaken. En dat terwijl bewoners dikwijls wel een opleiding hebben genoten, een


Carola de Vree: ‘De grootste communicatiewinst valt te boeken bij het winnen van vertrouwen tussen overheid en burger of andere organisaties.’

Lokaal I 16 oktober 2012 I 15


bestuurskracht interview Carola de Vree

vak uitoefenen en ideeën hebben die je als bestuurder op een slimme manier kunt gebruiken. Als je je burgers vertrouwt kan dat iets goeds opleveren.’ ‘Ik begrijp die ambtenaar wel die vier jaar heeft doorgeleerd voor stedenbouwkundige en daarom niet geneigd is de burgers te vragen hoe het openbare gebied moet worden ingericht. Maar wie kent dat gebied het beste? Wie weet beter dan de toekomstige inwoners van een nieuwe wijk wat ze nodig hebben? Een ambtenaar moet dus durven loslaten.’ ‘Factor C gaat over hoeveel invloed je wilt en kunt weggeven aan anderen. Niet altijd willen bestuurders dat. Er zijn nog altijd bestuurders die vinden dat ze tijdens de verkiezingen de stem van de burger hebben gehoord en daarna mogen bepalen wat er zal gebeuren.

‘Niet de mensen die het hardste schreeuwen, hebben altijd de meeste belangen bij een project. Als bestuurder moet je erop letten dat je de mensen met echte belangen in het proces ook belangrijker maakt.’ Maar bestuurders hebben geen glazen bol, ze weten niet hoe projecten zullen uitdraaien en bovendien is om de vier of zes jaar aan burgers vragen of je het goed doet, veel te weinig.’ ‘Om efficiënt te kunnen werken heb je voor je projecten een draagvlak van de burgers nodig. Dus moet je iets met de omgeving en vooral met de mensen in die omgeving doen. Het is een teken van kracht om je oor te luisteren te leggen of zelfs om mensen de ruimte te geven om hun eigen plannen te maken en uit te voeren. En dat kun je in mindere of in meerdere mate doen, volgens de treden van de participatieladder.’ Legt u even die participatieladder uit? ‘In hoeverre leg je invloed bij de anderen? In welke mate betrek je de burgers, de inwoners bij je beleid? Onder aan de ladder zit de informatieavond, de mooie folder, de website boordevol informatie. Omdat een overheid niet alle wijsheid in pacht heeft, kan ze via De participatieladder een enquête de mee beslissen bewoners raadplegen, mensen coproduceren in panels zetten adviseren om te zien of wat het bestuur denkt raadplegen klopt. Dat is al een informeren hele lichte vorm van laten mee-

16 I 16 oktober 2012 I Lokaal

kijken. Als je nog een trede stijgt op de participatieladder ga je vragen stellen: “Uit welke van deze drie scenario’s zou u kiezen?” Dat is advies vragen aan verschillende partijen. Een bestuur dat hiervoor kiest, moet nadien wel heel duidelijk uitleggen waarom het eventueel een andere keuze maakt.’ ‘Het vierde niveau is het coproduceren, je laat de plannen ook door anderen dan de overheid maken. De burgers mogen mee scenario’s opstellen. Dat vraagt meer tijd en je geeft hun meer invloed. Hoe hoger je op de ladder komt, hoe lastiger het wordt om als overheid de ideeën van de burgers naast je te leggen. De laatste stap is dat je burgers vraagt plannen te tekenen en te beslissen en dat jij als bestuur uitvoert wat is beslist.’ Kent u daar voorbeelden van? ‘Toen ik nog in Delft werkte, verkocht de gemeente aandelen in een energiebedrijf. Voor dat bedrag, 115 miljoen gulden, werd aan de inwoners gevraagd welke projecten ze in de stad gerealiseerd wilden zien. Zo’n project moest aan een aantal voorwaarden voldoen, ook financieel moest het plaatje kloppen. Massaal hebben de mensen meegedaan, in de stemronde was er een opkomst van 42 procent, wat echt hoog is. De tien projecten met de meeste stemmen werden uitgevoerd, ook als de stadsbestuur daar eerst andere ideeën over had zoals de skateramp.’ ‘Een wijkbudget is een ander voorbeeld waarbij wijkbewoners zich kunnen organiseren en binnen randvoorwaarden zelf bepalen waaraan ze een budget besteden. Dat is een vorm van medebestuur binnen kaders.’ Hoe moet een bestuurder beginnen te kiezen in al die mogelijkheden? ‘Je moet eerst kijken welke belangen er spelen. Wie grote belangen heeft, zou je meer invloed kunnen geven. Heel dikwijls zie je partijen die veel invloed hebben terwijl hun belang klein is. Niet de mensen die het hardste schreeuwen, hebben altijd de meeste belangen bij een project. Als bestuurder moet je erop letten dat je de mensen met echte belangen in het proces ook belangrijker maakt. Tijdens een project blijken andere mensen belangen te hebben dan ze vooraf dachten. En wanneer jij als bestuurder een goed idee van een belanghebbend persoon naast je neerlegt en er niet naar luistert, wordt dat algauw een klacht. Terwijl als je deze mensen van tevoren laat denken en plannen laat maken, mooie ideeën kunnen uitmonden in mooie plannen.’ ‘Bestuurders moeten dus vooraf nadenken: wat is het onderwerp, met welke omgeving ga ik aan de slag? Dat hangt af van de bestuurlijke agenda: waar liggen mensen wakker van? Wat raakt veel mensen? Investeer meer in de communicatie als belangen groter zijn.


Tien wetten voor bestuurders die de politieke agenda realiseren 1. Werk niet alleen vanuit aannames, maar zoek de feiten. 2. Houd verbinding met de kiezer. 3. Werk alleen met ‘goede ambtenaren’. 4. Accepteer geen verhalen die je niet snapt. 5. Zichtbaarheid werkt alleen als ze gericht is. 6. Maak het jezelf niet te moeilijk als het gemakkelijk kan. 7. Communicatie is kiezen. 8. Stop met communicatiebombardementen. 9. Vertrouw niet te veel op je ‘inner circle’. 10. Incasseer succes en doe aan beleidsbeëindiging.

Vooraf kun je er nog op sturen en kun je het proces op een goede manier ontwerpen. Hoe zie je ook je eigen plek, hoe profileer je je als bestuurder in dat proces? Als bestuurder heb je daarin wat te kiezen. Als iets heel politiek geladen is omdat je als groene politicus voor duurzaamheid staat, dan kun je daar ook intensief over communiceren en je heel zichtbaar opstellen. Je kunt dus kiezen waar je voor gaat staan en hoe zichtbaar je wilt zijn.’ Wil dat zeggen dat een bestuurder over moeilijke beslissingen het best zo min mogelijk communiceert? ‘Als het lastiger wordt omdat het beleid in negatieve zin mensen zal raken, is het goed om stevig voor de keuzes te gaan staan die je maakt. Geef bijvoorbeeld mensen de ruimte om voorstellen te doen om de nadelen van de beslissing te beperken. Of betrek hen in de zoektocht naar oplossingen voor je dilemma. Het is de manier waarop je met slecht nieuws omgaat die bepaalt hoe je iets kunt realiseren’. ‘Vaak wordt een klankbordgroep ingericht waarin enkel medestanders zetelen. Daarmee hou je je voor de gek, het is veel beter er ook mensen in te zetten die tegen je plannen zijn, dat houdt je veel scherper en dan krijg je veel meer argumenten. Enkel met vrienden aan tafel zitten is niet verstandig.’ Hoe kun je als bestuurder je politieke agenda realiseren? Volgens uw website bestaan daar tien wetten voor. ‘Het gaat om veel communiceren, maar te veel is ook niet goed, zorg niet voor een communicatiebombardement, vooral niet als het op den duur nergens meer over gaat. Dan haken mensen af. Gericht vertellen is beter.’

‘Wet 1 luidt dat je zo min mogelijk uit aannames moet werken: soms begrijpen mensen niet dat er een probleem is of is er voor hen geen probleem. Zo wil de gemeente in mijn buurt het vergunningsparkeren invoeren, daarvoor kreeg ik een enquête. De eerste vraag peilde naar mijn ervaring met parkeerproblemen. Die had ik niet, maar de tweede vraag ging over welke uren dat er dan een vergunning moest gelden en hoeveel bezoekerskaarten ik wilde. Wat bleek? In mijn buurt is er vooral een parkeerprobleem rond 16 uur, maar ik ben er dan nooit, dus voor mij zijn er geen problemen. Waarom zou ik dan voor bepaalde oplossingen kiezen? Op die manier creëer je weerstand want het lijkt dat de overheid op zoek is naar geld in plaats van naar een oplossing voor een echt probleem.’ Volgens u mag een bestuurder alleen met goede ambtenaren werken? ‘Een slechte ambtenaar is iemand die achter zijn bureautafel beleid ontwikkelt en uitvoert. Daar mag je de ambtenaren op aanspreken. Stel jezelf op de plaats van de burger over wie een plan wordt uitgestort. Het is beter te kijken waar er kennis is. Wij moedigen aan om meer te sturen. In de competenties van ambtenaren moeten ook communicatievaardigheden zitten. Iemand zonder voelsprieten is geen goede ambtenaar, iemand die niet buiten komt evenmin.’ ‘Je moet ook de goede communicatievorm kiezen: nieuwe dingen durven doen, websites bouwen maar ook kijken waar de burger komt. Misschien komen mensen dagelijks samen in de supermarkt en kun je hen beter daar aanspreken dan op allerlei andere fora.’ ‘Mix, kijk naar de effectiviteit en investeer niet in een website voor een doelgroep die nauwelijks op het internet zit. Als je je richt op een wijk waar mensen niet goed kunnen lezen, ga dan spreken. Vaak kiezen we voor de vorm die we zelf het prettigst vinden, maar je moet aan je doelgroep denken. Als vrijwilliger werk ik in Delft met een groep mensen die een arbeidshandicap hebben en die de gemeente advies mogen geven. Op gewone vergaderingen komen deze mensen niet goed uit de verf. Dus probeer ik hen met andere werkvormen uit te dagen zodat ze zeggen wat ze te zeggen hebben. We brainstormen, we werken met plakkertjes of na een sessie zwartkijken en mopperen lassen we een sessie witkijken in. Elk negatief punt heeft een positieve keerzijde en dat levert mooie adviezen op.’ ‘Voor saaie avondvergaderingen hebben weinig mensen tijd en zin of ze vinden het moeilijk om daar hun opinie te verwoorden. Vooral als je hoort dat de helft in de zaal tegen is, probeer dan maar je argument pro hard te maken. Dan is een gesprek beter of een enquête. Hoe dikwijls worden mensen niet uitgenodigd voor een

Lokaal I 16 oktober 2012 I 17


bestuurskracht interview Carola de Vree

klankbordgroep maar daarna nooit meer geïnformeerd over de gang van zaken? Of ze mogen meedoen aan een stuurgroep en denken dat ze beslissingsbevoegdheid krijgen maar meestal is het een stuurgroep zonder stuur.’ Het gaat er dus vooral om erop te vertrouwen dat burgers de beste ideeën hebben? ‘Er bestaan heel veel meningen. Als bestuurder kun je daarvan weglopen of je kunt dat positief benaderen want het betekent ook veel denkkracht, veel mogelijke ideeën. Als je vooraf nadenkt over hoe je de kennis van mensen kunt inzetten, krijg je een ander proces. Denk dus vanuit de burger, ga in zijn schoenen staan. Als je verder kunt gaan, moet je dat altijd doen. Al geloof ik er ook niet in dat alle burgers te activeren zijn. Dat is niet zo. Maar

‘Vaak wordt een klankbordgroep ingericht waarin enkel medestanders zetelen. Het is veel beter er ook mensen in te zetten die tegen je plannen zijn, dat houdt je veel scherper en dan krijg je veel meer argumenten.’ gebruik mensen met andere ideeën en laat hen eerst het probleem zoeken voor ze naar een oplossing op zoek gaan. Betrek hen dus bij je agenda. Factor C doet niet aan beleidsreparatie maar aan beleidspreparatie.’ ‘Voor gemeenten en bestuurders die aandacht hebben voor ideeën van hun burgers wordt het leuker om dat contact met de burgers te zoeken. Die eerste avond zal iedereen eraan moeten wennen dat er nog geen kant-enklaar project ligt, maar hoe meer je dat doet, hoe meer het vertrouwen zal groeien en hoe leuker het wordt. Zo moeten twitterende bestuurders ook gewoon eens een vraag durven stellen of hun volgers raadplegen over een moeilijk dilemma. Want de vraag luidt: wie vindt de burger een sterke bestuurder: wie veel informatie uitzendt of wie een vraag stuurt?’ Marlies van Bouwel is hoofdredacteur van Lokaal

Antwerpen 22 november Najaarscongres Kortom Communicatie wordt steeds belangrijker, ook voor een overheid. Hoe krijgt communicatie een meer strategische plaats? Hoe kun je communicatie op een hoger niveau in de organisatie tillen? De weg naar een converserende overheid is nog lang, maar biedt wel veel mogelijkheden. Tijdens dit congres zoeken we naar de mogelijkheden om ook het ongebruikte potentieel te benutten en de organisatie als geheel communicatiecompetent te maken. Naast Carola de Vree spreken ook communicatiespecialisten Steven Van Belleghem, Stefaan Van Mulders en Noelle Aarts. www.kortom.be

18 I 16 oktober 2012 I Lokaal

Plattelandsgemeenten zijn het slachtoffer van een hardnekkige beeldvorming als zouden het bestuur en beleid daar van mindere kwaliteit zijn. Het onderzoek rekent hiermee af.


bestuurskracht plattelandsbeleid

Plattelandsgemeente niet altijd minder bestuurskrachtig Zijn plattelandsgemeenten per definitie minder bestuurskrachtig? Het antwoord is ‘neen’. Maar er is wel een groter spanningsveld tussen capaciteit en opdracht. Althans, dat zegt het eindrapport van de ‘Bestuurskrachtmeting voor plattelandsgemeenten’ dat in augustus werd gepubliceerd. Een sterk geapprecieerd project dat de Vlaamse Landmaatschappij, onder impuls van de VVSG, begin 2009 opzette. Het onderzoek doet ook een reeks aanbevelingen aan de plattelandsgemeenten en de Vlaamse overheid. tekst liesbet belmans beeld daniel geeraerts

