Page 1

a a lt e n s e m u s e a

nr 2 * juli * 2013

de panne


colofon Aaltense Musea • Markt 12 Euregionaal museum voor de vrijheid • Aaltens Historisch museum (AHM) • VVV-Agentschap Aalten

in deze uitgave Ten geleide - Gerda Brethouwer 1 Organisatie 6 VVV 9 12 Markt 12 Wie zijn dat dan? 17 Interview met Hans Ligterink 20 Gastenboek 24 Expositie 25 30 Vriendengroep in de Klompenklas Column - Gerard te Voortwis 31 Dialectverhalen 33 Agenda en openingstijden 35

Post- en bezoekadres Markt 14 - 7121 CS Aalten Telefoon 0543 - 471797 - Fax 0543 - 471681 E-mail adres: info@aaltensemusea.nl Website: www.aaltensemusea.nl Website: www.markt12.nl Website: www.vvvaalten.nl - Telefoon 0543 - 473052 Postgirorekening: 43.60.025 Bankrekening: 3105.03.779 (Rabobank) KVK 40120837 Redactieraad Miep Geesink-Wisselink, Ab Hoefman Adri Hogewoning, Henk Lensink Erik Nijman, Thea Onnink-Stronks Columnist: Gerhard te Voortwis Striptekenaar: Ronald Peet Opmaak: lammersDtp.nl, Aalten De Panne verschijnt driemaal per jaar (ISSN 1384-7198) Openingstijden Zie pagina 35 Bestuur Ton de Vries, voorzitter Ria Theissen, secretaris Ernst-Jan te Winkel, penningmeester Gerrit Doornink, Ada Gussinklo Herman Onnink, Jon Temming, Yvonne Wikkerink Directeur Gerda Brethouwer

33e jaargang nummer 2 - juli 2013 Omslagfoto Er zijn leuke ‘hebbedingen’ te koop in de hal.

Stichting Vrienden Wilma Winkelhorst-van Engeldorp Gastelaars, voorzitter Anjo van Houten, secretaris Rob Nieman, penningmeester Gerrit Doornink, Geb Garretsen, Gerrit Rutgers Lidmaatschap De contributie voor het lidmaatschap van de Vereniging Aaltense Musea bedraagt ­ € 15,- per kalenderjaar.


de panne

Ten geleide “Waarom bewaar je het een en gooi je het ander weg?” vraagt Thea Onnink zich af in haar dialectverhaal over ‘Bewaren’. Het heeft te maken met de emotie en de verhalen die er bij horen denkt ze. Daardoor krijgt het betekenis. “Waarden vormen ons fundament. De grond waarop wij staan; de basis waarop wij ons levenshuis bouwen”, zo citeert zij. Soms zijn die persoonlijke verhalen zo indringend dat je daardoor ‘grote’ geschiedenis kan vertellen. Het persoonlijke geeft dan de mogelijkheid je te identificeren waardoor het letterlijk ‘binnenkomt’. Bewaren, verzamelen en presenteren, het zijn belangrijke begrippen in de museumwereld. Bewaren blijft actueel, zoals de pakkende oproep ‘Niet weggooien!’ van achttien oorlogs- en verzetsmusea om betekenisvolle spullen aan de musea te schenken. Spullen met een beladen geschiedenis, die men niet makkelijk afstaat en ook niet graag bewaart. Er is zelfs een museumcodicil waarmee je pas afstand doet van je spullen na overlijden. Niet weggooien bewijst mensen duidelijk een grote dienst. Gooi niet te snel wat weg, het kan van belang zijn voor je nageslacht, de gemeenschap of zelfs voor de wetenschap. Omgekeerd, wordt het ‘ouderwetse’ verzamelen een mooi tijdloos credo. Ja en ook bij ons komen er nog steeds bijzondere verhalen en voorwerpen binnen. Verhalen waar wij aandacht aan moeten besteden omdat ze heel veelzeggend zijn, ontroerend, mooi of juist triest en heftig. Zoals de levensgeschiedenis van Jan van Kuik die maar liefs vier kampen heeft overleefd.

Of de Joodse 15-jarige Ivy Philips, die in De Heurne ondergedoken zat. Wij nemen het materiaal op, leggen hun verhalen op film vast en vertellen ze door. “Hou toch eens op over die oorlog. Wat heeft de jeugd daar nog aan!” horen we af en toe. Maar tegelijkertijd zien we dat het belangrijk is te leren van wat er gebeurde. ‘Pas als je het kwijt bent weet je wat vrijheid is’. Ivy Philips bijvoorbeeld is zelf jaren geleden begonnen met het optekenen van de gebeurtenissen: “Aan mijn twee kleinzonen. [..] Deze familie geschiedenis wordt mede opgesteld vanwege tragische oorlogsomstandigheden, gedurende de Tweede Wereldoorlog. De reikwijdte hiervan is zeer groot, mijn enige zoon en kind heeft zijn grootouders van vaderszijde nooit gekend.” Wij merken dat kleinkinderen heel geïnteresseerd zijn in het leven van hun grootouders. Daarom was ook de zeventienjarige Marga Witteman uit 1


de panne Woerden, achterkleindochter van de Aaltense verzetsleider ‘ome Jan Wikkerink’ in de Tweede Wereldoorlog, graag betrokken bij het jongerenproject van het Anne Frankhuis. In mei werd namelijk een iPad App en een website voor jongeren gelanceerd: Code-R, te vinden via www. code-r.org. Code-R wil jongeren actief betrekken bij de betekenis van oorlog en herdenken. Marga is één van de vijf jongeren die vertellen wat de oorlog voor hen betekent. Wij hebben ook graag meegewerkt hieraan want wij vinden het belangrijk dat jongeren goed geïnformeerd worden over de oorlog en de keuzes waar mensen voor stonden. Niet als een les van buitenaf, maar om vooral ook na te denken over wat er vandaag de dag gebeurt en wat je eigen rol daarin is. Marga zelf zegt het zo: “Ik denk dat de les van de Tweede Wereldoorlog is, dat je niet zomaar dingen aan moet nemen die je verteld worden.” Dat vrijheid niet vanzelfsprekend is maar dat je deze moet bewaken, bewijzen zowel de heel kleine persoonlijke gebeurtenissen als de wereldgeschiedenis van iedere dag. Dus leg uw geschiedenis vast voor uw kinderen en kleinkinderen. Zij begrijpen niet alleen meer van de tijd waarin u leeft, maar ook meer van hun eigen tijd. Het gebruik maken van de nieuwe media is een goede manier om de oude verhalen op een spannende manier te vertellen waardoor de verhalen voor een bredere groep gaan ‘leven’. Dat gebeurt ook bij de Internationale ‘Liberation Route’ die langs

2

Aalten loopt en waar via ‘luisterkeien’ verhalen te horen zijn over het verzet en onderduiken in onze regio. Het is eveneens fijn dat Markt 12 met het thema onderduiken vertegenwoordigd wordt in de grote publieksexpositie: ‘De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen’ die momenteel door Ad van Liempt vanuit het Comité 4 en 5 mei wordt samengesteld. Dat verhalen uit het verleden een inspiratiebron kunnen zijn voor ‘nieuwe’ verhalen en fictie, bewijst de spannende Duitse thriller ‘Hellabrunner Mischung’ van schrijver Georg Beining. De geschiedenis van Markt 12 vormde een van de inspiratiebronnen. De schrijver geeft onze vrijwilligers in het boek ook nog een – welverdiende- pluim. Leest u de recensie in deze Panne. Het boek is bij ons te koop. Wat ik hier allemaal mee wil zeggen is dat niet alleen zogenoemde zware kost moet worden (bewaard en) doorverteld. Want ook in onze expositie “Gemerkt” zijn diverse belangrijke of juist heel terloopse gebeurtenissen van families vastgelegd. Een merklap is persoonlijk en vertelt iets over het leven van de maker of haar wensen voor de toekomst. Via de merklap werd ook basiskennis (alfabet en tot tien tellen, initialen) door jonge meisjes vastgelegd. De doeken die nu nog worden gemaakt, memoreren vaak een heuglijke mijlpaal van de maker. Van generatie op generatie vertelt de merklap zo de familiegeschiedenis. Er is massaal gereageerd op de oproep en het


