Page 1

abdblad no.3/2011

3

‘Geen spoedeisende zaken, maar de telefoon gaat mee. Ik kan moeilijk loslaten.’ Mark Roscam Abbing (pagina 5)

4

10

15

Hoera vakantie! Maar hoe vrij ben je met de Blackberry in de achterzak?

Houd je rekening met de historie als je een organisatie reorganiseert?

‘Die bemoeizucht! Soms mag het wel een tandje minder.’ In de auto met Jos Sprangers van Rijkswaterstaat.

blad № 3 juli 2011

+

agenda Wicked Problems & Clumsy Solutions

HISTORIE

VERDER: En nu ik! pag. 7 Paradoxen op de ICCconferentie Toptransfer pag. 11 Na 17 jaar Financiën gaat Maarten Verwey naar Europa Openhartig pag. 13 Simone Smit: ‘Rustiger wordt het niet’

WIE ZIT WAAR?

ONDERWEG

Overzicht van de laatste benoemingen

WERK/PRIVÉ

8


2

abdblad no.3/2011

KOFFER

Wat gaat er dit weekeinde aan werkzaken mee in de pilotenkoffer? En hoeveel weegt ie? Dit keer: de leren cognackleurige tas van Petra Lugtenburg, programmadirecteur Werken naar Vermogen (SZW)

Passen die dikke dossiers in jouw schoudertas? Ja, een vereiste bij de aanschaf, er moeten A4-papieren in passen. Dat lukt! Ik wil wel een leuke en een mooie tas, niet zo’n stijve aktetas.’

Zit er veel weekendwerk in dit keer?

Eigenlijk heb ik vrijdags altijd een volle tas. Iedere maandag hebben we DGstaf en vindt het ministersstafoverleg plaats. Dat betekent dat ik in het weekend een flinke bundel papier mee krijg. Plus de voorbereiding voor overleggen op maandag, en de stukken die ik nog wil doornemen.

Wat lees je in ieder geval?

De hoofdmoot is het deel voor mijn DG-staf en de ministersstaf, informatief. Dit keer zit er weinig bijzonders bij, dat scheelt. We blikken ook vooruit naar de vakantieperiode, wat willen we nog regelen voor die tijd?

Direct vrijdagavond aan de slag?

Nee, vrijdags ben ik vaak laat en helemaal klaar met werk. Zaterdags doe ik als het effe kan niets aan werkzaken, is mijn stelregel. Op zondag ga ik eerst sporten, meestal fietsen, en daarna trek ik m’n tas open.

5,2 kg

inhoud: envelop met stukken voor de maandag (1,2 kg), overig papierwerk (‘dat ik steeds heen en weer sleep’, 800 gr.); grijze paraplu (300 gr.), opladers (150 gr.), blackberry en telefoon (150 gr.), sleutels (50 gr.), fietslampje (100 gr.), portemonnee (300 gr.), mont blanc-pen (10 gr.), zakdoekjes en wetties (42 gr.) pakje stimorol ice (17 gr.), reservepanty (23 gr.), visitekaartjes (50 gr,), tas met resttroepjes (1,7 kg)

teksten Maters & Hermsen

Zorg voor jezelf, zorg voorr elkaar, zorg voo deze plek Léon Wever (directeur Jeugd, ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport): ‘Deze drie regels zag ik in een schoollokaal hangen. Wat een schoonheid in zijn eenvoud! Deze regels vervangen een dik schoolreglement, want alles zit er in en iedereen weet wat je bedoelt. Groot voordeel is dat we allemaal deze regels kunnen onthouden. Ze herinnerden me aan een lezing van Margaret Wheatley over bindend leiderschap (www.margaretwheatley.com).’

Welkom bij BZ! ‘De zes ABD TOP Consultants kregen als eerste met hun rijkspas toegang tot het ministerie van Buitenlandse Zaken aan Bezuidenhoutseweg 67. TOP Consultant Rob Kuipers nam de proef op de som en ging met zijn rijkspas bij het ministerie naar binnen. Monique van Daalen, plaats­ vervangend secretaris-generaal van Buitenlandse Zaken, zette 7 juni een nieuwe sleutel op de deur om zo toegang te verlenen aan alle ambte­naren met een rijkspas. BZ is het eerste ministerie dat zijn gebouw openstelt voor andere rijksambtenaren. Het is de bedoeling dat rijks­ambtenaren toegang krijgen tot alle rijksoverheidsgebouwen. Infra­structuur en Milieu is het volgende ministerie waar dit straks mogelijk is. Autorisatie op je rijkspas tot een ander gebouw kun je aanvragen via Rijksportaal. Bij ‘Direct Naar’ vind je een link naar ‘Rijkspas’. Toestemming is noodzakelijk en voorlopig geldt het alleen voor frequente bezoekers, in het bezit van een rijkspas. Als dit in orde is, wordt je rijkspas geautoriseerd en heb je gedurende een bepaalde periode toegang tot dat gebouw. Op die manier hoef je als bezoeker niet meer in de rij te staan voor een ­bezoekerspas.

23

HET CIJFER 23 ABD-managers

meldden zich aan bij ABD TopSpin om zich te oriënteren op een baan buiten het Rijk. Twee van hen hebben zo inmiddels een baan gevonden. ABD-managers die een carrièrestap buiten het Rijk overwegen, krijgen binnen TopSpin individuele begeleiding. bron: abd topspin/bureau abd


abdblad no.3/2011

3

in 119

foto Jurgen Huiskes

Guido Landheer, directeur Topsectorenbeleid, ministerie van EL&I ‘Deze wereldkaart gaat al jaren met me mee. Het is mijn buddy, hij past bij me! Ik heb veel gereisd, mijn functies waren bijna altijd internationaal. Ik heb de kaart sinds ik in 1998 begon bij Verkeer en Waterstaat, daar hing ie aan de muur in mijn kamer. Bij mijn vertrek naar EZ kreeg ik ’m van mijn collega’s van de Rijksluchtvaartdienst cadeau. Als mensen binnenkomen, begint het gesprek vaak over de kaart, dat werkt positief.’