M

et deze meting wilde Vlaanderen aan een oplossing werken voor de problemen die kleine, landelijke gemeenten ondervinden met bestuurskracht. Precies vanwege hun landelijkheid kampen plattelandsgemeenten met specifieke problemen. Ze zijn dunbevolkt, uitgestrekt en fiscaal arm en daardoor minder bestuurskrachtig dan ze zouden wensen. Bovendien hebben ze grote opdrachten in het uitgestrekte buitengebied, zoals het onderhoud van landbouwwegen, waterzuivering of landschapsbeheer. Het Instituut voor de Overheid (KULeuven) en de Onderzoeksgroep Management & Bestuur van de Universiteit Antwerpen voerden de meting uit. Het doel van deze bestuurskrachtmeting was dat plattelandsgemeenten van elkaar leren hoe bestuurskrachtproblemen zich aandienen en wat ze daar zelf aan kunnen doen. De deelnemende gemeenten kregen de kans ideeën en methodieken uit te wisselen en van elkaars interessante praktijken te leren. Het project was dus geen audit of organisatiedoorlichting en het was ook niet bedoeld om een ranglijst van gemeenten op te stellen. Aan de oefening werden ook geen consequenties gekoppeld, bijvoorbeeld op het gebied van financiering. De bestuurskrachtmeting werd opgevat als een pilotproject. Er werden veertien gemeenten aangeschreven met de vraag te participeren. Ze werden geselecteerd op basis van de fiscale draagkracht en de open ruimte, de Dexiaclusters en

de spreiding over Vlaanderen. Dat leverde volgende deelnemers op: Merksplas, Vorselaar, Halen, Riemst, Bocholt, Kortenaken, Wachtebeke, Knesselare, Maarkedal, Sint-Laureins, Diksmuide, Alveringem, Langemark-Poelkapelle en Heuvelland. Een dag op bezoek bij de collega’s De bestuurskrachtmeting bestond uit drie fases: een monitor om enkele gegevens te verzamelen, een visitatie en een leertraject. Om de drempel voor de deelnemende gemeenten zo laag mogelijk te houden werd er in de monitorfase slechts een beperkte vragenlijst voorgelegd. Die peilde naar de opmaak van beleidsplannen en de beleidsrapportage, de inspraakmogelijkheden en communicatie, de personeelsformatie en het personeelsbeleid, de kwaliteit van de dienstverlening, het management, formules als PPS en IGS, en een aantal getallen betreffende ruimtelijke ordening, milieu, welzijn en vrije tijd. Na verwerking van al deze gegevens kreeg elke gemeente een bestuurskrachtschets overhandigd. Daarin kon men vaststellen op welke punten er raakvlakken of verschillen waren met de andere deelnemers, met de eigen Dexiacluster en waar relevant met de 308 Vlaamse gemeenten. In een tweede fase kreeg elke gemeente een visitatiecommissie op bezoek, samengesteld uit onderzoekers, de VVSG en telkens twee deelnemende gemeenten. Elke gemeente kreeg – via een lid van het college en een ambtenaar – de

kans bij twee andere deelnemende plattelandsgemeenten op bezoek te gaan. De visitatie besloeg een hele dag. Steevast werden er gesprekken gevoerd met voorzitters van adviesraden, administratie, managementteam en college van burgemeester en schepenen. Na de visitatie ontving elke gemeente een bestuurskrachtprofiel dat individueel met elke gemeente werd besproken. Ten slotte volgde er een leertraject. Tijdens workshopsessies waarin specifieke thema’s werden uitgediept, stond uitwisseling van ervaring en praktijken centraal. Daarmee kunnen de gemeenten zelf aan de slag binnen hun bestuur. Gemeenten die met gelijkaardige problemen worstelen, vonden een gesprekspartner voor toekomstige uitwisseling. Niet per definitie minder bestuurskrachtig In augustus 2012 werd het eindrapport gepubliceerd. Daarin presenteren de onderzoekers conclusies en doen ze aanbevelingen aan de plattelandsgemeenten en de Vlaamse overheid om de bestuurskracht te verbeteren. Zijn plattelandsgemeenten nu per definitie minder bestuurskrachtig dan andere gemeenten? Het antwoord is ‘neen’. Plattelandsgemeenten zijn het slachtoffer van een hardnekkige beeldvorming als zouden het bestuur en beleid daar van mindere kwaliteit zijn. Het onderzoek rekent hiermee af. Bestuurskracht, bekeken vanuit de verhouding tussen capaciteit en opdracht, is geen typisch

Lokaal I 16 oktober 2012 I 19


bestuurskracht plattelandsbeleid

probleem voor plattelandsgemeenten. Integendeel, er werden veel voorbeelden van goed bestuur en beleid vastgesteld. Maar er is wel een groter spanningsveld tussen capaciteit en opdracht in plattelandsgemeenten, doordat er een structureel beperktere capaciteit voorhanden is (fiscale draagkracht) en/of doordat bepaalde taken in plattelandsgemeenten zwaarder doorwegen (samenhangend met de uitgestrektheid van het grondgebied). De onderzoekers bevelen dan ook aan dat Vlaanderen de plattelandsgemeenten financiële ondersteuning biedt, of-

en rolafbakening. De opmaak van een gedragen afsprakennota tussen college en managementteam kan daar ondersteuning bij bieden. Om de interne machine draaiende te houden is investeren in duidelijke en voldoende interne communicatie cruciaal. Het is de olie die het raderwerk soepel doet draaien. Zowel voor politiek-ambtelijke afstemming als met het oog op de samenwerking en coördinatie tussen diensten. Bovendien moet een plattelandsgemeente niet alleen intern aan bestuurskracht werken. Het eigen netwerk biedt ook kansen om vooruit te gaan. Blijvend

De intensieve formule van visitatie gaf zowel de onderzoekers als de gemeenten inzicht in de werking en de verbeterpunten. wel via het gemeentefonds ofwel via een plattelandsfonds, om dat grotere spanningsveld tussen capaciteit en opdracht te kunnen overbruggen. Aanbevelingen Elke gemeente kreeg specifieke aanbevelingen. Het is aan de gemeente zelf om deze om te zetten in verbetertrajecten. Daarnaast zijn er ook een aantal belangrijke aandachtspunten voor alle deelnemende plattelandsgemeenten. Bestuurskracht heeft vaak te maken met het tijdig, proactief en gericht inspelen op lokale behoeften. Om dat te kunnen realiseren moet de interne organisatie goed werken. Aan de basis ligt een visie op lange termijn. Dat moet het uitgangspunt zijn om coherent en consistent keuzes te maken. Een goed uitgewerkt, hedendaags organogram is bijvoorbeeld een absolute noodzaak voor een slagkrachtige werking. Hoewel plattelandsgemeenten over een beperkte personeelsploeg beschikken, kan door het clusteren van diensten en door het combineren van taken veel bereikt worden. Het managementteam kan vandaag nog sterker beleidsvoorbereidende taken op zich nemen. Veel gemeenten, ook plattelandsgemeenten, zoeken nog naar een adequate samenstelling

20 I 16 oktober 2012 I Lokaal

ideeën en praktijkervaringen uitwisselen met andere gemeenten draagt daar zeker toe bij. Zoeken naar efficiëntiewinsten moet een permanent aandachtspunt zijn. Kostprijsberekeningen, kosten-batenanalyses, overleg binnen de gemeenten maar ook met andere gemeenten zijn zinvol om gefundeerde keuzes te maken in het gemeentelijk beheer en bij kansen tot samenwerking. Een verdere samenwerking van gemeente en OCMW kan zulke efficiëntiewinsten opleveren, maar is evenzeer belangrijk voor een doeltreffender beleid. Niet alleen op het gebied van intern management werden gemeenschappelijke knelpunten gevonden, ook beleidsmatig keerden enkele uitdagingen steeds terug. Het vraagstuk hoe plattelandsgemeenten moeten omgaan met het groot aantal kernen/dorpen op het grondgebied, blijft bij veel deelnemende gemeenten nog onbeantwoord. Ook het woonbeleid en het creëren van een voldoende aanbod aan kinderopvang stellen de plattelandsgemeenten op de proef. In het rioleringsstelsel zullen zware investeringen moeten gebeuren. Vlaanderen: flexibele formules Ten slotte geven de onderzoekers ook een aantal suggesties aan de Vlaamse over-

heid die kunnen bijdragen aan bestuurskrachtige plattelandsgemeenten. Dit project toont aan dat het verzamelen van cijfers over de gemeenten een onvoldoende accuraat beeld van de bestuurskracht oplevert. Precies de intensieve formule van visitatie gaf zowel de onderzoekers als de gemeenten inzicht in de werking en de verbeterpunten. Meer plattelandsgemeenten zouden hieraan moeten kunnen deelnemen. Verder moet Vlaanderen er alles aan doen om een doorgedreven samenwerking tussen OCMW en gemeente mogelijk te maken. En om intergemeentelijk meer samen te werken moeten gemeenten dan weer de kans krijgen om via flexibele formules naar behoeven hun capaciteit te verhogen. Een echte aanrader Aan het einde van dit project bleken alle veertien gemeenten tevreden over hun deelname. Ieder van hen zou ook andere plattelandsgemeenten aanraden om het hele traject eens te doorlopen. Vooral de mogelijkheid om te leren van andere gemeenten, om eens over het muurtje te kijken, werd sterk geapprecieerd. Voor sommige gemeenten bleek dit project te bevestigen dat ze inderdaad op de goede weg zitten. Anderen hebben het moment aangegrepen om het over een andere boeg te gooien. Het bezoek van de visitatiecommissie creëerde een engagement, het sprak medewerkers en politici aan om zaken eens vanuit een andere invalshoek te bekijken en er opnieuw mee aan de slag te gaan. In 2013 en 2014 organiseert de Vlaamse Landmaatschappij samen met de VVSG opnieuw twee bestuurskrachtmetingen, telkens voor vijftien gemeenten. Over enkele maanden kunnen alle plattelandsgemeenten zich kandidaat stellen. Liesbet Belmans is VVSG-stafmedewerker plattelandsbeleid

Het volledige eindrapport is te lezen op www.ipo-online.be


praktijk

HALLE - Het taalbeleid van het OCMW Halle helpt mensen over de drempel. Met dit beleid heeft het OCMW-personeel een leidraad om te communiceren met anderstalige klanten die het Nederlands niet goed beheersen, en hun tegelijkertijd doeltreffende hulp te verlenen.

Hebt u een inspirerend project, een doeltreffende maatregel of een efficiënte werkwijze voor lokale besturen? Maak het bekend via www.vvsg.be, knop praktijken lokale besturen.

OCMW-taalbeleidsplan verenigt hulpverlening en gebruik van het Nederlands

I

n het OCMW Halle liep gedurende drie jaar een pilotproject om een antwoord te zoeken op de vraag van het personeel hoe het op taalvlak moet omgaan met anderstalige klanten. Uit een samenwerking met het Huis van het Nederlands, het Centrum voor Basiseducatie en het personeel is een taalleidraad en taalbeleid ontstaan. De taalleidraad bevat concrete lijnen over de omgang met anderstaligen. Het begin en het einde van een gesprek verloopt altijd in het Nederlands omdat het OCMW een Nederlandstalige organisatie is. Als het gesprek te technisch of te gevoelig wordt, kunnen personeelsleden wel overwegen om een andere taal te gebruiken. Het taalbeleid moet intern het gebruik van het Nederlands stimuleren en extern het Nederlands als omgangstaal versterken. Hoewel de hulpvraag centraal staat, wordt het OCMW zo ook een oefenplaats voor het Nederlands. Nederlands speelt voor OCMW-cliënten niet alleen een cruciale rol in de begeleiding van hun kinderen op school en bij hun sociale integratie. De kans op werk vergroot ook aanzienlijk wanneer mensen een basiskennis Nederlands hebben.

Pilotproject met professioneel advies Het testproject voor taalbeleid begon in 2008 binnen het departement welzijn van het OCMW onder leiding van OCMW-secretaris Katleen Evenepoel die op dat ogenblik aan het hoofd van de sociale dienst stond. De taalwerkgroep formuleerde met het Huis van het Nederlands een eerste aanzet tot de taalleidraad en onderzocht hoe het OCMW-jargon vereenvoudigd kon worden. Moeilijke woorden zoals leefloon werden vervan-

gen door een eenvoudige omschrijving ‘loon om van te leven’, het woord belasting werd vervangen door taks. Documenten werden gecontroleerd op moeilijk taalgebruik en in eenvoudige taal herschreven. Het personeel van de dienst Welzijn kreeg een vorming over een helder en eenvoudig taalgebruik. In 2010 nam het OCMW een taalcoach in dienst in het kader van het project meePRATEN op het werk dat beantwoordde aan de voorwaarden van de subsidieprojectoproep Managers van Diversiteit van minister Geert Bourgeois. De taalcoach was een medewerkster van het Centrum voor Basiseducatie en ondersteunde alle OCMW-medewerkers in hun omgang met de Nederlandse taal. Ze hield toezicht op het systematisch gebruik van het Nederlands op de werkvloer, gaf individuele begeleiding en vorming en reikte technieken en methodieken aan zodat leidinggevenden het Nederlands en de taalleidraad toegankelijker konden maken voor hun medewerkers. Sinds januari 2011 heeft het OCMW een taalcoördinator in dienst die het taalbeleid en -project zowel intern als extern ondersteunt. Astrid De Schrijver legt uit: ‘Taalbeleid kan alleen slagen als alle afdelingen binnen de organisatie erachter staan. Om dit te bereiken organiseren we taalacties op alle niveaus: voor anderstalige medewerkers, Nederlandstalige medewerkers, per specifieke werkcontext, voor het leidingge-

Het OCMW van Halle wil laag taalvaardige bewoners helpen Nederlands te leren door hun spreekkansen en taalondersteuning te bieden.

Lokaal I 16 oktober 2012 I 21


praktijk

Astrid De Schrijver, coördinator Taalbeleid OCMW Halle, T 02-363 85 22, astrid.deschrijver@ ocmwhalle.be, www.ocmwhalle.be

vende team en voor het managementteam. Wat het externe luik betreft staat goede begeleiding van de OCMW-cliënten centraal. Het OCMW van Halle wil laag taalvaardige inwoners helpen Nederlands te leren door hun spreekkansen en taalondersteuning te bieden. Toch wordt in sommige situaties de aanvankelijke contacttaal (meestal Frans of Engels) gebruikt. Duidelijk taalbeleid biedt het OCMW-personeel een heldere afbakening van de te volgen werkwijze en leert hun hoe ze anderstalige klanten kunnen helpen zonder de aandacht voor het Nederlands uit het oog te verliezen.’ Sensibiliseren met interne en externe acties De werkgroep taal-welzijn en de werkgroep taalwoonzorg organiseren jaarlijks interne en externe taalacties voor hun doelgroepen om het taalbeleid bekend te maken en de aandacht voor taal te behouden. Voor de OCMW-medewerkers zijn de acties omtrent het belang van het Nederlands voor de cliënt zeer belangrijk. De werkgroep taalwelzijn stuurde tijdens een interne actie Tips voor taal bijvoorbeeld per e-mail taalcartoons met een taaltip naar alle medewerkers. Tijdens een andere actie stond er een kauwgomballenautomaat aan het onthaal met snoepjes en sleutelhangers met de slagzin Elkaar begrijpen is tof! Doe je mee? Wie aan het onthaal zijn vraag in het Nederlands stelde, kreeg een muntje voor de automaat. De reacties van de cliënten waren heel positief omdat ze met een kleine attentie voor hun inspanning beloond werden. Als permanente externe actie bevindt zich aan het onthaal een boekenhuisje met eenvoudige Nederlandstalige kinderboeken.

