Issuu on Google+

Inhoud

3 5 6 8 12 17 18 19 26 28 33 34 36 37 40 41 44

D E SOEFIgedachte

december 2011

Ten geleide Wat houdt soefisme in? Hidayat Inayat-Khan Het begrip ‘Verlosser’ in het universeel soefisme Ameen Carp Enkele gedachten over het innerlijke pad Kadir Troelstra De Bahai traditie Amir Smits Gebed bij een kaars Jos Schoenmakers Wat kunnen wij doen voor de boodschap Hidaya Inayat-Khan Honderd jaar muziek van de soefi boodschap Alim Vosteen Wat de aanroep oproept Kariem Maas Spirtuele intelligentie Jaap Dekker In memoriam Flirten met God Zubin van den Besselaar Het begon zo Nuria Snijders Over boeken en beelden Gebeurtenissen Informatie over de Soefi Beweging Informatie over Soefi Contact

De Soefi-gedachte is een gezamenlijke uitgave van Soefi Beweging Nederland en Vereniging Soefi-Contact en heeft tot doel het verspreiden van het gedachtengoed van Hazrat Inayat Khan.

1

COLOFON de Soefi-gedachte 65e jaargang nummer 4 december 2011 Verschijnt 4 x per jaar; in: maart, juni, september en december. Uitgever/Administratie: Stichting Soefi Beweging Nederland Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag tel: 070 346 15 94 fax: 070 361 48 64 sufiap@hetnet.nl www.soefi.nl www.soefi-contact.nl Abonnementen: jaarabonnement, incl. porto: € 16,00 abonnement buitenland: € 20,- per jaar los nummer: € 5,00. Aanmelding door betaling via rekening 777555 tnv Stichting Soefi Beweging Neder­land te Den Haag ovv penningmeester Leo Sosef. Drukker: NKB, Bleiswijk Aanwijzingen voor auteurs: Bijdragen zijn welkom, mits niet langer dan ca. 2000 woorden en aangeleverd in Microsoft Word met eventuele voetnoten als eindnoten. De redactie behoudt zich het recht voor artikelen niet op te nemen of in te korten, en op de eigen websites te plaatsen. Kopij sturen naar het redactie-adres. Uiterste inleverdata voor het volgende nummer: 2 maanden tevoren (1 januari, 1 april, 1 juli, 1 okto. ber) of in over­leg met de redactie.

Redactie: dhr. L.W. Carp (Ameen), voorzitter mw. J.I.E. Bakker (Jaya) mw. M.A.J. van den Besselaar (Zubin) dhr. J.J. Dekker (Jaap), eindredacteur dhr. E.H.K.Logtmeijer (Karim) dhr. T. Maas (Kariem), hoofdredacteur dhr. J.P.H.Smits (Amir), secretaris Redactie-adres: dhr. J.P.H.Smits (Amir), Warmondstraat 177 hs, 1058 KX Amsterdam redactiesg@gmail.com Redactiemedewerker: dhr. N. Welten (Noud), opmaak Illustraties: De redactie stelt alles in het werk om reproductierechten te regelen. Voorzover dit niet correct is gebeurd, kunnen rechthebbenden contact opnemen met de uitgever.

Adresveranderingen sturen aan de uitgever, Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag met uitzondering van leden Soefi-Contact, die mutaties sturen naar hun secretariaat. © Soefi Beweging Nederland. Overname van agendapunten vrij. De inhoud van de artikelen is voor verantwoording van de auteurs en afgezien van plaatsing in dit tijdschrift en op daaraan gerelateerde websites, berust het copyright bij de auteurs.

2

Ten Geleide – winter Dit is alweer het vierde en laatste nummer van dit jaar. Na voorjaar en zomer is het nu herfst en mogelijk is het winter tegen de tijd dat u deze aflevering van de Soefigedachte leest. Dat valt niet mee: dood blad op de grond, schaars licht. ‘Ha’, zei de monnik tegen het blad, ‘ik heb je wel door, je doet alsof je dood bent maar je bent het niet!’ Bacteriën en schimmels maken het tot een zacht hapje voor regenwormen, die op hun beurt de grond mals maken. Zo leeft het blad voort, al zien we geen blad meer. Als je nog niet zo verlicht bent als de monnik, valt het niet mee om afscheid te nemen van vormen. Dat geldt ook voor samenlevingen, geloofsgemeenschappen, soefi-groeperingen. Hun manieren van doen, rituelen en uitdrukkingsvormen slijten, hoe dan ook. Wat wind, een nacht vorst, en weg zijn die mooie bloemen. Ingehaald door het wiel van de tijd. Wie kan dan zeggen: ‘Ha, je doet maar alsof – je leeft voort in andere vormen.’ Dat vereist een scherpe blik op de essentie van (in ons geval) de soefiboodschap, een groot hart om te weten wat tijdelijke vorm is en wat inhoud van blijvende waarde. Tot deze winterse overpeinzing kom ik door een gesprekje dat ik had in een interreligieus gezelschap. Opgemerkt werd dat groeperingen die orthodox en fundamentalistisch zijn, het in aantallen en aantrekkingskracht momenteel beter doen dan liberalere stromingen. Een relatie werd gelegd met de toenemende onzekerheid waarin we leven. Onzekerheid voedt angst en de reflex is om dan vast te houden aan wat je hebt. Orthodoxie dus. Kiezen voor vernieuwing is kiezen voor leven met onzekerheid, want wie zegt dat je niet verdwaalt? En blijkbaar is het resultaat dan marginalisering. Kiezen voor orthodoxie lijkt dan aantrekkelijker, maar op je klompen voel je aan dat het schijnzekerheid is wat je oogst. Je wint tijd, maar geen enkele vorm houdt het eeuwig uit. De vraag die in dat gesprekje op tafel kwam, was hoe je (als individu en als geloofsgemeenschap) het in dat spanningsveld tussen orthodoxie en vernieuwing volhoudt. Misschien helpt ons daarbij de winter. Nu de bladeren gevallen zijn en de dagen kort, doet de vrieskou ons naar binnen keren en helpt bij het uitzuiveren van wat kan afsterven en moet blijven. Wij overwinteren. Wat zal daarna ontkiemen? Hopelijk biedt deze Soefi-gedachte de nodige inspiratie. Kariem Maas

3

Wat houdt soefisme in? Hidayat Inayat-Khan

De boodschap van alle tijden, die opnieuw opklinkt in deze eeuw, herinnert de mensheid eraan dat hogelijk gerespecteerde religieuze tradities nu staan tegenover de realiteit van nieuwe opvattingen over de parels van religieuze symboliek. Die zijn zo vaak verborgen onder vele lagen vermomming, pretentie en fanatisme, terwijl die parels alleen te zien zijn met het eigen hart, dat voor de mysticus het ware levende altaar is. Voor een soefi is God niet alleen een hemels ideaal, maar is God ook een vriend, een geliefde, met wie je omgaat als met een minnaar en beminde. Dit verklaart waarom, denkende aan de wonderen van de schepping, God alle lof krijgt, en in het verkeren met je medemensen wordt alle vriendelijkheid en consideratie aangeboden als aan God. De wijzen echter zorgen ervoor dat zij zich niet op hun goede daden laten voorstaan, want zij blijven eraan denken dat ijdelheid de tegenwoordigheid van God verbergt voor het binnenste. Als daarentegen je eigen zelf afwezig is, resulteert de liefde voor God in het vergroten van het hart, en in het licht daarvan wordt iedere handeling deugdzaam. Als God liefde is en liefde heilig, vermijd je de waarde van die heiligheid naar beneden te halen door triviale uitspraken. Wanneer een vonk eenmaal ontvlamd is, is liefde op zichzelf een openbaring waarvoor geen studie, geen concentratie, geen meditatie is vereist. Naar spiritualiteit zoeken zonder liefde is een vergeefse zoektocht, want als spiritualiteit al ergens te vinden is, dan is dat in het hart, zodra de gloeiende vonk tot een vlam is gegroeid die zijn licht werpt op het pad dat eens in de schaduw lag van het verraderlijke ego. Alle religies zijn, in hun oorsprong, van goddelijke inspiratie, maar het is als bij het beeld van het heldere water in de verschillend gekleurde glazen: zodra de goddelijke inspiratie ingesloten is in de menselijke gedachte, wordt het als je eigen gedachte. Dan noemen we de ene religie hindoeïsme, een andere boeddhisme, een andere jodendom, christendom of islam, of andere religieuze denominaties, bekend of onbekend over de hele wereld. Een soefi is een religieuze ziel, wiens aard het is vrij te zijn van opgelegde theorieën, zich perfect ervan bewust, dat het leven niet altijd zo is zoals je zou kunnen denken. Het leven wordt niet alleen geleefd op het niveau van fysieke ervaringen, noch alleen op de niveaus van denken en voelen, maar ook – en dat is het belangrijkste – op een hoger niveau van bewustzijn, waar ‘het zelf’ niet langer een barrière is die een scheiding vormt tussen werkelijkheid en illusie. Op dit bewustzijnsniveau zijn er geen beperkingen en geen tegenstellingen en zijn er geen speculatieve referenties naar het dualistische concept van het goddelijk wezen. Als je God probeert uit te leggen, kun je alleen een eigen idee modelleren, beperkt tot de afmetingen van je eigen denk- en gevoelswereld. Hazrat Inayat Khan kwam tot ons met een boodschap van ‘geestelijke vrijheid’ en bracht daarmee aan het licht dat vrijheid van denken en voelen inherent is aan de ware aard van spiritualiteit. 5

Een belangrijke lering van Hazrat Inayat Khan is de eenheid van religieuze idealen. Dat houdt in, bevrijd te zijn van zulke gevoelens als ‘mijn religie’ en ‘jouw religie’. De ware religie is de religie van het hart, en aangezien er vele harten zijn, zijn er net zoveel religieuze idealen. Deze komen voort uit een en dezelfde bron wanneer eenmaal de deuren van de tempel van het hart geopend zijn en je van aangezicht tot aangezicht komt te staan met de levende God binnenin je. De boodschap van liefde, harmonie en schoonheid is als een stroom door ons dagelijks leven, en deze stroom van zuiverheid en wijsheid is de ware essentie van wat verstaan wordt onder de term ‘soefi’. Uit: De boodschap in onze tijd , 2011 Int. HQ of the Sufi Movement, ISBN 978-90-816821-2-1

Het begrip ‘Verlosser’ in het universeel soefisme Ameen Carp

Het woord verlosser komt tweemaal voor in de soefigebeden. Eénmaal in het gebed Salat (saviour) en voorts in het gebed Rasoul. Wat bedoelde Hazrat Inayat Khan daarmee? Ongetwijfeld was hij in zijn Londense tijd, toen hij voornamelijk engelse leerlingen had die grotendeels christelijk-religieus gericht waren, met dat begrip Saviour in aanraking gekomen. In de christelijke dogmatiek wordt immers de gedachte vastgehouden dat Jezus Christus aan het kruis gestorven is, om de mensen te verlossen van hun zonden. De gedachte van de erfzonde, nl. de verdrijving uit het paradijs na het verboden eten van de vruchten van de boom van goed en kwaad, weegt zwaar in de gedachten van de orthodox christelijke mensen. De mens als zondig mens wordt verlost door het offer van Jezus’ dood. In het soefisme leert men respect te hebben voor de geloofsopvatting van ieder mens. Daarover gaat men niet twisten of discussiëren. Een soefi eerbiedigt de verschillen in religieuze opvattingen en probeert ieder mens te zien als een schepping van God en zal steeds trachten in harmonie te leven met ieder ander mens, hoe verschillend ook. Bekeren is iets wat het soefisme niet kent. Toch rijst de vraag waarom de soefileraar Inayat Khan deze term ‘ verlosser’ overnam? Het begrip zonde komt in de leringen van Hazrat Inayat Khan maar zelden voor. In het gebed Saum wordt niet over God als vergever van onze zonden gesproken, maar over de vergever van onze tekortkomingen: In de Soefi-visie is de mens niet zondig, maar een schepping van God met een goddelijke ziel, die de mens met God verbindt. De mens is niet de drager van de last van de erfzonde, maar is een schepsel op weg van God naar God. Het is een blijde en lichte visie op de levensgang. 6

Natuurlijk zijn er moeilijkheden op de weg en heeft ieder mens zijn tekortkomingen, maar het is een weg naar het licht toe. Soms moeilijk, maar niet vanwege iets dat eeuwen geleden door mensen gedaan of misdaan is. Waar verlost de Boodschapper, de Verlosser, de mens dan van? In de eerste plaats van de duisternis van de menselijke onwetendheid omtrent het doel en de bedoeling van het leven op aarde. De geestelijke gids maakt de zoekende mens duidelijk dat de reis op aarde bedoeld is om bewust te worden van de goddelijkheid van de eigen ziel en van de ware realiteit van het geestelijke leven. Niet dát wat wij zien is werkelijk, maar de geest in de omhulling is werkelijk. De omhulling valt tzt weg en de geest blijft. De lichamelijke omhulling sterft en de geest van de mens, de ziel, reist verder. Dat in te zien is een geweldige ontdekking, de verlossing van een illusie, van een waanidee. Het leven in de vorm is sterfelijk, het leven in de geest is onsterfelijk. Dit is zo’n bevrijdende gedachte; dat schept ruimte en een visie op eeuwig leven! De Verlosser brengt de zoekende mens dichter bij de goddelijke werkelijkheid. God is niet langer een ver en vaag begrip. Een Schepper, waarmee men geen contact heeft, maar als de kern van het eigen leven, ja, van ieder leven. De erkenning dat God als levengevende geest leeft, in alles wat bestaat, is een doorbraak in inzicht die geweldig is. Het is een openbaring, die komt als de zoeker daar rijp voor is. Het is een verlossing, dat zó te zien. Dan toont de Verlosser dat God transcendent is (geboren en buiten Zijn schepping), maar ook immanent (in Zijn schepping levend). God is overal, alomtegenwoordig en aldoordringend. De soefi’s zijn in vroeger tijden wel pantheïstisch genoemd en zijn daarom ook vervolgd door de clerus, die noemde dat God troonde boven Zijn schepping en de gedachte dat God (of de goden) woonde op een hoge berg is niet zo vreemd. Vroeger dacht men dat God zo hoog verheven was boven het aards gekrioel, dat Hij woonde op de Olympus of in de Himalaya, maar de huidige mens is vertrouwd met de gedachte dat God als levende geest leeft in en buiten de mens, overal, rondom en in de mens. Ons Godsbeeld is veranderd en de mens verandert. De verlosser helpt de mens ook inzicht te krijgen in zijn eigen ego. In dat wat de menselijke individualiteit bevestigt, maar ook omtrent de gevaren van een opgeblazen ego. En de Verlosser helpt de zoekende mens de weg te vinden naar het hogere Zelf. Het is een lange en geleidelijke weg, een groeiproces, met het risico dat men onderweg ergens blijft steken, blijft hangen. Daarom helpt de oudere broer de jongere broer, bewust van de verantwoordelijkheid die verworven inzicht geeft. Verkregen wijsheid moet doorgegeven worden. Er is de taak van overdracht aan een volgende generatie. En nogmaals, er is steeds de taak om de geloofsopvattingen van anderen te eerbiedigen. Het is een vrije keuze om een opvatting te huldigen en een keuze om die los te laten en verder te reizen, de innerlijke roepstem te volgen!