WERKWEEK van Rob van Brouwershaven,

directeur Natuur, Landschap en Platteland (EL&I)

maandag 23 mei

16.00 uur Regiegroep Decentralisatie Natuurbeleid: de herijking van de ecologische hoofdstructuur Bedrijven houden steeds meer rekening met de omgeving en het leven op aarde. Ecostyle maakt bestrijdingsmiddelen op een natuurlijke manier en bouwt aan een duurzaam bedrijfspand op een ecologisch verantwoord terrein.

dinsdag 24 mei 13.00 uur

Programma Biodiversiteit: BZ, IenM en EL&I geven opdracht voor een onderzoek:

TEEB voor Nederland (The Economics of Ecosystems and Biodiversity)

woensdag 25 mei 15.30 uur

donderdag 26 mei 11.00 uur

Evaluatie met programmaleider Jeugd Marianne van den Boogaart, over de relatie jeugd-natuur-voedsel

Adviescommissie Elverding III, hoe maak je vrijdag 27 mei natuurbeheer in Nederland 15.15 uur eenvoudiger? Bezoek met staatssecretaris Henk Bleker aan Ecostyle in Appelscha


4

abdblad no.3/2011

tekst Caroline Togni fotografie portretten Jurgen Huiskes, Timo Sorber (cover)

Privé? Of toch werk? Hoera zomervakantie! Maar ben je wel vrij met de Blackberry in de achterzak? Hoe lastig is dat, een goede balans tussen werk en privé? 5 managers delen hun ervaringen.

Jacqueline Lamé (51), directeur

S­ trategie & Beleid, VROM-Inspectie [Getrouwd, zoon van bijna 17]

‘Ik heb altijd gewerkt, nooit minder dan vier dagen. Mijn man ook. Toen Guido klein was, ging hij drie dagen per week naar de kinderopvang. Dit soort werkende ouders maakt dat je kinderen heel zelfstandig worden. Vanaf groep 8 ging Guido niet meer naar de naschoolse opvang. Hij is ook al heel jong gewend zijn taak in het huishouden te hebben. Privé ben ik het liefst zo min mogelijk

met het werk bezig. Ik werk vier dagen in Den Haag, vrijdags werk ik thuis in Haarlem. Het is voor mij belangrijk werk en privé zo veel mogelijk te scheiden. Ik blijf liever langer op kantoor dan dat ik werk mee naar huis neem. Eigenlijk vind ik dat het nu heel lekker loopt, er is een hele goede balans. De situatie op het werk is nu wel onzeker, die zorgen neem ik mee naar huis. Ik deel mijn zorgen met mijn man, en zoon. Zij hebben er recht op te weten wat er speelt. Belangrijk bij het zoeken naar balans vind ik het overtuigd zijn van mijn keuzes. Ik doe het werk wat ik

wil doen, en bij het maken van die keuze heb ik me gerealiseerd dat ik privé dingen zal missen. Ik functioneer goed in dit werk, het past bij mij. Maar natuurlijk zorg ik ervoor dat ik er op de belangrijke momenten ben, zoals straks bij de diploma-uitreiking van mijn zoon. Deze zomervakantie ben ik afwisselend weg en aan het werk. Normaal laat ik de Blackberry thuis, maar dit jaar is mijn plaatsvervanger met verlof. Ik denk dat ik de werktelefoon nu wel meeneem. Dan spreek ik af dat ik één keer per dag de berichten lees en afluister. Nu met de fusie van de verschillende inspecties is het belangrijk om bereikbaar te zijn, maar ik zal het tot het absolute minimum beperken. Ik heb wel eens op vakantie de laptop meegenomen, om af en toe te kunnen werken. Anders had ik domweg niet meegekund. Het is belangrijk dat het leuk blijft voor beide partijen.’

Jan Jurgen Huizing (44), programmamanager bij DJI (ABD Interim) [Getrouwd, zoon van 14, dochters van 11 en 7] ‘Ik heb gezegd na een periode alleen maar te werken: ik wil een betere balans tussen werk en privéleven. Op tijd schakelen tussen de ene en de andere wereld, mentaal, en als het effe kan ook fysiek. Ik zorg ervoor dat ik de momenten pak, dat ik privétijd neem. Ik probeer overdag en thuis, die beide werelden op een goede manier aan elkaar te plakken. Ik ben nu weer een jaar aan het werk, nadat ik heel bewust vier maanden verlof nam.


abdblad no.3/2011

Op woensdagmiddag ben ik altijd thuis, tenzij er iets onmisbaars op werk is, dan regel ik oppas. Ook ’s avonds heb ik af en toe afspraken en soms werk ik op zondagochtend een paar uur. Andersom ben ik overdag wel eens even weg voor privéafspraken. Het is behoorlijk ingewikkeld om regelmatig van positie te veranderen, dat houden onze ondersteunende diensten niet bij. De ondersteuning van de ambtenaar is geregeld per departement in plaats van rijksbreed. Jammer dat de rijksdienst deze flexibele manier van werken nog onvoldoende ondersteunt. Deze zomervakantie kan ik gemakkelijk drie weken totaal onbereikbaar zijn. Het komt nu heel mooi uit: mijn interimopdracht loopt af en ik begin pas na de vakantie aan een nieuwe klus. Als dat niet zo was, zou ik vaste afspraken maken met mijn secretaresse. Bijvoorbeeld dat ik één keer per week bel.’ ‘Die periode ertussenuit heeft me heel goed gedaan. Ik vind dat je authentieker kunt zijn in je werk.. Ik voel me een completer mens, nu ik ook op mijn werk beter in balans ben. Ik kan echt iedereen aanraden om na een jaar of twintig hard werken een paar maanden ertussenuit te gaan. Als een soort van check-up van jezelf. Een reset. Het werkt echt louterend! Ik heb die periode heel bewust gebruikt om na te denken over mijn werken.

Het is voor mij duidelijk dat je continue bezig moet zijn aan die goede balans tussen werk en thuis. Ik merk dat ik er ontvankelijker voor ben geworden en mijn gezin is, door de ervaringen van het afgelopen jaar, ook kritischer. Een graadmeter voor mij is mijn gewicht. Als ik het te druk heb, en uit balans raak, ga ik meer eten en kom ik aan. Ik blijf mezelf scherp in de gaten houden.’

