Issuu on Google+

INHOUDSOPGAVE 2

INLEIDING: WAT VOOR WIE?

3

AANBEVELINGEN EN REFERENTIES

8

DEEL 1: 9 13 15 16 17 19

24

DEEL 2: 25 26 29 31 33 34 35 38 39

41

OVER DE NOODZAAK TOT SOCIAAL ONTWERPEN IN DE 21STE EEUW INLEIDING VAN GEHOORZAAMHEID NAAR MEEPRATEN OVER WAAROM EN HOE JEZELF STUREN DOOR 4 FASES WAT TREK IK AAN? HET SOCIALE ONTWERPPROCES VAN DE HUISARTS EN HAAR PATIテ起T 4 NOODZAKEN TOT SOCIAAL ONTWERPEN: GLOBALISERING INFORMATIEOVERLOAD EMANCIPATIE LEVENLANG LEREN SOCIAAL ONTWERPEND LEREN IMPLEMENTEREN INLEIDING HET IMPLEMENTATIEPROCES VAN DE MEVOLUTION-AANPAK BINNEN EEN BESTAANDE ONDERWIJSORGANISATIE ZIN EN HERKOMST VAN HET MODEL HOE OPEN KUNNEN OPDRACHTEN ZIJN? DE 12 VERMOGENS VAN SOCIAAL ONTWERPEN HET BEGELEIDEN VAN DE CATHARSIS 3 SOORTEN ACTIVITEITEN GRIJPEN OP ELKAAR IN OVERZICHT VAN HET TOTALE IMPLEMENTATIE PROCES WAT WIJ KUNNEN BETEKENEN

DEEL 3. TOEGIFT: IMPROVISERENDE JAZZMUSICI, HET SOCIALE ONTWERPPROCES EN DE WERKING VAN DE HERSENEN

1

INLEIDING: WAT VOOR WIE? MeVOLUTION is een visie, een opleidingsdidactiek en een e-portfolio bedoeld om vorm te geven aan onderwijs in de 21ste eeuw. Het is een vorm van Sociaal Ontwerpend Leren. Dit document is bestemd voor iedereen die serieus werk wil maken van onderwijsinnovatie. MeVOLUTION of andere vormen van sociaal ontwerpend leren implementeren betekent meestal dat er een systeemwijziging moet plaatsvinden en dat er op alle lagen van het systeem werk verzet moet worden. Deze activiteiten moeten goed op elkaar worden afgestemd. Soms wordt dit door bestuurders gerelativeerd: "Het zal zo'n vaart toch niet lopen. Maak eerst maar eens een pilot tot een succes." Resultaat kan dan zijn dat veelbelovende pilots daarna een zachte dood sterven in de sociale regelsystemen waar ze niet meer in passen. Het gaat dan mis bij het verduurzamen of borgen van de vernieuwing. Daarom is het -denk ik- wijs om alle stakeholders vanaf het begin erbij te betrekken, niet in de laatste plaats de studenten zelf. Zij moeten deel uitmaken van een klankbordgroep en deels mee-ontwerpen. De kunst is om een creatieve spanning te organiseren tussen de voortvarendheid van de vooroplopers/kartrekkers en de bedachtzaamheid van de andere stakeholders. De kern van dit document wordt gevormd door deel 1 en 2. Deel 1 gaat over de noodzaak tot sociaal ontwerpen in de 21ste eeuw. Het is een sterk verkorte versie van een boek dat binnenkort verschijnt. Het gaat over "het waarom". Deel 2 gaat over wat en hoe je dan implementeert in het huidige onderwijs. Het beschrijft de grote lijn van een implementatieproces dat uiteraard op maat gemaakt moet worden van de instelling die ermee aan de gang wil.

2

AANBEVELINGEN EN REFERENTIES Dit gedachtegoed is ontstaan in 14 jaar tijd in nauwe samenwerking met Gerleen Balstra, staand op de schouders van Alex van Emst' onderwijs concept "natuurlijk leren". Ook zijn we schatplichtig aan Marinus Knoope's creatiespiraal, ookal zijn we in de loop van jaren van mening gaan verschillen. Als mede-eigenaar van het gedachtegoed beschouwen we ook de medemakers van www.chatrats.nl: Marcel Payens, Mart Janssens, Stefan Vervaecke, Bert de Reuver, Mohammed el Aissati, Jolanda Simons, Marijke van der Brugge, Sylvia van Deurzen, Zouhair Himdi. Veel dank zijn we verschuldigd voor de feedback van alle Chatrats leerlingen, docenten, schoolleiders en bestuurders van de scholenbesturen OMO, Carmel en ISA. Als mede-eigenaar van het gedachtegoed beschouwen we ook de medeontwikkelaars van MeVOLUTION binnen de verschillende onderwijsinstellingen: Friesland College: Sisca Vierstra, Ben Feiertag, Marcel van der Horst, Margriet van der Werff , Trudie Wiersma en vele andere cursisten, docenten, leidinggevenden en bestuurders. ROC de Friese Poort, Aukje de Wit en Hendry Thamrin en vele andere cursisten, docenten, leidinggevenden en bestuurders. Saxion PABO Edith Stein, Eric Koertshuis en Ronald von Piekartz en vele andere studenten, docenten, leidinggevenden en bestuurders. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, de JMD opleiding: Eddi de Bie, Agnieta den Hartog, Ad van Dijk, Gerleen Balstra en vele andere studenten, docenten, leidinggevenden en bestuurders. Speciale dank ook aan de continue feedback van Michiel van de Waay en RenĂŠ Roelofs.

3

e-mail, 20 mei 2013 Beste Tom, Het was wat mij betreft een gewaardeerd bezoek dat je ons met je werk hebt gebracht. Je missie en je concepten vormen een boeiende representatie van ecologisch ontwerp denken, nu in een sociaal educatieve context. Je verliest de verbinding met de nodige wetenschappelijke disciplinering niet door je basismodel op hoofdlijn congruent te laten zijn met de regulatieve praktijkcyclus. Je manier van denken is origineel met als opdracht om je inspiratie te koppelen aan die van anderen. Ik wens je veel succes. Vriendelijke groet, Luc Stevens Em. hoogleraar orthopedagogiek UU Directeur NIVOZ

NIVOZ is een onafhankelijk Nederlands onderzoeks- en ontwikkelingsinstituut ten dienste van goed onderwijs. Vanuit een gefundeerd en geĂŤmancipeerd mensbeeld en een daarop gebaseerde lange termijn visie op onderwijs verzamelt en verspreidt het NIVOZ (wetenschappelijke) inzichten uit binnenen buitenland en geeft deze richting. Het NIVOZ is initiator van platform hetkind, zie http://www.hetkind.org

4

Jeanne Willems, docent c.s.g. het Noordik, Almelo n.a.v. een lezing Hoi Tom, Ik heb in November 2012 een lezing van je bijgewoond en ik vond je woorden inspirerend. Vanaf het moment van je lezing merk ik dat ik in mijn onderwijs creatiever geworden ben. Leukere uitdagender opdrachten, meer plezier, gezelliger en minder gestresst. Ik wilde je dat even laten weten, Hartelijke groeten, Jeanne Willems Pierre van Eijl, lid van de audit-commissie van het Excellentieprogramma van de PABO Edith Stein in Hengelo in 2011.

