Issuu on Google+

a a lt e n s e M u s e a

nr 2 * juni * 2012

de panne


colofon Aaltense Musea • Markt 12 Euregionaal museum voor de vrijheid • Aaltens Historisch museum (AHM) Post- en bezoekadres Markt 14 - 7121 CS Aalten Telefoon 0543 - 471797 - Fax 0543 - 471681 E-mail adres: info@aaltensemusea.nl Website: www.aaltensemusea.nl Website: www.markt12.nl Postgirorekening: 43.60.025 Bankrekening: 3105.03.779 (Rabobank) KVK 40120837

in deze uitgave Ten geleide - Gerda Brethouwer Organisatie Een museum icoon neemt afscheid VVV Educatie Expositie Markt 12 Wat is dat dan Column - Gerard te Voortwis Gastenboek Museumweekend Dialektverhalen Agenda en openingstijden

1 6 11 14 16 17 25 29 30 32 33 36 39

Redactieraad Miep Geesink-Wisselink, Ab Hoefman Adri Hogewoning, Henk Lensink Erik Nijman, Thea Onnink-Stronks Columnist: Gerhard te Voortwis Striptekenaar: Ronald Peet Opmaak: LammersDtp.nl, Aalten De Panne verschijnt driemaal per jaar (ISSN 1384-7198) Openingstijden Zie pagina 39 Bestuur Ton de Vries, voorzitter Ria Theissen, secretaris André Heersink, penningmeester Gerrit Doornink, Ada Gussinklo, Artje Klop, Herman Onnink, Jon Temming, Yvonne Wikkerink Directeur Gerda Brethouwer

32e jaargang nummer 2 - juni 2012

Stichting Vrienden Wilma Winkelhorst-van Engeldorp Gastelaars, voorzitter Anjo van Houten, secretaris Rob Nieman, penningmeester Gerrit Doornink, Geb Garretsen, Carla Kole-Vredebregt

Omslagfoto De voorbereidingen zijn in volle gang, er staan nog maar enkele paspoppen te wachten om gekleed te worden voor de tentoonstelling Knap Goed!

Lidmaatschap De contributie voor het lidmaatschap van de  Vereniging Aaltense Musea bedraagt ­ minimaal € 15,- per kalenderjaar.


de panne

Ten geleide Alles komt voortdurend bij elkaar. De kracht en de macht van de nuance. Duidelijk is dat velen de 4e mei vanuit heel diverse uitgangs­ punten herdenken en beleven. Ook dit jaar was er volop sprake van te veel aan nuance; maar ook zagen we te weinig aan nuance in de eerste dagen van mei. Opvallend is dat het nog steeds heel veel emoties losmaakt. Een breed palet van naar buiten tredende en van verhuld blijvende emoties en gedachten en belangen. Het onderwerp leeft, dat is duidelijk. Heftigheid is dan ook niet verkeerd. Op 4 mei van elk jaar worden twee minuten stilte in acht genomen om Nederlandse oorlogsslachtoffers te herdenken. Officieel gezegd: Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken wij iedereen - burgers en militairen - die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties of bij vredesoperaties. Nog niet zo lang geleden is toegevoegd aan de herdenking dat ook veteranen worden herdacht. Kort na de oorlog was dit nog niet zo. De herdenking is in de loop der jaren steeds uitgebreider geworden. Soms gaan gemeenten in hun ijverige toekomstgerichtheid te ver waardoor velen zich gekwetst voelen. In Aalten is het verstild als vanouds en kwamen wij bij elkaar, denkend aan hen die slachtoffer waren, zijn of worden. Hoe maken wij keuzes, wat kunnen wij betekenen. Gedachten die elkaar afwisselen in deze tijd van geweld om vrijheid op de TV.

In het museum is een werkgroep bezig met de kamer die nu nog ‘tienerkamer’ heet maar weldra zal worden omgedoopt tot Kamer van de Vrede of de Kamer van nu. Het gaat er om dat wij niet vergeten zodat wij samen verder kunnen gaan. Dat samen blijft maar lastig. We hebben behoefte aan duidelijkheid maar zwart-wit denken hoort daar niet bij. Dat geeft een schijnduidelijkheid, en is uiteindelijk ook nog eens gevaarlijk. Als we zelf gaan nadenken ontdekken we dat er een ruimte komt. Die kan ook zekerheid bieden. Kent u de film Dekalog van Krzysztof Kieślowski? Een briljant veelluik over de tien geboden, waarmee Kieslowski aan zo ongeveer alles wat menselijk is, raakt. Het toont ons de keerzijde van onze zekerheden. Er is moed voor nodig om continu de dingen te bevragen vanuit het leven zelf. Iedere dag weer, verder gaan vanuit de overtuigen dat vrijheid en vrede heel klein beginnen, bij jezelf.

1


de panne Mijn oom die me onlangs vertelde dat hij aan het einde van de oorlog, op weg naar Aalten werd aangehouden door een Duitse soldaat die hem toebeet “Du bist ein Judenjung”. De fiets werd ingenomen en op basis van uiterlijke kenmerken werd hij aan zijn oor meegesleurd naar de kelder van het gemeentehuis waar hij werd opgesloten. Het waren de angstigste uren van zijn leven totdat zijn vader hem weer op kwam halen. Hij was gered, hij wel. Later was hij getuige dat in de verte de geallieerden vluchtende Duitsers afschoten. Het was bijna spannend maar soms waren het de verkeerden.... Zo maar verhalen uit het leven van iemand die er nu nog steeds door wordt geraakt. Groot van impact kunnen ze zijn op een leven of het leven van vele anderen. Heel dubbel ook zijn de gevoelens bij de tentoonstelling Calmeijer. Beschikken over leven en dood, goed en fout, orders opvolgen of deze juist -stiekem of openlijkondermijnen. Aalten heeft bijzondere mensen gekend, die hun leven hebben gegeven voor de vrijheid van anderen. Oom Jan Wikkerink en tante Miep bijvoorbeeld. Wij vertellen hun verhalen. Zojuist is bekend geworden dat Hendrik en Aleida Wiggers(Meijnen) een Yad Vashem erkenning ‘Righteous Among the Nations’ ontvangen. Opdat we niet vergeten, voor hun hulp aan joodse burgers en met gevaar voor eigen leven. Daarom blijven we doorgaan met het vastleggen van de oorlogservaringen en levensverhalen van mensen. Ze komen nog steeds binnen en blijven ons ontroeren. Ze bieden voortdurend nieuwe aanvullingen

2

en invalshoeken, andere nuances van hetzelfde verhaal; steeds weer anders verteld, beleefd, ervaren en herinnerd. Zomaar uit een interview: “ Zo zat ik, in die laatste weken van de oorlog, ’s avonds eerst bij de soldaat van de Wehrmacht op schoot, en later boven bij de joodse onderduikers. En kort daarna werd ik hard hollend aan de hand van de Tommy naar huis gebracht, een héél aardige Tommy. Guitig lachend: ”Nou, dat wou ik wel vaker, zo hard met ‘m lopen”... “ Ja, al met al maakt dat wel indruk op je als kind, ja”. Voor het provinciaal project Gelegerd in Gelderland, gaan we op een bijzondere manier in op vernuftig hergebruik van materialen voor het maken van kleding in de oorlog. Mevrouw Bulsink-Wikkerink, dochter van ‘ome Jan’’ bezocht ons met haar dochters om enige zaken uit de tweede wereldoorlog aan te bieden. Zij kwamen oude verhalen tegen over het in veiligheid brengen van piloot, Roy Kay, die in de nacht van 16 op 17 juni 1944 werd neergeschoten bij Aalten (het betrof een Lancaster bommenwerper) en als enige overlevende in veiligheid werd gebracht door de familie Wikkerink. De gemeente heeft nu een zandpad in de omgeving tot ‘Droppingweg’ benoemd. Maar wat gebeurde er met de parachutes? Eentje hangt er in ons museum. De ander was door de familie Wikkerink verstopt en uiteindelijk omgevormd tot kleding. Wat een bijzondere schenking hebben wij gekregen van mevrouw Bulsink-Wikkerink. Haar trouwjurk van parachutestof kunnen we bewonderen op de foto (blz. 26).


de panne

Hij was prachtig maar is er niet meer, of toch? Daarna werd deze weer vermaakt tot doopjurkje en wiegekleed. Op tijd en een enorme aanwinst in het kader van de tentoonstelling ‘Knap Goed’ die op 14 juli geopend wordt. Het verhaal achter de lap stof, ook dat verhaal wordt steeds completer. Opvallend is die enorme energie om te maken en te vermaken. Weer een vooroordeel weghalend. Dat we hier in het verleden allemaal op klompen en in klederdracht liepen bijvoorbeeld. Komt u vooral ook kijken naar de tentoonstelling, dan zal blijken dat dat beeld stevig moet worden bijgesteld. Wij denken zelfs aarzelend dat we kunnen spreken van een eigen ‘Achterhoekse stijl’ met onze mode, onze eigen textiel en accessoires van hoorn.

