Issuu on Google+

ONDERNEMINGSPLAN 6BKA1+2

2012-2013

BIN-NORMEN KTA2 Villers Hasselt Vildersstraat 3 3500 Hasselt 011 30 09 50


Inleiding Zowel de leerlingen van TSO als BSO maken in hun laatste jaar een eindwerk dat moet voldoen aan de BIN-NORMEN. Dit bundeltje geeft je nuttige informatie over de omslag, het titelblad, het woord vooraf, de inhoudsopgave, de inleiding, de indeling in hoofdstukken, het besluit, de bijlage(n), het trefwoordenregister.

2


Inhoudsopgave INLEIDING ................................................................................................ 2 INHOUDSOPGAVE .................................................................................... 3 OMSLAG ................................................................................................... 4 WOORD VOORAF ...................................................................................... 4 INHOUDSOPGAVE .................................................................................... 5 INLEIDING ................................................................................................ 5 EIGENLIJKE TEKST .................................................................................. 5 LAY-OUT REGELS ..................................................................................... 6 REGELAFSTANDEN EN WITREGELS......................................................... 6 OPSOMMINGEN ........................................................................................ 7 TABELLEN, GRAFIEKEN EN ILLUSTRATIES .............................................. 7 BESLUIT ................................................................................................... 7 BRONNEN ................................................................................................. 8 RAADPLEGING GEDRUKTE WERKEN ....................................................... 8 BIJLAGEN ................................................................................................. 8 TREFWOORDENREGISTER ....................................................................... 8

3


De indeling van je eindwerk ziet er als volgt uit: Omslag Woord vooraf Inhoudsopgave Inleiding Eigenlijke tekst Besluit Bronvermelding Bijlagen Trefwoordenregister

Omslag Je bent vrij in de opmaak van je omslag maar zorg ervoor dat je minstens deze elementen vermeldt: je voornaam en naam; je klas de titel van je werk; logo van je onderneming; het schooljaar. Na dit gekleurd blad komt een wit blad (“schutblad”) zonder voettekst noch paginanummer maar dit telt wel mee in de paginanummering. Dan komt zwart-wit titelblad dat een exacte kopie is van je gekleurd titelblad.

Woord vooraf Dit komt op een apart blad en beslaat één pagina. Die telt wel mee in de paginanummering maar heeft geen pagina-aanduiding. In het Woord Vooraf omschrijf je binnen welk kader je het eindwerk hebt geschreven (hoe je tot het onderwerp gekomen bent, wat je met dit onderwerp hoopt te bereiken). Het is de plaats bij uitstek voor een persoonlijke toets. Je kunt ook de personen bedanken die je bij je eindwerk of rapport (je promotor of mentor, een andere begeleidende leraar, het personeel van een afdeling, je ouders, je vrienden…) hebben begeleid. Vermeld de belangrijkste perso(o)n(en) eerst en pas de juiste schrijfwijze toe. Vermeld desgevallend ook hun titel (bijvoorbeeld ir.) en functie (bijvoorbeeld hoofd human resources).

4


Inhoudsopgave De inhoudsopgave geeft de lezer een eerste indruk van inhoud en structuur van het eindwerk. Zij komt vooraan, onmiddellijk na (blanco blad ertussen) het Woord Vooraf. De pagina’s van de inhoudsopgave hebben in principe geen pagina-aanduiding maar tellen wel mee in de paginanummering. Je genereert de inhoudsopgave met behulp van het tekstverwerkingsprogramma. Op die manier worden de titels van hoofdstukken en onderverdelingen letterlijk overgenomen. De niveaus (1, 1.1, 1.1.1) laat je niet inspringen. Plaats alles netjes op gelijke afstand. Hierdoor maak je het opzoeken gemakkelijker. Voorlooppuntjes of - streepjes zorgen ervoor dat de lezer het paginanummer zonder problemen kan vinden.

Inleiding Hier wek je de interesse van de lezer. Je vermeldt hierin zeer duidelijk: een korte situering van het onderwerp van je eindwerk; de probleem- of vraagstelling: welk(e) probleem / vraag poog ik met of in dit werk op te lossen / te beantwoorden; de beperkingen van je eindwerk en de verantwoording voor deze begrenzingen; hoe je tot een oplossing / antwoord op het / de hoger gesteld(e) probleem / vraag denkt te komen, met een expliciete verwijzing naar de nummering van je inhoudsopgave (op die manier verantwoord je de structuur). De inleiding begint op een nieuwe pagina zonder pagina-aanduiding. Deze pagina telt wel mee in de paginanummering.

Eigenlijke tekst Zorg voor een logische structuur. Elk hoofdstuk vormt een bijdrage tot het bereiken van het doel dat je in de inleiding hebt vooropgesteld. Vergeet die rationele opbouw ook niet binnen het afzonderlijke hoofdstuk. Varieer je zinsbouw en woordgebruik. Voorzie voldoende tijd om een reeds geschreven tekst na een hele poos nog eens opnieuw te lezen: je hebt dan voldoende afstand kunnen nemen van je eigen werk, waardoor eventuele fouten of gebreken sneller opvallen. Beschik je niet meer over die tijd, laat dan iemand anders je tekst kritisch nalezen. Een verzorgde lay-out bevordert de leesbaarheid van je eindwerk. Essentieel in je eindwerk blijft natuurlijk de inhoud maar een slechte taal leidt de lezer teveel af. Besteed dus zowel aan de inhoud als aan de vorm voldoende aandacht.

