Page 1

  

Uitslag Dichtwedstrijd! Themanummer: “stilte” Jaargang 2, Nummer 2, 1 mei 2013 Biografie: Jan Slauerhoff

Po– e-zi

e ©


een elektronisch magazine over alles wat met poëzie te maken heeft... waar diversiteit in het spelen met woorden en taal voorop staat... Verschijnt 6 maal per jaar, met bijdragen in het Nederlands, Afrikaans en Engels Een uitgave van: Pastuiven Verkwil & R&Productions ©2013

© NIETS uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en- of openbaar gemaakt worden op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs! Gratis abonnee worden? Stuur dan een e-mail naar: hetnieuwepoezine@gmail.com

Internet: http://hetnieuwepoezine.wordpress.com/ https://www.facebook.com/Poezine

Veerle van den Buys

Aanleveren kopij: Tekst alleen als DOC bijlage Beeldmateriaal alleen als JPEG/JPG bijlage

Cover: Rob Fink, http://robfink.exto.nl/

(ook voor alle andere correspondentie)


Woorden mogen alleen dienen om de stilte te verbeteren. (Karel Jonckheere) Wat moet ik dan nog schrijven...? Ik koester mijn stilte en die van anderen; er is geen groter goed tegenwoordig. Dit 2e nummer van Po-e-zine is gewijd aan de stilte, zowel in woord als beeld; vanuit de regels en alinea's druppelt stilte je tegemoet. 35 dichters hebben in de Dichtwedstrijd getracht stilte te vangen, alle werken worden in dit nummer geplaatst en natuurlijk de winnaar die het schitterende schilderij van Jan van Well ontvangt! Alle dichters die werken hebben ingestuurd én de juryleden: Jan van Well, Petra Fenijn, Reineke Gevers, Jan Bontje en ondergetekende, dank ik met een groot “Dank Je Wel” voor hun deelname en inzet tijdens het beoordelen! Voor mij zeer de moeite waard om te herhalen! Po-e-zine heeft momenteel een lezerspubliek van ongeveer 400 personen, voor een nieuw magazine niet slecht! Na rondvraag bleek dat de meeste van jullie het magazine gewoon in de postbus willen blijven ontvangen. Dat gaat dus ook gebeuren. Voor diegene die daar niet de mogelijkheid toe hebben ontvangen na aanvraag een link waar het magazine op de site te downloaden is. Om misverstanden te voorkomen vraag ik jullie vriendelijk bij het insturen van kopij duidelijk het woord KOPIJ te vermelden :) Klaar. Ik weet niets meer te vertellen... ben stil... geniet van dit overvolle nummer:) En jullie weten het: voor feedback en tips e.d. stuur je me gewoon een mailtje :)

Meewerkenden aan dit nummer: Rob Fink, Veerle van den Buys, Dorine Lintelo, Bert Waber, Vincent Jongman, Dimph Jansen, Anke Cant, Carl Olen Nel, Mark Boninsegna, Corry Broer, André Smucki, Hilly Nicolay, Johann P. Boshoff, Emile Umberto Matinaglia, Linda Neill, Magda Thomas, Marleen Ooms, Nancy Meelens, Jan van Well, Ria Hooghiemstra, Ludy Bührs, Harald Calle, de Wandelaar, Bart Ensing, Marion Steur, Barend van der Merwe, Petra Fenijn, Ria Giskes-Pieters, Frans Terken, Sijke Van ‘t Ven, Rudolf Dierckx, Anneke Haasnoot, Rijmelarijntje Bakker, Pastuiven Verkwil, Vlinderwindekind Kerima Ellouise, Yoel Tordjman, Ruud Poppelaars, Michael Karstanje, Wouter van Heiningen, Mieke Merkx, Sjaka S. Septembir, OnlyMie, Bert Deben, Amanda Tuinstra, Mirjam van Benthem, Inge Boulonois, martsarts, Peter Hendriks, switi lobi, Pim Leefsma, Monique van der Kubbe, Elbert Gonggrijp, Marije Hendrikx, Matthijs Wateler, Guido Utermark, Lenjef, Astrid van Rijn, Manja Herstel, Froukje Vos, Anne Vellinga, Karin van der Veur, Jelou, Charles Binoir, Helle van Aardeberg, Pierre Rossouw, Marieke Noppen, Alle deelnemende dichters aan de Dichtwedstrijd Corrector: Bert Waber

Het thema van Po-e-zine nummer 3? “Ik droom een Toekomst”.

Consultant: Vincent Jongman

Pastuiven Verkwil

Lay-out: Pastuiven Verkwil


Dorine Lintelo


Student, schrijver, scheepsarts, woningloze J. Slauerhoff (1898 – 1936) geldt als één van de belangrijkste Nederlandse dichters uit het interbellum. Zijn werk wordt (neo)romantisch genoemd; Weltschmerz en verlangen komen telkens bovendrijven. Slauerhoff: dichter, schrijver, scheepsarts, ongelukkige (‘Alleen in mijn gedichten kan ik wonen, nooit vind ik ergens anders onderdak’). Op 14 september 1898 wordt Jan Jacob Slauerhoff geboren in Leeuwarden als vijfde van zes kinderen. Zowel de familiegeschiedenis van zijn moeder als die van zijn vader zijn doorsneden van zeevaart. In die zin is de liefde van Slauerhoff voor de zee en het varen een logisch, haast genetisch gevolg. Al snel na zijn geboorte blijkt dat hij lijdt aan astmatische aanvallen. Zijn moeder en oudere zus Lise nemen de extra zorg die hij nodig heeft op zich. Zijn astma brengt ook een grote mate van eenzaamheid met zich mee. Enerzijds werkten zijn astmatische aanvallen afschrikwekkend voor zijn omgeving; anderzijds verkoos hij zelf de eenzaamheden om zijn ziekelijkheid verborgen te houden. Slauerhoff onderhoudt, ook na zijn jeugd, een relatie van ‘aantrekken en afstoten’ met zijn zorgverleners. Aan de ene kant verplicht hij hen hem te helpen, maar aan de andere kant ervaart hij de bekommernis als beknellend. Hij doorloopt tussen 1911 en 1916 de HBS in Leeuwarden. In diezelfde tijd raakt hij geïnspireerd door de Russische literatuur (vooral Poesjkin, Tolstoj en Toergenjev, maar ook Gorki, Gogol en Lermontov) en de symbolistische Franse dichters Baudelaire, Rimbaud en Verlaine. Zijn (kennelijk vooruitstrevende) leraar Nederlands op de HBS laat hem kennis maken met de Tachtigers Van Eeden, Gorter en Van Deyssel. Ook raakt hij geïnteresseerd in Oosterse filosofieën. In 1916 verhuist hij naar Amsterdam om geneeskunde te studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Hij woont het eerste jaar bij een verre oom en tante, over wie hij enkele jaren later spottende gedichten publiceert. In deze jaren ontwikkelt Slauerhoff zich als dichter; er verschijnt proza en poëzie van zijn hand in Propria cures en de jaaralmanakken van U.S.A., de studentenvereniging waar hij (kritisch en dwars) lid van is. Hij zetelt enige tijd in de redactie van Propria Cures.


Vanaf 1919 stort hij zich op de studie. Én op de liefde. Hij verlooft zich met Truus de Ruyter, een studente Nederlands tegen wie Slauerhoff heel erg opkeek. In 1922 verbreekt zij de verloving omdat Slauerhoff haar geen zekerheid kan geven dat hij bij haar zal blijven. Ook in 1922 verschijnen gedichten in Het getij, een literair tijdschrift (en geen studentenblad zoals Propria cures). Zijn bijdragen aan Het getij zijn Slauerhoffs eerste serieuze stappen in de literatuurwereld. In 1923 komt zijn debuutbundel uit: Archipel. Slauerhoff – schrijver, scheepsarts In 1924 maakt hij zijn eerste reis als scheeparts, naar Nederlands-Indië. Slauerhoff wordt echter doodziek op deze zeereis. Toch voelt hij zich opgetogen als hij vaart: ‘Onder het zonnezeil, verrukt door den wind/voel ik me gelukkig.’ Latere reizen brengen hem in China, Japan, Rusland en de Portugese kolonie Macao, waar hij in aanraking komt het werk van Camões, de grote Portugese dichter uit de zestiende eeuw bekend van omvangrijke epos Os Lusíadas (1572). Slauerhoff herkent in Camões een geestverwant. Hij keert weer terug naar Nederland in 1927, na heel ziek te zijn geworden op één van zijn reizen als scheepsarts. In 1928 gaat hij weer varen, deze keer naar Zuid-Amerika en later ook naar Portugal. In Portugal maakt hij kennis met de fado, het Portugese levenslied. Hij maakte een aantal vertalingen en hertalingen van fado’s. Tijdens zijn reizen en op de momenten dat hij zich in Nederland terugtrok in het NoordHollandse plaatsje Bergen werkt hij aan zijn gedichten. In 1929 kwam Fleurs de marécage uit (een bundel met Franse gedichten), en in 1930 verscheen Yoeng poe tsjoeng (‘Van geen nut’), een bundel met (heel vrij) vertaalde Chinese gedichten. In 1929 gaat hij als assistent aan het werk op de afdeling dermatologie van het Academisch Ziekenhuis Utrecht. Tijdens zijn Utrechtse periode komt hij echter, tot zijn grote onvrede, nauwelijks aan schrijven toe. Veel ideeën blijven onuitgewerkt, mede ingegeven door de grote stapel ongepubliceerd (maar ‘af’) werk dat bij de uitgeverij klaar ligt. En zijn werk in de kliniek levert noch hemzelf noch zijn werkgevers voldoening op. 1930 is wat publicaties betreft Slauerhoffs topjaar: Het lente-eiland en andere verhalen, Saturnus, Schuim en asch, Serenade, Yoeng poe tsjoeng en zijn vertaling van Don Segundo Sombra van de Argentijnse schrijver Ricardo Guiraldes. In het voorjaar van datzelfde jaar voltrekt zich ook een belangrijk gebeurtenis op het persoonlijke vlak: hij ontmoet de danseres Darja Collin. Het blijkt geen ‘tussendoortje’: ‘We zijn er beiden eigenlijk rotsvast van overtuigd, dat het duren zal, en (…) dit verwondert ons beiden.’ In september 1930 trouwt Slauerhoff met haar. De jaren daarna worden gekenmerkt door financiële malaise: Slauerhoff vaart en schrijft om aan geld te komen en om zo veel mogelijk bij Darja te kunnen zijn.

