Page 1

mei / juni / juli 2013 -  8,50

WO R D ( E I G E N ) W I J Z E R OV E R K I N D E R E N

‘De kans dat een kind gelukkig wordt, neemt toe als hij sociaal goed in zijn vel zit’

pag 8

Mindfulness voor kinderen en jongeren met

pag 12

‘Sommige complimenten leiden tot schaamte’

pag 36

Gelukkige kinderen

Interview met Charlotte Visch over Gelukkige kinderen in een gelukkige klas

ADHD


26

 %

8 40

16 mei / juni / juli

Thema

20

gelukkige kinderen

2

$%

4

"&"% "&"'

26

""

28

#$'$""#

36 

6

Uit de praktijk van de integratieve kindertherapeut

31

 % Gerarda van der Veen

8

%##& $ADHD

32

%"#

12

35

)  !$$ $ #$*

 % Rineke Derksen

36

#!"$" $$#

39

Kokenderwijz

40



42

$$  ' "" &#$"$ " 

46

De Fakkel

"" "

15

Boekrecensies

16

%#(&""

19

 % Jeannette Bakker-Stam

20 22

#( %  " &"%'%$ "$$ ' #&"($

##&($


**! ) ', . /,

Verschijnt vijf maal per jaar    . /,

Met dank aan: Iedereen die aan dit nummer heeft meegewerkt. 248media werkt uitsluitend met freelancers.

  + $'$-.#**" "!# $

 + $'$-.#**"" 0* '$"# $

 $) ,*#  * ).

  

). ",.$ 0 &$) ,.# ,+ /.



,.#*+ "**"

Abonnementen: Voor abonneren en bestellen: www.248media.nl. Abonnementen hebben een minimale looptijd zoals vermeld in de aanbieding. Voor het beÍindigen van een abonnement geldt een opzegtermijn van een maand vóór afloop van de abonnementsperiode. Zonder wederopzegging worden abonnementen na de eerste abonnementsperiode omgezet in een abonnement voor onbepaalde tijd. Zie ook de abonnementsvoorwaarden op www.248media.nl/ algemene_voorwaarden. Opzeggen kan alleen per e-mail via abonnement@kinderwijzmagazine.nl. Prijzen: Jaarabonnement (vijf nummers per jaar) ₏ 38,00. Losse nummers ₏ 8,50. Wijzigingen voorbehouden. Abonnementen buiten Nederland: prijs op aanvraag.

    */,)'$-.*) ,1$%-

 

 . /,

  ,$) , 2$)- ) &$) ,*#



Redactie: redactie@kinderwijzmagazine.nl Kinderwijz is een uitgave van: 248media uitgeverij – www.248media.nl Uitgever en auteurs verklaren dat deze uitgave op zorgvuldige wijze en naar beste weten is samengesteld. Evenwel kunnen uitgever en auteurs op geen enkele wijze instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Uitgever en auteurs aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard dan ook.

/'$)$,, . /,

Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen of gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.

   * &,  )- ).

De namen en foto’s van de kinderen in de artikelen zijn fictief en hebben geen betrekking op de inhoud van het artikel.

 

Diverse foto's in dit magazine zijn afkomstig van www.shutterstock.com

Specialist in Gifted Education

ISSN: 2212-2095



,!$-# 0*,(" 0$)"

Š 2013 248media uitgeverij, Steenwijk Š 2013 kinderwijz magazine, Steenwijk

Voorwoord van uitgever Raymond van der Knaap

3

Er was eens een arme, oude vader. Op zijn oude dag gaf hij zijn drie zonen ieder een bijzonder cadeau: aan de oudste een haan, aan de tweede een zeis en aan de jongste een kat. Toen hun vader gestorven was, vroegen de drie zonen zich af wat ze daarmee moesten doen. De oudste zoon besloot te proberen de haan te verkopen. Eerst had hij geen geluk, geen mens wilde de haan van hem overnemen. Maar toen vertrok hij naar een eiland, ver weg van het vasteland. Daar wist niemand wat een haan was. De eilandbewoners hadden geen wekker en stonden op wanneer ze wakker werden. Het gekraai van de haan van de oudste zoon bleek een uitkomst te zijn en ze boden hem goudgeld aan. De tweede zoon besloot het ook maar eens te proberen. Eerst had ook hij geen geluk. Alle boeren hadden al een zeis. Maar toen kwam ook hij op een eiland terecht, ver weg van het vasteland. Daar wist geen mens wat een zeis was. De eilandbewoners gebruikten kanonnen om het koren van de akkers te knallen. De zeis bleek een uitkomst te zijn en ze boden hem goudgeld aan.

Geluksmachine Toen besloot ook de jongste zoon het maar eens te proberen. Eerst had ook hij geen geluk. Geen mens wilde een kat van hem overnemen. Wat moesten ze ermee, iedereen had al poezen en katten. Maar toen vertrok hij naar een eiland, ver weg van het vasteland. Daar wist niemand wat een kat was. De eilandbewoners werden geteisterd door een enorme muizenplaag. Zonder poezen en katten hadden de muizen vrij spel. De jongste zoon liet zijn kat hier los, het dier kon zijn buik vol eten. De eilandbewoners wisten niet wat ze zagen en ze boden hem goudgeld aan voor de kat. Zo kwam het dat de arme, oude vader drie gelukskinderen achterliet dankzij een haan, een zeis en een kat. Kinderwijz heeft dit keer als thema ‘Gelukkige kinderen’. Wat maakt een kind eigenlijk gelukkig? Ligt geluk op de weg van materieel geluk (hoe krijg ik wat ik hebben wil?) of zijn er andere wegen naar geluk? Premier Rutte waarschuwde ons bij zijn aantreden ervoor dat de overheid geen geluksmachine is. Vinden we dat jammer? Het zou het leven misschien gemakkelijker maken. Maar zou het ook voldoening geven? www.kinderwijzmagazine.nl . 1


Ontwikkelingspsycholoog Steven Pont schreef het boek

Tekst: Steven Pont

Sociaal? Vaardig! Hij beschrijft daarin acht deelgebieden van de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind in de leeftijd van 4 tot 12 jaar. Hij legt zowel de ontwikkelingspsychologische achtergronden uit, als wat we met kinderen kunnen doen om zich op sociaal en

Het gelukkige kind

Foto: www.ingepont.nl

emotioneel gebied sterker te kunnen ontwikkelen.

Wat maakt kinderen gelukkig? Dat is de centrale vraag bij menig opvoeder. Veel, zo niet alle, ouderlijke aandacht gaat naar het proberen te beantwoorden van die belangrijke vraag: hoe zorg ik ervoor dat mijn kind gelukkig is? Natuurlijk zijn er in die zoektocht ouders die denken dat de kindertijd per definitie al een gelukkige periode is en dat we dus heus zo ver niet hoeven te zoeken, maar de beroemde schrijfster Selma Freiberg had daar al zo haar bedenkingen bij.

Freiberg schreef bijvoorbeeld in haar boek De magische wereld van het kind: ‘Alleen volwassenen menen dat de kinderen in een paradijs zijn, een tijd van onschuld en onbekommerde blijdschap. De herinnering aan deze gouden tijd is een fictie; op dit punt schiet ons geheugen helaas tekort. Hooguit bewaren we aan deze tijd enkele vage herinneringen, een luttel aantal nevelige en verwrongen beelden, waarvan het vaak zelfs niet duidelijk is waarom men ze zich nog herinnert. Deze eerste levensjaren, een periode van ongeveer vijf jaar, zijn als een verdronken stad en wanneer met onze kinderen deze tijden voor ons terugkeren zijn we vreemden en is de weg ons nauwelijks meer bekend.’

2 . www.kinderwijzmagazine.nl

Nu stelt Freiberg het wel wat heel erg cru, maar het is wellicht goed om te beseffen dat we de neiging om de kindertijd te idealiseren een beetje moeten onderdrukken. Want vinden wij het bijvoorbeeld aandoenlijk als een 3-jarig kind bang is voor een krokodil onder het bed, voor de peuter zelf is het toch echt doodsangst waar hij dan mee te maken heeft. Leven in een magische wereld doet je wegsmelten bij allerlei sprookjes, maar maakt aan de andere kant de wereld er dus echt niet altijd veiliger en aangenamer op … Maar goed, we waren op zoek naar het gelukkige kind. Nu weten we daar gelukkig wel wat van. Het gelukkige kind is namelijk niet het rijke kind, het knappe kind of


het slimme kind. Een miljonairskind is dus niet gelukkiger dan een kind uit een Jan Modaal-gezin. Datzelfde geldt trouwens ook voor volwassenen. Iedereen hoopt de Staatsloterij te winnen en het is ook ontegenzeggelijk waar dat je daar heel even heel erg gelukkig van wordt. Maar als je het geluksniveau van de nieuwbakken rijken twee jaar later meet, blijken ze in hun leven niet structureel gelukkiger geworden te zijn. Ze zitten vaak weer op hun oude geluksniveau, en niet zelden daar ook ietsje onder, juist omdat het geld ze niet het geluk heeft gebracht waar ze van uitgingen. Waar kinderen wel gelukkiger van worden, is van relaties met andere kinderen. Als kinderen vriendjes hebben met wie ze kunnen spelen en plezier kunnen maken en ze zich op die manier met hun leeftijdgenootjes verbonden kunnen voelen, dan verhoogt dat de kans op hun geluksbeleving aanzienlijk. Kinderen zijn namelijk mensen en mensen hebben een enorme behoefte aan contact met hun soortgenoten en dan vooral het contact waarin ze voor de ander betekenisvol en op een positieve manier belangrijk zijn. Dan is de volgende vraag natuurlijk: hoe zorgen we ervoor dat kinderen die relaties ook daadwerkelijk aangaan? Ook daarop is het antwoord eigenlijk vrij simpel: door ervoor te zorgen dat ze een stevige sociaal-

hebben daardoor ook weer vaak minder sociale contacten, waardoor de kans dat ze ermee kunnen oefenen en zich er verder in kunnen bekwamen ook afneemt. Ze missen die kweekvijver van sociaal gedrag, waarin het sociaal iets vaardiger kind dus wel veelvuldig zijn baantjes kan trekken. De conclusie is dus dat ook op dit gebied een klein verschil in het begin van je bestaan grote consequenties kan hebben voor de rest van je bestaan. Het is alsof je op een schip aan het begin van de reis de koers een graad verlegt. Eerst merk je nog nauwelijks het verschil, maar als je maar lang genoeg onderweg bent, kom je uiteindelijk wel op een heel ander punt uit. En dus is het van belang in het begin van je leven een omgeving te treffen die je de kans geeft je sociaal-emotioneel te ontwikkelen. En dat komt dan dus vooral op de ouders en de school aan. Laten we even stilstaan bij de rol van de school. Een school is natuurlijk in de eerste plaats een kennisinstituut, ze is er primair om kennis en cognitieve vaardigheden aan de leerlingen over te brengen. Maar daarmee is haar pedagogische rol natuurlijk niet vervuld. Ze heeft, naast die cognitieve, ook een belangrijke sociaal-emotionele taak in de ontwikkeling van de kinderen die ze onder haar hoede heeft. En die gaat verder dan het hebben van een pestprotocol. Een kind dat sociaal-emotioneel niet goed in zijn vel zit,

De kans dat een kind gelukkig wordt, neemt toe als hij sociaal goed in zijn vel zit emotionele ontwikkeling doormaken! Want als dat lukt, is het makkelijker voor kinderen om zich aan anderen te binden en om vriendschappen aan te gaan. En dus om gelukkiger te worden. En dat blijkt vooral in de jeugd een belangrijke ontwikkelingstaak. Dat ik zo de nadruk leg op kinderen, kan ik verklaren. Uit onderzoek blijkt namelijk dat sociaal vaardige kinderen (lees: kinderen die zich sociaal-emotioneel optimaal ontwikkelen) eigenlijk een wat oneerlijke voorsprong krijgen. Want wat blijkt? Juist zij, de kinderen die het lukt veel positieve sociale contacten aan te gaan, komen vaak in situaties terecht waarin ze die vaardigheid verder uit kunnen bouwen. Er wordt bijvoorbeeld vaker aan ze gevraagd of ze met een groep mee willen spelen, ze worden vaker op feestjes uitgenodigd en andere kinderen willen ook nog eens graag met ze worden gezien. Dat betekent dat de kans dat je nóg beter wordt waar je op sociaal gebied al goed in was, alleen maar toeneemt. De duvel schijt ook hier weer op de grote hoop, zou je kunnen zeggen. Omgekeerd geldt natuurlijk hetzelfde. Kinderen die op sociaal-emotioneel gebied wat moeilijkheden hebben,

presteert op cognitief niveau minder goed dan een kind dat zich op dat gebied wel goed ontwikkelt. Dus zelfs als het cognitieve op een school leidend is (wat het ook hoort te zijn, wat mij betreft), dan nog kun je niet om de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind heen. Ik zou zelfs wel durven te stellen dat de sociaal-emotionele ontwikkeling bij kinderen aan hun cognitieve ontwikkeling voorafgaat. In de kinderopvang hebben ze dat gelukkig goed begrepen. Hoewel door allerlei educatieprogramma’s de kinderdagverblijven soms iets te veel op voorscholen gaan lijken, houden ze stevig vast aan het domein waarin zij de experts zijn: spel, relaties aangaan, conflicten oplossen, beurt nemen, invoegen in nieuwe situaties, rollenspel doen en het leren uitstellen van de directe eigen behoeftebevrediging. Daar gaat het om. De vraag aan het begin van dit artikel is hiermee dus beantwoord. De kans dat een kind gelukkig wordt, neemt toe als hij sociaal goed in zijn vel zit. Vergeet rijk. Vergeet knap. Vergeet slim. Het helpt natuurlijk allemaal een beetje, maar het is niet de essentie. De essentie is dat ouders op de vraag over de ontwikkeling van hun kind vol overtuiging kunnen zeggen: ‘Sociaal? Vaardig!’

www.kinderwijzmagazine.nl . 3


EEN HAN DR EI KI NG VAN KI N DER EN DI E H U N ERVAR I NG WI LLEN DELEN

Wat mij als kind gelukkig maakte V Voorzichtig pakte ik het kleine beestje vast. Heel snel liep het over mijn hand, dat kriebelde lekker. Achter in onze tuin stond een heg en onder die heg krioelde het van de mieren. Als kind zat ik er graag om ze te vangen. In een emmer deed ik mos, takjes, bladeren en stenen. Ik legde alles leuk neer, zodat er een soort parcours voor de mieren ontstond. Dan ging ik ze vangen. De ene mier na de andere deed ik in de emmer. Als er een stuk of zes in zaten, ging ik naar ze kijken. De mieren liepen door alles heen: ze klommen over het takje dat ik schuin had neergezet, ze kropen onder de stenen door waar ik een poortje van had gemaakt. Helemaal trots was ik dan, want door míj liep die mier over dat takje.

Eigenlijk was de emmer een soort van opvang voor mieren, en ik was degene die het ze naar de zin maakte. Urenlang kon ik naar de beestjes kijken, want telkens deden ze weer andere dingen die ik interessant vond. Af en toe was er een slim miertje bij dat het voor elkaar kreeg om uit de emmer te lopen en te ontsnappen. Maar ik pakte hem en zette hem terug. Met die – voor mij – kleine handeling moest dat beestje dan weer opnieuw beginnen aan zijn grote handeling. De meeste miertjes lukte het niet om uit de emmer te klimmen, die vielen dan op de helft van de rand weer naar beneden. Sommigen probeerden het zelfs na vier keer nog opnieuw. 4 . www.kinderwijzmagazine.nl

Er waren miertjes die dingen verplaatsten. Kleine zandbrokjes sleepten ze dan met z’n allen naar een andere plek. Fascinerend om te zien, omdat het weer een soort actie/ reactie was. Ik had iets gemaakt en de mieren deden er iets mee. Dat was voor mij net zo interessant als dat iets wegvliegt als je blaast. Soms lukte het me minder goed om een leuk parcours te maken. Dan stonden de takjes naar mijn idee niet leuk genoeg, of ik had een groepje ‘saaie’ mieren gepakt die niet rondliepen. Ik wilde dan dat ik de emmer van de dag ervoor nog had, die was veel leuker geweest.

Als het tijd voor mij was om naar binnen te gaan, moest ik de emmer weer in de schuur zetten. Eerst liet ik de mieren vrij, want ik moest de emmer leeg terugbrengen bij mijn vader. Jammer vond ik dat, want ik had net zo’n leuk hokje gecreëerd. Als ik terug denk aan die tijd, vind ik het best apart hoe ik aan mieren zo’n plezier kon beleven. Ik werd er vrolijk van, en ik vond het interessant om het gedrag van de mieren te bekijken. Wat ik toen ervaarde als leuk spelen, kan ik nu uitdrukken in de term ‘gelukkig’, omdat ik nu weet wanneer je als kind gelukkig bent en wanneer niet. Van miertjes werd ik gelukkig. Erienne van der Veen, 15 jaar.


PROEF DIT ‘NS

Liefhebber van koffie of thee? Bij Simon Lévelt vindt u altijd iets speciaals. Van geurige groene thee met jasmijn tot pittige Zuid-Italiaanse espresso. En van theepot tot espressomachine. Kom ‘ns langs. Ruik de geur van versgemalen koffie en theemelanges en ontdek andere smaken.

40 vestigingen in Nederland en België


Uit de praktijk van de integratieve kindertherapeut

Werken vanuit het hier en nu In mijn praktijk zie ik veel gelukkige kinderen. Bijvoorbeeld dat jongetje van zes dat elke keer dat hij komt, vol verbazing vraagt: ‘Mag ik hier ook mee spelen?’ en zich dan vol overgave op de Playmobil, het speelzand of het scheerschuim stort. Doet hij dit om even de zorgen van thuis te vergeten, of omdat hij gewoon geniet van het moment? De kinderen in mijn praktijk leren mij, elke dag opnieuw, om in het moment te leven. In het begin van mijn praktijkcarrière lukte me dat niet zo goed. Ik was nog veel te veel met andere dingen bezig. Zoals met de hulpvraag van ouders, ik wilde hun verwachtingen zo goed mogelijk waarmaken. Ook was ik bezig met mijn eigen soms in de weg zittend perfectionisme. Ik had een prachtig behandelplan opgesteld en nu moest ik het ook nog gaan uitvoeren. Gelukkig kreeg ik in het begin veel oudere kinderen

6 . www.kinderwijzmagazine.nl

in mijn praktijk. Het praten met hen leidde me af van mijn eigen gedachten. Het werd pas moeilijk toen een 4-jarige bij mij kwam die alleen maar wilde spelen. Alleen maar spelen – dat kon toch niet?! Daar had ik toch niet al die diploma’s voor gehaald? Veel volwassenen, maar ook veel kinderen hebben last van de druk die hun door henzelf of door anderen is opgelegd. Ik coach bijvoorbeeld ook leerkrachten. Ik zie hen regelmatig stoeien met hun eigen rol in het contact met de kinderen. Wat te doen met een meisje dat explosief boos gedrag vertoont terwijl jij als leerkracht een agressieve vader hebt gehad en elke vorm van geweld jou angst inboezemt. Het is dan onmogelijk om je eigen gevoelens opzij te zetten, maar je vindt van jezelf dat dit wel zou moeten.


Sandra Sinot www.uitzichtvoorkinderen.nl

Hoe dapper is het dan om tegen je klas te zeggen dat je dit moeilijk vindt. Zonder dat je dit had verwacht of had gehoopt, verbindt het je zodanig met de kinderen, dat je de rest van het jaar kunt genieten van de goodwill die je hebt gecreëerd in dat ene moment. Je hebt de kinderen het mooiste voorbeeld gegeven dat je maar kunt bedenken: namelijk dat niemand perfect is. Het is dus ook niet voor niets dat ik in mijn praktijk het ene na het andere 4- tot 6-jarige kind aangemeld kreeg. Geloof me, ik voelde me verre van perfect. Deze kinderen leerden mij verschillende dingen, bijvoorbeeld om een uur lang bijna helemaal stil te zijn, om ze te volgen of een rol toe te voegen in het spel. Door er eerst helemaal voor ze te zijn, kon ik vervolgens iets toevoegen waardoor ze zich nog sterker of weerbaarder gingen voelen. En dit gebeurde allemaal in het moment van het hier en nu. Mensen in mijn omgeving denken vaak dat ik een heel zware baan heb, en die heb ik ook wel vaak. Het valt niet mee om in mijn praktijk kinderen te zien die geconfronteerd worden met ruzie van ouders, met ernstige ziekte van ouders of die een einde aan hun leven willen maken omdat ze zich thuis of op school niet gezien voelen. Het zijn vaak de omstandigheden waarin het kind verkeert die het beeld vertroebelen, waardoor hij zich verloren voelt. Het kind probeert vervolgens te overleven en dwaalt daarbij van zijn eigen kracht weg. In de sessie wordt het beeld weer helder, want daar is maar één werkelijkheid en dat is het hier en nu. Door de kinderen weer hun eigen kracht te laten ervaren, zijn ze in staat om deze kracht mee te nemen naar het leven van alledag. In mijn praktijk vinden veel kinderen aansluiting met mijn honden. Die hebben geen oordeel en luisteren zonder de ruis van woorden. Ze lopen weg als het kind agressief wordt en ze gaan liggen op het moment dat hij onrustig is. Ze geven de werkelijkheid weer zonder oordeel – elk kind pakt dit op. Onlangs was er een jongen van negen die ík een levensles moest geven. Hij wilde niet naar het ziekenhuis, waar hij binnenkort naartoe moest. Ik vertelde hem dat je in het leven soms dingen moet doen die je niet leuk vindt. Ziek zijn hoort immers bij

het leven. Hoe graag we dat ook willen vermijden, we kunnen het niet altijd voorkomen. Ik had met deze jongen afgesproken dat ik er tien minuten aan zou besteden. Vervolgens keek hij, na vijf minuten, regelmatig op de klok. Ik verbrak daarmee eigenlijk onze stilzwijgende afspraak: dat hij in de sessie mag komen halen wat hij nodig heeft. Er wordt in zijn omgeving veel van hem verwacht, en hij verwacht ook veel van zichzelf. In de sessies kan hij dit normaal gesproken even loslaten en dat geeft hem zo veel rust, kracht en vertrouwen, dat hij het leven daarna beter aankan. Na die tien minuten vroeg hij of de honden mochten komen. Hij had duidelijk behoefte aan aandacht zonder voorwaarden en die haalde hij even niet bij mij. Deze sessie heeft mij nog lang beziggehouden. Is het mijn taak om kinderen gelukkiger te maken? Zo ja, hoe ziet geluk er dan uit? Vult iedereen dit niet in vanuit zijn eigen wereldbeeld? Als integratieve kindertherapeut stel ik het kind centraal en kijk ik samen met hem hoe het leven er op dit moment voor hem uitziet. Dit kan voor het ene kind betekenen dat hij de tijd op school met moeite doorkomt, maar zich enorm kan uitleven in een hobby waar hij helemaal gelukkig van wordt. Het andere kind ervaart het leven als heel zwaar, maar wordt helemaal blij als hij samen met zijn zieke moeder een weekje op vakantie gaat. Door dicht bij mijn eigen kwaliteiten te blijven (betrouwbaar, enthousiast en leergierig) en deze ook in het hier en nu uit te dragen naar ouders en kinderen, ervaar ik elke dag weer een moment van geluk. Een stralende lach van een kind of een opgeluchte blik van een ouder. Daar gaat het voor mij om. Dat is voor mij het werken vanuit het hier en nu.

www.kinderwijzmagazine.nl . 7


Foto: Raymond van der Knaap

Tekst: drs. Rachel van der Meulen

Mindfulness voor kinderen en jongeren met ADHD 8 . www.kinderwijzmagazine.nl

Rachel van der Meulen is orthopedagoog in opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog. Ze is werkzaam bij UvA minds, Academisch Behandelcentrum voor Ouder en Kind, in Amsterdam. Rachel houdt zich bezig met diagnostiek en behandeling van kinderen met een verscheidenheid aan psychische problemen. Zij is opgeleid tot mindfulnesstrainer; haar specialisme is het geven van trainingen aan kinderen en jongeren. Rachel heeft tevens onderzoek gedaan naar de effectiviteit van mindfulnesstrainingen en verzorgt geregeld workshops voor professionals.