de panne leveren van een verhaal. De merklappen die zijn aangeleverd zijn voor het merendeel afkomstig van boerenfamilies. We vragen ons af: werden ze door de burgers in het dorp niet bewaard? Vaak worden oude merklappen niet weggegooid, maar ook niet bijzonder gewaardeerd. Ze liggen op zolder, slecht bewaard, niet gerestaureerd. Komt dat omdat het vrouwelijk erfgoed is dat we pas recent zijn gaan waarderen? Soms zijn de verhalen over of rondom een aangeleverde merklap goed bewaard en overgeleverd, vaak helaas helemaal niet of nauwelijks. Onze conclusie is dat hier veel meer mee zou moeten gebeuren! De tentoonstelling trekt veel bezoek, vaak ook in groepsverband. Het leuke is ook dat

de werken dwars door alle gebouwen heen te vinden zijn. Er is een catalogus met route waarin alle verhalen zijn opgetekend. Dus wilt u samen met een groepje eens een dagje cultureel genieten: kom dan naar ons toe. U kunt er ook een arrangement op maat van maken met koffie en gebak of lunch en rondleiding. Er zijn ook nog wat plaatsen voor de echte Achterhoekse Theevisite waarin u letterlijk een heerlijk middagje kunt vertoeven bij ons. Bel gerust om u te laten informeren of kijk op onze site. Weet u dat wij ook op twitter en facebook zitten? Sluit u aan, dan blijft u op de hoogte van de laatste nieuwtjes. Om onze streek weer eens met erfgoedogen

3


de panne te bekijken, zijn er ook nieuw producten verkrijgbaar bij onze VVV-Agentschappen in de gemeente. Op 17 mei jl. werden in de Freriksschure twee cultuurhistorische fietstochten Dinxperlo-Aalten en AaltenBredevoort aangeboden aan mevrouw A.Traag, gedeputeerde van Gelderland. Tegelijkertijd werd ook de nieuwe website www.erfgoedaalten.nl, waarmee QR-codes en filmpjes verbonden zijn, gelanceerd. Gedeputeerde Traag vertelde dat ze zich geen betere omgeving kan voorstellen om een erfgoed site en routes te presenteren. “Even uitrusten op het pleintje of hierbinnen, maakt zo’n tocht pas echt tot een bijzondere ervaring”, vertelde ze bij haar inleiding. Als u net als zij van fietsen houdt maar toch ook van wetenswaardigheden en verhalen, dan zijn de twee nieuwe routeboekjes beslist een aanrader. De boekjes zijn ook gewoon leuk om te lezen! De ontvangst van 70 personen bij de feestelijke presentatie paste inderdaad wonderwel in de Freriksschure. Hoewel het wel wat koud was.... Na Gemerkt hebben wij een oud-Aaltenaar gestrikt om in het kader van Art Aalten in onze expositieruimte te exposeren: Harmen Brethouwer. Nee, geen familie alhoewel, het is zeker in de verte (rond 1550) allemaal in Aalten begonnen. In zijn werk gaan ambacht en autonome kunst een verbinding aan. Komt en overtuigt u dat zijn werk een relatie heeft met onze streek, zoals de nagalm van de klokken van de kerk... Al lange tijd wordt nagedacht hoe we dat euvel kunnen oplossen en we het gebouw

4

beter kunnen benutten. De dorpsboerderij Freriksschure is net als de andere gebouwen een rijksmonument waar de agrarische ontwikkeling van Aalten en de regio wordt getoond. In de jaren ’80 is de Freriksschure in samenwerking met de Rijksdienst verbouwd tot ‘oude’ boerderij. De indeling, de grindvloer, het ouderwetse voorhuis waarin werd gewoond, geslapen en gegeten, zijn dus niet oorspronkelijk, maar wel tekenend voor het begin van de vorige eeuw. Met de nieuwe focus willen wij meer aandacht geven aan onze euregionale ontwikkeling. Dat geldt voor de Tweede Wereldoorlog en de overgang van agrarisch naar industrieel (textiel en hoornindustrie). Bestuur en directie van de Aaltense Musea willen de uitdaging aangaan om het gebouw te isoleren en breder inzetbaar te maken. Met behoud van karakter, sfeer, authenticiteit maar met een eigentijdse vertaling van onze museale taak. Dat betekent een investering in de betekenis van het museum als ervaringscentrum voor de gemeenschap, en als het aan ons ligt: van de euregio. Een investering die terugverdiend moet worden met het gebruik van het gebouw, de exploitatie. Wij werken daarin graag samen en leggen de lat hoog. Met de Ontwerpcampus TU Delft, Bouwkunde, zijn door studenten zeven voorstellen gemaakt voor de Freriksschure. Daaruit heeft een gemêleerde jury onder voorzitterschap van Lejo Schenk, voormalig directeur van het Tropenmuseum en lid van onze Raad van advies, er drie geselecteerd voor verdere uitwerking. Deze werden op 3 juli jl. gepresenteerd


de panne aan onze organisatie en ge誰nteresseerden. Daarna zijn de ontwerpen in de Freriksschure te zien en kan een ieder zelf een gemotiveerde keuze maken. In augustus trekken wij de conclusie waarbij de stem van vrijwilligers en andere ge誰nteresseerden zeker mee gaat spelen. Wij hopen natuurlijk dat er een gedragen

voorstel komt waarin de Freriksschure als een levendig centrum gebruikt kan worden. Zo blijft de geschiedenis niet alleen levend maar vormt zij een schakel voor de toekomst. Met andere woorden: als je weet waar je vandaan komt, sta je steviger in het hier en nu.

Ontwerp interieur Freriksschure door Rosanna Visscher TU Delft

5


de panne

o r g a n i s at i e DE BHV ORGANISATIE DOOR BENNIE STRONKS BHV staat voor bedrijfshulpverlening. De Arbeidsomstandighedenwet, kortweg de ARBO-wet, schrijft voor dat in ieder bedrijf of gebouw met een ­ publieksfunctie waar meerdere mensen komen of werken, een BHV organisatie moet zijn. Bij ons in het museum hebben we sinds vorig jaar ook een BHV ploeg. Deze bestaat nu uit 6 personen: - Marjon Meijer - Bettina Vreeman - Jenny Vellekoop - Marian Megens - Jo Kal - Arent te Lindert - Bennie Stronks (hoofd BHV-er) Een BHV-er krijgt een opleiding. Daarbij komt het volgende aan de orde: - een stukje EHBO - brandbestrijding - reanimatie en informatie over de AED (Automatische Externe Defibrillator, een apparaat dat elektrische stroomschokken geeft bij een hartstilstand). - ontruiming van een gebouw. De opleiding is slechts één dag. Je kunt je

6

dus voorstellen dat alle onderdelen maar heel kort aan de orde komen. Aan het einde van de opleiding krijgt men een certificaat. Dit moet jaarlijks verlengd worden, door middel van een herhalingscursus. Jaarlijks moeten er verschillende oefeningen plaatsvinden, instructies gegeven alsook een ontruimingsoefening. In een kastje bij de balie liggen BHV spullen: - twee portofoons - hesjes met opschrift - een zaklamp - een stencil met instructies. Verder ligt er bij de balie een map, het zogeheten calamiteitenplan. Daarin staat aangegeven wat je moet doen bij een calamiteit, bijvoorbeeld brand, een ongeval, overval en nog meer nare dingen. Van het calamiteitenplan wordt geacht dat alle museummedewerkers er kennis van nemen. Dit gebeurt veel te weinig in mijn ogen. Het aantal voorgeschreven BHV-ers is afhankelijk van het risico in een bedrijf/ gebouw. Dat is weer te meten door een RI&E ( Risicoinventarisatie) te doen. Daar zijn we nu nog mee bezig. We hebben alles onder de loep genomen en geïnventariseerd. Daarna volgt nog een controle door een


de panne onafhankelijk bureau. Dan horen we of alles klopt. Ik heb er wel vertrouwen in. Zoals gezegd hebben we 6 opgeleide BHVers. Is dat genoeg? De wet schrijft voor dat er altijd een opgeleide BHV-er aanwezig moet zijn. Dat halen we niet altijd. Wel proberen we om zoveel mogelijk bij grote aantallen bezoekers (denk aan scholen) een BHV-er aanwezig te laten zijn. Ook dat lukt niet altijd. Een oplossing zou natuurlijk meer BHV-ers zijn. Om zes mensen warm te krijgen voor de cursus was al een hele toer. Nog steeds ben ik op zoek naar mensen die zich hiervoor beschikbaar willen stellen, ook al omdat de wet zegt dat de eigenaar of het bestuur van een gebouw er alles aan moet doen om de BHV-organisatie op peil te houden. Zij zijn hoofdelijk aansprakelijk. Als ze er inderdaad alles aan gedaan hebben en er zijn nog steeds te weinig opgeleide mensen, dan zijn ze verontschuldigd. Overmacht. De regering is sinds 2010 bezig de Arbowet aan te passen met betrekking tot de BHV. Dit moet nog door de Tweede en Eerste Kamer behandeld worden. Het wetsvoorstel is te vinden op de site van de overheid: nieuwe wetten.nl De naam zal dan Basis Hulp Verlening worden. De opleiding wordt er dan meer