Samen met Darja


In deze jaren schrijft Slauerhoff een toneelstuk over Jan Pietersz. Coen (1931) en de aan Darja Collin opgedragen roman Het verboden rijk (1932). Veel vertaalvoorstellen worden door verschillende uitgeverijen afgewezen. Intussen komen de eerste scheurtjes in het huwelijk tussen Slauerhoff en Darja aan de oppervlakte. Zo is Slauerhoff ziekelijk jaloers op een danser met wie zij een voorstelling maakt. In 1934 reist hij met de dichter Albert Helman naar Malaga en Marokko, waar hij zich in Tanger vestigt als arts. Met een omweg via Parijs keert hij terug in Nederland en scheidt in 1935 van Darja. In 1935 wordt hij ernstig ziek. Hij heeft bronchitis, griep, malaria, en astma onder de lijden en laat zich tweemaal interneren in een kuuroord. In januari 1936 tekent hij met uitgeverij Nijgh & Van Ditmar een contract voor een roman over de zeeslag bij Tsjoesjma in de Russisch-Japanse oorlog (1904-1905). Het boek moet de titel De gedoemde vloot krijgen. Slauerhoff ziet het werken eraan als een manier om zijn ziekte het hoofd te kunnen bieden. Het boek is nooit afgekomen. Omdat het herstel uitblijft, verhuist hij naar rusthuis Villa Clara in Hilversum. Daar overlijdt hij op 5 oktober. Op 15 oktober wordt in boekhandel Broese een herdenking georganiseerd. Dichter Jan Engelman zegt daar: ‘De dood van (…) Slauerhoff treft ons, die achterblijven, meer dan hem. Want zijn leven was een ‘vida triste’, waarin hij het licht dat hij zocht niet vinden kon, waarin hij ronddoolde met een gemarteld hart en vergeefs verlangde naar het lesschen van een brandenden dorst. (…) Slauerhoff is nù pas thuis gekomen, van een duistere reis.’ Na zijn dood stuurt de moeder van Slauerhoff een zeemanskist met ongepubliceerd of ongebundeld werk aan Kees Lekkerkerker, die in de jaren daarna velen banden verzameld werk samenstelde. Ook anderen maakten bloemlezingen van zijn gedichten, proza, brieven en kritische werk. Tevens zijn er vele biografieën over hem verschenen, waarvan de bekendste en volledigste die van Wim Hazeu uit 1995 is. Voor deze korte biografie is dan ook dankbaar gebruik gemaakt van dat werk. Enkele Sites: http://nl.wikipedia.org/wiki/J._Slauerhoff http://www.nederlandsepoezie.org/dichters/s/slauerhoff.html http://www.literairemeesters.nl/ http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn2/slauerhoff http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=slau001


Dit eiland Voor de zachtmoedigen, verdrukten, Tot geregelde arbeid onwilligen, Voor de met moedwil mislukten En de groots onverschilligen,

Voor de verre prinses Wij komen nooit meer saam: De wereld drong zich tusschenbeide. Soms staan wij beiden ’s nachts aan ’t raam, Maar andre sterren zien we in andre tijden. Uw land is zoo ver van mijn land verwijderd: Van licht tot verste duisternis - dat ik Op vleuglen van verlangen rustloos reizend, U zou begroeten met mijn stervenssnik. Maar als het waar is dat door groote droomen Het zwaarst verlangen over wordt gebracht Tot op de verste ster: dan zal ik komen, Dan zal ik komen, iedren nacht. Uit: Serenade (1930)

De reine roekeloozen, Door het kalm leven verworpen, Die boven steden en dorpen de woestijnen verkozen, Die zonder een zegekrans Streden verloren slagen En ’t liefst met hun fiere lans De wankelste tronen schragen; Voor allen, omgekomen Door hun dédain voor profijt, Slechts beheerscht door hun dromen, De spot der bezitters ten spijt, Neem ik bezit van dit eiland, Plant ik de zwarte vlag, Neem iedere natie tot vijand, Erken slechts ’t azuur als gezag. Wie nadert met goede bedoeling: Handel lust of bekeering, Wordt geweerd aan ’t rif door bezwering Of in ’t atol door onderspoeling. Oovral op aard heerscht orde, Men late mijn eiland met rust; ’t Blijft woest, zal niet anders worden Zoolang ik kampeer op zijn kust. Uit: Een eerlijk zeemansgraf (1936)

Voorgevoel ’t Is mij te moede als werd ik weer een kind Dat nog niet spreken kan, begint te staamlen, Dat vindt van moeder, menschen, dieren, wind De stemmen even vreemd en eensgezind, En door elkaar de klanken gaat verzaamlen. Hoe heerlijk, nog te weten van geen woorden Die zinnen worden en die weer gesprekken, Bijvoorbeeld denken: een groen bosch heet Noorden, Iets anders groots en groens heet zee, en moorden Zijn zwarte dingen die men moet ontdekken. De woorden hebben klank en kleur en glans, Zij komen op en willen gaan bewegen; Vaak is een stroef, een ander norsch, verlegen, Maar als ik fluister dat ik nog niet regen Van rag kan onderscheiden, zien zij kans Op liedren die lang hebben stilgelegen, Bijna verstandig waren doodgezwegen. Uit: Al dwalend (postuum, 1947)


hoe ligt versteende pijn en tederheid in koel speksteen gebroken Dimph Jansen


Stilte Mijn pen zwijgt Heeft niets te vertellen. Ik denk dat ze in staking is. Gezocht: Betere werkgever! ;-).

You Live on Past Glory

Stilte Op facebook. Daar vallen wel zeker 10 000 woorden. Woorden van vaak vage leegte Dingen die niets te betekenen hebben Soms een hard krakende noot Van een hart dat wordt gelucht Nadien weer, als je afsluit Dag vrienden van facebook. Stilte. Anke Cant

You live today, Still, On Past glory. Like an old man, in a cafe, Wrapped, capped, wizened – and lonely, You pay for your bill By telling old stories Again And Again, Tipping by doffing. Carl Olen Nel

Stilte Daar slaat de stilte over Als een denderende locomotief trekken beelden zich voorbij Opgenomen in de stad waar het leven wordt geschreeuwd Waar de straten dichtslibben door smog En graffiti op de muren van ieder gebouw het nieuwe geloof verkondigd als een enkele waarheid In de stad daar slaat de stilte over met de stem van een puberende jongen Mark Boninsegna

Weemoed beheerst mij in mijn hoofd is het ijzig stil jou bemerk ik daar ook niet het niet bewegen het verstilde zijn in het diepst van mijn gedachten noem ik jou‌ liefste. Corry Broer


Leftmost AndrĂŠ Smucki


Geen vergeten reis mag ik jou missen in de stilte het uur dat ik blijf waken terwijl de slaap mijn ogen kust, dwingt tot rust hoe zou ik kunnen vergeten zelfs al zou ik willen… hoe je adem klonk in het ochtendgloren naast de bimbam van de klokkentoren je woont in mij, levenslang in de beweging van mijn hand het schrijven, mijn gedicht al ben je ver, uit mijn zicht de stroming van de wind echoot in mijn brein ik zou willen reizen, uitvaren mezelf verliezen, kiezen voor het ruime sop, de baren maar je leeft in mij waar heen ik ook ga je blijft dicht, zo heel dichtbij Hilly Nicolay

Stilte

Afskeid Vandag wou ek 'n vers maak waarin woorde – myne – en skoonheid – joune – verstrengel sou kon raak, onontwarbaar maar terloops. Jou oë is sag en, terloops, jou aanraking vang my onkant. Nee, dié vers moet wag op yler tye van veraf verlang of hunker, oor die nou wat hulde bring aan die stilte van jou groet. Johann P. Boshoff

In die skeemring fluister Die bottel groen takke verlange ‘n sug van hartseer ‘n traan wat treur In die bewoording luister Die storm soeke en roepsgesange ‘n hoop van liefde teer ‘n hart wat opbeur Sal ek jou spoor vind? Sal jou liefde my verblind? Sal die orkaan van solo wees vergaan want die warrel asem probeer my verslaan? Sien jou skadu wat glinster in my venster, soveel ou dae is alreeds vergange. Jou liefde sal my duister keer ‘n jou wat my omgee goedkeur Na die láng dae van gister omvou my hartklop met vrede belange ‘n rus van liefde begeer ‘n stilte van geluk in kleur Duet deur Emile Umberto Martinaglia en Linda Neill


Carl Nel


Mijn stille verzet Mijn stille verzet soms zo onbegrijpelijk soms is het effect nihil maar zo puur is soms aanleiding tot stralen van haat in iemands gezicht ..de manipulator de wringer van je hart je voelt m zo vlug de vragen te intiem je man te nieuwsgierig naar die ene die teveel teveel vraagt en ook probeert te eisen dat ik mijn beetje verzet tegen het gif dat zovelen al in mijn hart hebben proberen te spuiten van dichtbij en soms veraf mijn beetje verzet ineens bijgestaan door duizenden engelen schreeuwend in mijn oor Gij geheel anders Dan mijn hart dat ineens ontvlamt in toorn een vuur dat alles achter zich verbrand oooh blijf maar onverschillig mijn vuur zal je niet verslinden slechts kuisen in een keer in een keer in een keer Ik schreeuw ga tekeer mijn hart zo zeer kan de haat bijna niet meer aan, heb teveel toegelaten dat het bijna barst , je probeerde me over te halen naar jouw kant maar ik geheel anders bedreigde jou vanuit je eigen haat pakte het zwaard van je leugens op tegen jou en jij verdronk in je eigen haat Je hebt alleen jezelf met je gezwets ! Engelen verzorgen de blaren van een boos hart en maken het weer zacht en mooi voor de volgende dag zodat ik weer lief zodat ik weer heel lief Zodat ik weer heel lief Magda Thomas

Silence Sometimes we all feel lost and alone feeling the need to turn our hearts into stone trying to make peace with the silence we found pretending we can't see nor hear a sound Sometimes sadness runs through our veins tears hiding waiting to cry like moesson rains this silence has never before been so loud these feelings of despair shouldn't be allowed Stilte van storm en van wind van klanken, van taal het omslaan van 't blad van wijn in het glas van knetterend haardvuur en tikkende tijd van wat voor altijd was eeuwige sprakeloze oorverdovende stilte Marleen Ooms

Not a single word or sentence can even be said to sooth these feelings of loss... to help forget maybe a blink of understanding uniting us this day can blow a little of this silence we share away And then when the moment's too long and all this grief inside is too strong we always have sweet memories to rely on to pick us up in a whisper and help us along This silence is so hard to accept in my heart forever you will be kept sleep in peace now my beloved friend someday soon the silence will end Nancy Meelens


