Issuu on Google+

Nr 10 | Lokaal is het magazine van de lokale besturen en verschijnt 2 x per maand 20 x per jaar | VVSG vzw, Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel | Afgiftekantoor Kortrijk Masspost | P2A9746

Lokaal

Vertrouwen en respect

De lijm van een goede coalitie

Hoe goed zijn de OCMW’s online?

Biografische dienstverlening in het woonzogcentrum

Meetjesland heeft toeristische toekomstvisie


WE ZORGEN OOK VOOR UITSTEKENDE LIJNEN TUSSEN KLANTEN EN MEDEWERKERS. Goede, betrouwbare nutsvoorzieningen zijn van onschatbare waarde voor onze moderne samenleving. Maar zorg voor het milieu is dat evenzeer. Daarom investeren we voortdurend in innovatieve, technologische oplossingen. En lanceren we regelmatig initiatieven rond rationeel energieen watergebruik. Want Infrax is meer dan ooit een netbedrijf met een groot maatschappelijk nut. Bieke Vanhaelemeesch Infrax-medewerkster

www.infrax.be


inhoud Lokaal is het magazine van de lokale besturen

Redactie Marleen Capelle, Pieter Plas, Inge Ruiters, Jan Van Alsenoy, Bart Van Moerkerke Redactiesecretariaat Inge Ruiters, T 02‑211 55 44 Columnisten Johan Ackaert, Pieter Bos Illustraties Bart Lasuy, Stefan Dewickere, Layla Aerts (fotografen), Nix (cartoonist) Vormgeving Ties Bekaert Drukwerk Schaubroeck (Nazareth) Regie advertenties Cprojects&Advertising, Peter De Vester, T 03-326 18 92, peter@cprojects.be Regie vacatures Nicole Van Wichelen, nicole.vanwichelen@vvsg.be T 02-211 55 43 Abonnementen Nicole Van Wichelen, nicole.vanwichelen@vvsg.be T 02-211 55 43 VVSG-leden: 80 euro, vanaf 10 ex. 67 euro; niet-leden: 150 euro

5 opinie – OCMW’s en kinderarmoede

6 nieuws – print & web, perspiraat, Triljoen

12 Interview – Kris Deschouwer en Fanny Wille Respect en vertrouwen zijn de lijm van de coalitie De onderhandelingen voor gemeentelijke coalities zijn al aan de gang want in de meeste gemeenten is het een proces dat jaren duurt. Maar ook als een coalitie is gevormd, blijft het investeren in wederzijds vertrouwen en respect.

19 Lokale verkiezingsraad – Wie kan er stemmen?

bestuurskracht 20 OCMW’s zijn online, maar hoe? 22 Praktijk in Halle – Halle, een werkgever voor iedereen

werkveld

24

24 Zwembad Dommelslag: duidelijk geen slag in het water Acht jaar geleden opende op de grens van Overpelt en Neerpelt het eerste zwembad dat in Vlaanderen werd gebouwd en uitgebaat in een publiek-private samenwerking. Nu werd het fors uitgebreid. Wat zijn de ingrediënten voor een goede PPS? 27 Lokale raad – Hoe verloopt het openbaar onderzoek bij een klasse 1-milieuvergunningsaanvraag? 28 De Meetjeslandse visie op toerisme voor de volgende jaren

Ondertekende artikels verbinden alleen de auteurs. Reacties zijn welkom. De redactie zal deze naar eigen inzicht al dan niet opnemen, inkorten of er melding van maken. Niets uit deze uitgave mag gereproduceerd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, elektronische drager of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Verantwoordelijk uitgever Mark Suykens, directeur VVSG

12

18 De jaarlijkse belastingaangifte: net iets complexer voor een lokale mandataris

VVSG-bestuur Luc Martens, voorzitter Sabine Van Dooren, voorzitter raad van bestuur Theo Janssens, voorzitter afdeling OCMW’s

Met de steun van Dexia en Ethias, partners van de VVSG

stefan dewickere

de keus

gfs

Hoofdredacteur Marlies van Bouwel, marlies.vanbouwel@vvsg.be T 02-211 55 46

kort lokaal

30 Woonzorgcentrum Immaculata in Edegem: Bewoners dragen een naam en hebben een heel leven achter de rug Het woonzorgcentrum Immaculata in Edegem begeleidt zijn bewoners met biografische dienstverlening. Al voor de opname brengt de biografische dienstverlener het levensverhaal in kaart en probeert te weten te komen hoe de bewoner zijn toekomst ziet.

stefan dewickere

Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw Paviljoenstraat 9, 1030 Brussel T 02-211 55 00 • F 02-211 56 00 lokaal@vvsg.be www.vvsg.be

30

34 De frontlijners – Debbie Nys, coördinator preventiedienst gemeente Boom

geregeld 38 wetmatig – berichten 41 agenda – studiedagen, opleidingen en evenementen 42 column – Johan Ackaert

Op de cover Wederzijds respect en vertrouwen vormen de lijm van een goede coalitie die zich helder uitsmeert over de volgende jaren. Lokaal wordt gedrukt op Circle Silk, een 100% gerecycleerd papier.

Lokaal I 1 juni 2012 I 3


! d i p u t s , y m o n o c e It’s the local CONOMISCH BELEID LIJK E

TE HANDBOEK GEMEEN Hoe houdt u uw gemeente levendig?

Hoe bouwt u een ondernemingsvriendelijk beleid uit? Wie zijn de belangrijkste spelers? Hoe zit dat nu precies met de Ikea-wet? Wat te doen tegen leegstand? Hoe kunt u buurtwinkels stimuleren? Hoe beperkt u het aantal nachtwinkels? Wat zijn de regels voor alcoholverkoop? Hoe kunt u een horecabeleidsplan uitwerken? Hoe worden markten en kermissen georganiseerd? Hebben ook bedrijven een plaats in uw gemeente? Hoe pakt u dit aan?

Het antwoord op al deze vragen – en nog veel meer – vindt u in het handboek ‘Gemeentelijk economisch beleid’. Deze herwerkte editie die verschijnt in juni 2012, is nu nóg overzichtelijker, met naast de relevante wet- en regelgeving, heel wat handige modeldocumenten en concrete praktijkvoorbeelden die kunnen inspireren bij de uitwerking van uw beleid. Het handboek is losbladig en wordt voortdurend aangevuld en bijgewerkt. Zo kunt u steeds rekenen op de meest actuele informatie. De bijhorende cd-rom bevat naast de uitgebreide wet- en regelgeving, tal van modeldocumenten waarmee u meteen aan de slag kunt. ‘Gemeentelijk economisch beleid’ hoort niet alleen thuis in de boekenkast van iedere ambtenaar of schepen lokale economie, maar richt zich tot iedereen die zich interesseert in de groei en bloei van zijn of haar gemeente.

BESTELKAART Stuur of fax onderstaande bestelbon naar Politeia // Ravensteingalerij 28 // 1000 Brussel // Fax: 02 289 26 19 // Tel: 02 289 26 10 of bestel via www.politeia.be // e-mail: info@politeia.be

Ja

, ik bestel ………exemplaren van ‘Gemeentelijk economisch beleid’ aan € 79* (VVSG-leden) of € 99* (niet-leden). OPGELET! Abonnees op ‘Gemeentelijk economisch beleid’ krijgen deze nieuwe editie automatisch in de brievenbus en hoeven dus niet te bestellen.

Naam............................................................................................

Adres.................................................................................................

Functie.........................................................................................

................................................................................................

Organisatie...................................................................................

BTW-nummer....................................................................................

E-mail...........................................................................................

Datum..............................................................................................

Tel.................................................................................................

Handtekening...................................................................................

* Alle prijzen incl. btw, excl. verzendingskosten. Het betreft hier een losbladige publicatie met abonnementsformule. De bijwerkingen worden u automatisch toegezonden tegen 0,55 euro/blz en 29 euro per cd-update, en dit tot schriftelijke wederopzegging van het abonnement. Alle prijzen zijn geldig tot 30.06.2012. Consulteer www.politeia.be voor actuele prijzen. Uw gegevens worden door ons in een bestand bijgehouden en niet aan derden doorgegeven. Overeenkomstig de wet op de privacy heeft u inzage- en correctierecht.


kort lokaal opinie

OCMW’s en kinderarmoede

D

e federale en Vlaamse regering willen kinderarmoede bestrijden, hun doelstelling is om de kinderarmoede tegen 2020 te halveren. De welzijns- en armoedeorganisaties, verenigd in de Decenniumdoelen, betwijfelen of dit zal lukken als deze overheden geen tandje bijsteken. Zeker is dat ook de lokale besturen veel kunnen doen in de strijd tegen kinderarmoede. Vlaanderen wil ze zelfs de regie over alle acties op hun grondgebied geven. Vlaams minister Lieten wil de expertise die lokaal aanwezig is en de goede praktijken bundelen en ontsluiten op een ontmoetingsdag in september 2012.

Er zijn veel goede praktijken bij de lokale besturen. Met veel creativiteit én met de inzet van een pak eigen middelen worden waardevolle initiatieven opgezet. Geen ééndagsvliegen die mooi ogen, maar werk in de diepte, samen met kansarme gezinnen, in OCMW’s hebben de terreinkennis een goed overleg met vele partners en de ervaring om samen met de op het terrein (Kind & Gezin, de scholen, armenverenigingen, sociale kansarme gezinnen resultaten organisaties en het jeugdwelzijnswerk) te boeken. en ingebed in een brede en structurele lokale aanpak. Dergelijke projecten vormen een onderdeel van een integraal lokaal beleid, opgezet vanuit het lokale bestuur. Vaak zijn het de OCMW’s die in deze projecten het voortouw nemen. Ze hebben de terreinkennis en de ervaring om samen met de kansarme gezinnen resultaten te boeken. Soms worden deze initiatieven opgemerkt door de federale of Vlaamse overheid. Zoals bij de uitreiking van de federale prijs armoedebestrijding. Vorig jaar ging die naar OCMW Balen, dit jaar valt OCMW Zottegem in de prijzen, dat de aanpak van kinderarmoede ziet in het perspectief van het garanderen van de internationale kinderrechten en de sociale grondrechten uit onze Grondwet. Armoede is een onrecht en het OCMW Zottegem wil dit onrecht omzetten in een recht op een veilige thuisomgeving, het recht op onderwijs, het recht op gezondheidszorg en op vrije tijd. Steengoede projecten waarbij het OCMW de trekkersrol opneemt om vanuit een brede en multidisciplinaire samenwerking kinderarmoede te bestrijden. En zo zijn er nog veel meer goede voorbeelden die collega’s kunnen inspireren. En niet enkel bij de grotere besturen, de laureaten van de twee jongste edities van de federale armoedeprijs zijn geen centrumsteden en tonen aan dat ook kleinere of middelgrote besturen tot veel in staat zijn. We sporen alle lokale besturen aan om actief deel te nemen aan ontmoetingsdagen en andere gelegenheden om deze schat aan kennis en ervaring met elkaar te delen.

Piet Van Schuylenbergh is directeur van de VVSG-afdeling OCMW’s

Lokaal I 1 juni 2012 I 5


kort lokaal nieuws

Samen kiezen voor digitale besluitvorming Kortrijk maakt samen met Sint-Niklaas, Brugge, Leuven en Hasselt een samenwerkingsovereenkomst op en vervolgens een gezamenlijk bestek voor e-decision, een performant systeem voor beleidsvoorbereiding en notulering. Andere lokale besturen zijn welkom om in dit nieuwe project mee te stappen. Op de slotconferentie van Smart Cities op 15 september 2011 stelde de stad Kortrijk onder meer het project e-decision voor. Kortrijk riep andere gemeenten op om hiervoor samen te werken. Sint-Niklaas, Brugge, Leuven en Hasselt doen alvast mee en willen ten laatste op 1 januari 2014 met het nieuwe systeem van start gaan. In eerste instantie willen de vijf steden gezamenlijk software laten ontwikkelen. De functionaliteiten zijn zoveel als mogelijk dezelfde voor alle besturen. De implementatie en parametrisatie gebeurt per bestuur omdat de manier van werken licht kan verschillen per bestuur (doorlooptijden, goedkeuringen, terminologie). Ook Turnhout toont interesse om na de opstart met de ontwikkelde software van start te gaan. De totale opdracht (ontwikkeling, licentiekosten en implementatie bij elk van de besturen) wordt voor de vijf primaire partners samen gedragen en geraamd op 250.000 euro, btw inclusief.

Besluitvorming via e-decision Bij een gemeentebestuur bereiden medewerkers besluitvormingsdossiers voor. Ze stellen een uitgebreid ontwerpdossier op, sturen informatie door, vragen adviezen op en leggen waar nodig dit ter goedkeuring voor. Daaraan voegen ze bijlagen toe en er

75.551

6 I 1 juni 2012 I Lokaal

is een nauwe link met het budgettaire luik van het dossier. Tot slot kunnen op dossiers ook commentaren voorzien worden om het dossier bij te sturen of de kwaliteit ervan te verbeteren. Deze voorbereiding leidt tot een dossier waarover het college of de gemeenteraad beslist. De software ondersteunt de dienst bestuurszaken om te komen tot een overzichtelijke agenda van de geplande zitting, genereert de nodige documenten die de zitting ondersteunen en maakt ze ook digitaal toegankelijk voor, tijdens en na de zitting. Na de beslissing is er behoefte aan goede notulering en bekendmaking van de beslissing zoals wettelijk bepaald. Bij grotere besturen zullen veel medewerkers (200 tot 400) toegang hebben tot de software en afhankelijk van hun rol en bevoegdheid in het beslissingsproces de nodige taken kunnen uitvoeren met de software. Ook de schepenen en gemeenteraadsleden hebben toegang tot de software. Jaarlijks zullen er met het systeem al vlug 7500 tot 12.000 dossiers aangemaakt worden per deelnemend gemeentebestuur. Goede zoekmogelijkheden zijn dus belangrijk en er moeten vlot verbanden gelegd kunnen worden tussen verschillende beslissingsdossiers om tot een goede opvolging te komen.

De software zal niet alleen ontwikkeld worden voor de grotere besturen, zij willen uitdrukkelijk ook een systeem dat bruikbaar is voor de nauw gelinkte organisaties zoals OCMW’s, politiezones, EVA’s (zoals de Autonome Gemeentebedrijven en stedelijke vzw’s) met besluitvorming op twee niveaus. Hierdoor zal de software zeker ook bruikbaar zijn voor andere gemeentebesturen.

Opdrachtencentrale Er wordt een beroep gedaan op de opdrachtencentrale in de zin van artikel 2, 4° van de wet van 15 juni 2006 betreffende overheidsopdrachten. Naast de bovenvermelde partners, kunnen ook secundaire partners deelnemen, zoals lokale overheden die hun principiële interesse hebben laten blijken, doch pas na de gunning door de stad Kortrijk zullen beslissen om de software aan te kopen. De mogelijkheid tot aankoop in hoofde van de secundaire partners bestaat voor een periode van vier jaar te rekenen vanaf de gunning van de basisopdracht. Tijdens de aanbestedingsfase zullen de vijf partners ook over de prijzen en mogelijkheden onderhandelen voor andere besturen die willen aansluiten. marlies van bouwel

Infosessie: toelichting bestek voor lokale besturen 14 juni 2012 om 14 u. in het stadhuis van Kortrijk, 4de verdieping, Dakcafé Inschrijven via www.kortrijk.be, zoek op e-decision

Volgens CultuurNet Vlaanderen vonden er vorig jaar 75.551 vrijetijdsactiviteiten plaats. Hun UiTdatabank bevat de meest accurate cijfers over dat aanbod, maar (nog) niet elke gemeente is UiTpartner. Antwerpen (10.171) en Gent (7021) tellen het grootste aantal vrijetijdsactiviteiten. Als we rekening houden met het aantal inwoners dan heeft Herstappe 375 activiteiten per 10.000 inwoners, gevolgd door Damme (361), Vorselaar (346) en Nieuwpoort (322). In deze gemeenten vinden ongeveer drie keer meer activiteiten per 10.000 inwoners plaats dan gemiddeld in Vlaanderen (121). www.lokalestatistieken.be


print & web

?????????????

Startersgids voor ondernemers

Besparingen in aanbod De Lijn Om haar begroting in evenwicht af te sluiten moet De Lijn in 2012 opnieuw besparen. De maatregelen hebben ook invloed op het aanbod en de dienstverlening van het openbaar vervoer. Alle gemeenten op wiens grondgebied er zich wijzigingen voordoen, werden of worden nog ingelicht over de concrete gevolgen. Gemeenten reageren genuanceerd, zo laten ze de VVSG weten. Sommige gemeenten begrijpen dat De Lijn moet besparen, ze willen niet schieten op de pianist. Andere worden geconfronteerd met zo’n ingrijpende besparingen dat ze de openbaarvervoerscenario’s uit hun mobiliteitsplan onderuit gehaald zien, ze vrezen voor het draagvlak voor het openbaar vervoer in hun gemeente. Gemeenten beamen dat – zeker als de gemeente er actief naar vraagt – De Lijn steeds bereid is tot verder overleg. Het kan nuttig zijn een intergemeentelijk overleg te vragen, want bus- en tramlijnen zijn vaak gemeentegrensoverschrijdend. De Lijn blijkt zeker luisterbereid, maar weinig aanpassingsbereid. In principe worden enkel beperkte openbarevervoerscommissies georganiseerd, ongeacht de omvang van de wijziging. Op vraag van de gemeente kan besloten worden om zo’n beperkte commissie te organiseren, maar het is niet de bedoeling het voorstel inhoudelijk te laten adviseren, enkel om de maatregel in aanwezigheid van een auditor verder te verduidelijken.