7

Enkele gedachten over het innerlijke pad Kadir Troelstra 1

Op de vraag waarom we het innerlijke pad zouden gaan zijn vele antwoorden mogelijk. Eén antwoord is: om menselijkheid in onszelf te ontwikkelen, werkelijke humaniteit. Je zou kunnen vragen: dat is toch natuurlijk voor ons, we zijn toch mensen? Dat is ook zo, maar het is niet altijd vanzelfsprekend. Om werkelijk menselijk te zijn moeten we een ontwikkelingsweg gaan. Enige tijd terug wees iemand me op een lezing van een antropoloog2 op youtube. Hij sprak over de ontwikkeling van de mensheid sinds de oudste tijden. De mens, de homo sapiens, ontstond zo’n 200.000 jaar geleden in Afrika. En hij vertelt dat volgens wetenschappelijke inzichten een kleine groep van mensen - misschien slechts 150 - zo’n 60.000 jaar geleden Afrika verliet, waarom weet men niet. Hun nazaten hebben zich langzamerhand over de hele wereld verspreid. Uit deze kleine groep van mensen stammen alle volken op aarde af. Daar schijnt genetisch onderzoek op te wijzen. Je kunt daarom niet van verschillende rassen spreken, omdat we allen verwant zijn. Hij vertelt verder dat in de loop van die tijd kunst ontstond, prachtige oude grotschilderingen van dieren en mensen - een kunstvorm die zo’n 20.000 jaar is beoefend - die een gevolg waren van een gevoel van afscheiding die zo langzamerhand ontstond, afscheiding van de natuur. En deze wilde men overbruggen. De ontwikkeling van cultuur, kunst, spiritualiteit, taal, religie, filosofie die daarop volgde is een uiting van een zoektocht naar betekenis, zingeving en begrip. Deze antropoloog stelt nu, dat al deze uitingen even valide zijn, allemaal bijdragen aan de ontwikkeling van de mensheid. Deze diversiteit is natuurlijk en waardevol, maar ze wordt soms bedreigd, bijvoorbeeld nu de helft van de talen met uitsterven wordt bedreigd. Ik haal dit aan omdat ik parallellen zag met ideeën die we kunnen aantreffen bij Inayat Khan. Zonder deze antropoloog voor ons soefi-karretje te willen spannen, wil ik twee punten noemen: De eerste betreft onze onderlinge verwantschap, dat we broeders en zusters zijn. Voor een soefi heeft dat niet alleen te maken met onze genetische verwantschap, het heeft te maken met de eenheid van het gehele leven. De gedachte dat alle leven uit één bron voortkomt, dat de veelvormige schepping die we kennen in de kern van het bestaan niet gescheiden is, alhoewel we ons vaak niet meer van die kern bewust zijn, waardoor we leven alsof we volledig op onszelf zijn teruggeworpen. Het andere punt betreft de menselijke zoektocht. Door de eeuwen heen heeft de mens zich altijd afgevraagd waar hij vandaan komt en waarom hij hier is, wat hem te doen staat. Die vraag ligt als het ware in de mens besloten. Die vraag zouden we kunnen zien als de impuls waaruit elke activiteit voortkomt. We maken plannen en proberen ons leven in te richten en iets te bereiken. En als we bewust met die vraag naar de betekenis van ons leven omgaan, dan merken we dat deze ons hele lang een rol blijft spelen. Wat we ook bereiken, die vraag komt steeds opnieuw naar boven. En die vraag kunnen we opvatten als een innerlijke 8

zoektocht. Het gaan van de innerlijke weg is gebaseerd op de idee dat ieder mens bewust of onbewust een verlangen naar de diepte kent, de bron die voor allen uiteindelijk dezelfde is. De mens kent dit verlangen omdat er iets van de oerbron in de mens te vinden is, een vonk die de herinnering aan de menselijke oorsprong levend kan houden. Volgens Inayat Khan is de mens in essentie goddelijk, alleen is hij zich daarvan meestal niet bewust. Maar een verlangen naar z’n oorsprong kan de mens op zoek doen gaan. Deze zoektocht is van alle tijden. In alle delen van de wereld en in alle culturen zijn er mensen geweest die bewust deze innerlijke weg hebben gezocht. Het verlangen is de mens ingeboren, het is een universeel gegeven. Alhoewel dat verlangen universeel is, kan onze weg om tot inzicht en vervulling te komen uniek zijn, afhankelijk van onze achtergrond, levensomstandigheden, ervaringen, de tijd waarin we leven, en van ons levensdoel. Een ieder kent een eigen ontwikkelingsgang en ze kunnen allemaal waardevol zijn. Er is niet één methode, niet één doctrine die we móéten volgen. Dat kenmerkt ook het soefisme, van waaruit de waarde van elk ontwikkelingpad wordt erkend en elke individuele ontwikkeling wordt gestimuleerd. Er is een lezing van Inayat Khan die is gepubliceerd in ‘In een oosterse rozentuin’, met de titel ‘De reis naar het doel’. Daarin zegt Inayat Khan dat het woord reis van toepassing is op het leven. Het leven heeft vanuit dit gezichtspunt twee aspecten: de reis en het doel. Het leven wordt een reis genoemd omdat het een ervaring van voortdurende verandering is. Het leven is wisselvallig, we gaan van de ene ervaring naar de andere, van de ene plaats naar de andere. Het uiterlijke leven is niets dan een opeenvolging van heel verschillende ervaringen. Maar er is een ander deel van het leven dat eeuwig is. Van hieruit is het leven van veranderingen ontstaan en keert het ook weer terug. En dat onveranderlijke, eeuwige leven is het doel. Volgens Inayat Khan is het leven daarom niet alleen een reis, maar ook een doel. Het doel is het standvastige, constante deel van het leven. Het gemanifesteerde leven dat ‘schepping’ heet is de reis. En die kan voor iedereen anders zijn. Op deze manier zijn er eigenlijk twee reizen, zo zeg Inayat Khan, de reis van het doel naar het leven, en de reis van het leven naar het doel. In de Beker van Saki staat (25 juni): ‘Door beweging en verandering wordt het leven begrijpelijk; we leven een leven van verandering, maar wat we zoeken is onveranderlijkheid, constantheid. Het is dit ingeboren verlangen van de ziel dat de mens tot God leidt.’ Afgeleid hiervan zou je kunnen zeggen dat het innerlijke pad ook deze twee dimensies kent: het woord ‘innerlijk’ wijst op het bewust worden van de bron van ons bestaan. Dat heeft te maken met ‘zijn’, het zoeken naar innerlijke afstemming, naar constantheid. Het woord ‘pad’ heeft te maken met onze manier van leven in de wereld, met ‘doen’, met handelen. Het zijn twee kanten van één weg, die – als we het innerlijke pad bewust willen gaan – beide aan bod komen. Anders gezegd heeft het innerlijke pad te maken met de bewustwording van de totaliteit van het leven, het volledige leven. Met het gewone aardse leven zoals we dat dagelijks ervaren, èn de diepte van het leven, de bron van ons bestaan, waar we ons gewoonlijk niet van bewust zijn. Het gaat eigenlijk over de verbinding tussen die twee. Kenmerkend voor het soefi-pad is de verbinding met de diepte te vinden terwijl we midden in het leven staan. Die verbinding ligt in het menselijke hart, dat ontwikkeld kan worden, waardoor we in contact treden met ons innerlijk, en daardoor ook met onze omgeving. Dat betekent een bewust leven leiden, niet 9

alleen aan de oppervlakte proberen te leven, maar ook afgestemd op de diepte. Het leven wordt in al z’n volheid aanvaard, en alles om ons heen wordt erkend als komend uit die bron. Over die bron valt natuurlijk weinig te zeggen, het laat zich niet in woorden vatten. Als we het innerlijke pad gaan kunnen we aan die twee aspecten werken, aan ‘zijn’ en aan ‘doen’. De vraag is dan hoe we dat kunnen aanpakken. Om hier zicht op te krijgen kunnen we kijken naar wat we meedragen op ons innerlijke pad, onze ‘bagage’. Dat heeft te maken met wie we denken dat we zijn. De patronen in ons denken en voelen. Als je de innerlijke dimensie zoekt dan heeft dat zijn prijs, dan zijn er dingen die we los moeten laten. Want een mens identificeert zich normaal gesproken met de oppervlakte van het leven, en niet met de diepte. Aan de oppervlakte ontleen je je identiteit, waar je geboren bent, wie je ouders zijn, wat je doet, je beroep, hoe je eruit ziet, je eerdere ervaringen, je denken en voelen, en dergelijke. Dat is heel natuurlijk, maar onze bagage kan ons ook van de diepte van het leven afhouden. Oude banden en verplichtingen, maar ook angsten, vaste opvattingen, patronen, waarmee we ons identificeren, waardoor we ons laten leiden. De gedachte is dat je de diepte kan vinden door de identificatie met de oppervlakte los te laten. Met de ideeën die een mens over zichzelf heeft, en de opvattingen en zienswijzen die hij heeft. Een mens leeft vaak op de automatische piloot, een geconditioneerd leven, en dat kan dan worden doorbroken. Dat vraagt inspanning en kan soms pijnlijk zijn. Het vraagt strijd, omdat je niet meer te laten regeren door opwellingen en gedachtegangen. We hebben wilskracht nodig om van de automatische patronen los te komen. Het loslaten van onze bagage voelt vaak als een offer. Maar we nemen vaak teveel mee op ons pad. Daarom kan het bevrijdend werken als we van een last verlost zijn. In dit verband wordt wel gesproken van het loslaten van het ego, het kleine zelf, zodat iets van die diepte naar boven komt. Wat betekent dit alles in ons dagelijkse leven? Ik zal een paar samenhangende punten noemen. Om te beginnen is waarneming belangrijk, waarnemen van de situatie waarin we zijn, van de wereld om ons heen, maar ook van onszelf. Daartoe kunnen we zo nu en dan onze situatie of onszelf eens van een afstandje bekijken, waarnemer worden. Als we dat geregeld doen dan merken we dat er een waarnemer in ons is. Ik bedoel niet een rechter; die is er natuurlijk ook, maar het gaat hier om waarnemen zonder meteen te oordelen. Vaak gaan we zo op in het leven dat we onszelf vereenzelvigen met onze bagage, met onze omstandigheden of met onze oordelen. We kunnen dat loslaten door rust te creëren en tijd te nemen voor zelfreflectie. Dan kunnen we zien wanneer we boos zijn en geïrriteerd of juist tevreden, harmonieus en gelukkig. Dan kunnen dieper gaan kijken naar wat de achterliggende redenen daarvan zijn. En dan kunnen we ons ego beter leren kennen en er daardoor wat los van proberen te komen. Inayat Khan raadt bijvoorbeeld aan om bijvoorbeeld voor het slapen gaan, de gebeurtenissen van de dag eens de revue te laten passeren en te proberen er mee in het reine te komen. Mochten we naar ons gevoel gefaald hebben, dan kunnen we ervan leren. Een andere manier is ons bewust te gaan verdiepen in het standpunt van een ander. Niet om zomaar je eigen standpunt op te geven, maar om meer begrip te krijgen voor de beweegredenen van een ander. Vaak zit achter het gedrag van een ander een commitment die we niet meteen zien, maar die op zichzelf van 10

betekenis kan zijn. Door je te verdiepen in het gezichtspunt van een ander verruimt je blik, je ziet meer. We kunnen ook proberen evenwicht te zoeken tussen activiteit en rust, zodat we het levensritme leren beheersen. We hebben vaak de neiging in een hoog tempo te leven, in ons leven versnelt het ritme als vanzelf, soms moeten we bewust gas terug nemen. Door het leven en onszelf te bestuderen kunnen we veel leren over de verschillende ritmen in het leven en hoe daarmee om te gaan. We kunnen ons zo nu en dan naar binnen keren, afstemmen, bijvoorbeeld in stilte en meditatie. Door het denkvermogen zo te beheersen dat je het kan stilmaken, waardoor de stem van binnenuit hoorbaar kan worden. We kunnen ruimte maken voor gebed, ons hart buigen voor ons ideaal, iets waar we liefde voor kunnen opbrengen. Dan proberen we ons af te stemmen op het constante in het leven, de bron van ons bestaan. We kunnen nadenken over hoe we aankijken tegen de bron van het leven, het goddelijke. We kunnen ons daarvan een ideaal vormen. Niet een voorgeschreven ideaal, maar een mens kan dichter bij zijn bron komen door voor zichzelf een Godsideaal te vormen dat zich in de loop van de tijd zal ontwikkelen. Door aan God kwaliteiten toe te kennen en aan deze kwaliteiten te denken, raakt een mens minder vervuld van z’n kleine zelf, van zijn bagage. Door het Goddelijke tot een bepaalde hoogte te verheffen wordt de mens tot een bepaalde hoogte verheven. Door gevoel op te brengen, liefde die stroomt als een fontein, wordt het hart schoongewassen; als dit proces op gang komt, neemt zelfs de noodzaak tot zelfanalyse af. We openen het hart en er komt een stroom vanuit ons diepste wezen op gang en tegelijkertijd een gevoel van verbondenheid met de wereld om ons heen. Onze aandacht gaat van ons kleine zelf af. Een van de betekenissen van het woord soefi is zuiverheid, vrij van alle vooroordeel, ballast en conditionering. Geestelijke oefeningen helpen onze persoonlijke ballast op te lossen en ons hart te zuiveren en met werkelijk ‘zijn’. De bestudering van heilige teksten, gebed en het herhalen van heilige woorden zijn hierop gericht. We kunnen vervolgens onze taak in het leven, in werk, of gezin, of waar dan ook, zien als een heilige taak, een mogelijkheid om te werken aan ons ideaal en zo te groeien in onze bezigheden. We kunnen aandacht schenken aan hoe wij de wereld tegemoet treden. Hoe we ons opstellen in het leven, onze handelwijze. In de Vadan staan bijvoorbeeld de ijzeren, koperen, zilveren en gouden regels. Die zijn niet bedoeld als opgelegde moraal maar als oefening om werkelijk in contact te treden met het leven en tegelijkertijd ons kleine ik te overstijgen. Dan gaat het bijvoorbeeld om het welwillend tegemoet treden van je medemens, je woord houden, respect voor de omgeving, tolerantie, vergevingsgezindheid, dienstbaarheid, niet oordelen over wat en wie je tegenkomt, ook al komen we met mensen in aanraking die heel anders zijn dan we gewend zijn. Het gaat over de ontwikkeling van vertrouwen in het leven. Vrienden, over dit alles valt natuurlijk veel meer te zeggen. Waarom is nu het innerlijke pad het pad naar werkelijke menselijkheid? Samenvattend kunnen we een 11

paar dingen noemen. Omdat we gehoor geven aan ons ingeboren verlangen naar de bron van het bestaan. Omdat we leren waarnemen, en ons hart zuiveren en openen. Omdat we leren een evenwichtig leven te leiden, waarin we inzicht en vertrouwen ontwikkelen. Omdat we liefdevol en betrokken leren handelen en recht doen aan onze verbondenheid met onze medemens en de schepping. Omdat we zicht krijgen op ons levensdoel zodat deze kan worden vervuld. Het gaat erom onze vermogens die diep in ons verborgen zijn tot ontplooiing te brengen en ons kleine zelf te ontstijgen. 1 Bewerkte tekst van een lezing gehouden op de Zomerschool in Katwijk aan Zee op 24 juli 2011. 2 Wade Davis, zie ook zijn boek ‘The Wayfinders’.

De Bahai traditie

streven naar wereldbroederschap op basis van eenheid van religieuze idealen

Amir Smits In vorige aflveringen van de Soefi-gedachte is aandacht besteed aan spirituele tradities die verbonden kunnen worden aan de zevende kaars op het soefi-altaar. Zes kaarsen tijdens de universele eredienst staan voor grote religies, de zevende voor ieder die, bekend en onbekend aan de wereld, het spirituele licht heeft hoog gehouden. Tot nu toe betrof dat tradities met diepe historische wortels. In deze aflevering staat een veel recentere loot aan de stam van spirituele tradities centraal, het Bahai geloof, dat pas in de negentiende eeuw tot ontwikkeling kwam. Hoewel het hier een relatief jonge stroming betreft, heeft deze geloofsgemeenschap in de korte periode van haar bestaan een spectaculaire ontwikkeling doorgemaakt. Op het moment is het Bahaïsme de op twee-na snelst groeiende religie ter wereld. In 1950 volgden circa 200.000 mensen deze traditie, een aantal dat inmiddels is opgelopen tot meer dan 7 miljoen. Opvallend hierbij is de enorme verspreiding. Het Bahaïsme komt momenteel voor in 247 landen en de heilige boeken uit deze traditie zijn in meer dan 800 talen beschikbaar. De Bahai zijn zeer vermaard vanwege de vele prachtige tempels die zij over de hele wereld hebben gebouwd, zoals bijvoorbeeld de Lotustempel in New Delhi. Los van deze getalsmatige aspecten is de Bahai stroming op inhoudelijke gronden zeer interessant voor ons als soefi. Deze traditie onderstreept niet alleen de eenheid van religieuze idealen, maar benadrukt ook het belang van de vorming van een wereld broederschap. Daarnaast zijn er ook belangrijke verschillen tussen het Bahaïsme en de Soefi traditie. De bestudering hiervan kan ons weer met andere ogen laten kijken naar de rijke erfenis die Hazrat Inayat Khan ons heeft nagelaten. Het startpunt van de Bahai traditie ligt in het jaar 1844, wanneer een Iraanse koopman genaamd Sayyid Ali Muhammad Shiraz zichzelf tot religieus leider bestempelt en de naam “Bab” (de poort) aanneemt. Al snel vormt zich een groep volgelingen, de zogenaamde babi’s, rondom hem. De geboorte van deze traditie vond plaats binnen de Islam, en dan in het bijzonder binnen de Shia gemeenschap. 12

