Issuu on Google+

Singapore en de dood

Drugssmokkelaars kunnen de strop ontlopen

» 37

Spanje bolwerk Chinese gangsters » 28

Rem Koolhaas in Parijs Een moeizaam interview

het beste uit de internationale pers

nr. 20

» 26

| 10 november tot 24 november 2012

Genominee rd!

Lancering van het jaar & Beste A| rtwww.360magazine.nl -Direction

AP

Operatie Emperador in volle gang

| € 5,95

in dit nummer: london review of books foreign policy al hayat the straits times muftah la república el país the guardian prospect the spectator libération le monde shaffaf kapitalis le jour i kathimerini al-ahram russki journal al-mustaqbal nasawiya now lebanon l’orient le jour asia times asahi shimbun

Weg uit de schaduw Arabische vrouwen hebben nog een lange strijd voor de boeg

ally derks

| directeur IDFA

Artikelen uit: Muftah Now Lebanon L’Orient-Le Jour Al-Mustaqbal Shaffaf Kapitalis Al-Ahram

‘360, dat is het IDFA in 64 pagina's’

Cover.indd 1

06-11-12 17:00


Onder de ‘crema’ schuilt het aroma.

Een Nespresso Grand Cru herken je onmiddellijk aan zijn smeuïge en volle ‘crema’, die alle aromatische finesses van onze koffies onthult en beschermt. De aroma’s van koffie, ontstaan door het branden van de bonen, worden optimaal bewaard en volledig afgesloten van de buitenlucht in hun Nespresso capsule. www.nespresso.com

ADVERTENTIESPREADS.indd 4 7340-NLaug12 360Magzine TasteC 250x335_CB.indd 1

06-11-12 10:49 23/08/12 15:19


redactioneel

colofon

War on Women

jaargang 1 nr. 20 10 november tot 14 november 2012 Een uitgave van 360 international media Prinseneiland 24 B II 1013 LR Amsterdam 020 - 8465023 360magazine.nl 360nl @360nl hoofdredacteur Katrien Gottlieb uitgever Willem Jan Makkinga eindredactie Pieter van den Blink medewerkers Lambiek Berends courrier international Eric Chol, Antoine Laporte, Dalila Bounekta, Raymond Clarinard vertaling Peter Bergsma, Nelleke de Bruyn, Paul Bruijn, Fleur Bogerd, Jos den Beker, Valentijn van Dijk, Nelleke Foppen, Nicolette Hoekmeijer, Ton Heuvelmans, Joop Koopman, Marlene Lokin, Etta Maris, Karina van Santen, Jolijn Tevel, Tess Visser, Eelco Vijzelaar, Annemie de Vries, Dirk Zijlstra correctie Aimee Warmerdam art direction Dog and Pony, Amsterdam vormgeving Uriël Nieuwenburg Thomas Wansing productiebegeleiding Hans Snitslaar beeldredactie Nicole Robbers webredactie Marie-José Klaver copywriter Jaap Toorenaar advertentieverkoop Robin Kolner kolner@360mag.nl, 06-19675573 Download de mediakit op www.360magazine.nl/adverteren online marketing Brenno Misuraca controller Arthur van der Meeren druk Roularta Printing, Roeselare 360 wordt gedrukt op PEFC-papier, afkomstig uit duurzaam bosbeheer. partners ANP, BNR Nieuwsradio, NRC Media, VPRO, Cartoon Movement, Getty Images, Hollandse Hoogte, Nyenrode Business Universiteit license partner Courrier international, Groupe Le Monde, Paris beeld voorpagina Shepard Fairey / Obey Giant abonnementen* € 9,95 p/mnd in Nederland en België € 7,99 p/mnd digitaal app Meer informatie: www.360magazine.nl/abonneren *Alle abonnementen continueren automatisch en gelden tot wederopzegging, tenzij anders vermeld. Prijswijzigingen voorbehouden. Cadeauabonnementen eindigen automatisch. Voor bedrijfsabonnementen gelden speciale tarieven. 360 verschijnt 24 keer per jaar. Oplage: 25.000

verspreiding Nederland: Aldipress | België: AMP missie Nieuws uit het buitenland is iets anders dan nieuws over het buitenland. We hebben niet de pretentie dat het wereldnieuws zich elke twee weken laat samenvatten, wel de ambitie relevante, originele en mooie verhalen bereikbaar te maken voor een Nederlandstalig publiek.

360 – Amsterdam Bij het ter perse gaan van deze editie was de uitslag van de Amerikaanse verkiezingen nog net niet bekend, op het moment dat u dit leest wel. Toch kunt u in deze 360 een voorschot nemen op wat de uitslag voor betekenis zal hebben in de rest van de wereld. Het tijdschrift Foreign Policy verzamelde data uit 32 landen, waar in totaal 62 duizend personen antwoord gaven op de vraag wat de Amerikaanse verkiezingen voor hen persoonlijk betekenen. Nuttige kost voor als u van plan bent in het buitenland een boom op te zetten over Uncle Sam. Op een van de laatste dagen voor 6 november schreef Nicholas Kristof in The New York Times dat hij bij de campagne van Mitt Romney had moeten denken aan een ‘war on women’ zoals hij die in Darfur en Congo als correspondent had verslagen. Met de verworvenheden van de Amerikaanse vrouw zou het onder de Republikeinse kandidaat snel gedaan zijn, abortus op nummer één van te verwijderen rechten. Die provocatieve vergelijking mogen we als een waarschuwing in onze oren knopen. Dat het met rechten altijd oppassen is hoe lang ze verworven blijven, is ook de les die valt te trekken uit ons dossier over de positie van vrouwen in de Arabische wereld (vanaf pagina 12). Veel media spreken inmiddels van een herfst in plaats van een lente.

‘De vrouwenemancipatie is pas volledig als er in de gevangenis evenveel vrouwen als mannen zitten’ beweerde arabist Hans Jansen onlangs in een polemisch bedoelde oproep aan Petra Stienen om vrouwen niet langer in de rol van slachtoffers te plaatsen. Maar waar begint de gevangenis en houdt de vrijheid op? Als de gevangenis ook die van het isolement, de eigen woning of het echtelijke bed kan zijn, is de emancipatie van de vrouw in de Arabische landen inmiddels meer dan geslaagd. Toch geloof ik niet dat Jansen dat bedoelde. Toen Time vorig jaar als Person of the Year een gesluierde demonstrante op de cover zette (de tekening was van de hand van Shepard Fairey, net als de onze nu), leek de toekomst rooskleurig. Maar niet dat strijdvaardige beeld van Fairy werd iconisch, maar de ‘Blue Bra’ van een demonstrante, terwijl ze ruggelings van het Tahrirplein wordt weggesleept door twee Egyptische agenten en van een derde een trap in haar blote buik krijgt.

Katrien Gottlieb gottlieb@360international.nl

We hebben 50.000 redacteuren. Nu nog 25.000 lezers Nu €15

ers 8 numm 360, Nederlands nieuwste magazine, biedt elke twee weken het beste uit ruim 800 buitenlandse kranten en tijdschriften in één blad.   Wilt u kennismaken met 360? Dat kan. Voor het eerste kwartaal betaalt u slechts 15 euro, daarna 9,95 per maand. Ga naar www.360magazine.nl/actie

Redactioneel.indd 3

06-11-12 16:16


bronnen

360 selecteert Nieuws en achtergrondverhalen uit vrijwel ieder land ter wereld. De artikelen in dit nummer komen onder meer uit de volgende kranten, tijdschriften en websites.

London Review of Books Verenigd Koninkrijk, tijdschrift, oplage 45.905

London Review of Books

Besteedt aandacht aan literatuur en politiek, in navolging van de prestigieuze New York Review of Books. Bij uitstek geschikt om op de hoogte te blijven van wat actueel is in de Angelsaksische letteren. Meer dan de helft van de oplage wordt in het buitenland verkocht.

01

Foreign Policy Verenigde Staten, tweemaandelijks tijdschrift, oplage 106.000 Wetenschappelijk tijdschrift opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.

Al Hayat Verenigd Koninkrijk, dagblad, oplage 110.000 02

‘Het Leven’ is ongetwijfeld de meest toonaangevende krant van de Arabische diaspora en het favoriete podium voor liberale Arabieren die een groot publiek willen bereiken. De krant neigt naar pro-westerse en pro-Saoedische berichtgeving, maar staat ook open voor andere meningen.

The Straits Times Singapore, dagblad, oplage 380.000 De meest gelezen krant (Engelstalig) van de stadstaat in Zuidoost-Azië. In die regio geniet het dagblad een invloedrijke status. Schurkt tegen de Singaporese overheid aan, maar staat garant voor goede analyses over de buurlanden.

Muftah Verenigde Staten, muftah.org, website Analyses over het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Vooral over gebieden waar veranderingen kunnen worden waargenomen. 01

La República, Peru, dagblad, oplage niet bekend Een van de belangrijkste dagbladen in Peru. Links van het midden. Niet bang om de macht te bekritiseren. Bekende persoonlijkheden schrijven het redactioneel van de krant. 02

El País 03 Spanje, dagblad, oplage 397.000 Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met

Bronnen.indd 4

exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers. The Guardian Verenigd Koninkrijk, dagblad, oplage 332.000 Onaf hankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten. 04

Prospect VK, maandblad, oplage 24.400 05 Dit onaf hankelijke tijdschrift van links-liberaal Engeland heeft een uitgesproken voorkeur voor tegendraadse meningen.

The Spectator, Verenigd Koninkrijk, weekblad, oplage 76. 950 Instituut van de Britse pers. Opgericht in 1828 nog altijd de kompas voor intellectuelen en conservatieve leiders. Sterke analyses, scherp van toon.

Shaffaf Frankrijk, metransparent.com website Arabische nieuwssite opgericht in 2006. ‘Transparantie’ publiceert artikelen met een liberaal standpunt. Ook in het Engels en Frans.

Libération Frankrijk, dagblad, oplage 151.000 Opgericht in 1973 o.a. door Jean-Paul Sartre. De Libé hoort inmiddels bij de grote Franse dagbladen. Nieuwsgierig en brutaal.

Kapitalis Tunesië, kapitalis.com, website In 2010 opgerichte, Franstalige website met nadruk op economisch nieuws. Brengt ook politiek, cultureel en sociaal nieuws uit de landen van de Maghreb.

06

07

Le Monde Frankrijk, dagblad, oplage 345.000 Toonaangevend dagblad, zeer gehecht aan zijn onaf hankelijkheid van de politieke en economische machtscentra. Sinds 2001 eigenaar van Courrier international. 08

09

10

Le Jour Kameroen, oplage niet bekend Al bijna vijf jaar de krant voor de elite van het land. Veel reportages, eigen onderzoeken en weinig commentaren. 11

06-11-12 15:03


bronnen

14 04 05 06

on Review of Books

07 08 09

03 10

20

12 15 16 17 18

13

19

11

Al Hayat

The Straits Times

I Kathimerini Griekenland, dagblad, oplage 30.000. Conservatieve en meest serieuze krant van het land. Eigenaar en reder Alafouzos, geeft ook een Engelstalige versie uit die wordt verspreidt als bijlage bij The International Herald Tribune. 12

Al-Ahram Egypte, dagblad, oplage 600.000 Lange tijd heeft de krant het officiële standpunt van het regime uitgedragen.Na de opstand veranderde dat. 13

Russki Journal Rusland, maandblad, oplage 2000 Eerst alleen online, sinds 2008 ook in print. Forum voor acteurs en opinieleiders die willen deelnemen aan het nationale 14

Bronnen.indd 5

debat. Hoofdredacteur en politicoloog Gleb Pavlovsky, schijnt een graag geziene gast in het Kremlin te zijn. Al-Mustaqbal Libanon, dagblad, oplage 10.000 Gespecialiseerd in politieke berichtgeving. Het dagblad maakt deel uit van het mediaimperium van de voormalige Libanese premier Rafic Hariri, die op 14 februari 2005 vermoord werd. 15

Nasawiya Libanon, webzine Een van de weinige ‘feministische forums’ in de Arabische wereld. In het Engels en het Arabisch schrijven jonge moslims over de strijd tegen allerlei vormen van onderdrukking. 16

Now Lebanon Libanon, nowlebanon.com website De website doet verslag van het politieke leven in Libanon, met nieuws, analyses en documentaires. 17

L’orient Le jour Libanon, dagblad, oplage niet bekend Ontstaan uit de fusie van de twee grootste Franstalige dagbladen in Beiroet, L'Orient en Le Jour. Behartigt de preoccupaties van Libanese christenen.

Asahi Shimbun Japan, dagblad, oplage 11.720.000 De ‘Krant van de Rijzende Zon’, pleitbezorger van het Japanse pacifisme na WO II. 3.000 journalisten, verdeeld over 300 nationale kantoren en 30 in het buitenland. 20

18

Asia Times China, asiatimes.com, website Yazhou Shibao Zaixian, de Chinese versie, brengt een deel uit de Engelse versie in vertaling en verzorgt oorspronkelijke reportages over China. 19

01

locatie aangehaalde bronnen dossier arabische vrouwen (vanaf p. 12) fotodossier turkije (vanaf p. 22) landen, besproken in dit nummer

06-11-12 15:03


Internationaal zakendoen in Parijs, Brussel of Frankfurt Stap in en je bent er

Reis met NS Hispeed duurzaam, comfortabel en snel naar het zakelijke hart van uw bestemming. Onderweg leest u de krant, legt u de laatste hand aan uw presentatie en geniet u van een heerlijk vers ontbijt. Heel efficiĂŤnt, want uw reistijd is werktijd in de trein.

Boek nu op NSHispeed.nl 0233.00.122 NSHiSpeed ZAKELIJK 250x335.indd 1 ADVERTENTIESPREADS.indd 4

23-10-12 13:53 23-10-12 16:36


inhoud 4 Bronnen

360 haalt de beste journalistiek uit alle windstreken. De bronnen van dit nummer in kaart gebracht en toegelicht.

8 Wereldnieuws

Actuele gebeurtenissen wereldwijd, in woord, beeld en citaat.

12 De vrouwen na de lente

Een rondgang door de Arabische media over de recente lotgevallen van het zwakke geslacht.

22 Fotodocument Oost-Turkije

De kans dat de Syrische burgeroorlog de grens oversteekt neemt toe. Portret van een regio.

26 Lage Landen

Nederland en België door de ogen van de wereld. Le Monde heeft een moeizaam interview met Nederlands norste architect.

de continenten 28 Operatie Emperador

europa | Spanje als knooppunt voor de Chinese maffi a.

32 De stem van het wereldelectoraat

amerika's | Foreign Policy verzamelde in 32 landen gegevens over de voorkeuren voor de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

37 Singapore en de dood

azië | Drugssmokkel leidt in de stadsstaat niet meer onmiddellijk tot de doodstraf. Spijtoptanten en geestelijk gestoorden kunnen aan de strop ontkomen.

38 Olie uit de Middellandse Zee

midden-oosten | Nog meer olie (en gas) op het vuur in het Midden-Oosten komt van onder het blauwe water voor de oostelijke kust van de Middellandse zee.

40 Op de kruisnaad

afrika | In Yaoundé, Kameroen, is het vermaken van tweedehands kleding big business. De huidige trend: alles moet strakker.

horizon 42 Inloggen op je hoogleraar

Niet een livestream van je college maar een volwaardig interactief hoger onderwijs. Juist op de mooiste campussen ter wereld, Harvard, Stanford, zijn ze ermee bezig.

50 Hoe Groot-Brittannië verloor op de energiemarkt

Een met giftige inkt geschreven analyse van de Tatcheriaanse erfenis. Marktwerking heeft de electriciteitstoevoer niet goedkoper gemaakt. Wel minder betrouwbaar.

58 De gevoeligheid der gelovigen

Devotie is emotie, leert de zaak Pussy Riot. Een Russische journalist somt op waar hij zoal tegenaan loopt bij de zeloten.

Inhoud.indd 7

06-11-12 16:41


wereldnieuws Iran

Verenigde Staten

Syrië

Hijab-wetsuit

De Ierse viervoudige surfkampioene Easkey Britton (26) hoopt dat met haar bezoek aan de Iraanse kustplaats Chabahar vrouwen over de hele wereld aangemoedigd worden om die sport te beoefenen. Er wordt al gesurft in de Gazastrook en in Bangladesh. En er is een bedrijf dat zich toelegt op bijbehorende kleding die de geloofswetten eerbiedigt. Britton was enigszins nerveus over de ontvangst in een streek waar nog nooit een vrouw de golven ‘besurft’ heeft. Uit respect bedekte ze zich, bij een temperatuur van 30 graden Celsius, met een hijab-wetsuit. De politie werd gebeld en kwam in grote getalen opdagen. ‘Ze waren heel aardig en bezorgd dat ik niet tegen de rotsen zou smakken,’ zei de kampioene.

Van Beiroet naar Riad

Graham Center of Contemporary Dance, werd vrijwel helemaal verwoest door overstromingen veroorzaakt door orkaan Sandy. Affiches, programma's en een aantal sets die werden ontworpen door een van Grahams belangrijkste medewerkers, de Japanse kunstenaar Isamu Noguchi, waren opgeslagen in een kelder van 4000 vierkante meter waar het complex net naartoe was verhuisd. Er waren voorzorgsmaatregelen getroffen, maar daarbij was geen rekening gehouden met meer dan twee meter water. Het water is er inmiddels weer volledig uitgepompt. De werkelijke schade kan nu pas bekeken worden.

‘Frankrijk is in discussie met SaoediArabië over de formatie van een regering van nationale eenheid in Libanon’, kopt een Libanese krant. De Franse president François Hollande sprak op rondreis in het Midden-Oosten zijn bezorgdheid uit over de stabiliteit in Libanon die in het geding is sinds de bomaanslag van 19 oktober waarbij het anti-Syrische hoofd van de Libanese inlichtingendienst, Wissam Al-Hassan, om het leven kwam. Na een korte stop in Beiroet voor een ontmoeting met zijn homoloog Michel Sleimane, bezocht Hollande koning Abdullah in Saoedi-Arabië om met hem te praten over de bilaterale betrekkingen, de crisis in Syrië en het nucleaire programma van Iran. Ook werden er belangrijke wapendeals getekend. Zijn bezoek haalde de voorpagina’s van alle Saoedische kranten.

Cuba

Indonesië

© AP

Natte decors | Het grootste gedeelte van de decors en kostuums van het Martha

Van de regen in de drup

© Easkey Britton

De Cubaanse blogger Yoani Sanchez stak de slachtoffers van Sandy een hart onder de riem op Generaciòn Y. ‘Sommigen hebben alles verloren – en dat was al niet veel. De getroffenen komen letterlijk en figuurlijk van de regen in de drup. Dus is verdubbelde solidariteit geboden, de mouwen moeten worden opgestroopt om aan de wederopbouw te beginnen, de lasten moeten worden gedeeld en we moeten ons best doen om de getroffen Cubanen te helpen die in het kielzog van Sandy zijn achtergebleven.’ Sanchez doet de Cubaanse autoriteiten enkele suggesties aan de hand: opheffing van de invoerbelasting op voedingsmiddelen, medicijnen, huishoudelijke apparaten en bouwmaterialen.

Opheffing van het monopolie van de overheid op solidariteit en stimulering en eerbiediging van burgerinitiatieven voor hulpverlening. Versoepeling van de regels voor het afgeven van bouwvergunningen en het vruchtgebruik van land in de zwaarst getroffen provincies. En een moratorium op de belastingheffing voor de kleine ondernemer.

Toernooi doodgravers

De nieuwe, charismatische burgemeester van de Indonesische hoofdstad Jakarta, Joko Widodo, heeft een schaaktoernooi georganiseerd voor doodgravers en begraafplaatsbewakers. ‘Buitengewone schaakkampioenen', volgens hem. Het is zijn bedoeling de laagste maatschappelijke klassen meer aanzien te geven. De voorzitter van de schaakbond kwam op het idee toen hij het graf van zijn moeder bezocht. ‘Schaken is een denksport die overal beoefend kan worden’, vertelt hij in het dagblad Kompas. Hoewel er, behalve op Bali, geen kasten bestaan in Indonesië, worden doodgravers er net als vuilnismannen beschouwd als ‘onaanraakbaren’.

wat zij zeggen

Frank Stronach

Cyndi Lauper

Enzo Boschi

Barack Obama

Oppositieleider Team Stronach

Amerikaanse zangeres

Wetenschapper

President van de VS (?)

Wreed: ‘Hij heeft geen ballen’, over zijn concurrent op populistisch rechts, Jozef Bucher (BZÖ), die hij volgens sommigen zou hebben geprobeerd te werven. De BZÖ diende een klacht in. (Kronen Zeitung, Wenen)

Ondeugend: ‘Bob Dylan wilde geen grietjes in zijn band. Vrouwen moest je bewonderen. Meer niet', zei Lauper bij het verschijnen van haar autobiografie. (The Observer, Londen)

Droogjes: ‘Ik begrijp niet waarvan ik word beschuldigd.’ De vicepresident van het instituut voor geofysica en vulkanologie is veroordeeld voor het onderschatten van de aardbevingsrisico’s in Aquila, in de Abruzzen. (L’Unità, Rome)

Vastberaden: ‘Zolang ik president van de VS ben, krijgt Iran geen nucleair wapen‘, verklaarde de Amerikaanse president in de race om opnieuw president te worden. (ABC, New York)

pagina 8 nr. 20 10 tot 24 november 2012

Wereldnieuws.indd 8

06-11-12 17:13


wereldnieuws Zuid-Afrika

Overschat

Hard fietsen

De mugshots van éminence grise Ana Wintour zeggen genoeg. De Cruela de Vil van de modewereld weet precies wanneer ze zich met welke outfit laat fotograferen. Verschijnt de hoofdredactrice van Vogue met een bontkraag dan zien anti-bont-activisten het als een provocatie, maar voor haar volgers is hun leider altijd scherp en haar tijd vooruit. Haar vader de beroemde journalist Charles Wintour was ‘chilly’ en zijn dochter heeft de thermostaat nog lager gedraaid. Haar mode-oog is legendarisch en de horreurs om voor haar te werken stijgen daar nog ver bovenuit. ‘Mevrouw Anna houdt niet van dikke mensen,’ legde een van haar werknemers uit die verplicht op dieet moest om haar baan te kunnen behouden. Haar bril, het bobkapsel, alles is legendarisch aan de vrouw, zo legendarisch dat je je automatisch afvraagt of het niet de kleren van de keizerin zijn. Helemaal nu het gerucht de ronde doet dat ze de volgende ambassadeur voor de VS in het Verenigd Koninkrijk wordt. I beg your pardon? Ze maakt en breekt reputaties in de modewereld, adviseerde president Obama leukere tasjes te produceren dan Romney, maar heeft zich nog nooit gewaagd in de risicovolle commerciële wateren waarin ontwerpers zich begeven. Het lijkt wel of ze uit elke faux pas soepel overleeft zonder ook maar een nagel te breken. Maar wat moeten de VS met een diplomaat die lak heeft aan de creditcrunch, onbetaalbare producten promoot en de tabaksindustrie als enige toegang tot haar pagina’s geeft?

In 2013 zal voor de eerste keer een continentale wielerploeg, het Zuid-Afrikaanse MTN-Qhubeka, uitkomen in de Continental Pro, de tweede divisie van de professionele wielersport. De ploeg wordt gesponsord door de grootste Afrikaanse telecomleverancier en de ngo Qhubeka die fietsen uitdeelt. Het is slechts een eerste stap voor deze ploeg met een budget van 3 miljoen euro. Qhubeka heeft een trainingscentrum opgericht in het Italiaanse Lucca en ervaren Europese wielrenners aangesteld zoals de Duitser Gerald Ciolek (wereldkampioen in 2006) en de Litouwer Ignatas Konovalovas (winnaar individuele tijdrit Ronde van Italië in 2009). Ryder wil zijn pan-Afrikaanse ploeg niet ‘Europeaniseren’. ‘Afrikaners blinken uit in hardlopen, waarom dus ook niet in wielrennen?’

China Zonnekrijgers

Er is zoveel belangstelling voor zonneenergie dat de Europese Unie en China zich inmiddels gedragen als ‘zonnekrijgers’ kopt de Frankfurter Rundschau. De krant voorspelt ‘het grootste handelsconflict uit de geschiedenis’. Het geschil draait om de subsidies die Beijing verstrekt aan de Chinese zonne-industrie. De Europeanen, met veruit de grootste markt voor zonnepanelen, vinden de subsidies buitensporig en vrezen dat buitenlandse fabrikanten hierdoor van de markt gestoten worden. De Chinese producenten profiteren van miljarden dollars aan leningen zonder dat ze daarvoor veel garanties hoeven af te geven. Meer dan 80 procent van de in Europa geïnstalleerde zonnepanelen komt tegenwoordig uit China.

© Alessandro Garofalo / Reuters

wat zij vinden

Dolly Parton

Andrei Sannikou

Kim Han-sol

Zbigniev Boniek

Countrylegende

Wit-Russische oppositieleider

Neef van dictator Kim Jong-un

Voorzitter Poolse voetbalbond

Beslist: ‘Monogamie – monogamie ja’. In een vragenlijst ‘op de wijze van Proust’, wijst countrylegende Dolly Parton dit aan als de meest overschatte van de menselijke deugden. (Vanity Fair, New York)

In 't nauw: ‘Het was geen eenvoudige beslissing, maar ik had geen keus’, legt Sannikou uit, voor wie opnieuw arrestatie dreigt. Hij heeft zijn land moeten verlaten zonder zijn vrouw en zoon. (Charter ’97, Minsk)

Ontroerend: ‘Ik droom er nog altijd van om terug te gaan en alles te veranderen’, zegt Kim Han-sol, wiens vader werd verstoten door Kim Jong-il – vanuit het internationaal lyceum in Mostar, Bosnië. (Time, New York)

Kenmerkend: ‘Ik zal een aantal impopulaire maatregelen nemen’, waarschuwde Boniek. Hij is van plan om orde op zaken te stellen in het door corruptieschandalen geteisterde Poolse voetbal. (Rzeczpospolita, Warschau)

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 9

Wereldnieuws.indd 9

06-11-12 17:13


Als je zo lang kunt doen wat je doet, doe je iets goed. Wie maakt er nou een stoel van sloophout? Topontwerper Piet Hein Eek is al twintig jaar zeker van z’n zaak. Begonnen op zijn eindexamententoonstelling, exposeert hij zijn sloophouten meubels inmiddels op designbeurzen wereldwijd. Ook Van Lanschot zet al een tijdje weerbarstig materiaal naar haar hand. Met 275 jaar ervaring in private banking zijn er weinig vragen die we niet gehoord én beantwoord hebben. Benieuwd wat onze gedrevenheid voor u kan betekenen? Schuif eens aan bij onze Financiële Tekentafel op vanlanschot.nl.

www.vanlanschot.nl

05001415 EekShow_250x335.indd 1 ADVERTENTIESPREADS.indd 4

06-11-12 13:53 06-11-12 14:46


controverse

Krijgt McDonald's staatssteun? McDonald’s en de Franse staat vechten een dispuut uit. Aan de oppervlakte gaat het over de vraag of de fastfoodketen al dan niet grote voordelen geniet uit een belastingverlaging op afhaaleten. McDonald’s zelf beweert dat het juist fors investeert in werkgelegenheid, milieu- en landschapsbescherming en prijsverlagingen van de Big Mac. Met een paginagrote oproep in de landelijke Franse kranten onder de kop ‘Kom op, meneer Thévenoud, nog heel even en dan heeft u de cijfers over McDonald’s op orde’ verdedigde het concern zich tegen de plannen van de socialistische parlementariër Thomas Thévenoud om aan die voordelen een einde te maken. Thévenoud zet vervolgens zijn tanden er diep in, met een repliek op de brievenpagina van Libération die duidelijk maakt dat ook bepaalde cultuurverschillen een rol spelen.

Libération – Parijs

M’n beste, allerbeste Ronald McDonald, Ik was verbaasd jouw paginagrote advertentie aan te treffen in de landelijke dagbladen. Die moet je een krankzinnig bedrag hebben gekost, en dat in de moeilijke periode die je zegt door te maken. Volgens mijn berekeningen zou je van het geld dat je eraan hebt gespendeerd een jaar lang ruim twintig werknemers kunnen betalen. Neem me niet kwalijk dat ik de kosten die met de btw-verlaging gemoeid zijn tegen het licht heb willen houden, maar het is nu eenmaal de taak van een parlementslid het gebruik van publieke middelen te controleren. Ik heb dus alleen maar mijn werk gedaan. Vandaag zou ik het met je willen hebben over Frankrijk en over de moeite die ons land zich sinds jaar en dag voor jou getroost. Dit land heeft je dertig jaar geleden verwelkomd. Zoals je vast nog wel weet, mijn beste Ronald, was dat in Straatsburg. Wat een weg is er sindsdien afgelegd! Je maakt op dit moment een omzet van vier miljard euro per jaar in Frankrijk, oftewel eenzesde van je mondiale omzet. Je hebt bijna 63.000 werknemers in dienst in je 1200 Franse vestigingen en elk jaar open je een dertigtal nieuwe restaurants in ons land. Bravo! Hoe komt het dat Frankrijk, van oudsher het land van de gastronomie en de culinaire kunst, je tweede markt is geworden na de Verenigde Staten, en hoe komt het dat de mooiste avenue ter wereld [Franse aanduiding van de Champs Elysées] plaats biedt aan de meest rendabele McDonald’s-vestiging? Denk je niet, mijn beste Ronald, dat de oorzaak daarvoor moet worden gezocht in de gunstige fiscale en sociale omgeving? Laten we er eens samen naar kijken. In ons land biedt de staat, dat wil zeggen de belastingbetaler, een lastenverlichting aan mensen die maximaal 1,6 maal het minimumloon verdienen, waartoe de overgrote meerderheid van jouw werknemers kan worden gerekend. Anders gezegd, de nationale gemeenschap subsidieert een flinke portie van jouw aannamebeleid. Vanaf het begin profiteer je bovendien van een gunstig btw-tarief voor afhaalmaaltijden. In 2009 heeft de regering besloten nog verder te gaan en je in staat gesteld jaarlijks nog eens 190 miljoen euro bruto extra op te strijken dankzij het verlaagde btw-tarief voor de horeca. Wat heb je daarmee gedaan? 79 miljoen euro is naar de werknemers gegaan dankzij het scheppen van 3000 extra banen per jaar. 28 miljoen euro is besteed aan het met 5 procent verlagen van de prijs van je grootste knaller, de Big Mac. Dat is mooi. Maar hoe zit het met de prijsontwikkeling van je andere producten? Dat vertel je er niet bij. 64 miljoen euro om te investeren. Ik dacht altijd dat in privéondernemingen de winsten van vandaag de investeringen van morgen moesten financieren. Je zegt dat je de gezichtsvervuiling hebt aangepakt door de hoogte

T. Thévenoud

Thomas Thévenoud, parlementslid sinds juni dit jaar, afkomstig uit Saône-et-Loire. Voorstander van staatssteun aan kleine restaurants.

van de totempalen die je restaurants aankondigen te verminderen en dat je energie hebt bespaard door je keukens met warmtepompen uit te rusten. Bravo, dat milieubewustzijn siert je, maar waarom moet de belastingbetaler daarvoor opdraaien? Wat me nog het meest verbaast, is dat jij die de belichaming bent van de wetten van het liberalisme, in Frankrijk een overheidssteun blijft rechtvaardigen waar je in je geboorteland nooit ofte nimmer om zou durven vragen. Je zult met me eens zijn, mijn beste, allerbeste Ronald, dat daarin enige discrepantie schuilt. Om vooruitgang te blijven boeken moet dit land zijn openbare bestedingen herschikken en zijn ondernemingen in staat stellen weer concurrerender te worden. Dat is de enige productieve manier. Als de staat de ondernemingen moet helpen, denk je dan niet dat hij allereerst diegene moet steunen die de meeste last hebben van de internationale concurrentie? Ik denk dat de overheidssubsidie waarvan jij hebt geprofiteerd niet langer te rechtvaardigen is in een periode waarin het hele land zich tot het uiterste moet inspannen. In je laatste advertentiecampagne zeg je tegen je klanten: ‘Kom zoals u bent.’ Ik zeg tegen jou: ‘Bekijk Frankrijk zoals het is.’ Het heeft je welwillend ontvangen, het heeft je gerespecteerd, het heeft je geholpen. Maar nu heeft het zwaar te lijden. Dus zet nou nog even een tandje bij, mijn beste, allerbeste Ronald, om een onderneming met burgerzin te zijn. Thomas Thévenoud

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 11

Controverse.indd 11

06-11-12 16:25


dossier

arabische vrouwen

pagina 12 nr. 20 10 tot 24 november 2012

DO1_Arabische vrouwen.indd 12

06-11-12 14:49


dossier

arabische vrouwen

Strijdbaar, kwetsbaar Van de lente naar de herfst Van Tunis tot Benghazi en van CaĂŻro tot Sanaa waren de vrouwen eerder dan de islamisten betrokken bij de revoluties van de Arabische lente. Maar de nieuwe, conservatieve wind die na de lente is opgestoken, dreigt hun de nieuw verworven vrijheid weer af te pakken. Een overzicht.