Website en nieuwsbrief De Lijn wil niet alleen de gemeenten, maar uiteraard ook de reizigers zo goed mogelijk in-

formeren over de wijzigingen in haar aanbod. Daarvoor lanceerde ze een website en een nieuwsbrief. Zodra is beslist welke lijnen worden aangepast, verschijnt de informatie op www.delijn.be/aanpassingen. Daarop kunnen de reizigers per provincie een overzicht raadplegen. Reizigers die zich op www.delijn.be/ blijfopdehoogte inschrijven op de nieuwsbrief, kunnen opgeven over welke lijnen ze informatie willen. Zodra die beschikbaar is, krijgen ze een mailtje met de aanpassingen, de nieuwe dienstregeling en mogelijke alternatieven. De Lijn publiceert de informatie in principe een maand voor de wijzigingen ingaan. Om haar reizigers correct te informeren en geen verwarring te zaaien, communiceert De Lijn pas zodra alle maatregelen concreet zijn uitgewerkt, de lokale besturen volgens de afgesproken procedures geïnformeerd werden en de beperkte commissie plaats gevonden heeft. erwin debruyne

U kunt ons ook uw ervaringen en bekommernissen ter zake laten weten. De VVSG zit regelmatig samen met De Lijn en zal uw reacties meenemen: erwin.debruyne@vvsg.be

Uitgeverij Minerva, UNIZO en FVIB lanceren de eerste editie van De Startersgids, een basishandboek voor elke ondernemer. Dankzij de heldere en concrete vraag-en-antwoordstijl kan het boek zeer gericht gehanteerd worden als naslagwerk: over hoe een ondernemingsplan op te stellen, hoe de bank te overtuigen, hoe reclame te voeren, hoe te factureren, enzovoort. De gids bevat ook advies en info over sociale zekerheid voor zelfstandigen, mogelijke verzekeringen, fiscaal advies en ICToplossingen, tips voor meer creativiteit en innovatie, en aandachtspunten bij internationaal ondernemen. Met de bijbehorende cd-rom kan de ondernemer onder meer stapsgewijs zijn volledige ondernemingsplan opmaken. Diverse modelbrieven en -contracten helpen hem bij het voeren van een professionele bedrijfscorrespondentie en -administratie. De Startersgids: de basis voor elke startende en jonge ondernemer, Uitgeverij Minerva, Brussel, 65 euro, www.uitgeverijminerva.be

Armoede, vrije tijd en platteland Was vrijetijdsparticipatie van mensen in armoede vroeger een marginaal beleidspunt, nu is het voor veel organisaties en beleidsmakers een wezenlijk onderdeel van armoedebestrijding. Organisaties zoals het Fonds Vrijetijdsparticipatie proberen vrijetijdsparticipatie van mensen in armoede te stimuleren. Uit onderzoek blijkt dat daarbij hoofdzakelijk armoedeorganiDe boer op met vrije tijd saties in stedelijke gebieden worden bereikt. Armoedeorganisaties in meer landelijke gebieden hebben te kampen met bijkomende hindernissen. Om daar een oplossing voor te zoeken, zette het Fonds proefprojecten op. Deze leverden modelpraktijken, tips, voorbeelden en methodieken op, die nu gebundeld zijn in het boekje De boer op met vrije tijd waarmee men als vrijwilliger aan de slag kan in de eigen organisatie. Houvast voor vrijwilligers in armoedeorganisaties

FONDS VRIJETIJDSPARTICIPATIE

voor mensen die in armoede leven

Wat is vrijetijdsparticipatie en waarom is het belangrijk?

De boer op met vrije tijd, te downloaden of bestellen via www.fondsvrijetijdsparticipatie.be

Lokaal I 1 juni 2012 I 7


kort lokaal nieuws

Overlastboetes zijn geen pestboetes Zitten op een bankje in de stad kost 125 euro, voor spuwen op de openbare weg betaalt u 25 euro, gemeenten durven het voederen van eendjes verbieden, minderjarigen krijgen boetes voor het lopen in groep. Er zou een wildgroei van overlastboetes zijn, ze zouden ingezet worden tegen de jeugd, de armen en tegen de vrije meningsuiting. Er heerst willekeur en rechtsonzekerheid, er wordt een loopje genomen met de scheiding der machten en de burgemeester gedraagt zich als een sheriff. Dat was de voorbije weken de teneur in de media als het over de gemeentelijke administratieve sancties ging.

8 I 1 juni 2012 I Lokaal

Heeft het Ancien Régime opnieuw zijn intrede gedaan in de gemeenten? De ironie is dat juist na het Ancien Régime de heerlijkheden werden opgeheven en vervangen door één algemeen lokaal bestuursmodel, de gemeente. De huidige wetgeving op de lokale politiezorg is grotendeels een rechtstreekse voortzetting van decretale bepalingen uit de woelige periode van de Franse Revolutie. Zo legde artikel 50 van het decreet van 14 december 1789 voor gemeenten de opdracht vast om ‘inwoners de voordelen van een goede politie (te) laten genieten, inzonderheid de reinheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust in de straten, openbare plaatsen en gebouwen’. Het decreet van 16-24 augustus 1790 verplichtte gemeentebesturen om op het eigen grondgebied in te staan voor de uitvoering van wetten en politieverordeningen. Deze bepalingen uit de Franse tijd bleven ook na de afkondiging van de Belgische gemeentewet van 1836 van kracht, en lagen aan de basis van de huidige artikelen 133, 134 en 135§2 van de Nieuwe Gemeentewet. Door deze bevoegdheden kunnen gemeenten sinds meer dan 200 jaar politiemaatregelen en politieverordeningen aannemen. In een politieverordening legt de gemeenteraad de regels vast om de openbare rust, veiligheid en gezondheid in de gemeente te waarborgen, zolang ze niet strijdig zijn met wetten en decreten. Bij overtredingen van bepalingen uit gemeentelijke politieverordeningen kon de gemeenteraad in straffen (boetes of vervangende gevangenisstraffen) voorzien die eerst door de vrederechter en later door een politierechter konden worden opgelegd. Gemeentelijke politieverordeningen zijn dikwijls een weerspiegeling van de tijdsgeest waarin ze werden opgesteld; zo leidde de populariteit van de duivensport vroeger in sommige gemeenten tot de verordening om kurken op dakantennes te plaatsen, of om op zondag de was niet uit te hangen om reisduiven niet af te schrikken.

bleek de burger niet wakker te liggen van de ‘echte’ criminaliteit maar stoorde hij zich vooral aan overlast zoals hondenpoep, zwerfvuil in de straat, lawaaihinder, overdreven snelheid of boomcars. Omdat sluikstorten bijvoorbeeld al verboden was door ‘hogere’ wetgeving, konden gemeenten de lokale regels zelf niet afdwingen. Het gevolg? Straffeloosheid bij de overtreder, ergernis bij de burger omdat de overheid niet optrad tegen overlastproblemen, machteloosheid bij de lokale overheden omdat ze niet konden optreden en frustratie bij de politie omdat hun vaststellingen in de prullenmand belandden. Net daarom heeft de federale wetgever in 1999 beslist dat de gemeenten de overtredingen op hun lokale politieverordeningen zelf kunnen bestraffen met een administratieve geldboete tot maximaal 250 euro. Het instrument van de gemeentelijke administratieve sancties (GAS) geeft de gemeenten de kans om een lik-op-stuk-beleid tegen overlast te voeren. Ze zijn niet langer afhankelijk van de vervolgingsbereidheid van de parketten en hebben op die manier de volledige handhavingsketen in handen.

Stok achter de open deur

Hoe handhaven

Ruim tien jaar later passen acht op de tien Vlaamse gemeenten GAS toe, niet om de inwoners de duvel aan te doen, maar om lokale overlastproblemen in de publieke ruimte – op vraag van de inwoners - aan te pakken. Deze sancties zijn daarvoor een middel. Het is niet de bedoeling om zoveel mogelijk GAS-boetes uit te schrijven, maar als sensibiliseren of het vermanende vingertje niet helpt, dan is het instrument de spreekwoordelijke stok achter de deur. Zacht waar het kan, hard waar het moet. Wie denkt dat de GAS-boetes de gemeentekas rijkelijk vullen, vergist zich schromelijk: voor elke euro aan boetes die de gemeente ontvangt, zal ze twee euro moet investeren om het instrument toe te passen (sanctionerend ambtenaar aanstellen, administratieve ondersteuning, waarborgen rechten van verdediging).

Regels alleen volstaan niet, als gemeente moet je ze ook kunnen handhaven. En daar knelde precies het schoentje: de politie kon inbreuken vaststellen maar het parket vervolgde ze niet wegens andere prioriteiten. Bovendien

Critici hekelen het feit dat gemeenten het begrip ‘overlast’ als passe-partout gebruiken om niet gewenst gedrag lukraak te kunnen beboeten en zo de lokale poort van de willekeur


print & web

layla aerts

Stadsvernieuwingsprojecten in Vlaanderen 2002-2011

Een opa en zijn kleinkind die enkele korstjes aan de dieren voederen, zorgen niet voor overlast. Het achterlaten van grote hoeveelheden van voedsel die niet opgegeten worden, is wel overlast.

wagenwijd openzetten. Niets is minder waar: gemeenten moeten in hun politiereglement heel duidelijk omschrijven wat niet mag en het moet gelinkt zijn aan hun wettelijke taak van het waarborgen van de openbare rust, veiligheid of gezondheid in de gemeente. Op die beslissingen van de gemeenteraad wordt bovendien toezicht uitgeoefend door de gouverneur en ook de Raad van State kijkt als een kritische schoonmoeder mee over de schouder van de gemeente.

Wildplassen tegen een boom Daarnaast zou de procedure een aanfluiting van de rechtswaarborgen zijn: de gemeente als rechter en partij, geen respect voor de scheiding der machten. Alsof een administratieve procedure geen rechtswaarborgen kan bieden: de ambtenaar – uit de praktijk blijkt dat ze heel consciëntieus en professioneel te werk gaan die de boete oplegt, mag nooit de inbreuk zelf vaststellen, de overtreder kan zich schriftelijk en mondeling verdedigen, minderjarigen hebben recht op gratis bijstand van een advocaat, bemiddeling is verplicht bij minderjarigen (een geslaagde bemiddeling leidt meestal tot een vermindering of het niet opleggen van boete), als je het niet eens bent met de boete dan kun je steeds naar de politierechter stappen (met een eenvoudig verzoekschrift). In de praktijk blijken er trouwens heel weinig overtreders in beroep te gaan en worden de meeste boetes zonder morren betaald.

Natuurlijk kan iemand al eens te ijverig op de bon geslingerd worden, maar dan is er nog steeds de sanctionerende ambtenaar of desnoods de politierechter om die flater recht te zetten. Maar dit is niet fundamenteel anders in een gerechtelijke procedure. Het inzetten van de GAS als handhavingsinstrument moet uiteraard met gezond verstand gebeuren, maar dat geldt voor elk wettelijk instrument. Een grote verantwoordelijkheid ligt hier bij de vaststellers. Zo zorgt een opa die met zijn kleinkind enkele korstjes aan de eendjes voedert niet voor overlast, maar zal het achterlaten van grote hoeveelheden voedsel die niet opgegeten worden en voor ongedierte zorgen wel als overlast beschouwd worden. Net zoals plassen tegen een boom in een uitgestrekt bosgebied niet voor overlast zorgt, maar wildplassen tegen een winkelgevel wel. De overlastboetes opnieuw in een gerechtelijke procedure onderbrengen is absoluut geen optie. Vrouwe Justitia heeft wel andere katten te geselen dan overlastproblemen als hondenpoep of wildplassen opnieuw door de justitiële mallemolen te draaien. De GAS staat niet op zichzelf maar is één puzzelstukje van de lokale overlast- en veiligheidspuzzel. Het is een adequaat lokaal instrument om lokale overlastfenomenen aan te pakken. Niets meer maar ook niets minder. koen van heddeghem tom de schepper

Dit boek toont 37 stadsvernieuwingsprojecten in 25 Vlaamse steden, die de voorbije tien jaar door de Vlaamse overheid werden gesubsidieerd. Daarbij grotere steden zoals Antwerpen, Gent, Leuven of Kortrijk, maar ook kleinere zoals Geel, Lokeren of Deinze. De projecten vertellen het verhaal van een gewaagde en soms weerbarstige ‘trialoog’ tussen ontwerpen en bouwen, maatschappelijke emancipatie en bestuurlijke vernieuwing. Stadsvernieuwingsprojecten in Vlaanderen 2002-2011 situeert deze Vlaamse projecten in historisch en Europees perspectief en geeft de Vlaamse stedelijke vernieuwing een plaats op de Europese scène. Het boek richt zich tot stadsplanners, beleidsmensen, architecten, stedenbouwkundigen, sociologen, bewoners, academici, studenten en tot iedereen die begaan is met de toekomst van de stad. E. Vervloesem, B. De Meulder, A. Loeckx, Stadsvernieuwingsprojecten in Vlaanderen 2002-2011: een eigenzinnige praktijk in Europees perspectief, Uitgeverij ASP, Brussel, 39,95 euro

Eerste hulp bij bescherming persoonlijke levenssfeer De bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van de persoonsgegevens verdienen meer dan ooit aandacht. Ook al zijn ze nauw aan elkaar gelinkt, toch verschillen beide principes op meerdere vlakken grondig van elkaar. Dit boekje biedt een verhelderende verkenning van het begrip “persoonlijke levenssfeer” en bespreekt hoe bepaalde aspecten ervan juridisch zijn geregeld. Verder analyseert auteur Frankie Schram de wet van 8 december 1992, die op algemene wijze de verwerking van persoonsgegevens regelt. De lezer krijgt op die manier een beter inzicht in de omvang en complexiteit van deze actuele problematiek. F. Schram, Eerste hulp bij de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van persoonsgegevens, Uitgeverij Vanden Broele, Brugge, 42 euro

Lokaal I 1 juni 2012 I 9


kort lokaal perspiraat

“Helaas krijgen we nog klachten over ongeoorloofde inmenging van burgemeesters in de acties van hun lokale politiekorpsen: het terugroepen van een interventieploeg, nagaan wie er geverbaliseerd is tijdens een actie, processen-verbaal inkijken. Burgemeesters moeten weten wat op hun grondgebied gebeurt, maar ze mogen daar geen misbruik van maken.” Gert Cockx van de politievakbond NSPV – De Tijd 19/5 “De grote uitdaging voor het beleid is om jongeren blijvend aan de stad te binden. We slagen erin om ze aan te trekken en ook na hun studies blijven ze plakken, maar 60% vertrekt zodra ze kinderen krijgen. We moeten dus nog meer inzetten op groene ruimte, speelterreinen en basisvoorzieningen zoals kinderopvang, scholen en sportinfrastructuur.” Antwerps kabinetsmedewerker Joke Cortens (SP.A) – Gazet van Antwerpen 19/5 “Vlaanderen is meer stedelijk geworden. Er is aandacht voor kernversterking, de publieke ruimte, strategische stadsontwikkeling. Maar het stedenbeleid van de Vlaamse overheid is ook te controlerend en te sturend. Het maakt lokale initiatieven omslachtig en het legt een hypotheek op een geïntegreerde aanpak.” Peter Vermeulen, voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning (VRP) als reactie op het ruimtelijke groenboek van de Vlaamse regering – Knack 16/5 “Is het probleem niet dat de Vlaamse overheid een mooie visie kan hebben, maar dat gemeenten die als proza beschouwen en dat hun ruimtelijke plannen vooral dienen om zonevreemde bouwsels te regulariseren en nieuwe gronden te benutten voor de oude bestemmingen in de gewestplannen?” Vraag van redacteur Patrick Martens aan Vlaams minister Philippe Muyters naar aanleiding van diens ruimtelijke groenboek – Knack 16/5

10 I 1 juni 2012 I Lokaal

layla aerts

“Het Vlinderakkoord hevelt straks een pak nieuwe bevoegdheden over naar de deelstaten. Zal Vlaanderen die bevoegdheden meteen bepleisteren met nieuwe centrale detailregels? Of denkt het eerst na over de vraag welke bevoegdheden het kan doorgeven aan de gemeenten, OCMW’s en provincies?” Redacteur Guy Tegenbos – De Standaard 9/5

De VVSG ontwikkelde een instrument om de tevredenheid van ouders over de opvang van hun kinderen te bevragen.

Meten van tevredenheid over kinderopvang is kinderspel De erkende kinderopvangvoorzieningen hebben de wettelijke plicht om periodiek de tevredenheid van de gebruikers te meten. Naast de interne audit, klachten en opmerkingen van gezinnen en kinderen zijn deze periodieke tevredenheidsmetingen een belangrijke basis voor kwaliteitsverbetering. De VVSG heeft er een nieuw instrument voor ontwikkeld. Tevredenheidsmetingen gebeuren in de kinderopvang steeds meer schriftelijk. De tijd dat elke ouder periodiek op gesprek kwam bij de verantwoordelijke van de kinderopvangvoorziening lijkt voorhistorisch. Maar ook schriftelijke tevredenheidsmetingen blijven arbeidsintensief: het opstellen van de vragen, het verzenden van de vragenlijsten en vooral het verwerken van de antwoorden kosten veel tijd en geld. Ter ondersteuning van de kinderopvangvoorzieningen georganiseerd door lokale besturen ontwikkelde de VVSG in samenwerking met de firma Bosoftware een nieuw webgebaseerd instrument om de tevredenheid van ouders te bevragen. Het is bedoeld voor zowel diensten voor onthaalouders, kinderdagverblijven als voor initiatieven voor buitenschoolse opvang. Na het inbrengen van een beperkt aantal gegevens over ouders, kinderen en voorziening kunnen verantwoordelijken één van de drie vragenlijsten naar ouders versturen. De

antwoorden worden automatisch verwerkt in duidelijke en overzichtelijke rapporten en kunnen vervolgens uitgeprint of geopend worden in Word. Via deze rapportage krijgen besturen en verantwoordelijken een goed beeld van de kwaliteit van de gepresteerde opvang en kunnen zij gericht hun kwaliteitsbeleid versterken. De VVSG stelt dit systeem gratis ter beschikking aan de bij het samenwerkingsverband vzw VVSG-DVO aangesloten diensten voor onthaalouders, aan de lokale besturen die lid zijn van de VVSG-Cel Kinderopvang en organiserend bestuur zijn van kinderdagverblijven en initiatieven voor buitenschoolse opvang. Lokale besturen die lid zijn van de VVSG-Cel Kinderopvang kregen reeds hun persoonlijke inlogcode en wachtwoord via de post. Beide zijn noodzakelijk om toegang te krijgen tot het systeem. ann lobijn


nieuws rechtzetting

De samenstelling van de elektriciteitsprijs voor een modaal gezin (bron: CREG)

De feiten over de energieprijzen

Belasting en btw 18,3% Energie 32,7%

In het vorige nummer heeft Lokaal de feiten over de energieprijzen op een rijtje gezet. In de tekst stond duidelijk dat het vreemd is een federale overheid kritiek te horen uiten op de vergoeding van het kapitaal (3,3% van de stroomprijs en 4,5% van de gasprijs), terwijl een element dat ze zelf in handen heeft, de btw, helemaal buiten schot blijft. Nochtans is die btw samen met de andere belastingen goed voor 18,3% van de stroomprijs en 18,7% van de gasprijs. De zetduivel sloeg toe in de figuur over de samenstelling van de elektriciteitsprijs voor een modaal gezin, daarom plaatsen we die figuur opnieuw maar nu met de correcte percentages.

