Issuu on Google+

Maandblad van Sint Antonius van Padua

De

Liefdadigheid Maart 2012 Nr3. 118de jaar

Als een Feniks uit de as...

Dresden


Inhoud pagina 3 Een bevoorrechte tijd... De Vasten Pastoor Paul de Cock

pagina 5 De afspraak van Ordino

De Liefdadigheid Maart 2012 Nr3

© Ab Editions, A. Delzennestraat nr9, 7800 Aat. België. Ver. uit.: M. Valentin

http://www.DeLiefdadigheid.be Omslag: Dresden. Abonnementen (Ab Editions bvba): België: 1 jaar, 12 nummers: 21,50 €, andere landen: 28,00 €, te storten naar: BIC : CPHBBE75 IBAN : BE 06 1262 0212 3822 (126-2021238-22)

Emil Anton

pagina 10 De Dag van het Godgewijde leven pagina 12 De glasramen van de geloftekerk in Bouvy « Het brood der armen » Andrée Dasseleer

pagina 14 Als een Feniks uit de as... Dresden Michèle Coppin

pagina 22 Parels van wijsheid — Twee vrienden... Jean-Luc Dubart

pagina 26 Waardoor is de mens te bewegen ? Dany Hameau

pagina 29 Het is het feest van de grootmoeders ! pagina 30 Werk der Broden van Sint Antonius « De Liefdadigheid » est aussi disponible en français sous le titre « La Charité ».


Een bevoorrechte tijd...

De Vasten

Pastoor Paul de Cock

Veertig dagen om ons op God te richten en tot Hem te komen, van ganser harte. Veertig dagen om ons te bevrijden van wat ons leven vergiftigt, om onze harten te openen en onze handen, om te delen met onze broeders, dicht bij ons en veraf. De vasten begint met Aswoensdag die betekent dat wij, op deze aarde, sterfelijk zijn:  stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren . As bewaart het vuur en de warmte gedurende een lange tijd. Na een brand moeten brandweerlieden waakzaam blijven, want het vuur kan altijd smeulen onder de as. As is ook een beetje zo in ons spirituele leven. Sinds ons doopsel brandt er in ons een vuur, de aanwezigheid van de Heilige Geest. Deze aanwezigheid is vaak verborgen, ondergesneeuwd onder de zorgen van alledag en de routine van de jaarlijkse feesten. We gaan geloven dat het vuur is uitgegaan‌ maar het volstaat om de as op te rakelen en het vuur komt weer tot leven: het vuur was er nog altijd maar hoe moeten we het nieuw leven inblazen ?

Tijdens de veertig dagen van de Vasten moeten de drie klassieke werken van liefdadigheid die al bestonden in het Jodendom van het Oude Testament weer opgenomen worden: het geven van aalmoezen, het gebed en het vasten. De vastentijd is geen droevige periode en psalm 50 zegt: zeker, wij vragen aan de Heer om onze zonder weg te vegen, maar dat is om onze vreugde te kunnen hervinden en lofzangen te kunne zingen. Dat is dus het programma dat ons voorgesteld wordt: in een innigere intimiteit met de Heer leven door het gebed, putten uit de meditatieve lezing van de Bijbel, genieten van sacramentele genade en zijn naaste helpen. De Vasten zal niet droevig zijn. Het is een nieuwe levenskunst... Elk jaar leidt de Vasten ons naar Pasen en meer bepaald het paasfeest. De datum van Pasen is vastgelegd door het concilie van Nicea in 325, op de zondag na de veertiende dag van de maand maart. We zien dat die, op enkele dagen na, samenvalt met de lente-equinox en plaats-

3


Pastoor Paul de Cock heeft tijdens wat de herneming en de bloei van de natuur wordt genoemd. De joden vieren het Pasen dat « overgang » betekent en dat is een herdenking van de Exodus van de Hebreeërs en van het oversteken van de Rode Zee.

4

Overgang van de dood naar het leven, overgang van een land naar een ander, of van de slavernij naar de vrijheid, en, tenslotte, de overgang van de winter naar de lente. DAT IS ALLEMAAL PASEN.


De afspraak van Ordino Emil Anton

Door een lenige beweging van het gewillige en afgerichte dier, draaide het witte rijtuig de SaintCéréplaats op, om te stoppen voor het « Hôtel David ». Het dichtslaan van de deur deed verschillende koppen opkijken. Een vrouwelijke silhouet gehelmd door gouden haren, gekleed in heldere kleuren, verscheen in het schelle licht van deze oogstmaand. De deur van het restaurant slorpte haar op. Zij richtte zich naar een tafel, door het personeel dat haar klaarblijkelijk kende, onderweg gegroet. In haar nabijheid, werd ze strak in ‘t oog gehouden door een groep toeristen. Het was de moeite waard. Misschien niet meer van de jongste : een goede 30 jaar oud, maar in de ontluiking van haar rijpheid zonder twijfel verleidelijker dan een zure lente. Haar harmonisch gevormd lichaam was van een mooie blonde deeg. Het aangezicht, een beetje streng, met regelmatige trekken, werd verlicht door twee zwarte nadenkende ogen, en de vaste trek om haar mond, weerspiegelde een na-

