Issuu on Google+

natuur en cultuur

Nieuwe Veluwe 1/11

Branden van heide is terug in het natuurbeheer

Jan Fabre raakt met vernieuwende en veelzijdige beeldende kunst

Ecoducten noodzakelijk om verbroken verbindingen te herstellen

Radio Kootwijk legt contact tussen cultuur, natuur en mensen

Landschapsbeheer in Elburg verloopt voortvarend en professioneel

Losse nummers e 7,50

CineMec haalt de wereld in huis

CineMec Events CineMec zendt de allermooiste voorstellingen live via satelliet uit, de Screen Events: opera uit New York, toneel uit Londen en ballet uit Parijs en Moskou. Maar er is ook live muziek in CineMec, de Stage Events, zoals Jazz met internationale solisten. Verder zijn er Film Events voor jong en oud!

Agenda maart 2011 t/m 30 juni 2011 Alle informatie over CineMec Events op www.cinemec.nl Of bel 0900 – 321 0 321 (35 ct p.m.) Voorpremière Justin Bieber Never Say Never 3D Film

Ballet Coppélia Delibes

Jazz Tom Harrell & Jazz Orchestra

Voorpremière Black Butterflies Incl. boekverkoop

Opera Le Comte Ory Rossini

ZA 26 MRT 18.30 UUR

MA 28 MRT 19.30 UUR

WO 30 MRT 20.30 UUR

WO 30 MRT 20.15 UUR

ZA 9 & ZO 10 APR

Benefietconcert De Harmonie & Karin Bloemen

Opera Capriccio R. Strauss

Opera Il Trovatore Verdi

Opera Die Walküre Wagner

Toneel The Cherry Orchard Tsjechov

VR 15 APR 20.00 UUR

ZA 23 & ZO 24 APR

ZA 30 APR & ZO 1 MEI

ZA 14 & ZO 15 MEI

dO 30 jUnI 19.45 UUR

Voor alle informatie over CineMec Congres bel: 0318 - 648811

www.cinemec.nl

Colofon

Inhoud

Nieuwe Veluwe Nummer 1, 2011 Nieuwe Veluwe verschijnt 4 keer per jaar. i www.nieuweveluwe.nl

Veluwe 2010: Het programma is bijna klaar; op naar een volgend tienjarenplan voor natuur en economie / 24

Nieuwe Veluwe is voor alle mensen die houden van de Veluwe en meer willen weten over het gebied: natuur, landschap, cultuur(historie) en kunst Uitgave GAW ontwerp en communicatie

Kunstverzamelaars: De collectie van Henk en Victoria de Heus is als een fotoalbum van 22 jaar verzamelen / 28

Adres Generaal Foulkesweg 72 6703 BW Wageningen t 0317 418128, f 0317 425886 e uitgever@nieuweveluwe.nl Redactie Ria Dubbeldam (redactie@nieuweveluwe.nl), Dick van der Klis, Cecile van Wezel

Edelhertenfamilie: De liefde voor het edelhert zit Paul en Rob Borst in hun genen / 32

Klankbordgroep De leden zitten op persoonlijke titel in de klankbordgroep. Annelies Barendrecht (publicist), Thijs Belgers (Gelderse Milieufederatie), Hans van den Bos (journalist, fotograaf), Gerrit Breman (historicus), Koos Dansen (natuurkenner, publicist), Ad Germing (natuurkenner, fotograaf), Michiel Hegener (publicist, cartograaf), Arne Heineman (Natuurmonumenten Gelderland), Patrick Janssen (Vrienden van de Veluwe), Patrick Jansen (Probos), Kim Knoppers (tentoonstellingen hedendaagse kunst en fotografie), Henk Kuijpers (gemeente Apeldoorn), Antoon Loomans (KNNV), Ingrid Regelink (Waterschap Veluwe), Frits Storm (IVN), Dirk van Uitert (Veluwecommissie provincie Gelderland), Gert van Veldhuizen (Vogelbeschermingswacht Noord-Veluwe), Marike Vissers (Staatsbosbeheer), Arjan Vriend (Landschapsbeheer Gelderland), Hans Vulto (gemeente Ede)

Kroondomein Het Loo: Jan Neefjes en Hans Bleumink beschrijven de geschiedenis van vijfhonderd jaar Kroondomein Het Loo / 35 Elburger Landschap: Vrijwilligers en scholieren werken aan een gevarieerd landschap / 42

Vormgeving Cecile van Wezel (GAW) Druk Drukkerij Modern, Bennekom Bladmanagement Jelle de Gruyter (GAW) Abonnementen e abonnementen@nieuweveluwe.nl Jaar­abonnement 2011: € 29,50 incl. btw, Een abonnement wordt automatisch met een jaar verlengd, tenzij vóór 1 november schriftelijk wordt opgezegd. Losse nummers: € 7,50. Advertentie-exploitatie Eelco Jan Velema (Brickx) t 070 322736, m 06 46291428 e advertenties@nieuweveluwe.nl Omslagfoto Hans van den Bos

Artikelen

6 Radio Kootwijk legt contact tussen cultuur, natuur en mensen 10 opinie: Nationaal Park Veluwemassief 14 De magie van Jan Fabre

Rubrieken

4, 31 Actueel 13 Vraag en antwoord 19 Column Wouter Klootwijk 26 Foto: tentoonstelling Zwart-Wit Plus in Nairac

20 Zin en onzin van ecoducten

41 Boeken

38 Branden voor natuur

48 Beroep museumconsulent

45 ‘Cultuurhistorie is meer dan leuk

50 Agenda

strooigoed’

© 2011 GAW ontwerp en communicatie Overname van artikelen wordt op prijs gesteld, maar uitsluitend met bronvermelding. ISSN 1879-6001

nieuwe Veluwe 1/11

3

Actueel Poëzie op de fiets Professionele dichters en amateurs leveren gedichten aan voor een nieuwe poëziefiets­route door de natuur van de ZuidwestVeluwe. ‘We zijn best trots dat een bekende dichter als Eva Gerlach meedoet. Anderen zoals Victor Vroomkoning en Ton Luijten leveren ook een gedicht’, zegt Adinda Crans van Natuur­ monumenten. ‘Van amateur­ dichters hebben we ook veel gedichten ontvangen over hun dierbare plek: van een kikkerpoel, weids landschap tot zwerfvuil. We zien natuur- en landschapsbeleving heel breed.’

Het inzenden van een gedicht kan nog tot 15 april. Uit de ge­dichten wordt een selectie ge­maakt. Ver­ volgens zal de fiets­route natuur­ plekken en gedich­ten met elkaar gaan verbinden. Meedoen met de wedstrijd be­tekent ook kans op publicatie, want de fietsroute en de gedich­ten worden gebundeld in een boekje. De fietsroute verschijnt ook op internet. De gedichten zijn daar te beluisteren en te downloaden voor smart­ phones en mp3-spelers. Kijk voor meer informatie en de wedstrijdvoorwaarden op: www.natuurmonumenten.nl/poezie

Burgerinitiatief Hart voor Natuur Op 23 maart heeft een brede coalitie van zestien groene Gelderse organisaties het Burgerinitiatief Hart voor de Natuur aangeboden aan de nieuwe Provinciale Staten. Hiermee vragen de organisaties namens inwoners van Gelderland aan de Statenleden om besluiten te nemen die de natuur en landschappen voor de toekomst veilig stellen. Voor het Burgerinitiatief zijn ruim 2400 geldige handtekeningen van Gelderse burgers verzameld. Ruimschoots voldoende – er zijn er minimaal 750 nodig – om het onderwerp op de agenda van het provinciebestuur te krijgen. Eigenlijk steunen veel meer mensen het initiatief. Ongeveer 1200 mensen hebben een digitale steunverklaring ondertekend, die niet mee mag tellen voor het Burgerinitiatief en ook zijn er mensen die een onvolledig formulier hebben ingeleverd.

Beeldengroep Land van melk en honing.

Sculpturen met universele waarden ‘Petra’ is het Griekse woord voor ‘steen’. Lag het misschien al in haar naam besloten dat Petra Boshart liefde voor dit harde, weerbarstige materiaal heeft opgevat? Nee, de relatie is diepgaander. Steen hakken hoort bij haar familie, al generaties lang. Bosharts vader, grootvader én overgrootvader waren allemaal steenhouwers. Maar zij is de eerste die het materiaal als beeldend kunstenaar benadert. Haar sculpturen bezitten een universele waarde. Ze lijken er altijd al te zijn geweest, maar tegelijkertijd zijn ze nieuw en ongekend. De abstracte vormen die ze uit graniet hakt refereren aan symbolen en artefacten uit verloren gegane beschavingen of roepen associaties op met vormen uit de natuur. Ook komen persoonlijke emoties en bijzondere ervaringen, zoals de geboorte van haar zoontje, tot uiting in haar werk. Het moederschap en het voeden van haar kind bijvoorbeeld brachten haar tot de beeldengroep Land van melk en honing. Zo zijn al haar beelden aards en spiritueel tegelijk. De tentoonstelling Petra Boshart is tot zondag 5 juni te zien in Het Depot in Wageningen, www.hetdepot.nl

Beekherstelprojecten in de knel

Tijdens de dag Hart voor de Natuur op 18 februari in Radio Kootwijk zijn veel handtekeningen opgehaald voor het Burgerinitiatief.

4

nieuwe Veluwe 1/11

Waterschap Veluwe gaat de Nieuwe Beek bij Vaassen her­ stellen. Het hiermee gemoeide bedrag van 400.000 euro gaat het waterschap geheel betalen, hoewel het onderdeel is van het beekherstel dat doorgaans wordt medegefinancierd door provincie Gelderland. Door be­ zuinigingen is er bij de provincie echter geen geld beschikbaar voor dit project. Het bestuur van het waterschap benadrukt dat dit besluit een eenmalige uitzondering op de regel vormt.

Het herstelplan voor de Nijmolense Beek wordt gestopt, onder andere vanwege het ontbreken van een provinciale bijdrage. Herstel van de Koningsbeek, de Badhuisspreng en de Beek in het Orderveen in Apeldoorn zal gefinancierd worden via het Waterplan Apeldoorn dat samen met de gemeente is opgesteld.

Honderd jaar Park Veluwezoom en Leuvenumse Bos Het is een jubileumjaar voor twee Veluwse terreinen van Natuur­ monumenten. Honderd jaar geleden kocht de toen nog heel jonge vereniging zowel het Leuvenumse Bos als landgoed Hagenau op de Veluwezoom. Het landgoed Hagenau werd in dat najaar ‘met al het houtgewas’ publiek te koop aangeboden. Kaalslag van een van de mooiste bossen op de Veluwezoom dreigde. Het lukte Natuurmonumenten het landgoed te kopen. Vele aankopen op de Veluwezoom volgden. Tachtig jaar geleden werd het gebied uitgeroepen tot Nederlands eerste Nationaal Park. Met 5100 hectare is het één van de grootste natuurgebieden van Natuurmonumenten. Honderd jaar geleden stelde de vereniging ook het 600 hectare grote Leuvenumse bos veilig. Het bos stond te koop en kap dreigde. In 1928 kreeg Natuurmonumenten met de aankoop van het Huls­ horsterzand een stuifzandgebied in handen en in 1978 vond een belangrijke uitbreiding plaats met de aankoop van het landgoed Leuvenhorst. Deze drie gebieden vormen nu een uitgestrekt natuur­ gebied van ruim 22 vierkante kilometer bos afgewisseld met stuifzand en heide. In het Nationaal Park Veluwezoom zijn het hele jaar door speciale feestactiviteiten, met als hoogtepunt op 15 mei een feest in het teken van een tijdreis door de afgelopen honderd jaar.

Maak van de tuin een ‘reservaat’ Nu de overheid steeds minder geld over heeft voor natuur, is het hoog tijd om de ruim vijf miljoen Nederlandse tuinen zo natuurlijk mogelijk in te richten en met elkaar te verbinden tot een ecologi­ sche hoofdstructuur van stukjes groen en stadsnatuur. Dieren gebruiken ons privégroen immers als ‘stapsteen’ om van de ene groene zone in de andere te komen, zegt initiatiefnemer Vroege Vogels van het project Tuinreservaten. Vaak zijn tuinen nog het enige toevluchtsoord voor dieren. Neem de merel, die vanuit het buitengebied de stadstuin heeft gekoloniseerd. Ook grote bonte spechten, sperwers, ijsvogels, vleermuizen en vele insectensoorten worden in tuinen gesignaleerd. Vogelbescherming, Vlinderstichting, RAVON, Zoogdiervereniging, Vivara en tuinblad Groei en Bloei ondersteunen het initiatief. Diverse particulieren op de Veluwe hebben hun tuin al geregistreerd als tuinreservaat. Ook u kunt uw eigen tuin aanmelden via http://vroegevogels.vara.nl.

Zoektocht van realisme naar abstractie

Dagrecreatie in de jaren vijftig in Nationaal Park Veluwezoom.

Met de Regiotaxi weer naar huis

Gelderland heeft veel lange afstandswandelpaden zoals het Veluwe Zwerfpad. Juist in deze

gebieden rijden er minder of geen ‘gewone’ bussen. Om de wandelaar toch met openbaar vervoer naar huis te brengen is er nu een nieuwe mogelijkheid. De ‘gewone’ bushaltes zijn opstappunten geworden voor ook de Regiotaxi. De bushaltes staan vermeld in NIVON-wandelgidsen en het wandelplatformLAW.

De jaren vijftig staan in de belangstelling. In Museum Elburg is de expositie over Elga Eymer (1908-2004) daar een goed voorbeeld van. Eymer is als beeldend kunste­ naar actief betrokken geweest bij de wederopbouwkunst in de vorige eeuw. Architecten en beeldend kunstenaars hadden na de Tweede Wereldoorlog een sterke behoefte om architectuur en beeldende kunst te integre­ ren. Dit resulteerde in monu­ mentale kunst die aan of in het gebouw werd aangebracht. Zo maakte ze verschillende muur­ schilderingen voor scholen en een groot wandmozaïek voor Station Sloterdijk in Amsterdam. De tentoonstelling over deze kunstenares schetst een beeld van haar artistieke zoektocht van realisme naar abstractie. In de jaren zestig legde ze zich toe op olieverfschilderijen, vooral

van interieurs en stillevens. Haar eigen woonomgeving nam ze daarbij als uitgangspunt. Na verloop van tijd werden haar schilderijen steeds lichter van kleur en abstracter. De expositie Elga Eymer is tot en met 6 juni in Museum Elburg. Meer informatie op www.museumelburg.nl

nieuwe Veluwe 1/11

5

Radio Kootwijk

6

nieuwe Veluwe 1/11

Theatergroep Plzant speelt ‘Heimelijk verlangen’ in de Theaterloods.

weer centrum van

verbinding Voorheen legde Radio Kootwijk verbinding met het overzeese Nederlands-Indië, nu gaat het complex natuur, cultuur en mensen met elkaar verbinden. Het ingeslapen zendcomplex krijgt een nieuw leven. Het moet dé plek worden voor vernieuwing, beleving en interactie, zegt de nieuwe eigenaar Staatsbosbeheer. tekst Ria Dubbeldam, foto’s Petra van Vliet, Hans Dijkstra/gaw.nl

Laten we gaan, wat houdt ons nog tegen Alles is bekeken en gezegd Laten we gaan zonder te wikken en te wegen Er staat niets dat van ons zelf is in de weg Geen doorknipplechtigheid met een lintje maar een lied. Daarmee opent Theatergroep Plezant zijn nieuwe onderkomen in een voormalige werkloods van Radio Kootwijk voor familie, vrienden én bewoners van het dorp. ‘De Theaterloods’ heeft de groep het gebouw gedoopt. Een plek waar theater, reflectie en natuur samenkomen. Walter Supèr: ‘We spelen door het hele land, vooral voor organisaties. We brengen groepen mensen bij elkaar en gaan de dialoog aan over werk, leven en liefde. Nu kunnen we bedrijven en organisaties ook hier naartoe halen om in alle rust, ver van het dagelijkse werk, inspiratie op te doen.’ Plezant komt nu ook met publieksvoorstellingen. Wel op bescheiden schaal. ‘We moeten rekening houden met de natuur en het dorp. We voelen ons hier te gast.’ De Theaterloods is een experiment voor anderhalf jaar. Supèr: ‘Staatbosbeheer en wij bekijken

beide of de samenwerking werkt en of onze activiteiten bij elkaar passen. De intentie is zeker dat we blijven.’ Hallo Bandoeng Dat groepen als Plezant neerstrijken heeft alles te maken met de impuls die het 400 hectare grote terrein met zijn vele gebouwen krijgt. De zoektocht naar een nieuwe bestemming heeft jaren geduurd. Vele plannen kwamen langs, waaronder een hout-, een computer- en een muziekmuseum, wellness, een centrum voor hedendaagse kunst, een bezinningscentrum en bedrijfsruimten. Alle voorstellen ketsten af. Ze verstoorden de rust, ruimte of duisternis van het gebied. Uiteindelijk haalde het plan ‘Hallo Bandoeng....Hier Radio Kootwijk’ van Staatsbosbeheer de eindstreep. ‘Het is een uitdaging om de gebouwen te beheren, ze een nieuwe functie te geven en tegelijkertijd de rust, ruimte en duisternis te handhaven. Want die waarden maken Radio Kootwijk juist uniek.’ Gon Mostert, een van de mensen van het kern­ team Radio Kootwijk, vertelt enthousiast over de herontwikkeling.

Ze vindt Staatsbosbeheer de aangewezen partij om het complex te exploiteren. ‘Staatsbosbeheer mag van oudsher een natuurbeheer-organisatie zijn, we zijn ook een van de grootste beheerders van cultureel erfgoed van Nederland. We hebben 450 rijksmonumenten onder onze hoede, waar­ onder dus nu ook de rijks- en gemeentelijke monumenten van Radio Kootwijk.’ Cultureel erfgoed Radio Kootwijk dateert uit de beginperiode van ons communicatietijdperk in de jaren twintig van de vorige eeuw. Alleen al om die reden is het complex het behouden waard. Het markantste gebouw is het voormalige zendgebouw, een ontwerp van Julius Luthmann in art-decostijl en opgetrokken uit gewapend beton om een brandvrije machinehal te krijgen. De drie zendgebouwen voor de korte golf en het 50 kV­ station voor de stroomvoorziening mogen er ook zijn. Net als de woningen van de werknemers en de directie, het entreegebied met het hotel, de watertoren, de garageloods, loods G (een constructiehal) en de portiersloge. De jarenlange

nieuwe Veluwe 1/11

7

‘Staatsbosbeheer mag van oudsher een natuurbeheerorganisatie zijn, minder bekend is dat we een van de grootste beheerders van cultureel erfgoed van Nederland zijn’

Theatergroep Plezant geeft bezoekers een sfeervol ontvangst in de Theaterloods.

leegstand heeft zijn sporen achtergelaten. ‘Op sommige plekken moet snel wat gebeuren’, zegt Mostert, ‘om vervolgschade te voorkomen.’ Bij de Theaterloods bijvoorbeeld moeten het dak en de dakgoten worden vervangen. Met dit soort herstelwerkzaamheden is een begin gemaakt en dan heb je het nog niet eens over restauratie. De restauratie moet grotendeels uit subsidies bekostigd worden. Het economische tij en het politieke klimaat daarvoor zitten niet bepaald mee. Toch is Mostert optimistisch gestemd. Voor het zendgebouw kreeg Staatbosbeheer begin dit jaar ruim 3 ton van het ministerie van OC&W. Ze vindt dat een goed signaal en een mooi begin. ‘Het ministerie erkent daarmee het belang van behoud. Het bedrag is natuurlijk lang niet genoeg. De komende tijd zullen we ook andere overheden en fondsen aanspreken.’ Staatsbosbeheer wil ook zo snel mogelijk het voormalige hotel aanpakken dat in 2005 grotendeels is afgebrand. ‘Het hotel ligt op een beeldbepalende plek bij de entree naar het zendgebouw. Het ziet er nu niet fraai uit. Met een toekomstige exploitant willen we een plan maken voor een hotel met een bescheiden aantal hotelkamers.’ Ontdekkingstocht Voor het hele restauratieplan trekt Staatsbosbeheer drie tot vijf jaar uit. Mostert: ‘Werken­

8

nieuwe Veluwe 1/11

der­wijs bekijken we de mogelijkheden van de gebouwen en dit gebied, en testen we uit hoe de unieke waarden zijn te versterken. Als een partij hier wat wil, kijken we samen naar de mogelijk- en onmogelijkheden. Elk traject wordt zo een ontdekkingstocht.’ Het dorp wordt zoveel mogelijk bij alle plannen betrokken, benadrukt Mostert. ‘Dat is belangrijk. De enige ontsluitingsweg loopt via het dorp. De bewoners zitten echt niet te wachten op veel verkeer. We zetten daarom pendelbussen in als we veel mensen verwachten en alle activiteiten zijn in principe om elf uur ’s avonds afgelopen. Wat heel leuk is, is dat het dorp enthousiast meedoet. Bijvoorbeeld bij de parkeerbegeleiding. Tijdens het zomerprogramma van het afgelopen jaar bedienden Radio Kootwijkers de kassa en verzorgden ze de koffie en thee. Ook de huismeester komt uit het dorp. Er is behoorlijk wat interactie tussen het dorp, onze huurders en ons.’ Zendcirkel De afgelopen tijd is flink gekapt rondom het zendgebouw. Dat heeft een cultuurhistorische reden. ‘Het zendstation lag in een kale vlakte van heide en zandverstuivingen met hier en daar een vliegden’, legt Kim van der Klis, ook lid van het kernteam, uit. ‘Nadat het gebouw zijn functie verloor, is van lieverlee de zendcirkel steeds meer dichtgegroeid met bomen. De cirkel hebben we weer zichtbaar gemaakt. Wandelende en fietsende mensen kunnen het zendgebouw nu van grote afstand zien liggen. De kap is ook goed voor de natuur. In heide en stuifzanden komen bijzondere en zeldzame planten en dieren voor.’ In het zendgebouw geven Gon Mostert en Kim van der Klis een rondleiding. Het pronkstuk is de enorme hal waar de grote dynamo van de zendapparatuur heeft gestaan. Een immens raam biedt een panorama op de heide en het

Kootwijkerzand. ‘De hal houden we zoveel mogelijk zoals ie is: leeg. Zo ervaar je de ruimte met de prachtige tegelvloer het best en kunnen bedrijven die de zaal huren er hun eigen look and feel aan geven. Wel willen we graag de vele dichtgemaakte raampjes in het dak weer open maken. De lichtinval die terugkeert moet fantastisch zijn.’ Cultureel programma Om de exploitatie van het zendgebouw dekkend te krijgen, zoekt Staatsbosbeheer met name inkomsten uit de zakelijke markt. ‘Maar het gebouw moet ook voldoende toegankelijk zijn voor publiek, vinden wij. Daarom hebben we een cultureel jaarprogramma en organiseren we geregeld rondleidingen’, zegt Mostert. ‘Het Amsterdamse gezelschap Orkater komt hier graag, laatst nog met de voorstelling Een mond vol zand over een vrouw die haar getraumatiseerde man terugvindt in de Afghaanse woestijn. Een toepasselijker locatie in Nederland vlakbij het Kootwijkerzand is niet denkbaar, vindt het gezelschap. Dit jaar bieden we ook ruimte aan onder meer het Nederlands Jeugdorkest, theatergezelschap Ereprijs en de succesvolle groep jonge musici Radio Kootwijk Live, die het zendgebouw gebruikt als het laboratorium voor muzikale vernieuwing. Ze betrekken het gebouw en het publiek bij hun spel. Zo zitten in ons programma meer elementen van vernieuwing, beleving en interactie. Daarmee wordt het gebouw een trekpleister van formaat.’ Meer informatie over onder andere het culturele programma van en rondleidingen in het zendgebouw van Radio Kootwijk: www.hierradiokootwijk.nl. Kijk voor de voorstellingen van Plezant op www.plezant.nl

Radio Kootwijk begin jaren dertig. Rechts op de foto het zendgebouw voor de lange golf. Links daarvan een spoorlijntje (radiolijntje) met daarlangs een kortegolfgebouw en een werkplaats. De spoorlijn stopt bij de locomotievenloods. Op de voorgrond een pompput met een schacht van 18,5 meter diep voor de watervoorziening van het hele complex. Opvallend zijn drie 210 meterhoge masten (in totaal waren het er zes) met een centrale mast net achter het zendgebouw. Op de achtergrond zandverstuivingen.