Bijdragen en heffingen 8,1%

Heffingen 1,7% Netverliezen 1,0% Openbare dienst (o.a.stroomcertificaten) 9,0%

Transport 4,1%

Kosten gebruik transportnet 7,6%

Werkingskosten 11,7%

Financiële lasten 2,5%

Vergoeding kapitaal 3,3%

Distributie 36,8%

Ledenvergadering van de vzw VVSG Op donderdag 14 juni vindt in de Stadshallen van Brugge de jaarlijkse Algemene Vergadering van de vzw Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten plaats. Naast het statutaire gedeelte is er ook een thematisch luik. In een eerste deel komen de structurele personeelstekorten bij de lokale politie aan bod. De federale overheid heeft om begrotingsredenen het aantal jaarlijkse aanwervingen en opleidingen beperkt tot 1000 eenheden, terwijl de jaarlijkse uitstroom wegens pensioneringen tot 1500

eenheden oploopt. Koen Van Heddeghem, VVSG-stafmedewerker politie en veiligheid geeft een toelichting. Het tweede onderwerp zijn de gemeentelijke dividenden voor energie. Is de hoge energieprijs de schuld van de gemeenten? Hoe zit de energieprijs in elkaar? Jan Leroy, directeur bestuur, geeft uitleg. De afdeling OCMW’s vergadert gelijktijdig met als thema Meer hulpverleners op straat, minder op kantoor. Concreet gaat het over maatschappelijke integratie,

integraal werken en maatwerk en over proactief handelen. Naast visie komen er ook initiatieven van OCMW’s uit ZuidOost-Vlaanderen aan bod. Sprekers zijn Piet Van Schuylenbergh, directeur afdeling OCMW’s, Katrien Steenssens (HIVA), Kurt De Loor (Zottegem) en Danny Kindekens (Geraardsbergen). Na de lunch is er een bezoek aan boeiende Brugse tentoonstellingen. Met dank aan het stadsbestuur. Iedereen is welkom. Info en inschrijving: www.vvsg.be, knop kalender

nix

Lokaal I 1 juni 2012 I 11


de keus interview Kris Deschouwer en Fanny Wille

Respect en vertrouwen zijn de lijm van de coalitie Volgens Kris Deschouwer behoren voorakkoorden tot de Belgische lokale politieke cultuur. ‘Alleen met een voorakkoord kunnen lokale politici er zeker van zijn dat ze aan de macht zullen komen of kunnen blijven,’ zegt Fanny Wille, die een doctoraat schreef over coalitievorming in de Belgische gemeenten. tekst marlies van bouwel beeld stefan dewickere

Het filmpje met Kris Deschouwer en Fanny Wille vindt u op www.vvsg.be.

Mensen en macht van Fanny Wille en Kris Deschouwer bij Academic & Scientific Publishers: www.aspeditions.be

O

ver gemeentelijke coalitievorming en de praktijk van de voorakkoorden bestaat weinig onderzoek. Daarom interviewde Fanny Wille in tien Vlaamse en tien Waalse gemeenten (welke dat waren, is top secret) de sleutelfiguren die bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2006 over de coalitie hebben onderhandeld. De Belgische situatie is heel specifiek omdat onze gemeenten een volwaardig parlementair systeem hebben. Kiezers kiezen gemeenteraadsleden, die op hun beurt een bestuur kiezen en de mandaten verdelen. Maar wie dacht dat voorakkoorden alleen maar verwerpelijk zijn, leest in Over mensen en macht. Coalitievorming in de Belgische gemeenten dat ze ook voor stabiliteit zorgen. ‘Toch doen politici er zelf heel dubbel over,’ zegt Kris Deschouwer: ‘Ze vinden dat het niet zo hoort. Maar wanneer ze zelf geen voorakkoord afsluiten, doen de anderen het en trekken zij aan het kortste eind. Het is de cultuur, maar velen voelen zich ook schuldig omdat de kiezer niet weet dat hij automatisch meestemt voor die andere partij. De groene partijen hebben er het meest kritiek op, maar ze passen zich aan deze lokale gewoonte aan door voor transparantie rond het voorakkoord te opteren. Ook N-VA zal nu geconfronteerd worden met een coalitiespel dat al gedeeltelijk afgesloten is wegens de voorakkoorden. Ze moet zich als nieuwe partij installeren en kan dat enkel doen op electorale sterkte. In veel gemeenten zijn de gesprekken

12 I 1 juni 2012 I Lokaal

allicht al heel lang aan de gang. Nieuwkomer zijn is een nadeel.’ Fanny Wille: ‘Omdat coalitievorming geen eenmalige gebeurtenis is, maar een heel proces tijdens een bewindsperiode, treden nieuwkomers vaak te laat in de arena. Voor de anderen is het dan weer moeilijk praten met een hypothetische partij, ze weten niet wat de nieuwe partij mathematisch zal betekenen.’ Is de coalitievorming dan echt al zo lang voor de verkiezingsdatum aan de gang? Fanny Wille: ‘Uitzonderlijk beginnen gemeenten al zes of zelfs zeven jaar voor de verkiezingen aan de coalitie, dat was bij twee van onze twintig cases het geval.’ Kris Deschouwer: ‘Om te vermijden dat de ander een beter bod krijgt, moet je de eerste zijn met een voorstel. Dat is een verschil met de nationale of regionale politiek, waar de patronen meer afgelijnd zijn. In gemeenten bestaat er geen voorspelbaar patroon, iedereen kan met iedereen een coalitie afsluiten, behalve met het Vlaams Belang. Strategisch redeneren is een must. Door die onzekerheid worden er voorakkoorden gesloten en daarvoor moet er vroeg gepraat worden.’ Fanny Wille: ‘Als je het spel niet wilt meespelen, krijg je een meerderheid die jij niet wenst. Met voorakkoorden geven de partijen aan welke coalitie ze willen vormen.’


Kris Deschouwer en Fanny Wille: “De bevoegdheden Openbare Werken en Financiën worden regelmatig in een voorakkoord opgenomen. Bij het ene draait het om zichtbaarheid, bij het andere om macht en controle.”

Lokaal I 1 juni 2012 I 13


de keus interview Kris Deschouwer en Fanny Wille

Kris Deschouwer: ‘Veel politici zouden het liever publiek willen spelen, maar dan stemt de kiezer die een bepaalde coalitie niet wil, voor de oppositie. Daar is iedereen bang voor. Niets is zo erg als op verkiezingsdag nog een derde partij te moeten zoeken, die kan dan een hoge prijs vragen.’ Waarom bestaan er geen vaste patronen? Speelt ideologie dan niet mee? Kris Deschouwer: ‘De grote ideologieën spelen weinig of niet op het gemeentelijke of stedelijke niveau. Iedereen kan met iedereen een coalitie afsluiten, of zelfs een kartel. Het hangt af van de ervaring die mensen met elkaar hebben tijdens de vorige bestuursperiode. Meestal sturen de nationale besturen niet aan op kartels. Het kartel

Kris Deschouwer: “Ideologische meningsverschillen tellen op gemeentelijk vlak niet mee, wel de lokale context.” CD&V-N-VA in 2006 was een uitzondering. Maar eens je bestuurt, heb je dat nationale label niet nodig. De anderen weten dat je goed hebt gewerkt. Ideologische meningsverschillen tellen op gemeentelijk vlak nauwelijks mee, wel de lokale context. De partijen maken bij de gemeenteraadsverkiezingen wel de optelsom, natuurlijk zijn ze gevoelig voor de uitslag en willen ze het liefst dat hun afdelingen in zoveel mogelijk besturen zetelen, het liefst onder de nationale vlag met hun burgemeester.’ Bepaalt de ideologie dan niet de verdeling van de bevoegdheden? Fanny Wille: ‘Jawel, een beetje. De sp.a zal vooral kiezen voor Sociale Zekerheid of Onderwijs. Maar de inhoudelijke verschillen spelen niet de grootste rol. Als je een sterk team van leiders hebt bestaande uit de burgemeester en de eerste schepen, zie je dat de persoonlijke relaties heel belangrijk worden. Bij problemen eten ze samen een hapje en zoeken een oplossing.’

Kris Deschouwer: ‘We overdrijven een beetje. Een liberaal pleit echt niet voor belastingverhoging, een socialist snijdt niet in het sociale beleid. Natuurlijk spelen de ideologieën wel mee, maar voor de coalitievorming zijn ze niet doorslaggevend. Is een federale coalitie de voorbije jaren om inhoudelijke redenen niet van wal gestoken omdat een partij een principiële overtuiging moest laten schieten, dan zijn de principes op lokaal vlak nooit groot genoeg. Een gemeente heeft een relatief beperkte beleidsruimte, ze heeft vooral iets te zeggen over de inrichting van de ruimte en het leven. Over inhoudelijke verschillen kan op lokaal vlak een oplossing gevonden worden.’ Fanny Wille: ‘Veel belangrijker dan de ideologische voorkeuren is dat je aan de macht bent en blijft.’ Een oppositiepartij die veel stemmen haalt, kan zelfs dan niet in de meerderheid komen? Fanny Wille: ‘We hebben in de cases zoveel mogelijk variatie gelegd, we hadden zowel nieuwe coalities als verderzettingen en coalities met enkele wijzigingen. Daar waar er een goede samenwerking en verstandhouding is, kunnen andere partijen moeilijk inbreken. De oppositie weet dat zolang het goed gaat tussen de meerderheidspartijen, ze geen kant op kan. Het gaat dus niet alleen om stemmen, maar ook om goede menselijke verhoudingen, om samenwerking en vertrouwen.’ Partijen spreken soms ver buiten de gemeenten af om over een voorakkoord te onderhandelen. Waarom al die geheimdoenerij? Fanny Wille: ‘Je moet vooral vermijden dat iemand anders je voor is of dat je iemand aan het denken zet. Hier komt ook een beetje schroom naar voren: in de gemeente mogen de mensen niet weten waarmee de onderhandelaars bezig zijn. Dat is toch ook een beetje uit schuldgevoel’ Kris Deschouwer: ‘Als je in een slechte coalitie zit, zoek je niet op de grote markt naar een nieuwe partner, je gaat je coalitiepartners ook niet zeggen dat je ze gaat bedriegen. Bovendien kunnen de onderhandelingen ook mislukken en wil je niet met hangende pootjes terug-

Coalities in Vlaamse gemeenten Op dit moment worden 104 van de 308 Vlaamse gemeenten bestuurd door een partij of lijst die een absolute meerderheid behaalde en zijn er 204 coalities aan het bestuur. In 2006 waren 65 (31.86%) van de coalities een voortzetting van de vorige coalitie, 126 (61.76%) waren gedeeltelijk nieuw, in 13 (6.37%) gemeenten werd een volledig nieuwe coalitie gevormd. 155 (76%) coalities in Vlaamse gemeenten bevatten het kleinst mogelijke aantal partijen nodig om een meerderheid te hebben. Slechts 46 (22.6%) van de Vlaamse coalities zijn samengesteld uit het minimaal aantal zetels noodzakelijk voor een meerderheid. De grootste partij neemt deel aan 185 (90.7%) van de Vlaamse coalities en heeft in 176 (86.3%) ervan de burgemeester. Opmerkelijk is dat in 19 van de 204 Vlaamse coalities één partij/lijst een absolute meerderheid had en toch een coalitie vormde.

14 I 1 juni 2012 I Lokaal


de keus interview Kris Deschouwer en Fanny Wille

keren. Het is een kwestie van op veilig spelen, aftasten. Maar als op verkiezingsdag de teller op nul staat, dan is er veel minder geheimhouding.’ Maar soms is er toch een verschuivig van de mandatarissen? Fanny Wille: ‘Het is verbazend hoeveel continuïteit er is. Never change a winning team. Als het goed gaat, moet je niet per se iets veranderen want dan sleep je onvoorspelbaarheid binnen. Schepenen behouden ook vaak dezelfde bevoegdheid. Maar het mandaat van burgemeester is toch de hoogste prijs, het mandaat met het meest prestige.’ Kris Deschouwer: ‘Een burgemeester kan ook vrij lang aan de macht blijven. Enkel wie neigt naar machtswellust of wie de anderen niets meer gunt, moet wijken. Met een burgemeester die goed op zijn winkel past, die

Fanny Wille: “Sommigen nemen in hun voorakkoord een tiental bladzijden op met alle mogelijke scenario’s afhankelijk van de verkiezingsresultaten met daarin de verdeling van alle mandaten.” een goede voorzitter is en een goede go-between tussen burgers en politiek, heeft een andere politicus met burgemeesterambities ronduit pech.’ Fanny Wille: ‘Over de opvolging van de burgemeester kunnen ook afspraken gemaakt worden. Wie zestigplus is, kan bijvoorbeeld zijn of haar mandaat nog opnemen maar halverwege de beleidsperiode of na vier jaar plaats ruimen voor een jonge politicus, zodat die zich kan profileren en leren wat het is om burgemeester te zijn.’ Kris Deschouwer: ‘Dat is een wijze manier van overgang. Een totaal nieuwe kandidaat maakt minder kans om de verkiezingen te winnen, een uittredend burgemeester heeft een bonus. Je gaat dus best niet met een nieuwe kandidaat naar de verkiezingen, maar laat die eerst een paar jaar inlopen. Dit is een gebruikelijke transitie binnen de grootste meerderheidspartij.’ Toch opmerkelijk dat nogal wat nationale kopstukken ook graag burgemeester worden. Fanny Wille: ‘Voor hen is het echt een persoonlijke ambitie. Ze vinden het fijn om burgemeester te zijn, omdat het zo’n prestigieus en ook dankbaar mandaat is. Niet alleen voor nationale kopstukken trouwens.’ Kris Deschouwer: ‘Het is veel dankbaarder dan een nationaal mandaat waarbij je veel minder zichtbaar bent. Je bent het gezicht van je gemeente. Als je een beetje ijdel bent, is dat de place to be. Daar word je met egards behandeld.’

16 I 1 juni 2012 I Lokaal

Fanny Wille: ‘Je kunt heel concrete dingen realiseren. Het volstaat om de dorpskom anders aan te leggen. Iedereen ziet dat er een sporthal of zwembad werd gebouwd, dat de jeugdverenigingen lokalen hebben gekregen. Dat is belangrijk voor het dagelijks leven.’ Hoe wordt bepaald wie hoeveel mandaten krijgt in een coalitie? Fanny Wille: ‘De proportionaliteit is doorgaans het uitgangspunt: wie de meeste zetels heeft behaald in de gemeenteraad, zal ook de meeste mandaten krijgen. Sommigen nemen in hun voorakkoord een tiental bladzijden op met alle mogelijke scenario’s afhankelijk van de verkiezingsresultaten met daarin de mogelijke verdeling, zelfs van de belangrijkste nevenmandaten – diegenen waarvoor presentiegelden worden betaald. Sommigen hanteren de verdeling d’Hondt, anderen de regel van drie. Mandaten krijgen meestal ook een weging: een burgemeesterschap drie punten, het OCMWvoorzitterschap twee en een schepenmandaat één, maar in sommige gemeenten is het burgemeesterschap twee punten waard. Die puntensystemen zijn gemeentelijke afspraken, al bestaan er standaarddocumenten. Ik heb er eentje gezien dat in verschillende gemeenten circuleert. In elk geval bestaat er een enorme variatie in voorakkoorden. Iemand schrijft een tekst waarover wordt gediscussieerd, of alle onderhandelaars schrijven een aparte tekst die ze combineren tot een eindtekst, maar er waren ook gemeenten waar een voorakkoord uit twee of drie zinnetjes bestond, of waar de tekst om de zes jaar uit de kast werd gehaald en opnieuw ondertekend.’ Zit er een rangorde in de bevoegdheden? Fanny Wille: ‘Twee beleidsdomeinen springen er echt uit: Openbare Werken en Financiën, ze worden regelmatig in een voorakkoord opgenomen. Vooral de schepen van Openbare Werken is heel zichtbaar, die kan veel realisaties op zijn conto schrijven, die komt in de pers.’ Kris Deschouwer: ‘De schepen van Financiën staat meer in de schaduw maar heeft macht en controle. Met de burgemeester is hij de spin in het web van het gemeentelijke bestuur.’ Fanny Wille: ‘Maar ook persoonlijke interesse en expertise spelen een rol. Socialisten zullen eerder de bevoegdheid Sociaal Beleid claimen, maar als ze iemand met goede verkiezingsresultaten hebben die gespecialiseerd is in financiën, zullen ze die als schepen naar voren schuiven. Daarnaast speelt de tijdsbesteding ook een rol. De voorkeurstemmen bepalen je plaats maar als je niet genoeg tijd kunt vrijmaken voor je mandaat, dan heeft de coalitie liever niet dat jij dat mandaat opneemt.’