FOUT!

op gericht om de basis-hulpverlening op te pakken in afwachting van de beroepsdiensten, Brandweer, Politie en Ambulance. Tevens is er sinds kort door de Gemeente en de Aaltense Middenstand, Brandweer en de HBD (Hoofd Bedrijfschap Detailhandel) een werkgroep ingesteld: KVO-W ( Keurmerk Veilig ondernemen Winkelgebied). Het doel van die werkgroep, de naam zegt het eigenlijk al, is het vergroten van de veiligheid in het winkelgebied van Aalten. Uiteraard werkt het museum hieraan mee, enkele baliemedewerkers hebben een cursus gevolgd, wat te doen bij een overval of andere narigheden bij de balie. Ook houden alle middenstanders elkaar op de hoogte als er iets plaatsvindt. Dit gebeurt via een SMS-Alert. Natuurlijk is over dit onderwerp veel meer te vertellen. Het is namelijk belangrijk dat mensen goed op de hoogte zijn. Eigenlijk zou iedereen zich meer met hulpverlening bezig moeten houden en dan niet alleen in het museum, maar overal en altijd. Dat zou veel ongevallen helpen te voorkomen. Nu gebeuren er helaas te vaak domme en te voorkomen ongevallen. Het is te begrijpen dat dit onderwerp mij als ex-brandweerman blijft boeien.

GOED!

7


de panne Goed nieuws 1! Het Fonds voor Cultuurparticipatie heeft de subsidieaanvraag van de vereniging Aaltense Musea voor de aanschaf van een nieuw kassasysteem positief beoordeeld. We mogen op een bedrag van maar liefst € 2.544,- rekenen, mits wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. Dit betekent dat de frustraties die het oude systeem bij de overdracht naar een volgende vrijwilliger soms opleverde en de voorkomende kasverschillen uiterlijk 1 november aanstaande tot de verleden tijd behoren. Doordat het nieuwe systeem eenvoudiger is, wordt voor vrijwilligers de overdracht makkelijker, het werken fijner én er ontstaat een efficiëntere bedrijfsvoering (lees: kostenbesparing!). Al met al een flinke stap in de goede richting, ook voor de toekomst en daarmee een investering die de moeite meer dan waard is.

Goed nieuws 2! Het verheugd ons zeer dat we genomineerd zijn voor het Fonds van de Rabobank. We hebben een aanvraag gedaan om onze ambitie om een eigentijds ‘verhalenmuseum’ kracht bij te zetten. We willen graag meer inspelen op de actualiteit en jongeren betrekken in de discussie over thema’s van ons museum voor de vrijheid: “Wat vind jij belangrijk als je aan vrijheid en vrede denkt?” We moeten nu aan de slag om dan op 11 november te presenteren en te horen op welk bedrag wij kunnen

8

rekenen. We hebben dan wel de steun van veel mensen nodig (noteert u ook alvast deze datum?). U hoort hierover nog meer van ons.

Nog meer goed nieuws! Van de Provincie Gelderland ontvingen wij onlangs het volgende, bijzonder heuglijke besluit naar aanleiding van een door de Aaltense Musea en VVV ingediend verzoek: “Het doet ons genoegen u mede te delen dat wij uw organisatie hebben aangewezen als partner van het Programma Cultuur en Erfgoed 2013-2016.” Over de wijze van invulling en het vinden van passende vormen voor de samenwerking wordt nog nader overlegd met de provincie Gelderland. Naast mogelijke (beperkt beschikbare) subsidies ter ondersteuning van onze activiteiten zijn met name de doelen uit het programma ‘Cultuur en Erfgoed’ van de Aaltense Musea en VVV richtinggevend. We hopen op een vruchtbare samen­ werking met de Provincie Gelderland en hebben er veel vertrouwen in dat de gesprekken met hen over de wederzijdse wensen en mogelijkheden zullen leiden tot goede afspraken.


de panne

VVV Als vrijwillige medewerkers hebben we in de ruim 2 jaar, die we nu op onze werkplek aan de balie van het VVV vertoeven, al flink wat ervaring opgedaan met onze werkzaamheden. Het is een plezierige werkplek, zo samen met de museum medewerkers in de grote fraaie ontvangstruimte/hal aan een grote balie. De bewegwijzering, zowel vanuit het dorp als in het museum, naar de 2 verschillende balies; Museum en VVV, is vorig jaar aangepast en is een goede investering gebleken voor de bezoekers, die ons nu gemakkelijker kunnen vinden. We hadden

echter nog een wens voor een betere serviceverlening aan onze bezoekers. We wilden graag een mogelijkheid om onze plattegronden en kaarten goed te kunnen laten zien en samen met de bezoekers de routes te kunnen bekijken en aanduiden. Er is nu hiervoor een mogelijkheid gecreĂŤerd door middel van een klaptafel, aan de zijkant van de balie, waarop we de kaarten kunnen uitvouwen en deze nu gezamenlijk met de bezoeker kunnen bekijken. Ook de verbreding door het aanbrengen van postvakken op de balie geeft een

9


de panne ruimere mogelijkheid voor het laten zien van onze producten. Het geheel ziet er bovendien erg fraai uit en is met recht een goede en praktische ‘aanwinst’ te noemen. Wat betreft de informatie aan de bezoekers over de specifieke mogelijkheden van de accommodaties in de gemeente Aalten waren we tot op heden tamelijk summier. Natuurlijk waren er adressen, telefoonnummers en dergelijke. We beschikten over lijsten met een aantal gegevens en voor een deel waren we in staat om wat meer gedetailleerde informatie te geven over de gevraagde accommodatie voor zover we in het bezit waren van foldermateriaal. Om tegemoet te komen aan de mogelijke wensen en vragen van de bezoekers wat betreft details over de accommodaties en om zelf ook beter geïnformeerd te zijn, zijn we gestart met het bezoeken van de B & B’s/pensions die lid zijn van het Toeristisch Platform van de gemeente Aalten. Uiteraard hebben we eerst even een afspraak gemaakt. De eigenaren van de bezochte accommodaties waren erg gastvrij en we werden vriendelijk ontvangen, vaak met een kopje koffie met iets lekkers erbij en we kregen uitgebreid de mogelijkheid tot bezichtiging van de locatie. Inmiddels zijn alle B & B’s/pensions bezocht en is er per locatie een uitgebreid verslag gemaakt. We beschikken nu over een groot aantal details en zijn veel beter op de hoogte van wat wordt aangeboden en kunnen als zodanig de klant nog beter bedienen. Er dient nog wel geëvalueerd te worden of het doel hiermede bereikt

10

gaat worden en uitbreiding van de informatievoorziening voor andere accommodaties zoals campings e.d. zinvol blijkt. Maar zoals het er nu uitziet is het een zinvolle actie geweest. Naast onze directeur namen ook twee van onze VVV vrijwilligers deel aan de Netwerkdag van de Gemeente Aalten. Het doel van deze dag was om elkaar (toeristische ondernemers, TPGA, VVV ‘s en gemeentevertegenwoordigers) beter te leren kennen en daardoor elkaars belangen beter te kunnen behartigen. De ontvangst was bij Camping Goorzicht met koffie en heerlijke Bredevoortse koek, op het terras vanwege het mooie lenteweer. Na het welkomstwoord van de Burgemeester was er een rondleiding over deze prachtige en van bijzonder goede faciliteiten voorziene camping , gelegen aan de rand van het natuurreservaat ‘het Goor’. Het vakantiegevoel kwam al snel naar boven. Er kwam een ‘dubbeldekker’, niet vaak waar te nemen in onze gemeente, waar het complete gezelschap in plaats nam. Vanaf het bovendek een fantastisch uitzicht. De fraaie route ging richting Dinxperlo waar Freek Diersen in en buiten de bus als toeristische gids fungeerde en allerlei fascinerende feiten en anekdotes vertelde over de verschillende bezienswaardigheden die de bijzondere grensligging markeren. Na een smakelijk lunchbuffet bij zalencentrum ‘Old Dutch’ in Dinxperlo, waar burgemeester Bert Berghoef de Toeristische Gids Grenzeloos Genieten presenteerde en overhandigde


de panne aan de vertegenwoordigers van de VVV ’s uit Bredevoort en Dinxperlo en voor het VVV Agentschap Aaltense Musea aan onze coördinator Artje Klop. Alle deelnemers ontvingen een ‘Goodiebag’ met de nieuwe gids Grenzeloos Genieten, een plattegrond, brochures, Sultana’s en een flesje water. De laatste 2 artikelen waren bestemd als versnapering bij de middagactiviteiten. Deze bestonden uit