Š Olivia Arthur / HH / Magnum

10 tot 24 november nr. 20 pagina 13

DO1_Arabische vrouwen.indd 13

06-11-12 14:49


dossier

arabische vrouwen

Een ex-gevangene is op voorhand besmet Gaza. Mannen bewonderen de moed van militante vrouwen, maar weigeren veelal te trouwen met een vrouw die in een Israëlische gevangenis heeft gezeten. Die is naar hun smaak ‘te sterk’ – en wie weet wat er in die gevangenis is gebeurd…

Al-Mustaqbal – Beiroet

P

alestijnse vrouwen die in een Israëlische gevangenis hebben gezeten, wacht bij vrijlating een hard lot. Vóór de laatste gevangenenruil, in 2011, kwijnden er 36 vrouwen weg in Israëlische gevangenissen, van wie er vijf tot levenslang waren veroordeeld. Sindsdien zijn er opnieuw zowel vrouwen als mannen gearresteerd. Als zo’n vrouw na jaren achter de tralies terugkomt bij haar familie, merkt ze dat de samenleving haar opoffering niet erkent en haar bovendien wantrouwt.

hij verlaten. Dag en nacht schold hij me uit,’ vertelt ze. ‘Niemand kwam me opzoeken, niemand zorgde voor me. Ik ben over de zestig en ik moet op mijn leeftijd verdragen hoe mijn man en de omgeving me vernederen. Alsof ik een enorme zonde heb begaan. Buren en familie kijken me aan alsof ze denken: “Wat zou er met jou gebeurd zijn in die gevangenis?” Ik zeg altijd, ook als ze het me niet vragen, dat ik de eer van Palestina heb verdedigd en dat ze trots op me moeten zijn in plaats van me te minachten.’

Sommige mannen wachten tot hun echtgenote bevalt, om dan met het kind en een nieuwe vrouw elders te gaan wonen Een vrouw van in de zestig vertelt dat haar man haar en haar dochter na haar vrijlating buiten de deur zette. ‘Ik stond op straat. Hij vertelde schandelijke dingen over wat er in de gevangenis zou zijn gebeurd. Hij heeft een tweede vrouw getrouwd, en mij heeft

En bedroefd voegt ze eraan toe: ‘Waar zijn die overheidsinstanties en maatschappelijke organisaties nou?’ Volgens de Onafhankelijke Commissie voor Mensenrechten in Gaza ‘houden vrouwen die door de bezetter gedetineerd zijn geweest dat verborgen voor hun kinderen, uit vrees van een misstap te worden beticht.’ Het kan nog erger: sommige mannen, en hun familie, vinden het normaal om te wachten tot hun echtgenote bevalt, dan het kind te nemen en met een nieuwe vrouw elders te gaan wonen en niets meer van zich te laten horen. Deze vrouwen hebben ook vaak moeite om werk te vinden en zeker een andere man, omdat de schoonfamilie tegenwerkt.

Sterke persoonlijkheid

Veel jonge mannen wijzen een huwelijk met een voormalige gevangene af, voor zichzelf maar ook voor familieleden. Niet alleen uit wantrouwen over wat zich in de gevangenis kan hebben afgespeeld, maar ook omdat zo’n vrouw, die te stellen heeft gehad met Israëlische soldaten, een te sterke persoonlijkheid heeft ontwikkeld om nog door haar man gedomineerd te kunnen worden, blijkt uit onderzoek. Sommige ondervraagde mannen zeggen dat ze zo’n vrouw respecteren om haar inzet, maar dat de strijd nu eenmaal iets anders is dan huwelijk en voortplanting. Fayrouz Arafa vertelt: ‘Je hebt geen leven in de gevangenis. Alles is verboden. Er zijn vernederingen, martelingen als de elektrische stoel en de isoleercel, ze kunnen je verbieden brieven of bezoek te ontvangen. Je wordt op vernederende wijze gefouilleerd, cipiers scheuren vrouwen de kleren van het lijf om een bekentenis los te krijgen. Ze maakten geen verschil tussen mannen en vrouwen.’ Fatima Al-Ziq weet nog dat ze zwanger was toen ze gevangen werd gezet. De slechte behandeling had een miskraam kunnen veroorzaken. Ze beviel met handboeien om. ‘Het kind was gezond, maar heeft wel zuurstofgebrek gehad.’ Oum Ali Hijazi vraagt zich af wat de Palestijnse autoriteiten, eertijds de PLO, nu Hamas in Gaza, eigenlijk voor haar hebben gedaan. ‘Niemand bekommert zich om ons. Eén maand werkloosheidsuitkering hebben we gekregen.’ Suleiman Al-Cheikh

Fatima moest bevallen met handboeien om

pagina 14 nr. 20 10 tot 24 november 2012

DO1_Arabische vrouwen.indd 14

06-11-12 14:50


dossier

arabische vrouwen

De Egyptische Samira Ibrahim diende een klacht in nadat zij tijdens haar detentie in een politiecel een gedwongen maagdelijkheidstest had moeten ondergaan. De aangeklaagde arts werd vrijgesproken. De beeltenis van Ibrahim maakt sindsdien deel uit van de protest-grafitti © ANP

Liever een sluier dan hersens Now Lebanon – Beiroet

Arabische vrouwen roepen op internet een opstand uit. ‘We moeten nu de mannelijke dictatuur ten val brengen.’

N

ahal komt uit Egypte. Ze houdt een bord vast waarop ze heeft geschreven: ‘Ik doe mee aan de intifada van vrouwen in de Arabische wereld, omdat ze daar liever een gesluierde vrouw zien dan een vrouw die naar school is geweest.’ Farah, uit Tunesië, heeft op haar bord geschreven: ‘Ik doe mee aan de intifada van vrouwen in de Arabische wereld, omdat ik niet wil dat mijn dochter wordt verkracht.’

Een Facebook-intifada tegen de macho’s Dima, uit de Palestijnse gebieden, betreurt het dat vrouwen ‘nog steeds worden gezien als geestelijk gestoorde, rechteloze wezens die het mannen naar de zin moeten maken’. Loulou, uit Jordanië, eist ‘het recht om met opgeheven hoofd en zonder bang te hoeven zijn over straat te kunnen lopen’. Hala, uit Saoedi-Arabië, wil ‘vrouw en geen paria’ zijn. Ali komt uit Irak. Ook hij houdt een bord vast: ‘Ik doe mee aan de intifada van vrouwen in de Arabische wereld om de eenvoudige reden dat ik discriminatie op grond van geslacht verafschuw.’ Omar, uit Palestina, doet ook mee aan deze intifada, omdat ‘de maagdelijkheid van vrouwen alleen henzelf aangaat’. Dit zijn slechts een paar van de mannen en vrouwen die hun foto op Facebook hebben gezet in het kader van de campagne Intifada van vrouwen in de Arabische wereld. ‘Laten we overal ter wereld luidkeels van ons laten horen!’ schrijft Yalda Younès, die haar vriendinnen oproept zich op Facebook bij haar aan te sluiten. Yalda heeft de

pagina samen met Diala Haidar uit Libanon, Farah Burqaoui uit Palestina en Sally Zihni uit Egypte opgezet. Ze dromen van vrijheid en geloven dat ‘nu de revoluties in de Arabische wereld de oude dictaturen ten val hebben gebracht, vrouwen de dictatuur van de man thuis over zijn vrouw, zijn dochters, zijn zus en zelfs zijn moeder ten val zullen brengen’.

Vrijheid

Volgens Sally hebben de vrouwen die tijdens de revoluties door de politie werden gearresteerd, geslagen en aan hun haren meegesleurd, vervolgens een dolkstoot in de rug gekregen van de revolutionairen. ‘Samira Ibrahim, die campagne voerde tegen de maagdelijkheidstesten, stond tegenover de militairen geheel alleen, zonder de steun die ze verdiende van de kant van de revolutionairen. We krijgen voortdurend te horen dat de revolutie andere prioriteiten heeft en dat vrouwen hun beurt moeten afwachten.’

Yalda geeft een opsomming van de eisen van de Arabische vrouwen: ‘De vrijheid om zelf over hun leven te beslissen, de vrijheid om zelf een echtgenoot te kiezen, het recht om te scheiden, het recht op onafhankelijkheid, het recht op onderwijs, het recht om te werken, het recht om te stemmen, het recht om zich verkiesbaar te stellen, het recht op eigendom, gelijke behandeling bij de voogdij over de kinderen, gelijke behandeling op de werkvloer, gelijke behandeling in de samenleving, bescherming tegen verkrachting binnen het huwelijk…’ Rayyan Majed

De ‘Blue Bra’ werd een symbool van de vrouwenstrijd nadat op 17 december vorig jaar een vrouw op het Tharirplein door de politie werd afgetuigd. Haar blauwe bh was zichtbaar toen zij werd weggesleurd. Sindsdien duikt deze graffiti op. Onder de bh staat: ‘Tegen het regime’

10 tot 24 november nr. 20 pagina 15

DO1_Arabische vrouwen.indd 15

06-11-12 14:50


dossier

arabische vrouwen

Een cultuur van vrouwenhaat Nasawiya – Beiroet

Libanon. Een wetsontwerp voor een vrouwenquotum in het Libanese parlement krijgt tegenwind vanuit de uitgesproken mannelijke politiek.

D

e Libanese beweging Burgercampagne voor hervorming van het kiesstelsel strijdt al jaren voor een evenredige vertegenwoordiging. Een van de doelstellingen is de invoering van een vrouwenquotum van 30 procent, dat wil zeggen 38 van de 128 zetels. Met de parlementsverkiezingen in zicht, die in mei volgend jaar moeten worden gehouden, heeft de Libanese regering een wetsontwerp ingediend dat evenredige vertegenwoordiging beoogt.

Verkeerd dilemma

Ik heb me tot nu toe niet echt druk gemaakt over de verhouding tussen mannen en vrouwen in het parlement, want wij weten allemaal dat onze afgevaardigden altijd dezelfde corrupte, confessionele politici zullen blijven, ongeacht hun geslacht. Vroeger bewogen onze discussies zich rond twee belangrijke vragen: willen wij dat vrouwen zitting hebben in het parlement, zodat meisjes een voorbeeld hebben om zich aan op te trekken? Of maakt het ons niet uit of er vrouwen in het parlement vertegenwoordigd zijn, als zij toch alleen maar dezelfde confessionele modellen aanhangen? Maar omdat dit een verkeerd dilemma is, hebben wij er uiteindelijk voor gekozen om feministische en niet-confessionele vrouwen te steunen, die ooit binnen een niet-confessioneel bewind gekozen zouden kunnen worden. Nu zijn er tijdelijke oplossingen, zoals verkiezingsquota, die ervoor zouden moeten zorgen dat er meer vrouwen in de politiek aanwezig zijn. Er is geen enkele garantie dat er dan ook specifieke vrouwenkwesties op de agenda worden gezet. Maar als je erop uit bent om deze vraagstukken níét te behandelen, dan kun je er – eerlijk gezegd – maar beter voor zorgen dat er helemaal

geen vrouwen aan de onderhandelingstafel zitten. In 2011 telde de Libanese regering geen enkele vrouwelijke minister, en dat ontlokte aan het parlementslid Michel Aoun [tijdens de burgeroorlog in Libanon leider van de christelijke milities, vervolgens vijftien jaar lang balling in Frankrijk en sinds 2005 terug op het politieke toneel in Libanon] de uitspraak: ‘Vrouwen hebben niet genoeg ervaring in openbare bestuurlijke functies.’ Compleet bij toeval kwam de kwestie opnieuw op tafel, toen een minister een percentage van 5 tot 7 procent vrouwen in de politiek opperde. Een andere minister deed daar nog een schepje bovenop door 15 tot 17 procent voor te stellen, waarna een meerderheid het, als op de markt, eens werd over een gemiddelde van 10 procent. Dat geeft wel aan hoe weinig het mannen kan schelen dat vrouwen geen deel uitmaken van de politiek. Het lijkt wel of niemand doorheeft dat de helft van

de bevolking buitenspel staat bij de manier waarop het land bestuurd wordt. Naarmate het debat vorderde, had het parlementslid Nicolas Fattouch het lef om te schermen met het meest hypocriete argument tegen vrouwenquota dat je maar kunt bedenken: hij beriep zich op artikel 7 van de Libanese grondwet, waarin bepaald wordt dat alle Libanezen voor de wet gelijk zijn. Mijn god, zijn alle Libanezen voor de wet gelijk? Waar was dat argument dan toen vrouwen gelijke rechten eisten op het gebied van burgerschap, huwelijk en werk? Waar was het al die keren dat vrouwen gelijkheid wilden bereiken op welk gebied dan ook?

Elke maand overlijdt een vrouw aan de gevolgen van huiselijk geweld Gevraagd naar zijn mening over de vrouwenquota, antwoordde Michel Aoun – jazeker, de man die dus beweerde dat vrouwen geen ervaring in de politiek hebben: ‘Libanon kent een cultuur van vrouwenhaat, waarin

men weigert te accepteren dat vrouwen functies met een grote verantwoordelijkheid bekleden. Als vrouwen moeten jullie zelf krachtige bewegingen oprichten om jullie mening gehoor te doen vinden. Jullie moeten alle cadeaus weigeren! Wat mijzelf betreft: ik weiger jullie dit cadeau te geven. Je zult ervoor moeten vechten om het te krijgen!´ Pardon? Mijnheer Aoun, u maakt mij sprakeloos. Denkt u nu werkelijk dat politieke participatie van vrouwen een cadeau is waarvoor zij moeten strijden? En weigert u, in uw hoedanigheid als man aan de top van de machtspiramide in Libanon, deze eis te steunen door een vrouwenquotum in te voeren? De contacten die onze beweging heeft met de regeringscommissie voor de bescherming van vrouwen tegen huiselijk geweld, zijn om wanhopig van te worden. En dit zijn dezelfde afgevaardigden die bij hoog en laag volhielden dat de religieuze rechtbanken het seksistische geweld prima onder controle hadden en dat er geen enkele reden voor de staat was om zich ermee te bemoeien. Ondertussen overlijdt in Libanon elke maand een vrouw aan de gevolgen van huiselijk geweld. Nadine Moawad

© Olivia Arthur / HH / Magnum

pagina 16 nr. 20 10 tot 24 november 2012

DO1_Arabische vrouwen.indd 16

06-11-12 14:50


dossier

arabische vrouwen

Eensgezind tegen vrouwenrechten Al Hayat – Londen

Egypte. Nawal El-Saadawi, schrijfster en feministe, maakt zich er heel boos over dat de politieke partijen zo weinig aandacht hebben voor de positie van de vrouw.

S

inds de islamisten bij de verkiezingen in juni aan de macht zijn gekomen, treden vooral vrouwen die een sluier of een nikab dragen op de voorgrond, met voorop de vrouw van de nieuwe president Mohamed Morsi. Maar geen van allen zetten ze zich in voor vrouwenrechten, terwijl

die uit naam van de religie toch ernstig in het gedrang komen. Erger nog, ze hangen de mening van de heersende politieke stromingen aan dat vrouwenbesnijdenis en de sluier deel uitmaken van de Egyptische identiteit. Ze vallen de activistes van de vrouwenbeweging aan en beschuldigen hen ervan dat ze ongelovigen zijn, hun vaderland verraden, of op zijn best de westerse zedeloosheid omarmen. De bevrijding van de vrouw is onlosmakelijk verbonden met de bevrijding van ons land. Al zestig jaar lang zien de voorvechtsters van het Egyptisch feminisme de weigering zich te laten overheersen door een buitenlandse koloniale macht en de weigering zich

door mannen te laten overheersen als één strijd, en dat had na de revolutie een van de grote politieke en sociaalculturele kwesties kunnen worden. Het doel van de 25-januari-revolutie was sociale gerechtigheid, vrijheid en waardigheid voor iedereen. En daarvoor streden de vrouwen zij aan zij met de mannen. Jammer genoeg zijn deze uitgangspunten nu niet bepalend bij wat prioriteit krijgt, want dat zijn vooral de machtsverhoudingen die na de revolutie zijn ontstaan. Vrouwen tellen daarin niet mee. De meesten zitten thuis, gesluierd, ingeperkt door de absolute macht die hun echtgenoten bij wet is toegekend. Zelfs een vrouw die werkt om bij te dragen aan het

Het gezin blijft heilig, zowel voor links als voor rechts

gezinsinkomen, blijft afhankelijk van haar man, want hij kan haar haar geld afnemen, haar naar believen verstoten en zomaar een tweede vrouw nemen. Over degenen die voor vrouwenrechten opkomen, wordt gedaan alsof ze oproepen tot vernietiging van het geloof of de heilige waarden van de natie met voeten treden. Ze gaan door voor agenten van het buitenland, waarbij dat buitenland zoals gewoonlijk staat voor de vijand van God en vaderland. Ondanks een lange strijd zijn de vrouwen er niet in geslaagd – evenmin als de mannen met moreel besef overigens – om iets te veranderen aan het Egyptische familierecht. Dat is mede te wijten aan de ziekelijke angst voor ‘de straf van God’. Ook de maagdelijkheidstesten die de politie afdwong bij de jonge demonstrantes op het Tahrirplein, waren bedoeld om hun angst in te boezemen en hun ouders zo ver te krijgen dat ze hun dochters thuis hielden. Want de familie-eer moet worden beschermd, en voor Egyptenaren is die eer even belangrijk als de eer van de machthebbers.

Doelen van de revolutie

Het gaat er allemaal niet op vooruit nu rechtse en religieus-conservatieve stromingen aan kracht winnen, maar het echte probleem ligt bij

LINKSE FEMINISTE De schrijfster Nawal El-Saadawi, de beroemdste feministe van de Arabische wereld, werd in 1931 geboren in Egypte. Ze is arts, psychiater en schrijfster van vele boeken en ze zette zich al jong in voor de vrouwenzaak. Ze is uitgesproken links georiënteerd, en daar heeft een deel van de Arabische feministes kritiek op. Onder Sadat ging Nawal ElSaadawi de gevangenis in vanwege haar protest tegen de eenpartijwet. In de jaren ’90 verhuisde ze onder de doodsbedreiging van een door islamisten uitgevaardigde fatwa naar de Verenigde Staten en doceerde er aan de Duke Universiteit. In 1996 keerde ze terug naar Caïro. In 2011 riep ze op tot de demonstraties die uiteindelijk tot de val van het regime leiden. Muurschildering in Caïro van de Egyptische president Morsi als klaverheer – © Amr Abdallah Dalsh / Reuters

10 tot 24 november nr. 20 pagina 17

DO1_Arabische vrouwen.indd 17

06-11-12 15:12


dossier links, dat totaal geen aandacht heeft voor het lot van vrouwen. Weliswaar gebruikt links de vrouwenzaak graag tegen rechts en tegen de repressieve Egyptische overheid, maar alleen als de vrouwen niet te ver gaan en geen hervorming van het familierecht eisen of een grondwettelijk geregelde gelijkheid tussen man en vrouw. De politieke partijen in Egypte, van links, midden tot rechts, die zich nu bezighouden met het opstellen van een nieuwe grondwet, zijn het over

arabische vrouwen

alles oneens, behalve over één ding: het familierecht, waarin de man alle macht krijgt toebedeeld, blijft onveranderd. Een leider van een links-revolutionaire stroming maakte onlangs het programma van zijn partij bekend, met daarin ook de doelen van de revolutie: vrijheid, sociale gerechtigheid en waardigheid. Maar geen woord over de gelijkheid van man en vrouw. Want het gezin, waarin de man alle macht heeft, blijft heilig, zowel voor links als voor rechts, voor de religieuze partijen en

voor de communisten, de socialisten, de liberalen en de anti-imperialisten. De arbeiders, de boeren en de andere achtergestelde groeperingen bevrijden die totaal ongeschoold zijn en in armoede leven, is iets wat links in Egypte nooit is gelukt. Die mislukking krijgen de feministes nu in de schoenen geschoven, want vrouwen die vechten voor de bevrijding van de vrouw en tegen seksueel geweld, worden beschuldigd van elitedenken en verraad aan de strijd tegen de armoede.

De vrijheid van mannen gaat voor alles en die vrijheid komt arme mannen net zo goed toe als die van de hogere klassen. Aan de andere kant wordt de vrijheid van vrouwen gezien als een overbodige luxe, als iets wat is overgewaaid uit Amerika, als iets van een groepje vrouwen uit de middenklasse die ver afstaan van de zorgen van de vrouwen uit het volk. Nawal El-Saadawi

EEN BRUID VAN NEGEN? Volgens het Egyptische dagblad El Shorouk proberen de islamisten en liberalen in Egypte hun diepgaande meningsverschillen over de nieuwe grondwet te overbruggen ten koste van de vrouwen. In het voorontwerp voor de grondwet, dat op 10 oktober is gepresenteerd, is er niets veranderd aan artikel 36 dat stelt dat ‘mannen en vrouwen gelijk zijn zolang die

gelijkheid niet strijdig is met de regels van de sharia’. De vraag blijft wie bepaalt hoe de sharia op dit punt luidt, aangezien die voor velerlei uitleg vatbaar is. Sommigen vinden dat rechters dat moeten uitmaken, anderen willen deze rol toekennen aan de theologische faculteit van de Al-Azhar universiteit in Caïro, die geldt als de voornaamste islamitische

autoriteit op het gebied van de islamitische wetgeving. Sommige salafisten menen dat op grond van de sharia de wettelijke huwelijksleeftijd voor vrouwen verlaagd moet worden naar negen jaar. Nu is die achttien jaar, maar in de ontwerp-grondwet wordt de leeftijd al verlaagd tot veertien jaar.

Een autoritje naar de zee Shaffaf – Parijs

Saoedi-Arabië. Nog altijd is het Saoedische vrouwen verboden auto te rijden. Maar ze komen steeds meer in actie om dat recht op te eisen.

W  

e waren met z’n vijven: Fawziya, Dima, Ibtihal, Haifa en ik. In 2007 begonnen we een actie om het verbod op autorijden voor vrouwen op te heffen. We stuurden een petitie met duizend handtekeningen naar het paleis. Geen enkele reactie. We stuurden nóg een petitie met bijna drieduizend handtekeningen, overwegend van vrouwen, naar de koning, de kroonprins en de minister van Binnenlandse Zaken. Overal stuitten we op een muur van stilzwijgen. Vervolgens stelden we een lijst op van Saoedische vrouwen met een buitenlands rijbewijs en vroegen namens hen een Saoedisch rijbewijs aan. Het was roepen in de woestijn. We besloten de verkeerspolitie te vragen om aanvraagformulieren voor een rijbewijs, maar kregen te horen dat vrouwen die niet konden krijgen.

Toen namen we contact op met lokale media. Onze actie kreeg bekendheid, we ontvingen steunbetuigingen en de campagne werd opgemerkt door de buitenlandse pers. Maar de autoriteiten zwegen. Vervolgens besloot ik mezelf te filmen terwijl ik aan het autorijden was en de video op internet te plaatsen op de Dag van de Vrouw 2008. Het was alsof niemand het in de gaten had. Een jaar lang voerden we intensief actie, maar de officiële instanties bleven ons negeren. Vier jaar gingen voorbij. Toen, in de zomer van 2011, wist Manal-Al-Charif grote media-aandacht te trekken, ook met een video op internet waarin ze een auto bestuurt, vooral toen ze daarop werd gearresteerd. Maar de aandacht verflauwde weer snel en tot op heden wijst niets erop dat een besluit in de gewenste richting ophanden is. Ove-

rigens was er al in 1990 de actie van 47 vrouwen die in Riad een auto bestuurden. Ze werden het slachtoffer van een verschrikkelijke lastercampagne.

Een Japanse 4x4

Onze teleurstelling is groot. Toen ik op een gegeven moment in een enthousiaste bui de overtuiging uitsprak dat ik straks in dezelfde positie zou verkeren als andere vrouwen op de wereld, zei een medewerkster op de bank waar ik werk: ‘Word toch wakker. Het duurt

nog tien jaar voor ze er echt over gaan nadenken.’ Inmiddels leven we in 2012 en veel vrouwen en mannen zijn diep ontgoocheld: Nog altijd is het rijverbod van kracht. Daarom heb ik besloten om tegen de tijd van het Offerfeest een auto te kopen. Ik wil een Japanse 4x4 om op avontuur te kunnen gaan, diep de woestijn in. Een knalrode auto, die ik vul met rozen. Dan loop ik door de dorpen en geef ik een roos aan iedere vrouw die net als ik haar droom wil verwezenlijken. Ik ga de graven van m’n ouders bezoeken en zeggen: ‘Mijn droom is uitgekomen. Waren jullie maar hier om blij te zijn met mij.’ Dan haal ik Manal, Fawziya, Dima, Ibtihal en Haifa op en rijden we naar zee om te dromen van een vrediger, rechtvaardiger, warmhartiger wereld. Het wordt tijd dat vrouwen eindelijk het recht krijgen om auto te rijden.’ Wahija Al-Huwaider

‘Ik wil een knalrode auto, die ik vul met rozen’

pagina 18 nr. 20 10 tot 24 november 2012

DO1_Arabische vrouwen.indd 18

06-11-12 15:12


dossier

arabische vrouwen

De Libische politica is er Onder Kadhafi konden vrouwen bodyguard of burgemeester worden, maar alleen volgens zijn grillen. Sinds de revolutie proberen vrouwen volop deel te nemen aan de politiek. Niet alle geesten zijn daar al rijp voor.

Muftah.org

I

n Libië was het nog niet zo lang geleden alom bekend dat de vrouwen die de posten in de regering-Kadhafi bekleedden of voor het overheidsapparaat in het algemeen werkten, vaak niet aangesteld waren om hun competenties maar vanwege persoonlijke belangen of een gril van de ‘Broeder Leider’. Deze traditioneel patriarchale samenleving was weinig geneigd het publieke debat open te stellen voor vrouwen en voelde zich daar uitdrukkelijk van ontheven door de willekeur die de stiekem verachte dictator aan de dag legde. Kadhafi’s vrouwelijke bodyguards en de vrouwelijke burgemeester van Benghazi, Huda Ben Amer (beter bekend als Huda de Slachter) zijn voorbeelden van vrouwen in openbare functies die de Libiërs verafschuwden. Uit verkiezingsposters in Libië werd vaak het gezicht van vrouwelijke kandidaten verwijderd – © Reuters

In de schaduw

Om daar niet mee geassocieerd te worden, stelden vrouwen die zich buiten hun traditionele rol waagden zich over het algemeen tevreden met discrete functies waarbij ze geen contact hadden met het publiek en geen besluiten namen. Deelname van vrouwen aan het maatschappelijke leven werd alleen passend geacht zolang ze in de schaduw bleven en niet de aandacht trokken. De revolutie van 17 februari 2011 heeft radicaal een einde gemaakt aan deze situatie. Vrouwen zijn actieve en gerespecteerde leden van de nationale beweging geworden, en hun politieke rol is niet langer afhankelijk van de goedkeuring van wijlen de kolonel. De zomer van 2012 vormde een keerpunt in de snelle overgang van Libië van dictatuur naar democratie. Libische vrouwen nemen hun rol bij de opbouw van het nieuwe Libië zeer serieus. De politieke functies die ze tegenwoordig bekleden, gaan nog verder dan

de bijdrage die ze hebben geleverd aan de revolutie. Bij de verkiezing van het Algemene Nationale Congres in juli, stelden zeshonderd vrouwen uit het hele land en uit alle lagen van de bevolking zich kandidaat. Net als de mannen voerden ze individueel of onder de vlag van een partij campagne en legden ze een honger naar democratie en vertegenwoordiging aan de dag die een jaar eerder nog ondenkbaar was geweest. Ze plaatsten cv’s op de officiële site en presenteerden er hun afkomst, hun kwalificaties en hun programma, het geheel verluchtigd met foto’s. Ze gaven interviews, maakten affiches, pamfletten en radiospotjes. Ze ontmoetten en verenigden de kiezers, op straat en in gemeentehuizen. Ze vormden vrouwengenootschappen, organiseerden bijeenkomsten en moedigden hun landgenoten, zowel mannen als vrouwen, aan om naar de stembus te gaan. Uiteindelijk hebben 33 Libische vrou-

De vrouwen legden een honger naar democratie aan de dag die een jaar eerder nog ondenkbaar was geweest wen zitting genomen in het Algemene Nationale Congres, op een totaal van tweehonderd parlementariërs. Ze bezetten dus minder dan een kwart van de halfronde vergaderzaal, maar rekening houdend met de Libische cultuur en het taboe dat op de politieke deelname van vrouwen lag, hebben ze een enorme prestatie geleverd. Voor deze eerste verkiezingen in de Libische democratie, die nog in de kinderschoenen staat, hebben ze zelfs een percentage bereikt waar de Verenigde Staten twee eeuwen op hebben moeten wachten: ze bezetten 16,5 procent van de parlementszetels.