Voor ons boek over ontwikkeling van professionele excellentie maken we gebruik van een inspirerend voorbeeld van het TOP-programma van de Hogeschool Edith Stein (inmiddels gefuseerd met de Saxionhogeschool) waar Tom Oosterhuis de grondlegger van is. Het door hem ontwikkelde model voor Sociaal Ontwerpend Leren dat daar is toegepast en het e-portfolio mevolution, is daarbij een essentiële ondersteuning. Op die manier leren de studenten met meer vrijheid om te gaan en komen ze stapsgewijs tot meer zelfstandig en creatief studeren. Deze aanpak is -voor zover ik kan beoordelen- uniek en zeer kansrijk te noemen. De verschijning van het boek over ontwikkeling van professionele excellentie is gepland in najaar 2013.

!

Pierre van Eijl Honorair onderzoeker Universiteit Utrecht, senior-adviseur talentontwikkeling en auditor van het Siriusprogramma van het Platform Bèta/Techniek in 2010 en 2011. Auteur van ‘Talent voor morgen’ (Hoger Onderwijs Reeks, Noordhoff-Uitgevers).

5

mevolution: een systeem dat je tot je eigen personal trainer maakt Beste Tom, met deze brief wil ik je bedanken voor het introduceren van het me-volution systeem. Als student heb ik veel baat bij het systeem gehad. Het is voor mij een slimme en efficiĂŤnte manier om mezelf als artiest te verdiepen en te ontwikkelen. In combinatie met de leer- en ontwikkelingslijnen die erbij worden gegeven, daagt het me uit om steeds creatiever aan het werk te gaan. Het laat mij keer op keer analyseren wat ik aan het doen ben. Het is ook een andere manier van naar mezelf kijken in de spiegel. Waardoor bij het eindresultaat alle puzzelstukken bij elkaar komen. Soms zijn de puzzels niet compleet, maar het stimuleert me het de volgende keer dan steeds beter te doen. Kort gezegd, het inspireert me op vele manieren. Ik ben ervan overtuigd dat dit voor elke student een aanrader is. Met een goede begeleiding van de leer- en ontwikkelingslijnen kun je steeds dieper in de stof doordringen. Als een onderwijsinstelling me-volution zou toepassen, zou het een hoop studenten helpen om gemotiveerd te raken in wat voor onderzoek dan ook. Het maakt studenten verantwoordelijk voor hun eigen toekomst. Een systeem dat je tot je eigen personal trainer maakt, waar je met ieder stap die je zet steeds volwassener wordt. Keep up the good work Tom en hopelijk kun je met hier vele onderwijsinstellingen mee bereiken! Vriendelijke groet,

Art Srisayam, danser 4de jaars student aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, afdeling Dans

Igor Byttebier, schrijver van het boek "Creativiteit Hoe? Zo!" over het model en de 12 vermogens van Sociaal Ontwerpen "Dit is het beste model dat ik ooit heb gezien."

6

CV Tom Oosterhuis http://issuu.com/www.me-volution.net/docs/130626_tom_oosterhuis_cv

7

1. OVER DE NOODZAAK TOT SOCIAAL ONTWERPEN IN DE 21STE EEUW

8

INLEIDING "Sociaal Ontwerpend Leren" is een begrip dat voor mij de beste beschrijving is van het nieuwe soort onderwijs dat aansluit bij de behoeften van onze complexe en dynamische samenleving in de 21ste eeuw. We leven in een wereld waarin "veranderen" meer dan ooit het kernbegrip is. Er verandert veel en veranderingen volgen elkaar snel op. Dat maakt de tijd waarin we leven complex en dynamisch. We hebben te maken met allerlei vormen van crisis: van bankencrisis tot klimaatcrisis, van energiecrisis tot gezagscrisis. Er is een enorme spanning tussen individualisme en globalisering, tussen ik-denken en wijdenken. We hebben een onderwijssysteem dat heel geschikt was voor de behoeften van de samenleving in de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw, onderwijs dat kinderen en jongeren vooral leert om zich te schikken in bestaande vastliggende structuren. Het onderwijs van de 21ste eeuw moet kinderen leren om op een creatieve en sociale manier mee te bewegen met onze complexe en dynamische samenleving. Niemand zal een baan voor het leven hebben, beroepen zullen veranderen en verdwijnen. Er zullen nieuwe beroepen ontstaan, die we nu nog niet kennen. Kinderen moeten veel meer dan vroeger het vermogen ontwikkelen om te zien waar hun talentontwikkeling en de behoefte van de samenleving elkaar kruisen, om de eenvoudige reden dat dat kruispunt steeds zal veranderen.

9

Op dit vlak is een wereldwijde beweging aan het ontstaan en ook in Nederland ontstaan steeds meer -maar vaak nog vrij geĂŻsoleerde- initiatieven. Zoals ooit de boekdrukkunst op 6 plekken tegelijk werd uitgevonden, wordt nu op -bij wijze van spreken- 6 honderduizend plekken tegelijk in de wereld dat nieuwe soort onderwijs uitgevonden. Tegelijkertijd leven we in een overgangsperiode waarin je naast nieuw denken ook een verharding van standpunten ziet in wat ik gemakshalve maar even "oud denken" noem. Politici zoeken vooral oplossingen in het licht van economie en technologie, vaak gericht op een korte termijn. Men formuleert de ambitie om tot de top 5 van de kenniseconomieĂŤn te behoren en concludeert dan dat we beter moeten worden in taal en rekenen, waardoor in de praktijk de scholen zich niet meer bezig houden met kinderen de 3 O's bijbrengen: Onderzoeken, Ontwerpen en Ondernemen, vermogens die cruciaal zijn in een kenniseconomie en tegelijkertijd in een wereld vol complexiteit en dynamiek. Onze democratie is verworden tot een mediacratie. Wie het beste scoort in de media krijgt de macht. Maar "de tijd waarin we leven" duiden in oneliners doet de complexiteit schromelijk tekort. Ook een democratie gebaseerd op het winnen van debatten in dit multimediale tijdperk in plaats van gezamenlijk komen tot wijsheid, hoort -wat mij betreft- bij "het oude denken". Volgesn de Vlaamse filosoof Arnold Cornelis is verharding van standpunten een typische eigenschap van een tijd waarin een paradigmashift plaatsvindt.

10

0

11

12

VAN GEHOORZAAMHEID NAAR MEEPRATEN OVER WAAROM EN HOE Voor we kunnen spreken over "Sociaal Ontwerpend Leren", moeten we eerst dieper in gaan op het fenomeen van "het sociale ontwerpproces". De ideale sociale interactie in de 21ste eeuw laat zich het beste beschrijven als een sociaal ontwerpproces. Hieronder een korte samenvatting afkomstig uit mijn boekje "TagME, welke kwaliteiten laat je zien?". Ik begin dit verhaal op microniveau en zoom later uit naar een macroniveau.

13

Vroeger -nog tot zo'n 25 jaar geleden- stond in de opvoeding de waarde "gehoorzaamheid" centraal. Het doel van de opvoeding was dat je leerde om later in de maatschappij te gehoorzamen aan je baas of aan de dominee of als je een vrouw was aan je echtgenoot. Je leerde om te voldoen aan de eisen van een hogere autoriteit en dat was meestal een man. Verder had je meestal ook niet veel te kiezen. "Als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje...," zong Louis Davids in 1935. Dat is in de afgelopen decennia totaal veranderd. Klassenverschillen zijn bijna verdwenen. We zijn veel mondiger geworden. Alle minderheden zijn inmiddels geëmancipeerd of daar al ver in gevorderd. Niemand doet meer klakkeloos wat een ander je opdraagt. Je wilt weten waaròm en je wilt graag meepraten over de manier waaròp. We geven onze kinderen niet langer een bevelsopvoeding maar een onderhandelingsopvoeding.