Hebben jullie tips voor partijen die nog aan het onderhandelen zijn? Fanny Wille: ‘Het is al laat. Aan voorakkoorden moet je op tijd beginnen en zelf het initiatief nemen. Wie in de oppositie zit, moet constant de voelsprieten uitsteken voor eender welke vorm van wrevel in de coalitie want dat is het moment om toe te slaan. En als je een coalitie vormt, moet die goed draaien: je moet zes jaar en misschien langer samenwerken. Dus investeer in stabiliteit, vertrouwen, wederzijds respect en gun elkaar wat.’ Kris Deschouwer: ‘Ga buiten de verkiezingsperiode samen eten of doe samen een niet-politieke activiteit. Wederzijds respect en vertrouwen zijn de lijm van een coalitie. Denk ook aan de volgende beleidsperiode. Zelfs als je nu een absolute meerderheid hebt, kun je toch ooit een coalitie moeten sluiten. Een gelukkige partner zal dan een loyale partner blijken te zijn. Als je die nu iets gunt, bouw je aan de zekerheid in de toekomst. Anders spant de oppositie tegen jou samen.’ Fanny Wille: ‘Zelfs als het niet nodig was, zag je dat in sommige gemeenten een voorakkoord met drie coalitiepartners werd gerespecteerd. De kleinere partij is blij met een mandaat en de kans is dan ook groot dat de goede samenwerking in de volgende legislatuur – wanneer

de derde partner misschien wel nodig is – kan worden voortgezet. Het is ook een proces dat doorheen de beleidsperioden loopt, daarom tekenen ze in sommige gemeenten een voorakkoord voor twee legislaturen.’ Lokaal is de macht dus heel belangrijk. De oppositie telt amper mee? Kris Deschouwer: ‘Iemand met ambitie om zaken te doen bewegen, beleeft geen groot plezier aan de gemeentelijke oppositie. Nationaal kan een oppositielid de agenda mee bepalen, ideeën lanceren, een regering doen vallen. Nationaal hoef je niet aan de macht te zijn om bevrediging van je politieke werk te hebben. In de gemeente zit een oppositielid te wachten, dat is frustrerend want zes jaar is lang. Bovendien gaat het in de gemeenteraad niet om de grote debatten, het college domineert het debat. Als oppositielid kun je de agenda nauwelijks bepalen. Enkel vanuit de macht kun je dingen in beweging zetten. Oppositieleden willen dan ook vaak maar een ding: in het bestuur komen. Met één zetel zal een partij nooit gevraagd worden, maar met een paar zetels maak je wel kans. De kiezer speelt echt nog wel een rol.’ Marlies van Bouwel is hoofdredacteur van Lokaal advertentie

DOE LIEVER IETS ZINVOLS, NEEM EEN KOFFIEPAUZE

U weet het vast: een koffiepauze is onmisbaar voor het welzijn van uw collega’s. Vandaag, met Puro Fairtrade Coffee, worden koffiepauzes nóg zinvoller. Als u kiest voor Puro koffieautomaten, engageert u zich om, kopje per kopje, bij te dragen tot het verbeteren van de werkomstandigheden van de koffieproducenten in het Zuiden en meteen ook het tropisch regenwoud te beschermen tegen ontbossing.

INFO: 0800/44 0 88

www.zinvollepauze.be

Lokaal I 1 juni 2012 I 17


de keus statuut van de mandataris

De jaarlijkse belastingaangifte: net iets complexer voor een lokale mandataris De belastingaangifte invullen is voor een lokale mandataris meestal wat ingewikkelder dan voor ‘gewone stervelingen’. Lokaal bekijkt met u de belangrijkste bijzonderheden. tekst jan leroy beeld stefan dewickere

B

urgemeesters, schepenen en OCMW-voorzitters verdienen een wedde en worden daarop ook belast. Maar mandatarissen maken ook kosten. Als die met hun mandaat te maken hebben, zijn ze aftrekbaar van het brutoloon. Burgemeesters, schepenen en OCMW-voorzitters hebben hiervoor de keuze tussen drie systemen. Wie niets invult in het vak van de beroepskosten op de aangifte, kiest automatisch voor het zogenaamde wettelijke forfait, een getrapt systeem dat afhangt van de hoogte van het loon (zie kader). Omdat dat forfait voor aanslagjaar 2012 ten hoogste 3670 euro bedraagt, is het niet zo interessant. Ten tweede bestaat er ook een speciaal kostenforfait. Dat bedraagt voor aanslagjaar 2012 6296,84 euro voor de burgemeester en 3778,10 euro voor een schepen of OCMW-voorzitter. Een uitvoerende mandataris kan ten derde ook de werkelijk gemaakte kos-

ten bewijzen. Dat is natuurlijk alleen interessant wanneer die groter zijn dan het speciale forfait. De kosten moeten te maken hebben met het mandaat en ook echt door de mandataris gedragen zijn. Door het bestuur terugbetaalde kosten

Gemaakte kosten moeten te maken hebben met het mandaat en ook echt door de mandataris gedragen zijn. Door het bestuur terugbetaalde kosten tellen dus niet mee, evenmin als verkiezingsuitgaven. tellen dus niet mee, evenmin als verkiezingsuitgaven. Afdrachten aan een politieke partij komen wel in aanmerking, als men kan aantonen dat ze verplicht zijn (via statuten of een partijreglement) en men ze ook kan bewijzen. Vrijwillige giften aan een politieke partij zijn nooit fiscaal aftrekbaar.

Wettelijk kostenforfait aanslagjaar 2012 28,7% van de inkomensschijf tot 5300 euro 10% van de schijf van 5300 - 10.530 euro 5% van de schijf van 10.530 - 17.530 euro 3% van de schijf boven 17.530 euro met een maximum van 3670 euro.

18 I 1 juni 2012 I Lokaal

Tweede inkomen Veel mandatarissen hebben daarnaast een ander inkomen, met ook daarvoor beroepskosten. Zoals gezegd heeft een burgemeester, schepen of OCMW-voorzitter de keuze tussen drie systemen van kostenaangifte. Een werknemer heeft er twee (wettelijk forfait of werkelijke kosten). Een uitvoerend lokaal mandataris kan beide systemen naar eigen keuze combineren, bijvoorbeeld het speciale forfait samen met de werkelijke kosten als werknemer, of de werkelijke kos-

ten als mandataris met het wettelijke forfait als werknemer. Wie combineert moet zelf de som van beide types kosten maken en de berekeningen in een bijlage toelichten. Alleen wie twee keer voor het wettelijke forfait kiest, hoeft niets in te vullen in het vakje van de beroepskosten. Houd er wel rekening mee dat het forfait dan maar één keer geldt voor ten hoogste 3670 euro. Presentiegelden Raadsleden ontvangen geen loon, maar presentiegelden. Dat geldt ook voor de vergoedingen voor mandaten in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en andere instellingen. Presentiegelden worden beschouwd als baten.


lokale verkiezingsraad

Wie kan er stemmen?

Andere regels voor leden districtscolleges Leden van districtscolleges ontvangen ook een wedde. Toch bestaat er voor hen geen speciaal kostenforfait. Ze moeten dus voor het wettelijke forfait kiezen of de werkelijke beroepskosten bewijzen. Bovendien vinden de belastingdiensten dat leden van districtscolleges geen verschillend systeem mogen gebruiken voor hun inkomen als mandataris en dat als werknemer: ofwel bewijzen ze twee keer de werkelijke kosten, ofwel passen ze het wettelijke forfait toe op de som van de inkomens. Het is in elk geval een minder gunstig systeem dan voor de burgemeesters, schepenen en OCMWvoorzitters.

Een burger moet voldoen aan vier voorwaarden om in een gemeente te mogen stemmen: 1. over de Belgische nationaliteit beschikken (ten laatste op 1 augustus 2012), of een niet-Belgische inwoner zijn (zowel van binnen als buiten de Europese Unie). Alle niet-Belgen moeten om te kunnen stemmen een schriftelijke aanvraag indienen in de gemeente waar ze wonen. De niet-Europese burgers moeten vijf jaar ononderbroken hun hoofdverblijfplaats in België hebben, gedekt door een wettelijk verblijf; 2. de leeftijd van achttien jaar bereikt hebben op 14 oktober 2012 (de dag van de verkiezingen); 3. ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van de gemeente waar de kiezer zal stemmen, uiterlijk op 1 augustus 2012; 4. niet uitgesloten of geschorst zijn van het kiesrecht.

Op de belastingaangifte komen ze terecht in deel 2 van de aangifte. Wie dat deel niet automatisch ontvangt, moet het aanvragen. Via Tax-on-Web is deel 2 automatisch beschikbaar. Ook voor presentiegelden kunnen beroepskosten worden ingebracht. Voor wie niets invult, geldt automatisch het wettelijke forfait (zie kadertje). Maar men kan ook hier de werkelijke kosten aangeven, voor zover ze ook echt gemaakt zijn voor de uitoefening van het mandaat en ze bovendien al niet door het bestuur werden terugbetaald. Wie de werkelijke kosten bewijst, voegt het best een toelichting bij de aangifte.

Bij deze laatste voorwaarde onderscheidt de wet twee categorieën van personen die niet mogen gaan stemmen: 1. personen die levenslang ontzet zijn van de uitoefening van het kiesrecht door veroordeling mogen niet stemmen; 2. de volgende personen zijn in de uitoefening van het kiesrecht geschorst en dit zolang de onbekwaamheid duurt: - gerechtelijk onbekwaamverklaarden, de personen met het statuut van verlengde minderjarigheid en de personen die geïnterneerd zijn; - personen die voor een bepaalde duur ontzet zijn van de uitoefening van het kiesrecht door veroordeling; - personen die ter beschikking van de regering zijn gesteld op basis van het Strafwetboek of de Wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers.

Sociale bijdragen Door op de aangifte bedragen in te vullen bij de baten, kan de Rijksdienst voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) de vraag stellen om socialezekerheidsbijdragen te betalen als zelfstandige (in bijberoep). U kunt hierop antwoorden dat het gaat om een inkomen uit presentiegelden van een publiek mandaat, waarop geen sociale bijdragen verschuldigd zijn.

De personen die voorgoed van het kiesrecht zijn uitgesloten of van wie het kiesrecht geschorst is, worden alfabetisch in een bestand ingeschreven dat wordt bijgehouden door het college van burgemeester en schepenen. De inhoud van het bestand mag niet aan derden worden meegedeeld. Het college krijgt de informatie van het parket.

Jan Leroy is directeur bestuur

Zie ook artikel 8 tot en met 15 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet.

Meer weten? Het statuut van de lokale mandataris (VVSG-Politeia-pocket) www.vvsg.be, knop werking en organisatie, statuut lokale mandatarissen, fiscaal statuut (met ook een uitgebreide toelichting over het invullen van de aangifte zelf)

Wie gemeenteraadskiezer is, is ook stadsdistrictsraadskiezer. Voor de provincieraadsverkiezingen kunnen enkel Belgen hun stem uitbrengen.

Meer informatie kunt u vinden op www.vlaanderenkiest.be/kiezer Voor de niet–Belgische kiezers is er een folder op www.vlaanderenkiest.be/ folder-voor-niet-belgen.

Stuur uw vragen in verband met de gemeenteraadsverkiezingen naar marian.verbeek@vvsg.be of gemeenteraadsverkiezingen@vvsg.be

Lokaal I 1 juni 2012 I 19


bestuurskracht communicatie

OCMW’s zijn online, maar hoe? Dit voorjaar surften Lien Franquet en Eric Goubin (Lessius Hogeschool Mechelen) langs de websites van alle Vlaamse OCMW’s. Aan de hand van een checklist noteerden ze hun belangrijkste observaties. Zowat alle OCMW’s bieden online informatie, maar inhoud en vorm laten vaak nog te wensen over. Het blijft nog een uitdaging om het bredere, meer diverse en hoe langer hoe meer digitale publiek goed te informeren. tekst lien franquet en eric goubin beeld gf

Z

owat alle OCMW’s zijn online: 47% heeft een eigen OCMW-website, 45% biedt enkel online info via de gemeentelijke site, en 7% doet het allebei. Drie gemeenten hebben geen OCMW-website noch uitgewerkte OCMWpagina’s op de gemeentelijke website. Erpe-Mere concentreert de online welzijnsinfo onder de vlag sociaal huis (sociaalhuis. erpe-mere.be). Overpelt verwijst naar de website van de Welzijnsregio Noord-Limburg. Het OCMW van Roosdaal biedt louter een link naar www.desocialekaart.be. Bij gemeenten met minder dan 10.000 inwoners heeft maar 30% van de OCMW’s een eigen website. Vanuit het standpunt van de burger maakt de al dan niet aanwezigheid van een specifieke OCMW-website overigens niet zo veel uit: als het OCMW en zijn dienstverlening online maar vlot te vinden zijn, al dan niet onder de gemeentelijke paraplu. Enkele OCMW’s (6%) hebben een aparte website of deelwebsite voor het lokaal sociaal huis. Ruim de helft (53%) van de online OCMW-bronnen biedt helemaal geen informatie over het lokaal sociaal huis, wat het is en welke diensten het omvat. Zo’n 41% biedt “iets” over dat lokaal sociaal huis: een webpagina of een pop-up scherm. Maar doorgaans heeft dit weinig om het lijf. Het geeft aan dat het concept lokaal sociaal huis alsnog weinig of niet gecommuniceerd wordt, daardoor blijft het voor het publiek een artificiële constructie. Doorgaans wel online herkenbaar waren de 54 OCMW’s die op het moment van het onderzoek participeerden aan het Digitaal sociaal huis van het Vlaamse-Brabantse e-government provinciebedrijf VERA. Het Digitaal Sociaal Huis is een samenwerkingsverband waarin de betrokken besturen samen een catalogus van sociale dienstverlening ontwikkelen en aanbieden via het internet. Wie zoekt die vindt Een goede website voorziet in verschillende zoekpaden voor het publiek. Er zijn voorbijsurfende infozoekers die meteen een trefwoord intikken in de zoekfunctie op een homepage. Anderen doorlopen de rubrieken. En die rubrieken kunnen veel- of weinigzeggend zijn. 72% van de OCMW’s structureert infor-

20 I 1 juni 2012 I Lokaal

matie volgens hun organogram. Als burger moet je dan zelf maar weten dat je pakweg voor ‘rechtshulp’ op de knop ‘sociale dienst’ moet klikken. Klantvriendelijker is het bij 41% van de OCMW’s die de online info niet (of niet alleen) aanbieden onder de rubrieken van de dienstnamen, maar thematisch zoals wonen, seniorenzorg, diensten aan huis, … Een kleine groep van 6% gaat nog een stapje verder, met enkele doelgroeprubrieken (zoals www.ocmwaalter.be). Een mengvorm van verschillende zoekpaden is ideaal, zoals bij www.ocmw-roeselare.be. Overigens beschikt toch nog 15% van de OCMW-websites niet eens over een zoekfunctie. De geachte mevrouw de mijnheer de voorzitter In tegenstelling tot een gedrukte gemeentelijke infogids of een infoblad, hoeft een website geen voorwoord of plechtige verwelkoming te bevatten. Het publiek surft niet om te lezen maar om snel informatie te zoeken en te vinden. Toch biedt 54% van de OCMW’s op de startpagina een min of meer formeel welkomstwoord, al dan niet door de voorzitter (9%). Dit is tekstballast en heeft vanuit publieksstandpunt geen meerwaarde. En die vaststelling geldt al helemaal voor de 7% OCMW’s die op hun startpagina allerambtelijkst uit de hoek komen door te verwijzen naar de OCMW-wet van 1976. Een kleine helft van de OCMW’s (46%) plaatst nieuwsberichten op de website. Het kan een detail lijken, maar toch: bij slechts 53% van de OCMW’s vind je makkelijk het telefoonnummer terug via de website, bij 29% moet je er naar zoeken, en bij 18% konden we het (ondanks wat zoekwerk) niet vinden. Laat het vlot doen vinden van een telefoonnummer nu net een topfunctie van een website zijn. Voor een breed publiek OCMW’s kampen al langer met het imago dat ze er enkel zouden zijn voor armen en bejaarden. Nochtans kende deze sector in de loop der jaren een belangrijke diversifiëring van het dienstenaanbod, gekoppeld aan een verbreding van de doelgroepen. Bij veel OCMW’s kun je tegenwoordig ook terecht voor kinderopvang, rechtshulp of psychologische hulpverlening. Daarvoor hoef je niet per se straatarm en/of hoogbejaard te zijn.


De websites van de OCMW’s van Roeselare en Gent zijn schoolvoorbeelden van mooie en goed doordachte websites die aansluiten bij hun doelpubliek.