Jan van Well


Bestelinfo:


Wanneer stilbly beter is as praat. Daar word vertel dat die bekende skrywer en politikus CJ Langenhoven glo gesê het dat ’n mens twee ore en een mond het, en dit beteken jy moet dubbeld soveel luister as wat jy praat - ’n edel onderneming inderdaad. Nou is dit bekend dat Langenhoven ook ’n jarelange stryd met alkoholisme gehad het. En mens kan nie help om te wonder of is dit nie omdat hy dalkies self hierdie beleid té rigied gehandhaaf het in sy persoonlike lewe nie, hierdie beleid van meer luister en minder praat nie. . . Maar hoe ook al, vir my en vir baie ander mense is ons siek en sat vir wat in ons land aan die gang is. Ek kan nie anders as om te kerm en te kla nie. En baie te sê het nie. Dit het omtrent, en met goeie reg, gegons oor die tiener Anene Booysen. Anene was oor en oor en oor verkrag en tot só ’n mate aangerand dat sy uiteindelik beswyk het aan haar wonde, nadat sy vir die dood gelos is deur haar aanvallers. En Anene is maar net nóg ’n stukkie statistiek in die lang lys van verminkte en verkragte en vermoorde vroue van Suid-Afrika. Ons mag nooit, nooit ooit ophou praat oor die Anene Booysens van hierdie wêreld nie – húlle is die mense wat ons in ons gedagtes moet hou in ons stryd na groter geregtigheid. Húlle is die rede hoekom ons nooit moet toelaat dat daar stilte kom nie. Maar ’n belangrike deel van ons stryd gaan ook behels om mense sover te kry om eerder stil te bly by tye. Suid-Afrika is ’n land, so het ons eens geglo, waar ons kies om dinge eerder reg te praat as om dit reg te skiet. Dit wat ons reggekry het met betrekking tot ons onderhandelde skikking en oorgang na ’n ‘nuwe’ Suid-Afrika, was iets unieks. Waar elders ter wêreld het mense hulle mag al ooit vrywillig weggegee omdat hulle glo dit is in belang van reg en geregtigheid? Dit gebeur nie elke dag nie. Maar wat minder bekend is, is die feit dat die onderhandelde skikking vir talle leiers binne die regerende party maar bloot ’n tydelike lastige maatreel was op pad na mag. Die historikus Hermann Giliomee verwys na hierdie feit in sy onlangse boek ‘Die laaste Afrikanerleiers: ’n Opperste toets van mag’, waar geskets word hoe oudpresident Thabo Mbeki die ooreenkomste van die onderhandelinge nie juis hoog geag het nie.

Om die waarheid te sê, dit word al meer en meer duidelik dat die ANC en sy vennote, nes die Nasionale Party van ouds, dit verkies om die verlede te herontwikkel tot die punt waar dit in lyn met hul eie spesifieke beleid en visie is. Die oud politikus en latere bekende politieke kommentator Frederik van Zyl Slabbert het in sy leeftyd alreeds opgemerk dat: “One thing the ‘old’ and the ‘new’ South Africa have in common is a passion for inventing history. History is not seen as a dispassionate inquity into what happened, but rather as a part of political mobilisation promoting some form of collective self-interest”.* Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns het in 2012 ’n heel nuwe boek gepubliseer, hoofsaaklik weens hul gevoel dat die ‘nuwe’ Suid-Afrika die rol van Afrikaners misken in geskiedenisboeke. Ongelukkig maak die Akademie hulself ook maar skuldig aan die miskenning van talle uitsonderlike historiese figure van Suid-Afrika. Die petalje belig maar net weer hoe baie ons nog sukkel om ’n kollektiewe identiteit in Suid-Afrika te ontwikkel. Maar dit is nie bloot ’n saak van ‘wit’ en ‘swart’ hierdie nie, want die ANC loop ook dikwels deur onder kritiek dat daar nie genoeg erkenning gegee word aan die rol van die swart bewussynsbeweging, Steve Biko, die Pan-African Congress en Robert Sobukwe nie. Daar is maar dikwels klagtes dat die regerende party ook híérdie invloedryke rolspelers se rol misken, bloot omdat dit nie in hul visie vir Suid-Afrika pas nie. Maar die mees tragiesste is miskien die feit dat ons leiers so lief is om geweld in hierdie land te verromantiseer. Ons leiers, soos onder andere president Zuma, klim op verhoë en sing ‘bring my masjiengeweer’, ‘skiet die Boere’ en ‘ons sal moor vir Zuma’. Die feit dat die ‘nuwe’ Suid-Afrika deur ’n onderhandelde skikking tot stand gekom het, word nie genoegsaam beklemtoon nie. In plaas daarvan word geweld voorgehou as die ding wat tot die geboorte van Suid-Afrika gelei het. So baie leiers is nie net dikwels stil oor die geweld in ons land nie, nee, wanneer hulle praat, dan verromantiseer hulle moord. Dit sal dan eintlik beter wees as hulle eerder net heeltemal niks meer sê nie. Barend van der Merwe *Aanhaling geneem uit S. Ellis ‘External Mission: The ANC in exile, 1960 – 1990’, Jeppestown, 2012.


Petra Fenijn


Stil “Heb jij haar vannacht gehoord?” vragen we bij het ontbijt aan elkaar. “Ja, ik hoorde haar een paar keer de trap afbonken.” “En ik hoorde haar trippelen over het zeil.” “Ze sprong ook een keer op bed.” “En ik hoorde haar duidelijk spinnen.” Na het ontbijt lopen we samen tot achter in de tuin, waar de, net uitgebloeide, vlinderstruik staat. Daaronder ligt ze begraven. ochtendmist de zon verzilvert de stilte Ria Giskes-Pieters

Wij vingen woorden aan Wij vingen woorden aan met van vandaag van-je-houden vanzelf en vanitas was dat niet teveel van wat ik dacht toen ik je vroeg een leven te delen wij lazen elke ochtend elkaars ogen deden de dingen zoals ze kwamen namen het zekere niet te licht groeven als er stilte viel onze hoofden uit en stolden memorabele momenten in kaarsvet om te bewaren nu stoppen we ze in dozen op zolder tegen het onmetelijke afstoffen dat straks onze kinderen wacht Frans Terken

Beademd evenwicht van witte lege einder in het morgenlicht één ster staart zwijgend naar beneen een kribbe maar de dieren zijn op stal gebleven er glimt wat ochtendkrieken op de stille steen de sneeuw ligt als een laken stijfgesgteven nu alles woordgericht en weggezwegen is in de woorden van dit gedicht Sijke Van 't Ven


Rudolf Dierckx


Silentium Bestaat er in het rijk van de horende absolute stilte? Helaas is het antwoord hierop neen. Laat ik Domburg als voorbeeld nemen. Je huurt er een appartement, waarin het redelijk rustig is, maar ben je buiten is daar het geruis van auto’s over rond- en snelwegen. Dat stelt teleur. Dat gaat ook op voor het huisje dat een vriendin kocht, nabij Beekbergen. In het midden van een bebost terrein, op enige afstand van, jawel, snelwegen. In het Rijnmondgebied is er altijd ook op als stil te betitelen dagen, het specifieke, zoemende geluid van de industrie. Ik vrees dat er in Nederland geen totaal stille plekken meer zijn, heel misschien momenten van stilte, ergens in de Alblasserwaard of in Drente. In Ierland wellicht. Mocht je het geluk hebben je daar te bevinden, hoor je nog altijd je eigen ademhaling, ook al adem je zo zacht mogelijk en je hartenklop kun je ook niet uitschakelen. Wat te denken van vogelgeluiden? Een blaffende waakhond, loeiende koeien? Natuurlijk maken de vogels in de lente het meeste lawaai. Wij kunnen dan vertederd genieten van merel en ander gevederd volk. Wat wij niet weten, althans ik was me er niet van bewust, is dat deze dieren met twee poten, veren, vleugels en een snavel in het voorjaar in hoge nood verkeren, tenminste, als we Midas Dekker moeten geloven. Deze bioloog verklaart het vogelgezang als een letterlijk waanzinnig het uitschreeuwen. De voortplantingsdrift heeft hen volledig in de ban, ze worden gek van hun hormonen Dat is iets waar onwetenden als ik totaal niet bij stilstaan. Nu heb ik het geluk of de pech, dat is maar net hoe je het bekijkt, over oren te beschikken die te vergelijken zijn met schotelantennes, niet in grootte, maar met eenzelfde precisie als zo’n zesendertig voetbalvelden groot gevaarte. Laat een speld vallen en ik hoor de val en het neerkomen. Natuurlijk kan ik alleen voor mezelf spreken, als ik zeg dat ik het stilste plekje van Europa heb ontdekt. Dat mag gerust weerlegd worden. Dat hindert niet, daarbij komt wat voor de één stil is, is voor de ander herrie. Toen ik een kind was, wees mijn vader me geregeld op de geluiden in het bos. Het ruisen van de boomtoppen, het kloppen van een specht. Later vergat ik dat. In de puberteit verloor ik de stilte totaal uit het oog. Als jonge moeder kwamen sereniteit en rust ook niet in mijn leven voor, dat gold ook voor geluidloosheid.

