Issuu on Google+


WIJ SPREEUWEN (...) Zie dan ook de mensen in de aankomsthal bij het verlaten van de laatste trein, haastig op weg naar het eigen bed, gebukt, diep over zichzelf gebogen, tegen het eigen leven botsend, ver van elkaar gelegen, later.

F. Starik

Laat zij aan zij de hardste gebouwen beven, doe daken trillen, maak het omlijnde zachter. Een boom vliegt op en blijft toch achter. Noem het God. Het individu opgelost in een groter genot, nergens om, waarom slepen zij een koffer mee, waarom dansen zij niet? (fragment uit Victoria, 2009, Nw A’dam)

Waarom dansen zij niet ? Amsterdamse stadsgedichten

2010–2012


ANGST IS HET WOORD NIET Er kwam een dag dat ik een winnaar werd. Maar eerst moest ik verlangen. Ik haakte naar erkenning, naar de liefde van mijn harteloze vader, ik hunkerde naar roem en geld als water, mooie vrouwen, dure kleren. Maar eerst moest ik nog leren te verliezen. Alles werd op het spel gezet: die koude vader stierf, mijn vrienden, volstrekte onbekenden, mijn geloof in de kunst, mijn haar en zelfs mijn baard schoor ik af. Pas toen mijn oude moeder mij vergeten was, alle ambitie gesmoord pas toen vond ik mijn woord. En kon ik eindelijk beginnen. En ik begon te zwemmen. Ik begon te zingen. Ik zou de mooiste vrouw beminnen. 26 augustus 2010 Het Amsterdams Fonds voor de Kunst vroeg F. Starik, die een jaar eerder de Amsterdamprijs voor de kunsten won, om een gedicht bij de prijsuitreiking een jaar later. Maar men vond het gedicht ‘een beetje te somber’. Dus hij droeg iets heel anders voor. Foto AFK, bij de uitreiking 2010


29 augustus 2010 Op de Amsterdamse Uitmarkt presenteerde uw stadsdichter zich voor het eerst aan ‘het publiek’, met een gedicht dat in het festivalkrantje werd opgenomen en de gehele dag door op diverse podia werd voorgedragen, alsmede een programma in de Spiegeltent, waaraan onder andere Maarten van Roozendaal (die het gedicht ‘Vriendelijkheid, verdraagzaamheid, vrede’ op muziek zette en aldaar vertolkte), contrabassist Wilmar de Visser en de dichters Jos Versteegen en Mustafa Stitou hun medewerking verleenden, met o.a. een soort minimusical over de boom in de tuin achter het Anne Frank Huis.

UITMARKT Terug van vakantie. Uitgerust, noemen ze dat. We gaan er weer voor. We moeten er weer tegenaan, programmaboekje, uitgaansladder, kleitablet. Een nieuw seizoen, want ieder seizoen is alles weer nieuw. Dat is een wet. Tromgeroffel. Hooggeëerd publiek! U wordt weer verwacht door duizend artiesten, in theaters, in hallen en zaaltjes, voorstelling hier, uitvoering daar, en alle schrijvers hebben hun nieuwe boek af. Dansers hun ding, componisten hun opera, en ook de ziekenhuisclown is er weer met nieuwe kwaaltjes. Alles komt naar je toe. Alles stoot op je af. Een nieuw seizoen en je bent nu al moe, je moet nog zoveel genieten en morgen al

ALLES ZAG

zal het september zijn. Steeds meer te doen, steeds korter de dag. Het zal weer langdurig gaan regenen. Donker, koud en nat. Ocharme, kom dan bij ons en laat je van binnen verwarmen. Wij kunnen dat.

Op een woensdag, februari, keek Anne Frank uit haar raam ‘naar de blauwe hemel, de kale kastanjeboom aan wiens takken kleine druppeltjes schitterden, naar de meeuwen en de andere vogels die in hun scheervlucht wel van zilver leken’. Dat alles ontroerde haar zo, dat ze niet meer kon spreken. Ze heeft het zwijgend opgeschreven. Een maandag in augustus, na een nacht van storm en regen heeft die goede, ouwe boom, die alles zag en altijd heeft gezwegen, het eindelijk begeven. Hij brak. Te zwaar, verzwakt. Eenendertigduizend kilo pulp. Hij kon al jaren niet meer staan, niet zonder hulp van buitenaf. Die vuile zwam, het rijk der schimmels, geen bijl, geen zaag. Hij sloeg zijn eigen laatste uur. Hij viel heel netjes om. Sleepte niets mee in zijn val, hooguit het dak van een schuur. Voorzichtig, traag. Beschaafd. Alles verstomt. 23 augustus 2010 ‘Een boom viel om’, citaat uit het dagboek van Anne Frank, 23 februari 1944


VRIJWILLIG Je kunt mij voor een bardienst vragen, ja een bardienst wil ik draaien, op voorwaarde dat de drank dan gratis is voor mij- zo kom je nog eens ergens, lekker wel, die witte wijn. Ik wil best een boodschap voor je dragen, als het je te zwaar valt allemaal, dan kom ik bij je thuis en drinken we nog wat, we nemen er iets bij en kijken televisie samen, nemen afscheid voor de reclame, bedankt voor de maaltijd al was ik niet van plan te blijven eten, het was heerlijk en als er nog iets is dan bel je maar. Ik kom graag helpen. Ik help je oversteken naar de zonzij van de straat. Ik help je naar de overkant, waar alles veel gemakkelijker gaat. 16 oktober 2010 Stadsdeel Centrum vroeg de stadsdichter de verkiezing van de ‘vrijwilliger van het jaar’ op te luisteren met een vers, dat op 19 oktober 2010 werd gebakken met dank aan het gesprek over het wezen van de vrijwilliger dat deze kort tevoren toevallig met de heer Degenkamp, beheerder van begraafplaats St. Barbara, voerde.

4 september 2010 verscheen bij Het Parool een zestien pagina’s dikke stadsdichtersbijlage ter gelegenheid van Manuscripta met steun van het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Daar werd het gedicht METRO in opgenomen maar ook de tekening van Jan Rothuizen, elders in dit blad. Bij de aanleg van de Noord/Zuidlijn, zomer 2010, met de bedoeling dat het gedicht op een van de nieuwe stations zou komen te prijken. Niet gerealiseerd.


METRO Als de stad een lichaam is, de huizen – huid en haar – hun botten in de aarde steken, wij als bloedlic haampjes, bleke, door haar aders stromen door reusachtig opengesperde monden binnengaan, weer boven komen, dan had dat lijf een hartprobleem en legden wij een bypass aan.


Lijn zestig Er wacht een halte voor mijn deur. Een lijn is getrokken, een bus stopt eens per uur langs de waterkant – eens per half jaar verandert dan de dienstregeling en de route. Ik ben al vertrokken. Want er is poëzie in verwarring, zo houd ik de mensen alert en zo word ik een ander. Zo blijft u wakker. Het staat in de krant. Ik weet mij bevestigd. Nu ben ik een bus en mijn naam is lijn zestig. Er is poëzie in bewegen en wachten. In bussen en mensen. Er is poëzie in de zachte ruimte daartussen. Er is poëzie in moderne bedrijventerreinen, er is poëzie in kouwelijk over perrons slenterende forensen, langs verhoogde spoorlijnen dromend van zon, van parken van bomen, van stilte, geen mensen, geen bussen, niet de grauwe kilte van glazen en stalen kantoorgebouwen, beton, de kou van de ruimte daartussen – in mij en in jou. Kom me toch halen. Kom nu maar gauw. Op verzoek van het GVB bij de oplevering van buslijn 60, die sinds okober 2010 pendelt tussen Westerpark en station Sloterdijk, en binnenkort alweer wordt opgeheven vanwege de bezuinigingen die het openbaar vervoer zullen treffen.

30 oktober 2010 Bij het overlijden van Harry Mulisch, op verzoek van Het Parool

HEER EN MEESTER Harry Mulisch was een prachtig man. Naar ‘s lands wijs — totaal genivelleerd — natuurlijk te nadrukkelijk zichzelf, te veel genie, te flamboyant, te gesoigneerd. De ontdekker van de hemel, maar volgens ons bestond die hemel al. Echt waar. Al lang. Harry Mulisch was de compositie van een wereld, het absolute middelpunt van heelal Amsterdam, de vaste klant van Americain, het flauwe grapje dat iemand hem daar op zou bellen. In alles ongewoon. De laatste van de grote drie, met afstand, in wie het niet eens opkwam dat hij sterfelijk zou kunnen wezen, tot nader order zou hij eeuwig blijven leven. Telefoon. Zijn naam wordt vergeefs omgeroepen. Ze zeggen: die God meest liefheeft wordt het eerst door Hem beroepen. Meneer Mulisch leefde heel erg lang. Een van de zeer schaarsen die Hij vreest. Misschien was God een beetje bang.


4 november 2010 Jubileum Z!, de Amsterdamse daklozenkrant, in theater Desmet


VOICES, VOICES Victoria was klaar. Ze is af. Wat nu? Uw daklozenkrantverkoper weet raad. Hij zal u zijn verhaal vertellen, helemaal. En dan schrijft u dat allemaal op. U.