Maar toch merk je dat de OCMW’s online hun eigen stereotiepe beeldvorming bevestigen. Dat blijkt niet alleen uit de informatie die ze meest prominent op de website plaatsen, maar ook uit het fotomateriaal. 55% van de OCMW’s plaatst een foto van het OCMW-gebouw, niet bepaald een pubieksgerichte binnenkomer op hun homepage. Ook dorpsgezichten en natuurbeelden zijn populair. Maar als het op herkenbare foto’s aankomt zie je eerder zelden doelgroepen in beeld, en dan toch in eerste instantie bejaarden (bij 24% van websites) en hier en daar wat kinderen (18%) of OCMW-bestuursleden (10%). Slechts uitzonderlijk komen jongeren (5%), gezinnen met kinderen (3%), etnisch-culturele minderheden (2%) of personen met een handicap (1%) in beeld. Als OCMW’s diversiteit beogen, brengen ze het alvast niet in beeld op hun eigen websites. Wat de visuele toegankelijkheid van de OCMW-websites betreft: bij een minderheid (41%) kan je de beeldschermtekst laten vergroten, slechts 3% beschikt over het Any Surfer Label. Sociale voorzieningen via sociale media De meeste onderzoeksbronnen geven aan dat momenteel ongeveer de helft van het surfende publiek een Facebookpagina heeft. De andere sociale media Netlog en Twitter zouden elk ongeveer 12% van het surfende publiek aanspreken (IBBT, ilabo 2011). De grote meerderheid van de OCMW’s (90%) doet helemaal niets met sociale media. 9% biedt op de OCMW-(deel)website een share-functie (zoals de OCMW-pagina’s van www.mechelen.be), waarmee het voorbijsurfende publiek desgewenst een stukje informatie van die OCMW-pagina mee deelt op zijn Facebookof Twitterpagina. Eigenlijk is het op de website voorzien van zo een share-button een vrij kleine moeite, maar weinigen doen het. Bij slechts enkele OCMW’s vonden we een spoor naar een reële pagina op Facebook (wel bij gemeente en OCMW Zoersel, en bij de strijkdienst van OCMW Balen). Nochtans blijkt uit recent onderzoek dat met name in het welzijnsgeoriënteerde jeugdwerk en in de sector sociale economie (zoals de kring-

loopwinkels) sociale media reële meerwaarde bieden, mits doordacht aangewend en opgevolgd. Digitale kloof OCMW’s online, allemaal goed en wel. Maar hoe zinvol zijn OCMW-websites gezien het OCMW toch ook het vaak kortgeschoolde en/of oudere publiek wilt bereiken? Recente officiële cijfers geven aan dat 82 à 85% van de Vlamingen tussen 16 en 74 jaar regelmatige internetgebruikers zijn. Dat geldt voor 58% van de personen met laag opleidingsniveau. En ook een groeiende groep senioren is actief op internet. Bij de 65- tot 74-jarigen is dat 36%. Bij de senioren van de nabije toekomst (55-64 jaar) is dat al een ruime meerderheid (66%). Het probleem met de digitale kloof is hoe langer hoe minder de toegang tot internet. Het is in de eerste plaats een probleem van vaardigheid in het gericht zoeken en vinden van informatie. Precies daarom is het voor OCMW’s niet alleen belangrijk om online informatie te bieden, maar vooral om dat zo gebruiksvriendelijk mogelijk te doen. Digitale kanalen hebben hun volwaardige plaats in de mediamix van lokale overheden, niet minder maar ook niet meer dan dat. Recente Memori-onderzoeken in Kortrijk, Mechelen en Turnhout bevestigen dit. Vlamingen die zelf op zoek gaan naar praktische of andere lokale eerstelijnsinformatie, trekken die in de eerste plaats uit het ‘pull’-kanaal internet, pas in de tweede plaats uit folders of andere drukwerken. Wie meer persoonlijke en/of financiële informatie wenst gaat nog steeds het liefst ter plaatse bij de dienst, zij het dat internet hier op een niet onbelangrijke tweede plaats komt. Maar als je als lokale overheid informatie naar het publiek wilt duwen doe je dat zelfs anno 2012 toch vooral nog via de gedrukte ‘push’-kanalen, met het gemeentelijk informatieblad op nummer 1. Al bieden hier ook folders en sociale media (Facebook, Twitter) belangrijke extra push-mogelijkheden. Eric Goubin en Lien Franquet zijn medewerkers van Lessius Mechelen

Lokaal I 1 juni 2012 I 21


praktijk

Toen Halle aan de slag ging met een diversiteitsplan bleek al gauw dat allochtonen en personen met een arbeidshandicap ondervertegenwoordigd waren. Omdat de drempel om te solliciteren veel te hoog was, verbeterde de stad ondertussen haar imago als werkgever.

Hebt u een inspirerend project, een doeltreffende maatregel of een efficiënte werkwijze voor lokale besturen? Maak het bekend via www.vvsg.be, knop praktijken lokale besturen.

Halle, een werkgever voor iedereen In het najaar van 2009 diende de stad Halle bij de Vlaamse overheid een aanvraag in voor een diversiteitsplan. Na goedkeuring gingen twee werkgroepen aan de slag: één voor selectie en werving en één voor onthaal en begeleiding. Binnen de werkgroep selectie en werving kwamen vlug enkele knelpunten aan het licht: de ondervertegenwoordiging van allochtonen en personen met een arbeidshandicap, hun tewerkstelling in de lagere graden en hun drempelvrees om te solliciteren.

Uit gesprekken met allochtonen bleek de drempelvrees vooral gebaseerd op misvattingen rond de stad als werkgever. Voor Halle was dat de aanzet om te gaan werken aan het imago, om zich als werkgever beter te profileren en zich meer en beter kenbaar te maken. Als werkgever was de stad al wel gestart met diversiteit onder het personeel maar dat was bij het publiek niet bekend.

gf

Halle ging van start met een grote getuigenissencampagne Werken bij de stad op de Opendeurdag van oktober 2010. Verschillende administratieve werknemers en arbeiders, allochtonen en personen met een arbeidshandicap kwamen aan het woord en vertelden hoe en waarom ze bij de stad waren terecht gekomen. De getuigenissen met foto zijn afgedrukt op zwart-wit panelen van 60 x 40 cm en hangen nu hier en daar, samen met een vacaturepaneel, bij verschillende samenwerkende sociale partners. De getuigenissen staan ook op www.halle.be. Naast deze getuigenissen werd de website ook aangevuld met een rubriek ‘Werken bij de stad’. In die rubriek worden de selectievoorwaarden uitgebreid toegelicht maar ook de diplomavereisten, de taalvoorwaarden, hoe solliciteren, de openstaande vacatures en de voordelen van werken bij de stad. De openstaande vacatures

22 I 1 juni 2012 I Lokaal

Werknemers van de stad Halle vertellen hoe en waarom ze bij de stad werken. Hun verhaal staat op de website en op grote panelen die bij de sociale partners staan.

zijn ook terug te vinden in De Streekkrant en via de Wiscomputer van de VDAB, sinds kort worden ze ook weergegeven op de verschillende beeldschermen in het stadhuis. Bij een nieuw imago hoort natuurlijk een nieuw logo en een nieuwe slagzin. Die werd stad Halle, een werkgever voor iedereen. Alle publicaties krijgen een nieuw groen kleedje. Alweer om de drempel te verlagen werden er verschillende brochures Werken bij de stad uitgegeven, een algemene folder, een voor administratieve functies en een specifiek voor arbeiders. De brochures worden in alle stadsgebouwen en bij de sociale partners verspreid. Maar om een werkgever voor iedereen te zijn, probeert het personeel van Halle dat ook dagelijks in kleine dingen in praktijk te brengen: door de deur naar en voor iedereen open te zetten, de drempelvrees om te solliciteren weg te nemen of in ieder geval te verlagen maar ook door mensen het gevoel te geven dat ze belangrijk zijn in en voor de organisatie. Mensen die zich goed voelen en gemotiveerd zijn, stralen dit immers uit in hun werk. Dat de campagne zijn doel niet mist, is te merken aan het aantal spontane sollicitaties dat de personeelsdienst dagelijks ontvangt. monique de witte, personeelsdienst stad halle

Vanessa De Becq, diensthoofd personeel, T 02-363 24 24, vanessa.de.becq@halle.be


Public waste PartnershipS: u wint drie keer! U wilt het afvalbeheer in uw gemeente doeltreffend en professioneel aanpakken? Dát verwachten de inwoners van u. De milieuoverheid eist dat u haar wetgeving naleeft. Specialistenwerk dus. U kunt twee dingen doen. Ofwel gaat u in zee met een partner die alle lasten van u overneemt. Ofwel houdt u een deel van het werk in eigen beheer. Twee perfecte oplossingen! Wanneer u kiest voor Indaver en haar Public waste PartnershipS wint u op drie vlakken: ■

■ ■

U krijgt de beste oplossingen voor de verwerking van uw afval, organisatie en verwerkingsinstallaties. U bepaalt in alle vrijheid op welke manier u met ons wilt samenwerken. U bewaart zelf de controle over de opdracht.

Lees meer op onze website of neem contact met ons op voor meer uitleg. info@indaver.be

Tel. +32 15 28 80 24

www.indaver.be www.indaver.com

Toonaangevend in duurzaam afvalbeheer


werkveld sport & PPS

Zwembad Dommelslag: duidelijk geen slag in het water

Alle PPS-partners nog steeds enthousiast Recent is Dommelslag weer opengegaan. Het zwembad op de grens tussen Overpelt en Neerpelt is fors uitgebreid. Op zich natuurlijk geen groot nieuws, maar Dommelslag was de eerste publiekprivate samenwerking (PPS) voor sportinfrastructuur in Vlaanderen. We interviewden de pioniers in 2004 en deden dit nu nog eens over. Het enthousiasme van toen is enkel toegenomen. tekst henk keygnaert beeld gfs

24 I 1 juni 2012 I Lokaal

D

ommelslag heeft een volledige gedaanteverwisseling ondergaan: het complex is bijna verdubbeld in omvang. Binnen is er voor elke leeftijdsgroep een aantrekkingspool bijgekomen: een wellnesscentrum voor volwassenen en senioren, de Slingerling oftewel een spectaculaire glijbaan voor tieners en jongeren, en een waterspeeltuin voor de jongste bengels. Er is ook een buitenbad met terras voor de warme zomermaanden. Ook de cafetaria veranderde grondig en is opgewaardeerd tot een rest-eau-café. Prijs van al dat moois: 6,7 miljoen euro. Zwembad Dommelslag opende in 2003. Het beschikt over een 25m-sportbad en enkele recreatiebaden. Het is het resultaat van nogal wat samenwerkingen. Aan de publieke kant van de tafel vinden we de Dienstverlenende Vereniging (DV) Pelt als vertegenwoordiging van de twee betrokken gemeenten Neerpelt en Overpelt, aan de private kant een groep die kennis

en knowhow bundelt op het vlak van ontwerp, financiering, bouw en uitbating. Enkele cijfers: het oorspronkelijke zwembad kostte destijds 7,5 miljoen euro, geïnvesteerd door de private partner. Via de DV Pelt betalen de gemeentes samen jaarlijks ongeveer 1 miljoen euro aan de private partner. In dat bedrag zitten de realisatie van het project, alle afschrijvingen, het onderhoud, de bijpassing van de gemeenten bij de tarieven voor scholen en clubs en 50.000 euro voor bijkomende investeringen. Na dertig jaar is het zwembad volledig eigendom van de publieke partner. Meegroeien met de tijd Het zwembad kende van bij de start een goede opkomst en kon die ook jarenlang op peil houden. De voorbije jaren werden de eerste tekenen van een terugval zichtbaar. Ook werden leemtes in het aanbod duidelijk. Jaak Fransen, burgemeester van Overpelt en voorzitter van DV Pelt: ‘Ie-


dereen uit de omgeving kende het bad ondertussen, er was een nieuwe impuls nodig. Die was ingeschreven in het contract, want we hadden bepaald dat daar jaarlijks een bedrag voor opzijgezet moest worden. Natuurlijk kun je dat jaarlijks spenderen aan kleine aanpassingen, maar je kunt het ook opsparen om dan in één keer een grote ingreep te doen. We hebben beslist om voor dat laatste scenario te gaan. Op verzoek van de private partner zijn we zelfs voor iets meer gegaan.’ Driek ten Haaf, dienst-

slotte hadden we oog voor de extra’s. In de cafetaria kon het heel warm zijn en de kwaliteit was er niet altijd goed. Dit is met het nieuwe Rest-eau-Café verholpen. En de wellness was een idee van de private partners. Zij wilden een goed maar betaalbaar wellnessaanbod realiseren voor het grote publiek.’ Over die cafetaria en wellness wil Jaak Fransen nog iets kwijt. ‘Beide elementen nemen een hele hap uit het uitbreidingsbudget. We hebben daar aanvankelijk wel wat discussie over gehad. Zeker om-

Het recept voor een goede PPS volgens Jaak Fransen: ‘Ten eerste een goed product, ten tweede een goede juridische constructie en ten derde frequent en goed georganiseerd overleg.’ hoofd vrije tijd, verduidelijkt: ‘Met wat er is bijgekomen hebben we geprobeerd in te spelen op behoeften. We hebben gekeken wat er ontbrak. De waterspeeltuin is daar een voorbeeld van. Voor mensen die we al wel goed bereikten maar die aan het afhaken waren hebben we gezocht naar nieuwe lokkers. Dat is dan bijvoorbeeld de glijbaan geworden. Een derde vraag die we stelden was waar we bezoekers verloren. Bij warm weer bleef men weg, dus is er nu het buitenbad. Ten

dat de gemeenten samen borg staan voor de lening van 5,5 miljoen euro waarmee het grootste deel van de uitbreidingskost gefinancierd wordt. De eerste ervaringen met de nieuwe cafetaria zijn alvast zeer positief. Ook de omzetcijfers zijn goed. Terwijl de eerlijkheid ons gebiedt te erkennen dat de wellness aanvankelijk zijn start een beetje gemist heeft. Door de winterprik voorafgaand aan de opening kon die immers niet volledig worden afgewerkt. Maar op dit ogenblik

is het volledige aanbod beschikbaar en loopt de wellness steeds beter.’ Is men nu de uitbreiding achter de rug is, nog even tevreden over de keuze om het zwembad in een PPS te realiseren? ‘Nog meer dan vroeger,’ antwoordt Hubert Fransen, eerste schepen van Neerpelt en ondervoorzitter van DV Pelt. ‘De uitbreiding, toch een investering van 6,8 miljoen, is volledig gedragen door de private partner.’ Ingrediënten voor een goede PPS Wat is dan het recept voor een dergelijk succesverhaal? Wat maakt de ene PPS succesvoller dan een andere? ‘Alles begint bij een goed product,’ zegt Jaak Fransen. ‘In PPS-verband betekent dit dat de private partner kan helpen de publieke doelstelling goedkoper te realiseren terwijl de private partner een beter rendement krijgt dan zonder de publieke tussenkomst. Concreet: wij hebben goedkoper zwemwater en zij halen voordeel uit het rendement. Het belang van een goed product zie je nog het best als je vergelijkt met het oude gemeentelijke bad. Behalve de eerste tien jaar was dat een product zonder maatschappelijke return. Er wilde de laatste tien jaar nog nauwelijks iemand gaan zwemmen en de exploitatiekosten lagen even hoog als nu. Niemand had er iets aan. Dat is nu wel anders.’

Lokaal I 1 juni 2012 I 25


ontwerpt, bouwt & exploiteert zwembaden & sportcentra

GENT

S& R Group nv

Piscine du Grand Large Sportbaden Recreatiebaden Wellness Buitenbaden

De Waterperels Sportbaden Recreatiebaden

Opening juni 2012 Olympisch sportbad Recreatiebaden Wellness Buitenbaden Glijbanen Sporthallen

BEVEREN

In aanbouw Sportbaden Recreatiebaden Wellness Glijbaan

www.sr-group.be

Geldenaaksebaan 329, 3001 Leuven

016 85 29 36

bernard.vanzeebroek@sr-group.be

101613

Dommelslag Sportbad Recreatiebaden Wellness Buitenbaden Glijbaan


werkveld sport & PPS

Hubert Jansen wijst op een tweede belangrijke pijler van een goede PPS: goed overleg. ‘Met de stuurgroep zitten we op geregelde tijdstippen samen. Dit zijn goede vergaderingen waarin we elkaar steeds beter aanvoelen en ervoor zorgen dat dit dossier goed blijft lopen. Wanneer een PPS minder vlot draait, dan loopt het meestal op dit punt mank, men laat het te veel in handen van de private partner zonder er zich nog iets van aan te trekken.’ Driek ten Haaf: ’Ik denk dat wij een heel participatieve PPS hebben. We bekommeren ons in het overleg ook om de hoofdlijnen. De rest laten we over aan de experts. We hebben elk onze sterktes. Zo is en blijft het zwembad een gemeentelijk zwembad, dus mensen gaan klagen bij ons als er wat fout is. Wij zijn ook wel goed in communicatie en overleg met burgers. Aan de andere kant kunnen zij sneller werken, inspelen op trends, weten wat er aan technische innovaties bestaat op de zwembadmarkt.’ Jaak Fransen: ’Wanneer een samenwerking zo goed loopt en men elkaar goed aanvoelt, dan kan men meer realiseren dan contractueel werd bepaald.’ En hij vat het recept voor een goede PPS samen: ‘Ten eerste een goed product, ten tweede goede afspraken gevat in een goede juridische constructie en ten derde frequent en goed georganiseerd overleg.’ Sporthal Smaakt dat dan naar meer? Hebben de goede ervaringen met deze PPS geleid tot andere? Hubert Fransen: ’Misschien hebben de goede ervaringen meegespeeld in het opzetten van een PPS voor de ondergrondse parkeergarage in Neerpelt. Maar heel zeker spelen die ervaringen mee in de overwegingen die we nu maken om een nieuwe sporthal te bouwen. Wat Neerpelt betreft, overwegen we een zeer vergelijkbare PPS voor te stellen, met dezelfde partners (Neerpelt, Overpelt en de private partner) en een middenschool.’

lokale raad

Driek ten Haaf: ‘En ook de private partner zal wel tevreden zijn. Na ons zijn zij ook op andere plaatsen met deze constructie aan de slag gegaan.’

Hoe verloopt het openbaar onderzoek bij een klasse 1milieuvergunningsaanvraag?

Twee risico’s Zijn er dan geen minpunten? Elk van de drie gesprekspartners moet over deze vraag een pak langer nadenken dan over de vorige. Jaak Fransen noemt uiteindelijk het probleem van overdracht. ‘De mensen die het contract hebben opgesteld en die er vanaf het begin bij zijn betrokken, kennen elkaar en het project nu door en door. Dan is het niet makkelijk om dat zomaar over te dragen. Vroeg of laat zal zowel langs publieke als langs private kant een personeelswissel moeten gebeuren met aandacht voor continuïteit.’ En Driek ten Haaf wijst erop dat de privépartner toch niet altijd zoveel sneller is dan een publieke partij. ‘Het klopt dat hij inzake procedures en het bouwen zelf veel sneller en flexibeler kan werken, maar ook bij een private partner kunnen er vertragingsmechanismes spelen. Bijvoorbeeld omdat men meer financiële overwegingen maakt. Op een vraag van een duikclub om uitzonderlijk eens een half uur langer op te blijven zou een gemeentelijke dienst sneller ja zeggen. Een private onderneming wil dan eerst kostenberekeningen maken.’ ‘Dit zijn echter kleine bedenkingen,’ zegt Driek ten Haaf, ‘eigenlijk zijn er aan de hele PPS twee risico’s verbonden: als de private partner zijn aandelen verkoopt, krijg je iemand anders aan de vergadertafel, dan weet je niet wat de toekomst brengt. Hij kan ook failliet gaan en dan kom je in een onzekere situatie terecht. Er is wel een recht van opstal ingeschreven in het contract, maar de lening moet verder worden afbetaald.’ Geen van beide problemen lijkt zich echter aan te dienen, dus zien we enkel tevreden mensen in Dommelslag.