Over het maken van kleding gaat het vooral ook, de aandacht en kwaliteit van het goeie goed, het oog voor het detail. Nou, als we goed opletten gebeurt er nu ook nog heel wat creatiefs met (het hergebruik van) oude materialen: prachtige sieraden van knopen, tassen van borduurlappen, leerlingen van Schaersvoorde die kleding ‘pimpen’ met een knipoog naar het verleden. In aansluiting met de expositie geven deze aan dat de geschiedenis een mooie inspiratiebron is die veel nieuwe zaken kan opleveren. We zijn druk bezig ervaringen op te tekenen van de mensen die in en rond de hoornindustrie gewerkt hebben, er is

3


de panne nu een werkgroep opgericht met onder­ meer nazaten van stamvader Gerrit Jan te Gussinklo die een route gaan maken en verder onderzoek gaan doen naar de verhalen, plekken en sporen. Naast een hoornroute, willen wij een textielroute maken. Wij denken dat het ook heel interessant is om een onderduikroute te maken, je ziet er niets meer van maar met de nieuwe middelen kan je zo de oude geschiedenis over deze tijd heen projecteren en aflezen. Zouden er trouwens nog onderduikplaatsen bewaard zijn in de Achterhoek, of elementen daarvan? Graag ontvangen wij materiaal om dat bijeen te brengen en weer een plek te geven. In de eigen collectie, of de collectie Gelderland, in de permanente tentoonstelling of in tijdelijke presentaties. Zo hadden wij een discussieavond over de echtheid van de Achterhoek, onze streekidentiteit en ons dialect, onze taal. Het blijkt dat wij heel ver terug kunnen gaan als groep en dat onze taal het Nedersaksisch ouder is dan het Nederlands. Als er iets aan verandering onderhevig is en tegelijk zo kleurrijk is, is taal dat wel. Taal verandert voortdurend. Het Nedersaksisch ook…We hoeven niet kost wat kost iets te willen bewaren, maar weggooien hoeft nou ook weer niet. Dat komt volgens Henk Harmsen (dé deskundige als het gaat om de identiteit van de Achterhoek) omdat wij een aantal eigenschappen hebben waardoor we ons wat (te) bescheiden opstellen. Wij spraken er over op de laatste warme avond in mei.

4

Maar het vuur van de discussie kwam vooral door de emoties omdat ook dat deel van ons verleden ons raakt. De constatering was dat er meer is dan alleen economische groei of crisis dat ons bindt. We moeten er zelf ook fier op zijn om het levend te houden. Wat mij direct alweer met de neus op de feiten drukt dat ik het lastig kan lezen laat staan schrijven “a-j ’t könt praoten mo-j ‘t neet laoten”. Anders dan de Friezen die zich als groep manifesteren en vooral hun eigenheid uitdragen, verstoppen we dat hier, toch wat bedeesd. De vraag of het erg is dat ons dialect, nee… onze taal, verdwijnt werd unaniem met ‘ja’ beantwoord. Niet om nostalgisch terug te verlangen, maar om te begrijpen dat je deel uit maakt van een cultuur waarin je elkaar begrijpt en samenleeft. Je geschiedenis begrijpen heeft te maken met kennis over het verleden. Je kan pas verder als je weet waar je vandaan komt. Daarmee kunnen hardnekkige vooroor­ delen worden overwonnen. “Jao jao”….Écht Achterhoek. Een kleurrijk logo voor een kleurrijke en interessante omgeving. Dat de Achterhoek kleurrijk is en divers dat is zeker; zeker voor degene die de nuances van het landschap en de geschiedenis ervan, van de mensen, van de kernen, van onze taal (met zijn lokale varianten en nuances), kent; die de regionale en lokale agrarische, politieke en sociale geschiedenis, waaronder die van de diversiteit in geloofsrichtingen kent en wil kennen. Maar het is, zoals zo vaak, maar net hoe het oog van de betrachter is. We moeten het beter en meer uitdragen zodat


de panne we er ook meer aan kunnen hebben. Zoals u verderop kunt lezen doen we dat volop bij de VVV die in feite al weer hard op weg is veel meer te zijn dan een agentschap met al die speciaal door ons gemaakte arrangementen (het Aaltens zomer fietsarrangement is beslist een aanrader). Ons assortiment verkoopproducten groeit gestaag met nieuwe ansichtkaarten, T-shirts, tasjes etc. Het aanbod proberen we cultureel aantrekkelijk te maken. Met een lijntje naar het verleden maar heel

eigentijds. Volop maken we gebruik van ons lokale potentieel aan creatief vermogen. Daarmee sluiten we weer mooi aan op onze traditie van het verleden en gaan geladen en wel een kleurrijke zomer tegemoet.

5


de panne

o r g a n i s at i e Lintje voor Truus Boland en Henk Lensink Van twee kanten werd ik benaderd om iemand met een smoes naar het gemeentehuis te lokken voor een koninklijke onderscheiding. Het was mij een groot genoegen dat het deze mensen betrof die zich beiden ook zo inzetten voor de Aaltense Musea. Truus Boland en Henk Lensink, ik ken hen beiden als heel loyaal, op de achtergrond maar doorzetters en positieve bouwers.

6


de panne Nog voordat ik goed en wel hier woonde had Truus mij al wegwijs gemaakt, en dat heel subtiel. Ze is een ras verbinder: “ooh ik zal die en die wel even bellen hoor, ik ken wel iemand die dat kan, ik geef je het nummer nog door, kijk hier een foldertje, je moet daar beslist gaan kijken”. Truus verbindt Aalten met Dinxperlo en dat is al helemaal geen gemakkelijke kwestie. Al jaren zet ze zich als lid van de expositiegroep van de Aaltense Musea in voor kwaliteit van de tentoonstellingen. Maar ook in de Commissie Cultureel Erfgoed van de gemeente, of in de werkgroep Art Aalten, of in de werkgroep Heilige Huisjes en vooral voor het reilen en zeilen van het kleinste kerkje van Nederland De Rietstap in Dinxperlo staat ze altijd klaar. Daarnaast werkt ze wekelijks als vrijwilliger in de zorg. Bij de uitreiking zag ik het, haar kleinkinderen zijn trots op hun oma en met recht! Fijn dat de vereniging Bewaar ‘t Olde het initiatief heeft genomen voor haar onderscheiding.

moet schakelt hij een ander er dan wel bij in. Als Henk er bij betrokken is weet je: “het komt goed”. Dat hij zich niet alleen inzet voor het museum was wel bekend, ook de muziek heeft zijn hart, dat werd duidelijk door de lange lijst van belangenloze diensten die door de burgemeester werd voorgelezen. Henk vond het zichtbaar ongemakkelijk maar het is zeker niet voor niets dat hij er stond. Ik vroeg hen beiden terloops met mij mee te gaan voor een overleg bij de gemeente over een tentoonstelling gemeentewapens. Eigenlijk best een goed plan, zeker na het materiaal dat Truus op weg naar het gemeentehuis gaf. Wat een verrassing was het dat het wapen koninklijk was en als lintje bij hen zelf terecht kwam. Ze hebben het beiden zeer verdiend. Alle hulde voor deze bijzondere mensen. We zijn trots op hen! Gerda Brethouwer

Ook Henk klopt zich niet op de borst en werkt het liefst achter de schermen. Als Truus het gaspedaal en de smeerolie is dan is Henk de motor. Heel steady en relaxed zit hij zo’n beetje in alle werkgroepen van het museum, maar laat zich mooi niet gek maken. Af en toe spreekt hij iemand ernstig toe maar meestal heeft hij zichtbaar plezier in de creativiteit van medewerkgroepleden. Samen wat van de grond krijgen vind hij ‘machtig mooi’. Dat dat samen vaak op zijn schouders neerkomt deert hem niet. Als het

7


de panne

Artje Klop STELT ZICH VOOR

jaar geworden, nog geen verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd tot 67 jaar, dus dat moest kunnen. Veel meer vrije tijd in het verschiet, maar voor ik me er echt in verdiept had hoe ik die in wilde vullen, hoorde ik dat er voor het VVV-agentschap/Aaltense Musea balie­ medewerksters op vrijwillige basis gezocht werden. Gezien mijn achtergrond in het toerisme leek me dat op het lijf geschreven. Ik nam contact op, werd aangenomen en begon op 1 april vorig jaar als volledig groentje op VVV-gebied. In het afgelopen jaar heb ik mijn plaats binnen de VVV helemaal gevonden en sinds 1 maart j.l. ben ik coördinator. Toen ik uitgenodigd werd om plaats te nemen in het bestuur, met als speciaal speerpunt het VVV agentschap, was dat een logische volgende stap om te nemen en op de ledenvergadering van 23 april j.l. is mijn benoeming dan ook bevestigd. Eind 2010 besloot ik dat niet alleen de tijd gekomen was om mijn functie als BABS (buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand) neer te leggen en mijn toga aan de wilgen te hangen, maar ook dat ik niet te lang wilde wachten om daar mijn reisleidstersjasje naast te hangen. Ik was uiteindelijk 65

