Issuu on Google+

De wereld wordt complexer als je groter wordt Een terugblik op de kennisbattles van NCDO voor hbo- en universiteitsstudenten (2006-2009)

Inhoud

Pagina 4

Voorwoord

Pagina 5

Kennisbattles De wedstrijdopbouw De tijdsspanne De beoordeling

Pagina 6

Organisatie De organisatoren Het hoofdthema

Pagina 7

Millenniumdoelen Millenniumdoel 1 Millenniumdoel 2 Millenniumdoel 3 Millenniumdoel 4 Millenniumdoel 5 Millenniumdoel 6 Millenniumdoel 7 Millenniumdoel 8

Pagina 9

GezondheidsBattle 2006 Case 1 Braindrain Case 2 Vrouwenbesnijdenis Case 3 Gezondheid en voeding Case 4 Malaria

Pagina 14

MillenniumBattle 2007 Case 1 Drinkwater in China Case 2 Ondernemen in conflictgebieden Case 3 Toegang tot medicijnen Case 4 Moedersterfte in Afrika

Pagina 22

MillenniumBattle 2008 Case 1 Grondstoffen: Roof in Afrika? Case 2 Brazil the King of Soy Case 3 Kinderarbeid in AlbaniĂŤ Case 4 Toegang tot gezondheid MillenniumBattle 2009 Case 1 Geef jonge Darfuri een beter toekomst perspectief via Radio Da Banga Case 2 Investeer in pro-poor growth in Colombia Case 3 Zorg voor meer vrouwen in watermanagement Malawi Case 4 Laat Zuid-Afrikanen profiteren van het WK 2010

Pagina 33

‘De wereld wordt complexer als je groter wordt’ is een uitgave van de Nederlandse Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO). © NCDO, 2010

Voorwoord

Kennis is macht. Of in ieder geval de sleutel tot verandering. Want wie de problemen in de wereld niet kent, en nooit heeft geleerd daarover na te denken, zal ze ook moeilijk kunnen oplossen. Zo simpel is het. En zo simpel is het idee achter de vier kennisbattles die NCDO organiseerde voor studenten.

Voor wereldburgerschap De GezondheidsBattle (2006) en de MillenniumBattle (2007, 2008 en 2009) waren wedstrijden. NCDO organiseerde de battles om deelnemers bewust te maken van problemen én kansen in ontwikkelingslanden. Om hun kennis over internationale samenwerking te stimuleren, in het bijzonder over de millenniumdoelen. En om hun betrokkenheid bij het behalen van deze doelen te vergroten. Met andere woorden: NCDO wilde met deze wedstrijden ‘wereldburgerschap’ stimuleren. Die stimulans blijft de organisatie belangrijk vinden. Maar NCDO is in 2010 begonnen aan een transformatie tot kenniscentrum. In die hoedanigheid zal ze niet langer dit soort projecten organiseren. Voor ambitieuze studenten Deelnemers, allen studenten aan hogescholen en universiteiten, moesten in teams aan casussen werken. Een professionele jury beoordeelde hun oplossingen. Aan elke casus ging een verdiepingsbijeenkomst vooraf. Studenten vonden in dit proces niet alleen de mogelijkheid om hun kennis te vergroten over internationale sociale, politieke en economische kwesties. Wie een baan in de internationale samenwerking ambieerde, verrijkte met de battledeelname ook zijn of haar cv. In de verdiepingsbijeenkomsten werd verder volop genetwerkt; zowel met andere ambitieuze studenten als met politici en vertegenwoordigers van niet-gouvernementele organisaties (ngo’s). Het winnende team won bovendien een studiereis naar ontwikkelingsprojecten in Afrika. Voor onderwijsinstellingen NCDO blikt met ‘De wereld wordt complexer als je groter wordt’ terug op vier jaar kennisbattles. Niet zozeer om te focussen op het verleden, als wel om om te inspireren voor de toekomst. Want dat doen ze, de casussen en speciaal geselecteerde oplossingen in deze uitgave. Ze inspireren docenten en onderwijsinstellingen om hun studenten uit te dagen met internationale vraagstukken. Om deze jongeren de kennis te geven die zij nodig hebben in een steeds complexere wereld. En om hen zo de macht te geven waarmee zij de problemen in de wereld kunnen aanpakken. Het belang van een internationaal betrokken jeugd is onschatbaar. Kennis is de sleutel voor een betere toekomst van deze planeet. Maar wat komt er van deze toekomst terecht, als de nieuwe generatie die sleutel niet draagt?