Door ouders erbij te betrekken wordt ook op hún klachten ingespeeld Drie tot vijf procent van de kinderen is bekend met ADHD. Deze kinderen hebben last van aandachtsproble-

men en/of hyperactiviteit en impulsiviteit. Er bestaan drie types ADHD: het overwegend onoplettende type, het overwegend hyperactieve-impulsieve type en het

het lastig om, wanneer ze eenmaal boos is, weer rustig te worden. Daardoor komt ze dagelijks in conflict met haar ouders of leeftijdgenootjes. Haar ouders geven aan zich belast te voelen met de opvoeding van Lisa. Haar slechte schoolprestaties, het weinige contact met leeftijdgenootjes en de conflicten thuis maken dat Lisa steeds slechter in haar vel zit.

gecombineerde type. Afhankelijk van het subtype ADHD spelen aandachtsproblemen, druk en impulsief gedrag of beide op de voorgrond. De aandachtsproblemen uiten zich vaak in moeilijk kunnen opletten in de les, het werk op school niet afkrijgen, snel spullen kwijtraken, niet goed kunnen plannen en moeite hebben in het uitvoeren van de dagelijkse rituelen thuis.

Veel kinderen met ADHD vinden het moeilijk om stil te zitten, rustig te spelen of met een taak bezig te zijn. Ze zijn luidruchtig en reageren vaak zonder na te denken. In hun omgeving wordt het drukke en impulsieve gedrag geregeld als storend ervaren. Kinderen met ADHD krijgen vaak negatieve feedback zowel thuis, op school als in hun sociale omgeving. Dit heeft weer een negatieve invloed op het ontwikkelen van hun zelfbeeld. Vaak is er bij ADHD sprake van bijkomende problematiek, wat de lijdensdruk van het kind vergroot. Grofweg de helft van deze kinderen heeft last van gedragsproblemen. Daarnaast komen angst en slaap- en leerproblemen vaak voor. Lisa is een meisje van 9 jaar, bekend met ADHD, gecombineerde type. Lisa wordt in de klas vaak afgeleid door andere kinderen. Ze komt dan ook nauwelijks toe aan werken en presteert beneden haar niveau. Lisa geeft eerlijk toe dat ze zelf echter ook geregeld degene is die anderen juist kan afleiden. Ze vertelt dat zij erg druk kan zijn; zij kan door de klas achter andere kinderen aanrennen en kletst veel. Ze vindt het moeilijk om zichzelf te stoppen als ze druk is. De leerkracht geeft aan dat Lisa een ‘storende factor’ is in de klas en dat hij haar vaak moet corrigeren. Haar drukke gedrag wordt door anderen vaak als vervelend ervaren, waardoor ze weinig aansluiting in de klas heeft. Daarnaast heeft Lisa last van woedeaanvallen. Als iets anders gaat dan zij wil, kan ze snel boos worden. Ze kan dan schreeuwen, met deuren slaan en weglopen. Ze vindt

De meeste kinderen met ADHD blijven in de puberteit hun klachten houden. In die periode worden vaak meer eisen gesteld aan zelfstandig functioneren, plannen en concentratie. Soms lopen deze kinderen pas echt vast bij de overgang naar de middelbare school. In de praktijk zien we dit met name bij kinderen met een hoge intelligentie, die hiermee op de basisschool voldoende konden compenseren. De overgang voor kinderen met ADHD naar de middelbare school is groot; er wordt van hen bijvoorbeeld verwacht dat ze een grote hoeveelheid huiswerk inplannen, zelfstandig huiswerk maken en zich langere tijd achter elkaar concentreren. Daan is een 14-jarige jongen, bekend met ADHD, overwegend onoplettende type (in de volksmond ook wel ADD genoemd). Daan is dit schooljaar van vwo naar havo gegaan. Hij geeft aan dat het hem niet lukt het opgegeven schoolwerk in te plannen en heeft grote moeite aan zijn werk te beginnen ondanks dat hij graag wil. Hij is perfectionistisch en vindt het belangrijk dat hij goede cijfers haalt. Wanneer het Daan lukt om genoeg rust te vinden om aan zijn werk te beginnen, raakt hij echter constant afgeleid door zijn eigen gedachten. Zijn achterstand in het schoolwerk loopt steeds meer op en hij ervaart steeds meer faalangst en stressklachten. Hij vertelt zuchtend dat door die stress het concentreren nog moeilijker is. Daan is in een vicieuze cirkel beland.

Behandeling van ADHD Hoewel ADHD steeds vaker onderkend wordt, is er weinig evidence based behandeling om de symptomen te verminderen. Als behandeling van ADHD-klachten worden momenteel medicatie, oudertrainingen en het PVG (Pelsser Voeding en Gedrag)-dieet als effectief gezien in het verminderen ervan. Daarnaast is neurofeedback in opkomst. Er is echter meer onderzoek nodig om uit te vinden of deze behandeling werkelijk effectief is voor kinderen met ADHD. Gezien het reeds uitgevoerde onderzoek zou de eerste keus

www.kinderwijzmagazine.nl . 9


qua behandeling medicatie zijn. Niet alle ouders zijn hier echter voorstander van, wegens de bijwerkingen die kunnen optreden en de onbekende langetermijneffecten. Ook de andere als effectief aangetoonde behandelingen hebben nadelen. Zo vergt het strenge PVG-dieet veel discipline en motivatie bij ouder en kind, iets wat niet elk gezin kan opbrengen. Verder is de omgeving van het kind aanpassen door oudertrainingen effectief, maar handvatten voor het kind ontbreken. Er is echter een groep kinderen die, ondanks bovenstaande behandelingen, nog steeds geen of onvoldoende vooruitgang boekt. Gezien de prevalentie van ADHD en de beperkte hoeveelheid aangetoond effectieve behandelingen is het van belang dat er meer behandelwijzen gericht op ADHD-symptomen worden ontwikkeld en onderzocht. Als gevolg hiervan is mindfulness voor kinderen en jongeren met ADHD in beeld gekomen.

Mindfulness Mindfulnesstrainingen groeien de laatste jaren explosief en worden op een steeds breder gebied toegepast. Mindfulness heeft zijn wortels in de boeddhistische tradities en is gebaseerd op meditatietechnieken. Het gaat simpel gezegd om het je bewust zijn van je huidige ervaringen. Je geeft doelbewust aandacht aan wat zich afspeelt in jezelf of je omgeving, op dit moment, zonder oordeel. Met behulp van meditatieoefeningen wordt deze vorm van aandacht getraind. Er wordt steeds meer onderzoek gedaan naar de effecten van mindfulness. Het blijkt effectief te zijn op verschillende gebieden. Mindfulness vermindert onder andere somberheid, stress, slaapproblemen en eetproblemen en vergroot bovendien de concentratie.

elke dag naar de sportschool te gaan, kun je door elke dag meditatieoefeningen te doen je aandachtsspier trainen.’ Hierdoor wordt het concentreren op taken zoals schoolwerk gemakkelijker. Door de aandacht geregeld ‘naar binnen’ te richten, worden kinderen zich daarnaast sneller en beter bewust van wat er in hen omgaat, zoals lichamelijke onrust, afdwalende gedachten of opkomende woede. Daardoor kunnen ze er beter mee omgaan en reageren ze bewuster en minder impulsief. Verder speelt mindfulness in op de problemen die vaak gepaard gaan met ADHD. Mindfulness zorgt bijvoorbeeld voor vermindering van stress- en angstklachten. Ook dit zorgt vaak indirect voor een verbetering van de concentratie.

Hoe ziet de training eruit? De mindfulnesstrainingen voor kinderen en jongeren met ADHD zijn groepstrainingen, bestaande uit acht wekelijkse sessies van anderhalf uur en een follow-upsessie. De trainingen bestaan met name uit meditatie- en yogaoefeningen. Daarnaast wordt er psycho-educatie gegeven over ADHD en is er ruimte voor het uitwisselen van ervaringen in de groep. De kindergroep bestaat uit kinderen tussen 9 en 12 jaar. De groep voor jongeren is bedoeld voor jongeren tussen 12 en 18 jaar. Parallel aan deze groepen ontvangen de ouders een mindful parenting-training. Zij ervaren vaak opvoedingsstress, sommigen kampen zelf met ADHD-symptomen. Het erbij betrekken van de ouders zorgt ervoor dat ook op hun klachten wordt ingespeeld. Bovendien kunnen zij daardoor beter hun kinderen ondersteunen in het doen van de meditatieoefeningen thuis. De kinderen en jongeren wordt gevraagd elke dag een kwartier lang meditatie- en yogaoefeningen te doen; de ouders wordt gevraagd elke dag een half uur te mediteren. Zowel de kinderen als de ouders worden hierbij ondersteund door een eigen werkboek en cd.

De adempauze 1. Ga nu met je aandacht naar binnen. Wat voel je in je lichaam? Waar denk je aan? Hoe is het met je? Je hoeft niets anders te maken dan het is. Onderzoek jezelf nieuwsgierig, als een mannetje van Mars dat voor het eerst op aarde komt. Als je vrolijk bent, hoe voelt dat? Of als je boos bent of onrustig, wat voel je dan precies?

Mindfulness bij ADHD Waarom kan mindfulness juist bij kinderen en jongeren met ADHD zo goed werken? Ten eerste toont onderzoek aan dat meditatie de aandachtfuncties verbetert. Het doel van meditatie is het richten van de aandacht, je ervan bewust zijn als de aandacht afdwaalt en deze op een vriendelijke manier weer terugbrengen. We leren de kinderen dat we, door te mediteren, ‘de aandachtsspier gaan trainen’: ‘Net zoals je spierballen krijgt door

10 . www.kinderwijzmagazine.nl

2. Breng dan je aandacht naar je ademhaling. Let op je adem, hoe die je lichaam in en uit gaat. Als je het fijn vindt, kun je even je hand op je buik leggen om je adem beter te voelen. Probeer de hele weg van je adem te volgen, van je neus tot onder in je buik en weer terug. Volg minstens drie ademhalingen of zo lang als je het fijn vindt.


Lisa vertelt trots tijdens de training dat ze mindfulness heeft toegepast toen zij werd uitgedaagd door haar klasgenoot. Die trok haar van achter bij haar capuchon naar beneden, zodat zij op de grond viel. In plaats van te schelden of te vechten is ze dit keer weggelopen en met haar aandacht naar haar adem gegaan. Lisa vertelt dat ze zich erg boos voelde en dit in haar hele lichaam kon voelen. Ze merkte dat, met elke bewuste in- en uitademing, de spanning in haar lichaam minder werd. De adempauze maakte haar rustiger en zorgde ervoor dat ze eindelijk de baas was over haar woede. Lisa is vervolgens naar de leerkracht gegaan, die haar een groot compliment gaf voor hoe zij met de situatie is omgegaan. Naarmate de training vordert, valt het op dat Lisa’s vaardigheid met haar eigen (negatieve) emoties om te gaan groeit en dat zij steeds minder in conflict komt met anderen. Moeder vertelt dat de sfeer thuis steeds vrediger wordt en dat ze merkt dat ze steeds meer kan genieten van haar dochter.

Ook Daan heeft een manier gevonden om mindfulness toe te passen in zijn leven. Voorafgaand aan zijn huiswerk doet hij nu standaard een korte meditatieoefening. Hij vertelt dat hij nog steeds geregeld piekergedachten heeft, zoals ‘het huiswerk is te veel, ik krijg het nooit af’. In plaats van mee te gaan in deze gedachtestroom en in de stress te schieten, kan hij nu van een afstandje naar deze gedachten kijken en ze er gewoon laten zijn. Daan vertelt dat de gedachten vervolgens vanzelf weer weggaan en dat het minder druk wordt in zijn hoofd. Dit maakt dat hij zich ontspannener voelt en dat het hem beter lukt te beginnen aan zijn huiswerk. Hij merkt dat hij het, door regelmatig te mediteren, ook onder het werken sneller doorheeft als hij is afgeleid en dat hij zijn aandacht kan terugbrengen naar zijn werk, zonder hier gefrustreerd over te worden. Hij heeft zijn huiswerk vaker af en zijn cijfers gaan na lange tijd weer omhoog. Daans zelfvertrouwen komt langzaam weer terug.

Boektip Sociaal? Vaardig! Steven Pont - www.hogrefe.nl Als ouder wil je natuurlijk dat je kind gelukkig wordt. Daar doe je alles aan. De vraag is echter waar kinderen het meest gelukkig van worden. Na een heldere en toegankelijke introductie over de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind gaat de auteur in op de acht belangrijkste sociaal-emotionele vaardigheden van het kind’. Want wat houdt ‘elke vaardigheid’ in? Elk hoofdstuk bevat een concrete casus, ontwikkelingspsychologische achtergronden en praktische interventies die ouders en leerkrachten in het dagelijkse gezinsleven of in schoolsituaties kunnen integreren. De interventies en casussen zijn afgestemd op kinderen van 4 tot 12 jaar.

Boektip

De voorlopige resultaten van het onderzoek naar de effecten van deze mindfulnesstrainingen laten zien dat de concentratie van de deelnemers verbetert en dat hyperactief en impulsief gedrag vermindert. Deze effecten werden bij zowel kinderen als ouders gevonden. Daarnaast geven ouders aan minder opvoedingsstress te ervaren en minder reactief te handelen in de opvoeding. In de praktijk wordt vaak aangegeven dat kinderen rustiger en ontspannener worden, beter inslapen, zich beter kunnen concentreren en beter kunnen omgaan met hun emoties en impulsen.

Happy kids Sella van de Griend - www.happykidsonline.nl De auteur ontwikkelde een methode om ouders meer plezier te laten beleven en kinderen meer zelfvertrouwen te geven. Door de HAPPY-methode toe te passen maak je het leven van jezelf en je kind mooier, door eenvoudige veranderingen aan te brengen in je dagelijkse leven. In de methode doorloop je vijf stappen: H - Horen wat er is, A – Accepteren, P - Problemen oplossen, P Persoonlijke zelfstandigheid vergroten, Y - Yes! Het resultaat? Happy kids!

Boektip

De effecten van mindfulness bij kinderen en jongeren met ADHD

Levenslessen van meester Kanamori Toshiro Kanamori - www.hetkind.org In mei 2012 gaf Toshiro Kanamori toestemming om zijn boek Inochi no kyokasho in het Nederlands te vertalen zodat het beschikbaar zou komen voor de Nederlandse onderwijswereld. Het al in 2003 geschreven boek beschrijft de context en de achtergrond van waaruit hij zijn levenslessen geeft. Met één uitgangspunt: als één kind niet gelukkig is, is niemand gelukkig. In het boek refereert Kanamori regelmatig aan de lessen die hij leerde met de kinderen uit de documentaire Children Full of Life. Hij geeft handvatten, beschrijft dialogen en talloze praktijkvoorbeelden. www.kinderwijzmagazine.nl . 11


Foto: Raymond van der Knaap

Ontwikkelingspsycholoog Eddie Brummelman deed onderzoek naar het effect van complimenten op het gevoel van eigenwaarde van kinderen Tekst: Claire Groenen

Eddie Brummelman is docent en psycholoog-onderzoeker aan de Universiteit van Utrecht (faculteit Sociale Wetenschappen, afdeling Ontwikkelingspsychologie).

‘Sommige complimenten leiden tot schaamte’ In dit tijdperk van positief opvoeden geven

Complimenten maken kinderen toch gelukkig?

volwassenen graag en veel complimenten

Brummelman: ‘Dat wordt vaak gedacht inderdaad. We weten wel wat voor impact complimenten kunnen hebben op de gevoelens van kinderen, maar nog niet hoe dat precies werkt voor kinderen met een lage zelfwaardering. We zagen om ons heen dat veel mensen dénken dat je kinderen met lage zelfwaardering (‘ik vind mezelf stom’) kunt helpen door ze veel complimenten te geven. Eigenlijk was het nooit onderzocht of dat werkt. Terwijl er aanwijzingen waren vanuit wetenschappelijk onderzoek dat complimenten niet altijd een positief effect hebben’.

aan kinderen, met als doel zij een positief beeld van zichzelf ontwikkelen, meer zelfvertrouwen krijgen en beter gemotiveerd worden. Ook opvoedingsdeskundigen ondersteunen deze gedachte. Tot nu toe was er weinig bekend over het effect van complimenten op het gevoel van eigenwaarde van kinderen. Ontwikkelingspsycholoog Eddie

Ouders

Brummelman deed daar onderzoek naar,

Brummelman heeft eerst onderzoek gedaan onder ouders omdat hij wilde weten waarom zij complimenten geven. En vooral ook welk effect ze ervan verwachten. ‘We dachten: als een kind een lage zelfwaardering heeft,

specifiek gericht op kinderen met een laag gevoel van eigenwaarde. 12 . www.kinderwijzmagazine.nl


wat voor soort complimenten zou je dan geven? We gingen ervan uit dat ouders van zo’n kind intuïtief vooral geneigd zouden zijn om dan persoonsgerichte complimenten te geven.’ Uit het onderzoek bleek dit inderdaad het geval te zijn (‘Jij bent goed’). Kinderen met een hoge zelfwaardering geven ze juist meer gedragsgerichte complimenten (‘Jij doet het goed’). ‘Ouders denken waarschijnlijk dat persoonsgerichte complimenten de zelfwaardering van kinderen verhogen. Daarom geven zij juist kinderen met een lage zelfwaardering intuïtief vaker complimenten als “Wat ben jij goed!”’

Tweede onderzoek Met deze uitkomsten werd een tweede onderzoek gestart onder kinderen van vijf Nederlandse basisscholen. Brummelman wilde weten of kinderen met een lage zelfwaardering inderdaad baat hebben bij complimenten, en specifiek of ze gebaat zijn bij die complimenten die ze al extra vaak krijgen: de persoonsgerichte complimenten. In het experiment speelden kinderen een online variant van het spel Go!, met een (nep)tegenstander en onder toeziend oog van een (nep)webmaster. Na de eerste, niet competitieve, ronde kregen de kinderen willekeurig een persoonsgericht compliment, een gedragsgericht compliment of geen compliment voor hun prestatie. Daarna moesten ze het spel nog eens doen, nu in een competitie. Sommigen verloren de wedstrijd, anderen wonnen. Of ze wonnen of verloren werd eveneens willekeurig bepaald. Als zij persoonsgerichte complimenten hadden gekregen en vervolgens verloren, schaamden zij zich voor zichzelf. Dat gold voornamelijk voor kinderen met een lage zelfwaardering. Gedragsgerichte complimenten, zoals ‘Wat heb je dat goed gedaan!’, veroorzaakten geen gevoelens van schaamte, ook niet bij kinderen met een laag gevoel van eigenwaarde. Brummelman: ‘Als kinderen een compliment krijgen voor hun gedrag, dan koppelen zij hun zelfwaardering niet aan hun prestatie. Als kinderen een compliment krijgen voor hoe goed zij zijn als persoon, dan kunnen zij het gevoel krijgen dat hun zelfwaarde afhangt van hun prestaties. Als zij daarna falen, kunnen zij zich slecht voelen over zichzelf. Daarom is het over het algemeen beter om complimenten te richten op gedrag dan op de persoon.’

Wat betekent dit concreet voor opvoeders of leerkrachten? ‘Als je als ouder de neiging hebt om een kind met weinig zelfwaardering te helpen door hem regelmatig te prijzen om wie hij is – “Wat ben je geweldig/ slim/fantastisch” – dan blijkt dat je het kind juist extra gevoelig maakt voor negatieve zelfgevoelens; dat wat je juist wilt voorkomen. Ik noem dit backfire: de positieve intentie die je had, slaat om in een negatief effect.’

De begrippen zelfvertrouwen, zelfbeeld, zelfwaardering, gevoel van eigenwaarde worden vaak door elkaar gebruikt. ‘Dat zijn eigenlijk verschillende dingen. Zelfwaardering is wel hetzelfde als gevoel van eigenwaarde, dat verwijst naar hoe tevreden kinderen zijn met zichzelf als persoon: een heel globale evaluatie van wat ze van zichzelf vinden. Niet zozeer of ze zichzelf een goeie voetballer vinden, maar of ze zichzelf een goed persoon vinden, een leuk persoon. Zelfvertrouwen is iets anders. Zelfvertrouwen is hoeveel vertrouwen je hebt dat je een bepaalde handeling of activiteit goed kunt. Dus als je zelfvertrouwen hebt in voetbal, dat je denkt dat je goed kunt voetballen. Een zelfbeeld is niet echt een evaluatie. Zelfbeeld is het beeld dat je van jezelf hebt, los van wat je daarvan vindt. Bijvoorbeeld: ik ben een kind dat houdt van voetbal, ik ben 1 meter 40, ik weeg 50 kilo, andere mensen vinden mij aardig. Het is een niet-evaluerende perceptie van wie je zelf bent. Soms hebben mensen het over een positief of negatief zelfbeeld, maar dan is niet echt duidelijk wat ze daarmee bedoelen. Hoge zelfwaardering of lage zelfwaardering, dat is eigenlijk correcter.’