De werkgroep taal-woonzorg organiseerde dit jaar interne en externe acties voor het personeel, de bewoners en de bezoekers van het woonzorgcentrum, de serviceflats, het dienstencentrum en de thuiszorg. De taalquiz voor senioren in het woonzorgcentrum kon rekenen op veel deelnemers en de plant een woord-actie in het woonzorgcentrum was een groot succes. Bewoners konden een bloempje planten waaraan ze hun mooiste Nederlandstalig woord hechtten. Continu proces Met de afronding van het pilotproject op 31 december eindigt ook de functie van de taalcoördinator. ‘Het project heeft geleid tot een gefundeerd taalbeleid en taalacties die een mentaliteitsverandering bij medewerkers en cliënten hebben teweeggebracht,’ besluit Astrid De Schrijver. ‘Het Nederlands is nu verankerd in de OCMW-werking. Iedere werknemer is op de hoogte van het taalbeleid. De taalleidraad is opgenomen in de onthaalmap en de taalwerkgroepen waarin medewerkers uit de verschillende afdelingen vertegenwoordigd zijn, blijven bestaan. Het project stopt in zijn huidige vorm, maar het wordt wel voortgezet in de werking van het OCMW. We zitten op het goede spoor maar er is continue aandacht voor taal nodig om dit vol te houden. De taalacties die de taalwerkgroepen verder zullen uitwerken voor medewerkers en cliënten, zijn noodzakelijk om hen te blijven sensibiliseren. De werkwijze met acties voor zowel medewerkers als cliënten is essentieel omdat taal immers twee actoren heeft, een zender en een ontvanger.’ inge ruiters

Brussel, 12 november Studiedag meePRATEN op het werk Taal en anderstaligheid is een thema dat in heel Vlaanderen actueel is. Veel OCMW’s hebben te maken met anderstaligheid in hun werking. Ter afsluiting van het project meePRATEN op het werk organiseert het OCMW Halle een gelijknamige studiedag waarop het zijn kennis en ervaringen over taalbeleid en -acties wil delen met andere organisaties. Deelnemers kunnen materiaal inkijken en inspiratie opdoen om later zelf mee aan de slag te gaan. Inschrijven voor deze studiedag kan op www.diverscity.be (activiteiten). Wie niet aanwezig kan zijn, kan ook nog terecht in Leuven op 20 november. Tijdens de studie- en ontmoetingsdag HRM- en diversiteitsbeleid organiseert Diverscity in samenwerking met de stad Leuven workshops en een uitgebreide praktijkmarkt met nieuwe ideeën en instrumenten voor divers personeelsbeleid in lokale besturen. Verschillende lokale besturen waaronder ook het OCMW Halle stellen er hun praktijk voor. Het programma en het inschrijvingsformulier voor deze studiedag vindt u op www.diverscity.be (activiteiten).

22 I 16 oktober 2012 I Lokaal


bestuurskracht dienstverlening

Digitaal stadsloket van Mechelen krijgt prijs Op de Dag van de Digitale Communicatie reikten de organisatoren samen met Kortom vzw en V-ICT-OR de Prijs voor Digitale Communicatie uit. De stad Mechelen mocht die in ontvangst nemen dankzij het inspirerende en grensverleggende digitale communicatieproject Loket van de Toekomst. tekst annebeth boudry

M

echelen.be is het onlinestartpunt voor de stad. Van daaruit vindt elke bezoeker de weg naar nieuws, openingsuren en evenementen. Maar er is meer. Mechelen stapte volledig het digitale tijdperk in door het e-loket op de stadswebsite uit te bouwen. In het virtuele loket integreerde de stad enkele absolute wereldprimeurs. Hoe ontwikkelde de stad Mechelen dit digitale masterplan? Allereerst maakte Mechelen het e-loket eenvoudiger en zo gebruiksvriendelijker. Daarnaast lanceerde de stad in primeur de digitale stempel, of Intellistamp. Bart Van de Laar, lid van de wedstrijdjury, legt uit hoe de stempel werkt: ‘Aan het e-loket, kan je met behulp van je elektronische identiteitskaart en kaartlezer het attest aanvragen. Je persoonlijke gegevens worden automatisch op het document ingevuld. De “slimme” digitale stempel maakt het document meteen afdrukklaar.’ Mechelen gebruikt als eerste openbaar bestuur speciaal ontworpen software die attesten van een rechtsgeldige digitale handtekening voorziet in de vorm van een 2D-barcode. Een elektronisch snufje verijdelt elke poging tot vervalsing. Bovendien nam de stad in februari het webcamloket in gebruik. De vakjury voor de Prijs voor Digitale Communicatie was laaiend enthousiast over deze unieke ontwikkeling. ‘Het webcamloket is een wereldprimeur. Mechelaars hoeven de deur niet meer uit om informatie in te winnen. Je surft gewoon op vastgelegde momenten naar de stedelijke website. Daar stel je via webcam of tekstchat je vragen aan de ambtenaar. Ook kan

je, via live-assistentie, het scherm delen met een stadsmedewerker om zo samen e-formulieren in te vullen,’ legt Bart uit. De stad Mechelen zette haar nieuwe e-loket in de verf met een grootschalige communicatiecampagne met posters, (digitale) folders en gratis eID-kaartlezers. Met succes, want amper vijf dagen na de lancering waren 600 eID-lezers uitgereikt en werden er al 300 onlineattesten per week aangevraagd. Het lijdt geen twijfel dat dit Loket van de Toekomst een prima zaak is voor de burger en voor de ambtenaar. Vijf straffe laureaten Het Stadsloket van de Toekomst haalde het van vier andere inzendingen. Die kwamen van de provincie Antwerpen en de steden Gent, Sint-Truiden en Antwerpen. De stad Gent zond het project Digitale Jobbeurs. Gent Werkt! in, de eerste online-jobbeurs. Ruim 33 ondernemingen stelden zich voor aan de bezoekers. Virtueel kon je hun stands bezoeken, chatten met de bedrijven en je curriculum vitae afgeven. Antwerpen ging de

strijd aan met Zot van A, een Facebookpagina die telkens twee weken beheerd wordt door een inwoner die dol op Antwerpen is. De stadsfacebooker geeft tips over zijn favoriete plekjes en evenementen. De derde laureaat was het educatief centrum van de provincie Antwerpen dat een webapplicatie ontwikkelde voor excursies in de Kesselse heide. Leerlingen leren met een tablet in de hand het bijzondere ecosysteem in deze regio op een eigentijdse manier kennen. Als laatste stuurde de stad Sint-Truiden het toerismeproject Van bij jou thuis tot in de stad in. Dankzij een gloednieuwe website en app staat elk bezoek aan de Limburgse stad garant voor een boeiend dagje uit. Annebeth Boudry is stafmedewerker communicatie bij Kortom

www.kortom.be

link voor ‘loket van de Toekomst’ op www.mechelen.be, e-loket

Tot 26 oktober Wie neemt de derde Prijs voor Overheidscommunicatie mee naar huis? Kortom, de vereniging voor overheidscommunicatie, beloont met de Prijs voor Digitale Communicatie inspirerende projecten van lokale of bovenlokale overheden die inzetten op digitale communicatie. Op donderdag 22 november reikt Kortom tijdens het congres over strategische communicatie de Prijs voor Overheidscommunicatie uit aan een bijzonder overheidsinitiatief op het vlak van overheidscommunicatie. Met de prijs zet Kortom het groeiende belang van overheidscommunicatie in de kijker. Wie wil meedoen, schrijft zich vóór 26 oktober in via www.kortom.be.

Lokaal I 16 oktober 2012 I 23


werkveld veiligheidsbeleid

24 I 16 oktober 2012 I Lokaal


Samenwerken om rondtrekkende dadergroepen te klissen Rondtrekkende dadergroepen die woning- en winkelinbraken plegen, zijn een probleem dat de lokale politie niet alleen aankan. Gecoördineerde samenwerking met de federale politie en de gerechtelijke overheid is noodzakelijk. In het arrondissement Mechelen is de samenwerking de voorbije jaren aangescherpt, met resultaat. tekst nadja desmet en bart van moerkerke beeld bart lasuy, gfs

I

n de tweede helft van 2011 stelde de federale gerechtelijke politie een sterke toename van het aantal woninginbraken vast, gepleegd door rondtrekkende dadergroepen. Voor Eddy De Raedt, directeur eigendomsdelicten bij de federale gerechtelijke politie, was dat het sein om de afhandeling van die problemen aan te scherpen. ‘Samenwerking met de lokale politie en met het parket is noodzakelijk om successen te boeken,’ zegt hij. ‘Een goed voorbeeld is de werkwijze in het gerechtelijk arrondissement Mechelen.’ ‘In 2009 hadden we hier 1450 woninginbraken,’ vult directeur van de gerechtelijke politie Mechelen Johan Geentjens aan. ‘We hebben toen afspraken gemaakt met de gerechtelijke overheden, met de lokale besturen en met de politiezones in het arrondissement om de rondtrekkende dadergroepen aan te pakken. We hebben ingezet op het verbeteren van de eerste vaststellingen door de politie na een inbraak, op het verbeteren van de kwaliteit en de snelheid van informatie-uitwisseling, op het

opnemen van meer sporen op de plaats van de feiten. We hebben extra onderzoekscapaciteit vrijgemaakt. We hebben meer acties opgezet om een ontradend effect te genereren, we hebben de buurtgerichte recherche versterkt. Parket en onderzoeksrechters engageerden zich om mee te werken. Dat heeft ertoe

daders uit zo’n dossier vrijkomen uit de gevangenis, volgt er automatisch een repatriëring en een ministerieel besluit tot verwijdering van het grondgebied.’ Die manier van samenwerken loont. In 2010 was het aantal woninginbraken in het arrondissement Mechelen historisch laag, ongeveer 1100. In 2011 was

Yves Bogaerts: ‘Een goede doorstroming van de informatie tussen lokale en federale politie is cruciaal om rondtrekkers te kunnen opsporen.’ geleid dat onderzoeken nu sneller afgewerkt worden. Ook ontstond de mogelijkheid om in diverse dossiers de daders onder de banden van het aanhoudingsmandaat te laten verwijzen naar de correctionele rechtbank. En dan is er het sluitstuk op administratief vlak: als de

er weer een toename maar die was lang niet zo groot als in andere arrondissementen. Voor 2012 is er een duidelijke daling. Eddy De Raedt: ‘Ook in sommige andere arrondissementen bestaat er een goede samenwerking maar het is belangrijk dat we overal een even hoog

Lokaal I 16 oktober 2012 I 25


werkveld veiligheidsbeleid

niveau halen. Anders verschuift een deel van de problemen naar de arrondissementen waar niet zo gecoördineerd en doortastend wordt opgetreden.’

kaal bestuur daartegen doen? We hebben op de invalswegen ANPR-camera’s geplaatst die de voertuigen registreren die de stad in- en uitrijden. We voeren

Werner Cazaerck: ‘De manier van opereren van de rondtrekkende dadergroepen bevestigt het belang van preventie. Veel mensen nemen geen preventieve maatregelen, maar dat verandert als er in een buurt enkele woninginbraken zijn geweest.’ Lokale beleidskeuzes Burgemeester Bart Somers van Mechelen erkent de rol van het lokale bestuur in het veiligheidsbeleid. ‘Het lokale bestuur wordt steeds meer de regisseur van de veiligheidsketen. Eerst was er de lokale politie, daar is het preventieluik bijgekomen. Daarna kwamen de gemeentelijke administratieve sancties. Nu vraagt de Vlaamse overheid extra inspanningen van ons om ex-gedetineerden bij te staan bij de re-integratie in de samenleving. Dat is nazorg. In Mechelen financieren we samen met de Vlaamse overheid de bouw van een gesloten jeugdinstelling. We regisseren dus steeds meer aspecten van integrale veiligheid.’ De vraag is wat een lokaal bestuur kan doen in de strijd tegen rondtrekkende dadergroepen. Voor de burgemeester zijn er twee soorten daders. De eersten wonen in Mechelen. ‘Die scène hebben we redelijk goed in beeld, we kennen die mensen. We zetten ook in op vroege detectie van jongeren die op het verkeerde pad dreigen te geraken. De lokale integrale benadering werkt goed voor die daders. Een heel ander soort criminaliteit zijn de rondtrekkers. Die doen gedurende vier, vijf dagen inbraken en zijn weer weg. Van die mensen hebben we geen beeld. Mechelen is centraal gelegen, daders zitten snel op de autosnelweg. Wat kan een lo-

26 I 16 oktober 2012 I Lokaal

preventiecampagnes, we geven subsidies voor het beveiligen van woningen, we gebruiken het systeem van SDNA om voorwerpen te markeren. Lokale besturen hebben te vaak een gevoel van onmacht en frustratie tegenover die dadergroepen, maar ze kunnen wel degelijk iets doen. Als we 1,1 miljoen euro investeren in camera’s, als we de labcapaciteit opdrijven om het sporenonderzoek te verbeteren, dan zijn dat beleidskeuzes.’ Marleen Vanderpoorten, burgemeester van Lier, dat ook in het gerechtelijk arrondissement Mechelen ligt, is het eens met haar collega. ‘Wij hebben dan wel geen camera’s geïnstalleerd maar we investeren in de kwaliteit van de technische vaststellingen. En de lokale politie is bezig met een ronde langs alle woningen om er de technopreventief advies te geven. Een lokaal bestuur moet zijn verantwoordelijkheid opnemen.’ Informatiedoorstroming Ook het werk van de lokale politie bij het opsporen van rondtrekkende dadergroepen is onmisbaar. ‘Bij elke inbraak doen onze mensen mee de technische vaststellingen,’ zegt korpschef Yves Bogaerts van de politiezone Mechelen. ‘De kwaliteit van die vaststellingen is heel belangrijk. Het zijn die gegevens die het mogelijk maken links te leggen met an-

dere feiten die soms aan de andere kant van het land gepleegd zijn. Een goede doorstroming van de informatie tussen lokale en federale politie is cruciaal om rondtrekkers te kunnen opsporen. Gebeurt er ’s nachts een inbraak, dan moeten alle gegevens daarover de volgende morgen in Brussel zijn, bij de federale gerechtelijke politie. En omgekeerd moet die centraal ingezamelde informatie weer naar de arrondissementen en de politiezones gebracht worden zodat zij bijvoorbeeld weten voor welke voertuigen en personen ze oog moeten hebben.’ Het sluitstuk van de keten is de gerechtelijke opvolging van het dossier. ‘Het parket van het gerechtelijk arrondissement Mechelen heeft van rondtrekkers een prioriteit gemaakt,’ verduidelijkt procureur Linda De Vriendt. ‘We zijn veel alerter om iemand als rondtrekker te weerhouden. We reageren veel sneller door rondtrekkende daders onmiddellijk voor de onderzoeksrechter te brengen. De onderzoeksrechters volgen ons doorgaans en vaardigen dikwijls een aanhoudingsmandaat uit. Dat de samenwerking vruchten afwerpt, bewijst het feit dat er dit jaar een tweede referentiemagistraat voor rondtrekkende daders werd aangeduid in het arrondissement, niet omdat het aantal feiten is toegenomen maar omdat de pakkans groter is geworden. De kans op een effectieve veroordeling van de opgepakte personen wordt mee bepaald door de kwaliteit van het dossier en dus van het werk dat iedereen in de keten levert en dat begint bij de lokale politie. Daarom ook is de samenwerking zo belangrijk. Omdat ik dergelijke dossiers van zeer nabij opvolg, kan ik, via de onderzoeksrechter, nog bepaalde zaken bijsturen die van belang zijn bij de behandeling van de zaak voor de correctionele rechtbank.’ Eenvoudige organisatie Als een dadergroep wordt opgerold, resulteert dat niet alleen in de opheldering van een reeks inbraken, het doet het aantal feiten in de daaropvolgende