Geschreven en voorgedragen ter gelegenheid van het jubileum van Z! Victoria, die klaar was, åf, verwijst naar het titelgedicht in de bundel Victoria. (2009, Nw A’dam)

De daklozenkrantverkoper staat al tien jaar voor de supermarkt waar u uw boodschappen doet u ziet hem daar elke dag, groet, u laat niet na een muntstuk op te graven uit het diepste van uw broek. U bent toch schrijver, niet? Dat heeft hij op een foto in de krant gezien. Hij heeft gehoord dat hij al eerder in een boek van u daar op die straathoek stond met zijn krant en zijn verdriet. Hij weet echt alles man. Hij is niet gek! Nu wil hij graag vertellen van de stemmen in zijn hoofd. Ze gaan allemaal tegelijk met u in gesprek.


10 december 2010 De Langste Dag: 70 dichters lezen favoriete voorgangers.


www.dbnl.org/delangstedag/


CRĂˆCHE We zijn niet veilig. Zolang we onze kinderen wegdoen achter ergens een raam waarop gedrukt staat dat hier eindelijk geknuffeld wordt, staat daar jouw naam geschreven. Stop. Er is niets zeker in dit leven. We zijn niet veilig: achter iedere ruit kan iets verschrikkelijks gebeuren, achter elke deur en achter ieder mens. Want we weten niet wie we zijn. We leven in de wens van perfectie zoals we die op televisie zien, iemand praat van achter een raam, een bekend gezicht, een naam, en we weten niet wie daar achter zit. Vandaag zijn we vader, geliefde, man en kind: morgen barst er een beest in ons los. Misschien zijn we inderdaad niet veilig. Er woont een baby in ons, heilig. We leven in vertrouwen. Blind 14 12 2010 Bij de geruchtmakende zaak rond ’t Hofnarretje


OMELET

Lantaarn.

Gele bol! In een lange rij verblindend.

Weerkaatsen.

Mooi wit licht.

nenvijandin!

Boos licht.

en de andere boos.

Eeuwen oud. Zonnen.

Boos

mooi. helaas

Pijn.

uit.

Gele bol!

geeft licht.

Sterren Hoog!

Niet naar.

sterren komen dan is het nacht. Nachtnachtnacht super nacht!

toch zonnetjezonnetje.

Me poes is dood

Want Rood

Kampvuur is

gasfornuis. Zwarte lucht

Blauwe in

Gevaarlijk vuurvliegje

ze glinsteren en ze stralen we kunnen ze niet

Schijn fel!

Licht.

Aan. Vuur!

Bliksem! Buiten gaan.

Zon-

Lampje is gebroken.

Papa?

Jammer

Maan.

De ene blij

in het donker, papa.

om op te koken heet.

de straat.

duisternis.

goed

De takken zijn zwart.

vlammen in mijn huis

ster!

Fijn,

Blij, boos.

puzzel: het gaat niet.

Papa pas op je krant vliegt in brand! Fel.

Mooi rood.

Lampje is kapot.

Lampje moet gemaakt worden, lampje met de stekker.

En groot!

Altijd wat.

licht!

Straat.

soesje.

Maan.

pakken De

Wacht nacht mooie nacht super mooie nachtnacht. Zonsopgang geeft licht in het donker weg

Licht zonnetje, zeven Mooi wit.

Boos licht.

uur.

met de

Kom je nog waar blijf je Super. Jammer, papa. Zwart.

Deze omelet werd in het najaar van 2010 gebakken uit 150 eieren gelegd door leerlingen van de Westerparkschool, de Elisabeth Paulusschool en De Catamaran. Hun gedichten, op het thema ‘licht’, werden door F. Starik in de blender gegooid en voorgedragen bij de opening in het Kunstenhuis op 11 december van het project SHINE in het Westerpark, Amsterdam, waar de kunstenaar Elspeth Pikaar in samenwerking met de leerlingen een lichtroute aanlegde, ter verlichting van onze donkere dagen.


20 mei 2010 F. Starik wordt benoemd tot stadsdichter van Amsterdam voor een periode van twee jaar. p 18 Het Parool opent met een foto, een gedicht over het afscheid van burgemeester Cohen en een interview. 23 mei 2010 Optreden bij open ateliers Jordaan. 23 mei 2010 21.30 uur: de kerk van Ruigoord, festival Vurige tongen, ‘Discolit’. Een programma van Diana Ozon. Starik belt af. Het programma begint uiteindelijk pas om 23.30 uur. 24 mei 2010 televisieopnamen pilot ‘Programma met Marc-Marie’ (nooit uitgezonden, gelukkig maar). 27 mei 2010 ‘De Amsterdamsche Kring’ (een besloten diner, een reusachtig gericht van belangrijke mannen). De stadsdichter werft steun voor wilde plannen.

30 mei 2010 NU U! Wintertuin, Arnhem, De geest moet waaien. Festival. Hedendaagse dichters reageren op klassieke gedichten. 10 juni 2010 Opening fietsroute Mac Bike, waarin opgenomen ‘De zwaaiende fietser’, een kunstwerk van F. Starik op 16 onopvallende straathoeken in Amsterdam-West. 11 juni 2010 F. Starik opent het WK voetbal met een verhaal in NRC Handelsblad. 20 juni 2010 14 uur: de stadsdichter opent ‘Onder de platanen’, minifestival met dans, koorzang en poëzie, Lauriergracht, Amsterdam. 20 juni 2010 19 uur: Voetbalpoëzie in de Tolhuistuin, voorafgaand aan wedstrijd op groot scherm. 26 juni 2010 17 uur: presentatie Erik Nieuwenhuis, WOORDSOEP. 26 juni 2010 10 uur: Het Beloofde Varkensland, Amstelveen, met o.a. Ester Naomi Perquin, Vrouwkje Tuinman, Wim Brands, Ad Visser. 27 juni 2010 Opening tentoonstelling Floris Andrea, De Balie, Amsterdam. 29 juni 2010 De tafel van 500: Meet the creatives, Pakhuis de Zwijger, Amsterdam. 3 juli 2010 Afscheid van de directeur van het Sandberg Instituut, Jos Houweling. 4 juli 2010 Tolhuistuin, Amsterdam-Noord: 30+30, dichtersmarathon. 7 juli 2010 13.30 uur: installatie Van der Laan als burgemeester van Amsterdam. p 46 Gelegenheidsgedicht. 7 juli 2010 OBA, 14 uur: SAIL, expozaal, gelegenheidsgedicht voor werf ’t Kromhout. 8 juli 2010 Roode Bioscoop, programma met gebroeders Flint. 30 juli 2010 Festival de Prinsentruin, Groningen. 31 juli 2010 Tuinfeest, festival, Deventer. 15 augustus 2010 Voordracht festival Summer Darkness, Domkerk, Utrecht. 19–23 augustus 2010 SAIL in de havens van Amsterdam, OBA deelt op aanzichtskaart gedrukt gelegenheidsgedicht uit. 21 augustus 2010 OBA, onthulling stadsgedichten van de vier stadsdichters die Amsterdam rijk was, en is, met een voordracht van de huidige stadsdichter. 23 augustus 2010 Werelderfgoed, stadsgedicht in Het Parool. 26 augustus 2010 Uitreiking Amsterdamprijs voor de kunsten. p 18 Gelegenheidsgedicht. 28 augustus 2010 Te gast in een babbelprogramma van RTV-NH. 29 augustus 2010 p 19 UITMARKT, officiële eerste publiekspresentatie stadsdichter, diverse optredens Noord-Holland-podium, AT5, RTV-NH en 15–16 uur Museumplein, Spiegeltent, stadsdichterprogramma m.m.v. onder anderen Wilmar de Visser, Maarten van Roozendaal, Jos Versteegen. 1 september 2010 mede mogelijk gemaakt dankzij een bijdrage van het Amsterdams Fonds voor de Kunst publiceert Het Parool t.g.v. Manuscripta een compleet katern ‘Stadsdichterskrant’ 3

september 2010 Optreden Amersfoort, ‘de literaire vaarroute’, gecanceld wegens onenigheid in het bestuur. 5 september 2010 Optreden Manuscripta, Flexbar, 15 uur De Groene Amsterdammer, dichters en denkers, 15.48 uur Zuiveringshal, VPRO, De Avonden. 9 september 2010 Mediamatic, CIE-theater. 16 september 2010 Robisco-festival, Roode Bioscoop, Amsterdam. Martijn Grootendorst (video), Saskia Meijs (altviool), Martin Fondse (bandoneon) en F. Starik (tekst) : VICTORIA! 23 september 2010 Overdracht hofje De zeven keurvorsten, Ymere, Stadsarchief. Gelegenheidsgedicht. 26 september 2010 Poëzie & Psychiatrie, bibliotheek Haarlem. Madness & Arts Festival. M.m.v. Nico Keuning, Menno Wigman, Rogi Wieg, Chris Junge en curator F. Starik. 2 oktober 2010 One Million Years, Stedelijk Museum Amsterdam: F. Starik en Vrouwkje Tuinman lezen een uur lang jaartallen voor. On Kawara. 3 oktober 2010 Transformer, Wintertuinfestival, Starik met acht flamencodansers, Arnhem. 9 oktober 2010 Optreden Geen Daden Maar Woorden Festival, Rotterdam. 10 oktober 2010 Outline, Amsterdam: Moeder. Beeldende kunst en poëzie, met o.a. optredens van Dana Linssen, Anton de Goede, Raymond van den Boogaard, Maria Barnas, F. Starik. Curator Chantal Breukers. 11 oktober 2010 Toneelschuur Haarlem, Rick de Leeuw ontvangt Erik Jan Harmens en F. Starik. 15 oktober 2010 Te gast bij restaurant Sjuul, in ruil voor een gedicht. 16 oktober 2010 16–18 uur: vrijwilligersdag stadsdeel Centrum, p 20 met een speciaal vrijwilligersgedicht. 20 oktober 2010 de Avonden, radio 6, in gesprek met Anton de Goede. 2 november 2010 Allerzielen, voordracht in Vondelpark. 3 november 2010 Voordracht Geert Groote College. 4 november 2010 p 23 25 Jubileum Z!, de daklozenkrant, in theater Desmet. Gelegenheidsgedicht. 11 november 2010 Optreden in Dortmund, met Tsead Bruinja, Vrouwkje Tuinman. 14  & 21 november 2010 SLAU UTRECHT, Lorcafestival, met tapas en optredens Jean Pierre Rawie, Astrid Lampe. 20 november 2010 Ajax-bordes, Leidseplein: Schreeuw om cultuur. Gelegenheidsgedicht. 23 november 2010 p 17 Café Lowietje, boekpresentatie met voordracht van de stadsdichter want de burgemeester kon niet komen. 25 november 2010 Afscheid Janwillem Schrofer, directeur Rijksakademie. p 39 Gelegenheidsgedicht. 5 december 2010 13–17 uur: Paradiso, beurs van de kleine uitgevers, F. Starik signeert ‘De humor van het theezakje’, zojuist verschenen bij uitgeverij Reservaat. 5 december 2010 20 uur: Stadsschouwburg, Sinterklaasgala, gelegenheidsgedicht. 10 december 2010 p 26 27 De Langste Dag, 20–03 uur: Pakhuis de Zwijger, 70 dichters lezen favoriete voorgangers. 11 december 2010 p 28