Maar juist nu Libië goed op weg lijkt richting democratie, lijkt de deelname van vrouwen aan het openbare leven opnieuw te stagneren. Dat bleek uit een betreurenswaardig incident dat zich voordeed bij de overdracht van de macht tussen de Nationale Overgangsraad, die Libië leidde tijdens de revolutie en het land regeerde tot de verkiezingen, en het Algemene Nationale Congres. De ceremonie was nog maar net begonnen of presentatrice Sarah El-Mesallati werd het zwijgen opgelegd door een juist verkozen afgevaardigde, die haar beval haar hoofd te

10 tot 24 november nr. 20 pagina 19

DO1_Arabische vrouwen.indd 19

06-11-12 15:13


dossier

arabische vrouwen

Vluchtelinge op de huwelijksmarkt

Bij de eerste vrije verkiezingen hebben de vrouwen een enorme prestatie geleverd bedekken. Toen ze weigerde op die eis in te gaan, gelastte voorzitter Moustapha Abdel Jalil, afkomstig uit de Overgangsraad, haar het podium te verlaten. Uit respect voor de voorzitter deed ze dat, waarna ze werd vervangen door een man die de rest van de ceremonie presenteerde. Het incident lokte onmiddellijk een discussie uit over de vrijheden van vrouwen in Libië. De volgende ochtend om tien uur was de Facebookpagina ‘Wij zijn allemaal Sarah El-Mesallati’ al 1500 keer ‘geliked’. Toch was dit nog maar een topje van de ijsberg. Want het is overduidelijk dat in het nieuwe Libië de veiligheid van vrouwen die een openbaar ambt bekleden of politiek actief zijn steeds meer in het geding komt. Daarmee is niet gezegd dat het allemaal beter was vóór de parlementsverkiezingen. Voorafgaand aan de verkiezingen, toen de straten in Libië vol hingen met affiches, werden veel affiches met vrouwen erop vernield. In sommige gevallen werd de foto van de kandidate helemaal zwart gemaakt, of uitgescheurd, terwijl het affiche ernaast, waar een man op stond, onaangetast bleef. Als reactie op die intolerantie hebben verschillende militante en mensenrechtenorganisaties zich verenigd in de Coalitie voor de rechten van Libische vrouwen. Deze Coalitie organiseert bijeenkomsten en demonstraties om de publieke opinie te beïnvloeden als het gaat om de vrijheden van vrouwen en hun veiligheid. De aanvallen op vrouwen zijn voornamelijk het werk van mannen, maar aan de andere kant zijn er ook groepen als de Beweging van de vrije generatie of Advocaten voor rechtvaardigheid in Libië, die zich verzetten tegen dit soort acties. Deze groepen zijn niet uitsluitend gericht op de verdediging van de rechten van de vrouw en bestaan ook niet uitsluitend uit vrouwen; hun belangen zijn divers, en de leden zijn zowel mannen als vrouwen. Het toetreden van vrouwen tot het openbare leven is in ieder geval een gloednieuw verschijnsel in Libië. Amena Raghei

Syrië. Veel Arabische mannen maken misbruik van de uitzichtloze situatie waarin gevluchte, vaak minderjarige Syrische vrouwen verkeren en proberen een huwelijk met hen te sluiten.

Al-Ahram – Caïro

D

e Syriërs maken zich waarschijnlijk nog maar weinig illusies over hun Arabische broeders en hebben de hoop opgegeven dat zij hun de overwinning zullen bezorgen tegen de tiran van Damascus, Bashar Al-Assad. Maar wat zij beslist niet verwachtten, is dat de Arabieren hun steun voor de revolutie zouden uitspreken door ‘huwelijken’ te sluiten met Syrische vluchtelingen. Er is een Twitter-account opgedoken, speciaal bedoeld voor ‘Saoediërs die met Syrische vrouwen willen trouwen’. Het boosaardige karakter van het account blijkt wel uit berichten als: ‘Wil je met een Syrische vluchtelinge trouwen, neem dan contact met me op!’ en ‘De vrouwen zijn tussen de 18 en 35 jaar. Er zijn maagden en niet-maagden’. Dit hele fenomeen is terug te voeren op ordinaire financiële overwegingen in de Saoedische samenleving, aangezien de bruidsschat die voor een Syrische vrouw moet worden betaald, slechts zo’n honderd euro is.

slecht bekend in de Arabische wereld: ze worden beschouwd als verkapte prostitutie. Ook in Libië wordt steeds meer informatie verspreid over de mogelijkheid om met Syrische vluchtelingen te trouwen, en altijd in naam van steun aan de Syrische zaak. In de praktijk gaat het hier vooral om genotzoekers die profiteren van de uitzichtloze situatie van behoeftige

vrouwen. De meeste vrouwen zouden minderjarig zijn. En hoewel geestelijken uit Benghazi in Libië deze verbintenissen zeggen te steunen omdat het Syrische volk ermee geholpen is, vertellen jonge mannen uit de stad dat ze op deze manier vooral goedkoop aan een vrouw kunnen komen. Veel Arabieren hebben dus niets beters weten te verzinnen om hun Syrische broeders te helpen, dan door munt te slaan uit het drama dat zij meemaken en hun nog meer vernederingen aan te doen. Dat is misschien de reden waarom een Syrische vluchteling in Libië zei: ‘Onze meisjes zijn geen slaaf en wij doen niet aan handel in blanke slavinnen.’ Rania Rifaï

Verkapte prostitutie

In Egypte kondigde een geestelijke aan dat hij bij wijze van steun aan de Syrische zaak van plan was om twee Syrische vrouwen te trouwen. Een bijzonderheid van al deze ‘huwelijken’ is dat ze zonder getuigen worden gesloten. Dit soort huwelijken staat Graffiti bij het Tahrirplein. ‘Mohammed is de boodschapper van Allah’ luidt de boodschap © Amr Abdallah Dalsh / Reuters

Er is een speciaal Twitter-account voor ‘Saoediërs die met Syrische vrouwen willen trouwen’

pagina 20 nr. 20 10 tot 24 november 2012

DO1_Arabische vrouwen.indd 20

06-11-12 15:13


dossier

arabische vrouwen

Slechts een aanvulling op de man Kapitalis – Tunis

In de ogen van veel Tunesische vrouwen zijn de vrouwelijke parlementsleden van de Islamitische partij Ennahdha niet meer dan de sprekende poppen van de mannelijke partijleiding.

M

aherzia Laâbidi, de vicevoorzitter van de Tunesische de Grondwetgevende Vergadering, is te gast in een discussieprogramma op televisie. Het programma bevat ook een aantal reportages. In een daarvan wordt aan vrouwen op straat de volgende vraag voorgelegd: ‘Voelt u zich vertegenwoordigd door de vrouwelijke afgevaardigden van Ennahdha?’ Het antwoord is een unaniem en categorisch nee. ‘Ik draag weliswaar een hoofddoek, maar die vrouwen vertegenwoordigen mij niet,’ verduidelijkt een jonge vrouw. Aan de maakster van de reportage, die zegt tevergeefs naar een bevestigend antwoord te hebben gezocht, vraagt Laâbidi: ‘Maar waar heeft u dan gefilmd?’ Achter dat bizarre vraagje gaat een diep gevoel van onbehagen schuil. Vanwaar al die negatieve

reacties? Hoe positioneren de vrouwelijke afgevaardigden van Ennahdha (Islamitische Renaissance Partij, met 89 van de 217 zetels de grootste partij in het voorlopige parlement) zich ten opzichte van de geschiedenis en de verworvenheden van de Tunesische vrouw? Welke rol spelen ze binnen de grondwetgevende vergadering en binnen de partij die hen in de nationale politiek gelanceerd heeft?

Holle retoriek

Aangezien er weinig op papier staat, moet je je oor goed te luisteren leggen. Tijdens debatten over de toekomstige inhoud van wetsartikel 28 (die gaat over de rechten en de positie van de vrouw binnen de Tunesische samenleving) hoorde je hoe de volksvertegenwoordigsters werkelijk denken. Net als hun mannelijke collega’s houden ze zich letterlijk aan de instructies van de partij en om de standpunten van die partij te verdedigen, gebruiken ze dezelfde argumenten als de mannen. En nog vreemder: het voorgestelde wetsartikel, dat bepalend is voor hun toekomstige positie in de samenleving, wensen ze niet in de grondwet zelf opgenomen te zien. Tegenover gesprekspartners die de gevaren en bedreigingen van het betreffende artikel pogen aan te tonen, verliezen de afgevaardigden van Ennahdha zich in een holle, weinig samenhangende retoriek. De vrouwen wringen zich in allerlei bochten om uit te leggen dat ‘gelijkheid’ en ‘com-

plementariteit’ hetzelfde betekenen. Terwijl toch in alle woordenboeken van de wereld het woord gelijkheid een vorm van autonomie impliceert en complementariteit niet meer dan aanvulling betekent. Het is misschien een leuk woordspelletje, maar het toont aan dat er een kloof bestaat tussen de vrouwelijke aanhang van Rached Ghannouchi, de leider van Ennahdha, en de Tunesische vrouwen die zichzelf als de legitieme erfgenamen beschouwen van oud-president Habib Bourguiba, de man die het land van 1957 tot 1987 leidde. Hij was de initiator van de zogeheten 'Code du statut personnel', een reeks progressieve wetten waarin de gelijkheid van man en vrouw op tal van gebieden werd vastgelegd en die op 1 januari 1957 van kracht werd. Veel vrouwen zien dat hun situatie sinds het aan de macht komen van de islamitische partij achteruit is gegaan en dat er een wereld van verschil ligt tussen de woorden van de volksvertegenwoordigsters van Ennahdha en de ervaringen van Tunesische vrouwen.

ARTIKEL 28 Op 1 augustus diende de commissie voor rechten en vrijheden van de Grondwetgevende Nationale Assemblée van Tunesië een wetsontwerp in waarin werd bepaald dat de vrouw ‘complementair’ is aan de man. Deze formulering veroorzaakte een golf van verontwaardiging in het land. De vrouwelijke voorzitter van de commissie, lid

van Ennahdha, verdedigde het voorstel als volgt: ‘Men kan niet in absolute termen spreken van de gelijkheid van man en vrouw, want dan loopt men het risico het evenwicht binnen families te verstoren en het heersende sociale model te ontwrichten.’ Het lijkt erop dat dit wetsartikel 28 het niet gaat halen. Eind september

besloot de gemengde commissie van de Assemblée, die de werkzaamheden van de diverse commissies inhoudelijk moet coördineren, een wijziging aan te brengen in het artikel. In de nieuwe tekst wordt het bestaande principe van gelijkheid gehandhaafd. Maar Ennahdha beijvert zich nu het hele artikel uit de grondwet te schrappen.

© Olivia Arthur / HH / Magnum

Wat dat betreft is het veelzeggend dat de kritiek van de Tunesische vrouwen zich eerst en vooral richt op Maherzia Laâbidi. Er wordt geroddeld over haar salaris, dat zij in euro's krijgt uitbetaald omdat zij in het parlement de Tunesiërs in het buitenland vertegenwoordigt. Daarnaast wekt de tegenstelling tussen haar academische en dubbele culturele achtergrond (ze heeft ook de Franse nationaliteit) enerzijds en haar uitlatingen, houding en gedrag anderzijds woede en wantrouwen op.

In alle woordenboeken staat dat het woord gelijkheid een vorm van autonomie impliceert Laten we hopen dat de vertegenwoordigsters van Ennahdha, los van al het verdere politieke gekrakeel, hun geheugen terugkrijgen en nog eens goed over hun uitlatingen nadenken, zodat ze niet langer een etalagepop of de spreekbuis van hun leiders zijn. Vooral moet worden voorkomen dat Tunesië nog verder verdeeld raakt. Want er is al genoeg verdeeldheid in dit kleine landje met zijn prille democratie. Monia Mouakhar Kallel

10 tot 24 november nr. 20 pagina 21

DO1_Arabische vrouwen.indd 21

06-11-12 14:51


dossier

fotodocument

Oosterburen Turkije staat onder druk Het drama van de Syrische vluchtelingen, de Koerdische kwestie en een gespannen verhouding met Rusland hangen als donkere wolken boven Oost-Turkije. Een regio met evenveel kansen als risico's. De Britse fotograaf, van Grieks-Cypriotische komaf, George Georgiou dwaalt al jaren in die contreien rond.

pagina 22 nr. 20 10 tot 24 november 2012

DO2_Turkije.indd 22

06-11-12 15:57


fotodocument

dossier

Š George Georgiou / HH

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 23

DO2_Turkije.indd 23

06-11-12 15:57


dossier

fotodocument

Grens der grenzen

O

ost-Turkije. De stilte die op deze foto’s lijkt te heersen is bedrieglijk. Dit is een regio in beweging, een knooppunt van continenten en culturen. Het dagelijks leven lijkt zich te voltrekken in een bijna lethargische kalmte. Maar voor hoe lang nog? In het zuiden ligt Syrië, van waaruit vluchtelingen en masse de grens over komen. Eind oktober was hun aantal opgelopen tot boven de honderdduizend, een ‘psychologische grens’ van wat Turkije aankan, volgens Ankara. De vrees bestaat dat

strijders van de Koerdische afscheidingsbeweging PKK van de situatie gebruik zullen maken om het land binnen te komen. Nu al begint de grenslijn tussen Turkije en Syrië te vervagen, doordat grote groepen Syrische soennieten, op de vlucht voor het geweld, zich in het grensgebied vestigen. Turkije ontfermt zich over hen, Syrië lijkt onverschillig. Oostwaarts liggen Irak en Iran (met Iraaks Koerdistan, de regio waar Koerden autonomie hebben, ertussenin.) Tegelijkertijd vinden over en weer artilleriebeschietingen

Een standbeeld van Atatürk bij een nieuwe school

plaats. Turkije hoopt dat de Verenigde Staten, met de verkiezingen achter de rug, haast zullen maken met het aanpakken van het Syrische probleem, maar probeert zelf een bilateraal conflict te vermijden. In het noorden ligt Rusland, bondgenoot van Syrië en vermoedelijke wapenleverancier voor het regime van president Assad. Turkije heeft recentelijk een Syrisch vrachtvliegtuig afkomstig van Moskou, gedwongen te landen in Ankara voor een inspectie.

pagina 24 nr. 20 10 tot 24 november 2012

DO2_Turkije.indd 24

06-11-12 15:59


fotodocument

dossier

Koerdische kinderen op weg naar school

Ishak Pasha Het Ishak Pashapaleis in het noordoosten van Turkije is een hoogtepunt van Ottomaanse architectuur. De ingang van het paleis is naar het oosten gericht, richting Turkije.

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 25

DO2_Turkije.indd 25

06-11-12 15:59


lage landen

nederland

Shoppen met Rem Koolhaas Le Monde – Parijs

Het Parijse warenhuis Galeries Lafayette met zijn indrukwekkende glazen koepel bestaat honderd jaar. Dat wordt gevierd met de tentoonstelling ‘Cent ans sous la Coupole’, bedacht en ingericht door de Nederlandse architect Rem Koolhaas.

H

et interview met de architect komt moeizaam op gang. In een ontvangstkamer op de zesde verdieping van de Galeries Lafayette aan de Boulevard Haussmann staat Rem Koolhaas al halverwege mijn eerste vraag op. Hij loopt naar het raam, draait zich om en met een staalblauwe blik zegt hij: ‘Over shopping praten vind ik niet interessant. Dit is

mijn eerste interview met Le Monde en ik heb het liever over andere dingen.’ Verbazingwekkend. In 2005 en 2010 publiceerde deze krant toch twee grote interviews met hem. Maar nu loopt de architect obstinaat de kamer uit. Rem Koolhaas in een warenhuis, dat lijkt een vanzelfsprekendheid. Al vanaf 1995 onderzoekt deze nu 67-jarige oprichter van het Office for Metropoli-

tan Architecture met zijn studenten in Harvard de veranderingen in de consumptiemaatschappij. Van dorpsmarkten tot shopping malls: hij heeft de hele geschiedenis van het winkelen bestudeerd. En nu organiseert hij in de Galeries Lafayette voor het honderdjarig bestaan een expositie over de geschiedenis van deze Parijse winkeltempel.

Nors

Deze geniale en tegelijk licht ontvlambare ontwerper van een hele reeks opvallende gebouwen is zowel uiterst gevoelig als doortastend, zowel vol overtuiging als totaal cynisch. Hoe dan ook, de man die het onverwachte in de architectuur aanprijst, praktiseert dat in het dagelijks leven kennelijk ook. Vijf eindeloos lange minuten later komt hij weer binnen. In een paar passen staat zijn lange, elegante silhouet weer bij het raam. Zwijgend lijkt hij de daken van Parijs te bestuderen. Dan zegt hij nors: ‘U weet dat ik er door iedereen van word beticht dat ik veel te commercieel ben en zelfs mijn grootmoeder nog voor om het even wat zou

verkopen. Daarom heb ik totaal geen zin om over shoppen of winkels te praten. Is dat duidelijk? Stel de vragen maar, dan zien we wel.’ Is het behoedzaamheid? Of een schot voor de boeg van een man die genoeg heeft van twistgesprekken en die dankzij zijn talent maar ook zijn overtuigingskracht zowel de rijke particulier uit Bordeaux als de Chinese topman heeft weten over te halen hun duurste projecten aan hem toe te vertrouwen? In elk geval is Rem Koolhaas over het onderwerp winkelen onstuitbaar. En zijn analyse is helder. Begin jaren negentig besloot de architect, die toen in Nederland, Japan en ook wel in Frankrijk bekend was om zijn Grand Palais in Lille (een congresen tentoonstellingscomplex annex theater) en de Villa Dall’Ava in SaintCloud bij Parijs (een stadsvilla), zelf ‘de handen uit de mouwen te steken’, zoals hij zegt. ‘Het werd toen duidelijk dat de markteconomie op alle terreinen oprukte. Dat hadden de jaren onder Ronald Reagan wel aangetoond. We zaten inmiddels in het systeem dat later YE$ (yen-euro-dollar) is gaan heten. Ik wilde de regels van dit systeem ontdekken, naar de kern gaan van wat markteconomie is. In zekere zin de vijand leren kennen. Om de verbanden van dit verschijnsel met mijn architectuur te kunnen onderzoeken, ben ik hoogleraar in Harvard geworden. Daar raakte ik geïnteresseerd in wat shopping precies is.’ Van 1995 tot 1997 stuurde hij een stuk of tien van zijn studenten erop uit om overal ter wereld uit te vinden welke

Het ‘lichtsculptuur Chrysalide’ van het warenhuis Galeries Lafayette door de Franse kunstenaar Yann Kersale. – © Yoan Volat / EPA

pagina 26 nr. 20 10 tot 24 november 2012

Lage Landen.indd 26

06-11-12 15:49


lage landen

nederland

Koolhaas mag dan een genie zijn, de architectenwereld verwijt hem dat hij een pact met de duivel sloot

veranderingen de druk van de commercie in de stedelijke omgeving teweegbrengt. Hij vroeg hen ook zich in de geschiedenis te verdiepen. Dat resulteerde in 2001 in een boek van achthonderd pagina’s: The Harvard Design School Guide to Shopping. Dit rijk geïllustreerde encyclopedische werk ontleedt die ontwikkelingen op tegelijk vrolijke en verontrustende wijze. Het is het werk van een ‘schrijver’ en ‘antropoloog’, benadrukt Rem Koolhaas. Maar ook dat van een technieksocioloog. Hij verdiept zich in de oude markten in kleine stadjes, in de winkelgalerijen die in de negentiende eeuw opkomen, maar hij is vooral geobsedeerd door shopping malls, zoals die in de jaren vijftig in de Verenigde Staten ontstonden, zo langzamerhand in de hele wereld voorkomen en waaromheen nu zelfs steden worden geconstrueerd. ‘Het winkelen had nooit zo’n onafwendbare transformatie van de stad kunnen veroorzaken zonder een serie grootse uitvindingen die de gebouwde omgeving systematisch hebben voorbereid en aangepast om de activiteit van de consument te herbergen en te stimuleren,’ schrijft Koolhaas in een ander boek, Mutations, dat in 2000 verscheen ter gelegenheid van een expositie in Bordeaux. Welke ‘grootse uitvindingen’ waren dat in zijn ogen? Ten eerste de airconditioning, die ‘nieuwe dimensies heeft gegeven aan besloten winkelruimtes door de consument een onontkoombaar aangename omgeving te bieden.’ Zonder frisse lucht kun je onmogelijk in die afgesloten ruimten zonder ramen verkeren. Maar daarbinnen kon nu de oude droom van de winkeliers om niet langer afhankelijk te zijn van het onvoorspelbare weer – denk aan de bazaar of de winkelgalerij – eindelijk werkelijkheid worden.

Roltrap

Maar het publiek moet zich binnen ook nog op een snelle en veilige manier kunnen bewegen. En daarvoor zorgt de roltrap, die ‘het klanten mogelijk maakt om zowel horizontaal als verticaal probleemloos afstanden te overbruggen in

de immer uitdijende shopping malls’. Terwijl de lift maar een klein aantal mensen kan vervoeren en dwingt tot opdeling van de ruimte, ‘ordent en verbindt de roltrap alle stromen’, constateert Koolhaas. Een kwantitatieve verbetering? Een kwaliteitsslag, corrigeert hij. Want de roltrap maakt het verschil tussen de etages ongedaan. ‘Domeinen die voorheen gescheiden waren, lopen nu naadloos in elkaar over en vormen één ononderbroken geheel. Zo kun je verschillende, ook in wezen onverenigbare ruimtes met elkaar verbinden, bijna tot in het oneindige.’ Maar klanten trekken is niet genoeg, men moet ze ook zien vast te houden en tot kopen zien te bewegen. Daartoe moet alles zorgvuldig worden geregisseerd: geluid, licht, geur, lucht. Zelfs de natuur, zegt Koolhaas. ‘De hele omgeving wordt gemanipuleerd ten gunste van de almacht van het consumeren.’ Airco, roltrap, kunstmatige natuur: bij dit winnende drietal hebben zich in de loop der jaren nog de barcode, de creditcard, en de chipkaart gevoegd. Ook die uitvindingen moeten voor een vlotte doorstroming van de klanten zorgen, maar zijn tegelijk bedoeld om ze te volgen en uit te vinden wat hun verlangens zijn. Het zijn allemaal voorzieningen die aantonen hoe sterk de invloed van de commercie is geworden. Na de historische stadscentra en de voorsteden, de pleinen en de straten, heeft het winkelen nu de stations, vliegvelden, musea, ziekenhuizen en natuurlijk internet veroverd. Tussen 1992 en 2000, schrijft Koolhaas in zijn Guide to Shopping, hebben Amerikaanse musea hun tentoonstellingsoppervlak met drie procent uitgebreid en hun winkeloppervlak met twintig procent. Dus wat nu? Eerst het monster in de muil kijken. Want Rem Koolhaas verwijt de architectenwereld dat ze een in hun ogen riskant en ondankbaar terrein hebben gemeden. Hij gaat daarbij voorbij aan het werk van enkele collega’s, zoals dat van de Fransman David Mangin over de rol van shopping malls bij de structurering van het landschap aan de stadsranden. Maar hij kan terecht

volhouden dat ‘al die ontwikkelingen zich zonder de betrokkenheid van architecten hebben voorgedaan’. Daarom wil hij tot actie overgaan. En juist daar beginnen de moeilijkheden en brandt ook de polemiek los. Hij mag dan een genie zijn, een groot deel van de architectenwereld verwijt hem wel dat hij een pact met de duivel gesloten heeft. En die duivel draagt in dit geval inderdaad Prada. Koolhaas heeft met het Italiaanse modemerk een contract getekend om een aantal winkels te restylen. Maar erger nog: van Benetton kreeg hij de opdracht om in Venetië de Fondaco dei Tedeschi te verbouwen, een vroeg-zestiende-eeuws koopmanspaleis aan het Canal Grande bij de Rialtobrug dat de stad in 2008 aan deze Italiaanse holding verkocht. Pleitbezorgers voor het behoud van cultuurgoed schreeuwden moord en brand. De plannen zijn nu op ijs gezet. Koolhaas zucht: ‘Europese steden gaan dood door zich blind te staren op hun verleden. Dit paleis stond leeg. Ik wil er geen megastore voor Benetton van maken, maar het zo verbouwen dat er plaats is voor alle ambachten die nog in Venetië te vinden zijn, en die in hun bestaan worden bedreigd. Dus het warenhuisconcept vernieuwen en aanpassen aan de plaatselijke context, met meer creatieve inbreng.’ Hij vindt het van essentieel belang om

Houzé, directeur marketing en initiator van de expositie. ‘Maar met zijn kennis over het fenomeen warenhuis heeft hij ons vooral ook helpen nadenken over de toekomst.’ En Koolhaas noemt meteen wat nieuwe inzichten. ‘Grote merken zijn in warenhuizen buitenproportioneel belangrijk geworden. Ze willen er alleen zitten op hún voorwaarden, die overal hetzelfde zijn. Zo verdwijnt het onverwachte uit het warenhuis. Het is hoog tijd voor een evenwichtiger relatie.’

Bedreigd fenomeen

Daarom roept de architect de warenhuizen op om een bedreigd fenomeen te redden: de markt. ‘Markten zijn vrijwel verbannen uit de grote steden. In Parijs merk je dat niet zo, daar vind je ze nog overal. In Amsterdam, zijn er nog maar een paar, waar ik zoveel mogelijk mijn boodschappen doe. Maar elders verdwijnen ze. Het warenhuis moet daar iets op verzinnen.’ En ten slotte roept hij de warenhuizen op om in te zetten op creativiteit. Anders gezegd: om cultuur en commercie te combineren. En als hij daarmee het risico loopt er ook in dit geval weer van te worden beticht alles ondergeschikt te maken aan het shoppen, dan moet dat maar. ‘Dat is nu eenmaal de realiteit. In theorie kunnen

‘U weet dat ik er door iedereen van word beticht dat ik veel te commercieel ben’

het warenhuis te verdedigen tegen de shopping mall. Het warenhuis is ‘de laatste stedelijke schakel in de historische ontwikkeling van het winkelen. vervolgens is men met de mall begonnen om alles te ontstedelijken. Hij legt uit: ‘In essentie is de mall een voorspelbare verzameling activiteiten. Een zich herhalende en herhaalbare formule. Daar tegenover vertegenwoordigt de stad het onvoorspelbare, het toevallige. Overigens zijn dat kenmerken die nu langzamerhand uit de steden verdwijnen. Daarom houdt de toekomst van de warenhuizen me zo bezig.’ De tentoonstelling die Koolhaas nu voor het honderdjarig jubileum van de Galeries Lafayette heeft gemaakt, gaat in de eerste plaats over de geschiedenis van deze Parijse winkel. ‘Zijn teams hebben in onze archieven totaal vergeten schatten gevonden,’ zegt Guillaume

cultuur en commercie wel los van elkaar bestaan. En misschien zou dat zelfs moeten. Maar in onze markteconomie kunnen ze niet anders dan permanent samengaan. Hoe onvermijdelijker dat is, hoe harder de puristen die twee juist willen scheiden. Maar het is hypocriet om dat te willen.’ Is Rem Koolhaas cynicus of realist? Hij heeft geen zin in een clichéantwoord en roept liever op ‘het publieke systeem te versterken en daarvoor nieuwe verbanden te zoeken’. Door met de private sector samen te werken? ‘Ja, daarmee ook natuurlijk.’ Nathaniel Herzberg

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 27

Lage Landen.indd 27

06-11-12 15:06


europa

spanje

China exporteert ook misdaad De Chinese gemeenschappen die zich in de loop der tijden in Europa hebben gevestigd, zijn altijd tamelijk gesloten gebleven voor hun omgeving. In Spanje en Italië, waar de Chinese immigratie van recente datum is, komt men erachter dat dit nijvere volk zich achter die façade ook wel met minder oorbare praktijken inlaat.

El Paìs – Madrid

Z

elfs in haar ergste nachtmerries zou de Chinese gemeenschap in Spanje zich niet hebben kunnen voorstellen dat een gebeurtenis zulke negatieve gevolgen voor haar imago zou hebben als de Operatie Emperador. Voor een gemeenschap waarin discretie een fundamentele waarde is – en een van haar sterke kanten – kan de informatie die naar buiten is gekomen niet funester zijn: bizarre verhalen over hoe criminele bendes de Spaanse staatskas zouden hebben opgelicht voor 35 miljard euro, gewelddadige afpersingspraktijken van de clan van bendeleider Gao Ping, corruptie en transacties die verband houden met prostitutie en drugs.

Niet over één kam

Een werkelijkheid die veel Spanjaarden zal verrassen, gewend als ze zijn aan het beeld van de Chinezen als een nijver, ondernemend en mystiek volk dat in staat is zaken die gedoemd zijn failliet te gaan toch te laten renderen. In die zin weerklinken nog de woorden van de topman van supermarktketen Mercadona, Juan Roig, die de Spanjaarden opriep ‘te werken als Chinezen’ teneinde de economie uit het slop te halen. De goeden mogen het niet met de kwaden ontgelden en de 170.000 Chinezen die in Spanje wonen mogen niet over één kam worden geschoren, maar zeker is dat de expansie van de Chinese activiteiten in Spanje en in de rest van de wereld gevolgen heeft die

op zijn minst tot nadenken stemmen. Zoals elke emigrant emigreert de Chinees om erop vooruit te gaan. Een nieuw leven in Europa of in Amerika is in veel gevallen de kortste – zij het kronkeligste – weg om dromen waar te maken. Maar dit migratieproces, dat zich in Italië en Spanje in een adembenemend tempo voltrekt, gaat niet gepaard met volledige sociale integratie doch blijft in te veel gevallen beperkt tot economische en commerciële contacten. En juist dit gebrek aan integratie in het gastland – stedenbouwkundig weerspiegeld in het concept van de ‘Chinatown’ – heeft ertoe bijgedragen dat er een ‘staat in de staat’ ontstaat, een soort Chinese extraterritoriale zone waarin zich qua rechtspraak of, bijvoorbeeld, arbeidsomstandigheden patronen aftekenen die worden bepaald door de Chinese gemeenschap en niet door de overheid. Operatie Emperador heeft een zeer omvangrijk netwerk van witwas- en belastingontduikingspraktijken blootgelegd. Niet vergeten mag worden dat bij andere politieacties, zoals de Operatie Wei, die in 2009 werd uitgevoerd door de Catalaanse politie (‘Mossos d’Esquadra’), delicten als mensenhandel en uitbuiting aan het licht kwamen. Alleen al in Mataró werden in de 72 Chinese textielateliers waar een inval werd gedaan meer dan 450 Chinezen uitgebuit met werkdagen van vijftien tot zeventien uur. De operatie, die de Amerikaanse zender CNN haalde, bracht ook belastingfraude aan het licht waarbij enorme partijen contant geld over de weg of per schip werden vervoerd naar andere Europese

Veel van degenen die in Madrid werden verhoord, verklaarden dat ze familie hadden in Milaan, Parijs of Amsterdam

bestemmingen die minder streng zijn bij het overmaken van geld, met de bedoeling om het geld van daaruit te versturen naar China. Bij deze operaties vallen twee aspecten op. Ten eerste: de uitbreiding op Spaans grondgebied van criminele intraChinese netwerken, die een piramidestructuur hebben en tegelijkertijd in verschillende sectoren actief worden. De import- en exportsector is de enige die in kaart is gebracht in de huidige operatie, maar waarschijnlijk gaat het er in andere sectoren waarin Chinese immigranten van oudsher actief zijn (restaurantwezen, textieldetailhandel, bemiddelingsbureaus, onroerend goed, cafés) niet veel anders aan toe. Het is lastig om in een paar zinnen uit te leggen maar het systeem – dat we ook in andere landen hebben onderzocht – werkt min of meer als volgt: de Chinese ondernemer ‘importeert’ via zijn netwerken en ‘slangenkoppen’ illegale arbeiders die hij jarenlang uitbuit in zijn bedrijven (restaurants, ateliers, winkels) totdat ze hun schuld hebben afgelost. Hun onzekere arbeids- en levensomstandigheden zijn soms erg zwaar, hoewel onze academici de situatie graag willen relativeren door ze te vergelijken met die in Chinese fabrieken, alsof mensenrechten zouden mogen verschillen naar gelang je afkomst. Als de nieuwe immigrant zijn schulden om naar het beloofde land te worden gebracht heeft afgelost, moet hij daarna nog betalen voor zijn legalisering en het verkrijgen van de vereiste papieren (waarvoor, verrassing, weer Chinese bemiddelingsbureaus nodig zijn die gecontroleerd worden door of onder invloed staan van dezelfde kopstukken). Tot slot sluit de immigrant een laatste onderhandse lening bij het netwerk af om zijn eigen zaak te beginnen en zo van uitgebuite illegaal zelf uitbuiter te worden. Van de uiterst geringe marge op het verkopen van tortilla’s en het in elkaar zetten van overhemden moet de nieuwe ondernemer zijn schuld zien af

te betalen en daarom neemt hij zijn toevlucht tot nieuwe illegale immigranten die hij op zijn beurt een schuld laat afbetalen en die hij uitbuit. Als de traditionele sectoren al bezet zijn door andere Chinezen, en als hij niet bang is aangelegd en geen scrupules heeft, wordt hij actief in volstrekt illegale sectoren, zoals de prostitutie, het gokwezen of de drugshandel. Een Chinese textielonderneming in Egypte liet weten dat op die manier een bordeel met Chinese hoeren was opgezet in de hoofdstad van dit overwegend islamitische land.