Mark Roscam Abbing (36), sectorhoofd Conjunctuur & Collectieve Sector bij het CPB [Getrouwd, 2 kinderen (dochter van 6, zoon van 4)] ‘Twee drukke banen combineren met jonge kinderen is een enorm geregel en georganiseer. Op maandag en donderdag gaan de kinderen naar de naschoolse opvang, woensdag passen afwisselend de oma’s op. Het is best zwaar, ja. Mijn baan vergt veel van mijn flexibiliteit, je moet kunnen inspelen op verrassingen. Op papier hebben we het mooi geregeld, maar in de praktijk kan het wel eens misgaan. Zo kon de droomvakantie die wij vorig jaar boekten naar Amerika, niet doorgaan. Het kabinet viel onverwacht, wij moesten aan de slag

5

met doorrekenen van de verkiezingsprogramma’s. Maar het is ook andersom, wil ik benadrukken. Ik vind het logisch dat mijn gezin ook flexibiliteit van mijn werk vergt. Thuis werken kan prima, net als zelf je werktijden regelen. Is je kind ziek, of heeft de school een roostervrije dag, die niet in je agenda staat, dan moet je improviseren. Ik heb wel het idee dat we binnen de overheid, ook bij het CPB, behoorlijk flexibel zijn. Dat is fijn, en ik denk dat op deze manier werken de toekomst is, steeds meer.’ ‘Ook op mijn thuiswerkdag voel ik me soms tekortschieten. Na schooltijd ben ik dan net niet helemaal met mijn aandacht en tijd bij de kinderen, of bij mijn werk. De Blackberry is voor mij een zegen én een vloek. Het geeft veel flexibiliteit, ik kan ‘m overal opnemen. Maar het kan ontzettend storend zijn als je bijvoorbeeld in het weekend steeds je mail checkt. Deze zomervakantie voorzie ik geen spoedeisende zaken. De telefoon gaat weliswaar mee, maar ik overweeg wel om er afspraken over te maken. Zo gaat het werk toch gewoon door. Ik kan moeilijk loslaten.’


6

abdblad no.3/2011 zien dat ik als gevolg daarvan zulke lange dagen maak. Daarom heb ik met haar afgesproken dat ik na de zomervakantie tenminste één dag in de week om zeven uur ’s avonds thuis ben.’

Tjerk Kroes (45), plaatsvervangend DG Werk en directeur ASEA bij SZW [Getrouwd, meisje van 4, zonen van 6 en 8]

Just Stam, directeur Rechtsbestel bij het ministerie van Veiligheid en Justitie [Getrouwd, 2 kinderen (dochter van 19, zoon van17)] ‘De balans zou beter kunnen, vindt ook mijn vrouw. Mijn werk legt een fors beslag op mijn tijd, zo’n 60 uur per week. Ik richt het wel altijd graag zo in: als ik naar huis ga, wil ik, als het even kan, niets meer aan werk doen. Dat betekent dat ik vaak pas om acht uur ’s avonds naar huis ga. Zeker toen de kinderen jonger waren, zag ik ze vaak niet bij het eten. En als ik al eens vroeger thuiskwam, gaf dat soms een schrikeffect, ze rekenden er niet op. Op dat punt is het heel jammer dat ik zulke lange dagen maak. Maar als ik het moet afwegen tegen vroeger weggaan en dan elke avond thuis nog aan het werk, doe ik het toch liever zo. Ik heb in de loop der jaren goed leren delegeren, maar dan nog ligt er gewoon veel op mijn eigen bordje. Dat geldt voor alle directeuren hier. Het is irreëel te denken dat deze functie in 40 uur past. Je moet wel bedenken: dit is mijn keuze, om dit werk te doen. Ik heb ooit gekozen voor een functie met veel verantwoordelijkheid. Mijn vrouw weet als geen ander dat dit bij mij past, de uitdaging van dit werk. Ze zou het wel graag anders

‘Vrijdagmiddag is mijn papamiddag, mijn vrouw is op woensdagmiddag thuis. Voor die vrijdagmiddag hebben we als noodoplossing nog een paar uur buitenschoolse opvang ingebouwd, tot 3 uur ‘s middags. Maar als het even lukt, probeer ik rond 12 uur, half 1 te vertrekken van het werk. Als je kinderen jong zijn is het een periode van de kiezen op elkaar, doorzetten. Je hebt geen flexibiliteit, als er maar iets gebeurt, loopt één kant averij op. Is er een kind ziek? Dan bekijken wij wie er het makkelijkst naar huis kan. Dat is het allerlastigste: het onvoorziene. Zo lang je je aan de standaardindeling van je dag kunt houden, gaat alles goed. Maar als er iets onverwachts gebeurt, dan wordt het improviseren en schipperen. Dan is er flexibiliteit nodig, ook op het werk. Die flexibiliteit moet eerst en vooral in de hoofden zitten. Men moet bereid zijn om over andere oplossingen na te denken. Ik merk dat dat toch het beste lukt bij

mensen die zelf ook met dit probleem hebben geworsteld. Sinds pakweg anderhalf jaar is ons leven een stuk overzichtelijker geworden. Het gaat goed nu de kinderen ouder, zelfredzamer zijn. Het wordt allemaal iets makkelijker. Het is bovendien erg fijn dat de ritmes van de kinderen nu synchroon lopen, sinds de jongste ook op de basisschool zit. Na het wegbrengen kan ik nog redelijk op tijd op mijn werk zijn, meestal iets over negenen. Het anderhalfverdienersmodel zou makkelijker zijn, dat klopt, maar wij kozen nu eenmaal voor deze functies.’ Een nadeel van het type functie dat wij hebben – mijn vrouw is DG bij Financiën – is dat we allebei wel eens onverwachts langer moeten blijven. Sowieso blijven de randen van de dag lastig. Vergaderingen die om 9 uur stipt beginnen, het zou prachtig zijn om daar iets op te verzinnen. In de privésfeer valt het bijna niet beter te organiseren, de school begint nu eenmaal niet eerder. Op vakantie neem ik de Blackberry gewoon mee. Sms maar, zeg ik, als je me nodig hebt, mijn mail lees ik niet. Wie schoolgaande kinderen heeft, moet tijdens de schoolvakanties op vakantie gaan. Dat scheelt trouwens wel, omdat ook de politiek dan op vakantie is. Soms neem ik wel eens een staartje werk mee, stukken die ik nog moet bekijken of een selectieprocedure die niet helemaal klaar is. Maar alles bij elkaar hebben mijn vrouw en ik allebei de indruk dat het nu lekker loopt, het is geen grote bron van stress meer.’