8

Door het hele land worden VVV’s gesloten en de betaalde krachten ontslagen omdat gemeentes de subsidiekraan steeds verder dicht draaien. Er zou steeds minder behoefte zijn aan een dergelijke instelling, omdat het publiek de benodigde toeristische informatie hoofdzakelijk van het internet zou halen. Ongetwijfeld


de panne speelt het internet, wat betreft informatie verstrekking op allerlei gebied, een steeds belangrijkere rol, maar onze ervaring is dat men het persoonlijke contact nog steeds erg op prijs stelt. Aaltenaren en toeristen weten ons te vinden en geven duidelijk de voorkeur aan een vriendelijk gezicht en persoonlijke aandacht. Geen geld voor betaalde krachten maar, net als bij het Museum, draait het VVVagentschap toch op volle toeren omdat een aantal betrokken mensen er belangeloos hun schouders onder zetten om er een succes van te maken. Zo bewaren wij ons erfgoed, de Aaltense Musea door het verleden op een eigentijdse manier levend

te houden voor de huidige generatie en de VVV door het publiek daar op een persoonlijke manier op te wijzen en enthousiast voor te maken. En, natuurlijk, om de aandacht te vestigen op al het bijzondere dat onze regio te bieden heeft. De combinatie Aaltense Musea/VVV agent足schap Aalten is volop in beweging door in te spelen op de verwachtingen en behoeften van een snel veranderende wereld en ik vind het heel spannend om daar bij betrokken te zijn.

9


de panne

Schenking

Een poos geleden vond voor de laatste keer de reünie plaats van de eindexamenklas van de Mulo uit 1951. In opdracht van de reüniecommissie werd door Hannie Lammers-Ormel en Hans Ligterink een geldbedrag van € 45,00 overhandigd aan Diny Griffioen van ons museum.

10


de panne

EEN M USEU M ICOON NEE M T AFSC H EID INTERVIEW MET EVERT SMILDA

In de hal van villa Beukenhof zit een jongeman in afwachting van een gesprek met de heer Clemens Driessen, voorzitter van Museum Frerikshuus. Het is 1964 als de secretaris van het museum, de heer B.D. Rots, Evert Smilda vraagt om als bijzitter in het bestuur van het museum plaats te nemen. Maar eerst volgt natuurlijk het sollicitatie-gesprek met de voorzitter in diens deftige huis aan de Hofstraat. En zo gebeurt het dat Evert toetreedt tot de bestuurs-gelederen van het museum dat

naast bovengenoemde personen ook nog bestaat uit het bestuurslid de heer Wijkamp en de heer van Ewijk als penningmeester. De rest is geschiedenis‌thans ook letterlijk, want na 48 jaar stopt Evert met al het werk dat hij voor het museum verrichtte. Dit varieerde in al die jaren van suppoost, bestuurslid, voorzitter, commissielid en bijvoorbeeld vrijwilliger voor het bezorgen van het blad De Panne. In 1964 bestond het museum qua ruimte uit de kamers die nu bekend staan als

11


de panne

Tijdens de ledenvergadering van 23 april jl. werd bij monde van voorzitter Ton de Vries officieel afscheid genomen van Evert.

“klompenklas” en de daarachter gelegen opkamer in het pand Markt 14. De rest werd gebruikt door de familie Vieberink, die de grote benedenzaal gebruikte als danszaal, het keukentje en de bovenverdieping als woonhuis. Voor Evert golden de 19 jaren als voorzitter als mooiste in z’n museumtijd. In die jaren ’70-‘80 waren er jaarlijks zeven à acht exposities. Dat betekende een drukte van belang voor de museumvrijwilligers in die tijd. Een jaarplan dat werd opgesteld bepaalde wat er dat jaar geëxposeerd werd, met ondermeer een kunsttentoonstelling, streekgeschiedenis en een zomerexpositie voor de toeristen. Destijds stond het

12

museum in de top-10 van meest bezochte musea in Gelderland. Een groot succes was een expositie over klompen, ter beschikking gesteld door een verzamelaar uit Overijssel. In 3 dagen tijd telde het mu­ seum 600 bezoekers. Het was zo druk dat vrijwilligers boven- en onderaan de trap de bezoekersstroom moest reguleren. Evert is trots op het huidige museum. Ook het samengaan met de VVV is in zijn ogen een succes. (overigens was dit in de jaren ’70 ook het geval, voordat de VVV verhuisde naar het pand op de hoek van de Markt en Kostersbulte. Vervelen doet Evert zich geen moment. Hij heeft een grote achterstand in het lezen van zijn enorme verzameling boeken. Hij is ook


de panne weer begonnen met het lezen van boeken over de Aaltense (streek-) geschiedenis. Hij doet dit als opfrissing van z’n geheugen. Verder zit Evert bij het Evergreenkoor, de trekzakclub “Ahof” en is hij bezig zelf opgenomen films uit te zoeken en te organiseren. Evert heeft ook al diverse publicaties op zijn naam staan. Bekend is de serie “Aalten in Oude Ansichten” Oorspronkelijk zou de heer Kobes dit boekje produceren, maar hij vroeg of Evert dat voor z’n rekening wilde nemen. Dat heeft Evert gedaan, puttend uit z’n enorme voorraad ansichtkaarten van Aalten en omstreken. De bijbehorende teksten in het boekje werden verzameld uit notulenboeken van “Aaltens Belang”

pensioenjaren te halen als hij 98 wordt !! Tja…en dan nog die 48 jaren inzet voor de Aaltense Musea. Evert, van harte bedankt; voor dit interview maar vooral voor al je werk ten behoeve van het weergeven van de Aaltense Geschiedenis.

En Evert, je weet het: na gedane arbeid is het goed rusten!

Andere boeken waaraan hij heeft meege­werkt zijn o.a. Rondom de Oude St. Helenakerk, Aalten zoals het was zoals het is, Koperslagers uit de Peperstraat, Langs Heilige Huisjes. Evert schrijft nog steeds artikelen en blijft dat voorlopig ook doen als het aan hem ligt. Evert bruist nog van energie. Samen met Tine hoopt hij nog lang van zijn vrije tijd te genieten. Na 40 jaren gewerkt te hebben in het onderwijs hoopt hij 40

13


de panne

VVV Ontwikkelingen binnen de VVV In de Panne van maart 2012 werd al gemeld dat het VVV-team enthousiast bezig is met het oppakken van nieuwe zaken en de ontwikkeling hiervan. We proberen bij deze activiteiten in te spelen op de vragen die regelmatig aan de baliemedewerkers worden gesteld, zowel door de inwoners als door de bezoekers van de gemeente Aalten. Er is dan ook een aantrekkelijk arrangement samengesteld in het kader van ‘Meimaand/ Fietsmaand’. De fietsroute leidt door ons karakteristieke dorp en het omliggende unieke coulissenlandschap: de Aaltenroute. We proberen uiteraard de bijzondere activiteiten en de plaatselijke horeca bij deze arrangementen te betrekken en bij het nu nieuw ontwikkelde arrangement van “meimaand/fietsmaand”, is dit bijzonder goed gelukt. Het arrangement bevat flyers met actiebonnen voor Theetuin Rensink, Wijngoed De Hennepe en de Aaltense Musea, waar men direct al kan starten met een bezoek. De gids “Grenzeloos Genieten”, boordevol ideeën voor andere dagjes uit, completeert het pakket. We hopen dat veel toeristen, maar ook Aaltenaren, hiervan gebruik zullen maken. Andere evenementen in de gemeente Aalten waarbij we dit jaar als VVV aanwezig zullen zijn is o.a. de FAM restantenmarkt op 23 juni om onze zogenaamde “winkeldochters” te lozen en dan natuurlijk 14

de Farm en Countryfair die plaats vindt van 22 t/m 24 juni a.s. in IJzerlo en inmiddels niet meer weg te denken is als evenement in de gemeente Aalten. De fair is landelijk bekend en het is ons gelukt om een gratis tent en standplaats te krijgen. Er wordt hard gewerkt aan het invullen van activiteiten passend bij de fair, maar concrete plannen zijn op dit moment nog niet bekend. We gaan ook proberen om het drukwerk en alle bijkomende zaken gesponsord te


de panne

krijgen. In de volgende editie hoort u hier meer over. Er zijn inmiddels ook nogal wat ideeën geopperd om ons assortiment speciale producten met name uit Aalten (en de regio) verder te ontwikkelen. Zo zijn er ontwerpen gemaakt door Thea Onnink en Ronald Peet voor stickers om op poncho’s te plakken en passende kaartjes voor de handdoekpoppen. Ook zijn er T-shirtjes