maanden ook dalen. Een groep heeft vaak een claim op een regio. Worden die mensen opgepakt, dan duurt het doorgaans zes weken tot twee maanden voordat een andere groep actief wordt. Johan Geentjens verduidelijkt hoe rondtrekkende daders tewerk gaan. ‘Het zijn geen criminele syndicaten of extreem goed georganiseerde bendes. Hun organisatie is dikwijls zeer eenvoudig. Het zijn mensen van buitenlandse, meestal Oost-Europese origine. De leden van de groep hebben vaak familiebanden, ze wonen samen of maken gebruik van telefoon en mail om in contact met elkaar te blijven. Ze zijn zeer mobiel en dat maakt het voor ons moeilijk om hen in te rekenen. De ene dag plegen ze inbraken in Mechelen, de volgende dag aan de kust. Dikwijls hebben ze ook familie in andere landen, regelmatig wisselen leden van de groep van stand-

zijn geweest. Dat is voor ons het moment om folders te bussen en bij mensen langs te gaan voor advies. Er moet veel meer aandacht naar goede sloten gaan. De klassieke preventiemaatregelen werken ook voor deze dadergroepen, het is belangrijk om dat te beseffen. Het lokale bestuur en de lokale politie moeten hierin hun rol opnemen.’ Bezoeken aan huis De leden van rondtrekkende dadergroepen mogen dan wel zeer mobiel zijn, ze moeten ook ergens wonen. En ook hier is een rol weggelegd voor het lokale bestuur en de lokale politie. Bart Somers: ‘Een goed stedelijk beleid investeert in nieuwe sociale samenhang bijvoorbeeld via wijkmanagers, via het ondersteunen van buurtinitiatieven of het organiseren van inspraak van buurten, via het helpen opzetten van buurtinformatie-

Bart Somers: ‘We proberen nieuwe sociale cohesie op te bouwen. Het is ook onze ambitie om geen achtergebleven buurten te hebben, gemengde buurten zijn ideaal.’ plaats. Ook het inbraakmateriaal dat ze gebruiken is eenvoudig, vaak is het niet meer dan een schroevendraaier. Ze bereiden hun inbraken niet echt voor. Ze gaan op pad, zien een opportuniteit en breken in. Als buit gaan ze voor cash, gebruiksgoederen en juwelen, zaken die ze makkelijk kunnen helen. Dat gebeurt dan hier of in hun land van herkomst, afstand speelt voor hen geen rol.’ ‘De manier van opereren van de rondtrekkende dadergroepen bevestigt het belang van preventie,’ zegt Werner Cazaerck, korpschef van de zone Lier. ‘Veel mensen nemen geen preventieve maatregelen, maar dat verandert als er in een buurt enkele woninginbraken

netwerken. We proberen nieuwe sociale cohesie op te bouwen. Het is ook onze ambitie om geen achtergebleven buurten te hebben, gemengde buurten zijn ideaal. Maar als gemeente of stad ben je ook afhankelijk van wat er in de ruimere regio gaande is. Wat in Brussel of Antwerpen gebeurt, heeft bijvoorbeeld gevolgen voor Mechelen.’ Het wekt geen verbazing dat veel rondtrekkende dadergroepen de meer anonieme, grote steden als uitvalsbasis gebruiken. Maar afgelopen zomer nog werd er een groep opgepakt die zich in Heist had gevestigd. ‘Natuurlijk kan de wijkagent zo’n zaak niet oplossen, maar je hebt hem wel nodig,’ zegt Johan

Geentjens. ‘De informatie die hij aanbrengt, is een puzzelstukje dat naar de uiteindelijke oplossing leidt. Om rondtrekkende daders op te sporen is het van groot belang dat het lokale bestuur en de lokale politie zicht houden op wie in de gemeente of stad komt wonen. Ze mogen het contact met de bevolking niet verloren laten gaan.’ De Lierse burgemeester Marleen Vanderpoorten is zich daarvan bewust: ‘Op het vlak van wonen hebben wij, net als de meeste lokale besturen, onze inspanningen opgedreven. Onze ambtenaren leggen veel meer huisbezoeken af, ze hebben een veel beter zicht op wat er zich op het grondgebied afspeelt dan vroeger.’ Mechels korpschef Yves Bogaerts bevestigt: ‘We zetten heel veel in op controle: wonen die mensen hier? Is dat geen fictief adres? Is dat geen broeihaard van mensen die hier komen slapen om van hieruit uit te zwermen? Die intensieve werkwijze legt veel druk op het lokale korps, maar ze levert resultaten op.’ ‘De successen die we boeken in het arrondissement Mechelen bewijzen dat samenwerken loont,’ besluit Eddy De Raedt. ‘Als we een dadergroep kunnen uitschakelen, dan is dat het resultaat van het werk van de hele keten. En daarin zijn het lokale bestuur en de lokale politie zeer belangrijke schakels. Ik roep hen op om samen met de federale politie en de gerechtelijke overheid van rondtrekkende dadergroepen een prioriteit te maken. We gaan vooruit maar er is nog veel werk.’ Nadja Desmet is VVSG-stafmedewerker gemeentelijk veiligheidsbeleid Bart Van Moerkerke is redacteur van Lokaal

De brochure ‘De aanpak van rondtrek-

kende dadergroepen: vernieuwde uitdagingen’ geeft een overzicht van de te nemen maatregelen. Ze staat op www.fedpol.be.

Lokaal I 16 oktober 2012 I 27


praktijk

IZEGEM - ‘Iedereen heeft het recht behoorlijk en betaalbaar te wonen. Daarom willen we elke inwoner op maat informeren en ondersteunen,’ zegt Benoit Sintobin, diensthoofd van de huisvestingsdienst Regio Izegem. ‘We hebben in de vijf gemeenten die deel uitmaken van ons samenwerkingsverband, een gelijkaardig aanbod om zo goed mogelijke dienstverlening te garanderen.’

Hebt u een inspirerend project, een doeltreffende maatregel of een efficiënte werkwijze voor lokale besturen? Maak het bekend via www.vvsg.be, knop praktijken lokale besturen.

Samenwerking helpt dienstverlening voor wonen vooruit

stefan dewickere

Izegem 26 oktober Klantgerichte dienstverlening

W

oonbeleid Regio Izegem informeert de inwoners van vijf gemeenten via de werkingsprincipes van het woonwinkelconcept: ‘Voor sommige mensen is het niet voldoende dat we ze puur informatie en advies over wonen verstrekken, dikwijls zijn hun vragen of problemen een stuk complexer. Voor hen bieden wij extra begeleiding of we trachten hen gericht door te verwijzen naar de juiste dienst,’ zegt Benoit Sintobin. ‘Die begeleiding start het best zo vroeg mogelijk. De ervaring leert ons immers dat hoe vroeger er begeleiding op maat aangeboden wordt, hoe makkelijker een probleem op te lossen valt. Onze medewerkers blijven dan ook niet aan het loket zitten. Ze gaan op huisbezoek, ze geven vorming aan laatstejaarsstudenten enzovoort. De drempel van de woonwinkel moet voor alle inwoners van de vijf gemeenten zo laag mogelijk zijn.’ Door samen te werken met vijf gemeenten kan Woonbeleid Regio Izegem voldoende personeel inzetten om elke inwoner de gepaste ondersteuning te geven. ‘Ook als er wegens vakantie of ziekte minder personeelsleden zijn, kunnen wij door onze samenwerking de continuïteit verzekeren,’ zegt

28 I 16 oktober 2012 I Lokaal

Op 26 oktober kunt u naar het tweede van vijf ateliers over intergemeentelijke samenwerking over wonen. Bart Noels van Intercommunale Leiedal licht het ruimere kader van klantgerichte dienstverlening toe. Nadien neemt Woonbeleid Regio Izegem ons mee de praktijk in. In werkgroepen komen eigen ervaringen van de deelnemers aan bod. We zoeken naar knelpunten en oplossingen ervoor. In de namiddag wordt er een goede praktijk voorgesteld.

Benoit Sintobin. Adviseren bij woonvragen houdt vaak ook een technisch aspect in. ‘In onze woonwinkel werken naast de maatschappelijk werkers, die vooral “sociale” informatie geven, ook technisch adviseurs. Kwaliteitsproblemen vaststellen in een woning bijvoorbeeld kan enkel door gespecialiseerd personeel. Een kleiner lokaal bestuur heeft vaak de middelen niet om voldoende technisch gespecialiseerd personeel én sociaal assistenten aan te werven om de dienstverlening aan de inwoner goed te verzorgen. Dankzij onze samenwerking slagen wij daar in Regio Izegem wel in.’ ‘De samenwerking verhindert niet dat een lokaal bestuur een gemeentelijke premie kan aanbieden. Het lokale bestuur behoudt uiteraard zijn bevoegdheden. Maar door de middelen samen te leggen inspireren en stimuleren de vijf gemeenten elkaar ook inhoudelijk.’ Laagdrempelige dienstverlening ontwikkelen betekent ook dat de beleidsmakers informatie krijgen vanuit de maatschappij. ‘We beschouwen het dan ook als onze taak knelpunten en problemen waarmee mensen geconfronteerd worden aan het beleid te signaleren.’ joris deleenheer


NIEUW! HANDBOEK

LOKAAL WOONBELEID Een regierol voor het lokaal bestuur

Van Lokale besturen en wonen naar Handboek lokaal woonbeleid Dit nieuwe handboek is een herwerking van de publicatie ‘Lokale besturen en wonen’. Daar waar het boek ‘Lokale besturen en wonen’ zich in drie aparte delen richtte tot de drie voornaamste doelgroepen (gemeente, OCMW en SH) zal het nieuwe handboek thematisch opgebouwd worden. Artikel 28 van de Wooncode verplicht alle actoren immers tot onderlinge samenwerking en overleg. Dit is bijvoorbeeld van belang voor de afstemming van de sociale woonprojecten die de gemeente op haar grondgebied wil realiseren. Een goede afstemming van de activiteiten tussen alle lokale woonactoren onderling (en actoren op andere beleidsdomeinen) is dus noodzakelijk met het oog op een betere organisatie van de lokale woonmarkt. Vandaar de keuze om het nieuwe handboek op te bouwen rond de verschillende kernopdrachten/ thema’s van een lokaal woonbeleid.

Het handboek “Lokaal woonbeleid” informeert de lokale overheden over alle instrumenten die voorhanden zijn tot uitvoering van een ‘lokaal woonbeleid’. De helder geschreven en praktijkgerichte teksten zijn erop gericht de verantwoordelijken binnen het OCMW, het gemeentebestuur en de huisvestingsmaatschappij te helpen bij de uitvoering van hun ‘woonopdracht’.

Vrijheid en autonomie Bij het organiseren van het lokaal woonbeleid beschikken lokale besturen over de vrijheid en de autonomie om zelf beleidskeuzes te maken en zo een eigen woonbeleid te ontwikkelen binnen de wettelijk bepaalde grenzen. De voornaamste aspecten van een woonbeleid zijn het stimuleren van sociale woonprojecten, het ondersteunen van woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden en het bewaken van de kwaliteit van het woonpatrimonium en de woonomgeving. Door hierop in te zetten kan men een oplossing bieden voor de

problemen op de lokale woonmarkt, de lokale mogelijkheden benutten of de lokale knelpunten proberen weg te werken. Op welke manier het lokaal bestuur zijn coördinerende rol vorm geeft, staat hen vrij. Maar één ding is zeker: het succes voor het voeren van een geslaagd woonbeleid bestaat erin de verschillende aspecten te kennen, te gebruiken en op elkaar af te stemmen.

Kernopdrachten lokaal woonbeleid • Ontwikkelen van een woonbeleidsvisie • Organiseren van lokaal woonoverleg • Aanbieden van dienstverlening aan de burger • Verbeteren van de woningkwaliteit • Bevorderen van betaalbaar wonen

BESTELKAART Politeia // Ravensteingalerij 28 // 1000 Brussel // Fax: 02 289 26 19 // Tel: 02 289 26 10. Of bestel via www.politeia.be // e-mail: info@politeia.be

Ja, ik bestel ….. ex. van het handboek Lokaal woonbeleid* aan 79 euro voor leden, en 89 voor niet VVSG-leden !

Opgelet! Indien u reeds geabonneerd bent op het huidige handboek ‘Lokale besturen en wonen’ zal u de nieuwe versie automatisch in de bus krijgen! U hoeft dus niet in te tekenen! U betaalt uiteraard pas bij levering!

Bestuur/Organisatie: ............................................................................................................................ Naam: ................................................................................................................................................. Functie: ............................................................................................................................................... E-mail: ................................................................................................................................................. Tel.: ..................................................................................................................................................... Adres: .................................................................................................................................................

Datum en handtekening

Btw: .................................................................................................................................................... * De bijwerkingen toegezonden tegen de prijs van 0,55 euro/blz. worden automatisch opgestuurd tot schriftelijke wederopzegging van het abonnement. Prijzen btw inclusief en exclusief verzendingskosten. Consulteer www.politeia.be voor de actuele prijzen. Uw gegevens worden door ons in een bestand bijgehouden en niet aan derden doorgegeven. Overeenkomstig de wet op de privacy heeft u inzage- en correctierecht.

Lokaal I 16 oktober 2012 I 29


werkveld cultuurbeleid

Gezinnen proeven cultuur Jong geleerd is oud gedaan. Volgens onderzoek geldt dit ook voor cultuurdeelname: hoe jonger je in aanraking komt met cultuur, hoe groter de kans dat je er later frequent aan zult deelnemen. Gemeenten bekleden dus een sleutelpositie bij het stimuleren van cultuurparticipatie op jonge leeftijd. Het project Vlieg van CultuurNet Vlaanderen zet hen op weg om zoveel mogelijk families met kinderen warm te maken voor cultuur. tekst katelijne morreel beeld gf

V

lamingen beleven tachtig procent van hun vrije tijd binnen een straal van dertig kilometer rond hun woning. CultuurNet Vlaanderen speelt hierop in met een informatienetwerk van gemeentelijke en regionale partners: van UiT in Aarschot tot UiT in Zwevegem. De websites en magazines van deze lokale partners – inmiddels meer dan 220 gemeenten – bieden door middel van een UiTagenda de kortste weg naar activiteiten en evenementen om de hoek.