Klapper

Het tweede aspect, dat de situatie nog gecompliceerder maakt, is de internationalisering van de netwerken, die qua plaats van herkomst merkwaardigerwijs zeer geconcentreerd zijn. In het geval van Europa is de meerderheid van de Chinese immigranten afkomstig uit de regio Zhejiang waar de plaats Qingtian ligt, het epicentrum van de Chinese emigratie naar Spanje en Italië, een regio die zich dankzij de overgemaakte bedragen versneld heeft ontwikkeld. Deze immigranten, die aanvankelijk in Nederland en Frankrijk aankwamen en later in het Middellandse Zeegebied, zijn uitzonderlijk mobiel en zeer goed georganiseerd. Ze gaan daarheen waar ze werk kunnen vinden of zaken kunnen doen, waar ze een klapper kunnen maken zodat ze kunnen stoppen met werken en naar China kunnen terugkeren, waar ze het geld het makkelijkst naar huis kunnen sturen zonder er belasting over te hoeven betalen. Veel van degenen die enkele maanden geleden in de Madrileense wijken Cobo Calleja en Usera werden verhoord, verklaarden dat ze familie hadden in Milaan, Parijs of Amsterdam. Spanje, dat een van de laatste landen in West-Europa is waar Chinese emigranten terechtkomen, zou naar zijn buurlanden moeten kijken om ernstige fouten te voorkomen, de integratie te stimuleren en situaties als in Prato te

pagina 28 nr. 20 10 tot 24 november 2012

Europa.indd 28

06-11-12 10:57


europa

spanje

Een Spaanse agent voert de ontruiming van een Chinees bedrijf in Madrid uit in het kader van Operatie Emperador – © Fernando Alvarado / EFE

Prato is het centrum van witwaspraktijken voor de Chinese maffia’s in heel Europa

vermijden. In deze plaats in Toscane, op zo’n dertig kilometer van Florence, zijn voortdurend spanningen tussen de Chinezen en de plaatselijke bewoners. De eerste Chinezen kwamen begin jaren tachtig aan in Prato, de traditionele bakermat van de kostbaarste geweven stoffen van Europa, waar ze werk vonden in de Italiaanse familiebedrijven die hun stoffen exporteerden

naar heel Europa. In minder dan een decennium ontstond de eerste generatie Chinese textielondernemers en tegenwoordig controleren ze 60 procent van de sector, met meer dan 4.800 ondernemingen en een officieel inwonertal van 25.000 Chinezen op een totaal van 200.000. De onderwereld heeft in hetzelfde tempo vaste voet aan de grond gekregen en zo is de plaats een centrum geworden van illegale activiteiten en witwaspraktijken van het zwarte geld van de Chinese maffia’s van heel Europa. ‘De criminaliteit onder Chinezen in de regio is de hoogste van alle buitenlanders,’ zegt een politie-inspecteur met meer dan tien jaar ervaring. In de stad leven de mensen langs elkaar heen, een soort apartheid tussen Chinezen en plaatselijke bevolking. De Italianen hebben grote moeite met de rijkdom van de Chinezen en beschuldi-

gen hen ervan de belasting te ontduiken en niet te zorgen voor toegevoegde waarde in de regio: de stoffen, de machines, de arbeiders en de distributeurs zijn allemaal Chinees. Alleen de klanten zijn Italiaans. Hoe profiteert de regio er dan van? De Chinezen zijn het er niet mee eens dat ze allemaal over één kam worden geschoren. En de politiek heeft het er alleen nog maar ingewikkelder op gemaakt: in 2009 werd een anti-Chinese populist, Roberto Cenni, verkozen tot burgemeester en sindsdien staan de gemeenschappen verder van elkaar af dan ooit. Geen optimale voedingsbodem voor de oplossing van een probleem dat zowel in Spanje als in Italië meer aanpassing van Chinese kant vergt, waardoor bijvoorbeeld de spreiding van de rijkdom wordt verbeterd door plaatselijk personeel aan te nemen, en meer tolerantie van onze

kant, voor een groep die terecht invloed en prestige heeft verworven in onze samenleving. Heriberto Araújo en Juan Pablo Cardenal

Het Spaanse dagblad El País heeft een uitgebreide serie geschreven over ‘Operación Emperador'. Bendeleider en de inmiddels gedetineerde Gao Ping (45) was een graag geziene gast in het Madrileense kunstcircuit. Hij was niet alleen eigenaar van de galerie Gao Magee, maar ook een zeer bekende promotor van Chinese kunst in Spanje en Spaanse kunst in China. Ping woont sinds 1989 in Spanje met zijn vrouw en drie kinderen.

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 29

Europa.indd 29

06-11-12 10:57


europa

ierland

De recessie is goud voor de dumpmarkt

spullen aan stabielere economieën, zoals Duitsland. We hadden het geluk dat de Duitsers nog altijd wilden kopen,’ zegt Keys vergenoegd.

Sunshine Coast The Guardian – Londen

De Keltische tijger ligt op apegapen, maar de broers Jonnie en Derek Keys eten er geen boterham minder om. Integendeel. Toen de globalisering aan hun deur klopte, hebben zij die wijdopen gezet. Spanje en inmiddels ook in Australië. De afgelopen jaren, nadat de ‘Keltische tijger’ de geest had gegeven, hadden desastreus kunnen verlopen, maar de broers zagen kansen om hun bedrijf uit te breiden. ‘Toen Lehman Brothers failliet ging en er een wereldwijde recessie volgde, viel het ons op dat er overal een overschot ontstond aan apparatuur en machines. Wij konden onze klanten die hun spullen kwijt wilden, ter wille zijn. Wij konden die spullen van hen overnemen om ze vervolgens in andere delen van Europa weg te zetten, of ze te exporteren naar groeimarkten elders ter wereld,’ zegt Keys.

Inmiddels opereren de broers echt wereldwijd, met een nieuwe vestiging in de buurt van Brisbane, aan de Sunshine Coast van Australië. ‘We houden van al onze vestigingen bij wie er kopen, en de laatste jaren viel ons op dat er steeds meer Australiërs op de markt opereerden. Om daar op in te spelen, en om zowel dicht bij een haven te zitten als dicht bij de mijnbouwindustrie, hebben we voor een locatie in de buurt van Brisbane gekozen,’ zegt Jonnie Keys. Met die nieuwe locatie waren ze in staat te voldoen aan de nauwelijks te stillen vraag naar grondverzetmachines, graafmachines, tractoren, mobiele boorapparatuur en generato-

Na de tsunami kon Australië geen machines meer uit Japan betrekken, want Japan had ze zelf nodig

© Chris Rank/Corbis

E

conomen proberen sinds jaar en dag de kunst van het voorspellen van een recessie te perfectioneren, maar er zijn ook mensen die geloven dat daartoe ook overduidelijke signalen kunnen dienen die niets van doen hebben met wiskunde of computermodellen. Voor Jonnie en Derek Keys, twee Ierse broers die zware voertuigen en machines veilen in de provincie Tyrone, is een dergelijk signaal de piek in machines voor de bouw die tegen dumpprijzen op de markt komen. Op het hoofdkwartier van Euro Auctions in het landelijke Tyrone heeft Jonnie Keys onlangs een toename geconstateerd in de aantallen graafmachines, laders, vrachtwagens en andere machines die worden verkocht vanuit Italië. ‘We wisten al dat er in Spanje een overschot was ontstaan aan voertuigen, graafmachines, vrachtwagens en generatoren. Nu valt ons op dat er ook in Italië een grote hoeveelheid spullen wordt aangeboden tegen bodemprijzen. Dat is onmiskenbaar een teken van een terugval in Italië, een waarschuwing dat het de verkeerde kant opgaat, vooral in de bouwwereld,’ zegt Keys, terwijl hij zijn blik over zijn enorme veilingterrein laat glijden. Op deze plek, in het dorpje Dromore, op een stuk land waar al vele generaties Keys hebben geboerd, hebben Jonnie en Derek hun Euro Auctions uitgebouwd van een bedrijf met een omzet van vier miljoen pond in 1998 tot een bedrijf met een omzet van 220 miljoen pond in het afgelopen jaar. Het eerste jaar organiseerden ze twee veilingen van voertuigen en machines voor in fabrieken of voor in de bouw. In 2012 waren dat er al 22. Het bedrijf is opgezet in Ierland, maar gaandeweg uitgebreid met een veilingterrein van tien hectare in Leeds, en later met vestigingen in Duitsland,

Onder hun klanten bevinden zich zowel banken die voertuigen en andere machines hebben teruggevorderd, als particulieren die zich gedwongen zien te verkopen teneinde hun schulden te betalen. Zelfs toen de diepe recessie de Keltische tijger de nek omdraaide en de bouw in Ierland vrijwel stil kwam te liggen, realiseerden de broers zich dat er op het eiland nog altijd geld viel te verdienen. ‘Er was een enorm overschot aan machines voor de bouw. Een deel ervan hadden we destijds zelf gekocht voor onze klanten, teneinde de hausse in de Ierse bouw het hoofd te kunnen bieden. Na 2006-2007 verkochten we dezelfde

pagina 30 nr. 20 10 tot 24 november 2012

Europa.indd 30

06-11-12 10:58


europa

griekenland

Voor de broers is het ondenkbaar om vanuit een andere plek te opereren dan het 1600 inwoners tellende dorp waar ze zijn opgegroeid

Nood leert de Grieken bidden I Kathimerini – Athene

De zeldzame uitstalling van een icoon van de berg Athos in Thessaloniki trekt drommen Grieken. Ze gaan ervoor op de knieën, en smeken om kracht om ‘te ren voor de Australische mijnbouw. Afgezien van de fenomenale groei in Australië, die duizenden gastarbeiders uit Ierland aantrok, was er nog een gebeurtenis die de groei van Euro Auctions in de hand werkte: de tsunami in Japan. ‘Normaal gesproken zouden de Australiërs hun machines uit Japan hebben gehaald, maar na de tsunami moesten veel van die spullen in Japan zelf blijven voor de wederopbouw. Wij konden in dat gat springen.’ Ze zien de nieuwe vestiging in de Pacific ook als een springplank voor nieuwe markten als Maleisië, Bangladesh en de Filippijnen. ‘Momenteel vertrekt er minstens één container per dag uit Dromore naar die landen. En mocht de recessie ook toeslaan in Australië, dan kunnen we alle overbodige machines afzetten in die nieuwe markten.’

Hypersnel

In het hoofdkwartier, met de afmetingen van een vliegtuighangar en met uitzicht op de bergen niet ver van de grens met de provincie Donegal, werken de broers aan de installatie van een nieuw hypersnel breedbandnetwerk dat is aangesloten op een trans-Atlantische glasvezelkabel. Dankzij de technologie is er minder dan een halve seconde vertraging tussen een veiling in Dromore of Leeds en iemand die een bod doet in Dubai of Texas. Voor de broers is het ondenkbaar om vanuit een andere plek te opereren dan het 1600 inwoners tellende dorp waar ze zijn opgegroeid en waar ze nog altijd wonen. ‘Het maakt ons niet uit of we een graafmachine leveren aan iemand die een uurtje over de grens woont, of aan iemand aan de andere kant van de wereld. De voertuigen en machines moeten ergens vandaan komen – dus waarom niet uit Dromore?’ Henry McDonald

ontsnappen aan de werkelijkheid’.

D

e gelovigen komen zodra het licht wordt, en tot aan de avond – wanneer de kerk van de Heilige Demetrius van Thessaloniki de deuren sluit – drommen de mensen naar binnen. Sinds 14 oktober is er elke dag sprake van een ware mensenzee. Geduldig en zwijgend wachten ze op hun beurt, soms urenlang, om te kunnen knielen voor de wonderbaarlijke icoon en te vragen om hun dagelijkse angsten en teleurstellingen in hoop om te zetten. Mensen van alle leeftijden komen met elkaar in aanraking zonder elkaar te kennen. Ze komen uit Thessaloniki, maar ook van veel verder – uit Macedonië, Thessalië en zelfs van de Peloponnesos. Eén voor één trekken ze aan de met bloemen bedekte icoon voorbij, die de Gezegende Maagd voorstelt – de beroemde Axion Esti van de berg Athos – omhelzen haar en doen een voetval. ‘Ik ben christen. Ik ben gekomen om de Maagd te smeken ons te helpen, mijn familie en mijzelf, om deze storm te doorstaan,’ verklaart Katerina Dimitsa. Ze heeft de reis gemaakt vanuit haar dorpje in de buurt van het noordelijke Pella. ‘Het enige wat ons rest is het geloof, alleen het geloof kan ons helpen deze crisis te boven te komen,’ voegt

Eleni Papadopoulou, uit Thessaloniki, eraan toe. ‘We willen ontsnappen aan de werkelijkheid.’ Voor deze vrouwen is het zien en aanraken van de Axion Esti een unieke gelegenheid: de icoon bevindt zich van oudsher in het klooster van de Protatonkerk in Karyes op de heilige berg Athos, gelegen op het gelijknamige schiereiland dat wordt bevolkt door monniken uit verscheidene orthodoxe landen en waar nog altijd de regel van het abaton geldt, die iedere vrouwelijke aanwezigheid verbiedt. En de Axion Esti verlaat slechts bij hoge uitzondering haar heiligdom.

Aanbidders

Ditmaal is die uitzondering gemaakt vanwege de viering van de honderdste verjaardag van de hereniging van Thessaloniki, dat vroeger een integraal onderdeel van het Ottomaanse Rijk vormde, met Griekenland. Maar volgens de kerk is de verplaatsing van de icoon vooral bedoeld om ‘geestelijke en morele steun te bieden aan het lijdende Griekse volk’. Sindsdien is ze het doel van een ongekende stroom aanbidders. In gewone tijden zou iedere gelovige aan de voet van de icoon, die er bekend

‘Het enige wat ons rest is het geloof, alleen het geloof kan ons helpen deze crisis te boven te komen’

De bedevaarten naar heilige plekken nemen hand over hand toe, de kerken zitten barstensvol’

om staat gebeden om voorspoed en genezing te verhoren, een geldstuk of sieraad hebben achtergelaten om de kerk te steunen bij haar goede werken. ‘Maar tijdens deze crisis is dat niet langer het geval. Er zijn maar weinigen die nog iets achterlaten – de meeste mensen hebben helemaal niets meer,’ verklaart pater David, die zich voor deze in de zesde eeuw geschilderde icoon heeft opgesteld. In deze jaren waarin armoede en onzekerheid tot depressies leiden, wenden veel Grieken zich steeds meer tot de godsdienst. De bedevaarten naar heilige plekken als de berg Athos nemen hand over hand toe en de kerken zitten barstensvol. ‘Het is altijd zo geweest dat mensen geneigd zijn hun toevlucht te nemen tot het bovenzinnelijke om aan de werkelijkheid te ontsnappen als ze het gevoel hebben dat er geen hoop meer is,’ meent Christos Arabatzis, hoogleraar theologie aan de universiteit van Thessaloniki. De kerk van haar kant blijft niet lijdzaam toezien bij dit fenomeen. Zo houdt de kloostergemeenschap van de berg Athos zich in deze moeilijke tijden niet langer afzijdig van de maatschappij. Ze financiert gaarkeukens, rekruteert artsen die gratis de meest kwetsbaren verzorgen, en vraagt leerkrachten gratis cursussen te geven aan werklozen om hun reïntegratie te bevorderen. Stavros Tzimasw

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 31

Europa.indd 31

06-11-12 10:58


de amerika’s

verenigde staten

Als het wereldelectoraat zou hebben mogen stemmen Foreign Policy – Washington

Wie er in het Witte Huis zit, raakt ons allemaal. Deze wereldkaart van Foreign Policy toont niet de voorkeur van regeringen of leiders voor wie de telefoon opneemt in Washington, maar van burgers overal ter wereld, die hopen dat de VS hen zullen helpen, of juist met rust zullen laten.

O

piniepeilingen doen vermoeden dat de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2012 in de wereld niet zo nauwlettend zijn gevolgd als die van 2008, toen een waanzinnig populaire Barack Obama begon aan zijn missie om de zeer impopulaire George W. Bush op te volgen. Uit onderzoek bleek zelfs dat 40 procent van de Russen in oktober nog niet eens wist dat er in de Verenigde Staten een verkiezingsstrijd gaande was. Maar dat wil niet zeggen dat de uitkomst de mensen in het buitenland niets kan schelen. Uit een recente peiling van UPI/C-Voter/WIN-Gallup International onder meer dan 26.000 respondenten in 32 landen, bleek dat 62 procent vindt dat de Amerikaanse president een grote of zelfs zeer grote invloed heeft op hun leven. En 42 procent trekt daaruit de conclusie dat ze precies om die reden stemrecht zouden moeten hebben bij die verkiezingen. Hoe zouden de verkiezingen er dan uitzien als de wereld echt mee kon stemmen? Totaal anders dan de nekaan-nekrace die zich in de Verenigde Staten dit jaar ontspon. In 31 van de 32 landen uit de peiling werd de voorkeur gegeven aan Barack Obama boven Mitt Romney. Hetzelfde geldt voor 20 van de 21 landen uit een onderzoek van de BBC World Service/GlobeScan/ PIPA. Van de respondenten uit de UPI-peiling zei 51 procent voor Obama te kiezen. De 18 procent die aangaf op geen van beiden te stemmen was hoger dan het percentage dat op de Republikeinse kandidaat zou stemmen (12 procent). In het onderzoek van de BBC koos 50 procent voor Obama en slechts 9 procent voor Romney.

Als dergelijke resultaten in krantenkoppen zouden worden vertaald, zou het niet geheel juiste beeld kunnen ontstaan dat de wereld dol is op Obama en afwijzend staat tegenover Romney. Maar een rondje langs alle peilingen die de afgelopen maanden in het buitenland zijn gedaan, levert een veel genuanceerder beeld op. De Fransen bijvoorbeeld, ondersteunen de Amerikaanse president in drommen, terwijl de Pakistani beide kandidaten verwerpen, en de meeste landen zitten daar ergens tussenin. In termen van de Amerikaanse politiek zou het wereldelectoraat als volgt kunnen worden verdeeld.

De ‘rode’ staten

Eigenlijk is er maar één echt ‘rood’ buitenland in deze verkiezing, dat wil zeggen een land dat in meerderheid voor de Republikeinse kandidaat zou kiezen. Dat is Israël. Volgens een peiling van vorige week van het Israel Democracy Institute en Tel Aviv University, vond 52 procent van de Israëliers dat het voor de Israëlische belangen beter zou zijn als Romney zou winnen, tegenover 25 procent voor Obama. Deze verdeling was groter onder de Joodse Israëliërs, die met 57 tegen 22 procent achter Romney stonden, waarbij de conservatieven de grootste aanhang vormden. De meerderheid van de stemmen van de Arabische bevolking van Israël ging daarentegen naar Obama: 45 tegen 15 procent voor Romney. Eerder deze herfst werd uit een onderzoek van YouGov-Cambridge geconcludeerd dat 0 procent van de Palestijnse respondenten dacht dat

ze bij een overwinning van Romney positiever tegenover de Verenigde Staten zouden komen te staan (bijna 50 procent zei dat het geen enkel effect zou hebben op hun houding). Tijdens zijn campagne heeft Romney een agressief standpunt ingenomen met betrekking tot het Iraanse atoomprogramma, het belang van Amerikaans-Israëlische betrekkingen herhaaldelijk benadrukt (hij bezocht deze zomer Jeruzalem), en zich sceptisch uitgelaten over de Palestijnse wil om een vredesakkoord met Israël te bereiken. Premier Benjamin Netanyahu heeft zich voor Obama noch voor Romney uitgesproken, maar de Israëlische pers heeft er op gezinspeeld dat inmenging van de premier in de race wel eens tot Amerikaanse vergeldingen zou kunnen leiden als Obama zou worden herkozen.

De ‘blauwe’ staten

In de hele wereld hadden Obama en zijn Democraten waarschijnlijk geen trouwere vriend dan Frankrijk. In peiling na peiling voerde Frankrijk de afgelopen weken de lijst van Obamaaanhangers aan, waarbij de steun, afhankelijk van de peiling, varieerde tussen de 70 en 90 procent. De socialistische president François Hollande lijkt een van de grote aanjagers te zijn, hoewel hij zich realiseert dat dit wel eens onbeantwoorde liefde zal kunnen blijken in een campagne waarin Romney Obama heeft beschuldigd van pogingen de Verenigde Staten te veranderen in een ‘Welvaartsstraat à la Europa’. Hollande grapte onlangs dat hij Romney eigenlijk zou moeten steunen om diens kansen te verkleinen.

Veel West- en Noord-Europese landen – inclusief Denemarken, Finland, Duitsland, IJsland, Ierland, Zweden, Zwitserland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk – zijn al even enthousiast, hoewel de UPI-peiling doet vermoeden dat landen als Finland en Ierland minder geestdriftig over Obama zijn dan bijvoorbeeld Duitsland. Een aantal Zuid- en Oost-Europese landen – Italië en Tsjechië – behoort ook tot deze categorie. In Nederland sprak 65 procent van de respondenten zich uit voor Obama. Elders zijn Brazilië, Canada, Colombia en Panama fervente Obama-aanhangers met percentages van rond de 60. Obama scoort percentages tussen de 50 en 60 in Australië en het Verre Oosten (zoals Indonesië, waar Obama als jongetje woonde, en Zuid-Korea), en boven de 60 en 70 in Afrikaanse landen als Kameroen en Nigeria. Volgens de BBC-peiling is de steun voor Obama fiks toegenomen in Brazilië, Indonesië en Panama (Obama is zelfs zo populair in Brazilië, dat minstens 16 kandidaten tijdens de gemeenteraadsverkiezingen daar onlangs als stemmentrekker zijn naam gebruikten).

Er is maar één echt ‘rood’ buitenland dat in meerderheid voor de Republikeinse kandidaat zou kiezen. Dat is Israël

pagina 32 nr. 20 10 tot 24 november 2012

Amerikaas.indd 32

06-11-12 15:31


de amerika’s

verenigde staten

De ‘lichtblauwe’ staten

Er zijn overlappingen met andere categorieën, maar deze landen vormen een speciale groep: ze zijn de afgelopen vier jaar allemaal teleurgesteld geraakt in Obama. Deze landen zijn als de door Romneys kandidaat voor het vicepresidentschap Paul Ryan op het partijcongres genoemde jonge mensen ‘die naar de verbleekte posters van Obama staren’.

Dalende steun

In Kenia, ooit het thuisland van Obama’s overleden vader, nam de steun voor diens zoon volgens de BBC af van een onthutsende 87 procent in 2008 naar 66 procent nu, terwijl de steun voor zijn Republikeinse uitdager steeg van 5 naar 18 procent (interessant genoeg vond UPI nog steeds een aanhang van 83 procent in Kenia). ‘Vergeleken met andere voormalige Ame-

rikaanse presidenten en met name president George W. Bush, die zeer laag scoorde toen hij het ambt verliet, heeft de regering-Obama de betrekkingen met Afrika op geen enkele manier verbeterd of enig economisch of sociaal beleid afgekondigd dat Afrikanen begunstigt,’ merkte de Keniaanse advocaat Dann Mwangi onlangs op in The Standard (hoewel de Obama-manie kennelijk nog bloeit in het dorp van Obama’s vader). Dezelfde peiling liet een dalende steun voor Obama zien van 54 naar 43 procent in Mexico, van 35 naar 28 procent in China en van 38 naar 34 procent in Polen. Een onderzoek van het Pew Research Center dit voorjaar bevestigde deze resultaten: het vertrouwen in Obama’s leiderschap kelderde in China met 24 procentpunten sinds 2009 en in Mexico en Polen met respectievelijk 13 en 12 punten.

De peiling van Pew gaf ook te zien dat het vertrouwen in Japan en Spanje was gedaald met 11 punten, hetgeen wellicht verklaart waarom peilingen in deze twee landen zo variëren. In onderzoeken onder de Spanjaarden, waarin Obama tegen Romney werd afgezet, liepen de resultaten uiteen tussen de 45 en 77 procent steun voor de zittende president (peilingen in Portugal waren vergelijkbaar). In Spanje schroefde Romney zijn populariteit waarschijnlijk niet op door het land in zijn eerste debat als waarschuwende illustratie van fiscale onverantwoordelijkheid te gebruiken. Uit BBC- en UPI-peilingen bleek rond 30 procent steun voor Obama in Japan, terwijl volgens Pew 66 procent van de Japanse respondenten vond dat Obama diende te worden herkozen. Romney, die in peilingen in Polen tot 16 procent kwam, deed het daar

de Chinese media veroordeelden het ‘afkraken’ van hun land door beide kandidaten

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 33

Amerikaas.indd 33

06-11-12 15:31


de amerika’s

verenigde staten

Poetin heeft Romneys kenschets van Rusland als Amerika’s voornaamste geopolitieke vijand weggewuifd en Obama omschreven als een ‘heel eerlijke man’

iets beter dan John McCain in 2008 (Romney bezocht Warschau tijdens zijn buitenlandse reis deze zomer en beschuldigde daar de regering-Obama ervan de Poolse bondgenoot in de steek te hebben gelaten om de Russen te sussen). Maar in China, het enige land in het onderzoek van Pew waar de verkiezingsstrijd dit jaar nauwgezetter werd gevolgd dan in 2008, heeft Romney niet geprofiteerd van de tanende steun aan Obama. In plaats daarvan veroordeelden de Chinese media en regeringsfunctionarissen herhaaldelijk het ‘afkraken’ van hun land door beide kandidaten. Het is veelzeggend dat terwijl Obama Romney in de UPI-peiling met 38-16, en in de BBC-peiling met 28-9, versloeg, ten minste de helft van de respondenten in de peilingen voor geen van de twee enig enthousiasme kon opbrengen.

De ‘swing states’

In deze exercitie zijn ‘swing states’ niet de staten die beide kanten op zouden kunnen vallen, maar landen waar de steun voor de kandidaten mat was en waar grofweg te minste de helft van de bevolking voor geen van beiden zou stemmen. Men zou kunnen stellen dat deze zwijgende meerderheden aarzelden, maar Obama noch Romney kon er zeker van zijn in deze landen potten te breken. Lichtblauwe landen als China, Mexico en Polen zouden ook in deze categorie passen. Maar dat geldt voor meerdere landen waar Obama tussen de 20 en 40 procent scoorde en Romney de 10 procent niet haalde of daar net boven zat. In deze categorie vielen onder andere Peru in Zuid-Amerika, Hongkong, India en Maleisië in Azië, Irak, Libanon, Saoedi-Arabië, Tunesië en Turkije in het Midden-Oosten, en Bul-

garije, Georgië, Macedonië, Roemenië en Slowakije in Oost-Europa. Griekenland, momenteel het centrum van de Europese schuldencrisis, zou zich ook in dit kamp kunnen scharen, aangezien volgens Pew slechts 45 procent van de Griekse respondenten vond dat Obama zou moeten worden herkozen. In datzelfde onderzoek was maar 18 procent van de Egyptische respondenten voor de herverkiezing van Obama, en maar 29 procent zei vertrouwen te hebben in Obama’s leiderschap – en dat betekende een daling van 13 procentpunten ten opzichte van 2008 (we weten weinig van de mening in andere explosieve landen in het Midden-Oosten, zoals Libië en Syrië, maar meer dan de helft van de respondenten in het onderzoek van YouGov/Cambridge daar zei dat Romneys verkiezing geen gevolgen zou hebben voor hun gevoelens ten aanzien van de Verenigde Staten). Zoals een hoogleraar uit Cairo tegen Reuters zei, heeft Obama ‘niet aan de verwachtingen voldaan’, maar ‘is hij veel beter dan Romney’. In Rusland versloeg Obama volgens het onderzoek Transatlantic Trends van het Duitse Marshall Fund Romney met een marge van 27 tegen 12 (maar een peiling die vorige week door het Russische Levada Center werd uitgevoerd, leverde 41 tegen 8 op). De Russische president Vladimir Poetin heeft Romneys kenschets van Rusland als Amerika’s voornaamste geopolitieke vijand weggewuifd en Obama omschreven als een ‘heel eerlijke man’.

Amerikanen is alleen maar aangewakkerd door drone-aanvallen en de commandoraid tegen de schuilplaats van Osama bin Laden. Een verrassende uitkomst van de BBC-peiling was dat meer Pakistani voor Romney kozen (14 procent) dan voor Obama (11 procent). Maar belangrijker is dat de overgrote meerderheid van de Pakistani voor geen van beiden wilden stemmen. Het UPI-onderzoek kwam tot een vergelijkbare conclusie, met 13 procent van de stemmen voor Obama, 9 procent voor Romney en bijna 50 procent van de respondenten die zei geen van beide kandidaten goed te vinden of geen verschil te zien. Ook dit is geen nieuw fenomeen in Pakistan. In het Pew-onderzoek zei 7 procent van de Pakistani vertrouwen te hebben in Obama’s leiderschap, tegen 13 procent vier jaar geleden. Met krantenkoppen als ‘Slechte keuze voor Amerikanen’ en ‘Amerikaanse verkiezingen van geen betekenis voor Pakistan’ is het duidelijk dat de Pakistaanse pers de publieke opinie deelde. ‘Onafhankelijk van partijkleur zal de Amerikaanse president doen wat Buitenlandse Zaken, het Pentagon of de CIA denken dat het beste is voor hun land,’ schreef Tughral Yamin onlangs in Pakistans The News International. ‘Wij moeten ons concentreren op de hervorming van ons eigen land op een

manier die alle toekomstige functionarissen van het Witte Huis serieus zullen nemen.’ Welke algemene lessen kunnen we leren uit al deze statistieken? Volgens de UPI-gegevens noemden de enthousiaste supporters van Obama met name zijn bekwaamheid, persoonlijkheid en persoonlijke achtergrond als belangrijkste factoren die hun (theoretische) stem beïnvloedden, terwijl landen waar de waardering stevig is gedaald of die Romney steunden, het meer het beleid van de kandidaat ten aanzien van hun land in aanmerking namen. Nog algemener gesproken lijkt het erop dat, enkele uitzonderingen daargelaten, Israël Romney-land was en Noord- en West-Europa Obamaland, met een sceptische rest van de wereld daartussenin. In 2016 mogen we onze voorkeur weer uitspreken – ook dan: zonder consequenties. Uri Friedman

De uitzondering: Pakistan

Pakistan verdient voor de consequente en overweldigende oppositie tegen beide presidentskandidaten een eigen categorie. De vijandigheid jegens de

pagina 34 nr. 20 10 tot 24 november 2012

Amerikaas.indd 34

06-11-12 15:31


de amerika’s

peru

De vreedzame coëxistentie van cacaoboon en cocablad La República – Lima

Bijna 40 procent van de mondiale productie van cocabladeren is afkomstig uit Peru, de tweede producent na Colombia. Maar in het hartgebied van de cocaproductie komt een concurrent opzetten: de cacaoboon.

