Issuu on Google+

● Kerstmusical voor de

basisschool

Kerst op z’n kop

Teksten: Gerard van Midden en Henk Stel ● Muziek: Gerard van Amstel

SGO Hoevelaken

Tekst

Inhoud In deze kerstmusical switchen we telkens van ‘nu’ naar ‘toen’. De hoofdrolspelers in het ‘nu’ zijn Tom en Linda (broer en zus) en hun buurjongen Remco. Telkens is er een aanleiding om een scène uit de tijd rond Jezus’ geboorte (‘toen’) tot leven te laten komen. We zien de herders op het veld. Geen lieve, schattige ‘herdertjes’, zoals Tom, Linda en Remco denken. En de knusse herberg blijkt bezet te zijn door Romeinse soldaten. Zo wordt duidelijk dat het vredeskind Jezus geboren wordt in een tijd van dreiging en angst. Hoe verhoudt zich dat tot het kerstfeest zoals wij dat tegenwoordig vaak vieren? In deze musical proberen we die verschillende beelden die veel kinderen van kerst hebben op een speelse manier naast elkaar te zetten, of zo u wilt: op z’n kop!

Scène 1 Het is bijna kerst. Tom en Linda hangen verveeld in huis. Ze hebben nog niks aan kerst gedaan. Als Tom besluit om zelf kerstkaarten te gaan maken, krijgt hij ruzie met Linda. Zij wil dit jaar een heel ander kerstfeest. Tijdens deze ruzie komt opeens Remco, hun buurjongen, binnen. Bij hem thuis is bijna alles al piekfijn voor elkaar. Hij laat trots één van de vele kerstkaarten zien. Als hij de kaart opendoet, klinkt de melodie van ‘De herdertjes lagen bij nachte’. Deze melodie is aanleiding om naar ‘toen’ te switchen.

Scène 2 De ‘herdertjes’ blijken ruwe, sterke herders zijn, die soms met gevaar voor eigen leven, hun schapen beschermen tegen wolven en beren. Het zijn de out-casts van onze tijd. De drie herders krijgen onderling ruzie. Aanleiding is een mes dat een van de herders heeft gevonden. De ruzie wordt gesust met de opmerking dat ze dat mes goed kunnen gebruiken om rijke stinkerds mee te overvallen of om de schapen mee te beschermen. De herder die deze ruzie in de kiem smoort, wordt een klein beetje cynisch vergeleken met koning David, de herder. Na een kort vraag- en antwoordliedje (geschikt voor jonge kinderen) vertellen andere herders dat er een herder als koning David is beloofd. Een herder die koning zal worden en de mensen bevrijdt. Maar dàt geloven de herders niet. Koningen worden in Jeruzalem geboren en dáár denken ze alleen maar aan zichzelf. Tijdens het lied ‘Een nieuw geluid’ worden de herders letterlijk en figuurlijk onder de voet gelopen door ‘de machthebbers’ uit Jeruzalem.

Scène 3 Remco stuift bij Tom en Linda binnen om hun huis gezelliger te maken. Hij hangt engelenhaar op, zet een kerststal neer en leest uit het kookboek voor wat je met kerst hoort te eten. Als hij weer wegholt om nog wat boodschappen te doen voor kerst, speelt Linda nonchalant met een halve glazen bol, gevuld met water en ‘sneeuw’. In het idyllische landschap staat een rustige herberg. ‘Typisch kerst,’ vindt Linda.

4

Maar in de herberg is het allesbehalve rustig en gezellig. De herberg wordt met veel machtsvertoon bezet door Romeinse soldaten. ‘Bevel van keizer Augustus,’ roept één van de soldaten, ‘deze herberg is nu van de Romeinen en aangewezen als stempellokaal.’ De herberg zal één van de plekken zijn waar de bevolking zich moet laten inschrijven. De herbergier, die vlak ervoor zich in woorden nog dapper verweerde tegen de Romeinen, draait om als een blad aan de boom en probeert het de Romeinse soldaten naar hun zin te maken. Zeer tegen de zin in van Sammaj, een joods zwerfmeisje. Ze vindt de herbergier maar een kale opschepper als hij beweert dat zijn herberg de beroemdste van het hele land is. ‘Koning David heeft hier nog gelogeerd,’ roept hij overmoedig. Maar die koning David haalt het volgens de soldaten niet bij hun koning Herodes. Opeens komen Jozef en Maria op. Ze zoeken een plek voor de nacht. ‘Vol!’ roept de herbergier plomp. Maar Sammaj, die gewend is om ‘overal en nergens’ te slapen, brengt Jozef en Maria naar de stal achter de herberg. Onderweg ernaartoe zingt ze een indrukwekkend lied over haar bestaan als zwerfmeisje: ‘Ik ben een pluisje in de wind, dat nergens aarde vindt.’ Als Jozef en Maria haar zingend vragen of er dan niemand is die voor haar zorgt, antwoordt Sammaj: ‘Ja, alleen in dromen.’ Het lied eindigt met de open vraag van Jozef en Maria: ‘Zou zó iemand nooit eens kunnen komen?’ Het lied verwijst natuurlijk naar Jezus.