Bewogen historie ‘Hallo Bandoeng....hoort u mij?’ Dit waren de historische woorden van koningin-moeder Emma in 1929 tijdens de eerste officiële telefoonverbinding via Radio Kootwijk met Nederlands-Indië. Iedereen kon sindsdien naar Indië bellen, maar een gesprek kostte wel 33 gulden per 3 minuten. Ter vergelijking: het weekloon lag ongeveer op 25 gulden. Zes jaar voor de eerste telefoonverbinding, in 1923, was het gebouw in gebruik genomen voor het zenden en ontvangen van lange radiogolven met Indië. Destijds een wonder van moderne techniek. De relatief lege ruimte bij Apeldoorn leende zich uitstekend voor een storingsvrije zender. Het oorspronkelijke stuifzandlandschap is voor de bouw van het zendstation en de zendcirkel door 250 Amsterdamse werklozen met de hand geëgaliseerd. In de Tweede Wereldoorlog gebruikten de bezetters de lange golfzender voor communicatie met hun onderzeeërs op de Atlantische Oceaan. Door modernere technieken raakte Radio Kootwijk na de oorlog langzaam maar zeker overbodig voor internationale radioverbindingen. ‘Wij wensen u en de bemanning voor de laatste maal een goede vaart en tevens een voorspoedig Nieuwjaar.’ Op 31 december 1998 waren dit de laatste woorden van Scheveningen Radio via Radio Kootwijk.

In de zoektocht naar een nieuwe functie vatte een groep investeerders het plan op om Radio Kootwijk te huren en 330 meter hoge zendmasten te plaatsen voor een nieuwe lange golfzender die Delta Radio 171 zou gaan heten en bedoeld was als muziekzender. Bewoners uit het dorp Radio Kootwijk en wijde omgeving maakten zich ernstig zorgen. Ze vreesden aantasting van natuur en landschap en effecten van elek­ tromagnetische straling op hun gezondheid. Verenigd in de Stichting Platform Kootwijk streden ze met succes tegen de nieuwe zender. Om de problemen met de herbestemming onder de aandacht te brengen, vroeg KPN in 2003 een sloopvergunning aan voor het monumentale zendstation. Vanzelfsprekend staken overheden hier een stokje voor. In 2004 verkocht KPN Radio Kootwijk voor ruim 8 miljoen euro aan de Staat. Een stuurgroep bestaande uit vertegenwoordigers van onder meer provincie Gelderland, gemeente Apeldoorn, Staatsbosbeheer en twee ministeries zocht een verantwoorde herbestemming. Uiteindelijk bleek Staatsbosbeheer de beste partij om het complex Radio Kootwijk in zijn geheel te beheren. Ze was al eigenaar en beheerder van het omliggende natuurgebied. Op 10 december 2009 is de totale eigendom van complex Radio Kootwijk aan Staatsbosbeheer overgedragen.

nieuwe Veluwe 1/11

9

De Nederlandse natuur kan, net als in Tanzania en Costa Rica, prima op eigen benen staan, maar daarvoor heeft zij wel de ruimte nodig. Dat kan door de vorming van één groot nationaal park op de Veluwe, vindt Stefan Pasma. Hij pleit ervoor alle losse snippers onder één beheerparaplu te brengen. Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten zitten qua beleid en beheervisie al behoorlijk op één lijn. Het zou niet al te moeilijk moeten zijn om hun Veluwse bezittingen onder de gezamenlijke paraplu te brengen van een Nationaal Park Veluwemassief.

10

nieuwe Veluwe 1/11

Opinie Ruim baan voor echte natuur op het Veluwemassief tekst Stefan Pasma, foto Hans Dijkstra/gaw.nl

Op satellietfoto’s is de Veluwe het grootste, ogenschijnlijk aaneengesloten bos van Noordwest-Europa. Ook vanaf de grond gezien. Bijvoorbeeld vanaf een snelweg als de A50, die er dwars doorheen loopt, lijkt het hier en daar wel één groot woud. En dat nog wel in Nederland, één van de dichtstbevolkte landen van Europa. Ook voor Nederlandse begrippen is dit een bijzonder gebied; je kunt er nog grote wilde dieren zien zoals bijvoorbeeld reeën, vossen, edelherten en wilde zwijnen. Het gebied is ook een toeristische trekpleister met circa 28 miljoen dagjesmensen en 1,7 miljoen vakantiegangers per jaar. Het hart van de Veluwse natuur wordt gevormd door het 91.200 hectare grote gebied dat binnenkort onder bescherming van Natura 2000 zal vallen. Natura 2000 is het grote Europese netwerk van bijzondere en beschermde natuurgebieden. Hoopvolle ontwikkeling Vanaf het aardoppervlak is echter ook te zien dat de Veluwe niet dat grote, aaneengesloten stuk robuuste natuur is, zoals het vanuit een baan om de aarde nog leek te zijn. De Veluwe is doorsneden met wegen, spoorlijnen en een bonte verzameling rasters en hekwerken. Er is echter recentelijk een hoopvolle ontwikkeling in gang gezet. Er zijn al drie grote snelwegecoducten gebouwd en daar komen vanaf dit jaar maar liefst zes grote nieuwe ecoducten bij. Die negen grote ecoducten gaan er mede voor zorgen dat natuurlijke trekroutes van wilde dieren met de omliggende stroomdalen van de rivieren IJssel en Nederrijn weer enigszins hersteld worden. Over een paar jaar zullen grote kuddes grazende edelherten in de uiterwaarden van de IJssel ongekende beelden gaan opleveren van de Veluwse natuur. Je zou

als publicist bijna achterover gaan leunen met deze positieve ontwikkeling, maar er rest nog één belangrijk doel om de natuur op de Veluwe ook werkelijk robuust te maken. De Nederlandse natuur kan, net als de natuur in Tanzania en Costa Rica, prima op eigen benen staan, maar dan heeft het wel de ruimte nodig. En dat kan door de vorming van één groot nationaal park op de Veluwe. Lappendeken Op het vlak van terreinbeheer is de Veluwe op z’n zachtst gezegd nog één grote lappendeken. De Veluwe is een soort conglomeraat van natuur­terreinen met verschillende eigenaren, die er ieder een eigen beheerplan op nahouden. De terreinen zelf zijn vaak omzoomd met hertenen/of zwijnenkerende rasters. De natuur zelf staat meestal helemaal niet centraal in deze gebieden. Zo wordt in grote delen van de Veluwe nog gewoon hout geoogst onder de vlag van ‘multifunctioneel bosbeheer’ of ‘natuurvolgend bosbeheer’. Hoe kan het eigenlijk dat de natuur zelf niet centraal staat op de Veluwe? Er is geen integrale beheerorganisatie voor de Veluwe die met één herkenbaar gezicht naar buiten treedt. Een officiële website over de natuur van het Veluwemassief ontbreekt. Op dit moment zijn er twee kleine, los van elkaar liggende, nationale parken op de Veluwe: het Nationaal Park Veluwezoom en Het Nationale Park De Hoge Veluwe. Samen beslaan ze nog geen 10 procent van de Veluwe. Waarom dus niet al die losse snippers op de Veluwe onder één beheerparaplu brengen? Dit zal niet binnen pakweg vijf jaar realiteit kunnen zijn, maar op korte termijn kan er al een belangrijke eerste stap worden gezet: hiervoor zijn de twee grootste spelers op de Veluwe als eerste aan zet.

Gezamenlijke paraplu Staatsbosbeheer en haar zusterorganisatie Vereniging Natuurmonumenten zijn de grootste natuurbeheerders van ons land. Staatsbosbeheer zwaait de scepter over 2500 vierkante kilometer natuur en Natuurmonu­menten heeft 1000 vierkante kilometer onder haar hoede. Ook op de Veluwe hebben beide diverse grote bezittingen. Zo beheert Natuur­monumenten

‘Op het vlak van terreinbeheer is de Veluwe op z’n zachtst gezegd nog één grote lappendeken’ onder meer Planken Wambuis (circa 2000 hectare) en het al genoemde Nationaal Park Veluwezoom (5000 hectare). Staatsbosbeheer bezit onder andere boswachterij UgchelenHoenderloo (3300 hectare) en het Speulderen Sprielderbos (2500 hectare). Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten zitten qua beleid en beheervisie behoorlijk op één lijn. Het zou dus niet al te moeilijk moeten zijn om hun Veluwse bezittingen onder de gezamenlijke paraplu te brengen van het nog op te richten Nationaal Park Veluwemassief. Zo kan dan een eerste en belangrijke stap worden gezet om de Veluwe weer tot één geheel te maken. Een dergelijke samenwerking zal ook andere grote terreineigenaren zoals Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe en Kroondomein Het Loo kunnen gaan inspireren om ook mee te doen.

nieuwe Veluwe 1/11

11

De ligging van het bijna 1000 vierkante kilometer grote Natura 2000-gebied de Veluwe. Vrijwel direct is de potentie te zien van één groot Nationaal Park Veluwemassief voor Nederland én Europa.

Herziening beheer Afgezien van de verschillende eigendommen is ook het natuurbeheer van de Veluwe zelf aan een grondige herziening toe. De meeste gebieden op de Veluwe worden als een mix van cultuur-, landbouw- en natuurlandschap beheerd; welhaast elk stukje Veluws bosgebied bestaat uit wat heide, wat stuifzand of een oude hessenweg en al die cultuurelementen moeten actief beheerd worden om te voorkomen dat de natuur ze langzaam wegvaagt. Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer zullen her en der op de Veluwe afscheid moeten gaan nemen van stukjes infuusnatuur, zoals stuifzand en heide, die alleen met actief beheer in stand kunnen worden gehouden. Op termijn zal er op de Veluwe één grote natuurkern moeten komen, die zo’n 80 procent van het 900 vierkante kilometer grote Natura 2000-areaal omvat. In deze grote natuurkern zal de natuur dan echt centraal moeten staan. Het beheerprincipe ten aanzien van menselijk ingrijpen in de natuurkern zal zijn ‘nee, tenzij’ en uiteindelijk

‘Op termijn zal er op de Veluwe één grote natuurkern moeten komen’ ‘nee’. De mens trekt zich hier als beheerder terug en zal hier alleen nog maar komen als gast. De overige 20 procent van het nieuwe nationale park zal dan bestaan uit natuurrijke bufferzones rond woonkernen, de landbouwenclaves en delen van de Veluwerand. In deze overgangszones zal ruimte blijven – of komen

12

nieuwe Veluwe 1/11

– voor diverse vormen van medegebruik zoals het behoud van cultuurlandschappen als de paarse hei met schaapskudde. In deze zone zal dan ook ruimte zijn voor natuur in combinatie met duurzame productiefuncties zoals bosbouw, oogstjacht en landgoederen met bijvoorbeeld biologische landbouw. Dit is ook de plek waar mens en natuur samengaan, waar bezoekers hun hond kunnen uitlaten, waar men kan gaan paardrijden, een pannenkoek kan eten en waar kinderen hutten kunnen bouwen. Mysterieus woud Het is belangrijk om de overgang tussen de natuurrijke bufferzones en de natuurkern, waar de natuur de lakens uitdeelt, voor bezoekers duidelijk visueel te markeren met een bord of een soort poort. Immers, achter dit bord heeft de natuur het voor het zeggen. Er zullen geen zitbankjes meer zijn om op uit te rusten maar ‘slechts’ omgewaaide bomen om op te zitten. Er zullen geen ANWB-paddenstoelen meer zijn die de weg wijzen, er is slechts een trai, zoals die in Amerikaanse en Canadese natuurparken voor­komen. Er zullen geen hekken of rasters meer zijn die de bezoekers scheiden van de grote dieren in het bos. Het is dus goed mogelijk dat wandelaars straks oog in oog komen te staan met een echt wild dier zoals een edelhert, een lynx of misschien zelfs een kudde wisenten. Voor bezoekers die al knikkende knieën krijgen bij de gedachte aan grote dieren in het bos maar ze toch graag willen zien, zullen deskundige parkgidsen klaar staan. Bezoekers van de natuur­kern zullen straks het gevoel krijgen dat ze een bijzonder en mysterieus woud zullen gaan betreden. En dát gevoel, dat wordt straks de kracht van het Nationaal Park Veluwemassief!

Stefan Pasma heeft Milieuhygiëne gestudeerd in Wageningen. Hij werkt als adviseur groen­ beheer bij de gemeente Utrecht en is daar­ naast actief als publicist (www.stefanpasma. nl). Hij schrijft regelmatig voor vaktijdschriften en landelijke dagbladen. In 2007 heeft hij de website Ongerepte-Natuur.nl opgericht met als doel meer bekendheid te geven aan de (mogelijkheden van) wilde natuur in Nederland en de Noordzee. De wilde natuur van Nederland doet in zijn ogen in potentie niet onder voor die van Afrika. De site laat zien dat wilde natuur vaak ongekend snel terugkeert als ze de ruimte krijgt. Stefan Pasma stelt: ‘Nederlanders vinden het wereldwijd beschermen van walvissen, tijgers, tropisch oerwouden en koraalriffen erg belangrijk, maar wat doen we eigenlijk voor de wilde natuur in ons eigen land?’

Hans Willekes Beleidsmedewerker openbare verlichting, provincie Gelderland

Vraag en antwoord Je ziet steeds vaker groene verlichting; waar dient die voor?

‘Het gaat om LED-verlichting. Die is goed voor het milieu, de natuur en het welzijn van mensen. Sinds begin vorig jaar plaatst de provincie lichtmasten met LED langs provinciale wegen. Op de Veluwe zijn weggedeelten of fietspaden van onder andere de N304, N310, N782, N785, N786, N788 en N796 ermee voorzien. Rijkswaterstaat en gemeenten zoals Apeldoorn, Ede en Renkum zijn ook bezig. LED bespaart zo’n 50 procent energie. Omdat de lampen zo’n twintig jaar meegaan, verwachten we ook veel minder onderhoudskosten. Het mooie van LED is dat je er alle kleuren mee kunt samenstellen. We kiezen onder meer voor groen, omdat die kleur heel geschikt is voor plekken die wat donkerder moeten blijven, zoals in de Veluwse bosgebieden. Planten en dieren worden dan minder verstoord. Ook voor mensen is groen licht prettig. Omwonenden ervaren er ’s nachts minder hinder van. Groen is ideaal voor verlichting van kruispunten langs verder onverlichte wegen. Kom je vanuit het donker een normaal verlicht kruispunt oprijden of ga je van het kruispunt af, dan hebben je ogen even tijd nodig om aan de andere lichtsituatie te wennen. Bij groen licht speelt dat nauwelijks. Het zicht is dus veel beter.’

Elmar Veenendaal Wetenschapper, Wageningen Universiteit

Groen licht. foto Olga van der Veer

‘Groen licht kan inderdaad voordelen hebben voor de natuur. Bij witverlichte boortorens op de Noordzee bleven trekvogels hangen. Nu boortorens met speciaal ontwikkeld groen licht verlicht worden, trekken ze wel verder. Normale verlichting heeft ook invloed op vogels in steden. In de buurt van straatlantaarns beginnen veel broedvogels vroeger in de ochtend met zingen. Iemand uit Amsterdam vertelde me onlangs dat merels daar de hele nacht doorgaan! Kikkers en padden houden ook van gewone straatverlichting. Padden steken graag bij straatlantaarns de weg over. Dat is een probleem; ze blijven zitten en hebben een grotere kans om te worden doodgereden. Het is goed om te kijken welke dieren voorkomen in een gebied en daar dan de kleur verlichting op af te stemmen. Nu wordt vooral gekozen voor groen, maar we weten niet precies welk groen goed is voor dieren en of een andere kleur niet beter is. Nachtvlinders hebben, denken we, baat bij andere kleuren. Om meer te weten te komen is een onderzoek gestart door Wageningen Universiteit en het Nederlands Instituut voor Ecologie. We werken intensief samen met Stichting Veldonderzoek Flora en Fauna (VOFF). Op een groot aantal locaties gaan we kijken wat lichtvervuiling doet met planten, nachtvlinders, amfibieën, broedvogels, vleermuizen en kleine zoogdieren. Vrijwilligers van VOFF helpen ons de komende jaren met gegevens verzamelen. De onderzoekslocaties liggen met name op en rond de Veluwe. Naast gewone straatverlichting gaan we nieuwe kleuren testen. Het zou kunnen dat je volgend jaar ineens ergens een paar verlichtingspalen in het bos, aan de bosrand of in de heide tegenkomt. Hier zijn we dan bezig met ons lichtonderzoek.’

nieuwe Veluwe 1/11

13

14

nieuwe Veluwe 1/11

Incompleet ABC van thema’s, motieven en symbolen

De magie van Jan Fabre tekst Kim Knoppers

Niet zelden raakt het werk van Jan Fabre (1958, Antwerpen) toeschouwers tot in de diepste vezels van hun lichaam. Hoe dat kan, ligt in het geheim besloten dat beeldende kunst heet en niet precies in taal te vatten is. Om er toch een beetje grip op te krijgen, kunnen we een ABC aanleggen van de thema’s, motieven en symbolen die als een rode draad door zijn oeuvre lopen. In de combinaties daarvan ligt de betekenis van zijn werk verscholen. Bic-Art/blauw Met de performance Ilad-of the Bic-Art/The Bic-Art Room (1981) begon Jan Fabre met het gebruik van een ongewoon artistiek materiaal: de blauwe inkt van een doodnormale Bic-balpen. Drie dagen lang verbleef hij in een witte ruimte die hij ononderbroken bekraste met blauwe strepen en vlakken. Hij beschikte over een bed, een bureau, een nachtkastje en voedsel, zodat een dagelijkse leefomgeving ontstond. Hier was een kunstwerk in wording, maar tegelijkertijd leefde de kunstenaar er ook zijn dagelijks leven: Big Brother avant la lettre. Het publiek beleefde de ervaring mee. De daad van creëren stond centraal, maar door de objecten die na de performance overbleven, ontstond er ook een verband met de meer traditionele beeldende kunst. Ze vervingen de aanwezigheid van de kunstenaar, maar zijn voor eeuwig verbonden aan de handeling waardoor ze zijn ontstaan. Ooit werd de kleur blauw geassocieerd met zeldzaamheid en rijkdom. De kleurstof ultra-

marijn, gewonnen uit de lapis lazuli steen, afkomstig uit Afghanistan en China, was de duurste ter wereld. Renaissancekunstenaars zoals Michelangelo konden het zich niet permitteren en moesten wachten tot ze het van hun opdrachtgever kregen. Fabre pakte het slimmer aan. Hij vond zijn eigen blauw voor € 0,47 per vijftig stuks. Een nieuwe, plastische en glanzende kleur, niet voortkomend uit de verheven schone kunsten maar uit de dagelijkse negen-tot-vijf-kantoorcultuur.

Tivoli, 1990, ©Angelos Links: detail van Kasteel Tivoli.