tuurlijke glans waar geen blanketsel bij te pas kwam. Het geheel had een uiterste voornaamheid en de handen, patricische handen, lang en fijn, waaraan het uiteinde rechte scherpe nagels blonken, waren waardig van het penseel van een schilder. Onverschillig voor het opzien dat ze verwekte, beantwoordde ze van verre beleefd de overgedienstigheid van de hotelmeester. Ze at met een verstrooide onverschilligheid, soms luisterend met één oor naar de gesprekken van haar buurvrouwen. Plots rilde ze. In het wereldsgebabbel, trof haar een naam. « François Saunière »... Onbeweeglijk, bleef ze aandachtig luisteren. — Hebt ge zijn laatste boek gelezen ? — Neen. — Oh, maar dat is bijna een misdaad ! Dat moet ge gelezen hebben. Heel Parijs heeft er de mond van vol. — Zoveel te meer dat het naar het schijnt het een sleutelroman is, misschien zelfs een autobiografie. Het

5


Emil Anton zou een huwelijksgeschiedenis zijn, van zijn echtelijk leven... — Hou luidt de titel ? — Een woord, een alleen, een voornaam : « Nathalie ». De naam van zijn vrouw. — Aardige opvatting ! — Misschien een manier om zijn spijt uit te drukken. — Ofwel om haar te pesten. — Eigenaardig ! Men zal hem mij moeten aanschaffen... — Wat boeken betreft, weet ge dat... Maar Nathalie Saunière luisterde niet meer. Zo, na twee voorbije eenzame jaren in haar familiehuisje, verstopt op het platteland enkele kilometers van daar, liet het buurschap van luidruchtige toeristen voor de eerste maal, haar de naam van haar echtgenoot horen ! Opgesloten in de stilte, teruggetrokken op zichzelf en haar herinneringen, las ze zelden een dagblad, luisterde niet naar de radio, had geen televisieapparaat, zij wilde niets meer weten. Als een automaat, beëindigde ze haar maaltijd, betaalde de nota, ging naar buiten in de richting van een boekenwinkel. Enkele minuten later kwam ze er buiten. Haar hand omknelde een boek, waarop een gele band gedrukt stond : « Het laatste meesterwerk van François Saunière ». Op de geelkleurige omslag, las ze haar naam : « Nathalie ».

6

Zij weet niet op welke manier zij de enige kilometers die haar van haar woning scheidden, had afgelegd. Toen ze alleen in het salon zat met de oude vertrouwelijke meubels, en dat koortsachtig het pakje had losgemaakt dat in haar handen scheen te gloeien, draaide zij het blad, om er de opdracht van te zoeken. Zij wist dat er een opdracht was. Inderdaad, ze las de eenvoudige woorden : « Voor u alleen. Ordino, augustus 1971 ». Dan wankelde ze. Zij zag opnieuw die Andorraanse vallei, en de wonderbare nachten dat ze er hadden doorgebracht in de majesteit van de min of meer wilde omlijsting, gewiegd door het geruis van de bergbeken, dronken van de eenzaamheid, bedwelmd door hun « tête-à-tête ». Het was de opgang van hun liefde toen ze, als jonge gehuwde, vol vertrouwen, een weinig verrast zoveel drift te hebben opgewekt, zij niet ophield zich te verwonderen van in hem zo een groot kind te hebben ontdekt, gretig naar tederheid. François, verrukt door haar begrip, vertelde haar zijn hoop, zijn dromen. Leraar in een klein provinciaal college, schreef, had de eerzucht van door te breken, van naam te maken. Hij legde haar de onderwerpen van zijn romans voor, besprak die met haar, in een gelukkige koortssfeer. Een weinig sceptisch,


De afspraak van Ordino maar gewonnen door diep geestdrift, opgezweept door die wilskracht, nam er aan deel, snoeide met een woord die te rijke verbeelding, betwistte de echtheid van het scenario, liet het algemeen onderwerp op de voorgrond treden. Zo was het dat hun samenwerking begonnen was. Het lenige en volgzaam verstand van Nathalie, ondersteunde dit krachtiger dan dat van de mindere praktische van Franรงois. Zij was zijn gezellin geworden in de volle betekenis van het woord. Verenigd door het lichaam, het hart, de gast, was een andere hemzelf, gelukkig hem van de nederige taken te

ontlasten. Zij was tegelijkertijd, zijn inspiratiebron, zijn secretaresse, zijn verbindingsagent geweest, belast met diplomatieke taken bij de drukkers eerst (hij begon te ver-

7


voor meer...


schrijf u in !


"De Liefdadigheid" Maart 2012 - 118de jaar