14

JEZELF STUREN DOOR 4 FASES We zijn welvarender dan ooit en dat betekent dat we op een dag eindeloos veel keuzes moeten maken over wat we aantrekken, wat we eten, welke opleiding we doen, of we bereikbaar willen zijn, welke informatie je met wie wilt delen, hoe we onze relaties willen vormgeven etc. etc. etc.. "Wat ik wil" staat nu centraal, of je wilt of niet...vaak moet je zoveel keuzes maken op een dag dat keuzevrijheid keuzestress wordt. Je mòèt wel eigenwijs zijn en kiezen, anders raak je overspannen van alle informatie die op je afkomt. Vroeger was de opvoeding erop gericht om te doen wat er gezegd werd, om vastliggende regels, stappenplannen en procedures uit te voeren. Nu wordt er steeds vaker van je gevraagd om zèlf te bedenken wàt je wilt en hòè je het wilt aanpakken. Het wordt nu veel meer een ontwerpproces.

15

WAT TREK IK AAN? Dit proces van zelfsturing doorloop je vele malen op een dag. Het begint al bij het aankleden... 1. ZIJN Wie ben ik? Hoe voel ik me: wil ik knallen, wil ik onopvallend de dag door? Wat is de mode en laat ik me daar iets aan gelegen liggen? Waar ga ik heen vandaag? Moet ik op chique of mag het informeel? Wat voor weer is 't? Wat is er schoon? Hoeveel tijd heb ik nog? Dit zijn allemaal typische ZIJNs vragen. De vragen geven het kader aan waarbinnen je gaat ontwerpen. Je kan het ook de verkenningsfase noemen. 2. INSPIRATIE Dan begint het creatieve ontwerpproces. Vooral vrouwen -maar ook steeds meer mannen- halen nu alles uit de kast en proberen voor de spiegel allerlei combinaties uit. De kunst is om uit alle ideeĂŤn te kiezen. Hoe kom je tot een besluit?

16

De kern van de zaak is INSPIRATIE. Je noemt het ook wel de idee-ontwikkelingsfase. 3. ACTIE Nu ga je over tot echte ACTIE. Je trekt je uitgekozen kleren aan. Maar: "Oh jee, die broek zit veel te strak." of "Er zit toch een vetvlek in dat overhemd..." of "Hテゥ die schoenen was ik helemaal vergeten maar die zijn wel zo makkelijk", dus je verandert ter plekke van schoenkeuze. Kortom je voert je plan uit, dealt met tegenslagen en gaat in op de kansen die zich voor doen: de realisatiefase. 4. GROEI Je kijkt in de spiegel en evalueert: "Ik zie er niet uit, maar ze moeten het maar met me doen vandaag..." of "Vandaag ben ik een powerwoman, kom maar op!" of "Twee kilo eraf en ik kan die broek weer aan...aan de lijn dus." of "Morgen even wat vroeger opstaan...". We noemen het ook wel de oogstfase. Het gaat om presenteren, vieren en evalueren. (.......) Zelfsturing als ontwerpproces wordt een sociaal ontwerpproces zodra er anderen bij betrokken raken. De meeste sociale interactie in de 21ste eeuw laat zich beschrijven als een Sociaal Ontwerpproces. We hebben onderzoek gedaan bij verschillende beroepsgroepen zoals reisadviseurs, tramconducteurs, leraren, choreografen en dansers, winkelpersoneel en huisartsen. We zien een vrij radicale transformatie in 25 jaar tijd. Nu volgt het voorbeeld van de huisarts

HET SOCIALE ONTWERPPROCES VAN DE HUISARTS EN HAAR PATIテ起T Het beroep van huisarts heeft een fundamentele verandering ondergaan in 25 jaar tijd. Tegenwoordig ga je naar de huisarts en dan heb je zelf al gegoogled wat je hebt en wat de mogelijke behandeling is. Uit onderzoek blijkt ook dat er een therapieontrouwheid is van tussen 30% en 70%. Vroeger slikte je braaf wat de huisarts je voorschreef, nu moet hij of zij door een relatie met je aan te gaan draagvlak vinden voor een behandeling. We willen serieus genomen worden. Vroeger leerde een arts om zich vooral niet in te leven in de patiテォnt, om zo objectief mogelijk te kunnen kijken. Tegenwoordig mag je je artsexamen alleen doen wanneer je hebt aangetoond over voldoende sociale vaardigheden te beschikken.

17

Zo kan een patiĂŤnt hebben bedacht dat hij een foto wil laten maken van zijn pijnlijke rug. De arts weet in dit voorbeeld dat op de foto weinig te zien zal zijn. Hij staat nu voor een ethisch beroepsdilemma: stel ik de patiĂŤnt tevreden of behartig ik het belang van de maatschappij, die te kampen heeft met explosief stijgende kosten in de gezondheidszorg? Omdat we veel meer kunnen, veel meer weten en veel meer willen dan 25 jaar geleden is er binnen het beroep van arts sprake van veel meer en grotere ethische beroepsdilemma's. Normen voldoen steeds minder, waarden spelen een grotere rol. Normen maken dat het marcheert, normen maken lineaire processen mogelijk. Vanuit waarden moet je gaan ontwerpen, het gaat om circulaire, spiraal processen.

-einde citaat uit het boekje "TagME, welke kwaliteiten laat je zien"-

18

4 NOODZAKEN TOT SOCIAAL ONTWERPEN In een tijd waarin we steeds meer onze eigen autonomie opeisen is het van belang dat we leren om samen chocola te maken van wat jij wilt en van wat ik wil. Dat "samen chocola maken" is ontwerpen, sociaal ontwerpen: samen nieuwe verbanden leggen tussen bestaande ideeĂŤn over de wereld en over elkaar, zodat er nieuwe ideeĂŤn kunnen ontstaan en indien nodig oude kunnen worden vervangen. Je hebt er tenminste inlevingsvermogen en verbeeldingskracht voor nodig. We moeten daarvoor andere structuren in de hersenen ontwikkelen. We moeten onze hersenen leren gebruiken als een improviserende jazzmusicus. Dat we steeds meer onze eigen autonomie opeisen is in feite niets anders dan emancipatie. Naast de invalshoek van de emancipatie zijn er nog drie andere invalshoeken waarmee je betekenis kunt geven aan deze tijd. Daarmee zoomen we flink uit en komen we op het macroniveau van de ontwikkeling van de mensheid. Ze leiden tot 4 noodzaken voor sociaal ontwerpen: 1. GLOBALISERING

Dit ben ik...

19

Door oprakende grondstoffen, de sterk groeiende wereldbevolking en de opkomende economieĂŤn van de BRIC-landen zullen we onze economische en industriĂŤle processen moeten herontwerpen in multidisciplinaire teams: sociaal ontwerpen. 2. INFORMATIEOVERLOAD Om te voorkomen dat wijzelf en met name onze kinderen overprikkeld raken door het dagelijkse multimedia bombardement, zullen we veel beter moeten leren -wat de hersen-wetenschapper noemt- "inhiberen" Latijn voor "tegenhouden" en tegelijkertijd moeten we beter leren om "betekenis te geven": wat laat je toe en wat niet? Dit betekent dat je jezelf beter moet leren kennen om vervolgens vanuit je eigen drive, vanuit je eigen intuĂŻtie of roeping sociaal te ontwerpen.