Z

ittend op een bank naast zijn huis in Puerto Amargura legt Felipe Loayza me uit waarom hij besloten heeft te stoppen met het verbouwen van coca en te beginnen met cacao. ‘Vroeger bewerkte ik dat kleine perceeltje,’ zegt hij, en hij wijst naar de cocaplanten die op een heuveltje groeien, vijftig meter verderop. ‘Maar het leverde niet genoeg op, ik was te veel kwijt aan bestrijdingsmid-

delen en ik had veel mankracht nodig voor de oogst.’ Hij heeft het perceel nu verpacht aan iemand die de bladeren oogst. ‘Verwerkt hij ze tot cocapasta?’ Dat wil Felipe liever niet weten. In Puerto Amargura, zoals in de meeste dorpen in de valleien van de rivieren de Apurímac, de Ere en de Mantaro in de regio Vraem, vormen de coca en de drugshandel de belangrijkste economische activiteit. Felipe zegt dat de boeren

vroeger de bladeren lieten weken om cocapasta te maken en dat het praktisch onmogelijk was om de penetrante stank van de daarbij gebruikte kerosine kwijt te raken. ‘Maar we ruiken al weer een tijdje helemaal niks meer.’ ‘De Loayza’s verbouwden coca op hun helling,’ legt Andrés Hurtado (45 jaar) me uit op zijn boerderij in Nueva Esperanza, het dorp verderop. ‘Ik had hun gezegd dat ze cacao moesten zaaien, maar ze wilden aanvankelijk niet. Ze waren bang dat ze erbij zouden inschieten. Nu zeggen ze dat ze mensen nodig hebben omdat de cacao veel oplevert.’

In het district Llochegua is Andrés Hurtado een soort cacaogoeroe geworden. Hij heeft landbouwwetenschappen gestudeerd in Huamanga, in het zuiden van Peru, en is na een tijd in Tocache te hebben gewoond waar hij leerde de kostbare bonen te verbouwen, weer teruggekeerd naar de streek waar hij is geboren. In 2003 begon hij de boeren advies te geven. Hij was een van de eersten in het district die contracten sloot met de UNODC (United Nations Office on Drugs and Crime) om de cocaplanten vrijwillig uit de grond te trekken. ‘De eigenaren van omliggende percelen waren woedend.

‘Met een productie van een ton per hectare, is cacao rendabeler dan cocaïne’

Graven in een berg cocabladeren op de Eterezama markt in Chapara, Bolivia © Jorge Uzon / Corbis

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 35

Amerikaas.indd 35

06-11-12 15:32


de amerika’s

peru

De oorsprong van de coca Belangrijkste velden

hij in 2005 met coca is begonnen nadat hij een stuk grond had gekregen dat toebehoorde aan zijn familie in Villa Progreso. Maar toen de prijzen begonnen te dalen, is hij weer overgestapt op cacaobonen, aangemoedigd door de coöperatie El Quinacho. Vorig jaar is Maestrani, de Zwitserse chocolatier, zelfs naar Canayre gekomen om een documentaire te maken over de cacaoboeren die aan hem leveren. In Canayre leven de boeren die legale producten verbouwen en de cocaboeren vreedzaam naast elkaar. Iedereen kent elkaar, maar niemand bemoeit zich met de zaken van een ander. We komen aan bij de boerderij van Moisés Figueroa (62 jaar). Hij heeft pas gewied, en we lopen over een laag droge bladeren die onder onze voeten kraken. Moisés is een van de grootste cacaoboeren van Canayre. Zijn boerderij produceert 1200 kilo cacaobonen per hectare, tegen 600 kilo gemiddeld op andere boerderijen in deze periode van het jaar. ‘Met een productie van een ton per hectare, is cacao rendabeler dan coca. Dan zouden meer mensen overstappen.’ Moisés heeft een bio-label gekregen omdat hij de parasieten op natuurlijke wijze bestrijdt, zonder pesticiden, met gebruik van mechanische en soms zeer originele methoden. De coöperatie El Quinacho heeft drie labels gekregen:

Belangrijkste bevo0radingsroutes

COLOMBIA

EQUADOR

PERU

BRAZILIË

ag

s

all

de

Hu

An

Huallaga regio

a

10° z M

an

ta

ro

Regio Vraem

Ene

Lima

80° o A pu

BOLIVIA

r

ím a c

Canayre Llochegua

500 km

CHILI

BRON: UNODC

Titicaca Meer

STILLE OCEAAN

‘Met een productie van een ton per hectare, is cacao rendabeler dan cocaïne’ Ze zeiden dat we ons hadden laten omkopen door de gringos. En ik moest naar alle dorpen om uit te leggen dat cacao meer opleverde dan coca.’ Toen de gebroeders Loayza begonnen hun cacao CCN51 te zaaien, een gemodificeerde soort die afkomstig is uit Ecuador en die was aanbevolen door Andrés Hurtado, probeerden hun cocaverbouwende buren hen ook te ontmoedigen. ‘De mensen zeiden dat het nooit wat zou worden, dat het over drie jaar afgelopen zou zijn. Maar wij zeiden dat we bereid waren het risico te nemen,’ zegt Leonidas. Nu is de oogst zo goed dat ze tijdens het oogstseizoen (van maart tot augustus) elke maand 1,6 ton cacao kunnen verkopen. Dat komt volgens de huidige koers (circa 1,30 euro de kilo) neer op een maandinkomen van ongeveer tweeduizend euro. Lang niet slecht. Door de drugshandel en het terrorisme is de vallei een van de instabielste streken van het land. Begin oktober bevestigde de UNODC dat in de vallei nog steeds de meeste cocabladeren worden geproduceerd (55 procent van

het totaal). Volgens onafhankelijke deskundigen wordt er jaarlijks 170 ton cocaïne geproduceerd. In de vallei is Llochegua het gevaarlijkste district. Zowel door de guerrilla als door de aanwezigheid van drugsbaronnen; er bevindt zich een tiental cocaïneproductiecentra. In deze sfeer van latent geweld en gemakkelijk geld zijn boeren als Andrés Hurtado en de gebroeders Loayza die cacao (of koffiebonen of andere producten) gaan verbouwen bijzonder waardevol. Ze zijn nog maar met weinigen in vergelijking met de cocaboeren: er zijn ongeveer drieduizend boeren die zich verenigd hebben in coöperaties op een totaal van circa zevenduizend boeren. Maar hun aantal neemt elk jaar toe. Volgens Franklin Barzola, leider van de coöperatie El Quinacho, is het aantal cacaoboeren in de vallei in de afgelopen drie jaar met 30 procent gestegen. Hoewel ze nog lang niet zover zijn als in de regio Huallaga Central (waar 90 procent van de cocaboeren in het kader van alternatieve ontwikkelings-

programma’s is overgestapt op cacao), maakt de cacao een gestage opmars in de vallei. Maximo Lloclla (49 jaar) is zelfs op uitnodiging van Pronatec, de onderneming die de productie van de coöperatie El Quinacho opkoopt, naar Zwitserland gereisd om de fabriek van het merk Chocolat Bernrain te bezoeken. De eerste smaak die hij mocht proeven was melk, de tweede was banaan. Maar van de derde smaak, rode peper, nam hij maar twee hapjes. Erg pittig. Om de Zwitsers niet te ontrieven, hield hij het maar voor zich.

het bio-label, het Fair Trade-label en het UTZ-label (verantwoorde landbouw). Eenmaal per jaar komen vertegenwoordigers van de drie labels naar Canayre (en de andere dorpen in de vallei) om de plantages te bezoeken en te controleren of er geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Ze vragen de boeren of het geld bij hen terechtkomt, of hun kinderen naar school gaan en of ze weten hoe het geld van de coöperatie wordt besteed. Ze worden meestal gerustgesteld. Óscar Miranda

Vreedzaam naast elkaar

We zijn in het afgelegen Canayre waar een militaire basis drie maanden geleden werd aangevallen door Lichtend Pad en waar de gewapende groepering 23 jaar geleden de grootste slachtpartij uit haar geschiedenis aanrichtte (veertig boeren werden gekeeld of gestenigd). Máximo Lloclla had het district Huanta in 1980 verlaten voor het district Llochegua om er cacaobonen te gaan verbouwen. Hij vertelt dat

pagina 36 nr. 20 10 tot 24 november 2012

Amerikaas.indd 36

06-11-12 15:32


azië

singapore

Rechters opgelucht: minder doodstraffen The Straits Times – Singapore

Een wetswijziging in Singapore geeft rechters de mogelijkheid om drugskoeriers de strop te laten ontlopen. Wie wil samenwerken met de narcoticarecherche, of geestelijk gehandicapt blijkt te zijn, krijgt nu levenslang.

O

p 9 januari 1976 werd Teo Hock Seng aangehouden bij de grensovergang Woodlands in Singapore, omdat hij drugs in zijn sokken had verstopt. Deze dokwerker uit Maleisië kreeg de twijfelachtige eer als eerste te worden aangeklaagd onder de strenge nieuwe drugswetten, die toen net in Singapore van kracht waren geworden. Deze wetten bepaalden dat het smokkelen van heroïne en morfine altijd met de dood wordt bestraft. Hij was vrijgezel, woonde in Muar, een stadje in het zuiden van Maleisië, en werkte in de wijk langs de Singapore River. Met vier andere passagiers was hij daarnaar op weg, toen hun taxi door douaniers staande werd gehouden. Ze troffen twee pakjes morfine aan. De blokjes bruine substantie waren tweemaal omwikkeld in de sok geduwd en werden door een broek met wijde pijpen aan het oog onttrokken. Teo Hock Seng werd veroordeeld, vroeg tevergeefs gratie en werd geëxecuteerd in de gevangenis van Changi. In de jaren die volgden werden honderden anderen opgehangen wegens het smokkelen van drugs. Dit ondanks het feit dat velen van hen tot het allerlaatste moment hun onschuld bleven volhouden, en stelden dat ze slechts koeriers waren die onder dwang of na misleiding de opdrachten van de echte sleutelfiguren hadden uitgevoerd. Na bijna veertig jaar lang dergelijke executies te hebben opgelegd, kondigde de

‘We zijn erg streng geweest met drugs en hebben daar veel baat bij gehad’

regering in juli het voornemen aan om in bepaalde gevallen de automatische doodstraf voor drugssmokkelaars af te schaffen.

Mijlpaal

Voor Subhas Anandan, gerenommeerd strafrechtadvocaat, is deze ommezwaai een mijlpaal. 'Ik had wel verwacht dat er iets zou veranderen, maar niet dat het zo snel zou gebeuren,’ zegt hij. ‘We oefenen al heel lang druk uit om de automatische doodstraf voor drugssmokkelaars te laten afschaffen, vooral voor mensen die niet meer dan koerier zijn. Kennelijk zien ze nu eindelijk in dat zulke koeriers niet echt aan zo’n misdaadorganisatie verbonden zijn, en dat de dood voor hen een te zware straf is.’ Sinds in 1973 wetgeving tegen drugsmisbruik werd ingevoerd, is die uitsluitend aangepast om de bepalingen nog strenger te maken. In 1990 werd de automatische doodstraf ook van toepassing verklaard op drugs als cocaïne, hasj, cannabis en opium. In 1998 werd crystal meth aan de lijst toegevoegd. Met de wetswijziging van dit jaar wordt een andere weg ingeslagen. Personen die drugs alleen vervoeren of afleveren, kunnen in twee gevallen de strop ontlopen. Ze moeten overtuigend hebben samengewerkt met de narcoticarecherche of geestelijk gehandicapt zijn. Onder deze nauw omschreven voorwaarden hebben de rechters de vrijheid om een levenslange gevangenschap op te leggen, in plaats van de doodstraf. Maar niet iedereen is blij met deze ingreep. Sommigen vrezen dat het lijkt of Singapore de aanpak van drugssmokkel laat verslappen. Dit zou het strenge zerotolerancebeleid onder-

mijnen, dat de regering bijna vier decennia heeft gekoesterd. Edwin Tong, vicevoorzitter van de parlementaire commissie voor Binnenlandse Zaken en Justitie, legt uit: ‘Het gaat bij wetten tegen drugssmokkel nooit om het ene individu dat wordt gepakt, maar om al die mensen die iets dergelijks van plan zijn. We zijn lange tijd erg streng geweest met drugs en daar hebben we veel baat bij gehad.’ Bij het aankondigen van de hervormingen legden zowel minister van Binnenlandse Zaken Teo Chee Hean als minister van Justitie K. Shanmugam er de nadruk op dat de regering niet terugkwam op haar benadering van het drugsprobleem, maar dat een ander sociaal klimaat en verschuivende normen een wetswijziging relevant

voorgesteld. Sommige parlementsleden maken zich zorgen dat een ingreep in de automatische doodstraf een opmaat zal blijken voor de volledige afschaffing van de doodstraf. Volgens Edwin Tong ‘zal dit bij de inwoners van Singapore zeker onrust veroorzaken. De regering moet publiekelijk uitleggen waarom dit niet de deur openzet naar afschaffing van de doodstraf. Ons land is een eiland, een open economie, mensen komen makkelijk binnen, dus moeten we uitermate waakzaam zijn.’ Op grond van ervaringen in andere landen, is de oplossing voor Michael Hor, professor strafrecht aan de universiteit van Singapore, niet zo eenvoudig. In de Verenigde Staten bestaat de automatische doodstraf niet, omdat die wordt beschouwd als een schending van de grondwet. Maar in bijvoorbeeld Texas worden wel mensen ter dood veroordeeld. Dit terwijl in andere delen van de wereld, zoals Engeland en

De regering heeft duidelijk aangegeven dat zij niet van plan is een einde te maken aan de doodstraf maakten. Tijdens zijn eerste reactie in het parlement over dit onderwerp onderstreepte Teo: ‘De normen en verwachtingen in onze samenleving zijn aan het verschuiven. Hoewel er brede steun bestaat voor onze harde aanpak van drugs en misdaad, groeit ook de consensus dat onze rechtbanken, waar dat gepast is, bij de strafbepaling over een ruimere keuze dienen te beschikken.’ Strafrechtadvocaten voorspellen een flinke afname van het aantal executies door ophanging. Amolat Singh, die op dit moment drie cliënten in de dodencel heeft zitten, is er uitgesproken over: ‘Als de keuze puur bij de rechter lag, welke rechter zou dan een mens willen ophangen? Dat is een loodzware beslissing, die neem je niet zomaar. Ze hebben al wel te kennen gegeven dat ze een lichtere straf hadden gegeven als ze de keuze hadden gehad.' De grote vraag is of het aantal gevallen waarin de doodstraf wordt opgelegd daadwerkelijk zal afnemen door de beperkte veranderingen die nu worden

Hongkong, de doodstraf volledig is afgeschaft zonder dat er een tussenfase was. De professor voegt hieraan toe: ‘Een tussenliggende periode van specifieke doodvonnissen kan leiden tot een drastische afname van het aantal executies. Als mensen zich dan realiseren dat zo’n afname niet leidt tot de rampzalige gevolgen waarvoor werd gevreesd, wennen ze langzamerhand aan de optie om de doodstraf af te schaffen.’ De regering heeft duidelijk aangegeven dat zij niet van plan is om een einde te maken aan de doodstraf. Er waren jaren studie nodig voordat de huidige hervorming van de automatische doodstraf ter hand werd genomen. Een hervorming die zorgvuldig wordt gedoseerd en beperkt is in zijn reikwijdte. Tham Yuen-C

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 37

Azie.indd 37

06-11-12 11:15


midden-oosten

libanon

Nog meer olie (en gas) op het vuur in het Midden-Oosten statistieken over olie- en gasreserves, dan komt dat doodgewoon omdat er nooit is gezocht: exploratieboringen zijn niet verricht.

© Vlahovic

Verrassing

L’Orient Le Jour – Beiroet

De situatie in het Midden-Oosten wordt nog eens gecompliceerd door de ontdekking van enorme gas- en olievoorraaden in het oostelijk deel van de Middellandse Zee. Libanon wil zich niet buitenspel laten zetten.

H

et is volstrekt abnormaal dat Libanon, volgens de beschikbare statistieken, het enige land in het Midden-Oosten is, en een van de zeer weinige landen op de wereld, dat over niet één vat aardolie of één kubieke meter aardgas uit aantoonbare reserves beschikt. Het is even abnormaal dat Libanon, sinds meer dan twintig jaar, geen enkele raffinaderij heeft en voor alle benodigde aardolieproducten is aangewezen op import. Deze weinig florissante situatie is het logische gevolg van het ontbreken, sinds enkele decennia, van een min of meer coherent energiebeleid. Als de naam van Libanon slechts met een nul wordt aangeduid in de mondiale

De zeer recente ontdekking van een kolossale hoeveelheid aardgas en aardolie onder het water van de oostelijke Middellandse Zee is een volslagen verrassing voor Libanon, dat hier absoluut niet op was voorbereid en zich nu met enorme verwachtingen en niet minder enorme uitdagingen geconfronteerd ziet. We hebben dan ook niet lang hoeven wachten op de geschillen tussen Libanon en Israël, of tussen Turkije en Cyprus, over de afbakening van de territoriale wateren en de exclusieve economische zones, waar de staat zich het alleenrecht voorbehoudt op de exploratie en de exploitatie van deze natuurlijke rijkdommen: ze zijn een voorproefje van de krachtmeting die deze immense schat onmiddellijk heeft uitgelokt. Heel wat eerder dan Libanon of Turkije waren de Palestijnen al in de gelegenheid maatregelen te nemen tegen de plannen van Israël. In tegenstelling tot wat maar al te vaak wordt geschreven en gezegd, zijn de eerste gasvindplaatsen die in deze zone zijn ontdekt niet Tamar en Leviathan, voor de kust van Israël, respectievelijk bekendgemaakt in 2009 en 2010, maar die die al vijftien jaar geleden in gebruik zijn genomen voor de kust van Egypte en in de Nijldelta, gevolgd door Gaza Marine-1 en Gaza Marine-2, die in 2000 zijn ontdekt voor de kust van Gaza in het kader van een in november 1999 gesloten akkoord tussen de Britse maatschappij British Gas (60 procent), de Palestijnse Autoriteit (10 procent) en de in Athene gevestigde Libanees-Palestijnse maatschappij Consolidated Contractors International (30 procent). Ditzelfde akkoord omvatte de aanleg van een onderzeese pijpleiding om het gas naar Griekenland te transporteren.

pagina 38 nr. 20 10 tot 24 november 2012

Midden-Oosten.indd 38

06-11-12 15:20


De vondsten voor de kust van Gaza hebben de ambities van Israël versterkt. De Hebreeuwse staat heeft diverse initiatieven genomen om het Brits-Palestijnse akkoord te frustreren. Omdat het niet bij machte was zich de voor de kust van Gaza ontdekte reserves toe te eigenen, heeft Israël de ontginning ervan door de Palestijnen tot dusver weten tegen te houden. Het feit blijft dat de vindplaatsen Tamar en Leviathan de eerste waren die duidden op de gigantische gasreserves in het gebied. De reserves van Tamar worden geschat op 270 miljard m3, die van Leviathan op 560 m3. Daar komen nog vijf kleinere vindplaatsen bij, die de reserves in deze regio (waarvan een deel

De betrouwbaarste schatting duidt op een voorraad tweemaal groter dan die van Algerije

bij Libanon hoort) op zo’n 1000 miljard m3 brengen, oftewel bijna anderhalf keer de jaarlijkse gasproductie van alle landen van het Midden-Oosten en Noord-Afrika samen, inclusief Algerije, Egypte, Qatar, Saoedi-Arabië en Iran. De omvang van de tot nu toe gedane ontdekkingen heeft al tot de veronderstelling geleid dat het olie- en gaspotentieel in deze regio weleens van dezelfde orde zou kunnen zijn als dat van de Golf. Deze vergelijking lijkt, voorlopig althans, gewaagd. Volgens de betrouwbaarste schattingen, waaronder die van de U.S. Geological Survey (het geologische onderzoeksinstituut van de Verenigde Staten), bedraagt het potentieel van wat momenteel ‘het Levant-bekken’ wordt genoemd dat zich voor de kust van Israël, Gaza, Libanon en Syrië bevindt, 1,68 miljard vaten aardolie en 3.450 m3 aardgas. Daar komt een nog niet ontdekt potentieel in de Nijldelta bij. Daarmee wordt de totale reserve in het oostelijke Middellandse Zeegebied geschat op 3,4 miljard vaten aardolie en 9.700 m3 aardgas: grosso modo meer dan het dubbele van de bewezen reserves van Algerije. De al ontdekte reserves leiden tot de gedachte dat de omringende landen zich aan de vooravond van een nieuw energietijdperk bevinden, met de mogelijkheid om de komende decennia in hun eigen behoeften te voorzien, exporteurs te worden en te profiteren

van aanzienlijke investeringen. Op internationaal niveau gooien de nieuwe ontdekkingen in het Middellandse Zeegebied alles overhoop. Ze vallen samen met een duidelijke afname van het aandeel van olie in het mondiale energiegebruik (van 48,9 procent in 1973 tot 33,1 procent op dit moment en vermoedelijk 26 procent in 2035) ten gunste van, met name, aardgas – waarvan het aandeel veertig jaar geleden nauwelijks 15 procent was, en vervolgens steeg naar 23,8 procent in 2011 en over vijftien jaar waarschijnlijk naar 25 à 26 procent. Dankzij deze ontwikkeling kon het Internationaal Energie Agentschap, in twee lijvige rapporten uit 2010 en 2012, spreken van ‘de gouden eeuw’ van het aardgas. Een gouden eeuw die zich laat verklaren door de recente ontdekkingen, de explosie van de vraag en de veel geringere belasting van gas – vooral het conventionele aardgas – voor het milieu.

Olievoorraden in zeezee Olievoorraden inde deMiddelandse Middellandse Zeegrens (evenredige verdeling of bilateraal akkoord) d’accords bilatéraux) Frontière maritime (ligne d’équidistance ou résultant Frontière contestée Betwiste zeegrens

Operationeel booreiland TURKIJË

Dit alles kan alleen maar gunstig zijn voor de export van gas uit het oostelijke Middellandse Zeegebied naar Europa, een markt dicht in de buurt waarvan de behoefte toeneemt, zonder overigens de mogelijkheden te vergeten van de export van vloeibaar aardgas (LNG) naar de Aziatische markt en andere markten. De huidige situatie en de perspectieven voor de wereldmarkt voor gas verklaren dan ook de levendige belangstelling van de internationale maatschappijen voor de laatste ontdekkingen in het Middellandse Zeegebied, waaronder een dertigtal bedrijven die niet kunnen wachten om exploratiecontracten te sluiten met de Libanese overheid. Maar dat is geen enkele reden voor Libanon om het paard achter de wagen te spannen en op stel en

* Turkse republiek Noord Cyprus (niet erkent)

MIDDELANDSE ZEE

RTCN* CYPRUS

Cy pr i o t i sch maritiem ge b i e d

SYRIË

Libanees maritiem gebied

Tamar (250 milliard m3)

LIBANON

Beiroet

Léviathan (450 milliard m3) Dalit

Israelisch maritiem gebied

E gy pt i sch maritiem ge b i e d

Marine 1 en 2 (niet actief)

EGYPTE

Geen haast

Voorraden geschat

BRON: “ATLAS GÉOPOLITIQUE DES ESPACES MARITIMES” (ÉD. TECHNIP)

r

midden-oosten

libanon

NijlDelta

Sara et Myra Mary-B

GAZASTROOK

sprong akkoorden te sluiten waar het achteraf misschien spijt van krijgt. Het gaat er nu om goed na te denken en stapsgewijs te werk te gaan. Er is geen haast! Er staat voor Libanon te veel op het spel om improviserend of amateuristisch te werk te gaan. Om te beginnen is het van het allergrootste belang alle noodzakelijke stappen te zetten om de territoriale wateren van Libanon te laten vaststellen en goedkeuren door de Verenigde Naties, met inbegrip van de economische zone waarop het land het alleenrecht heeft. Dit is een absolute voorwaarde om niet de zone van zo’n 850 km2 aan Libanese territoriale

Palestijnse gebieden

ISRAËL

JORDANIË

100 km

wateren te verliezen die volgens het Israëlisch-Cypriotische akkoord, dat eind 2010 getekend is en in juli 2011 aan de VN is voorgelegd, eigenmachtig aan Israël is toegewezen. Deze zone omvat een deel van de ontdekte gasreserves, die zich aan weerszijden van de scheidslijn van de Libanees-Israëlische territoriale wateren uitstrekken. Dit geschil dient met de grootste spoed te worden beslecht omdat er door Israël flinke vaart wordt gezet achter de voorbereidingen om, eind dit jaar of begin volgend jaar, de reserves van Tamar en Leviathan in productie te nemen. Nicolas Sarkis

Er staat voor Libanon te veel op het spel om improviserend of amateuristisch te werk te gaan

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 39

Midden-Oosten.indd 39

06-11-12 15:20


afrika

kameroen

Knippen langs de naden Le Jour – Yaoundé

Per schip komen balen tweedehands kleding aan in Kameroen, met trapnaaimachines wordt elke broek en jurk aangepast voor de nieuwe eigenaar. Een Afrikaans verhaal over een Afrikaans fenomeen. ‘De maten 36, 38 en 40 verkopen het best.’

M

aandagmorgen in Yaoundé, de hoofdstad van Kameroen, even na negen uur. De handelaren op de markt van Mokolo zijn alweer een hele tijd geleden begonnen aan hun dag. Ze bezetten alle stoepen en staan soms zelfs op de rijbanen. Het lawaai, de files, de stadschaos… nou en? Niet ver daarvandaan hoor je het onophoudelijk ratelen van naaimachines. Ze worden bediend door 154 mannen en

Kameroen

TSJAAD NIGERIA

KAMEROEN Douala Golf van Guinee

C.A.F.

250 km

Yaoundé Yaoundé

E-G GABON CONGO

Oppervlakte: 475 442 km2 Bevolking: 20 miljoen inwoners BBP: (per inwoner, 2011): 2.203 dollar

BRONNEN: FMI, PNUD – * INDICE DE DÉVELOPPEMENT HUMAIN

Tsjaadmeer

vrouwen die geconcentreerd aan het werk zijn. Met de trapnaaimachines vermaken ze kleding, een handel die sinds een paar jaar goed loopt. Ze geven oude kledingstukken een moderner aanzien. Hun trouwste klanten vinden ze onder de lompenhandelaren op de vele markten in de stad. Dit circuit is slechts een onderdeel van een keten. Als de tweedehands kleding aankomt in de haven van Douala, de economische hoofdstad van het land, wordt die naar andere steden in het land vervoerd. Yaoundé kent een aantal distributieplekken voor deze kledingpakketten. Sommige groothandelaren slaan hun waren bijvoorbeeld in op de Achtste Markt, een van de grootste in de stad. Naast de groothandelaren komen detaillisten de beste stukken uit de pakketten halen. Ze kiezen de kleding die interessant is voor hun klanten en waarvan de prijzen redelijk zijn. Daarna wordt de kleding bewerkt. Dat is bijna noodzaak voor detaillisten die minder grote maten in hun collectie willen: een gevolg van het slankheidsideaal. Het bewerken van de uitdragerijkleding kent zijn eigen aanpak. Eerst moeten de coupenaden worden aangegeven. Vervolgens worden overbodige stukken stof ingeknipt. Dat is het werk dat Abakar (20) doet. Al twee jaar lang zorgt hij voor het inknippen van de stof. Hij heeft nooit leren naaien. Alles wat hij weet, heeft hij geleerd door naar de anderen te kijken. Inmiddels blinkt hij uit in zijn vak. Net als al zijn collega’s trekt hij zich niets aan van schoolse principes. Lengte, heupomvang, borstomvang, maat 34, 36, 40? Het kan hem niets

schelen. Hij volgt bij het knippen van de stof simpelweg de bestaande naden. Zijn meetlint gebruikt hij nauwelijks meer. Hij vertrouwt op zijn ervaring. In deze loods zijn de meesten autodidact zoals Abakar. Van de 154 mensen die er werken, is Boukar Same een van de weinigen die een mode-opleiding heeft gevolgd. En toch zijn het volgens hem de ‘anderen’ die het vertrouwen van de grootste klanten hebben. ‘Het bewijs is dat ik vanochtend zelfs mijn machine nog niet eens heb klaargezet,’ klaagt hij. Abdou is van mening dat diploma’s in deze sector niets waard zijn. De kleermaker wordt beoordeeld op de mate waarin hij de klant tevreden weet te stellen. Zo is hij bijvoorbeeld specialist in het vermaken van jassen. Zijn week kent een vliegende start. Emmanuel, een marktkoopman, heeft hem vijftig

De status van de klant bepaalt de prijs

jassen geleverd die Abdou moet bewerken. En snel alstublieft. Emmanuel moet ze ‘plaatsen’ (zwart verkopen) op de stoep van de markt. Hij legt uit dat het arbeidsloon voor het vermaken automatisch is opgenomen in zijn verkoopprijs, omdat het tegemoet komt aan een behoefte. Te wijde modellen verkopen volgens Emmanuel niet meer. Zijn klanten, jong én oud, dragen liever nauwsluitende kleding. Bovendien bestaat de klantenkring van Emmanuel vooral uit nogal slanke vrouwen. ‘Maten 36, 38 en 40 verkopen het best,’ zegt de handelaar. Anders gesteld: de tweedehandsmarkt gehoorzaamt aan de dictatuur van de slankheidsmanie. En van de mode. Voor broeken is er voor zowel meisjes als jongens alleen maar vraag naar ‘slim’, strakke modellen. Hetzelfde geldt voor jurken, T-shirts, rokken, korte broeken en andere kledingstukken. Alles wordt hier aangepast. Alle zeilen worden bijgezet om het

meest aantrekkelijke kledingstuk te kunnen verkopen. Het resultaat is overigens niet altijd bevredigend. Even verderop pakken verkopers dameskleding uit. Van veraf ziet de kleding er mooi uit, en er komen dan ook heel wat vrouwen op af. Maar als je wat kritischer kijkt, zie je dat de T-shirts, die voor 500 CFA francs (75 eurocent) worden verkocht, heel wat mankementen vertonen: slecht herstelde naadjes, ongelijke mouwen, stof die naar links trekt. Als je weet waar je op moet letten, zie je die fouten snel genoeg.

