Issuu on Google+

Postgraduaat Muzikale Vorming van kinderen 4-8 jaar Observatiestage Algemeen Onderwijs- Invulformulieren overzicht van de individueel bijgewoonde lessen Aanvangsjaar opleiding: 2012 –2013 Studente: STROBBE Lieve Datum: 22/01/2013

School/organisatie: Jonghelinckshof : zie bijlage Stad/gemeente: Antwerpen datum

vak

leraar

1. 22 / 01/2013 muziek-muzische vorming

Magalie van Genabeek

jaar Type 7

lesonderwerp : musiceren met zang, dans en instrumenten 2. 22 / 01/2013 muziek-muzische vorming

Magalie van Genabeek

Type 7

Magalie van Genabeek

Type 7

Magalie van Genabeek

Type 7

lesonderwerp : djembĂŠ 3. 22 / 01/2013 muziek-muzische vorming lesonderwerp : Zang en beweging : de olifant 4. 22 / 01/2013 muziek-muzische vorming lesonderwerp : luister-en doeliedje : De pinguin

Vakmentor: Magalie van Genabeek

OBSERVATIESTAGE POSTGRADUAAT MUZIKALE VORMING VAN KINDEREN 4-8 JAAR 2012-2014


1. Lesdoelen, lesstructuur, leerinhouden Leraar: Magalie van Genabeek School: Jonghelinckshof Antwerpen Datum: 22 / 01 /2013 Lesuur: van 8 u.45 tot 9 u.35 7 dove of slechthorende leerlingen (leeftijd 7 jaar) Lesonderwerp: musiceren met zang, dans en instrumenten

Lesdoelen en reflectie 1. Lesdoelen : - musiceren en experimenteren met de stem, met aandacht voor een goed stemgebruik, een zuivere toon en expressiviteit. - musiceren met voorwerpen en instrumenten met aandacht voor klankproductie en speeltechniek. - klank en muziek via beweging ervaren. 2. Opzet geslaagd : Aan de hand van een aantal gekende liedjes wordt er door alle lln. gezongen aan de computer met aangepaste geluidsinstallatie. Op het lied� Pata Pata� wordt er gedanst. Aan de hand van kaartjes met de afbeelding van het instrument gaan de lln. in het muzieklokaal op zoek naar het bijpassende instrument en mogen het instrument bespelen. Via nog een aantal werkvormen hebben alle lln. uiteindelijk een instrument, de leraar kiest een dirigent en er wordt gespeeld, het orkest speelt en stopt op signaal. Lesstructuur en reflectie

1. Instap : De leraar heeft aandacht voor de stem, het stemgebruik en het samen musiceren. 2. Vloeiende overgang : De lln. ervaren de overgang als vloeiend omdat er duidelijke afspraken zijn. De lln. kennen ook de ruimte : zingen, dansen bewegen op visueel vastgelegde plaatsen. 3. De les afronden : Verloopt vlot door de aanwezigheid van duidelijke afspraken en vaste gewoontes. 4. Timing van de les : Ok. 5. Ik zou zelf niets veranderen in de lesstructuur omdat deze goed aansluit bij de betrokkenheid en het welbevinden van de lln.

OBSERVATIESTAGE POSTGRADUAAT MUZIKALE VORMING VAN KINDEREN 4-8 JAAR 2012-2014


Visualisering van de lesstructuur en reflectie 1. Media : bord, pc, geluidsinstallatie, spiegel, symbool per ll. op de stoel, groene matjes om plaats in de ruimte te vinden. 2. De leerlingen hebben houvast aan de visuele lesstructuur omdat de lesstructuur een vaste gewoonte is voor de lln. 3. Ik zou zelf in de visualisering van de lesstructuur niets veranderen omdat de lln. deze structuur in elke les als houvast aangeboden krijgen.

Leerinhouden en reflectie De leerstof is aangepast aan het niveau van de leerlingen omdat ze de les goed kunnen volgen. Ze kunnen de vragen beantwoorden. Ze kunnen zingen, dansen en musiceren op hun eigen niveau. De leraar volgt een eigen cursus en haalt veel ideeën uit het tijdschrift “De Pyramide” Muziekwijzer voor primair onderwijs, een uitgave van Gehrels Muziekeducatie (www.gehrelsonline.nl) . De leerlingen zijn geboeid door de leerstof. Dat blijkt uit het feit dat ze enthousiast en actief de les volgen. Ik zou zelf weinig in de leerinhouden veranderen. Ik zou wel een houvast zoeken in het werken met een handboek en/of een werkschrift. Omdat ik op die manier zou proberen op een overzichtelijke manier alle doelstellingen te bereiken. De leraar houdt in de leerstofkeuze rekening met de voorkeur(en) van de leerlingen door actuele liedjes en dansjes te gebruiken. Dat is natuurlijk iets wat ik ook zou doen. De lesdoelen worden veel gemakkelijker bereikt als de interesse van de leerlingen gestimuleerd wordt met liedjes, dansjes en instrumenten van hun eigen voorkeur.