Scootertocht, Gängeskestocht of een rondleiding door ons museum. Met de dubbeldekker, waarvoor de chauffeur zo nu en dan alles uit de kast moest halen om te voorkomen dat hij zich niet vast reed, op naar de volgende bestemming. Dit was de groepsaccommodatie ‘Kom in de Bedstee’. Hier kon men zien hoe de gasten kunnen overnachten in een echte bedstee, nostalgisch, knus en met een knipoog naar het verleden. Ook hier kreeg men een ‘Goodiebag’, ditmaal met een geurhartje. De succesvolle dag werd afgesloten met een drankje en een hapje bij ‘oerkroeg Schiller’, het Aaltense café dat tijdens de Café Top 100 in de beurs van Berlage is uitgeroepen tot het beste café in de Achterhoek.

11


de panne

markt 12 VERHALEN DOOR HUUG HAYTINK In het klompenklasje in ons museum hangen prachtige schoolplaten aan de wand. Bijna elke bezoeker herkent ze en heeft er ook herinneringen aan. “Ach kijk, daar heb je die schoolplaten”, en dan komt er regelmatig een herinnering achteraan, die eigenlijk altijd positief is. Over de meester die er zo mooi over kon vertellen, zodat je helemaal in zijn verhaal zat. Je was als kind zelf de ridder of de zeerover, Piet Hein of de Viking. Vaak hoor je dat schoolherinneringen juist die verhalen zijn. In Markt 12 hangen een aantal foto’s aan de muur van de tussenkamer, naast de deur, tegenover de kachel. Veel bezoekers

12

bekijken die foto’s even en lopen verder. Soms wordt de tekst die er bij staat gelezen, soms ook niet.


de panne Maar als ik een rondleiding door Markt 12 geef, kan ik de bezoekers het verhaal vertellen, niet alleen van Willempje Herfstink, maar ook van het dilemma waarvoor de ouders stonden en Jan Wikkerink en dokter Der Weduwen. Van de ‘truc’ die ze moesten uithalen om dit kind te redden. Maar weet u wat Dela Wikkerink vaak deed? Nee, dat weet u vast niet, dat kan ik me voorstellen, want dat blijkt niet uit de foto’s, dat hoor je pas als het verhaal erbij verteld wordt. Verhalen zijn volgens mij voor een museum heel erg belangrijk. Zonder verhaal is een ding alleen maar een ding, een foto slechts een foto en een schilderij een schilderij. Met een verhaal is een voorwerp meer dan een voorwerp, een foto meer dan een foto. Het gaat als het ware voor je leven. Het beweegt, je ziet het gebeuren. Aalten heeft een geschiedenis. Die geschiedenis wordt verteld als je bijvoorbeeld een keer de Gängeskestocht doet onder leiding van Tonnie, Rietje, Rieky of Arie. Dan hoor je regelmatig: “oh ja? Dat wist ik helemaal niet. Was dat hier?” Veel geschiedenis, speciaal van de laatste 70 of 80 jaar, kan nog worden verteld door mensen die er bij zijn geweest en het hebben meegemaakt. Zo krijg je verhalen en anekdotes te horen, die een gebeurtenis in een ander licht kunnen plaatsen en daardoor kunnen verhelderen. Vaak ook worden verhalen niet verteld omdat degene die ze kan vertellen ze nogal gewoon vindt en niet het vertellen waard. Maar juist zulke verhalen zijn belangrijk

voor diegenen die die tijd niet hebben meegemaakt. Het gewone leven toen, hoe was dat, vertel eens. Een museum met verhalen leeft, het ontroert de bezoeker en brengt hem onder de indruk. Wat deed Dela Wikkerink (echtgenote van Ome Jan)? Die vraag stelde ik in het artikel hiervoor. Je haalt een baby immers niet voor lange tijd bij z’n ouders weg? Welke ‘truc’ hadden Ome Jan, dokter der Weduwen en Dela uit moeten halen en voor welk dilemma stonden de ouders van Willempje? Dat is allemaal te zien in de fotoserie in Markt 12 en dat ga ik nu niet verklappen als u het verhaal nog niet kent. Maar het is heel bijzonder als je het verhaal van Willempje Herfstink vanuit 2 verschillende bronnen, onafhankelijk van elkaar, bevestigd en aangevuld krijgt. Dela wandelde vaak met de kinderwagen met Willempje van de Patrimoniumstraat naar de Koningsweg. Op nummer 2 woonde in de oorlogstijd timmerman Wevers met vrouw en twee dochters. Eén van de dochters vertelde ons kortgeleden, dat ze op een gegeven moment in hun slaapkamer plaats moesten maken omdat vader er een wandje timmerde waarachter de slaapkamer van rabbi Jedwab en zijn vrouw moest komen. Dit Joodse echtpaar had al een

13


de panne onderduikplaats achter de rug en ook was hun pasgeboren baby niet meer bij hen. Maar om de band tussen ouders en kind niet te verbreken wandelde Dela regelmatig met haar ‘vondeling’ naar de Koningsweg. Op de Meiberg stond in die tijd een boerderijtje waar de familie Ansink woonde. Hun dochter Leis, die vaak meewerkte op het land, zag regelmatig Dela Wikkerink

14

voorbij komen met de kinderwagen. Ze wist van het verhaal van Willempje, maar ze vroeg zich wel af waar Dela nou toch steeds naar toe ging. Na de oorlog werden ouders en kind definitief herenigd. Het verhaal van Willem Herfstink is nu completer. Het laat zien welke inventiviteit nodig was om zelfs een Joodse baby van een zekere dood te redden en er daarbij ook aan te denken ouders en kind niet voor lange tijd van elkaar te scheiden.


de panne BOEKRECENSIE Museum Markt 12 Aalten inspiratiebron voor Duitse Krimi DOOR INA BRETHOUWER Hellabrunner Mischung is het tweede boek van schrijver Georg Beining (1948), een geoloog/paleontoloog/journalist, die uit Südlohn net over de grens komt. De thriller is in het Duits geschreven en heeft als belangrijkste locaties Aalten (Markt 12), Bredevoort, Oeding en Münster. Beining heeft zich duidelijk laten inspireren door een of meer bezoeken aan het museum Markt 12 en gebruikt deze plek als middelpunt van de verhaallijnen. Het verhaal is niet gebaseerd op levende personen maar de historie rondom Markt 12 berust wel op waarheid. Dat het in het Duits is geschreven voegt iets toe aan de beleving. De krimi begint in oktober 1941 maar gaat al na twee pagina’s verder in 2011. Af en toe grijpt het verhaal terug naar vroeger. Belangrijkste personages zijn Gregor Kotten die in Oeding woont en woordvoerder is van de dierentuin in Münster, zijn vrouw Milla, en hun vrienden Arie en Ria van Puffelen in Bredevoort. Er is ook nog een gepensioneerde rechercheur Jurgeleit. Deze rechercheur en Kotten lossen samen graag raadsels op, daarbij geholpen door de vrienden. Intrigant en dader is een zekere Rufus Schill, de kleinzoon van de vroegere Ortskommandant Ludwig von Schill. Deze SS-er heeft in de oorlog zijn kantoor in de voorste kamer van Markt 12 in Aalten.