Heeft uw onderzoek effect gehad op de manier waarop u zelf met kinderen omgaat? (Lachend) ‘Ja, best wel. Tenminste, ik was me echt wel bewust van de manier waarop ik kinderen complimenten gaf, maar nu probeer ik zo veel mogelijk persoonsgerichte complimenten te vermijden, vooral als kinderen echt concrete prestaties leveren. Ik heb zelf geen kinderen, maar stel dat ik ze had en dat ze met goede cijfers zouden thuiskomen, dan zou ik niet zeggen: “Wat ben je lief” of “Wat ben je slim”, omdat je ze daarmee het gevoel zou geven dat cijfers bepalen hoe lief of hoe slim ze zijn. Het is eigenlijk wel zo gemakkelijk om een compliment te richten op het gedrag. Bijvoorbeeld: “Wat fijn die goeie cijfers! Je hebt er ook hard voor geleerd.” Ik denk dat het ook redelijk makkelijk te veranderen is, als je het zou willen.’

Is zelfwaardering aangeleerd of genetisch bepaald? ‘Uit onderzoek is bekend dat zelfwaardering voor een groot gedeelte erfelijk is bepaald, maar dat het ook wel onderhevig is aan omgevingsinvloeden. Dus eigenlijk allebei. Een lage zelfwaardering komt niet heel vaak voor. Over het algemeen zijn kinderen best wel tevreden met zichzelf, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht. Als je bijvoorbeeld kijkt naar een heel bekende zelfwaarderingsvragenlijst ( CBSK ) en je kijkt naar de scores, dan heeft de overgrote meerderheid van de kinderen een redelijk hoge zelfwaardering.’

www.kinderwijzmagazine.nl . 13


Hoe zit het met lage zelfwaardering in relatie tot faalangst? ‘Als je een lage zelfwaardering hebt, dan heb je over het algemeen meer faalangst, maar het is geen een-opeenrelatie. Je kunt een hoge zelfwaardering hebben en toch faalangstig zijn en andersom. Dat er weinig kinderen zijn met lage zelfwaardering wil niet zeggen dat er weinig kinderen zijn met faalangst. Als ik met ouders of met leerkrachten praat, probeer ik ze duidelijk te maken dat ze zeker niet moeten stoppen met complimenten geven, en ook zeker niet het gevoel moeten hebben dat ze fout bezig zijn. Ze kunnen zich wel bewust zijn van de vorm waarin ze het gieten. Ik raad ze vooral bij kinderen met lage zelfwaardering aan om voorzichtig te zijn met persoonsgerichte complimenten.’

Kun je stellen dat gedragsgerichte complimenten altijd goed zijn? En dat persoonsgerichte complimenten geven afhangt van de zelfwaardering van een kind? ‘Over het algemeen werken persoonsgerichte complimenten minder goed dan gedragsgerichte complimenten. Persoonsgerichte complimenten leiden tot schaamte na falen. Dat is duidelijk. Maar het kan zijn dat voor sommige kinderen zo’n compliment wel goed werkt. Dus het is niet zo dat gedragsgerichte complimenten altijd beter werken. Als vuistregel zou ik adviseren om complimenten te richten op gedrag, omdat die minder bedreigend zijn. Een ander voordeel van gedragsgerichte complimenten is dat het de zelfwaardering van kinderen niet afhankelijk maakt van hoe goed ze het doen. Als je een persoonsgericht compliment geeft, kan een kind het gevoel krijgen: ik moet goed presteren, anders ben ik niet leuk, of niet slim

of niet knap, en dat gevaar loop je niet als je gedragsgerichte complimenten geeft.’

Onzekere kinderen lijken complimentjes niet echt te waarderen, lijken het niet te geloven. Hoe kun je daar als ouder mee omgaan? ‘Het voordeel van gedragsgerichte, concrete complimenten is dat je er weinig tegen in kunt brengen. Als je over een tekening zegt: “Wat heb je mooie kleuren gebruikt”, dan is dat heel duidelijk zichtbaar, voor het kind ook. Maar als je bijvoorbeeld zegt: “Wat ben je een goede tekenaar”, dan kun je daar duizend en een redenen tegen inbrengen waarom het niet zo is. Als kinderen complimenten niet accepteren terwijl ze het wel nodig hebben voor het versterken van hun zelfvertrouwen, kun je complimenten zo concreet mogelijk op het gedrag richten, dat is ondersteunend. En sowieso nooit stoppen met complimenten geven!’

Wat zijn complimenten? Een compliment betekent dat iemand iets positiefs zegt over de kenmerken (zoals slimheid) of het gedrag (zoals hard werken) van iemand anders. Zo’n positieve waardering is niet gebaseerd op objectieve criteria; een 8 krijgen voor een toets is geen compliment, wel een objectieve erkenning van je kennis. Te horen krijgen van de leraar dat je de toets ‘fantastisch goed hebt gemaakt’ is wel een compliment. Een compliment is trouwens niet hetzelfde als een beloning, omdat niet alle complimenten als prettig worden ervaren door kinderen. Stel bijvoorbeeld dat je heel verlegen bent en je krijgt midden in de klas een compliment. Dan kan het best vervelend zijn dat al die aandacht op jou gericht is! Persoonsgerichte complimenten zijn gericht zijn op de persoon zelf, bijvoorbeeld: ‘Wat ben jij goed’ of ‘Wat ben jij slim’. Gedragsgerichte complimenten zijn gericht op het gedrag van een persoon, bijvoorbeeld: ‘Wat heb je dat goed gedaan’ of ‘Wat heb je dat slim opgelost’. Verwachtingen Ouders hebben hoge verwachtingen van complimenten. Vrijwel alle ouders (98%) denken dat kinderen complimenten nodig hebben om zich ‘psychisch gezond’ te ontwikkelen. Meer specifiek: ouders denken dat kinderen alleen tevreden met zichzelf kunnen zijn als ze voldoende complimenten krijgen. Ook denken ouders dat kinderen sterker in hun schoenen staan en beter kunnen omgaan met tegenslagen als ze een compliment hebben gehad.

14 . www.kinderwijzmagazine.nl


Boekrecensies

Tineke Wetsteijn | www.degoudenkern.nl orthopedagoog, oud-PABO-docent pedagogiek en integratieve kindertherapeut

Pedagogische Tact onder redactie van Luc Stevens en Geert Bors Op het goede moment het juiste doen, óók in de ogen van leerlingen € 22,00 | ISBN: 9789044130126 | www.garant-uitgevers.nl De interactie tussen de leraar en zijn leerlingen is een van de meest kritische factoren in het leerproces. Als de leraar door middel van responsiviteit en sensitiviteit een goede relatie met zijn leerlingen onderhoudt, kan hij tegemoetkomen aan de drie belangrijke basisbehoeften autonomie, competentie en relatie. Het NIVOZ biedt het persoonlijk ontwikkelingstraject ‘Pedagogische Tact’ aan. In dit traject wordt voortgebouwd op dit principe. Leraren worden bewust gemaakt van hun staat van zijn tijdens die merkwaardige momenten waarop een probleemsituatie in de klas als vanzelf oploste door hun eigen goede uitspraak, handeling of interventie. Het doel daarvan is deze momenten vaker voor te laten komen. Het boek Pedagogische Tact, dat voortgekomen is uit dit traject, is prettig leesbaar, onder andere door inspirerende praktijkvoorbeelden van leraren. Er wordt helder ingegaan op de staat van bewustzijn die nodig is voor de leraar om vertrouwen in zichzelf te hebben, zodat hij de omgeving los kan laten en totaal aanwezig kan zijn in het hier en nu, zonder concepten en zonder te ‘begrijpen’. In de hoofdstukken 3 en 4 wordt besproken hoe een leraar zichzelf als instrument verder kan ontwikkelen. Het bijzondere daarvan is dat het soort ontwikkeling dat besproken wordt, in onze cultuur niet zo vanzelfsprekend is, omdat het niet gaat om kennis en ervaring. De leraar wordt op zijn kwaliteiten als mens aangesproken. Het boek besluit met een hoofdstuk over hoe ontmoedigde kinderen, die de meeste leraren kennen als kinderen met problematisch gedrag, te bemoedigen zijn door een beroep te doen op alles wat ze kunnen. Pedagogische Tact is een boek dat elke (aanstaande) leraar zorgvuldig zou moeten bestuderen vanwege zijn unieke en zeer waardevolle karakter.

Handboek luchtkastelen bouwen voor kinderen door Barbara Sophia Tammes Illustraties: auteur | Leeftijd 9 tot 12 jaar | € 19,95 | ISBN: 9789021552941 | www.kosmosuitgevers.nl Iedereen zou een eigen luchtkasteel moeten hebben. Een plek die helemaal van jou is, waar je veilig en ongestoord kunt fantaseren. Want fantasie is het begin van de werkelijkheid. Om je te inspireren bij het bouwen van je eigen luchtkasteel, geeft Elias de tuinman een rondleiding in zijn luchtkasteel. Elias en Talulah de prinses zijn namelijk verliefd op elkaar. De koning en de koningin hebben Elias naar de stad gestuurd om een jaar in een fabriek te gaan werken. Als Elias terugkomt en hij en de prinses nog steeds verliefd zijn, mogen ze met elkaar trouwen. Om het afschuwelijke verblijf in de stad te verlichten, begint Elias met het bouwen van zijn luchtkasteel. Voor zijn verdriet heeft hij bijvoorbeeld de Traanzaal ontworpen, voor zijn dromen een Wenstuin en zijn mooiste herinneringen bewaart hij in de Schatkamer. Naast het lezen van het verhaal kun je je eigen luchtkasteel echt beleven met oefeningen voor je hoofd, je hart en je handen. Zo is er bijvoorbeeld de Indianenoefening om door middel van een imaginatie dieren op te roepen die je een boodschap kunnen geven. En een serie voorbeelden van feestjes die je kunt vieren, zodat je elke dag een feestje hebt, al is het maar om vijf minuten lang te vieren dat aan een nare dag ook een einde komt. Dit bijzondere boek is van begin tot het eind fantastisch om te lezen en te genieten van alle creatieve ideeën. Het biedt voor kinderen (vanaf 9 jaar zelf te lezen) en volwassenen veel inspiratie om de werkelijkheid positief te beleven en te beïnvloeden. Waardevol voor iedere leerkracht, coach en therapeut.

www.kinderwijzmagazine.nl . 15


Tekst: Peep Trappenburg

Foto: Lotta Blokker - www.lottablokker.com

Geluk is jezelf verdragen Biopsycholoog Martine Delfos: ‘Geaccepteerd worden in wie je bent is een bouwsteen van geluk’ ‘Je kunt niet spreken van gelukkige en ongelukkige kinderen. Een kind heeft gelukkige en ongelukkige momenten. De term “gelukkig kind” suggereert dat een gelukkig kind niet ongelukkig kan zijn en een ongelukkig kind nooit gelukkig. Dat kan allebei. Kinderen hebben een basisstramien waarmee ze naar de wereld kijken. Een “gelukkig” basisstramien betekent dat je ongelukkige dingen aankan. Een “ongelukkig” kind weet niet goed wat “gelukkig zijn” is omdat het basisstramien “ongelukkig” is. Een mishandeld kind dat iemand tegenkomt die niet mishandelt, denkt: maar wanneer doet die het wel. Hij is op zijn hoede. “Gelukkig” en “ongelukkig” is een stramien. Een gelukkig kind moet regelmatig diep ongelukkig zijn. Hij moet frustraties meemaken. Pubers kunnen buitengewoon verdrietig zijn, dat betekent echter niet dat ze depressief zijn. Ze denken dingen uit, zijn verdrietig over hoe de wereld werkt, maar hoeven niet altijd een behandeling. Ik ben als puber zeer verdrietig geweest.

16 . www.kinderwijzmagazine.nl

Omdat niemand zich ermee bemoeide, heb ik het rustig uit kunnen denken en verwerken, en daarmee de bodem gelegd voor mijn volwassenheid.’

‘Het is mij niet aangedaan’ ‘Frustratie en ongelukkige momenten zijn belangrijk in de ontwikkeling. Je moet het een kind alleen niet aandoen. Dat is een fundamenteel verschil. Op de eerste dag van mijn leven ging ik bijna dood. Dat is een ernstig trauma, waar ik natuurlijk niks van weet. Gevoelsmatig weet ik wel wat het resultaat daarvan is. Toen ik geboren werd, was mijn broertje van drieënhalf buitengewoon blij dat hij een zusje had. Hij heeft in de buurt verteld: “Ik heb een zusje, we worden misschien wel tweeling!” De buren gaven hem toverballen. Die deelde hij met mij, zodat ik op de eerste dag van mijn leven bijna doodging. Ik denk dat ik daardoor een ongelooflijk respect en dankbaarheid heb voor het leven.


Toen ik zeven maanden was, lag mijn oma op sterven in Frankrijk. Ze is gelukkig niet doodgegaan. Mijn ouders deden wat goede ouders in die tijd deden. Ze namen me niet mee naar iemand die ging sterven. Ze lieten mij thuis bij kennissen die voor mij zorgden. Toen ze na drie weken terugkwamen, was het huis leeg, er was niemand meer. Mijn moeder vroeg aan de buren: “Waar is Martine?” Ze vertelden dat die mensen weggegaan waren omdat ik zo verschrikkelijk huilde. Zij hebben me toen in huis genomen. Die ontroostbaarheid is een teken van goede hechting. Ik probeerde mijn ouders terug te schreeuwen. Mijn moeder vertelde: “Ik zag meteen dat het helemaal mis was. Jij moest nooit zo veel van mij hebben, jij was een vaderskind. Je strekte zo je armpjes naar me uit.” Tot ik drieënhalf was, durfde ik niet naar buiten. Ik was heel bang. Ik heb uit die periode maar één bewuste herinnering. Ik ben een jaar oud en zit bij mijn oma op schoot als de bel gaat. Ik verstijf, ik ben bang. Ik

beschermende relatie hebben. Kinderen kunnen veel hebben als ze ergens het gevoel hebben: er is iemand die mij wel aardig vindt, die mij wel oké vindt. Dat kan ook de voetbaltrainer zijn. Dat tast het beeld aan dat alles slecht is. Het stramien “alles is in principe slecht” wordt daardoor niet gevormd. Van binnen is een kind gaaf. Bij sommige kinderen staat daar een grote muur omheen, maar de kern is gaaf. Je kunt mensen altijd positief raken als je door het vernislaagje heengaat.’

Basisvoorwaarden ‘Gelukkige kinderen hebben een stramien dat het oké is op de wereld. Basisvoorwaarden voor het ontwikkelen van zo’n stramien zijn vanzelfsprekendheid in het opgroeien, je veilig voelen over wie je bent en iemand hebben bij wie je kunt aankloppen als er iets is. Daarmee heb je veel in huis voor een gelukkige jeugd. Je mag dan best rotdingen meemaken.’

Martine Delfos is biopsycholoog. Ze is werkzaam als Foto: Raymond van der Knaap

wetenschappelijk onderzoeker, therapeut en publicist. ‘Ik ben moeilijk te plaatsen, ik ben een modellenbouwer.’ Dick Swaab omschrijft haar als de psycholoog die de psychologie naar de hersenen heeft gebracht. In haar praktijk in Utrecht spreken we over ‘gelukkige kinderen’.

weet dat ik dacht: het geeft niet, ik ben bij oma. Er was iemand bij me aan wie ik gehecht was, dus ik voelde me veilig. Bij zo’n trauma houd je je vast aan mensen bij wie je je veilig voelt. Het is een trauma, maar mijn ouders hebben het mij niet aangedaan. Het is me overkomen. Als je het gevoel hebt dat het je is aangedaan, is het moeilijker om er overheen te komen. Dat is een groot verschil. Ik kon dat onderscheid toen niet maken, maar wel voelen. Ik heb het later uitgeanalyseerd.’

‘Die vindt mij oké’ ‘Veel kinderen groeien op in vreselijke situaties. Sommige kinderen redden het, andere kinderen niet. De nestor van de kinderpsychiatrie Sir Michael Rutter heeft in een onderzoek kinderen die onder slechte omstandigheden opgroeiden, met elkaar vergeleken: wie redt het, wie niet en waarom? Uit dat onderzoek blijkt dat kinderen die het redden, minimaal één warme,

Ruimte om te ontwikkelen ‘Kinderen worden gelukkig als ze zich kunnen ontwikkelen. Kinderen moeten de tijd en de ruimte krijgen om te leren. We willen graag dat ze zich optimaal ontwikkelen – er zijn meer mogelijkheden dan vroeger en we weten ook meer. We vertrouwen echter te veel op de maakbaarheid van het kind. Als hij iets niet kan, moet hij in therapie om het te leren. Zo werkt het niet. Hoe kinderen zich precies ontwikkelen, weten we nog steeds niet goed. Als we als ouders kiezen wat we bij het kind tot ontwikkeling willen laten komen, moeten we bescheiden zijn. Als je het ene ontwikkelt, is er geen ruimte voor het andere. We geven een kind niet alleen kansen, maar drukken ook dingen weg die hij had kunnen ontwikkelen. Kinderen leren altijd. Als je een blokkentoren bouwt en zegt: “Mooi hè, niet omgooien”, dan zal een peuter de toren met plezier omgooien. Jouw gezicht als het omgegooid wordt, is zo grappig. Dat jij op dat moment iets anders voelt dan hij, weet een peuter nog niet. Dat moet hij leren.’

www.kinderwijzmagazine.nl . 17


Foto: Raymond van der Knaap

Eerlijkheid

Briljant ‘Kinderen hebben een innerlijke drive om te leren. Met ongelooflijke moed leren ze taal. Ze zijn zo dapper om onzinwoorden uit te kramen in de hoop dat het op een dag lukt. Dat is indrukwekkend. Kinderen beleven plezier aan nieuwe dingen leren. Een kind leert niet te lopen om iets te pakken. Hij beleeft genot aan het lopen. En iedereen om hem heen is er blij mee. Dat zijn kostbare momenten. Als je iets leert waarvan je dacht: dat gaat me nooit lukken, is dat geweldig. Dat is geluk. Ouders moeten aanvoelen wat een kind kan ontwikkelen maar nog niet laat zien. Lev Vygotsky noemt dat de zone van de naaste ontwikkeling. Het is latent aanwezig, maar moet nog geactualiseerd worden. Dat komt nauw. Als je een kind stimuleert iets te doen waar hij niet echt aan toe is, loopt hij het risico faalangstig te worden. Als het wel lukt, voelt hij zich briljant. Ouders moeten een balans vinden tussen hun eigen behoeften en de behoeften van het kind. Je mag hem best stimuleren iets te doen, maar je moet aansluiten bij zijn mogelijkheden. Je moet kinderen het gevoel geven briljant te zijn. Niet door steeds te roepen “Wat goed van je”. Dat gelooft een kind niet. Kinderen kunnen faalangstig worden van veel complimenten. Ze krijgen geen rust. Ze denken: ik ben goed als ik taal goed doe en rekenen en muziek, maar wat moet ik nog meer doen om geaccepteerd te worden? Hoge verwachtingen maken een kind onzeker. Er zijn kinderen met het vermoeidheidssyndroom aan het eind van de basisschool. Dat is belachelijk. We zouden ons diep moeten schamen. Een kind is de energie zelve.’

18 . www.kinderwijzmagazine.nl

‘Je moet eerlijk zijn tegen kinderen. Kinderen voelen echtheid. Soms zijn volwassenen “overeerlijk”. Ze vertellen alles aan het kind. Je moet een kind niet belasten met allerlei dingen waar hij niets mee kan, maar eerlijk zijn in wat voor hem belangrijk is. Je moet het tempo van het kind respecteren. Hij moet verwerken wat jij zegt. Soms moet je een jaar de tijd nemen om een kind te vertellen wat er precies gebeurd is met zijn vader die dood is. Je maakt samen het verhaal tot een geheel. Ik heb een meisje van 6 jaar in therapie gehad dat had gezien dat haar vader haar moeder doodde. De politie wilde het meisje graag horen om vast te stellen hoe toerekeningsvatbaar de vader was. Ze vroegen mij of ik wilde helpen. Het meisje kwam met twee agenten en een groepsleider. Ik zei tegen haar: “Ze hebben me gevraagd om hen te helpen met praten over het vervelende wat is gebeurd.” Ik heb niet benoemd wat precies, dan ga je te snel het trauma in. “Ik heb gezegd dat ik daarbij wil helpen, maar alleen als het voor jou goed is. Als het niet goed is, doen we het niet. Zeg jij het maar, is het goed voor jou?” Zij schudde nee. Ik zei tegen de politie: “U hoort het.” Het meisje heb ik uitgelegd dat ik therapeut was, en wat dat is. “Als je met me wil praten, kan dat.” Ze gingen weg. Vijf minuten later belde het meisje weer aan, alleen. Ze dacht waarschijnlijk: die zegt wat ze doet. Ze zei: “Ik weet niet meer hoe mama eruitziet.” Ik antwoordde:“Jawel, in je hart weet je het wel. Heeft mama net zulk haar als ik?” “Nee, korter tot haar schouders, ze heeft krullen.” Ze beschreef het bruin van haar moeders ogen. Ze had niet eens een foto van haar. Ik denk dat ze op het moment dat ze haar moeder voor zich zag in een gewone situatie, gelukkig was, terwijl het natuurlijk ging over de dood van haar moeder.’

Jezelf verdragen ‘Gelukkig en ongelukkig ben je ten opzichte van de omgeving. Geluk wordt versterkt door de mensen om je heen. Geaccepteerd worden in wie je bent is een bouwsteen van geluk. Een kind dat geboren wordt met cerebrale parese, hersenverlamming, is niet noodzakelijk ongelukkig. Je bent wie je bent. Maar hij ziet de bezorgdheid om zich heen en voelt: ik ben niet goed. Zo’n kind leeft zo op als je zegt: “Ik deed of ik het niet zag, maar ik heb het wel gezien. Het spijt me, ik vind het zo vervelend voor jou. Maar ja, dit is gewoon wie je bent.” Het kind weet dan: ik mag gewoon bestaan. Beeldhouwster Lotta Blokker drukt dat prachtig uit in haar beeld van Atlas. Haar Atlas draagt niet de wereldbol, maar zichzelf. Heel teder. Dat is gelukkig zijn: jezelf kunnen verdragen. Om jezelf te kunnen verdragen heb je anderen nodig. Je kunt kinderen altijd helpen zichzelf te verdragen. Je hebt het geluk van een kind even in je eigen handen.’