30 I 16 oktober 2012 I Lokaal

Binnen het UiTnetwerk geeft CultuurNet Vlaanderen lokale besturen daarom ondersteuning om hun cultuur- en vrijetijdscommunicatie strategischer te organiseren en gezamenlijk onder de ‘UiT’vlag te presenteren. Het snel groeiende UiTnetwerk haalt zijn informatie uit de UiTdatabank. Dit is de centrale plek waar alle gegevens over vrije tijd en cultuur in Vlaanderen worden verzameld en verspreid naar meer dan 370 kanalen: communicatiekanalen van de lokale besturen, maar ook dagbladen,

magazines en websites en sectorkanalen. Om het ruime en gevarieerde aanbod in beeld te brengen heeft de UiTdatabank ook haar eigen uitstalraam. De populaire website UiTinVlaanderen.be gidst dagelijks tot 10.000 surfers door het volledige aanbod in Vlaanderen en geeft hun tips aan de hand van hun smaakprofiel. Voor families is er tot slot Vlieg, een label dat het cultuur- en vrijetijdsaanbod voor de -12-jarigen zichtbaar maakt. Honderden cultuur- en vrijetijdshuizen, verenigingen en lokale cultuur- en jeugddiensten gebruiken het vrolijke insect al in hun communicatie. In het hart van kinderen, in de agenda van ouders ‘Met Vlieg kunnen kinderen en hun ouders duiken naar onbekende diepten in musea, bibliotheken en veel andere culturele plekjes. Het prikkelt ook hun nieuwsgierigheid voor de omgeving


Op vrijdagmiddag vallen de leukste UiTtips voor het weekend, dicht in de buurt, in de mailbox van gezinnen. Zo kunnen ook de impulsbeslissers de strafste activiteiten ontdekken.

waarin ze zich bevinden. Er is geen betere manier om cultuurparticipatie te stimuleren dan de speelse,’ zegt Vlaams minister van Cultuur Joke Schauvliege. De missie van Vlieg is meer kinderen warm te maken voor meer cultuur. In veel Vlaamse gemeenten duikt het Vlieglabel op in vrijetijdskalenders, programmabrochures en gemeentelijke informatiebladen. Het label maakt aanbod voor kinderen (tot 12 jaar) en families herkenbaar. Vlieg signaleert het vrijetijdsaanbod in al zijn facetten, dus ook sport, recreatie of natuur, maar heeft een boontje voor cultuur. Het gebruik van het Vlieglabel is gratis en vrij van rechten. Er zijn wel een aantal spelregels, bijvoorbeeld dat Vlieg gebruikt mag worden in elke agenda waarin een minimaal cultuuraanbod is opgenomen. Op maat van families UiTmetVlieg.be is het volwaardig cultuur- en vrijetijdsplatform dat kinderen en ouders wil informeren, stimuleren en activeren. Ouders vinden er alle informatie die ze nodig hebben voor familieuitstapjes. Een handige agendafunctie maakt het mogelijk in enkele klikken te weten wat er bij hen in de buurt te doen is. De zoekopdracht kan nog verfijnd worden naar soort activiteit, leeftijd van

de kinderen of tijdstip. Een redactie selecteert wekelijks enkele hoogtepunten. In het voorjaar 2013 wordt een nieuwe versie van UiTmetVlieg.be gelanceerd met een centrale rol voor de Bende van Vlieg. Deze bende bestaat uit een 25-tal families die verslag uitbrengen van hun uitstapjes met de kinderen. Op een herkenbare en authentieke manier beschrijven ze niet alleen de inhoud van de activiteit, maar ook andere factoren die te maken hebben met familievriendelijkheid: het onthaal, de voorzieningen…

activiteit te ondernemen, zaterdag- en zondagmiddag zijn. Maar wel opvallend, de helft van deze activiteiten wordt slechts een paar dagen op voorhand, of op de dag zelf gepland. Om aan deze informatiebehoefte te voldoen werd in het najaar van 2012 de Weekendflash van Vlieg gelanceerd. Op vrijdagmiddag vallen de leukste UiTtips voor het weekend, dicht in de buurt, in de mailbox van gezinnen. Zo kunnen ook de impulsbeslissers de strafste activiteiten ontdekken.

De populaire website UiTinVlaanderen.be gidst dagelijks tot 10.000 surfers door het volledige aanbod in Vlaanderen en geeft hun tips aan de hand van hun smaakprofiel. Zo maken ze andere families warm voor het rijke cultuur- en vrijetijdsaanbod in heel Vlaanderen. Kinderen vinden op UiTmetVlieg.be leuke spelletjes, filmpjes, leestips, wedstrijden, kleurplaten. Daarnaast krijgen meer dan 35.000 abonnees elke maand het e-zine Vliegbrief boordevol vrijetijdstips. Weekendflash CultuurNet Vlaanderen deed samen met de Gezinsbond onderzoek naar de informatiebehoeften van gezinnen omtrent vrije tijd. Niet verwonderlijk was de vaststelling daarin dat de populairste momenten om met het gezin een

Met al deze informatiekanalen wil Vlieg families helpen een goede keuze uit het vrijetijdsaanbod te maken. Hier geldt het credo: van bekend naar onbekend. Daarmee worden families geprikkeld om eens minder voor de hand liggende keuzes te maken. Wie eigenlijk informatie over die grote zaalshow zocht, ontdekt ondertussen dat er om de hoek diezelfde middag ook een prachtige dansvoorstelling is. Vliegbord-project De digitale communicatiestrategieën van Vlieg worden aangevuld met offlinecommunicatieproducten en -diensten. In 2012 startte een proefproject in

806901DE ETIKET DEKSEL

De Vliegdoos De Vliegdoos is een praktische doedoos met tal van tips en ideeën om gezinnen warm te maken voor meer cultuur in hun leven. De doos bestaat uit een spel en een inspiratiegids. Het spel bevat brainstormtechnieken en analysemodellen die inzicht geven in de behoeften van families met jonge kinderen en in de manier waarop een gemeente of organisatie erop kan inspelen. De inspiratiegids geeft uitleg over het begrip ‘familievriendelijkheid’ en een heleboel tips om hieraan te werken, binnen een organisatie en een gemeente. Van kleinschalig idee tot familievriendelijk actieplan. De Vliegdoos is er voor iedereen die betrokken is bij het cultuur- en vrijetijdsbeleid of de cultuurcommunicatie in een gemeente of organisatie: een cultuurbeleidscoördinator, een bibliotheekmedewerker, een vrijwilliger in het museum, een jeugdprogrammator, een coördinator van de lokale afdeling van een socioculturele vereniging, een communicatie-ambtenaar…

Lokaal I 16 oktober 2012 I 31


werkveld cultuurbeleid

de gemeenten Sint-Jans-Molenbeek en Haacht voor vrijetijdsinformatie aan de schoolpoort. De scholen uit deze gemeenten plaatsten een ‘Vliegbord’ aan de schoolpoort, een klassieke wachtplek voor ouders. Dit project werd positief beoordeeld. De leerkrachten en de directies waren blij ouders op een eenvoudige manier te kunnen informeren en de link tussen cultuurparticipatie binnen de

Zomeractie ‘De Schatten van Vlieg’ De schoolvakanties zijn ideaal om met het gezin van cultuur te proeven. Daarom organiseert Vlieg elke zomer een actie die meer dan 40.000 kinderen op de been brengt. Bibliotheken, musea, jeugddiensten, natuurdomeinen trekken alle registers open om het jonge volkje te verwelkomen. In 2012 trokken families op meer dan 250 plekken in Vlaanderen en Brus-

Op een herkenbare en authentieke manier beschrijft de Bende van Vlieg vanaf volgend voorjaar niet alleen de inhoud van cultuuractiviteiten, maar ook andere factoren die te maken hebben met familievriendelijkheid, zoals onthaal en voorzieningen. schoolmuren en daarbuiten, in familieverband, te verstevigen. Er kwamen ook nog verbeterpunten naar voren (de fysieke vorm van het bord, de manier waarop vrijetijdstips geselecteerd moeten worden uit de UiTdatabank…). CultuurNet is dit project volop aan het ontwikkelen en zal de borden komend voorjaar ook aan andere gemeenten aanbieden.

sel op schattenjacht. Door hun deelname aan ‘De schatten van Vlieg’ beleefden veel families op een speelse manier een (eerste) cultuurervaring en ontdekten ze de rijkdommen van hun eigen buurt. Sinds twee jaar is er een afzonderlijk traject voor UiTgemeentes waar verschillende locaties deelnemen aan de zomeractie van Vlieg. Samen sterk, dat geldt

SuperVlieg voor kinderkunsten Vlieg stond samen met Mooss vzw, Artforum en LOCUS aan de wieg van het project SuperVlieg. SuperVlieg, dat zijn talloze kinderkunstenfestivals in Vlaanderen voor iedereen vanaf vier jaar. Toeters, trompetten en majorettes passeren langs de mooiste en leukste podiumproducties van Vlaanderen. SuperVlieg is theater, circus, muziek, dans en beeldende kunst om zelf mee te experimenteren of om zalig van te genieten. SuperVlieg werd opgezet als project binnen het Participatiedecreet. Sinds januari 2012 vliegt SuperVlieg op eigen vleugels. Dat betekent dat de lokale besturen in nog grotere mate dan vroeger verantwoordelijk zijn voor hun eigen SuperVlieg-traject en -festival. Elke gemeente heeft zijn eigen SuperVliegTeam dat zijn laagdrempelig kunstenfestival tot een torenhoog succes hijst. Heel eigen aan deze teams zijn de vernieuwende samenwerkingsverbanden tussen verschillende jeugd- en cultuurdiensten. Samen verzetten ze met veel enthousiasme bergen inhoudelijk en praktisch werk. Elke gemeente kan zelf een SuperVlieg organiseren volgens de formule die gratis ter beschikking staat. Verzamel een kerngroep met partners uit verschillende hoeken en kanten van uw gemeente en haal inspiratie en tips voor de organisatie uit de publicatie Touch & Go en de overleggroep SuperVlieg.

32 I 16 oktober 2012 I Lokaal

zeker voor vrijetijdsbeleving van families in de zomermaanden. Wanneer een jeugddienst, een cultuurcentrum, de bieb en een museum de zomerinitiatieven, in het bijzonder de schattenzoektochten, aan elkaar linken, trekken ze gezamenlijk een ruimer publiek aan. Door samen te communiceren en promotie te voeren, creëren de partners een ultieme winwinsituatie, met als grootste winnaars de families. Een ouder verwoordt het zo: ‘Het was een hele leuke gezinszoektocht met Vlieg! We hebben zelfs nieuwe plekjes ontdekt in onze eigen gemeente.’ Kennisdelen Vlieg wil de sector zo goed mogelijk op de hoogte houden van wat er omgaat in de wereld van kinderen, cultuur en communicatie. Daarom organiseert Vlieg regelmatig themadagen. Publieksexperimenten met partners uit de culturele en commerciële sector leveren extra inspiratie. Zo werd er in het voorjaar van 2012 een publieksexperiment opgezet in samenwerking met Cultuurcentrum Zwaneberg (Heist-op-den-Berg). Na een voortraject met een aantal initiatiefnemers uit de kinderkunstensector werd een experiment opgezet waarbij het publiek van een Studio 100-voorstelling werd uitgenodigd om ook te genieten van het ‘andere’ aanbod in het cultuurcentrum. Bij dit experiment hoorde uitgebreid onderzoek dat vooral interessante resultaten opleverde over de informatiehonger van het Studio 100-publiek naar vrijetijdsaanbod. Ook deze gezinnen willen graag geïnformeerd worden over het cultuur-en vrijetijdsaanbod in hun buurt en maakten kennis met het label Vlieg. Dit project wordt ongetwijfeld vervolgd. Katelijne Morreel is VLIEGmanager (kinderen & cultuur)

www.uitnetwerk.be www.cultuurnet.be/overvlieg www.supervlieg.be cultuurnet.be/de-schatten-vanvlieg-2012 – cultuurnet.be/Vliegproject uitmetvlieg.be


praktijk

ANTWERPEN - Zeven gemeenten in de zuidrand van Antwerpen, afgekort AZURA, openden in 2011 samen een onlinefilm- en -beeldbank met het accent op film. Met dit interactieve project bundelen Aartselaar, Boechout, Edegem, Hove, Kontich, Lint en Mortsel hun krachten om waardevolle documenten uit hun gemeentelijk erfgoed te bewaren en aan het grote publiek te tonen.

Hebt u een inspirerend project, een doeltreffende maatregel of een efficiënte werkwijze voor lokale besturen? Maak het bekend via www.vvsg.be, knop praktijken lokale besturen.

Filmbank Antwerpse Zuidrand

Financiering Behalve subsidies die ze van de Vlaamse Gemeenschap en de provincie Antwerpen krijgt, kan de projectvereniging vanwege de zeven gemeentebesturen rekenen op een jaarlijkse financiering van maximaal 0,10 euro per inwoner, afhankelijk van de behoeften en de te verwachten kosten. De regio telt 110.000 inwoners. Werken met vrijwilligers en professionelen AZURA werkt in hoofdzaak met vrijwilligers. Voor de inhoudelijke begeleiding werkt AZURA nauw samen met het Geheugencollectief. Dit collec-

azura

A

ZURA is een projectvereniging voor cultuuroverleg van de cultuurbeleidscoördinatoren van de zeven gemeenten in de Antwerpse zuidrand. Ze wil een cultureel imago met specifieke regionale kenmerken ontwikkelen en promoten, het culturele aanbod van de gemeenschapscentra in de regio op elkaar afstemmen maar ook het toerisme en de erfgoedwerking stimuleren. De beelden filmbank is een eerste belangrijke realisatie. Op www.filmbankazura.be vindt de bezoeker alle mogelijke beeldmateriaal. Nu zitten er al 667 films, vijf geluidsfragmenten en 2329 beelden in. Vooral de film- en geluidsfragmenten van het zware bombardement van 5 april 1943 op Mortsel trekken de aandacht. Vlaanderen heeft al meer beeldbanken met foto’s en waardevolle documenten maar deze filmbank is een primeur,’ zegt Greet Drooghmans, AZURA-secretaris en cultuurbeleidscoördinator van Mortsel. ‘De verklaring voor de bijzondere interesse van de inwoners voor film en de grote aanwezigheid van film- en beeldmateriaal in deze regio ligt wellicht in de inplanting van Agfa-Gevaert in Mortsel. Door de grote interesse van de bevolking voor foto en film kunnen we rekenen op vele vrijwilligers voor de levering en invoering van beeldmateriaal.’

tief van jonge historici doet onderzoek naar een gemeenschappelijk historisch verleden binnen de zuidrand rond Antwerpen en leert de vrijwilligers interviewtechnieken. De technische coördinatie en begeleiding van de vrijwilligers bij het opslaan van beeld- en geluidsmateriaal en het toevoegen van beschrijvingen is in handen van Freddy Bellis, zaakvoerder van het bedrijf in audiovisuele vormgeving en vorming de kip en het ei. Interactieve ontsluiting Iedereen kan als vrijwilliger aan de slag om beeldmateriaal, film- en geluidsfragmenten op de regionale film- en beeldbank te zetten. Bezoekers die zich registreren, kunnen extra informatie toevoegen of de inhoud becommentariëren. In april lanceerde AZURA met het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed FARO een eerste reminiscentieproject met een verhalentafel voor de ontsluiting van het beeldarchief. In de woonzorg- en dienstencentra van het OCMW projecteerden ze films die veel emoties bij de ouderen losweekten. Vrijwilligers registreerden de reacties en verhalen van bewoners en bezoekers en sloegen ze op in de AZURAdatabank.

