Page 1

De leraar en de leerlingen Leraar: meester Johan Waegeman School: Mater dei

Stad/gemeente: Wemmel

Datum: 7/2/2013 Jaar en richting: postgraduaat muzikale vorming voor jonge kinderen 4-8 jaar Datum: Lesuur: van 9.30u tot 9.55u Van 9.55u tot 10.20u Aantal leerlingen:18 kleuters van de 3de kleuterklas

Lesonderwerp: lied zingen “zet de maskers maar op” – waarneming van maskers + experimenteren met allerlei soorten materiaal waarmee je maskers kan maken en poppen kan laten leven Leerboek:eigen fiches van de leraar die hij na elke les aanvult met nieuwe ideeën.

De leraar in de klas en reflectie 1. Houding en taal 1.1. Hoe staat, zit of loopt de leraar voor/in de klas?

Het theater/muziekzoldertje is zo opgesteld dat er veel open ruimte is voor de kinderen om creatief bezig te zijn. Meester Johan zit op een draaistoeltje als hij ukelele speelt. De kinderen zitten ofwel op de trappen van zijn theater, of op de grond rondom zijn draaistoel. Voor sommige dingen wordt de hele ruimte gebruikt. (spelen op instrumenten, dansen.) dan begeeft meester Johan zich gewoon tussen de kinderen in de open ruimte. 1.2. Wat is het optreden van de leraar in de klas en waaruit blijk dat?

Meester Johan heeft een goede band met de kinderen. Hij moedigt ze aan waar nodig en kan op een fijne manier klas houden. Hij stelt de kinderen voldoende open vragen en moedigt hen aan om actief bij de les te blijven. Als de kinderen voorwerpen van thuis mee hebben, of ze kennen een liedje van thuis, is er voldoende ruimte om hierop in te gaan. Hij heeft een duidelijk doel voor ogen en werkt heel doelgericht op lange termijn. Hij ziet ook hoe de kinderen gedurende de jaren dat hij met hen werkt evolueren, hij observeert ze goed en kent de kwaliteiten en ook kleine kantjes van de kinderen. Meester Johan wil de kinderen muziekplezier bijbrengen en doet dit op een natuurlijke aanmoedigende en helpende en zeer enthousiaste leerkrachtstijl. Bij momenten is hij ook zeer grappig en zingt liedjes over de kinderen (improviserend), dit vinden de

OBSERVATIESTAGE POSTGRADUAAT MUZIKALE VORMING VAN KINDEREN 4-8 JAAR 2012-2014


kinderen super! x Aanmoedigend

Controlerend

x Helpend

Streng

x Enthousiast

Cynisch

Rustgevend

x Andere:grappig

1.3. Kan de leraar in de klas orde houden? Geef 2 voorbeelden.

Meester Johan heeft de klas zeer goed in de hand, hij heeft voldoende afwisseling in zijn les zodat het niet saai wordt. De kinderen hangen aan zijn lippen. Hij praat zeer gemoedelijk, maar als iets hem niet zint, dan verheft hij zijn stem en zet orde op zaken, hij laat het niet ontsporen.

Voorbeeld 1.Op een bepaald moment is er 1 van de kinderen die zich niet kan gedragen, hij kan niet rustig zitten als de leraar iets zegt. Meester Johan zeg hem kordaat ,met iets verheven stem terecht en toont dat hij begrip heeft voor zijn situatie door te zeggen “ik weet dat het soms moelijk is voor jou om stil te zitten, maar nu wil ik dit echt, straks mag je weer meer bewegen”

Voorbeeld 2. De kinderen mogen met de maskers en kousen experimenteren. De meester helpt hen op een rustig manier en stelt hen op hun gemak als ze bang zijn. Als ze een beetje wild beginnen doen, dan zegt hij dadelijk als het te druk worden “neen meisjes dat zou ik niet doen, een tof babbelke is fijner dan lawaai te maken he”. De kinderen binden dadelijk in en meester Johan hoeft zich niet boos te maken.

1.4. Hoe houdt de leraar orde?

Hij pakt elke beginnende opstoot in de klas dadelijk kordaat en vlug aan , op een lieve manier, zodat de kinderen dadelijk weten wat kan en wat niet kan. Als er iets mis loopt speelt hij kort op de bal en geeft dadelijk een opmerking aan het kind dat ongepast gedrag vertoont. Meester Johan is erg consequent in zijn manier van lesgeven, de kinderen weten bijvoorbeeld heel goed dat veel lawaai niet kan. Hij laat de kinderen dan ook met de vingers tikken i.p.v. luid te laten klappen als applaus. Hij zoekt steeds weer nieuwe manieren om applaus te maken , die niet te veel geluidsoverlast bezorgen.

x Oogcontact x Rumoerige leerlingen aankijken of negeren Handgebaar maken

x Stem verheffen Eén leerling(e) terechtwijzen of de hele klas Andere:

OBSERVATIESTAGE POSTGRADUAAT MUZIKALE VORMING VAN KINDEREN 4-8 JAAR 2012-2014


1.5. Voldoet het taalgebruik van de leraar? (articulatie, zinsbouw, spreekritme en spreektoon, …)

Meester Johan heeft een rustige aangename stem en gebruikt AN woorden. In Wemmel zijn veel Franstalige kinderen, als ze iets in het Frans zeggen, verbetert hij dit onmiddellijk zonder dat de kinderen dit aanvoelen als een terechtwijzing. Het is heel ontspannen.