Kruisnaad

Hoewel de klanten er vooral geïnteresseerd in zijn hoe het kledingstuk eruitziet, hebben zij ook wel snel door wat er mis mee is. ‘Die kleding gaat niet lang mee. Je kunt het maar een of twee keer aan en dan zie je al dat de kruisnaad in een broek of okselnaden in een

pagina 40 nr. 20 10 tot 24 november 2012

Afrika.indd 40

06-11-12 12:55


afrika

kameroen

Ook ministers laten hun kleding vermaken op de markt van Yaoundé. – © Sunday Alamba/ AP Photo

top loslaten,’ klaagt Yvonne, die vaak kleding bij de uitdrager koopt. De clientèle van de naaiateliers bestaan niet alleen uit particulieren. Ook modezaken doen een beroep op hen, zij het voor andere zaken. Op de centrale markt van Yaoundé bijvoorbeeld, is Bouba een beroemdheid. Zijn atelier op de hoek bevindt zich naast een kledingzaak. Het is tien uur ’s ochtends en Bouba komt al om in het werk. Het is een onophoudelijk komen en gaan van klanten. Plotseling komt de verkoper uit de naastgelegen winkel binnen. Hij heeft een nieuwe oranje broek in zijn handen, die zojuist gekocht werd door een klant. Maar die heeft een maatje kleiner nodig, dus schakelt de verkoper Bouba in. Bouba doet niet alleen zaken met winkeliers, hij biedt zijn diensten ook

aan particulieren aan, maar niet aan zomaar iedereen. ‘Er zijn mensen van ministeries die hier hun kleding laten vermaken,’ schept hij op. En met reden. Een van zijn trouwe klanten, in een donker kostuum geperst, komt hem een broek brengen die wat langer moet worden. Een andere klant is net weg. En toch heeft ook Bouba geen vakopleiding gehad. ‘Ik was altijd al dol op mode. Destijds speelde ik voetbal, maar dat werd geen succes. En uiteindelijk kwam ik zo achter deze machine terecht. Ik heb nooit iets geleerd in een naaiatelier.’ Sinds een jaar of vijftien heeft hij een klantenkring opgebouwd die hem vanwege zijn expertise trouw blijft. En hij stelt zijn prijzen vast aan de hand van de sociale status van de klant. Bouba beoordeelt zijn klanten op uiterlijk. ‘Als ik zie dat het een jongere is die

zich goed kan redden, dan reken ik 1000 CFA francs [€ 1,52] per stuk . Maar als het een boss is, reken ik tien keer zoveel voor het vermaken van een jas.’ De klant in het donkere kostuum moppert. Bouba ontvangt minstens twintig ‘bazen’ per dag. Het rekensommetje is snel gemaakt. Terug naar de markt van Mokolo, waar de tarieven variëren tussen 100 CFA francs (voor T-shirts, rokken, broeken) en 1000 CFA francs (voor jassen). Daarvan kan Abdou ruim leven. Als specialist op het gebied van jassen vermaken, verwerkt hij minstens 150 stuks per dag. Hij kan dus zeggen dat hij een goede boterham verdient, maar dat geldt niet voor Boukar Same. Sinds 1988 heeft de kleermaker de concurrentie zien toenemen. ‘Vroeger deden we dit werk met zijn drieën of vieren. We

zaten in een nichemarkt. Tegenwoordig is de concurrentie keihard. Het is moeilijk het hoofd boven water te houden. Maar we doen wat we kunnen.’ Irène Fernande Ekouta

De dictatuur van de slankheidsmanie bezorgt Yaoundé veel werk

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 41

Afrika.indd 41

06-11-12 12:55


horizon

reportage

Hoogleraar enen en nullen Prospect Magazine - Londen

Die grote, volle collegezaal. De vonk van kennis die overspringt. Of een andere vonk, voor het meisje twee banken verderop. Dat is binnenkort allemaal verleden tijd, als Stanford, MIT en Harvard hun huidige experimenten met onlinecolleges doorzetten. Het collegeld kan met een factor honderd naar beneden.

pagina 42 nr. 20 10 tot 24 november 2012

Horizon.indd 42

06-11-12 13:18


reportage

horizon

Stata Center. Architect Frank Gehry, ontwierp voor het Massachusetts Institute of Technology een groot complex in Cambridge, bij Boston – Š Brian Snyder / Reuters

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 43

Horizon.indd 43

06-11-12 13:18


horizon

reportage

Twee wetenschappers, een ongemakkelijk gevoel over de stand van het hoger onderwijs en veel tijd om te doden in de woestijn bij Las Vegas. Zal die combinatie de kiem blijken te zijn van de ingrijpendste verandering van het onderwijs sinds Gutenberg? In elk geval werd onder die omstandigheden het onlinecollege geboren.

P

rimm is een stadje in de Mojavewoestijn in Nevada met drie casino's en een achtbaan, op veertig minuten rijden ten zuiden van Las Vegas. Het centrum is een kolossaal winkelcentrum met discountzaken. In het voorjaar van 2005 arriveerden Sebastian Thrun, hoogleraar in de robotica aan de Stanford University, en David Stavens, zijn student-assistent, in Primm. Zij wilden zich in de woestijn voorbereiden op de Grand Challenge, een race tussen Amerikaanse universiteiten met robotwagens, die tweehonderd kilometer dwars door de woestijn rijden. Hun robotvoertuig was een Volkswagen Touareg, die ze Stanley noemden en die zichzelf zou moeten kunnen besturen dankzij de computers waarmee ze zijn kofferbak hadden volgestouwd.

prima systeem geweest, maar op de een of andere manier was het nu vastgelopen. Wat zouden we daaraan kunnen doen?’ Na vier maanden waarin ze vooral bezig waren om Stanley te leren niet tegen een cactus op te rijden of in een zandkuil te belanden, waren Thrun en Stavens er nog niet in geslaagd het probleem van hun ‘voorrecht’ op te lossen. Stanley presteerde echter inmiddels geweldig, en in oktober reed de robotauto in Primm in nog geen zeven uur naar de overwinning. In de jaren die volgden aanvaardde Thrun – een beroemdheid in de computerwereld – een aanstelling bij Google, waar hij medeverantwoordelijk was voor het opzetten van Street View. Hij was ook de grondlegger van Google X, het geheime laboratorium van de firma waar futuristische technologieën worden uitgebroed. Stavens bleef werken in Stanford, in het lab voor kunstmatige intelligentie, waar hij in 2011 promoveerde. Gedurende al die tijd stond er op Thruns laptop een powerpointpresentatie over manieren waarop het hoger onderwijs radicaal kan worden opgeschud. Hij opende het document pas weer een keer nadat hij

De Khan Academy biedt drieduizend gratis videocolleges aan over van alles en nog wat, van Cézanne tot stoichiometrie

‘We zaten heel veel in de auto, waar we weinig anders konden doen dan wachten,’ zei Thrun onlangs. ‘Ging er weer iets mis, dan moest een van ons als een idioot nieuwe commando’s in de computers voeren. Maar tijdens dat zitten hadden we vaak niets te doen, dus praatten we heel veel.’ Onderwerp van gesprek was dikwijls het voorrecht dat zij genoten. ‘Dat kwam dan ’s nachts ineens op, in de hotelkamers van al die kleine stadjes waar we verbleven. Dat hoger onderwijs, dit was voor ons een

Salman Khan in 2011 hoorde spreken bij TED, het jaarlijkse ideeënfestival op het gebied van entertainment, educatie en design. Khan is een voormalige hedgefundanalist die zijn roeping heeft gevonden in het opnieuwe uitvinden van het onderwijs voor de digitale generatie. Zijn Khan Academy biedt drieduizend gratis videocolleges aan over van alles en nog wat, van Cézanne tot stoichiometrie, waarin Khan vaak zelf het college geeft. ‘Eerlijk gezegd voelde ik me enigszins beschaamd,’ vertelde Thrun me, ‘als ik eraan dacht dat ik gewend was tweehonderd studenten op Stanford college te geven, terwijl een voormalige zakenbankier tweehonderdduizend studenten toesprak.’ In augustus 2011 besloot Thrun daarom, samen met

Daphne Koller en Andrew Ng, collega’s van Stanford, drie van de computercursussen van de universiteit beschikbaar te stellen op internet. Studenten die de lessen op hun laptop volgden, in internetcafés in Boedapest, Bangalore en Bakersfield, zouden dezelfde stof aangeboden krijgen als de studenten in de collegezalen van Stanford. Ze zouden bovendien even meedogenloos worden geëxamineerd. In de hoop enige belangstelling te wekken voor zijn colleges stuurde Thrun een kort mailtje aan een paar collega’s. Toen hij de volgende morgen wakker werd, hadden vijfduizend mensen zich ingeschreven. ‘We gingen halsoverkop aan het werk,’ zei Thrun tijdens een interview deze winter op een conferentie in München. ‘We stelden een klein technisch team

pagina 44 nr. 20 10 tot 24 november 2012

Horizon.indd 44

06-11-12 13:19


horizon

reportage

Toen de online colleges begonnen, liepen de collegezalen leeg. – © Brian Snyder / Reuters

samen. We bouwden een heel lelijke website. En we begonnen onszelf dag en nacht te filmen. Hoe primitief onze technologie was, blijkt wel uit het feit dat we letterlijk alleen maar een camera, een pen en een stuk papier hadden.’ Lesgeven voor een camera bleek iets heel anders dan lesgeven in een collegezaal. Het achter elkaar zetten van tekeningen, voice-overs en pratende hoofden was een nachtmerrie voor de perfectionist Thrun. Het opnemen van één enkele les kostte vaak tien tot vijftien uur, ‘hetgeen ten koste ging van mijn gezinsleven en mijn nachtrust’. Thrun vroeg Stavens hem te helpen bij het ontwerpen van de software voor de cursus, en het team ging aan de slag, vaak zonder salaris.

Tegen de tijd dat de colleges begonnen – een cursus over programmeren – was het aantal inschrijvingen opgelopen tot 158.000, met studenten uit alle landen van de wereld, op Noord-Korea na. Toen gebeurde er iets vreemds op de campus van Stanford. ‘Op de eerste dag hadden we een volle zaal met tweehonderd studenten. En twee of drie weken later waren er daar nog maar dertig van over.’ Thrun probeerde erachter te komen hoe dat kwam. ‘En iedereen zei toen tegen me dat ze me liever op video zagen. Want dan konden ze me terugspoelen.’ Het internetprogramma maakte het ook mogelijk de studenten automatisch te tentamineren, op een schaal die voorheen nooit had gekund. Uiteindelijk legden 23.000 studenten het tentamen van Thruns

Zijn dit soort systemen het jongste speeltje van de techno-idealisten?

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 45

Horizon.indd 45

06-11-12 13:20


horizon

reportage

Hoogleraar Sebastian Thrun met Stanley, de zelfsturende auto. Tijdens het testen van Stanley in de woestijn, bedacht Thrun dat het tijd was voor een radicale omslag in het hoger onderwijs. – Š Kim Kulish / Corbis

pagina 46 nr. 20 10 tot 24 november 2012

Horizon.indd 46

06-11-12 13:20


horizon

reportage

Voor elk uur college namen Evans en een assistent vijf tot zes uur aan materiaal op, dat ze vervolgens in stukken knipten tot hapklare brokjes

computercursus met goed gevolg af. Ruim één procent had een perfecte score. Niet één daarvan was student op Stanford. Thrun heeft zijn baan op Stanford inmiddels opgegeven. In plaats daarvan steekt hij nu al zijn energie in een nieuwe onderneming, genaamd Udacity. Die site wil op grote schaal gratis onlinecursussen aanbieden, zowel gericht op mensen met een technische achtergrond als op mensen die nog nauwelijks iets van internet weten. Nu de totale studieschuld alleen al in de Verenigde Staten een bedrag van één biljoen dollar heeft bereikt – méér dan alle creditcardschulden bij elkaar – is het huidige Amerikaanse onderwijssysteem, met zijn drempels, privileges en enorme ongelijkheid, niet langer te verdedigen, zegt Thrun. ‘Ik heb altijd het gevoel gehad dat Stanford de beste universiteit van de wereld was en dat ik een goede docent was,” zegt hij. ‘Maar toen ik dit had gedaan, wist ik dat ik daar nooit meer college kon geven. Dat is onmogelijk geworden.’

Broodrooster

Niet lang geleden, op een druilerige zaterdagmorgen, lagen professor David Evans en ik in bed, terwijl hij voor de vierde maal probeerde ‘recursieve functies’ uit te leggen en ik met mijn huiswerk bezig was. Of beter gezegd: ik lag in bed en Evans, een hoogleraar in de computerwetenschap van de Universiteit van Virginia, sprak vanaf mijn computerscherm, waar ik hem – ‘Klik!’ – midden in een zin kon laten stoppen om mezelf een kop koffie in te schenken. ‘Computerwetenschap 101: het bouwen van een zoekmachine’ (CS101) was een van Udacity’s eerste cursussen, en gedurende zeven weken dit voorjaar leerde Evans mij en dertigduizend anderen genoeg Python – een programmeertaal – te schrijven om een mini-Google in het leven te kunnen roepen. We begonnen met de allereerste beginselen, waaronder het verschil tussen een computer en een broodrooster, en tussen ‘bits’ en ‘bytes’. Evans is het soort nerd-achtige allesweter wiens

glimlach en humor uit de school van Monty Python hem op de campus verzekeren van een grote aanhang. (Als academicus is hij ook een versleutelaar van computertaal van wereldklasse). Thrun en Stavens ontdekten hem in november 2011 en lieten hem in december naar Palo Alto vliegen, waar hij in januari in een geïmproviseerde studio werd gezet om zijn standaardleerplan om te zetten in een leerplan voor Udacity. In plaats van drie colleges van vijftig minuten per week, had Evans een serie videoclips nodig van vijf tot tien minuten, waarin hij telkens een ander onderwerp aansneed. Tentamens moesten worden bewerkt tot onlinemodules met multiplechoicevragen. Dat moest ook gebeuren met de wekelijkse thuisopdrachten, waarvoor de studenten dikwijls ingewikkelde scripts in een of andere computertaal moesten schrijven. ‘Standaardvragen’ beperkten zich tot fundamentele zaken, terwijl ‘Gouden-ster-problemen’ topstudenten de kans boden zich te onderscheiden. Voor elk uur college namen Evans en een assistent vijf tot zes uur aan materiaal op, dat ze vervolgens in stukken knipten tot hapklare brokjes. De cursus ‘Het bouwen van een zoekmachine’ begon eind februari en aanvankelijk had ik geen enkele moeite het tempo bij te benen. Ik heb aan een goede Amerikaanse universiteit gestudeerd en ik denk dat er nog steeds wel wat bij kan in mijn hersenpan. Wat ik tekortschiet aan intellect, compenseer ik waarschijnlijk door mijn vasthoudendheid, en ik nam me voor koste wat het kost de beste computerprogrammeur te worden. Ik moest elke dinsdagavond mijn huiswerk inleveren, en aan het begin van de derde week informeerde het systeem mij dat ik goed presteerde. Maar toen werd ik lui. Ik hing het hele weekeinde rond op Facebook en schrok dan dinsdagochtend in paniek wakker, nam de colleges door, deed een paar oefenvragen en haastte me om de opdrachten op tijd af te krijgen terwijl die idioten achter mij in Starbucks hun mond niet wilden houden. Zagen ze dan niet dat ik aan het leren was? Ik zei dit tegen Evans toen we elkaar in april spraken. ‘Eén manier om meer studenten bij de les te houden is door de moeilijkheidsgraad te verlagen en de zaken meer te verwateren,’ zei hij. ‘Maar dat wilden we niet.’ Van de ruim honderdduizend studenten die zich aanvankelijk hadden opgegeven voor de cursus,

voltooiden slechts dertigduizend de eerste les, en nog minder – tienduizend – haalden uiteindelijk het afsluitende tentamen. Een uitvalpercentage van negentig procent ziet er op papier niet al te best uit, maar de enige toegangseis voor Udacity is een werkend e-mailadres. Voor wie is Udacity precies bedoeld? In kelders bivakkerende tieners of werkloze afgestudeerden? Ik begaf me naar het discussieforum om daarachter te komen. Ik ontmoette er Azzam, uit Saoedi-Arabië; Paveoliu, uit Roemenië; Kerbaï, uit Kameroen; Hafiz, uit Pakistan; en Svyatoslav, uit Moskou, die alle Russisch-sprekenden uitnodigde voor zijn studiegroep. ‘Het blijkt dat tweederde van onze studenten van buiten de Verenigde Staten komt,’ zegt Stavens, inmiddels baas van Udacity. ‘Het is ongeveer eenderde uit de Verenigde Staten, eenderde uit tien andere landen dan je zou verwachten – West-Europa, Brazilië, Oost-Azië, Canada – en ongeveer eenderde uit 185 andere landen. We hebben vijfhonderd studenten in Letland. Dat klinkt niet alsof het veel is, maar het betekent feitelijk dat meer studenten in Letland onze colleges volgen dan op de campus van Stanford.’ En daar gaat het om: Stavens en zijn mede-oprichters zijn geen evangelisten die erop uit zijn om de nog niet bekeerde massa tot het geloof te brengen. Zij preken louter voor degenen die komen opdagen in de hoop te worden gered. ‘Leren is een proces dat veel weg heeft van sport. Je kunt er prima resultaten mee bereiken, maar je moet er veel voor over hebben. En het is moeilijk dat altijd maar op te brengen.’ Het afsluitende tentamen van ‘Het bouwen van een zoekmachine’ bestond uit acht reguliere vragen en drie ‘Gouden-ster-vragen’. De eerste negen kon ik vlot beantwoorden, maar voor de tiende had ik een programmaatje nodig om een verkeerd gespeld woord zijn correcte vorm te geven. De vrijdag voor ik de antwoorden moest inleveren, zat ik zeven uur in een koffiehuis te proberen een antwoord te formuleren. Tegen de avond was ik zo ver dat ik uit frustratie mijn laptop het raam uit wilde gooien. Ik had zestig regels slordig geschreven code en een programma dat slechts sporadisch werkte. Ten slotte capituleerde ik een dag later en drukte ik op de verzendknop. Terwijl ik wachtte tot de Udacity-computers mijn antwoorden hadden verwerkt, mailde ik de ‘Goudenster-vraag’ naar mijn jongere broer Joe, die een graad heeft behaald in de computerwetenschap. Hij had er zes minuten voor nodig om het probleem op te lossen en stuurde me dertien regels code terug. ‘Het is nog een hele mooie oplossing ook,’ schreef hij. Maar de graad die Joe behaalde heeft hem 200.000 dollar gekost, plus de boetes voor het te laat terugbezorgen van boeken aan de bibliotheek. Voor 2,73 dollar plus belastingen kan ik naar de koffieshop bij mij in de buurt en alle Udacity-colleges volgen die ik maar wil.

Met een totale studieschuld in de VS van één biljoen dollar, is het huidige onderwijssysteem niet langer te verdedigen

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 47

Horizon.indd 47

06-11-12 13:20


horizon

Terwijl Thrun besloot met Stanford te breken toen hij Udacity lanceerde, kozen zijn collega's Daphne Koller en Andrew Ng ervoor in samenwerking met de universiteit hun eigen site Coursera op te zetten. Net als bij Udacity zijn de eerste cursussen die worden aangeboden computercursussen – over ‘compilers’ en ‘automata’ – deels omdat dit iets is waar Koller en Ng bekend mee zijn. Maar anders dan Udacity betrekt Coursera zijn colleges van een consortium van vooraanstaande universiteiten, waaronder Princeton en de Universiteit van Pennsylvania. De junicatalogus omvat introducties in de sociologie, farmacologie en gedragsneurologie. Voor september staat poëzie op het programma, evenals Griekse en Romeinse mythologie. En omdat ze niet achter willen blijven, hebben Harvard en MIT onlangs hun eigen digitale universiteit aangekondigd, edX, en er 60 miljoen dollar startkapitaal in gestoken. Universiteiten schrokken er ooit voor terug hun colleges online te zetten. Op z’n best namen de video’s serverruimte en ‘kantoortijd’ van de hoogleraren in beslag, op z’n slechtst gingen ze ten koste van de naam en faam van hun instituten. Maar tegenwoordig is de houding veranderd. Ondernemende academici willen graag met hun onderzoeksresultaten prijken, of tienduizenden studenten tegelijk bereiken. De bestuurders hebben intussen in de gaten dat het omarmen van het web niet ten koste gaat van de status van hun universiteit – het is juist een teken van visionair leiderschap en het kan leiden tot meer succes bij het werven van fondsen. En zeg nu zelf: als Harvard besluit mee te doen, heb je toch geen andere keus dan dat voorbeeld te volgen? In Groot-Brittannië is het enthousiasme wat minder groot. Michael Arthur, de vicevoorzitter van het bestuur van de universiteit van Leeds, zegt: ‘We hebben veel gesprekken gevoerd over de vraag of we dit moesten gaan doen, als een soort publieke dienstverlening.’ De technologie is immers relatief goedkoop, en de curricula bestaan al. ‘Waarom aarzel ik dan toch een beetje? Ik vermoed omdat ik denk dat je, ook al kun je veel online doen, nooit de hele ervaring kunt overbrengen.’ Vervolgens komt de rock-’n-rollliefhebber in hem naar boven. ‘Ik ben een Stonesfan,’ zei hij. ‘Je kunt heel veel Rolling Stones-video's online downloaden, maar dat is niet hetzelfde als naar een concert gaan.’ Docenten van een bepaalde leeftijd zullen zich misschien nog Fathom herinneren, de online-universiteit – waarvoor moest worden betaald – die de London School of Economics, Cambridge University Press en het British Museum tot zijn partners

reportage

rekende. Na er 25 miljoen dollar doorheen te hebben gejaagd en in drie jaar tijd slechts 65.000 inschrijvingen te hebben geregistreerd, hield de onderneming in 2003 op te bestaan. De Open Universiteit is uiteraard een groot succes gebleken in het aanbieden van betaald onderwijs online. Hoe het de Open Universiteit zal vergaan in de concurrentie met gratis systemen als Udacity staat nog te bezien. ‘Niemand weet honderd procent zeker wat er met hen in de nieuwe situatie gaat gebeuren,’ meent Steven Schwartz, vicepresident van het Australische Macquarie, die een blog bijhoudt over het huwelijk tussen onderwijs en technologie. ‘Ik denk dat zij het ook niet weten.’ Zonder enige toegangseis richten systemen als Udacity en Coursera zich op dezelfde studenten die de Open Universiteit jarenlang heeft bediend. ‘Het is het summum van gelijkheid, nietwaar? Iedereen krijgt een kans. Je hebt geen garantie op succes, maar wel een gegarandeerde kans.’ Voor traditionele universiteiten, zo overweegt Schwartz, zijn onlinecursussen misschien een slimme nieuwe manier om niet-traditionele studenten te trekken. Je kunt minderbedeelde studenten wellicht beter bereiken door de normen te verlagen. Maar wat zou er gebeuren als selectief ingestelde universiteiten zouden toestaan dat gegadigden – vooral diegenen met slechte middelbareschoolcijfers – zich alsnog konden bewijzen via onlinecursussen? ‘Stel dat je zo’n cursus met goed gevolg aflegt,’ zegt Schwartz, ‘dan zou je kunnen zeggen: dat is bewijs genoeg, kom maar studeren!’ Tot nu toe houden universiteiten als Oxford en Cambridge zich echter liever op de vlakte. Even afgezien van allerlei morele overwegingen is het gewoon een feit dat de Amerikaanse stijl van college geven zich goed leent voor webvideo’s en die van Oxford niet. David White, de co-manager van Technology-Assisted Lifelong Learning in Oxford, heeft erop gewezen dat ‘de fysieke universiteit duizend jaar nodig heeft gehad om het perfecte klimaat voor studenten te scheppen om met elkaar om te gaan – in de vorm van gezamenlijke diners, de roeiverenigingen, de clubs en de sociëteiten, de pubs en wat dies meer zij.’

Geen pubs

Wat de verdiensten van Udacity ook mogen zijn, pubs horen daar niet bij. En anoniem studeren is misschien geen probleem als je probeert Python onder de knie te krijgen, maar in de geesteswetenschappen gaat het nu juist om de onderlinge discussies. De band tussen student en docent in Oxford is de raison d’être van de universiteit. ‘Dat is waar het bij ons om draait,’ zegt White. ‘Op dat vlak is er een spanning met onlinecursussen. Die zijn veel te massaal.’

Als je gaat praten over het doceren van Sophocles en Shakespeare aan honderdduizend studenten, weet je zeker dat je kunt rekenen op een paar gefronste wenkbrauwen. Maar op Sand Hill Road, het centrum van de Californische durfkapitaalscene, gaan de deuren echter wijd voor je open. De jongste financieringsronde van Udacity heeft de firma vijf miljoen dollar opgeleverd, Coursera heeft zelfs het drievoudige opgehaald. Dat leidt tot een voor de hand liggende vraag: zijn dit soort systemen slechts het jongste speeltje van de techno-idealisten? Het is moeilijk je niet af te vragen hoe snel het optimisme en het makkelijk verkrijgbare geld weer voorbij zullen zijn. Start-ups zijn berucht om hun zwijgzaamheid over hun winstgevendheid, en nieuwe web-ondernemingen doen er vaak jaren over om break-even te draaien, voorzover dat ooit lukt. De oplossing van het dilemma van de ‘tweevoudige winst’ – waarin de bedrijfswinst net zo belangrijk is als de winst voor de maatschappij als geheel – zal niet eenvoudig zijn. Udacity heeft zijn hoop gevestigd op een ‘rekruteringsvergoeding’, waarbij de firma een commissie ontvangt voor iedere Letse ‘Mark Zuckerberg’ die zij ontdekt en onder de aandacht brengt van bijvoorbeeld Twitter of Amazon. In Silicon Valley is dezer dagen veel behoefte aan nieuw talent, en de vijver waarin Udacity vist is enorm. Een traditionele werver van talent krijgt vaak twintig procent van het eerste jaarsalaris van een nieuwe programmeur, maar Udacity zou de helft daarvan kunnen vragen om nog steeds genoeg geld te verdienen om zijn aandeelhouders tevreden te houden. Intussen blijft de inhoud van de site – de colleges, de tentamens en de certificaten – gratis. Het innen van rekruteringsvergoedingen is één manier om geld binnen te halen. Anant Agarwal, de voorzitter van edX, heeft gezegd dat zijn site geld zal vragen voor een officieel certificaat dat je de cursus met goed gevolg hebt afgelegd: iedereen kan deelnemen aan de cursus, maar als je op schrift wilt hebben dat je geslaagd bent, moet je betalen. Coursera zou op zijn beurt de hoogwaardige inhoud van zijn onlinecolleges in licentie kunnen verkopen aan universiteiten van mindere statuur. ‘Onlinecursussen voor een groot publiek ontwrichten de status quo,’ meent Russ Whitehurst, directeur van het Brown Centre on Education Policy van het Brookings Institution, de denktank in Washington.

Ondernemende academici willen tienduizenden studenten tegelijk bereiken

pagina 48 nr. 20 10 tot 24 november 2012

Horizon.indd 48

06-11-12 13:19


horizon

reportage

Hoe moeilijk kan het zijn om een netwerk op te zetten van vrijwilligers die essays over Richard III of de Franse Revolutie beoordelen?

Nick, senior student in Stanford’s onlineprogramma. Lekker bij moeders thuis en toch college volgen. – © Monica Almeida/The New York Times

‘Wat doe je nu liever: online het college over Shakespeare volgen van ’s werelds beste Shakespearedeskundige en één van ’s werelds beste docenten, of naar de derderangsdocent luisteren die de plaatselijke universiteit je voorschotelt?’ Tot nu toe kunnen Udacity en Coursera tijd winnen met hun durfkapitaaldollars, en edX met het geld van zijn moederuniversiteiten. Ze zijn geen van alle winstgevend, en de beleggers verwachten dat ook niet – nóg niet. Maar de technologiekosten zullen snel oplopen. Als Thrun het onderwijs wil hervormen, zal hij eerst genoeg geld moeten verdienen om zijn medewerkers te betalen. En als dat onmogelijk blijkt? Dan zal hij óf zijn studenten alsnog moeten laten gaan betalen, óf de hele onderneming uit zijn eigen zak moeten financieren, óf de stekker eruit moeten trekken. Thrun geeft toe dat er nogal wat hindernissen genomen zullen moeten worden, op financieel gebied en anderszins. ‘Ik zal bijvoorbeeld niet zo snel in staat zijn je te leren hoe je moet tennissen. Sporten of een muziekinstrument spelen, dat zal moeilijk zijn. Poëzie is waarschijnlijk lastiger dan geschiedenis. Geschiedenis is op feiten gebaseerd, terwijl poëzie subjectiever is.’ Maar dit is wel de man die een auto heeft geleerd zichzelf te besturen tijdens een ritje op de Pacific Coast Highway. Hoe moeilijk kan het dan

zijn om een wereldwijd netwerk op te zetten van vrijwilligers die essays over Richard III en de Franse Revolutie beoordelen? We zullen het snel genoeg weten, nu Coursera nog dit najaar dit probleem zal moeten oplossen als de eerste colleges in de geesteswetenschappen online gaan. Ng stelt zich een systeem voor waarin gekwalificeerde studenten elkaars werk evalueren. Die taak kan breed worden verdeeld, zodat er feitelijk geen enkele assistent aan te pas komt. En in de loop der tijd, wie weet? Het vermogen van computers om geschreven Engels te doorgronden, kan zó goed worden dat een machine grammaticale fouten kan corrigeren en zelfs teksten inhoudelijk kan beoordelen.

Gutenberg

brengen.’ Daarna kwamen de drukpers, de industrialisatie en het web. ‘En op wonderbaarlijke wijze geven hoogleraren vandaag de dag op precies dezelfde manier les als duizend jaar geleden! De universiteit is verrassend genoeg de minst innovatieve plek van de samenleving gebleken.’ Thrun lijkt bereid te zijn een – kostbaar – falen te aanvaarden, als dat betekent dat hij de kans heeft een verkalkt systeem op spectaculaire wijze te ontwrichten. Hij wil een universiteit van enen en nullen, waar de befaamde robotbouwer uit Palo Alto les kan geven aan een gepensioneerde in Leeds, een verpleegster in Caracas, een advocaat in Beiroet en de kinderen die rondhangen bij de McDonald’s in Primm, veertig minuten ten zuiden van Las Vegas, en miljoenen kilometers van alles verwijderd. Kevin Charles Redmon

Niemand beweert dat onlinecursussen onmiddellijk de ivoren torens zullen gaan slechten – Stanford laat slechts zeven procent toe van degenen die zich aanmelden, en er is geen gebrek aan families die jaarlijks 53.298 dollar op tafel willen leggen. Maar het zou geen kwaad kunnen het zaakje een klein beetje op te schudden. Thrun tekent aan dat ’s werelds eerste universiteit in 1088 in Bologna werd gesticht. ‘Destijds, driehonderdvijftig jaar vóór Gutenberg, was het college de effectiefste manier om informatie over te

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 49

Horizon.indd 49

06-11-12 13:20


horizon

economie

Vernietigd in plaats van hervormd

De markante kolos Battersea Power Station, een voormalige kolencentrale op de zuidoever van de Theems, is nu in handen van een groep Maleisische projectontwikkelaars. Er komen kantoren, winkels en appartementen in. – Š Kieran Doherty/Reuters

pagina 50 nr. 20 10 tot 24 november 2012

Horizon.indd 50

06-11-12 16:21


horizon

economie

London Review of Books – Londen

De privatisering van de electriciteit is voor Groot-Brittannië op een trauma uitgelopen. Schrijver en journalist James Meek dook in de privatisering van het Britse energiebedrijf en ontrafelde de beloften van Margaret Thatcher die, gesteund door de ‘koortsdromen’ van econoom Stephen Littlechild, de concurrentie op de markt stimuleerde. Meek’s verhaal is meer dan een reconstructie van hoe buitenlandse bedrijven eigenaar werden van het Britse stroomnet. Lees zijn essay over - eigenlijk een tirade tegen - Maggie’s mantra van marktwerking.

I

s het erg dat de energie waarop Groot-Brittannië gloeit en gonst niet meer van Groot-Brittannië zelf is? Per slot van rekening brandt het licht nog. Telefoons worden nog opgeladen. Is het erg dat de oude energieleveranciers in het oosten en noordwesten van Engeland en in de Midlands, de kolengestookte centrales van Kingsnorth, Ironbridge en Ratcliffe-on-Soar, de turbines bij Hams Hall, de olie- en gascentrales op het Isle of Grain, in Killingholme, Enfield en Cottam, in bezit zijn van E.ON uit Düsseldorf ? Is het sentimentele nostalgie als het je iets kan schelen dat de vroegere elektriciteitsbedrijven van Tyneside en Yorkshire, de energiecentrales van Didcot in Oxfordshire, Fawley in Hampshire, Tilbury in Essex, Littlebrook in Kent, Great Yarmouth in Norfolk, Little Barford in Bedfordshire en Staythorpe in Nottinghamshire nu toebehoren aan RWE uit Essen? Duidt het op latente vreemdelingenhaat – nationalisme, chauvinisme, zelfs racisme – als je het vreemd vindt dat de ooit publieke leveranciers van elektriciteit in NoordWales, Merseyside en het zuiden van Schotland, net als een hele reeks grotere energiecentrales, nu van Iberdrola uit Bilbao zijn? Ben je een vijand van de liberale principes als je vraagtekens plaatst bij het feit dat de werklieden die de straten in Londen openbreken, voor de rijkste man van Azië werken, Li Ka-shing in Honkong?