OBSERVATIESTAGE POSTGRADUAAT MUZIKALE VORMING VAN KINDEREN 4-8 JAAR 2012-2014


2. Didactische werkvormen en vaardigheden, vraagstelling, didactisch materiaal Leraar: Magalie van Genabeek School: Jonghelinckshof Datum: 22 / 01 /2013 Lesuur: van 11 u.05 tot 11 u.55 leerjaar) Lesonderwerp: djembé

Antwerpen 8 leerlingen met spraakstoornissen (niveau eerste

Didactische werkvormen, vaardigheden en reflectie Lesonderdeel 1. Lesbegin : rap en beatbox

Werkvorm Instructie, ervaringen uitwisselen, demonstratie

2. Corpus - zingen en dansen (“Pata Pata” en “Move tegen pesten”) - djembé

opdracht : zingen en dansen onderwijsleergesprek,

informatie

uitwisselen,

demonstratie en samenspel

3. Leseinde : evaluatie

korte herhaling, korte reflectie, opruimen

Vaardigheden 1. Vaardigheden die getraind worden : - weten wat rap en beatbox is, begrijpen hoe rap en beatbox gemaakt worden en dit zelf toepassen. - aangeleerde lied en dans zelfstandig uitvoeren. weten en begrijpen hoe je op een djembé speelt en dit zelf toepassen. 2. Ik ervaar de leraar als een redelijk goede verteller die weet te boeien. Omdat de leerlingen de les aandachtig meevolgen en een knap resultaat laten zien en horen. 3. Ik zou zelf weinig in de didactische werkvormen veranderen omdat de leerlingen deze werkvormen gewoon zijn. Misschien zou ik wel de volgende werkvormen gebruiken : een verhaal vertellen of rollenspel of groepswerk.

Didactische vraagstelling en reflectie 1. De leraar formuleert een open vraag. Voorbeeld : Waarom speel jij graag op de djembé? De leraar formuleert een gesloten vraag. Voorbeeld : Wil je me helpen? 2. De leraar reageert op een juist antwoord : Ja, inderdaad, we houden de djembé schuin omdat het geluid dan door het gaatje naar beneden gaat.

OBSERVATIESTAGE POSTGRADUAAT MUZIKALE VORMING VAN KINDEREN 4-8 JAAR 2012-2014


De leraar reageert op een onvolledig antwoord : Dat rijmt niet helemaal, we zoeken een woord dat rijmt op kat. Wie kent een woord dat rijmt op kat? De leraar reageert op een fout antwoord : Dat is nog niet juist. Dat gaan we verbeteren want fouten maken is niet erg, fouten mag je verbeteren. 3. De leerlingen zijn het gewoon dat de leraar vragen stelt. Ze voelen zich daarbij comfortabel. Ze volgen de les goed mee. Ze luisteren aandachtig naar de opdrachten. De opdrachten worden zo nauwkeurig mogelijk beantwoord en/of uitgevoerd. 4. De leerlingen ervaren dat ze met hun antwoorden kunnen bijdragen tot een positief lesklimaat. De leraar geeft voldoende positieve feedback. Bij deze groep leerlingen zou ik wel nog meer de nadruk leggen op hun positieve prestaties omdat ze beperkt zijn in hun verbale mogelijkheden. De leerlingen hebben plezier in het dansen, zingen en djembé spelen maar de leraar had zeker nog meer het enthousiasme van de leerlingen kunnen stimuleren.

Didactisch materiaal 1. Materiaal : bord, grote vellen papier met daarop de zelfgemaakte rap, djembés, kaarten met pictogrammen van de afspraken. 2.. Een andere instap : de leraar laat de leerlingen een filmpje bekijken op schooltv beeldbank : Naar djembéles ( http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20110511_flipnaardjembeles01 ). Na het filmpje volgt een kringgesprekje. 3.Wat er ontbreekt aan de uitrusting van het leslokaal : opbergruimte, pictogrammen waar het materiaal hoort te zijn, orde, duidelijke structuur aan de muur. Wat ik zou willen veranderen aan de schikking van het meubilair / apparatuur : de mooie en grote beschikbare ruimte zou ik verdelen in verschillende hoeken : bewegingshoek, zanghoek, instrumentenhoek, knutselhoek, rustige hoek, experimenteerhoek, ...