(9,95 p.st) voor de kleintjes ontwikkeld en katoenen tassen (5,95 p.st.). Verder komen er bierviltjes met een knoop erop (thema hoornindustrie waarmee het museum zich o.a. wil profileren). Zo breiden we langzamerhand ons assortiment uit. We willen een lijn ontwikkelen, die afwijkt van wat de andere VVV kantoren en VVV agentschappen bieden. Met deze exclusieve ontwerpen willen we graag inspelen op de combinatie Museum/VVV en de promotie van Aalten als toeristenbestemming. Door te gaan voor een specifiek ontwerp, hopen we oog te hebben voor het geheel, d.w.z. combinatie museum/VVV en ook de inwoners van Aalten binnen te kunnen halen om zo meer inkomsten te realiseren. Wordt vervolgd…

15


de panne

e d u c at i e De Gaostok, werkgroep Geschiedeniskoffers Kö’j mi-j verstaon? In samenwerking met het Erfgoed Centrum Achterhoek Liemers in Doetinchem en de Stichting Culturele Grenscontacten Achterhoek West-Münsterland ontwikkelt de Gaostok uit Aalten een lespakket over het verstaan van ons dialect. In de Gaostok participeren de Aaltense Musea, de scholen en ADW. Doel van de Gaostok is om lespakketten samen te stellen over het eigen erfgoed. Inmiddels zijn 15 onderwerpen klaar . Zij worden als zoete broodjes door de scholen afgenomen. Soms zit aan een pakket ook een museumbezoek vast. De meeste kinderen spreken niet meer onze schone taal. Over de oorzaken daarvan zullen wij het maar niet hebben, maar het feit ligt er. Toch hoort onze taal bij ons cultureel erfgoed. Ons spreken be­ paalde en bepaalt ook het karakter van de Achterhoek en de wijze van leven daarin. Als wij bij ons in de Hollandse taal opgroeiend grut eerst maar eens bereiken dat zij het Achterhoeks verstaan, dat is de

16

eerste doelstelling van het pakket voor de groepen 3 en 4 van de basisscholen. Voorts zit in het pakket een begin van actief taalgebruik. Een filmpje over een postbode met ’n peksken speelt een centrale rol in het geheel. Natuurlijk spreekt die fietsende bode uitstekend Achterhoeks. Verder zitten in het pakket werkvormen voor beginners om het Achterhoeks onder de knie te krijgen. Wij denken dat ook de leerkrachten veel plezier zullen beleven aan het pakket. Achterhoeks praten staat het leren van Nederlands echt niet in de weg. Dat fabeltje is echter hardnekkig. Achterhoeks praten is niet ‘plat’ maar passend bij onze wijze van leven en hoe wij tegen de denderende wereld aankijken.


de panne

expositie Textielexpositie ‘Knap Goed’ “Dat doen we even!” Een volgende textielexpositie zou niet zo veel voorbereidingstijd mogen kosten als de expositie: “Stof op ’t Blik”, die we met de gehele Textielcommissie, in samenwerking met Marcktmeester en de Expositiecommissie, in 2010 organiseerden. Dat was het uitgangspunt toen we als commissie in 2011 bij elkaar kwamen om mogelijke thema’s te bespreken. De keuze om kleding te exposeren was snel gemaakt. Er zijn immers niet alleen zeven kasten met dames- en herenkleding, ook in de dozen in het textieldepot van de Aaltense Musea wordt kleding bewaard. “We ‘gooien’ wat jurken over een paspop, bordjes erbij en klaar”, dachten we. Niets is minder waar. We geven u een indruk. Structuur, thema’s en “Aangekleed gaat uit” wordt “Knap Goed”. Hoe maken we een keuze uit het textieldepot, vroegen we ons af? Géén klederdracht, dat is in de diverse musea en oudheidskamers in de omgeving voldoende te zien, was en is onze mening. Het zou een uitdaging zijn om net even wat andere kleding te kunnen exposeren, kleding waarin een brede doelgroep geïnteresseerd zou kunnen zijn. Uit een eerste speurtocht door de kasten en dozen kwam al snel naar voren dat het thema

voor de expositie niet-alledaagse kleding zou kunnen zijn. Kleding die gedragen werd door dames bij en naar diverse gelegenheden. We kwamen namelijk fraaie kledingstukken tegen. Gemaakt van wollen en zijden stoffen en vaak versierd met kant, band en kraaltjes. Ingetogen, dat vaak wel. We kozen als werktitel: ‘Aangekleed gaat uit’. Het was natuurlijk te veel wat we mooi en geschikt vonden om te exposeren en er moest structuur worden aangebracht binnen het thema. Om daaraan ‘handen en voeten’ te geven, hebben we onze eerste selectie gefotografeerd en beschreven, waarbij we soort kleding, materiaalgebruik, versiering, kleur, maten, model, wijze van sluiting en manier van vervaardiging noteerden. Deze gegevens waren ook nodig om de kleding te kunnen dateren voor zover de textielregistratie daarover geen informatie bood of om die informatie te verifiëren. Hiervoor raadpleegden we boeken over mode en gedigitaliseerde modetijdschriften. Wat we niet wisten is dat het museum kleding in depot heeft vanaf ca. 1860. Wat voor kleding kwamen we tegen in het depot: jakjes met laag ingezette en zeer rond ‘gesneden’ mouwen, klein, met baleinen; rokken waaronder een crinoline hoort. En verder onder andere: mantels voor speciale gelegenheden, zoals een blauw

17


de panne fluwelen visitemantel, versierd met franje en band; een belijdenis- en een rouwmantel; jurken om in te trouwen, te rouwen, naar de kerk, op visite, naar een receptie, een dagje uit of uit dansen te gaan. In het begin was het, vooral bij zeer oude kledingstukken, zoeken naar de sluitingen. Veel haakjes, (gefestonneerde) oogjes en drukkertjes, weggewerkt achter een plooi, kant of band. Ontdekkingen ook zoals een pelerine die maar niet behoorlijk over een jakje viel en een overrok bleek te zijn; rokken of jakjes die achter vanaf de taille ineens heel veel ruimte bleken te hebben, zodat het niet anders kon dan dat ze over een tournure gedragen moesten zijn; een ruime jas, waarin je meteen een vrouw uit de twintiger jaren ziet met een pothoed op, maar ook ‘het zwarte jurkje’ en mini- en maxi-jurken. Aan de hand van de gemaakte foto’s hebben we vervolgens de kleding ingedeeld in groepen zoals: de mooie jurk, middag- en visitekleding, een dagje uit, huwelijk, kerkgang, feest en jas. Binnen deze indeling hebben we gekeken of we een evenwichtig tijdsbeeld konden laten zien binnen de tijdsperiode 1860 –1970. Deze periode is gekozen omdat het een tijd markeert waarin kleding op ambachtelijke wijze werd gemaakt door kleermakers en (thuis)naaisters. Soms moet je daarvoor twee keer kijken zoals bij een jas die niet is genaaid uit twee verschillende stoffen van het zelfde materiaal en in de zelfde kleur. Nee, sommige delen zijn eerst minutieus in kleine plooitjes genaaid, precies in de richting van het patroondeel van de jas. Zo ook bijvoorbeeld bij de pelerines waarvoor

18

diverse soorten zijden stoffen, (geplooid) lint en kant zijn gebruikt die op zichzelf ook weer zijn versierd. De werktitel bleek na de kledingkeuze niet helemaal passend want ‘Aangekleed gaat uit’ klinkt vrolijk en feestelijk, maar we laten ook kleding zien die gedragen is naar bijvoorbeeld een begrafenis. Het is ‘Knap Goed’ geworden. Knap goed voor de mooiste, beste kleding, die bovendien knap en goed gemaakt is. Costume mounting (kostuummontage!) of te wel: hoe kleed je een paspop aan? Bij aanvang van onze werkzaamheden voor deze expositie hadden we wel enig idee hoe we kleding zouden kunnen exposeren. Opvullen met fiberfill, zuurvrij papier of zoiets. Uiteraard zijn we ons verder gaan oriënteren. Niet alleen voor wat betreft dit aspect, maar ook met betrekking tot de inrichting van ‘Knap Goed’. Vanaf het begin van onze voorbereidingen lopen we niet meer onbevangen door musea, maar met pen en papier in de hand om aan te tekenen hoe de betreffende expositie is ingericht en welke ideeën ons dat geeft voor ‘Knap Goed’. We hebben op onze knieën gelegen om onder rokken en in mouwen te kijken en te zien hoe deze kleding was opgevuld. We hebben contact gezocht met textielcommissies van andere musea en daarvan informatie en tips gekregen. Naar aanleiding hiervan hebben we een zeer uitgebreid geschreven en geïllustreerd boek bestudeerd over het opmaken van paspoppen: “A Practical Guide to Costume Mounting”, geschreven door Lara Flecker.