Te koop

Je zou denken dat degenen die dit allemaal hebben mogelijk gemaakt, het erg zouden vinden. Wat er is gebeurd, is iets anders dan wat zij hebben beloofd of bedoeld toen ze de elektriciteitsindustrie van de Britse staat te koop zetten. Voor het eind van dit jaar zullen politici, toezichthouders en grote bedrijven een aantal beslissingen nemen die het elektrische leven van Groot-Brittannië in de komende halve eeuw zullen bepalen. Zij beslissen hoe het land de komende vijftig jaar het licht aan, en de raderen van de industrie in beweging houdt, zonder het klimaat ernstig aan te tasten of ons in de armoede te storten. Maar Groot-Brittannië heeft hierover zelf geen zeggenschap meer, als gevolg van wat de Conservatieven van Margaret Thatcher – de partij die met zijn nationalistische programma onafhankelijkheid van

Europa beloofde – een generatie geleden hebben gedaan. Thatcher beloofde minder overheidsbemoeienis in het bedrijfsleven, maar de toekomst van de Britse energievoorziening hangt nu af van Franse staatsbedrijven in Parijs: Electricité de France, beter bekend als EDF, en Areva, bouwer van kerncentrales. Gaan EDF en Areva in Groot-Brittannië een vloot nieuwe kernreactoren bouwen of niet? En zo ja, wat zal dat de Britse en de Franse burger kosten? In 1990 sprak Thatcher bij haar afscheid van het parlement op patriottische toon over de miljoenen mensen die aandelen kochten in vroegere staatsbedrijven, over de privatisering die ‘de macht teruggaf aan het volk’, en over concurrentie in eigen land en de open markten in Europa, die het Britse bedrijfsleven de vrijheid zouden geven om voorop te lopen in de wereld. Nu, in 2012, is duidelijk dat het privatiseren van de stroom het volk de macht juist heeft ontnomen. Kleine Britse aandeelhouders hebben geen enkele invloed op de overgrote meerderheid niet-Britse eigenaren van de bedrijven die in GrootBrittannië energie opwekken en leveren. Het feit dat individuele huishoudens en kleine bedrijven van de verwarrende tarieven van de ene energiegigant kunnen overstappen naar die van de andere, beschermt ze niet tegen grote, onvoorspelbare prijswijzigingen. Het probleem van het concurrentieideaal is dat het winnaars en verliezers kent. De strijd om de stroom is voorbij. En Groot-Brittannië heeft verloren. Op het gebied van technologie en kapitaal is elektrisch Groot-Brittannië niet langer een centrum. Het is een provincie van een ander centrum.

Privatisering

Hoe heeft het zo ver kunnen komen? In 1981 kwamen de inflatie en de werkloosheid boven de tien procent uit. De pas gekozen conservatieve regering werd gedwongen toe te geven aan de eisen van de mijnwerkers. Bezuinigingen op overheidsuitgaven leidden tot algemeen verzet. En de prille carrière van Thatcher als eerste minister leek gedoemd snel en roemloos te eindigen. Maar in diezelfde tijd werkte een 38-jarige econoom aan de universiteit van Birmingham, Stephen Littlechild, aan de verwezenlijking van een vergaand idee waarover in radicaal-conservatieve kringen werd gediscussieerd: privatisering. Thatcher had overigens niet het patent op het begrip privatisering. De Spaanse econoom Germà Bel ontdekte dat het woord stamt van het Duitse Reprivatiserung, dat in Groot-Brittannië voor het eerst werd gebruikt in een artikel van The Economist over de economische politiek van de nazi’s. In 1943 drong het woord ‘privatisering’ voor het eerst door tot de Britse

De strijd om de stroom is voorbij. En Groot-Brittannië heeft verloren

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 51

Horizon.indd 51

06-11-12 16:22


horizon

economie

De privatisering van stroom is er niet in geslaagd de prijzen omlaag te brengen

© Fotograaf

wetenschappelijke literatuur in een analyse van Hitlers programma door de Quarterly Journal of Economics. De auteur, Sidney Merlin, beschreef hoe de nazipartij ‘het mogelijk maakt dat zijn meest vooraanstaande leden steeds meer privévermogen en grote ondernemingen vergaren, via “privatisering” en andere maatregelen. Zo raken de economie en de regering sterker geconcentreerd in een steeds kleiner wordende kring, die je voor het gemak de nationaalsocialistische elite zou kunnen noemen.’

Molensteen

In 1968, toen een interne denktank van de Conservatieve Partij de industriële overheidsbedrijven ‘een molensteen om onze nek’ noemde en voorstelde er een aantal te verkopen, was Thatcher nog sceptisch. ‘Je kunt niet twee rivaliserende ondernemingen hebben die elkaar beconcurreren bij de verkoop van stroom,’ zei ze. Littlechild was het niet met haar eens. En in de overwinningsroes na de verkiezingen van 1979 zagen theoretici als hij de kans om hun ideeën uit te testen op de echte, levende industriële samenleving van vijftig miljoen mensen. In oktober 1981 publiceerde Littlechild een artikel onder de titel ‘Ten Steps to Denationalisation’. Terwijl gematigd rechts nog met tegenzin praatte over de verkoop van delen van de staalindustrie, maakte Littlechild al de sprong naar een toekomst die nog maar weinigen zich konden voorstellen: de privatisering van de spoorwegen en de post. ‘Wat de post nodig heeft,’ schreef hij, ‘is een vindingrijke bedrijfsopkoper.’ Het verst gingen zijn ideeën over elektriciteit. In die tijd werd de stroom in Groot-Brittannië geproduceerd en gedistribueerd door een staatsbedrijf waar de vertrouwde geur hing van bruine enveloppen, stencilinkt en lysol: de Central Electricity Generating Board, de CEGB. Littlechild stelde voor om National Grid, het nationale stroomnet, af te splitsen van het energie-opwekkende deel van de CEGB, regionale elektriciteitsbedrijven te privatiseren en commerciële ondernemingen energiecentrales te laten bouwen

De Tilbury electriciteitscentrale werd in 2011 omgebouwd van kolen naar biomassaenergie. – © Olivia Harris / Reuters

die zouden concurreren met de staatscentrales. De CEGB zou dan gedwongen worden zijn kolen- en kerncentrales te verkopen of verhuren. De meeste politici en mensen uit de zakenwereld zagen Littlechilds voorstellen als de koortsdromen van een revolutionair. Het bleken echter geen dromen te zijn, maar voorspellingen, verpakt in een

uitvoerbaar plan; ze zouden allemaal binnen tien jaar bewaarheid worden. In de loop van de jaren tachtig gingen de Britse technologische aderen en zenuwen over van publiek naar particulier bezit: de telefoon in 1984, het gas in 1986, de vliegvelden in 1987, het water in 1989 en uiteindelijk, begin jaren negentig de stroom en het spoor.

pagina 52 nr. 20 10 tot 24 november 2012

Horizon.indd 52

06-11-12 16:22


horizon

economie

Alsof de UEFA moest beoordelen of het Franse voetbalelftal lid mocht worden van de Premier League

Bij de eerste grote privatisering, die van British Telecom, werd Littlechild belast met de regelgeving voor de particuliere bedrijven waarvan het land in de nieuwe, winstgedreven wereld afhankelijk zou zijn. De formule die hij voor de energiesector had bedacht, klonk onschuldig genoeg. Weinigen wisten – of vonden het belangrijk – wat die formule inhield, en nog minder mensen begrepen wat een radicaal afscheid dit betekende: het leek een onbelangrijk detail vergeleken bij de enormiteit van de privatisering zelf. Littlechilds formule, bekend als ‘RPI minus X’, is niet de enige reden waarom de particuliere energiesector in ons land nu voor het grootste deel in buitenlandse handen is. Maar hij is er wel de sleutel van. Littlechild stelde een plafond in voor de prijs van stroom. Geprivatiseerde bedrijven mochten op hun tarieven alleen een jaarlijkse inflatiecorrectie toepassen. Hoe hoog die correctie mocht zijn werd berekend via de Retail Price Index, RPI, min een X-factor, die de toezichthouder om de vijf jaar zou vaststellen. Hiermee zouden de tarieven elk jaar moeten dalen. Dit klonk als een prima deal voor de klant. Maar wat de meeste mensen niet beseften, was hoe enorm veel kosten de geprivatiseerde bedrijven konden besparen, en niet alleen door medewerkers te ontslaan. In The Queen of the Trent, gepubliceerd in 2009 ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de energiecentrale in Cottam, Nottinghamshire, vertelt een medewerker: ‘Er werd zo veel verspild in de dagen van de CEGB. Het leek wel of ze geld te veel hadden. De magazijnen puilden altijd uit en we hadden overal extra onderdelen voor. Een deel van het probleem was de bureaucratie. Als je getekend had voor een onderdeel uit het magazijn, en het bleek dat je het verkeerde had gekregen, dan kon je dat niet meer terugbrengen. Dat kon het systeem niet verwerken. Dus dan moest je dat onderdeel maar in de vuilnisbak gooien.’ De RPI minus X-formule was voor het nieuwe management een sterke prikkel om met dit soort praktijken af te rekenen. Maar wat ze wonnen met hun besparingen hoefden ze niet aan de klanten door te geven in de vorm van lagere prijzen, of te investeren in research of in de bouw van een nieuwe centrale. Zolang ze hun prijzen met de X-factor op peil hielden, konden de managers de winsten die ze dankzij de kostenbesparingen maakten, oppotten of aan hun aandeelhouders uitbetalen, terwijl ze ondertussen hun eigen salarissen ook flink opschroefden. Littlechild, die de eerste toezichthouder voor de energiesector werd, vond dit prima. Hij was blij dat de elektriciteitsbedrijven in die eerste jaren vette

winsten maakten, omdat hij dacht dat dit nieuwe concurrenten zou aantrekken die ook een stuk van de koek wilden. Zij zouden nieuwe krachtcentrales bouwen en de winst van de gevestigde bedrijven afromen door klanten te lokken met lagere prijzen. De minst efficiënt werkende elektriciteitsbedrijven zouden dat niet overleven, de meest efficiënte zouden er wel bij varen en stroom zou goedkoper worden. Verouderde energiecentrales zouden vervangen worden, omdat dat meer winst zou opleveren: de markt zou er zelf voor zorgen dat ze net zo veel stroom produceerde als de klanten wilden betalen. En in het begin, zolang de markt nog niet volledig open was, zou hij, de toezichthouder, optreden als een soort staatsconcurrent, en op gezette tijden een prijsverlaging afdwingen om de particuliere bedrijven bij de les te houden. Uiteindelijk, zo dacht hij, zou de noodzaak voor regulering afnemen. Wat Littlechild zich, als wetenschapper zonder ervaring in de zakenwereld, niet realiseerde, was dat particuliere bedrijven niet concurreren omdat ze dat leuk vinden. Ze hebben er een hekel aan en concurreren alleen als ze daartoe gedwongen worden. Liever dan de strijd om prijs, product of omzet aan te gaan, zullen ze proberen een concurrent te elimineren en zijn afzetgebied over te nemen door hem op te kopen; of ze sluiten een ongeschreven akkoord en vormen een monopolistisch kartel waarin een paar grote bedrijven onderling de markt verdelen. Stroom is geen handelsartikel als koper, koffie of water. Het is het enige handelsartikel dat onmisbaar is voor het moderne leven en tegelijkertijd onmogelijk is om op te slaan. Een elektriciteitssysteem moet in staat zijn om zo veel energie te maken en te vervoeren als de samenleving op elk willekeurig moment vraagt, en geen watt minder. Dit kan alleen efficiënt gebeuren als de samenleving generaties lang grote hoeveelheden menskracht en middelen investeert in het plannen, bouwen en onderhouden van een netwerk van energiecentrales en stroomkabels, met extra capaciteit om te kunnen inspelen op uitval of op pieken in de vraag.

Groot-Brittannië had in het midden van de twintigste eeuw zo’n netwerk gebouwd en toen dat werd geprivatiseerd, was het een wonder van duivelse complexiteit, ook al voordat de overheid het in stukken opdeelde en de centrale planning plaatsmaakte voor commerciële contracten tussen verkopers, producenten en vervoerders van energie. De lokale stroomleveranciers, twaalf regionale elektriciteitsbedrijven, werden in 1990 verzelfstandigd tot twaalf afzonderlijke ondernemingen. Die zouden voortaan hun stroom bij de groothandel kopen, als het goed was tegen marktprijzen, hoofdzakelijk van de drie grote, geprivatiseerde concerns die die stroom produceerden: National Power en Power-Gen, die in 1991 de grote kolengestookte centrales van de CEGB overnamen, en British Energy, dat de nieuwste kerncentrales bezat en in 1996 naar de beurs werd gebracht. Dit alles werd bij elkaar gehouden door National Grid, dat de stroom tussen de krachtcentrales en van regio naar regio vervoerde, en dat gezamenlijk eigendom was van de twaalf lokale elektriciteitsbedrijven; na 1996 was het Grid zelf een onafhankelijke commerciële partij. Toen de privatiseerders eenmaal de kosten voor reservecapaciteit en de verschillende profielen van de verschillende soorten krachtcentrales hadden doorgerekend, kwamen ze met een systeem om de groothandelsprijs van stroom vast te stellen. Maar dat systeem was zo ingewikkeld dat alleen de mensen van de bedrijven voor wie het gunstig was als die prijs zo hoog mogelijk bleef, het begrepen. In de loop van de jaren negentig daalden de prijzen van olie, gas en kolen, en agressief management zorgde ervoor dat energiecentrales veel goedkoper gingen werken, voornamelijk door mensen te ontslaan. En toch bleef de groothandelsprijs van stroom gelijk. De grote private partijen vonden manieren om de markt te manipuleren en zo de prijzen hoog te houden. Ze konden het systeem omzeilen door bijvoorbeeld te beweren dat een bepaalde centrale tijdelijk niet beschikbaar was om stroom op te wekken. Dan steeg de prijs van elektriciteit – waarna de centrale als bij toverslag weer in bedrijf kwam. De RPI minus X-formule beloonde managers van elektriciteitsbedrijven niet alleen voor kostenbesparingen, maar ook voor verwaarlozing. In het water en het spoor moest hoognodig geïnvesteerd worden, toen ze werden geprivatiseerd. De geprivatiseerde elektriciteitsbedrijven profiteerden van het feit dat er een halve eeuw lang veel was geïnvesteerd in een zeer goed aangelegd en liefdevol onderhouden energiesysteem, dat meer stroom produceerde dan het land nodig had. In de beginjaren konden ze snijden in de investeringen zonder dat iemand buiten de eigen staf begreep wat dat betekende. Overinvestering werd onderinvestering, maar de gevolgen daarvan zouden pas later duidelijk worden.

‘Er werd zoveel verspild. Het leek wel of ze geld te veel hadden’

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 53

Horizon.indd 53

06-11-12 16:22


horizon

economie Industriële ramp

RPI minus X

Dankzij RPI minus X konden de ondernemingen ook profiteren van meevallers die eerder te danken waren aan geluk dan aan goed management. Aangezien stroom, net als voedsel, iets is wat mensen nodig hebben, of het nu goed gaat met de economie of niet, kwamen de bedrijven betrekkelijk goed door de crisis van begin jaren negentig heen. Hun kosten bedroegen de helft van wat deskundigen normaal achtten. Ze keerden genereuze dividenden uit aan aandeelhouders en zwommen nog steeds in het geld. Littlechild had kunnen ingrijpen door de prijzen te verlagen, maar dat deed hij niet, uit angst om het RPI minus X-paradijs van de ondernemers te verstoren. Toen hij wel in actie kwam, vond de aandelenmarkt zijn prijsverlaging zo belachelijk mild dat de aandelen van de energiebedrijven omhoog schoten. In december 1994 probeerde het vastgoedconglomeraat Trafalgar House het geprivatiseerde elektriciteitsbedrijf Northern Electric te kopen. Het bood elf pond per aandeel, vier keer zo veel als de prijs waarvoor de ambtenaren het bedrijf een paar jaar eerder hadden verkocht. Northern Electric bezat zo’n enorme berg cash dat het elke aandeelhouder vijf pond per aandeel kon betalen om de overname af te wenden. Econoom Dieter Helm schrijft in zijn boek Energy, the State, and the Market: ‘Zo liet Northern Electric zien dat het zijn eigen klanten een jaar lang gratis stroom had kunnen leveren en dan nog steeds aan zijn financiële verplichtingen had kunnen voldoen.’ De minimale schulden en de vette winsten van de geprivatiseerde elektriciteitsbedrijven dankzij RPI minus X, lokten roofdieren van de andere kant van de Atlantische Oceaan. En toen het gouden aandeel van de regering in 1995 afliep, sloegen de Amerikanen toe. Bedrijven uit Ohio, Nebraska, Texas, Georgia, Colorado, Louisiana en Virginia gaven 10 miljard pond uit aan het opkopen van Britse bedrijven. Terwijl de Amerikanen toestroomden, nam Labour de regering over van de Conservatieven, en Gordon Brown legde de elektriciteitsbedrijven een ‘meevallerbelasting’ van 1,5 miljard pond op, als straf voor hun buitensporige winsten. Het kostte de Amerikanen geen moeite om het geld voor hun aankopen te lenen, omdat die weinig schulden in de boeken hadden staan. Maar de meevallerbelasting was een teken dat de Amerikaanse zakenlieden met hun door testosteron gedreven passie voor expansie, die tot de val van energiereus Enron zou leiden, de risico’s van investeren in Britse elektriciteit verkeerd hadden beoordeeld.

Ze probeerden dezelfde trucs toe te passen als hun Britse voorgangers. Edison Mission Energy uit Californië, bijvoorbeeld, kocht in 1999 twee grote kolengestookte energiecentrales van Power-Gen. In 2000 kondigde het bedrijf aan dat het een unit op de kolencentrale van Fiddlers Ferry in Cheshire zou sluiten, omdat, zo werd gezegd, het te kostbaar was om die draaiende te houden. In werkelijkheid had de centrale met winst kunnen draaien. Maar door op deze manier 500 megawatt van de markt te halen, dreef Edison Mission de stroomprijs op, wat meer inkomsten opleverde voor Edison Mission en voor de andere eigenaren van energiecentrales. De klanten betaalden de prijs. Uiteindelijk stelde Edison Mission de unit weer in bedrijf, onder druk van Littlechilds opvolger als toezichthouder, Callum McCarthy. Het was een teken aan de wand voor de Amerikanen. De meevallerbelasting had al duidelijk gemaakt dat er onder Labour een striktere regulering zou komen, en kort na het begin van de Amerikaanse koopgekte, kelderde de groothandelsprijs voor stroom. Er ontstond een run op de uitgang. Wanhopig keken de Amerikanen om zich heen wie hun Britse elektriciteitbezittingen wilde overnemen. McCarthy had geen oog voor de Amerikaanse nood. Hij was alleen geïnteresseerd in de prijs en schreef het feit dat de stroom ineens zo goedkoop werd, voor een deel op zijn eigen conto. Volgens hem werd de daling veroorzaakt door de New Electricity Trading Arrangements, een systeem voor de groothandel in stroom dat hij had ingevoerd. Door deze Neta moesten de prijzen omlaag gaan en de elektriciteitsmarkt eerlijker en opener worden. In werkelijkheid had de prijsdaling weinig te maken met de Neta en veel meer met het feit dat Littlechild eind jaren negentig de ‘dash for gas’ had gestimuleerd – het in snel tempo bouwen van nieuwe, gasgestookte krachtcentrales, die in die tijd goedkoper waren dan kolen- of kerncentrales. Dit leidde rond de eeuwwisseling tot een oververzadiging op de elektriciteitsmarkt.

Een systeem dat het land in een fractie van een seconde tot stilstand kon brengen, was onderhevig geworden aan schokken waarvoor geen marktoplossing bestond

Nieuwe energiecentrales, een stroomoverschot, lagere prijzen, bedrijven die failliet gingen omdat ze niet tegen de concurrentie opgewassen waren: het klinkt alsof Littlechilds plannen waren uitgekomen. Toch was het resultaat helemaal niet wat hij zich had voorgesteld. Om te beginnen was het stroomoverschot een politieke en industriële ramp. De nieuwe lichting gasgestookte energiecentrales veroverde genoeg marktaandeel op de kolen- en kerncentrales om die op de rand van bankroet te brengen, maar had zelf niet genoeg capaciteit om die centrales te vervangen als ze inderdaad failliet gingen. Daarmee stond niet alleen de broodwinning van duizenden mijnwerkers en technici – trouwe Labour-stemmers – op het spel. Een systeem dat het land in een fractie van een seconde tot stilstand kon brengen, was onderhevig geworden aan schokken in de markt waarvoor geen marktoplossing bestond. De regering-Blair had al ingegrepen door de overschakeling van kolen op gas te vertragen; in 2002 had ze geen andere keus dan staatssteun te geven aan British Energy, het private bedrijf dat eigenaar was van de kerncentrales.

Dash for gas

Het was waar dat de ‘dash for gas’ de winsten van de energieproducerende bedrijven omlaag bracht. Maar het waren niet de klanten die daarvan profiteerden. Dat waren de bedrijven die de energie distribueerden en verkochten. Buitensporige winstmarges verplaatsen zich eenvoudigweg van de ene groep elektriciteitsbedrijven naar de andere. De volgende stap was dat de bedrijven die energie distribueerden, gingen fuseren met de bedrijven die die energie produceerden: ‘verticale integratie’, precies het soort prettige regeling, met al zijn mogelijkheden voor prijsafspraken en misbruik van marktoverwicht, dat Littlechild had willen vermijden. Slechts één groep bedrijven was rijk, machtig en ervaren genoeg om te profiteren van de snel groeiende Britse oligopolie. In 1998, toen de Amerikanen zich uit Groot-Brittannië terugtrokken, namen Europeanen hun plaats in. Het eerste bod vanaf de overkant van het Kanaal, nog maar zeven jaar na de ontmanteling van de CEGB, kwam van Electricité de France, de Franse CEGB. Na die eerste verovering volgden er meer: in 2000 kocht EDF de centrale van Cottam; in 2002 nam het de voormalige elektriciteitsbedrijven van Zuidoost en Zuidwest-Engeland over; en in 2008 kocht het via de overname van British Energy het grootste deel van de Britse kerncentrales. Het bedrijf wil vanaf 2019 de oude centrales vervangen door een in Frankrijk ontworpen reactor die bekendstaat als de European Pressurised Reactor (EPR). Sinds de afschaffing van de CEGB heeft Groot-Brittannië zelf niet meer de kennis in huis om kerncentrales te ontwerpen en te bouwen. Niet dat niemand probeerde EDF tegen te houden. Maar in 1998 zat Labour nog met de erfenis van de Tories. Tien jaar eerder had Margaret Thatcher haar roemruchte toespraak in Brugge gehouden. Daarin waarschuwde ze de al te overtuigde eurocraten: ‘Wij hebben de grenzen van de overheid niet zo succesvol teruggetrokken, om ze nu op Europees niveau weer opgelegd te krijgen.’ In een volgende toespraak,

pagina 54 nr. 20 10 tot 24 november 2012

Horizon.indd 54

06-11-12 16:22


economie

horizon

Pembroke Power Station, de nieuwste en grootste centrale in Europa – © Reuters/Rebecca Naden

datzelfde jaar, pochte ze tegenover een gehoor van zakenlieden dat haar regering Europa had gedwongen de barrières voor de handel tussen de lidstaten weg te nemen. Met hun steun aan één Europese markt voor goederen en diensten, zo zei ze, maakten de Conservatieven zich sterk voor ‘het vrije verkeer van kapitaal door de hele gemeenschap.’ Ze zag daar geen tegenstelling in. Degenen die zich haar erfgenamen noemen, zien die nog steeds niet. Maar impliciet accepteerde Thatcher met haar steun voor die ene markt dat er één toezichthouder in Brussel zou komen, de ultieme concurrentiescheidsrechter in Europa. Sindsdien heeft de Europese directoraat-generaal Concurrentie meer invloed op Groot-Brittannië dan welke andere Europese instelling ook. En Frankrijk bleek een handig lobbyist. Brussel heeft toegestaan dat de Fransen EDF in eigen land beschermen tegen concurrentie, dat EDF geld kon lenen tegen lage staatsrentetarieven en daarmee zijn slag kon slaan in de open Britse markt. Het Britse ministerie van Energie vroeg Brussel om de eigen mededingingsautoriteiten te laten beslissen

De Europese directoraat-generaal Concurrentie heeft meer invloed op Groot-Brittannië dan welke andere Europese instelling ook.

over het bod van EDF. De Europese mededingingscom- verering van het aandeelhouderskapitalisme en de missaris, wijlen Karel Van Miert, weigerde dat en kort algemene aanvaarding van het idee dat topmanagers daarna verscheen zijn acht pagina’s tellende oordeel alleen gemotiveerd worden door verlangen naar waarin de overname werd goedgekeurd. Hij liet het persoonlijke rijkdom, is het elektriciteitssysteem monopolie van EDF in Frankrijk buiten beschouwing waarvan Groot-Brittannië afhankelijk is, uitgeput. en richtte zich op de kabel door het Kanaal waardoor Eenvijfde van de Britse energiecentrales die op dit EDF al een betrekkelijk kleine hoeveelheid stroom aan moment in bedrijf zijn, zal rond 2020 moeten sluiten Groot-Brittannië verkocht. Zo’n piepklein marktaan- en de regering wil dat gat vullen met een mix van deel, concludeerde Van Miert, vormde geen bedreiging. gas-, wind- en kernenergie, een snufje kolen en een Het was alsof de UEFA moest beoordelen of het eerlijk revitalisatie van het Grid. Toen hij in mei een ontwas als het Franse voetbalelftal lid werd van de Premier werp-energiewet indiende bij het parlement, zei League en, na zorgvuldig onderzoek, aankondigde dat staatssecretaris voor Energie Ed Davey, dat het de Fransen geen speciale voordelen zouden genieten in bedrag van 110 miljard dat dit zou kosten en waarGroot-Brittannië, waarbij over het hoofd werd gezien over nu al zo veel werd gemopperd, nog maar het dat als de Engelsen uit speelden bij de Fransen, het begin was. Franse doel met houten platen was dichtgespijkerd. Nu we ook nog goede wereldburgers moeten zijn en De beslissingen over de toekomst van de Britse stroom- minder fossiele brandstof willen verbruiken, wordt voorziening, waarin Parijs een sleutelrol speelt, kun- het nog moeilijker. Onze kernenergiecentrales hebnen niet langer worden uitgesteld. ben afgedaan, onze kolen- en oliecentrales zijn Dankzij Littlechilds RPI minus X-regime, twintig jaar broeikasgasfabrieken. En nu we het grootste deel van

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 55

Horizon.indd 55

06-11-12 16:23


horizon

Experimenteel is precies wat de nieuwe reactoren zijn. Ze zijn niet beproefd

economie

ontworpen door het Franse Areva. Acht keer hetzelfde type bouwen zou minder kosten: de centrales zouden in massaproductie gemaakt kunnen worden. De kernenergielobby vond dat kerncentrales, die net als windparken geen broeikasgas produceren als ze eenmaal in bedrijf zijn, in aanmerking moeten komen voor dezelfde subsidies als wind. Als de Fransen en de Duitsers de miljarden hiervoor moesten ophoesten, zo was de redenering, dan moesten ze wel enige garantie krijgen dat die werden terugbetaald in de decennia dat de centrales werkten. Hinkley Point zou in 2019 opstarten en binnen enkele jaren daarna zouden veilige, schone, betrouwbare, nieuwe kerncentrales kunnen voorzien in bijna een kwart van de Britse energiebehoefte op piektijden.

Drievoudige meltdown

onze Noordzee-voorraden hebben opgestookt, zijn we afhankelijk van scheepsladingen vloeibaar gas uit Qatar, aangevoerd via de Straat van Hormuz, die de Iraniërs dreigen af te sluiten als vreemde mogendheden hen te na komen. Windparken op het land zijn niet populair bij Tories; windparken in zee zijn duur en liggen ver van het Grid, en trouwens, windkracht moet ondersteund worden met alternatieven, omdat het nu eenmaal niet altijd waait. Van de drie belangrijkste energiebronnen voor de Britse toekomstige elektriciteitsvoorziening – gas, wind en kernenergie – vragen de eerste twee minder dringend om aandacht dan de derde, al kunnen we bij het debat over de energiewet heel wat retoriek verwachten vanuit de gas- en de windlobby. De gasadepten zullen komen met het argument dat de wereldwijde schaliegasrevolutie het gas goedkoper en breder beschikbaar zal maken, dat gasgestookte centrales geen subsidie nodig hebben en dat gas milieuvriendelijk is omdat het minder vuil is dan kolen. De windliefhebbers zullen opwerpen dat verbeterde technologieën de wind uit zee goedkoper maken, dat wind veel schoner is dan gas en dat Groot-Brittannië met windenergie minder afhankelijk wordt van de import uit risicolanden. Deze discussie zou toch plaatsvinden, wie er ook eigenaar was van de Britse energie-industrie en het lijkt onvermijdelijk dat het eindresultaat zal neerkomen op meer gas, meer wind en minder kolen. Nieuwe kerncentrales echter, staan in het middelpunt van de aandacht, en niet alleen bij de regering; volgens de bedrijven die ze moeten gaan bouwen moet de beslissing om door te gaan aan het eind van dit jaar genomen zijn. Het oorspronkelijke plan, dat onder Labour is geformuleerd en door de coalitie is overgenomen, was om tegemoet te komen aan de brandende verlangens van de private energiesector en de bouw van vier nieuwe kerncentrales, elk met twee reactoren, te laten doorgaan. Twee paar reactoren zouden gebouwd worden door EDF, bij Hinkley Point in Somerset en bij Sizewell in Gloucestershire. Minstens vier, en zo mogelijk alle acht, zouden van hetzelfde type zijn, de efficiënte, superveilige EPR,

En wat was daar mis mee? Bijna alles, zo blijkt. Na de drievoudige meltdown van de reactoren in Fukushima door de aardbeving in Japan vorig jaar maart, besloot de Duitse regering om haar gehele nucleaire sector te sluiten, waardoor op hun beurt RWE en E.ON afzagen van investeringen in Britse kerncentrales. Areva is nu bezig een gezamenlijk bod in elkaar te flansen om EPR-reactoren te bouwen in Wylfa en Oldbury, samen met een Chinees bedrijf, China Guangdong Nuclear Power Company. Maar het moet concurreren met zijn Japanse rivaal, Toshiba Westinghouse, die samen met weer een ander Chinees bedrijf, de State Nuclear Power Technology Corporation, ook de vroegere Duitse projecten wil overnemen en een ander type reactor wil bouwen, dat ook efficiënt en superveilig heet te zijn, de AP1000. De Fransen wisten in de jaren zeventig en tachtig schaalvoordeel te halen door bijna zestig

reactoren van hetzelfde ontwerp te bouwen. Acht reactoren voor Groot-Brittannië doet al meer denken aan handwerk dan aan een lopende band; vier reactoren van het ene en vier van het andere type, dat klinkt ronduit experimenteel. En experimenteel is precies wat de nieuwe reactoren zijn. Ze zijn niet beproefd. Er is nog nooit een EPR of een AP1000 operationeel geweest. Op dit moment worden er twee EPR’s gebouwd in China, één in Finland en één bij Flamanville in Normandië. Geen van deze vier is dicht bij een opstartdatum. De Finse en de Franse EPR gaan minstens twee keer zo veel kosten als was voorzien. De Chinese reactoren liggen, volgens de betrokken bedrijven, op schema, maar Flamanville ligt vier jaar achter. In Finland heeft het plaatselijke elektriciteitsbedrijf onlangs de laatste openingsdatum geannuleerd – 2014, al vijf jaar later dan gepland – zonder een nieuwe te noemen. De Fransen lijken minder enthousiast te worden over de EPR. François Hollande wil het aandeel kernenergie in de Franse stroomvoorziening terugbrengen van 75 naar 50 procent. In een rapport uit 2010 over de toekomst van de Franse kernindustrie, waarschuwde François Roussely, voormalig hoofd van EDF, dat de EPR te ingewikkeld is, dat er opnieuw naar het ontwerp gekeken moet worden, en dat klanten een kleinere, eenvoudigere reactor, de ATMEA, aangeboden moeten krijgen. Het jaar daarvoor had Henri Proglio bij zijn aantreden als het nieuwe hoofd van EDF nog grappen gemaakt over Areva dat zijn EPR in het buitenland wilde slijten. ‘Weet u hoeveel bedrijven er zijn met maar één product in de catalogus?’ sneerde hij. ‘Je had Henri Ford en zijn T-model. Maar dat was honderd jaar geleden en hij wist tenminste hoe hij die auto moest bouwen en verkopen.’ Proglio zegt nu dat hij in Groot-Brittannië EPR’s wil bouwen. Dit werd in Frankrijk algemeen opgevat als

Gaat het licht uit of blijft het aan? Onderhoud aan een electriciteitspaal van Ratcliffe-on-Soar centrale. – ©Darren Staples / Reuters

pagina 56 nr. 20 10 tot 24 november 2012

Horizon.indd 56

06-11-12 16:22


horizon

economie

machtsvertoon in het verhitte politieke wereldje van de Franse industrie, en aan dat wereldje – waarover de Britse kiezer geen controle heeft – zit het Britse publiek nu vastgeketend. De Britse investeringsplannen in de EPR en mogelijk ook in de AP1000, doen angstvallig denken aan de periode die voorafging aan de rampzalige teloorgang van Railtrack, een geprivatiseerd bedrijf dat in 2011 gerenationaliseerd moest worden. Ook daar liet de overheid een privaat netwerk waarvan het land afhankelijk was, investeren in een onbeproefd staaltje technologie, ondanks waarschuwingen uit Europa dat de technologie nog niet klaar was. In de vrijemarkt-utopie van Littlechild had dit geen probleem hoeven zijn. Overheidsplanners weten in zijn ogen niet wat het publiek vraagt, en ondernemers zullen investeren en concurreren om wel aan die vraag te voldoen. Als het product of de dienst weinig wordt gebruikt, nutteloos is of te duur, dan verliest de ondernemer, niet de klant. Deze gedachtegang houdt geen rekening met de gevoeligheid van mensen voor marketing, maar op zichzelf is het een redelijk uitgangspunt. Toegepast op restaurants, auto’s en meubels is er veel voor te zeggen. Als banken te maken kregen met echte concurrentie, zou dat een goede zaak zijn. Maar toegepast op de Britse elektriciteitsindustrie, roept het twee enorme problemen op. Het eerste probleem is dat een kerncentrale geen restaurant is. Als mijn café aan de markt omvalt, ben ik mijn broodwinning kwijt, maar de mensen in de stad zullen geen gebrek aan koffie hebben. Als het nationale elektriciteitsnet rekent op 13 gigawatt aan kernenergie voor de jaren 2020 en die energie komt niet, is het land in gevaar. Het is het oude grapje, dat jij een probleem hebt als je de bank honderd pond schuldig bent, maar dat de bank een probleem

en dus zijn ze niet winstgevend. De enige reden waarom kernenergie nog op tafel ligt, is de opwarming van de aarde. De enige manier waarop kernenergie gefinancierd kan worden is via overheidssubsidie. Eind dit jaar moet de Britse regering beslissen hoeveel subsidie ze aan EDF en Areva wil geven; EDF en Areva zullen dan in overleg met hun meerderheidsaandeelhouder, de Franse regering, moeten beslissen of dat genoeg is.