BUREAUABD Op 19 mei organiseerde ABD-ICC de conferentie ‘Paradoxen en dilemma’s in veranderingen’. Met een inleiding door Jitske Kramer over de machtsfactor in diversiteit. Zo’n zeventig ABD’ers schreven zich in voor de conferentie. Na een inleiding van Jitske Kramer volgden de deelnemers verschillende workshops. Jachtig Ineke Colijn, afdelingshoofd bij de directie Inburgering & Integratie (BZK) is geïnspireerd door het verhaal van Jitske Kramer over de machtsfactor in diversiteit. ‘Het zet je weer even op scherp hoe bewust je moet zijn van jezelf en van de ander. Er zijn nu eenmaal

top klus Functie: directeur Integratie en Inburgering Reageren: uiterlijk 6 juli 2011

+ik

verschillen tussen mensen, maar in het jachtige bestaan hou je daar vaak te weinig rekening mee. Ik bedacht: even tot tien tellen en niet direct met m’n oordeel klaarstaan.’

Bewuster Herman de Boer, interimcoach en begeleider bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg, is sinds de ICCconferentie nog alerter op cultuurverschillen. ‘Normaal is anders, was de leus. Het leert mij dat ik me nog bewuster ben van verschillen in cultuur. Ik probeer mijn eigen oordelen uit te stellen. Ik werk al heel lang als interimmanager en ben gewend me steeds weer te verdiepen in de cultuur van een nieuwe

* WAAR

Directie Integratie en Inburgering bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in Den Haag.

* AMBITIE

De directie Inburgering en Integratie werkt mee aan een samenleving waarin migranten en hun kinderen als volwaardige en verantwoordelijke burgers participeren en zelfredzaam zijn, en waarin de verworven vrijheden en rechten van alle burgers zijn gewaarborgd.

* TAKEN

De directeur Inburgering en Integratie: * initieert, ontwikkelt en stimuleert nieuw beleid;

abdblad no.3/2011

7

Recensie van een bezoek aan een ABD-bijeenkomst. Dit keer: de ICC-conferentie ‘Paradoxen en dilemma’s in veranderingen’.

organisatie. Ook in mijn coachingswerk heb ik ermee te maken.’ Ook Eric Polman, onderzoeksdirecteur Algemene Rekenkamer, is zich nog bewuster van zijn handelen. ‘Jitske Kramer maakt door haar verhaal duidelijk dat het belangrijk is een situatie vanuit verschillende posities en de juiste context te bekijken. Het is goed om je altijd te verplaatsen in die ander. Dat je het handelingsperspectief van de ander kent, juist in veranderings-

* werkt aan wet- en regelgeving; * is opdrachtgever voor uitvoeringsorganisaties; * draagt zorg voor een regelmatige evaluatie van beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering; * behartigt politiek gevoelige zaken die het beleidsterrein van de directie raken, participeert in uiteenlopende overlegstructuren en voert overleg met diverse departementen, kenniscentra, belangenverenigingen en koepelorganisaties; * informeert en adviseert de ambtelijke en politieke leiding door standpuntbepaling en stelt prioriteiten ten aanzien van het rijksbrede integratiebeleid; * behartigt het management van de directie ten aanzien van personele,

'Normaal is anders' processen. De Rekenkamer wil bijvoorbeeld meer vanuit het perspectief van de burger kijken.’

financiële en materiële aspecten van beheer en bedrijfsvoering; * treedt namens de ambtelijke en politieke leiding op als vertegenwoordiger, bemiddelaar of onderhandelaar in uiteenlopende (inter)nationale gremia.

* SCHRIJF

Belangstelling? Sollicitatiebrief en cv voor 6 juli 2011 richten aan: Bureau Algemene Bestuursdienst, t.a.v. mevrouw F. de Vreeze, fleur.vreeze@ minbzk.nl, 070- 4268225. Meer informatie over de functie: mevrouw W. Ontijd, will.ontijd@minbzk.nl, 070-4268512.

zie: www.algemenebestuursdienst. nl/vacatures voor meer vacatures


8

abdblad no.3/2011

wie wat waar?

ministerie van econo­mische zaken, landbouw en innovatie Jasper Wesseling functie: directeur Innovatie bij DG Ondernemen en Innovatie per: 1 mei 2011 Was: directeur Ruimtelijk Economisch Beleid bij het ministerie van EL&I

ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties Marc Kuipers functie: waarnemend plaatsvervangend hoofd AIVD per: 16 mei 2011 was: directeur Operationele Expertise en Ondersteuning bij de AIVD

ministerie van econo­mische zaken, landbouw en innovatie

Actuele ABD-benoemingen, ABD TOP Consultants, ABD Politietop en ABD Interim ministerie van financiën Gita Salden functie: directeur Financiële Markten per: 1 juli 2011 was: lid van de Permanente vertegenwoordiging Financiële Raad EU Brussel

ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid Petra Lugtenburg functie: directeur Financieel Economische Zaken per: 1 september 2011 was: programmadirecteur van het programma Werken naar Vermogen bij het ministerie van SZW

ministerie van financiën

europese commissie

Focco Vijselaar functie: directeur Buitenlandse Financiële Betrekkingen per: 1 juli 2011 was: plaatsvervangend directeur Markt en Consument bij het ministerie van VWS

Maarten Verwey functie: plaatsvervangend DG Economische en Financiële Zaken per: 1 september 2011 was: directeur Buitenlandse Financiële Betrekkingen van het ministerie van Financiën

de nederlandsche bank

ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties

HENRI KOOL functie: waarnemend directeur Agroketens en Visserij per: 20 juni 2011 was: programmadirecteur Natura2000

Klaas Knot functie: president van De Nederlandsche Bank per: 1 juli 2011 was: plaatsvervangend thesaurier-generaal en directeur Financiële Markten bij het ministerie van Financiën

ministerie van econo­mische zaken, landbouw en innovatie

ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties

GER DE PEUTER functie: waarnemend programmadirecteur Natura2000 per: 20 juni 2011 was: directeur Bureau Bestuursraad

Kees van Nieuwamerongen functie: secretaris financieel toezicht voormalige Antillen per: 1 juli 2011 was: secretaris projectgroep Complexiteitreductie Zorgsector bij het ministerie van VWS

Roos Koole functie: interim directeur bij de Rijksauditdienst per: 1 mei 2011 uitgeleend door: EL&I

ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid

ministerie van econo­mische zaken, landbouw en innovatie

ministerie van veiligheid en justitie

Roel Gans functie: directeur Gezond en Veilig Werken per: 1 juli 2011 was: directeur Internationaal en Strategie bij het ministerie van IenM

ministerie van financiën Hans Vijlbrief functie: thesaurier-generaal per: 1 juli 2011 was: directeur-generaal van Energie, Telecom en Mededinging bij het ministerie van EL&I

ministerie van economische zaken, landbouw en innovatie Mark Dierikx functie: directeur-generaal Energie, Telecom en Mededinging per: 1 juli 2011 was: directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken bij het ministerie van IenM

ELSKE SMITH functie: directeur Bureau Bestuursraad per: 1 juli 2011 was: plaatsvervangend directeur Voedsel, Dier en Consument

ministerie van algemene zaken Kajsa Ollongren functie: secretaris-generaal per: 15 augustus 2011 was: plaatsvervangend secretaris-generaal, tevens plaatsvervangend hoofd Kabinet van de Minister President en raadsadviseur van het ministerie van AZ

ministerie van financiën Richard van Zwol functie: secretaris-generaal per: 15 augustus 2011 was: secretaris-generaal ministerie van AZ

MARILYN HAIMÉ functie: directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving per: 15 september 2011 was: directeur Integratie en Inburgering

ABD-Interim ministerie van financiën

Rick Stuyling de Lange functie: programmamanager Organisatiegericht Huisvesten per: 16 mei 2011 uitgeleend door: BZK

ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport niek parlevliet functie: directeur Bedrijfsvoering per: 16 juni 2011 uitgeleend door: IenM

gemeente den haag Jan Schuring functie: directeur Beleid Dienst Stedelijke Ontwikkeling per: 20 juni 2011 uitgeleend door: gemeente Utrecht


abdblad no.3/2011

tekst René Lamers foto Ilya van Marle

TOPTransfer Een interessante overstap uit ‘wie, wat waar' uitgelicht. Dit keer: Maarten Verwey, nu nog directeur Buitenlandse Financiële Betrekkingen bij Financiën. Per 1 september is hij plaatsvervangend DG Economische en Financiële Zaken van de Europese Commissie.

Wat biedt de Europese Commissie méér dan Financiën?

‘Afgelopen tijd was ik al bezig met het opzetten van het Europees stabiliteitsfonds ESFS, dat onder andere Griekenland en Ierland helpt, en van het Europees Stabiliteits Mechanisme, dat per 2013 hiervoor in de plaats komt. Ik heb gemerkt dat ik meer gemotiveerd raak door samen met Europese partners te werken aan oplossingen, dan het verdedigen van deelbelangen.’

Welke kennis en ervaring brengt u in?

‘Ik weet hoe afzonderlijke lidstaten aankijken tegen het functioneren van de Raad van Ministers. Ik verdiep me goed in waar ze vandaan komen en ken de nationale context en gevoeligheden.’

Financiën gaat dus meer over emotie dan over centen?

‘Ik ben voorzichtig met het woord “emotie”: dat kan klinken als irrationeel. Er komen veel zaken bij kijken die verder gaan dan centen. We hebben het over grote bedragen, maar meer nog over politiek.’

Kunt u straks nog genoeg sparren met collega-managers?

‘Dat doe ik nu al met collega’s uit andere landen. De invalshoek of de cultuur kan verschillen. Op wereldniveau is dat relatief. Er is veel dat ons bindt.’

Wat is uw managementstijl?

‘Tijdens de crisis was dat hands on. In korte tijd snel beslissen. Mag je langer nadenken over beleidslijnen, dan kun je ook makkelijker afstand nemen. Ik hoop dat mensen me steeds als toegankelijk hebben ervaren.’

De voordelen van uw nieuwe functie?

‘Na zeventien jaar Financiën iets anders. Ook leuk is dat ik met mensen uit verschillende landen kom te werken. En je vervult een centrale rol in het bestrijden van de crisis. En nadelen? Mijn kinderen moeten van school, maar gelukkig zijn ze nog jong. Even was de vraag of mijn vrouw haar werk kon blijven doen, maar daar is waarschijnlijk een mouw aan te passen. En we laten familie en goede vrienden achter, die we waarschijnlijk iets minder zullen zien.’

9


10

abdblad no.3/2011

tekst GaliÍne Gerritsen illustratie Nanne Meulendijks foto’s Bureau ABD

Rekening houden met historie van de organisatie. Of niet?

Zo (waren) zijn


abdblad no.3/2011

11

onze manieren De taakstelling van de Rijksoverheid neemt de culturen binnen diverse ministeries flink op de schop. Veranderen biedt perspectief, maar doet ook pijn. In hoeverre houd je rekening met de historie als je een organisatie reorganiseert? Dat vragen we vier ervaren topmanagers midden in de omwenteling.

‘Je moet van de historie willen leren’ Theo van de Gazelle,

plaatsvervangend directeur-generaal Rijkswaterstaat

‘V

raagstukken van nu moet je nú oplossen; kijk niet constant naar het verleden. Tegelijk zeg ik: als je niet weet waar je vandaan komt, weet je ook niet waar je naar toe moet. Enig historisch besef bij grote reorganisaties is onontbeerlijk. Daarom heeft RWS een historicus in dienst, die bij grote operaties de mores van het bedrijf in de gaten houdt. Ik heb bij de dienst Oost-Nederland drie reorganisaties achter elkaar doorgevoerd, waarbij veel mensen herplaatst moesten worden. Daar heb ik me persoonlijk tegenaan bemoeid, heb mensen bij me aan tafel uitgenodigd om zelf de gesprekken te voeren. Dat is typisch “des RWS”: we zijn een zeer mensgerichte, dienstverlenende organisatie. Door het op deze manier te doen voelden mensen zich gekend en werkten ze mee. Het heeft me een vracht aan extra uren gekost, maar ik had het ervoor over. Ook ons nieuwe ondernemingsplan kent een grote verandering. Het motto voor de komende jaren wordt: één RWS, elke dag beter. De afgelopen dertig jaar kenden we districten en een scheiding

tussen nat (water) en droog (weg). Straks bundelen we dat, omdat we eenheid willen creëren. Wat blijkt? Dertig jaar geleden kwamen we juist daarvandaan en voerden we bewust die scheiding in. Iedere tijd kent z’n redenen om ergens op door te pakken. Toen was dat functionaliteit, nu gaan we voor bundeling van kennis en synergie op de inhoud. Een golfbeweging moet logisch zijn, verklaarbaar. Je moet je niet laten leiden door de historie. Je moet ervan willen leren.’