de panne

19


de panne Dit heeft ons goed op weg geholpen. Uiteindelijk hebben we ruim vijftig kleding­ stukken uitgekozen om te exposeren. Via schenkingen bezitten de Aaltense Musea een aantal pas- en etalagepoppen. Te weinig voor deze expositie. Op een dag zijn we dus in twee auto’s naar Enkhuizen gereden om van het Openluchtmuseum paspoppen te lenen. Diezelfde dag hebben we ook paspoppen gehuurd in Beekbergen. Het was een komisch gezicht: twee kangootjes vol met op elkaar gestapelde paspoppen en daar onder en tussen ook nog de diverse standaards. En toen zijn we aan het werk getogen. Eerst nog in het textieldepot en het Infolab van de musea, later in een kerkje dat niet meer in gebruik is. Hierin is voldoende ruimte om rustig te kunnen werken en om de aangeklede paspoppen op te slaan. 35 meter fiberfill en leggings worden armen. Het modebeeld in de periode 1860 – 1970 heeft enorme veranderingen ondergaan. De gekozen kledingstukken zijn hiervan voorbeelden. Evenzo verschillen de maten van deze kledingstukken. Paspoppen hebben standaardmaten en het hedendaagse ideale figuur. Beide stemmen we op elkaar af. Tot nu toe hebben we dan ook 35 meter fiberfill gebruikt om borsten, buiken, billen en heupen aan te passen aan de maten en het silhouette van het kledingstuk (we hebben nog lang niet alle pas- en etalagepoppen aangekleed). Want wat we beslist niet willen – en wat we elders wel hebben gezien – is het inspelden van

20

kleding zodat deze op een paspop past. De kledingstukken zijn immers gedragen door jonge, oudere, lange, korte, of (vol)slanke dames en dát mag je tijdens de expositie best zien. Overigens zijn we ook met ijzerzaag en schuurpapier een aantal van onze eigen paspoppen te lijf gegaan. Sommige kledingstukken zijn namelijk zo klein of vragen zo’n ander silhouette dat we borsten hebben moeten amputeren of tailles hebben moeten versmallen. Het insnoeren van tailles of het verwijderen van onderste ribben, zoals dames vroeger lieten doen om maar aan het ideale figuur van hun tijd te voldoen, gaat bij een paspop nu eenmaal niet. Al dat fiberfill moet worden vastgenaaid en omdat we hoofdzakelijk leen- en huurpaspoppen gebruiken betekent dat dat de paspoppen zelfgemaakte ‘rompertjes’ aan hebben gekregen, waarop het fiberfill is vastgenaaid. Vaak hebben we daarover weer een ‘rompertje’ aangetrokken om al die lagen fiberfill een egaal silhouette te geven. Hiervoor hebben we allereerst onze eigen, oude maar goed rekbare t-shirts en ander kledingstukken verknipt. Ook hebben we hiervoor meters tricotboordstof gebruikt. Verder hebben we onderrokken en - jurken gemaakt om -samen met een onderrok of tube van fiberfill- jurken en rokken goed te laten uitstaan. Een moderne crinoline die is gebruikt onder een Gothicjurk, doet nu dienst onder de rok van een ensemble uit 1860. De volgende crinoline hebben we zelf gemaakt van stof en baleinen. Het geheel zag er precies zo uit als in het boek. De rok en de jas die over deze crinoline


de panne

21


de panne geëxposeerd wordt, bleken echter zo zwaar, dat de crinoline alle kanten uit zwabberde, behalve de goede. Handig dat het thuisfront meedenkt: aluminium strip van de ijzerhandel bleek een zeer bruikbaar alternatief. Plopnagels hoefden er niet eens in. Plakband, u kent het wel, dat wat niet meer van je schaar af te halen is en bij die bekende winkel te koop is voor weinig, is sterk genoeg. Een paspop heeft geen armen en een kledingstuk kun je pas goed exposeren wanneer ook de mouwen zijn opgevuld. Een eigen uitvinding hiervoor is het opvullen van de benen van kinderleggings met fiberfill. Witte etalagepoppen. Gebruiken we voor de kleding van 1860 – 1950 paspoppen in de Expositieruimte, voor de mode tot 1970 gaan we etalagepoppen gebruiken in de Marcktkamer. Het silhouette hiervan en de kleding van na 1950 passen goed bij elkaar. Niettemin zijn de gezichten van de etalagepoppen te ‘modern’. We gaan dit oplossen door alle paspoppen wit te spuiten zodat bezoekers niet worden ‘afgeleid’. In de Marcktkamer komen ook collages te hangen om de mode van na 1970 te laten zien. Hiervoor is een oproep voor modebladen gedaan in zowel de Panne als in de Gelderlander. Dit heeft goed gewerkt. Nu nog knippen en plakken. Nog meer. Om bezoekers aan ‘Knap Goed’ ook voor de meer permanente opstellingen van de

22

Aaltense Musea te interesseren, wordt in het Euregionaal Museum voor de Vrijheid kleding geëxposeerd die gemaakt of vermaakt is in of direct na de Tweede Wereldoorlog en die eveneens is gedragen bij bijzondere gelegenheden. Daar zitten leuke dingen bij! In de Hoornkamer zal een relatie worden gelegd tussen mode ten tijde van het hoogtepunt van de voor Aalten zo specifieke hoornindustrie. Pruiken hiervoor hebben we al gekocht. Verder denken we nog na over een vitrine met patroontekenboeken van de naaischool van het Sint Elisabethklooster aan de Dijkstraat, boeken van kleermakers met daarin staaltjes stof en een leestafel met modeboeken. Na de zomer zullen de aangekondigde lezingen bekend worden gemaakt. Romantisch. Stoffenmarkten zijn voor ons een uitkomst. Zeker omdat we veel stof nodig hebben voor onderrokken en -jurken. Overigens zijn ook onze oude lakens en dekbedhoezen opgeruimd. Die zijn nu vermaakt tot paspophoezen. Via Internet hebben we een knippatroon gekocht voor een jurk naar de mode van 1930. Een recht model met een verlaagde taille en opgenaaide voillants. Bij de beschrijving wordt niet alleen stof, maar ook - in romantische termen - kleuradvies gegeven. Benieuwd of je op de markt terecht kunt voor: flag and lapis blue, ashes of rose, seawood en shamrock green, falcon grey, begonia, Queenbird (purple)


de panne

23


de panne or briar rose. Enfin, het moet in ieder geval effen, soepel vallende stof zijn en gezien de hoeveelheid zullen we het advies voor zijde maar niet opvolgen. De jurk zal tijdens de expositie in de hal te zien zijn en een kopie van het patroon kan, vertaald en wel, worden gekocht. PR. Begin dit jaar is het eerste persbericht over ‘Knap Goed’ naar met name vrouwenverenigingen verzonden. Als reactie hierop is al een lezing gereserveerd door een van de aangeschreven groepen. De tekst van het persbericht staat inmiddels ook op de website van de Aaltense Musea. Een papieren versie is bij de balie verkrijgbaar. Half mei hebben we een aantal van onze topstukken op paspoppen opgemaakt en laten fotograferen. Deze foto’s gebruiken we voor posters, flyers en publicaties over de expositie in de diverse media. Als u als lezer wilt meehelpen aan de bekendmaking van ‘Knap Goed’, laat deze Panne dan aan anderen lezen. Geen afspraken. Begin juli gaan we de expositieruimtes inrichten. De Expositiecommissie gaat ons daarbij helpen. Daarna gaan we zelf de pas- en etalagepoppen arrangeren. We verwachten dat we nog wel wat kreukels moeten wegwerken, want sommige paspoppen zijn al een paar maanden eerder aangekleed. We houden er ook rekening mee dat we hier en daar nog iets willen veranderen in verband met voortschrijdend

24

inzicht over de techniek van het aankleden van paspoppen of het betreffende modebeeld. En misschien willen we nog accessoires aan kledingstukken toevoegen. Veertien dagen hebben we hiervoor, want vanaf 14 juli a.s. is ‘Knap Goed’ te bezoeken. We hebben afgesproken onze agenda’s voor die weken helemaal vrij te houden. We willen voldoende tijd hebben voor de inrichting en aankleding van de expositie. Tot slot. We doen het dus niet ‘even’! Dromen over ‘Knap Goed’ doen we niet, maar het is veel in onze gedachten: hoe zullen we dit of dat doen, klopt de datering van dit kledingstuk wel, toch nog maar verder zoeken naar voorbeelden op Internet, waarom zit die sluiting toch zo raar of wat valt die jas vreemd, nog even weer ..x rompertjes naaien, moet de toelichtende tekst toch niet nog wat worden aangepast e.d. en ook: morgen gaan we weer verder, leuk! Echt, het is zo leuk om hiermee bezig te zijn. We zijn geen professionals, maar streven wel naar zo professioneel mogelijk te zijn met de vaardigheden, middelen en mogelijkheden die we tot onze beschikking hebben. We hopen niettemin dat u ‘Knap Goed’ knap goed vindt. In ieder geval een prettig expositiebezoek. Fenny de Heus Thea Schipper


markt 12 Schenking familie ome Jan Wikkerink. Goede Vrijdag 6 april kwam mevrouw Bulsink-Wikkerink, dochter van ome Jan Wikkerink, samen met haar dochters naar ons museum.