Op televisie worden lege, blauwe vlakken gebruikt in nieuwsuitzendingen, vooral bij het weer. De weerman staat voor een leeg blauw vlak, maar de kijker ziet een weerkaart. Kunstenaars gebruiken zulke vlakken om ruimte te suggereren. Van een afstand lijkt het blauw in de tekeningen van Fabre op een monochroom kleurvlak, maar bij nadere bestudering bestaat het uit complexe ruimten waarvan de diepte moeilijk is in te schatten. De ontelbare lijntjes gaan een verbinding met elkaar aan en er

nieuwe Veluwe 1/11

15

‘Wat kan ik anders doen dan wolken meten? De schoonheid van het nutteloze is maatschappelijk

Brein met poppenbenen, 2005 foto: Mario Gastinger, ©Angelos.

Het toekomstige hart van barmhartigheid (...), detail, 2008, foto: Pat Verbruggen, ©Angelos.

relevant’

doemen verschijningen uit het blauw op. Bijvoorbeeld in de serie Het uur blauw (1986/1987) waarin vleermuizen, ratten, slangen, pauwen en uilen zijn te ontdekken. (Zie ook: materialiteit; uur blauw) Dieren ‘De dieren, sprookjeselementen, het droomgevoel binnen mijn werk vormen een inleiding tot het verstaan van een vergeten taal. Het is een taal die we allemaal in ons dragen maar die we verdringen. Omdat deze taal de anarchie van de natuur in zich draagt. Het is een taal die een andere logica heeft dan onze geciviliseerde beschavingslogica. Het is een taal die dichter bij het wezen der dingen staat en een empathie heeft tegenover het leven. Die andere afspraken heeft over tijd en ruimte. Het is een taal van intensiteit, instinct en intuïtie.’ (Zie ook: Hé, wat een plezierige zotheid; insecten) Gesamtkunstwerk Fabre is een kunstenaar die hokjes overstijgt. Hij behoort niet tot een bepaalde stroming of groep en hij beperkt zich niet tot één kunstvorm. Zijn theatervoorstellingen zijn totaalervaringen die bestaan uit performance, tekenen, sculptuur, dans en muziek. ‘Nadenken over het ene medium beïnvloedt het nadenken over het andere, het komt tenslotte allemaal uit één hoofd. Ik gebruik het ene medium omdat ik bepaalde ideeën niet kan uitwerken in het andere.’ (Zie ook: tekenen)

16

nieuwe Veluwe 1/11

Hé, wat een plezierige zotheid Tekenen als onderdeel van een installatie zie je in een werk uit 1987 met de raadselachtige titel Hé, wat een plezierige zotheid. Fabre plaatst zeven met Bic bekraste en met Scheldewater gevulde badkuipen naast elkaar. Erboven hangt hij zeven uilen van blauw Murano-glas. De uil staat voor naderend onheil, de wachter van de dood. Maar ook voor de wijze, zwijgzame observator van het krioelende leven op de grond. Ondanks zijn kennis houdt hij wijselijk zijn snavel en doorziet hij de schone schijn. Hé, wat een plezierige zotheid heeft iets kenmerkends voor zijn oeuvre: als geen ander heeft hij de souplesse om grote thema’s te verbinden met luchtigheid. Insecten Naast vleermuizen en uilen loopt de fascinatie voor insecten door zijn hele oeuvre. De verleidelijk glanzende schildjes van kevers zijn een materieel beeldmerk van de kunstenaar. Het dode materiaal maakt een zeer levendige indruk door de rijke schakering aan kleuren en de flonkering van de schildjes. Met de keverschildjes ontdekte Fabre opnieuw een materiaal dat niet eerder in de kunst was gebruikt. Het omvangrijkste en spectaculairste werk met insecten is Heaven of Delight (2002). Koningin Paola van België verzocht Fabre een werk te maken in de Spiegelzaal van het paleis in Brussel. Hij legde het plafond in met de groene pantsers van anderhalf miljoen Thaise juweelkevers. Het is barok, overdreven en bijna over de top.

Als ‘verguld’ plafond past het wonderwel in de voorname omgeving. De verhevenheid wordt geneutraliseerd door het materiaalgebruik. (Zie ook: materialiteit; kasteel Tivoli) Jean-Henri Fabre De passie voor insecten komt van geen vreemde. Fabre is, zo gaat het verhaal, een nakomeling van de grote Franse 19e eeuwse entomoloog Jean-Henri Fabre (1823-1915). Het verre familielid schreef over de blauwe tijd. ‘Wanneer de nachtdieren gaan slapen en de dagdieren ontwaken, is er in de natuur een moment van sublieme stilte waarin alles opensplijt, openbarst en verandert.’ Dat moment is Fabre gaan zoeken. ‘Het is een ruimte tussen dag en nacht, tussen leven en dood…’ (Zie ook: insecten; uur blauw) Kasteel Tivoli Zijn wens om op grote schaal te experimenteren met materialen komt nergens zo goed tot uiting als in Kasteel Tivoli. In 1990 ‘bebict’ Fabre een heel kasteel. Meer dan 3000 m2 zijdepapier, blauw bekrast door 150.000 blauwe Bic-pennen, bedekten de gevel van het kasteel. Kasteel Tivoli en Heaven of Delight zijn niet de enige grootschalige projec­ ten. In 2000 pakte Fabre de klassieke zuilen van het universiteitsgebouw in Gent in met duizenden plakken ham. Door de witte vet­ randjes en de roodschakeringen van het vlees ontstond een gemarmerd effect, dat wonder­ baarlijk goed bij het klassieke gebouw paste. (Zie ook: Bic-Art/blauw; insecten; vleeswerken)

Het uur blauw (S.M.A.K.), 1988 foto: Dirk Pauwels, ©Angelos. Links: Heaven of Delight, 2002 foto: Dirk Pauwels, ©Angelos.

Lichaam Zowel in zijn beeldende kunst als in het theater is voor Fabre het lichaam middel en onderwerp tegelijk. Als een kunstenaar-alchemist transformeert hij zijn eigen lichaamssappen in kunst. Bloed, sperma, urine en tranen zijn voor hem materiaal om mee te tekenen. (Zie ook: materialiteit) Materialiteit Fabre zoekt materialen die onconventioneel zijn. Belangrijk is de herhaling: het steeds opnieuw zetten van een blauwe lijn met de Bic-pen, het steeds opnieuw aanbrengen van een glanzende groene kever of een plak rauwe ham op een klassieke zuil. Het is een meditatieve handeling die het werk een rustige uitstraling geeft. (Zie ook: Bic-Art/blauw; insecten; vleeswerken) Oude meesters Tussen de visuele wereld van Fabre en die van de Vlaamse meesters van de 15e en 16e eeuw zijn veel overeenkomsten. De onderwerpen vergankelijkheid, dood en terugkeer in een andere gedaante staan ook bij

Fabre centraal. En er is eenzelfde aandacht voor en virtuositeit met het materiaal. Daarnaast ligt een diepere, geestelijke dimensie besloten in het werk, die je pas ervaart als je bent bekomen van de verleiding door het materiaal. (Zie ook: materialiteit) Project voor het nachtelijk grondgebied In zijn jonge jaren ontwerpt Fabre een aantal privétentoonstellingen in de tuin van zijn ouderlijk huis. Hij plaatst een tent in de vorm van een grote neus (1979), waarin hij de sensaties van de omringende werkelijkheid probeert te verbeelden in een reeks tekeningen in schriftjes. Fabre brengt vele nachten in de tent door en ervaart de diepe stilte van de natuur. De onderwerpen zullen in zijn verdere artistieke activiteiten altijd terugkeren: metamorfosen en insecten. (Zie ook: insecten) Tekenen ‘Voor mij is tekenen de eenvoudigste manier om van een vierkant een vliegend tapijt te maken. Om van een insect een hemellichaam

te maken. Alles is mogelijk in een tekening.’ Tekenen staat aan de basis van Fabres kunstpraktijk en is een bindend element tussen alle disciplines waarin hij zich beweegt. Hij heeft de mogelijkheid geschapen om op elk moment en waar dan ook aan het tekenen te slaan: een Bic-balpen, tranen, sperma of bloed is immers altijd voor handen. Zijn tekeningen zijn in vier groepen te verdelen. De ontwerptekeningen zijn functioneel. Het zijn schetsen voor decors voor theatervoorstellingen, sculpturen of performances. De tekeningen die voortkomen uit performances – actionele tekeningen – zijn bijvoorbeeld Ilad-of the Bic-Art/The Bic-Art Room (1981). Daarnaast zijn er de tekeningen die bijna sculpturen zijn. Ze zijn groot en kunnen aan de voorkant en achterkant bekeken worden, omdat ze los in de ruimte hangen. Of ze zijn echt driedimensionaal, zoals Het Knipschaarhuis II (1991) en Huis van vlammen III (1988). En natuurlijk heb je de autonome tekeningen, die niets anders zijn dan zichzelf. (Zie ook: Bic-Art/blauw; materialiteit)

nieuwe Veluwe 1/11

17

Ik, aan het dromen, 1978, foto: Attilio Maranzano, ©Angelos.

De man die de wolken meet, 1998, foto: Attilio Maranzano, ©Angelos.

Uur blauw De tekeningenserie Het uur blauw (1986/1987) neemt een hele ruimte in beslag en er is geen verschil tussen voor– en achtergrond. Het uur blauw is het stille uur tussen de nacht en de dag, waarin de dieren nog kalm zijn, de bloemknopjes gesloten, de mensen op één oor liggen en de contouren van de dingen nog niet helder zijn. Het is een leeg uur, waarin alles nog mogelijk is. Maar ook een uur dat verhult wat er al is. Het uur blauw is een poëtische gedachte die Fabre ontdekte in oude manuscripten van Jean-Henri Fabre. (Zie ook: insecten, Jean-Henri Fabre) Vleeswerken Fabre beschouwt de sculptuur Ik, aan het dromen (1978) als een van zijn sleutelwerken. Een man, gehuld in gouden punaises, zit achter een tafel. Zijn voeten ferm op de grond gepoot, zijn handen rustend op de tafel, het hoofd iets naar beneden gebogen. Het goud is van de onderbenen afgestroopt, het rauwe vlees van plakken ham aangebracht. Het is de voorloper van een reeks vleeswerken die het lichaam binnenstebuiten keert en het vlees gebruikt als huid en omhulsel. De latere

18

nieuwe Veluwe 1/11

vleesjurken en vleeskostuums beschermen het naakte lichaam en zijn tegelijkertijd onderdeel van het lichaam. Bij sommige vleeswerken is het heel duidelijk dat ze van vlees gemaakt zijn. Bij andere is dat subtieler, zoals bij de hamzuilen in Gent. Toch valt er niet te ontkomen aan de penetrante geur, die steeds indringender wordt naarmate de tijd verstrijkt. Het werk moest al na zes weken worden afgebroken. Het dode vlees ging leven, maar was tegelijkertijd ook vergankelijk. (Zie ook: materialiteit, Kasteel Tivoli) Wolken De sculptuur De man die de wolken meet (1998) is een goudvergulde man die op het dak van het Kröller-Müller Museum zal staan tijdens Fabres solotentoonstelling Hortus/Corpus. De man balanceert op een trapje en meet met een liniaal de wolken. Voor Fabre is dit een metafoor voor de kunstenaar die het onmogelijke in zijn werk wil vatten: de kunstenaar-wetenschapper die de werkelijkheid poëtisch verkent. ‘Wat kan ik anders doen dan wolken meten? De schoonheid van het nutteloze is maatschappelijk relevant.’

Het Kröller-Müller Museum heeft van 10 april tot 4 september een omvangrijke tentoonstelling over en met de kunstenaar Jan Fabre. Achter de titel Hortus/Corpus – tuin (hortus) en lichaam (corpus) – ligt het universum van Fabre: het insect, de mens, de engel en het blauw van het eeuwig terugkerende moment waarop de nacht in de dag overgaat en leven ontwaakt.

De auteur heeft voor dit artikel diverse bronnen geraadpleegd: Hugo de Greef en Jan Hoet, Gesprekken met Jan Fabre, De Bezige Bij, 1993; Giancinto Di Pietrantonio, Jan Fabre/ Homo Faber. Tekeningen, performances, fotowerken, films, sculpturen en installaties, Mercatorfonds, 2006; Sigrid Bousset (ed.), Mestkever van de verbeelding. Over Jan Fabre, De Bezige Bij, 1994; www.angelos.be,; www.e-fabre.com; www.musee-jeanhenrifabre.com

Column Keldermottenbouillon met stuifzand

Wouter Klootwijk is journalist, columnist en kinderboekenschrijver. Hij is onder meer bekend van de televisieprogramma’s De Keuringsdienst van Waarde, Klootwijk aan Zee en De Wilde Keuken. Ze gaan over de herkomst van en ontwikkelingen rondom ons eten.

In Amsterdam komt iedereen ergens anders vandaan. Nou ja, bijna iedereen. Er zijn Amsterdammers in Amsterdam geboren. Uit Limburgse ouders of uit Duitsers. Er zijn nog een paar, laten we zeggen originele Amsterdammers, met het lijzige helaholaholladiee-accent, die niet weten dat je iets belangrijks ook in mooi Haarlems kunt zeggen. Nooit de Jordaan uit geweest. Plat Amsterdams lijkt op dweilen. Nijmeegs klinkt of ze daar altijd misselijk zijn. Gronings is prachtig. West-Fries, dat in de kop van Noord-Holland wordt gesproken, is lieflijk, het zingt. Venloos is niet te hebben, zuidelijker Limburgs is dan weer mooi. Volendams is onverstaanbaar maar grappig, Overijssels klinkt kloek. Veluws weet ik eigenlijk niet, maar ik heb reden tot vrezen, omdat ik er niet ver van weg woonde. Ik groeide op aan de andere kant van de Gelderse Vallei. Noordoost van ons de Veluwe, we konden het zien bij helder weer, wij hoog en droog op de kop van de Utrechtse Heuvelrug. In Rhenen sprak men Rhenens. Zo lelijk lukt zelfs Nijmegen niet. Ik had gedacht, toen ik 20 was, dat het snel voorbij zou zijn met streekgebonden talen. Omdat de Amsterdamse provo’s, met wie ik me verbonden voelde, op een bekakte woordvoerder na uit Den Haag, allemaal vrij normaal spraken en omdat ik dacht dat de provo’s en ik Nederland van allerlei beklemming gingen verlossen. Streektaal is beklemmend. Als je het niet machtig bent. Zo een taal sluit anderen buiten. Maar wat een vergissing. Het is sinds 1966 wel leuker geworden, maar niet dankzij ons, provo’s. En Venlo spreekt nog steeds raar. Maar pas echt verbazend vind ik het moderne verlangen naar iets nieuws maar toch authentieks uit de streek. Streekproducten worden niet steeds zeldzamer, maar zijn in opkomst. Bij voorkeur moet het iets zijn dat je op kunt eten of kan drinken. Jam, sap, worst, geitenkaas, honing, kruidenmengsels en likeuren. Nooit scheerzeep, nooit schoensmeer. Het is geen koopwaar die al jaren op de markt is zoals Deventer koek, maar wordt nieuw verzonnen en heeft niets met traditie van doen of met grondstoffen die typisch bij de streek horen. Wilde zwijnen hebben het Vondelpark in Amsterdam al weten te vinden. Toch is er sinds kort Veluwse zwijnenstoverij in blik te koop. Maar omdat een kalfsragoutkokerij toevallig in Edam staat, wordt er ook typisch Edamse kalfsragout aangeboden. En alleen in Edam? Welnee, overal in Nederland in supermarkten. De streekproductenhandel neemt het niet nauw. Gulpener bier komt nog typisch uit Gulpen en wordt gebrouwen met grondstoffen uit Limburg. Maar er zijn heel wat streekbieren te koop, overal in Nederland, die doodleuk in Duitsland gebrouwen worden. Zo wordt er in Rotterdam een kruidenmengsel samengesteld met zeezout erdoor, dat als typische Maasvalleikruiderij verkocht wordt. Je hoeft er alleen een ander etiketje voor te laten drukken en je hebt er IJsselvalleikruiden van gemaakt. Het is toeristenkneuterij. Geitenkaas is typisch kaas van geitenmelk en wilde zwijnenpaté is gemaakt van – moet je nou kijken, er zit ook gewoon roze varken door! Streekproducten zijn helemaal niet typisch van de streek. Vreemd toch, dat we dat, ver van de stad, opeens zo graag willen. Iets authentieks uit Otterlo. Als ze daar vandaag gewoon Nederlands spreken, gaan ze vast alsnog een typisch Otterloos accent verzinnen.

Wouter Klootwijk

nieuwe Veluwe 1/11

19

Zin en onzin van

ecoducten Terwijl op diverse plekken op de Veluwe ecoducten in aanbouw zijn, doemen geluiden op die het nut ervan in twijfel trekken. Wat de provinciale SGP betreft, moet de bouw zelfs maar worden stilgelegd. Tijd om de kennis en feiten eens op een rijtje te zetten.

20

nieuwe Veluwe 1/11

tekst Hans van den Bos, foto’s Hans van den Bos, Jelle de Gruyter/gaw.nl

Vanachter zijn bureau heeft André ten Hoedt een prima overzicht van de dieren op ecoduct Terlet. Twee webcams registreren sinds kort automatisch alle bewegingen van de grotere dieren, 24 uur per etmaal. De ecoloog van Natuurmonumenten Veluwezoom toont op zijn beeldscherm opnamen van overstekende damherten en Schotse hooglanders. ‘Het is interessant om het gedrag van de dieren op het ecoduct te zien: soms gaan ze lopend maar heel vaak ook vluchtend, of ze keren zelfs terug naar hun herkomstgebied.’ Met een zekere reserve presenteert hij de ruwe resultaten van ander­ halve maand waarnemingen afgelopen winter: 413 herten, 63 wilde zwijnen, 20 vossen en ook nog eens 380 runderen gebruikten de wildbrug; daarnaast ook nog 7 konijnen, 5 hazen en een boommarter. ‘Door de opnamen van de webcams te combineren met recent sporenonderzoek in het zand willen we het actuele gebruik verge­ lijken met de oude gegevens’, vertelt Ten Hoedt. ‘Maar het is nog te vroeg om conclusies te trekken over aantallen.’ Pootafdrukken Het was voor het laatst in 2002-2003 dat dieren op ecoduct Terlet systematisch werden geteld. Over de volle breedte van de wildbrug (50 meter) werd een strook zand gelegd om de pootafdrukken van passerende dieren goed te kunnen zien. Vrijwilligers analyseerden een jaar lang de sporen. Zij kwamen tot een schatting van 4000 dieren: 1400 edelherten, 1150 wilde zwijnen, 900 damherten, 450 reeën. Dit komt neer op gemiddeld 15 passages per etmaal. Als bijvangst noteerden de onderzoekers enkele tientallen vossen en dassen. Eerder onderzoek in het seizoen 1994-1995 liet vergelijkbare resultaten zien. De eerste tellingen stammen uit 1989, vlak na de openstelling; toen vielen de getallen iets lager uit. De conclusie is dat wildviaduct Terlet vanaf het begin door vele hoefdieren is gebruikt om de A50 over te steken, en dat het aantal dieren zelfs nog wat is gegroeid. Ook kleinere dieren benutten het ecoduct, maar in welke mate is onbekend. ‘Bij Terlet heeft de aandacht altijd bij de grote grazers gelegen’, verklaart beheerder Wim Knol van het Nationaal Park Veluwezoom. ‘Pas twee jaar geleden hebben we het ecoduct met een stobbenwal – een wal van takken – ook voor kleinere dieren aantrekkelijker gemaakt.’

Van cerviduct naar ecoduct Herman Linde, boswachter bij Staatsbosbeheer, weet nog goed dat in 1987 bij de Woeste Hoeve het eerste Nederlandse ecoduct werd geopend. ‘Dat noemden we toen nog ‘cerviduct’ omdat we vooral dachten aan het edelhert. Het bouwwerk kwam op de plek waar een veelbelopen wildwissel de N50 kruiste. Hier werden veel dieren doodgereden. Al direct vanaf het begin is het ecoduct veel gebruikt. Elke nacht trokken er herten over, gemiddeld 20 dieren per etmaal. We onderzoeken het al lang niet meer. Ik heb dus ook geen flauw idee om hoeveel dieren het nu gaat. Maar aan de sporen kan ik wel zien dat hier veel dieren komen. Ook kleinere: in de verse sneeuw ontdekte ik onlangs nog sporen van eekhoorns.’ Op Woeste Hoeve heeft Rijkswaterstaat kortgeleden inrichtingsmaatregelen uitgevoerd, waardoor het ook voor reptielen aantrekkelijker en veiliger wordt om over te steken. Bij de nieuwe generatie ecoducten richten ontwerpers zich niet meer op één maar op heel veel verschillende diersoorten: op kleine en grote dieren, op liefhebbers van zon en dekking, van droogte en van modder. Dit kan door parallelle banen te maken met een variatie in biotopen en microklimaat, bijvoorbeeld open zand naast boomstobben, naast heide, naast jong bos. Imboschhert Waarom ecoducten nodig zijn? ‘Draai het om’, zegt Herman Linde. ‘Ga eerst eens na wat wij de herten en andere dieren aan uitwisselingsmogelijkheden hebben ontnomen door al die drukke wegen en rasters. De infrastructuur heeft de Veluwe sterk versnipperd en leefgebieden van dieren zijn geïsoleerd geraakt. Lang geleden wisten we al dat herten zich tijdens hun voortplantingstijd over grote afstanden verplaatsten. Mannelijke dieren van de Noord-Veluwe trokken naar de Midden-Veluwe en herten van de Midden-Veluwe bezochten de hinden op de Zuidoost-Veluwe. Dit is zelfs met foto’s van individueel herkenbare dieren gedocumenteerd. Zo werd het bekende ‘Imboschhert’ tijdens de bronst op de Imbosch gezien, terwijl het de rest van het jaar in het Staatswildreservaat bij Ugchelen leefde. Deze trek zou tegenwoordig zonder ecoducten onmogelijk zijn: de snelweg is de laatste dertig jaar breder en veel drukker geworden en de rasters onneembaar hoog.’