Jeroen van der Zant, NCDO (Programma Onderwijs)

PS: Naast tekstuele uitwerkingen van casussen, moesten studenten ook digitale presentaties en filmpjes maken. Die kunt u vinden op de websites van de MillenniumBattles: * MillenniumBattle 2007: www.2007.millenniumbattle.nl * MillenniumBattle 2008: www.2008.millenniumbattle.nl * MillenniumBattle 2009: www.millenniumbattle.nl

Kennisbattles

De MillenniumBattle was een wedstrijd voor studenten in het hoger onderwijs, toegespitst op de VN-millenniumdoelen. De laatste editie werd in 2009 georganiseerd door NCDO en het NCDO-jongerenprojectbureau Move Your World. De GezondheidsBattle was de voorloper van de MillenniumBattle en richtte zich alleen op de millenniumdoelen die te maken hebben met gezondheid. De wedstrijdopbouw Tijdens elke MillenniumBattle kregen deelnemers (teams van minimaal twee en maximaal vier studenten) vier cases voorgelegd. Die hadden elk een andere invalshoek, maar waren alle vier gerelateerd aan de millenniumdoelen. Aan elke case was een bijzondere debatbijeenkomst gekoppeld. Tijdens zo'n evenement werd de case gepresenteerd en kregen deelnemers meer inzicht in de thematiek ervan. De bijeenkomsten boden studenten de unieke gelegenheid in contact te komen met specialisten en een goede start te maken met het opdoen van ideeĂŤn. Ook kwamen ze in contact met interessante organisaties en konden ze lobbyen voor een boeiende baan of stage. De tijdsspanne De MillenniumBattle startte ieder jaar in september of oktober met de openbaarmaking van de eerste case. Deelnemers kregen gemiddeld twee weken om hun case-uitwerking te publiceren. Dat deden zij op hun groepspagina op de website van de MillenniumBattle. Van eind november tot en met januari volgden nog drie cases. Na de beoordeling van de laatste case (de grote finale) werd duidelijk welk team de felbegeerde hoofdprijs had gewonnen: een studiereis naar zuidelijk Afrika, onder begeleiding van ontwikkelingsorganisatie Cordaid/Memisa en NCDO. De winnaars van de MillenniumBattle verdienden ook een plek in De Derde Kamer: het schaduwparlement voor ontwikkelingssamenwerking. Ze kregen daar de gelegenheid ĂŠĂŠn jaar te werken aan een innovatief voorstel aan de minister voor Ontwikkelingssamenwerking om de kracht van ontwikkelingssamenwerking te vergroten. De beoordeling De inzendingen van de studenten werden beoordeeld door een jury en door publiek (bezoekers van de site, meestal vrienden en familie). De juryleden hadden hierbij de zwaarste stem. Een deel van de punten werd bepaald door het publiek: bezoekers van de website konden case-oplossingen waarderen met maximaal vijf sterren. Het team met de hoogste waardering kreeg de felbegeerde publieksprijs. Publiciteit woog ook mee in de eindbeoordeling. Want wat is een mooi idee zonder publiek? Teams moesten zorgen voor zoveel mogelijk aandacht in de media. Dit kon een studentenblad of regionale radiozender zijn, maar ook het achtuurjournaal. Verder was naast een goed idee ook een nette presentatie van belang. Deze kon teams extra punten opleveren.