Column

OMA

en oma Tijdens coachopleidingen hoor je vaak dat je bij het coachen OMA thuis moet laten. OMA kan staan voor je Oplossingen, je Mening en je Aannames. Deze acties horen niet thuis in je coachingstraject, ze kunnen je coachee zelfs belemmeren. Maar is dit eigenlijk wel waar? Moet je OMA thuislaten? Of hoort OMA er juist bij? En als OMA erbij hoort, waarom en hoe dan? Laten we eens naar een echte oma kijken. Bij mijn oma was het altijd gezellig en van oma mocht veel. Even jezelf zijn en niets hoeven. Oma had tijd voor mij om naar me te luisteren. Vanuit empathie en liefde. En de verhalen die oma vertelde over vroeger, waren natuurlijk om van te smullen! Verhalen van toen mijn eigen vader en moeder klein waren. Wat zíj allemaal deden! Als ik deze ervaring meeneem naar mijn kindercoachpraktijk, ontdek ik daarin een aantal overeenkomsten met de eigenschappen van OMA. Welke dat zijn, kun je zelf misschien wel invullen, maar wellicht herken ook jij positieve oma-eigenschappen in jezelf wanneer jij met kinderen aan het werk bent. Denk hierbij ook eens aan je eigen oma (wanneer je die hebt gekend). De positieve eigenschappen, welke waren dat? Wat heb je van jouw oma meegekregen? Welk gevoel had jij bij jouw oma? En wat deed zij precies waardoor jij dat gevoel kreeg? Of, als jij andere ervaringen met je oma hebt, wat voor eigenschappen vind jij dat er bij een oma zouden moeten horen? Zouden de oma’s – in een bepaald opzicht – wellicht de kindercoaches van vroeger zijn geweest? Als mijn oma mij advies gaf, haar Oplossing, dan kwam die voort uit levenswijsheid en ervaring. Of ik wat met die tip deed, was aan mij. Oma hoefde ik niet te gehoorzamen, die gaf raad en ik was vrij om daarmee te doen wat ik wilde. In de kindercoachpraktijk maak ik dit ook mee. Ik geef op sommige momenten advies, tips, wijze raad, om kinderen en hun ouders weer op weg te helpen. Maar ik dring ze deze Oplossingen niet op. We gaan wel kijken of deze raad, deze oplossing, zou kunnen passen bij het kind en bij de situatie

waarin het kind verkeert, of dat het kind zelf een nog betere oplossing heeft. Dan is mijn advies een zetje geweest. De Mening van mijn oma was gebaseerd op háár levenswijsheid. Het was háár visie. Net zoals ik in mijn beroep als kindercoach een visie heb. Mijn Mening, van waaruit ik werk. Ik dring hem niet op, maar ik sta wel voor wat ik waardevol vind. En dan is er nog het Aannemen. Wanneer ik iets aanneem zonder het te verifiëren, dan vul ik in voor de ander, zit ik op het verkeerde spoor en ben ik uit relatie. Aannemen als een beweging (iets tot me nemen of ontvangen) is juist in relatie tot de andere persoon. Dat is het kind zien in wie hij is en waarde hechten aan wat hij te vertellen heeft. Dit echt ontvangen/ aannemen is in mijn optiek de kunst. En van groot belang in ons vak. Jeannette Bakker-Stam www.kindercoachkasteel.nl Auteur van het boek Coachee! Handboek voor kindercoaching

www.kinderwijzmagazine.nl . 19


Als een kind zo gelukkig

Martijn Broeren is samen met Karin Sorbi en Jolien Slavenburg initiatiefnemer van Klaver4kids. De missie is verbinden. Verbinden als het gaat om het echt zien van kinderen. Verbinden als het gaat om het (her)ontdekken van het eigen innerlijke kind bij grote mensen. Zichtbaar maken van bestaande initiatieven en inzichtelijk maken van wat zij doen is een van de kernactiviteiten van Klaver4kids. Want zeg nou zelf: goed voorbeeld doet volgen! Het hoofddoel: zo veel mogelijk gelukkige kleine en grote mensen. m.broeren@inzichtelijk.nl

Het lijkt de gewoonste overtuiging van de wereld: als je

WeKidz

gelukkig bent, gaan werken en leren beter en gemakke-

Er is goed nieuws: er zijn belangrijke initiatieven die het geluk van een kind op de eerste plaats zetten. Zo kwam ik laatst in contact met de WeKidz-werkgroep van de IIIde kamer. De IIIde kamer, een initiatief van Marjolein Hins, is een groep van betrokkenen die Nederland helpt omvormen van nu naar straks. Duurzamer, economisch in balans en met menselijke maat. WeKidz is een initiatief van Rens ten Hagen en de IIIde kamer en wil kinderen echt mee laten denken en mee laten doen als het gaat om het ontwikkelen van hun toekomst en hun geluk. Luisteren naar kinderen en ze mee laten kijken naar maatschappelijke vraagstukken, omdat kinderen nog zo puur en onbevangen ernaar kunnen kijken en zich durven uit te spreken. WeKidz wil daarom de huidige maatschappelijke uitdagingen voorleggen aan kinderen van groep 3 tot en met 8.

lijker. Ook op academisch niveau wordt deze aanname ondersteund: een gelukkig kind functioneert beter dan wanneer hij niet gelukkig is. Een kritieke en kritische succesfactor voor het lerende kind, dat onherroepelijk via cijfers en situationele prestaties door ons, grote mensen, wordt afgerekend. Hoewel geluk heel belangrijk is, ontbreekt het op veel plekken. Wanneer een kind niet gezien wordt, maar enkel op gedrag of prestaties wordt afgerekend, komt hij in opstand. Daarvan zijn vele voorbeelden, die soms zelfs een aparte diagnostiek kennen. Door de drukte van alledag lopen we het risico minder bewust te leven dan we diep van binnen willen.

Er ontstaan mooie initiatieven die het geluk van kinderen bevorderen De workshop Gepassioneerd Ouderschap die ik zo nu en dan organiseer in Utrecht, heeft maar één doel: bewustwording. Een ware eyeopener voor de gemiddelde bezoeker. Onderweg gaan naar de zandbak, het ontdekken, betekent voor een kind vaak net zo veel geluk als in die zandbak spelen. Bij bewust opvoeden en bewust lesgeven hoort goed kijken naar het kind, voorbij gedrag. Het kind écht zien is namelijk vaak al voldoende voor een hele berg geluk. Echt vanuit liefdevolle aandacht bij en met het kind zijn, vragen stellen om hem uit te nodigen zijn binnenwereld uit te drukken.

20 . www.kinderwijzmagazine.nl

Op mijn vraag ‘Waarom doen jullie dit?’ antwoordt Ten Hagen resoluut: ‘De westerse samenleving is uitgegroeid tot een door ons linkerbrein gestuurde maatschappij. Het rationele, mentale en analytische vermogen van de mens speelt de boventoon. Daarmee produceert deze samenleving meer van hetzelfde in plaats van meer dan hetzelfde. Er komt schoorvoetend constructieve vernieuwing tot stand die de wereld helpt in haar voortbestaan, innovaties op basis van een circulaire in plaats van lineaire visie. De oude en meestal lineaire methoden geloofden in de maakbaarheid van de wereld en zijn gebaseerd op


Tekst: Martijn Broeren

een onderwijssysteem dat vooral de linker hersenhelft aanspreekt. De ontwikkelingen vragen echter om oplossingen uit een ander kader dan waar de problemen in zijn ontstaan. Zij doen een appèl op ook de rechter hersenhelft en op een stuk speelsheid en beweeglijkheid, die wij kwijt zijn in het bestaande systeem. Daarom willen wij met kinderen kijken naar maatschappelijke vraagstukken, omdat kinderen vanuit hun verbondenheid met links én rechts nog zo authentiek ernaar kunnen kijken.’

Expeditie Geluk In het rijtje van gelukkig nieuws hoort ook het initiatief van Expeditie Geluk: meer kinderen met een gelukkige jeugd! Nationaal Fonds Kinderhulp, Stichting Gelukskoffer, Duurzame Pabo en de Baak zijn de founders van Expeditie Geluk. Een Expeditie die tot doel heeft om op alle basisscholen in Nederland in groep 7 en 8 Lessen in Geluk te geven. Expeditie Geluk gaat tegelijkertijd over vitaliteit, duurzaamheid en ondernemerschap en maatschappelijke thema’s van belang. Afgelopen 20 maart, de internationale Dag van het Geluk, vond de kick-off plaats voor ondernemend geluk. Na een ontroerend en energiek programma werden duizend Geluksboeken uitgedeeld. Deze doorgeefboeken verzamelen al zwervend het geluk van Nederland van jong en oud. Fantastisch om te zien wat kinderen en grote mensen onder geluk verstaan, en mooi om te zien dat het vaak in kleine, voor de hand liggende maar soms bedekte, dingen zit. Dit jaar zal er een gelukstocht door het land plaatsvinden met prachtige participaties van bekende en onbekende mensen. Het ont-dekken van geluk begint met een voornemen!

Het Talent Gelukkig zijn er ook scholen die er alles aan doen het

kind op zijn passie-pad te houden. Het Talent in Lent bij Nijmegen is zo’n school. Ze gelooft in de unieke talenten van het kind en bekrachtigt die. Aandacht en interactie tussen kinderen en uitgaan van zijn ‘eigenwijsheid’ is een belangrijke kernwaarde. Het waarderen van zichzelf en anderen en daar ook actief naar handelen is een van de uitgangspunten. ‘Niet alleen kijken we op die manier naar de kinderen, het zit diepgeworteld in onze hele organisatie. Van leverancier tot ouder, iedereen merkt het!’, aldus Astrid van Hulst, unitregisseur van de school. Het geluk van het kind wordt bediend door uit te gaan van drie cirkels: jezelf, de ander en de omgeving. Wekelijks wordt op een vast moment aandacht geschonken aan hoe het er voorstaat met de sociale, emotionele en cognitieve aspecten van de leerling. Ook hanteert de school geen rapport(cijfers), maar een door de kinderen zelf te vullen en te beoordelen portfolio, waaruit blijkt wat ze gedaan hebben, welke talenten zij hebben ontdekt en ontwikkeld en waar uitdagingen liggen voor persoonlijke groei. Verder wordt er veel aandacht geschonken aan rust, acceptatie, (zelf)vertrouwen, jezelf kunnen zijn, en gevoelens binnen of buiten de school, al of niet in een groep. Een voorbeeld van hoe in wederkerigheid open te staan voor ons geluk: via de kinderen leren ook de ouders wat mediteren is. Opvallend is dat de school geen Cito-toets meer afneemt in groep 8 en dat de kinderen nog twee jaar gevolgd worden nadat ze groep 8 verlaten hebben.

Het goede voorbeeld Om ons heen ontstaan mooie initiatieven die het geluk van kinderen bevorderen. We staan aan het begin van een heel mooi tijdperk waarin duurzame initiatieven opbloeien. Het zien van die initiatieven en daaraan bijdragen is voor iedereen goed. Wie doet er mee?

www.kinderwijzmagazine.nl . 21


Tekst: Peep Trappenburg

‘Nieuwe Autoriteit is niet gebaseerd op macht van het individu’ Driftbuien, pesten, opstandig gedrag, agressie. Externaliserend gedrag stelt ouders voor grote vragen. Hoe moet ik mijn kind corrigeren? Hoe stel je grenzen aan het gedrag op een manier die past binnen de moderne opvoeding? Met die vraag houdt professor Haim Omer, hoogleraar psychologie aan de universiteit van Tel Aviv, zich al zo’n vijftien jaar intensief bezig. Ik spreek met hem over Nieuwe Autoriteit en geweldloos verzet. Hieronder zijn antwoord op de vraag hoe ouders hun kinderen moeten opvoeden in 2013. Traditionele autoriteit ‘Vroeger leek opvoeden vanzelf te gaan. Kinderen luisterden naar hun ouders. Leerkrachten hadden nog gezag. Opvoeders stonden op een voetstuk. Zij eisten onvoorwaardelijke gehoorzaamheid. Kinderen die niet luisterden, werden streng gestraft. Deze strikt hiërarchische traditionele vorm van autoriteit vinden we niet langer acceptabel. We leven in een vrije democratische samenleving. We willen dat onze kinderen opgroeien tot autonome mensen. We zijn terecht zeer op onze hoede voor deze traditionele autoriteit. De vrije opvoeding, waarbij kinderen zonder enige vorm van autoriteit opgroeiden, bleek een mislukking. Uit onderzoek blijkt dat volkomen vrij opgevoede kinderen grote problemen ontwikkelen. Ze zijn vaker agressief, vallen uit op school, maar ook bij de muziekles en op de sportclub, 22 . www.kinderwijzmagazine.nl

omdat ze er niet in slagen in te voegen. Ze lopen een groot risico op drugsgebruik, alcoholisme, onveilige seks, slechte vrienden en delinquentie. Verrassend is dat deze kinderen een negatief zelfbeeld hebben. Ze geloven niet dat ze in staat zijn zelf problemen op te lossen, omdat ze nooit zijn geconfronteerd met problemen. Ze zijn grootgebracht met het idee dat ze niets hoeven te overwinnen.’

Nieuwe Autoriteit ‘Er is behoefte aan een nieuw beeld van autoriteit, passend in een vrije democratische samenleving. Autoriteit gebaseerd op aanwezigheid, niet op afstand. Aanwezigheid is dat wat een kind ervaart als een ouder zegt: “Ik ben je ouder, je kunt me niet wegsturen, je kunt me niet ontslaan, je kunt niet van me scheiden. Ik blijf jouw ouder. Jij bent belangrijk voor me, ik geef je niet op.”


Haim Omer over Nieuwe Autoriteit en geweldloos verzet Nieuwe Autoriteit is gebaseerd op zelfcontrole. We leren ouders om zich niet uitgedaagd te voelen, niet impulsief te reageren maar zich geweldloos te verzetten tegen het gedrag van het kind: “Ik kan jouw gedrag niet controleren, maar ik kan mezelf controleren. Ik doe mijn plicht omdat jij zo verschrikkelijk belangrijk bent in mijn leven.” Ouders die zelfcontrole uitstralen, krijgen respect. Zelfcontrole bouwt zijn eigen autoriteit. Nieuwe Autoriteit is niet een radicaal andere manier van opvoeden. Er zijn altijd ouders en leerkrachten geweest die opvoeden vanuit aanwezigheid en zelfcontrole. Ons beeld van autoriteit is echter het beeld van hiërarchische, afstandelijke autoriteit en onvoorwaardelijke gehoorzaamheid. Dat beeld moeten we bijstellen.’

je bijvoorbeeld: “Ik vertel je wat ik ga doen over vijf minuten. Weet jij wat vijf minuten zijn? Als de wijzer daar staat, dan zal ik reageren op wat je doet.” Het kind wordt nieuwsgierig en krijgt een beetje tijdsbegrip. Voor kinderen met ADHD kan dat een mooi tegenwicht vormen voor de impulsiviteit van het kind. De tijdslengte die je hanteert bij een jonger kind, is veel korter dan bij een ouder kind. Oudere kinderen kunnen heel gewelddadig zijn. Daar moeten ouders op voorbereid zijn. Ze moeten weten hoe ze zichzelf kunnen beschermen. Adolescenten dreigen regelmatig met suïcide, ook dat vraagt een specifieke benadering.’

Parlement van de geest ‘Geweldloos verzet is het enige gevecht waarbij je rekening houdt met escalatie. Je wilt niet uitdagen of dreigen, maar je wilt volhouden, het onacceptabele gedrag weerstaan. Dat heeft een interessant effect. De positieve stemmen aan de andere kant worden versterkt. Er zijn altijd positieve stemmen aan de andere kant, je kunt het zien als het parlement van de geest. Een suïcidale adolescent hoort bij de “partij van de suïcide”, maar er zijn ook partijen die willen leven. Hij leeft nog, dus die partijen hebben blijkbaar nog iets in te brengen. Wij zijn geïnteresseerd in die stemmen. We gaan ervan uit dat die er altijd zijn. Door het voorkomen van escalatie geef je ruimte aan die stemmen. Ouders en leerkrachten moeten actief stappen nemen tot verzoening. Bij adolescenten benadruk je bijvoorbeeld: “Jouw zelfrespect is heel belangrijk voor mij. Ik zal er alles aan doen om te zorgen dat jouw zelfrespect gewaarborgd blijft, behalve toegeven.” Het is voor adolescenten een teken van respect. Het vergroot het draagvlak aan de andere kant.’

Waakzame zorg Vertragen ‘Actie = reactie is een belangrijk kenmerk van traditionele autoriteit. Als een kind zich misdraagt, volgt er onmiddellijk een sanctie. Het gedrag wordt beschouwd als een greep naar de macht. De autoriteitsfiguur moet onmiddellijk reageren om zijn gezag te herstellen en gezichtsverlies te voorkomen. Dat is ineffectief. Het leidt tot escalaties en geweldsspiralen. Nieuwe Autoriteit gaat uit van vertraging. Niet reageren in het heetst van de strijd. Je moet het ijzer juist smeden als het koud is. Ouders hoeven niet te winnen, ze moeten doorzetten en aanwezig blijven. Ouders willen soms weten wat je moet doen als een kind verschrikkelijk kwaad is. Heel eerlijk, we hebben daar niet zulke briljante ideeën over. Wij weten hoe ouders de controle over zichzelf kunnen houden. We hebben ideeën voor later. Zelfcontrole is veel eenvoudiger als je weet hoe je straks moet reageren. Als therapeut laten we daarmee een model zien voor vertraging.’

‘Waakzame zorg is naast aanwezigheid en zelfcontrole een essentieel aspect van Nieuwe Autoriteit. Waakzame zorg betekent meegaan met de verantwoordelijkheid die het kind aankan. Er is geen stappenplan voor ouderlijk toezicht waarbij vastligt hoeveel toezicht een kind op welke leeftijd nodig heeft. Ouders van pubers zijn vaak erg terughoudend in het houden van toezicht. Zij zijn bang dat ze de privacy van het kind schaden. Privacy is belangrijk, maar het is niet het enige. De veiligheid van het kind is nog belangrijker. Ouders moeten meebewegen met de behoeften van hun kind. Als je signalen krijgt dat een kind dingen voor je achterhoudt of risicovol gedrag laat zien, dan moet je de vinger aan de pols houden. Op het moment dat een kind zegt: “Dat zijn jouw zaken niet, bemoei je er niet mee”, weet je dat je je ermee moet bemoeien. Het is goed om aan te geven dat je je zorgen maakt en dat het daarom je plicht is meer toezicht te houden. Waakzame zorg is het geheim om kinderen veilig te laten opgroeien.’

Leeftijd ‘We werken met kinderen vanaf ongeveer 2 jaar, maar ook met volwassenen. Vertraging kun je al bij heel jonge kinderen gebruiken. De principes van vertraging zijn gelijk, maar de manier waarop je ze toepast, is verschillend. Een kind van 4 jaar heeft een andere geheugencapaciteit dan een kind van 10. Daar moet je rekening mee houden. Tegen een kleuter zeg

Netwerk ‘Nieuwe Autoriteit is niet gebaseerd op macht van het individu. Het is gelegitimeerd door de ondersteuning van de omgeving. De leraar eist niet dat het kind hem gehoorzaamt, maar zegt: “Wij, de leerkrachten en de ouders, hebben besloten het op deze manier te doen.” De leerkracht wordt zo een representant www.kinderwijzmagazine.nl . 23


van een groep. Autoriteit wordt zo minder arbitrair. Ouders die door ons begeleid worden, helpen we om een steungroep samen te stellen. Zo’n groep kan bestaan uit grootouders, buren, vrienden , ouders van vriendjes van het kind, de voetbaltrainer. Er zijn veel mogelijkheden. We organiseren als therapeut altijd een bijeenkomst voor de steungroep. Deze wordt op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen rondom een kind. De steungroep vormt de kern van de behandeling. Soms tref je heel geïsoleerde ouders. Die ouders nemen we bij de hand om een steungroep samen te stellen. We bedenken wie ze kunnen vragen om deel te nemen en hoe ze dat kunnen aanpakken. Soms stellen we steungroepen samen met andere ouders die we begeleiden. Het isolement van het gezin vormt een belangrijk onderdeel van het probleem.’

liseren. Wij helpen ouders om zichzelf te ankeren en controle te krijgen over hun eigen angst. De ankerfunctie vormt niet alleen een brug tussen Nieuwe Autoriteit en de gehechtheidstheorie, maar ook tussen externaliserende en internaliserende stoornissen.’

Wetenschappelijk onderzoek ‘De methode van Nieuwe Autoriteit is uitgebreid wetenschappelijk onderzocht. In België doen Frank van Holen en Johan Vanderfaeillie langlopend onderzoek naar het effect van het toepassen van Nieuwe Autoriteit bij pleegkinderen met ernstig probleemgedrag. Pleegouders worden getraind in het omgaan met dit gedrag. De resultaten zijn veelbelovend. Aanvankelijk was Nieuwe Autoriteit gericht op begeleiding van kinderen met externaliserende problematiek. Inmiddels wordt de methode steeds breder toegepast. Er wordt onderzoek gedaan naar Nieuwe Autoriteit bij kinderen met angststoornissen, kinderen met het syndroom van Asperger en kinderen met diabetes die moeite hebben zich aan het diabetesprotocol te houden. In Israël onderzoeken we op dit moment de toepassing van waakzame zorg bij jongeren die net hun rijbewijs hebben gehaald. Meisjes zijn veel voorzichtiger, bij jongens is een sterke toename van risicovol rijgedrag zichtbaar. Waakzame zorg blijkt heel effectief om dit probleem terug te dringen. Jongens leren afspraken te maken over het rijden.’