Het moet wel heel stil zijn, wil je het ruisen van het riet kunnen horen. Soms benijd ik de Middeleeuwer en een componist als Mozart of een filosoof als Kant die nog geen last hadden van bonkende bassen in auto’s, radio, televisie en decibellen, hoewel iemand als Mozart flink lawaai kon maken met zijn muziek natuurlijk! In het Hinterland van Vlaanderen ligt mijns inziens het stilste plekje dat ik ooit tegenkwam. Of je er nu buiten of binnen zat, het enige dat je hoorde waren de zachte plofjes waarmee de kastanjes uit de bomen op het hoog ommuurde plein van het tot vakantieadres omgebouwde nonnenschooltje neerkwamen. In september dan. Een zonovergoten september. De stilte was zo oorverdovend dat ik af en toe de radio even aanzette om me niet al te verlaten te voelen. Een mens is en blijft toch een sociaal wezen, zelfs al is hij of zij een halve Einzelgänger. Op enkele kilometers van het oude schooltje ligt een beeldentuin. Ik was de enige bezoeker van het werk van George Grard. (Doornik, 26 november 1901 – Sint-Idesbald, 26 september 1984) Het maisveld, het riet, het zonlicht en de rust waren er subliem. Paradijselijk waren ook de vrouwenbeelden van brons die buiten stonden en de gipsen die zich buiten maar ook binnen in het museum, annex atelier bevonden. De muze van de kunstenaar, Isette Gabriels stond veelal model voor Grard’s werk. Zelfs in een plaatsje nabij de beeldentuin, ontmoette ik enkel bronzen mensen: spelende kinderen, een oude man op een bankje, een vrouw zich koesterend in de zon. Er was verder geen levende ziel te bekennen. Lampernisse, Gijverinkhove, de komgronden. De allerstilste plekjes liggen dáár voor mij. Toch hangt er iets treurigs op bepaalde plekken, alsof de oorlog van 1914-1918 nog vers in het geheugen van de natuur ligt. Als er mist hangt, verwart de rivier de Ijzer die nog altijd met kogels, kruitdampen, modder of rattenplaag en in Diksmuide staat op de Vredestoren te lezen; Alles Voor Vlaanderen, Vlaanderen Voor Kristus. Nooit meer oorlog, Plus jamais de guerre, No more War, Nie wieder Krieg. Daar val je dan zelf weer van stil en je schrijft een vers, want poëzie heeft in Vlaanderen, met name in Watou, veel aanzien. ‘Dichten is de muzikale mogelijkheid van zwijgen.’ Jan Greshoff (1888-1971) zei het al. Anneke Haasnoot


Rijmelarijntje Bakker Powertex http://www.creatiefmetpowertex.nl/


Warme schoot Ingehouden warmte verbergt zich onder je roze vel, Waarin ook de resten van je vorige leven, schuilen, Onbevlekte vingertoppen bewegen zich jubelend Een weg naar boven in de grote kamer van wijsheid, ongemerkt zijn hoofd gevuld met leegte stil in hem omheen koesterend streelde hij met beruwde vingers deze stille kluis in zijn wereld enige tegenvoeter zijn stilte donderde in chaos rondom, waanzinsmaelstroom van tijd voortschrijdend weer brak een lente aan Pastuiven Verkwil

En dromen van een dampende baarmoeder, waar je Eens je roes uitsliep, toen je nog vol ongeduld moest Wachten op een tweede leven, en een nieuwe moeder, Een warme schoot vol van liefde en blijdschapstranen. Rijmelarijntje

Ik nijg mij het leven

“ik nijg mij het leven, noodgedwongen� (Pastuiven Verkwil)

omlijsting hij legt zich neer in wind, in de tijd waar hij om vroeg en in die dagen reist hij door het leven, luistert naar alles wat stilte hem geeft het gras verstaat zijn verlangen het lief en leed, het hebben en houwen het geruis van het heelal en al de andere plekken in een antwoord dat zich naar binnen keert vogels, zwartglimmend, krullen zich op in het licht als een schaduw op een zandpad hij weet nog van niets tot hij omhoog kijkt Vlinderwindekind Kerima Ellouise


Morning Rain Yoel Tordjman


Vrede Nautilus

Ik heb haar nog niets horen zeggen

Wind blaast poesters, over een witgeblakerd land. verzand, gestrand, op de kliffen getreden.

wel zag ik de wind door haar haren slaan

die gil

Licht en sereen

Gedachten glijden, over de woeste golven, verzwolgen, bedolven. fluistering verdwenen.

-

alsof ze tenslotte Brugs kant uitrollen zo vermaken vandaag

het liefst volgde ik zijn hand links rechts links rechts

de golven zich met de zee

En de strandjutter met een harmonica van kleine dromen ster van binnen

ster van buiten

De verte mijn liefste de verte zie dan daar ergens tekent zich een witte parasol

daar verdampte ons een kind Ruud Poppelaars

Zacht gesuis, een wereld vol leven. naar de kade gedreven. opgedoken uit zee. Daar plaats ik teder tegen mijn oor. verstomt, elk gehoor de nautilus schelp. En lokt eenieder, die niet horen wil, naar eindeloze stilte van de zoet en zilte zee Vincent Jongman

in koue klamme angs en sweet sit regop in my bed bevangs boedstollende gil het my gewek iemand wat uit hierdie lewe vertrek dan die lang stilte in die donker nag mens sou dink, dat die vrees versag dan 'n knal, hop ek soos ek skrik as ek valstande had sou ek stik res van die nag onrustig gewees boek geneem en dit gelees volgend oggend steeds moeg gewees ietwat moerig oor verlore slaap, so bedeesd Pierre Rossouw


Kom maar binnen Michael Karstanje http://www.karstanje.exto.nl/


'Woorden mogen alleen dienen om de stilte te verbeteren’

(Karel Jonckheere, dichter 1906-1993) Stilte als thema voor dit nummer van Po-e-zine. Welke kant ga je dan op? Zal ik de stilte in de poëzie omhelzen of ontkennen? In een korte research over stilte en poëzie komt vooral naar voren dat de stilte een belangrijke rol speelt in de voordracht van poëzie. De stilte, die leesbaar is in witregels en laten vallen tijdens een voordracht is essentieel voor de voordracht lijkt het. Toch zijn er ook voordrachtskunstenaars en dichters die de stilte juist (al dan niet expres) vermijden. Denk aan dichters al Jules Deelder, Johnny van Doorn en Simon Vinkenoog maar ook aan de vele slamdichters die hun poëzie als het ware over hun toehoorders heen gieten in één lange stroom van woorden. Ik heb me al vaker verwonderd over het verschil in voordracht van dichters. Door de jaren heen heb ik vele dichters voordrachten zien en horen geven en de verschillen waren groot. Waar de een in alle rust regelmatig stiltemomenten laat vallen bedient de ander zich juist zo min mogelijk van diezelfde stiltemomenten. Waar voor de één de stilte een bruikbaar instrument is in zijn of haar poëzie, is dat voor de ander juist het tegenovergestelde. In 2007 was het thema van de nationale gedichtendag “Stilte”. Poetry International had toen een aardig idee. Treinreizigers die via een koptelefoon naar poëzie luisteren in deze drukke en lawaaierige tijden, waarmee Poetry International aandacht vroeg voor ‘rust en concentratie’. “De stilte die nodig is om klank en betekenis te waarderen; de stilte in het wit tussen de regels en de onvermijdelijke stilte wanneer de betekenis van het gedicht onzegbaar is”. Zo omschreef Poetry International destijds dit initiatief. Toen ik dit las dacht ik eerst wat een mooi idee. Maar meteen daarna; in de trein waar je juist vaak in (betrekkelijke) stilte alleen kan zijn met jezelf, een krant of een boek (dichtbundel), wordt juist deze stilte verbroken door een koptelefoon op te zetten en naar het geluid van poëzie te luisteren. Ik wil maar zeggen, stilte is een rekbaar begrip.

In gedichten is Stilte als thema daardoor weer juist heel aantrekkelijk. Je kunt er alle kanten mee op. Zoals bijvoorbeeld in het gedicht van Guido Gezelle. De stilte in uw wezen Min de stilte in uw wezen Min de stilte die bezielt zij die alle stilte vrezen hebben nooit een hart gelezen hebben nooit geknield. Of in een gedicht van Lao Tse. Geduld Heb je geduld te wachten Tot de modder zakt Het water helder wordt Kun je in stilte verwijlen Tot de handeling Vanuit zichzelf ontstaat?


Soms wordt de stilte ook verwoord in een gedicht zonder dat dit gedicht de stilte als onderwerp heeft, zoals in Winterstilte van Jacqueline E. van der Waals Winterstilte De grond is wit, de nevel wit, De wolken, waar nog sneeuw in zit, Zijn wit, dat zacht vergrijzelt, Het fijngetakt geboomte zit Met witten rijp beijzeld. De boom houdt zich behoedzaam stil, Dat niet het minste takgetril 't Kristallen kunstwerk breke, De klank zelfs van mijn schreden wil Zich in de sneeuw versteken. De grond is wit, de nevel wit, Wat zwijgend tooverland is dit? Wat hemel loop ik onder? Ik vouw de handen en aanbid Dit grootsche, stille wonder.

Het gedicht dat het meest in de buurt komt van het thema stilte, dat ik zelf schreef is waarschijnlijk het gedicht Stiltegebied uit mijn laatste bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’. Stiltegebied Daar waar de mist het laagland raakt in onversneden flarden waar krijsende meeuwen het wassende water markeren op hoog gelegen grenzen streel je de kou van mijn handen, wrijf je leven in de leegte dan valt het licht in het duistere dagdeel trekken kopjes terug in witgrijs verenkleed Wouter van Heiningen http://woutervanheiningen.wordpress.com/


Mieke Merkx


teengloed sy kom aan oor die blink pick‘n pay vloer met iets moois wat haar dra sy slenter verby die bokse pap almal kleurvol uitgedos op die vol rakke haar oë is gesluit in myne sy kom vinnig nader dan stop sy voor my haar alles glimlag die winkel is vol maar net ons twee is in die ry sy reik uit en stamp my skouer met haar oop hand

“ek soek groen kerrie paste, maar ek vind g’n niks,” sê sy ek trek my skouers op en laat dit weer val in ry sewe kyk ek in haar bruin oë en veg teen die drang om haar te gryp en soen liefde bars Dune-agtig by die linoleum vloer uit die monsteragtige wurms kronkel om ons en ek besef dat ek die drol is sy kyk om oor haar skouer ‘n doodloopstraat van wantroue hang in haar skadu en skyn ‘n teengloed skielik besef ons weer ek kan niks sê nie niks regmaak nie sy draai om en loop

ek stamp terug lig en spelerig soos ons altyd gemaak het

ander mense begin die ry vul ek kyk na my inkopielys kyk weer op en sy’s weg

stamp-stamp-stamp-stamp stop kyk na mekaar dan lag ons

ek soek nog ‘n paar rye aan

-

vir soya melk Sjaka S. Septembir


Silence OnlyMie


'Vergis ik me nou, of heb ik twee keer een ogenblik stilte gemist.' Stil de Stilte

(Jan Wolkers: De kus)

In stilte

De stilte

In stilte geniet ik van mijn toekomst. Ik geniet van elke dag. Elke dag geniet ik in stilte. In stilte.