De oorlogsjaren hebben ook op haar diepe indruk gemaakt en steeds vaker komt die tijd in haar gedachten terug. Bijvoorbeeld hoe zij in het voorjaar van 1944 eraan mee heeft kunnen helpen een Engelse piloot veilig terug naar Engeland te krijgen. Zelf zegt ze: “Bij het eerste stukje terug naar Engeland was ik betrokken”. Zijn vliegtuig was neer­ gestort en hij raakte daar­ bij gewond. Vol­doen­­de hersteld, kon hij terug naar huis. Van de parachute waarmee hij de noodsprong uit het vliegtuig heeft gemaakt en die hem veilig op de grond liet komen, is van de stof later menig kledingstuk gemaakt. Dochter Hanny Bulsink schrijft: “Van de parachutestof heeft mijn moeder in 1948 haar trouwjurk gemaakt.

25


Ze had weinig geld, veel was nog op de bon en ze was heel handig. De parachute was bewaard en kreeg hiermee een goede bestemming. Toen er kinderen kwamen heeft ze van de rok een wiegenkleed gemaakt. Van een overgebleven lapje werd een doopjurk gemaakt. Toen haar zuster ging trouwen was er geen geld voor een trouwjurk, want het geld was nodig voor de emigratie naar Canada. Mijn handige moeder heeft het wiegenkleed weer omgetoverd tot een rok, zodat het voor de tweede keer gebruikt werd als trouwjurk. Van een heel klein restje heeft ze met veel geduld een kleedje geborduurd dat in een dienblad als onderzetter werd gelegd.�

26

Tijdens een gesprek hierover met haar kinderen, heeft ze besloten dat de materialen die met deze indrukwekkende gebeurtenis verbonden zijn, terug te brengen naar de plek waar zij dit meemaakte. Het daarbij behorende verhaal heeft ze voor de camera van haar kleinzoon, met haar dochter als interviewer, verteld. Deze beelden komen te zijner tijd ook naar het museum.


de panne Gelegerd in Gelderland. De komende zomer staat onze provincie in het teken van ‘Gelegerd in Gelderland’ , een drie maanden durend erfgoedfestival met volop aandacht voor het militaire verleden van de provincie. In de gemeente Aalten vinden in het kader van ‘Gelegerd in Gelderland’ diverse activiteiten plaats, waarbij de accenten in Aalten en Dinxperlo liggen op de tweede wereldoorlog en in Bredevoort op de 16e en 17e eeuw. De activiteiten in Aalten worden geopend op dinsdagmiddag 26 juni om 13.30 uur op de Markt. De opening wordt verricht door burge­ meester Berghoef, Gerda Brethouwer en enkele leerlingen van basisschool ‘de Klimop’ uit Lintelo. Het plein wordt voor deze gelegenheid aangekleed in ‘Gelegerd in Gelderland’ -stijl en het publiek kan een kijkje nemen in de Bandritzer 561. Dit is een bijzondere container, waarin de

bezoekers een korte tijdreis maken langs verschillende episodes uit de Gelderse militaire geschiedenis. De Bandritzer is in Aalten te bezoeken op dinsdagmiddag 26, woensdag 27 en donderdag 28 juni. De Aaltense Musea sluiten hierop aan met een speciaal programma voor de basisscholen, ontwikkeld door de Gaostok. Op de binnenplaats staat een originele legertent, in de hal hangt de oranje parachute welke is gebruikt bij de wapendropping in het Zwarte Veen, en in de projectruimte is een kleine tentoonstelling ingericht van hergebruikt materiaal uit de oorlog, zoals kinderkleding, bruidskleding en een doopjurk gemaakt van parachutestof. Ook kan het publiek nog t/m 1 juli de Calmeyer-tentoonstelling bezoeken. De activiteiten in de gemeente Aalten worden op 11 en 12 augustus afgesloten in Bredevoort.

Reizende tentoonstelling ’Grensgevallen’. In maart kreeg het museum een telefoontje uit Haren, met het verzoek of de scholengemeenschap aldaar onze tentoonstelling ‘Grensgevallen’ – gezien in Osnabrück - kon huren voor een project over de tweede wereldoorlog op de school. Daar de tentoonstelling ‘Reizend’ heet te zijn was dat geen probleem. Voor het eerst sinds lange tijd vertrok ‘Grensgevallen’ in januari naar een museum in Osnabrück

(een uitwisseling met Calmeyer Joden) en in april naar Haren. Het was een uitdaging om de tentoonstelling goed vervoerd en opgezet te krijgen na een hele periode in de Piet Heinstraat opgeslagen te zijn geweest. Het museum uit Osnabrück heeft alles zelf gedaan, op het laden en lossen in Aalten na. De scholengemeenschap was een ander avontuur. Omdat het ongewis was waar de tentoonstelling zou komen

27


de panne te staan en het toch een heel werk is om alles goed neer te zetten, is een klusteam, bestaande uit Jo Kal, Johan Heinen en Wim Kraaijenbrink, in het kielzog van ‘Grensgevallen’ meegegaan. Bij aankomst bleek de expositieruimte een gedeelte van het open leercentrum te zijn. Een ruimte waarin de gehele dag studenten terecht kunnen om te werken, lezen, leren en te eten. Een kleine maar prima ruimte waarin de tentoonstelling vol trots haar verhaal laat zien. Een aantal leerjaren draait mee in het oorlogsproject waarin onze tentoonstelling centraal staat, maar waarbij tevens veel aandacht wordt besteed aan

28

joden die uit Haren afgevoerd zijn naar concentratiekampen. Op 26 april stonden de foto’s van deze joden voor hun voormalige huizen en was er een wandel/ fiets route uitgezet met hun verhalen. De school laat het echter niet alleen bij het vertellen van een stuk geschiedenis, maar probeert tevens de overeenkomsten met de huidige tijd zichtbaar te maken voor de leerlingen. Crisis, aantrekkend egocentrisme en stellingname. Met trots keek ik tijdens de officiële opening naar een tentoonstelling die er bereisd, maar nog steeds mooi, uitziet. En een heel belangrijk stukje geschiedenis als spiegel voor de huidige tijd aan jongeren laat zien!


de panne

w at i s d at d a n ? In de vorige editie vroegen we u waar het huis, met de tekst in de balk boven de deur, had gestaan. Het leverde een record aantal inzendingen op, sommige vergezeld van waardevolle en interessante wetenswaardigheden. De foto’s hadden betrekking op het “Luutenshuus “ dat stond op de hoek van Haartsestraat en Polstraat. Uit de goede oplossingen kwam als winnares uit de bus : Mevrouw van Huet-Hupscher, Haartsestraat. Zij ontving als prijs een aantal streekproducten uit onze VVV-shop.

Gelet op de vele reacties op onze vorige prijsvraag, hebben we ook deze keer weer een foto uit ons rijke fotoarchief gehaald. Met een kleine variant op de titel van deze rubriek vragen we u deze keer:

WIE IS DAT DAN ? Een vrouw die in het leven van menig Aaltenaar en Bredevoorter een belangrijke rol vervulde. U mag uw oplossing eventueel van “begin tot eind” vergezeld van persoonlijke herinne­rin­gen mailen naar theaonnink@ upcmail.nl of inleveren aan de balie van ons museum. We verheugen ons weer op uw reacties!.