Organisatie

De MillenniumBattle was een project van het programma Onderwijs van NCDO en het NCDO-jongerenprojectbureau Move Your World. De organisatoren NCDO staat voor ‘Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling’. NCDO helpt mensen en organisaties in Nederland die zich inzetten voor de verbetering van de positie van mensen in ontwikkelingslanden. Deze lokale ontwikkelingsprojecten worden ondersteund met advies en subsidie. Om draagvlak voor internationale samenwerking te vergroten, en om meer bekendheid te geven aan de millenniumdoelen, organiseert NCDO campagnes, debatten, onderwijsactiviteiten, exposities, mediaproducties en culturele projecten. Speciale aandacht gaat uit naar jongeren, onder andere via het Het NCDO-bureau Move Your World. Dit wijst jongeren de weg in de wereld van ontwikkelingssamenwerking. Dat doet Move Your World door projecten te organiseren, maar ook door jongeren te helpen zelf iets bij te dragen aan een betere wereld. Het hoofdthema Het thema ‘wereldburgerschap’ staat centraal in het onderwijsprogramma van NCDO. De school- en studieperiode van jongeren is bij uitstek de tijd waarin zij de wereld om hen heen ontdekken en waarin ze betrokkenheid bij internationale samenwerking ontwikkelen. NCDO stimuleert onderwijsinstellingen daarom het thema wereldburgerschap te verankeren in het onderwijs. Deze instellingen kunnen bij NCDO subsidie aanvragen voor hun internationale activiteiten.

Millenniumdoelen

In 2000 namen regeringsleiders van 189 landen een belangrijke beslissing: vóór 2015 moeten armoede, ziekte en honger ver teruggedrongen zijn. Deze beslissing werd vertaald naar acht concrete doelstellingen: de millenniumdoelen. Millenniumdoel 1: de armoede halveren en minder mensen honger Het percentage mensen dat in extreme armoede leeft, moet in 2015 ten minste voor de helft zijn teruggebracht ten opzichte van 1990. Extreme armoede betekent dat iemand minder dan 1,25 dollar per dag te besteden heeft. In 1990 leefden 1,8 miljard mensen in extreme armoede, oftewel 41,7 procent van de wereldbevolking. Minder armoede kan alleen worden bereikt als meer mensen een fatsoenlijke baan krijgen. Een ‘fatsoenlijke baan’ is productief werk dat wordt uitgevoerd uit vrije wil onder gelijke, veilige en waardige omstandigheden. Juist in arme landen hebben mensen vaak slecht betaald, tijdelijk of onveilig werk. Dit probleem doet zich vooral voor onder vrouwen en jongeren. In 2015 moet ook het percentage mensen dat honger lijdt zijn gehalveerd. In 1990 was eenderde van alle kinderen onder de 5 ondervoed. Millenniumdoel 2: alle kinderen naar school In ontwikkelingslanden gaan miljoenen kinderen niet naar school. Vaak worden zij thuis gehouden om mee te helpen in het huishouden of om een bijdrage te leveren aan het gezinsinkomen. Verplicht en toegankelijk basisonderwijs is een belangrijk middel in de strijd tegen kinderarbeid. Het geeft kinderen de kans om zich verder te ontwikkelen waardoor hun kansen in het leven toenemen. Dit komt uiteindelijk de hele maatschappij ten goede. Daarom moet ervoor gezorgd worden dat in 2015 alle kinderen overal ter wereld basisonderwijs kunnen volgen en afronden. Millenniumdoel 3: mannen en vrouwen gelijkwaardig Het derde millenniumdoel gaat over de rechten van vrouwen. Mannen en vrouwen hebben formeel dezelfde rechten, vastgelegd in internationale mensenrechtenverdragen. In de praktijk blijkt deze formele gelijkheid echter niet voldoende om achterstelling van vrouwen tegen te gaan. Zo gaan er in veel arme landen minder meisjes naar school dan jongens. Meisjes worden vaak niet naar school gestuurd, omdat de ouders een opleiding voor hun dochters niet nuttig vinden. Ze gaan er vanuit dat die niet nodig is, omdat hun dochters later toch zullen trouwen en kinderen zullen krijgen. Een andere reden om meisjes thuis te houden, is dat ze moeten meehelpen in het huishouden. Het derde millenniumdoel is dat er in 2015 net zoveel meisjes als jongens naar school moeten gaan, op zowel basis-, middelbaar als hoger onderwijsniveau. Millenniumdoel 4: minder kindersterfte Het percentage kinderen jonger dan 5 jaar dat in ontwikkelingslanden overlijdt, moet in 2015 met tweederde zijn teruggebracht ten opzichte van 1990. In dat jaar stierven in de arme landen dertien miljoen kinderen. De hoge kindersterfte heeft verschillende oorzaken. Veel kinderen overlijden aan ziektes die voorkomen of genezen hadden kunnen worden, zoals diarree, mazelen, longontsteking en malaria. Toegang tot medicijnen, vaccinaties, een goede hygiëne en een goede gezondheidszorg is noodzakelijk om deze ziekten te helpen bestrijden. Millenniumdoel 5: verbetering van de gezondheid van moeders Jaarlijks overlijden meer dan een half miljoen vrouwen aan de gevolgen van hun zwangerschap. Bloedingen, infecties en een hoge bloeddruk zijn veel voorkomende doodsoorzaken die met goede medische hulp en kraamzorg voorkomen kunnen worden. Als vijfde millenniumdoel is bepaald dat moedersterfte in 2015 met driekwart moet zijn teruggebracht ten opzichte van 1990. Vaak is moedersterfte het gevolg van illegale en