Theo van de Gazelle

‘Een veranderaar kan zich met verbazing vragen blijven stellen’ Elly Romanesko,

interim programmamanager DG Organisatie Bedrijfsvoering Rijk, ministerie van BZK

‘A

ls interimmer kijk je anders tegen de veranderingen die een organisatie doormoet aan, dan als je er in vaste dienst werkt. Logisch, ik heb minder blinde vlekken nu ik op afstand sta, dan als ik zelf onderdeel van de cultuur zou zijn. Maar ik ontkom er niet aan rekening te houden met de geschiedenis van het bedrijf. Het is van beiden

Elly Romanesko

wat: ik moet gevoel hebben voor de cultuur, voor de heersende waarden en gebruiken. Maar tegelijkertijd moet ik me daar niet door laten leiden. Er was immers een aanleiding om verandering door te voeren. Een veranderaar moet fris blijven kijken, zich met verbazing vragen blijven stellen. Onlangs is het Masterplan Den Haag in de Tweede Kamer behandeld. We hebben daarin


12

abdblad no.3/2011

geschetst hoe departementen samen gehuisvest worden, en hoe ze sommige diensten in elkaar kunnen schuiven. Met digitalisering bijvoorbeeld, of met het Nieuwe Werken. Hoe laat je dat diverse bloedgroepen samen doen? Daar hebben we best mee geworsteld, er liepen al veel projecten in de verschillende instanties. De cultuur van het ene departement is die van het andere niet, dat merk je juist dan. Bij Justitie bijvoorbeeld heerst de invloed van de denkers. Je manier van aanpak moet goed doordacht zijn, precies

Paul Huijts

uitgeschreven voor men een stap zet. Grote pilots bereiken in die omgeving hun doel niet; je moet met kleine stapjes grote stappen zetten. Doeners, zoals die er veel zijn bij IenM of RWS, zijn projectmatige werkers. Bij hen was het zaak te investeren in afspraken, in het zoeken naar verbinding. Uiteindelijk moeten de departementen de versmelting zelf laten gebeuren. We hebben ze de middelen daartoe aangereikt in modellen. Maar natuurlijk moet je daarbij rekening houden met herkomst, met historie. Wie zet anders een stap vooruit?’

Herma rappa

‘Je kunt niet constant in je achteruitkijkspiegel kijken’ Paul Huijts,

directeur-generaal ministerie van VWS

‘V

WS moet nu “maar” 6 procent krimpen. Dat is weinig in verhouding met andere ministeries, of met voorgaande jaren. Maar hielden we toen meer ­rekening met de historie dan nu? Volgens mij niet. Het waren ingrijpende maatregelen – die overigens nu nog na-ijlen –, we hadden te dealen met heel veel gevoeligheden, maar tegelijkertijd bestond er niet de luxe om te zeggen: we doen het maar niet. Je moet, historisch besef of niet. VWS was een gedecentraliseerd

gestuurd departement, dat de zwaai moet maken naar een meer centrale en uniforme inrichting van bedrijfsvoering. Ik merk dat we meer moeite moeten doen om mensen in die verandering mee te nemen. Dat heeft alles te maken met historie: we zijn van oudsher een lossere organisatie waarin mensen gewend zijn eigen oplossingen te verzinnen voor problemen waar ze tegenaan lopen. Om weerstand voor te zijn, maken we in de veranderingen meer tussenstappen. Neem de standaardisatie van ondersteunende werkzaamheden. We begonnen binnen de beleidskern en de grote buitendiensten. Nu zijn we bezig die stap voor het departement als geheel te realiseren. Je kunt niet autorijden door constant in je achteruitkijkspiegel te kijken. Tegelijkertijd kun je ook niet net doen alsof het verleden niet bestaat. Je neemt een organisatie mee vanuit de ene naar de andere cultuur.’

‘Een bloedgroependiscussie wil je zo snel mogelijk achter je laten’ Herma Rappa,

directeur Uitvoering Dienst Regelingen, ministerie van EL&I

‘A

ls twee uiteenlopende departementen moeten fuseren zoals Economische Zaken en LNV, is de hamvraag: waar staan we, waar richten we ons op? Terugkijken is nu niet aan de orde. Het is zoeken naar wat je van elkaar kunt leren. Onze doelgroepen zijn divers, dus subsidieverstrekking is dat ook, maar daarin valt juist samen te winnen. We beginnen nog maar net, in deze fase zijn intercollegiale verhoudingen belangrijk. Openhartig spreken over wat kan en wat niet kan, daar doen we ons best voor. Niets is vanzelfsprekend. Natuurlijk zijn er verschillen in cultuur. EZ is extravert, gericht op de verkoop van zijn producten. Daarnaast staat LNV met z’n vakkennis en grote betrokkenheid op een min of meer vastgestelde doelgroep, met veel werknemers die wortels hebben in de agrarische wereld, natuur of visserij. Maar een bloedgroependiscussie? Die moet je zo snel mogelijk achter je laten, daar lekt alleen maar energie naar weg. Ik had die ervaring al toen ik ruim twee jaar geleden bij LNV binnenkwam als interim-manager op deze dienst. Het is een fusie van vier verschillende landbouworganisaties, die vier jaar daarvoor had plaatsgevonden. Eenheid was er, maar op diverse punten kon het proces efficiënter, taken ontdubbeld en kosten bespaard. We waren dus al op de goede weg nu we met de komst van premier Rutte op het punt stonden vergaand samen te werken met Agentschap NL, de uitvoeringsorganisatie van EZ. Nog belangrijker dan begrip voor elkaar is het tempo waarin je dingen wilt verbeteren. Twee culturen die samengaan moeten veel overwinnen, maar maken ook een heel boeiend proces door.’


tekst Galiëne Gerritsen foto Merlijn Doomernik

9

openhartige vragen Simone Smit (40)

Adjunct-directeur Handhaving, politie Haaglanden

1 Wat is je huidige gemoedstoestand? ‘Opgetogen. Ik kom net uit een overleg met het MT van bureau Ypenburg/ Leidschenveen. Daar gebeuren zoveel goede dingen, daar kan ik oprecht van genieten. Het is een van de kleinere bureaus, maar wel vooroplopend. Actief op twitter, nauw contact met omwonenden. Dat loont. Ze lossen nu al zes van de acht straatroven op, die dit jaar hebben plaatsgevonden.’