29 Gelegenheidsgedicht bij project Elspeth Pikaar

‘Lichtgedichtjes’ in Kunstenhuis, 15 uur, Westerpark. 15 december 2010 Gelegenheidsgedicht bij de uitvaart van een kat. 19 december 2010 Uw stadsdichter in café Eijlders. 26 december 2010 Paradiso’s Only Kerstmatinee, Fanfare St. Cecilia, Paradiso Orchestra, F. Starik, Vrouwkje Tuinman. Het mooiste en fijnste optreden van het jaar zal ook het laatste zijn. Uw stadsdichter zingt onder andere ‘Mijn zoon’ van Willy Alberti. Vervang het woord moeder door wereld en je hebt een samenvatting van het lijdensverhaal. 19 januari 2011 Basisschool Westerpark, Nationale Voorleesdag, Starik vertelt van de landmuis, die een zeemuis wilde zijn. 28 januari 2011 Verse Beats, Sugar Factory, m.m.v. onder anderen Christine Otten, H.H. ter Balkt, Hagar Peeters, F. Starik. 29 januari 2011 OBA Staatsliedenbuurt, Starik leest voor uit De Gastpeler.

3 februari 2011 Boekpresentatie Guus Bauer, Pacific Park, 16 uur, m.m.v. Thomas Roosenboom, Nelleke Noordervliet, Gerbrand Bakker, F. Starik. 18 februari 2011 Open dag Artez, Arnhem: Frank Tazelaar interviewt beoogd docenten Els Moors en F. Starik. 21 februari 2011 Publicatie ‘I.M. Stanley Hillis’ in Het Parool. Gelegenheidsgedicht. 23 februari 2011 p 32 33 Een piepkleine demonstratie t.b.v. de gesloten


musea op het Museumplein, m.m.v. John Prop, lichtbeelden, en Melle Hammer, aanzichtskaarten op gebakskarton. Gelegenheidsgedicht. Zie ook de Volkskrant, Het Parool, NRC, AT5, RTV-NH. 27 februari 2011 Opening tentoonstelling Foto=Kunst in Museum Het Valkhof, 15 uur, Nijmegen. 1 maart 2011 Het Perron, SLAA presenteert Mustafa Stitou, voormalig stadsdichter van Amsterdam, Roy McFarlane, stadsdichter van Birmingham (UK) en de huidige van Amsterdam. 13 maart 2011 Een preek in de Geertekerk, Utrecht. Sermoen i.h.k.v. In Den Houten Broek. Over identiteit. Het volledige sermoen is na te zien op www.lezen.tv. 26 maart 2011 Discolit, De Nieuwe Anita. 2 april 2011 Gent, Vooruit, Nacht van de Poëzie, 50 dichters. 3 april 2011 Diverse locaties, Middelburg: Saskia Meijs, Martijn Grootendorst, Martin Fondse en F. Starik presenteren Victoria! (muziek, poëzie en beeld). 5 april 2011 Starik spreekt gedicht uit bij uitvaart Gijs Thio (besloten). 6 april 2011 Café de Bastaard, Utrecht: U-Slam, 20 uur. Edwin Fagel, Alexis de Roode en F. Starik in jury poetry-slam. 15 april 2011 Starik opent de Boekennacht op het Spui, aanvang 19.30 uur. Gelegenheidsgedicht. 17 april 2011 Vergadering Stichting Koninklijk Geschenk Amsterdamse Bevolking: Blombardement. 21 april 2011 DMO, de verkiezing van de sportvrijwilliger van het jaar, Frans Otten Stadion, gelegenheidsgedicht. 9 mei 2011 OBA Indische buurt: schrijvers en afscheid, foto’s van Mathilde Mupe, met voordracht van Diana Ozon en F. Starik. 14 mei 2011 Amsterdams Studentenfestival, Smart Project Space, 14–16 uur, m.m.v. Elsbeth Etty, Tsead Bruinja, F. Starik. 21 mei 2011 I read where I am, OBA, boekpresentatie, met o.a. Geert Lovink en F. Starik, gelegenheidsgedicht. 26 mei 2011 Theater aan het Spui: Het theater van de geest, pilot-televisieopname boekenprogramma, presentatie Rick de Leeuw, te gast o.a. Peter Buwalda, Thijs de Boer, Caroline Ligthart, Daan Heerma van Voss, F. Starik. 27 mei 2011 p 35 Mozaïek, Taal, Vluchtelingenwerk, gelegenheidsgedicht. 1 juni 2011 p 86 Kunstenhuis Westergasfabrieksterrein: MyFacebook van Meinbert Gozewijn van Soest. 2 juni 2011 ROODNOOT in Utrecht: het voorlezen van de Mei van Gorter. 7 juni 2011 Comedytheater, o.a. Remco Campert, Anne Vegter, Rob Schouten, F. Starik 13 juni 2011 Sluiting MyFacebook, tentoonstelling Meinbert Gozewijn van Soest. 14 juni 2011 Filmopnames Kohnstammhuis, opdrachtgedicht 16 juni 2011 Antwerpen, Felix Poetry Festival. 17 juni 2011 p 36 Busreis Antwerpen–Rotterdam naar Poetry International, met voordrachten, waar des avonds F. Starik en Modeste Breukers Gertrude Starink vertolken. Starik leest bovendien een sprookje van Starink voor. 18 juni 2011 Opnieuw een busreis, nu van Amsterdam (OBA) naar Rotterdam (Poetry), met een voordracht van F. Starik. 24 juni 2011 p 38 39 Sonnettendag, Rode Hoed. ‘Poëzie aan de steiger’. 25 juni 2011 Jaarfinale slampoetry Festina Lente, Starik in jury met Rick de Leeuw en Sven Ariaans. 26 juni 2011 Zonnemaire (Zeeland) Barockpuppies: Saskia Meijs, Martijn Grootendorst, F. Starik: Victoria gaat naar zee. 28 juni 2011 Storytelling Amsterdam, Pakhuis de Zwijger. Met onder anderen Jan Rothuizen p 74 Robert Alberdingk Thijm (ADAM-E.v.a.). 30 juni 2011 Afscheid Joop Linthorst, UWV, Amsterdam. Gelegenheidsgedicht. Jaarborrel stadsdeel Centrum, Amsterdam. Gelegenheidsgedicht. 1 juli 2011 p 42 43 Basisschool De Catamaran, feest met gedicht op muziek van de schoolband. 10 juli 2011 Opening Gerben Hermanus. 25 augustus 2011 Introductie nieuwe schrijfopleiding Artez, Arnhem, voortaan iedere donderdag lesgeven. 31 augustus 2011 F. Starik vat een hele televisieavond samen, TV-LAB, live op NL 3. 4 september 2011 Manuscripta, 14.30 uur, Westerliefde, interview met Arjan Fortuin, Menno Wigman, Wim Brands. 10 september 2011 TERREINWINST, voetbal en kunst op het terrein van ASV Arsenal. Gelegenheidsgedicht. 16 september 2011 Tree of life, Badhuis Theater. 19 september 2011 p 62 In de jury bij Festina Lente, met Rick de Leeuw en Sven Ariaans. 28 september 2011 p 46 47 Stadhuis, op bezoek bij de burgemeester. 30 september 2011 Te gast bij AVRO Live, Radio 1. 1 oktober 2011 Caraïbische letteren, OBA, met o.a. Eva Gerlach en John Jansen van Galen. 2 oktober Live te gast bij Met het oog op morgen, Radio 1, presentatie John Jansen van Galen. 6 oktober 2011 p 48

49 Uitvaartmuseum, Nieuwe Oosterbegraafplaats: presentatie Een steek diep. Met Peter Zegveld en Dolf Planteijdt: ‘Scherzo Mechani-

ca’. 13 oktober 2011 Scheepvaartmuseum, presentatie Trendrapport 2011 met het gedicht ‘Feiten, cijfers, bronnen’. 16 oktober 2011 Inontvangstname sleutel nieuw atelier aan de Tasmanstraat. 17 oktober 2011 Jury Festina Lente. 20 oktober 2011 Interview Amsterdams Stadsblad.