gevaarlijke abortussen. Beschikbaarheid van voorbehoedsmiddelen en de mogelijkheid een veilige abortus te ondergaan, is daarom van levensbelang. Net als het recht van vrouwen om zelf te beslissen over hun eigen seksualiteit en het al dan niet krijgen van kinderen. Dit wordt ‘reproductieve gezondheid’ genoemd. Uiterlijk in 2015 moeten alle vrouwen deze vrijheid hebben. Millenniumdoel 6: bestrijding van hiv/aids, malaria en andere dodelijke ziektes Sinds begin jaren ’90 heeft aids miljoenen slachtoffers gemaakt, vooral in Afrika. Afgesproken is dat in 2015 de verspreiding van hiv/aids tot stilstand moet zijn gebracht. Ook moet iedereen met hiv/aids de juiste medicijnen kunnen krijgen. Behalve hiv/aids moeten ook malaria en andere grote ziekten zoals tbc een halt worden toegeroepen in 2015. Malaria wordt veroorzaakt door muggenbeten. De ziekte kan onder meer worden tegengegaan door kinderen onder klamboes (met insecticide bewerkte muggennetten) te laten slapen. Millenniumdoel 7: meer mensen in een duurzaam leefmilieu Armoedebestrijding gaat hand in hand met milieubescherming. Luchtvervuiling, ontbossing en uitputting van landbouwgrond zijn directe bedreigingen voor de levensomstandigheden en gezondheid van mensen. Een duurzaam milieubeleid is daarom van levensbelang. Voldoende en schoon drinkwater ligt aan de basis van een goede gezondheid. Wereldwijd heeft bijna een miljard mensen niet genoeg schoon drinkwater tot zijn beschikking. Dit zorgt voor ernstige gezondheidsproblemen, zoals uitdroging en infecties. Ook moeten miljoenen mensen het nog altijd stellen zonder sanitaire voorzieningen. In het zevende millenniumdoel is daarom vastgelegd dat het percentage mensen zonder toegang tot veilig drinkwater én sanitaire voorzieningen in 2015 gehalveerd moet zijn ten opzichte van 1990. Wereldwijd leeft bijna een miljard mensen in sloppenwijken. In 2000 is afgesproken dat de leefomstandigheden van tenminste honderd miljoen bewoners van krottenwijken flink verbeterd moeten worden. Millenniumdoel 8: mondiaal samenwerkingsverband voor ontwikkeling Het achtste millenniumdoel gaat over de manier waarop de rijke landen ontwikkelingslanden kunnen helpen met het behalen van de zeven eerder genoemde millenniumdoelen. Bijvoorbeeld door meer ontwikkelingshulp te geven, schulden te verlichten en handelsbarrières op te heffen. Hierdoor krijgen de arme landen meer mogelijkheden hun producten te exporteren naar de rijke landen. Veel medicijnen zijn in ontwikkelingslanden te duur of onvoldoende voorradig. Daarom is afgesproken dat er in samenwerking met de farmaceutische industrie meer betaalbare medicijnen beschikbaar moeten worden gesteld. Moderne communicatiemiddelen als mobiele telefonie en internet zijn van groot belang voor de ontwikkeling in arme landen. Met die middelen kunnen mensen eenvoudiger aansluiting vinden op de wereldeconomie. In samenwerking met het bedrijfsleven moet dan ook worden gewerkt aan een betere beschikbaarheid van telefoon en internet. Bron: www.millenniumdoelen.nl