Het is goed te begrijpen dat de zelfbenoemde “Bab” aanvankelijk op een welwillende reactie kon rekenen in Shia kringen. Binnen deze tak van de Islam wordt immers geloofd dat de twaalfde imam die zich in de negende eeuw uit de wereld had teruggetrokken, op een later moment in de geschiedenis als een verlosser, de Mahdi, zou terugkeren. Aanvankelijk werd de Bab binnen Shia kringen gezien als degene die als toegangspoort tot de nog terug te keren Mahdi zou fungeren. Al snel bleken de opvattingen van de Bab te revolutionair. Na een periode van gevangenschap werd hij in 1850 geëxecuteerd. Na het heengaan van de Bab nam Mirza Hussein Ali Nuri, een telg uit een invloedrijke adellijke familie, de taak op zich om het gedachtegoed van de Bab verder te verspreiden. Mirza duidde zichzelf aan als Baha’u’llah (=licht of glorie van God). Op jonge leeftijd was hij al in de ban van de Bab en diens leringen geraakt, hetgeen hem al snel op een gevangenisstraf kwam te staan. Na zijn vrijlating bleef hij echter actief, ook al werd hij al snel gedwongen om onder te duiken. Zo verbleef hij langdurig als gast tijdens soefi retraites in Sulaymaniyya, alwaar hij twee belangrijke mystieke werken heeft geschreven die hij aan soefi leiders heeft opgedragen. In 1863 riep Baha’u’llah zich uit tot degene die was aangekondigd door de Bab. Hij nam hierdoor de status van profeet aan, een claim die met name voor moslims onverteerbaar was aangezien zij ervan uitgingen dat de Profeet Mohammed (vzmh) het zegel der profeten was en dat daarmee de reeks van profeten definitief beëindigd was. Ondanks het feit dat Baha’u’llah van tijd tot tijd gevangen werd gezet, kon hij zijn werk voortzetten. Tot aan zijn dood in 1892 verspreidde het Bahai geloof zich dan ook gestaag. De belangrijkste boeken voor de Bahai zijn de geschriften van de Bab en Baha’u’llah, die als goddelijke openbaringen worden beschouwd. Vooral de boeken Kitab-i-Aqdas (het Heiligste Boek) en Kitabi-Iqan (Boek van Zekerheid) zijn voor de Bahai van groot belang. De negenpuntige ster is het Na het heengaan van Baha’u’llah bleef het geestelijke symbool van het Bahai geloof leiderschap lange tijd in handen van zijn familie. Echter vanaf het einde van de jaren vijftig van de vorige eeuw werd gekozen voor een nieuwe constructie, waarbij de geestelijke leiding in handen werd gelegd van een raad, het Universele Huis van Gerechtigheid. De gelijkenis met meer recente ontwikkelingen in de organisatie van het leiderschap in de internationale soefibeweging is opvallend. In het Bahaïsme wordt gesteld dat God het bevattingsvermogen van de mens te boven gaat. Al onze pogingen om het Goddelijke te beschrijven zijn dan ook aan beperking onderhevig. De strijd tussen aanhangers van verschillende godsdiensten is vanuit een Bahai perspectief in essentie te zien als een strijd tussen verschillende godsbeelden. Abdul Baha, de oudste zoon van Baha’u’llah, stelde dat mensen het gevoel hebben dat ze verschillende goden aanbidden omdat ze niet doorhebben dat hun perceptie van het goddelijke verschilt van het beeld dat mensen uit andere religieuze groepen hebben. Daarnaast wijst hij erop dat de verschillende boodschappers in diverse tijdvakken en regio’s optraden om antwoord te geven op 13

de specifieke vragen waar mensen in uiteenlopende tijdvakken en culturen mee worstelden. Ook hierdoor zijn de leringen die deze profeten onderwezen hebben naar vorm soms heel verschillend. Het is overduidelijk dat alle Profeten de Tempels zijn van Gods Zaak, verschenen in verschillende stoffelijke omhulsels. Indien gij met scherpziende blik wilt waarnemen, dan zult gij zien dat zij allen verblijven in dezelfde tabernakel, zich verheffen in dezelfde hemel, gezeten op dezelfde troon, dezelfde taal spreken en hetzelfde Geloof verkondigen. In de Bahai traditie worden dan ook alle eerdere Boodschappers vereerd. Zij zijn immers de enige verbinding die de mensheid heeft met de hoogste realiteit. De volgelingen worden opgeroepen zich niet blind te staren op de verschillen in verschijningsvormen van de diverse boodschappers. Deze verscheidenheid kan juist gezien worden als een rijkdom, omdat de uiteenlopende aspecten van het goddelijke hierdoor zichtbaar kunnen worden gemaakt. Beschouw met uw innerlijk oog de reeks van opeenvolgende Openbaringen, welke de Manifestatie van Adam met die van de Bab verbinden. Ik getuig voor God dat een ieder van deze Manifestaties werd neergezonden door de werking van de Wil en het Plan van God, dat ieder de drager was van een bepaalde boodschap en aan ieder van hen een goddelijk geopenbaard Boek werd toevertrouwd. Baha’u’llah riep zijn volgelingen dan ook op tot respectvolle houding tegenover alle tradities en tot het leven in harmonie met de volgelingen van andere religies. De Dragers van het vertrouwen van God worden bekendgemaakt als de Exponenten van een nieuwe Zaak en de Onthullers van een nieuwe Boodschap. Aangezien deze Vogels van de Hemelse Troon allen zijn neergezonden uit de hemel van Gods Wil, en aangezien zij allen opstaan om Zijn onweerstaanbaar Geloof te verkondigen, daarom zijn zij allen te beschouwen als één ziel en één en dezelfde persoon. Want zij drinken allen uit de ene Beker van Gods liefde en allen hebben deel aan de vruchten van dezelfde Boom van Eenheid. De overeenkomst met het soefisme van Hazrat Inayat Khan is treffend. Ook bij de Bahai wordt niet van mensen verwacht dat ze de principes van andere spirituele tradities moeten verwerpen. Integendeel, de geschriften van Baha’u’llah worden gezien als een overkoepelend raamwerk van eenheid, waarin in alle eerdere geopenbaarde tradities hun plaats hebben. Zelfs een oppervlakkige lezing van de teksten vanuit de Bahai traditie voelt voor een Soefi al als een warm bad, zeker ook waar het het “innerlijk” pad van bereiking betreft. Hierbij moet overigens wel worden aangetekend dat de Bahai geen inneerlijke school en een systeem van inwijdingen kennen. Dit laat onverlet dat ook het innerlijk pad van de Bahai draait om het overstijgen van het kleine ego, omdat alleen zo het Goddelijk potentieel dat in ieder mens aanwezig is, bevrijd kan worden. Zeg: Bevrijdt uw ziel, o mensen, van de ketenen van het eigen ik, en zuivert haar van iedere gehechtheid aan iets buiten Mij. Het Mij gedenken zuivert alle dingen van ontwijding, kon gij het slechts begrijpen. 14

Ook bij de Bahai wordt de ziel centraal gesteld en vormt ze de wezenskern van de mens. Als de mens zich op het innerlijk pad eenmaal gezuiverd heeft, zal hij uiteindelijk tot God kunnen terugkeren. Gij hebt Mij over de aard van de ziel gevraagd. Weet waarlijk dat de ziel een teken Gods is, een hemels juweel, waarvan de geleerdsten onder de mensen niet in staat zijn de realiteit te begrijpen en welks mysterie geen verstand, hoe scherpzinnig ook, ooit zal kunnen ontrafelen. De ziel is het eerste onder al het geschapene die de voortreffelijkheid van zijn Schepper kenbaar maakt, de eerste die Zijn heerlijkheid erkent, Zijn waarheid aanhangt en zich voor Hem in aanbidding neerbuigt. Is ze trouw jegens God, dan zal ze Zijn licht weerspiegelen en uiteindelijk tot Hem wederkeren. Schiet ze evenwel tekort in haar trouw jegens de Schepper, dan zal ze het slachtoffer worden van het ik en hartstocht, en op den duur in diepte daarvan verzinken. O reiziger in het Pad van God! Neem uw deel van de oceaan van zijn genade, en onthoud u de dingen niet die in haar diepten verborgen liggen. Behoor tot hen die deel hebben aan haar rijkdommen. Eén dauwdroppel uit deze oceaan, indien uitgegoten over allen die in de hemelen en allen die op aarde zijn, zou voldoende zijn om hen te verrijken met de milddadigheid van God, de Almachtige, de Alwetende, de Alwijze. Haal met de handen van zelfverloochening te voorschijn uit haar levenschenkende wateren en besprenkel daarmee al het geschapene, opdat zij mogen worden gezuiverd van alle door de mensen gemaakte beperkingen en de machtige zetel van God, deze gewijde en luisterrijke Plek, mogen naderen. Bovenstaande citaten die alle ontleend zijn aan de geschriften van Baha’u’llah komen ons als soefi zo vertrouwd voor. Door het overstijgen van ons kleine ego zijn we in staat in contact te komen met die wezenskern diep in onszelf, met de goddelijke vonk. Hebben we deze eenmaal gevonden, dan is de voorwaarde geschapen waardoor de druppel van onze ziel kan terugvloeien in de Oceaan van Goddelijke Eenheid; de Oceaan die haar oorsprong en tegelijkertijd ook haar bestemming is. Een laatste treffende overeenkomst tussen Bahaïsme en Soefisme betreft de nadruk die in beide tradities wordt gelegd op een mondiaal broeder-zusterschaps ideaal. O strijdende volkeren en geslachten der aarde! Keert uw gelaat naar eenheid en laat de luister van haar licht u beschijnen. Komt bijeen en besluit, terwille van God, al wat een bron van strijd onder u is, uit te roeien. Dan zal de pracht van ’s werelds verheven Hemellicht de gehele aarde omvatten, en zullen haar burgers bewoners worden van één stad, en op één en dezelfde troon zetelen. In de geschriften van Baha’u’llah wordt zelfs de wenselijkheid van een “wereldregering” genoemd. Het Verheven Wezen, in Zijn wens de eerste vereisten voor vrede en rust in de wereld, en voor de vooruitgang van haar volkeren te openbaren, schrijft: De tijd zal komen dat men algemeen de gebiedende noodzaak zal beseffen voor het houden van een grote en alle mensen omvattende vergadering. De koningen en heersers der aarde moeten deze bijwonen en, door deelneming aan de beraadslagingen, wegen en middelen beramen die de grondslag zullen leggen voor de grote Wereldvrede onder de mensen. 15

Gedreven door dit ideaal van een mondiale broederschap zijn de Bahai dan ook zeer actief op politiek gebied en zoeken ze nadrukkelijk de samenwerking met de Verenigde Naties. Samenvattend kan worden geconcludeerd dat Bahaïsme en Soefisme in veel opzichten gelijkenis vertonen. Het meest kenmerkende verschil is echter dat de brenger van de Bahai boodschap zich uiteindelijk tot profeet heeft benoemd en daarmee van het Bahaïsme een nieuwe religie heeft gemaakt. Hazrat Inayat Khan heeft die claim op het profeetschap absoluut niet willen leggen. Het laatste dat hij wilde was om aan het grote aantal religieuze tradities nog een extra geloofsgroep toe te voegen, hoewel ook binnen het soefisme van Inayat Khan altijd het gevaar op de loer ligt dat het zich tot neo-religie kan ontwikkelen. Daarnaast zijn de Bahai in politiek opzicht veel activistischer van aard. Deze houding heeft er mede voor gezorgd dat de Bahai in een aantal landen in het midden oosten zwaar vervolgd worden. De soefi’s die in het voetspoor van Inayat Khan treden zijn in dit opzicht voorzichtiger, en laten daardoor wellicht kansen liggen om de Soefi Boodschap werkelijk tot een boodschap voor deze tijd te maken. Alle citaten in dit artikel zijn ontleend aan onderstaande bloemlezing. Geraadpleegde literatuur:

- Bloemlezing uit de geschriften van Baha’u’llah (Stichting Bahai literatuur-Den Haag, 1979). - Moojan Momen. A short introduction to the Bahai Faith (One World-Oxford, 1997). ISBN 978-1-85168-563-9

Een van de twee foto’s die bestaan van Bahaú’llah. Voor bahá’ís is de foto van Bahá’u’lláh zeer kostbaar en moet met gepaste achting en eerbied worden bekeken en met zorg behandeld. Deze foto is gescand uit het boek “The Baha’i Faith: Its history and teachings” van William Miller. 16

Gebed bij een kaars Dat mijn gebeden tot u mogen stijgen als de hitte van de kaarsvlam, dat uw licht mijn pad mag verlichten, dat uw liefde mag gloeien in mijn hart met zo’n intensiteit dat al mijn onvolkomenheden daarin mogen verteren; dat mijn onware ego mag smelten in de gloed van uw liefde en slechts mag dienen als voedingsbodem om uw licht hoog te houden. Ik smeek u, Geliefde, laat mij u niet alleen hoeven danken in gebed laat mijn leven een dankgebed zijn voor al uw liefde en zorg om mij. O sta mij toe mijn hoogste ideaal te verwezenlijken: uw lieflijk gelaat te mogen strelen door heel mijn levenshouding. Heer, schenk mij rust, vrede en vreugde door volledige eenheid en harmonie met uw wil. Als ik uw liefde met kracht uit moet dragen en het gif van het kwaad moet bestrijden: zo leen mij uw zwaard van gerechtigheid het schild van uw waarachtigheid de kracht van uw liefde en wijsheid. Toon mij helder en klaar hoe ik de taak die u mij gaf mag volbrengen, opdat het eindresultaat een glimlach op uw gelaat mag brengen.

Dit gebed van de in 2002 gestorven Amsterdamse moeried Jos Schoenmaker heeft Wali van Lohuizen aan de redactie van de Soefi-gedachte ter hand gesteld. Wali schrijft erbij: 'Jos was een toegewijde moeried, een trouw lid in de Amsterdamse kring, met een zwakke gezondheid, een moeilijk leven, een gloedvolle liefde voor Gods natuur (een rijke schat aan foto’s van zijn geliefde Kennemerduinen) en een zwaar einde. Hij stierf in 2002. Dit gebed kwam uit een toegewijd hart. Het ontroerde me toen ik het terugvond.'

17

Wat kunnen wij doen voor de boodschap? Hidayat Inayat Khan

Laten we ons hart in grootste dankbaarheid openen voor Hazrat Inayat Khan. Hij kwam naar het Westen, gaf zijn muziek op en zijn geliefde India, het land dat voor hem in die dagen als een tweede paradijs was. Zoals we weten kende Inayat Khan niemand toen hij naar Amerika voer. Hij had alleen het diepste geloof in de goddelijke leiding op het pad van spirituele vrijheid dat hij er bracht. Dit heeft veel mensen geholpen, vanaf 13 september 1910, de datum van zijn vertrek uit India. Zo velen zijn geïnspireerd door de boodschap en zo velen van wie we niets weten, hebben de soefi boeken gelezen die hun leven ten goede veranderde. Laten we daarom dankbaar zijn voor al deze zegeningen, die ook wij hebben ontvangen; alleen realiseren we ons dit niet altijd. De boodschap is als de zon, die met een onbeperkt aantal stralen overal licht verspreidt. Hazrat Inayat Khan heeft de Soefi beweging opgericht als een tehuis voor de boodschap, maar er zijn meerdere tehuizen die vanuit dezelfde bron putten, en ieder tehuis verspreidt het licht op een eigen wijze. Wat echter van wezenlijk belang is voor ons allen, is om waarachtig te blijven aan de boodschap en geen voorkeur uit te spreken aan een bepaalde religie. Als kind is Hazrat Inayat Khan in twee religies opgegroeid, maar hij opende zijn hart al snel voor alle religies. Hij kwam naar het Westen met het grote ideaal, dat hij “eenheid van spirituele idealen” noemde. Als wij dus kiezen voor één bepaalde religie, dan staan wij niet waarachtig open voor de soefi boodschap. Hazrat Inayat Khan zei: “In de ogen van God is niemand beter, en is niemand minder; we staan allen als gelijken voor God, zelfs de meest nederige”. Op de vraag: “Wie zal in de toekomst zorg dragen voor de boodschap,” zei Inayat Khan, “God zal zorg dragen voor de boodschap”, en hij voegde er aan toe: “De voorzienigheid heeft ons bij elkaar gebracht om tezamen voor de boodschap te werken. Ons is de meest heilige plicht toevertrouwd om de bakermat te zijn voor de boodschap, onbaatzuchtig en met een onverwoestbaar vertrouwen in de altijd aanwezige geest van leiding.” Deze historische woorden zijn zeker van toepassing op de verantwoordelijkheid die wij als mureed dragen. Het is daarom van groot belang om innerlijk afgestemd te zijn op de boodschap, want dan zullen wij de weg nooit kwijt raken. Wat kunnen wij doen? Het meest belangrijke beroep dat op ons gedaan wordt is, om in harmonie met elkaar te blijven. Het is natuurlijk, dat we het niet altijd met elkaar eens zijn, maar we moeten wel de moed hebben om ook respect te hebben voor wat de ander denkt. Hazrat Inayat Khan zei: “De soefi heeft twee gezichtspunten: het eigen gezichtspunt en dat van de ander.” En de enige manier om de verschillende gezichtspunten te behandelen is, om in alle eerlijkheid afgestemd te zijn op je eigen geweten.