Inspiratie Anker ‘Nieuwe Autoriteit is ontwikkeld vanuit de praktijk. Gaandeweg ontstond er steeds duidelijker een onderliggend theoretisch kader dat nauw aansluit bij de gehechtheidstheorie. De haven is een metafoor voor de hechting tussen ouder en kind. Ouders geven een kind een stevige basis van waaruit hij de wereld kan ontdekken, en zij vormen een veilige haven waar het kind in terug kan keren. Het kind krijgt de boodschap: “Het is goed dat je de wereld gaat ontdekken. Dat kun je, en wij zijn er altijd om je weer op te vangen.” Nieuwe Autoriteit voegt daar nog een derde aspect aan toe. Ouders moeten een anker zijn voor hun kind. De haven is niet veilig als het schip niet goed is geankerd. Bij zwaar weer of sterke stroming raakt het schip los en vaart het weg in gevaarlijk water. De ankerfunctie vormt de brug tussen Nieuwe Autoriteit, de gehechtheidstheorie en de ontwikkelingspsychologie. De ankerfunctie vormt de kern van de Nieuwe Autoriteit. Het verklaart waarom de methode niet alleen werkt bij agressieve en opstandige kinderen, maar ook bij kinderen met een angststoornis. Extreem bange kinderen worden overspoeld door hun angst. Ouders worden daarin meegesleept . Ze worden zelf ook angstig. Het lukt ze in die toestand niet meer om hun kind gerust te stellen en te stabi-

‘Mijn betrokkenheid bij Nieuwe Autoriteit en geweldloos verzet is zeer persoonlijk. Ik was een bekende supervisor voor psychotherapeuten en gezinstherapeuten voordat ik dit concept ontwikkelde. Het viel me op dat therapeuten niet weten hoe ze met ouders moeten praten. De ideologie van de meeste psychotherapieën is erg tegen ouders gekant. Ouders die naar de therapeut gaan, voelen zich al beschuldigd omdat er iets mis is met het kind. Veel supervisiecasussen gingen over “niet weten hoe je met ouders moet praten”. Het was dus belangrijk dat therapeuten een betere verbinding konden aangaan met ouders zonder ze te veranderen in cotherapeuten. Als ouder heb ik die ouderlijke hulpeloosheid aan den lijve ondervonden. Mijn eerste huwelijk eindigde in een scheiding. Dat maakte me als ouder buitengewoon hulpeloos. Mijn belangrijkste motivatie voor geweldloos verzet ligt in mijn vroege jeugd. Als kind was ik extreem bang voor agressieve kinderen en pestkoppen. Mijn ouders hebben de Holocaust overleefd. Wij weten heel goed hoe we slachtoffer moeten zijn, maar we weten niet zo goed hoe we “niet-slachtoffer” kunnen zijn. Ik vroeg me af hoe je “niet-slachtoffer” kunt zijn zonder over te lopen naar de pestkoppen. Mijn eigen geschiedenis van hulpeloosheid en angst maakt dat ik op een zeer persoonlijke en krachtige manier betrokken ben bij de principes van geweldloos verzet.’

Meer informatie Haim Omer, Nonviolent Resistance, A New Approach to Violent and Self-Destructive Children. Cambridge University Press, Cambridge 2003. Haim Omer, Nieuwe Autoriteit. Samen werken aan een krachtige opvoedingsstijl thuis, op school en in de samenleving. Hogrefe Uitgevers, Amsterdam 2011. Haim Omer & Eli Lebowitz, Ängstliche Kinder unterstützen. Die elterliche Ankerfunktion. Vandenhoeck & Ruprecht, Göttingen 2012. (Engelse vertaling: Treating Childhood and Adolescent Anxiety, A Guide for Caregivers. John Wiley & Sons, Hoboken NJ. Verschijnt 20 mei 2013.)

24 . www.kinderwijzmagazine.nl


Advertenties

LEVEN LANG LEREN! TOE AAN EEN NIEUWE, VERDIEPENDE STAP? In het najaar starten we weer met post-hbo opleidingen zoals spelagogiek, verlies- en rouwbegeleiding, contextuele hulpverlening en trainer weerbaarheid. Kijk op www.csw.hu.nl en blijf op de hoogte.

KOMOP voor kinderen die te maken hebben met pesten.

ER VALT NOG GENOEG TE LEREN

Tweedaagse specialisatietraining voor kindercoaches. www.pestenbuitenwesten.nl

KOMOP-coach.indd 1

BivT

06/08/12 8:30 AM

Bijscholing instituut voor Therapeuten

13",5*+,130'&44*0/"-*4&3*/(

&$1

/*&68

&6301&&4$&35*'*$""514:$)05)&3"1*& Kijk op www.bivt.nl en XXX"*1/FEFSMBOEOM

De Kanguru-reeks van Scrivo Media: boeken met gevoel VAN LEONIEK

DER MAA

REL

GIDS

DE UWENDE OVER RO

KIDS

80

he praktisc tips

Koningstraat 75a (achter) t 1941 BB Beverwijk t 0251-222210

www.bivt.nl #&7&38*+,t%&/#04$)t#6446.t"1&-%003/t".&34'0035t%&/)""(t;80--&

SCRIVO

MEDIA

W

U NIE

www.scrivomedia.nl


Tekst: drs. Floor Raeijmaekers

Floor Raeijmaekers is universitair Specialist in Gifted Education (ECHA*) en eigenaar van Het TalentenLab. Het TalentenLab verzorgt workshops, adviseert scholen en begeleidt (hoog)begaafde

Foto: René Lous

Verrijking? Saai! kinderen. Daarnaast is Floor leerkrachtbegeleider bij een kenniscentrum voor (hoog)begaafdheid en werkt zij als thema-expert Excellentie & Hoogbegaafdheid bij School aan Zet. Floor schrijft over talentontwikkeling, onderwijs en slimme kinderen. www.hettalentenlab.nl * European Council for High Ability

De meeste (hoog)begaafde kinderen hebben het, wanneer ze op school het ‘normale’ programma krijgen aangeboden, cognitief gezien comfortabel in de klas. Het werk is niet moeilijk, ze hoeven slechts met een half oor te luisteren naar instructies en ze halen zonder veel inspanning goede resultaten. Wanneer er verrijkingsmateriaal op niveau wordt aangeboden aan deze kinderen, worden ze uitgedaagd om uit hun comfortzone te komen en actief aan de slag te gaan. Niet alle kinderen vinden dit prettig en een aantal van hen zal weerstand laten zien. Hoe leuk, uitdagend, verrijkend, verdiepend en interessant het aanbod ook is, sommige slimme kinderen gaan er niet enthousiast mee aan de slag.

Weerstand komt in allerlei vormen voor ‘SAAI!’ Dit zou het codewoord van sommige (hoog)begaafde kinderen genoemd kunnen worden. Wat de leerkracht ook bedenkt, het kind vindt het ‘saai’. ‘Saai’ staat dan ook vaak voor iets heel anders, bijvoorbeeld ‘ik vind het moeilijk’, ‘het gaat niet meer vanzelf’, ‘ik voel me dom, omdat ik hard moet werken’ of ‘ik maak voor het eerst fouten en dat voelt als falen’.

26 . www.kinderwijzmagazine.nl

Negatieve gevoelens Allerlei emoties (verdriet, boosheid, angst) en lichamelijke klachten (buikpijn, hoofdpijn) kunnen uitingen zijn van weerstand. Deze gevoelens kunnen zich zowel thuis als op school manifesteren. De klachten verdwijnen over het algemeen wanneer een ander (minder uitdagend) programma wordt aangeboden. Half werk Na enige tijd blijkt dat het kind in zijn verrijkingswerkboekjes alleen de gemakkelijke opdrachten heeft ingevuld en het echte uitdagende werk heeft overgeslagen. Of het werkboekje wordt verkreukeld en oningevuld onder in zijn laatje gevonden. Vermijdingsgedrag Het kind doet er alles aan om maar niet aan zijn verrijkingswerk te beginnen. Hij gaat vaak naar de wc, kletst


met andere kinderen of camoufleert zijn weerstand met clownesk gedrag. Sommige kinderen doen zó lang over hun reguliere werk, dat ze niet toekomen aan hun verrijkingsopdrachten. Andere kinderen geven aan dat ze veel liever met de groep meedoen, omdat ze de instructies en inoefening niet kunnen missen. Het is zeer waarschijnlijk dat het kind bepaalde emoties en gevoelens ook daadwerkelijk zo beleeft. Deze zijn over het algemeen het gevolg van de spanning die hij ervaart met betrekking tot het verrijkingswerk. Het wegnemen van de oorzaak van de spanning (geen uitdagend materiaal meer aanbieden) heeft geen zin, omdat hij geen daadwerkelijke leerervaringen opdoet wanneer hij voortdurend te gemakkelijk werk doet. Beter is het om het kind te leren omgaan met zijn gevoelens en hem stap voor stap het vertrouwen te geven dat hij ook verrijkingsopdrachten goed kan maken. Het doel is namelijk ervoor te zorgen dat kinderen uitdagingen in hun leven met zelfvertrouwen durven aangaan en dat ze niet bang zijn om fouten te maken. Als ze dat kunnen leren – juist doordat verrijkende opdrachten worden aangeboden – hebben ze daar de rest van hun leven profijt van.

Hoe ga je om met een kind dat weerstand laat zien? Herkenning Herken bepaald gedrag van het kind als weerstand en realiseer je waardoor dit gedrag wordt veroorzaakt. Aanbod Kijk kritisch naar het verrijkingsaanbod. Is het daadwerkelijk niet saai? Is het niet te moeilijk? Daagt het aanbod het kind uit om steeds een stapje verder te komen in zijn ontwikkeling? Vaak is hij zijn zelfvertrouwen ten aanzien van verrijkingswerk grotendeels kwijt. Het kan dan zinvol zijn om opdrachten aan te bieden die aansluiten bij de sterke kanten en de interesses van het kind. Dit kan hem stimuleren om aan de slag te gaan en uit zijn comfortzone te komen. Later kunnen dan geleidelijk opdrachten worden aangeboden die wat minder veilig voor hem zijn. Randvoorwaarden Zorg ervoor dat alle randvoorwaarden met betrekking tot het aanbieden van verrijkingsmateriaal in orde zijn. Het is van belang dat er een duidelijke planning met eisen en doelen wordt gemaakt, dat het werk in de dagof weektaak wordt geïntegreerd, dat het kind uitleg krijgt bij de opdrachten die hij moet maken en dat het verrijkingswerk wordt nagekeken en beoordeeld.

Samenwerken Bekijk of het mogelijk is per vakgebied een niveaugroep te maken, waarbinnen het (hoog)begaafde kind kan samenwerken met andere cognitief sterke leerlingen. Vaak stimuleren de kinderen elkaar om hard te werken en de uitdaging aan te gaan. Daarnaast voorkom je hiermee dat het kind in een uitzonderingspositie wordt geplaatst en vergroot je waarschijnlijk zijn leerplezier. In gesprek Praat met het kind over de weerstand die hij laat zien. Toon hierbij begrip voor zijn gevoelens en geef hem inzicht in de oorzaken van zijn gedrag. Tegelijkertijd maak je duidelijk dat je van hem verwacht dat hij werk maakt dat hij lastig vindt. Het is van belang dat het kind ervaart dat hij leerpunten heeft, dat hij hier hulp bij krijgt en dat je hier samen met hem aan gaat werken. Leerdoelen Bepaal in overleg met het kind op welk leerpunt in eerste instantie de nadruk zal worden gelegd. Moet het kind hulp leren vragen? Moet hij juist leren minder hulpvragen te stellen? Moet hij doorzettingsvermogen ontwikkelen? Vraag het kind welke kleine aanpassingen en ondersteuning hem helpen om aan zijn leerdoel te werken. Benadruk hierbij de inzet die je van hemzelf verwacht. Achtereenvolgens kan zo nodig aan verschillende leerdoelen gewerkt worden. Procesbegeleiding Reflecteer tijdens bovenstaand proces niet op de inhoud van het gemaakte verrijkingswerk, maar focus op de stappen die het kind maakt richting zijn eigen doel. Blijf met hem praten en geef inzicht in de vooruitgang die hij boekt. Bespreek ook eventuele terugvalmomenten op een positieve manier en laat voortdurend merken dat je vertrouwen in hem hebt. Begeleid en stimuleer het kind bij het maken van het verrijkingswerk en zorg voor succeservaringen die zijn zelfvertrouwen vergroten. Het omgaan met weerstand is vaak niet gemakkelijk. Toch is het van belang deze uitdaging aan te gaan! Naarmate een kind merkt dat zijn weerstand niet het gewenste effect heeft en hij vooruitgang boekt ten aanzien van zijn leerdoelen, zal zijn zelfvertrouwen groeien. Zijn negatieve gevoelens ten aanzien van moeilijke opdrachten zullen verdwijnen en hij zal zijn talenten optimaal kunnen ontplooien.

www.kinderwijzmagazine.nl . 27


Tekst: Ellen Emonds

Joost wil niet meer naar school ‘Ellen, telefoon voor je. De moeder van Joost.’ Joost was deze ochtend niet op school gekomen en mijn groep was ondertussen naar de gymles. Zonder mij, ik was op school aan het werk. De moeder van Joost vertelde me dat hij niet naar school wilde. ‘Hij is erg verdrietig’, zei ze, en zelf huilde ze ook bijna. Ze vertelde me dat het niet goed met Joost gaat. ‘Hij wordt gepest in de klas, gisteren was het weer zover en we hebben er schoon genoeg van. Ik probeer iedere keer het gesprek met hem aan te gaan en ik kom telkens op school als er iets gebeurd is, maar het lijkt allemaal niet te helpen.’

Ellen Emonds is sinds

soms ook niet. Hij kan het gesprek niet altijd goed volgen, zijn gedachten gaan soms zo vlug, dat hij binnen de kortste keren met zijn hoofd weer ergens anders is. Joost is vergevingsgezind. Als het misgaat met iemand en die ander komt daarna sorry zeggen, dan is het voor Joost echt klaar. Vandaag dus niet, hij wil niet meer naar school. Nooit meer. Ik luister naar zijn moeder en zeg haar dat ik het heel erg voor Joost en haar vind. Ik vraag of ze met Joost naar school wil komen vanmiddag, dan heb ik de tijd om met mijn groep te praten over dit probleem. Zo spreken we het af.

acht jaar leerkracht basisonderwijs. Vier dagen per week is ze de juf van groep 6/7 op basisschool de Bonckert in Boxmeer. Ook is Ellen docent Pedagogische Tact voor het NIVOZ en begeleidt ze scholen en leerkrachten in hun werk met kinderen. Ellen werd in oktober vorig jaar verkozen tot Leraar van het Jaar 2012.

28 . www.kinderwijzmagazine.nl

Ik luister naar haar verhaal en hoor het verdriet en de wanhoop in haar stem. Joost zit sinds begin dit schooljaar bij mij in de klas. Hij heeft een blij gezicht en zit boordevol energie. Hij is iedere dag op zoek naar contact met andere kinderen, verbaal en non-verbaal. Kinderen vinden hem soms te dichtbij komen en reageren geïrriteerd op hem. Hij voelt de grenzen van een ander niet altijd goed aan. Ik heb al veel gesprekken met zijn moeder gehad. Vaak opent ze het gesprek met de woorden: ‘Je zal wel denken, daar heb je d’r weer.’ Dat denk ik nooit en dat zeg ik haar altijd. Joost is soms wel bij die gesprekken,

Na de gym komen de kinderen terug op school. Op het rooster zien ze dat we een kringgesprek hebben. Meestal gaan we aan het werk na de gym, dus het valt sommigen al op dat het deze keer anders is. ‘Waarom gaan we in de kring?’ wordt me gevraagd. ‘Omdat we met elkaar een groot probleem hebben: Joost wil niet meer naar school.’ Geschrokken verzamelt een meisje alle andere kinderen zo snel mogelijk boven op ons zoldertje, een plek waar we met doeken een soort tent van gemaakt hebben en in alle rust met elkaar kunnen spreken. Als iedereen zit, vertel ik over het telefoontje dat ik vanmorgen kreeg. Sommige kinderen reageren geschokt en willen meteen weten door wie Joost gepest is.


toch geen pesten? vragen de jongens. Wanneer we doorpraten, blijkt dat er in totaal die dag zes van zulke ‘incidenten’ waren geweest. Allemaal opzichzelfstaande dingen, maar wel allemaal met een vervelende afloop voor Joost. We praten verder en komen erachter dat er vooral op Joost snel boos wordt gereageerd. Kinderen kunnen heel weinig van hem hebben, vinden hem snel vervelend. ‘Hij luistert ook niet als ik zeg dat hij op moet houden.’ ‘Hij praat er de hele tijd doorheen.’ ‘Hij maakt stomme grappen.’ ‘Hij is superdruk.’ Drie meiden zijn gisteren een paar keer voor hem opgekomen en leggen de vinger op de zere plek: ‘Als Joost iets doet, dan vindt iedereen dat stom, en als iemand anders hetzelfde doet, dan wordt het wel grappig gevonden. Dat is niet eerlijk.’ Joost reageert inderdaad soms vreemd, anders dan andere kinderen. Vooral de laatste weken lijkt dat

omdat hij zijn verhaal kwijt wilde.’ Anderen denken dat Joost misschien vrienden wilde maken of niet alleen wilde zijn. Vervolgens vraag ik Bas en Sammie na te denken of de bedoelingen van Joost begrepen waren door hen. Het antwoord is nee, ze hadden Joost niet geholpen, zelfs nog een keer afgewezen. Maar een incident als dit is

erger te worden. Een jongen denkt dat het misschien komt omdat Joost gewoon niet meer weet hoe hij het goed moet doen en daarom maar van alles probeert. En iedere keer krijgt hij de deksel op zijn neus. In plaats van dat iemand vraagt wat hij bedoelt, wordt hij direct afgewezen of voor schut gezet. De bewustwording van hun reacties op Joost is pijnlijk,

Foto: www.liesbethvanasseldonk.nl

Anderen zijn afwachtend, een paar van hen kijken naar de grond. Ik was gisteren zelf niet op school en wil met de kinderen de reconstructie maken. ‘Wie heeft gisteren contact gehad met Joost, waar het voor Joost achteraf gezien misschien niet zo fijn was?’ Er komen een paar verhalen boven. Bas en Sammie vertellen dat ze hem, toen de school uit was, buiten nog even zagen. ‘Hij vroeg toen of wij Sjoerd en Dennis ook zo irritant vinden. Wij zeiden toen dat hij zelf irritant is, maar niet om te pesten! Gewoon omdat je zo niet over andere kinderen moet praten als ze er niet bij zijn.’ Wanneer ik doorvraag of ze achter de bedoelingen van Joost konden komen, vult een ander kind aan: ‘Ik heb gezien dat Sjoerd en Dennis met zijn spullen hebben gegooid. Dat vond Joost heel vervelend. Misschien ging hij daarom buiten naar Bas en Sammie,

www.kinderwijzmagazine.nl . 29


sommige kinderen moeten ervan huilen en zeggen dat ze het zo niet bedoeld hebben. Ze ontdekken dat Joost eigenlijk geen enkele echte vriend in de klas heeft. Jasper zegt dat hij Joost z’n vriend wil worden, ‘maar dan moet hij wel luisteren als ik zeg dat ik iets niet zo fijn vind, bijvoorbeeld als hij steeds door me heen praat.’ We oefenen hoe je dat tegen iemand kunt zeggen, zonder die ander te kwetsen. Een paar kinderen willen spontaan iets voor hem maken voor als hij vanmiddag op school komt. Ik laat de kinderen vrij in hoe ze Joost vanmiddag benaderen, we spreken hier verder niets over af.

Foto: www.liesbethvanasseldonk.nl

Na de lunch druppelen de kinderen een voor een de klas weer binnen. Ik heb ervoor gekozen de inloop vanmiddag iets langer te laten duren. Groepjes kinderen pakken een spelletje, anderen gaan met een boek of hun werk ergens zitten. Dan komt Joost binnen met zijn moeder. Ik begroet hem even, aai hem over zijn hoofd. Jasper loopt meteen naar hem toe en geeft hem een envelop. Hij heeft tussen de middag thuis iets voor hem geschreven. Bas, Sjoerd, Sammie en Dennis geven hem een hand en zeggen sorry. Ze vragen of hij zin heeft om met hen een spel te spelen. Zijn moeder schuift aan bij een groepje meiden, die haar uitgebreid verslag doen van ons gesprek van vanochtend. Zij vertelt op haar beurt dat ze het soms ook een beetje moeilijk vindt om met alle mensen goed om te gaan en legt uit dat ze dat dan maar gewoon zegt.

30 . www.kinderwijzmagazine.nl

‘Vaak komen we er dan wel uit en leer je elkaar weer beter kennen.’ Aan het eind van de middag zitten we weer even in de kring en vraag ik aan Joost hoe het met hem gaat. Hij zegt heel blij te zijn met hoe iedereen op hem gereageerd heeft, want hij vond het heel spannend om naar school te komen. De rest van de groep vertelt hem hoe we erover gepraat hebben. We spreken af dat we elkaar helpen wanneer er problemen zijn. Het is belangrijk dat je elkaar vertelt hoe het met je gaat. Het is niet erg als het niet altijd goed gaat, daar kun je juist van leren, als je er maar iets mee doet. En ik kan daar natuurlijk altijd bij helpen. In de twee weken die volgen, gebeurt er nog een paar keer iets. Joost spreekt zich sneller uit en de situaties worden met iedereen geanalyseerd. Kinderen groeien hier hard in, komen vlug bij de kern en kunnen vervolgens doorpakken. Joost ziet hier ook zijn eigen leerpunten en probeert daar goed mee om te gaan. De kinderen zien dat ook en complimenteren hem daarmee. Gisteren kwam de moeder van Joost na school even naar me toe en zei me dat het thuis zo goed met Joost gaat. ‘Ik zie echt een verandering. Hij is blijer en rustiger. Dat wil ik je ook graag zeggen!’ Werken aan relaties tussen kinderen onderling en tussen leraar en leerlingen is een kerntaak van iedere leraar en een voorwaarde om een veilige sfeer te creëren in de klas waarbinnen kinderen zichzelf optimaal kunnen ontwikkelen. Pesten wordt niet opgelost met pestprotocollen, trainingen of straf. Daarmee kun je het tijdelijk onderdrukken en misschien even redden. Maar de kinderen die gestraft worden, voelen zich buitengesloten, en dan is er geen sprake meer van een relatie. Niet tussen hen en hun klasgenoten en niet tussen hen en hun leraar. De leraar moet met alle kinderen een relatie aangaan, zonder uitzondering. Dat kan alleen als je alle kinderen heel laat, ze inzichten geeft en helpt het anders te doen. En die hulp aanvaarden kinderen alleen van iemand met wie ze zich verbonden voelen, bij wie ze voelen dat ze ertoe doen en blijven doen, ook al maken ze fouten.


Column

Knecht of kopman?