20

3. EMANCIPATIE Het voorbeeld van de huisarts en zijn patiënt laten zien dat we hogere autoriteiten niet meer zomaar meer accepteren. We willen meepraten over wat en hoe. Er samen chocola van maken: de noodzaak tot sociaal ontwerpen. Dit is een groot verhaal. In feite kun je de hele geschiedenis van de mensheid zien als één grote emancipatie-beweging. Emancipatie: < Latijn emancipare: "zich vrijmaken uit de vaderlijke macht". vrijmaken uit de macht van de natuurkrachten de goden, het magische denken de landeigenaren de slavenhouders de adel de dictator de koloniale overheersers de geestelijkheid de ouders de mannen de elite/hogere autoriteiten het groot kapitaal jou

door door door door door door door door door door door door door

de mens de ratio de horigen de slaven het volk het volk het gekoloniseerde volk de wetenschap de kinderen de vrouwen het volk de burgers mij?

Volgens de Vlaamse filosoof Arnold Cornelis in zijn boek "De Logica van het gevoel", leidt deze emancipatoire ontwikkeling tot een nieuwe stabiliteitslaag in de cultuur, die van de communicatieve zelfsturing. Hij zegt ook dat de transitiefase, de paradigmashift waarin we ons nu bevinden gepaard gaat met een catharsis. Zie ook de afbeelding op blz. 9.

21

4. LEVENLANG LEREN Sociaal ontwerpen is in wezen een leerproces. Je nam jezelf iets voor, stemde dat af met anderen en kwam door een sociaal ontwerpproces tot een resultaat. Wat heb je geleerd van het resultaat? Een reflectie aan de hand van feedback is de motor van succesvolle sociale interactie in de 21ste eeuw. Daarmee is sociaal ontwerpen per definitie sociaal ontwerpend leren. Omdat beroepen veranderen, verdwijnen en er nieuwe zullen ontstaan zal levenlang sociaal ontwerpend leren ons leven gaan inkleuren.

22

23

2. SOCIAAL ONTWERPEND LEREN IMPLEMENTEREN

24

INLEIDING Onderwijs in de 21ste eeuw moet in de kern gaan over leren deelnemen aan sociale ontwerpprocessen: Sociaal Ontwerpend Leren. Je kunt er op meer manieren vorm aan geven. Zoals ik al zei wordt deze "nieuwe boekdrukkunst" op veel plekken tegelijk uitgevonden. Ik beperk me nu tot de door mij -in samenwerking met anderen- ontwikkelde MeVOLUTION-aanpak. Wij staan weer op de schouders van vooral Alex van Emst (voormalig directeur van het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum) en zijn "natuurlijk leren"-aanpak. Met hem hebben we gedurende 4 jaar samengewerkt op het Friesland College, een MBO-school in Leeuwarden en Heerenveen met zo'n 18.000 studenten. We voerden daar pilots uit op 10 verschillende beroepsopleidingen. Succeservaringen met de MeVOLUTION-aanpak van de laatste jaren zijn: het excellentieprogramma van de Saxion PABO in Hengelo en de JMD-opleiding (bachelor dans) van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Over deze laatste opleiding heb ik een documentaire gemaakt. Je vindt die hier

https://vimeo.com/68997331

25

HET IMPLEMENTATIEPROCES VAN DE MEVOLUTION-AANPAK BINNEN EEN BESTAANDE ONDERWIJSORGANISATIE Ik schets nu een grote lijn van wat de MeVOLUTION-aanpak inhoudt en hoe je die implementeert in een bestaande onderwijsorganisatie. Ik beperk me tot een grote lijn omdat elke situatie vraagt om zijn eigen karakteristieke vorm en inhoud en om zijn eigen implementatie-aanpak. Ik gebruik "implementeren" hier in deze betekenis:

Het totale proces van het voornemen om je onderwijs op een andere leest te gaan schoeien tot het duurzaam verankeren, het borgen van de resultaten in de organisatie. Ook de begrippen "ontwerpen" en "innovatie" komen aan de orde en zijn voor verschillende uitleg vatbaar. Ik gebruik ze hier met deze betekenis:

ontwerpen: voor de ontwerper nieuwe verbanden leggen tussen bestaande ideeĂŤn. innovatie: een voor de innoverende nieuw proces of product implementeren in een bestaande organisatie. Niet alles wat er tijdens het implementatie-traject plaatstvindt hoeft innovatief te zijn. Het kan ook deels een herschikking zijn van het bestaande of een voortborduren op. Tegelijkertijd kan het voor mij gesneden koek zijn, maar voor jou werkelijk innovatief en omgekeerd.

26

Sociaal Ontwerpend Leren op de MeVOLUTION-manier betekent dat de student

leert om met een voorgenomen leerdoel de 4 fases te doorlopen van een ontwerpproces. Hij doet dat in samenwerking met anderen, zodat het proces de structuur krijgt van een sociaal ontwerpproces. Zie model op blz. 24. Deze 4 fasen processtructuur is niet bedoeld als een dwingend stappenplan. Je kunt in elke fase beginnen, voor en achteruit bewegen, kriskras door fases heen, maar om tot een eindproduct te komen heb je uiteindelijk activiteiten verricht in elke fase. Dit sociale ontwerpproces van de student kun je ook benoemen als zelfsturing in eigen leren en ontwikkelen. Dat is op zichzelf iets dat je moet leren: leren leren. Kunnen reflecteren op basis van feedback is daarvoor de motor. De student leert dit vooral door open opdrachten te vervullen, die zich zoveel mogelijk afspelen in de reĂŤle context van het beroep. Keuzevrijheid is essentieel, zowel bij de te kiezen opdrachten als binnen de opdrachten zelf. Hieronder is het verschil weergegeven tussen gesloten en open opdrachten. Bij een gesloten opdracht is er een stappenplan en ligt de uitkomst bij voorbaat vast. Er is dan niet sprake van een idee-ontwikkelings-fase. Er is ook veel minder sprake van eigenaarschap.

27

28

ZIN EN HERKOMST VAN HET MODEL Je ziet dat ik een model gebruik om het sociale ontwerpproces in beeld te brengen. Ik heb gemerkt dat dit model herkend wordt door alle beroepgroepen die we hebben geĂŻnterviewd: reisadviseurs, tramconducteurs, leraren, choreografen en dansers, winkelpersoneel en huisartsen. Mijn hypothese is dat dit model het beste beschrijft hoe we met elkaar om zouden moeten leren gaan, op kleine schaal zoals bij de huisarts of in de tram maar ook op grotere schaal bij het besturen van onze samenleving. Er ontstaat dan een andere vorm van democratie: demoSocratie. Dat onderwerp laat ik hier buiten beschouwing. Maar om die reden zou het model centraal moeten staan in opvoeding en onderwijs. Een model is van belang om een proces te doorgronden. Het geeft je ook de mogelijkheid om het proces te verbeteren. Tegelijkertijd kent elk model zijn beperkingen. Je slaat er toch de werkelijkheid enigszins mee plat. Het is een instrument en geen doel op zichzelf. Laten we vooral geen hamer gaan aanbidden, maar hem gebruiken om spijkers mee in de muur te slaan. Ik heb het model ontleend aan het standaardmodel voor technische probleemoplossing dat ondermeer gebruikt wordt bij de opleiding Werktuigbouwkunde.