Ideaal ingericht ecoduct (met vele biotopen). bron: Schetsboek Ecoducten Veluwe, provincie Gelderland (2006).

Vrije oversteek Ook Michaël ten Holder, projectleider ecoducten van provincie Gelderland, noemt de ecoducten noodzakelijk om de verbroken verbindingen tussen natuurgebieden weer te herstellen. ‘Vooral de volledig in raster gezette rijkswegen zijn onneembare barrières voor de meeste diersoorten. De ecoducten zorgen voor een vrije oversteek. Daardoor kunnen dieren weer in contact komen met soortgenoten die op andere plekken leven, en genen uitwisselen. Dat is goed voor de biodiversiteit.’ De serie ecoducten die momenteel gebouwd wordt, komt voort uit het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO), rijksbeleid dat samenhangt met nationaal en Europees natuurbeleid om de robuuste verbindingen tussen natuurgebieden tot stand te brengen. Dit is de eerste tranche, in 2014-2018 zou een tweede tranche moeten volgen. Bij aanvang van het MJPO is er een knelpuntenlijst geformuleerd, die in 2018 opgelost moet zijn. Deze planning loopt synchroon met de realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Voor de MJPO was in totaal 400 miljoen euro begroot, waarvan de helft nu is uitgegeven. In de eerste tranche MJPO hebben provincie Gelderland, het Rijk en ProRail besloten een samenwerking aan te gaan om in één opdracht negen ecoducten, waarvan zes in Gelderland, te laten bouwen. Een zevende ecoduct op de

nieuwe Veluwe 1/11

21

Linkse hobby? Omdat het nieuwe kabinet de robuuste verbindingen heeft geschrapt, vindt er nu ook een politieke discussie plaats over wat er gedaan gaat worden met de tweede tranche uitvoeringsprojecten van het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO). Het Rijk en de gezamenlijke provincies staan hierbij lijnrecht tegenover elkaar. Eén van de in het MJPO gesignaleerde knelpunten die onder vuur ligt, is bijvoorbeeld de verbinding die de provincies willen creëren op de NoordwestVeluwe, bij Putten, naar de Oostvaardersplassen. Hierover heeft staatsecretaris Henk Bleker zich al vaker negatief uitgelaten. Maar er zijn ook nog andere actuele discussies die van invloed zijn op de uitvoering en het ontsnipperingsbeleid. Zo wil het Rijk de totale verantwoordelijkheid voor natuurbeleid bij de provincies leggen. Het is nog onduidelijk wat dit in gaat houden en wat de gevolgen zijn voor de EHS en de robuuste verbindingen, zegt Ten Holder. En ook de nieuwe Provinciale Staten zullen moeten bedenken wat ze eigenlijk willen met de natuur die het Rijk naar de provincies toe wil schuiven. ‘Je kunt wel zeggen dat wat we bij de start van het MJPO voor ogen hadden, nu op losse schroeven staat,’ concludeert de provinciale projectleider. Eind januari gaf Albert Lok, lid van de Gelderse statencommissie Landelijk Gebied en Water, al een duidelijk signaal. Wat de SGP’er betreft, moet de provincie de bouw van alle Veluwse ecoducten onmiddellijk stilleggen. Volgens hem gaan de ecoducten nergens naar toe en is het geldverspilling om ze af te bouwen, omdat de realisatie van de EHS onder druk staat. Gedeputeerde Harry Keereweer verdedigt de ecoducten, maar het is wel duidelijk dat het huidige natuurvijandige en boervriendelijke kabinet ook in de Gelderse Provinciale Staten aanhangers heeft. Ten Holder gaat er echter vanuit dat ondanks alle discussies de ecoducten die onderdeel vormen van de eerste tranche worden afgebouwd. ‘Deze opdracht is onderdeel van een samenwerkingsovereenkomst tussen provincie, Rijk en ProRail en is in een vergevorderd stadium van uitvoering. Tenzij de politiek anders zal besluiten, wordt het werk gewoon afgemaakt en liggen eind 2012 die ecoducten er. Misschien zullen dan niet overal hert en zwijn er gebruik van kunnen maken, maar wel alle andere diersoorten.’

22

nieuwe Veluwe 1/11

Zodra het ecoduct Oud Reemst is gerealiseerd, worden bij de Kop van Deelen en bij Otterlo de in- en uitspringplaatsen (zie foto) in gebruik genomen. Dat zal in 2012 zijn. Dan is het voor edelherten in Nationaal Park De Hoge Veluwe eindelijk mogelijk om hun buren te bezoeken, en omgekeerd. Het is niet de bedoeling dat moeflons De Hoge Veluwe verlaten.

Veluwe, het ecoduct Wolfhezerheide, waarvan de werkzaamheden ook onlangs zijn gestart, maakt geen onderdeel uit van deze opdracht. Deze voorziening geldt als natuurcompensatie voor de verbreding van de A50. Wim Knol, beheerder Veluwezoom voor Natuurmonumenten, illustreert het belang van ecoducten met een ander voorbeeld: ‘In de Velperwaard, de uiterwaard hier verderop langs de IJssel, leefden tot voor kort vijf reeën. Tijdens het recente hoogwater stond de uiterwaard volledig onder water. Door het ontbreken van een veilige verbinding naar het hogere en drogere Veluwemassief konden de dieren geen kant op. Drie van de vijf dieren zijn verdronken dan wel op de snelweg doodgereden.’ In dezelfde periode is bovendien een otter doodgereden op de A348, bijna op de plek waar de faunapoort Middachten gaat komen. Van A naar …. Ten Holder motiveert de locatiekeuze van de ecoducten als volgt. ‘Vanuit de Europese regelgeving en de nationale Ecologische Hoofdstructuur wordt vooral gekeken naar de grote verbindingsroutes voor dieren. Waar knelpunten liggen tussen belangrijke ecologische routes en infrastructuur gaan we bijsturen. Dat doen we nu dus pragmatischer dan bij de eerste ecoducten. Bij provinciale wegen kijken we wel meer in detail waar dieren oversteken en waar

‘Ga eerst eens na wat wij de herten en andere dieren aan uitwisselingsmogelijkheden hebben ontnomen door al die drukke wegen en rasters’ veel aanrijdingen zijn; daar treffen we dan voorzieningen. Dat zijn meestal rasters in combinatie met veilige oversteekplaatsen.’ Op de centrale Veluwe koppelen de ecoducten meestal soortgelijke biotopen aan elkaar, bos aan bos of open heide aan open heide. Het gaat steeds om natuurgebied. De ervaring is dat de in dit biotoop levende dieren de natuurbruggen snel accepteren en gebruiken. Aan de randen van de Veluwe ligt het anders: daar wordt het Veluwe-massief gekoppeld aan bijvoorbeeld de Rijn- of IJsseluiterwaard of aan het Veluwerandmeer. Daar ligt nog veel boerenland. Ecologen weten dat voor veel diersoorten deze overgangen in het landschap belangrijk zijn. Al is het nog lastig om te voorspellen welke diersoorten in de toekomst van de faunapassages gebruik gaan maken. Immers, de groene corridors zijn hier door alle bebouwing en wegen wel erg smal geworden. Herman Linde spreekt zijn verwachting uit dat het ecoduct bij Hattem goed zal functioneren: ‘Op het militair

oefenterrein zitten veel edelherten, die een sterke drang hebben om hun omgeving te verkennen. Die zitten dus zo via het ecoduct in het Zwolse bos. Maar er is meer nodig om ze ook tot de IJssel te krijgen. Maar wellicht vinden we het over twintig jaar heel gewoon om hier herten te zien en mogelijk weet dan ook een Duitse wolf via Hattem de Veluwe te bereiken.’ ‘Met de uiterwaarden maak je het leefgebied voor dieren op de Veluwe meer compleet’, zegt Ten Holder. ‘Net als vroeger moeten de dieren weer tussen beide landschappen kunnen trekken.‘ Niet voor wandelaars De ecoducten hebben ook de belangstelling van de fiets- en wandellobby. Zij willen graag dat recreanten de wildbruggen kunnen gebruiken als andere oversteekplaatsen in de directe omgeving ontbreken. Boswachter Linde reageert genuanceerd op deze claim: ‘Af en toe een enkele persoon of ruiter lijkt me niet zo’n probleem, zeker niet als de ecoducten hiervoor zijn ingericht. Maar wat doe je als het bezoekersaantal ingrijpend stijgt?’ Hij verwacht dat het moeilijk zal zijn om een openstelling terug te draaien. Daarom pleit hij er toch voor om de kostbare voorzieningen zó te gebruiken waarvoor ze bedoeld zijn: exclusief voor dieren. ‘Die hebben het op de door wegen versnipperde Veluwe al moeilijk genoeg.’ En vaak zijn er voor mensen op korte afstand van het ecoduct goede alternatieven om over te steken. Zoals bij het nieuwe ecoduct Hoog Buurlo, waar op een bestaande brug zelfs een wild-observatiepunt komt. Wim Knol is tegen recreatie op ecoducten waar storingsgevoelige fauna gebruik van maakt. ‘We zien op webcambeelden duidelijk effecten van verstoring door mensen. Dit leidt tot onnatuurlijk nachtelijk gedrag.’ Volgens projectleider Ten Holder zegt ook de bestuurlijke begeleidingscommissie ecoducten ‘nee, tenzij’.

Illustratie Michiel Hegener.

Zij wil geen activiteiten die nadelig zijn voor de natuur. Als enige van de zeven nieuwe ecoducten op de Veluwe komt op wildviaduct Wolfhezerheide een voetgangersoversteek. Dit ecoduct wordt primair ingericht voor amfibieën en reptielen zoals gladde slang en zandhagedis. Deze laten zich minder snel verstoren dan grotere dieren. Het publiek wordt door een scherm (met kijkgaten) gescheiden van het natuurdeel. Eind 2010 heeft onderzoeksinstituut Alterra een onderzoek gepubliceerd over de effecten van recreatief medegebruik op het functioneren van ecoducten. De resultaten uit deze studie worden

bestaande ecoducten

stand van zaken

Woeste Hoeve

A50

Woeste Hoeve

functioneert

Terlet

A50

Terlet

functioneert

Harm van de Veen

A1

Kootwijk

functioneert

nieuwe ecoducten

Wolfhezerheide

A50

zuidelijk van Wolfheze

bouw net gestart

Jac. P. Thijsse

A12

noordelijk van Wolfheze

wordt gebouwd

Oud Reemst

N310

Oud Reemst

bouw start 2e kwartaal 2011

Tolhuis

A50

Heerde

wordt gebouwd

Hulshorst

A28

tussen Hierden en Hulshorst

wordt gebouwd

Hoog Buurlo

A1

noordelijk van Hoog Buurlo

wordt gebouwd

Middachten

A348

De Steeg

bestemmingsplanprocedure

gretig gebruikt door de wandellobby. De onderzoekers vonden bij de onderzochte ecoducten met recreatief medegebruik (Crailoo en Slabroek) weinig effecten op dieren. Voor de Veluwse situatie is deze studie van beperkte waarde omdat hier grote hoefdieren leven die in de studiegebieden ontbreken. En tellingen van egel en konijn laten zich niet extrapoleren naar edelhert en wild zwijn. Verbinding bijna hersteld Boven op ecoduct Terlet heerst een verrassende rust. Het verkeer dat over de A50 raast, is niet zichtbaar; je hoort slechts een gemakkelijk te negeren gezoef. Op de zandbodem zijn vele verse sporen te zien van herten, van zwijnen en van runderen. Vanaf deze hoge plek in het landschap hebben de dieren een goed overzicht: in het westen het bos van het Deelerwoud, in het oosten de hei en het lichte dennenbos van de Veluwezoom. Nog twee jaar geduld, dan kan een hert van hier naar de IJsseluiterwaard bij Middachten, of de andere kant op, via De Hoge Veluwe en Planken Wambuis naar Wolfheze of zelfs naar het dal van de Renkumse beek. Ideaal zijn deze routes nog niet. Het dier zal enkele gevaarlijke knelpunten moeten passeren, zoals drukke (spoor)wegen. Het komt mogelijk ook op plekken waar het minder gewenst is. Maar het kán.

nieuwe Veluwe 1/11

23

Tienjarenplan heeft Veluwe in beweging gezet Het programma Veluwe 2010 voor de ontwikkeling van natuur en economie heeft uitstekend gefunctioneerd. Dat concludeert de provincie tijdens een evaluatiedebat op 9 februari. ‘Toch zijn we na tien jaar niet klaar’, zegt gedeputeerde Harry Keereweer, die niet in de Staten zal terugkeren. ‘De Veluwe is nooit af. Ik hoop dan ook dat de nieuwe Staten een programma Veluwe 2020 gaan maken.’

tekst Ria Dubbeldam, foto gaw.nl Het programma Veluwe 2010 is in 2000 van start gegaan. De inzet was om in tien jaar tijd natuur en toerisme/recreatie een stevige impuls te geven. De nadruk lag op ontwikkeling van natuur. ‘Want’, zegt Keereweer: ‘op de Veluwe is een investering in natuur altijd ook een investering in de economie.’ Opvallend is dat er bij de start van het programma geen financiële dekking was. Wel een breed draagvlak. Liefst 32 partijen ondertekenden intentieverklaringen met de

24

nieuwe Veluwe 1/11

provincie om mee te werken. Dit waren onder meer drie ministeries, de Veluwse gemeenten, waterschappen, terreinbeheerders, recreatieorganisaties, landbouwers en bedrijfsleven. Het motto van toen was: ‘Als je met zijn allen goede ambities hebt, komt het geld vanzelf’, zegt Peter van de Kreeke, hoofd van het provinciale Bureau Veluwe-Vallei. Inderdaad, het geld kwam er, van provincie en het Rijk. Zo’n 250 à 260 miljoen. Dat geld is gestoken in 48 projecten. Dat na tien jaar nog niet alle projecten af zijn, vindt Van de Kreeke geen punt. ‘Dat is ook nooit de ambitie geweest. We wisten vooraf dat ingewikkelde

projecten meer tijd kosten. Het is reëler dat die over tien jaar klaar zijn.’ Pareltjes Van de Kreeke somt gerealiseerde ‘pareltjes’ op uit Veluwe 2010, zoals de zeven ecoducten die volop in aanbouw zijn en het herstel van het Renkums beekdal waar een industrieterrein is teruggegeven aan de natuur. Het project is bijna voltooid. ‘Het Nationaal Landschap Veluwe is gerealiseerd. We hebben twee transferia bij Nunspeet en op de Posbank gekregen, vanwaar mensen te voet en met de fiets de natuur in

‘Als we in 2000 zijn begonnen zonder financiering van Veluwe 2010, dan moet het voor de komende tien jaar toch ook kunnen?’ kunnen.’ Het fietsknooppuntensysteem is sinds het voorjaar van 2006 beschikbaar. Ongeveer 1700 kilometer fietspaden en plattelandswegen zijn volgens dit systeem bewegwijzerd. Zo loopt hij de lijstjes verder af van afgeronde, bijna afgeronde en lopende projecten. Er is gewerkt aan verbetering van de veiligheid op binnenwegen door rasters gecombineerd met wildpassages aan te leggen. ‘We hebben al 35 knelpunten opgelost. Het zullen er nog veel meer worden.’ De parkeerplaatsen P-Veluwe zijn nog volop in ontwikkeling. Wat betreft de recreatieterreinen lag de intentie op 100 hectare krimp in kwetsbare gebieden en evenzoveel groei op plaatsen waar het kan. Van de Kreeke: ‘We zijn niet verder gekomen dan 60 hectare krimp en 40 hectare groei. De volgende jaren hopen we de bijgestelde ambitie van 75 hectare alsnog te halen.’ Opvallend is ook de imagoverbetering van de Veluwe. ‘Toen we in 2000 met het programma begonnen, stond de Veluwe als binnenlandse vakantiebestemming op 4; nu staan we op 2.’ En ja, dan zijn er projecten die stokken of niet door zijn gegaan. Het streven van 50 procent ammoniakreductie in de agrarische enclaves is niet gehaald. Dat staat vast, maar hoeveel procent reductie dan wel, is niet gemeten. Het Nationaal Natuureducatiecentrum is niet van de grond gekomen vanwege het ontbreken van een aansprekende “trekker” en er staan nog vier transferia in de planning. Het project Hart van de Veluwe – voor versterking van de natuur-, recreatie- en landschappelijke waarden in en om De Hoge Veluwe – is helaas blijven hangen in overleg, aldus Van de Kreeke. Ook de ontwikkeling van het Apeldoorns kanaal zit vast in een discussie over economie en ecologie. De monitoring van alle Veluwe 2010-projecten ketste af op de kosten. Van de Kreeke: ‘Toch is monitoring heel belangrijk. We adviseren dit in een volgend tienjarenprogramma wel te doen.’ Geld op Grote onzekerheid is er over de ecologische poorten van de Veluwe, die de natuur van de Veluwe met omliggende natuur verbinden. Ze zijn een eind op streek, maar de overheid heeft de robuuste verbindingen uit de Ecologische Hoofdstructuur geschrapt, waardoor de uitvoering dreigt te stokken. Het laatste woord is hier nog niet over gezegd. Op andere fronten begint het geld ook op te

raken, zegt de provincie in het evaluatierapport Veluwe 2010. Vaak hebben meewerkende partijen nog wel geld, maar ontstaat er vertraging bij de uitvoering of afstel doordat de bijdrage van de provincie niet beschikbaar is. Van de Kreeke: ‘Terwijl er soms kant en klare en breed gedragen uitvoeringsplannen op de plank liggen. Dit is slecht voor het draagvlak in de streek en voor samenwerkende partijen.’ Alles bij elkaar opgeteld voorziet hij voor een volgend tienjarenprogramma een bescheidener invulling. Kijk verder Marja van der Tas, scheidend voorzitter van de Veluwecommissie, reageert fel: ‘Als we in 2000 zijn begonnen zonder financiering, dan moet het voor de komende tien jaar toch ook kunnen? Hoe kun je zeggen dat het geld er niet is. De provincie heeft nog nooit zoveel geld gehad (verwijzend naar de verkoop van de Nuonaandelen, red.). Straks moet de provincie het geld aan het Rijk afdragen. En kijk ook naar andere financieringsbronnen zoals Europese gelden voor groen-blauwe diensten voor boeren. Zij kunnen daarmee werken aan landschapsbeheer. Een prachtig voorbeeld geeft mijn nieuwe gemeente Steenwijkerland met haar Weerribben en Wieden, waar ik tot burgemeester ben benoemd. Daar wordt erg veel in natuur geïnvesteerd, wat ook toerisme en recreatie aantrekt. Het kan ook op de Veluwe. De partners op de Veluwe zijn er klaar voor.’ Harry Keereweer wil af van het beeld dat de provincie op het geld zit. Het Nuon-geld staat op de bank; de vrijkomende rente zal deels ten goede komen aan de Gelderse regio’s. Grof geschat gaat het om 1 miljard voor de periode 2011-2017. Een deel ervan zal bedoeld zijn voor de ontwikkeling van de Veluwe. ‘Ik daag u uit om met goede plannen te komen’, prikkelt de gedeputeerde. Van der Tas moet dit aanspreken. Haar afscheidswoorden: ‘De Veluwe is door Veluwe 2010 in beweging gekomen. Laat het gebied net als stuifzand in beweging blijven. Ze heeft een Veluwe 2020 nodig. We moeten onze verantwoordelijkheid voor dit gebied blijven nemen.’

Een ‘bloemlezing’ uit de projecten van Veluwe 2010 Een volledige opsomming staat in het evaluatierapport Veluwe 2010. Wat ging goed? • zeven ecoducten • herstel Remkums beekdal • grote graasweiden voor wild • twee transferia: Nunspeet en Veluwezoom • herbestemming Radio Kootwijk • vermindering grondwateronttrekking • fietsknooppuntensysteem • status: Veluwe is Nationaal Landschap Wat loopt? • veiligheid binnenwegen: afrastering en passages voor dieren • P-Veluwe: verbetering van de parkeervoorzieningen • opheffen van recreatieterreinen op kwetsbare locaties • Fietstotaalplan Veluwe (fietsinfrastructuur in stand houden en verbeteren, nieuwe voorzieningen) • imagoversterking Veluwe • aandacht voor cultuurhistorisch erfgoed Wat stokt? • ecologische poorten van de Veluwe • milieuherstel • verduurzaming agrarische enclaves • uitvoering project Hart van de Veluwe • een aantal transferia • Nationaal Natuureducatiecentrum • Apeldoorns kanaal • monitoring Veluwebeleid

Het evaluatierapport Veluwe 2010 is te downloaden via www.gelderland.nl/veluwe-vallei, Veluwe 2010

nieuwe Veluwe 1/11

25

Kunstverzamelaar Victoria de Heus uit Barneveld heeft net vijftig kunstwerken afgeleverd bij het plaatselijke Veluws Museum Nairac voor de tentoonstelling Zwart-Wit Plus. Ze heeft zelf de tentoonstelling samengesteld uit de omvangrijke kunstcollectie van haar en haar man Henk (zie pagina 28-30), die indrukwekkend werk bevat van onder meer Zhang Huan, Yang Fudong, Anne Wenzel, Eli Content, Frank van Hemert, Armando, Song Kun, Marjolein Rothman. Waarom is bij de tentoonstelling gekozen voor het thema zwart-wit? ‘Bij zwart-wit valt de nadruk veel meer dan bij kleur op de kracht van de compositie, de vorm, de techniek en het materiaalgebruik’, aldus Victoria de Heus. De tentoonstelling loopt tot 5 juni. foto gaw.nl

26

nieuwe Veluwe 1/11

nieuwe Veluwe 1/11

27

‘Kunst tekst: Ans van Berkum, foto’s Veluws Museum Nairac

doet je adem inhouden’

Désirée Dolron, Xteriors V, 2008.