18

Wat wij ook doen in het werk voor de boodschap, laten we onszelf afvragen: zou Hazrat Inayat Khan werkelijk instemmen met wat ik voor de boodschap doe? Dat wij tezamen zijn als één familie, hebben we aan hem te denken. Wij denken dat het onze eigen keuze is, maar we realiseren ons niet, dat we voortdurend indirect leiding ontvangen. Wij volgen die leiding niet altijd, en lopen achter andere leiding aan; alles wat we echter te doen hebben is ons hart af te stemmen op Hazrat Inayat Khan. Toespraak die gehouden is op de viering van Hejrat Dag, vertaald door Hamida Verlinden.

Honderd jaar muziek van de soefi boodschap Een muziekmonument voor Hazrat Inayat Khan en de Metgezellen Alim Vosteen

De eerste opgenomen muziek van de Soefi-Boodschap dateert uit 1909, met grammofoonopnamen van Professor Inayat Khan R. Pathan, in Calcutta op 26 en 28 September 1909. De opname van meer liederen zou contractueel worden voortgezet, maar Inayat Khan verliet India in September 1910 naar Amerika. De uitgave van de grammofoonplaten werd daarop uitgesteld. De ongeveer 38 opnames gaf The Gramophone Company of India Ltd. pas in April 1919 uit, met 31 liederen op zestien 78-toeren grammofoonplaten. In de loop van de geschiedenis gingen deze opnamen verloren en Inayat Khan raakte zijn eigen complete set platen in Parijs kwijt gedurende de eerste wereldoorlog. Dat deze oude grammofoonopnamen na 84 jaar ongespeeld en als nieuw gevonden werden in de EMI Archieven in Londen door Michael S. Kinnear en Joep Bor is een wonder van volharding. Zij werden in 1994 op twee CD’s en een goedkopere muziekcassette gepubliceerd. De Soefi Beweging maakte deze commerciële uitgave mogelijk met een uitermate waardevol CD boekje geschreven door Joep Bor en Jane Harvey en gepubliceerd door Panta Rei. Alle liederen waren bij de presentatie van de CD in de Universel in Katwijk apart vertaald door Harunnisa Khanim Maula Bakhsh. Deze dubbel-CD (EMI NF 1 50129 en 50130) is hier en daar nog maar spaarzaam te verkrijgen. De uitgave van deze traditionele Indiase liederen door Inayat Khan werd door soefi´s minder enthousiast ontvangen dan mocht worden verwacht, voor zulke unieke documenten. Er zullen hiervoor diverse redenen zijn geweest. Bijvoorbeeld dat de verwachtingen meer gericht waren op een wat meditatieve stem en meer passend bij de westerse Soefi Boodschap, en door een gebrek aan belangstelling, kennis en contact met de traditionele Indiase muziek en de Indiase muziekcultuur van de 19

Khan Familie. De opnamen waren zelden te horen en werden weinig gebruikt bij de soefibijeenkomsten. Maar deze CD-opnamen vertonen ook enige tekortkomingen met een negatief effect. Het tempo moet als te snel worden beschouwd, waardoor ook de hoogte van de stem onnatuurlijk wordt. Dit geeft ook aan de minder professionele luisteraar het gevoel van een ietwat gehaast en een wat opgewonden en ademloos effect. Verder is het 78-toeren geluid van de opname te overheersend; het leidt teveel af van de stem en de muziek. Gelukkig werden de opnamen bijna puur en zonder veel elektronische bewerkingseffecten gemaakt. In 1999 en in 2008 heb ik nieuwe bewerkingen gemaakt voor de Sufi Archive Recordings SAR en beschikbaar gesteld aan de geïnteresseerde soefis voor privé gebruik en niet commerciële doeleinden. Voor een uitgave met een juist tempo zijn goede indicatoren voorhanden. Dezelfde soort EMI 78-toeren opnamen duren alle meer dan drie minuten, ongeveer 3:20”. Op de grammofoonplaten duurden de opnamen alle minder dan drie minuten, ongeveer 2:50”. De duur van de opnamen kon nu worden bijgesteld tot ongeveer gemiddeld 3:10”. De hoogte van de “witte ruis” was eveneens hoger dan gebruikelijk en werd weer “normaal”. Een vergelijking met de enige opgenomen stem van Inayat Khan uit 1925 maakte de noodzaak van deze aanpassing eveneens duidelijk en hoorbaar. De toonhoogte van de opnamen werd verlaagd van ongeveer Es naar Des in overeenstemming met de meer natuurlijke hoogte van Inayat Khans stem, en met een meer natuurlijk tempo. Een zeker niet onbelangrijk feit was dat de verlaging overeenkwam met de gebruikelijke en redelijk vaste hoogte van Des in de begeleiding van het Indiaas harmonium. Het hevige stoorgeluid van de oude grammofoonopnamen werd verder gereduceerd tot beneden een zekere “hindergrens” een soort drempelstoorgeluid van ons gehoor. Een verder reductie van het bijgeluid tast de natuurlijkheid van de stem aan en is nagelaten. Echter blijven kleinere vervormingen en ongerechtigheden wel het gevolg van dit proces. Het doel van deze CD-bewerkingen is duidelijk om meer te kunnen genieten van deze unieke opnamen en Inayat Khans unieke en extatische stemkunst zelf te ontdekken en te waarderen. Wanneer deze liederen een voor een kunnen worden geschoond met meer professionele computerapparatuur kunnen in de toekomst wellicht nog betere resultaten worden bereikt. Laten we het hopen en genieten van het huidig resultaat! DE GESPROKEN STEM VAN HAZRAT INAYAT KHAN IN HET WESTEN De enige opname in het westen van Inayat Khans spreekstem is opgenomen in Berlijn 1924 of 1925, toen hij daar de Boodschap van Geestelijke Vrijheid verkondigde, de Soefi Boodschap van Liefde, Harmonie en Schoonheid. De oorspronkelijke opname van zijn stem werd door mij voor het eerst in 1988 van twee stel speciale 78-toeren platen overgenomen. Zij werden weer duidelijk luisterbaar gemaakt voor publicatie en zijn sindsdien overal verspreid. Zij verschenen eerst als muziekcassette (Historic Sound Documents VII, HSD 2507). In 1999 en 2008 verscheen deze opname ook op CD (SAR 1925 00 01). Van deze opname zijn aantekeningen bewaard gebleven van Pir-o-Murshid Inayat Khan gericht aan Murshida Fazal Mai, in het handschrift van Murshid, in het Engels op een postkaart. 20

De aantekening luidt: Dinsdag, Berlijn, 19 oct.1924. Mijn gezegende Murshida, Ik gaf een lezing met een slechte vertaler, en een andere ga ik nog geven. Velen zijn op te nemen in de orde en het proces gaat verder, elke dag weer. Ik dank u voor uw gebeden die ik voel, voorbij woorden. Een museum wil mijn stem opnemen op de grammofoonplaat om voor de komende generatie te bewaren. Met veel hartelijke zegen, Murshid. De opnamen omvatten drie onderdelen: Het lied van Asif (8 minuten), de Sufi Message (3 minuten) en de Invocation (1 minuut). 1-2 Het Lied van Asif Asif was de schrijversnaam van H.H.Mir Mahbub Ali Khan, Nizam of Hyderabad. Deze overleed in 1911. Dit Urdu lied is hier in het Engels overgenomen uit 'Hindustani Lyrics by Inayat Khan and Jessie Duncan Westbrook' (London 1919): De ogen van de narcissen verkrijgen een nieuw licht van de stralen die uit Uw vervoerende ogen openlicht De vlam is slechts als een mot met een fladderende vlucht aangetrokken door de liefelijke luister van Uw aangezicht. Dit veranderlijk Huis van Spiegels waarin wij wonen lijkt door Uw betovering op een sprookjespaleis: Wie werd er niet gevangen in Uw bekooring en bezocht door visioenen, dwalende in dromen! De harten van al Uw gevangen minnaars zwerven hier en daar en worden gedreven door Uw grillen. Om soms te bidden in het voorhof van de Kaaba of soms te aanbidden in de tempels van de goden. O Asif, je hebt zoveel leed en schaamte gekend en je verloren in het wrede schuren van de liefde Dat de hele wereld u zal begroeten en toejuigen als de moedigste van hun zonen. 3 Sufi Message De tekst van de toespraak luidt in vertaling: Geliefden van God, De Soefi Boodschap is de Boodschap van nu die aan de mensheid wordt gegeven. Het is niet de Boodschap van het Oosten, maar de Boodschap van de ziel, van de geest. Het woord Soefi betekend wijsheid die van de stam Sofia komt. Het is het werk van die wijsheid om de boodschap nu aan de mensheid te geven, opdat de mensen tot elkaar zullen komen in een betere verstandhouding, en zullen uitstijgen boven de verschillende scheidingen van afkomst en geloof die de mensheid verdelen. De Soefi Boodschap is een antwoord op de huidige roep van de mensheid, op dit moment wanneer het materialisme alles doordringt en het commercialisme voortdurend toeneemt. De Soefi Boodschap eerbiedigt alle godsdiensten, erkent alle geschriften, eerbiedigt alle Profeten die door grote delen van de mensheid worden vereerd en ziet de bron en het doel van al deze wijsheid in EEN. 21

4-5 Invocation, “Takbir” Allahhu Akbar, Allahahu Akbar La illaha illa ‘llah, Allahhu Akbar, Allahahu Akbar Wa Lillah il hamd. God is Groot, God is Groot. God is groter dan onze verbeelding. Niets bestaat dan God. Er is geen andere werkelijkheid dan God Al-Een. God is Groot, God is Groot. God is groter dan onze beperking. God is lofprijzing te geven. God is de Volmaking, die lofprijzing is te geven! DE MUZIEK VAN DE COMPANIONS EN OPNAMEN VAN HUN STEM Van Maheboob Khan en Musharaff Khan verschenen in 1988 twee muziekcassettes met elk 14 originele klassieke en soefi-liederen van twee maal zeven 78-toeren grammofoonplaten, opgenomen in 1925. Hoewel Sheikh ul Masheikh Maheboob Khan volgens overlevering in het geheel niet tevreden was met deze opnamen stelde Sheikh Mahmood Khan deze uiteindelijk toch ter beschikking. Het argument dat deze opnamen de enige hoorbare documenten waren van zijn vader zullen zeker hiertoe hebben bijgedragen. Wij moeten ons hierbij voorstellen dat de beide Murshids werden verzocht zo hard mogelijk in een toeter te zingen en alles binnen 3 minuten te willen afronden – meer een sportprestatie! Maar wij verkregen wel een onschatbare inkijk in het repertoire en de uitvoering van de liederenschat van de muzikale soefi-familie. Bij het verschijnen van deze liederen op CD in 1999 en 2008 voegde ik er een derde CD aan toe met 78-toeren historische opnamen uit de dertiger jaren, uit het bezit van Musharaff Khan. Kostelijke opnames van onder meer de Ram Raj die we mochten gebruiken als zeer toepasselijke toneelmuziek in een toneelstuk van Inayat Khan, de Bogeyman, opgevoerd in de zomerschool van 1966. Hier moeten wij ons voorstellen dat later de Companions op een zondagmiddag alleen tesamen zaten en nostalgische plaatjes draaiden met muziek van thuis en van de romantiek van hier. Helaas is ook hiervan veel verloren gegaan. Van de recentere, door Murshida Shahzadi Khan gemaakte `homerecorder` opnamen van Murshid Ali Khan van zomerscholen in 1955, 1957 en 1958 werden drie representatieve CD´s gemaakt, met invocatie, fatehah, toespraak en veel befaamde pianoliederen gecomponeerd door Maheboob Khan. Van de opnamen van Musharaff Khan werden van de laatste zomerschoolopnamen door mijzelf uit 1967 eveneens drie representatieve CD´s gemaakt met hierop mooie sama liederen, piano liederen, een concert met harmonium, een zikr inleiding en de openings- en sluitingstoespraak. Deze opnamen verschenen eerder al als muziekcassettes in 1988. Er is gelukkig nog veel meer muziekmateriaal om verder te ontdekken! Van Maheboob Khan bestaan veel bekende en minder bekende composities van liederen, vaak op teksten van Inayat Khan, met pianobegeleiding. Om hieraan meer bekendheid te kunnen geven speelde Jelaluddin van Lohuizen in de zomerschool van 2000 op verzoek van onze Russische vrienden een opname sessie. Hierbij werden 48 composities en bewerkingen gespeeld en deze zijn op drie CD´s uitgebracht. In 2008 22

volgde een nieuwe opnamesessie met de overige liederen, twintig kortere stukken en vier composties van Murshid Ali Khan en twee van Murshid Musharaff Khan. Deze werden onlangs met begeleidend commentaar door Jelalluddin op een vierde CD uitgebracht. Deze kostbare uitvoeringen hebben een direct verband met de Murshids en met Murshid Musharaff Khan die door Jellaluddin van Lohuizen bij uitvoeringen werd begeleid. Dit is ook op de betreffende CD´s van Musharaff Khan te horen. Het begin van deze uitgaven van de muziek van de boodschap gaat terug tot 1968 toen in de zomerschool een herinnerings 45-toeren plaatje Sufi Songs werd aangeboden met liederen gezongen door Musharaff Khan en begeleid door Hakeem van Lohuizen. Ik was hiervan de producent en manager maar het plaatje kwam een week te laat en de a en b kant waren verwisseld. Het werd ook geen financieel succes, maar we waren blij en trots en op de hoes van eigen ontwerp kondigde ik reeds de langspeelplaten Indian Classical Music en Historical Sufi Recordings aan. In 1969 ging ik met Murshid Fazl Inayat Khan in Varanasi op zoek naar de daar aanwezige oude opnamen van Inayat Khan uit 1909; helaas toen zonder succes. De weg was langer dan ik had gedacht en de moeilijkheden talrijk maar het bereikte resultaat stemt vandaag tot vreugde! Een monument van de muziek van Hazrat Inayat Khan en zijn Metgezellen zijn nu als SAR opnamen beschikbaar voor iedere minnaar van muziek en soefisme! MUZIEK IS VOEDSEL VAN DE ZIEL EN BRON VAN ALLE VERVOLMAKING, Inayat Khan. De SAR CD´s omvatten nu de volgende opnamen van Hazrat Inayat Khan en zijn Metgezellen. SAR 1909 0927 CD1 INAYAT KHAN 16 INDIAN CLASSICAL RECORDS 1909, right speed, right pitch, best quality; 16 tracks; total length 51’; 16 Songs Family Traditionals, 16 tracks each ~ 3’:10”; SAR 1909 0928 CD2 INAYAT KHAN 15 INDIAN CLASSICAL RECORDS 1909, right speed, right pitch, best quality; 15 tracks; total length 48’; 15 Songs Family Traditionals, 15 tracks each ~ 3’:10”;

SAR 1925 0001 CD1 INAYAT KHAN THE original record of his voice: song, message, invocation; 5 tracks; total length 12’; 1-2 Song of Asif 8’; 3 Message Speech 3’; 4-5 Invocation Sung 1’;

23

SAR 1925 0002 CD2 MAHEBOOB KHAN;14 ORIG. CLASSICAL&SUFI SONGS; 14 tracks; total length 45’; from 78 rpm records, best quality;

SAR 1925 0003 CD3 MUSHARAFF KHAN;14 ORIG. CLASSICAL&SUFI SONGS; 14 tracks; ‘total length 47’; from 78 rpm records, best quality; SAR 1930 0001 CD Old Indian Records 78t ca.1930 owned by Musharaff Khan; 22 tracks; total length 75’; 1/10 Ram Raj; 11/12 Gosh; 13/14 Anwari Jan; 15/16 Kaloo Quawal;17/18 Pearu Quawal;19/20 Bismillah Khan;21/22 Achmed Abdal Kader; SAR 1955 0708 CD1 ALI KHAN, SUFI SUMMERSCHOOL ‘55, from home taperecordings; 78’- 10 tracks; Opening SS ‘55, Fateha,3 piano songs,closing SS ’55, Fateha, 2 piano songs; SAR 1958 1108 CD2 ALI KHAN, SUFI SUMMERSCHOOL ’57-‘58, from home tape-records; 74’ - 20 tracks; Closing SS ’5716 piano songs, message1 & 2, Fateha; SAR 1958 0913 CD3 ALI KHAN, SUFI SUMMERSCHOOL ‘58, from home tape-recordings; 79’ – 15 tracks;14 piano songs SS ’58, address Hejirat Day 13-09-’58; SAR 1967 0801 CD1 MUSHARAFF KHAN, SUFI SUMMERSCHOOL ’67, The Hague 15-7/ 1-8-1967; 75 ‘-13 tracks; opening, 5 piano songs, 3 harmonium songs, closing SS, 5 piano songs; SAR 1967 0801 CD2 MUSHARAFF KHAN, SUFI SUMMERSCHOOL ’67, The Hague 15-7/ 1-8-1967; 80’- 24 tracks; sama intro 10 sama songs, 6 piano songs, sama intro, 7 sama songs; SAR 1967 0801 CD3 MUSHARAFF KHAN, SUFI SUMMERSCHOOL ’67, The Hague 15-7/ 1-8-1967; 79’- 20 tracks; zikr intro, sama intro, 6 sama songs, 4 piano songs, 8 sama songs;

24

SAR 2000 0716 CD1 MAHEBOOB KHAN, 1-16; 16 Sufi Songs on Piano by Jelaluddin van Lohuizen; Recorded in Sufi Universel Murad Hassil Katwijk 16-07-2000; SAR 2000 0716 CD2 MAHEBOOB KHAN, 17-32; 16 Sufi Songs on Piano by Jelaluddin van Lohuizen; Recorded in Sufi Universel Murad Hassil Katwijk 16-07-2000; SAR 2000 0716 CD3 MAHEBOOB KHAN, 33-48; 16 Sufi Songs on Piano by Jelaluddin van Lohuizen; Recorded in Sufi Universel Murad Hassil Katwijk 16-07-2000; SAR 2008 0717 CD4 MAHEBOOB KHAN, 49-69;20 +4 ALI KHAN +5 MUSHARAFF KHAN; by Jelaluddin van Lohuizen; Recorded in Sufi Universel, spoken titles & intro NL 17-07-2008;

Meer informatie:

www.sufilab.nl; e-mail: sufilab@xs4all.nl; Alim Vosteen juni 2010.