Dunner dan de waas om je heen fluisteren hoopvolle woorden

In stilte geniet ik van mijn goeie dingen. Mijn doelen zal ik behalen. In stilte zal ik genieten.

als duurzame echo's om je zijn

Geen voorstel, geen verzoek, geen klank dringt ogenschijnlijk tot mij door ik zit te staren op de bank en geef aan vragen geen gehoor het lijkt alsof ik ben verdoofd toch hoorde ik dat jij wat vroeg ik antwoord niet, want in mijn hoofd is het voorlopig druk genoeg soms lach ik af en toe een keer gewoon om jou te laten weten dat het fysiek niet pijnlijk is het maakt je blij, ik reageer ik ben de wereld niet vergeten het is de stilte die ik mis. Bert Deben

In stilte lach ik. Ik lach om wat mensen zeiden. In stilte lach ik die mensen uit. In stilte blijf ik hoop houden. De hoop en moed dat doet wonderen. In stilte geniet ik van mijn leven. Amanda Tuinstra

sluit je oren open je hart want alleen daar wordt de kwetsbaarheid dunner en dunner en de stilte zij luistert Dimph Jansen


Mirjam van Benthem


Peter Hendriks


Stilte Stilte is er in vele vormen. De stilte in het landschap, weg van de snelweg, met alleen de wind die ruist door de grashalmen. Genieten van de zon in de achtertuin, die je verwarmt. Vakantie, waar je wel die tijd neemt en in lijkt te halen in wat je eigenlijk vaker zou moeten doen. Muziek voor weldadige rust en ontspanning. In mijn hoofd is het niet altijd stil, afhankelijk van de omstandigheden. Situaties waar je lering uit trekt. Fijne herinneringen die de revue opnieuw passeren, minder prettige die hun kop opsteken om te laten zien dat je ze er nog niet onder hebt. Het dagelijkse leven met al zijn indrukken die je bewust of onbewust weer opnieuw stukje voor stukje veranderen en een ander zicht brengen dan daarvoor. De stilte is er altijd, je hoeft het alleen maar te horen. Die stilte die er dan is, brengt een soort van tijdloosheid met zich mee. Het trekt alles weer recht waar de kreukels zaten. De kleur van wijsheid begint zich af te tekenen tegen de witte muur, die steeds meer schilderingen krijgt, waar je steeds langer naar kan kijken. Vormen en kleuren zien die je eerst helemaal niet opvielen. Dat stuk muur waar gaten in zijn gevallen, de brokken vanaf zijn gespat en de pilaren die hem staande moest houden opnieuw opgebouwd zijn, nu vast staat als een huis. Dat geeft rust, dat geeft stilte. De waan van alledag voorbij. Voorbij de dagelijkse kakafonie die minder invloed lijkt te hebben dan voorheen. Stilte vind je niet zomaar, dat geeft dagelijks werk. Iets wat simpel lijkt, is niet altijd zo gemakkelijk. Daar zijn therapieĂŤn voor uitgevonden, chemische middelen voor ontwikkeld om kunstmatige stilte op te roepen. Geld is ermee gemoeid, ruzies en oorlogen om met agressie, macht en daadkracht te overwinnen wat een illusie blijkt als je dit voor een ander zou willen beheren. Stilte, iets dat eigenlijk iedereen stiekem wilt en ook diep in zijn hart zoekt. Voorbij al het geluid is er ergens een magische plek dat ikzelf heet, in stilte wachtend om opnieuw ontdekt te worden. Bert Waber


Pim Leefsma


STIL Nu wil ik dat je gaat zitten hier onder deze boom. Dan laten we hem luisteren, zodat het bos weet waar je woont je bent mooi met zachte lippen kijk, die steen, die leeft kom ik moet eens gaan ze wachten op mij voor het eten en ik heb beloofd te helpen met de nacht dag, ik zie je Monique van der Kubbe

Stil

Vergeet het

Voor M., trieste dag Sneeuwvlokken vervliegen. Nat en bedaard wordt vaart verminderd. Hoezo win ik tijd? Er is liefde uitgesteld en wij weten ons geen kans. Benoem niet de mogelijke grillen: wat ooit blad heeft verloren of zijn zang heeft verstomd keert het leven nog inwaarts of heeft zijn tong voorgoed verloren. Wij kijken en kijken maar, de gebaren te houterig om ons uit te spreken. Liefste, vergeet het. Zolang niets om verlangen vraagt heeft de tijd er geen oren naar – doofstom en doodgeboren – Elbert Gonggrijp

hier is niemand behalve dan de stilte onder hoge bomen waakt eeuwigheid zelfs het glooiende landschap tot aan de einder spreekt slechts stilte bladeren knisperen onder gelaarsde voeten die naar water voeren en dan het water behalve hier en daar een zachte rimpeling windstil zwijgend turen bomen naar hun spiegelbeeld en voor het overige geen beweging geen geluid zelfs geen vogel Marije Hendrikx


Matthijs Wateler http://www.matthijswateler-art.com/www.matthijswateler-art.com/Welcome.html


Vrouwenlijn 2 - Uit de kast 'Wil jij iets voor me doen?' Mijn moeder kijkt me helder aan uit haar broos geworden lichaam. We zitten aan tafel een kopje thee te drinken, ergens in de zomer van 2008. Ze haalt iets van haar schoot. 'Wil jij hier een boekje van maken?' Ze overhandigt me een rommelig pakketje.

( Anne, wil je hier een boekje van maken?) Ik herken het met schrik. Het is het uit elkaar gevallen boekje dat ze zo'n dertig jaar geleden voor haar moeder maakte, voor Moeke. Toen ging dat aan mij voorbij. Ik was jong uit huis, keerde menigmaal terug, maar was weg toen zij dat boekje maakte ter ere van het 55-jarig huwelijk van haar ouders, Pa en Moeke. Toch heb ik dat boekje eerder gezien, een vrouwenweekend in Antwerpen met Aal, Swan, San, mijn moeder, haar zus en haar vriendin. Ik noem mijn moeder Aal sinds ik mijn ouderlijk huis in Tiel verruilde voor het academisch ziekenhuis in Groningen, mezelf uitroepend tot zelfstandige, om al snel terug te keren met hangend hoofd, nadat ik de eerste fles bloed naar de overkant moest brengen en flauw viel op het onmetelijk groene gras. Als rood ergens opvalt, is het op groen. Ik mocht tijdelijk terug in het huis van mijn ouders, sliep in dezelfde kamer waar ik voor mijn zelfstandigheid sliep, een week of zes daarvoor. Mijn moeder was blij, zonder mij was er niks aan. Ik was ook absoluut geen verpleegster vond zij, wat haar recente opmerking tot compliment maakt 'jij kunt wel hoofdzuster worden'.

Mijn vader vroeg kostgeld aan de jonge zelfstandige die met water aan de lippen en vuur aan de schenen het eerste de beste baantje nam bij Verdugt, de giffabriek in Tiel. De aanname was te danken aan het zelfstandig optreden voor de sollicitatie begon. De man die de sollicitatierondes deed, moest zo nodig weg toen ik aan de beurt was. Ik zat alleen in een kantoortje met een groot bureau en een joekel van een telefoon die oorverdovend begon te rinkelen en op mijn zenuwen werkte. Ik heb altijd een hekel gehad aan telefoons, helemaal als werkeloze wachtende. Ik nam op. 'Met de sollicitante van Verdugt...' | De beller moest de man hebben. Ik ging in het onbekende gebouw op zoek naar de man die ik amper gezien had. Hij kwam net het toilet uit, een moment waarop de man broek en hemd in positie brengt, een moment waarop hij liever niet gezien wordt door de toekomstige werknemer. Ik werd aangenomen omdat er geen andere kandidaat was, ik nam aan omdat ik zo zelfstandig was. Ik woonde thuis, had een baantje en sloot me aan bij de fabrieksjongens van Verdugt en de Betuwe die op hun brommers naar bands gingen en zichzelf de States noemden. Ik voelde me vrij als een vogel. Dansen was mijn lust en liefde, het heilig moment van de ontmaagding was pas in het Spijkerkwartier, de hoerenbuurt van Arnhem waar ik ging studeren en een studentenkamertje kreeg.Mijn inwijder was goed. Ik was even terug bij af, terug bij mijn ouders, maar noemde ze nu bij hun naam, Jan en Aal. Ik moest wel voor 12 uur thuis zijn, 'anders donder je maar op.' Het vrouwenweekend was jaren later, toen ik het huis echt uit was. Het was in Antwerpen vanwege een aanbieding van de ANWB. Aal had 'Moeke' bij zich, het boekje. Het kan ook zijn dat haar zus Swanny, het boekje mee had en als verrassing uit een van haar kleurige schoudertassen haalde. Het was opgedoken uit een kast na het overlijden van Moeke. Het vrouwenweekend was daarna, ter troost wellicht. Het moment was aangebroken dat 'Moeke' uit de kast kwam‌

Anne Vellinga


http://reepke.com/


Zuchten voor de stilte

Een stad is geen stiltepunt knuffelhol in velours-optiek zeepdraden voor aan de muur nieuwe herfstmeisjes zonder durf de stoel schraapt stemmen hoog om het gebouw kleppert het straatgrafieken, achterwaartse wolken benoem de bezoekers op volgorde ze vluchten met hun vette buit snelgids eigen wereld eerst basiscursus leven & lijden wordt niet uitgeleend Guido Utermark

het naar elkaar roepen en tieren was voorbij heesheid verstilde de strijd toen het huwelijksbootje zonk keerde het tij bedolven onder golven van tranen vol spijt en verdriet waarvan men er zwemmend niet één ziet bereikten ze hijgend doch stevig hand in hand als een met garantie geplakte fietsband de afgeschuimde rand van een al vele jaren verlaten naaktstrand hij fluisterde iets in haar pas gewassen oren ze hoopte meer dan ooit tevoren dat het dát was wat ze wou horen namelijk, ‘ liefste wij zijn voor elkaar geboren’ doch het bleef muisstil, stiller dan in een lege kerk en op een oudejaarsavond met verboden vuurwerk tot het helder werd als proper vensterglas dat haar natte hoorapparaatje kapot was -

ze begon om het nieuwe begin te vieren sensueel met haar armen te zwieren maar die hingen vol kleverige zeewieren en daarmee kon ze hem niet plezieren dit liet hij overduidelijk blijken door vies naar haar te kijken het toverde blijvende pruillippen en daarom liep hun relatie na een jaar of drie toch nog, zij het stilletjes, op de klippen Lenjef


Bert Waber


Stilte Stil

INGRID: DAGBOEK VAN 'N DIGTER

ik zie het wit van de wolken verscholen achter grijs zachtjes wiegen takken van hoge bomen, knikken elkaar vriendelijk toe

stilte stilte stilte stilte stilte

ik hoor de vogels zingen welke tuinen het leuk lopen is en waar het water net ververst

woorde spoel uit stilweg in gedagtes se wier en gras stil-weg soos 'n lyk *NOTA ... “stilte� was die laaste vyf dae die enigste woord op elke dag se inskrywing in Ingrid Jonker se dagboek ... so skuins oor die daag geskryf ... Johann P. Boshoff

en als ik heel stil ben vanuit mijn hoekje dalen gezegde woorden zachtjes neer om daarna tot niets te eindigen Karin van der Veur