3. De leraar en de leerlingen

OBSERVATIESTAGE POSTGRADUAAT MUZIKALE VORMING VAN KINDEREN 4-8 JAAR 2012-2014


Leraar: Magalie van Genabeek School: Jonghelinckshof Antwerpen Datum: 22 / 01 /2013 Lesuur: van 13u.25 tot 14 u.15 5 leerlingen met spraakstoornissen (leeftijd 6 jaar) Lesonderwerp: Zang en beweging : de olifant

De leraar in de klas en reflectie 1. Houding en taal 1.1. De leraar wisselt de houding voor de klas af. Soms staat zij zodat alle leerlingen haar goed kunnen zien. Soms zit zij zodat alle leerlingen hem goed kunnen zien. De leraar loopt niet veel door de klas omdat op die manier de leerlingen met hun beperkingen de les niet zo goed kunnen volgen. 1.2. Het optreden van de leraar in de klas 1.3. De leraar houdt orde. Aanmoedigend : De leraar moedigt de Oogcontact : De leraar houdt oogcontact met de leerlingen aan door de leerlingen te stimuleren leerlingen. De groep is relatief klein maar de in het uitvoeren van de opdrachten. leerlingen vragen veel aandacht door hun beperkte :mogelijkheden Helpend De leraar helpt als de leerlingen de

Controlerend : De leraar controleert door Stem verheffen : De leraar haar voortdurend oogcontact te hoeft houden metstem de niet veel te verheffen. Deeen leerlingen de wordt leerlingen zodat op gepastezijn manier opdrachten gewoon. De leraar opgetreden en als oefeningen er iets fout loopt. blijft rustig en gebruikt een aan gepaste stem de Streng : Maar op een rustige manier herhaalt aan de de grootte van en de krijgt groep.de leerling een opdrachten niet goed begrijpt. leraar afspraak nieuwe kans. 1.4. Het taalgebruik van de leraar voldoet : de leerlingen zijn de lichaamstaal, de articulatie, de zinsbouw, het spreekritme en de spreektoon gewoon. 1.5. De leraar hanteert een vocabularium aangepast aan het niveau van de leerlingen. Daarvoor baseert de leraar zich op regelmatige overlegmomenten met de klastitularis en de speciale begeleiders van de groep leerlingen. “Jongens, meisjes, aan de kant Daar komt mama olifant Grote voeten, grote oren En een grote slurf van voren� 2. Instructies 2.1. De leraar gebruikt voldoende materiaal zodat haar instructies duidelijk zijn. Als er iets onduidelijk is dan is er een moment van herhaling en/of doet een leerling, voor wie de instructie wel duidelijk is , voor hoe de anderen het moeten doen. 2.2. De leraar gaat na of de leerlingen de instructies begrepen hebben door vraagstelling, observatie en herhaling.

OBSERVATIESTAGE POSTGRADUAAT MUZIKALE VORMING VAN KINDEREN 4-8 JAAR 2012-2014


3. Reflectie 3.1. Het optreden van de leraar in de klas is geslaagd. De leerlingen concentreren zich op de opdrachten en houden rekening met de gegeven instructies. 3.2. Zelf zou ik niet veel anders doen, omdat het optreden van de leraar in de klas geslaagd is. Misschien zou ik wel ervoor zorgen dat er op bepaalde momenten van de les meer leerlingen tegelijk actief zijn. Zeker bij een grotere groep is het belangrijk dat er geen al te grote wachttijden ontstaan bij de leerlingen.

De leerlingen in de klas en reflectie Kies aan het begin van de les drie leerlingen verspreid over de klas. Stel je bij je observatie de volgende vragen:

1. Volgen de leerlingen de les aandachtig? Waaruit leid je dat af? •

Leerling 1 volgt de les aandachtig. Hij houdt oogcontact met de leraar en reageert gepast op de opdrachten en instructies.

Leerling 2 volgt de les aandachtig, denk ik. Maar door de zeer gesloten houding van de leerling is het niet duidelijk of zijn aandacht bij de les is of zijn geconcentreerde houding te maken heeft met twijfel, angst of onzekerheid.

2. Deze activiteiten zijn er voor de leerlingen in de les Luisteren Formuleren Vragen stellen Waarnemen Materiaal hanteren

Herhalen Samenvatten Vergelijken Zelfstandig bewegen

3. De leraar past het leertempo aan het niveau van de leerlingen aan. Door het onderwerp van de les, haar houding in de ruimte en haar taalgebruik tegenover de leerlingen. 4. Ik heb de indruk dat de verhouding tussen de leerlingen goed is omdat de leerlingen goed kunnen samenwerken en meteen hun eigen plaats in de ruimte opzoeken. 5. Ik heb de indruk dat de verhouding tussen de klas en de leraar goed is omdat de les goed verloopt. Er zijn geen onnodige stille of “dode” momenten tijdens de les. 6. Ik zou graag leerlinge in deze klas zijn omdat ik in een behoorlijk grote en goed uitgeruste ruimte de kans krijg mij te ontwikkelen op het gebied van zang en beweging.