25

Wat de aanroep oproept Kariem Maas

“Tot de Ene, de volmaaktheid van liefde, harmonie en schoonheid, het Enige Wezen, verenigd met alle verlichte zielen, die de belichaming vormen van de Meester, de Geest van Leiding.” Wat is het toch in deze woorden dat me zo tegenstaat, zo op het verkeerde been zet? Elke keer weer. Steeds opnieuw is het, dat ik mezelf eraan moet herinneren dat het niet is zoals het klinkt: “Ik hier – de Ene daar.” In dat mulle zand lopen de woorden vast. Alsof we elkaar uit de verte toeroepen. Hallo, is daar iemand? En elke keer weer komt iets in mij in opstand en zegt: ‘Nee, zo is het niet; het is veel dichterbij.’ Het is geen aanroep maar een invocation. Het is inroepen, een naar binnen roep, tevoorschijn roep – dat is geen Nederlands maar wel wat het is, en wat het Nederlands gebrekkig uitdrukt. Als ik terug ga naar de bron, het Engelse origineel, worden de twijfels er niet minder op. “Towards the One, the Perfection of Love, Harmony, and Beauty, the Only Being, united with all the Illuminated Souls, who form the Embodiment of the Master, the Spirit of Guidance.” Met The one and only …. werden vroeger buitenlandse artiesten op het podium aangekondigd. De enige echte held kwam daar en dan tevoorschijn uit de coulissen. Ik keek op tegen die helden veraf. En nu moet ik bij deze woorden hevig mijn best doen om die afstand weg te cijferen. Het een en het al is niet aan gene zijde, maar waar ik sta. Is er dan iets mis met helden? Met Goden? Met een voorstelling van God als de Ene, als Vader, als Redder? Nee, soms rust ik uit in Zijn armen. En heel soms zijn er engelen bij, zoals in het versje uit mijn jeugd: “Als ik ‘s avonds slapen ga, komen mij veertien engeltjes na; twee aan mijn hoofdeinde, twee aan mijn voeteneinde, twee aan mijn linker zij, twee aan mijn rechter zij, twee die me wekken, twee die me dekken, en twee die me wijzen naar ‘t hemels paradijze.” Soms verwijl ik in dat beeld en geeft dat toegang tot vrede. Maar niet nu. Niet nu ik inroep, niet nu ik de roep naar binnen volg, niet nu ik wakker wil worden. Nu wil ik niet gehinderd worden door voorstellingen. Towards is niet “tot”! Het is een beweging. Het is ‘naar toe’. Reaching out towards …. We proceed towards …. En toch nog anders. Niet naar buiten maar naar binnen. En zelfs dat niet – want alles is er al. Het is naar wakker worden toe, naar klaar bewustzijn. Klaar in de betekenis van helder. Klaar in de betekenis van afgerond, één. Towards is tot dat besef van eenheid komen. Tot het besef van “Het Enige Wezen”. En weer sta ik op het verkeerde been. Het is geen persoon. Het is niet iemand die ik met geroep probeer te bereiken. Het is 26

het Enig Zijnde. Tot dat besef wil ik komen: het zijnde waarbuiten niets anders is. Wat ook mijn zijnde is, het zijn waarvan ik deel uitmaak. Noem het liefde, noem het schoonheid of harmonie – het is volmaakt, klaar. Een en al ruimte, licht en lichtvoetigheid. Tot dat besef van lichtheid komen, ja, daarvoor zeg ik deze woorden. Zeggen? Nee, dat klinkt te boekhouderig, alsof het slechts een formule is. Zingen, dat zou ik moeten doen. Zingen met een klank die oplost in de wind, oplost in de stilte. De stilte die geboorte gaf aan het eerste Woord, de stilte die voortdurend nog geboorte geeft aan klank, de klank die zingt in mij. “Verenigd met alle verlichte zielen…” Wie of wat is er verenigd? Ineens valt op dat er geen onderwerp is. Netzomin als er staat dat ik tot de Ene ga, staat er wie verenigd is met wat. Het blijft onbenoemd. Wat een vondst is dat – het weglaten daarvan! Spreken van ik suggereert al scheiding tussen ik en de rest. Een scheiding die schijn is. Ik maak deel uit van het Enig Zijnde zoals de druppel in de oceaan. Zo ook is het Enig Zijnde één met verlichte zielen, zo ook is mijn ziel verenigd met alle verlichte zielen. Er is geen onderwerp, er is geen lijdend voorwerp, er is geen meewerkend voorwerp – er is alleen oceaan. Je kunt ook zeggen: wat voor onze zintuigen, onze zinsbegoocheling, verschillende verschijningsvormen zijn, zoals water, stoom, wolken en ijs, is toch steeds hetzelfde. Na de oneindigheid van Een en Enige voert het woord “verenigd” me naar een andere dimensie, de wereld van water en wolken, de aarde met zijn eindige horizon. Ik ben op aarde, waar je dingen hebt, stoelen, banken, schilderijtjes aan de muur en verlichte zielen met een lichaam en een naam. Het woord “verenigd” is een sleutelwoord, het is als de cirkel in een Keltisch kruis. Het verbindt mij met de hoogte en diepte van het Al, en met mijn medemensen naast mij. Het een kan niet zonder het ander. Het is het gebed Saum dat is verbonden met het gebed Salaat. De Oneindigheid die zich uit in een Woord tot de mensheid, tot mij. Niet ik zeg de aanroep, de aanroep is als een ‘woord dat mij in de mond wordt gelegd’. Wij zijn zielen in lichamen. Verrijkt met een lichaam dat van alles kan wat een ziel niet kan – maar ook gevangen in een lichaam dat van alles niet kan wat een ziel wel kan. Mens op aarde. Gelukkig niet alleen. Kijk daar buiten, bij de bushalte kun je ze zien. Arme zielen? Verlichte zielen? Met een beetje geluk zijn het liefdevolle moeders, vriendelijke vaders, onschuldige kinderen, helpende vrienden of mensen die anderen inspireren. Of schuinsmarcheerders, praatjesmakers, lastpakken. Wat grappig dat we voor die types beeldender woorden hebben dan voor brave hendrikken. Dat maakt ze van de weeromstuit aantrekkelijk. Ik zing mee met alle verlichte zielen, zei de muis stampend naast de olifant. Ik zing mee met alle profeten, met alle goede raadgevers, met de wijze woorden en de 27

kinderlijke onschuld. Ik zing mee met allen door wie de wind waait waarheen hij wil. De adem die Adam kreeg ingeblazen. Noem die adem Inspiratie, Gids of Meester. Noem een naam als dat de liefde tastbaarder maakt – zoals we koosnaampjes hebben voor wie ons dierbaar zijn. Hoe dan ook, besef dat er zonder adem geen leven is. Besef dat Adem inspireert, leidt en tot ontplooiing voert. Zo voert de blik op de wereld om mij heen – op de medemens, de zielen, de verlichte zielen – zo voeren deze woorden mij toch weer van beperkte horizonnen naar oneindigheid. De oneindigheid van Geest en zich almaar ontvouwende Liefde. Adem die leven geeft, geef ik stem. Met deze wake up call kan ik beginnen met wat mij te doen staat: “Meer en meer één groeiend in volmaaktheid van liefde, harmonie en schoonheid het enig bestendige Geïnspireerd door de Geest de Gids boodschappers die het aardse pad verlichten”

Spirituele intelligentie Jaap Dekker

Over intelligentie.

Het moeilijke begrip intelligentie is al heel lang onderwerp van denken en discussie en de laatste decennia heeft men meer en meer geleerd verschillende aspecten van intelligentie van elkaar te onderscheiden. Van oudsher kende men onderscheid tussen enerzijds wijsheid en anderzijds wereldse kennis, in de zin van weten en begrijpen; maar tegenwoordig onderscheiden we aan intelligentie veel meer aspecten. Zo kunnen we spreken over sociale intelligentie, dat is hoe bedreven we met elkaar omgaan. We kunnen spreken over fysiologische intelligentie, dat is hoe bedreven ons lichaam omgaat met onder andere ademhaling, hartritme, en hormoonhuishouding. We kunnen spreken over creatieve intelligentie, denk dan aan het vermogen bijvoorbeeld muziek, beeldhouwkunst, schilderkunst te beoefenen en te waarderen. Ook kennen we poëtische intelligentie, en emotionele intelligentie, en practische intelligentie; denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan het gezegde ‘zijn handen kunnen maken wat zijn ogen zien’. Zo kennen we ook spirituele intelligentie. Wat is dat, spirituele intelligentie? Onder spirituele intelligentie valt het oude begrip wijsheid, tesamen met intuïtie en inspiratie en openbaring en mystieke ervaring. Verder kennen we ook de zogeheten rationele intelligentie, waarmee bedoeld wordt: weten, beredeneren, begrijpen, feitenkennis; anders gezegd: analyseren, deduceren en combineren. 28

Van groot belang is te beseffen dat intelligentie wel benoemd kan worden naar verschillende aspecten, maar dat deze aspecten geen afgebakend geheel zijn. Er is altijd sprake van overlapping, en van het meer of minder samengaan van aspecten. We kunnen de aspecten van intelligentie beschouwen als facetten van een prachtig geslepen briljant. Enkele facetten vallen direct in ons gezichtsveld, maar willen we alle facetten bekijken dan moeten we de briljant draaien en we kunnen nooit alle facetten tegelijk bezien. Dus: spirituele intelligentie sec bestaat niet en ook rationele intelligentie sec bestaat niet. Natuurlijk worden er pogingen gedaan intelligentie te meten, en de hoeveelheid en de kwaliteit intelligentie in een cijfer uit te drukken. Zo kennen we het begrip IQ, dat wil zeggen intelligentie quociënt, en dat geeft aan in een cijfer hoe een gemeten algemeene intelligentie in verhouding staat tot de norm. Ook wordt wel gesproken over het EQ, waarmee het emotionele intelligentie quociënt wordt bedoeld. Er wordt voor zover ik weet nog niet gesproken over het SQ, waarmee het spirituele intelligentie quociënt zou kunnen worden aangegeven, maar ik stel me voor dat dat slechts een kwestie van tijd is. Van intelligentie kan gezegd worden, dat het niet overgedragen kan worden. Maar intelligentie kan wel getraind en ontwikkeld worden. Ieder mens kan leren muziek te maken, ja ook dove mensen. En ieder mens kan leren kunst te herkennen en te waarderen. En ieder mens kan taal en rekenen leren. Natuurlijk, de ene mens is daartoe beter toegerust dan de ander, maar door oefenen is intelligentie te ontwikkelen. Aardig is daarbij een aforisme van Hippocrates een beroemd geneesheer uit oude tijden, in gedachten te houden. Hij zei: intelligentie ontwikkelen valt niet mee, want het leven is kort, de gelegenheid is vluchtig en het oordeel blijft moeilijk. Rationele intelligentie ontwikkelen is kenmerkend voor de huidige wetenschap. Aan de hand van hypothesen, analyseren, deduceren, combineren en experimenteren komt men tot theorieën die aardig bekende feiten en nieuwe bevindingen verklaren. Als er weer nieuwe bevindingen zijn evolueert onze rationele kennis en wordt een nieuwe theorie geformuleerd. Rationele intelligentie is dus te ontwikkelen. Zo is ook spirituele intelligentie te ontwikkelen. Wijzen uit oude tijden, zieners, profeten en leraren hebben ons veel geleerd. Evenwel, wijsheid blijkt niet zonder meer overgedragen te kunnen worden. Wijsheid-inzicht moet verkregen worden, anders gezegd: ook spirituele intelligentie moet door trainen en oefenen ontwikkeld worden. Daarom is het, naar mijn mening, een denkfout als ouders hun kind opvoeden zonder aandacht te besteden aan het trainen van spirituele intelligentie. De redenering is vaak dat de ouders het kind niet willen dwingen in een bepaalde geloofsrichting en het kind de kans willen geven, niet geïndoctrineerd, zelf z’n eigen weg te gaan. Maar, als het kind niet leert hoe spirituele intelligentie geoefend kan worden, moet 29

het zelf dat wiel gaan uitvinden en dan wordt het wel heel moeilijk zich in de warwinkel van halve en hele informatie te oriënteren. Daarmee is enigszins vergelijkbaar: het is heel moeilijk hogere wiskunde te leren beheersen, als we niet eerst geleerd hebben te rekenen.

Over atheïsten.

Maar hoe zit dat dan met atheïsten? Zijn atheïsten mensen met een te weinig geoefend en daardoor onder-ontwikkelde spirituele intelligentie? Onder atheïsme versta ik het ontkennen van de Ene, God, Allah, Jehova, Dat, de OBdH, het Niets, de Waarheid, de achter alles werkende Kracht, de Universele Intelligentie, etc.; vul zelf maar in welke woorden u het meest aanspreken. Maar laten we beseffen, dat we ook nu weer zitten met het aloude probleem dat in de heilige geschriften reeds duidelijk onderkend werd: ‘woorden deinzen terug voor het onzegbare’. Daarom wil ik het eenvoudiger zeggen: atheïsten geloven niet in God, atheïsten geloven in toeval; en dan toeval in de betekenis van lukrake gebeurtenissen. Van atheïsten kan je overigens niet stellen, dat hun spirituele intelligentie niet getraind, niet geoefend is. Atheïsten zijn juist veel bezig met spirituele intelligentie, ze denken voortdurend na over spirituele zaken. Er moet dus iets anders aan de hand zijn.

Over kleuren-zien.

Mensen kunnen kleuren zien, kleur-nuances herkennen en leren hoe je die moet benoemen. Sommige mensen zijn daar meer in bedreven dan anderen, en er zijn mensen met een stoornis in het vermogen kleuren te onderscheiden. Dat laatste wordt kleurenblindheid genoemd, wat overigens een onjuiste term blijkt te zijn, want het is geen echte kleurenblindheid maar meer een stoornis in het vermogen kleuren van elkaar te kunnen onderscheiden. De meest voorkomende stoornis is een verminderd rood-groen onderscheidingsvermogen, met altijd een daarmee samenhangende zekere mate van kleurendomheid. En kleurendomheid wil zeggen dat iemand niet heeft geleerd hoe sommige kleur-nuances, die door betrokkene overigens wel worden ervaren als intensiteitsverschillen, benoemd moeten worden.

Een hypothese.

Geïnspireerd door de gedachte dat atheïsme een afwijking zou kunnen zijn en al het bovenstaande overwegende, kom ik tot mijn hypothese dat atheïsten inderdaad een afwijking zouden kunnen hebben in hun spirituele intelligentie. Concreet gezegd, mijn hypothese is dat atheïsten verminderd in staat zijn tot spirituele intelligentie; en deze afwijking is enigszins vergelijkbaar met de afwijking die mensen kunnen hebben in het kleuren-onderscheidingsvermogen. Nu is dat misschien wel een aardige hypothese, maar hoe bewijs je het? Daar hebben we de neurowetenschap voor nodig, een wetenschap die momenteel tot de snelst ontwikkelende takken van wetenschap gerekend kan worden.