Er bestaan vele modellen in een cirkel. Denk aan "plan, do, check, act" etc. Dit model onderscheidt zich van de meeste andere procescirkels -zoals de PDCA-cirkel, omdat het expliciet een idee-ontwikkelingsfase onderscheidt. Dat is nodig omdat het hier gaat over het oplossen van problemen waar logisch denken -een abcâ&#x20AC;&#x2122;tje- niet voldoet, maar waarbij je op zoek bent naar een inzicht,

29

een eureka-moment of Aha-erlebnis. Dat vraagt om een associatieve manier van denken, het omgekeerde van logisch denken in een stappenplan. Zie ook blz.41 Toegift: improviserende jazzmusici, het sociale ontwerpproces en de werking van de hersenen. De vertaalslag van dit model over technisch-probleem-oplossen naar een model voor zelfsturend leren in samenwerking met anderen vraagt twee ingrepen, één in de "blauwe fase" en één in de "groene fase". Wanneer je jezelf stuurt in je eigen leren moet je leren dealen met "weten wat je niet weet". "Ik wil een leerstap zetten en hoe pak ik dat aan?" In het meer traditionele onderwijs bepaalt de leraar welke stap je moet zetten en hoe je dat moet doen. Bij "sociaal ontwerpend leren" gaat het in de eerste plaats om het ontwikkelen van eigenaarschap. "ìk wil iets leren". Dat is de blauwe fase: wie ben ik, waar sta ik in mijn ontwikkeling, wat wil ik?". Dat vraagt om te beginnen een andere attitude dan "Ik doe gewoon wat me gezegd wordt." of "Ik doe er alles aan om er mee weg te komen." Dus van een technische probleemstelling wordt het een persoonlijke probleemstelling en de kunst van de docent is om dat proces te begeleiden. In het meer traditionele onderwijs reikt de docent daarna een stappenplan aan en de kennisbron waaruit geput dient te worden. Door die werkwijze wordt er een belangrijk deel van de hersenen niet ontwikkeld, namelijk dat deel dat nodig is voor zelfsturing en probleemoplossend vermogen. Naast het vermogen om contact te maken met jezelf, het vermogen om te reflecteren, zijn ook andere denktechnieken nodig, namelijk die van divergeren en convergeren. Daarom is het goed om een model te hebben dat die andere manier van denken onderscheidt: de ideeontwikkelingsfase. Graag citeer ik hier natuurlijk de autoriteit der autoriteiten Einstein: "Logic will get you from A to B. Imagination will take you everywhere." Inlevingsvermogen en verbeeldingskracht moet je ontwikkelen om om te kunnen gaan met "weten wat je niet weet". In het sociale ontwerpproces verandert het model van "iets technisch" naar "iets persoonlijks" en ook naar "iets sociaals". Het meer traditionele onderwijs noemt "afkijken" wat binnen sociaal ontwerpend leren "samenwerken" heet. Je leert er van en met elkaar, iedereen leert, ook de docent. De leraar is hier degene die het meeste verstand heeft van leren. We vormen een lerende, zelfs een creërende gemeenschap: a creating community. Daarin is rolmodelschap van de docent van groter belang geworden. Het droste-effect speelt een grote rol: practice what you teach. De HR-cyclus van de docent (vreselijke naam, beter is iets als Talent Development Cyclus) zou hetzelfde transparante karakter moeten hebben als het leerproces van de studenten. Sommigen worden bang van dit model omdat men vreest voor het verdwijnen van spontaniteit. Misschien helpt het je je te realiseren dat leren om te functioneren in het sociale verkeer net zoiets is als het halen van je rijbewijs: in het begin moet je over alles nadenken: schakelen, koppelen, remmen, sturen, opletten, maar op zeker

30

moment heb je al die handelingen met elkaar ge誰ntegreerd en geautomatiseerd. Het gaat in dit geval om een nieuwe manier van automatiseren, een die past bij de 21ste eeuw en die tegelijkertijd staat voor oeroude waarden van liefde en respect of zoals de filosoof Plato het noemt: "Het goede, het ware en het schone."

HOE OPEN KUNNEN OPDRACHTEN ZIJN? Er is pas ruimte als er muren zijn. De MeVOLUTION-aanpak staat niet voor totale vrijheid en grenzeloze openheid van opdrachten. De complexiteit van de open opdrachten hangt af van de ontwikkelingsfase van de leerlingen of studenten en neemt toe in de loop van een opleiding. Het gaat uitdrukkelijk niet om een ontwikkeling van gesloten naar open opdrachten, maar om een van minder naar meer complex! Denk aan de complexiteit van meer betrokkenen of aan meer disciplines tegelijkertijd. En er is ook zoiets als kennisoverdracht/theorie en vaardigheidstraining. Hieronder het voorbeeld van de Jazz- en Musicaldans Opleiding van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Weergegeven in het schema zijn de 3 periodes waarin een studiejaar is ingedeeld. In de morgen is er altijd verplichte techniek-training en zijn er theorie-colleges. In de middag- en avond (ja, er wordt daar hard gewerkt....) zijn de open opdrachten, hier "prestaties" genoemd. Na 6 weken moeten de studenten de resultaten van de open opdrachten opleveren. Er is dus wel degelijk een structuur, maar die is minder in de lesinhoud en veel meer in de tijd.

31

In dit voorbeeld werken de studenten ook vaak in de avonduren. Dat heeft alleen met het beroep te maken. De ervaring leert dat de MeVOLUTION-aanpak van studenten dezelfde studietijd vraagt als het oude systeem en ook het aantal FTE's van de docenten blijft gelijk. Je roostert alleen op een andere manier. Voor een deel is er een vast aanbod van colleges en workshops, voor een deel is er een flexibele schil waarbinnen op aanvraag colleges, workshops en coaching on the job kunnen plaatsvinden verzorgd door vakspecialisten. Om te komen tot verdieping van kennis, vaardigheden en beroepshouding, heeft de student gemakkelijk toegang tot bronnen. Dit kunnen boeken zijn, nieuwe media via het internet, een netwerk van deskundigen en studenten onder elkaar: peercoaching. De student toont zelf aan waar hij staat in zijn ontwikkeling door middel van leer/ ontwikkel bewijzen in het MeVOLUTION e-portfolio tot stand gekomen via reflectie en feedback. Om te kunnen aantonen waar je staat in je ontwikkeling is er een sturingsinstrument of leer-referentiekader. Dit is een beschrijving/verbeelding van het expertniveau van een beginnend beroepsbeoefenaar in een taal die toegankelijk is voor de student en waar hij zich aan kan meten. Hier vind je twee voorbeelden. Het leerreferentiekader van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, opleiding Jazz- en Musicaldans: http://www.me-volution.net/competenties/?opleiding=jmd&pad= Het leerreferentiekader van de opleiding Creative Technology van de Universiteit Twente: http://www.me-volution.net/competenties/?opleiding=create&pad= Er is een knip in de opleiding: beoordeling om te leren, beoordeling om te kwalificeren. Beoordelen om te leren vindt plaats in het bovenbeschreven proces. De student stelt samen met zijn coach/tutor/mentor vast of hij klaar is voor kwalificatie: het verzilveren. Beoordelen om te kwalificeren gebeurt deels door middel van een proeve van bekwaamheid of meesterproef aan de hand van een presentatie-portfolio waarbij de beoordeling plaats vindt door een panel van deskundigen en deels door het behalen van een bepaalde toetsen. zie http://www.mevolution.net en bekijk dan de filmpjes bij het tabblad "over MeVOLUTION". Zie ook weer de documentaire over de Jazz- en Musicaldans Opleiding van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten: https://vimeo.com/68997331

32

Om studenten te ondersteunen bij het ontwikkelen van hun vermogen tot zelfsturing maken we gebruik van de 12 vermogens van sociaal ontwerpen.