Een klasse 2-milieuvergunning wordt aangevraagd bij en afgeleverd door de gemeente, een klasse 1 door de provincie. Door de omgevingsvergunning, de nakende integratie van bouw- en milieuvergunning, zullen vele inrichtingen verhuizen van klasse 1 naar klasse 2. Maar aan het verloop van een openbaar onderzoek zal wellicht weinig veranderen. Bij een klasse 1 is de rol van de gemeente beperkt tot het organiseren van het openbaar onderzoek, zijnde het ter inzage leggen van de aanvraag en het ontvangen van bezwaren ertegen. Het aankondigen van het openbaar onderzoek gebeurt voor een klasse 1 onder andere door de eigenaars van percelen binnen 100 meter aan te schrijven. De aanvrager moet zelf zorgen voor een lijst van het kadaster met die eigenaars. Na afloop van het openbaar onderzoek, stuurt de gemeenten dan aan de provincie de bewijzen dat het openbaar onderzoek correct is verlopen, de binnengekomen bezwaren en eventueel het advies van het schepencollege over de aanvraag. Wie inhoudelijke bezwaren heeft en ten onrechte niet aangeschreven werd, kan eventueel zijn bezwaar rechtstreeks aan de provincie versturen en daarbij vermelden waarom het bezwaar niet op tijd bij de gemeente kon gebeuren. Het is dan aan de provincie om te beslissen of dat bezwaar alsnog ontvankelijk is. Als ook dat niet meer mogelijk is, kan die eigenaar beroep indienen tegen de afgeleverde milieuvergunning. Voor klasse 1 gebeurt dat beroep bij de minister van Leefmilieu. In elk geval, moet hij dan wel bewijzen dat hij niet via een andere weg op de hoogte kon raken van het openbaar onderzoek. Het individueel aanschrijven van de eigenaars is immers maar een van de manieren waarop het openbaar onderzoek bekend moet worden gemaakt, daarnaast moet ook een formulier worden aangeplakt op de locatie zelf en aan het gemeentehuis, en moet (voor een klasse 1) ook een bericht geplaatst worden in een regionaal dag- of weekblad, en ofwel op de gemeentelijke website ofwel in een tweede dag-of weekblad.

Henk Keygnaert is redacteur van Lokaal

Mail uw vraag over omgevingsvergunningen naar steven.verbanck@vvsg.be

Lokaal I 1 juni 2012 I 27


werkveld toerisme

De Vrouwkeshoekkreek in het noorden van het Meetjesland is een ware diamant.

Meetjesland: toerisme op lange termijn Op 18 april stelde Toerisme Meetjesland zijn masterplan voor. Op korte termijn focust het op twee punten: het fiets- en wandelgebied en het benutten van de gunstige ligging. Op lange termijn worden vier belevingslijnen ontwikkeld: smaken, erfgoed, avontuurlijk ontdekken en wellbeing. tekst erik hennes en bart van damme beeld ludo goossens

H

et Meetjesland beschikt over toeristische troeven. De regio is landelijk, groen, kleinschalig en authentiek. Maar het komt er voor Toerisme Meetjesland, de gemeenten, de regionale organisaties, de provincie Oost-Vlaanderen en de toeristische sector zelf op aan de volgende zes jaar aan een sterker toeristisch product te werken. Met ‘vermarkten wat er is’ zal deze regio geen meter vooruitgaan, zo vermeldt het masterplan. De keuze voor toeristische kwaliteit, inhoudelijke verdieping en meer aandacht voor toerisme bij de gemeentebesturen kunnen het tij doen keren. Korte termijn Op korte termijn focust toerisme in het Meetjesland op twee punten. Zonder afbreuk te doen aan de andere grote

28 I 1 juni 2012 I Lokaal

troeven in de rest van de streek wordt enerzijds doorgewerkt op de regio als aantrekkelijk fiets- en wandelgebied, met het unieke Krekengebied als belangrijkste hefboom en reden om het Meetjesland te bezoeken. Deze strategische keuze vloeit voort uit de komst van het fietsnetwerk in de streek in 2006. Ondertussen werkt Toerisme Oost-Vlaanderen in het Meetjesland ook volop aan wandelnetwerken. Een tweede werkpunt op korte termijn is het benutten van de gunstige ligging tussen Gent, Brugge en de Zeeuws-Vlaamse kust. Het Meetjesland blijkt volgens de logiessector een goed gelegen verblijfslocatie voor koppels uit een straal van honderd tot zelfs driehonderd kilometer eromheen. Binnen dit werkpunt wil Toerisme Meetjesland vooral het bestaande logiesaanbod ondersteunen door het via de digitale weg bij nieu-

we doelgroepen bekend te maken. En er wordt een link gelegd met de rest van de sector (horeca, musea, de dorpen, evenementen of wellness) om het voor de gasten nog aangenamer te maken. Werken aan beleving Op lange termijn ontwikkelt Toerisme Meetjesland enkele ‘belevingslijnen’ ter versterking van het toeristische product ‘Meetjesland’. Een belangrijk thema is ‘de smaken van het Meetjesland’, met als aandachtspunt ondersteuning van horeca en streekproducten. Erfgoedbeleving is een tweede belangrijk accent. Als derde belevingslijn wil Toerisme Meetjesland met de sector samenwerken aan avontuurlijk ontdekken in de streek. Hier gaat het om vlonderpaden of veerpontjes. En een vierde belevingslijn is wellbeing, wat om meer gaat dan wellness alleen: bezinningsroutes, yogaverblijven, tai-chi in het bos en zelfs glutenvrij reizen. Keuzes maken Om als slagkrachtige organisatie greep te krijgen op dit proces zal Toerisme Meetjesland kwalitatieve keuzes maken, gericht op de vier belevingslijnen van de


lange termijn en de dubbele focus op korte termijn. Alle projecten die zich aandienen in de streek, zullen beoordeeld worden op relevantie en basiskwaliteit. De centrale vraag die de organisatie stelt is: ‘Mocht ik Amsterdammer, Parijzenaar

met of zonder kinderen zich thuis voelt, is even aantrekkelijk als een of andere spectaculaire toeristische attractiepool. ‘Goed’ staat niet altijd gelijk aan ‘groot’. Integendeel, soms vinden we in de kleinschalige initiatieven veel meer toeristi-

Initiatieven met een hart, initiatieven die bekoren, daarnaar gaat Toerisme Meetjesland de volgende jaren op zoek. of Antwerpenaar zijn, zou ik me hier dan voor verplaatsen?’ Een positief antwoord zal resulteren in logistieke en financiële ondersteuning, een negatief niet.

sche kwaliteit. Initiatieven met een hart, initiatieven die bekoren, daarnaar gaat Toerisme Meetjesland de volgende jaren op zoek.

Wat is kwaliteit? Betere kwaliteit is meer aandacht. Een kleine B&B met heel vriendelijke uitbaters en een leuke tuin waar iedereen

Onthaalregie Een laatste belangrijke koerswijziging binnen dit masterplan is de ontwikkeling van een regionaal onthaalbeleid met

meer aandacht voor de plekken waar bezoekers aankomen of passeren tijdens hun doortocht in het Meetjesland: logies, restaurants, cafés, musea en andere attractiepunten. De onthaalmedewerker wordt ‘onthaalregisseur’ en zal veel dichter bij de sector op het terrein moeten staan: de onthaalregisseur begeleidt de sector om de toeristen zelf wegwijs te maken in de streek en levert daarvoor de juiste informatie aan. Sectorsamenwerking en degelijke informatieverspreiding worden voor het toeristische informatiekantoor van Toerisme Meetjesland in Eeklo en de collega’s van de gemeentelijke toeristische informatiekantoren in de buurt een absolute prioriteit.

Erik Hennes en Bart Van Damme vormen de regiocoördinatie Meetjesland voor Toerisme Oost-Vlaanderen

advertentie

’Een bloeiend detailhandelsapparaat is de motor van uw stad’ Pascal Steeland, senior consultant WES

www.wes.be www.wes.be pascal.steeland@wes.be rik.dekeyser@wes.be 050 36 7 050 36 71 47

Lokaal I 1 juni 2012 I 29


werkveld ouderenzorg

Immaculata wil zich opstellen als een trap van uitnodigingen. Elke bewoner wordt uitgenodigd om aan elke trap binnen de laatste levensfase een eigen invulling en zin te geven.

30 I 1 juni 2012 I Lokaal


Bewoners dragen een naam en hebben een heel leven achter de rug In woonzorgcentrum Immaculata in Edegem werken gemotiveerde medewerkers met bijzondere zorg aan zorg. Sinds 1994 heet hun methode, die gebaseerd is op Maslows behoeftehiërarchie, de ‘biografische dienstverlening’. Na achttien jaar maken ze een stand van zaken op. tekst veerle baert beeld stefan dewickere en gfs

B

iografische dienstverlening is een professionele werkwijze die kansen tot ontwikkeling in de menselijke levensloop wil ondersteunen met het leven van de bewoner als rode draad. Het woord biografie verwijst naar de beschrijving van de levensloop. Dienstverlening staat voor het multidisciplinair verlenen van diensten: verpleegteam, huisarts, paramedici, sociale dienst, interieur, keuken, animatie en vrijwilligers. Elke discipline binnen het woonzorgcentrum leeft zich in de leefwereld van de bewoner in en levert vanuit zijn eigen invalshoek zijn bijdrage. Op die manier krijgt het personeel aandacht voor de mogelijkheden, behoeften en verwachtingen van de oudere en zijn familie. Kernboek Al voordat de oudere zijn intrek in Immaculata neemt, brengt de biografische dienstverlener aan de hand van een kernboek zijn levensverhaal in kaart en probeert hij te weten te komen hoe de oudere de eigen toekomst ziet. In het kernboek staat een pakket doelgerichte vragen over de belangrijke levens-

momenten van de toekomstige bewoner en wordt er gepeild naar wensen en verwachtingen. Directeur Myriam Claus: ‘Ons doel is rekening te houden met de wensen van de nieuwe bewoner. De biografie is een van de vertrekpunten om ervoor te zorgen dat de resident zijn leven verder kan ontwikkelen in het woonzorgcentrum. Immaculata

Verstrepen, kwaliteitscoördinator van Immaculata. ‘De wensen van de ouderen moeten uiteraard wel realiseerbaar zijn. We kunnen niet met iedereen een reis naar New York maken. Maar we hebben wel eens een bewoner gehad die nog graag Chinees wou leren. We hebben er toen voor gezorgd dat ze dat kon doen via een schriftelijke cursus.’

Elke discipline binnen het woonzorgcentrum leeft zich in de leefwereld van de bewoner in en levert vanuit zijn eigen invalshoek zijn bijdrage. wil zich opstellen als een trap van uitnodigingen. Elke bewoner wordt uitgenodigd om aan elke trap binnen de laatste levensfase een eigen invulling en zin te geven.’ Indien nodig wordt het kernboek samen met de familie ingevuld. Als het kan vult de bewoner het kernboek zelf in. Op die manier houdt hij de regie over zijn eigen leven werkelijk in handen. ‘Al valt het op dat de ouderen die hier aankomen nog weinig toekomstplannen hebben,’ zegt Sarah

Mindmap Zes weken na de opname vindt er een kernvergadering plaats. Hierin zetelen alle disciplines, van de interieurreiniger tot de verpleegkundige. Vanuit alle verschillende zorg-, woon- en leeffuncties wordt een biografische schets opgemaakt. ‘Vroeger was dit een uitgebreid verslag. Verzorgenden en verpleegkundigen klaagden erover dat ze geen tijd hadden om dit te lezen. Nu brengen we de biografie van de bewoner in kaart via

Lokaal I 1 juni 2012 I 31


werkveld ouderenzorg Door zijn biografie leerde het woonzorgcentrum dat de betrokken resident vroeger een jager was en een patéliefhebber. Ook zijn arts is een jager. Hij bracht het vlees mee. Onder begeleiding van de hoofverpleegkundige en de gastvrouwen werd er samen, in gezelschap van een borreltje, een heerlijke wildpaté gemaakt.

De ballonnetjes voor de positieve momenten kunnen in kleine dingen zitten zoals bijvoorbeeld muziek. De muziektherapeute doet aan individuele begeleiding, maar begeleidt ook het geheugenkoor. Ook lekker eten kan een rol spelen: een mosselsouper of pannenkoeken op Lichtmis.

een mindmap. In één oogopslag kan elke discipline zijn gegevens terugvinden. Op die manier wordt het zorgengagement tegenover de bewoner bepaald,’ vult Geert Lemahieu, coördinator biografische dienstverlening aan. ‘Na de kernvergadering zijn de verhoudingen voor iedereen duidelijk. Met het hele team zoeken we uit wat we beter wel of beter niet doen in ons dagelijks contact.’ De biografische dienstverlening is een continu proces. Tijdens de wekelijkse Zorg-in-zicht-vergadering wordt het zorgengagement voortdurend geëvalueerd en aangepast. Het stopt enkel wanneer de bewoner overlijdt of het woonzorgcentrum verlaat. Biografische dienstverlening, ook in moeilijke zorgsituaties In een woonzorgcentrum is het helaas niet altijd peis en vree. Gedragsmoeilijkheden naar aanleiding van een dementieproblematiek, bewoners die onderling ruzie hebben of bewoners die het moeilijk hebben met hun fysieke achteruitgang komen in elk centrum voor. Deze situaties zijn zowel voor de bewoners zelf,

32 I 1 juni 2012 I Lokaal

het personeel als de familieleden moeilijk. Om met dit probleemgedrag om te gaan introduceerde men in Immaculata het ‘ABC van de gedragsverandering’. De bedoeling is dat het probleemgedrag in kaart wordt gebracht en dat multidisciplinair naar mogelijkheden wordt gezocht om de impact hiervan te reduceren. Men bestraft negatief gedrag niet maar men reageert gepast op ongewenst en gewenst gedrag waardoor het aangenaam wordt om met deze moeilijke fase van het leven om te gaan. Het team gaat probleemgedrag (de Actie) omschrijven: wat is de bewoner aan het doen? Waar speelt het gedrag zich af? Voor wie is het een probleem? Vervolgens gaat het team na wat dat probleemgedrag in ‘Beweging’ zet. Wat kan er aan de hand zijn met de bewoner zelf? Het probleemgedrag van de bewoner heeft Consequenties, ook die worden in kaart gebracht. Na deze grondige analyse worden er nieuwe doelen geformuleerd. Oude en ongewenste bewegers probeert het personeel uit te schakelen en nieuwe consequenties worden vooropgesteld. Ook positieve verhalen worden zo besproken: ‘Hierdoor zien we

soms bewoners na een opname helemaal opfleuren. We kunnen leren uit de bewegers die dit gedrag in de hand hebben gewerkt,’ zegt Sarah Verstrepen. Basishouding Biografische dienstverlening biedt niet alleen voordelen voor de bewoner. Het vormt ook een uitdaging voor het personeel. De bewoner voor wie ze werken is geen nummer, maar Maria die al een heel leven achter de rug heeft. Biografische dienstverlening geeft het personeel zuurstof en zin om aan de slag te gaan. Biografische dienstverlening vraagt van elke discipline, naast vakspecifieke deskundigheid, een belevingsgerichte houding. Precies deze empathische houding wordt voor de verschillende beroepsgroepen een basishouding. Dit vraagt een dagelijkse inzet van alle medewerkers. De bewaking en bijsturing van dit proces is een permanente taak voor de leidinggevenden en de biografiebegeleider. Veerle Baert is VVSG-stafmedewerker vorming ouderenzorg


Dexia Bank wordt Belfius Bank. En dit is niet veranderen om te veranderen.

Er is echt wel meer aan de hand dan alleen maar een naamsverandering. Want nu we niet meer gebonden zijn aan de Dexia groep staan we 100 % op eigen benen en schrijven we opnieuw een eigen verhaal. Dat verhaal is duidelijk: we willen dicht bij u staan, onze schouders onder maat-

schappelijke projecten zetten én, last but not least, helder en rechtdoorzee communiceren. Hebt u nog vragen? Voor meer informatie kunt u terecht bij uw vaste vertrouwenspersoon of surf naar www.belfius.be

Dexia Bank België NV, Pachecolaan 44, 1000 Brussel – IBAN BE23 0529 0064 6991 – BIC GKCC BE BB – RPR Brussel BTW BE 0403.201.185 – FSMA nr. 19649 A.

Lokaal I 1 juni 2012 I 33


werkveld de frontlijners Debbie Nys, coördinator preventiedienst gemeente Boom

Wijken ondersteunen en versterken ‘Onze dienst, met vier preventiewerkers en ikzelf, werkt als aanspreekpunt voor de burger. We werken zowel binnen aan de balie, als buiten op het terrein. We hebben in Boom een uitgebreid systeem van buurtbeheer opgezet. Elke medewerker volgt één van de vijf wijken in Boom intensief op. We werken ook samen met de wijkraden en ondersteunen ze, onder andere bij het organiseren van wijkevenementen.’ tekst pieter plas beeld stefan dewickere

‘Ons werk met en in de wijken is vooral faciliterend. We leveren de ondersteuning die de wijken zelf aanvragen. We adviseren de wijken in het kader van openbare werken, voor opruimacties in de wijk, en voor de organisatie van de verschillende wijkevenementen: bloemenmarkt, rommelmarkt, de Paashappening, en allerhande festivalletjes. De hulp die we leveren, kan zo eenvoudig zijn als bijvoorbeeld het plaatsen van bewegwijzering voor zo’n evenement, of het verzorgen van kopieerwerk voor flyers. Dit is mogelijk dankzij het preventiecontract dat loopt tussen Boom en Binnenlandse Zaken. Een groot luik daarvan is gewijd aan sociale overlast. Omdat Boom een heel dicht bevolkte gemeente is, is dat logischerwijze een belangrijk aandachtspunt, naast de zwerfvuilproblematiek. Boom heeft veel scholen, en scholieren zorgen nu eenmaal voor afval. Daaromtrent werken we sa-

34 I 1 juni 2012 I Lokaal

men met de milieudienst, in het kader van hun afvalplan. We organiseren regelmatig sensibiliseringsacties over zwerfvuil.’ ‘Onder andere met de middelen uit het preventiecontract maken we de wijkkrantjes, die informatie en tips bevatten over bijvoorbeeld inbraakbeveiliging en het graveren van fietsen. Maar toelichtingen daarover houden we ook soms op de wijkraden die twee- à driemaal per jaar plaatsvinden. Eenmaal per jaar organiseren we per wijk een wijkwandeling met de burgemeester en met de wijkinspecteur. Wij verzorgen het secretariaat van de wijkwerking en bewaken de band van de wijken met het bestuur, hun communicatie met het college. Eens per jaar hebben de wijkvoorzitters en de wijkinspecteurs een afspraak met het college. Dan wordt de afsprakennota over de wijk herbekeken.’