30

Over neurowetenschap en meer.

Wereldwijde ontwikkelingen in de laatste decennia hebben dankzij steeds meer verfijnde onderzoeksmethoden een schat aan informatie opgeleverd over hoe ons brein werkt. Veel van wat onbegrepen was wordt nu duidelijker, en gebeurtenissen van diverse aard kunnen gekorreleerd worden met activiteiten op verschillende plaatsen in ons brein. Al heel lang is bekend dat er in onze hersenen gespecialiseerde gebieden gelocaliseerd zijn, zoals bijvoorbeeld een rekencentrum, een taalcentrum, een gehoorcentrum en een gezichtscentrum, dat is dan het gebied waar het zien ‘vertaald’ wordt. Nieuw zijn de ontwikkelingen met betrekking tot de locaties van meer complexe activiteiten zoals bijvoorbeeld het geheugen, emoties, en ook spirituele ervaringen. Het blijkt, dat er voor het goed kunnen functioneren van deze meer complexe activiteiten allerlei hersengebieden nauw moeten samenwerken, en dat het niet slechts om één bepaalde hersenlocalisatie gaat. Een stoornis in de samenwerking van die verschillende gebieden korreleert met een stoornis in een complexe activiteit. Opmerkelijk is, dat het mogelijk blijkt te zijn dat een samenwerking soms toch tot stand kan komen terwijl de gebruikelijke verbinding verstoord is; er worden dan nieuwe wegen gevonden en ‘geleerd’, waardoor die activiteiten zich toch kunnen manifesteren. Hoe zit dat nu met spirituele intelligentie? In de hersenen zijn gebieden gelokaliseerd, waar met verfijnde onderzoeksmethoden religieuze activiteit gemeten kan worden. Het is dan niet zo, dat spirituele intelligentie daar gelocaliseerd is, maar dat spirituele intelligentie zich middels die gebieden manifesteert en dat gaat dan altijd in samenwerking met andere aspecten van intelligentie, zoals bijvoorbeeld emotionele intelligentie. Mijn verwachting is dan ook, dat neurowetenschappelijk onderzoek zal aantonen, dat atheïsten een verminderd vermogen hebben spirituele intelligentie te manifesteren.

Toeval bestaat niet.

Op allerlei wetenschapsgebieden is in de laatste decennia aangetoond, dat er sprake is van een planmatige aanpak in het functioneren van ons universum. Zo is er bijvoorbeeld in de kosmologie, in de kwantumfysica en in de evolutionaire biologie op statistische gronden aangetoond dat de conclusie gerechtvaardigd is, dat daar verbanden bestaan die niet lukrake toevallige gebeurtenissen kúnnen zijn. Ontwikkelingen in de wetenschap tonen aan dat verschijnselen in het leven en het universum wijzen op betekenis en doelgerichtheid en dus op een planmatig functioneren en dat ‘toeval’ daar niet bestaat. Toeval in de betekenis van lukrake toevallige gebeurtenis. zie ik als een verlegenheidsdiagnose, dat wil zeggen we begrijpen niet ‘waarom het werkt’ en daarom noemen we het maar ‘toeval’.

Over het hoe en waarom.

Mensen zijn in alle tijden steeds op zoek naar antwoorden op levensvragen: waar kom ik vandaan, wie ben ik, wat doe ik hier, waar ga ik heen? Rationele intelligentie helpt ons daar meer en meer van te begrijpen, en rationele intelligentie opent voor ons vaak onverwachte perspectieven op de vraag: hoe werkt het? Een veelvoorkomende denkfout echter is, -naar mijn mening- dat alles middels rationele intelligentie te verklaren zou zijn. En dat komt vaak omdat de vraag niet 31

helder gesteld werd. De vraag naar het ‘hoe werkt het’ wordt door de rationele intelligentie meer en meer op grond van wetenschappelijk onderzoek beantwoord. Op de achterliggende vraag ‘waarom werkt het’ is echter geen grip te krijgen. Een heel belangrijke bevinding is dus, dat rationele intelligentie niet in staat blijkt te zijn antwoord te geven op de vraag ‘waarom werkt het’. Zo verklaart de bigbangtheorie hoe ons universum is ontstaan en volgens die theorie kloppen alle bekende verschijnselen met elkaar. Als dan geponeerd wordt: ‘wij hebben geen God nodig om het universum te verklaren’ dan is dat correct, als de vraag was ‘hoe werkt het’. Maar op de vraag ‘waarom werkt het’ is geen antwoord te geven. Als neurowetenschappers aantonen dat hersenactiviteiten gekorreleerd kunnen worden met religieuze ervaringen, dan wordt er antwoord gegeven op de vraag ‘hoe werkt het’. Maar ook daar kan op de vraag ‘waarom werkt het’ geen antwoord gegeven worden. De evolutietheorie heeft ons veel inzicht gegeven in hoe de natuur werkt. ‘De meest geschikte overleeft’ blijkt inderdaad een eye-opener, en toont aan ‘dát het werkt’ en ‘hóe het werkt’. Maar de vraag ‘waaróm het werkt’ wordt ook daar niet beantwoord, het antwoord van de evolutietheorie is steeds: ‘het is door toeval, door lukrake toevallige gebeurtenissen, ontstaan’.

Een vraag.

Zijn andere aspecten van intelligentie, zoals spirituele intelligentie of creatieve intelligentie, wél in staat antwoord te geven op de vraag ‘waaróm werkt het’? Kan intuïtie, inspiratie, openbaring of mystieke ervaring ons het antwoord geven? We dienen ons daarbij te realiseren dat de vraag ‘waarom werkt het’ oorspronkelijk een vraag is die komt vanuit rationele intelligentie, dus vanuit analyseren, deduceren, combineren, en willen begrijpen. En vanuit rationele intelligentie redenerend kan die vraag dus alleen beantwoord worden door argumenteren en begrijpen, door ‘materiële bewijzen’. De intrigerende vraag ‘waarom werkt het’ blijkt niet beantwoord te kunnen worden door rationele intelligentie. En antwoorden die gegeven worden vanuit andere intelligentie-gebieden moeten vanuit die intelligentie-gebieden begrepen worden, in de ‘taal’ van die gebieden. Zo zal onze creatieve intelligentie ons vertellen, dat een bepaald kunstwerk echt een kunstwerk is, want dat ervaren we. En zo zal onze spirituele intelligentie ons vertellen, dat een bepaalde religieuze ervaring echt een religieuze ervaring is, want dat ervaren we. Als spirituele intelligentie de vraag stelt ‘waarom werkt het’ komt het antwoord dus op het niveau van de spirituele intelligentie, en dat is geen niveau van materiële bewijzen, dat is een niveau van ervaren en vertrouwen. Spirituele intelligentie werkt dus op een bepaald niveau van bewustzijn. Maar al in oude tijden hebben leraren ons voorgehouden, en ook Hazrat Inayat Khan, dat bewustzijn en materie eigenlijk ‘meer van hetzelfde’ zijn. Er is een verschil in vibratie, in golflengte. Heden ten dage zouden we kunnen zeggen: bewustzijn en materie zijn verschijningstoestanden, aggregatietoestanden, van hetzelfde. Net zoals bijvoorbeeld ijs, vloeibaar water en waterdamp verschillende aggregatietoestanden, verschillende verschijningsvormen, zijn van H2O.

32

Waarom werkt het?

Veel van de vandaag de dag op de voorgrond tredende wetenschappers veroorloven zich buiten hun wetenschapsgebied conclusies te trekken en daarmee algemeen geldende uitspraken te doen. En dan krijg je potsierlijke situaties, zoals in het verhaal van de astronout, die, toen hij teruggekeerd was op aarde, als antwoord op de vraag of hij daarboven God gezien had gezegd zou hebben: nee, God bestaat niet, want ik heb hem niet gezien. Op de vraag ‘waarom werkt het’ geven atheïsten het antwoord: door toeval, door lukrake toevallige gebeurtenissen. Agnosten zeggen: ik weet het niet. Spirituele intelligentie zegt: ik ervaar dat het werkt, en als ik die ervaring een naam zou moeten geven noem ik het God. Dat komt overigens, naar mijn gevoel, aardig overeen met het godsbeeld van De Spinoza, die ons leerde: ‘God is alles wat er is’.

Naschrift.

Waarde lezer, ik heb dit artikel niet geschreven om u te bekeren, maar om u te laten zien wat ik zie en om u aan het denken te zetten. Neem daarom van mijn woorden wat u goeddunkt en vergeet de rest.

In memoriam Wil Hofman

Op 10 september jl. overleed in haar slaap onze mede-moeried Wil Hofman. Zij is 86 jaar oud geworden. Wil was gedurende enkele jaren de redactrice van de Soefi-gedachte. Zij volgde als zodanig Ied Wiener op en zij droeg haar taak over aan Wali(a) van Lohuizen. Ook was Wil gedurende 4 à 5 jaar lid van het Dutch Publication Committee. Zij werd ingewijd door Musharaff Khan en een interview met haar door Zubin van den Besselaar verscheen in de Soefi-gedachte van maart 2011. Ameen Carp

In memoriam Zohra van Essen

Onlangs overleed in alle overgave en rust Zohra van Essen, de weduwe van de vroegere nationaal vertegenwoordiger van de Soefi Beweging in Zuid-Afrika, Wazir van Essen. Zohra en Wazir waren leden van het Soeficentrum in Den Haag toen zij in 1949 besloten te emigreren naar Zuid-Afrika om aldaar een nieuw leven te beginnen. Gedurende vele jaren woonden Wazir en Zohra in een huis naast de soefitempel te Newlands (een buitenwijk van Kaapstad). Zohra was een voorbeeld van trouw aan de soefi-boodschap; haar toewijding, oplettendheid en belangstelling voor haar medemensen waren voorbeeldig. Zij is 96 jaar geworden. Veel Nederlandse moerieds, die meegingen op soefi-reizen naar Zuid-Afrika zullen zich Zohra herinneren. Ameen Carp 33

Flirten met God

Zubin van den Besselaar Moet je geloven om te bidden en wonderen voor mogelijk te houden? Koert van der Velde vindt van niet. En hij spreekt uit ervaring. In het oude klooster van Vézelay en ook in de Sinaïwoestijn had hij, wat hij zelf noemt een religieuze ervaring. Maar hij noemt zichzelf niet gelovig ofwel agelovig, een nieuw woord dat voor hem betekent niets kunnen/willen geloven dat niet wetenschappelijk te bewijzen is maar toch actief bezig zijn met de zin van het leven en met het zoeken naar religieuze/ transcendente ervaringen. Dat is dus iets anders als de atheïst die in de visie van Van der Velde een gelovige is, hij gelooft n.l. zeker dat er geen God bestaat. En ook anders dan een agnost die het niet weet maar het daarbij laat en niet actief op zoek gaat. Dat doet een agelovige wel. Die gaat op zoek naar bevrediging van zijn/haar spiritueel verlangen. Agelovigen zitten eigenlijk in een onmogelijke situatie zo vindt ook Van der Velde. Op blz. 321 van zijn boek zegt hij: Tegenwoordig hebben mensen die naar een religieuze beleving verlangen een geloofsprobleem. Ze kunnen en willen niet meer geloven dat bijvoorbeeld – niks toeval – is, alles of sommige dingen zijn voorbestemd, dat er een metafysisch doel bestaat dat nastrevenswaardig is, en er uiteindelijke zin is voor ons leven, de mensheid sinds haar ontstaan, de aarde en de kosmos. Maar evenmin dat alles betekenisloos toeval is, de toekomst geen doel heeft, de mens geen bestemming. Is het eerste voor hen onmogelijk geworden, het tweede is voor hen onverteerbaar, voilà het dilemma. Het onderwerp boeide hem zo dat hij besloot er een proefschrift aan te wijden. Onlangs promoveerde hij aan de (vanouds Geformeerde) Vrije Universiteit tot doctor in de sociale wetenschappen. Van het promotieonderzoek verscheen een handelsuitgave waarin de verantwoording van de gebruikte methoden zijn weggelaten maar dat door de vele theorieën die worden aangehaald en al of niet verworpen niet zo makkelijk leest. In de theologie wordt een religieuze ervaring altijd gekoppeld aan een geloof, de inhoud van de religieuze ervaring wordt bepaald door de geloofsinhoud zo is de algemeen erkende theologische theorie. Religie en geloof worden steeds meer verschillende begrippen die niet meer per se samen hoeven te gaan. Daarom heeft Van der Velde een andere definitie van religie nodig omdat alle tot nog toe gehanteerde definities een geloof veronderstellen. Van der Velde vindt dat er sprake is van religie en religiositeit als er sprake is transcendentiebesef en met intentionaliteit. Transcendentiebesef is het besef van het tekortschieten van elk beeld van God en dat Goddelijke werkelijkheid ons begrip te boven gaat. Bij intentionaliteit ga je er van uit dat gebeurtenissen niet altijd puur toeval zijn maar dat ze ook een betekenis, zin kunnen hebben. Dat hoeft geen geloof te zijn maar het zou zo kunnen zijn. Er is een grote groep mensen die, ook al geloven ze er niet altijd in, toch experimenteren met allerlei, vroeger alleen aan gelovige mensen voorbehouden, praktijken die wellicht een religieuze ervaring kunnen oproepen. En ze grasduinen daarbij in heel verschillende religieuze tradities die een grote bron zijn voor het opdoen van religieuze ervaringen. De auteur verwoordt het op blz. 336 heel treffend: Met het pluralistisch worden van mensen is het aantal gesprekspartners op religieus gebied bij velen 34

verveelvoudigd. Niet alleen Jezus, God en Maria, maar ook Krishna, de Dalai Lama, Harry Potter en Inayat Khan kunnen een rol spelen. Hij voegt er wel aan toe dat het hier om theoretisch elkaar vaak uitsluitende perspectieven gaat. Dat laatste is wel verhelderend. Het begrip “geloven” wordt in het boek niet gedefinieerd maar uit het voorgaande blijkt duidelijk dat hij geloof beziet als een samenstel van dogma’s en dwingend te aanvaarden geloofswaarheden, zoals die door kerken worden voorgehouden aan de gelovigen en waar veel moderne mensen niet meer in kunnen geloven, reden waarom ze de kerken massaal verlaten. Sommige theologen als Kuitert en Hendrikse proberen de dogma’s wel te relativeren of ze als onzin af te doen maar daar blijken ze de mensen niet mee in de kerk te kunnen houden. Veel gehoorde klacht is dat in die kerken het “mysterie” helemaal is verdwenen. Mensen gaan daarom religie gebruiken om iets te beleven, niet als iets om in te geloven. Daarbij gaat men vaak zeer pragmatisch te werk: Leidt een ritueel tot zo’n beleving of niet. Zo gaan mensen op bedevaart naar Compostella terwijl ze er absoluut niets van geloven. Of ze zingen vol overgave de Mattheus Passie zonder in de inhoud te geloven. Anderen branden een kaarsje of volgen een spirituele cursus. Van de Velde haalt in dit verband een citaat aan uit het Eigentijds magazine waarin de hoofdredacteur zegt dat het gaat om het besef dat religie niet een kwestie is van geloof of filosofie, maar van het daadwerkelijk ervaren van de band tussen de individuele ziel en de alziel. Onze maatschappij is een belevenismaatschappij geworden waaraan iedereen zijn persoonlijke invulling geeft. Geen standaardoplossingen, iedereen zoekt naar de belevenis die hem/haar het meeste aanspreekt. Soms gaat het ook niet verder dan zoeken naar sensatie en de “kick”. Maar zeker zijn er ook heel serieuze zoekers. Beleven is verheven tot “levenskunst”, een kunst die in het algemeen wel discipline zal vergen, want de beleving vergt vaak dat men zich intensief met de religieuze vorm bezig houdt en daarin ook helemaal opgaat zoals een toneelspeler zich helemaal moet inleven in zijn rol. Wat ik me tijdens het lezen van dit boek steeds afvroeg is in hoeverre het soefisme iets kan betekenen voor deze agelovigen. Het soefisme kent geen systeem van dogma’s. Integendeel ieder geloof en ook iedere ervaring moet je bereid zijn weer achter je te laten, zoals we in de Gatha’s kunnen lezen: Ieder geloof en iedere ervaring is voor een wijs mens een trede van een trap. Hij heeft deze trede genomen en moet nog een andere trede nemen. De treden van een trap zijn niet gemaakt om er op te blijven staan. Ze zijn alleen maar gemaakt om verder te gaan omdat het leven vooruitgang is. Waar geen vooruitgang is, is geen leven. Je behoort verder te gaan. In het verspreiden van de boodschap zullen we dan m.i. meer de nadruk moeten leggen op de verschillende esoterische oefeningen. Koert van der Velde. Flirten met God; religiositeit zonder geloof. Utrecht, Ten Have, 2011. 455 blz. Met noten, register en literatuuropgave. €24,90 ISBN 97825961381

35

Het begon zo….Onder deze titel vertellen moerieds hoe ze in aanraking zijn gekomen met het soefisme van Hazrat Inayat Khan. Wie zijn of haar eigen ervaring wil delen, wordt uitgenodigd dat in een artikel van niet langer dan 400 woorden te sturen naar de redactie. De herinnering aan die ontmoeting kan voor een ieder een verrassende ervaring zijn.