Voor een uitgebreidere beschrijving van de 12 vermogens van sociaal ontwerpen klik op de link: http://issuu.com/www.me-volution.net/docs/de_12_vermogens_van_sociaal_ontwerpen

33

En dan tot slot iets over de begeleidingsstructuur. Voor de begeleiding van dit proces van leren en ontwikkelen is het essentieel dat elke student een individuele coach/tutor/mentor heeft. Deze volgt de student over een langere periode in zijn leer- en ontwikkel-traject. Daarnaast is er van tijd tot tijd coaching nodig op de groepsprocessen binnen de open opdrachten. En zijn er met name voor de eerstejaars studenten leren-leren workshops. Dit alles is mogelijk binnen de bestaande FTE's, maar je vult die in op basis van andere keuzes.

HET BEGELEIDEN VAN DE CATHARSIS Op blz. 9 en blz. 20 sprak ik over de transitiefase waarin we als mensheid verkeren. Ik citeerde de Vlaamse filosoof Arnold Cornelis die het huidige tijdgewricht beschrijft als overgangsfase van de ene "stabiliteitslaag van de cultuur naar de andere": van het tijdperk van "de sociale regelsystemen" naar het tijdperk van "de communicatieve zelfsturing". Volgens Cornelis gaat zo'n overgang gepaard met een catharsis, een zuivering van emoties. Deze overgang zie je ook in werking bij de meeste studenten die van het ene onderwijssysteem overgaan naar het andere. Aanvankelijk zijn ze -net als wij allemaal- opgevoed om te functioneren binnen de sociale regelsystemen van een onderwijssysteem, nu worden ze terug geworpen op zichzelf en op elkaar. Het is een mentaliteitsverandering van een consumentistische houding naar een ondernemende. Vaak weten ze niet waar ze dat zoeken moeten. Dit proces kan gepaard gaan met heftige emoties en dat is een goede zaak. Belangrijk is het om dan niet te gaan pamperen, confronterend coachen is hier wellicht dan meer op z'n plaats. Dit kan overigens ook gelden voor de andere stakeholders. Het is vaak niet eenvoudig om werkelijk te vertrouwen op de intrinsieke motivatie van studenten. Het gaat om de overgang van een systeem gebaseerd op wàntrouwen naar een systeem gebaseerd op vèrtrouwen. Dit catharsis-proces begeleiden vormt de kern van de begeleidingsaanpak.

34

Om de MeVOLUTION-aanpak te implementeren moeten er dus door de opleiding

3 soorten activiteiten worden onderscheiden. Bestaan die nog niet dan moeten ze worden ontworpen. Er hoort ook een instrumentarium bij waarvoor hetzelfde geldt. Ik som hieronder op waar je dan zoal aan moet denken. Dit zijn typisch zaken die op maat van een opleiding moeten worden vastgesteld. 1. EEN BEGELEIDINGSSTRUCTUUR • een aanpak o.g.v. coaching, individueel en als groep • leren-leren workshops • een leerreferentiekader • een programma van toetsen en beoordelen: denk aan een proeve van bekwaamheid en theorie-toetsen Hier kan een behoefte ontstaan aan bijscholing o.g.v. individuele en groepscoaching, confronterend coachen, levenslijncoachen, didactiek die gebruik maakt van peercoaching e.d..

35

2. SOCIAAL ONTWERPEN IN DE BEROEPSPRAKTIJK Het formuleren van het soort open opdrachten. Hoe kun je het werkveld erbij betrekken, zodat de opdrachten levensecht worden? Welke eisen stel je bijvoorbeeld aan de theoretische onderbouwing? 3. INSPIRATIEBRONNEN techniektraining, theorie Het volgende voorbeeld is afkomstig van de opleiding Verpleging op het ROC van Amsterdam, waar Gerleen Balstra opleidingsmanager was in de periode 2003-2009

de rekentoets Een verpleegkundige in het ziekenhuis moet kunnen rekenen. Een patiÍnt moet 10% meer zuurstof krijgen toegediend of de vloeistof in een infuus moet een bepaalde verdunningsgraad hebben enz.. Verpleegkunde studenten mogen pas stagelopen in een ziekenhuis wanneer ze een voldoende hebben gehaald voor de rekentoets. Dat was voor deze niveau 4 cursisten vaak een lastig te nemen barrière. Cursisten waren vaak ook weinig gemotiveerd. De rekentoets toetste basisrekenvaardigheden op een abstracte wijze: breuken, gewichten, inhouden, procenten. In de onderwijskunde kennen we het probleem van de transfer. In hoeverre garandeert een 7 -een ruim voldoende- voor een rekentoets op papier dat iemand in de praktijk van het ziekenhuis geen rekenfouten maakt? Blijkbaar mag je 3 van de 10 keer een fout maken in de toets, maar met 3 afmeetfouten in het ziekenhuis zijn mensenlevens gemoeid. En garandeert een 10 op papier dan ook een 10 in de praktijk? Docenten maakten een herontwerp van de rekentoets: het werd een rekenpracticum met echte apparaten en poppen als proefpersoon. Je mag de toets zovaak doen als je wilt, maar je moet de toets uiteindelijk foutloos kunnen maken. De motivatie om de toets te halen ging met sprongen omhoog en er werd een belangrijke bijdrage geleverd aan het slechten van de tranfer-problematiek. Dit voorbeeld stelt ons 3 vragen: 1. Welke vaardigheden en kennis zijn voorwaardelijk voor een opleiding om in de beroepspraktijk ervaring te kunnen opdoen? 2. Hoe pak je de transfer problematiek aan? 3. Hoe zorg je dat kennis en vaardigheidstraining betekenisvol wordt voor de student? Kortom hoe zorg je ervoor dat de 3 soorten activiteiten "Begeleiding", "Sociaal ontwerpen in de beroepspraktijk" en "Inspiratiebronnen" effectief op elkaar ingrijpen?

36

Bij het herontwerpen van een opleiding naar de MeVOLUTION-aanpak moet het bestaande theorie-aanbod meestal worden ingedikt. Immers je moet tijd maken voor de open opdrachten en voor de begeleiding. Bepaal als opleiding wat je echt voorwaardelijke fundamentele kennis en vaardigheden vindt. Vaak zijn curricula op dit vlak vrij willekeurig opgebouwd. Als na kritische beschouwing blijkt dat de volgorde er niet toe doet, laat die dan los. Een ideaal theorie-aanbod bestaat uit: Colleges waarin introducerende grote lijnen worden behandeld. De structuur van de kennis moet vooral aan de orde komen met hier en daar een voorbeeld dat tot de verbeelding spreekt en het kennisnetwerk moet worden blootgelegd: Hoe organiseert de beroepsgroep haar kennisontwikkeling? denk aan: vakliteratuur, congressen, kenniscentra. Zorg dat de studenten zoektermen krijgen aangereikt, vakjargon om op verder te zoeken. Help studenten met te weten komen wat ze niet weten. Dit vraagt om het aanspreken en ontwikkelen van metacognitieve vaardigheden. Er moet gemakkelijk toegang zijn tot kennisbronnen, liefst zoveel mogelijk "tijd en plaats ongebonden" bronnen via het internet. Denk aan het razend snel opkomende fenomeen van zogenaamde moocs (Massive open online course). Maak er zelf een. http://nl.wikipedia.org/wiki/Massive_open_online_course Doe op gebied van vaardigheidstraining dezelfde denkexercitie. EEN RITME VAN ONDERWIJSACTIVITEITEN De optelsom van alle keuzes hierboven leidt tot een ritme van onderwijsactiviteiten, die per studiefase kan verschillen. Bij eerstejaars studenten is bijvoorbeeld meer tijd nodig voor begeleiding dan bij oudere jaars, omdat ze nog moeten leren leren.