24 oktober 2011 Interview Sociologie Magazine. 26 oktober 2011 Te gast bij Onbederf’lijk vers, Selexyz boekhandel, Nijmegen. 2 november 2011 Opening Tropenmuseum, Allerzielen, met een bijdrage van F. Starik. 5 november 2011 p 50 Museumnacht, Nieuwe Kerk, Starik vermaakt dinergangers. 6 november 2011 Allerzielenconcert uitvaartpark Westgaarde, F. Starik spreekt om 11 uur, om 12.15 uur, om 14–45 uur, om 15.45 uur. 13 november 2011 Arti, Transsubstantiatie in de kunst m.m.v. onder anderen Hans Maarten van den Brink, Marcel Faber, Maria Barnas, Vrouwkje Tuinman, Modeste Breukers en F. Starik, curator: Chantal Breukers. 15 november 2011 p 52 t/m 59 20 uur: BALIE – amSTARikdam m.m.v. Martin Fondse, Eddie Kuipers, Saskia Meijs, Martijn Grootendorst, Waarschuwing voor de Scheepvaart: 7-koppig blaasorkest. 17 november 2011 p 60 61 Het leven is vurrukkulluk! Dichters eren Remco Campert. 21 november 2011 p 62 Jury Festina Lente. 22 november 2011 Een gedicht over het klimaat tijdens klimaatconferentie, NRC-media, De Rode Hoed, Amsterdam. 24 november 2011 p 63 Kohnstammhuis, oplevering gedicht in de aula van de Hogeschool van Amsterdam, opening gebouw. 10 december Schouwburg Haastrecht, optreden met o.a. Barockpuppies. 11 december 2011 Asiel Polderweg, Starik spreekt een handvol krakers toe. 20 december 2011 p 15 Verhuizing atelier. 26 december 2011 p 66 67 Paradiso, Vrouwkje Tuinman, F. Starik, Olivia Jaeggi, Fanfare St. Cecilia, Paradiso Orchestra, Kerstmatinee. 8 januari 2012 Café Tabac, Maartje Wortel, Thomas Verbogt, F. Starik en anderen. 10 januari 2012 p 69 Nieuwjaarsreceptie Pakhuis de Zwijger. Gelegenheidsgedicht. 22 januari 2012 OBA, optreden met dichter des vaderlands Ramsey Nasr. 24 januari 2012 Stadsschouwburg Amsterdam, 10 jaar Poëzieclub, Awater, gelegenheidsgedicht voorafgaand aan de Turing Gedichtenprijs. 26 januari 2012 p 1 Gedichtendag, deze speciale editie van Z! verschijnt voor de deur van de supermarkten in Amsterdam. 27 januari 2012 Sugarfactory, VERSE BEATS, p 70 afscheid van uw huidige en installatie van uw nieuwe stadsdichter Menno Wigman onder het toeziend oog van burgemeester Van der Laan.


Treuriger kan het eigenlijk niet: een gesloten museum. De lichten zijn uit, de antikraakwachten lopen hun ronde door lege, koude zalen. Wat een huis was waar je kon leren zien is nu zelf doof en blind geworden. Als ik langs de gesloten musea in Amsterdam fietste, het Stedelijk Museum en het Rijksmuseum (beide dicht vanaf 2003), moest ik aan Willem Sandberg denken, de beroemde museumdirecteur van het Stedelijk (van 1945–1965), die juist van ‘open’ zijn motto maakte. Open zouden onze ogen gaan na de oorlog, open moesten de ramen, open zou het museum zijn – ook na werktijd, vond hij. Open zou de kunst en dus de wereld zijn, want dat was eigenlijk hetzelfde. Open Oog heette het beroemde tijdschrift (met maar twee nummers) dat hij meteen bij zijn aantreden oprichtte, voor de ‘grote omvattende stroming, die alom stuwt naar radicalisering van de samenleving’. Een uitspraak waar je nu voor opgepakt kunt worden. De musea gingen bijna tien jaar dicht. ‘Het erge is – je went er aan,’ zei stadsdichter F. Starik toen ik hem vroeg wat die sluiting betekende. ‘Afwezigheid kun je niet beschrijven, je kunt prima leven zonder museum. Dat maakt het zo sneu’. Die gewenning verklaart wellicht waarom er in die tien jaar nooit kunstenaars hun niet-vertoonde werken op de stoep van de musea kwamen storten. Waarom bezoekers niet op de glazen deuren van het Stedelijk bonsden en toegang eisten tot cultuur die daar uit ons aller naam zou moeten staan. Een sms-actie kwam er na jaren, en een ‘Bezetting’ van het Rijksmuseum die voor de avond viel weer over was – en stil werd het weer. Zelfs de toeristen hadden het op een gegeven moment begrepen. Het ergste was gebeurd, we waren eraan gewend geraakt. Een klein lichtpuntje: de stadsdichter stond op de stoep. Met een gedicht. Als de projectontwikkelaar van het Stedelijk Museum, Midreth, in januari 2011 failliet gaat en de opening andermaal wordt uitgesteld, is het genoeg geweest. Een maand later zal F.Starik aan de uitgang van de Albert Heijn naast de Stedelijk-bouwput een gedicht uitdelen dat, zo meldt het persbericht, uitdrukking geeft aan ‘het sterke verlangen naar de heropening van Stedelijk- en Rijksmuseum.’ ‘Geen protest, geen aanklacht’ noemt Starik het zelf. ‘Meer een oproep met een zeker godverdomme-gehalte. Leg je er niet bij neer! Politici, doe er wat aan!’ Ik ga erheen. De stad ligt vol vuile sneeuw die door wind en regen voor het eerst in weken weggespoeld wordt. Het bouwzeil klappert om de gesloten musea. De dichter deelt zijn werk uit terwijl op de gevel van de supermarkt de tekst in lichtprojectie verschijnt. Het gedicht MUSEUM is gedrukt op gebaksdozenkarton, een klein kwetsbaar kadootje, niet echt regen-proof. De dichter klampt de mensen aan met zijn gratis kunst, vleit en verleidt, hij heeft het gedicht speciaal ‘voor u’

geschreven, zoals ook het museum voor u zou moeten zijn. Het is een kleine actie, maar het ontroert. Het is ook de eerste en enige keer dat er geprobeerd wordt door middel van een kunstwerk de deuren van de musea open te krijgen. Een breekijzer van zacht karton. Maar ook een kunstwerk dat maar één doel heeft, de toegang forceren naar veel en veel meer kunstwerken – dat is een prachtig en royaal gebaar. De burgemeester, de staatssecretaris en de nieuwe directrice hadden het onder hun kussen moeten leggen en elke dag bij het ontwaken moeten zeggen: Ja. Vandaag!

Doe er wat aan Sacha Bronwasser


n

MUSEUM Alles komt goed. Tijd gaat voorbij met een vloek en een zucht. Wat nieuw is zal oud zijn. Waar je naar zocht raakt toch zoek. Wat dicht leek kan open. Donker bleek licht. Blijf hopen. Alles komt terug. Onder het doek. Een gereinigde gevel. Zalen vol bouwstof. Een man die met zijn vinger de tijd wegpoetst. Aanwezig. Afwezig. Alsof. Zucht en vervloek. Wat we bewaren bestond al. Alleen jouw ogen nog niet. Gesloten. Laten we doen alsof je wat ziet. Leef in vertrouwen. Wat oud was zal nieuw zijn. Straks valt het doek. Blijf bouwen. Alles wat zoek lijkt komt terug. Echt. Tijd gaat zo vlug. Alles komt goed. Alleen jij niet. Kijk dus. Ga open. Sacha Bronwasser kunsthistorica, schrijft en spreekt over kunst en film voor o.a. de Volkskrant en het International Film Festival Rotterdam


ALLES IS LIEFDE

BARMHART

Gijs Thio is gevonden. Hij is nu niet meer zoek. Een lijk dreef in het water. Het boek is uit. De laatste hoop vervlogen.

Stel. Je bent een man. Zesendertig jaar. Afkomstig uit Iran. Je zocht hier asiel. Alles volgens de regels. Je procedeert. Je mist je kinderen. Je mist je vrouw. Je mist je vrienden, je geschiedenis, je mist je land.

Het uur is U. Zijn vrienden, jullie noemden hem misschien gesloten, maar ook de beste vriend die je kunt denken – wat heeft die man geleefd.

Je staat er alleen voor. Je maakt ruzie met passerende toeristen, zij wel. Zie ze gaan. Dikbuikigen, wat kan het ze schelen, voor hen spreekt alles vanzelf. Maar niet voor jou. De rijkdom, de kooplust, de snackbar. Je wordt niet gehoord.

Wat hebben jullie hard naar hem gezocht.