1.6. Hanteert de leraar een vocabularium aangepast aan het niveau van de leerlingen?

Bij de kleuters verduidelijkt hij dikwijls de woorden als iets niet duidelijk is voor de kinderen. Meester Johan gebruikt bij de kleinste kinderen andere woorden dan bij de kinderen van de lagere school.

1.7. Zijn er externe factoren die de leerstijl van de leraar beïnvloeden? (grootte en samenstelling van de klas, gebrek aan accommodatie, tijdstip, …)

Doordat Meester Johan een eigen lokaal heeft waar zijn eigen regels gelden, kan hij deze regels ook consequent toepassen. De kinderen zijn deze regels dus ook al jaren gewoon. In de kleutergroepen wordt er steeds met een halve klas gewerkt zodat de klasjuf ondertussen zorg kan doen in de klas met de andere kleuters. Door deze regeling is de groep niet te groot (12 to 18 kleuter) en kan er op een rustige manier les gegeven worden. Doordat ook alle materiaal in het lokaal blijft, is het makkelijker om met echte instrumenten te werken en hoef niet steeds alles van klas naar klas verhuisd te worden.

2. Instructies 2.1. Hoe zorgt de leraar ervoor dat zijn/haar instructies duidelijk zijn (of net niet)? Hij gebruikt duidelijke taal en geeft uitleg als iets niet duidelijk is. Hij verklaart woorden en doet zelf voor als iets niet duidelijk is 2.2. Gaat de leraar na of de leerlingen de instructies begrepen hebben? Zo ja, hoe doet hij/zij dat? Hij doet dingen voor die ze niet begrepen en observeert of ze het goed begrepen hebben, anders stuurt hij bij. 3.1. Vind je het optreden van de leraar in de klas geslaagd? Waarom (niet)?

OBSERVATIESTAGE POSTGRADUAAT MUZIKALE VORMING VAN KINDEREN 4-8 JAAR 2012-2014


De leraar heeft een goede band met de kinderen en combineert kennis met humor en plezier beleven aan samen muziek maken. Als ik in de klas zie dan zie ik alleen blije en gemotiveerde kinderen. Dit is het mooiste bewijs dat de les geslaagd is, de kinderen zijn betrokken bezig. 3.2. Wat zou je zelf anders doen? Waarom? Voor kleuters zijn sommige liedjes wat moeilijk. Hier zou ik meer putten uit het kleuterrepertorium. Het is duidelijk aan de liedkeuze dat dit een leraar lager onderwijs is. Maar ondanks de moeilijk liederen, zijn de kinderen ongelooflijk betrokken en goed bezig en kunnen ze de liederen goed meezingen.

Lesverloop

-

-

De kinderen vieren vandaag karnaval en zijn allemaal verkleed Meester Johan bespreekt individueel met de kinderen uitgebreid hun outfit. Soms maakt hij er een improvisatie bij of zingt een liedje. (voor de Spaanse danseres wordt wat flamenco gespeeld op de ukelele – bobo de bouwer krijgt zijn eigen lied – mega mindi krijgt ook haar lied) Zingen van lied “zet de maskers maar op” Kinderen mogen individueel het lied zingen. Ze krijgen nadien applaus gemaakt op een speciale manier (met de duimen – met de vingers – met de pinken – met de handen naast elkaar…) Meester Johan heeft een doek mee waarin een Afrikaans masker is verstopt. Bespreking van het Afrikaans masker – waarvoor gebruiken ze maskers in Afrika? – ze hangen ze op en willen dan iets vragen en doen dan een dans Kinderen doen een dans terwijl meester Johan op een trommel begeleidt. (blije dans (handen omhoog steken terwijl je danst) – regendans – ziek zijn dans) Met karnaval gebruiken ze ook maskers Masker wordt op stok gezet en met het blauwe doek wordt een lichaam gemaakt Meester Johan speelt met het lijf onder het masker (met zijn handen) – daarna de kinderen om beurt “ik heb gevaarlijk kousen mee” leraar neemt kousen met dopjes op (antislip) en speelt er monster mee. Kinderen krijgen ook kousen en mogen met deze sokpoppen een dialoog doen. “ik heb 2 toffe broers” leraar neemt 2 maskers in latex met lange haren (trollen) Praten over maskers – kinderen mogen ook de maskers eens proberen Zingen “zet je maskers maar op” Bewegingslied “rijden rijden rijden in een wagentje” Kimspel wie zit er achter het masker – 1 kleuter krijgt blinddoek om kinderen wisselen van plaats en geblinddoekte raadt nadien wie verstopt is onder het masker. Met bewegingslied “rijden rijden in een wagentje” rijden ze naar de klas