De belastingbetaler

Maar de subsidie zal niet uit de algemene belastinginkomsten worden betaald. Die wordt, net als de subsidies voor windparken, betaald via de elektriciteitsrekening van de klanten. Dat illustreert wat het privatiseren van essentiële diensten werkelijk inhoudt: niet de infrastructuur wordt verkocht, maar de rekening betalende burgers; en niet stroom wordt geprivatiseerd, maar belastinginkomsten. In feite koopt de Franse regering het recht om Britse elektriciteitsklanten belasting op te leggen via hun energierekening; het recht om met Brits geld en Britse centrales de Franse, onbeproefde, nucleaire technologie aan de wereld te tonen. En de verborgen belastingheffing via de stroomrekening houdt geen rekening met financiële draagkracht, dus hoe armer je bent, hoe groter je bijdrage is aan dat programma. Dat wil niet zeggen dat het Franse volk als winnaar uit de strijd komt bij deze deal (al heeft Hollande ten minste toegegeven dat stroomrekening in Frankrijk een vorm van belastingheffing is en dus inkomensafhankelijk zou moeten zijn). Elke keuze zal duur en politiek geladen zijn en dus kan de Britse regering nog steeds besluiten dat de EPR te riskant is, toestaan dat extra gascentrales in het gat springen en ondertussen de groene lobby tevreden stellen met

wordt van gas, hoe meer noodvoorraden het moet aanhouden – en daar zal de markt niet voor betalen. Het meest doorslaggevende argument van econoom Helm tegenover de privatisering van elektriciteit (en gas) in Groot-Brittannië is dat deze sectoren van nature niet publiek zijn, maar ook niet privaat. ‘Het is heel vreemd,’ schrijft Helm in zijn boek, ‘dat iemand het in zijn hoofd zou halen om deze twee niet als politieke sectoren te beschouwen.’ De privatisering van stroom is er niet in geslaagd de prijzen omlaag te brengen. Volgens de meest recente cijfers liggen de Britse prijzen precies op het Europese gemiddelde – hoger dan in Frankrijk, lager dan in Duitsland. De privatisering heeft de Britse industrie en het Britse leiderschap geen dienst bewezen; het beste bewijs voor de mate van waanzin en verraad onder politici van beide partijen is het simpele feit dat een betrouwbaar, slecht geleid Brits elektriciteitssysteem vernietigd is in plaats van hervormd, met als enige gevolg dat een groot deel ervan overgenomen kon worden door een buitenlandse versie van het origineel. En de privatisering heeft niet geleid tot transparantie: overheden die trots beweren dat ze de belastingen niet verhogen, of dat ze de lage inkomens ontzien, moeten toestaan dat buitenlandse elektriciteitsbedrijven directe belastingen innen, waardoor de armen onevenredig zwaar worden getroffen.

Uit of niet

De privatisering van stroom is er niet in geslaagd de prijzen omlaag te brengen. Volgens de recentste cijfers liggen de Britse prijzen precies op het Europese gemiddelde – hoger dan in Frankrijk, lager dan in Duitsland

heeft als jij haar een miljard schuldig bent. Als Henri Proglio met Kerstmis wil verhuizen en zijn nieuwe huis is nog niet klaar, dan heeft Henri Proglio een probleem. Als de nieuwe kernreactor van Henri Proglio niet klaar is voor 2019, dan heeft Groot-Brittannië een probleem. Een windpark dat voor negentiende af is, is voor negentiende in bedrijf. Een kerncentrale die voor negentiende af is, is een witte olifant van 3 miljard pond. Het zou kunnen gebeuren dat bedrijven er gedeeltelijk in slagen een serie nieuwe kerncentrales in ons land te bouwen en dan moeten stoppen wegens kostenoverschrijdingen. Maar de andere variant is waarschijnlijker: is de bouw eenmaal begonnen dan worden de centrales ook afgebouwd, koste wat het kost. En dat is het tweede probleem. Kernreactoren zijn duur om te bouwen en moeilijk om af te breken

subsidies voor windenergie en beloften over nog niet bestaande toekomstige technologieën: getijdenenergie, schone kolenwinning, thoriumreactoren, een Europees supernet dat windmolens in het noorden, zonnestations aan de Middellandse Zee en een kabel met groene energie uit Ierland met elkaar verbindt. In dat geval draait het Franse publiek op voor de dure aankoop door EDF van British Energy en zijn bestaande, verouderde kerncentrales. Vrijemarktdenkers zoals Littlechild zouden misschien zeggen dat de markt uit zichzelf nooit kerncentrales zou hebben gebouwd; de markt zou altijd voor de goedkoopste optie zijn gegaan. Maar dat is een drogreden. Elektriciteit kan niet aan de markt worden overgelaten. Kolen zijn misschien de goedkoopste optie, maar te vuil. Gas is misschien de goedkoopste optie, maar hoe afhankelijker het land

Maar het licht brandt nog. Tenminste, dat zei een parlementslid een paar jaar geleden tegen econoom Dieter Helm, toen die als deskundige optrad in het parlement. De vorige winter hadden mensen immers gewaarschuwd dat de stroom zou uitvallen, zei de parlementariër, en dat was niet gebeurd. Helm zette hem op zijn plaats. Als je het probleem beperkt tot de vraag of het licht uitgaat, zei hij, begrijp je totaal niet hoe het in de nieuwe wereld van de elektriciteitsmarkten werkt. Voor private elektriciteitsbedrijven is het ideaal als er maar net genoeg stroom is om de zaak draaiende te houden. Dan kunnen ze ervoor vragen wat ze willen, klanten moeten wel betalen. ‘Mensen denken dat onzekerheid in de stroomvoorziening betekent: gaat het licht uit of niet – maar dat is het punt niet,’ zei hij. ‘Het punt is wat er gebeurt vlak vóór het licht uitgaat.’ James Meek

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 57

Horizon.indd 57

06-11-12 16:22


horizon

cultuur

Gelovigen net zo gevoelig als verliefden Russki Journal – Moskou

Aan het denken gezet door de zaak Pussy Riot, vraagt een Russische journalist zich af hoe het toch komt dat gelovigen vaak zo disproportioneel gevoelig zijn. Wel of geen hoofdletter kan al een felle discussie opleveren.

S

inds ik voor de religierubriek van mijn krant [het Moskouse dagblad Nezavisimaja Gazeta] werk, besef ik hoe gemakkelijk het is gelovigen, ongeacht hun confessie, te choqueren of zelfs diep te beledigen. Zo voelen de neopaganisten zich gekwetst omdat wij in onze artikelen het voorvoegsel ‘neo’ gebruiken om hen aan te duiden. Zij willen ‘oorspronkelijke gelovigen’ of op zijn minst paganisten worden genoemd. De ‘nieuwe’ pinkstergelovigen uiten dezelfde klacht. Met collega’s van een concurrerend blad hebben we een felle discussie over dit onderwerp gevoerd. Een van hun journalisten zei tegen ons: ‘Maar begrijpen jullie dan niet dat het net kinderen zijn, die alles als voorwendsel gebruiken om zich gekrenkt te voelen?’

Wanneer je in de kolommen van een krant religie en samenleving behandelt, betreed je een mijnenveld. Moet je bijvoorbeeld schrijven ‘Patriarch’ Filaret Denisenko [metropoliet van Kiev, door het patriarchaat van Moskou geëxcommuniceerd] of ‘patriarch’? De aanhangers van Denisenko hechten natuurlijk aan het gebruik van de hoofdletter en zij verwachten dat ik daar rekening mee houd. Maar wat als de parochianen van het patriarchaat van Moskou die de krant lezen, vervolgens weigeren mij de hand te schudden? Voor hen is deze man een scheurmaker, die door een banvloek is veroordeeld. Misschien vraagt u mij hoe de notie ‘religieuze gevoelens’ onderwerp van discussie is geworden [in Rusland]. Dat is een goede vraag. Het is mij onbekend

De openbaring wordt gevierd in het klooster Aleksandro-Svirski, 250 km vanaf St. Petersburg. Mensen duiken in extreem koud water om zichzelf te reinigen van hun zonden – © Yury Goldenshteyn/Demotix/Corbis

pagina 58 nr. 20 10 tot 24 november 2012

Horizon.indd 58

06-11-12 11:47


horizon

cultuur

wat de opstellers van het wetsvoorstel dat momenteel in de Doema wordt besproken, precies met dit begrip bedoelen [zie chronologie]. De tekst bevat geen enkele definitie. Wat wordt er onder religieuze gevoelens verstaan? In zijn naslagwerk Het Heilige [verschenen in 1917] spreekt de Duitse theoloog Rudolf Otto van een buitengewone, overweldigende en mysterieuze ervaring. Wie een dergelijke ervaring heeft, staat vervolgens voor de uitdaging om haar te beschrijven met het instrument waarover hij beschikt, namelijk de taal. De ervaring komt dus eerst en de gevoelens die onze afgevaardigden willen beschermen, zijn niets anders dan de affectieve gehechtheid aan een beleving, aan symbolen die ons helpen deze op te schrijven en aan de veronderstelde bron van deze emotie. Ik begrijp heel goed dat een dergelijk gevoel kan worden gekwetst, op exact dezelfde wijze als dat een verliefd persoon zich gekrenkt voelt. Je kunt het beste maar niets zeggen over degene voor wie iemand in vuur en vlam staat. Als je een mythe aan diggelen slaat, kun je een klap in het gezicht krijgen. Dat geldt ook voor het onderwerp dat ons nu bezighoudt.

Atheïsme

De gevoelens van gelovigen worden voortaan door de wet beschermd, maar die van geliefden niet. Dat is onrechtvaardig. Komt dat omdat de gevoelens van geliefden een individueel, en die van gelovigen een collectief karakter hebben? Nee. Mijn oma heeft bijvoorbeeld geen enkele affectie voor het dogma van de Drie-eenheid, maar Gregorius van Nyssa [theoloog van de Griekse kerk in de vierde eeuw] zou een donderpreek hebben gehouden als ik het in zijn aanwezigheid had gewaagd de eenheid van Vader, Zoon en Heilige Geest te ontkennen. Aan de andere kant zou St. Gregorius zich waarschijnlijk niet druk hebben gemaakt als ik op zondag de stofzuiger ter hand had genomen, terwijl mijn oma dat een onverdraaglijke inbreuk op de rustdag, de dag des Heren, vindt. Gelovigen, of liever degenen die namens hen het woord voeren, schilderen vaak het idyllische tafereel van een religieuze eenheid tegenover de liberale vijand die hen vanwege hun ouderwetse opvattingen wil verpletteren en onderdrukken. Dat is vermakelijk, want juist het bestaan van de niet-gelovige vijand en de druk die deze uitoefent, zorgen ervoor dat ze elkaar niet naar de keel vliegen; hun eigen goede wil heeft daar niets mee uit te staan. Dat de overheid religieuze gevoelens beschermt, biedt ons overigens de gelegenheid opnieuw het onderwerp atheïsme aan te snijden. Waar hebben we het dan over?

Het antwoord is eenvoudig: religieuze ongevoeligheid. Onder druk van de nieuwe (seculiere, dat wil zeggen atheïstische, godloze) tijd hebben gelovigen, of – nogmaals – liever degenen die namens hen het woord voeren, de ‘interreligieuze dialoog’ uitgevonden. De verbinding van deze twee termen zou iedere respectabele en beschaafde persoon die in een tijdschrift over religie debiteert, moeten bekoren. Niettemin kun je je nauwelijks meer gebakken lucht voorstellen dan bij deze rondetafelbesprekingen met een metropoliet, een moefti en een rabbijn. Onder de vlag van de interreligieuze dialoog houden ze zich in uit angst op de gevoelige tenen van hun gesprekspartner te trappen. Het zijn geen open en eerlijke gesprekken. Als de deelnemers werkelijk vrijuit durfden te spreken, zou beslist iemand rond de tafel zich beledigd voelen en met slaande deuren de bijeenkomst verlaten. Waarom? Omdat een individu zijn mond dicht kan houden, maar een gelovige niet. Vooral wanneer het een wereldomvattend geloof betreft, zoals christelijke en islamitische stromingen. Een godsdienst hebben, betekent ofwel je uitverkoren voelen en je van de wereld afzonderen, wat beslist de slechtste van beide opties is, ofwel exact weten hoe de mensen op onze aardbol behoren te leven en trachten hen te corrigeren. Verder worden gevoelens altijd gekwetst wanneer er twee talen in het spel zijn, of preciezer: wanneer een vertaling wordt gemaakt, een poging om de gedachten, gevoelens, gebruiken en daden van de ander expliciet te verwoorden zodat ze begrijpelijk worden. In geval van ontkenning wordt eerst een poging gedaan om inzicht in het fenomeen te krijgen, maar het uiteindelijke resultaat is afwijzing en stigmatisering. Ook aanvaarding wordt door een vertaling voorafgegaan. Sommigen zien moslims uitsluitend als een bedreiging of beschouwen christelijke priesters als dikbuikige, losbandige hypocrieten. In hun ogen zijn alle gelovigen reactionair. Zij kunnen niet anders, want dat is het enige plaatje dat in hun wereldbeeld past.

‘Net kinderen, die alles als voorwendsel gebruiken om zich gekrenkt te voelen’

Er zijn nog andere manieren om een ‘vertaling’ te maken. De wetenschap, inclusief theologie, geschiedenis en cultuurstudies, kan niet in de taal van de godsdienst over religie spreken, net zo min als een zoöloog vanaf de kansel een uiteenzetting over tetra’s kan houden. De wetenschap heeft met religie gemeen dat zij uit alle macht de wereld wil beïnvloeden. Wetenschappers vinden, al is hun kennis in eigen ogen beperkt (wat hen onderscheidt van

godsdienstige mensen), dat de teneur van hun gedachten en hun onderzoeken, en hun verklaringen correct zijn en dat deze moeten worden gevolgd, aangevuld en herhaald. Het is een algemeen weten dat ernaar streeft in de ‘juiste’ taal over een ander algemeen weten te spreken. En dat kan ook niet anders, want wetenschap die zich bijvoorbeeld niet buigt over aanvallen van epilepsie of het opleidingsniveau van de profeet Mohammed, is niet langer wetenschap maar verwordt tot een kopie van het officiële religieuze discours. Onafhankelijke journalistiek kan niet in de taal van godsdienst over religie spreken, omdat zij dan in plaats van de maatschappij in dienst van de religie zou komen te staan. Een journalist die er bewust vanaf ziet religie te bekritiseren, verliest het vertrouwen van de lezer. Zijn proza klinkt vals omdat hij zijn eigen taal verloochent. Een cartoonist die geen spotprent maakt van Jezus, een te dikke paus of een agressieve moslim, moffelt zaken weg die voor hem van belang zijn. Het is gemakkelijk de gevoelens van gelovigen te krenken, maar het heeft geen zin wetgeving te maken om dat te voorkomen. Voor gelovigen is het veel beter te erkennen dat hun overgevoeligheid zich slecht verdraagt met een pluriforme samenleving, die men uiteraard slecht, immoreel of zondig mag vinden. Een gelovige heeft vaak moeite om de confrontatie met de realiteit aan te gaan. Dat is het bestaan waarvoor hij heeft gekozen. Voor hem is dat de voorwaarde voor een beter leven. Voor hem moeten dingen wel ingewikkeld zijn en hij voelt zich verplicht zichzelf boven deze moeilijkheden uit te tillen. Stel nu eens dat mijn redenering niet klopt. Dan kun je beter verliefd zijn. En atheïst, dat wil zeggen ongevoelig, of simpelweg een dier, zoals de voortreffelijke Joeri Vjazemski eens heeft gezegd. [‘Atheïsten zijn dieren, ze hebben verzorging nodig’, verklaarde deze presentator van een bijzonder populair spelprogramma, tevens schrijver en filosoof, ooit op televisie]. Stanislav Minine

Riot worden in Moskou gearresteerd omdat zij op 21 februari in een kathedraal een ‘punkgebed’ hebben gezongen waarin zij de Heilige Maagd Maria vroegen Poetin zijn macht te ontnemen. Poetin beschuldigt hen van het vieren van een ‘heksensabbat’ en vindt dat de staat ‘de plicht heeft de gevoelens van gelovigen te beschermen’. De Orthodoxe Kerk roept op haar beurt moord en brand wegens ‘godslastering’. 17 augustus. De meiden van Pussy Riot krijgen

twee jaar strafkamp wegens ‘vandalisme’ en ‘aanzetten tot religieuze haat’. 25 september. De Doema stemt voor een resolutie waarin wordt opgeroepen elke krenking van religieuze gevoelens te veroordelen. Er wordt een wetsvoorstel met deze strekking voorbereid. 10 oktober. Pussy Riot gaat in hoger beroep. Een van de leden wordt vrijgelaten; voor de beide anderen blijft de straf gehandhaafd.

De ‘juiste’ taal

CHRONOLOGIE In Rusland wordt gewetensvrijheid door de grondwet gegarandeerd. De afgelopen maanden hebben politiek en religie zich echter diverse malen vermengd, met een explosieve cocktail als resultaat. December 2011. De partij van president Poetin behaalt de absolute meerderheid bij de parlementsverkiezingen. De uitslag wordt betwist. Er volgen demonstraties. Maart 2012. Drie leden van de feministische groep Pussy

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 59

Horizon.indd 59

06-11-12 11:46


Ons eigen Black Label: eenmalig laag geprijsd

Ik zou nu vast even toeslaan. - Harold Hamersma, wijnschrijver

Quaderna Via By the Grape biologisch By the Grape is constant op zoek naar uitzonderlijke wijnen. Zo waren we onlangs in de Spaanse wijnstreek Navarra bij de broers Jorge en Raúl Ripa Zudaire. Zij maken al jaren prijswinnende wijnen van biologische oorsprong. Bij het proeven van één wijn sprong de vonk over en we besloten tot een samenwerking. Het resultaat mag er zijn: Quaderna Via By the Grape. Een rode topwijn met tonen van bramen, sappige, zwarte kersen en specerijen. Het is wat onze huiswijnen betreft het beste paard van stal: een ware black beauty. Het predicaat Black Label meer dan waardig.

Eindelijk een Black Label die niet alleen sjiek is, maar ook simpel verrukkelijk. - Nicolaas Klei, wijnschrijver

360 Magazine lezers profiteren nu van de introductieprijs van 4,99 (normaal 6,99) voor een fles Quaderna Via By the Grape. Het is niet voor niets dat wijnschrijver Harold Hamersma in een preview zei: “Ik zou nu vast even toeslaan.”

Win de 1 1 van 0 Rese 0 top t.w.v rva’s . 20*

Van 6,99 voor 4,99 Bestel via: bythegrape.nl/btg1

* kijk op www.bythegrape.nl/blacklabel voor de uitgebreide actie-omschrijving.

Spaanse huiswijntoppers met een ster

len vo hefs e nb pc Aa or to do

Parra By the Grape Tempranillo biologisch

Parra By the Grape Verdejo biologisch

“Prachtig rood. Culinair. Soepel. Vrolijk.” - Spaanse topchef Quique Dacosta (2 Michelinsterren)

“Wijn met zo’n smaakpalet verdient bij iedere wijnliefhebber een vaste plek in huis.” - Spaanse topchef Manuel de la Osa (1 Michelinster)

4,99 Bestel via: bythegrape.nl/btg2

4,99 Bestel via: bythegrape.nl/btg3

It’s been ages since I saw a wine DVD as well filmed as this.

A Gra ctie v Gra tis dv an h d K et h pe iss uis min bij ima aan ed By : k al 2 oop the 4 fl ess van en.

- Jancis Robinson, Jancisrobinson.com

Alle acties geldig tot 30 november 2012 of zolang de voorraad strekt.

Ook voor relatiegeschenken ben je bij ons aan het juiste adres: bythegrape.nl/relatiegeschenk Onze klanten geven By the Grape het rapportcijfer 9 voor klanttevredenheid. (bron: Trustpilot begin oktober 2012)

Bezorging gratis

We bezorgen je wijn gratis in heel Nederland en tegen een kleine meerprijs leveren we ook ‘s avonds en in het weekend. Als service ontvang je een uur voor bezorging een gratis sms dat we er aan komen. Wil je liever een persoonlijk wijnadvies, kom dan langs in onze winkel in Velp (Gld) of bel ons: 088 11 80 700. Met wijnliefhebbende groet, Bart van den Brink en Derrick Neleman.

By the Grape winkel, Hoofdstraat 21, 6881 TA Velp (Gld) K.v.k.nummer: 08188998 | btw-nummer: NL8203.95.572.B01 NLBIO-01 Skal 028046 hallo@bythegrape.com

ADVERTENTIESPREADS.indd 4

06-11-12 14:43


cartoon 360 selecteert cartoons van tekenaars wereldwijd

De koude wind van de crises. – Š Marcin Bondarowicz

10 tot 24 november 2012 nr. 20 pagina 61

Cartoon.indd 61

06-11-12 15:33


media Een selectie uit de buitenlandberichtgeving van de VPRO op televisie, radio en internet.

OP WEG NAAR EUROPA De Servische hoofdstad Belgrado is in trek bij toeristen. Langs brede boulevards staan rijen schaduwrijke bomen. Tafeltjes, stoeltjes en parasols maken de levendige pleinen tot één groot terras, waar aantrekkelijk ogende jonge mensen sterke kopjes koffie en grote glazen bier drinken. In het voetgangersgebied schuifelt winkelend publiek langs glanzende etalages. Torenhoge betonnen Oostblokrelikwieën geven het geheel een rauw randje. Er zijn klaterende fonteinen, een historisch fort, je kunt er heerlijk eten en de hele nacht doorfeesten op de vele boten in de rivier. En dat alles voor een fractie van de prijzen die in steden als Madrid of Parijs gevraagd worden. Het is slechts een kwestie van tijd tot Belgrado overspoeld wordt door hordes weekendtoeristen. Met charme, energie en creativiteit baant de stad zich een weg naar Europa. Dat vindt ook Metropolis, het cultuurmagazine op Arte, dat een uitzending aan de Servische hoofdstad wijdt. In het programma komen onder anderen de mensen achter het succesvolle Mikser-festival aan het woord. Dat festival beslaat met muziek, theater, kunst en design een hele wijk van maar liefst elf hectare. Maar zoals bij alles wat succes heeft bij een groot publiek, vindt de underground dat het te commercieel geworden is. Elja Looijestijn

Metropolis Zaterdag 10 november, arte, 16.45-17.30 uur

Duister Afrika Wat je als namaak-diplomaat in Liberia allemaal voor elkaar kunt krijgen. In een hilarische, ongemakkelijke en verbluffende documentaire laat journalist Mads Brügger zien wat je met een gekochte diplomatieke functie in een failed state kunt doen. Diplomaatje spelen, maar dan in een echt Afrikaans land, met echte bloeddiamanten, echt geld en echte corrupte hoogwaardigheidsbekleders. Dat doet regisseur Mads Brügger in de verbluffende documentaire The Ambassador. De Deen reist naar de Centraal-Afrikaanse Republiek om daar met een gekochte Liberiaanse diplomatenpositie in zaken te gaan. Hij neemt als Mads Cortzen zijn intrek in het penthouse van een hotel vol lang vergane glorie in de hoofdstad Bangui. De stad en de wereld waar hij zich in begeeft zijn levensgevaarlijk, maar Brügger besluit dat het veiliger is om juist op te vallen. Hij dost zich uit als flamboyante neokoloniaal met maatpakken, een sigarettenpijpje en rijlaarzen. Dat trekt precies de types aan naar wie hij op zoek is: schimmige figuren met contacten in de diamantwereld en op hoge diplomatieke en politieke posten. Hij zet een luciferfabriek op als dekmantel en probeert aan diamanten te komen. Brügger staat bekend als een journalist die met onconventionele methodes de grenzen van de moraliteit opzoekt, en daardoor blootlegt wat anders ongezien blijft. Grotendeels in het geniep gefilmd, ontrolt zich een even hilarische als tragische wereld, met als hoofdpersoon de schijnbaar onbezorgde nepdiplomaat. Zo danst hij met dronken pygmeeën, ontmoet hij de zoon van de president en maakt hij een misplaatste Hitlergrap als hij een dubieus contract heeft getekend. Zijn zaken in de CentraalAfrikaanse Republiek gaan in eerste instantie voorspoedig, vooral dankzij de vele ‘envelopes of happiness’ die hij uitdeelt, maar na verloop van tijd raakt hij steeds verder verstrikt in het web van corruptie en zijn eigen leugens. Een bijzondere rol is weggelegd voor de Nederlander

Willem Tijssen, die voor tienduizenden euro’s het diplomatieke paspoort van Brügger ‘regelt’, maar volgende afspraken niet nakomt. De enige momenten waarop Brügger zijn onverschrokkenheid verliest, zijn wanneer hij met Tijssen telefoneert omdat de benodigde documenten niet zijn geleverd. De Nederlandse zakenman probeerde tevergeefs de première van de documentaire als openingsfilm van het IDFA in 2011 tegen te houden. The Ambassador speelt met de wetten van de documentaire en roept veel meer vragen op dan zij beantwoordt. Wat zijn de agenda’s van de zakenlui, hoogwaardigheidsbekleders en pygmeeën om Brügger heen? Wat is de rol van zijn secretaresse Maria? Wie licht wie nu eigenlijk op? Hoe komt hij aan al die euro’s, dollars en franken die nodig zijn om zijn positie te financieren? Wat moeten wij hier als kijker eigenlijk van vinden? ‘Ik wilde een film maken die zo veel mogelijk afweek van de doorsnee documentaire over Afrika,’ zei Brügger op het IDFA tegen Daphne Bunskoek. ‘Het moest een documentaire worden die op het eerste gezicht grappig is, maar waardoor je je uiteindelijk heel ongemakkelijk voelt. Soms voel ik mezelf ook ongemakkelijk over de film. Maar het meest verontrustend is misschien nog wel dat ik het af en toe mis om mister Cortzen te zijn in de Centraal-Afrikaanse Republiek.’ Elja Looijestijn

VPRO’s Import: The Ambassador Woensdag 14 november, Nederland 2, 23.45-1.00 uur

agenda Tegenlicht

Britain in a day

Hoe pakt men zorg, onderwijs,

Het leven van één dag: 12 novem-

Holland Doc: 5 Broken camera’s

ber 2011

Themenabend: Rechter Terror in Europa

Onder Israëlische bezetting op

Tegenlicht: Kolonisten van Hebron

industrie elders in Europa aan? Maandag 12 november,

Maandag 12 november, BBC 2,

Rechtsextremisme

Nederland 2, 21.00-22.00 uur

Westelijke Jordaanoever

800 Joden te midden van 120.000

1.20-2.50 uur

Dinsdag 13 november, Arte,

Woensdag 14 november,

Palestijnen

22.00-23.30 uur

Nederland 2, 20.25-21.25 uur

Maandag 19 november, Nederland 2, 21.00-22.00 uur

pagina 62 nr. 20 10 tot 24 november 2012

VPRO.indd 62

06-11-12 13:27


DIRECTED BY FRANCO DRAGONE

6-9 DECEMBER AHOY- ROTTERDAM Kaarten via www.ticketmaster.nl

Voor meer informatie: www.cirquedusoleil.com/alegria OFFICIAL SPONSORS

11632_MC_Alegria_360.indd 1 ADVERTENTIESPREADS.indd 5

06-11-12 15:11 06-11-12 15:30


✓Creëer eenvoudig content met S Pen ✓Super snelheid met 1.4GHz Quad Core Processor ✓Efficiënt werken met Multi Screen ✓Flexibiliteit in geheugen (MicroSD, 50GB Dropbox) facebook.com/SamsungMobileNL

ADVERTENTIESPREADS.indd 4 P1200326_GalaxyNote101_Adv_250x335_Def01aw.indd 1

06-11-12 10:50 22-10-12 11:41


360 editie 20