Wat is dat: hooggevoelig zijn? Is het de snelle overprikkeling bij ADHD, het krijgen van plotselinge woedeaanvallen bij PDD-nos, het zien van overledenen als je paranormaal begaafd bent, de teruggetrokken dromerigheid bij ADD of de emotionele heftigheid bij ODD? In een peloton van diagnoses lijkt hooggevoeligheid wel eens de knecht die altijd in dienst moet rijden van een ander. Ik zie dat velen de neiging hebben om één aspect van het gedrag van een kind uit te vergroten en er de term ‘hooggevoelig’ op te plakken. De moeder neemt de prikkelgevoeligheid van haar zoon eruit en noemt hem hooggevoelig. De vader ziet de heftige emotionele uitingen van zijn dochter als hooggevoeligheid. En de hulpverlener stelt het waarnemen van geesten van overledenen gelijk aan hooggevoeligheid. Maar snel overprikkeld zijn hóórt bij ADHD, het is deel van de diagnose. Net als woedeaanvallen horen bij PDD-nos en dromerigheid bij ADD. Die gedragingen zijn geen stukje peer binnen de appel, geen stukje hooggevoeligheid binnen de stoornis. Ze horen bij het beeld, ze zijn deel van de aandoening. Wanneer je hooggevoelig bent, neem je veel waar en denk je diep na voordat je handelt. Dat leidt vaak tot een zekere behoedzaamheid om op dingen af te gaan. Hooggevoelige kinderen kijken situaties graag eerst even aan, voordat ze zich erin begeven (anders dus dan een kind met ADHD). Hooggevoelige kinderen zijn zich ook sterk bewust van gevolgen en consequenties – al willen ze die vooraf in hun hoofd wel eens groter maken dan ze uiteindelijk blijken te zijn, waardoor ze

Foto: Nicolette ten Velde

M

‘Mijn zoon is hooggevoelig’, zegt een moeder. Wat ze bedoelt, is dat hij ADHD-gediagnosticeerd is. Hij is snel overprikkeld en reageert dan met druk en impulsief gedrag. ‘Mijn dochter is hooggevoelig’, zegt een vader. Hij bedoelt dat ze PDD-nos heeft, snel overweldigd is door indrukken en dan emotionele woedeaanvallen kan krijgen. ‘Jullie dochter is zeer hooggevoelig’, zegt een hulpverlener tegen de ouders. Wat ze bedoelt, is dat het meisje het ongeziene aanvoelt, zoals haar overleden opa.

een neiging hebben tot piekeren en somberen. Hooggevoelige kinderen nemen veel waar in sociaal opzicht. Ze begrijpen heel goed wat er gevoelsmatig gezien omgaat in henzelf en in anderen (anders dus dan een kind met PDD-nos). Hooggevoelige kinderen zijn ingesteld op harmonie, ze houden van een prettige sfeer. Ze zijn plichtbewust, neigen naar sociaal wenselijk gedrag en houden er niet van om anderen te ergeren of boos te maken (anders dus dan een kind met ODD). Als ze zich terugtrekken, doen ze dat met een reden, en die kunnen ze je goed duidelijk maken. Ze luisteren naar je als je aanwijzingen geeft en volgen die op zoals bedoeld (anders dus dan een kind met ADD). En hooggevoelige kinderen voelen veel aan van andere mensen, omdat ze sterk zijn in het lezen van lichaamssignalen, sociale situaties goed kunnen inschatten en ontvankelijk zijn voor emotionele sferen en stemmingen (wat iets anders is dan paranormaal begaafd zijn). Hooggevoeligheid is een temperament met een compleet plaatje, met gedrag dat vele aspecten en nuances kent. Een volwaardige kopman binnen het peloton dus. Gerarda van der Veen www.lihsk.nl Auteur van het boek Wegwijs in hooggevoeligheid

www.kinderwijzmagazine.nl . 31


Gelukkig, dramales! ‘Yes, dramales! Lekker niet leren!’ Het is Jay die het roept. Jay is 10 jaar. Het is donderdagochtend, kwart over acht, en hij komt de school net binnenrennen. Op de basisschool van Jay staat eens in de veertien dagen dramales op het rooster. Dat maakt hem blij. De leerkrachten hebben heel bewust voor drama gekozen, juist voor kinderen als Jay. Jay is zo’n jongen die eigenlijk niet zo graag naar school gaat. Op school moet je veel stilzitten, lezen en schrijven. Jay wil graag bewegen, hij is heel associatief, en vanwege zijn enthousiasme reageert hij snel en praat hij graag en veel. Dat komt op school niet altijd goed uit. Irma Smegen schreef het boek Speel je Wijs. Daarin

Jay heeft het geluk dat zijn juffen en meesters daar begrip voor

wordt drama als middel ingezet voor taalontwikke-

hebben en zoeken naar werkvormen waarin kinderen zoals hij

ling en socialevaardigheidstraining op de basis-

goed tot hun recht komen. Drama is zo’n werkvorm. De dramales

school. Irma werkt als drama- en opleidingsdocent bij

maakt dat Jay weer met meer plezier naar school gaat. Voor Jay

de pabo’s van Stenden Hogeschool. Ze geeft work-

voelt het als ‘niet leren’, want voor hem vallen alleen rekenen,

shops aan leerkrachten over drama en de combina-

lezen en schrijven onder het begrip ‘leren’.

tiemogelijkheden met onder andere woordenschat-

Leren doen kinderen in dramalessen wel degelijk; leren met veel

onderwijs. Daarnaast geeft ze lessen uit Speel je Wijs

plezier.

op basisscholen.

In dit artikel lees je hoe dramales kan leiden tot effectief leren en

www.speeljewijs.vangorcum.nl

waarom dramales kinderen gelukkig maakt.

If a child can’t learn the way we teach, maybe we should teach the way they learn. Ignacio Estrada, leerkracht speciaal onderwijs Verenigde Staten

Spelen en creativiteit Tekst: Irma Smegen

32 . www.kinderwijzmagazine.nl

Spelen is een natuurlijke behoefte van kinderen om zich te ontwikkelen. Dramales voorziet in die behoefte. Spelen doe je voor je plezier. Spelen in de dramales kan variëren van een spelletje tot een dramatische spelvorm. Met kleuters zal dit nog vaak binnen imiteren, oefenen en doen-alsof-spel passen. Als kinderen ouder worden, zijn ze beter in staat tot acteerspel waarbij ze zich inleven in een andere rol. Tijdens het spel worden het voorstellingsvermogen en de fantasie van kinderen aangesproken.


‘Je doet bij drama allemaal leuke dingen en je kunt er je fantasie op loslaten. Alle kinderen verdienen dramales.’ Rowin – groep 5 Drama is een actieve werkvorm die kinderen ervaren als een welkome afwisseling binnen het lesprogramma. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die actief mogen leren beter gemotiveerd zijn (doordat ze meer bij de stof worden betrokken) dan leerlingen die de stof passief tot zich moeten nemen.1 De dramales komt tegemoet aan verschillende voorkeursleerstijlen van kinderen. Drama doet een groot beroep op de creativiteit van kinderen. Iedereen is in principe creatief en creativiteit kun je verder ontwikkelen door training. Kinderen die hun creativiteit goed leren inzetten, zijn in staat om nieuwe manieren te vinden en andere oplossingen te bedenken. Het lukt ze vaak beter om verbanden te zien en iets nieuws te creëren. Dat leidt tot een uitbreiding van mogelijkheden: verder kijken dan je neus lang is en out of the box denken.

Education is not the filling of a pail, but the lighting of a fire. William Butler Yeats, Iers dichter en toneelschrijver (1865-1939)

Trainen van sociale vaardigheden In dramalessen leer je te overleggen, samen vorm te geven en samen te spelen. Daarbij is het belangrijk om doelen te stellen, compromissen te sluiten en eventuele problemen op te lossen. Kinderen voelen zich uitgedaagd om actief en constructief samen te werken en verantwoordelijkheid te nemen. Onderlinge verschillen worden benut en gezien als kansen om te leren van elkaar. Dat levert een positieve bijdrage aan de sfeer in de groep.

‘Drama is leuk. Je leert dat je aardig moet zijn voor anderen en je leert over mimiek.’ Jarne – groep 8 Drama kan bovendien een oefengebied vormen voor de werkelijkheid. Doordat het ‘maar spel’ is, geeft het ruimte om anders te doen, nieuwe ervaringen op te doen en andere rollen uit te proberen. Spelen kan op deze manier de gedragsmogelijkheden van kinderen uitbreiden. Het letterlijk uitspelen van situaties maakt dat de kinderen beter in staat zullen zijn om iets vanuit een heel andere invalshoek te bekijken. In dramalessen kun je kinderen handvatten geven om goed om te gaan met verschillende sociale situaties. Ze

krijgen meer inzicht in zichzelf en worden zich bewust van wat werkt of wat je beter anders kunt doen. Je leert in dramalessen voor te dragen, voor publiek te spelen en te presenteren. Een waardevolle ervaring, waardoor kinderen meer zelfvertrouwen krijgen.

‘Ik durfde eerst niet zo veel voor de klas en nu wel. Dus die dramalessen hebben me daarbij geholpen om voor de klas iets te doen.’ Aymee – groep 7 Kinderen leren om elkaar respectvol van feedback te voorzien, applaus te ontvangen en samen van vreugdevolle momenten te genieten. Kinderen groeien, worden zich bewust van hun eigen mogelijkheden en die van klasgenoten. De waardering voor elkaar stijgt.

Taalontwikkeling door middel van drama Op de school van Jay staat drama in eerste instantie op het rooster met als doel het taalniveau van de kinderen op een hoger peil te brengen. Drama is het middel ten dienste van de kerndoelen voor mondeling taalonderwijs en taalbeschouwing. De Nederlandse kerndoelen zijn vastgesteld door het Nederlandse ministerie van Onderwijs. Ze geven aan welk aanbod en welk niveau een school voor kinderen moet realiseren. Kinderen op de school van Jay scoorden lager dan het landelijk gemiddelde, met name ten aanzien van woordenschatkennis. De oorzaak lag onder andere in het feit dat de kinderen thuis veelal dialect spreken. De combinatie van drama en taalonderwijs blijkt effectief, het taalniveau van de kinderen die aan woordenschatontwikkeling werken door middel van spel blijkt zonder uitzondering te stijgen.

‘Ik had nog nooit drama gehad en het is heel leuk! Je leert met elkaar toneelspelen en ook moeilijke woorden.’ Myrthe – groep 6 De combinatie drama en taal werkt omdat je in een dramales acteert. Je gebruikt gebaren en mimiek. Als het niet goed lukt om iets onder woorden te brengen en je met je mond vol tanden staat, geeft drama de mogelijkheid om te blijven communiceren. Het werken met non-verbale aspecten geeft kinderen met een kleinere woordenschat de mogelijkheid om gelijkwaardig mee te doen. Tijdens het spel hoor je de gesproken taal van andere kinderen of van de leerkracht, waardoor de woordenschat wordt uitgebreid en tegelijkertijd wordt toegepast. Er komt heel wat bij kijken om nieuwe woorden te

1. Cooper (red.), Making a World of Difference. A DICE resource for practitioners on educational theatre and drama. DICE consortium, Wageningen 2010. www.kinderwijzmagazine.nl . 33


percentage van de kinderen ontpopt zich misschien een acteur, maar dramales staat vooral op het rooster voor iedereen die zo graag even speelt, voor alle kinderen die maar al te graag even van hun stoel willen komen om lekker te bewegen, voor de kinderen die graag en wellicht liever leren met hun lijf dan uit de boeken. Het woord drama komt van oorsprong uit het Grieks en betekent ‘handeling’, ‘verrichting’ en ‘bewuste daad’. Als we nou als leerkrachten die handelingen en verrichtingen weer bewust inzetten in de vorm van dramales, dan leidt dat tot gelukkig leren.

Casus

verwerven. Taal relateer je aan je eigen referentiekader. Toen in een groep 8 in Oost-Nederland het woord boulevard aan bod kwam, kende niemand de betekenis. Geen wonder, we zaten ver van zee. Eén leerling dacht het te weten: ‘boule’ is een boel, dus veel, en ‘vaar’ komt van varen: iets waar veel boten zijn. Een haven zeker. Ik liet de klas een aantal afbeeldingen zien. Eén leerling was bij nader inzien wel eens op een boulevard geweest. We brainstormden over wat je zoal kon zien en doen op een boulevard. Vervolgens gingen we het spelen. Wij op de boulevard: we hoorden de zee, we voelden de wind, we huurden skeelers en kochten een ijsje. Er zat zand tussen onze tenen. Kinderen blijken taal en woorden beter te leren als ze de woorden kunnen beleven. Je gebruikt je hele lijf, meerdere onderdelen van je brein worden geactiveerd, waardoor een woord beter beklijft als je het speelt. Alleen uitleggen of kijken naar een afbeelding voldoet niet. Taalontwikkeling tijdens de dramales gaat verder dan alleen woordenschatverwerving. Als je een tekst bedenkt, dan schrijf je taal op. Als je een scène bedenkt, dan speel je met taal. Je fantaseert en overlegt, bedenkt wat je nodig hebt om iets duidelijk te maken, maakt keuzes, je denkt na over opbouw van een scène en kiest een volgorde, bepaalt welke personages erin voorkomen, maakt monologen of dialogen en dat alles resulteert in een plan. Regelmatig maken kinderen vanzelf aantekeningen of noteren teksten: beginnende en gevorderde geletterdheid. Als het plan is bedacht, dan repeteer je en samen zoek je naar verbeteringen. Er volgt opnieuw een overlegmoment waarin kinderen elkaar en zichzelf feedback geven. Complimenten worden genoteerd. Taal is drama, drama is taal, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Met een beetje sturing van de leerkracht kan menige taalles een dramales zijn. Helemaal geen gek idee. Dat je met dramales meer kunt bereiken dan het maken van toneelstukjes mag duidelijk zijn. In een heel klein

34 . www.kinderwijzmagazine.nl

Daan (8 jaar) heeft het syndroom van Asperger. Hij is intelligent en vindt het lastig om met andere kinderen iets voor te bereiden. Toneelspelen is vreselijk spannend en voor een presentatie voor publiek holt hij het liefst gillend weg. De eerste dramalessen is Daan toeschouwer. Forceren werkt in dit geval averechts. Het is mijn taak om hem te laten zien dat hij in de dramales veilig is. Voor Daan is het nodig om eerst eens te observeren. Drama is een nieuw vak, dus ik geef hem de ruimte om een beeld te krijgen van wat een dramales nou eigenlijk inhoudt. Wel geef ik Daan die les een opdracht mee: ‘Kijk in het boek of ik de les wel uitvoer zoals staat beschreven.’ Hij vindt het een interessante taak. Ondertussen leest hij alvast wat er de volgende week op het programma staat. Ik vraag gedurende de les telkens aan Daan of ik het wel goed doe. Op een kleine correctie na doe ik het gelukkig goed. De volgende les vraag ik hem aan de klas uit te leggen wat we gaan doen. In de loop van de les noem ik Daan niet meer bij zijn naam, maar kondig ik hem aan als ‘de presentator’. Telkens als de presentator goed heeft verteld wat we gaan doen, krijgt hij applaus. Er ontstaan blosjes op zijn wangen, Daan straalt. In de loop van de les vraag ik Daan de dramales die we de volgende keer gaan doen goed te bestuderen. Aan het eind van de les vraag ik hem om me te vertellen welk onderdeel van de les hij denkt mee te kunnen doen. Hij kiest het tweede spel. Als Daan die derde les binnenkomt, zie ik meteen hoe zenuwachtig hij is. Ik probeer hem vertrouwen te geven door te zeggen dat ik zeker weet dat het leuk zal zijn. Ik heb niet de indruk dat het helpt, want hij moet nog snel even naar de wc. Ik verzin een taak, zodat de zenuwen niet de overhand kunnen krijgen. Ik pak een fotocamera en vraag Daan persfotograaf te spelen tijdens deze les. Hij doet het spel mee en het gaat goed! Daan is zichtbaar opgelucht. De volgende dramalessen doet Daan gewoon mee, zijn zelfvertrouwen groeit. En als een opdracht hem eens echt te spannend is, vraagt hij of hij weer persfotograaf mag zijn. Natuurlijk mag dat.


Column

Juul J

De juf en de ouders van Juul zijn met elkaar in gesprek over haar vroege start en de effecten hiervan. Haar ouders vertellen dat ze zelf al is begonnen met lezen en rekenen, en ze wil graag spelen met andere kinderen. Thuis is Juul vaak boos. Op school ziet haar juf dat ze niet stil kan zitten, ongeconcentreerd met haar werkjes bezig is en regelmatig wegdroomt. Ze vraagt niet naar lees- en rekenwerk. Juf ziet ook dat ze graag speelt met andere kinderen. Moeder herkent de ongeconcentreerdheid van Juul. Ze maakt thuis nooit haar puzzel af, na korte tijd stopt ze al om iets anders te gaan doen. Juul wil thuis ook nooit stilzitten, ze blijft wiebelen, praat met haar hele lijf en loopt veel rond. Bij de juf komt twijfel boven: was het wel verstandig om haar al zo jong te laten starten in groep 1? Tijd voor mij om uitleg te geven. Ik begin met de fysieke gevoeligheid, een van de kenmerken van hoogbegaafdheid (Dabrowski 2008). Het gewiebel, de onrust, het praten met het hele lichaam, het zijn allemaal kenmerkende eigenschappen van hoogbegaafde kinderen. Ik noem ook het vele praten dat hierbij hoort. De herkenning is groot bij iedereen. Ik stel voor om Juul de kans te geven om rond te lopen, door haar opdrachtjes te geven om dingen op te halen. Daarnaast kan ze iets in haar handen houden om mee te friemelen, zodat de onrust zich hierop kan concentreren. Een wiebelkussen kan haar zeker ook helpen om het zitten beter vol te houden. Juul wordt op school en thuis gezien als een ongeconcentreerd meisje. Maar ziet iedereen wel hetzelfde? Mijn twijfel is groot. Uit ervaring weet ik dat ouders van hoogbegaafde kinderen een heel ander referentiekader hebben dan een leerkracht. Ik vraag de juf of ze met werkjes ook het maken

Foto: Martin Snijders

Juul zit in groep 1 van de basisschool, ze is nog maar 3 jaar. Een half jaar geleden is bij haar een grote ontwikkelingsvoorsprong vastgesteld. Ze was toen net drie, maar functioneerde als een kind van 5 jaar. Niet lichamelijk of emotioneel, maar wel in sociaal en cognitief opzicht.

van een puzzel bedoelt. Dat klopt. Ze maakt ook op school haar puzzel niet af. Na een paar stukjes gelegd te hebben droomt ze weg en gaat ze iets anders doen. Moeder knikt, maar geeft ook aan dat Juul thuis wel wat langer bezig is. Als ik vraag hoe lang, krijg ik het volgende antwoord: ‘Ongeveer een half uur, maar dan heeft ze de puzzel nog lang niet af.’ Op mijn vraag hoe groot de puzzel is, is het verrassende antwoord: 1000 stukjes. De juf van Juul kijkt verbaasd en zegt niets. Ik vraag haar hoe groot de puzzels in de klas zijn. De grootste heeft 50 stukjes, Juul krijgt de puzzels van 25 stukjes. Juul krijgt op school nu een aangepast aanbod. Ze kan zich prima concentreren. Het was gewoon allemaal wat te gemakkelijk voor haar. Rineke Derksen www.gelukkighb.nl Auteur van de boeken Gelukkig hoogbegaafd, Gevoelig hoogbegaafd en Slimme Rick

www.kinderwijzmagazine.nl . 35


In gesprek met Charlotte Visch, auteur van onder andere Gelukkige kinderen in een gelukkige klas

Waar staan de bloemen rechtop en waar hangen ze slap? Iedereen die vaker Kinderwijz op de mat krijgt, is al vertrouwd met haar artikelen. Charlotte Visch ontwikkelde vijftien jaar geleden een nieuwe kindertherapie, waarin de principes

van het ‘gelukkig worden’ terug te vinden zijn. Zij zette de vierjarige, Europees gecertificeerde opleiding tot integratieve Tekst: Paulien Zuiderhoek

kindertherapeut op aan de Nederlandse Academie voor Psychotherapie. Aanleiding voor dit interview is de publicatie van Gelukkige kinderen in een gelukkige klas, het nieuwste boek van haar hand. Charlotte ontvangt mij in haar eigen domein, een lichte kamer in het gebouw van de academie met aan twee wanden hoog opgetast knuffelbeesten en speelgoed. Er is heel veel te zien en af en toe ook te horen, want de klok loeit op het hele uur. Charlotte vertelt in een stroom van min of meer vrije associaties over haar boek en over haar ervaringen met kinderen, leerkrachten en ouders.

36 . www.kinderwijzmagazine.nl


Foto: Raymond van der Knaap

De verschillende niveaus in een groep maken het lesgeven niet gemakkelijk. Hoe proberen leerkrachten dat te ‘beheersen’?

Hoe zijn de scholen die je in je boek beschrijft, bij jou terechtgekomen? ‘Het zijn twee scholen waar één directeur de leiding heeft. Deze man is heel erg begaan met kinderen, hij houdt sterk de sfeer binnen de school in de gaten en maakt er werk van als er ‘iets speelt’. Je zou in zo’n geval je team op cursus kunnen sturen. Maar hij heeft aan de kinderen gevraagd wat hun probleem was. Het team zat met de handen in het haar. Dan kun je voor een methode kiezen of voor een ommezwaai. Ik ben van de ommezwaai. Ik werk uitsluitend vraaggestuurd, dat wil zeggen: de vraag van het kind staat centraal. Deze directeur had de vraag van de kinderen goed begrepen. Over het algemeen huren volwassenen mij pas in als zij ergens last van hebben. Kinderen moeten heel hard werken om gehoord te worden. Als je een beetje slim en handig kind bent, zorg je er dus voor dat je gedrag opgemerkt wordt. Helaas zijn leerkrachten geneigd het gedrag meteen in een hokje te plaatsen en hun eigen conclusies te trekken. Ze zeggen bijvoorbeeld dat een kind ADHD heeft, terwijl het niet aan de leerkracht is om die diagnose te stellen. Ze zien gedrag en ze proberen dat te verklaren, terwijl wij weten dat je áchter dat gedrag moet kijken, naar de oorzaak. Het verbaast me dat het soms lang duurt voordat er met een kind gepraat wordt. Als een kind het moeilijk heeft op school, gaan ouders eerst met leerkrachten praten. Daarna wordt het kind besproken in het zorgteam. Dan bij Bureau Jeugdzorg. En overal wordt er gepraat zonder het kind erbij, terwijl dat de deskundige is.’