37

OVERZICHT VAN HET TOTALE IMPLEMENTATIE PROCES Tot zover heb ik een beschrijving gegeven van de ontwerpfase. Er gaat een fase aan voor- en achteraf. Uiteraard zie ik het implementeren van de MeVOLUTIONaanpak als sociaal ontwerpproces en hieronder heb ik dat verbeeld. Bekijk ook het verband met de afbeelding voor kinderen op blz. 10.

38

WAT WIJ KUNNEN BETEKENEN De aanpak waar wij altijd voor kiezen is: vorm met elkaar een ontwerpteam van vooroplopers/kartrekkers en vorm een klankbordgroep waarin zoveel mogelijk stake-holders zitting hebben. Afhankelijk van het aanwezige talent en inzetbaarheid kun je ons inhuren voor de volgende taken en rollen: • adviseur/coach van de projectleider gedurende de totale implementatie • leider van het ontwerpteam • coach on the job van de teamleden al dan niet met gebruikmaking van video • inspirator van de stakeholders door lezingen en workshops • adviseur op het gebied van digitale didactiek in contact met o.a. systeembeheer • het vastleggen en overdraagbaar maken van het programma in video, beeld en woord Meer informatie via Tom Oosterhuis tom@me-volution.net +31 6 2 951 6 941

Gerleen Balstra gerleen@me-volution.net +31 6 535 96 711

39

40

3. TOEGIFT: IMPROVISERENDE JAZZMUSICI, HET SOCIALE ONTWERPPROCES EN DE WERKING VAN DE HERSENEN

41

Op blz. 18 schreef ik: "We moeten onze hersenen leren gebruiken als een improviserende jazzmusicus." Dat kun je opvatten als metafoor, maar mijn hypothese is dat we dat letterlijk zouden moeten doen. Ik zou graag mijn hypothese willen delen over hoe onze hersenen werken, wanneer we deelnemen aan een succesvol sociaal ontwerpproces. Knowhow over de werking van de hersenen is van groot belang voor succesvol onderwijs, voor succesvol levenlang leren. Vanuit het gezichtspunt van de hersenen komt mooi bloot komt te liggen, hoe we op dit onderwerp- in het onderwijs iets fundamenteel anders zouden moeten doen. En er zijn ook al scholen waar dit serieus vorm krijgt. Dankzij het beschikbaar komen van nieuwe technologie zijn we de laatste 10 jaar veel beter in staat om onze hersenen te onderzoeken. Toch is het onderzoeken van zoiets als een sociaal ontwerpproces praktisch erg lastig. De benodigde apparatuur is weinig ambulant. We moeten het doen met het combineren van deelonderzoeken. Mijn hypothese baseer ik op een aantal onderzoeken waarover ik las en waarover ik een aantal wetenschappers zelf heb geraadpleegd.i Het vraagt om verdere literatuurstudie en die zou ik graag laten verrichten in het kader van dit boek. Prof.dr. Erik Scherder, als neuropsycholoog verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam heeft me aangeboden deze literatuurstudie samen met mij te doen. Wanneer mijn hypothese verder zou worden bevestigd, vormt het een waardevolle onderbouwing van de onderwijskundige aanpak die we in de afgelopen 14 jaar hebben ontwikkeld: Sociaal Ontwerpend Leren. Dit is mijn hypothese: Een jazz-musicus die improviseert samen met andere musici maakt gebruik van precies dezelfde hersenstructuren als iemand die deelneemt aan wat voor soort sociaal ontwerpproces dan ook. Definitie van een sociaal ontwerpproces: het ontwerpen in een team van een product, een dienst of van een manier om de sociale ruimte te delen waarbij we onze waarden ontdekken en verkennen hoe we die kunnen delen, met inzet van ieders talenten en kwaliteiten en met de mogelijkheid om die te ontwikkelen met als doel de wereld mooier te maken voor iedereen. Het is een proces waarbinnen er nieuwe verbanden gelegd worden tussen bestaande ideeĂŤn.

42

Ik ga proberen om aan te tonen dat we onze hersenen in beide situaties op dezelfde manier gebruiken. Als dat waar is, kunnen we misschien ook wat leren van de opleiding tot jazzmusicus om te leren hoe we het beste kunnen leren om deel te nemen aan sociale ontwerpprocessen. Hierboven zie je de hersenen van een jazzmusicus. Een jazzmusicus is getraind om ter plekke muziek te improviseren in samenwerking met andere musici. Op basis van wat basale afspraken speelt iedereen waar hij zin in heeft. Men speelt samen terwijl ze elkaars muziek nog nooit hebben gehoord, want die wordt voor het eerst -ook voor de musicus zelf- ten gehore gebracht. Alle betrokken musici zijn zelf ook enorm benieuwd hoe het gaat klinken. Charles Limb, neurowetenschapper aan de Johns Hopkins University in de USA en Aaron Berkowitz en Daniel Ansari, neurowetenschappers aan de Harvard University in de USA deden aanvullend aan elkaar onderzoek naar de werking van de hersenen van een improviserende jazzmusicus.ii Wanneer je de twee onderzoeken bundelt, zie je dit proces: Het begint met een uitbarsting van activiteit in de mediale prefrontale cortex, een gebied aan de voorkant van de hersenen dat nauw gerelateerd is aan zelfexpressie. Neurowetenschapper Limb noemt dit het "centrum van de autobiografie" in de hersenen. De betekenis hiervan kan zijn dat hier het "persoonlijke smaak-of stijlcentrum" van de musicus wordt geactiveerd: "Wat vind ik mooi, wat daagt me uit, wat past bij mij, waar heb ik zin in?" Tegelijkertijd zagen de onderzoekers een

43

grote verandering plaatsvinden in de DLPFC, het gebied van de impulscontrole, het beheersen van opwellingen. Deze wordt acuut door de improviserende musicus gedeactiveerd! Dat is opmerkelijk in het licht van mijn pleidooi voor het voorkomen van informatieoverload, namelijk het daartoe trainen van impulscontrole. Tenminste voor de jazzmusicus -levend in een tijd van continu dreigende informatieoverloadis het van belang om die impulscontrole aan maar dus ook uit te kunnen zetten. Dat betekent niet dat de jazzmusicus zich nergens meer iets van aantrekt. Het gaat hier om een prachtige paradox: je concentreren op ongeconcentreerd zijn.

De Harvard onderzoekers zagen een piek in de activiteit van de inferieure frontale gyrus, die geassocieerd wordt met taal en spraakproductie en die gesitueerd is in de linkerhersenhelft (op voorwaarde dat je rechtshandig bent). De onderzoekers betogen dat improviserende musici dezelfde geestelijke spieren gebruiken als voor het bedenken van een volzin. De jazzmusicus speelt nooit zomaar wat. Hij heeft jaren lang gestudeerd om z'n instrument te beheersen en om een muzikale woordenschat te ontwikkelen. Uren en uren heeft hij loopjes geoefend, toonladders, akkoorden. Ik noem dit het automatiseren van basisvaardigheden, het aanleren en onderhouden van routines. Vergelijk dit met het opzeggen van tafels of het uit je hoofd leren van woorden en uitdrukkingen in een buitenlandse taal.