Als ik mijn geest kon temmen in uren overwerk volzinnen aan de ketting analyses in de ban impressies vastgespijkerd emoties naar de einder gedachten in de wacht er zijn nog zoveel voor u enkel nog oproepbaar indien ik # toets zo zou mij deze rust van ledigheid voorzien de stilte ondoorwaadbaar hoe zeer ik haar ook wens ik zou mijzelf niet weten in wie, wat, waar, waarom. Jelou


Stadsreflectie Astrid van Rijn


Stilte, oorstrelend als muziek Ik mag mij gelukkig prijzen in een rustige buitenwijk van een middelgrote provincieplaats te wonen. Met veel groen, een winkelcentrum, waar van alles te koop is, een parkje met een kinderboerderij. Kortom, ik heb niks te klagen over mijn woonomgeving. Voor mijn deur een fietspad waar de mensen hun hond uitlaten en waar joggers en fietsers voorbij komen, je hoort er weinig tot niets. Alleen af en toe een vrachtwagen die iets komt afleveren, het karretje van de gemeente die het groen komt snoeien, het ruisen van de treurwilgen aan de singel of het gekwetter van de vogeltjes. Een oase van rust zou je kunnen zeggen. Maar sinds kort hebben wij nieuwe buren die kleine kinderen hebben. Eerst woonden er bij ons in de rij enkel gepensioneerden, maar ja, die hebben ook het eeuwige leven niet en de woning naast ons kwam vrij. De buurman is een kindvriendelijke man en plaatste een trampoline in zijn tuin. De kinderen uit de buurt verderop mogen komen springen en ja hoor, weg was onze zomerse rust en het prettig verpozen in ons tuintje. De kinderen gillen en schreeuwen en zijn als ongeleide projectielen. Ik moet dopjes in mijn oren doen. De stilte is dus in de zomer tot ons verdriet ver te zoeken. Ergerlijk is het. Ook ’s avonds als we tv zitten te kijken. De commercials worden tussen de programma’s door met zo’n heftig kabaal op je afgevuurd, dat we de geluidsknop op de afstandsbediening maar omzetten. In stilte en alle rust winkelen kun je ook niet meer. Winkelen is een grote hobby van me en je kunt mij dan ook uittekenen in het winkelcentrum. De achtergrondmuziek waart er rond, het ene popdeuntje na het andere teistert je trommelvliezen. Ik begrijp dat deze muziek een functie heeft, de mensen rustig moet houden en wie weet, aanzet tot kopen. Maar ik zit er niet op te wachten. Vaak zit het muziekje nog uren in mijn hoofd als ik weer thuis ben. Stilte is dus een zeldzaam goed in de stad. Ik moet ervoor de hei op of het bos in.

Stilte in jezelf is een verhaal op zich. Je hoofd helemaal leeg van gedachten en muizenissen en enkel het geruis van je ademhaling is een zeldzaamheid. Mediteren kun je leren, er is een hele wildgroei aan cursussen op de markt, maar het komt aan op de praktijk. Het is voor een mens moeilijk zo niet onmogelijk zijn gedachten helemaal uit te bannen. Zit je op de bank om even stil te worden, dan denk je alweer aan je boodschappenlijstje. Is er genoeg melk in huis, wat eten we vanavond, ga zo maar door. Is het abonnementsgeld van de krant al overgemaakt? Wanneer moet ik ook alweer naar de tandarts? Er is altijd wel een gedachte die er ineens tussendoor floept. ’s Nachts, als je wakker ligt van problemen is het ook een oorverdovend rumoer in je hoofd, al is de nacht nog zo stil. Veel mensen bij elkaar, zoals in een grote concertzaal, kunnen echter ook voor een oorverdovende stilte zorgen. Vlak voordat de muziek begint, houdt iedereen de adem in en kun je een speld horen vallen. Dat vind ik de mooiste stiltes, ze hebben iets magisch. Terwijl je met zoveel bent. De muziek streelt je oren en het applaus is als een warme douche. Dan weer de ingetogenheid, ieder geniet na van de muziek en is alleen met zijn gedachten. Je voelt als het ware een grote verbondenheid met elkaar in die stilte. Stilte, steeds zeldzamer en steeds waardevoller in deze hectische tijd. Manja Herstel


de kleur van jouw tuin weerspiegelt mijn lichaam vouwt zich naar binnen rozenrood.. Froukje Vos


Ria Hooghiemstra


Lamento

ek soek jou in die uitspansel en in die dieptes van die tye en in die duisternis van die poel

stilte / ewige eindelose stilte

waar waar waar weerklink die rymlose refrein / deur die wolke / op die wind / in die omgedolfde weë van ons bestaan

waar is jy nou / waar is jy nou / waar is jy nou hier sit ek nodeloos tevergeefs en wag tot die laaste alles veilig oor ons kortstondigheid geklank word en wat dan / hoekom dan / as ek nie die woorde wat soos klanklose klokke deur die eindelose einders beier kan peil nie dowwe oë beur die donkerte in en verstaan nie die lig wat weg is nie / wat vertrek het na die oorkant / wat weg is vir goed / vir altyd / vir ewig weg in die oneindigheid die begin het einde geword / soos dag in nag verswelg / tydloos grensloos gekwyn tot niks waar is jy nou / is jy nou / is jy nou grou newels sliert oor purper kranse en ek soek jou daar maar jy is weg / ewig weg poele ink roep my / roep my en ek dwaal soos tuimelgras oor vaaltes en beton / swart slingerende doolhowe omvou my en ek vind jou nie want jy is weg / weg / weg satynwit kolk die horison en wink my nader om jou daar te soek / maar ek vrees / ek wil nie weg gaan van hierdie laaste stonde van ons vervalle koestering nie klingelend luister ek na ons laaste skroomlose gesprek / die nag beur kil voort sonder om vir jou te wag

ek het bot geword / verstaan nie meer die seisoene wat keer op keer trag om te bloei / want jy is weg / vir goed het jy verdwyn ek roep jou naam snags / bedags / in die bleek lumier / maar die eggo het stom geword en antwoord nie / swyg soos altyd omdat jy nie meer hier is rookmis en damp en roes het ons kamers binnegedring en ons omhul en verbrokkel tot pulwer en versilt in trane ek ween uit blomkelke / uit kappertjies / uit onblusbare oë waar wandel jy nou tussen naaldekokers en vlinders / in watter sonnige land / aan watter helder some / in savannas en tulpe en geil geil botterblomme ek drentel deur blou vergeet-my-nietjies wat verwelk en treur soos gestroopte winterwilgers / ek vind jou nie my stewels knars tevergeefs op ver paaie / op kruistogte / op kontoere van die werklikheid op bergtoppe is jy afwesig / op skepe vaar jy nie helder strome vertroebel in my soektogte / wolke smelt weg by my naderkoms / o waar is jy o waarom fluister jy nog in my versugtinge / kom terug / kom tog terug

hoe lank is jy al weg / so grensloos weg van my sirkels waterplons dy uit tot spraaklose kringe / ewiglik weg van die kern

my bloed verkil en tuimel stilweg oor die watervalle van ons samesyn / ek klop tevergeefs want die deur bly toe / geslote / gegrendel


hande van sorgloosheid het jou ontgreep uit ons enigheid kettings bind my / ek word hulpeloos en verward want ek delf tevergeefs om jou te vind ruimtes vermeerder tot eindeloosheid / brandpaaie kriskras my denke waar sal ek jou vind in die sargasso van die lewe / in die ruimtes van vergane skepe / in die dieptes van die seĂŤ / op die toppe van berge / in die kurwes van die land / in die stoppels van ons liefde / in die verganklikheid van die hart o waar is jy nou my beminde / waar / waarom het jy verdwyn in die driehoek van vergetelheid in donder en weer en reĂŤn en wind probeer ek jou vind / in die huis van jou vader / in die geheue delf ek maar jy is ewiglik geskei van my ek dwaal op mistieke heuwels om weereens eer aan jou te bring / jou te besing / jou deugde te begeer / maar ook daar vind ek jou nie in spiraalkronkels van lig en lug het jy my vervreem van die dageraad / liefde / woude / ondergrondse riviere die heuwels sing nie meer gesange nie / alles kwyn weg tot niks / niks slegs stilte / ewige eindelose stilte / kil stilte o waar is jy Erato Charles Binoir


Bedaard(ig)heid Ik beklom op zoek. Naar de stilte. Een berg, zwierf ik. Haar woedende kloof. Amper vasthoudende. Mijn voeten, losgelaten. Ik dwaalde verder. Haar top rustend. Mijn vermoeide hoofd. Onder mij zij kreunde. Op textuur en timbre. Stiltes, in pauzes. Door trillingen. Onopzettelijk. Maar ik begreep ze. Haar hart, de berg. Met elke adem. Hield ik vast. Net als de mijne. Syncopatisch. Helle van Aardeberg

(idem kunstwerk!)


Wat was ook al weer de bedoeling? 1e Po-e-zine Dichtwedstrijd "Stilte" (Alleen voor abonnees van Po-e-zine!) Iedereen en alles heeft het druk heden ten dage …, geluiden dringen in je …, er zijn nog maar weinig beschutte plaatsen waar stilte heerst … zou in woorden stilte kunnen heersen? Stilte … De 1e Po-e-zine dichtwedstrijd behelst stilte … ik vraag de dichters onder jullie een gedicht te schrijven over stilte, in al zijn verschijningsvormen … :) De schrijver van het winnende gedicht verwerft als prijs dit schilderij van Jan van Well! Spelregels: 

Elke dichter mag slechts 1 werk via de link op de site van Po-e-zine insturen! Ga naar:

http://hetnieuwepoezine.wordpress.com/wedstrijd/

      

  

klik daar op de link en volg de instructies; Het werk mag nog nergens gepubliceerd zijn; De gebezigde taal moet foutloos Nederlands, Afrikaans of Engels zijn; Uiterste inzenddatum is zondag 31 maart 2013 a.s., later ingeleverde werken worden niet meegenomen in de wedstrijd; Geen afbeeldingen toegestaan; Bij binnenkomst worden de namen van de dichters verwijderd en krijgen de werken een nummer toebedeeld; De juryleden zijn uitgesloten van deelname; De jury werkt in twee rondes: in de eerste ronde krijgt ieder werk van elk jurylid een punt (010); de 5 werken met de meeste aantal punten gaan door naar de tweede ronde! In de tweede ronde krijgen de 5 werken ook punten (0-10) en kennen de juryleden daar naast plaatsen toe (1e, 2e, 3e, 4e of 5e). Het werk met de meeste punten is de winnaar, bij een gelijkstand geeft het aantal plaatsingstoekenningen de doorslag! De uitslag wordt in nummer 2 van Po-e-zine bekendgemaakt; Over de uitslag kan niet gecorrespondeerd worden; Bij minder dan totaal 15 ingestuurde werken gaat de wedstrijd niet door!