‘Aan onze fietsgraveeracties doen een preventiewerker of ikzelf altijd mee samen met een gemeenschapswacht, elke donderdag op de markt, en tweemaal per jaar in elke wijk. Een collega-preventiewerker is nu opgeleid tot diefstalpreventieadviseur. Die levert tussen 50 en 100 technopreventieve adviezen aan burgers, bij de mensen in hun huizen of appartementen, en ook bij zelfstandigen. Dat zijn buiten onze wijkwerking belangrijke manieren waarop we actief met de burgers in contact treden. Daarnaast is onze balie zoals gezegd een meldpunt waar burgers continu terecht kunnen. Mensen kunnen bij ons binnenstappen, ze kunnen een melding doen per telefoon of via e-mail, of vullen online een meldkaart in, op de gemeentelijke website. We helpen de mensen zelf verder, of verwijzen hen door naar de bevoegde interne of externe diensten. We zijn een aanspreekpunt


Dit werk is zo boeiend omdat het helemaal draait rond het motiveren van burgers en het ontwikkelen van burgerzin. voor klachten, de contacten met de burgers gaan hier dus niet vaak over positieve zaken. Maar het is belangrijk dat de mensen niet met hun klachten blijven zitten, en ze ook niet ‘opsparen’ voor de vraagrondes op de driemaandelijkse wijkraden. Elke dinsdag houden we met het meldpunt trouwens een spreekuur in elke wijk.’ ‘De meldingen gaan over uiteenlopende zaken. Ruim de helft van de klachten betreft zwerfvuil of sluikstorten. En dan zijn er de vele meldingen over verzakte voetpaden, scheve paaltjes, een heraan te leggen weggetje, een dode kat

op de weg enzovoort. Voor de dringende herstellingswerken hebben we een technische interventieploeg, die we snel op pad kunnen sturen. Die bestaat uit één persoon die we tewerkstellen via het preventiecontract, en uit nog een medewerker van de technische dienst. Regelmatig hebben meldingen ook te maken met burenruzies. Mensen komen soms aanzetten met foto’s die ze gemaakt hebben van het terras of de tuin naast hen, met daarop toestanden die hen niet zinnen. Voor zulke zaken moeten we de burger doorverwijzen naar de wijkagent; Boom heeft ook geen aparte dienst voor buren- of buurtbemiddeling.’

‘Daarnaast zijn er in de wijken ook vier PWA-gemeenschapswachten actief, en Activa-gemeenschapswachten, die zich onder andere bezighouden met vaststellingen voor gemeentelijke administratieve sancties (GAS). Overigens zijn er in Boom veertig ambtenaren gemachtigd om GAS-vaststellingen te doen. Zo’n vaststellingen zijn ook een vorm van contact met de burger, zij het een van de minst aangename.’ ‘Ik werk bij deze dienst sinds 1996. Mijn werk geeft me een positief gevoel omdat het zo gevarieerd is, zeker sinds 2000, toen we met de wijkraden en de wijkwerking van start zijn gegaan. Het is zo boeiend omdat het helemaal draait rond het motiveren van burgers, het ontwikkeling van burgerzin, het onderhouden van zowel het sociale contact als het sociale contract.’

Lokaal I 1 juni 2012 I 35


geregeld wetmatig

De huurpremie komt eraan Op 4 mei heeft de Vlaamse Regering definitief de tegemoetkoming aan kandidaathuurders goedgekeurd. Mensen die al minimaal vijf jaar wachten op een sociale woning, zullen binnenkort een huurpremie van maximaal 120 euro — vermeerderd met 20 euro per persoon ten laste — kunnen ontvangen. De Vlaamse Regering wil zo het huren van een woning op de private markt betaalbaarder maken voor de laagste inkomens. De toekenning van de huurpremie zal automatisch verlopen. De socialehuisvestingsmaatschappijen geven de gegevens van iedereen die in aanmerking komt, door aan Wonen Vlaanderen. Binnenkort – ten vroegste in juni – zullen zij een invulformulier in de bus vinden, waarmee ze de huurpremie kunnen aanvragen.   Niet iedereen die al vijf jaar ononderbroken op de wachtlijst staat, zal een huurpremie ontvangen. Eerst en vooral is het belangrijk dat de persoon in kwestie ingeschreven is in een domiciliemaatschappij. De Vlaamse Regering bedoelt hier de socialehuisvestingsmaatschappij mee die werkzaam is in de gemeente waar de kandidaat-huurder nu woont. Mensen die nog niet ingeschreven zijn bij een domiciliemaatschappij maar mogelijk wel in aanmerking komen voor de huurpremie, zullen een waarschuwingsbrief ontvangen. Wie in dit geval is, krijgt tijd tot 31 mei 2013 om zich bij de

juiste socialehuisvestingsmaatschappij in te schrijven.   Daarnaast is de toekenning van de huurpremie ook afhankelijk van inkomensvoorwaarden, de huidige woning van de kandidaat-huurder en de huurprijs die hiervoor betaald wordt. Het inkomen van de kandidaat-huurder mag maximaal 16.320 euro plus 1460 euro per persoon ten laste bedragen. De huidige woning van de kandidaat moet uiteraard in het Vlaamse gewest liggen en moet conform de normen in de Vlaamse Wooncode zijn. Als na controle blijkt dat de woning niet conform is, krijgt de huurder negen maanden de tijd om zijn woning in orde te laten brengen door de verhuurder of om te verhuizen naar een woning die wel in orde is. De huurpremie wordt opgeschort als er niet aan die voorwaarde voldaan is. Om recht te geven op de huurpremie mag de huidige huurprijs een maximum niet overschrij-

den. Het maximum is afhankelijk van het aantal personen ten laste en de ligging van de woning; het gaat van 550 euro (geen personen ten laste) tot 704 euro (vier personen ten laste). In de dertien centrumsteden en de gemeenten in het Vlabinvestgebied mag de maximale huurprijs 10 procent hoger liggen. De huurpremie zal maandelijks uitbetaald worden, te beginnen in het najaar, met terugwerkende kracht tot 1 augustus 2012. In principe zullen de OCMW’s of de gemeentes dus niet extra belast worden met deze nieuwe steunmaatregel. Als mensen menen recht te hebben op de huurpremie en toch geen brief of invulformulier ontvangen vanuit Wonen Vlaanderen, moeten zij zich aanmelden bij de socialehuisvestingsmaatschappij waar ze ingeschreven zijn. joris.deleenheer@ vvsg.be

  Meer informatie op www.bouwenwonen.be in het luik premies en andere steunmaatregelen. In het menu links klikt u op ‘Vlaamse huurpremie voor kandidaat-huurders van een sociale woning’.

is op zoek naar:

info

Meer informatie over deze vacature vindt u op www.leiedal.be/vacatures Stuur uw sollicitatie, samen met uw CV, naar algemeen directeur ir. Karel Debaere vóór 18 juni 2012. Intercommunale Leiedal President Kennedypark 10 - BE-8500 Kortrijk tel + 32 56 24 16 16 - fax + 32 56 22 89 03 e-mail karel.debaere@leiedal.be

www.leiedal.be

36 I 1 juni 2012 I Lokaal

2 Stedenbouwkundig Ontwerpers Mobiliteit / Publieke ruimte (m/v) Leiedal wil haar team van stedenbouwkundigen verder uitbouwen en versterken. Slaag jij erin verschillende ruimtelijke vragen te integreren in een overtuigend plan en innovatief ontwerp? We zoeken 2 ontwerpers (m/v) die willen meewerken aan de opmaak en ontwikkeling van stedenbouwkundige ontwerpen, inrichtingsplannen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, beeldkwaliteitsplannen en diverse projecten in onze streek.

intergemeentelijke samenwerking - projectontwikkeling - streekontwikkeling bedrijventerreinen - stedenbouw - milieu - informatie- en communicatietechnologie - mobiliteit - herbestemmingsprojecten


Vakantieopvang met attest van toezicht wettelijk geregeld De Vlaamse Regering gaf op 27 april 2012 haar goedkeuring aan een besluit dat de regels vastlegt voor het attest van toezicht van Kind en Gezin specifiek voor vakantieopvang van kleuters en lagereschoolkinderen. Het besluit trad in werking op 1 mei 2012 en aanvragen voor een attest van toezicht kunnen dus ook al ingediend worden bij Kind en Gezin. De uitgaven voor kinderopvang kunnen pas worden afgetrokken wanneer zij zijn betaald aan opvangvoorzieningen opgesomd in artikel 113, § 1, 3° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 92. Concreet gaat het daarbij zowel over door Kind en Gezin erkende en geattesteerde kinderopvangvoorzieningen, als door lokale besturen erkende, gesubsidieerde of gecontroleerde opvanginstellingen zoals speelpleinwerk en sportkampen, alsook opvang georganiseerd door kleuter- of lagere scholen. Ondanks de ruime lijst kwam een aantal vakantieprogramma’s nog niet in aanmerking voor het afleveren van fiscale attesten aan ouders. Het nieuwe besluit zorgt er nu voor dat dit voor hen wellicht toch mogelijk wordt.

Voorwaarden Organiserende besturen kunnen, in vergelijking met de door Kind en Gezin erkende of geattesteerde buitenschoolse kinderopvang, voor de gepresteerde vakantieopvang gemakkelijker en sneller een attest van toezicht aanvragen. De voorwaarden voor zo’n attest van toezicht voor vakantieopvang zijn minder streng. De organisator kan zelf bepalen hoeveel kinderen er binnen een bepaalde infrastructuur worden opgevangen en is dus niet gebonden aan een beperkt aantal kindplaatsen in functie van de beschikbare oppervlakte. De specifieke brandveiligheidsnormen voor kinderopvang zijn niet van toepassing. De organisator schat zelf de veiligheidsrisico’s in en neemt gepaste maatregelen. Ook begeleiders zonder kwalificaties en jongeren vanaf 16 jaar kunnen in de vakantieopvang werken. Per veertien

aanwezige kinderen moet er één begeleider aanwezig zijn. Ook de aanvraagprocedure wordt verkort. Ten laatste binnen 30 dagen na ontvangst van de aanvraag zal Kind en Gezin beslissen over het attest van toezicht. De Zorginspectie zal voordien niet ter plaatse komen. Het aanvragen van een attest van toezicht voor vakantieopvang kan wel enkel door organiserende besturen die al een attest van toezicht, erkenning of toestemming hebben van Kind en Gezin voor een kinderopvangvoorziening. De regeling is ook enkel mogelijk voor vakantieopvang die volledig gescheiden georganiseerd wordt van de reguliere werking van een kinderopvangvoorziening. De Vlaamse Regering voorziet ook niet in bijkomende middelen voor deze vakantieopvang. Gesubsidieerde initiatieven voor buitenschoolse opvang die tijdens de vakantieperiode willen overgaan naar een ‘geattesteerde vakantieopvang’, zullen de IBO-subsidie moeten inleveren. De VVSG wil er de lokale besturen op wijzen dat zij ook eventuele extra vakantieopvangplaatsen kunnen blijven organiseren als ‘enkel gemelde opvang’, zonder specifieke voorwaarden. Lokale besturen kunnen immers nu al voor de zelf georganiseerde buitenschoolse opvang fiscale attesten afleveren. ann.lobijn@ vvsg.be

Besluit van de Vlaamse Regering van 27 april 2012 houdende de voorwaarden voor een attest van toezicht van Kind en Gezin voor vakantieopvang van kleuters en lagereschoolkinderen, nog niet verschenen in het Belgisch Staatsblad, Inforumnummer 265380

Oplossing voor wensballonnen in de maak

tom de schepper

 

Wellicht heeft u ze tijdens de eindejaarsperiode ook voorbij zien vliegen, de grote papieren lantaarns die de lucht met diverse kleuren opvrolijken. In Oosterse landen worden ze al jarenlang in grote aantallen opgelaten ter gelegenheid van festivitei-

ten. Sinds enkele jaren winnen ze ook in onze streken aan populariteit en worden ze in speciaalzaken en in de reguliere handel verkocht. Ze bieden een mooi alternatief voor vuurwerk, maar zijn daarom niet minder gevaarlijk. Deze onbemande vrije ballons, zoals de wetgever ze definieert, worden opgeblazen door een vuurblokje en mogen daardoor niet in bebouwd gebied of bij volkstoelopen gebruikt worden. Hiervoor kan wel een toelating verstrekt worden door de luchtvaartautoriteiten, maar deze regel is bij de brede bevolking niet gekend. Daarom hebben enkele gemeenten via hun politieverordening het gebruik onderwor-

pen aan een gemeentelijke toelating of melding. Maar ook die regel wordt in de praktijk vaak genegeerd, wat het voor de vaststellers op het terrein heel moeilijk maakt om de naleving ervan te controleren. De VVSG denkt samen met onder meer de luchtvaartautoriteiten na over een nieuwe wettelijke regeling en meer sensibilisering. Maar ook een verbod op de verkoop van deze ballonnen, zoals dat in enkele Europese landen al van kracht is, wordt niet uitgesloten. Goede voorbeelden uit gemeentelijke verordeningen kunt u bij ons opvragen. tom.deschepper@ vvsg.be

Lokaal I 1 juni 2012 I 37


geregeld wetmatig

GF

Aanpassing en uitbreiding van de woningkwaliteitsnormen vanaf 1 januari 2013

De Vlaamse Wooncode en het Kamerdecreet bepalen aan welke minimale kwaliteitsnormen elke zelfstandige woning en elke kamer of niet-zelfstandige woning in Vlaanderen moeten voldoen. Deze normen worden verder gespecifieerd in de vorm van technische verslagen die door onderzoekers van devgemeente, WonenVlaanderen en de Wooninspectie wordt gebruikt bij het controleren van zelfstandige woningen en kamers.

Wat verandert er op 1 januari 2013? Vochtschade in het gemeenschappelijk deel van een meergezinswoning wordt bestraft. De functionaliteit van een sanitaire ruimte wordt enkel beoordeeld als de hoogte van 180 cm bereikt wordt. Lage ramen op de verdiepingen moeten een voldoende hoge en stevige borstwering hebben. Elke woning of kamer moet een aparte brievenbus en deurbel hebben. Vochtschade in de kelder van een kamerwoning wordt bestraft. De afwezigheid van de toilet-, keuken- en/of badfunctie in een pand met kamerwoningen wordt bestraft. Er mogen geen open toestellen voor verwarming en voorziening van sanitair warm water geplaatst worden in de kamer, noch in gemeenschappelijke toiletten, keukens en badkamers. De berekening van de strafpunten voor de gemeenschappelijke functies van kamerwoningen wordt gewijzigd. Vanaf 1 januari wordt de bestaande uitzondering voor de oppervlakteberekening van zelfstandige woningen opgenomen in het technisch verslag. Elke zelfstandige woning moet minstens een bewoonbare oppervlakte van 18m² hebben. Bij

38 I 1 juni 2012 I Lokaal

De Vlaamse regering heeft beslist om de geldende kwaliteitsnormen voor zelfstandige woningen en kamers aan te passen en uit te breiden. De nieuwe technische verslagen zullen gebruikt worden vanaf 1 januari 2013. De bestaande normen worden verduidelijkt en verfijnd. Nieuw is de dakisolatienorm voor zelfstandige woningen en het technisch verslag voor de controle van kamers bewoond door seizoensarbeiders. de controle van deze oppervlaktenorm houdt de onderzoeker in principe enkel rekening met de woonlokalen. Dit zijn de leefkamer(s), de keuken en de slaapkamers. Voor zelfstandige woningen gebouwd of vergund vóór 1 februari 2008 bestaat er sinds 14 mei 2011 een uitzondering op deze regel. Voor die woningen wordt ook de oppervlakte van de aparte badkamer meegeteld (tot hoogstens 3 m²). Nieuw is ook het aparte technisch verslag dat gebruikt zal worden voor de controle van kamers bewoond door seizoensarbeiders. Inhoudelijk zijn er geen wijzigingen aan de specifieke woningkwaliteitsvereisten voor de huisvesting van seizoensarbeiders, die al in 2008 werden vastgelegd.

Dakisolatienorm voor zelfstandige woningen Daarnaast is de dakisolatienorm die wordt ingevoerd voor zelfstandige woningen, helemaal nieuw. De norm wordt op 1 januari 2013 opgenomen in het technisch verslag voor zelfstandige woningen, maar wordt pas van kracht op 1 januari 2015. Als minimumnorm wordt een R-waarde voor dakisolatie van 0,75m² K/W vooropgesteld. Dat stemt overeen met een laag specifiek isolerend materiaal van 3 à 4 cm (al naargelang van het materiaal dat wordt gebruikt). Een geïsoleerde zoldervloer van een onverwarmde en onbewoonde zolder wordt als een geïsoleerd dak beschouwd. Er wordt enkel rekening gehouden met feitelijke vaststellingen. Vanaf 1 januari 2015 worden alleen strafpunten toegekend als het Energieprestatiecertificaat

(EPC) een feitelijk vastgestelde R-waarde vermeldt lager dan 0,75 m² K/W, of als de technische onderzoeker woningkwaliteit vaststelt dat er geen dakisolatie aanwezig is. Voor het toekennen van strafpunten zal een onderscheid worden gemaakt tussen daken kleiner dan 16 m² en daken van 16m² en groter. Er wordt ook een fasering in de tijd voorzien, waardoor geleidelijk aan meer strafpunten worden toegekend. De norm geldt voor alle zelfstandige woningen gelegen in het Vlaamse Gewest en is dus ook van toepassing op zelfstandige woningen die door de eigenaar zelf worden bewoond. De norm geldt niet voor kamers. Als het dak van een appartementsgebouw niet voldoet aan de vastgestelde minimumnorm, zullen alle appartementen in het gebouw vanaf 1 januari 2015 evenveel strafpunten krijgen. Het dak is immers een gemeenschappelijk deel van het appartementsgebouw, waarvan gebreken worden doorgerekend aan alle woningen in het gebouw. Daken kleiner dan 2m² worden vrijgesteld. wonenvlaanderen@rwo.vlaanderen.be

Decreet houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen, BS van 4 mei 2011, Inforumnummer 255899

Meer informatie:

www.bouwenenwonen.be, knop verhuren, voor de nieuwe technische verslagen

www.energiesparen.be voor een overzicht van de subsidies voor energiebesparende investeringen

www.premiezoeker.be voor een overzicht van de beschikbare steunmaatregelen.