2

Van welk bedrijf zou je baas willen zijn? ‘Schiphol. Vroeger wilde ik piloot worden, maar bij gebrek aan ruimtelijk inzicht werd ik dat niet. Toch trekt die wereld me. De complexiteit van bijvoorbeeld veiligheid, dat zou mij boeien. Die dynamiek ook, ik ben gek op afwisseling.’

3 Lig je wel eens wakker van je werk?

‘Heel soms, als ik met veel dingen tegelijk bezig ben. Maar geen nachten achter elkaar hoor, dat duurt meestal kort. Laatst realiseerde ik me: oké, dit is de baan, rustiger wordt het niet. Ik moet dus leren met deze druk om te gaan. Afleiding zoeken. Ik heb net een nieuwe racefiets gekocht. Soms fiets ik samen met mijn man een rondje en praat tegen hem aan. Daarna is het goed.’

4 Wat is jouw devies?

‘Zacht op de persoon, hard op de inhoud. Dat heb ik moeten leren, hoor. In het verleden werd mij wel eens gezegd dat

‘Dit is de baan, rustiger wordt het niet’ ik afstandelijk ben. Ik wil delen, meer van mezelf laten zien dan alleen mijn ­zakelijkheid. Die kwetsbaarheid nodigt de ander uit ook iets van zichzelf te ­geven. Zo kom je verder, is mijn ervaring’.

5

Wat bepaalt of je fluitend naar je werk gaat? ‘Hoe het thuis gaat. Maar ook of ik goed kan samenwerken met leuke collega’s. Dat is wel eens niet zo geweest namelijk. Toen ik oktober vorig jaar in deze functie stapte, werd me ingefluisterd dat ik in een ingewikkeld schaakspel terechtkwam. Maar zo ervaar ik het totaal niet. Ik kan mezelf zijn, hoef niet op m’n woorden te letten of achterom te kijken. Ik werk met ontzettend gedreven mensen, heb niet het gevoel dat ik verkeerd zit.’

maar veel van hem geleerd. Ruud kan je met scherpe vragen dwingen te kijken naar details van je proces, waardoor je je afvraagt: snap ik eigenlijk wel voldoende van alles om het op hoofdlijnen goed voor elkaar te hebben? Ik deed hem niet na, maar raakte door die vragen altijd wel gemotiveerd om goed naar m’n eigen functioneren te kijken.’

8

Hoeveel procent van je werk is niet leuk? ‘Tien procent, hooguit. Ik hou niet van controleachtige systemen, bijvoorbeeld die waarin leidinggevenden hun uren moeten verantwoorden en die ik moet checken. Het is omslachtig, en ik heb al niet zoveel geduld. En: het komt telkens terug. Dat biedt mij te weinig afwisseling.’

6 9 Zijn er dagen dat je geen moment aan Wat kreeg je van huis uit mee? je werk denkt? ‘Zeker. Op een besneeuwde bergtop, als ik denk: hoe kom ik van die piste af? Of kamperend, in een staat van no-nonsense.’

7 Wie is jouw leermeester?

‘Ruud Bik, korpschef van de KLPD. Ik heb maar kort met hem samengewerkt,

‘A zeggen = A doen. Dat hoort bij de politie, ik merk dat ik ook mijn kinderen zo opvoed. Via een uitzendbaantje kwam ik bij de politie. De combinatie tussen theorie en praktijk, dat trekt me. Ik hou van de verhalen van de straat én van leiding geven. Klagen mag, dingen die slecht gaan, moet je benoemen. Maar geef er ook gevolg aan. Accepteer niet dat iets zo blijft.’


14

abdblad no.3/2011

teksten Maters & Hermsen

kort juli/ augustus/september Gewijzigde opzet ABD Kandidatenprogramma Het ABD Kandidatenprogramma, het ontwikkelingsprogramma voor aan­komende topmanagers van het Rijk, gaat vanaf 2012 vernieuwd van start. Belangrijkste aanpassing in het programma is dat de werkcontext nadrukkelijk wordt betrokken. Kandidaten gaan werken aan een leiderschapsopgave. Ook is er een nieuwe verdeling in de herkomst van deelnemers: van de twintig deelnemers komt de helft uit uitvoerings- en toezichtorganisaties en agentschappen; de overige deelnemers

zijn afkomstig uit de kerndepartementen en de Hoge Colleges van Staat. De werving en selectie voor het programma van 2012 is gestart.

Eerste lichting In januari 2012 gaat de eerste lichting beginnen met het vernieuwde ABD Kandidatenprogramma. Het ABD Kandidatenprogramma is een breed en intensief leiderschapontwikkelingsprogramma. Het ondersteunt de kandidaten in hun persoonlijke en

functionele ontwikkeling naar zwaardere managementopgaven. Het programma duurt twee jaar. Op de website www. algemenebestuursdienst.nl staat meer over de selectieprocedure van de kandidaten.

Masterclass over omgaan met kritieke problemen Bureau ABD en Campus Den Haag/Leiden Leaderschip Centre organiseren op dinsdag 5 juli de masterclass ‘Wicked Problems & Clumsy Solutions’, een bijeenkomst in de serie ‘Leiderschap en veranderingen’. Gastspreker tijdens de masterclass is Keith Grint, professor ‘Public Leaderschip’ aan de Universiteit van Warwick en een gerespecteerd auteur van verschillende publicaties over leiderschap. Keith Grint zal later dit jaar de belangrijkste spreker zijn tijdens de ‘International Leadership Conference’ in Londen. De masterclass gaat over het

Colofon

ABD BLAD is het relatiemagazine van Bureau ABD, onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het verschijnt zes keer per jaar. De inhoud van ABD BLAD weerspiegelt niet noodzakelijkerwijs de mening van Bureau Algemene Bestuursdienst

onderscheid tussen makkelijke, moeilijke en kritieke problemen, aan de hand van de eigen inbreng van deel­nemers. Zij gaan vervolgens met hulp van professor Grint aan de slag met de problemen die ze moeilijk kunnen oplossen.

Cultureel Het tweede deel van de bijeenkomst gaat in op culturele theorie achter probleemsituaties, met interactieve presentaties en gelegenheid om de problemen te onderzoeken. De officiële taal tijdens de masterclass is Engels.