44

Wat de jazzmusicus vervolgens doet tijdens een improvisatie, is ontwerpen: nieuwe verbanden leggen tussen de bestaande ideeĂŤn die gevormd worden door zijn muzikale woordenschat. Mark Beeman, Associate Professor of Psychology binnen het Cognitive Neuroscience Program van de Northwestern University, USA, doet sinds de jaren 90 onderzoek naar het ontstaan van inzicht momenten in de hersenen. Een inzichtmoment is nodig voor het oplossen van problemen waar logisch denken tekort schiet. Dit raadsel is daarvan een voorbeeld:

"Er is een grote omgekeerde stalen piramide, perfect in evenwicht op de punt, eronder ligt een biljet van 100 dollar. Hoe verwijder je het biljet zonder de piramide te laten bewegen?" Bij proefpersonen vindt altijd eerst activiteit plaats in de linkerhersenhelft. Dan ontstaat er frustratie omdat ze er met logisch denken niet uit komen. Wanneer ze dan plotseling de oplossing vinden, vindt er hersenactiviteit plaats in de rechterhersenhelft. Er gaat bijna letterlijk een lampje branden in de voorste superieure temporale gyrus. Het antwoord is overigens: "Verbrand het biljet."iii Deze en verschillende andere onderzoeken van vergelijkbare aard tonen aan dat "nieuwe verbindingen maken tussen bestaande ideeĂŤn" plaatsvindt in de rechterhersenhelft. Het gaat dus hier om wat Einstein bedoelde met imagination: "Logic will get you from A to B. Imagination will take you everywhere."

45

Voor de improviserende jazzmusicus geldt dus ook dat de linker en de rechter hersenhelft nauw moeten gaan samenwerken en dat kan alleen wanneer de impulscontrole wordt uitgeschakeld. Daarnaast moet de musicus zich letterlijk en figuurlijk afstemmen op zijn medemusici. Dus naast verbeeldingskracht gaat het om inlevingsvermogen. Als ervaren ontwerper en improvisator ken ik de gouden regel van het improviseren: accepteer altijd eerst wholeheartedly waar een ander mee komt. Werk met wat iemand inbrengt. Doe je dat niet dan stokt het proces. Stel je voor dat je twee improviserende acteurs hebt en de een zegt: "GAPEND Het is al laat ik ga slapen." En de ander zegt: "ZICH UITREKKEND Het is nog lekker vroeg, dus ik ga even een uurtje joggen." Dan ontstaat er geen verbinding tussen de twee ideeĂŤn en het verhaal stokt. Dus de gouden regel is: "Werk -met elkaar- een ingebracht idee helemaal uit." Het gaat om het inzetten van de kernkwaliteiten: inlevingsvermogen, verbeeldingskracht, besluiten en doorzettingsvermogen. Tijdens de improvisatie vindt ook het proces plaats van evalueren: " Ben ik goed bezig, zijn de anderen goed bezig, wat zijn de creatieve vondsten? Dan moeten we daar op door improviseren..." Kernkwaliteiten: reflectief, kritisch en vooral ook genieten. Al deze processen worden aangestuurd door de prefrontale cortex.

46

Ik geef het proces weer in onderstaand model. Ik heb de fases gedraaid om aan te geven dat er continu sturing plaatsvindt vanuit de blauwe fase. De fases spelen zich -in feite- gelijktijdig af. De tijd is verdwenen. Er is nog alleen ruimte in het hier en nu. Het jazzkwartet is in een flow geraakt en de kans is groot dat het publiek in een trance is geraakt.

47

Ik kan me voorstellen dat de beschrijving van een muzikale flow waarin alles vanzelf gaat, in een model enigszins geforceerd overkomt. In het onderwijs gebruik je een model om aspecten te kunnen onderscheiden, zodat je het leren daar op kunt focussen. Zoals ik in mijn inleiding al zei is het voor het sociale ontwerpproces belangrijk om een model te hebben dat de fase onderscheidt van de ideeontwikkeling. En zoals we gezien hebben, is daar reden toe omdat het hier gaat om een andersoortig proces in de hersenen. Tegelijk met de improviserende werden ook de hersenen gemonitord van een musicus die van blad speelt. Van uitzetten van de impulscontrole en van activiteit in de rechter hersenhelft is hier geen sprake. Ik wil hiermee geen pleitbezorger zijn voor het afschaffen van klassieke muziek, in tegendeel! Net zo min wil ik hier een pleidooi houden om allemaal jazz te gaan spelen. Hoewel dat helemaal geen kwaad kan. Maar deze beschrijving is bedoeld als een metafoor om van te leren. In het jargon van de creatief denktechnieken noemen we dit een resociatie oefeningiv. Je projecteert de eigenschappen van de ene situatie in de andere om te kijken of je zo tot nieuwe inzichten -nieuwe verbanden tussen bestaande ideeĂŤn- kunt komen.

48

de jazzmusicus als sociaal ontwerper -beheerst zijn instrument tot in de puntjes. -heeft een grote muzikale woordenschat ontwikkeld. Hier gaat het om het automatiseren van basisvaardigheden, het aanleren en onderhouden van routines.

Tijdens het improviseren zet hij deze kernkwaliteiten in: introspectie, inlevingsvermogen, verbeeldingskracht, besluiten, doorzettingsvermogen, reflectief, kritisch, genieten. Beschreven als proces in de hersenen heeft hij het vermogen om vanuit zijn prefrontale cortex -zijn biografische centrum- te sturen, waarbij hij flexibel om kan gaan met het gebied in de DLPFC verantwoordelijk voor impulscontrole. Hierdoor laat hij de linker en de rechter hersenhelft samen werken bij het leggen van nieuwe verbanden tussen bestaande ideeĂŤn in een continu spiraLeerproces.

de mens in de 21ste eeuw als sociaal ontwerper heeft een stevige basis gelegd door het automatiseren van basisvaardigheden, het aanleren en onderhouden van routines. Dat zijn de context- of vakspecifieke competenties.

Tijdens het sociale ontwerpproces -dat wordt ingekleurd door de context of het vakgebied- zet hij deze kernkwaliteiten in: introspectie, inlevingsvermogen, verbeeldingskracht, besluiten, doorzettingsvermogen, reflectief, kritisch, genieten. Beschreven als proces in de hersenen heeft hij het vermogen om vanuit zijn prefrontale cortex -zijn biografische centrum- te sturen, waarbij hij flexibel om kan gaan met het gebied in de DLPFC verantwoordelijk voor impulscontrole. Hierdoor laat hij de linker en de rechter hersenhelft samen werken bij het leggen van nieuwe verbanden tussen bestaande ideeĂŤn in een continu spiraLeerproces.

49

NOTEN "Imagine, hoe creativiteit werkt", Johan Lehrer; interviews met de hoogleraren neuropsychologie dr.Erik Scherder (Vrije universiteit van Amsterdam) in 2012 en dr. Margriet Sitskoorn (universiteit van Tilburg) in 2008, "The Brain Book", Rita Carter e.a.

i

Anekdote ontleend aan "Imagine, hoe creativiteit werkt" van Jonah Lehrer blz 110-114. Hij doet de onderstaande twee literatuurverwijzingen:

ii

"Charles Limb, een neurowetenschapper": Charles Limb en Allen Brown, "Neural Substrates of Spontaneous Musical Performance," PLoS ONE 3 (2008); ei679.doi:10.1371/journal.pone0001679. "Dat was de vraag." Generation of Novel Motor Sequences: The Neural Correlates of Musical Improvisation," Neuroimage 41 (2008): 535-43. iii

uit "Imagine, hoe creativiteit werkt", Johan Lehrer blz 24 en verder.

iv

zie "Creativiteit Hoe ZO!" van Igor Byttebier

50


mevolution, een introductie