29


de panne

COLU M N GER H ARD TE VOORTWIS groeten Kom ik aan in Amsterdam op het station en zie een vage bekende; iemand waarmee ik eigenlijk nooit praat, maar die ik uit de buurt ken…. een onbekende bekende, zogezegd. “Hai”, groet ik opgewekt. Mijn groet met glimlach komt echter niet aan… hij kijkt glad over en langs me heen. “O ja”, schiet het door me heen, “da’s waar ook, ik ben weer in Amsterdam…. dat is hier minder de gewoonte”. Op het Centraal Station trouwens al helemaal niet… geen beginnen aan natuurlijk. Zodra ik mijn straat in rij… een soort van buurtje binnen in een wijk aan de rand van het centrum, groet ik en word ik voortdurend begroet. Sommige mensen ken ik persoonlijk, anderen van gezicht. Het kan ook zó maar zijn dat anderen míj van gezicht kennen of zelfs nog méér dan dat; en ik het niet direct in de gaten heb. En dan niet gegroet hebben ….nou, dat wil je niet op je geweten hebben. Sommigen in mijn buurtje strooien overigens zo’n zelfingenomen groet rond die zoveel wil zeggen als: “Welkom in ons gezellige, veilige en mooie mini-buurtje… waar de mensen elkaar nog gedag zeggen ... zie ons toch ‘s goed bezig”. Pffffffffff.. . ik ben weer in de stad, wat een overdreven gedoe! Verder gaat het nogal eenvoudig in

30

Amsterdam….je groet alleen de mensen die je kent of die je wilt gáán kennen. Een bekende onbekende en een vage bekende groet je naar eigen bevinden…vaak niet dus. Ook in de stad heb je van die mensen die nooit iemand ‘zien’ maar zelf maar wat graag gezien willen worden. In het buurtcafeetje word ik begroet met ‘hai’, of… ‘hai...halloó!’ .

Dit laatste betekent dan: ik ken je niet, beste klant, maar als onze vaste klant kén ik je… welkom. Ik word er gezien en dat is over het algemeen plezierig… ik kom er dan ook graag.


de panne Mét de jaren ben ik er wat handiger in geworden: groeten-of-niet groeten-ofniet- gegroet-worden; en zien-niet zien-enal-dan-niet-gezien-worden. Zo heb ik wat Amsterdams eelt op mijn Achterhoekse ziel gekregen. Moeder was altijd doodvermoeid …´zo muu as ´n piere´, als ze een dag naar de stad was geweest. Zij had inderdaad de neiging iedereen die haar maar een beetje aankeek vriendelijk toe te knikken, soms zelfs vergezeld van een groet… ze zág al die mensen. En dat is vermoeiend in de grote stad. In Arnhem plof ik neer in de Syntus. “Goeiemiddag” klinkt het tegenover mij vriendelijk. Ik word gezien… ik ben weer terug. Een luchtig gesprekje is zo op gang… In mijn bosbuurtje groeten we regelmatig vrij uitgebreid… aan 2 zinnen nauwelijks genoeg; vertrouwd en het hoort ook een beetje zo, nog steeds.

In het dorp groet je de onbekende medemens niet. Beetje bekenden en bekende onbekenden krijgen meestal een vluchtig “hai”, “halloo” of “mo’j”. Meestal weet je wel of je in het Achterhoeks of in het Nederlands gaat groeten. Jaha, daar komt wat bij kijken, dat groeten in het Achterhoekse. Kijken, daar zijn we hier wel goed in. Óf je even opnemen en vervolgens wegkijken óf héél uitgebreid kijken… Waar in Amsterdam vaak stug langs je heen gekeken wordt… ‘Kieekt ze’ hier in de Achterhoek ‘weg’. Ik weet zo net niet wat nou erger is. Moeder zei bij gelegenheid wel ‘s: “jaaah, a’j kiekt, dan mo’j ok wat zegg’n”. Natuurlijk niet echt hardop… want ‘daor krie’j maor gedoote van’. Toch groet ik graag, zelfs met de reële kans dat ik vervolgens niet gezien wordt. Gef niks.

Op de rustige zandwegen in de Achterhoek groet ik elke voorbijganger en elke voorbijganger doet meestal hetzelfde terug. Meestal blik je elkaar wel even toe. Op een fietspad of een (geasfalteerd) weggetje van nergens naar nergens groeten de mensen elkaar meestal ook. Soms gebeurt dat in het Achterhoeks, soms niet. Meestal met ‘mo’j’ of ‘goeiendag’. Regelmatig komt er hele­ maal niks terug. Zodra de weg wat groter wordt, breder en wat meer verkeer…. stop ik met groeten… het is dan al aardig anoniem, Achterhoeks anoniem.

31


de panne

gastenBoek

Ik vond het heel leuk hier. Echt zo leuke verhalen en zo heel leuke rondleiding. Groeten: Mohamed

Die Besichtigung war sehr interessant. Man konnte es sich sehr gut vorstellen. Das Versteck war am besten!!! .

Een fantastisch mooie rondleiding en er is heel veel te zien. Heel waardevol en ook voor herhaling vatbaar. Namens alle busreizigers van fa. van Oeveren uit Zierikzee: veel succes.

32


de panne

museumweekend 14 en 15 april 2012 Museumweekend: wachtrijen voor de kassa! Het weekend van 14 en 15 april, het museumweekend, is dit jaar een bijzonder weekend geworden. Nooit eerder hebben in één weekend zoveel mensen de weg gevonden naar onze Musea. Bijna 350 bezoekers kwamen af op T.day 2012 en de expositie van eindexamenwerk van leerlingen van Schaersvoorde. T.day 2012 is georganiseerd door de werkgroep Marcktmeester. Twaalf jonge Aaltense talenten hebben laten zien wat ze kunnen op het gebied van kunst, design, cultuur en sport. Vrijdagmiddag werd de expositie van eindexamenwerk van HAVO- en VWOleerlingen van Schaersvoorde geopend. Na de officiële opening showden leerlingen hun artistieke creaties.

Zaterdagmiddag om 14.00 uur stroomde de hal van het museum vol met belangstellenden voor de opening van T.day 2012. Dian Westerveld en Mathias Neerhof zorgden op drum en bas voor

33


de panne een muzikaal welkom. Na twee korte toespraken werd T.day 2012 geopend met knallende solo’s van beide muzikanten. In drie verschillende ruimtes in het museum was werk te zien van jonge beeldend kunstenaars. In de Marktkamer exposeerde Joost Koskamp zijn fotoserie Folklore en Simon Groot Kormelink posters en een schilderij. Een andere ruimte was gevuld met maquettes, architectuurontwerpen

34

en videoanimatie van Frank te Grotenhuis. In de bovenzaal waren schilderijen, zeefdrukken, tekeningen, foto’s, graffiti en beelden te bewonderen van Martha Kemper, Rik Dunnewold, Leon ter Maat en Kees Westerveld. Naast deelnemers op het gebied van beeldende kunst namen ook andere jonge talenten deel aan dit bijzonder weekend. Dialectschrijfster Esther Kämink las met


de panne

veel enthousiasme voor uit eigen werk. Zondagmiddag kwamen Judith Westerveld en Esther Stronks, beide spelers van FC Twente, vertellen over hun voetbaltalent. Beide dagen werden muzikaal afgesloten: zaterdag door Christianne Alvarado met zang en piano, zondag door Valentina Markaj. De commissie Marcktmeester van de Aaltense Musea heeft T.day 2012 georganiseerd omdat het aansloot bij het thema van het museumweekend “Laat je verrijken door het museum�. De doelstelling was o.a. om zoveel mogelijk (vooral jonge) mensen kennis te laten maken met het artistieke werk van jong

Aaltens talent en tegelijk zoveel mogelijk mensen (opnieuw) kennis te laten maken met alles wat de Aaltense musea te bieden hebben. Deze doelstelling is ruim gehaald. Het bezoekersaantal en de enthousiaste reacties van bezoekers en deelnemers waren geweldig. Veel bezoekers hebben aangegeven dat ze graag een vervolg willen zien, de deelnemers hebben unaniem gezegd dat ze betrokken wil­len worden bij de organisatie van een volgende t.day. Misschien t.day 2013? (Op de website van de Aaltense Musea is via de link T.day een uitgebreid overzicht te zien van de deelnemers).