OBSERVATIESTAGE POSTGRADUAAT MUZIKALE VORMING VAN KINDEREN 4-8 JAAR 2012-2014


De leerlingen in de klas en reflectie Kies aan het begin van de les drie leerlingen verspreid over de klas. Stel je bij je observatie de volgende vragen:

1. Volgen de leerlingen de les aandachtig? Waaruit leid je dat af? 

Leerling 1 = Cato .

Cato durft eerst niet naar het Afrikaans masker te kijken en er aan te komen. Na een tijd speelt ze zelf met het masker en doet de goed mee. Ze kijkt met grote ogen en doet goed mee met de activiteit. 

Leerling 2 = Brent

Brent imiteert helemaal meester Johan als hij met het Afrikaans bewegingen doet. Hij kruipt onder het blauwe doek en maakt zo het masker met zijn armen en lijf tot leven. Hieruit blijkt dat hij goed geobserveerd heeft en goed betrokken is bij de les. 

Leerling 3 = Jil

Jil kan met zijn kousenpop een heel verhaaltje vertellen voor de groep. Hij doet er ook een grappig stemmetje bij en zingt er nog een geïmproviseerd liedje boven op. Hij gaat helemaal op in zijn rol en zegt zelf “da was een grappig toneel”. 2. Welke activiteiten zijn er voor de leerlingen in de les? Vink aan of vul aan. x Luisteren

Herhalen

x Formuleren

Samenvatten

x Vragen stellen

Opzoeken

Verzamelen

Tekenen

Lezen

Schrijven

x Waarnemen

x Vergelijken

x Interpreteren

x Eigen mening geven

x Andere:poppenkast spelen met sokken/ doek 3. Hoe schat je het niveau van de leerlingen in? Op muzikaal niveau zijn de kinderen zeer goed. Ze zingen goed mee en kunnen goed de maat houden. Op taalvlak zijn ze minder goed (school in de rand van Brussel, met veel Franstalige kinderen), maar de meester verbetert de woorden die de kinderen verkeerd zeggen op een rustige manier die niet belerend overkomt. De kinderen zijn op deze school heel erg creatief ze worden uit de klas genomen voor muziek en voor beeld. Je ervaart dat de kinderen zeer creatief zijn.

OBSERVATIESTAGE POSTGRADUAAT MUZIKALE VORMING VAN KINDEREN 4-8 JAAR 2012-2014


4. Past de leraar het leertempo aan het niveau van de leerlingen aan? Hoe? De vraagstelling is bij de kleuters anders dan bij het 1ste leerjaar. Bij de kleuters wordt ook met meer eenvoudige materialen gewerkt. De kazoo wordt alleen bij de grotere kinderen gebruikt omdat de kleintjes niet begrijpen hoe dit werkt. 5. Heb je de indruk dat de verhouding tussen de leerlingen goed is? Waaruit blijkt dat? De kinderen durven op een creatieve manier zich bewegen, zingen, bezig zijn. Elk kind zingt en praat op zijn eigen manier en zoals hij gebekt is , niemand lacht een ander uit. de sfeer zit goed in de groep. 6. Heb je de indruk dat de verhouding tussen de klas en de leraar goed is? Waaruit blijkt dat? De manier hoe hij met de kinderen omgaat is heel fijn. Hij gaat in op hoe ze gekleed zijn (het is die dag karnaval en alle kinderen zijn verkleed). Hij stelt vragen over hun personage en maakt gekke liedjes over hun personage. De kinderen lachen en vinden het fijn. Ze komen ook graag bij meester Johan, en doen geboeid en betrokken mee met de activiteit. 7. Zou je graag leerling(e) in deze klas zijn? Waarom (niet)? Ja er is een gezonde mix van plezierige dingen en je hoeft niet statisch op je bank te zitten. Er is kans tot bewegen en de manier van klashouden bevalt me zeer. De grapjes geven de kinderen een goed gevoel en zijn niet betuttelend. Een toffe sfeer met veel afwisseling en uitdaging vind ik hier terug.

OBSERVATIESTAGE POSTGRADUAAT MUZIKALE VORMING VAN KINDEREN 4-8 JAAR 2012-2014


Ayvmle3c  
Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you