Greet Drooghmans, secretaris AZURA en cultuurbeleidscoördinator stad Mortsel, T 03-433 73 82, greet.drooghmans@ mortsel.be, www.filmbankazura.be

inge ruiters

Lokaal I 16 oktober 2012 I 33


praktijk

BEERSE – In de armoedebestrijding van het OCMW Beerse staan samenwerking met lokale partners en participatie van mensen in armoede centraal. Inleefprojecten maken het thema armoede en de specifieke problemen bespreekbaar en brengen een dialoog over armoede met burgers, mandatarissen, hulpverleners en mensen in armoede op gang.

Hebt u een inspirerend project, een doeltreffende maatregel of een efficiënte werkwijze voor lokale besturen? Maak het bekend via www.vvsg.be, knop praktijken lokale besturen.

Met inleefprojecten armoede bespreekbaar maken

gf

Viviane Cornelissen, hoofd sociale dienst OCMW Beerse, viviane.cornelissen@ocmwbeerse.be, T 014-62 29 79

I

n de strijd tegen armoede werkt het OCMW Beerse nauw samen met de Watertoren, de welzijnsschakel van Beerse. Sinds 2010 organiseren ze inleefprojecten. Die hebben aangetoond dat eigen ervaringen met het armoedeprobleem een veel grotere impact hebben op mensen dan wat ze oppikken van horen zeggen. ‘Iedereen kijkt vanuit zijn eigen situatie en zijn eigen leefwereld naar armoede,’ aldus Viviane Cornelissen, hoofd van de sociale dienst OCMW Beerse. ‘Via inleefprojecten laten we de hulpverleners en beleidsmensen in dialoog treden met mensen in armoede. Als mensen zonder armoede-ervaring de moeilijkheden en frustraties beginnen te zien en te begrijpen, komen ze dicht bij de pijn, het verdriet en de angst waarmee armen leven. Daaruit groeit respect en begrip voor mensen in armoede omdat die, ondanks zoveel ellende, overeind blijven. Het levensverhaal van sociaal kwetsbare mensen beluisteren en hun leefwereld leren kennen zijn voorwaarden voor goede hulpverlening, zinvol vrijwilligerswerk, goed onderwijs en een goed beleid.’

Inleefprojecten De inleefweek was een eerste initiatief voor OCMW-medewerkers/hulpverleners, beleidsmensen en mensen zonder armoede-ervaring. De formule werd door de doelgroep van de Watertoren bedacht. Mensen in armoede legden de accenten van het programma, ze bedachten de opdrachten, ze fungeerden als meter voor de deelnemers en verzorgden de praktische invulling. Gedurende een week vervulden de deelnemers met het beperkte weekbudget van een persoon

34 I 16 oktober 2012 I Lokaal

Door actief deel te nemen en mee te werken aan de zeer uiteenlopende inleefprojecten hebben verschillende mensen in armoede hun manier gevonden om met hun armoedesituatie om te gaan.

in armoede opdrachten zoals winkelen, de energierekening betalen en het gsm-belkrediet aanvullen. Iedere deelnemer werd tijdens de week bovendien geconfronteerd met onvoorziene omstandigheden zoals een kapotte bril of een tandartsbezoek door hevige tandpijn. Zo ondervonden de deelnemers tegen welke vooroordelen mensen in armoede voortdurend opbotsen, welke problemen ze ondervinden, hoe moeilijk en stresserend het is om creatieve oplossingen te zoeken binnen het weekbudget en welke grote negatieve impact armoede op sociale contacten heeft. Deze inleefoefening bracht niet alleen de deelnemers tot inzicht en begrip voor de armoedeproblematiek maar hielp ook de mensen in armoede vooruit. Door hun grote organisatorische betrokkenheid steeg hun gevoel van eigenwaarde aanzienlijk. Beide partijen werden er dus beter van, want in de strijd tegen armoede speelt het sociale welbevinden van sociaal kwetsbare mensen een belangrijke rol. In 2011 speelden politici, het management en de medewerkers van het OCMW en de gemeente met de politie, vrijwilligers van de welzijnsschakels en mensen met armoedeervaring het inleefspel Kwinkslag. De heterogene groep kaartspelers met een heel uiteenlopende achtergrond werd verdeeld over verschillende speeltafels. Per speeltafel golden andere spel- en leefregels. De groepjes speelden het kaartspel aan elke tafel. Door het simulatiespel werden de spelers geconfronteerd met medespelers die, ondanks vele schijnbare overeenkomsten, op een verschillende manier met de dingen omgaan. In het spel werden ze uitgedaagd de verschil-


lokale raad len bij elkaar te ontdekken en strategieën te bedenken om die te overstijgen. Het spel Kwinkslag liet alle deelnemers zien en voelen dat dialoog mogelijk is, hoe verscheiden iedereen ook is. In de nabespreking ontstond een open en eerlijk gesprek waarbij de mensen met armoede-ervaring opmerkten dat ze zich begrepen voelden en dat ze de beleidsmensen en de hulpverleners met dit spel op een andere manier hadden leren kennen. Alle spelers waren het erover eens dat dialoog de enige manier is om samen over armoede na te denken. Tijdens het project ‘Loop in de schoenen van’ maakten de hulpverleners een daguitstap met daklozen om ook met deze doelgroep meer voeling te krijgen. Om de kansen voor kinderen in armoede in de scholen te vergroten en de sociale uitsluiting te verminderen loopt er ook een scholenproject. Het OCMW en de Watertoren hebben een werkgroep Kansarmoede op school opgericht waarin de schepen van onderwijs en de directies van de scholen van Beerse zetelen. Tijdens het eerste schooloverschrijdend BOO (Beerse Onderwijs Overleg) vergaderden de leerkrachten van alle scholen samen over armoede. De bedoeling is samen met de lokale partners lokaal flankerend onderwijsbeleid te ontwikkelen dat inspeelt op de lokale situatie en het Vlaamse onderwijsbeleid aanvult. Dit jaar programmeerden het OCMW en de Watertoren Leven in een krabbenmand voor alle inwoners van Beerse en een aparte voorstelling voor de scholen. Deze theatermonoloog van Guy Bernaert wordt vertolkt door Marleen Merckx en is gebaseerd op de waar gebeurde roman Ik ben iemand/niemand van Guy Didelez en Lieven De Pril. Een vrouw vertelt over haar leven in armoede in ons land, waarbij haar kracht en doorzettingsvermogen sterk aan bod komen. Het is ook een liefdesgeschiedenis van een koppel dat elkaar door dik en dun blijft steunen. Volgend jaar willen het OCMW en de Watertoren een inleefhuis bouwen naar het voorbeeld van het OCMW Herentals zodat de bezoekers kunnen ondervinden hoe leven in armoede aanvoelt. Zelfsturende praatgroep Door actief deel te nemen en mee te werken aan de zeer uiteenlopende inleefprojecten hebben verschillende mensen in armoede hun manier gevonden om met hun armoedesituatie om te gaan. Ze willen deze positieve ervaringen en kennis graag delen met lotgenoten om hun die moeizame weg te besparen. Omdat mensen in armoede die hulp zoeken erg op hun privacy gesteld zijn, willen ze daarvoor met het OCMW een zeer laagdrempelig systeem ontwikkelen. ‘We werken op dit ogenblik aan de formule van een praatgroep met een ervaringsdeskundige in armoede als gastvrouw die het gesprek stuurt,’ verduidelijkt Viviane Cornelissen. ‘De gastvrouw nodigt in een vertrouwde omgeving een kleine groep vrienden uit die zelf enkele vrienden in armoede meebrengen. In een beschermde omgeving kunnen de aanwezigen mondeling informatie doorgeven en ervaringen uitwisselen over de dingen waar ze mee worstelen. Het OCMW levert enkel de logistieke ondersteuning zoals de uitnodigingen en de financiële tussenkomsten voor de bijeenkomsten.’ inge ruiters

Moet elke wijziging aan het kwaliteitshandboek besproken en goedgekeurd worden op de OCMW- of gemeenteraad? Elke erkende gezondheids- en welzijnsvoorziening moet een kwaliteitshandboek hebben. Dat bundelt niet alleen de missie, visie en doelstellingen van de voorziening, maar bevat ook de verschillende procedures en processen zoals de klachtenprocedure en de onthaalprocedure die de geformuleerde doelstellingen mee helpen realiseren. Daarnaast omschrijft het kwaliteitshandboek ook de zogenaamde zelfevaluatie of de manier waarop de voorziening zelf haar processen, structuren en resultaten bewaakt, beheert en voortdurend verbetert. Een kwaliteitshandboek van een erkende zorgvoorziening omschrijft niet alleen welke zorg wordt geleverd en aan welke vereisten men deze zorg wil laten voldoen, maar ook hoe men dat wil realiseren. Logisch dus dat het kwaliteitshandboek bekrachtigd wordt door de hoogste leiding binnen de voorziening. Althans, zo staat het geformuleerd in artikel 5, § 4 van het Decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen: ‘Het kwaliteitsbeleid, het kwaliteitsmanagementsysteem en de zelfevaluatie krijgen gestalte in een kwaliteitshandboek, dat bekrachtigd wordt door de hoogste leiding binnen de voorziening.’ Maar het kwaliteitshandboek is geen voor eeuwig en altijd afgewerkt boek. Integendeel, het is een work in progress waaraan steeds elementen gewijzigd, doelstellingen geherformuleerd en procedures toegevoegd of geschrapt worden. Is het gezien het levend karakter van een kwaliteitshandboek dan wel haalbaar om elke wijziging te laten bekrachtigen op de OCMW- of gemeenteraad? Uiteraard niet. Maar ook al hoeven de wijzigingen niet aan de OCMW- of gemeenteraad voorgelegd te worden, toch is het belangrijk dat de raadsleden op de hoogte blijven van de concrete werking van de zorgvoorziening. In de praktijk kan een bestuur beslissen elke wijziging aan het kwaliteitshandboek te laten bekrachtigen door de raadsleden. Men zou zich er ook toe kunnen beperken alleen wijzigingen aan het kwaliteitshandboek op de raad te brengen die echt een impact hebben op de werking. Of de bespreking van de wijzigingen in een jaaroverzicht bundelen. Of nog, de bekrachtiging van het kwaliteitshandboek en de wijzigingen eraan delegeren aan de secretaris als hoogste ambtelijke leiding van het bestuur. Het is dan zijn taak om te oordelen of een wijziging voor goedkeuring naar de raad moet. Praktijkboek Kwaliteitszorg in welzijnsvoorzieningen, redactiecoördinatie Theo Wijnen, VVSG/Politeia-uitgave, www.politeia.be

Mail uw vragen over kwaliteitszorg naar

theo.wijnen@vvsg.be of ruud.bourmanne@vvsg.be

Lokaal I 16 oktober 2012 I 35


werkveld de frontlijners Karin Poldervaart

‘We werken met mensen met heel veel bagage.’ Karin Poldervaart startte dertig jaar geleden samen met Lieve Van Cutsem, een zorgkundige, het lokale dienstencentrum ’t Paviljoentje in Ruisbroek, een deelgemeente van SintPieters-Leeuw. Omdat ze altijd goed luisterde naar de goede raad van de senioren die aan de activiteiten deelnamen, kon dit dienstencentrum inspelen op de laatste trends in de samenleving. tekst marlies van bouwel beeld stefan dewickere

In 1982 was dit het eerste lokale dienstencentrum van Vlaams-Brabant, ons voorbeeld toen was de Balsemboom in Brugge. Vanaf dag één hebben we maaltijden geserveerd, hadden we een badgelegenheid, een wassalon en een pedicuredienst. Door een behoefteonderzoek wisten we dat de populatie van Ruisbroek, die overwegend uit arbeiders bestond, dat goed kon gebruiken. We zijn traag gestart, gelukkig konden we meteen leren van onze senioren, ook praktische tips gaven ze ons. Je moet je publiek aanvoelen, we zullen nooit een bridgeclub hebben zoals het lokale dienstencentrum van Sint-GenesiusRode. We begonnen met ontmoetings- en ontspanningsactiviteiten. Ik kon niet kaarten, maar organiseerde wel een kaartwedstrijd, dat lukte alleen maar dankzij de senioren. Niet alles liep van meet af aan vlot. Dit dorp van 6000 inwoners telde wel drie gepensioneerdenbonden, ze vreesden dat het dienstencentrum hun leden zou afpakken. Maar we werkten aanvullend. Op

36 I 16 oktober 2012 I Lokaal

hun maandelijkse activiteitendag stond er niets op onze agenda, integendeel, ik moedigde de senioren aan om daar naartoe te gaan. Nu loopt de samenwerking goed. Sinds ’87 geven we Engelse les op vraag van enkele senioren die op tv niet alles begrepen. Nu hebben we 145 cursisten die Engels volgen om te reizen, te lezen of om met de kleindochter in Californië te skypen. Eenzelfde evolutie zie je ook bij de computerlessen. In ’95 mocht een personeelslid twee uur per week les geven aan de senioren die per twee aan zo’n grote bak zaten die het bestuur afgedankt had. Nu worden er lessen gegeven over de iPad, het maken van digitale fotoboeken en Twitter en hebben we een mobiele computerklas met twaalf laptops. Destijds zijn we gestart met breien en haken, nu maken we juwelen, we vilten of werken met Powertex. Senioren zijn zeer bewust bezig met hun gezondheid en lichaam, met een stijgende vraag naar beweging als gevolg. Op

maandag staat lijndansen op het programma, les in stijldansen maar dan individueel op een rij, een heuse hype bij vrouwen. Dinsdag die andere hype: petanque, donderdag aerobic en vrijdag aquagym. Regelmatig is er een pingpongnamiddag, een of twee keer per maand wandelen we acht kilometer en in de zomer maken we fietstochten. Dat wordt dankzij de elektrische fiets populair. Op dertig jaar heb ik dus een hele evolutie meegemaakt. Vroeger waren de senioren die hier kwamen onvoorwaardelijk voor ons. Nu zijn ze mondiger en soms zelfs veeleisend. Op de centrumraad komen de vertegenwoordigers van alle clubs vier keer per jaar samen om het programma te overlopen. Laatst stelden we voor om het sinterklaas- en kerstfeest dat tot nu toe in elk van de drie dienstencentra in SintPieters-Leeuw apart georganiseerd wordt, te groeperen. ‘Dat kun je toch niet van de mensen afnemen!’ was het antwoord, want we zouden de oudste mensen die het minst mobiel zijn, straffen. Daar had-


Gelukkig hebben we veel vrijwilligers, hun inbreng is zeer waardevol, ze kennen de organisatie goed. Het zijn onmisbare partners. den ze gelijk in en dus behouden we alle feesten. Onze gebruikers geven ook goede ideeën voor uitstappen. Jong personeel vergeet soms dat dit mensen zijn die heel interessante beroepen hebben gehad, die interessante levenservaring hebben. Dat is het boeiende van deze baan, je werkt met mensen met heel veel bagage. Nu is de samenwerking met andere generaties en culturen de uitdaging. We proberen dat al. De juf van de vierde klas in de basisschool naast het OCMW had in haar klas maar één kind met Nederlands als moedertaal. Ze presenteerde toffe, concrete ideeën om de kinderen de kans te geven te praten. We hebben een namiddag gepraat over de school vroeger en nu, op grootouderdag hebben de

kinderen versjes voorgedragen, er waren twee namiddagen waar telkens een senior met drie kinderen taalspelletjes deed, er was een geleide wandeling door het dorp, we hebben geknutseld en op uitdrukkelijke vraag van de kinderen was er een petanquetornooi van telkens een senior met twee kinderen. Daarnaast kwam via de integratieambtenaar de vraag van de vrouwenwerking of ze hier mogen meedoen aan de aerobicles, maar dan zonder mannen erbij. Voor ons is dat moeilijk, we staan open voor alle mensen, dus mogen de mannen blijven. Ze vroegen ook een praatgroep om hun Nederlands te oefenen, dat gebeurt nu. Zij vroegen naailes, we hebben nu twee namiddagen op het programma gezet om te leren stikken maar dat is ook voor ieder-

een. Heel langzaam groeien beide partijen zo naar elkaar, het is mijn taak een goede schakel te zijn. Om de vereenzaming te bestrijden – een grote uitdaging – hebben we een telefoonster opgericht: wekelijks belt een vrijwilliger zestien mensen op. We hebben een boodschappen- en een vervoerdienst. Gelukkig hebben we veel vrijwilligers, hun inbreng is zeer waardevol, ze kennen de organisatie goed. Je moet waarderen wat ze doen, zonder ze te betuttelen of te bemoederen, het zijn onze onmisbare partners. De besturen vinden ons dure vogels en wij kunnen niet met hard cijfermateriaal bewijzen dat we mensen uit de woonzorgcentra houden. Toch zijn we er heilig van overtuigd dat we preventief werken: mensen blijven zo langer gezond, ook geestelijk. En omdat ze elkaar helpen, hebben ze ook minder professionele hulp nodig. Dat is allemaal niet in cijfers uit te drukken.