Je staat op de Dam en je bent in de war, zeggen ze. Vele getuigen bevestigen. Een gek. Hoe hard je ook schreeuwt over je afwezige kinderen, hou toch je bek. Flauwekul. Stel. Het is woensdagmiddag, het is verschrikkelijk lente

Je zou dit iedereen toewensen die op een nacht verloren loopt nog even aan de wandel langs de kade dat hij zo innig wordt gemist. Daarin is troost. In vriendschap, mateloos. Zijn lijf is nu gevonden. Maakt hem niet minder zoek. Er zit geen wijn meer in de handel. Het boek kan dicht. Gijs Thio, eeuwig zonde. Uitgewist. Proost. 5 april 2011 De Amsterdamse wijnhandelaar Gijs Thio werd na een nacht stappen vermist. Hij groeide uit tot een soort postume BN’er, dankzij de intensieve speurtocht die zijn vrienden op touw zetten. Het Parool publiceerde dit gedicht daags nadat zijn lichaam was gevonden. De ochtend daarop werd ik gebeld door zijn familie of ik het op zijn uitvaart wilde voorlezen. Dat heb ik uiteraard gedaan.

en je staat op de Dam. In het hart van de stad. Vlak voor een of ander monument. Je waarschuwt nog: blijf uit mijn buurt. Twee minuten later is het gebeurd. Voor de getuigen is er slachtofferhulp. Netjes geregeld, alles. Uitgeluld. 6 april 2011 stak een asielzoeker zich voor het oog van de winkelende massa in de brand op de Dam. Hij overleed dezelfde dag aan zijn verwondingen.


OPEN DEUREN Een mens woont in zijn woorden. In je verhaal, daar ben je thuis. Voor jezelf kun je niet vluchten. Je neemt je altijd mee naar huis. In de taal word je geboren ben je weer kind, voor wie dan alles helemaal opnieuw begint. Je geeft de dingen een naam. Toch: op het woord stoel kun je niet zitten, je kunt niets zien door het woord raam en op het woord schoen kun je niet lopen. Maar in je gedachten doe je alle deuren open, de deuren, waar je vergeefs voor hebt gestaan. 27 mei 2011 Geschreven voor het congres van een organisatie die zich bezighoudt met het geven van taalles aan vluchtelingen, en die moesten er zelf ook wat aan hebben, die vluchtelingen, aan mijn gedicht.


NIEUWE HARING Dinsdag was het weer zover: de nieuwe haring arrivé en meneer Dok staat paraat, met zijn twee vrouwen, zijn mes en zijn emmer, in zijn stal op het plein aan het begin van de Haarlemmerstraat, beter spul kan je niet krijgen. Dat komt, heeft hij me eens uitgelegd, omdat hij zijn haring koploos aan laat voeren, hij weet precies wie en wanneer de beste haring heeft. En waar de leukste mensen komen. Hij staat er al zo lang. Hij serveert er een korenwijntje bij. Geen slecht idee, voor wie om elf uur ‘s ochtends nog aan zijn werkdag moet beginnen, korenwijn. Meneæer Dok informeert hoe de haring smaakt. ‘Goed genoeg om een gedicht over te verzinnen,’ antwoordt een zijner vrouwen. Rot voor de haring. Maar wij leven. In liefde en vertrouwen. 3 juni 2011 Arie Dok toonde zich zeer verrast en ingenomen met dit gedicht, dat hij in Het Parool las, en dat hij in zijn plakboek opneemt, voor als hij straks gepensioneerd is, dan gaat hij dat allemaal teruglezen, zegt hij.

18 juni 2011 Een busreis, van Amsterdam (OBA) naar Rotterdam (Poetry), met een voor iedere reiziger individuele voordracht van F. Starik.


24 juni 2011 Poëzie aan de Steiger (25 november 2010: bij het afscheid van Janwillem Schrofer als directeur van de Rijksakademie, waar uw stadsdichter in de periode 1986–1989 gelukkig was en leerde werken. Inmiddels heeft het kabinet ook van dit meer dan honderd jaar oude instituut alle subsidie met één pennenstreek ingetrokken en lijkt de ondergang nabij. Maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit, hoe graag men dat ook zou willen.)

WAKKER Time can change me. But I can’t change time Dus jij was een kunstenaar en je moest en zou kunstenaar worden en je ging daar aan het werk. Je ging aan het werk en stopte nooit meer met keihard werken, wow. Zo ken je er nog wel een paar. Hij was juist benoemd tot directeur van de eerbiedwaardige academie die jou had aangenomen. Je vond het nog best moeilijk om te geloven dat een dikke man in een lichtblauw overhemd met korte mouwen van kunst kan houden en ondertussen even dat oude instituut zou redden van een zekere ondergang, hij maakte het verschil. Er is verschil tussen iemand die iets zeggen wil en iemand die dat kan. Hij heeft je iets geleerd over inhoud en verpakking. Dat een kunstenaar moet werken. Doe je ding. Je behoort niet tot de zwakken, maar de sterken.


28 juni 2011

Bij het afscheid van een directeur van een grote organisatie, met een – dankzij de strenge eisen van de afdeling communicatie – schaamteloos mislukt gedicht


TOT ZIENS

I

Op 30 april 1980 kwam ik aan in Amsterdam en wierp meteen de eerste steen, later die avond at ik mijn eerste broodje shoarma met verschrikkelijk veel vlees en knoflooksaus en modderige handen. Ik hoefde nergens heen. Ik zou nooit meer ergens anders landen – vond hier een huis, studeerde en studeerde niet, had er lief en ging ook weer verloren: mijn eerste zoon werd hier geboren, ik ruilde mijn typemachine in voor een computer, mijn woordenboek voor internet, Polak voor Van Thijn en die weer voor Schelto Patijn en dan Cohen. Iedereen vertrekt een keer. Een paar burgemeesters nog dan ga ik ook. Ik kom er heus wel overheen, de eerste burgemeester die mijn modderige hand wou schudden omdat ik zo fatsoenlijk en belangrijk geworden ben: in winkels noemt men mij meneer.

II

Mijn eerste burgemeester was Polak. Zwijn. We krijgen je wel klein. Ik schaam me daar nog altijd voor, dat ik zoiets heb gezongen. We waren jong en nog veel dommer. De tweede werd Van Thijn, die ik altijd belachelijk heb gevonden en ook dat spijt mij: het feit dat je nu eindelijk eens iemand aardig kunt imiteren is nog geen reden om hem te bespugen. Dat is wel gebeurd. In mijn buurt. De derde was Schelto Patijn, Ik zag hem wel eens uit de verte, dacht: keurige man, maar alleen omdat je keurig denkt, ga je iemands hand niet schudden. Daarna kwam Cohen. Beschermheer van de levenden en de doden, de man die samenbond wat niet valt te verenigen. Ik ga hem missen en ik ben niet de enige.

20 mei 2010 Bij het afscheid van burgemeester Cohen. Dit eerste ‘officiële’stadsgedicht werd bij de bekendmaking van mijn stadsdichterschap afgedrukt op de voorpagina van Het Parool. Mei 2010. Het tweede deel werd nergens gepubliceerd: ik vond het niet goed genoeg. Waarom het hier alsnog wordt afgedrukt, mag gerust een raadsel heten.


28 juni 2011 Stadsdeel Centrum houdt een ‘zomerborrel’ aan het begin van de grote vakantie van 2011 en daar mag de stadsdichter natuurlijk niet ontbreken. Dat doet hij wel, omdat hij elders in de stad een nog lucratievere schnabbel heeft. Hoe dit gedicht daar heeft geklonken zal hij wel nooit weten. Hoe dat andere gedicht elders heeft geklonken weet hij dan weer wel, maar dat wilt u niet weten. Op 1 juli 2011, zijn verjaardag, mocht de stadsdichter evenmin ontbreken op het feestje dat basisschool De Catamaran organiseerde bij de onthulling van een tegeltableau aan de gevel van de school. Hij schreef een lied, dat hij met de ouders van de schoolband voor de kinderen uitvoerde.

STUUR Toen ik jong was, bestond ik in vormen en schreef brieven aan jou, want jij stond bovenaan, jouw geheiligde naam, mijn eerste geliefde, de geadresseerde van mijn waan en daaronder begon het: de naam van je straat, het nummer waar je woonde, de code, de stad waar je verbleef, de provincie, het land, de hele wereld en tenslotte: het heelal, de onbegrijpelijke weidsheid waarin wij allen zweven, wie zal het zeggen, wij, veel in getal – dan kwam de brief tenminste, waar ook ter wereld, voorzeker aan. Ik wist nog niet dat waar mijn liefde slaapt ook jouw liefde slaapt, we zijn volstrekt inwisselbaar. Jij zit aan het stuur, zeg je, toet toet, je regeert dat heelal, die wereld, dat land, mijn wijk, mijn straat, dat nummer, waar naast de gezeg’lijke mensen – in het geniep, onder de vloer, achter de deur – ook nog eens duizenden muizen huizen. Dit is jouw huis, denk je. Piep piep.


1 juli 2011


Al het mijne In een dansvoorstelling zag ik eens hoe Pina Bausch van een pak spaghetti een voor een de stengels uitnam en bij iedere harde dunne sliert uitriep: ‘Dies ist meine. Dies sind alle meine.’ Geen idee wat het betekent maar

‘Dies ist meine. Dies sind alle meine.’

het ontroerde diep. Ik hoorde van een kluizenaar, zo hard en dun dat zijn buren weigerden hem te ruiken, ook toen hij al weken sliep. Hij had zichzelf helemaal in zichzelf opgesloten. Pas toen werd hij bezocht. Een kaal matras

had alle vocht trouwhartig opgezogen. Meneer Van Bokhoven zette bij zijn vertrek alle ramen in het trappenhuis wijd open. Later die avond nam hij een bad, om de geur ook uit zijn neus te wassen, de geur van de man die niemand meer was, niets bezat.