28

tekst: Ans van Berkum, fotobron: Collectie De Heus-Zomer

Ze waren zo groen als gras toen ze met kunst verzamelen begonnen. Henk en Victoria de Heus, veevoederfabrikanten en burgers uit Barneveld, vergaapten zich aan dingen die voor hen absoluut nieuw waren. Ze verzamelen uit passie, niet als belegging. Hun collectie is als een fotoalbum van 22 jaar verzamelen. Victoria: ‘Je ziet hoe we wegen ontdekten en ons ontwikkelden.’ Een huis in witte baksteen. Een hoge trap naar een voordeur die openzwaait naar de grote hal. Overal kunst. Een marmeren beeld van Tony Cragg, op het eerste gezicht een stapel schotels, toont bij nader inzien gezichten in silhouet. In een donker deel doemen fel oranje achterhoofden op. Een groot schilderij van de Chinese kunstenaar Fang Lijun, die een flinke tik meekreeg van het sociaal-realisme uit de Sovjet Unie. Op dit moment bestaat de Chinese kunstwereld net als de westerse uit individualisten met een eigen signatuur, maar het maatschappelijk engagement is altijd sterk gebleven. Dat sprak de verzamelaars Henk en Victoria de Heus zo aan toen ze Chinees werk gingen collectioneren. ‘Kunst? Dat is voor ons iets waarvan we onze adem inhouden en zeggen: Wauw!’, vat Victoria bondig samen. Natuur De woonkamer lijkt op een glazen doos die vrij in de natuur zweeft. Aan de voorkant geven riante ramen uitzicht op de Barneveldse bossen. Aan de achterzijde ligt een diepe tuin met oude bomen aan een vijver. Vooraan een beeldje van Anne

Fang Lijun, Zonder titel, 1998.

Museum Nairac (zie ook pagina 26 en 27). Hij is wat aangetast, maar dat deert haar niet. Als de kleinkinderen schommelen, kan Victoria vanaf de twoseater heel dicht bij ze zijn. Kunst kan ook gebruikt worden!

Juul Kraaijer, Zonder titel, 1995.

Frank door Pieter d’Hont. Verder staat er opvallend weinig kunst opgesteld. De tuin waarborgt een serene rust. Victoria, die het geheel als een bewust ontworpen ensemble opvat, wil de compleetheid ervan respecteren. Bij de schommels voor de kleinkinderen staat normaal alleen nog de Two Seater van Peer Veneman. Die is nu opgesteld in de lopende tentoonstelling Zwart-Wit Plus in het Veluws

Seizoenen Vazen met voorjaarsbloemen maken de natuur ook binnen tastbaar. De kunstwerken die zijn opgesteld en opgehangen reflecteren voor het merendeel nog het winterseizoen. De familie wisselt ze met de jaargetijden, want binnen en buiten moeten op elkaar afgestemd blijven, vindt Victoria. Een schilderij van Constant, Die Winterreise, hangt boven de secretaire. Het gaat terug op de beroemde gedichtenreeks van Wilhelm Müller, door Franz Schubert op muziek gezet. We zien een figuur tegen de wind optornen, bijna weggeblazen worden door de elementen. De witte sneeuw laat overal pasteltinten ontsnappen. Daar viel Victoria voor, voor dat wit dat alle kleuren herbergt. De Constant kreeg gezelschap van een schilderij van Pieter Ouborg, die na 1945 ook veel in

nieuwe Veluwe 1/11

29

‘Wij waren zo groen als gras toen we eraan begonnen. We vergaapten ons aan dingen die voor ons absoluut nieuw waren’

Zhang Dali, AK-47, 2008.

Armando, Bloem, 1997.

Frank van Hemert, Secret Survivors, 1996.

30

nieuwe Veluwe 1/11

kringen van Cobra-kunstenaars kwam. Voor Victoria vertegenwoordigt het de lente in al zijn kracht en uitbundigheid. Aan een andere muur hangt een klein olieverfschilderij van Co Westerik. Heel teder omarmt een liggende vrouw een kind dat zich tegelijkertijd aan haar schijnt te onttrekken. Moederlijke ontferming in landschap is de titel. Henk en Victoria verwierven het in een periode dat ze geconfronteerd werden met een plotseling en heel pijnlijk sterfgeval in de familie. Voor hen is het net als Die Winterreise een Andachtsbild een voorstelling die hen wijst op de grote geheimen van leven en dood, op de raadselachtige verhouding mens-natuur. Voor hen is de Westerik zo kostbaar, omdat die hun heimwee naar wat voorbij is blijft verbeelden. Groen als gras Het echtpaar De Heus koos voor de kunst op een moment in hun leven dat er iets nieuws moest komen. Ze besloten tot de stap toen ze heel toevallig een receptie in het nieuwe hoofdkantoor van ABN Amro in Amsterdam bezochten. ‘Wij zijn absoluut geen receptiegangers’, vertelt Victoria, ‘we konden het toevallig combineren met een uitvoering van het Zwanenmeer.’ Daar in de hal van het kantoor vond de confrontatie plaats met een metersgroot schilderij van een vissenmond. ‘Ongelooflijk! Zoiets hadden we nog nooit gezien. Ik dacht meteen: Dat is wat voor ons.’ Na adviezen te hebben ingewonnen, abonneerden ze zich op diverse kunsttijdschriften en bezochten ze elke zaterdag musea en galeries. Dat werd een tijd van zoeken en weifelen, zelfs van wankelen en kruipen, vertelt Victoria. Na een korte beginperiode heeft Deborah Wolf van de ABN Amro Collectie hen een tijd begeleid. ‘Wij waren zo groen als gras toen we eraan begonnen. We vergaapten ons aan dingen die voor ons absoluut nieuw waren. Er was in onze familie niemand die zich met hedendaagse kunst bezighield; absoluut helemaal niemand. We hadden net dit huis met grote lege wanden betrokken en wilden die een moderne sfeer geven. Na een half jaar hing op elk plekje een werk. Toen hadden we kunnen stoppen, maar er was geen houden meer aan. We hadden een passie gevonden.’

Fotoalbum ‘Als ik nu terugkijk is onze collectie een fotoalbum van 22 jaar verzamelen. Je ziet hoe we wegen ontdekten en ons ontwikkelden. In het begin was er wel eens een misser, maar we verkopen nooit. De negatieve weerslag die dat zou kunnen hebben op kunstenaars en galeries schrikt ons af. We hebben ook nooit als belegging gekocht, maar puur en alleen vanuit dat gevoel van: dit is het. Onze collectie is onze geschiedenis.’ Na tien jaar werd het verzamelterrein verbreed naar de fotografie, maar dan wel op een heel speciale manier. Daarvan getuigt een computergemanipuleerd werk van Desirée Dolron, dat in de tentoonstelling in Nairac hangt. Een vrouw staat voor een raam waarvan de houten luiken nog half gesloten zijn. Het schaarse licht valt op haar rode haar. Ze is klein in verhouding tot de afmetingen van het venster. Klein en heel eenzaam. Haar voeten lijken de grond niet te raken wat de foto optilt tot mystieke hoogte. Natuurlijk borduurt de kunstenaar hier voort op een lange schildertraditie. Vrouwen voor of bij vensters, we zien ze vanaf de zeventiende eeuw, schenkend, badend, brieven lezend. Mooi en passief, wachtend en verlangend. Het is een stil beeld, dat in zijn effect niet onderdoet voor de gelaagdheid van de schilderkunst. Henk en Victoria blijven naar diepgang zoeken. Het echtpaar De Heus heeft een innige band met Nairac, dat over een tijd gaat uitbreiden. Met Zwart-Wit Plus krijgen Barneveld en de wereld een voorproefje van wat een uitbreiding met ruimte voor hedendaagse kunst zou kunnen betekenen. Het kijkgenot zou beslist intenser worden als er minder ‘ruis’ is dan op de huidige locatie; als licht en lucht het werk net zo zouden strelen als in het huis van de verzamelaars. Hier ligt een ongekende kans voor de hele streek.

Zwart-Wit Plus is tot 5 juni te zien in het Veluws Museum Nairac in Barneveld. De expositie bestaat uit een selectie schilderijen, grafiek, fotografie en ruimtelijk werk uit de grote particuliere verzameling hedendaagse kunst van het echtpaar De Heus. Zie ook pagina 26-27.

Actueel Verhalen over het leven op landgoederen Het leven op landgoederen, van vroeger en nu, levert bijzondere verhalen op die het behouden waard zijn. Stichting Landschaps­ beheer Gelderland is daarom begonnen met een project oral history ofwel mondelinge ge­schie­ denis. Zeker dertig vrij­willi­gers gaan op pad om verhalen vast te leggen van grootgrond­bezitters, voormalig personeel, pachters, landarbeiders en hun vrouwen. ‘Het is hartverwarmend om te zien hoeveel mensen zich heb­ ben opgegeven voor de cursus om te leren interviewen. We hebben zelfs een wachtlijst’, zegt projectleider André Kaper.

‘Mensen dragen cultuur, landschap en natuur blijkbaar een warm hart toe, en dan is het frustrerend om te zien hoe de overheid hierop wil bezuinigen.’ De bedoeling is dat de vrij­willi­ gers in totaal vijftig tot tachtig interviews afnemen. Kaper: ‘We zoeken nog wel mensen die hun verhaal willen vertellen over hoe het er in het landhuis aan toeging, maar ook in de bossen, de moestuin, de oranjerie en op het boerenerf van de pachters.’ Meer informatie www.landschaps beheergelderland.nl en André Kaper van Landschaps­beheer Gelderland, t 026 3537444.

Wildobservatiehut van natuurlijke materialen Het Geldersch Landschap gaat vier bijzondere wildobservatieposten bouwen, naar een ontwerp van Simon Marsman, student Tuin- en Landschapsinrichting bij Van Hall Larenstein. De observatieposten komen op De Dellen (Epe), Wekeromse Zand, Loenermark (ook voor minder validen toegankelijk) en Staverden (Eemt). Drie van de vier observatieposten moeten voor de bronsttijd klaar zijn. ‘Ze komen bij wildakkers en open plekken, waar de kans op wild zien het grootst is’, zegt projectleider Ab van Dijk. Tot nog toe had Geldersch Landschap maar één wildobservatiepost. Om het aantal voor bezoekers uit te breiden en tegelijkertijd iets anders te maken dan de gebruikelijke bouwwerken, werd de hulp van studenten ingeroepen. Ze ontwierpen elk een kijkhut die opgaat in de natuurlijke omgeving. Bovendien moest de observatiepost niet te duur zijn en te maken zijn van natuurlijke materialen uit de eigen terreinen. Marsman won met een observatiewand, gebouwd volgens hetzelfde principe als een blokhut. Boomstammen worden aan twee kanten recht gemaakt, bij de hoeken ingekeept en op elkaar gestapeld.

Gele fiets voor de Veluwe

Landgoed Middachten bij De Steeg (Arhnem)

Manifest voor duurzaam Gelders platteland Twaalf Gelderse organisaties op het gebied van landbouw, natuur en waterbeheer hebben op 10 maart een manifest voor een gezonde toekomst voor het Gelderse platteland aangeboden aan de Commissaris van de Koningin Clemens Cornielje. In het manifest vragen ze het provinciebestuur om de belangrijke regierol voor het landelijk gebied op zich te nemen. Want door de bezuinigingsdruk bij het Rijk en de provincies staat de leefbaarheid van het platteland onder druk, zeggen ze. Al gedane investeringen in duurzame ontwikkeling van landbouw en natuur dreigen verloren te gaan en noodzakelijke aanpassingen van het watersysteem om het gebied klimaatbestendiger te maken kunnen deels niet worden uitgevoerd. Ondertekenaars van het manifest zijn waterschappen, landbouw­ organisatie LTO, Staatsbosbeheer, Geldersch Landschap en Kasteelen, Gelders Particulier Grondbezit, Natuurmonumenten, Gelderse Milieufederatie en Stichting Landschapsbeheer Gelderland.

Recreanten en toeristen kunnen vanaf 23 april op vijftig plekken op de Veluwe een gele Veluwe­ fiets huren. De in totaal zes­ honderd fietsen komen op toeristische plekken en in de buurt van fiets­knooppunten. ‘Zo bekend als de witte fiets is voor Het Nationale Park De Hoge Veluwe, zo bekend moet de Veluwefiets ook worden voor

de hele Veluwe’, zegt Gerrit Steenbergen van Stichting Veluwe­fiets, die het plan heeft ontwikkeld. De bedoeling van de fietsen is om mensen de auto uit te krijgen. Ze zijn ter plekke te huren, maar wilt u van fietsen verzekerd zijn, dan kunt u ze het beste reserveren via de website www.veluwefiets.nl.

nieuwe Veluwe 1/11

31

Paul (l) en Rob (r) Borst zijn maar twee van de vele familieleden die iets hebben met het edelhert..

32

nieuwe Veluwe 1/11

Interview met Rob en Paul Borst

Verliefd op

het edelhert tekst Aart van Cooten, foto’s Hans Dijkstra/gaw.nl

Het aantal uren dat Rob en Paul Borst in de bossen van de Veluwe doorbrengen, is niet te tellen. Altijd maar observeren. Bij zonsopgang, zonondergang, hele weekeinden. Rob met een notitieblok in zijn hand, Paul met een fototoestel om zijn nek. Hun blik is gericht op slechts één diersoort: het edelhert. Twintig, dertig jaar zijn ze nu al bezig. Waarschijnlijk weet niemand in Nederland meer van het edelhert dan deze twee. Nee, dat is niet helemaal waar. In de familie Borst lopen nog meer liefhebbers rond. René bijvoorbeeld en Ton. Alles willen ze weten van dit dier. Waar foerageren ze, waar rusten ze, via welke paden trekken ze door hun leefgebied, hoe zijn de roedels samengesteld, welke veranderingen treden op in de loop van de jaren, welke invloed heeft de mens op hun gedrag? Veel van die vragen zijn inmiddels door de familie Borst beantwoord. In het prachtige, vuistdikke boekwerk Het edelhert, observeren en herkennen hebben schrijver Rob, fotograaf Paul en kenner René Borst hun kennis gebundeld. In de genen Paul is een oom van Rob, maar in leeftijd verschillen ze slechts vijf jaar. We zitten op een zolder aan de rand van Eerbeek, in het huis van Paul. Buiten loopt een aantal edelherten in een ruim omheind perceel. Als we achter het raam staan, draaien de koppen onze richting uit. ‘Ze hebben ons onmiddellijk in de gaten’, zegt Rob. ’Dat tekent het edelhert. Het dier ziet werkelijk alles.’ De liefde voor de Cervus elaphus (edelhert) zit in hun genen. Het is de vader van Paul – en dus de grootvader van Rob – die hen enthousiast maakte. De pater familias ging altijd op vakantie naar Oostenrijk en raakte verslingerd aan het dier. Met zijn 16 mm-films raakte hij bij een aantal van zijn dertien kinderen een gevoelige snaar. Ze namen de liefde voor het edelhert over. In versterkte mate zelfs. Waarom toch het edelhert? Paul, de fotograaf, neemt het woord. Aan

de muur hangt een groot aantal geweien. Boven de tafel bungelt een wel heel bijzondere lamp, gemaakt van een tiental zogeheten afwerpstangen. Paul: ‘Een edelhert is zoals het woord in feite al zegt een edel dier. De statige manier waarop hij door het bos loopt, is bijna niet te beschrijven. Het vrouwtje doet dat eigenlijk nog mooier dan het mannetje. Indrukwekkend, imposant.’ Volgens Rob straalt het dier rust uit. Het edelhert bekijkt de wereld om zich heen van afstand en neemt vervolgens zijn eigen beslissing. Net als hijzelf. Nee, het is niet de omvang van het dier. ‘De grootte zegt mij niet zoveel’, zegt Rob. ‘Een wisent is aanmerkelijk groter, maar dat dier spreekt mij totaal niet aan.’

‘En als je dan ook nog weet wat edelherten eten en hoe zij reageren op de windrichting, dan heb je ze zo gevonden’ Gezamenlijk project Fotograaf Paul gaat er prat op dat hij veel edelherten individueel herkent. De opbouw van het gewei, een vlekje op een van de achterpoten, een stukje uit het oor. Zelfs de gezichtsuitdrukking verschilt van dier tot dier. De wandelaar is al dolblij als hij een edelhert in de verte ziet staan. Paul geeft sommige dieren zelfs een bijnaam. Bijvoorbeeld de sul, een van zijn favoriete dieren, want hij kijkt een beetje dom uit zijn ogen. Doordat hij de dieren herkent, weet hij inmiddels ook veel van het trekgedrag in de verschillende leefgebieden. Zijn neef Rob is gespecialiseerd in de gedragspatronen binnen de roedels. Hij kan prachtige verhalen vertellen over de gedragingen van de jonge dieren, de pubers in de groep en de rol van de vol­ wassen dieren. Door in de verschillende leefgebieden op de Veluwe

nieuwe Veluwe 1/11

33

Paul Borst heeft de herten altijd dichtbij met zijn hertenkamp aan huis.

Dwang- en trekwissels Tussen de zogeheten daginstanden en foerageergebieden maken edelherten gebruik van bepaalde routes. Deze worden vaak zo intensief gebruikt dat er wissels ontstaan. In moeilijk begaanbaar terrein is er soms maar één route die de edelherten kunnen volgen, de zogeheten dwangwissels. Wissels geven inzicht in de routes die de edelherten in het gebied gebruiken. Ze worden zowel binnen een leefgebied als tussen verschillende leefgebieden gebruikt. Wissels tussen leefgebieden worden trekwissels genoemd. De migratie tussen leefgebieden vindt op de Veluwe vooral plaats vanwege de voortplanting. De mannelijke dieren trekken voorafgaand aan de bronst naar plekken waar de vrouwelijke dieren zich bevinden, soms tientallen kilometers verderop. Na de bronst keren de herten meestal terug naar hun oude leefgebied. In berggebieden worden trekwissels ook gebruikt vanwege de seizoenswisselingen. In de herfst trekken de dieren dan naar de lager geleden gebieden, vaak langs de rivieren.

de roedels te observeren, weet hij ook precies waar de zogeheten trekwissels lopen (zie kader). ‘Ze worden soms al honderden jaren gebruikt. Een flink aantal daarvan hebben wij in kaart gebracht.’ Kennis over de exacte plaats van de wissels is van belang voor het natuurbeheer. De terreinbeheerders hebben die kennis niet meer, want ze kijken alleen naar hun eigen terreinen, zegt Rob. ‘De beheerders en onderzoekers missen het overzicht, met alle gevolgen van dien. Zo ligt het Van der Veen-ecoduct over de A1 voor het edelhert op de verkeerde plaats. Doodzonde. De brug die nu in aanbouw is bij Hoog Buurlo, sluit gelukkig wel aan op het trekgedrag van de edelherten.’ Prenten en keutels Eigenlijk is het helemaal niet moeilijk om edelherten te observeren. Het kost tijd, en je moet wel meer dan honderd meter vanaf je auto het bos in willen wandelen. Handig is als je de typische sporen van het edelhert herkent: prenten en keutels, de vegen langs boom­stammen, de vraat aan boombladeren. Rob: ‘En als je dan ook nog weet wat de dieren eten en hoe zij reageren op de windrichting, dan heb je ze zo gevonden. Voor een edelhert bestaat het leven uit eten, rusten en paren. Heel basaal, je kunt er in feite een liniaal langs leggen. Hun leefpatroon is erg eenduidig.’ Het aantal edelherten werd vorig voorjaar geschat op circa 2500. Tien jaar geleden waren dat er duizend. De Veluwe kan dat groeiende aantal best aan, zeggen Rob en Paul. Maar ze geven wel een waar­schuwing. ‘De verhouding tussen de verschillende leeftijden is in tegenstelling tot vroeger niet stabiel. Het aantal jonge dieren is relatief groot. De groei van het aantal dieren zal komende jaren exponentieel toenemen.’ Die groeiexplosie vraagt om maatregelen, zegt Rob. ‘Ik pleit voor een selectief wildbeheer op leefgebiedniveau. De draagkracht in de zin van biodiversiteit van de verschillende leefgebieden moet centraal staan, niet het totale aantal dieren en niet alleen het beschikbare voedsel. Het ene gebied kan nu eenmaal veel meer dieren aan dan het andere.’

Seizoensgebonden leefwijze De leefwijze van edelherten is erg seizoensgebonden. In de lente trekken de dieren naar plaatsen met veel, gevarieerd en eiwitrijk voedsel om zich te ontwikkelen. Dit zijn over het algemeen de lichte, luwe plaatsen. In de zomer zijn de dieren te vinden op plaatsen met een gevarieerd eiwit- en vezelrijk aanbod. In dit seizoen is dit overal aanwezig en kunnen ze in een klein gebied leven. In de herfst trekken de dieren weer naar goede voedselpercelen om vetreserves op te bouwen. Naast gras, kruiden en blad zijn dan ook vruchten beschikbaar. Na de bronst verblijven de mannelijke dieren in een klein gedeelte van goede voedselgebieden om te herstellen. Ze verplaatsen zich zo min mogelijk. ‘s Winters zijn de edelherten aangewezen op vezelrijk voedsel als droog gras, riet, mos, twijgen en bast. De dieren zoeken dan plekken op waar dat nog voorhanden is.