Lokaal I 16 oktober 2012 I 37


geregeld wetmatig

layla aeerts

Lokaal integratiebeleid: regierol blijft onduidelijk Op 20 juli hechtte de Vlaamse regering haar principiële goedkeuring aan het uitvoeringsbesluit bij het gewijzigde Integratiedecreet. Met dit uitvoeringsbesluit wil minister van Integratie Geert Bourgeois het lokale integratiebeleid van de Vlaamse gemeenten verder concretiseren. Meteen wil het nieuwe besluit conform het planlastendecreet zijn. Voor de VVSG was het vooral uitkijken naar de invulling van de regiefunctie. Die blijft echter zeer mager en beperkt. Daarbovenop voert het nieuwe besluit nieuwe subsidie- en instapcriteria in. De middelen blijven bovendien ontoereikend om de gemeenten daadwerkelijk te ondersteunen.

De invulling van de regiefunctie is ontgoochelend en te beperkt. De gemeenten krijgen de opdracht te sturen, af te stemmen, maar ze krijgen geen instrumenten om dit te realiseren. Er is enkel bepaald dat gemeenten die de regie (nog) niet kunnen opnemen, deze taak kunnen delegeren aan het (provinciaal) integratiecentrum.

Nieuwe subsidiecriteria Voortaan hanteert Vlanderen voor de verdeling van de enveloppensubsidies ‘objectieve’ criteria. De VVSG heeft hierbij enkele bedenkingen. 60% van de lokale integratiesubsidie wordt verdeeld volgens de aanwezigheid en de concentratie van de ‘bijzondere’ doelgroep van het integratiedecreet: de eerste en tweede generatie van personen van vreemde herkomst. Maar de studiedienst van de Vlaamse regering geeft toe dat ‘een exacte bereke-

ning van de groep personen van vreemde herkomst zoals gedefinieerd in het integratiedecreet niet mogelijk is’.

Budget veel te beperkt De VVSG heeft ook vragen bij de beperkte budgettaire middelen die Vlaanderen voor de uitvoering van het luik lokaal beleid ter beschikking stelt. 45 gemeenten krijgen Vlaamse subsidies voor hun lokale integratiebeleid, maar 194 gemeenten komen ook voor subsidiëring in aanmerking. Het nieuwe uitvoeringsbesluit reduceert dit aantal tot 115. Bovendien bepaalt het voorontwerp dat indien de vraag naar lokale integratiesubsidies de beschikbare begrotingskredieten overschrijdt, de gemeenten met de meeste personen van vreemde herkomst het eerst in aanmerking komen. Daarnaast verlaagt het uitvoeringsbesluit het minimumbedrag van de integratie-

subsidie van de huidige 65.998 euro naar 50.000 euro. Als Vlaanderen het integratiebeleid met lokale afstemming, uitvoering en regie echt belangrijk vindt, moet het er ook voor zorgen dat de gemeenten die nu subsidies krijgen, hun beleid kunnen voortzetten. Daarnaast moet Vlaanderen een groeipad uittekenen, zowel voor de financiering van bijkomende gemeenten, als voor de ondersteuning van een lokaal integratiebeleid in alle lokale besturen. De VVSG spreekt de bevoegde minister opnieuw over deze problemen aan. sabine.vancauwenberge@ vvsg.be

Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van diverse bepalingen van het decreet van 28 april 1998 betreffende het Vlaamse integratiebeleid, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009 en het decreet van 6 juli 2012

De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw zoekt een

diensthoofd organisatie opleiding & consulting m/v . Functie

profiel

• Je geeft leiding aan een team dat de logistieke organisatie verzorgt van opleidingen en studiedagen voor jaarlijks ca. 12.000 bestuurders en medewerkers van het lokale bestuur • Je versterkt de efficiëntie en de kwaliteit door werkprocessen te verbeteren en een scherper beleid te ontwikkelen in verband met prijzen, locaties, communicatie, evaluaties, facturatie en kostenstructuur • Je organiseert de communicatie en marketing van opleidingen en studiedagen. • Je beschikt over een diploma van master of je hebt gelijkwaardige kennis door ervaring • Je hebt minimaal drie jaar werkervaring als leidinggevende • Je hebt minimaal drie jaar werkervaring, bij voorkeur in de sector van evenementen en opleidingen • Je bent een communicatie- en marketingdeskundige • Je hebt een rijbewijs en beschikt over een auto • Je hebt een grondige kennis van Office, Sharepoint, CRM en aanverwante informaticatoepassingen

38 I 16 oktober 2012 I Lokaal

Meer informatie over de inhoud van de functie krijg je bij Jan van Alsenoy, directeur beweging, 0498 1234 64 jan.vanalsenoy@vvsg.be Ons aanbod Een functie in een omgeving waar een open geest, professionaliteit, realisme en idealisme samengaan. Een voltijds contract van onbepaalde duur, aangepast loonpakket en soepele werkregeling. Interesse? Sollicitatie met cv en motivatiebrief stuur je tot 15 november 2012 per e-mail aan hildegarde.merckx@vvsg.be


BBC: VVSG wil meer ruimte voor indeling beleidsdomeinen

Er zit een duidelijk knelpunt in de regels over beleidsvelden, beleidsdomeinen en beleidsitems. De beleidsvelden (bv. sport, rusthuizen) zijn door Vlaanderen opgelegd en garanderen de statistische gegevensverzameling. Lokale besturen moeten die beleidsvelden groeperen in zelf gekozen beleidsdomeinen. Die bepalen het uitzicht en de indeling van de beleidsrapporten voor de raad: het meerjarenplan, het budget en de jaarrekening. Besturen die dat willen, kunnen de beleidsvelden nog onderverdelen in beleidsitems. Nu blijkt de verplichting om een (opgelegd) beleidsveld helemaal onder te brengen in één beleidsdomein soms te botsen met de lokale politieke of organisatorische realiteit. Besturen mogen een beleidsveld niet opsplitsen over verschillende beleidsdomeinen. Het gevolg is dat ofwel de herkenbaarheid ter plaatse vermindert (omdat besturen beleidsdomeinen kiezen die de beleidsvelden wel integraal bevatten), ofwel de statistieken voor Vlaanderen minder betrouwbaar worden (omdat besturen de registratie op het juiste beleidsdomein het belangrijkst vinden). De VVSG vraagt de Vlaamse regering om gemeenten en OCMW’s de mogelijkheid te bieden de beleidsdomeinen op te bouwen op basis van beleidsitems. Deze aanpassing van het besluit zou al meteen voor de beleidsplanning 20142019 toepasbaar moeten zijn. jan.leroy @ vvsg.be

stefan dewickere

Gemeenten en OCMW’s moeten meer mogelijkheden krijgen voor de indeling van de beleidsdomeinen. Dat vraagt de VVSG in een brief aan de Vlaamse ministers Kris Peeters en Geert Bourgeois. De vraag past in de lopende evaluatie van de beleids- en beheerscyclus (BBC). Enkele tientallen gemeenten en OCMW’s zijn hiermee sinds 2011 aan de slag, en hun ervaringen kunnen leiden tot bijsturingen van de BBC-regels.

Vierdaags en halftijds werken bij de federale overheid Op 25 september 2012 is het KB houdende diverse bepalingen betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector voor de personeelsleden van het federaal administratief openbaar ambt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Dit KB regelt de vierdaagse werkweek en het halftijds werken vanaf 50/55 en zal de eerder gepubliceerde wet van 19 juli 2012 in werking doen treden, meer bepaald de artikelen 4 tot 8 daarvan. Sinds 1 januari 2012 was het niet langer mogelijk gebruik te maken van het recht op vrijwillige vierdaagse werkweek en halftijdse vervroegde uittreding volgens de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid. Het regime bleef wel van toepassing voor personeelsleden van het federaal administratief openbaar ambt die al vóór 31 december 2011 in het systeem zaten (lopend stelsel). Voor alle duidelijkheid: de regeling voor het federaal openbaar ambt is niet van toepassing op de lokale en provinciale besturen. De bepalingen van de nieuwe wet die de sociale zekerheid betreffen, kunnen eventueel wel van toepassing worden verklaard op de lokale en provinciale besturen. Hiertoe moeten de Vlaamse Gemeenschap (voor OCMW’s) en het Vlaamse Gewest (voor gemeenten en provincies) dan een verzoek indienen. Dit is alleen mogelijk als er een vergelijkbare regeling voor de lokale en provinciale besturen zou bestaan. Dat laatste is vanwege het decreet houdende wijziging van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector en tot opheffing van regelgeving houdende de uitvoering van artikel 14 en 27, §4, van dezelfde wet, niet meer het geval. katleen.janssens@ vvsg.be (personeelsbeleid

Inforumnummer 268461, Inforumnummer 267232, Inforumnummer 84010

De brief aan de ministers vindt u via www.vvsg.be/lists/nieuws, bericht van 24/9

OCMW’s) en

marijke.delange@ vvsg.be (personeelsbeleid gemeenten)

Meer informatie is te vinden via www.fedweb.belgium.be/nl/nieuws

Lokaal I 16 oktober 2012 I 39


geregeld wetmatig

Oprichting prezones voor brandweer: een overzicht Op initiatief van minister Joëlle Milquet heeft het federale parlement op 29 juni een aanpassing van de wet van 15 mei 2007 goedgekeurd die de invoering van de prezones voor de brandweer mogelijk maakt. Na de taskforces in 2009 en de operationele prezones in 2010-2011 zijn de prezones de volgende stap in de brandweerhervorming. Die moet uitmonden in de definitieve hulpverleningszones voor de brandweer, waar-

bij we van 165 gemeentelijke brandweerdiensten naar twintig brandweerzones zullen evolueren. De VVSG was geen voorstander van de invoering van de prezones in een verkiezingsjaar. Hierdoor en gezien de zeer krappe timing (31 oktober 2012) zal 2012 voor de prezones een overgangsjaar zijn. Op www.vvsg.be hebben we alles in verband met de prezones voor u samengebracht: de creatie, opdrachten en organi-

satie; de verschillende uitvoeringsbesluiten over de prezones; en de timing voor de oprichting ervan.

Uit de lijst

gen, Dilbeek, Drogenbos, Duffel, Edegem, Gent, Grimbergen, Hemiksem, Herent, Hoeilaart, Hoogstraten, Hove, Koksijde, Kortenberg, Kraainem, Leuven, Liedekerke, Linkebeek, Lint, Machelen, Mechelen, Meise, Melle, Merelbeke, Middelkerke, Mortsel, Niel, Nieuwpoort, Ravels, Rumst, Schelle, Sint-Genesius-Rode, Sint-Pieters-Leeuw, Stabroek, Steenokkerzeel, Tervuren, Vilvoorde, Wemmel, Wezembeek-Oppem, Wijnegem, Wommelgem, Zaventem en Zuienkerke was de regelgeving al van toepassing en blijft dat ook zo totdat over drie jaar een nieuwe lijst wordt opgesteld.

kris.versaen@ vvsg.be

Bekijk de volledige stand van zaken via www.vvsg.be/veiligheid/brandweer, klik ‘brandweerhervorming’ en ‘nieuwsitems’

Het Decreet Grond- en Pandenbeleid voerde in de loop van 2009 de regeling ‘wonen in eigen streek’ in. Dit betekent dat in sommige gemeenten in bepaalde gebieden mensen een voldoende hechte band met de gemeente moeten aantonen om er een stuk grond of een woning te kunnen kopen. Hierover oordeelt een provinciale beoordelingscommissie op basis van decretaal bepaalde voorwaarden. Het gaat om onroerende goederen gelegen in ‘woonuitbreidingsgebied’, in ‘reservegebieden voor woonwijken’ of ‘woonaansnijdingsgebieden’. Recent is de lijst van gemeenten bij besluit van de Vlaamse Regering opnieuw samengesteld. Voor elf van de zeventig gemeenten op de oorspronkelijke lijst geldt de regeling ‘wonen in eigen streek’ niet meer. Elf andere gemeenten worden aan de lijst toegevoegd. In gemeenten die daarnaast nog deel uitmaken van het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, geldt een uitgebreidere regeling. Ook kunnen gemeenten die voorkomen op de lijst, het toepassingsgebied verder uitbreiden. Binnen drie jaar wordt een nieuwe lijst vastgesteld.

40 I 16 oktober 2012 I Lokaal

stefan dewickere

Lijst gemeenten met aangepaste regeling ‘wonen in eigen streek’

Voor de volgende gemeenten uit de oorspronkelijke lijst geldt de regeling ‘wonen in eigen streek’ niet meer: Affligem, Arendonk, Essen, Kalmthout, Kapellen, Lovendegem, Oudenburg, Sint-MartensLatem, Waasmunster, Wachtebeke en Zingem.