Geknakt riet. Stengel na stengel, identiek, ongekookt en waardeloos. Dun, hard en onbesproken. Van alles verlaten, uit de kooi van zijn lichaam ontsnapt, een gas. Geen sleutel tot de geest. Geen idee wat het betekent. Die rekening van niks. Afbetaald, geweest. 4 augustus 2011 schreef ik dit gedicht bij de uitvaart van een vereenzaamde oude Amsterdammer. Die uitvaart werd bijgewoond door een journalist van Het Nederlands Dagblad, die aan een serie artikelen over de zeven werken van barmhartigheid werkte. Speciaal voor hem schreef ik dat geknakte, in oudere Bijbelvertalingen ook wel ‘geknookt’ riet genoemd, erin. Maar dat kan ook van de spaghetti komen.


FEITEN, CIJFERS, BRONNEN In Amsterdam, die wereldstad vinden we jaarlijks twaalf miljoen bezoekers, die elk vijfhonderd euro uitgeven en waarvan de meesten blijven slapen in de vijftigduizend bedden die hen in hotels wachten, in jouw bed dit jaar dus nog tweehonderd anderen van wie vijfentachtig procent zegt in goede lichamelijke gezondheid te verkeren, nadat ze in duizend cafés en restaurants hebben gezeten, drie miljoen rondvaarten over de grachten maakten en het Anne Frank Huis bezochten, gezellig vonden ze het wel, in Amsterdam, de binnenstad waar dat jaar zo’n tachtigduizend mensen in vijftigduizend huizen woonden, sliepen in hun eigen bed en daar per saldo negenenveertig kinderen extra maakten, de jongens heten Sem, de meisjes Julia (*)

(*) Bron: de populairste jongens- en meisjesnamen van het eerste kwartaal van 2011, gepubliceerd door de Sociale Verzekeringsbank.

29 augustus 2011 sprak de stadsdichter dit vers uit in het pas heropende Scheepvaartmuseum, ten overstaan van een reusachtig gericht van stadsdeelpolitici en -ambtenaren, als antwoord op de vraag of de stadsdichter ook een vers over het jaarlijks verschijnende, vuistdikke ‘Trendrapport’, waarin alle veranderingen in de binnenstad nauwgezet in cijfers en percentages worden uitgedrukt.


OPDRACHT Bij de installatie van Van der Laan als burgemeester van Amsterdam, juli 2010, daags voor de plechtigheid afgedrukt in Het Parool, waarop de stadsdichter in allerijl ten stadhuize werd ontboden, om het gedicht daar persoonlijk aan de nieuwe burgemeester voor te lezen

Dit is je stad. Je krijgt er een huis aan een gracht een voorlichtingsmedewerker, een rechterhand, een chef de kabinet, iemand die je agenda bijhoudt en je toespraken schrijft, zeven bevallige meisjes om die ambtswoning schoon te houden. Een politiek assistent, iemand voor de catering, die kookt precies wat je van huis uit bent gewend, daar heb je allemaal recht op, denk je, als eerste burger van je stad. Omringd door slimme, rijke, nette mensen. Denk dan nog eens aan mij, driehoog op mijn galerij, doodziek, in die gehorige flat in Slotervaart, waar de hond van buurman boven onafgebroken blaft, en buurvrouw van drie huizen verderop luidruchtig wordt genomen, maar altijd door iemand anders, nooit door mij: blijf me bij.


28 september 2011 Stadhuis, op bezoek bij de burgemeester. Starik maakt van de gelegenheid gebruik om enkele plannen te presenteren, waarbij de steun van Van der Laan zeer welkom is. Die denkt er vermoedelijk het zijne van. Bij het afscheid merkt de burgemeester op: ‘Zo, dat was een duur bezoek.’


6 oktober 2011 Uitvaartmuseum, Nieuwe Oosterbegraafplaats: presentatie Een steek diep. Met Peter Zegveld en Dolf Planteijdt, ‘Scherzo Mechanica’.


8 november 2011 Museumnacht Nieuwe Kerk Foto: Nieuwe Kerk


9 november 2011 PvdA’er Roeland Rengelink (45) is portefeuillehouder van stadsdeel Centrum en geeft in die hoedanigheid de subsidie voor het stadsdichterschap ‘We hebben de neiging onszelf nogal belangrijk te vinden, een stadsdichter kan helpen dat een beetje te relativeren.’ U was voorvechter van het stadsdichterschap? ‘Nee, dat was mijn voorgangster Els Iping, voormalig stadsdeelvoorzitter Centrum. Adriaan Jaeggi deed een oproep voor een stadsdichter naar het voorbeeld van Antwerpen, zij omarmde het idee.’ Maar u bent wel fan van het stadsdichterschap? ‘Ik heb inderdaad helemaal geen behoefte om erop te bezuinigen. Stadsdeel Centrum heeft geen grote subsidiepot voor cultuur, en het Rembrandthuis en Amsterdam Museum vallen onder Centrale Stad, maar het kleinschalige van een stadsdichter past goed in mijn portefeuille. Toch noemen we het geen stadsdeeldichter. Hij is er voor de hele stad. Ik vind dat als je zoiets doet, je het groots en ambitieus moet inzetten.’ Heeft F. Starik dat gedaan met zijn stadsdichterschap? ‘Hij heeft er veel meer van gemaakt dan was afgesproken. De afspraak was zes gedichten per jaar. Hij heeft er zeker vijfentwintig gemaakt, op eigen initiatief. Hij voelt zich echt betrokken bij de stad, geeft voortdurend commentaar op de hedendaagse geschiedenis. Het is een spiegel die hij ons voorhoudt. Op een licht ironische manier, dat vind ik

relativerend. Ik hou ook erg van zijn performance.’ Wat is zijn beste gedicht? ‘Ik heb geen gedicht paraat. Ik heb ook niet even door een bundel van hem gebladerd. Maar ik heb weleens een verzoek bij hem ingediend. Voor een gedicht bij de tweejaarlijkse trendmonitor die het stadsdeel maakt, een grote berg statistische gegevens.’ Nu komt er een nieuwe stadsdichter. ‘Je moet aan mij niet overlaten wie dat wordt. Verstand van poëzie heb ik niet. Ik lees amper poëzie. Formeel heb ik er zeggenschap over, maar ik vind dat je je als overheid niet met dit soort dingen moet bemoeien. Ik krijg gewoon een naam op een blaadje. Zo hoort het ook. Dan ga ik ook niet even googelen of ik het daar wel mee eens ben.’ Wat is uw achtergrond? ‘Ik ben sterrenkundige.’ Dat klinkt ook poëtisch. ‘Wetenschapper is ook een creatief beroep, puzzelen, variëren, dingen durven weggooien en vooral hard werken. Maar als wetenschapper toets je je gegevens aan iets anders, namelijk aan de waarheid. Portefeuillehouder zijn vraagt weer iets heel anders van

je intellect, minder de diepte in, maar meer de breedte.’ Verder nog iets? ‘U bent de eerste in een reeks van veel interviews over het stadsdichterschap. Het spreekt blijkbaar tot de verbeelding, het heeft iets goed-nieuws-achtigs. In mijn agenda staan deze week drie interviews over dit onderwerp. Het is veruit het populairste thema van mijn portefeuille. Misschien moet ik toch nog even door een bundeltje van Starik bladeren en een gedicht uitkiezen.’ tekst: Maaike Lange


10 november 2011 repetitie met Waarschuwing voor de Scheepvaart voor amSTARikdam, bij de mensen thuis


am

dam

En of je van een stadsdichter kunt houden Daphne de Heer Hij zei: ‘Mwah. Maar weet je waar ik wel echt zin in heb?’ Hij wilde een eigen voorstelling, en hij wist ook al met wie. Met Martin Fondse, Eddie Kuijpers, de Barockpuppies en er moest ook nog een blazersorkest bij: Waarschuwing voor de Scheepvaart. Het zou prachtig worden, mevrouw.’


Wij zijn door het stadsdeel Centrum aangewezen als het Stadsdichterloket. Bij ons trok hij twee jaar lang zijn nummertje en vertelde dan wat hij nodig had. Dat was altijd goed. Zijn dromen waren groot, maar hij vroeg nooit veel. Ja, alleen van zichzelf, soms hoorde je hem kraken, onze Stadsdichter. Dit keer hadden wij hem gevraagd of hij niet iets bij ons, in De Balie, in de foyer, met de actualiteit kon doen. ‘Mwah.’ ‘amSTARikdam’ werd traag verwekt, de contouren van de poëtische muziekvoorstelling die op 15 november 2011 in de grote zaal van De Balie te zien zou zijn werden langzaam zichtbaar. Het grote repeteren vond pas in de week ervoor plaats. De dag en middag ervoor trippelde de bende met een eng gevoel voor samenspel door de zaal. ‘Ik heb een kunstwerkje gemaakt,’ zei hij en liep op een kabouter aan een touwtje met een trechtertje af die hij liefdevol met een gieter besproeide. VJ Martijn Grootendorst filmde het kaboutertje en op het scherm zag je ineens een grote gouden kabouter met tranen in zijn ogen bungelen. ‘De kabouterdouche.’ We knikten, we vonden het prachtig. Gedurende de middag trokken er nog wat flarden ‘amSTARikdam’ voorbij, over duiven, stenen, buurvrouwen, burgemeesters: het klonk prachtig, maar het zei nog niks. De magie trad pas om 20.06 uur in werking. Hij stond op springen, de zaal was in rustige afwachting. Ze kwamen op, hij maakte zijn kabouter aan het huilen, Eddie Kuijpers zette de baslijn in op zijn staande bas. ‘Of je van een stad kunt houden...’ gromde hij zoals alleen hij grommen kan. Wat volgde was het verhaal van een man, het verhaal van een stad, een liefdesverklaring aan een stad, een reis door die stad, zijn tijd, bijgestaan door de fenomenale beelden van Martijn en de keelknijpende klanken van Saskia Meijs, Martin Fondse, het blaasorkest en Eddie Kuijpers. We keken elkaar aan, en wisten het woordeloos: wat is dit ongenadig goed. ‘(…) onze gedachten / dozen vol rotzooi / die we zelf niet willen hebben. / Duiven. En maar kwebbelen.’ Hij schreef tientallen gedichten, stond in de regen een museum te redden, liep de stadsdelen al dan niet in opdracht af, maakte zich kwaad, verzuchtte, gromde en verwonderde zich, hij werkte zich kapot. Wat er van overblijft, niemand zal het weten, maar met ‘amSTARikdam’ heeft hij een monument voor Amsterdam opgericht waarin het stadsgevoel als een kabouterdouche over ons uit werd gestort. Hopelijk volgen er nog een paar reprises van ‘amSTARikdam’, en als dat zo is, ga dan, laten we nou ALSJEBLIEFT niet achteraf moeten zeggen: je hebt iets gruwelijk moois gemist. We gaan hem missen, die barse chroniqueur, die man die Amsterdam zo vreselijk mooi kan liefhebben: F. Starik. Hij = F. Starik Wij = Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam

PROLOOG Als en of je van een stad kunt houden: een stad is niets dan straten en gebouwen mensen die zich ergens heen verlangen haasten zich naar winkels, warenhuizen cafés en restauranten, bioscopen en hotels om in te slapen, nee je wil nog niet naar huis, je wilt alleen wat dansen, drinken, iemand om mee weg te lopen nee teer te beminnen, toch iets kopen. Lang heb je dat als ze je vroegen: ‘Heb jij die cake van de Xenos’ en jij zei ‘nee, die heb ik zelf gebakken’ opgevat als compliment, het stilt de honger, tot iemand eindelijk wist: je liegt. Je moet een eigen stad beginnen. Vlieg.

NEST ONDER DE BRUG Duiven. Je hebt er eens een met zijn kont uit de zojuist gedaalde brug zien steken, dacht dat hij nog net naar binnen kon, nest onder de brug, geen idee, waar je maar een ei kan bakken, okee, het beweegt een beetje maar we zitten hier droog enzo. Te laat. Het is goed om af en toe aan je buurvrouw te denken. Weet dat zij aan jou denkt, zij ook aan jou. Uitzicht heb je, als de brug weer opengaat, uitzicht op haar, uitzicht op ramen die naar jou terugkijken, uitzicht op de straat die we allemaal begaan met onze boodschap, onze gedachten dozen vol rotzooi die we zelf niet willen hebben. Duiven. En maar kwebbelen.


THUIS

RIJKSMUSEUM

Je schrijft je naam bij een bel, mocht er iemand langs willen komen, een aanslag bezorgen, ze vinden je wel – deurwaarders, bedienden van postorderbedrijven, Jantje Beton, mensen

Met oma in het Rijksmuseum, tussen de ouwe meuk – bedden waarop je niet mocht proefliggen, tafels waar je niet mocht aanzitten, schilderijen met mensen van vroeger erop, lui die jij niet kende – spiegels

die voor een verschrikkelijke ziekte geld ophalen: je moet telkens, telkens betalen. Voor de krant de vis van morgen verpakt, voor dat speciale pasje wanneer je heupbot door titanium

waarin je jezelf niet herkende, en oma niet met haar ravenzwart geverfde helm van haar. Er werd gefluisterd dat oma nooit de afwas deed omdat ze vroeger voor concertpianiste studeerde

is vervangen en je moet met een vliegtuig naar een ver land, je berekent de neerslagkans, de kans dat we van Duitsland zullen winnen.

dan zijn je handen je kostbaarst bezit. Ik had alleen mijn lippen, ik zou gaan kussen voor mijn vak maar nu nog niet, eerst moest ik door zalen dwalen, oma

Dat moet. Winter. Opstand. Ingrijpen. Je overweegt een advertentie voor jezelf te zetten. Gratis af te halen. Als nieuw. Nog helemaal goed.

in de gaten houden: van de afdeling onbeslapen bedden begreep ze niets, zij was meer van de vazen, de glazen, van het koude, het doorzicht, het kristalle.


KABOUTERDOUCHE

HENDRIK DE VRIES

Als we dan naar buiten moesten, in die vreemd stille straat, poetsten we met onze vingers het roet van de kozijnen, speelden verstoppertje in portieken drukten een kus op de kop van de kat die niet

Hoe wordt een stad jouw stad? Er gaan een paar adressen overheen een handvol liefdes moeten in je sterven de eerste keer dat je wordt herkend

naar de naam Géneviève luisterde maar daar wel heel grappig van schrok. Of we namen het gladde trapje dat vanuit de keuken naar de achtertuin leidde tot klimop, het enige dat daar groeide

in het café waar het mooie barmeisje je niet vraagt wat of je drinken wil maar alvast weet dat jij graag Leffe dubbel lust, met een hoofse knik

en dan echt overal. Daarna de gevangen kabouter wassen onder het grappige kraantje met het plastic tuitje en een schuif waarmee je de waterstraal kon veranderen

het niet bestelde voor je zet, alles goed? Haha. Ik. Ehm. Koel. Hoe na afwezigheid je hart weer openspringt bij nadering

in een kabouterdouche en later die avond lag je veilig in de kuil van het doorgelegen matras in het souterrain en zag je door het raam alleen maar losse benen lopen.

van het Centraal Station, de zesde trein dreunt binnen in de kap. Als lacht je stem. Begin. Nee, voorgevoel. Begon.


HOER VAN DE MENSEN

REVOLTE

Open hart: je opereert met overleg haalt diep de vrije vieze stadslucht in geeft even terloops een taxi de rode vinger terwijl je oversteekt, jouw even

Wij kwamen in opstand – maar waartegen? Alles was al geregeld. Onze bewegingen, adresgegevens, identiteitsbewijzen, het familieverband, we hebben alles opgegeven en nog wisten we niet waar we waren

rode glimlach voor de dame die je van achter een raam naar binnen beveelt: ‘Kom jij maar eens gauw bij mama!’ Ze draagt vooral een bril.

wie we zijn. Gedefinieerd, uitgetekend, gevolgd over een fijnmazig netwerk van tegels, voetstappen, sporen, dat werk. Regels: als je niet begrijpt waaraan je precies moet voldoen, doe je het vanzelf wel goed

Een buiging voor de kwieke heer met hoed die juist het pand verlaat, hij heeft plotseling haast gekregen.

water, nietwaar, het laagste punt te zoeken, de weg van de minste weerstand: wat goed was, wat week we wisten alles, maar niet van onszelf, van elkaar.

Voorbijgangers, wat moet je ermee. Niemand is nieuw. We doen het niet met elkaar, we doen het ertegen.

Waar het geld bleef en waar het vandaan kwam, uit een automaat, goed hè. Wie de tram nam, stempelde had een uitgangspunt, een bestemming, een route.


EEN GOED VOORBEELD Zo heb ik tenslotte geprobeerd te leven. Een keurige heer, de haren netjes in model geknipt door een kapper die beweert dat het in Marokko ’s zomers in de schaduw vijftig graden wordt en dat is echt heel warm, meneer. Zo. Vraagt dan wat we doen deze keer. Hetzelfde weer? Beetje kort hier en iets langer daar? Doe dat maar. Gewoon. Zo heb ik tenslotte geprobeerd te leven. In alles voorspelbaar. Kapper legt bril alsof deze zeer breekbaar omzichtig bij de telefoon, ik neem plaats op de stoel onder het haarvangschort dat mij is omgegord waaronder het snel vijftig graden wordt het witpapieren krimpboordje kraakt de tondeuse snort, de kapper praat tegen een vlek in de spiegel, die wijs knikt, dat ben ik. Zo heb ik. Tenslotte. Oorspronkelijk geschreven voor het Sinterklaasgala, Stadsschouwburg, 5 december 2010, hergebruikt als slot van de voorstelling ‘amSTARikdam’


17 november 2011 Het leven is vurrukkulluk! Dichters eren Remco Campert.


21 november 2011 De rookpauze van Festina Lente Poetry Slam, uw stadsdichter in de jury met Rick de Leeuw en Sven Ariaans


I Ik heb ze zien komen. De mannen met lood in hun schoenen en een kop vol zorgen, de angst om het hart. Ze gaven rekenschap II en vertrokken de mannen, 24 november 2011 werd dit gedicht Nu zie ik je komen in het Kohnstammhuis aan de illusies armer Wibautstraat opgeleverd, naar aanleiding jongens en meisjes van de tweede jeugd die dit voormalige en platzak. Belastingkantoor als Hogeschool van op parmantige hakjes. Amsterdam kreeg toebedeeld. Het gedicht is vanaf de straatzijde in de aula Eindelijk vrouwen waar te nemen, in de belettering van Zo stond ik: Volken Beck, uitgevoerd door RIWIop sneakers vol hoop Collotype. Het werd oorspronkelijk streng en grijs. geschreven voor de promotiefilm die en verlangen over de transformatie van dit ‘enige Standvastig als Stalin. zuivere voorbeeld van stalinistische onderweg bouw in Nederland’ van architect Als de rechtlijnige bureaucraten Friedhoff werd gemaakt. naar morgen. die grijnzend achter hun loketten Steek op. zaten, ijverig in de weer met stempels en betaalbewijzen. Zolang je maar weet: Een ieder ten voorbeeld. ik zal je altijd ontvangen. Zolang je maar wilt. Neem en vergeet mij, Ik reken op jou. Reken op mij. ik ben maar een ding. Een gebouw. Ik zal erop toezien Een verzameling gangen, trappen en lokalen. dat als je straks weggaat Ik draag u. U bent mijn belasting. dat jij iedere voetstap in mij achterlaat. Neem en vergeet mij. Zolang je onthoudt dat ik elke beweging registreer en in mij opsla dat ik iedere trilling bewaar, zal ik van je zwijgen. Van jullie allemaal.