34

nieuwe Veluwe 1/11

Op de verkeerde plek Rob en Paul zijn minder enthousiast over de proef in het Deelerwoud waar de jacht op het edelhert is gestopt. Het aantal dieren is daar flink gegroeid. Toch ziet de recreant de dieren zelden. Paul: ‘Er is enorm veel reclame gemaakt voor het gebied, maar de toestroom van wandelaars is niet gereguleerd. Een aantal wandelpaden ligt vanuit het edelhert geredeneerd precies op de verkeerde plek, namelijk tussen hun schuilen foerageergebied in. De edelherten trekken zich daarom terug in de bossen. De beheerders van Het Nationale Park De Hoge Veluwe denken vanuit het dier en passen de recreatie daarop aan. Daar kunnen de andere terreinbeherende organisaties nog veel van leren.’ Het boek Het edelhert, observeren en herkennen is een uitgave van IPC Groene Ruimte. ISBN 9789074481427, € 39,-. Meer informatie: Rob Borst, e-mail: r.borst@ipcgroen.nl

Hoe de

Oranjes de Veluwe veranderden

De Oranjes en Kroondomein Het Loo, ze zijn al tien generaties en ruim drie eeuwen sterk met elkaar verbonden. Vooral koningin Wilhelmina en prins Hendrik drukten een stempel op het grootste landgoed van Nederland, blijkt uit het boek Kroondomein Het Loo.

Ingekleurde prent van Pertrus Schenk (omstreeks 1700). Achter de gecultiveerde tuin van Het Loo begon de wildernis.

nieuwe Veluwe 1/11

35

tekst: Martin Woestenburg Nu ziet het er zo logisch uit, het meer dan 10.000 hectare grote Staats- en Kroondomein dat bestaat uit de houtvesterij en het paleispark. Maar eigenlijk is het toeval dat de Oranjes op Het Loo terechtkwamen, zeggen Jan Neefjes en Hans Bleumink. Zij kregen van het Kroondomein de opdracht om een overzichtswerk te schrijven en gaven daarmee voor het eerst inzicht in de geschiedenis van het gebied. Het is een bijzondere geschiedenis, vindt Neefjes. ‘Ik heb veel geschreven over de bewoningsen de landschapsgeschiedenis van de Veluwe. Het landschap is vooral agrarisch verklaarbaar, maar hier zijn het koninklijke landgoedbeheer en de jacht belangrijk in de landschapsvorming.’ In de niet al te familiaire stijl, die wel past bij een boek over het koningshuis, vertellen de auteurs hoe Gelderland stadhouder Willem III als beloning voor zijn diensten tot opperjagermeester van de Veluwe benoemde. Willem III dwong in 1672 de Franse Zonnekoning Lodewijk XIV, de Engelse koning Karel II en de bisschoppen van Keulen en Münster tot vrede, nadat deze de welvarende Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden hadden aangevallen. Het bevrijde Gelderland bood hem als dank de hertogstitel aan, maar dat was onaanvaardbaar voor andere gewesten. En dus werd het opperjagermeester. Vorstelijke allure De titel van opperjagermeester paste wel bij Willem III, want die had vorstelijke allure. Bovendien was hij een groot liefhebber van de parforcejacht, een vorm van drijfjacht met groepen jagers die te paard het wild achtervolgen. De uitgestrekte heidevelden en bossen van de Veluwe waren daar uitstekend geschikt voor, want ze waren rijk aan wild en er woonden weinig mensen. Bij de titel en de jacht hoorde natuurlijk ook een onderkomen. En dus kocht Willem III in 1684 het oude jachtslot Het Loo. Dit toeval maakte de geschiedenis van de Oranjes onlosmakelijk verbonden met die van de Veluwe. ‘Het was spannend voor ons om daarmee bezig te zijn’, vertelt Neefjes. ‘Bij een gemiddeld landgoed zou je zijdelings aandacht besteden aan de familie, maar hier speelt de familiegeschiedenis een belangrijke rol. Willem III was een van de machtigste mannen van Europa toen hij opperjagermeester werd. Dat maakt het mogelijk het verhaal van het

36

nieuwe Veluwe 1/11

Gravure van Philip Calle (1537-1612) van een drijfjacht op wolven. Om de adellijke jachtprivileges veilig te stellen werd ‘schadelijk’ wild zoals wolven zoveel mogelijk afgeschoten. Maar ook om schapen te beschermen, werden ze bejaagd.

Veluwse landschap te verweven met de nationale geschiedenis. Een groot verschil met een ‘gewone’ landgoedeigenaar is natuurlijk ook dat iedereen zich wel wat bij de personages kan voorstellen.’ De auteurs moesten vanzelfsprekend voorzichtig zijn met informatie over het privé­ leven van de koninklijke familie. ‘We mochten wel beschrijven hoe de jacht verliep, maar niet op welk bankje de koningin zat.’ Gevarieerd bos We rijden met Jaap Kuper, opperhoutvester van Kroondomein Het Loo en in dienst bij koningin Beatrix, door de bossen van het domein. Kuper verwijst naar de kaart in het boek van Maximiliaan Jacob de Man uit 1807. Die geeft een goed beeld van hoe het landgoed er ten tijde van koning Willem III uitzag, zegt hij. Het is nu bijna onvoorstelbaar hoe afgelegen Het Loo lag, op grote afstand van Apeldoorn en andere dorpen en middenin de hei. Nu is Kroondomein Het Loo een dicht en gevarieerd bos met afwisselend loof- en naaldbomen. Kuper vertelt met een zekere trots over de meer dan dertig jaar dat hij nu bezig is met de ontwikkeling van een natuurlijk bosbeheer. ‘Je kunt je niet voorstellen wat je hier 25 jaar geleden tegenkwam’, vertelt hij. ‘Allemaal bomen van één leeftijdsklasse en een monocultuur van grove den, Douglas of fijnspar. Al die jonge boompjes die nu overal opkomen, zag je helemaal niet.’ Langs een beukenlaan, vlakbij een van de paaltjes-wandelingen door het bos, is het verschil nog goed te zien. Links een dichte en donkere haag van Douglas, rechts een meer open gebied waar de beuken in allerlei soorten en maten oprukken vanuit de beukenlaan. ‘Het

resultaat van een storm in 1973’, weet Kuper. ‘Kijk, deze beuk heeft de vraat van de reeën overleefd. Die blijft wel staan. Zo bepaalt de natuur wat voor natuur er komt.’ Het idee is simpel, vertelt Kuper. ‘Je zorgt dat er verschillende boomsoorten groeien, oud en jong naast elkaar, en je laat dode bomen staan of liggen. Binnen die dynamiek oogst je het hout. Elke tien jaar haal je er wat bomen uit.’ Door zijn ervaring als tropisch bosbouwer, maar ook omdat er elders in Nederland steeds meer bosbouwers met meer natuurlijk beheer aan het experimenteren waren, kwam Kuper nadat hij in 1979 was aangesteld als opperhoutvester op het idee om deze vorm van bosbeheer door te voeren in Het Loo. ‘Ook toen had het landgoed drie functies: natuur, landschap en geld verdienen.’ De natuur en het monoculture bosbouwlandschap pasten echter niet meer in de tijd dat er steeds meer ecologen gingen experimenteren met procesmatige nieuwe natuur. ‘Dus kwamen we met een eenvoudig systeem: je dunt alleen maar uit.’ Tijdgeest Het verhaal van het natuurlijke bosbeheer van Kuper is typerend voor Het Loo. Bleumink en Neefjes laten in hun boek zien dat de Oranjes weliswaar constant bepaalden wat er op het landgoed gebeurde, maar dat de tijdgeest en de economische omstandigheden van zeer grote invloed waren. Dat is ook te zien aan de grootste verandering die Het Loo heeft doorgemaakt: de grootschalige bebossing die prins Hendrik leidde aan het begin van de twintigste eeuw. Hendrik was getrouwd met koningin Wilhelmina, maar mocht zich als prins-gemaal niet bemoeien met

‘De keuze voor bosbouw was begin twintigste eeuw logisch, want de houtprijzen waren hoog. Dankzij de industriële revolutie floreerde de economie en werd overal in Nederland gebouwd’ regeringszaken. Hij stortte zich daarom op de bosbouw rondom Het Loo. Het koninklijk paar kocht 6700 hectare heide en bos aan en vergrootte hiermee de bestaande domeingronden tot de huidige 10.000 hectare. Ook de landbouwbedrijfjes en zelfs buurtschappen als Gortel en Niersen werden opgekocht. Vraag naar hout De keuze voor bosbouw was in die tijd logisch, want de houtprijzen waren hoog. Dankzij de industriële revolutie floreerde de economie en werd overal in Nederland gebouwd. Ook in de Limburgse mijnen was er veel behoefte aan hout om de mijngangen te stutten. Dat zou voortduren tot na de Tweede Wereldoorlog. Hendrik liet grootschalig grove den aanplanten, de enige boomsoort die het goed deed op de arme zandgrond. Zo veranderde de prins-gemaal naar voorbeeld van de bosbouw in zijn geboortestreek Mecklenburg de bestaande heidevelden en bossen in rechte percelen met lange boswegen, een verkaveling die nu nog op luchtfoto’s zichtbaar is maar op de grond nauwelijks meer, afgezien van enkele plekken bij het buurtschap Gortel. Ook de jacht was voor Hendrik een motief om nieuwe bossen aan te leggen, want die konden dekking bieden aan het wild. Hij liet in 1904 wilde zwijnen in het gebied uitzetten, legde wildweiden en bemeste voerakkers aan en omrasterde het landgoed zodat het grootwild niet kon ontsnappen. Sociaal werk Het Loo groeide uit tot een modern bosbouwbedrijf. Tegelijkertijd ontwikkelde koningin Wilhelmina voor de mensen in de buurtschappen en de boeren een sociaal programma met maatschappelijk werk, wijkzorg en werkloosheidsuitkeringen. Ook dat paste geheel in de tijdgeest: de hogere klassen zetten zich in om de lagere klassen te verheffen en te ontworstelen aan de armoede. Van zowel de inspanningen van Wilhelmina als van Hendrik zijn nog sporen te vinden. Van Wilhelmina’s sociale programma zijn de zusterhuizen in Niersen en Hoog-Soeren de stille getuigen. Hendriks wortels in het Duitse Mecklenburg zijn duidelijk te zien aan de huizen in de Mecklenburgse vakstijl, zoals het Hof bij het Uddelermeer. De manier waarop de Oranjes omgingen met de

Veluwe vertelt zo ook hoe de Nederlandse maatschappij veranderde. En vaak waren de activiteiten van de Oranjes ook een voorbeeld voor landeigenaren op de rest van de Veluwe of in Nederland. Dat komt volgens Neefjes mede door de status van de Oranjes en het grote areaal van hun domeinen. ‘Al in de tijd van de stadhouders vormde de Nassause domeinraad een internationaal kennisnetwerk die bosaanplant op de Oranjebezittingen heel anders aanpakte dan in de traditionele bossen. Ook de aanplant van koning Willem I en prins Hendrik waren door hun omvang nauwelijks geëvenaard. En nu nog hebben beslissingen van Kuper impact in de bosbouwwereld.’ Modelboerderijen en oefenterreinen Ook koning Willem III was zich sterk bewust van zijn voorbeeldfunctie. Na zijn troonsbestijging in 1849 moderniseerde hij het landgoed en experimenteerde hij met de nieuwste landbouwtechnieken in twee modelboerderijen. Met een grote provinciale landbouwtentoonstelling in 1852 en als beschermheer van de Geldersche Maatschappij van Landbouw legde de koning kiemen voor de latere oprichting van de Rijkslandbouwschool in Wageningen. Belangrijker nog was zijn interesse in het militaire bedrijf. Legers hadden oefenterrein nodig, vond hij, en de Veluwe was volgens hem daarvoor ideaal. Op de omslag van het boek van Bleumink en Neefjes is dan ook een statig schilderij te zien van een stel cavaleristen op de open heide. Vanaf 1857 verwierf Willem III diverse stukken heide en bos, die hij daarna als oefenterrein aan het ministerie van Defensie schonk. Dit bleek het begin te zijn van de enorme militaire oefenterreinen die nu nog steeds grote delen van de Veluwe overheersen, zoals bij Nieuw-Milligen. In 1861 liet Willem III op het hoogste punt van Kroondomein Het Loo, de Aardmansberg, het Aardhuis bouwen, waar hij vanaf het balkon de troepenbewegingen kon bekijken. Distantie Het is die verweving van de geschiedenis van Nederland en de familiekroniek van de Oranjes, die het boek van Bleumink en Neefjes volgens Kuper de moeite waard maken. Ook de minder fraaie delen van de familiegeschiedenis, zoals de verwijdering tussen prins Hendrik en koningin

Wilhelmina en meer recent de kritiek op de hofjachten, worden in het boek behandeld. Kuper, die vragen over de Oranjes met een zekere distantie beantwoordt, vindt het netjes gedaan. Zonder dat was de geschiedenis volgens hem niet compleet geweest. Indirect heeft Kuper overigens veel te danken aan de onverzettelijkheid van de Oranjes, want juist door hen ontstonden er op het domein voorbeelden voor de natuurlijke bosverjonging die hij wilde. ‘Koningin Wilhelmina verordonneerde dat er in een grove dennenbos, waar in 1949 veel stormschade was ontstaan, niets meer mocht gebeuren. Dertig jaar later was het spontaan een loofbos geworden. Dat is nu een voorbeeld voor het moderne bosbeheer.’ Kuper neemt ons mee naar de Duddel, een ander voorbeeld van natuurlijke bosverjonging. ‘De Duddel was de plek die koning Willem I niet beboste, omdat er al spontaan bomen waren opgegroeid uit kreupelhout. Omdat ze krom en takkig waren, waren ze in de Tweede Wereldoorlog niet interessant voor de Duitsers en bleven ze bij de grootschalige kap van de bomen in het paleispark bespaard.’ CO2-opslag Voor Kuper is de Duddel nog steeds de belangrijke referentie van hoe de bossen van Kroondomein Het Loo er in de toekomst uit moeten zien: veel boomsoorten van allerlei leeftijden kriskras door elkaar, met de natuur als scherprechter. ‘Niet alleen in de vijftien procent aan reservaatbossen die het domein telt, maar ook in de gebieden waar met mate gedund en geoogst wordt.’ Kuper hoopt met zijn natuurlijke bosbeheer de toon te hebben gezet voor de komende vijftig jaar. In Het Loo wordt nu elk jaar 35.000 kubieke meter hout geoogst, terwijl er jaarlijks zo’n 50.000 kubieke meter hout bij groeit. Dat is CO2-opslag. Het dertig jaar geleden ingezette beheer past zo wonderwel in de huidige tijdgeest van klimaatverandering en kan wellicht net als de vroegere activiteiten van de Oranjes als voorbeeld dienen voor de rest van Nederland.

Hans Bleumink en Jan Neefjes, Kroondomein Het Loo, Uitgeverij Matrijs, ISBN 9053454138, € 39,95. Zie ook www.overland.nl/boekhetloo

nieuwe Veluwe 1/11

37

Branden

voor natuur tekst: Hans van den Bos, foto’s Brand Timmer en Hans van den Bos

38

nieuwe Veluwe 1/11

Natuurbeheer Waarom lopen er Heckrunderen in de natuur en waarom liggen er dode takken en bomen in het bos? In de nieuwe serie Natuurbeheer brengt Nieuwe Veluwe achtergronden van natuurbeheer in beeld. Als aftrap de herontdekking van een bijzondere beheermethode: branden van heidevelden.

Brand op de hei. Dat komt in droge zomers nog wel eens voor. Treurig kijkende boswachters en bezorgde brandweerlui doen dan hun sombere verhaal voor de camera. Als je in de winterperiode brand ziet, is er wat anders aan de hand. Defensie en steeds vaker ook natuurbeheerders steken zelf een stuk heide in brand om bosontwikkeling tegen te gaan.

‘Uitgestorven sprinkhaan en wrattenbijter terug door brandbeheer’

Beheerders die hun heide koesteren, maaien, plaggen, trekken opkomende boompjes uit, kappen bomen of laten de heide begrazen. Heide afbranden komt meestal niet in dit rijtje voor. Deze oude, beproefde methode is vrijwel geheel in onbruik geraakt. Het is slecht voor de natuur en het milieu, dacht men. Rense Haveman, ecoloog/vegetatiekundige bij Defensie, weet wel beter. Defensie brandt al decennia – soms 130 jaar – op de Veluwse schietterreinen, omdat andere methoden door de aanwezigheid van onontplofte munitie te gevaarlijk zijn. Het branden geeft verrassend spectaculaire resultaten. Trots vertelt Haveman over de kleine wrattenbijter op de Oldebroekse Heide, een sprinkhaan waarvan deskundigen tot twaalf jaar geleden nog dachten dat deze in Nederland was uitgestorven. ‘We denken dat de sprinkhanen worden aangetrokken door de vele insecten die op de jonge, sappige heideplanten van na de brand leven.’ Op de Oldebroekse Heide komt ook de zadelsprinkhaan voor. Van beide soorten herbergt dit militair oefenterrein de grootste populaties van West-Europa. Nog enthousiaster spreekt Haveman over schietterrein Harskamp: ‘In het schrale grasland floreert de grootste populatie valkruid van Nederland. Hier staan schat ik wel 20.000 planten. Als ze bloeien, is het één grote, gele bloemenzee!’ Trots op natuur Het brandbeheer is eigenlijk primair gericht op het militair gebruik van de terreinen. Op de schietbanen moet het zicht goed zijn en is er minimale begroeiing gewenst om spontane branden zoveel mogelijk te beperken. Dat het brandbeheer ook bijzondere natuurwaarden oplevert, noemt Haveman ‘mooi meegenomen’. Maar hij merkt bij Defensie ook een groeiende

aandacht voor natuur; medewerkers zijn trots op de bijzonderheden in hun terreinen. Defensie heeft naast terreinbeheerders niet voor niets zeven ecologen in dienst! In de praktijk blijkt het branden nog niet zo eenvoudig. ‘Iets in de brand steken is gemakkelijk, maar goed branden niet’, legt Haveman uit. Er moet aan nogal wat randvoorwaarden worden voldaan. ‘Heel belangrijk is het moment van branden: de ideale periode is januari-februari, het liefst wanneer er vorst in de grond zit en de oppervlakte droog is. Als het dan ook nog waait, is de brand oppervlakkig en kort.’ Ook voor de dieren is dit de beste tijd. Vogels en zoogdieren hebben nergens last van, want die vluchten. Reptielen zijn in winterrust en zitten diep weggedoken in hun schuilplaatsen. Ongewervel­ den en andere bodemdieren zullen weinig last ondervinden. ‘Besef dat afbranden in razend tempo gaat’, benadrukt Haveman. ‘De vlammen gaan met de wind mee. Hierdoor verbranden de heidestruiken, maar de moslaag daaronder blijft gewoon groen en intact; zo’n moslaag werkt als een beschermlaag voor de bodem.’ Terugkerende interesse Als brandbeheer zoveel natuur oplevert, waarom gebeurt dit buiten de oefenterreinen van Defensie dan zo weinig? Haveman: ‘Tot voor kort vermoed­den beheerders en onderzoekers – ten onrechte, weten we nu - dat bij het branden veel dieren sneuvelden. Ook de aangescherpte milieuwet­ geving is problematisch. Zo moeten beheerders voor brandbeheer ontheffingen aanvragen, die gemeenten niet gemakkelijk afgeven. Tenslotte is het voor natuurbeheerders niet eenvoudig om de benodigde ondersteuning van de brandweer te organiseren.’ Het gevolg is wel dat deze tradi­ tionele beheermethode, die in het verleden op

nieuwe nieuwe Veluwe Veluwe 1/10 1/11

39 39

‘Iets in de brand steken is gemakkelijk, maar goed branden niet’

vele plaatsen werd toegepast, geleidelijk uit het zicht is verdwenen, en daarmee ook de kennis en ervaring. Haveman ziet de interesse terugkeren. ‘Steeds meer beheerders experimenteren ermee. Dit vergt wel zorgvuldigheid. Planten en dieren stellen zich in op het gevoerde beheer. Waar lang niet is gebrand, hebben de soorten zich aangepast aan de situatie van niet-branden. Bij plotseling overgaan op branden komen ze moge­lijk in de problemen.’ Variatie in beheer De ecoloog ziet graag dat meer natuurbeheerders heide gaan branden; het is een effectieve manier om het open heidelandschap te behouden. Maar hij pleit ook voor variatie in beheer: ‘Laat elke beheerder maar op zijn eigen manier werken. We moeten vooral niet allemaal hetzelfde gaan doen.’ Om dit te illustreren grijpt hij terug op het vroegere boerenbeheer van het Veluwse landschap. ‘Heide is een gebruikerslandschap. Elk boertje deed zo z’n eigen dingen. Dat leverde een grote variatie op in gebruik. Met als resultaat een gevarieerd landschap.’ Op het artillerieschietkamp Oldebroek brandt Defensie al sinds 1880. Brand Timmer, beheerder bos en natuur, vertelt met aanstekelijk enthou­ sias­me: ‘Zo’n lange periode is uniek in Nederland! Ecologen weten dat het voor de natuur veel oplevert als op een plek langdurig hetzelfde beheer plaats­ vindt. Wij zien dat ook!’ Bijzonder is de schaal­ grootte van het beheer op deze grootste aaneen­

40

nieuwe Veluwe 1/11

gesloten heide van de Veluwe. De 1700 hectare te branden heide is verdeeld in 52 blokken, verspreid over het oefenterrein. De oppervlakte van een blok varieert van 1 tot 64 hectare. Timmer: ‘Elk blok branden we eens in de acht jaar. Dan blijft de heide jong en vitaal. Dat wil zeggen: de heide­ struiken blijven klein en ontwikkelen weinig hout, waardoor het minder brandbaar is; niet onbelang­ rijk op een schietbaan. Daarnaast lopen de knoppen van jonge heide­struiken na het branden weer gemakkelijk uit.’ Jaarlijks zijn zes á zeven blokken aan de beurt. Een blok wordt in één keer afgebrand, ook als dat tientallen hectares groot is. Timmer: ‘Klein­ schalige blokken afbranden is eigenlijk het best voor de variatie en dus voor de natuur. Daarom is een halve hectare een gangbare maat, maar hier op de schietbaan is dat geen optie.’ Bijzondere tak van sport Het onder controle houden van zo’n grote brand stelt hoge eisen aan het brandweerkorps. Timmer prijst zich gelukkig met de eigen bedrijfsbrandweer van het schietterrein, in zijn woorden ‘het beste natuurbrandbestrijdingskorps van Nederland’. Zij hebben ervaring met deze bijzondere tak van sport en hebben ook het nodige specialistische materiaal. ‘Tijdens het afbranden zijn er minimaal vijf blusvoertuigen en een waterwagen actief. In totaal zijn er wel negen voertuigen en zo’n dertig mensen bij betrokken.’ De brandweermannen zorgen zowel voor het vuur op de heide als voor het water op de plekken die niet mogen branden,

zoals bosranden en jeneverbesstruiken. Vlak van tevoren wordt het te branden perceel begrensd door bufferranden voor te branden. Gunstig weer De voorbereidingen van Timmer beginnen al een weekje eerder. Wanneer de weersomstandigheden gunstig lijken, attendeert hij de brandweercomman­­ dant. Samen met de coördinator van de schietbanen stellen ze een ‘afbranddag’ vast. Het branden gaat alleen door als het minimaal vier dagen achtereen droog is geweest en ook mag er geen sneeuw liggen. Op de ochtend van de afbranddag wordt pas duidelijk of het branden uitgevoerd kan worden en zo ja, op welk blok. Dit is afhankelijk van de mate van dauw en mist, windkracht en windrichting. Er wordt altijd een stukje proefgebrand voordat de beslissing valt. In de praktijk komt het maar al te vaak voor dat het brandplan niet volledig uitgevoerd kan worden. Vorige winter heeft Timmer door het lang­durige sneeuwdek nauwelijks kunnen branden. En ook afgelopen wintermaanden werkten de weersomstandigheden lange tijd niet mee. ‘Pas eind februari hebben we eindelijk kun­nen branden; drie blokken, samen 120 hectare’, zegt de beheerder. Begin maart, net vóór het komende broedseizoen, kon het voor de laatste keer.