Scène 5 Linda en Tom krijgen langzamerhand een beetje zin in het kerstfeest. Niet het traditionele eten met kalkoen. Nee, ze zijn van plan om iedereen uit te nodigen om ‘kerstpatat’ te komen eten. Dat is niks voor Remco, die in paniek is geraakt, omdat de asperges voor zìjn diner zijn uitverkocht. Wat nu? ‘Wat moet ik doen? Wordt het kip, konijn, kalkoen?’ In een ‘zenuwachtig’ liedje horen en zien we de drukte van Remco. Na het lied vraagt met name Linda zich af of Remco het inderdaad allemaal wel zo goed voor elkaar heeft. Is het niet ‘kerst op z’n kop’? Haar slotvraag ‘Wat vieren we nou eigenlijk met kerst?’ brengt ons bij de slotscène.

Scène 6

5

De herders zijn in de stal geweest. Bij Jozef en Maria en het kindje Jezus. We horen wat ze hebben beleefd vanaf het moment dat de engelen hun de geboorte hebben aangezegd. Ze zijn nog steeds verwonderd: ‘Dat juist wìj hem als eersten hebben gezien!’ Ze zijn nu op weg om het tegen iedereen te vertellen. Als ze in de herberg aankomen, kan de herbergier het niet geloven. ‘Er komt heus geen koning van de vrede die ons bevrijdt.’ Pas als Sammaj het verhaal van de herders bevestigt, dringt het tot de herbergier door dat hij de belangrijkste gast heeft weggestuurd. Het wordt in het slotlied nog een keer herhaald. Dit lied sluit af met de woorden: ‘De koning is geboren in een simpele stal. Als herder voor mensen die vrede brengen zal.’

Kerst op z’n kop

Scène 4

● Algemene regie-aanwijzingen ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ●

Lees de tekst met alle spelers twee keer door. Besteed in het begin één repetitie aan één scène. Voeg twee of drie opeenvolgende scènes aan elkaar. Speel uiteindelijk het hele stuk. Speel zo snel mogelijk zonder boekje. Houd een voor-generale en een generale repetitie. Overdrijf de rol in het begin flink. Later zwakt het wel af, zodat aan het einde het goede type overblijft. De regisseur kan een kind helpen over een bepaalde drempel heen te komen door het zelf voor te doen. Speel niet met de rug naar het publiek. Dit is niet bevorderlijk voor de verstaanbaarheid en het overbrengen van de mimiek. Speel dus zoveel mogelijk richting zaal of 'en profil'. Zorg voor een goede verspreiding over het toneel (niet teveel op een kluitje). Het toneelbeeld mag niet statisch worden. Varieer in zittende en staande figuren. Zorg dat de spelers ook meespelen als ze geen tekst hebben. Geef spelers die moeite hebben hun handen een plaats te geven een attribuut in handen dat bij hun rol past. Zorg voor vaart in de musical; kinderen kunnen zelf heel goed de decorwisselingen verzorgen of spullen wegzetten. De techniek moet goed verzorgd zijn (licht en geluid). Vraag de licht- en geluidsmensen er al vroeg bij. Een souffleur is eigenlijk onmisbaar. Vraag die er in een vroeg stadium bij. Laat hem/haar niet krampachtig de tekst voor-fluisteren, maar gewoon hardop aangeven. Let bij de opkomsten en het afgaan op dat dat naar de juiste kanten gebeurt. Probeer alles luchtig te houden en maak gebruik van vondsten en ideeën die uit de spelers komen.

● Decor Kies voor een zo eenvoudig mogelijk decor, zodat het spel niet teveel wordt opgehouden door allerlei ingewikkelde decorwisselingen. Een neutrale achterwand voldoet voor de zes verschillende scènes. Een belangrijk deel van de musical speelt zich af in de herberg. De sfeer van de ‘herberg’ kan in een paar simpele lijnen op het middenstuk van de neutrale achterwand worden geschilderd/geplakt. Denk aan: houten balken, een doorgeefluik naar de keuken, potten en pannen aan de muur, enzovoorts. Eén of twee tafels in de herberg met houten bankjes mogen niet ontbreken. Op de linkerkant van het podium worden de scènes uit het ‘nu’ gespeeld. Op dit deel van de achterwand, kan een moderne inrichting van een huiskamer worden gesuggereerd: een modern schilderij, vrolijk behang, lamp. Er is een grote, luie stoel met brede armleuningen nodig en een klein bijzettafeltje. Rechts naast de herberg is ‘het open veld’ (een bergachtige achtergrond). Verder geven ‘zetstukken’ en de rekwisieten de betreffende sfeer aan.

6

● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ●

Kerst op z’n kop

● Rekwisieten kaars kandelaar gekleurd karton viltstiften, liniaal, lijm, verf, kwasten, schaar radio kerstkaart die je kunt openvouwen mes ‘goudstuk’ cola en chips kookboek kerststal (met gekleurde lichtjes) kerstkaarten halve glazen ‘omkeerbol’, gevuld met water en ‘sneeuw’ en een klein huisje (‘herberg’) erin engelenhaar kannen ‘wijn’ en bekers manden met brood buidel geld

Zorg voor passende kleding voor alle spelers.

● Rolverdeling ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ●

Linda Tom, haar broer Remco (hun buurjongen) Herders 1 tot en met 6 ‘De machthebbers’ Gast 1 tot en met 4 (herberggasten) Herbergier Sammaj, een joods zwerfmeisje Romeinse soldaten 1 tot en met 4 Jozef Maria

7

De rollen van de herders, de machthebbers, de gasten en de Romeinse soldaten zijn naar eigen inzicht uit te breiden. De kinderen die geen rol hebben kunnen de liedjes meezingen (al dan niet op het toneel). Verder is het mogelijk een blokfluitgroep samen te stellen die ‘de pastorale’ fluit. Zie hiervoor de betreffende bladmuziek.


Kerst op z'n kop (8160)