Het begon zo … Nuria Snijders

Er was eens een meisje , dat geboren werd bij een ongelovige moeder en een vader die geloofde in een hogere macht, uitgedrukt in de schoonheid van de natuur. Bij haar geboorte was zij een grote teleurstelling omdat beide ouders op een zoon hadden gerekend , voor de zaak van de vader. Het meisje voelde zich van jongs af aan ‘religieus’, maar ook ‘niet goed genoeg’ en alleen . Als achtjarige had ze op vakantie tussen de bergen in Zwitserland een bijzondere ervaring. Even viel zij samen met de immense grootsheid van de schepping. Deze ervaring droeg zij als een geheim met zich mee , want het was te groots en te heilig om te kunnen delen . Op haar veertiende jaar had zij nog zo’n indringende ervaring. Zij was in stilte heel erg verliefd op een jongen met mooie ogen . Op een nacht werd er letterlijk een sluier weggetrokken en kreeg zij het licht te zien uit de meest liefdevolle ogen die je je maar kon voorstellen . Toen begreep zij dat de menselijke liefde een afspiegeling is van de goddelijke liefde . Ook dit droeg zij zwijgzaam met zich mee , steeds verlangend en op zoek om daarvan iets in het ‘gewone’ leven van alledag te ervaren . Haar zoektocht leidde langs kerken en kerkjes en naar yoga bij Zohra le Rütte . Die kwam tussen de lichamelijke oefeningen door met wijsheden die haar raakten . Op de vraag waar meer van die wijsheid te vinden was, raadde Zohra aan om een keer naar een Universele Eredienst te gaan . Dat was een overweldigende ervaring. De herkenning van het goddelijke , geëerd in alle religieuze tradities, voelde als thuiskomen . Dit was het begin van een lange inspirerende loopbaan binnen de Soefi Beweging. Ik volgde bij Murshida Shahzadi in de Banstraat langdurig de belangstellendenklas. Het voelde als een warm bad om elke week in de sfeer van mushida’s wijsheid , liefde en betrokkenheid ”gewoon te mogen zijn”. Ik ben dankbaar voor het soefisme met zijn wijsheid en rijk geschakeerde facetten die ik ook bij Soefi Orde en Soefi-Contact heb mogen ervaren . Zo leerde ik Atum O’Kane kennen . Hij was er een meester in om het ‘kleine’ zelf van de persoonlijkheid , met zijn pijn en verwondingen , aandacht te geven , en te verbinden en doorlichten met het ‘grote’ Zelf. Hier begreep ik als inmiddels volwassen geworden meisje , dat het ‘niet goed genoeg zijn’, de afgescheidenheid en het verlangen , archetypisch is en hoort bij de ontwikkelingsweg van de mens. Hoe je weg ook gaat, waar je ook zoekt, de gouden schat is altijd te vinden “onder de haard” – in het hart – van je eigen ‘huis’.

36

Over boeken en beelden Wali van Lohuizen: A Psycho Spiritual View on the Message of Jezus in the Gospels. Presence and Transformation in Some Logia as a Sign of Mysticism. Studies in Biblical Literature, vol. 128 (editor Hemchand Gossai); uitgave: Peter Lang, 2011; ISBN 987-1-4331-0658-3 Met dit nieuwste boek van Wali van Lohuizen voegt hij een ongelooflijk waardevol en vernieuwend inzicht toe aan de manier waarop wij het nieuwe testament tot ons kunnen nemen. Velen zijn hem al voorgegaan, zovelen zelfs, dat je je bij aanvang kunt afvragen: kan hier nog een visie aan toegevoegd worden die ons werkelijk raakt, die ons een geheel nieuwe kijk kan geven op het nieuwe testament? Deze vraag kan ik inmiddels bevestigend beantwoorden, maar tegelijkertijd laad ik bij het schrijven van een recensie de verplichting op mij te verwoorden waar dit vernieuwende in zit. Het boek van Wali is heel helder gestructureerd en leidt de lezer van hoofdstuk naar hoofdstuk langs een duidelijke argumentatielijn. Daarnaast is er een leeswijzer aan het begin van het boek. Ook worden de hoofdlijnen nog eens duidelijk besproken in de samenvatting per hoofdstuk, dus het bespreken van een dergelijk boek zou op zichzelf geen onoverkomelijke hindernissen moeten opwerpen. Niets is echter minder waar. De lezer heeft met de argumentatielijn van het betoog een goede wandelkaart in handen, maar de daadwerkelijke tocht dient te voet te worden afgelegd. De wandelaar wordt rondgeleid door een landschap met talloze doorkijkjes, onverwachte uitzichten afgewisseld door oog voor minieme vegetatieveranderingen. Daarmee wordt het hart van de lezer geopend en het bijzondere is dat juist hierin het onderwerp van dit boek ligt. Al lezende ervaar je als lezer wat Wali in de tekst aan de orde stelt: wat is het Koninkrijk Gods, voor wie is het bedoeld, waar kunnen we het vinden, welke voorbereidingen moeten wij treffen, wat moet er minimaal in onze rugzak zitten en dan als ultieme vraag: waar, hoe en wanneer zal het Koninkrijk Gods aanbreken? Voor het beantwoorden van deze vraag laat Wali ons eerst zien op welke manieren het nieuwe testament in het verleden zoal gelezen is en in het bijzonder hoe men de woorden van Jezus en de persoon Jezus door de tijd heen heeft begrepen. Door de eeuwen heen heeft de kerk Jezus als de unieke Messias beschouwd. Lijden, dood en opstanding staan centraal. In het Jezusonderzoek ontstond in de 18e eeuw ook de visie als een religieus leider met een specifieke morele leer. Rond 1900 kwam de nadruk op de eindtijd: het koninkrijk Gods zal komen. Vanaf de tachtiger jaren van de vorige eeuw werd Jezus steeds meer gezien als een mens van vlees en bloed die slechts gekend kan worden tegen de achtergrond van de sociaal- economische situatie van zijn tijd. Naar voren komt een jood zoals velen in zijn tijd, maar wel een die met grote wijsheid sprak. Het evangelie, zijn boodschap, werd beschouwd als literatuur en religie opgevat als een menselijk construct. Deze lijnen zijn in ons 37

huidig tijdperk op velerlei manieren met elkaar verweven en hebben geleid tot een grote variëteit aan opvattingen. Wali vraagt om stil te staan bij een heel andere invalshoek. Hij stelt de woorden van Christus afzonderlijk centraal, waarbij Jezus wordt opgevat als een mysticus en boodschapper van het goede nieuws. Hij nodigt uit tot een spirituele benadering op zoek naar het mysterie cq de mystieke ervaring. Terwijl de verhalende context uitgaat van een horizontale benadering, stelt Wali een verticale benadering voor. De mystieke ervaring waarvan hij hier spreekt wordt niet verhalenderwijze beschreven, zoals bijvoorbeeld in de geschriften van Theresia van Avila of Johannes van het Kruis. Wij moeten de ervaring zoeken zoals deze is verborgen achter de woorden van Jezus. Daar kunnen we ervaren dat zijn woorden uitingen zijn van een gerealiseerde eenheid met God. Het mystieke wordt gedefinieerd als een verborgen realiteit, voorbij al datgene wat wij met onze zintuigen kunnen waarnemen en daarmee ook voorbij de grenzen van de aan onze zintuigen verbonden rationaliteit. In deze mystiek zijn transformatie en presentie kernbegrippen. In de hoofdstukken die volgen laat Wali zien dat het koninkrijk Gods niet in de eindtijd ligt, aan de hand van de verschillende evangeliën in het algemeen en de parabels in het bijzonder. Ook blijft deze niet verbonden aan de aanwezigheid van Christus op aarde. Door nauwkeurig de boodschap te lezen kunnen wij zien hoe Jezus ons onderwees in de verheugende boodschap dat het koninkrijk Gods een innerlijke realiteit is die, zoals o.m. de parabel van de zaaier laat zien, goede grond vraagt en een innerlijk gevoeld verlangen dat grenst aan een noodzakelijk gevoelen (Wali toont hoe de begrippen arm van geest en kind- zijn begrepen moeten worden). Aan de hand van de parabel laat hij zien hoe ontvankelijkheid een ‘actief passief-zijn’ vraagt, zoals de vruchtbare grond, het luisterende hart en het kleine zaadje in de parabel van de zaaier. Het is de natuur van het kind om ontvankelijk en responsief te zijn. In deze staat -van -zijn is men toebereid het glorieuze koninkrijk Gods te betreden en ervaart men Aanwezigheid. Het zou in het kader van een recensie te ver voeren alle ontdekkingen waarlangs de lezer geleid wordt door middel van het gedegen taalonderzoek te bespreken. Een tweetal wil ik u niet onthouden. De psyche. Wali laat zien hoe daarvoor in de vertalingen van het nieuwe testament sterk op de betekenis van het Hebreeuwse nefesh als leven geleund wordt. Dit heeft tot gevolg dat vrijwel altijd psyche met leven wordt vertaald, ook wanneer psyche, zelf, ziel of mind/hart te verkiezen zouden zijn, een vertaalruimte die teruggrijpend op het Griekse woord psuche, wel wordt toegelaten. Dat dit belangrijke consequenties heeft laat hij ons zien o.m aan de hand van het verhaal van de goede herder. Psuche en tithemi worden vaak samen één begrip en vertaald met ‘je leven geven’, sterven. In de context van het verhaal van de goede herder (Jn 10:1) en daar waar Jezus met zijn discipelen spreekt (Jn 15:13) ligt het meer voor de hand om het als een aanmoediging te zien zijn ziel in te zetten, je leven ‘toe te wijden’, dan om daadwerkelijk het leven op te offeren. Immers, schapen zouden geen herder meer hebben en de boodschap zou niet meer verspreid worden! Psyche kan daarom op verscheidene plaatsen beter als zelf vertaald worden: in het verlies van het zelf zit het winnen van het Zelf (Mk 8:35 e.v.). 38

Metanoia. Volgens Wali betekent Metanoia zoiets als transformeren terwijl het traditioneel duidt op bekering in verband met zonde. Deze connectie is tot stand gekomen door het aanvankelijk neutrale griekse woord in het latijn steeds verder te verschuiven. Boete en straf (penetentia en poena) deden zo hun taalkundige intrede in deze teksten. Hierdoor werd het gebruik steeds meer gericht op moraliteit. Hier signaleert Wali een parallel met de weg die Johannes de Doper gaat. Johannes plaatst Jezus in de joodse context zoals deze destijds gangbaar was in de cultuur en sociale omgeving. Echter, Jezus gaf woorden juist nieuwe betekenis. Het koninkrijk Gods was geen herstel van het rijk van Salomo, ook geen eschatologie of de komst van een ideale samenleving, nee het ging om een innerlijke houding om het rijk van nu te ervaren, met mogelijk een ideale samenleving tot gevolg. Voor Jezus was metanoia verbonden met het aanbreken van het koninkrijk Gods en niet met zonde. Bij nadere beschouwing staat Johannes de Doper dus niet in een lijn met Jezus, maar is er een contrast. Het is een verandering in geest, hart en ziel, anders dan de joodse opvattingen van die tijd. Er zijn hier dus drie vormen van verandering: veranderen, bekeren en transformeren. Waar bekeren zich op het negatieve richt, is transformeren iets in het hier en nu -dus geen eschatologie-, het positieve. Hoe bereik je dan deze gezegende staat van zijn (= het makarios van de Zaligsprekingen)? Door er naar te verlangen en door zachtmoedig te zijn. Ook honger en dorst naar rechtvaardigheid leiden er naar toe. Dankbaar zijn, zuiver van hart, een bouwer aan vrede. Dit zijn allen omvormende capaciteiten wanneer ze, behalve als extern doel, ook intern kunnen worden beleefd. Het zijn motiverende krachten en doelen die elkaar over en weer versterken. In de logia zijn er geen aanwijzingen om zondigen en de bijbehorende vergeving als enig mogelijke vertaling te geven van het begrip hamartano. Het kan taalkundig beschouwd worden als: gemist, het doel niet gehaald hebben, met als bijbehorende betekenis voor vergeving: loslaten. De leer van Jezus is er niet een met nadruk op zonde en schuld, maar een met nadruk op goed, in zin van ‘gereed voor’ en ‘toegerust met’ de wens om in te gaan op de roep zich tot het licht te wenden. Veelal betreft het woord voor zonde een aanduiding van de normale intermenselijke verhoudingen. De context van de tollenaar en zonde moet men lezen als zijnde de handeling van de tollenaar als minderwaardig en behoort tot de sociale categorie van zonde. Het betreft dus niet de persoon. Opvallend en in tegenstelling tot de nadruk in de christelijke leer, is dat combinatie van berouw, zonde en vergeving slechts zelden voorkomt. Zondaars zijn mensen die het doel misten, het niet haalden en daarmee nog niet laakbaar zijn, terwijl de begrippen zonde en vergeving dat wel suggereren. Metanoia dient dus te worden opgevat als een psychologische benadering met aanzet tot spiritualiteit, behorend tot het domein van mystieke en niet als theologische vermaning. Ik hoop dat ik met deze recensie hier een tipje van de sluier heb kunnen oplichten van de spirituele reis die het lezen van dit boek in gang kan zetten. De lezer komt aan beide zijden van het spectrum aan zijn trekken: er is een mooi hoofdstuk over 39

de mystieke weg, maar tegelijkertijd is er sprake van een goede wetenschappelijke verantwoording, met name in het methodische hoofdstuk. Het is een boek dat je niet in één adem uit hoeft te lezen, maar iets om van te proeven, elke keer een stukje. Shirin Cornelissens

Gebeurtenissen De dag van de Vrienden van de Universel Murad Hassil Hamida Verlinden Vrienden van Murad Hassil zijn al diegenen die op eigen wijze uiting geven aan hun betrokkenheid bij de Universel: met hun hart, hun beurs, hun handen, en hun hoofd. Voor hen heeft het bestuur van de Stichting Murad Hassil op 11 september j.l. een dag georganiseerd om dank te betuigen en helderheid te geven over de situatie nú. Dat betreft zulke materiële zaken als het MOP (meerjarenonderhoudsplan), exploitatie, visie en beleid. Het was ook een gelegenheid om met elkaar in gesprek te gaan. Er was een kleine opkomst, en een even grote groep mensen die ons succes wensten, en meldden dat ze graag hadden willen komen als niet… De sfeer was open en er was tussendoor een prachtige pianovertolking door Amrita Zweers, en een heel fijn attunement met Elveera Leschot. Na een mooie inleiding van Murshids Hidayat en Karimbakhsh werd een heldere uitleg gegeven over de financiële situatie, en een toekomstvisie die niet voor iedereen even helder was, maar die wel uitgaat van twee poten: een gezond tempelcomplex en een gezond beleid voor human resources. Dat laatste zal alleen succesvol zijn met mensen die zich vrijwillig inzetten als maatje of mentor, en dat kan weer alleen als de bedding bij de organisatie goed is. Daar wordt aan gewerkt. Tegen de tijd dat deze Soefi-gedachte uitkomt zal ook de website meer informatie verschaffen: www.soefitempel.nl Wil je meer informatie of wil je je aanmelden, dan kun je me mailen op: sufihq@xs4all.nl of bellen naar: 06 4071 8113.

40

Soefi-centra

informatie, adressen en activiteiten AMSTERDAM

dhr. P. Smits (Amir), t 06 15 06 05 13 Universele Eredienst: Ignatiushuis, Beulingstraat 11, 1017 BA Am­sterdam, 1e en 3e zondag van de maand 11 uur. Op de 3e zondag voorafge­gaan door de Confraternity of the Message 10.30 uur.

annahay28@gmail.com

Universele Ere­dienst: Logegebouw van de Vrijmetselaars, Rijkmanstraat 10

7411 GB Deventer, 3e zon­dag van de maand om 11 uur. DRONTEN i.o.

Apeldoorn

dhr. J.Koldijk (Kabir), Lindestraat 10, 8266 BG Kampen, t 038-3314446. jellekoldijk@zonnet.nl

Arnhem

mw. L. Bredée-van Ginkel (Kamila), Jacob Catsstraat 28 5671 VR Nuenen, t 040-2832518, soeficentrum.eindhoven@gmail.com Universele Ere­dienst: Eckartdal, Nuenenseweg 1, 5631 KB Eindhoven, 1e zondag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10.30 uur.