GezondheidsBattle 2006

Case 1 Braindrain Millenniumdoel 6: bestrijding van hiv/aids, malaria en andere dodelijke ziektes Millenniumdoel 8: mondiaal samenwerkingsverband voor ontwikkeling Het thema: braindrain Het wegvloeien van kennis is in veel ontwikkelingslanden een groot probleem, onder andere in de gezondheidszorg. Veel medisch personeel vertrekt na de opleiding naar het buitenland, omdat de mogelijkheden en voordelen daar groter zijn. Ook binnen een land is de distributie van medisch personeel vaak problematisch. Een ziekenhuis of kliniek in de stad die wordt ondersteund door nationale en internationale fondsen is een aantrekkelijkere werkgever dan een regulier ziekenhuis in een afgelegen gebied. De opdracht Verplaats je in Osman, directeur van een lokaal ziekenhuis in het fictieve Pasatwa. De capaciteit aan medische staf is onvoldoende om goede zorg te kunnen verlenen. Daarnaast is zijn personeel continu overbelast door de hoge werkdruk en slechte arbeidsomstandigheden. Osman moet met een actieplan komen om zijn personeel te behouden en nieuw personeel te werven. De beste ideeën voor case 1 1. Foster Doctor Plan (Team Germo) Met het Foster Doctor Plan steunen bedrijven een ziekenhuis door een arts te ‘adopteren’. De arts geeft als tegenprestatie een beschrijving van de vooruitgang die het ziekenhuis met behulp van het geld heeft geboekt. Het bedrijf dat de arts steunt, kan zich naar buiten toe profileren als een maatschappelijk verantwoorde onderneming. Dit is goed voor het imago van het bedrijf. 2. Reality-serie (Team Sinitas) ‘Pasatwa, daar moet je zijn’ is een reality-serie waarin buitenlandse investeerders in twee maanden met eigen middelen een ziekenhuis moeten bouwen in verschillende onderontwikkelde regio’s. De winnaars vestigen op deze manier hun naam in een nieuwe regio die groeimogelijkheden voor hun onderneming biedt. Bovendien doet het hun internationale reputatie bijzonder goed. 3. Toeristentour (Team Construição) Osman schrijft een reisbureau aan met het voorstel om een samenwerking op te zetten. Het gaat om een tour die Osman samen met het reisbureau vormgeeft. Hierbij betrekken zij de hele gemeenschap. De tour kan bijvoorbeeld een lokaal schooltje, de lokale kerk en de bakker aandoen. Er wordt in ieder geval een rondleiding gegeven in het ziekenhuis van Osman. De toeristen die besluiten deel te nemen aan deze tour betalen hiervoor een bepaald bedrag in ruil voor een horizonverbredende kennismaking met het lokale leven in Pasatwa. Van dat bedrag krijgt Osman een percentage. Los van dit bedrag kan hij toeristen aan het einde van de tour vragen om een vrijwillige bijdrage voor zijn ziekenhuis en personeel. Case 2 Vrouwenbesnijdenis Millenniumdoel 3: mannen en vrouwen gelijkwaardig