‘Leerkrachten doen dat bijvoorbeeld door heel strak de methode te volgen. Als de methode zegt: ga tussen de lijntjes schrijven, dan zal er tussen de lijntjes geschreven moeten worden. Dan heb je binnen de kortste keren een groep ambtenaren die dat braaf doet. Je kunt ook dreigen, schreeuwen en beledigen. Ik wil niet zeggen dat alle leerkrachten dat doen … maar de meesten denken wel heel lesstof-gericht. Zo wordt er bijvoorbeeld tegen een hoogbegaafd kind gezegd dat hij een groep mag overslaan. Maar het is geen kwestie van mogen, het kind heeft zich sneller ontwikkeld en vervolgens is de leerkracht erachter gekomen dat dit kind door de lesstof heen is. Leerkrachten zouden moeten leren kijken naar kinderen vanuit de vraag: waarom doet dit kind zo, wat heeft hij nodig? Als je niet vraagt, kom je het niet te weten. En als je de verkeerde vraag stelt, ook niet. Het onderwijs kampt met een groot wantrouwen ten opzichte van kinderen, van ouders maar ook van leerkrachten. Ik heb ongeveer twintig jaar geleden ontslag genomen als juf. Ik werkte in Utrecht en woonde in Amsterdam. Wij moesten tot vijf uur op school blijven om onze lessen voor te bereiden. Maar ik wilde naar huis, was moe. ’s Avonds had ik wel weer zin om een leuke les te bedenken. Wantrouwen zie je ook terug in het toetsen en stickeren van kinderen; het ongeloof dat kinderen kunnen veranderen. We weten uit onderzoek dat als je in een niveaugroep wordt geplaatst, je daar niet meer uit komt, al zou je willen. Je past je onbewust aan dat niveau aan. Als je daarentegen als individu met een eigen unieke ontwikkeling wordt beschouwd, kun je groeien. Voor mij zijn vier “zelfjes” belangrijk: zelfbeschikking, zelfrespect, zelfstandigheid en zelfvertrouwen. Het is belangrijk om in je contact met kinderen alles te relateren aan die vier: als ik nu dít zeg, stimuleer ik dan deze vier “zelfjes”?’

Een van de kinderen uit je boek gaat naar het speciaal onderwijs. Hoe sta je tegenover passend onderwijs? ‘Ik wil dat kinderen op een gelukkige school zitten, in een vriendelijke, veilige omgeving waar ze mogen zijn wie ze zijn en waar naar hen geluisterd wordt. Deze jongen kon niet gelukkig worden op die school. Het was hem allemaal veel te veel. En álle kinderen moeten passend onderwijs krijgen. Hoe passend het is, hangt van de leerkracht en de school af. Het mooiste zou zijn als de kinderen zelf mogen kiezen naar welke school ze willen en welke leerkracht ze zich wensen. Ik kreeg laatst een vraag over het samenvoegen van groepen: drie groepen vier moesten twee groepen vijf worden. Paniek in de tent. Ik zou het zelf, heel simpel, als volgt doen. Je “gooit” alle kinderen in de gymzaal. En dan zet je juf A in de ene hoek en juf B in de andere. Eerst laat je alle kinderen rondrennen

www.kinderwijzmagazine.nl . 37


en dan roep je bijvoorbeeld: “Alle jongens naar juf A en alle meisjes naar juf B.” Dat is een manier. Dan: “Alle kinderen met blauwe ogen naar juf A en die met bruine ogen naar juf B.” Zo doe je dat een paar keer met andere verdelingen. Vervolgens laat je de juffen reclame maken voor hun groep en wat ze allemaal gaan doen. En dan mogen de kinderen opnieuw kiezen. Je kunt aangeven dat de groepen wel een beetje eerlijk verdeeld moeten worden, maar dat wijst zich vanzelf. Maar zo gaat het natuurlijk niet. Leerkrachten zijn bang dat kinderen niet voor hén kiezen. Nou duh, dan moet je maar beter je best doen! In plaats van lijsten van scholen die slecht presteren, zouden er lijsten moeten komen waarop vermeld staat wat een school allemaal aanbiedt! Leerkrachten moeten populair willen zijn, zodat kinderen zich verbinden met de leerkracht, de leerstof en school. Eén keer heb ik ervaren dat ik niets had met een kind in mijn groep. Ik wist niet hoe het kwam. Ik ben direct naar een collega gegaan en heb gezegd: deze jongen wordt ongelukkig bij mij. Hij is naar die andere parallelgroep gegaan en is daar helemaal opgebloeid. Fantastisch! Ik was zo blij dat het mogelijk was. Het belang van het kind vraagt om bescheidenheid van leerkrachten.’

Het onderwijs is nog lang niet zo ver. Hoe ga je dat aanpakken? (Lachend) ‘Dat is niet zo moeilijk. Ten eerste is mijn boek nu uit. Ik hoop dat er mensen zijn die het boek lezen en ermee aan de slag gaan, want de kinderen hebben er recht op. En voor hen die al omgaan met kinderen zoals beschreven in mijn boek, hoop ik dat ze zich gesteund voelen. Daarnaast is het Jenaplanonderwijs van mij gecharmeerd. Zo krijg ik de kans om de opleiders van het Jenaplanonderwijs te spreken over hoe zij hun eigen leerkrachten kunnen opleiden. Zij zullen de kinderen op een andere, respectvollere manier benaderen. En ten slotte heb ik contact met kinderen die zeggen: met mijn juf of die meester loopt het niet zo lekker. Ik kom kijken in de groep en schrijf mijn verslagje. Als verandering niet mogelijk is, adviseer ik een andere school. Maar mooier is het als er wel verandering komt. Dan verandert de hele school mee, en er wordt ook nog voor de ouders een lezing of ouderavond georganiseerd. Dit is mooi, omdat daarmee nog meer mensen worden bereikt dan wanneer het zou gaan om een individuele leerling. Ik zie dat er op scholen nog veel gebruik wordt gemaakt van regels. En of deze nou negatief of positief benoemd worden – “Niet rennen op de gang” of “We lopen

38 . www.kinderwijzmagazine.nl

rustig op de gang” –, het blijven regels. Veel handiger is het om te zeggen: zorg met elkaar dat we niet in gevaar komen. Veilig kun je niet zien, gevaar wel. Je gaat ervan uit dat er een prettige, ontspannen en vriendelijke sfeer is in de groep. Je hoeft alleen maar alert te zijn op gevaar. De juf zorgt dat het veilig is en de kinderen kijken of er gevaar is. Zoals: “Hé, je deed iets met je elleboog. Ik zag dat je buurman het niet doorhad. Ik weet niet of je aan het oefenen bent voor een optreden als Lee Towers? [Je mag een ontsnappingsroute geven.] Wat wil je? Je wilt dat hij een stukje opschuift? Vraag het hem maar.” Het is belangrijk om niet verwijtend of beledigend maar vriendelijk verbaasd te zijn in je manier van vragen. Je kijkt of er onderhandse dingetjes gebeuren die niet fijn zijn.’

Vandaar dat je kinderen zo'n gebeurtenis na laat spelen? ‘De zogenaamde slowmotionfilm. Dat werkt heel goed. De kinderen spelen zelf de gebeurtenis na en vertellen erbij wat er misging. Zo krijgen ze meer begrip voor elkaar. Net als de “oude-koeienmethode” die ik ook in het boek De sleutel tot je kind heb beschreven. Je laat de kinderen de oude koeien opschrijven. En dan ga je ze bespreken. De makkelijke eerst. Bijvoorbeeld: Jij noemde me gisteren trut. Dat vond ik niet leuk. – Wat wil je? – Dat jij sorry zegt. – Oké, sorry. Ook de oude koeien van lang geleden kunnen binnen tien minuten opgelost worden. Je stapt in de binnenwereld van het kind en kijkt waar de bloemen nog rechtop staan – waar een gelukkig gevoel aanwezig is – en waar ze slap hangen – waar pijn en ellende gevoeld wordt.’

Ben je al bezig met een volgend boek? ‘Nee, maar ik ben wel bezig met het ontwikkelen van strips over pesten, plagen en ruziemaken. Het is de bedoeling dat kinderen er ideeën uit kunnen halen om op school aan te bieden. Zo zijn zij de “voortrekkers”. Als kinderen een ommezwaai hebben meegemaakt, weten ze voor altijd dat er volwassenen bestaan die op een goede manier met hen omgaan. En ze zullen voor altijd de wens en het verlangen hebben naar die goede manier.’

Waar ben je het meest blij over als je denkt aan de afgelopen vijftien jaar? ‘Ik ben het meest blij dat ik de gelegenheid heb gekregen om hier op de academie te doen wat goed is. En dat ís de academie. Ik ben hier volkomen op mijn plek en gelukkig. Dat had ook anders kunnen lopen.’


Kokenderwijz Manon Notermans - http://onno-indekeuken.blogspot.nl

Verleden jaar vertelde een collega mij over een speciaal aardbeienras dat ze op Texel had leren kennen. Toevallig had ik zelf net over een speciaal aardbeienras gelÊzen, zodat ik meteen wist waar het over ging. Via internet bestelde ik bij een kweker een aantal plantjes en zo maakte ik voor het eerst kennis met Mara des Bois, een aardbeienras uit Frankrijk met een uitgesproken aroma dat doet denken aan de smaak van bosaardbeien. Vandaar dat Mara des Bois ook zo geliefd is en in Frankrijk als een van de lekkerste aardbeien beschouwd wordt. Ik las zelfs dat Mara des Bois is uitgegroeid tot ’s werelds beste dessertaardbei. En deze aardbeien staan nu dus bij ons in de tuin. Of eigenlijk op het terras.

Ik heb de plantjes in twee grote, hoge potten geplant, waarin ze de hele zomer kunnen bloeien en pronken. Mara des Bois is namelijk een zogeheten doordrager. Van juni tot oktober kun je van deze aardbeien eten en snoepen, als je er tenminste op tijd bij bent. Er zijn namelijk meer kapers op de kust die deze vruchten weten te waarderen. Je staat soms raar te kijken als de paar aardbeien waar je een

         

bestemming voor had in ĂŠĂŠn keer weg zijn. Mara des Bois staat niet bekend om een grote opbrengst aan vruchten. Misschien maar beter ook, want deze aardbei is zacht en sappig van structuur en daardoor niet lang houdbaar. Bij Mara des Bois is het dus plukken en opeten of plukken en verwerken in een maaltijd, zoals in de hieronder beschreven heerlijke salade met groene asperges, jonge sla, pistachenoten en halloumi, een witte kaas uit Cyprus die zeer geschikt is om te grillen of te bakken. De kaas smelt nauwelijks en krijgt door het bakken een mooie krokante korst. De zoute smaak van deze gepekelde kaas vormt een mooi contrast

met de zoete smaak van de aardbeien. In plaats van deze Mara des Bois kan natuurlijk ook een ander soort aardbei gebruikt worden, en de halloumi, die wellicht ook niet overal verkrijgbaar is, kan vervangen worden door feta of geitenkaas. Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar voor ik het weet heb ik alle ingrediĂŤnten vervangen en wordt het een geheel andere salade. Ook lekker. Met stokbrood, roomboter en mooi zonnig terrasweer. Maar voor nu toch maar het recept met de asperges en pistachenoten. En laat die kapers maar meegenieten.

Benodigdheden: Voor de salade jonge bladsla of veldsla 500 gram groene asperges 2 sjalotten handvol (ongezouten) gepelde pistachenoten 250 gram aardbeien 250 gram halloumi Voor de dressing 2 eetlepels (vijgen-)balsamicoazijn 1 theelepel dijonmosterd 1 theelepel acaciahoning snufje zeezout gemalen roze peperkorrels

Foto’s: Manon Notermans

2 eetlepels olijfolie

Snijd het onderste houterige deel van de asperges weg en snijd ze vervolgens in schuine stukken van zo’n 3 cm. Hussel de asperges door een beetje olijfolie, doe ze in een ovenschaal en bak ze in de oven in ongeveer een half uur gaar. In de pan kan natuurlijk ook, maar in de oven heb je er wat minder omkijken naar. Maak de sjalotten schoon, halveer ze en snijd ze in flinterdunne plakjes. Snijd de aardbeien in plakjes. Meng alle ingrediÍnten voor de dressing door elkaar. Snijd de halloumi in plakken van 1 cm dik, bestrijk ze met wat olijfolie en bak ze in een pan aan weerskanten goudbruin. Verdeel de sla over vier borden of doe ze in een grote schaal. Verdeel de overige ingrediÍnten erover en besprenkel de salade met de mosterddressing.

www.kinderwijzmagazine.nl . 39


Tekst: Sylvia Roosendaal

Sylvia Roosendaal is moeder van drie kinderen en trainer/ eigenaar van DreamChild, een instituut voor opleidingen, trainingen en persoonlijke coaching. Zij heeft de opleidingen ‘Gezins- en KinderCoach’ en ‘Enneagram, worden wie je bent’ ontwikkeld. Hierin werkt ze met de door haar ontwikkelde Reversie Methode®, het enneagram en het innerlijk kind. Ze schreef hier verschillende boeken over. www.dreamchild.nl

Roos is een kind van deze tijd

‘Ik ben het niet waard!’ antwoordt de 16-jarige Roos huilend op mijn vraag: ‘Welke gedachten gaan er in je om wanneer je vriendin met iemand anders gaat stappen?’ Roos heeft lange blonde haren en blauwe ogen, die op dit moment intens verdrietig kijken maar waarin ik een volwassen blik ontwaar. Haar leven lang lijkt ze tegen mensen aan te lopen die haar laten vallen. Ze is goed genoeg als er problemen zijn, maar ze voelt zich altijd gauw weer ingeruild voor een ander. Voor mij zit een meisje vol twijfels over zichzelf, haar vrienden, de wereld en wat haar aandeel in het geheel is. Dat dat aandeel groot is, heeft ze al ontdekt tijdens de vele uren therapie die ze van kinds af aan gevolgd heeft. Als kind was ze al ‘moeilijk’. Dat er van haar niets deugt, is haar heel duidelijk. Ze weet totaal niet hoe ze dat gevoel moet ombuigen, zodat mensen haar aardig vinden en graag bij haar zijn! Het verhaal van Roos is nog maar zestien jaar lang, maar er is in die tijd genoeg gebeurd wat een stempel heeft gedrukt op haar leven. Haar twee jaar oudere zus is geboren met een handicap, waardoor alle aandacht vaak

40 . www.kinderwijzmagazine.nl


naar haar zus uitgaat. Roos houdt wel veel van haar, maar ze mist de aandacht die haar zus krijgt zonder dat die er iets voor hoeft te doen. Op de lagere school ging het mis. Roos kon geen aansluiting vinden bij kinderen in haar klas, ze werd veel gepest en volgens haar ouders deed ze alleen maar ‘moeilijk’. Haar ouders zijn gescheiden toen ze 9 jaar was. Thuis bij haar moeder gaat het nu goed, maar bij haar vader niet. Haar vader is al snel met een andere vrouw getrouwd, met wie hij kinderen heeft gekregen. Roos kan niet goed met haar opschieten en haar vader staat in alle meningsverschillen pal achter zijn nieuwe vrouw. Het resultaat is dat Roos niet veel bij haar vader is, waardoor ze haar halfbroertjes weinig ziet. Via haar zus hoort ze verhalen over hen. Al met al een droevig verhaal van een meisje dat niet weet hoe ze haar eigen situatie kan verbeteren, ondanks alle hulp die ze al gehad heeft. Het lijkt wel of die hulp haar alleen nog maar dieper heeft laten vallen in het gat waar ze al in zat. Roos is een kind van deze tijd. Een kind dat de wereld benadert vanuit haar gevoel. Hierdoor weet ze vaak al wat een ander wil zeggen voordat het gezegd is. Ook voelt ze het als mensen niet menen wat ze zeggen. Daarnaast heeft Roos voorspellende dromen. Zo heeft ze onder andere gedroomd dat haar vader opnieuw zou trouwen en dat ze twee halfbroertjes zou krijgen. Als je het leven vanuit je gevoel benadert, is het lastig om waarde te hechten aan woorden die gezegd worden. Woorden komen bij haar soms niet overeen met wat ze op dat moment voelt en ze is geneigd om haar gevoel te vertrouwen. Dat haar vader vertelt dat hij van haar houdt en dat hij trots op haar is, heeft geen enkel effect, omdat ze door de woorden heen voelt dat hij haar lastig vindt. Omdat Roos vaak reageert op wat ze voelt, levert haar dat lastige situaties op. Daarom wordt ze een moeilijk kind genoemd, mensen begrijpen haar vaak niet. Om die reden is ze al vroeg in therapie gegaan. Hierdoor weet ze nu als 16-jarige dat ze meer aandacht aan woorden moet besteden en is ze zich ervan bewust dat ze zichzelf beschermt door bot en ongevoelig te reageren, daarbij geen ruimte latend aan anderen. Roos voelt zich vaak slachtoffer van de situatie. Ze weet nu dat mensen haar alleen lief en aardig vinden wanneer ze zich aanpast. Voor haar gevoel gaat ze met elke aanpassing over haar grenzen heen, wat uiteindelijk altijd weer uitmondt in een botte, ongevoelige reactie, waarmee ze immers haar grenzen beschermt. Hoe vind je als therapeut een oplossing voor zo’n meisje dat al zo vroeg volwassen moet zijn? Hoe haal je het kind in haar weer naar boven? Roos mist het vertrouwen, de geborgenheid en de onvoorwaardelijke liefde die nodig zijn om te mogen spelen en fouten te mogen maken. Toen ze klein was, ging alle aandacht naar haar zus en moest zij de ‘slimste’ zijn. Dit heeft geresulteerd in de overtuiging dat zij de aandacht niet waard was. Elke gebeurtenis daaropvolgend heeft deze overtuiging alleen maar sterker en

krachtiger gemaakt. De scheiding van haar ouders, haar vader die de kant van zijn nieuwe vrouw kiest boven haar, vriendinnen die gezellig doen met andere vriendinnen. Roos benadert de wereld, zichzelf en haar vriendinnen nu vanuit de overtuiging dat ze het toch niet waard is. Je zou

kunnen zeggen dat ze altijd op scherp staat. Klaar om te reageren en haar grenzen te beschermen. Voor haar ouders en vriendinnen is dat zwaar. Voor Roos is dat loodzwaar. Alle therapie die ze tot nu toe gekregen heeft, is gebaseerd geweest op de situatie van dat moment – het pesten, haar botte reacties, haar stiefmoeder, etc. Roos is langzamerhand therapiemoe geworden. Ze weet inmiddels wel dat ze het niet goed doet! Ik kies er dus bewust voor niet in te gaan op de situatie die ze schetst over haar vriendin. Ik vraag Roos haar beperkende overtuiging om te draaien. Ze mag een lijst maken met alles wat ze wel waard is (of zou willen zijn) en die lijst mag ze zichzelf tweemaal per dag voorlezen. Ook vraag ik haar om, voor het weekend met haar vader, eerst nog even tegen zichzelf te zeggen: ‘Ik ben het waard om aandacht van mijn vader te krijgen’ en ditzelfde te doen voordat ze contact met haar vriendin heeft. Roos vindt zichzelf het waard om dit te doen. Het effect is verbluffend. Na twee weken komt er een zichtbaar ontspannen Roos binnen. Ze heeft die weken minder aanvaringen gehad en ze heeft zelfs het hele weekend bij haar vader doorgebracht. Op mijn vraag hoe het nu met haar gaat, kijkt ze me glunderend aan en zegt: ‘Heel goed! Ik word blij van mij!’

www.kinderwijzmagazine.nl . 41


Kennis is de sleutel tot voor kinderen in ontwikkelingslanden

Op een van hun avontuurlijke reizen die de Portugezen vanaf de vijftiende eeuw onder andere langs de westkust van Afrika maakten, werd in 1472 Kameroen ontdekt. De mannen op de boten waren verwonderd over de grootte van de garnalen die zij in de rivier de Wouri aantroffen en noemden het land ‘Cameroes’, hetgeen ‘garnalen’ betekent in het Portugees. Indrukwekkende beesten moeten dat geweest zijn daar in ‘klein Afrika’, zoals Kameroen ook wel eens wordt genoemd. Die naam heeft het te danken aan de grote verscheidenheid aan landschappen, klimaten, volkeren, talen en

Wie verbeeldingskracht heeft zonder voldoende kennis, heeft vleugels maar geen voeten Joseph Joubert

religies. Voordat het land gekoloniseerd werd, bevolkten ruim tweehonderd verschillende stammen het gebied dat nu Kameroen heet. In 1884 kreeg Duitsland zeggenschap over het land. Dit duurde slechts tot 1916. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Kameroen bezet door Franse en Engelse troepen, die het onderling verdeelden. Vanaf 1961 is Kameroen een zelfstandige republiek. Het land is ongeveer veertien keer groter dan Nederland. Er wonen 15,2 miljoen mensen, van wie meer dan de helft op het platteland.

42 . www.kinderwijzmagazine.nl


een kansrijke toekomst Tekst: Natascha Bruti

Stichting Knowledge for Children investeert in Kameroen Kameroen raakte in Nederland waarschijnlijk bij de meesten bekend door het voetbal, maar we zijn al lange tijd handelspartner van dit land. Waren het in de zeventiende eeuw nog vooral slagtanden van olifanten, goud en slaven die verhandeld werden, nu koopt Nederland er cacao, pinda’s, aardolie, katoen en koffie. De landbouwers werken er ‘hard voor weinig’ en de vooruitzichten voor jongeren zijn doorgaans niet rooskleurig.

boeken gedoneerd! De stichting gelooft dat kennis de sleutel is tot een kansrijke toekomst. En weinig is zo leerzaam als een schoolbook, is hun idee. Maar de stichting doet meer dan alleen boeken schenken, zij ondersteunt scholen ook in het blijvend kunnen investeren in kennis. Zo organiseert Knowledge for Children seminars voor onderwijzers en ouderraden. Voorlichting omtrent hiv/aids en malaria wordt op natuurlijke wijze in de activiteiten geïntegreerd.

Economie, onderwijs en gezondheidszorg zijn, gerelateerd aan veel andere Afrikaanse landen, redelijk. Toch is de gemiddelde leeftijdsverwachting slechts 48 jaar, is bijna dertig procent van de bevolking analfabeet en is aids de ongewenste metgezel van tien procent van de volwassenen. Niet zo verwonderlijk dus dat veel kerken, scholen en organisaties vanuit de hele wereld zich inzetten voor betere omstandigheden voor de Kameroeners. Een van deze organisaties is Knowledge for Children uit Nederland.