Op bezoek bij dakloze dichters, met het verzoek dat ook zij voor deze speciale editie van de Z! iets over hun stad schrijven. De resultaten zijn alleen in Z! #3 te lezen.


26 december 2011 Kerstmatinee Paradiso, Vrouwkje Tuinman, F. Starik, Olivia Jaeggi, Fanfare St. Cecilia, Paradiso Orchestra .


Eenzame Uitvaart in Amsterdam bestaat aan het eind van dit jaar tien jaar. In die jaren werden inmiddels 139 mensen zonder nabestaanden met een speciaal voor hen geschreven gedicht weggebracht. F. Starik coördineert en schrijft van elke uitvaart een verslag. Een aantal van die verslagen werd gebundeld in De eenzame uitvaart (Nw A’dam 2005) en Een steek diep (Nw A’dam 2011).

Eindafschrift Voor Salojzija Vis-Kandus Ze zeggen dat u pijnlijk netjes was. Nu rust u keurig in een houten jas, ontglipt aan meer dan negentig jaar zonlicht. Ze zeggen ook dat u jaar in jaar uit het saldo van uw bankafschriften heeft geknipt. Voor wie? Voor wat? Ik ruik een angst, een scheve angst en ook veel achterdocht. Het zijn mijn zaken niet, dat spreekt. Ik hoop alleen maar dat u dankbaar heeft geleefd en onbevangen tot het duister treedt. 29 december 2011 Straks stuurt de ING een eindafschrift. De komende en gaande stadsdichter bij Eenzame Uitvaart Uw diepste angsten zijn allang gewist. nummer 137. Menno Wigman schreef het gedicht. www.eenzameuitvaart.nl

Menno Wigman


BRAAF Of ik bang ben voor een toekomst dat er niks te vreten valt, het vooruitzicht dat mijn laatste lezer, u, van armoe sterft en ook ik naar honger dorst en u vraagt of er nog hoop is, en ik zeg ja, er is, altijd, het moet ergens vandaan komen en het wordt telkens weer vermorst, zo niet vandaag, dan toch wel morgen. Deze stad barst uit zijn voegen van de mensen die iets willen, die iets kunnen, die iets moeten. Niet van u, mijn laatste lezer, nee, van zichzelf. Werken, streven, scheppen, sterke mensen zonder vrees, mensen zonder zorgen. Loflied op de creatieve stad van stadsdichter F. Starik ter gelegenheid van het uitspreken van de eerste Staat van de creatieve stad door Hedy d’Ancona, scheidend voorzitter van de Raad van Toezicht van het Amsterdams Fonds voor de Kunst, tijdens de nieuwjaarsreceptie, dinsdag 10 januari 2012 in Pakhuis de Zwijger Amsterdam

Anderhalf jaar lang F. Starik fotograferen, in alle mogelijke biotopen van Amsterdam, heeft een prachtig document opgeleverd. Én het heeft een beginnend fotograaf, met dank aan haar lief Marcel Bakker, doen uitgroeien tot een doorgewinterde vakvrouw:

Bianca Sistermans ‘Een van de leukste evenementen die ik heb gefotografeerd was een bijeenkomst naar aanleiding van het 25-jarig jubileum van de Z! Ik was nog maar net begonnen als “stadsdichterfotograaf” en moest nog groeien in die rol. Maar die avond voelde ik me helemaal in m’n element. Geen idee wie nou de dakloze was en wie bij de organisatie hoorde, de camera gaf me een perfect alibi om contact te maken met al die kleurrijke personen. Ik heb me volledig in het gebeuren gestort. Ik hou van poëzie en het was heerlijk om bij allerlei literaire evenementen aanwezig te zijn: Poetry International, het feest voor Remco Campert, en Stariks geweldige optreden Victoria! in De Balie. Maar daarnaast was het interessant om op plekken in de stad te komen waar ik normaal nooit kom: een basisschool, een begraafplaats, de werkkamer van Eberhard van der Laan… de stadsdichter heeft een veelzijdige functie. De omstandigheden waren soms wel bizar. In Café Lowietje bijvoorbeeld, in de Jordaan. De tent was afgeladen vol, ik kon me nauwelijks bewegen, laat staan een lens verwisselen. Uiteindelijk ben ik een trapje op geklommen om van bovenaf een foto te maken. Dat heeft een wonderlijk tableau vivant opgeleverd, in een op-en-top Amsterdamse setting. Ik heb duizenden foto’s van Starik gemaakt, ik ken inmiddels wel elke huidplooi in zijn gezicht! En nu is het de beurt aan Menno Wigman, gelukkig net zo’n markante persoonlijkheid. Maar het zal een totaal andere serie worden. Wigman is een echte gentleman, ingetogen en dromerig, ik denk dat ik als fotograaf meer zelf zal moeten doen. Starik is enorm expressief en veelzijdig, hij gaf me veel cadeau.’ tekst: Jolanda Kooijmans, foto: Melle Hammer


Tussen april 2010 en januari 2012 schreef ik, grotendeels op verzoek en in opdracht, voor en bij diverse gelegenheden en naar aanleiding van gebeurtenissen in de stad, 66 gedichten * en daar komen de elf nieuwe gedichten die ik speciaal voor de voorstelling ‘amSTARikdam’ schreef dan nog bij * alsmede zes eerder geschreven, maar nog niet gepubliceerde gedichten * bedoeld voor mijn volgende reguliere bundel, die eind 2012 verwacht wordt in de betere boekhandel * en in ‘amSTARikdam’ alvast mondeling doorgegeven * en dan even afgezien van de 21 eerder gepubliceerde gedichten die ik voor die voorstelling bewerkte en hernam. * Daarnaast schreef ik zes gedichten, bedoeld voor de actualiteit, die ik bij nader inzien niet publiceerde, * van een aantal gedichten in opdracht denk ik achteraf ook dat die beter ongescheven hadden kunnen blijven. * Die zien we nooit meer terug. * Het Parool publiceerde 24 gedichten, een aantal van die gedichten werd overgenomen op de website van de SLAA en in het krantje van stadsdeel Centrum. * Drie gedichten zullen permanent in de openbare ruimte aanwezig blijven: in de centrale vestiging van de OBA, in het Kohnstammhuis en – nog in de schoot van de toekomst verborgen – aan Blok 4 in IJburg. * In deze periode schreef ik drie gedichten voor een eenzame uitvaart, en coördineerde de overige vijftien eenzame uitvaarten die in Amsterdam plaatsgrepen, als sinds jaar en dag gebruikelijk. * En elke donderdagmiddag reisde ik naar Arnhem om les te geven bij Artez, de nieuwe schrijfopleiding Creative Writing, en ook dat zal ik blijven doen. * Daarmee zijn we er nog niet: * ik maakte ruim 100 keer mijn opwachting zonder daar ooit een gedicht bij te schrijven: omdat je in een jury moet zitten * of omdat men het gewoon leuk vindt als de stadsdichter een gedicht komt voorlezen, hindert niet wat. * Was ik hiermee langer doorgegaan, dan was ik ongetwijfeld geëindigd op een winderig plein, bij de opening van het honderdste filiaal van de Schoenenreus * want die stadsdichter heeft altijd mooie schoenen aan. * En dan ga ik nu een gedicht schrijven over al mijn schoenen, ja, over ze allemaal. * In alles zit wel een gedicht verborgen. * Dat heb ik hier tenminste van geleerd.

TERMIJN Twee jaar lang mocht ik uw dichter zijn en ik stond er, met liefde, vol ijver. Ik zong mijn lied voor sportkantinebeheerders, op bijeenkomsten met vrijwilligers, vluchtelingen burgemeesters, ik liet mij zien en draafde op wanneer u dat van mij vroeg, beweende wie beweend moest worden, stond voor de klas, bewaakte de orde en nu ben ik klaar, nu is het af. Genoeg. Uw nar, uw clown, uw reisgenoot. Hij kwaakte, produceerde meninkjes en frivoliteiten, liflafjes, banaliteiten, vulde uw maag met snelgeschreven troep – draagt zich over, trekt zich terug uit het publieke domein, verlangt naar de keuken, waar hij soept en sudderlapt en eindeloos hetzelfde vers opknapt.

© F. Starik

meer foto’s van de stadsdichter: www.biancasistermans.com/stadsdichter grafisch ontwerp pagina 15­—70: Melle Hammer Deze uitgave is mede mogelijk gemaakt dankzij de steun van het Amsterdams Fonds voor de Kunst


Z!, de daklozenkrant, F. Starik bijlage, Amsterdams Fonds voor de Kunst