Boeken

De steenmarter Sim Broekhuizen en Gerard Müskens, KNNV Uitgeverij iswm Zoogdiervereniging, ISBN 9789050113359, € 19,95

Steenmarters staan bekend als lastige jongens. Als ze hun intrek nemen in een schuur of op een zolder, kunnen ze flinke stankoverlast veroorzaken. In kippenhokken kunnen ze flink tekeer gaan en onder de motorkap van auto’s bijten ze kabels en leidingen door. Wie ze beter kent, zal steenmarters vooral fascinerend vinden. Ze zijn razendsnel, vindingrijk en ook nog eens erg sierlijk. Nog niet zo lang geleden waren steenmarters in de Lage Landen bijna uitgestorven. Dankzij bescherming en hun aanpassing aan het stedelijke milieu zijn ze nu weer algemeen in het oosten en zuiden van ons land. Dit boek laat zien dat deze bijzondere roofdieren zeker niet alleen lastpakken zijn. De auteurs, biologen die al tientallen jaren onderzoek doen naar marters, laten de steenmarter van zijn bekende en minder bekende kant zien. Hoe ze leven en welke rol ze spelen in het ecosysteem, hoe hun verspreiding vroeger was, hoe het nu met ze gaat en hoe het zit met die overlast.

Topografische wandelkaarten Leon Receveur en Rob Wolfs, Reisboekhandel De Noorderzon en Wolfswandelpaden, de prijs per kaart varieert van circa € 12,50 tot € 15,00, bestellen via www.denoorderzon.nl Onder de naam Trage Paden verschijnt een serie topografische kaarten van Nederland, speciaal voor wandelaars. De kaarten voor de Midden-Veluwe, Arnhem-Nijmegen, NoordVeluwe en Gelderse Vallei zijn al verkrijgbaar. De kaart van de Midden-Veluwe heeft onlangs de prijs voor de Beste Kaart 2010 gekregen van de Nederlandse reisboekhandels. Volgens de jury kunnen ‘de wandelkaarten van Trage Paden zich meten met buitenlandse toppers als Ordnance Survey en Zwitserse wandelkaarten’. De tweezijdig bedrukte kaarten op scheur- en watervast papier bestrijken een gebied dat vijf keer zo groot is (25 x 25 km) dan de standaard topografische kaart. Langeafstandswandelpaden zijn ingetekend en daarnaast ook verbindingsroutes en rondwandelingen. De kaarten zijn ook handig in combinatie met een GPS-systeem. Voor rondwandelingen zijn gratis GPS-tracks verkrijgbaar via www.tragepaden.nl.

Detox Johanna Geels, Uitgeverij Atlas, ISBN 9789045085685, € 22.95

Archeologische parels van de Veluwe – Op zoek naar de geschiedenis in het landschap Sake Jager en Ruben Smit, KNNV Uitgeverij, ISBN 9789050113298, € 29,95

In het grote blauwe varkensbos vangen we gifkabouters koud zo koud ik zoek je hand maar je staat aan de andere kant van de stolp met je neus tegen het glas gedrukt ik trek mijn armen in

De Veluwe is archeologisch gezien een van de rijkste gebieden van Nederland. Ze herbergt een grote rijkdom aan archeologische schatten van grafheuvels, verlaten neder­ zettingen, voorden, celtic fields tot ringwalburchten. Samen tonen ze een rijke, boeiende en vooral ook verrassende geschiedenis. Archeologische parels van de Veluwe voert de lezer mee naar zestien van deze archeologische hoogte­punten: van de Uddelerschans en een geheimzinnige middeleeuwse walburcht tot de grafheuvels op het landgoed Warnsborn. Het boek vertelt voor ieder gebied het verhaal van de landschapselementen en voor­werpen, en geeft zo een uniek beeld van lang vervlogen tijden. Auteur Sake Jager legt in zijn mee­slepende verhalen een koppeling tussen archeologie, natuur en landschap. Fotograaf en co-auteur Ruben Smit bracht de verschillende landschappen schitterend in beeld. De handige overzichtskaartjes en algemene informatie nodigen uit om zelf op pad te gaan en kennis te maken met de archeologie van de Veluwe. Iedereen, van leek tot professional, kan zo de rijke Veluwse historie zelf leren ervaren.

fluister gedempt over houden van durf niet goed hardop want het bos schrikt zo snel vandaag zijn de bomen alweer wat kaler en vallen er bladeren op je getormenteerde hoofd Detox is de tweede dichtbundel van de Apeldoornse Johanna Geels. Opnieuw een verzameling glasheldere verzen vol grimmige, absurde en hilarische wendingen. Een poëzie van uitersten. In een wereld vol drankzucht, wanhoop en eenzaamheid, waarin alles voortdurend uit de hand loopt, stelt Geels zich middels poëzie te weer. Detox helpt de Nederlandse poëzie in één klap van al haar pijntjes af. Bij de bundel zit ook een cd waarop de dichteres haar poëzie voordraagt, onder begeleiding van gitarist Mark Beumers.

Het boek verschijnt op 19 april.

nieuwe nieuwe Veluwe Veluwe 1/10 1/11

41 41

In vier edities brengt Nieuwe Veluwe het project Levend Landschap Veluwe van Stichting Landschapsbeheer Gelderland voor het voetlicht. Het project laat zien dat het Nationaal Landschap Veluwe leuk is en kansen biedt voor versterking van de leefomgeving. Zes lokale vrijwilligersgroepen, die de prijsvraag van Levend Landschap Veluwe hebben gewonnen, brengen hun ideeĂŤn tot uitvoering. Van de provincie krijgen ze elk 25.000 euro en van de eigen gemeente 8333 euro. Landschapsbeheer Gelderland vult het bedrag voor elke groep aan met 5000 euro Nationale Postcode Loterijgeld en geeft de groepen professionele ondersteuning. Dit keer deel 3: Stichting Landschapselementen Elburg.

42

nieuwe Veluwe 1/11

Zuinig zijn op het landschap. Dat is het motto van de Stichting Landschapselementen Elburg. Met vijftig vrijwilligers en jaarlijks zo’n twintig scholieren werken ze voortvarend aan het gevarieerde Elburgse landschap met bossen, heide, landgoederen en polders. Voor het project Levend Landschap Veluwe maakt de stichting een oud boerenpad weer zichtbaar. Binnenkort wordt dat officieel geopend.

Zuinig zijn op het

Elburger landschap

tekst Ria Dubbeldam, foto’s Hans Dijkstra/gaw.nl Op vier plaatsen tegelijk hoor je het geronk van motorzagen. Mannen met knaloranje veiligheidshelmen en beschermingskleding zetten de zaag in een houtwal van elzen. Anderen stapelen stammetjes of slepen takken weg en leggen deze op mooie bulten. Met Pasen gaat de brand erin. Het onderhoud aan de houtwal is hard nodig: vijftien jaar geleden zijn de bomen voor het laatst afgezet. Iets verderop in het verlengde van de houtwal zijn op het nieuwe natuurpad vijf jongens en een meisje van Scholengemeenschap De Nuborgh flink aan het werk. Voor hun maatschappelijke stage zagen ze uitlopers uit de knotwilgen. In totaal zijn er 28 mensen aan het werk. ‘We zijn best een professionele club’, vertelt Ad Dijkshoorn, voorzitter van Stichting Landschapselementen Elburg en van huis uit landschapsarchitect. Twee andere bestuurs­leden Tom Bergstra en Cor Duitman vallen hem bij. Bergstra zit vanwege zijn cultuur­historische kennis bij de stichting en Duitman als vertegenwoordiger vanuit de gemeente, waar hij werkt als adviseur milieu, natuur en landschap. De korte lijnen met de gemeente zorgen ervoor dat de stichting slagvaardig kan handelen. ‘Het is een unieke constructie’, zegt Dijkshoorn. ‘Bij de gemeente komen de meeste verzoeken binnen voor onderhoud en herstel van landschapselementen. Wij als stichting kunnen vervolgens het werk doen. De gemeente is blij

met onze club. We helpen bij de uitvoering van het beleid.’ Behalve allerlei mensen met een bepaalde expertise, zoals ook een pomoloog (fruitrassen­ deskundige) en een vogeldeskundige, zijn ook belangengroepen in het stichtingsbestuur vertegenwoordigd, zoals de plaatselijke milieuorganisatie en de lokale boerenorganisatie. ‘En verder heeft een tiental mensen een certificaat voor het werken met een motorzaag. We kunnen echt flinke klussen oppakken’, zegt Cor Duitman, die zelf even later een flinke knot­populier inklimt om de uitlopers – op zich al hele boomstammen – onderhanden te nemen. Authentieke beplanting De groep is opvallend goed geoutilleerd. Op een zandpad staat een van de twee aanhang­wagens die de stichting bezit. Heel handig voor het vervoer van ladders en gereedschap. Als er niet wordt gewerkt, liggen de materialen opgeslagen in een mooie schuur. Waar komt het geld voor al die spullen vandaan? Het in Elburg gevestigde bedrijf Biohorma, een producent van fytotherapeutische en homeo­patische geneesmiddelen en gezondheids­producten, blijkt de stichting bij de oprichting flink te hebben gesponsord. Ook de groep zelf is succesvol in het binnenhalen van subsidies, hoewel het wel lastiger wordt. ‘Ons allereerste begin gaat terug naar 1989’,

vertelt Tom Bergstra. ‘De oudheidkundige vereniging Arent thoe Boecop, waarvan ik toen voorzitter was, hielp de gemeente bij het inventariseren van beschermingswaardige panden in het buitengebied. Dit deden we om een gemeentelijke monumentenlijst op te stellen. Tijdens die speurtocht viel op dat veel erven hun authentieke karakter hadden verloren. Coniferen vierden hoogtij en oude fruitbomen stonden er verloren en verwaarloosd bij. De oudheidkundige vereniging besloot een werkgroep erfbeplanting in het leven te roepen. De leden – vertegenwoordigers van gemeente, landbouworganisaties, oudheidkundige vereni­ ging en milieugroep – gingen aan het werk, geholpen door subsidies van de gemeente, het VSBfonds en Stichting Doen/Postcodeloterij.
 ’In twee jaar tijd hebben we zestig erven heringericht.’ Vrijwilligers En toen kwam Biohorma langs. Dijkshoorn: ‘Het bedrijf zocht een te sponsoren project voor de Elburger samenleving. Met een genereuze gift kon zo in 1996 de Stichting Landschapselementen Elburg worden opgericht en uitgerust. Op twaalf zaterdagochtenden per jaar tussen oktober en maart zijn onze vrij­willigers nu aan het werk. We knotten wilgen, planten beukenen meidoornhagen, snoeien fruitbomen et cetera.’ ‘We hebben vijftig vrijwilligers, maar op

nieuwe Veluwe 1/11

43

‘Het is een unieke constructie. Bij de gemeente komen verzoeken binnen voor onderhoud en herstel van landschapselementen. Wij als stichting doen vervolgens het werk’

De jongeren van de scholengemeenschap uit Elburg zijn klaar met hun maatschappelijke stage.

ochtenden zoals deze komen er twintig à dertig. Meer moet ook niet, gezien de veiligheid’, vervolgt Bergstra. ‘Doorde­weeks is er ook een groep actief, vaak met kleinere werkzaamheden zoals leilinden snoeien of hekken plaatsen. Die groep heeft nu onge­veer negen à twaalf vrijwilligers en groeit nog steeds. En verder hebben we jaarlijks zo’n twintig jongeren voor hun maatschappelijke stage.’ Het behoud van het landschap is natuurlijk een belangrijke motivatie voor de vrijwilligers om mee te doen. ‘Maar het sociale aspect misschien nog meer’, zegt Dijkshoorn. ‘Het gaat om samen buiten bezig zijn, gezelligheid is heel belangrijk. Het is: ons kent ons. Sommigen komen al vijftien jaar. Allerlei mensen doen mee: van de gewone man tot de dokter en van jong tot oud.’ Landschapsversterkingsplan De prijsvraag Levend Landschap Veluwe speelde juist op het moment dat de stichting het plan had opgevat om een oud, verruigd boerenpad in de polder ten noorden van Elburg in ere te herstellen, zodat mensen vanuit Elburg een mooi ommetje door het cultuurhistorisch bijzondere gebied (zie kader) kunnen maken. Dijkshoorn: ‘We hebben toen ons plannetje voor de prijsvraag ingediend. We waren een van de prijswinnaars, maar Stichting Landschaps­beheer Gelderland vroeg wel of we ons plan wat breder konden trekken door een landschapsver­sterkingsplan voor het hele noordelijk gelegen poldergebied te maken. Ook kregen we de vraag om de omgeving er meer bij te betrekken.’ De stichting organiseerde daarom in augustus een speciale dag voor de bevolking om hun plan met projecten te presente-

44

nieuwe Veluwe 1/11

ren. Er kwamen een paar honderd mensen op af. Dijkshoorn: ‘Zo’n landschapsversterkingsplan is best handig. We zijn zo minder met losse projecten bezig en werken gerichter aan het gebied.’ Het plan omvat twaalf projecten, waaronder beplanting rondom een bedrijven­terrein en een nieuwe scholengemeenschap. Bij de school gaat de jeugd zelf de handen uit de mouwen steken. Aan het project onderhoud van de houtwal bij een terpboerderij wordt deze dag gewerkt. Maar volgende week opnieuw. ‘Het was de bedoeling vandaag ook jonge elzen te planten om de houtwal voller te maken, maar door de vorst konden de boompjes niet worden geleverd. Ze komen deze week’, legt Duitman de vrijwilligers uit. Alleen nog hekken Het voormalige boerenpad is bijna klaar. Cor Duitman: ‘We moeten alleen nog houten toegangshekken plaatsen.’ De volgende stap is om in het verlengde een ander pad aan te leggen langs de wetering, zodat bewoners een grotere omwandeling kunnen maken. Maar daarvoor moet nog financiering worden gevonden. Dat geldt ook voor de andere projecten van het landschapsversterkingsplan. De uitvoering van het totale plan kost zeker nog twee jaar, schat Dijkshoorn in. Wellicht langer. In het project voor natuurontwikkeling van de kwelgronden langs het Randmeer gaat veel overlegtijd zitten met Staatsbosbeheer en Waterschap Veluwe, de eigenaren van respectie­ velijk de buitendijkse grond en de Kamperdijk. ‘Als zij ons plan omarmen, wil onze stichting graag helpen’, zegt Dijkshoorn. ‘Buitendijks is het een rommeltje aan hekken en afrasteringen.

Diverse pachters weiden er hun schapen. Ons idee is om al die hekken op te ruimen en op de Kamperdijk twee veekeringen te plaatsen, zodat het één groot gebied wordt waarbinnen de schapen van de verschillende pachters samen rondlopen. Daarvoor moet de dijk worden afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. Mensen kunnen er dan prachtig wandelen en fietsen. Aan de ene kant kijk je uit op de kuststrook en aan de andere kant op het polderlandschap. Het zou ook mooi zijn om buitendijks een oude slenk te herstellen, de rietkraag langs het Randmeer te verbreden en een mooi struinpad door het gebied aan te leggen.’ Intussen werkt de stichting alweer aan andere projecten voor andere delen van Elburg. Land­ goed Schouwenburg bijvoorbeeld wil graag de historische tuin herstellen. De vrijwilligers willen er graag aan de slag. Het mag duidelijk zijn: Stichting Landschapselementen Elburg loopt als een goed geoliede machine.

Eén van de oudste polders Het polderlandschap Elburg Noord heeft een rijke historie. ‘Het is een van de oudste polders van Nederland’, zegt Tom Bergstra. ‘Al in 1359 is de Kamperdijk aangelegd om de vesting Elburg tegen de Zuiderzee te beschermen. De weinige boeren die er woonden bouwden hun boerderijen op terpen.’ Dichtbij de stad mocht niet gebouwd worden. Hier lag het vrije schootsveld om eventuele vijanden bij de vesting weg te houden. Dat schootsveld gold ook voor de andere gronden rondom Elburg, maar alleen in de polder is het min of meer behouden. Hier lagen ook gemeenschappelijke weidegronden – de Mheen – waar de bewoners van Elburg hun koetje konden weiden. Deze ‘boeren’ hadden hun stallen binnen de vestingmuren. ’In educatief opzicht willen we wat met deze rijke geschiedenis’, zegt Bergstra. ‘Bijvoorbeeld bordjes met informatie langs paden plaatsen. Wanneer mensen over het landschap lezen, gaan ze het ook anders beleven.’

tekst Mark Hendriks, foto’s Hans Dijkstra/gaw.nl

‘Cultuurhistorie

is meer dan leuk strooigoed’

De meeste bezoekers komen voor de natuur. Maar één van de best bewaarde geheimen van Het Nationale Park De Hoge Veluwe is de grote rijkdom aan cultuurhistorie. Het park besloot alle cultuurhistorische waarden eens goed in kaart te brengen en te bedenken hoe deze het best voor de toekomst zijn te behouden. Landschapshistoricus Theo Spek, medeopsteller van de cultuurhistorische visie, licht het plan tijdens een wandeling toe. Theo Spek op de plek waar het Grote Museum van Helene Kröller-Müller zou komen.

nieuwe Veluwe 1/11

45

‘Het volstaat niet langer om in elk gebied van het park hetzelfde beheer toe te passen. Op den duur leidt dat tot een halfopen parklandschap waar alles hetzelfde is’ Tegen de mistige lucht is het een onheilspellend tafereel: de twee zwartbetonnen wanden op de overgang van de weidse heide naar het bosrijke zandduin. Steeds als hij Het Nationale Park De Hoge Veluwe bezoekt, wordt Theo Spek gegrepen door de verbluffende omvang. ‘Zie daar: de megalomane poort van het grootste kunstmuseum dat nooit is gebouwd.’ Nooit gebouwd? ‘De stichters van Het Nationale Park, het echtpaar Kröller-Müller, wilden in de jaren dertig hier een gigantisch museum voor moderne kunst bouwen. Je moet weten dat Helène Müller in die tijd beschikking had over de op een na grootste collectie Van Goghs ter wereld. Maar de wereldwijde beurscrash en de dreigende Tweede Wereldoorlog gooiden roet in het eten: de museumplannen van architect Henry van de Velde gingen de prullenbak in.’ Een museum is er alsnog gekomen, weliswaar op een andere plek en een stuk kleiner. Waarom zijn deze muren al die jaren blijven staan? ‘De ruïne staat symbool voor de zienswijze van de Kröller-Müllers: de combinatie van kunst en cultuur enerzijds en de natuur en het ecologisch denken anderzijds. Nog steeds is dat het handelsmerk van Het Nationale Park De Hoge Veluwe.’ De aanleiding voor de wandeling met Spek is de pas verschenen cultuur­historische visie. In dit document staan aanbevelingen over hoe