Het thema: vrouwenbesnijdenis Vrouwenbesnijdenis is een oud gebruik dat al eeuwen in Sub-Saharisch Afrika wordt gepraktiseerd. Ook in de regio rond het fictieve Pasatwa komt vrouwenbesnijdenis nog op grote schaal voor, met alle nadelige gevolgen van dien. Sinds kort is de fictieve ngo Health First actief in de regio om het probleem aan te pakken. Het doel van deze ngo is om de bevolking te voorzien van structurele informatievoorziening rondom gezondheid, met de nadruk op vrouwenbesnijdenis. Health First wil daarom in ieder dorp een gezondheidsvoorlichtingscentrum opzetten. Een recente en effectieve ontwikkeling binnen voorlichting en onderwijs is het gebruik van ICT. De opdracht Bedenk hoe Health First met behulp van ICT de negatieve gevolgen van vrouwenbesnijdenis kan aanpakken en het onderwerp bespreekbaar kan maken. De beste ideeën voor case 2 1. Oplaaduurtje (Team Ophol) In Pasatwa krijgen met name voormannen gratis mobieltjes. Door het oplaadpunt voor deze mobieltjes bij het gezondheidsvoorlichtingscentrum te zetten, komen de mannen in contact met het centrum en waar het voor staat. Tijdens de oplaaduurtjes kunnen mannen rondkijken in de kliniek, waar zij door de medewerkers bewust worden gemaakt van de gevolgen van vrouwenbesnijdenis. 2. Soap (Team P plus C kwadraat) Op de website van het gezondheidsvoorlichtingscentrum is dagelijks een aflevering van een soap te zien. Deze kan door de inwoners van Pasatwa zelf gemaakt worden, bij een nationaal televisiestation. Het raamwerk wordt door westerse consultants opgezet en de invulling behoort tot de verantwoordelijkheid van de lokale bevolking. Thema’s zijn onder andere vrouwenbesnijdenis en de sociale positie van de vrouw. Als het verhaal van de soap gaat leven in de samenleving, helpt dit het taboe rondom vrouwenbesnijdenis te doorbreken. 3. TV-show (Team Sinitas) In een te ontwikkelen tv-show worden talentvolle artiesten gepromoot die een politiek-maatschappelijke boodschap verkondigen. Dit vergroot de bekendheid van het probleem vrouwenbesnijdenis en maakt het tegelijkertijd bespreekbaar onder grotere groepen mensen. Het zou mooi zijn als de opnames voor de tvshow op locatie – bijvoorbeeld in kleine dorpen – plaatsvinden. Zo bereik je ook de meer gesloten gemeenschappen zonder televisietoestellen. Case 3 Gezondheid en voeding Millenniumdoel 6: bestrijding van hiv/aids, malaria en andere dodelijke ziektes Millenniumdoel 7: meer mensen in een duurzaam leefmilieu Het thema: gezondheid en voeding Karima is projectcoördinator op een afdeling van de ngo Health & Food in het fictieve Botalpa. Deze – ook fictieve – internationale organisatie verzorgt noodhulp-, herstel- en ontwikkelingsprojecten met ‘gezondheid en voeding’ als speerpunt. Het bedrijf NutriTop heeft Health & Food benaderd voor samenwerking. NutriTop is een internationale onderneming die voedingsproducten ontwikkelt die de gezondheid bevorderen. Ze heeft faciliteiten aangeboden om met een truck scholen in Botalpa te bezoeken en voorlichting te geven over gezonde voeding. Naast een financiële impuls van 2 miljoen per jaar wil het bedrijf ook eigen medewerkers inzetten om de voorlichtingstour gestalte te geven. Met dat geld wil NutriTop kleurplaten, flyers, een les-dvd en productsamples ontwikkelen. Karima was aanvankelijk enthousiast over het aanbod, maar zet toch vraagtekens bij de richting die NutriTop nu aangeeft. Op internet is ze erachter gekomen dat het bedrijf niet altijd positief in de media wordt belicht. Ze komt enkele