Rufus is een rare en hij werkt net als Kotten bij de dierentuin, hij is dierverzorger bij de olifanten. Hij heeft zich goed gespecialiseerd in de techniek verdovingen uit te voeren via een blaaspijp. Deze verdovende veterinaire vloeistof heet Hellabrunner Mischung, vandaar de titel. Het boek leest aardig weg en boeit vooral als je het museum kent en de straten en mooie plekken tussen Heurne/Aalten/ Winterswijk en de regio aan de andere kant van de grens. Er staan leuke zinnen in zoals “Obelink Winterswijk, waar het hele Ruhrgebied op pelgrimage gaat”. Je ziet het voor je. Hoe de conversatie tussen een Nederlands en Duits echtpaar verloopt is mooi weergegeven. Uiteraard wordt er door hen Duits gesproken. Het is wat ongeloofwaardig dat de Bredevoorter Arie, die zogenaamd goed Duits spreekt volgens Kotten en er veel van af weet, werkelijk alle naamvallen verkeerd heeft en stelselmatig spreekt over “die Kerl”. Volgens mij zal geen enkele Achterhoeker “die Kerl” zeggen als hij Duits praat. De schrijver weet veel over Nederland, maar gaat daarbij ook zelf (net als Arie) in de fout: dierendoktor en mefrouw. Maar ach, de Duitse lezer zal het niet opvallen en het is leuk voor de Duitse lezer om zo meer te weten te komen over

15


de panne bepaalde geneugten, zoals jenever, hopjes, appelmoes en vla. De geschiedenis uit de oorlog die zijn weerslag heeft in het heden, wordt nogal summier weergegeven met daarbij het

noemen van namen van veel personages. De lezer moet z’n hoofd er dan goed bijhouden. Hier en daar verwacht de lezer dat sommige interessante gegevens verder worden uitgediept maar dat gebeurt niet. Eigenlijk moet je dit de schrijver niet euvel duiden. Het is mooi dat hij duidelijk maakt dat in 1941 in Aalten 2500 onderduikers uit het hele land ondergebracht waren op een bevolking van 13000 zielen. Het is sympathiek dat Beining geïnspireerd is geraakt – zoals hij aan het eind van het boek schrijft – door al die vrijwilligers van het Aaltens museum die bijzonder goed werk doen. Het museum geeft naar zijn mening de geschiedenis zo goed weer dat het grote indruk maakt. Dat is mooi om te lezen, met name dus ook voor al die vrijwilligers en de sympathisanten van het museum! “Hellabrunner Mischung” Ein Allwetterzoo-Münster -Krimi van Georg Beining Schardt Verlag, Oldenburg 2013, 162 pagina’s, 15,95 Euro, ISBN 978-3-89841677-1

16


de panne

w i e z i j n d at d a n ? De vorige keer hebben we het u gemakkelijk gemaakt. Er zijn dan ook geen foute inzendingen binnengekomen. Op de foto die we plaatsten staan dominee Stegeman en de kunstschilder Piet te Lintum. De prijs is gewonnen door Maarten van Veen uit Boxtel. Zoon van oud-burgemeester van Veen van Aalten. Wij zullen hem zijn prijs overhandigen zodra hij weer naar Aalten komt. Onze nieuwe prijsvraag is wat lastiger, hoewel‌.? Het betreft een foto uit 1967. Hij is gemaakt bij een feestelijke gebeurtenis in een van onze mooie buurtschappen. Herkent u twee van de personen die op de foto staan, dan rekenen we dat als goed. Helemaal goed zou zijn wanneer u ons ook kunt vertellen bij welke feestelijke gelegenheid de foto genomen is. Uw antwoorden kunt u weer mailen naar theaonnink@upcmail.nl of geef het, t.a.v. de Panne, schriftelijk af bij de balie in ons museum. Veel succes!!

17


de panne Expositie JAN VAN KUIK EN IVY PHILIPS VERTELLEN In het kader van de mei herdenking hebben we in mei de geschiedenis van Ivy Philips en jan van Kuik gememoreerd met een tentoonstelling in de Projectruimte. Beide heren waren aanwezig bij de opening op 2 mei jl. waar burgemeester Berghoef duidelijk stelde dat het belangrijk is dat wij

deze verhalen blijven vertellen. Om niet te vergeten en om er van te leren. Telkens weer horen en ontvangen wij nieuwe verhalen en telkens weer zijn ze zo indrukwekkend dat we er stil van worden. Toen Joden werden opgeroepen zich te melden vluchtte de Joodse Ivy Philips op 15-jarige leeftijd naar de Achterhoek. Hij veranderde zijn naam in Jan Klinkenberg en na verschillende langs om­z wervingen boerderijen vond hij een plek op boerderij ‘De Roesse’ in de Heurne. Hij zou er twee jaren verblijven en heeft er veel beleefd. “Het gezin is buitengewoon aardig voor me geweest”, vertelde hij uit de grond van zijn hart. Op Goede Vrijdag 1945 werd De Heurne bevrijd. Het verhaal van verzetsman Jan van Kuik is totaal anders. Verschillende keren kroop hij door het oog van de naald en overleefde vier concentratiekampen. In 1942 werd hij bij de Zwitserse grens opgepakt en kwam via de gevangenis in Sachsenhausen terecht,

18


de panne waar er experimenten op zijn longen werden gedaan. Daar heeft hij zijn leven lang last van gehouden. Daarna kwam hij terecht in kamp Majdanek. Het laatste kamp waar Jan verbleef was Dachau. Het kamp werd op 29 april 1945 bevrijd door de Amerikanen. Uiteindelijk wordt hij meer dood dan levend en met - naar later blijktopen TBC daaruit bevrijd. “Mijn moeder hoorde op de radio dat ik nog leefde”. “Dat ik het gered heb komt doordat ik heel veel geluk heb gehad. “

Als gast van Wilhelmina is hij daarna op het Loo om aan te sterken. Dat de oorlog grote sporen nalaat merkt zijn familie ook na de oorlog, Jan heeft een zwaar trauma en erge nachtmerries. Via de omstreden LSD therapie van professor Bastiaanse kan hij zijn verhaal eindelijk aan iemand kwijt. Omdat zijn longen door de ontberingen heel slecht zijn verhuist Jan met de familie naar Dinxperlo in de Achterhoek waar de lucht schoon is. Hier werkt hij tot zijn pensioen als douanebeambte en hoopt dat hij “er nog een keer een zal kunnen terugpakken”. Dat is hem echter nooit gelukt. Jan is nu 90 jaar en zijn onmiskenbare Amster­damse nuchterheid en humor zijn tot aan de huidige dag overeind gebleven. Nog niet alles is vastgelegd van Ivy Philips en Jan van Kuik, wel in onderdelen. Het is hoog tijd dat we hun geschiedenissen in kaart brengen en doorvertellen. Museum Markt 12 gaat daar zeker mee door!

19


de panne

interview met hans ligterink Door Erik Nijman Als het hemelbed van kasteel Keppel kon praten ..... Van sommige vrijwilligers ga je denken dat ze in het Aaltens museum wonen. EÊn zo’n vrijwilliger is Hans Ligterink. Deze handige vakman heeft heel wat klussen geklaard in ons museum. Onder andere daarvoor is hij onlangs koninklijk onderscheiden, evenals zijn vrouw Liny.

20


de panne Maar hoe komt zo’n man nou verzeild bij het museum? Nou dat zit zo. Tot begin jaren ’70 van de vorige eeuw was Hans eigenlijk nog nooit in het museum geweest. Via zijn werk bij bouwbedrijf Hulshof te Steenderen -later Vorden- werkte hij in 1974 mee aan de restauratie van het Frerikshuus. Rond 1980 gaf hij voor een expositie van oude ambachten een paar voorwerpen in bruikleen. Jan Lammers was destijds nog beheerder. Van het één kwam het ander en Hans werd bestuurslid van de ‘Vereniging Oudheidkamer Aalten’. Het museum was toen alleen nog gevestigd in het pand Markt 14. De opkamer was de vergaderlocatie, waar het zo krap was dat bestuursleden soms over de tafel moesten lopen om hun zitplaats te bereiken. Hans was oorspronkelijk klompenmaker en boer aan de Nijhofsweg in Barlo. Toen hij een jaar of 34 was, stond hij, als gevolg van de schaalvergroting in de landbouw, voor de keus: flink investeren en uitbreiden of het bedrijf beëindigen. Het gezin Ligterink koos voor het laatste. Hans volgde een omscholingscursus tot bouwvakker. Hij begon bij aannemersbedrijf Blekkink aan de Bolwerkweg bij Bredevoort. Na vier jaar stapte hij over naar restauratiebedrijf Hulshof waar hij tot 1995 heeft gewerkt aan diverse projecten. In de loop der jaren heeft hij bijzondere klussen onder handen gehad zoals bijvoorbeeld kasteel Roosendaal bij Arnhem waar hij werkte aan de instandhouding van de unieke schelpengalerij. Ook heeft hij daar samen met een paar collega’s de bekende