Boekenwijsheid

Een gelukkige ontmoeting Toen Arnold Roozenbeek (nu voorzitter van Knowledge for Children) in 2005 net was afgestudeerd, had hij het gevoel iets te willen betekenen voor mensen op het platteland in Afrika. Hij ging werken voor een Kameroense stichting. In Kameroen werkte Maimo Jacobs als inspecteur van onderwijs en ook hij wilde graag iets voor zijn gemeenschap betekenen. Maimo en Arnold ontmoetten elkaar en dat was, zo bleek al gauw, van grote waarde voor kinderen in Kameroen. Maimo vertelde Arnold dat op de meeste scholen slechts één schoolboek per klas beschikbaar was en dat de leerkracht dus delen tekst op het bord schreef of voorlas. De kinderen schreven deze informatie dan over in hun schrift. Hierdoor gingen tijd en effectiviteit verloren. Het beschikbaar stellen van boeken leek dus een praktische en doeltreffende vorm van hulp waaraan werkelijk behoefte bestond. Samen zetten zij een schoolboekenproject op, waaruit later, in samenwerking met Wilco Wolfs, de stichting Knowledge for Children geboren zou worden. Inmiddels maken 110 scholen deel uit van het project en zijn er bijna 35.000

In theorie is onderwijs in Kameroen verplicht voor kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen kunnen gratis onderwijs volgen in staatsscholen. Hoewel er evenveel talen gesproken worden als er etnische groepen zijn, wordt op scholen onderwezen in Frans en Engels, de talen van de voormalige kolonisten. Ondanks de onderwijsplicht verlaat een behoorlijk aantal kinderen school zonder te kunnen lezen en schrijven. Dit komt door de nog steeds beperkte middelen en het gebrek aan capaciteiten van de leerkrachten. Boeken zitten doorgaans niet in de schooltas van de kinderen in Kameroen. In Nederland hebben kinderen gemiddeld twaalf schoolboeken. Brugklassers zie je soms bijna bezwijken onder de vracht boeken die zij in hun rugtas vervoeren. In Kameroen daarentegen zijn er in een klas van zestig kinderen misschien hooguit twee boeken aanwezig. Knowledge for Children gelooft dat door het doneren van boeken de algehele kwaliteit van het onderwijs kan verbeteren. En beter onderwijs schept weer toekomstkansen voor de kinderen – kansen die hun ouders hebben gemist. De stichting hanteert een norm van drie schoolboeken per kind per school. Dat is het doel. Dan hebben twee kinderen die een tafeltje delen samen zes boeken: voor Engels, Frans, wiskunde, omgevingskunde, geschiedenis en aardrijkskunde. Het streven is dat deze norm binnen vijf jaar bereikt wordt. Na deze periode wordt een school nog drie jaar begeleid in het opzetten van een eigen boekenfonds, waarin oude boeken vervangen worden en nieuwe worden aangeschaft. Hierdoor groeien scholen naar zelfstandigheid. Rolf Schipper van de stichting legde me uit hoe zelfstandigheid

www.kinderwijzmagazine.nl . 43


wordt bevorderd. ‘Ons uitgangspunt is het co-investeringsprincipe. Alle lokale scholen en gemeenschappen waarmee we samenwerken, worden geacht zelf ook een steentje bij te dragen. In de vijf jaar dat we met een school samenwerken, verschuift de nadruk van “geven” naar “zelf doen”. Het eerste jaar geven wij negentig procent van de boeken. Het dorp koopt zelf tien procent. De bijdrage van het dorp loopt op naar vijftig procent in het laatste jaar. In de jaren daarna blijven we de scholen volgen, en kopen zij nog steeds voor een flink bedrag boeken in. Ze weten nu hoe ze geld in moeten zamelen, en ze zien het belang in van goed onderwijs en goede schoolboeken voor hun kinderen. Op die manier zijn onze projecten echt duurzaam.’ Nog een middel om kennis te verbreden en te verdiepen is het organiseren van seminars. Hierin werken scholen, besturen, instellingen en ouders samen teneinde van elkaar te leren. Ook worden scholen die zich aansluiten bij het project, gekoppeld aan scholen die al langer werken met Knowledge for Children, zodat zij hun ervaringen kunnen delen. Samenwerking en uitwisseling als essentieel onderdeel voor een betere toekomst.

Een gewaarschuwd mens telt écht voor twee Een ander thema binnen de stichting is voorlichting geven over hiv/aids en malaria. Ziektes/aandoeningen die veel families in Kameroen treffen. Zo zijn er zeker 250.000 kinderen wees geworden doordat beide ouders overleden zijn aan hiv/aids. Er bestaan nog altijd misverstanden over hoe je besmet kunt raken en hoe je kunt omgaan met mensen die besmet zijn. Vruchtbaarheid is in Afrika erg belangrijk en draagt positief

bij aan de sociale status van mannen. Dit is een van de redenen waarom het gebruik van condooms niet wordt toegejuicht. Voor nageslacht zorgen is belangrijker, het liefst bij meerdere vrouwen. Verder bestaan er mythes en ideeën die het gebruik van condooms tegenwerken. Deze lopen uiteen van het geloof dat de schoonheid van een vrouw zal toenemen wanneer zij met regelmaat seks heeft (zonder condoom wel te verstaan) tot theorieën die vertellen dat het rijke Westen het gebruik van condooms alleen maar promoot om Afrikanen te laten uitsterven. Jongens en meisjes in Kameroen zijn vrij vroeg seksueel actief. Hoewel ze natuurlijk beïnvloed worden door hun cultuur en door de waarden en normen van hun ouders, zijn zij juist in de schoolleeftijd gevoelig voor gedragsverandering. Hierop speelt Knowledge for Children in door effectieve voorlichting in samenwerking met ziekenhuizen, ouders en leerkrachten. Het gaat hierbij wederom over kennis. De uitspraak van Francis Bacon ‘kennis is macht’ krijgt ware betekenis in het werk van deze stichting. Ook voorlichting over malaria is belangrijk. Het woord ‘malaria’ komt uit het Italiaans en betekent ‘slechte lucht’. Stinkende moerassen en andere onhygiënische plekken zijn geliefd bij de parasiet die deze ziekte overbrengt. Muggen zijn een uitstekende verspreider van de ziekte. Zeker een miljoen Kameroeners, onder wie veel kinderen, worden jaarlijks geïnfecteerd met malaria. Sterfte is geen ongewone afloop van deze ziekte. Boeken schenken, scholen helpen, voorlichting geven. Hoe krijgt deze stichting het voor elkaar? Door hulp van vrijwilligers in Kameroen en in Nederland, en door vrijwillige donaties en sponsoring. Door scholen, bedrijven en instellingen worden acties op touw gezet om geld in te zamelen. En het is mogelijk, als particulier of bedrijf, voor langere tijd een school te adopteren. De bekende Italiaanse dichter Petrarca schreef eens: ‘Boeken leiden naar kennis of naar waanzin’. Als je nu gelooft in het eerste en je wilt graag het verschil maken voor een kind, dan kan ik alleen maar aanraden eens te kijken op www.knowledgeforchildren.org.

44 . www.kinderwijzmagazine.nl


 Zo Mooi Anders Je bent zo mooi anders dan ik. Niet meer of minder maar zo mooi anders. Ik zou je nooit anders dan anders willen.

Omgaan met verschillen impliceert dat er altijd sprake is van een kader of een norm waardoor een afwijking of beperking ontstaat. Daarmee ontstaat het begrip ‘zorgleerlingen’, dat aangeeft dat er (extra) zorg nodig is om te kunnen voldoen aan de norm of het gemiddelde. Uitgaan van verschillen houdt in dat we een kind echt zien als uniek wezen in ontwikkeling. Elk mens is ergens goed in en het is de kunst om dat te ontdekken. De innerlijke kracht wordt dan aangesproken en talenten en kwaliteiten worden versterkt. We kunnen genieten van de unieke eigenschappen van elk kind! Iedereen is zo mooi anders. Kinderen hoeven niets te worden, ze zijn het al! We kunnen hen wel helpen beter te worden door hun innerlijke kracht te ontwikkelen. Elke opvoeder en onderwijsgevende zou zich moeten afvragen wie dit kind is en wat het van hen vraagt. Indien dit niet gebeurt en we een standaard bieden, ontkennen we de uniciteit. Maar sluiten ons onderwijs en onze opvoeding wel voldoende aan bij die persoonlijke ontwikkeling? Heb je weleens nagedacht hoe jij dingen in je leven geleerd hebt? Hoe maak jij je nieuwe zaken eigen? Sloot jouw ‘genoten’ onderwijs daarbij aan? Waar ben jij van nature goed in? Wat gaat jou gemakkelijk af terwijl anderen daar moeite voor moeten doen? En sinds wanneer ken jij je kwaliteiten? Heb jij je talent kunnen

46 . www.kinderwijzmagazine.nl

benutten? Ben je er nu succesvol mee? Stimuleerden jouw opvoeders, thuis en op school, deze talenten? Helaas blijkt dat veel mensen pas na hun schooljaren ontdekt hebben wat hun talenten zijn. Sommige mensen leiden hun leven zelfs zonder zich ooit bewust te zijn van hun eigen innerlijke kracht. Het is goed om jonge mensen dit te laten ontdekken. Wanneer kinderen leren waar ze goed in zijn, zijn ze later in staat om het verschil te maken.

zoals het kind leert! Dit vraagt van leerkrachten empathie, belangstelling voor de leerling en verwondering over het unieke van ieder individu. Van mens tot mens … De volgende fakkel is voor Petra KeijzerRus, die kinderen leert hoe mooi anders ze zijn! Jack Provily www.zomooianders.net

Het merkwaardige is echter dat we veel tijd en energie steken in datgene waar leerlingen niet goed in zijn. Dit komt omdat we denken vanuit een referentiekader waar mensen aan moeten voldoen. Ik denk dat het weinig zin heeft om veel aandacht te besteden aan de ‘zwakke’ kanten van een mens. We doen ons best om het verschil te verkleinen en de ervaring leert dat dat weinig energie, voldoening of effect oplevert. We worden niet gelukkig van goede rapporten, van diploma’s en van hoge beloningen. We worden gelukkig als we in harmonie kunnen leven met wie we werkelijk zijn, met benutting van onze talenten en met kennis van onze tekortkomingen. We worden gelukkig als we onze sterke punten kunnen ervaren. Laten we daarom stoppen met van ‘vijfjes’ ‘zesjes’ te maken. Focus je op de ‘zevens’ van een kind en maak daar samen ‘achten’ van! Dat is waar onderwijs en opvoeders zich op moeten richten. Jonge mensen helpen om hun talenten te ontdekken en daar gebruik van te maken en ze helpen in hun eigen leerstijlen. En als een kind niet leert zoals wij lesgeven, moeten we gaan lesgeven

Foto: Catorfotografie

Deze regels van Hans Andreus zijn mijn levensmotto geworden. Het betekent voor mij als opvoeder en onderwijsgevende dat ik me laat verrassen en verbazen door het kind tegenover mij. Het betekent daardoor ook: uitgaan van verschillen in plaats van omgaan met verschillen.

Een fakkel geeft licht. Een fakkel verlicht wat eerder niet zichtbaar was. Een fakkel kun je doorgeven. En dat is de bedoeling van deze ‘fakkel’. Elke Kinderwijz-Fakkel zal inspireren, enthousiasmeren en stimuleren om nieuwe mogelijkheden aan te reiken die kinderen gelukkig kunnen maken.


Gelukkig hoogbegaafd

N I EU W

Rineke Derksen Derde druk | Hardcover De auteur geeft handen en voeten aan de begeleiding van hoogbegaafde kinderen. De wijze waarop zij dit doet, is gebaseerd op haar ervaring dat hoogbegaafde kinderen pas gaan leren en zich ontwikkelen als ze gelukkig zijn.

a 21,95 Slimme Rick Rineke Derksen Tweede druk | Hardcover Rick heeft een klas overgeslagen omdat hij hoogbegaafd is. Rick hoopte dat hij dan ook sneller kon gaan leren. Hij verveelt zich op school en probeert aan zijn juf en zijn ouders duidelijk te maken dat hij hulp nodig heeft. Met illustraties van Nick van Ee.

a 15,95

Kind in zijn kracht

COACHEE!

Sylvia Roosendaal Hardcover

Jeannette Bakker-Stam Derde druk | Hardcover

Iedere ouder wil dat zijn kind een volwassene wordt die zijn verlangens en dromen kan waarmaken in de maatschappij. Een rijk gevoelsleven draagt hieraan bij. Daarom is het zo belangrijk dat dit gevoelsleven een plek krijgt in de opvoeding. In dit boek geeft de auteur een heldere uitleg over het gevoelsleven van het kind in de verschillende levensfases.

COACHEE! is een methode voor kindercoaching die alle ruimte geeft aan jou als mens met je eigen kwaliteiten, die aanvulling geeft op diverse gebieden en die inzetbaar is in vrijwel alle kindercoach situaties.

a 21,95

a 18,95

Gevoelig hoogbegaafd Rineke Derksen Hardcover In dit boek deelt de auteur ervaringen met ouders, docenten en hulpverleners, om meer begrip te krijgen voor de sensitiviteit van hoogbegaafde kinderen. Het boek is geschreven vanuit zowel ervarings deskundigheid als wetenschappelijke kennis.

a 21,95 Gewoon begaafd? Sonja Hoving-Huizing Praktijkverhalen van ouders over het leven van en met hun (hoog)begaafde kind. Het boek bevat verder een beknopt overzicht van wetenschappelijke inzichten over (hoog)begaafdheid.

a 9,95 48 • www.kinderwijzmagazine.nl

Wegwijs in therapieland

Wegwijs in hooggevoeligheid

Methodieken, trainingen en therapieën voor kinderen

Gerarda van der Veen Tweede druk | Hardcover

Dit boek zet vierendertig therapievormen op een rij. Hulpverleners presenteren zich en maken duidelijk welke therapie, methodiek of training ze gebruiken om een kind in zijn kracht te zetten. Bij iedere therapie staat vermeld wat het is en hoe het werkt, bij welke klachten ze kan worden toegepast, wat het in de praktijk doet (een casus) en waar meer informatie te vinden is. Achter in het boek zijn praktijkadressen opgenomen.

In dit boek legt de auteur uit hoe je weet of je kind hooggevoelig is, zodat je als ouders de beste zorg en begeleiding kunt bieden. Zij geeft een uitgebreide beschrijving van kenmerkende aspecten van deze karakter eigenschap, alsmede tips voor begeleiding in verschillende leeftijdsfasen, van kleutertijd tot puberteit.

a 18,95

a 17,95

‘Een aanrader!’ J/M voor ouders


Met dank aan Iedereen die aan dit nummer heeft meegewerkt. 248media werkt uitsluitend met freelancers.

Abonnementen Voor abonneren en bestellen: www.248media.nl. Abonnementen hebben een minimale looptijd zoals vermeld in de aanbieding. Voor het beëindigen van een abonnement geldt een opzegtermijn van een maand vóór afloop van de abonnementsperiode. Zonder wederopzegging worden abonnementen na de eerste abonnementsperiode omgezet in een abonnement voor onbepaalde tijd. Zie ook de abonnementsvoorwaarden op www.248media.nl/ algemene_voorwaarden. Opzeggen kan alleen per e-mail via abonnement@kinderwijzmagazine.nl.

Prijzen Jaarabonnement (vijf nummers per jaar) a 38,00. Losse nummers a 8,50. Wijzigingen voorbehouden. Abonnementen buiten Nederland en België: prijs op aanvraag.

Redactie redactie@kinderwijzmagazine.nl Kinderwijz is een uitgave van: 248media uitgeverij – www.248media.nl Uitgever en auteurs verklaren dat deze uitgave op zorgvuldige wijze en naar beste weten is samengesteld. Evenwel kunnen uitgever en auteurs op geen enkele wijze instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie.

Voorwoord van uitgever Raymond van der Knaap

Verschijnt vijf maal per jaar

Tijdens de eerste levensjaren van het kind wordt de basis gelegd voor de ontwikkeling van empathie. Het is belangrijk dat kinderen over empathisch vermogen beschikken. Maar ook voor ouders en hulpverleners is het van belang dat zij zich kunnen inleven in een ander en dat zij goed kunnen luisteren. Geen kind is hetzelfde en ieder kind is op zijn eigen wijze uniek. In dit nummer van Kinderwijz, met als hoofdthema empathie, een prachtig interview met Bruce Perry. Hij is van mening dat empathie de basis is voor het succes van mensen. Tijdens mijn reis door India ben ik in het huis van Gandhi geweest, een man met een groot empathisch vermogen. Ik ben een groot bewonderaar van hem en voelde me bevoorrecht dat ik een kijkje in zijn leefruimte mocht nemen. Gandhi leefde vrij sober. Hij had een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Hij bewandelde zijn eigen pad, ging dwars door de weerstanden die hij tegenkwam, heen. Maar hij bleef zijn kracht behouden en ging, ondanks zwaar lijden, tot het uiterste voor de medemens.

‘De mens wordt vaak wat hij denkt’ Mahatma Gandhi

Audrey Rakké

Paulien Zuiderhoek

Hoofd- en beeldredacteur

Journalist onderwijs

Uitgever en auteurs aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard dan ook.

Egbert Klasens

Natascha Bruti

Redacteur

Redacteur

Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen of gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.

Arienne Klijn

Sylvia Roosendaal

Psycholoog

Trainer/Gezins- en kindercoach

De namen en foto’s van de kinderen in de artikelen zijn fictief en hebben geen betrekking op de inhoud van het artikel.

Gerarda van der Veen

Manon Notermans

Specialist hooggevoeligheid

Culinair redacteur

Diverse foto’s in dit magazine zijn afkomstig van www.shutterstock.com Foto omslag: David (2 jaar)

Charlotte Visch De sleutel tot je kind

Respectvolle tips voor gevorderde ouders, gedreven therapeuten en fantastische kinderen. De sleutel tot je kind is bedoeld voor ouders die op een andere, respectvolle en liefdevolle wijze hun kinderen willen opvoeden. Het boek is ook geschreven voor kindertherapeuten die praktische opvoedtips aan ouders en kinderen willen meegeven. Gebruik de praktische tips als antwoord op de vragen: hoe kan ik mijn kind beter begrijpen?; hoe kan ik mijn kind helpen om zijn probleem op te lossen?; hoe kunnen wij onszelf helpen in lastige opvoedsituaties? Je kind staat centraal en niet jouw gemak, deze opvoedtips of het management van de dag. Jouw kind is uniek, jij bent uniek. Leer van je kind en leer over jezelf.

a 21,95 | Tweede druk | Hardcover

AngstWegwijzer

Praktische toepassing van integratieve counseling, coaching en therapie voor kinderen. We willen allemaal dat kinderen gelukkig en blij door het leven gaan. Maar helaas is angst voor veel kinderen een dagelijkse ervaring: bang om te slapen, bang voor een prik, bang om te falen en ga zo maar door. Elk kind heeft zijn eigen angst te overwinnen. Ieder kind is anders. De oplossingen in dit boek hebben dan ook het gewenste effect als ze bij je kind passen. Lees daarom de tips voor kinderen samen met je kind en pas ze aan naar zijn wensen.

a 21,95 | Hardcover

Kofferkinderen

Helpende ideeën voor kinderen met gescheiden ouders. Veel kinderen vinden het wisselmoment tijdens de omgangsregeling het moeilijkste en pijnlijkste afscheidsmoment. We willen allemaal dat kinderen gelukkig en blij door het leven gaan en daarom zijn er praktische tips opgenomen om hen bij allerlei afscheidsmomenten te ondersteunen. Je leest hoe je je kind kunt begeleiden bij het afscheid nemen van oude knuffels, een oude school of de vertrouwde kamer in het oude huis. In het laatste gedeelte van het boek wordt uitgebreid verteld over twee kinderen die verwikkeld zijn in zeer moeilijke omstandigheden bij een echtscheiding.

a 21,95 | Hardcover

Gelukkige kinderen in een gelukkige klas Van leerkracht naar Happy Coach voor een warm schoolklimaat.

Jack Provily

Tineke Wetsteijn

Onderwijsdeskundige

Boekrecensent

Peep Trappenburg

Floor Raeijmaekers

Orthopedagoog

Specialist in Gifted Education

Charlotte Visch

Luvia Pepermans

Kindertherapeut/docent

Grafische vormgeving

ISSN: 2212-2095

© 2014 248media uitgeverij, Steenwijk © 2014 Kinderwijz magazine, Steenwijk

Ontwikkelaar van de integratieve kindertherapie

Gelukkige kinderen in een gelukkige klas is bestemd voor eenieder die de innerlijke overtuiging heeft dat kinderen recht hebben op een stimulerende en blije schooltijd. Voor degenen die de mogelijkheden willen benutten om kinderen in een liefdevolle omgeving te laten leren, die van binnenuit voelen en weten dat kinderen het meeste leren wanneer zij zich gelukkig voelen, en die kinderen serieus willen nemen en met hen als gelijkwaardige partners in de school willen werken. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat een schoolklimaat verandert wanneer iedereen (leerkrachten, directie, leerlingen en hun ouders) meegaat in de gedragsverandering. Een gedragsverandering van binnenuit. Leerkrachten, ouders en leerlingen kunnen die met elkaar bewerkstelligen.

a 21,95 | Hardcover

Verkrijgbaar in de webshop van


Abonnee worden?

Kinderwijz magazine is een initiatief van 248media uitgeverij

Ontvang vijf nummers van Kinderwijz per jaar voor slechts € 38,00* Het volgende nummer verschijnt rond 1 april 2014. Het hoofdthema is dan ‘Pubers’.

Abonnementen en losse nummers van Kinderwijz zijn te bestellen via www.248media.nl

Kijk ook eens op www.kinderwijzmagazine.nl voor onder andere de laatste nieuwsberichten, boekentips en de activiteitenagenda Weet je ook een boek dat zeker in de boekenrubriek thuishoort, laat ons dit dan weten. Ook activiteiten met betrekking tot kinderen kun je aan ons mailen, via redactie@kinderwijzmagazine.nl. Wil je meer zichtbaar zijn met je praktijk? Je kan al vanaf € 25,00 met je praktijkadres op de website. Breng je methodiek, training en/of therapie onder de aandacht via www.kinderwijzmagazine.nl. Inmiddels al 500 unieke bezoekers per dag.

* Abonnementen hebben een minimale looptijd zoals vermeld in de aanbieding. Voor het beëindigen van een abonnement geldt een opzegtermijn van een maand vóór afloop van de abonnementsperiode. Zonder wederopzegging worden abonnementen na de eerste abonnementsperiode omgezet in een abonnement voor onbepaalde tijd. Zie ook de abonnementsvoorwaarden op www.248media.nl/algemene_voorwaarden.

Verkrijgbaar in de webshop van

Kinderwijz magazine Gelukkige kinderen  

Het magazine Kinderwijz wil op een eigen wijze – en lekker eigenwijz! – informeren over kinderen. Kinderwijz gaat over hoe ieder kind uniek...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you