schandalen tegen over voedingssupplementen met bijwerkingen. Wil Health & Food met deze partij in zee gaan? En welke stappen moet Health & Food zetten om de kwaliteit van het programma en de eigen goede reputatie te waarborgen? De opdracht Verplaats jezelf in Karima. Zet de voor- en nadelen vanuit het perspectief van Health & Food en NutriTop op een rij. Bepaal vervolgens of je de samenwerking met NutriTop wel of niet aangaat. De beste ideeĂŤn voor case 3 De voor- en nadelen Voordelen van de samenwerking voor Health & Food (meerdere teams) 1. Dekking projectkosten. Door het beschikbaar gestelde bedrag van 2 miljoen kunnen de projectkosten gedekt worden. 2. Logistieke faciliteiten. NutriTop heeft een truck aangeschaft die kan worden ingezet voor de distributie van de benodigdheden voor de projecten. Verder kan het geld van NutriTop gebruikt worden voor het verbeteren van de huidige (logistieke) faciliteiten. 3. Expertise NutriTop. NutriTop heeft expertise op het gebied van vitaminepillen. Deze expertise kan worden ingezet om de voeding van de schoolkinderen minder eenzijdig te maken. 4. Educatie over voeding en gezondheid. Nutritop zet eigen medewerkers in om voorlichting te geven over voeding en gezondheid. Nadelen van de samenwerking voor Health & Food (meerdere teams) 1. Aantasting imago Health & Food. Als het project niet goed uitpakt door toedoen van NutriTop, kan het imago van Health & Food worden aangetast. 2. Negatief imago. NutriTop was in een paar schandalen verwikkeld en heeft hierdoor een negatief imago. Dat maakt het bedrijf niet betrouwbaar en betrouwbaarheid is juist erg belangrijk in deze samenwerking. 3. Commercieel bedrijf. NutriTop is een commercieel bedrijf. Uiteindelijk zal het altijd een winstoogmerk houden. Het is daarom de vraag of het bedrijf kan instemmen met een plan dat niet gefocust is op het verkopen of promoten van producten van NutriTop. 4. Het plan is niet gericht op structurele oplossingen. Het verstrekken van koekjes en kennis via kleurplaten en een les-dvd is geen structurele oplossing van het probleem. Het zorgt voor meer kennis over voeding, maar niet voor meer mogelijkheden om te eten. 5. Afhankelijkheid van NutriTop. Omdat NutriTop geld kan geven aan het project, wordt Health & Food misschien te afhankelijk van de plannen van NutriTop. Het is daarom belangrijk om duidelijke eisen te stellen aan het maatschappelijk ondernemen van NutriTop. 6. Plaatselijke behoeften. Producten van NutriTop passen niet geheel bij de behoeften van de plaatselijke bevolking. Hierdoor is NutriTop niet het beste bedrijf om een samenwerkingsverband mee aan te gaan. Voordelen van de samenwerking voor NutriTop 1. Imagoverbetering. In het verleden heeft NutriTop last gehad van een aantal schandalen. Tegenwoordig is het populair om maatschappelijk te ondernemen en zo een steentje bij te dragen aan het verbeteren van de wereld. Dit heeft een positieve invloed op het imago van NutriTop. 2. Afzetmarkt vergroten. NutriTop wil goodwill creĂŤren bij westerse consumenten zodat zij voor de producten van NutriTop kiezen. 3. Positieve sfeer op de werkvloer. NutriTop zal waarschijnlijk een selectieprocedure opzetten voor medewerkers die uitgezonden willen worden. Binnen het bedrijf zal er veel over gepraat en gedacht worden en dat zal leiden tot een positieve sfeer op de werkvloer van het bedrijf. Nadelen van de samenwerking voor NutriTop 1. Onzekerheid over winstmogelijkheden. Er wordt veel geld in het project gestoken maar het is onduidelijk wat het zal bijdragen aan de omzet van NutriTop. 2. NutriTop kan niet alles zelf bepalen. Als het bedrijf de volledige zeggenschap over de te besteden twee miljoen euro wil behouden dan zal het dit project door moeten zetten zonder hulp van Health & Food.