Bel gratis 1700.


De oudste stad van België zoekt een Jurist burgerzaken

contract onbepaalde duur • voltijds • wervingsreserve 2 j jouw uitdaging leiding, algemene coördinatie en taakverdeling van het takenpakket van de dienst burgerzaken, opvolging wetgeving bevolking en burgerlijke stand, instaan voor huwelijken, … jouw profiel houder van diploma master in de rechten, optie overheid en recht of gelijkgesteld ons aanbod Voltijdse arbeidsovereenkomst (38u/week) van onbepaalde duur Verloningsbarema A1a-A2a: 2.871,27euro-4.756,98euro / maand

Anciënniteitsverhogingen Validatie relevante ervaring Vakantie- en eindejaarstoelage Maaltijdcheques Hospitalisatieverzekering Substantieel aanvullend pensioen Vergoeding woon-werkverkeer Fietsvergoeding 33 vakantiedagen 14 feestdagen Diverse dienstvrijstellingen Uurrooster met glijtijd- en zomerdienstregeling Administratief Centrum “Praetorium” Maastrichterstraat 10, 3700 Tongeren T 012-80 01 11 F 012-80 02 10

bijkomende informatie ? Personeelsdienst stad Tongeren, T 012-80 01 63 personeelsdienst@stadtongeren.be www.tongeren.be (vacatures) interesse ? Je kandidaat stellen kan dmv een sollicitatieformulier, aangevuld met jouw cv, afschrift diploma en rijbewijs. Dit formulier en de functiebeschrijving kunnen aangevraagd worden bij de personeelsdienst. Het sollicitatieformulier en de andere nodige bewijsstukken moeten verstuurd (datum poststempel is bepalend) worden aan het College van Burgemeester en Schepenen van de Stad Tongeren, AC Praetorium, Maastrichterstraat 10, 3700 Tongeren of tegen ontvangstbewijs afgegeven worden op de personeelsdienst van de Stad Tongeren en dit ten laatste op 17 juni 2012.

Uw advertenties in Lokaal, VVSG-week én op de VVSG-website inlevering personeelsadvertenties voor:

Lokaal 12 (1 tot 31 juli) - 12 juni Lokaal 13 (1 tot 15 september) - 14 augustus

informatie

Nicole Van Wichelen, T 02-211 55 43 nicole.vanwichelen@vvsg.be

IS DEZE ADVERTENTIE WEL LEGAAL? U staat er misschien niet bij stil, maar deze advertentie is onderhevig aan een pak wetgeving. Beeldmerken, auteursrecht, plaatsing, nanciën... Meer dan u op het eerste gezicht zou vermoeden. Dat geldt eigenlijk voor de wet in het algemeen. Alles hangt met elkaar samen, zeker bij steden en gemeenten. Dus kunt u maar beter samenwerken met een partner die alle kennis in één huis heeft. Zelfs als het gaat om een advertentie.

Speciek voor overheden: ruimtelijke ordening - overheidsopdrachten en pps personeelsbeleid - overheidsaansprakelijkheid - administratief recht - grondgebiedszaken - milieu Mechelsesteenweg 27 - 2018 Antwerpen - T +32 3 232 50 60 - E info@gsj.be - www.gsj.be

Lokaal I 1 juni 2012 I 39


stefan dewickere

geregeld wetmatig

De LOI’s kunnen opnieuw gebruik maken van de tolkentelefoon Ba-bel, mits een overeenkomst waarmee in het doorrekenen van een aantal kosten wordt voorzien.

LOI’s betalen vergoeding voor toegang tot Vlaamse Tolkentelefoon In juni 2011 droeg Ba-bel, de Vlaamse tolkentelefoon, de gratis telefonische tolkhulp aan Lokale Opvanginitiatieven (LOI’s) over aan Brussel Onthaal vzw, in afwachting van mogelijke gesprekken met Fedasil of andere bevoegde instanties. De Vlaamse overheid heeft eindelijk een overleg met Fedasil gehad en zal ook nog contact opnemen met minister Maggie De Block, maar ziet op korte termijn geen oplossing voor de LOI’s uit de bus komen. Ba-bel vzw besliste intussen om haar aanbod opnieuw toegankelijk te maken voor de LOI’s, maar een gratis dienstverlening is niet meer mogelijk.

Vlaamse versus federale bevoegdheid De Vlaamse tolkentelefoon Ba-bel is het slachtoffer van zijn eigen succes. Steeds meer voorzieningen in Vlaanderen maken dankbaar gebruik van de professionele, adequate én gratis dienstverlening van de tolkentelefoon. Ba-bel vroeg destijds aan de VVSG om zijn gratis dienstverlening ook bekend te maken bij de LOI’s. Jammer genoeg zag Ba-bel de subsidies niet evenredig stijgen en kon het de vraag niet meer de baas. Aangezien er geknipt moest worden in de dienstverlening en gezien het federale karakter van de LOI’s besliste Ba-bel in samenspraak met de Vlaamse overheid om de LOI’s niet langer te bedienen. De Tolkentelefoon wordt immers gefinancierd door Vlaams minister van Inburgering en Integratie Geert Bourgeois. De LOI’s werden doorverwezen naar Brussel Onthaal vzw, een tolk- en vertaaldienst die wordt gefinancierd door Fedasil. Gelukkig konden de LOI’s terugvallen op deze Brusselse organisatie. Brussel Onthaal werkt met vrijwilligers en heel wat LOI’s en OCMW’s

40 I 1 juni 2012 I Lokaal

maakten voor de komst van Ba-bel gebruik van deze organisatie. Maar de dienstverlening van Brussel Onthaal is niet die van de Vlaamse tolkentelefoon. Vlaanderen investeerde de voorbije jaren in een kwaliteitsvol aanbod van tolk- en vertaaldiensten; daardoor botsten heel wat LOI’s op het kwaliteitsverschil van het aanbod van Brussel Onthaal en Babel. Bovendien moesten de LOI’s voortaan een prestatievergoeding van vijf euro betalen. De VVSG protesteerde tegen deze plotse overdracht en vroeg minister Bourgeois om een oplossing. Het overleg met de federale instanties liet echter lang op zich wachten. De Vlaamse overheid heeft vorige maand een overleg met Fedasil gehad en zal ook nog contact opnemen met minister De Block, maar ziet op korte termijn geen oplossing voor de Vlaamse LOI’s. Om die reden heeft de raad van bestuur van Ba-bel, Vlaamse Tolkentelefoon vzw beslist om het aanbod opnieuw toegankelijk te maken voor de LOI’s, maar een gratis dienstverlening is niet

meer mogelijk. Daarvoor zijn de middelen van de Vlaamse Tolkentelefoon te beperkt.

Zelfde dienstverlening met drie overeenkomsten De LOI’s kunnen zo opnieuw gebruik maken van Ba-bel, mits een overeenkomst waarmee in het doorrekenen van een aantal kosten wordt voorzien. Ba-bel stuurde intussen aan elk LOI een brief met meer uitleg over de gehanteerde kosten. Sowieso mag het OCMW voor tolkopdrachten (buiten het LOI) gebruik maken van de (voorlopig nog) gratis dienstverlening van Ba-Bel. Enkel voor de LOI’s wordt die nu betalend. Dat betekent dat het OCMW nu voor eenzelfde dienstverlening, een tolkdienst, drie gebruikersovereenkomsten moet maken: twee met Ba-bel en één met Brussel Onthaal. Want ook op Brussel Onthaal kunnen de LOI’s nog een beroep doen. De VVSG volgt dit dossier verder op en zal bij beide overheden aandringen voor een eenvormige oplossing. sabine.vancauwenberge@ vvsg.be


agenda studiedagen Brussel 12 juni

Antwerpen 19 juni

Intergemeentelijk samenwerken rond wonen

Nieuwe spelregels voor gemeentelijk afvalbeheer en afvalbelastingen

Seminarie voor iedereen die op lokaal niveau betrokken is bij het woonbeleid. www.vvsg.be (kalender) Brussel 12 juni

Samenwerken rond trage wegen Binnen en buiten Vlaanderen Colloquium over de rol van de provincies in het tragewegenbeleid. www.tragewegen.be/samenwerkenrond-tragewegen

Gemeenten en afvalintercommunales leveren veel inspanningen om het huishoudelijk afval zo verstandig mogelijk te beheren. Meer dan 70 procent van dit afval wordt gerecycleerd of gecomposteerd. Dat beleid zullen ze nu verder moeten versterken in het kader van het nieuwe materialendecreet en Vlarema. Op deze studiedag op maat van lokale besturen ontvangt u alle nodige achtergrondinformatie over het nieuwe materialendecreet en Vlarema. www.vvsg.be (kalender)

Brugge 22 juni

Impact uitgepakt Achtste kwaliteitscongres voor lokale besturen. www.vvsg.be (kalender)

opleidingen

Mechelen 11 en 18 juni

Stappenplan voor de opmaak van uw meerjarenplan Tweedaagse vorming in het kader van het VVSG-vormings- en -consultingaanbod rond de beleids- en beheerscyclus. www.vvsg.be (kalender) Mechelen 13 juni

Business process management voor OCMW’s Opleiding voor hoger en middenkader en kwaliteitsverantwoordelijken van OCMW’s. www.vvsg.be (kalender)

Leuven vanaf 13 juni Hasselt vanaf 15 juni

HRM-scan als leidraad voor een sterk HRM-beleid Driedaagse interactieve vorming voor personeelsverantwoordelijken, secretarissen, managementteamleden, leidinggevenden en medewerkers van de personeelsdienst. www.vvsg.be (kalender) Hasselt 14 juni

Communicatie voor kansarme doelgroepen Praktische opleiding over inhoud en vormgeving van communicatieproducten zoals folders en brochures. www.vvsg.be (kalender)

Leuven 14 juni Gent 19 juni

Naar een zinvolle beleidsparticipatie aan het meerjarenplan Eendaagse vorming in het kader van het VVSG-vormings- en -consultingaanbod rond de beleids- en beheerscyclus. www.vvsg.be (kalender) Gent 19 juni Torhout 21 juni

Een integraal meerjarenplan: hoe werkt dat nu? Eendaagse vorming in het kader van het VVSG-vormings- en -consultingaanbod rond de beleids- en beheerscyclus. www.vvsg.be (kalender)

Hasselt 20 juni Torhout 21 juni Sint-Niklaas 26 juni

evenementen

Aanpassingen gemeente- en OCMW-decreet: bent u nog mee?

Verjaardagsfeest van Trage wegen vzw, vereniging die zich inzet voor de herwaardering van buurtwegen, veldwegen, kerkwegels, holle wegen, oude spoorbeddingen en jaagpaden. www.tragewegen.be/feest-mee

Het Vlaamse parlement keurt nog voor de zomer de wijzigingen aan het gemeenteen OCMW-decreet goed. Telkens worden een kleine honderd artikels in min of meerdere mate aangepast. Een deel van deze bepalingen zullen al gelden bij de komende gemeenteraadsverkiezingen (zoals de onverenigbaarheid), andere worden op 1 januari 2013 van kracht, nog andere later. Om deze aanpassingen vlot te verteren, organiseert de VVSG drie informatiesessies. Deze richten zich tot burgemeesters, schepenen, OCMW-voorzitters, voorzitters van gemeenteraden, secretarissen, ontvangers en leden van lokale managementteams. www.vvsg.be (kalender)

Brussel 12 juni

10 jaar Trage wegen

Brugge 14 juni

Algemene vergadering van de vzw Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. Gelijktijdig ook de ledenbijeenkomst van de Afdeling OCMW’s. www.vvsg.be (kalender)

Lokaal I 1 juni 2012 I 41


column Johan Ackaert

Electorale spitstechnologie (deel 2)

Laat ons beginnen met het meest eenvoudige: de gemeenteraadszetels. Daar schrijft het decreet lokale en provinciale verkiezingen voor dat we de kiescijfers van de lijsten delen door 1, 1½, 2, 2 ½, 3, 3 ½ enz. Daarop worden de quotiënten gerangschikt, en krijgt de lijst met het hoogste quotiënt de eerste zetels, die met het tweede hoogste quotiënt de tweede zetel en zo verder, tot het aantal te begeven zetels netjes verdeeld is. Deze delerreeks noemen ingewijden het systeem-Imperiali. Had u op school bij hoofdrekenen een hekel aan delen door getallen met een decimaal? Ik wel. Het kon overigens perfect eenvoudiger: deel de kiescijfers door 2, 3, 4, 5, rangschik de quotiënten en u krijgt dezelfde uitslag als bij dat helse Imperiali-gedoe. Er is trouwens een tijd geweest (lang voor de computers hun intrede deden in de gemeentehuizen) dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken, kwestie van de noeste cijferaars op de verkiezingsavond het leven niet te zuur te maken, deze tweede reeks aanbeval. Meer, in 1921 diende de katholieke volksvertegenwoordiger De Gérardon zelfs een amendement in bij de behandeling van het wetsvoorstel Imperiali om die ingewikkelde reeks te vervangen door de meer eenvoudige. Maar de verstandige man kreeg geen bijval (wat geen unicum was in onze binnenlandse politiek). Ondertussen verzeilde hij in de kleinste voetnoten van de politieke geschiedenis en overrompelden de computers de gemeentehuizen. En u weet hoe dat gaat bij de ICT-jongens en meisjes: hoe ingewikkelder, hoe meer arbeidsvreugde. Tot grote wanhoop van studenten politieke wetenschappen die hierover op het examen

42 I 1 juni 2012 I Lokaal

op een praktijkoefening worden getrakteerd, af te werken zonder bijstand van een rekenmachine. Maar daarmee is de kous niet af. Tijd om de kwestie van de verdeling van de zetels bij de districtsraadsverkiezingen in Antwerpen aan te snijden. Allicht gaat u ervan uit dat, naar analogie van de gemeenteraadsverkiezingen, daar ook gebruikt wordt gemaakt van dezelfde reeks (kwestie van te besparen op de programmeerkosten)? Niets van. Daar deelt het telbureau eerst door 1, 2, 3, enz. en rangschikt er daarna vrolijk op los. Slordigheidje bij de bedenkers van die “D’Hondt”-reeks? Fout gegokt. Waarom het zo moeilijk maken? Welnu, onthoud voor eens en altijd dat kiessystemen nooit uitslagneutraal zijn. De Imperiali-reeks bemoeilijkt de toegang van kleinere lijsten naar de gemeenteraad en schenkt omgekeerd de grootste lijsten een bonus. De geschiedenis leert dat tussen de tien en twintig procent van de homogene meerderheden in de Belgische gemeentehuizen niet steunt op een absolute meerderheid van het kiezerskorps. De D’Hondt-reeks garandeert daarentegen wel een grotere representativiteit. De voorkeur voor het gebruik van de Imperiali-reeks bij de gemeenteraadsverkiezingen was een bewuste keuze. Eerst de officiële versie: onze gemeenten hebben nood aan een bestuurskrachtige meerderheid (door een dam op te werpen tegen versnippering). Dan de officieuze versie: wie het in de gemeenten voor het zeggen had, deelde ook in het parlement de lakens uit, tot gemor van de anderen. Zo drong de toenmalige (kleine) Volksunie bij de regeringsvorming in 1988 aan om Imperiali te begraven. En laat nu juist een minister wiens politieke roots terug gaan tot de VU zaliger gedachtenis zijn handtekening onder het behoud van Imperiali zetten. Enkel kwatongen zien hierin de schaduw van de peilingen.

beeld karolien vanderstappen

M

isschien fronste u de wenkbrauwen toen u in mijn vorige bijdrage las wie op 14 oktober de kiesgerechtigden en verkiesbaren zijn. Maar dat was een makkie in vergelijking van wat nu komt: de verdeling van de zetels.


Nieuw Ontdek onze gratis waarschuwingsdienst per SMS voor de lokale overheden ! Een innovatieve toepassing op vlak van preventie van meteorologische risico’s. Ethias-KMI Preventie Surf op ethias.be/KMI Ethias NV, Prins-Bisschopssingel 73, 3500 Hasselt. RPR Luik BTW BE 0404.484.654


Met ons klantbegeleidingssysteem kiest u voor tevredenheid Klanttevredenheid is een groot goed. Niet alleen in commerciĂŤle omgevingen, maar ook als het gaat om de manier waarop gemeenten omgaan met hun burgers. Met het oog hierop biedt JCC Software een beproefd en zeer efficiĂŤnt klantbegeleidingssysteem: G-BOS.

Klantbegeleidingssysteem G-BOS G-BOS is erop gericht bezoekers van het gemeentehuis te begeleiden van het onthaal tot en met de afhandeling aan het loket. Het systeem stroomlijnt het hele proces. Wachtrijen worden tot een minimum gereduceerd en bezoekers krijgen vanaf hun binnenkomst via narrowcasting heldere informatie, zodat eventuele wachttijden ook echt als minimaal worden ervaren. Met als gevolg: tevreden klanten en minder werkdruk (dus meer werkplezier) voor uw onthaal- en loketbedienden. Daar kiest u toch ook voor?

Uitgebreide informatie en klantverhalen? Kijk op www.jccsoftware.be

De voordelen op een rij Snellere en professionelere dienstverlening Minimale wachtbeleving Hogere klanttevredenheid Meer werkplezier Overzichtelijke rapportages en processtatistieken


2012Lokaal10