Juryleden: Jan van Well, Reineke Gevers, Petra Fenijn, Jan Bontje en Pastuiven Verkwil


Deelnemers Po-e-zine Dichtwedstrijd 2013 Lenjef Marianne Wulms-Hovens Anne Vellinga Ingeborg Haalboom Ingrid van den Berg Miranda Spaargaren Vincent Jongman Elbert Gonggrijp Alja Spaan Ana Roelofs Jan Anton Gilles Els den Os Silvia Schennink Sanja Simunic Jolies Heij Ita Froneman Hennie van Ee Yoke Rietbroek-Nijssen

Max Lerou Annette Lemaire Marjon Zomer Ingeborg DaniĂŤls Bert Deben Ingrid Noppen Anneke Wasscher Paul Marius Borggreve Sijke van 't Ven Marion Steur Jelou Nancy Meelens Erna Jo Marieke Noppen Rudolf Onbekend Anneke Haasnoot Els Huurman


Ingestuurde werken die de 2e– finaleronde helaas niet bereikt hebben…: (In willekeurige volgorde)

Echo’s van stilte hij kijkt naar de kachel waarin gisteren nog vlammen dansten leven brengend naar hun schilderij vol ouderdomsscheuren in vage schijnen die de eenzame ziel amper verblijden voelt de volle leegte rondom hem als niet te vermijden zelfs fluisteren doen de hoge muren niet er weerkaatsen geen galmen van een lied hoe stil kan stilte zijn in een mens die treurt hoe opstandig gedachten om wat er is gebeurd schuchtere zonnestralen vertellen iets zeggen doen ze niets ze verwarmen de koude kamer lichtjes zijn hart niet hij trekt de deur geluidloos dicht luistert zwijgend naar het licht echo’s van ongeschreven berichtjes Lenjef

S tilte is 't sluimeren van het licht T e stil beeldende zin in een gedicht I n stilte afscheid nemen van geluid: L aat vieren de teugel, er tussen uit E ven rust op de plaats.... sstt...il! Marianne Wulms-Hovens


Waterspiegel

Diogenes bezat een ton

in het holst van de nacht is de spiegel dun en zacht

Ik wil de stilte bewaren duizend dirty dozen opeengestapeld zet ik uit ĂŠĂŠn

donkermanen geen geluid wist de stilte denken uit

ik wil de stilte bewaren doof niet zachtjes lichtjes een aansteker van stille hoop

zou de scheiding niet bestaan wiegend water

ik wil de stilte bewaren in contour, het contrast de verschijning een beeltenis

Anne Vellinga ik wil de stilte bewaren de gelijkenis treft het moment waarop woorden breken Ingeborg Haalboom


Winterslaap

Stilte

Waar in mijn schrijversbloed de letters stom de woorden opgedroogd hun dorst staan lessen in verminkte zinnen

Hunkerend naar je aanwezigheid Zoek ik je elk moment op elke plek Is de pijn als ik niet slaag onbeschrijfelijk.

waar taal hardnekkig in mijn pen bevriest mijn schrijvershand verkiest te worden dood gezwegen

Maar als langverwachte verlossing komt En ik je eindelijk kan omhelzen Ontstaat verlichting in extatische beleving.

daar broeien verzen in hun voedingsbodem smelten verhalen uit hun winterslaap Ingrid van den Berg

Je biedt me troost in helder bewustzijn Daagt me uit verder te gaan Op weg naar innerlijke kracht Daarna verrast me de donkere eenzaamheid Waar het verlangen naar je afwezigheid kiemt En groeit onder een beklemmende wolkendeken. Die ik te achteloos van me af werp Om op te gaan in de waan van de dag Tot ik weer op zoek ga naar jou. Miranda Spaargaren


Een luisterend oor. Mijn hoofd rijmt een woord in de hoop een zin te maken en de zinnen tot een lied maar de tonen hoor ik niet. Een waas ligt als een wollendeken over mijn gedachten heen, die mij in een dagdroom laat zo warm, zo knus en zo sereen. Toch, deze wereld in het dons laat mij mijn leven niet beleven. dempt alle grillige akkoorden en laat mij boven noten zweven. Verweg van de sleutel, sopraan en tenor verdwaalt voor geluid en dom voor gehoor.

Oud en Stil De wereld trok zichzelf terug. De tijd stolde in het duister. Begrip verloor haar diepste stem. Leegte had niets te verliezen. Als ik jou zo had benadert, hoe tastbaar was jouw dove huid? Genadeloos integer zocht mijn vraag het onbeschreven blad van onze liefde. Ik, elke nacht tot twijfel, aarzelde tussen onmacht en vrede. Wat mij had opgewacht sliep met beide ogen open – naakt en weerloos, op alle fronten – Elbert Gonggrijp

een luisterend oor zal ik nooit voor je zijn. het spijt me, mijn kind. ik weet, het doet pijn Maar in plaats van muziek couplet of refrein zal er des temeer liefde voor jou zijn. Vincent Jongman


bij sneeuw scheppen wij de bergen aan de kant Nu de chaos niet bedwongen kan, is er geen chaos Nu de toetsen haperen, is er geen schrijvende hand De ruimte is ontvolkt, er staat niemand voor de deur Bonzend, er is alleen De stilte van sneeuw, het plooien van stof op stof Het vastzetten van kleur en vorm alsof Ik opnieuw moet bepalen hoe ik haar draag: deze Pop waarvan de ledematen Zwaar over mijn schouder hangen, haar in de ogen En ogen hol, het wit Onbedwingbaar door de kieren van haar woning, eens Zwart, eens bewoond Alja Spaan

de sneeuw maakt de aarde lichter dan de hemel de wind laat schaduwen stil bewegen noordenwind ik voelde het niet gelijkheid is niet rechtvaardig de dingen beklijven minder dan weinig mensen vergeten spiegel de dagen tegen elkaar spiegel jezelf leef als een geest in dit huis gekleurd licht achter de gordijnen vliegende honden blaffen binnen door mijn raam ik sliep tot ik verdwenen was Ana Roelofs


Stil als de huls die de kogel in zich bewaart licht als het vallen van een hazenlaarsblad stiller dan de biddende torenvalk of het zwijgend wegfaden uit je lichaam behoedzaam om geen broze woorden te kraken stiller dan het ongeluid van de wankele koordanser zo stil wil jij met me zijn. Jan Anton Gilles

Klop uitgeslingerd de klok gestopt met spelen de radio slapend in de bomen de vogels verstomd voor de nacht het verkeer gestopt te kraken het huis vertrokken met jou alle geluid behalve m’n harteklop Els den Os


Stil

Wachters veldrust

moeder en dochter zij delen hun wereld van onverdraaglijk verschil

Ik kan niks met hem beginnen

dat duurt maar en duurt levenslang hoe wanhopig de ander ook anders wil moeder en dochter tussen hen en de woorden het blijft onbespreekbaar stil Silvia Schennink

Hij bromt als een veldwachter waakt over de rustelozen waarschijnlijk draagt hij driedelig grauw Hij heeft het over zelfmoord als een wetenschappelijke studie Ik noemde hem leraar hij vindt mij romantisch Als hij zwijgt ontstaat er een gedicht Hij verheft de stilte tot kunst zoals de vader zijn oorlogsgraven Ik kan niks met hem beginnen Ongewild maakt hij me stil Sanja Simunic


luister

Stilte

nu ik de stilte ben een boom zonder wind de berk in het groot gazon laat ik de ganzen over mij

Al dagen is er geen geluid te horen De bladeren van de bomen ruisen niet De vogels vliegen geruisloos zonder te kwetteren Geen koe die loeit of water dat vloeit En als er mensen zijn, dan houden ze hun mond ZIJN wereld is vergaan in STILTE, algeheel verstomd....

een luide vee met klapperende vleugels of anders misschien een vliegtuig dat bromt nu ik de stilte ben in de nevelochtend slechts de zon vermoed laat ik het leven onder mij in het nog natte gras Hennie van Ee

Yoke Rietbroek-Nijssen


In eigen stilte

dat zijn de dagen

in de tuin was ik even alleen in haar eigen stilte zoals de aarde is, zo ben jij zo zacht in eigen zijn zo dacht ik dat je was en door dezelfde ogen keek onze monden wisselden fruit onze handen ruilden bloemen zo kroop jij mijn baarmoeder in nestelde je daar als eenzame foetus ik die jou af liet drijven

sinds die dag dat jij er niet meer was draag ik je mee als een grauwe jas

Annette Lemaire

jij bent zo anders geworden zo stil nooit hoor ik meer iets van je ik wil mijn armen om je heen je zeggen dat we het anders hadden moeten doen ik wil niet alleen papa was meer een woord bij ons ging het niet hoe hoort het eigenlijk en waar ben jij nu je jas hij hangt in de gang en soms op mijn schouders dat zijn de dagen Marjon Zomer


Stilte in beweging

In een roes van stilte

Ik schilder stilte op een blad ik zoek geen woorden, ze bestaan ze voelen een bewustzijn aan dat diep in mij te graven zat

Nu om ons heen de stilte mijmert over gisteren en eergisteren toen wij nog pelgrims waren en slechts verlangden om te reizen

ik schrijf beweging op het linnen in harde tint en ruime lijnen opdat het denken zou verdwijnen of zich muteert tot een bezinnen

zwiert op het doek van mijn gedachten hoe we soms dansten was het een tango of een foxtrot lijf aan lijf in elk geval

het zoekt balans en het verpleegt verlangt naar vrede en naar inzicht waarin mijn onrust stil in lagen ligt terwijl het leven vrij beweegt.

zoals wij verdronken in elkaar versmolten tot ĂŠĂŠn ziel onder de hemel van een nacht die enkel mooie ogen had

Bert Deben

nu om ons heen de stilte mijmert weeklaagt een heimwee in mijn hart Ingrid Noppen


kentering

Stil maar

vroeger was ze zacht en warm ze prikkelde de lichaamstaal

Haar stilte moest dwingend aanwezig zijn vastbesloten om nooit meer te praten dan zou haar stomme moeder wel nalaten te zeuren over ‘je bent nog te klein’.

een nieuwe dag werd steeds omarmd de nacht wist nog wat strelen was nu ligt ze tussen hem en haar zwaar en ongenaakbaar een steen die niet te tillen is ze klampt zich vast aan het bestaan volhardt in pijn met woordenloze blik de stilte zwijgzaam als het graf berust de koude grond

Het gekeuvel van haar broertje was schijn, zij zag dat ze met lange tanden aten. Als redelijkheid niet meer mocht baten dan koude oorlog, een ivoren gordijn. Niemand zou ooit haar stem nog horen; sorry, wereld die geen medelijden had, voor altijd waren haar woorden verloren! Tot haar broertje zo intens smerig vrat, dat zij zich in haar weemoed liet storen en ‘gatver’ roepend haar zwijgplicht vergat.