Nieuw op de lijst Voortaan geldt de regeling dan weer wel in de gemeenten Berlaar, Denderleeuw, Lint, Mechelen, Nazareth, Oostende, Oud-Heverlee, Overijse, Schoten, Sint-KatelijneWaver en Turnhout.

xavier.buijs@ vvsg.be

Gemeenten waarvoor niets verandert

Besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni

In de gemeenten Aartselaar, Antwerpen, Asse, Baarle-Hertog, Beersel, Bertem, Bierbeek, Blankenberge, Boechout, Boom, Boortmeerbeek, Borsbeek, Brasschaat, Bredene, De Haan, De Panne, Destelber-

2012 houdende vaststelling van de lijst van gemeenten, vermeld in artikel 5.1.1, eerste lid, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, BS van 19 juli 2012, Inforumnummer 241427


agenda studiedagen

Vorming voor personeelsleden van gemeente en OCMW die bij de werking van het sociaal huis betrokken zijn, over systematische communicatie en over concrete uitwerking van communicatieproducten. www.vvsg.be (kalender) Leuven 6 november

Lokaal sociaal beleid in het meerjarenplan

Vorming voor OCMW- en gemeentesecretarissen, coördinatoren, medewerkers en leden van het managementteam verantwoordelijk voor lokaal sociaal beleid. www.vvsg.be (kalender) Gent 8 november Mechelen 6 december

Basisvorming de wet van 2 april 1965

Vorming voor beginnende maatschappelijk werkers en OCMW-juristen of medewerkers die voor het eerst met deze wet in contact komen. www.vvsg.be (kalender)

WERKGELEGENHEIDSMAATREGELEN in lokale besturen

Communicatie voor kansarme doelgroepen

Handboek

Kortrijk 6 november Mechelen 27 november

[1]

Handboek

WERKGELEGENHEIDSMAATREGELEN [ ] 1

in lokale besturen

Antwerpen 16 en 23 oktober, 6 november Leuven vanaf 19 november

Werkgelegenheidsmaatregelen in lokale besturen: aan de slag! Lokale besturen kunnen allerlei werkgelegenheidsmaatregelen en -premies inzetten. Denken we maar aan Activa, Sine, Startbanen of Artikel 60 § 7 van de OCMW-wet. Alle mogelijkheden worden in deze opleiding haarfijn uit de doeken gedaan. Personeelsverantwoordelijken weten na de studiedag dus welke maatregelen zij voor wie kunnen inzetten, hoe zij dat administratief regelen en in welke mate de loonkosten hierdoor verminderd kunnen worden. www.vvsg.be (kalender)

Brussel 9 november

vende van de ploeg of dienst zijn. www.vvsg.be (kalender)

Informatienamiddag over integrale toegankelijkheid, een nieuwe visie op spelen in het bos en nieuwe vormen van toegankelijkheid. www.bosplus.be

Antwerpen vanaf 20 november

Toegankelijkheid in Bos en Natuur: Durf buiten de paadjes kleuren!

Brussel 12 november

meePRATEN op het werk Studiedag over taal en anderstaligheid en over het pilotproject taalbeleid van OCMW Halle. www.ocmwhalle.be Antwerpen 13 november

Anders gaat ook: diversiteit in het woonzorgcentrum Hasselt, Torhout, Gent, Geel en Leuven vanaf 21 november

Hervormingen in de pensioenwetgeving Deze tweedaagse opleiding geeft u een grondig inzicht in de pensioenhervorming voor zowel ambtenaren als contractanten. Guy Nechelput, administratief en financieel deskundige van de Pensioendienst voor de overheidssector, en Jozef De Mol, attaché van de Rijksdienst voor Pensioenen, zetten de recente wijzigingen uiteen en behandelen uw vragen. www.vvsg.be (kalender)

Interactieve vorming voor verpleegkundigen, zorgkundigen, ergotherapeuten en animatoren in woonzorgcentra. www.vvsg.be (kalender) Leuven 19 en 26 november

Werkgelegenheidsmaatregelen in lokale besturen: aan de slag! Studiedag voor personeelsverantwoordelijken, personeelsdiensten en secretarissen. www.vvsg.be (kalender)

opleidingen

Bierbeek 20 en 27 november

Functionerings-, planningsen evaluatiegesprekken voor ploegbazen Tweedaagse interactieve training voor medewerkers van technische en logistieke diensten die effectief de leidingge-

Art. 60-tewerkstelling als opstap naar een reguliere baan: hoe maximaal benutten? Driedaagse interactieve training voor maatschappelijk werkers en arbeidstrajectbegeleiders. www.vvsg.be (kalender) Mechelen 20 en 29 november

Overtuigend en constructief gesprekken voeren Praktijkgerichte training voor maatschappelijk werkers en leidinggevenden van de sociale dienst met concrete tips. www.vvsg.be (kalender) Hasselt 21 november en 6 december Torhout 27 november en 11 december Gent 29 november en 18 december Geel 4 en 13 december Leuven 5 en 19 december

Hervormingen in de pensioenwetgeving

Tweedaagse informatiesessie voor secretarissen, personeelsverantwoordelijken en medewerkers van gemeenten en OCMW’s. www.vvsg.be (kalender)

evenementen

Gent 29 november

AGIV-Trefdag 2012 Jaarlijkse infobeurs met infosessies en workshops over de nieuwigheden op het gebied van GIS en topografie. www.agiv.be/gis/

Lokaal I 16 oktober 2012 I 41


column Johan Ackaert

Lessen uit 1312

T

erwijl u dit leest, zijn de electorale kruitdampen in uw gemeente waarschijnlijk al opgetrokken en de vermeende electorale dijkbreuken afdoende becommentarieerd en kunt u misschien al nagaan in welke mate de beruchte voorakkoorden ook daadwerkelijk doorleven in effectieve bestuursakkoorden. Tijd dus om te genieten van de lokale politieke windstilte en wat te mijmeren over verleden en toekomst van onze gemeenten en steden. De vorige editie van Lokaal bood wat dat betreft een mooi aanknopingspunt: de herdenking van het Charter van Kortenberg. In 1312 legde dit Charter de verhoudingen en verantwoordelijkheden van vorst en stedelingen in het toenmalige Hertogdom Brabant vast. Hadden ze toen al van de G20 gesproken, dan maakte dat Hertogdom daar ongetwijfeld deel van uit. Het ambtsgebied bestreek immers het Brusselse Gewest, de provincies Waals-Brabant, Vlaams-Brabant, Antwerpen en het grootste deel van de huidige Nederlandse provincie Brabant. In het toenmalige vocabularium kwam het woord splitsen (nog) niet voor. De inwoners van het huidige Kortenberg zullen de herdenking niet gauw vergeten. Uw lijfblad bracht in de vorige editie een overzicht van de feestelijkheden en activiteiten (zonder evenwel in te gaan op fraaie Bourgondische neveneffecten zoals charterbier en chartercava). Zelf kreeg ik de gelegenheid de afsluitende academische zitting bij te wonen, in de ridderzaal van de abdij waar hertog Jan II het charter ondertekende. Een mooie antieke ridderzaal maar toch zo deprimerend duister. Konden de ondertekenaars die 27ste september 1312 het document dat ze daar goedkeurden wel lezen? De hertog zette zijn krabbel overigens geenszins in een vlaag van verlicht denken op het perkament. (Deze

42 I 16 oktober 2012 I Lokaal

intellectuele nieuwlichterij kwam pas veel later in de geschiedenis aan de orde.) Neen, de mens was ziek en met die ondertekening wou hij zijn nageslacht behoeden voor nog meer aanspraken vanwege de nouveaux riches uit de steden. U ziet het, steden riepen op ‘de buiten’ toen al een negatieve connotatie op: de vrees voor de stad is dus niet nieuw. Maar goed, mochten meer wankelende wereldleiders zich gespiegeld hebben aan die zieke hertog, dan was de geschiedenis misschien wat minder getekend door allerhande rampspoed en ellende. Bart Van Moerkerke beschreef op deze pagina’s hoe de gemeente Kortenberg die herdenking verdienstelijk aangrijpt om een nieuw participatietraject voor haar inwoners uit te tekenen. Burgers worden aangepord om mee te dromen over de toekomst van hun gemeente maar ook om de handen uit de mouwen te steken. Gemeenteraadsverkiezingen zijn een ijkpunt voor het lokale bestuur, maar niet het eindpunt in burgerbetrokkenheid. De viering van 1312 is niet alleen een mooi uitgangspunt om na te denken over verhoudingen tussen burgers en bestuurders, ze bood in se ook de kans om te reflecteren over nieuwe vormen van stedelijkheid. (Jammer dat andere overheden dit niet opnamen.) Het charter kende niet alleen politieke rechten toe aan individuele stedelingen maar versterkte toen ook een zich stilaan ontwikkelende politieke, economische en culturele dynamiek in de steden die van essentieel belang was voor het moderniseringsproces dat zich in heel West-Europa aftekende. En eigenlijk oversteeg het toen al het bipolaire sloganeske denken over rurale-urbane verhoudingen waarvan ik de voorbije maanden helaas, afgaande op sommige verkiezingsslogans in landelijke gemeenten, nog te vaak afdrukken aantrof op afficheborden.


Wil je in de toekomst van Ieper een cruciale rol spelen? Dat kan, het college van burgemeester en schepenen maakt bekend dat zal overgegaan worden tot de openstelling in tijdelijk contractueel verband van een (m/v):

Afdelingshoofd Manager – Grondgebiedszaken De dienst grondgebiedszaken is belast met de planning, uitvoering en opvolging van alle infrastructuur- en onderhoudswerken, die zowel in eigen beheer als door derden worden uitgevoerd, het managen van het mobiliteits- en het verkeersbeleid. De dienst heeft in deze materies eveneens een ondersteunende en dienstverlenende functie, zowel voor de eigen diensten als voor de diverse organisaties en verenigingen en in het algemeen naar de bevolking toe. De stad Ieper heeft heel wat boeiende projecten waar de dienst een belangrijke rol in speelt, zoals de ontwikkeling in publiek-private samenwerking van de site De Meersen, de voorbereiding van de verhuis naar een nieuw administratief centrum, de heraanleg van de stationsomgeving. Functie: Als afdelingshoofd manager word je belast met de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het vastgelegde beleid voor de betrokken diensten. Je adviseert het bestuur over alle aangelegenheden binnen je vakgebied en werkterrein conform de geldende regelgeving. Je levert een bijdrage aan het uitstippelen van het te volgen beleid inzake openbare werken en patrimoniumbeheer.

OCMW Bekkevoort werft aan:

Maatschappelijk assistent m/v

(wervingsreserve van 1 jaar) functie

Informatie verstrekken i.v.m. sociale toelagen en rechten, verrichten van sociale onderzoeken, begeleiden van cliënten en dossierbeheer, psychosociale ondersteuning en crisisinterventie, …

profiel

Je bent in het bezit van een diploma bachelor in het sociaal werk. Je hebt een groot probleemoplossend vermogen, je beschikt over communicatieve en administratieve vaardigheden. Je bent bereid om initiatief te nemen en permanent up-to-date te blijven. Je bent oprecht geïnteresseerd in de sociale thema’s van deze tijd en in de maatschappelijke structuren.

aanbod

interesse?

Een voltijds contract van onbepaalde duur, een afwisselende job in een boeiende maar stabiele omgeving, een aangepast loonpakket B1-B3 (geïndexeerd bruto maandloon: min. € 2.273 – max. € 3.831) aangevuld met maaltijdcheques, een gratis hospitalisatieverzekering, een fietsvergoeding en een 2de pensioenpijler. Interessante vakantieregeling, relevante ervaring wordt meegenomen en er is mogelijkheid tot vorming en opleiding tijdens de diensttijd. Stuur je cv, een afschrift van je diploma en een bewijs van goed gedrag en zeden t.a.v. de voorzitter, Eugeen Coolsstraat 17, 3460 Bekkevoort voor 10 november 2012. Voor meer informatie over de functie, de arbeidsvoorwaarden en de selectieprocedure neem je contact op met de OCMW-secretaris, Anja Convents op T 013-46 05 91 of via info@ocmwbekkevoort.be.

Profiel: Je bent in het bezit van een toepasselijk masterdiploma of gelijkwaardig én je hebt minimaal 4 jaar relevante beroepservaring. Tevens voldoe je aan de algemene toelatings- en aanwervingsvoorwaarden (terug te vinden in de infobundel).

Uw advertenties in Lokaal, VVSG-week én op de VVSG-website

Aanbod: Een voltijdse contractuele betrekking in tijdelijk verband. Een boeiende en uitdagende functie met verantwoordelijkheid. Verloning in graad Ax barema A4a – A4b met als extra’s: maaltijdcheques, opleidingsmogelijkheden, mogelijkheid tot instappen in de collectieve hospitalisatieverzekering.

inlevering personeelsadvertenties voor:

Interesse? Heb je interesse voor deze vacature, bezorg dan uiterlijk op 26 oktober 2012 (postdatum geldt als bewijs) per aangetekend schrijven, je kandidatuur, vergezeld van een uitgebreid cv, met een afschrift van je diploma en een uittreksel uit het strafregister gericht aan het college van burgemeester en schepenen, Grote Markt 34, 8900 Ieper.

informatie

De functiebeschrijving en bijkomende informatie zijn te verkrijgen op de website van de Stad Ieper of bij de personeelsdienst, Rijselstraat 38, 8900 Ieper, op telefonisch verzoek op T 057-452 924 of via wervingen@ieper.be.

Lokaal 19 (1 tot 15 december) - 13 november Lokaal 20 (16 tot 31 december) - 27 november

Nicole Van Wichelen, T 02-211 55 43, nicole.vanwichelen@vvsg.be

Lokaal I 16 oktober 2012 I 43


DEZE GEMEENTEN EN STEDEN GINGEN U REEDS VOOR: Antwerpen, Dendermonde, Edegem, Gavere, Genk, Gent, Halle, Hamme, Houthalen-Helchteren, Lokeren, Maldegem, Roeselare, Tienen, Willebroek, Zaventem en Zele.

Met ons klantbegeleidingssysteem kiest u voor tevredenheid Klanttevredenheid is een groot goed. Niet alleen in commerciĂŤle omgevingen, maar ook als het gaat om de manier waarop gemeenten omgaan met hun burgers. Met het oog hierop biedt JCC Software een beproefd en zeer efficiĂŤnt klantbegeleidingssysteem: G-BOS.

Klantbegeleidingssysteem G-BOS G-BOS is erop gericht bezoekers van het gemeentehuis te begeleiden van het onthaal tot en met de afhandeling aan het loket. Het systeem stroomlijnt het hele proces. Wachtrijen worden tot een minimum gereduceerd en bezoekers krijgen vanaf hun binnenkomst via narrowcasting heldere informatie, zodat eventuele wachttijden ook echt als minimaal worden ervaren. Met als gevolg: tevreden klanten en minder werkdruk (dus meer werkplezier) voor uw onthaal- en loketbedienden. Daar kiest u toch ook voor?

Uitgebreide informatie en klantverhalen? Kijk op www.jccsoftware.be

De voordelen op een rij Snellere en professionelere dienstverlening Minimale wachtbeleving Hogere klanttevredenheid Meer werkplezier Overzichtelijke rapportages en processtatistieken

2012Lokaal16  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you