35


de panne

dialectverhalen van miep geesink ‘N VEUROORLOGS VERHAALTJEN Wee moders spraoke mint en eert Is ok ‘t anheurn zeker weerd! “Now mo’j toch ‘s zeen. Now hef dat kaerltjen toch zien bordjen nog leug emaakt. En ik hadde ‘m nog wal ‘n paar van dee zoere plaetjes op de rand elegd. Goete goet, dat ha’k neet edacht!” Dizze weurde sprak lang gelaene onze tante Dina, ton wi-j in eure boernkökkene an taofel zatten. ‘t Bewuste kaerltjen, ton nog “Broer” eneumd, reageern neet zichtbaor op dizze opmarking. Och, a’j veer jaor bunt is ‘t ‘n heel dinge um bi-j vrömde mensen, ok al is ‘t familie, met te aeten. Dan bu’j neet zo op ow gemak. Met ziene donkere eugeskes wat neereslagene kek hee naor zien läöge bordjen, verlangend naor de pap dee nog most kommen. Daornao kon e zich dan van den stool laoten glie:n en buten bi-j de hond of de piel-enden wieter laeven. Hee heel der neet van dat ter zo op ‘m elet worden. ‘t Is zon dikke zeuventeg jaor gelaene, dat dizzen maoltied plaatsvond. Ok ik zat an deezelfde taofel. Maor ik was al groot, ik denke al wal twaalf jaor, en beheurn tot deezelfde familie. Ok ik heb daor veur ‘t eerst in mien laeven “zoere plaetjes” ehad.

36

Dat bunt namelek komkommers, olderwets klaor emaakt met zalt, paeper en azien. Veur dén tied, veur “op den boer” ‘n onbekend gerecht. Tante Dina kwam uut Aalten, van den Estiezern. Zodoonde praotten zee ‘n iets ander dialect as wi-j, met zonne lange ie-klank. “Dat kö’j wal zie-ien,” en ok ow bordjen “leug” maken. Wi-j kindere mosten wal ‘s um eur lachen, umdat ze nogal vake “goete goet” zae. ‘t Was ne grote vrouwe met gitzwart haor wat meer as ne meter lang was. Dat vlocht ze dan in twee vlechten um ‘t daornao met behulp van haorspelden op te staeken tot ne forse knotte an eur achterheufd. Met den blauwen ruutjesschorte veur en witgeschuurde klompen an de veute zol ze good epast hebben in ‘t “kökkentjen” van ons museum. Tante Dina was etrouwd met ome Willem, ‘n breur van mien moder. Ze hadden ‘n boerderi-jken in Zwolle bi-j Grolle, teggen ‘t Zwilbrookse an. In dén tied nog ‘n deels onontgonnen gebied. Ome Willem mocht daor an wieter “äözen”. Dank zij dee äözerije was ter bi-j huus ne mooien blomenhof ontstaone met daornaost de afdeling “greunte”. ‘t Lek haost ne kwekeri-je. Van alles worden der epot en ezaejd. Wat ne sortering! Ze wazzen eur tied wied veuruut.


de panne Eurn arbeid was eurn hobby. Ze genoten van ‘t resultaat. Op zied van ‘t huus, bi-j de putte, was ‘n krudenhöfken. En um alles hen stonnen vruchtbeume. Met ne zondagse familievisite most dat allemaole bekekken en bewonderd worden. De komkommerplanten slingern langs de slabeuntjes en zo had alles zien plek. Wee daor kwam most kieken, preuven en roeken. Tante Dina kon dan zo opens zeggen: “Goete goet, Willem, he’j wal ezene dat de meikarsen ok al begint te kleurne?” Willem had ‘t dan al wal ezene, en wist dat de weckflessen dizzen zommer wal weer vol kwammen. Dee weckflessen, tante Dina eur grootste trots! In ‘t ondepe kelderken, grenzend an de kamer, stonnen ze keureg in ‘t gelid. Op schappen,

rondumme, honderden! De opbrengst van land, beume en ok van ‘t geslachte varken: ‘t ging allemaole in dee weckflessen. De met zoerkool en sniebonen gevulde Keulse pötte drogen bi-j an de zorge veur de winterdag. As ter volk in de kamer was, stond de kelderdeure altied ‘n betjen los, zodat de mensen in eurn pronkkelder konnen kieken. Zee kon ok lekker kokken. ‘t Olderwetse fenuus was eur beste kameraod. Allene, der bestond maor énen smaak, dén van eur. Daor veel neet ovver te twisten en neet teggen in te gaone. Dat had dat kaerltjen van de zoere plaetjes good an-eveuld. Sloek maor deur. Behalve familiecontacten was ter weineg vertier in dén tied veur de mensen. Umdat ze dat ok neet kennen, worden ‘t ok neet

37


de panne emist. Ze gingen op in eur bedoeninkje en wazzen tevraene. Ton enegen tied daornao den oorlog uutbrak, kwammen der grote veranderingen. Dit terzijde. Op ne zondagmeddag in mienen kindertied was ‘t weer zo wied. Wi-j gingen op de fietse op bezeuk bi-j tante Dina en oom Willem. Dat was net zon uutstapjen veur de zondagmeddag. Vader en moder mosten melkenstied weer thuus wezzen. “Lao’w eerst maor ‘n köpken koffie drinken,” zae tante Dina. “Dan kö’w daornao nog wal effen buten kieken. De grote bonen doot ‘t toch zo good, en niks gin luze der an.” Al dribbelend leep ze hen en weer, van ‘t fenuus naor de taofel. Wi-j kindere kregen gin koffie, maor geweckte proemen in ‘n exmosterdglas. Op één glas zat ‘t etiket nog op:

de Marnes mosterd. Toch lekkere proemen. Al rondzorgend zae ze opens: “Goete goet, ik heb gistern ne cake ebakkene in den ovven van ‘t fenuus. En dat ging toch zo good! ‘k Zal zó ‘n paar plaetjes afsnien, dan kö’j ‘t ok preuven. Willem vond ‘n paar windeiere onderin ‘t hoonderhok. Dee bunt toch neet te verkopen.” Ik lustern al nauweleks meer. ‘k Had nog nooit van cake eheurd, wist dus ok neet hoo of dat smaken. Maor as daor van dee windeiere in zatten, met dat prut der an onder uut ‘t hoonderhok, hoven ik ‘t neet. Maor ja, hoo maak i-j as kind zoiets dudelek an grote mensen. En maor zeggen: “Ik luste dat neet,” zol ne beledeging veur tante Dina wezzen. Ton ze mi-j ‘t bordjen veurheel, nam ik. En ik zae netjes: “Danke wal.” Ik at ‘t op, maor ‘t smaken mi-j neet. ‘t Hef jaorn eduurd veurda’k dat te bovven was. Maor, ‘t is ovver. Goete goet! P.S.: Windeiere bunt eiere zonder schalle, allene in ‘n vlies verpakt. Dit verhaaltjen is inmiddels ok al “geschiedenis”.

38


agenda 18 februari t/m 1 juli 2012

8 en 9 september 2012

EXPOSITIE CALMEYER-JODEN

OPEN MONUMENTENDAGEN Thema: Groen ( Parken en labyrinthen )

26 t/m 28 juni 2012

GELEGERD IN GELDERLAND Erfgoedfestival over de militaire geschiedenis in Gelderland Op de Markt en rondom de Aaltense Musea

12 t/m 14 oktober en 19 en 20 oktober 2012

LANGS HEILIGE HUISJES Thema: Het Boek

14 juli 2012 t/m 27 januari 2013

20 oktober 2012

EXPOSITIE “ KNAP GOED “

GRATIS GELDERSE MUSEUMDAG

Voor bijzonderheden zie uitgebreid artikel in deze editie van de Panne.

Thema: Moet je horen

O p e n i n g s t i j d e n A a lt e n s e M u s e a e n VVV Mei t/m september: dinsdag t/m zaterdag 10 - 17 uur zondag Museum 14 - 17 uur

Oktober t/m april: dinsdag t/m vrijdag 10 - 17 uur zaterdag 14 - 17 uur zondag Museum 14 - 17 uur

Museum gesloten op maandag - VVV gesloten op zondag en maandag Feestdagen: (zie: www.aaltensemusea.nl)

39


de panne

www.blekkinkmakelaardij.nl

Meerdink JUWELIER

AALTEN

haartsestr. 2 0543-472622 www.meerdinkjuwelier.nl

40


de panne

Auto voordelig verzekeren?

Ten geleide

- SINDS 1974 -

www.owmachterhoek.nl Aalten tel.: (0543) 47 27 88 Dinxperlo tel.: (0315) 65 37 09 Eibergen tel.: (0545) 29 24 57 info@owmachterhoek.nl

In Ăşw voordeel

Novel Groep ZW 11-20041.pdf

29-8-2006

12:19:48

novel groep 1-6_adv 18-06-2003 18:37c&n Pagina 1

C

M

Y

CM

MY

Broekstraat 34 Postbus 195, 7120 AD Aalten Tel. (0543) 497 575 Fax (0543) 497 579

Roelvinkstraat 1 7101 GN Winterswijk Tel. (0543) 547 575 Fax (0543) 547 579

CY

CMY

K

Email:info@novel.nl Tevens vestigingen in: Haaksbergen - Bocholt (D)

Aaltense Musea, een bezoek meer dan waard!



De-Panne-2012-06