’Bedriegertjes’ weer aan de praat gekregen. Deze waren in de loop der jaren in verval geraakt doordat de houten drainagegootjes onder de vloer waren verrot waardoor de loden leidingen waren gescheurd. In overleg met de bouwkundig opzichter van het Gelders Landschap konden ze daar hun eigen ideeën kwijt over de uitvoering van het herstel. In de 30 jaren dat Hans in het restauratiewerk zat, heeft hij ook diverse hilarische gebeurtenissen meegemaakt. Zo was er tijdens een kerkrestauratie een kerkvoogd die erg graag de vorderingen van de nieuwe gewelven wilde zien die door het steigerwerk niet zichtbaar waren. Hij klom monter naar boven maar toen hij weer naar beneden wilde, werd hij overvallen door hoogtevrees. Met behulp van een lang hijstouw onder zijn armen werd hij door de bouwvakkers via de ladders weer op vaste bodem gezet, waternat van het angstzweet. Pikant was het voorval in de slaapkamer van de ongetrouwde zus van de hoofdbewoonster van kasteel Keppel, barones van Pallandt. Zij woonde in het koetshuis. Na een verbouwing moest het hemelbed verplaatst worden. Tegenover het bed moest een geliefd schilderij weer worden opgehangen. Op haar aanwijzingen tekende Hans de juiste plaats aan. Achteloos wierp hij zijn duimstok op het bed. Na het weekend kwam ze ondeugend lachend met de duimstok in de hand op Hans toe met de woorden:

21


de panne “Hier heb je het corpus delicti, de mensen zouden er wat van denken!” Over het algemeen was het prettig werken bij de adel thuis. Ook de eerst hautain overkomende barones draaide later bij, mede veroorzaakt door het feit dat ze, door bezuinigingen op subsidies, zelf meer taken moest uitvoeren waar ze eerst gewend was om het personeel bevelen te geven. In 1995 maakte Hans op zestigjarige leeftijd gebruik van de VUT-regeling. Hij kreeg meer tijd voor hobby’s. Veel

Hans tijdens een rondleiding.

22

vrijwilligerswerk heeft hij verricht voor het museum. In de achter het Frerikshuus staande Freriksschure woonden tot circa 1975 de dames Te Lindert aan de westkant en de heer Lammers aan de oostkant. Het middendeel was in gezamenlijk gebruik. Zelfs de bewoners van de Prinsenstraat maakten van dit pad door de schuur gebruik om naar de Markt te gaan. Na de restauratie van de schuur werd deze in 1985 ingericht als agrarisch museum. De


de panne bestuursleden Bert Hoogendijk en Henk te Bokkel hebben hier veel tijd en energie in gestoken. In 2004 werd het museum uitgebreid met het onderduik- en verzetmuseum Markt 12. Hans vindt het een bijzonder museum voor zo’n dunbevolkte regio, ver van het dichter bevolkte westen. Een geluk is volgens hem dat Duitsland juist weer dichtbij ligt. Wat de plannen voor de herinrichting van de Freriksschure betreft heeft Hans zijn bedenkingen. Als het gebouw voor groepsontvangst moet worden aangepast, is hij bang dat het typische karakter van dit rijks- en gemeentemonument verloren zal gaan.

Een interessante hobby van Hans is het lezen en transcriberen van oude handgeschreven teksten uit de periode 1400-1700. Hij maakt sinds 1990 deel uit van de ’ADW-werkgroep Paleografie’. Deze groep heeft tot nu toe enkele Aaltense kerkrekeningboeken en zeven boeken van het gerechtelijk archief van de voormalige heerlijkheid Bredevoort omgezet in leesbaar Nederlands. Dit zogenaamde Judicieel Protocol neemt 14 meter boekenplank in beslag in de archiefbewaarplaatsen. De getranscribeerde boeken nemen een ruimte in van 16 centimeter! Dus blijft er voorlopig nog wel werk aan de winkel. Tenslotte vindt Hans ook nog tijd om aandacht te besteden aan de familie. Samen met Liny, de kinderen en de kleinkinderen vormen ze een harmonieuze familie. Uit het vorenstaande blijkt wel dat Hans de Koninklijke onderscheiding meer dan verdiend heeft, hoewel hij er zelf bescheiden onder blijft. Volgens hem zijn er genoeg mensen die er meer voor in aanmerking komen. Hans, bedankt voor dit interview en nog vele genoeglijke jaren gewenst met Liny, de familie en je boeiende hobby’s.

Foto: Peter Ligterink

23


de panne

gastenBoek

April 2013 Steeds meer leer ik beseffen in wat voor verschrikkelijke tijd mijn ouders hebben geleefd. Op 5 juni 1941 trouwden zij in Rotterdam, waar rond om het gemeentehuis een stad in puin lag. Vader moest voor dwangarbeid naar Duitsland, maar keerde gelukkig nog terug. Anders had ik dit nooit kunnen optekenen. Rotterdam, R.H.

2 mei 2013 Het was een buitengewone bijeenkomst ter gelegenheid van de herdenking van mijn onderduikperiode in Lintelo en De Heurne gedurende de jaren van april 1943 tot april 1945, bij de Kleine Fukkert, de Nieuwe Roesse en De Kievit. The ‘facts of live’ heb ik hier geleerd. Jan Klinkenberg-Ivy Philips

15 mei 2013 Wat een verschrikkelijk leuk en boeiend museum hebben jullie hier in Aalten. En heel �ijn dat het ook toegankelijk is voor ouderen. Veel bezoekers toegewenst de komende jaren dan blijft de geschiedenis levend. J. K.

30 mei 2013 Zeer interessant. Ik kom beslist terug. Erg mooi museum en kraakhelder! C.L.

24


expositie ‘Gemerkt 2013’ Er is massaal gereageerd op de oproep merklappen in te leveren voor de expositie ‘Gemerkt 2013’ in ons museum. Meer dan 150 stuks werden aangeboden.

Die interesse werd nog een keer benadrukt toen tijdens de opening op 24 mei jl. langzaam maar zeker de gehele ruimte in de ‘Freriksschure’ volstroomde met belangstellenden. Toen Gerda Brethouwer tijdens haar openingswoord vroeg wie van de aanwezigen een merklap hadden

ingeleverd, gingen heel wat handen de lucht in. Na een klein muzikaal intermezzo door Lothar Meinen op de harp, vertelde Afke Wullink uit Heerde, voorzitter van de landelijke Vereniging Liefhebbers Merklappen ‘Merkwaardig’, enthousiast over de lange traditie en achtergronden van merklappen. Vooral voor de aanwezigen die ‘nooit wat gehad hebben met merklappen’, ging er een wereld open. De techniek, de manier van inlijsten, de betekenissen van de symbolen en de verhalen achter de merklappen, waren boeiend. Maar ook de geschiedenis van de rode schoollapjes kwam aan de orde. De naam van het rode schoollapje is ontleend aan de ingeweven rode rand rondom dit lapje. Vanaf eind 1800 tot ongeveer 1950 was het borduren van een rood schoollapje een verplicht onderdeel van het handwerkonderwijs op de basisschool. Om de jeugd opnieuw enthousiast te krijgen voor het handwerken, heeft haar vereniging speciaal voor hun 25-jarig lustrum, een wedstrijd uitgeschreven om van deze rode schoollapjes de langste merklap ter wereld te maken. Inmiddels

25


heeft haar vereniging er al een heel aantal binnen en Afke had ze bij zich en liet ze vol trots aan ons zien. Tot slot opende Afke de tentoonstelling door het borduren van de eerste paar steekjes op de Samenmaakmerklap die mede door bezoekers in de periode van deze expositie uit kan groeien tot een prachtig kunstwerk! Voor uitleg en meer informatie is bij de balie het boekje ‘Gemerkt 2013’, letterdoeken met een verhaal, te verkrijgen voor twee euro. Het boekje is geschreven door Gerhard te Voortwis en Gerda Brethouwer en naast in het kort de geschiedenis van de merklap, staat het vol met prachtige, ontroerende, humoristische achtergrondverhalen, zoals bijvoorbeeld over de merklap die in 1929 gemaakt werd door Hanna Bussink, negen jaar oud. In 1933 brandt de boerderij waar zij woont, grotendeels af en de lap

26

is spoorloos. In rook opgegaan? Wanneer zestig jaar later de boerderij wordt verbouwd, komt de merklap weer boven water en wordt aan Hanna teruggegeven. Hanna heeft de merklap gewassen, ingelijst en aan de muur gehangen. Na haar overlijden is de merklap terechtgekomen bij haar kleindochter Anneke in Tiel. Of het trieste verhaal over een achtjarig meisje dat haar merklap nooit heeft kunnen afmaken, omdat zij ziek werd en overleed. De merklap is door een ander afgemaakt, maar zij gebruikte daarvoor alleen zwart borduurgaren. De tentoonstelling bevat ook veel merklappen uit de eigen collectie is door alle gebouwen verspreid. Samen met de aangeboden merklappen wordt een bezoek aan het museum een spannende reis door de geschiedenis en de (eu)regio. En natuurlijk zijn er aanvullende activiteiten:


de panne

‘Samenmaak’ merklap GEMERKT 2013 Ter gelegenheid van de expositie kan men zelf ook aan de slag en een lapje borduren en inleveren. De lapjes worden samengevoegd tot de GEMERKT 2013 die uiteindelijk in de collectie van het museum wordt opgenomen.