BLADCONCEPT Maters & Hermsen Journalistiek, Leiden HOOFDREDACTEUR André Westra (Bureau ABD)  EINDREDACTIE Renee Simonis  (Bureau ABD), Caroline Togni (Maters & Hermsen) 

AGENDA 5 juli

Masterclass

‘Wicked Problems & Clumsy Solutions’ Zevende bijeenkomst in de ABD-reeks ‘Leiderschap bij ingrijpende veranderingen’ Spreker: Keith Grint, professor ‘Public Leaderschip’, Universiteit Warwick Locatie: Bureau ABD, Van Bylandthuis, Benoordenhoutseweg 46, Den Haag Aanvang: 9.00 uur Aanmelding: via ABD-bijeenkomsten@ minbzk.nl

8 september Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. Voor meer informatie en aanmelding, zie: www. algemenebestuursdienst.nl/ actueel/bijeenkomsten.

AAN DIT NUMMER WERKTEN MEE Maters & Hermsen (Galiëne Gerritsen, René Lamers, Rody van der Pols) FOTOGRAFIE Theo Bos, Lars van de Brink, Merlijn Doomernik, Jurgen Huiskes, Serge Ligtenberg, Ilya van Marle, Timo Sorber (cover)

ILLUSTRATIE Nanne Meulendijks BEELDREDACTIE Mascha Baarda VORMGEVING Maters & Hermsen Vormgeving, Leiden DRUK Ando, Den Haag

Seminar

‘Ambtelijke speelsheid bij taaie vraagstukken’ (herhaling van 8 juni) Spreker: Hans Vermaak Locatie: Bureau ABD, Van Bylandthuis, Benoordenhoutseweg 46, Den Haag Aanvang seminar: inlooptijd tussen 14.00 en 14.30 uur. De bijeenkomst start om 14.30 uur en eindigt om 18.00 uur. Aanmelding: via ABDbijeenkomsten@ minbzk.nl


tekst Rody van der Pols foto Serge Ligtenberg

abdblad no.3/2011

15

onderweg

Waar gaan we naartoe? ‘Naar een bijeenkomst over Beleidsondersteuning en -advies (BOA) binnen Rijkswaterstaat. En dan vooral over het spanningsveld tussen de uitvoeringsorganisatie die wij enerzijds zijn en de politieke omgeving waarin we vaak opereren als we een beleidsdirectie ondersteunen.’

ABD BLAD spreekt de manager onderweg naar een afspraak in den lande. In de passagiersstoel naast: Jos Sprangers, directeur ontwerp en planvorming bij Rijkswaterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart.

Goed voorbereid? ‘Enkele weken geleden voorbesproken. Ik doe straks de aftrap, maar nee, ik heb geen openingswoord op papier staan. Dat is niet nodig ook. Dit onderwerp ligt me zo na aan het hart, dat gaat vanzelf. Bovendien: ik houd helemaal niet van uitgebreide openingsverhalen. Liever functioneel en dan snel aan de slag.’ Af en toe is zo’n praatje onvermijdelijk, toch? ‘Klopt. En ik ben het ook steeds leuker gaan vinden. Zolang ik er tenminste een eigen draai aan kan geven. Maar ik doe het niet omdat ik graag in de spotlights sta. Het moet functioneel zijn en ten dienste staan van medewerkers en organisatie. Van dikdoenerij en belangrijk doen als directeur moet ik niks hebben. Sterker nog, mijn ideaal is om mezelf overbodig te maken. Dat zou de missie van elke manager moeten zijn, volgens mij. Zodra mijn agenda leeg is, ben ik klaar. En verveeld, haha, dus snel naar een andere baan vertrokken.’ Wat maakt je werk lastig? ‘Dat iedereen overal iets van vindt. Dus ook mensen die er eigenlijk niet over gaan. Ik begrijp dat die bemoeizucht vaak voortkomt uit betrokkenheid. Maar soms zou het wel een tandje minder mogen. Zeker als kritiek je via de wandelgangen bereikt en niet direct. Ik heb wel geleerd daar steeds makkelijker mee om te gaan. Ik scheid kaf van koren en als het belangrijk lijkt bel ik die persoon op.’ Wat geeft je de energie om dat soort weerstanden te overwinnen? ‘Samen met een groep mensen dingen bereiken. Liefst volgens mijn eigen visie. Dat dat laatste niet altijd lukt, heb ik inmiddels leren accepteren. Zeker als je met eigenwijze professionals werkt, zoals bij een club als deze. Dat is lastig, maar erg leuk tegelijk.’

12:06 uur

VAN: hoofdkantoor Dienst Verkeer en Scheepvaart, Schoemakerstraat, Delft NAAR: ministerie van Infrastructuur en Milieu, Plesmanweg, Den Haag MET: Volkswagen Passat 2.0 Tdi BlueMotion AFSTAND: 15,5 kilometer TELEFOONTJES: geen MUZIEK: geen, Radio 538, maar alleen als Edwin Evers presenteert, afgewisseld met radio 1 en soms eigen muziek.


abdblad no.3/2011

Thuis

Arnold Jonk (41),

teksten Maters Hermsen illustratie Shootmedia

directeur Kennis, ministerie van OCW

Lovisa (41): ‘Arnold is altijd op maandag thuis met onze mannetjes. Voor Arnold is het vader zijn heel belangrijk. Toch mooi dat het in zijn functie lukt om een dag helemaal vader te zijn, het werk buiten de deur te houden. Zo gaat het ook met die kleintjes, je kunt echt niet werken als je met ze thuis bent. Ik werk

In de werkkamer van Kennis-directeur Arnold Jonk, vriendin Lovisa Rottier en zonen Atto (2,5) en Faas (1,5), thuis in Amsterdam

zelf ook vier dagen. Ik ben architect, heb mijn eigen architectenbureau. Mijn werk is voor hem ook belangrijk, hij is absoluut de meest geëmancipeerde man die ik ken. We kunnen de zorg voor de kinderen goed verdelen, ook als we ’s avonds wel eens voor het werk weg zijn. Oké, het is heftig en bij vlagen zwaar,

vooral als die twee niet goed slapen. Arnold is een bevlogen, interessante persoon. En grappig en slim… Door hem leer ik meer van de politiek in Den Haag. Mijn werk is altijd hartstikke belangrijk voor me geweest, en hetzelfde geldt voor hem. Alleen zo kunnen we het doen, we zitten op één lijn.’

tekst Caroline Togni foto Lars van den Brunk

2

ABD Blad nr. 3  
ABD Blad nr. 3  

Relatiemagazine voor ABD-managers en managers politietop

Advertisement