Anneke Wasscher Paul Marius Borggreve


Gelooide herinnering, gepolijste memories gesneeuwd tot witte stilte

steen in vijver boort in bodem rimpeling sterft aan oppervlakte

Ik adem in een zeepbel, achter mijn rimpels ligt een gladde zee van tederheid te zwijgen

Marion Steur

maar jij zegt mij niets Sijke Van 't Ven


Dodelijke stilte Het greep haar naar de keel

Ravine of Silence

de leegte die intense leegte in zijn ogen haar eigen onvermogen om hem even naderbij

This ravine of silence in between us Seems to get deeper by the day Unsaid words crumbling down like rocks Making the edge wider along the way The gap growing intensively steeper Because of all the things we didn’t say The stream cutting erosion of quietness Increasing the pitifully gag leading us astray

zeg toch iets! riep zij maar zelfs zijn mond weerstond haar wanhoopskreten in afgemeten stilte

Nancy Meelens hij staarde haar in kilte van de dood geen spier vertrok zijn grauw gelaat zij kende deze staat een start van weken zwijgen waarin hij haar vervreemd slechts in zijn eigen wereld waar enkel stilte waart

-

geen woord mocht dan gespeld slechts tellen van de dagen vol stille eenzaamheid tot onverwijld plots daar zijn woorden weer in tel

de stilte weer doorbroken zijn blik weer als vanouds maar zij zij

-

Jelou

bleef steken in zijn kou.


Stilte

Stilte aub?

Neem even “plaats rust” Druk op “pauze” Neem het even Niet hollen, maar Stilstaan en zijn Stilgaan en blijven Stilzijn voor even

elk hart voelt hier licht en fluistert stil hier woont vergezicht heel alleen u bent hier te gast

Marieke Noppen voor even niet roepen niet schreeuwen gewoon stil eerbiedige stilte en laat de deur open wanneer u weer gaat Rudolf Onbekend


Retourtje doodstil Hard bevroren de grond Als ik terugkijk op een stomme film Van tien jaar terug, waarin wij beiden Een hoofdrol Geluidloos, de reis op een barre dag In april naar De Duinen, waar je een Nieuw thuis vond Koud tot op het bot, haal ik de roze Parel weer uit mijn handtas Behoedzaam leg ik hem onder een kiezel In het hofje, men mag hem beslist niet vinden Dan werp ik een kushand Zweef weer naar hier, passeer daarbij nog Eens teksten als Hartlieff en- Corpushuys Sinds je verkaste kan stilte oorverdovend zijn Anneke Haasnoot

Een wandeling een stilte Hoor je dat zeg ik ik hoor niets zegt zij dat bedoel ik zeg ik Els Huurman


De vijf werken die de 2e– finaleronde bereikt hebben: (in willekeurige volgorde) Niet verder vertellen Het blijft stil tussen de regels: je drukt je uit door wat je niet zegt jouw blauwdruk op de beurse plekken de zwarte

Stilte Terugkerend na binne Vortex my gedagtes na gister se onthou waar ek één word met klanke van buite en beelde binne my hart

ziel op wat je niet weerlegt wat je niet spijt in dit zwijgen dat je het door een megafoon wilt uitschreeuwen naar de slecht

ál stiller spiraal terugvloeiend na diep stil poel sonder bodem binne my siel suisend suiwer die wete van één word met self gevínd...

horenden de blinde zienden de schlemielen van geest dat de stilte die je de keel snoert in de borst aanzwelt tot een oorverdovend trillen maar stilvalt tussen deze regels tussen mijn pen en jouw papier tussen het wit en de leestekens de kleefrand en de envelop en toch maar weer op stop de woorden teruggeschroefd in het strottehoofd de kogel in de pen de geest in de fles het hart onder de tong omdat ze het niet begrijpen de groeve die een mens is en ondoorgrondelijk als de liefde verstoft maar in de kern gerijpt alleen het onnoembare beklijft vier woorden lang. Jolies Heij

en stil Ita Froneman Finale Finale


stilte voor de storm

Plantasieboom

ze is kneedbaar als semtex vooral met een blowtje op berg je maar als ze haar pijlen richt ja zij kookt meestal van woede behoorlijk vreten heeft onze tafel nooit

Hy lÄ™ vas in hierdie donker see van klip en kluit, ‘n blinde skuit, swel hy en verrot in pas met die ontbinding van sy vrag. Die boom dink terug en onthou die koue klink van teĂŤls, wit lelies, klinies in die vertoonlokaal, bewende hande op sy gladde wande, die passaat vir sy dooie vrag betaal. Die boom dink verder terug en onthou

bereikt de kliko een bonte verzameling siliconen en meer is het niet die vlees geworden flessenhals eerst stroomt het lekker door daarna wordt het dringen in die te krappe schedel met een deukje

die kanteling, sy kreun terwyl hy val, die lang rit na die saag, die stroping, verdeling en die growwe streling van die skaaf. Die boom dink verder terug en onthou

haar streken niet te tellen wijst ze de flessen aan daar woont stilte op de bodem van ons flamboyant bestaan al blijft het tasten in het duister beperkt tot een leven in veronderstelling Max Lerou

die dun fluit van die wind, die fyn enkels en snuite van kleinwild, die blou reuk van die plantasie, son en skaduwees rondom. Die boom dink verder terug en onthou

Finale

die stuwing van groen vuur in sy tenger loot, die wit en helder lig, die stoot en beur om bogronds uit te peul. Die boom onthou die eerste beklemming van die grond. Erna Jo

Finale


Drijfhout spreekt in zilte taal van een watergod hoe hij de baren berijdt tot woest schuim. Meeuwen hangen in constellatie klieven krijsend woorden in paraffine elke vezel doordrongen van oerinstinct. Golven murmelen in cadans verhalen vol hybris een ontheemd volk aanvalskreten in het merg de zondeval nog achter de ogen. Kaken kraken getergd de stilte achter het verhemelte in mijn schedel weerkaatst de leegte oorverdovend. Ingeborg Daniëls

Winnares van de Po-e-zine Dichtwedstrijd 2013: 1e prijs

! Ingeborg Daniëls ! Uit het juryrapport: “Een beeldend werk, vol atmosferische dynamiek die uiteindelijk oorverdovende stilte afdwingt. Basale geluiden vermorzeld…” Zij zal haar prijs, het schilderij van Jan van Well zo spoedig mogelijk ontvangen:)


http://www.dichterskringalkmaar.nl/

http://www.schrijvenswaard.nl/


** UITDAGING ** Schrijf voor Po-e-zine een werk dat louter uit onomatopeeën bestaat… Stuur je werk (voor 24 juni !) in naar: hetnieuwepoezine@gmail.com smak smak:) Gorgelen met Molkosan van A.Vogel Rrgrgrgrgrgrglll grgrgrgrllrr rrrrrrchchchchchcaaaau arrrrrrrrrr rrrrrrrrrrr rrrrrrrrrr sjjjjjjie aah kggggchah ! rgrgrgrgrgrglll grgrgrgrllrr rrrrrrchchchchchcaaaau arrrrrrrrrr rrrrrrrrrrr pssssssjj aah kggggchah tuf ! bah, tffffff tffffff bweukh bah ! sssssjsjsjsjjjjsj shit !!! bweuoa, bah ! Bert Deben


Zoekers / Aanbieders / Ruilers De verschijningsdata van Po-e-zine in 2013: Nr. 3: 1 juli 2013, Thema: “Ik droom een toekomst” Uiterste inleverdatum kopij: maandag 24 juni 2013 Nr. 4: 1 september 2013 Uiterste inleverdatum kopij: maandag 26 augustus 2013 Nr. 5: 1 november 2013 Uiterste inleverdatum kopij: maandag 21 oktober 2013 Nr. 6: 1 januari 2014 Uiterste inleverdatum kopij: maandag 23 december 2013 Wil je “vaste” bijdrager worden (1 bijdrage per nr.)? Stuur een mailtje naar:

hetnieuwepoezine@gmail.com Wil je losse (Themagebonden) kopij aanleveren? Idem! Thematip? Advertentie? Biografietip? Idem!

Ik zoek oude bundels van Walt Whitman. Heb jij die en wil je er van af? Neem contact met me op: pastuiven@gmail.com Ik zoek een eerste uitgave van “de deur” van Bert Schierbeek. pastuiven@gmail.com Te ruil: “The Complete Poems of Walt Whitman” Wordsworth Poetry Library, 978-1-85326-433-7 Contact: pastuiven@gmail.com Jouw advertentie hier... Jouw advertentie hier... Jouw advertentie hier... Jouw advertentie hier... Jouw advertentie hier... Jouw advertentie hier...

Aanleveren kopij: Tekst alleen als DOC bijlage! Beeldmateriaal alleen als JPEG/JPG bijlage!

Jouw advertentie hier...

Internet: http://hetnieuwepoezine.wordpress.com/ https://www.facebook.com/Poezine

Po-e-zine mengt zich niet in onderlinge transacties en kan ook niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele gevolgen!


100%Echt!

Widgetcode: <a href="http://hetnieuwepoezine.wordpress.com/" target="_blank"><img src="http://i1058.photobucket.com/albums/t419/4vj4/poezine.jpg" border="0" alt="Poe-zine"/></a>

Š 2013 Pastuiven Verkwil & R&Productions - Site: http://hetnieuwepoezine.wordpress.com/ - E-mail: hetnieuwepoezine@gmail.com Facebook: https://www.facebook.com/Poezine

Po-e-zine 2. Stilte  
Advertisement