Achterhoekse theevisite in Dorpsboerderij. Tijdens de expositie wordt er drie keer een Achterhoekse theevisite georganiseerd. Men krijgt dan naast lekkernijen, een lezing over de geschiedenis van de merklappen en een rondleiding door het museum. De theevisites vinden plaats van 14-17 uur op de laatste zondag van de zomermaanden: 30 juni, 28 juli en 25 augustus. Reserveren kan tot twee dagen van te voren (maximaal 30 personen, vol is vol!) Kosten € 15,00 per persoon.

Hebbedingen in Museumstreekwinkel Men kan in de Museumstreekwinkel terecht voor bijzondere patronen en ‘hebbedingen’, zoals producten van de Vereniging MERKWAARDIG en van Voortborduren.

27


de panne EXPOSiTIE Harmen Brethouwer, Dorpstraat, abstract 21 september 2013 t/m 14 februari 2014 Art Aalten Harmen Brethouwer werkt op de grens van autonome en toegepaste kunst. Van abstractie en realisme. Van high art/kunst tot volkskunst. Van exotisch tot folklore. Van heel ver weg dus en tegelijkertijd zeer nabij. Aalten. Harmen Brethouwer verdiept zich met de precisie van een wetenschapper in – vaak oude – handwerktechnieken en materialen. Hij refereert aan werken uit de kunstgeschiedenis, combineert die soms met een exotische beeldtaal en legt zich tegelijkertijd toe op vergeten ambachten en de daarbij behorende, zeer intensieve materiaalbewerking en detaillering. Als het nodig is huurt hij de beste vaklui in om iets voor elkaar te krijgen. De kunstenaar gebruikt al meer dan twintig jaar twee basale vormen: de conische vorm (kegel) en het vierkante paneel. Hij kiest voor thema’s en series waarin zowel het ambachtelijke als het autonome samenkomen. Hij schept daarmee nieuwe beelden. Het gaat er dan niet meer om dat we ons afvragen naar welke kant de wijzer uitslaat. Zonder al te veel woorden is het stilzwijgend duidelijk: oud en nieuw hebben hier oorspronkelijkheid en schoonheid tot gevolg. Zijn werk is vertegenwoordigd in grote musea in het land zoals het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem, Boijmans van Beuningen in Rotterdam en Centraal Museum in Utrecht. Het is bijzonder dat wij het nu in Aalten kunnen presenteren. Harmen Brethouwer is in 1960 geboren in de Prinsenstraat in Aalten en heeft pal achter ons museum een deel van zijn jeugd doorgebracht. Soms zijn de thema’s van zijn werk te herleiden tot herinneringen aan Aalten en de Achterhoek. Dat geldt heel direct voor de reeks bronzen kegels waar hij al vanaf 2005 aan werkt. Deze kegels laat hij door de beroemde klokkengieterij Koninklijke Eijsbouts vervaardigen, patineren en stemmen. Het zijn beelden die kunnen klinken als een klok! Volgens de kunstenaar zijn de kerkklokken van Aalten de inspiratiebron geweest voor deze werken. Voor het beeld ‘Cis, grote sext’ is zelfs een muziekstuk geschreven door de Rotterdamse componist Oscar van Dillen. En ook de reeks ‘vakwerk’ panelen zijn een abstracte vertaling van een archetypisch dorpsbeeld. Komt en ziet of u die sfeer ook herkent en verliest u zich in dit werk! Voor meer informatie zie de website: www.harmenbrethouwer.nl. De expositie sluit aan bij Septemberkunst van Art Aalten. Tijdens de openingstijden (21/22 en 28/29 september) is de expositie dan ook gratis toegankelijk met passe-partout van Art Aalten. 28


de panne

29


de panne

VRIENDENGROEP in de klompenklas Het is al een jarenlange traditie van een vriendengroep uit het in het Westland gelegen ’s Gravenzande om in de week na Pinksteren met z’n allen ergens in ons land te gaan fietsen. Zo werd er in de afgelopen jaren al gefietst in Noord-Holland, Drenthe, Noord-Brabant en Groningen. Dit jaar was de keus gevallen op de Achterhoek met als basis een vakantieboerderij in Miste. Jammer genoeg was het weer in de bewuste week niet zodanig dat er volop gefietst kon worden. Dus wat doe je dan. Je kijkt welke andere mogelijkheden er zijn en toen viel de keus ook op een bezoek aan de Aaltense Musea. En zo kon het gebeuren dat op 23 mei op enig moment er gezang opklonk vanuit de bankjes van het klompenklasje. De geschreven tekst op het schoolbord: “In ’t groene dal, in ’t stille dal“ werd door het gezelschap uit volle borst ten gehore gebracht. Een van onze baliemedewerkers maakte bijgaande foto waarop Ada, Anneke, Joke, Nel, Tineke, Toos, Arie-Peter, Bas, Dick, Jan en Wim herinneringen ophalen aan hun schooltijd.

30


de panne

column door gerhard te voortwis De grenzen van de kosmopoliet. Aalten ...? He?.. Waar? Ooh, in de Achterhoek… Twente dus. Nou nou, dat is ook niet dichtbij. Hoe lang doe je er wel niet over? Dergelijke teksten hoor ik vaak. U vast ook. Voor Amsterdammers is de Achterhoek een stúk verder weg dan Amsterdam voor Achterhoekers. In één dag op en neer, nou, dat is bijna niet te doen, want het is immers aan de andere kant van het land. Zelfs voor vriendin met snelle sportwagen lijkt de afstand maar niét te overbruggen. Vrienden fantaseren en maken plannen voordat ze bij mij op bezoek te komen: “oh ja leuk, dan gaan we dat en dat doen, en daarna zus… en dan zo…. Het lijkt bijna een vakantie naar het buitenland. Vijf keer per jaar gaan ze naar het buitenland op vakantie, staan dagelijks voortdurend in de file; zijn altijd Randstedelijk onderweg alsof het niks is; maar de Achterhoek? Dat is die andere wereld.

jongelui, jaar of 17, 16 denk ik. 3 Meisjes en 5 jongens, gewoon gezellig lawaaiig. Ze praten over van alles en nog wat. Blijkbaar zijn ze een dagje naar de koopzondag in Arnhem geweest. Autochtonen uit

Zit ik in de trein van Arnhem naar Winterswijk. Naast mij zit een groepje

31


de panne Winterswijk, zo te zien en te horen. “Waar zijn we nu? Hoe lang duurt het nog? .. Oh, zijn we nu in Doetinchem?” “Welke stations zitten er nog vóór Winterswijk dan? Didam nog he ?!” Het meisje heeft duidelijk weinig idee. “Oh, zijn we daar al langs gekomen?” Een ander meisje weet dat ook Zevenaar nog voor Winterswijk komt. Vijf van de acht zijn lichtelijk verbaasd dat we die plaatsen al lang gepasseerd zijn. ”Oh ja? Goh...” We sjezen namelijk bijna Gaanderen Maar het gaat nog door: “Welke plaatsen komen er nog wel dan?” Het antwoord van steeds dezelfde jongen luidt: “Nou, Varsseveld, eh… Terborg ... en dan stokt het. Meisje 1 vult aarzelend aan: “WinterswijkWest ook toch,… ja, vast en zeker“, zo weet ze . Zegt een slimmerik stellig…”Neéé, Winterswijk-West zijn we vanochtend echt niet langs gekomen hoor”. Entriomfantelijk klinkt ze: “We zijn toch niet langs je huis gekomen?” Zegt betrokken meisje zonder blikken of blozen: “Oh ja, is dat zo?…. Ja, goh, ja “…... Zegt een ander: “Langs Winterswijk-West (het lijntje van Winterswijk naar Zutphen) kom je als je naar Utrecht gaat”. Vult een ander aan: “Ook naar Nijmegen , toch?” Zegt de één weer: “Ja, dat klopt, want deze lijn (waar we nu gebruik van maken) gaat alleen maar naar Arnhem“. Van bovenstaande is niks gelogen, geinig hè. Aalten is niet in beeld. Aalten komt even niet voor in het geografische plaatje van deze jongelui. 32