OBSERVATIESTAGE POSTGRADUAAT MUZIKALE VORMING VAN KINDEREN 4-8 JAAR 2012-2014


4. Mijn eigen aandachtspunten Leraar: Magalie van Genabeek School: Jonghelinckshof Antwerpen Datum: 22 / 01 /2013 Lesuur: van 14u.40 tot15.30 8 dove of slechthorende leerlingen (leeftijd 7 jaar) Lesonderwerp: luister-en doeliedje : De pinguin Luisteren naar de muziek en samen met de pinguin : skiën, sneeuwballen gooien, vis eten, sleeën, nadenken en slapen...

1. Mijn aandachtspunten zijn: - de aanwezigheid van beschouwen, creëren, reflecteren en/of evalueren tijdens de les. - de aanwezigheid van de muzische grondhouding in de les. 2. Ik kies deze aandachtspunten omdat ik het belangrijk vind om deze punten terug te vinden in de les, zowel voor de leraar als voor de leerlingen. Het is voor mij nog een zoektocht om het proces van het beschouwen en het creëren concreet uit te werken in de wereld van het muzische. 3. Wat ik heb opgestoken van deze observatie in het bijzonder : de speelse aanpak van de les, de vreugde bij de leerlingen, fouten maken is niet erg, zowel de leraar als de leerlingen kunnen fouten maken en er is de kans om die fouten te verbeteren. 4. Bij deze observatie zijn deze 3 rollen van een leraar belangrijk: De leraar als expert : De basiskennis van de leerinhouden. De leraar als organisator : Een gestructureerd werkklimaat, een goede planning, een stimulerende en werkbare klasruimte. De leraar als innovator : eigen functioneren in vraag stellen en bijsturen.

Bijlage : BuBaO Jonghelinckshof Het Buitengewoon BasisOnderwijs Jonghelinckshof organiseert: Buitengewoon Kleuteronderwijs en Buitengewoon Lager Onderwijs Type 7 voor dove en slechthorende kinderen (doven/slechthorenden). Er is een nauwe samenwerking met MPI Jonghelinckshof, met de audiologische dienst Jonghelinckshof en met de thuisbegeleidingsdienst Jonghelinckshof.

OBSERVATIESTAGE POSTGRADUAAT MUZIKALE VORMING VAN KINDEREN 4-8 JAAR 2012-2014


Samenwerking met de Speciale Beroepsschool Emmaüs en met het MPI Emmaüs staat borg voor de continuïteit van de hulpverlening. Dove en slechthorende kinderen in het gewoon onderwijs worden vanuit Jonghelinckshof ondersteund door het team Geïntegreerd Onderwijs. Buitengewoon Kleuteronderwijs en Buitengewoon Lager Onderwijs Type 7 voor kinderen met spraaktaalontwikkelingsstoornissen in nauwe samenwerking metMPI Jonghelinckshof en met thuisbegeleidingsdienst Jonghelinckshof.Bepaalde kinderen met spraaktaalontwikkelingsstoornissen kunnen op dertienjarige leeftijd doorstromen naar de Speciale Beroepsschool Emmaüs en/of MPI Emmaüs, anderen gaan over naar het gewoon onderwijs of naar andere scholen Buitengewoon Secundair Onderwijs. Buitengewoon Lager Onderwijs Type 7 voor kinderen met autismespectrumstoornissen in nauwe, meestal geïntegreerde, samenwerking met MPI Jonghelinckshof. HIerbij richten we ons tot normaal begaafde kinderen. Bepaalde kinderen met autismespectrumstoornissen kunnen op dertienjarige leeftijd doorstromen naar de Speciale Beroepsschool Emmaüs en/of MPI Emmaüs anderen gaan over naar het gewoon onderwijs of naar andere scholen Buitengewoon Secundair Onderwijs. Kinderen met autismespectrumstoornissen in het gewoon onderwijs worden vanuit BuBaO Jonghelinckshof ondersteund door het team Geïntegreerd Onderwijs. Buitengewoon Lager Onderwijs Type 8 voor kinderen met ernstige leerstoornissen. Ook in BLO Emmaüs is het onderwijs afgestemd op deze doelgroep. Beide scholen werken intensief samen. Voor sommige kinderen met leerstoornissen en bijkomende ontwikkelingsstoornissen en psychosociale problemen is samenwerking met MPI Jonghelinckshof of MPI Emmaüs aangewezen. De meeste kinderen met leerstoornissen stromen op dertienjarige leeftijd door naar het secundair technisch- of beroepsonderwijs. Dit type van B.O wordt niet georganiseerd op kleuter-, noch op secundair niveau.

OBSERVATIESTAGE POSTGRADUAAT MUZIKALE VORMING VAN KINDEREN 4-8 JAAR 2012-2014


835xcfwr