Assen

mw. M. Cornelissen-Admiraal (Salima), t 0513431940, Heide 6, 8521 DG Sint Nicolaasga. mw. Y. Veenstra-Wiersma (Ynskje), Wommels. t ’s avonds 0515 576 244. Maandelijks meditatieavonden. Universele Ere­dienst: Bij de Put 15, 8911 GE Leeuw­arden, 1e zondag van de maand om 11 uur.

Breda

dhr. D. Lieftink (Rama) t 0598-430422 email dicklieftink@gmail.com bgg.mw.M.C. van Boon (Musnavira) t 050-5215519 email soeficentgron. vanboon@tiscali.nl Maandelijks: musical tuning en meditatie; stilte en meditatie; 1e ma. vd maand: gespreksavond. Programma: zie www.soefi.nl onder centrum Groningen.

Den Haag

Coördinator: mw. T. Hendriks Franssen-van den Berg (Trudy), Ariënstraat 16, 5351 GD Berghem / Oss, t 0412-402689, kennekeshoek@ calway.nl Secretariaat: dhr. F.W. Roza (Frans), Asterd-kraag 40, 4823 GA Breda, frans.roza@ wxs.nl Universele Eredienst: Cen­trum de Poort, Luy­benstraat 48, 's Hertogenbosch.

Orientatiemiddagen: 2e zondag van de maand van 14-16 uur bij dhr. en mw. de Roos-Labeur (Corrie & At), Sparrenlaan 11, 7313 AT Apeldoorn, t 055-32316 33, atderoos@hetnet.nl mw. H.M. de Caluwé - Rombout (Maharani), Groningensingel 423, 6835 ER Arnhem t 026-3213650, maharani@planet.nl Studieklassen in overleg. Universele Eredienst: Vrijmetselaarsgebouw, Arnhemsestraatweg 360, 6881 NK Velp (Gld) 1e zondag van de maand om 11 uur. mw. A. Stam (Iman), Troelstralaan 236, 9406 BE  Assen, t 0592-707202, 06-24 92 92 77 Studiebijeenkomsten en klassen voor belangstellenden, broeder-zusterschapsleden en moerieds. Universele Eredienst: Loge van de ODD Fellows, Hendrik de Ruiterstraat 2, 9401 KT Assen, 3e zondag van de maand om 11 uur. mw. M.L.C. van Beek-Vanheule (Hira), Berkenring 70, 4881 HD Zundert, t 0765976335, mlcvanbeek@yahoo.co.uk bgg: mw. L. Heerkens (Kalyani), t 076-5601255 Universele Eredienst: Waalse Kerk, Catharina­straat 83-bis, 4811 XG Breda, 3e zondag van de maand om 11 uur. dhr. L.W. Carp (Ameen), Anna Paulowna­straat 78, 2518 BJ Den Haag, sufipublications@hetnet. nl t 070-3644590, f 070-3614864. www.soefi.nl/denhaag Programma op aanvraag: 1e en 3e maandag van de maand open studie- en medi­tatie-klas.; open Soefi-avonden; openhuis-bijeenkomsten; open spirituele film-avonden, en besloten klassen. Universele Ere­dienst: Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag, elke zon­dag om 11 uur, Confraterni­ty of the Message om 10.30 uur. Deventer

mw. A. Westenberg (Hayat), De Dennenhoek 3, 7431 EM Diepenveen, t 0570-532347,

Eindhoven

Friesland

Groningen

‘s Hertogenbosch

Hilversum

dhr. A.Antonius (Ananda), Arent Krijtstr 13 II, 1111 AG Diemen. Klas voor belangstellenden: 1e ma. v.d. maand; voor deelname bellen met: t 020-6907129 of email anandaaa@hotmail.com Universele Eredienst: ‘De Ver­eniging’, Ou­de Engh­weg 19, 1217 JB Hilversum (­bij het gemeentehuis), 2e en 4e zondag van de maand 11 uur. Ivm lange afwezigheid van Ananda treedt op als interim-coördinator: dhr. G. van der Veer, t 035-5312130 41

Regio Katwijk, Wassenaar

Regioleider: drs. J. Belt (Munir), t 0252-373145, Eykendonck 32, 2211 SG Noordwijkerhout. Wakil Huis Universel: mw. E. le Rütte (Zohra), t 071-4077435, zohralerutte@gmail.com Universele Eredienst: Universel Murad Hassil, Zuid­duinseweg 5, 2225 JS Katwijk aan Zee, 1e, 3e en 4e zondag van de maand 11 uur. Confrater­nity of the Message 1e en 3e zo. 10.30 u. Iedere 4e zo. spreekt Karimbakhsh Witteveen. Rotterdam

Coördinator dhr. B. de Wreede (Bauke), t 06-24646694, bwreede@ziggo.nl Studie- en belangstellendenavonden: 1e maandag van de maand, opgave vooraf. Universele Eredienst: Soeficentrum Provenierssingel 41, 3033 EG Rotterdam, 2e en 4e zondag van de maand, 11 uur. Tilburg

dhr. & mw. Ach­terberg-Thierens (Mussavir & Nuria), Chopinstraat 26, 5011 VK Tilburg, t 013-4563241. Klassen voor belangstellenden eerste maandag van de maand. Voor deelname bellen met dhr.L.Raatgever, t 06-12746513 Twente

dhr. J. Sniekers (Rahim), t 074 250 2479, jansniekers@tiscali.nl Universele Eredienst: Nivoncentrum, Lodewijkstraat 1, 7553 LB Hengelo, 2e zondag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10 uur. UTRECHT / BILTHOVEN

dhr. W.S. van der Vliet (Sikander), Juliana van Stolberg-laan 6, 6961 GB Eerbeek, t S & S van der Vliet 0313-650 334, bgg.: mw. J.L. van Male (Sakya), t 030-2723522 Universele Ere­dienst: Huize ‘Het Oosten’, Jan Steenlaan 25, 3723 BT Bilthoven, laatste zondag van de maand om 11 uur. Zeeland

mw. N. Gortzak (Nuria), Mme. Curiestraat 63, 4532 JX Terneuzen, t 0115-530599 en 0640556131 Studiebijeenkomsten: 2e dinsdag van de maand. Info mw. A. van Schaik (An), t 0118-412875. Uni­versele Ere­dienst: Gebouw de Vier Elementen, Breeweg100, 4335 SK Middelburg, 1e zondag van de maand om 11 uur. ZUID LIMBURG

mw. Ingeborg Wuester (Hakima) email ingeborgwuester@yahoo.de bgg: dhr. R. Marinus Ruud), t 06-54 36 78 24. Er zijn maandelijkse bijeenkomsten en om de twee maanden op zaterdagmorgen open klassen. 42

Zwolle

dhr. C. Koster (Karim), Tijnje 48, 8033 AR Zwolle, t 038-4541817, Universele Eredienst: Bloemen­dalstr. 11, 8011 PJ Zwolle, 4e zon­dag van de maand om 11 uur, Confraternity of the Message om 10.30 uur. In Meppel is een Soefi-groep die elke 4e di. v.d. maand bijeenkomt. Contactadres: Zuideinde 46, 7941 GH Meppel, paul.ketelaar@planet.nl www.soefimeppel.nl Informele Eredienst: Engelandseweg 19, Wezep, 2e zondag van de maand om 10 uur. SOEFI BEWEGING NEDERLAND

Algemeen Secretariaat Anna Paulownastraat 78, 2518 BJ Den Haag t 070-3461594, f 070-3614864, sufiap@hetnet.nl Secretariaat open maandag tot en met donderdag van 10 tot 13 uur. bgg.: t 070-3644590 Financiën: dhr. P.H.Popkema (Nadir); na 18.00 uur: t 0314 361 449. <popkemail@hetnet.nl> Nationaal Vertegenwoordiger dhr. L.W. Carp (Ameen), sufipublications@hetnet. nl t 070-3644590, f 070-3614864 Nationaal secretaris mw. L. Grashuis (Wahdud), A.Verweystraat 126, 2274 LM  Voorburg, sufipublications@hetnet.nl t 070-3644590 (overdag), t 070-3871705 (thuis) Office Representative General Banstraat 24, 2517 GJ Den Haag, t 070-3657664, sufihq@xs4all.nl Internet www.soefi.nl (nationale site). www.sufimovement.org (international site). Penningmeester dhr. Leo Sosef, penningmeester Soefi Beweging Nederland, Den Haag. rekening 777555, t 06 83 57 92 14, < Leo.Sosef@me.com > Lidmaatschappen van de Soefi Beweging Er bestaan verschillende vormen: Moeried: dit zijn personen die de inwijding in de Inner­lijke School van de Soefi Beweging hebben ontvangen en de esoterische klas­sen en de esoterische training volgen Broeder-zusterschapslid: dit zijn zij die de idealen en doelstelling van de Soefi Beweging ondersteunen. Lid van de Kerk van Allen: dit zijn zij die zich speciaal aangetrokken voelen tot de Universele Eredienst; dit verlangt niet dat zij ook om inwijding vragen. Vriend van de Soefi Beweging: men kan zich opgeven als Vriend als men een ondersteuning aan het Soefiwerk wil geven.

Belangstellende: eenieder die zich op wil geven als belangstellende en de informatie over soefiactiviteiten wil verkrijgen. Contributieregeling 2011 Moerieds betalen per jaar: Alleen Echtpaar Laag € 100,00 € 150,00 Normaal € 160,00 € 240,00 Hoog € 235,00 € 355,00 Broederschapsleden, Vrienden van de Soefi Beweging Nederland en leden van de Kerk van Allen betalen € 60,- per jaar. Broederschapsechtpaar € 90,00 per jaar. Dit is inclusief het abonnement op de Soefi-gedachte en de uitnodiging voor de Zomerschool. Alléén een abonnement op de Soefi-gedachte: € 16,00 per jaar (=incl. porto Ned.) Wanneer men als lid van een andere Soefi organisatie tevens ondersteunend lid van de Soefi Beweging wil zijn, betaalt men € 20,- per jaar en ontvangt men de Soefi gedachte. DARGAH

Financiële bijdragen voor het sociale, culturele en extra soefi-werk bij de Dargah, rekeningnr.: 616577 t.n.v. Stichting Dargah te Den Haag. Voor organisatie, onderhoud, in­richting van nieuwbouw en guest house, rekeningnr.: 43 02 43626 t.n.v. Dargah-fonds te Den Haag. Schenkingen van boeken enz. (alle talen!): Walia en Wali van Lohuizen t 035 538 98 93 Bijzondere activiteiten

Zie op www.soefi.nl en voor algemene informatie over soefisme: www.soefikalender.nl SOEFI BEWEGING BELGIË

mw. L.D. Deslée (Leela), Sport­straat 100, 900 Gent. Broederschapsvertegenwoordiger in België. info: sufirozentuin@skynet.be of 09.222.10.30 andere organisaties

Sufi Ruhaniat NL: Arienne en Wim van der Zwan, Peace in Motion, t +49 (0)2294 993 78 41 +31 651 30.34.39 (GSM). samark@peaceinmotion.eu Int. Sufi Orde NL: dhr. K. Wagtmans (Nafas),

Rubinsteinstraat 347, 5011 ND Tilburg, t 013 456 02 28 kwagtmans@wanadoo.nl

Sufi Way NL: dhr. E. Koole (Elmer), Oudeweg 31,

9364 PR Nuis. t 0594-549863 elmerkoole@gmail.com

BOWL OF SAKI

Een aanrader: via email kunt u de fraaie engelstalige Bowl of Saki dagelijks gratis toegestuurd krijgen. Via www.wahiduddin.net/saki komt u op de site, waar u zich kunt inschrijven. SOEFISME OP YOUTUBE

In samenwerking met de Soefi Beweging in Amerika is de Soefi Beweging Nederland nu op youtube te zien en te beluisteren. Klik op: *www.youtube.com/user/UniverseelSoefismeNL *www.youtube.com/user/IntSufiMovementUSA ZOMERSCHOOL 2012

Zomerschool 2012 in Universel Murad Hassil, Zuiduinseweg 5, 2225 JS Katwijk aan Zee. zomerschool 1 8 t/m 11 juli commemoration and artistic evening 12 juli vrije dag 13 juli zomerschool 2 14 t/m 18 juli vrije dag 19 juli Soefidagen 20 t/m 22 juli kinderdagen 14 t/m 15 juli INTERRELIGIEUZE VREDESDIENST

De Soefi Beweging Centrum Amsterdam organiseert op zondag 11 december 2011 van 15.00 - 16:30 uur in de Doopsgezinde Singelkerk, Singel 452, 1017 AW Amsterdam, de jaarlijkse Interreligieuze Vredesdienst. Het thema zal zijn: innetrlijke vrede in onrustige tijden. Vertegenwoordigers van de zes grote wereldreligies zullen voorlezen uit hun boeken en een korte reflectie uitspreken. Pandit Bikram Lalbahadoersing (hindoeisme), Diana Vernooij (boedhisme), Reza Khorsand (zoroastrische religie), Renee Sanders (jodendom), dominee Ewoud Roos (christendom) en iman Abdulwahid van Bommel (islam) hebben hun medewerking toegezegd. MarYam Mildenberg spreekt namens het soefisme. De muziek zal worden verzorgd door Michaela Shakti van Vliet (viool), Saraswati Diana de Vries (harp) en Rashid Rob Nijboer (gitaar). Voor meer informatie: Reina de Wit t 020-6732946. www.soefibewegingamsterdam.nl Digitale Nieuwsbrief Alle activiteiten van Soefi Beweging Nederland en overige soefi-organisaties zijn te vinden op www. soefi.nl. Daar kunt u zich ook abonneren op de Nieuwsbrief, zodat u automatisch geactualiseerde informatie krijgt toegestuurd op uw e-mail adres. 43

VERENIGING SOEFI-CONTACT

Soefi-Contact is een landelijke vereniging met afdelingen in Haarlem, Alkmaar en Bussum. De vereniging stelt zich ten doel: het stimuleren van de studie van Hazrat Inayat Khan's ideeën, alsmede het in praktijk brengen ervan, één en ander in de ruimste zin van het woord. Zij streeft dit doel na met alle daarvoor geschikte middelen. Landelijk centrum en dagelijks bestuur Landelijk centrum: Soefi-Huis, Burgwal 38zw-40, 2011 BE, Haarlem. Website: www.soefi-contact.nl email: soefi.contact@gmail.com Voorzitter: mw. E.A. van den Brink, t 0137-425347 Secretaris: dhr. J.Molenaar, mr.J. de Vriesstraat 22, 1788 AV Den Helder, t 0223-646920 Penningmeester: mw. J.L.B.H.M. Kaars-de Groot, Baljuwstraat 19, 1785 SC Den Helder, t 0223-660961 Het verenigingsjaar van Soefi-Contact loopt van 1 juli t/m 30 juni. De contributie kan worden overgemaakt op rekeningnummer: 4239048 t.n.v. Soefi-Contact te Den Helder. Adreswijzigingen / mutaties graag via de secretaris, dhr. J.Molenaar.

Landelijke activiteiten Activiteiten afdeling Haarlem (Soefi-Huis) Alle activiteiten in Haarlem vinden plaats in het Soefi-Huis, Burgwal 38zw-40 te Haarlem. Universele Erediensten: iedere tweede en vierde zondag van de maand; aanvang 11.00 uur. Bezoek aan de bibliotheek is mogelijk na de diensten. In 2012 is de eerste (informele) eredienst op zondag 8 januari. Activiteiten afdeling Alkmaar Universele Erediensten: elke eerste zondag van de maand in de Remonstrantse Kerk, Fnidsen 37, 1811 ND Alkmaar; aanvang 11.00 uur. De Lichtceremonie vindt plaats op zaterdag 24 december 2011 om 20.00 uur. Informatie: dhr. Michaël Schouwenaar, Vatropperweg 5, 1779 GE Den Oever, t 0227-512265, e-mail: soefi.noordwest@kpnplanet.nl en mw. Y. Westenberg, t 072-5333223 Activiteiten afdeling Bussum Informatie over activiteiten: mw. E. Schurink, t 035-6912990 en dhr. Karim Logtmeijer, t 035-6918347, e-mail: lion182@zonnet.nl.

44


Soefi-gedachte 16. december 2011