Géén idee blijken deze jongelui dus te hebben wáár wát ligt in hun eigen kleine Achterhoekse regio. En niemand van hen vindt dat ook maar een béétje raar, het is namelijk een doodgewoon gesprek. Zo hoor ik nog dat er twee van hen pas naar Salou (Spanje) en een paar anderen naar Parijs zijn geweest. Heel gewoon, dagelijkse kost. Het gesprek kabbelt verder over de dag van morgen. ”Wat hebben we morgen?… Duits, economie, bakken, verkooptechniek?... Bah, he’k gah gin zin in”. Achterhoekse Aardrijkskunde hebben ze vast niet in het pakket. Wellicht een aansprekende Aalten-in-beeld-app vanuit de Aaltense Musea?


de panne

dialectverhaal Door THEA ONNINK-STRONKS BEWAREN Iederene van ons mot wal ’s oprumen. Kiezen tussen wat weg kan en wat bewaard mot worden. Dan kump de vraoge naor bovven: weurumme bewaar i’j ’t ene en kan ’t andere weg? Dat hef bi’jnao altied te maken met ’t verhaal der achter.

“Waarden vormt ons fundament. De grond waarop wij staan; de basis waarop wij ons levenshuis bouwen”, zeg de benedictijner monnik Anselm Grün. Opni’j ne bevestiging ho belangriek waarden in ons laeven bunt.

Denkend ovver ’t woord bewaren bedacht ik mien dat daor ok ’t woord waarde in zit, wat ok dierbaor betekent. En daor kan ik ’t met eens waen. Völle olde dingen bunt ons dierbaor eworden en deurumme gooie wi’j ze neet weg. Ze vertegenwoordigt ne waarde dee neet in geld is uut te drukken. Dat bunt neet allene maor tastbaore dinge, want ok in ons heufd beware wi’j onnoemlijk völle. Herinneringen dee waardevol bunt eworden, maor ok gedachten dee-j waarden zollen können neumen. Ontstaone deur wa-j met hebt ekreggen van de olders, maor ok ontstaone deur eigen ervaringen in ’t laeven, daor bu-j ovver an ’t denken ewest en regelmaotig kristallisaert zich daor iets uut dat waarde veur ow blif hollen. Tesamen vormt ze vake de basis waorop i’j owwe keuzes maakt en een gedeelte van dee waarden gef i’j weer deur an ow eigen kinderen.

I’j markt wal: oprumen kan tut völle gedachtenspinsels leiden. Een waardevol ding bi’j mien is bi’jveurbeeld een heel klein verknoffelt en verkreukelt engeltjen, dat elk jaor bi’j ons in

33


de panne de karstboom henk. Der is niks meer an. ’t Hef nog maor één vlöggeltjen en ’t gazen jurkjen henk helemaol los. ’t Mooie blonde engelenhaor is foetsie en een kaal knikkertjen henk wat scheef op ’t fiene neksken. “Za-k dén weggooien?”, vroog miene oldste zönne ne kaere toen hee de karstboom an ‘t optugen was. Ik kekke op en zag dat hee dát engeltjen in de hand had. “Dat heb i’j nog op de kleuterschole emaakt. Wet i’j neet meer ho trots i’j der op waren? Nae, dén mo-j neet weggooien, dén héurt in de karstboom”, zei ik. Miene zönne kek mien an en kek toen peinzend naor dat engeltjen. An zien gezichte kon-k zeen dat e weer effen terugge was in de kleuterklasse van juffrouw Lenie en zichzelf zag prutsen an dat kleine fiene engeltjen. Toen ik later kekke, zag ik dat e ’t engeltjen bovven in de karstboom had ehangen. Ok veur um had dat engeltjen waarde ekreggen, deurdat ik um effen ’t moment had laoten herinneren waorop hee dat emaakt had. Veur ons hef ‘t völle meer waarde dan de mooisten piek uut de winkel. ’t Is ons dierbaor. Zo bewaart ieder mense op zien eigen wieze zien verleden. An de eerste schooldag, de eerste liefde of de geboorte van de kindere. Wanneer mensen ovver hun goede herinneringen praot wordt ’t gezichte zachte, in de ogen kö-j bi’jnao ’t geveul aflaezen wat dee herinnering bi’j hun naor bovven brech. Mooi vin ik dat, dee zachte kante te zeen in

34

mensen dee soms, op een ander moment, zo zakelijk of hard könt waen. Maor dan opens, deur ne herinnering, kump dee zachtheid in hun ogen. En a-j dan luustert naor al dee kleine, grote, leuke en verdretige herinneringen, dan greujt der veur owwe ogen een uniek mense, in al ziene complexiteit, kleur en afwisseling. Möch i’j zomaor in ’t binnenste kieken en löt iemand zich an ow zeen. Dat alles tesamen löt um waen wee ’t e is. Uniek. Véur um is der nooit iemand ewest as hee en nao um zal der ok nooit meer iemand kommen as um. Een gedachte dee mien raken kan. Bi’j elke geboorte start ’t laeven van een uniek mense! Een wonder. Een laevenlang gaot dee herinneringen met ons met. Wat wonderlijk mooi dat ons geheugen dat kan. I’j hoeft maor één woord te zeggen, zoas bi’jveurbeeld “moder” en een scala an beelden en geveulens trök an owwe ogen veurbi’j en i’j wet precies de waarde. Soms denk ik wal ’s dat ons geheugen eigenlijk te vergelieken is met een museum. In dit museum bu-j zelf de baas. I’j allene könt de mensen daor rondleiden. I’j hebt alle gegevens. Kost gin entree, alleen maor interesse in de ander, in mekare en ik verzeker ow da-j dan een waardevol moment hebt.


de panne

Agenda 25 mei t/m 15 september 2013

Expositie “Gemerkt“ Merklappen met een verhaal 30 juni, 28 juli, 25 augustus (14-17 uur) Achterhoekse Theevisite 14 en 15 september

Open Monumentendagen Thema: Macht en pracht 21, 22, 28 en 29 september 2013

Septemberkunst 21 september 2013 t/m 16 februari 2014

Expositie met werk van oud-Aaltenaar Harmen Brethouwer, Dorpstraat, abstract. 19 oktober 2013

Gelderse museumdag

O p e n i n g s t i j d e n A a lt e n s e M u s e a e n VVV Mei t/m september: dinsdag t/m zaterdag 10 - 17 uur zondag Museum 13 - 17 uur

Oktober t/m april: dinsdag t/m vrijdag 10 - 17 uur zaterdag 13 - 17 uur zondag Museum 13 - 17 uur

Museum gesloten op maandag - VVV gesloten op zondag en maandag Feestdagen: (zie: www.aaltensemusea.nl)

35


de panne

www.blekkinkmakelaardij.nl

Meerdink JUWELIER

AALTEN

haartsestr. 2 0543-472622 www.meerdinkjuwelier.nl

36


de panne

Auto voordelig verzekeren?

Ten geleide

- SINDS 1974 -

www.owmachterhoek.nl Aalten tel.: (0543) 47 27 88 Dinxperlo tel.: (0315) 65 37 09 Eibergen tel.: (0545) 29 24 57 info@owmachterhoek.nl

In Ăşw voordeel

Novel Groep ZW 11-20041.pdf

29-8-2006

12:19:48

novel groep 1-6_adv 18-06-2003 18:37c&n Pagina 1

C

M

Y

CM

MY

Broekstraat 34 Postbus 195, 7120 AD Aalten Tel. (0543) 497 575 Fax (0543) 497 579

Roelvinkstraat 1 7101 GN Winterswijk Tel. (0543) 547 575 Fax (0543) 547 579

CY

CMY

K

Email:info@novel.nl Tevens vestigingen in: Haaksbergen - Bocholt (D)

Aaltense Musea, een bezoek meer dan waard!


De panne 2013 07  

http://www.aaltensemusea.nl/images/stories/pdf_files/De-Panne-2013-07.pdf

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you