5


Lay-out regels Gebruik papierformaat A4. Gebruik een vlot leesbaar lettertype zoals Arial, Times New Roman, Verdana. Telkens 12 punten voor de bodytekst. Beperk je tot één basislettertype voor het hele eindwerk (…en titel/tussentitels). Alle onderdelen van het eindwerk beginnen in principe aan de linkermarge. Tussen twee alinea’s komt één witregel. Een eindwerk heeft volgende marges: Linkermarge 3,3 cm (omwille van het inbinden) Rechtermarge 2 cm Bovenmarge 2 cm Ondermarge 2 cm In de koptekst plaats je het paginanummer rechts op de pagina, in 2 pt kleiner dan de bodytekst. Na het paginanummer komt geen punt en je plaatst het niet tussen streepjes. In de voettekst plaats je links uw voornaam en naam en rechts de titel van uw eindwerk. Dit alles staat in 2 pt kleiner dan de bodytekst (b.v. bodytekst = 12 pt, voettekst = 10 pt). Kolommen en tabellen mogen niet over twee bladzijden gesplitst staan. Vermijd zwevende regels onderaan of bovenaan op een pagina (d.i. één regel van een alinea onderaan een pagina of bovenaan een pagina). Via Opmaak, Alinea, Tekstdoorloop kan je dit inschakelen. In dit scherm kan je ook aanvinken Regels bijeenhouden.

Regelafstanden en witregels In je eindwerk gebruik je de enkele regelafstand. Tabellen en tekstdelen met opsommingen worden door één witregels van de andere tekstdelen gescheiden.

6


Opsommingen Opsommingen beginnen aan de linkermarge; zij worden aangeduid met een teken (streepje, puntje‌). Na het teken volgt een insprong. Onder het teken dat de opsomming aanduidt, komt dus geen tekst. Gebruik hiervoor Opmaak, Opsommingstekens en nummering. Opsommingen in een zin beginnen na een dubbelpunt. De volgende regels gelden dan: de elementen van de opsomming beginnen met een kleine letter; als die elementen bestaan uit grotere tekstdelen of zinnen, eindigen ze met een kommapunt; als de elementen bestaan uit korte begrippen, eindigen ze met een komma; het laatste element van de opsomming eindigt met een punt, als de zin daar eindigt.

Tabellen, grafieken en illustraties Tabellen, grafieken of illustraties hebben geen apart plaats in het eindwerk. Ze komen op dezelfde pagina als de bijbehorende tekst. Als je in de tekst naar de tabellen verwijst, nummer je ze doorlopend. Achteraan in uw eindwerk kun je een lijst opnemen van alle tabellen, grafieken en illustraties. Ze worden vermeld in de volgorde waarin ze voorkomen, met telkens daarbij het bijschrift en het paginanummer. Een witregel voor en na scheidt de tabel, grafiek of illustratie van de tekst.

Besluit Als je structuur van je eindwerk verantwoord is, kom je via de verschillende hoofdstukken tot het antwoord op de in de inleiding geformuleerde vraag- of probleemstelling. Zorg er dus voor dat je daarnaar terugkoppelt wanneer je de algemene conclusie verwoordt. Let wel: het gaat om een besluit. Hoed je er dus voor nieuwe elementen aan te halen of toe te voegen! Ga uit van vaststellingen en van zowel positieve als negatieve ervaringen. Formuleer op een persoonlijke wijze je besluit maar hanteer een zakelijke taal.

7


Bronnen Hierin geef je een opsomming van alle informatiebronnen die je hebt geraadpleegd: in principe zowel mondelinge als geschreven (gedrukte, elektronische, …). Je kan eventueel je informatiebronnen rubriceren onder bijvoorbeeld Boeken, Tijdschriften, Naslagwerken, Elektronische bronnen, Internet, Mondelinge getuigenissen, Archivalische (= niet uitgegeven geschreven) bronnen, Interne documentatie. Heb je alleen gedrukte bronnen, dan is je “lijst van geraadpleegde bronnen” een “bibliografie”. Binnen elke rubriek rangschik je de bronnen alfabetisch volgens de familienaam van de auteur. Bij gebrek aan auteursnaam rangschik je op de eerste letter van de verwijzing (in principe de titel). Gebruik nooit “x” of “anoniem”!

Raadpleging gedrukte werken

De literatuurlijst dient minimum de volgende gegevens over een werk te bevatten: de initiaal van de voornaam (namen) en naam (namen) van de auteur(s); de titel van het werk; de plaats van uitgave; het jaar van uitgave.

Bijlagen Als een illustratie of document een onmisbaar onderdeel is van je eindwerk, neem die dan op in je tekst. Heb je veel formulieren, artikels, illustraties … plaats ze dan achteraan als bijlagen In de eigenlijke tekst verwijs je duidelijk naar die bijlagen. Iedere bijlage nummer je apart en geef je een titel. Voorbeeld In bijlage 2: xxxx Als je veel bijlagen hebt en/of het geheel moeilijk in te binden is, bundel ze dan apart Je geeft altijd op een apart blad een overzicht van alle bijlagen (omschrijving en pagina-aanduiding). Je kan deze overzichtslijst ook genereren met MS-Word.

Trefwoordenregister Als laatst komt er een woordenlijst met kernwoorden van je eindwerk.

8


9


Bin-normen