46

nieuwe Veluwe 1/11

in het beheer en de ontwikkeling van het natuurpark rekening gehouden kan worden met cultuurhistorische waarden, zoals archeologische vindplaatsen, landgoederen, relicten uit de Tweede Wereldoorlog en gebouwen en sculpturen. Theo Spek, in het dagelijks leven hoogleraar landschapsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, schreef mee aan de visie. ‘In het beheer van de landschappen lag de nadruk tot voor kort op natuur. Cultuurhistorie speelde amper een rol.’ In een natuurpark als De Hoge Veluwe is dat toch niet zo gek? ‘Wel als die natuur in veel gevallen het gevolg is van menselijk handelen. Mensen beseffen dat niet altijd, maar De Hoge Veluwe bestaat uit uiteenlopende cultuurlandschappen, zoals landgoederen, landbouwenclaves, heidevelden en bossen. Het volstaat niet langer om in elk gebied hetzelfde beheer toe te passen, met grote grazers of andere gangbare onderhoudstechnieken. Op den duur leidt dat tot een uniform gebied, een halfopen parklandschap waar alles hetzelfde is. De visie geeft aan waar het landschap natuurlijker moet worden en waar meer open of gesloten.’ Spek loopt tussen de grijze museummuren het steile duin van het Pampelse Zand op. Hij vervolgt: ‘Ik wil niet zeggen dat cultuurhistorie niet in de belang­stelling stond. Maar cultuurhistorische elementen werden voor-namelijk gezien als leuk ‘strooigoed’ voor het publiek. Dan werd weer eens een archeolo-gische vindplaats getoond of een oud boerde-rijtje opengesteld. In de cultuurhistorische visie bekijken we de relicten, de landschappen en de tijdslagen van prehistorie tot nu in samenhang, leggen we relaties tussen het erfgoed en het ecologische karakter en stemmen daar dan het beheer en onderhoud op af.’ In de visie staat: gebiedsgericht beleid is nodig. ‘Precies. Per deelgebied zijn de historische kwaliteiten voortaan belangrijke uitgangspunten in de keuze van beheers- en onderhoudstechnieken. Laat ik een voorbeeld geven. Op de landgoederen bij Hoenderloo en op de Kemperberg kan de nadruk op ecologie ten koste gaan van cultuurhistorische kwaliteiten,

zoals lanen en oude akkers. Wij stellen in de visie: kies in die gebieden voor een wijze van beheer waar het open karakter van de lanen en akkers mee overeind blijft.’ Dat gaat niet ten koste van de biodiversiteit? ‘Zeker niet. Steeds vaker blijkt dat het gangbare beheer niet overal tot een toename van de ecologische diversiteit leidt. Rekening houden met cultuur­historie hoeft dus niet ten koste te gaan van het streven naar bepaalde natuurdoeltypen. Het is van belang de balans te bewaken. En let wel: het ecologische belang zal altijd een rol spelen.’ Bovenop een duin van het Pampelse Zand tuurt de landschapskenner tussen de stammen door naar de open heidevlakte. Links en rechts van het pad duiken hellingen vijftien meter naar beneden. Duidelijker kan de diversiteit in landschappen niet worden: zojuist waren we nog in het open en platte heideveld, nu in een donker en reliëfrijk eikenbos. Volgens Theo Spek biedt ook deze plek aanknopingspunten voor een op cultuurhistorie geschoeid kapbeleid. ‘Tussen de eiken groeien vliegdennen, die het zicht op de heide belemmeren. Vanuit historisch oogpunt is het zaak het scherpe contrast tussen open en besloten beleefbaar te houden. De cultuurhistorie biedt dus een legitieme reden om op bepaalde plaatsen vliegdennen weg te halen.’ En de museummuren van de KröllerMüllers, moeten die blijven? ‘Het is kostbaar om ze overeind te houden. Maar de betekenis van de muren is onomstreden. Ze zijn de overblijfselen van een prachtig verhaal over een echtpaar met grote idealen, en als poort markeren ze de grens tussen het bos en de hei. Ook al is het verhaal van de twee muren niet direct duidelijk, de impact op de ervaring van het landschap is subliem.’ In elke cultuurhistorische benadering rijst de vraag welke tijdslagen belangrijk zijn en welke sporen de voorkeur krijgen. Ook op De Hoge Veluwe kregen de opstellers van de cultuurhistorische visie te maken met een keur aan schatten: grafheuvels uit de prehistorie, grenspalen van vroegere ‘marken’ (gezamenlijk gebruikte en bestuurde landbouwgronden), middeleeuwse karrensporen, relicten uit de

Siberië

Sickesze Dennen Westerflier de Zwarte Berg ‘t Veentje

Hoenderloo de Wet Bos Otterlose Zand

het Zwarte Veld

Heidebloem Fazanten Park

Hoog Baarlo

de Bunt

Tweede Wereld-oorlog en de monumenten uit het Kröller-Müllertijdperk, zoals verscheidene kunstwerken en het jachthuis Sint Hubertus. Daar kwam in 2009 de opzienbarende vondst van de overblijfselen van het middeleeuwse dorpje Reemst bij. Historicus Spek weet als geen ander hoe zacht de waarderingscriteria zijn waarmee deskundigen bepalen wat belangrijk is en wat niet. ‘We kijken naar hoe gaaf iets is, naar het historische belang, naar de zichtbaarheid, enzovoort. Maar dat zijn zaken die moeilijk te meten zijn. Wat je ook besluit: vanuit een andere gezichtspunt is er altijd iets op aan te merken.’ Welke keuzes zijn in de cultuurhistorische visie gemaakt? De nalaten­schap van het echtpaar Kröller-Müller heeft een prominente plek gekregen. ‘Dat is terecht. Iedereen die in Het Nationale Park werkt, van directeur tot boswachter, is doordrongen van het feit dat het hun missie is de erfenis en de ambities van dat bijzondere echtpaar in ere te houden. Het staat zelfs in de statuten van het park. Het landschap uit hun tijd, de Veluwe van de jaren twintig, is in de visie aangemerkt als een belangrijke pijler voor het natuur- en landschapsbeheer.’ Toen ging het ook om de verbinding tussen natuur en cultuur… ‘Ja, al werd cultuur vooral ingevuld met kunst. Maar inderdaad: het was toen zo dat het zuidelijk deel als wildbaan werd aangeduid waar de heer Kröller met vrienden jaagde. Het noordelijke deel was een cultuurpark voor de door mevrouw verzamelde schilderijen en beeldhouwwerken.’ ‘De focus op het landschap uit die periode biedt handvatten om voor het gebiedsgerichte beleid keuzes te maken’, vertelt Spek, terwijl we door het maanlandschap van De Pollen richting het opgegraven Reemst gaan. ‘Je moet niet op elke plek elke tijdslaag de ruimte willen geven. Daarom hebben we naast de wetenschappelijke criteria gekeken naar de betekenis voor mensen, naar de verhalen en herinneringen en naar hoe het zich verhoudt tot de tijdslaag van de Kröller-Müllers.’ Theo Spek gaat voorop door het stiltegebied. Aan de horizon draven vier reeën over de hei.

oude kwekerij

de Nieuwe Pampel

Centrumplein NP de Hoge Veluwe ‘t Rieselo

de Pampel

Centrumgebied Kröller-Müller Museum de Franse berg

Deelense Was Pampelse Zand Koeverzand

Deelense Veld

de Nieuwe Plijmen Otterlose Bos

Zandfles

de Plijmen Jeneverbes Bos Deelense Zand de Pollen

Deelense Straal Midden Zand

Cultuurhistorische landschapstypen

Deelense Start

Oud-Reemster Zand Kompagnieberg

A. Oude landbouwenclaves

Eikenhoutbergen

Bosje van Staf

Cultuurhistorische landschapstypen B. Landgoederenlandschap Hoenderloo (late 19e eeuw) A. Oude landbouwenclaves B. Landgoederenlandschap C. Landgoederenlandschap Hoenderloo (late 19e eeuw) Kemperberg (vroege 20e eeuw) C. Landgoederenlandschap

D. E.

F.

Kemperberg (vroege 20e eeuw) Buitenplaats JachthuisD.Sint Buitenplaats Jachthuis Sint Hubertus (vroege 20e eeuw) Hubertus (vroege 20e eeuw) E. Oude bossen: Otterlose Bos, ‘t Rieselo, Franse Berg, Deelense Start, EikenOude bossen: Otterlose Bos, ‘t Rieselo, houtbergen en Hoog Baarlo Franse Berg, Deelense F.Start, EikenJonge bossen: stuifzandbestrijdingsbossen en heidebebossingen, jeneverbessenbos houtbergen en Hoog Baarlo

Vliegveld Deelen

Reemster Bossen Oud-Reemster Veld

Oud Reemst

de Roggekamp Everwijnserf

G. Heidevelden: Oud-Reemsterveld en Deelense Veld, plus enkele kleine heideveldjes in het stuifzandbestrijdingsbossen landgoederenlandschap 2

Jonge bossen: en heidebebossingen, jeneverbessenbos H. Stuifzanden en stuifzandheiden van De Pollen,

Aalderinksveld

Kemperberg

Otterlose Zand, Pampelse Zand, Oud-

2

G. Heidevelden: Oud-Reemsterveld Deelense Reemsterzand,en Deelense Zand Raster NP De Hoge Veluwe Veld, plus enkele kleine heideveldjes in het landgoederenlandschap

de Rijzenburg

N

H. Stuifzanden en stuifzandheiden van De Pollen, landschappen binnen Het Nationale Park De Hoge Veluwe Otterlose Zand, Pampelse Cultuurhistorische Zand, OudReemsterzand, Deelense Zand Raster NP De Hoge Veluwe

0

1

H 2

S 4 km.

‘We zijn nu op het Oud-Reemsterzand. Daarachter in dat lagere deel is het middeleeuwse dorpje gevonden.’ Hij wijst naar een smal bos. ‘Dat is het bosje van Staf, ooit voor defensiedoeleinden aangelegd. Het doorbreekt de weidse openheid van de heide. Vanuit cultuurhistorisch opzicht mag het gekapt worden, maar of het vanuit wildbeheer gezien verstandig is, moet bekeken worden.’ Een moment terug passeerden we een kaarsrechte lijn van berkenstammen. Die berken zijn dood. Die mogen dus gekapt? ‘Nee, nee. Die stammen vertellen het verhaal van een landschap van eeuwen geleden. Ze vormden ooit de grens tussen marken. Door dit historisch besef is de Veluwe een kroniek rijker.’

nieuwe Veluwe 1/11

47

Beroep Museumconsulent

Liesbeth Tonckens links, consulent Publiek en Educatie Gelders Erfgoed voor de Veluwe, geeft advies aan het Historisch Museum in Ede.

48

nieuwe Veluwe 1/11

tekst Annelies Barendrecht, foto Hans Dijkstra/gaw.nl

Liesbeth Tonckens is op weg naar Museum Oud Lunteren voor een bijeenkomst van de werkgroep herinrichting. Het museum gaat uitbreiden en zij ondersteunt en adviseert daarbij. Daarna bezoekt ze het Historische Museum in Ede. ‘Consulenten zoals ik zijn er onder meer voor de vergroting van de professionaliteit van vrijwillige museummedewerkers.’ In de vergaderzaal in het Lunterse museum hangen de bouw­ tekeningen aan de muur. Die stap is al genomen. Nu de plannen voor de inrichting nog. ‘Daarbij komt veel kijken’, legt Tonckens uit. ‘Vandaag gaan we bijvoorbeeld nadenken over hoe je, rekening houdend met de verschillende thema’s en onderwerpen, de ruimte in het museum het beste kunt indelen. En welke kleuren je zou kunnen gebruiken om de gewenste sfeer en uitstraling te krijgen.’ Positief kritisch De werkgroep heeft op haar advies eerder al een bidboek geschreven. Een handig instrument voor het werven van fondsen voor de her­ inrichting. De opsteller van het document heeft in zijn werkzame leven vaker wervende en goed onderbouwde teksten geschreven, maar een deskundige op het gebied van oudheidkundige musea is hij niet. De hulp van de consulente van de Stichting Gelders Erfgoed is dan ook meer dan welkom. Tonckens is kritisch op een positieve manier. Samen met de werkgroep neemt ze het concept van het bidboek bladzijde voor bladzijde door. Her en der plaatst ze een kanttekening of doet ze een suggestie. ‘Voeg er mooie foto’s bij van aansprekende voorwerpen in de collectie. Je moet mensen enthousiast maken voor het museum.’ Direct valt de naam van een lokale amateurfoto­ graaf die ‘vast wel foto’s wil maken’. En er is ook wel iemand die het bidboek mooi vorm kan geven, stelt de werkgroep met nieuw elan vast. Na afloop heeft het gezelschap genoeg gereedschap om de volgende stap in de herinrichting te zetten. Over een maand treffen ze elkaar weer, spreken de werkgroep en Tonckens af. Na Lunteren staat het Historische Museum in Ede op het programma. Anders dan bij het Museum Oud Lunteren heeft dat in Ede te maken met een teruglopend bezoekersaantal. De vraag is hoe dat kan én, nog belangrijker, hoe het tij te keren is. Het Tegelmuseum in Otterlo kampt met dezelfde problematiek. En dus overlegt Tonckens met de vertegenwoordigers van beide Veluwse musea over de te volgen koers. Na enige discussie zijn ze eruit. ‘We gaan in november 2011 een symposium beleggen met als thema ‘Hoe houd je je bezoekers vast?’ Uitgenodigd worden bibliotheken, historische verenigingen, archieven en musea op de Veluwe, of ze nu wel of niet te maken hebben met een dalend bezoekersaantal. Doel van het symposium is om gezamenlijk tot ideeën te komen die de neerwaartse spiraal doorbreken.’ Geen verantwoordelijkheid Een week later geeft Liesbeth een training vrijwilligersmanagement in het historische pand in Zutphen waar Gelders Erfgoed kantoor houdt. De cursisten zijn zowel beroepskrachten als vrijwilligers als coördinatoren, bestuursleden en de conservator van het Voerman Museum in Hattem. Ze hebben gemeen dat ze zich met hart en ziel inzetten voor ‘hun’ museum in Barneveld, Ede, Aalten, Ermelo, Putten, Nunspeet, Aalten of Hattem. Het Voerman Museum is hét

voorbeeld van een museum dat floreert op een bezetting van louter vrijwilligers. ‘Dat kan alleen als de vrijwilligers zeer betrokken en gemotiveerd zijn’, weet Tonckens. Voor de vertegenwoordigde Veluwse musea geldt dat vrijwilligers de drijvende krachten binnen de organisatie zijn. En dat is niet altijd even gemakkelijk, zo blijkt uit de reacties van de cursisten. Tonckens geeft een schot voor de boeg: ‘Mensen willen best wat doen, maar geen verantwoordelijkheid dragen. Het zijn vaak senioren die hun hele leven gewerkt hebben. Die hebben er geen zin meer in om al te zeer belast te worden.’ Herkenbaarheid alom. Na enige discussie komt de vraag boven: hoe ga je om met dat broze evenwicht tussen de wensen en behoeften van vrijwilligers enerzijds en de druk op musea om te innoveren en professioneler te werken anderzijds? Tonckens: ‘We hopen dat de cursisten hier ideeën opdoen hoe ze die balans in hun organisatie kunnen brengen en behouden.’

‘Ik probeer musea door een moeilijke tijd heen te loodsen door bijvoorbeeld te werken aan de professionaliteit van vrijwilligers’ Niet meehuilen Door de bezuinigingen in de kunstsector worden veel musea gekort op hun professionele medewerkers. En dus gaan vrijwilligers een nóg prominentere rol spelen. Tonckens probeert niet mee te huilen met de musea die gekort worden. Liever neemt ze de realiteit als basis om op door te borduren. ‘Ik probeer musea door een moeilijke tijd heen te loodsen door bijvoorbeeld te werken aan de professio­ naliteit van vrijwilligers. Er zijn twee soorten musea. Die met elan en het gevoel voor verandering en musea die het liefst alles bij het oude laten. Die laatste categorie ondersteun ik heel basaal, waarbij ik ervoor waak zelf uitvoerende taken op mij te nemen. Heel lastig als je diep in je hart vindt, dat er wel degelijk reden voor verandering is. Maar de kracht moet uit de groep zelf komen. De mensen moeten het werk doen en het verhaal over hun erfgoed op hun eigen manier aan het publiek vertellen.’ Er gaat overigens ook veel goed. Van de 130 musea in de provincie zijn er inmiddels 80 ingeschreven in het Nederlands Museum Register. ’Die kwaliteit heeft veel te maken met de complete bedrijfsvoering en het niveau en de inzet van de veelal vrijwillige medewerkers.’ Meer informatie over het werk van Stichting Gelders Erfgoed is te vinden op www.gelderserfgoed.nl, www.mijngelderland.nl, www.collectiegelderland.nl, www.museumkijkwijzer.nl en www.gratismuseumdag.nl

nieuwe Veluwe 1/11

49

Agenda Kunst & cultuur 2 april t/m 19 juni Museum voor Moderne Kunst Tentoonstelling Magic Affairs Jonge kunstenaars in confrontatie met hoogtepunten uit de collectie magisch realisten van het museum: Carel Willink, Pyke Koch, Dick Ket en Johan Mekkink. www.mmkarnhem.nl 17 april, 10:45 uur Kasteel Cannenburch, Vaassen Passie voor Muziek Vertelconcert en (facultatief) een rondleiding door historisch ingerichte vertrekken van het kasteel of een excursie over het gerestaureerde landgoed. Reservering via www.hetgeldersorkest.nl of 026 7890130 Pasen, Koninginnedag, Hemelvaartsdag, Pinksteren Paleis het Loo Een koninklijk uitzicht over de tuinen Toegang tot het dak van het paleis met een indrukwekkend uitzicht over de paleistuinen. www.paleishetloo.nl

17 mei t/m 31 augustus 
 CODA, Apeldoorn Atlas van Apeldoorn 2011: Beekbergen, Lieren en Oosterhuizen
 Dorpen Beekbergen, Lieren en Oosterhuizen: een panelenwandelroute door de dorpen, een expositie en videoportretten van markante dorpsbewoners. www.coda-apeldoorn.nl

21 april, 14:00 uur Park Rosendael, Rosendael Seniorenwandeling Korte boswachterexcursie in rustig tempo met uitleg over bijzondere bomen en voorjaarsplanten.Opgave niet nodig. www.mooigelderland.nl 29 april, 14:00 uur start hoek Van Golsteinlaan/Hoenderloseweg, HoenderlooUgchelen Nieuwe kansen Salamandergat IVN Apeldoorn organiseert een wandeling naar het Salamandergat www.ivn.nl/gelderland

Landschap & natuur 2 april, 10:00 uur Parkeerplaats (schaapskooi) Droefakkers, Loenermark Lange voettocht
met de boswachter Door bossen over heidevelden met jeneverbessen. www.mooigelderland.nl

25 april, 8 mei, 22 mei, 2 juni, 13:00 uur Radio Kootwijk Kennismaking met bijzonder stukje Nederlandse geschiedenis in de natuur Een tocht langs al het belangrijke natuur- en cultuurschoon op Radio Kootwijk. Aanmelden: VVV Apeldoorn: 055-5260200 of info@vvvapeldoorn.nl

17 april, 14:00 uur start Station Klarenbeek Vogelroute Wandeling onder leiding van IVN-natuurgidsen www.ivn.nl/gelderland/ of 055 5338182 16 april, 7:00 uur start dorpshuis Vierhouten De Koning van het bos Vroeg uit de veren om het edelhert te zien. Aanmelden bij Staatsbosbeheer, bezoekerscentrum Veluwe-Noord: 0341 252996. www.staatsbosbeheer.nl

Meer agenda op www.nieuweveluwe.nl

Methodiek | beleid | biodiversiteit | typologie | groeiplaatsinrichting |monumentale bomen Biedt de basis en inspiratie voor het plannen en werken met bomen binnen de ruimtelijke ordening. Voor professionals die zich bezig houden met integraal ontwerp, beheer en beleid van de openbare ruimte maar niet dagelijks met bomen werken: architecten, projectmanagers, landschapsarchitecten, civiel-technici, beleidsadviseurs en stedenbouwkundigen. Met haar brede ervaring in het onderwijs en de vakwereld staat cursusleider Annemiek van Loon garant voor didactische en vakinhoudelijke kwaliteit.

CURSUS

RUIMTE VOOR DE STADSBOOM 50

DE KOOKPLAATS

TROMPENBURG

HET SCHIP VAN BLAAUW

ARNHEM

ROTTERDAM

WAGENINGEN

10 & 17 MEI 2011

19 & 26 MEI 2011

9 &16 JUNI 2011

nieuwe Veluwe 1/11

WWW.BOMENCONSULENT.NL ANNEMIEK VAN LOON 06 46496412 ANNEMIEKVANLOON@ME.COM

nieuwe Veluwe 1/11

51

Permanente tentoonstelling van ruim 300 torsen en fragmenten van hedendaagse beeldhouwers. Een deel van de collectie is te koop. De stichting Het Depot ondersteunt beeldhouwers van torsen en fragmenten, waarbij de ontplooiingskans van de kunstenaar centraal staat.

Tentoonstelling

Architectuur

Rijksmonument

Beeldhouwkunst

Petra Boshart Zondag

13 februari 2011

tot en met zondag

4 september 2011 Openingstijden: donderdag t/m zondag van 11.00 tot 17.00 uur

Arboretum

Brain Wave, marmer

Generaal Foulkesweg 64 • 6703 BV Wageningen T 0031 (0)317 424 420 • F 0031 (0)317 420 780 • beeldengalerij@hetdepot.nl • www.hetdepot.nl


Nieuwe Veluwe 1 2011