3. Kans van slagen is afhankelijk van de Botalpaanse bevolking. Als het plan mislukt, loopt NutriTop een investeringsverlies op van 2 miljoen, een truck, lesmateriaal en manuren. Anderzijds wordt het bedrag dat organisaties investeren in mvo-projecten als deze, meestal uit een sponsorkas gehaald, dus kan men in principe nooit praten van een investeringsverlies. De samenwerking De samenwerking aangaan Allereerst dienen er goede afspraken te worden gemaakt. Om de plannen van NutriTop meer op de doelen van Health & Food te laten aansluiten, hebben studenten onderstaande ideeën bedacht. 1. Ouderavonden over voeding (meerdere teams) Op een te organiseren ouderavond krijgen ouders voorlichting over (gezonde) voeding en ondervoeding. Zo kunnen zij te weten komen waarom hun kinderen ondervoed zijn. Daardoor worden ze gestimuleerd om anders te gaan koken. Om te leren hoe, kunnen ze kookcursussen volgen voor alternatieve gerechten met meer groente en fruit. 2. De truck effectiever gebruiken (Team Buzababes) In veel afgelegen gebieden van Botalpa zijn geen gezondheidszorg- en scholingsfaciliteiten. Om ondervoeding goed aan te pakken, kan in de bus een arts meereizen die de gezondheid van de kinderen controleert. Vervolgens kan de arts de kinderen en ouders advies geven over voeding en gezondheid. 3. Moestuinproject (Meerdere teams) Bij de school komt een stuk grond geschikt voor landbouw, zodat scholieren hier verschillende gewassen leren te verbouwen. Deze gewassen worden geselecteerd aan de hand van de volgende criteria: vitaminen, geschiktheid om te verbouwen, houdbaarheid en diversiteit van het consumptiepatroon. Het is van belang dat er een koppeling wordt gemaakt tussen het verbouwen van de gewassen en de theoretische voorlichting over gezonde voeding. Het lesmateriaal moet hierop afgestemd zijn. De samenwerking niet aangaan Door de negatieve naam van NutriTop en door twijfel over de beweegredenen van het bedrijf, wordt er afgezien van samenwerking. Food & Health heeft daarom oplossingen bedacht die zonder de hulp van NutriTop uitgevoerd kunnen worden, tegen een gering budget. 1. Smaaklessen (Team Gezondheidsfreaks) Een goede manier om de kinderen kennis te laten maken met nieuwe manieren van eten bereiden, zijn de zogenaamde ‘smaaklessen’. Door de kinderen kennis te laten maken met nieuwe smaken worden ze enthousiast over nieuwe eetgewoonten. Kinderen kunnen bijvoorbeeld met een blinddoek om producten proeven en vertellen hoe die smaken en met welke ingrediënten ze denken dat ze zijn bereid. 2. Moederproject (Team Gezondheidsfreaks) Lang niet alle kinderen zullen thuis vertellen wat ze op school hebben geleerd over voedsel en gezondheid. Hierdoor zal bij de kinderen thuis op dit gebied niet veel veranderen. Moeders moeten daarom bij het project betrokken worden. Zij zijn uiteindelijk degenen die het eetpatroon moeten doorbreken. Hiervoor moet allereerst hun aandacht worden getrokken door affiches op te hangen in publieke ruimtes. Op deze affiches staan data waarop de moeders bijeen kunnen komen voor speciale kooklessen. Dit wordt gestimuleerd door op de posters producten af te beelden die in de kooklessen worden gebruikt en in de gemeenschappen zeer gewild zijn. 3. Kinderboerderij bij de school (Team Nurses 2) Op de kinderboerderij leren kinderen op een speelse wijze over dieren en de producten die dankzij deze dieren gemaakt kunnen worden.

Case 4 Malaria Millenniumdoel 6: bestrijding van hiv/aids, malaria en andere dodelijke ziektes Het thema: malaria De voortgang in het terugdringen van malaria is moeilijk vast te stellen, omdat er in weinig ontwikkelingslanden betrouwbare gegevens over bestaan. In 2008 stierven er naar schatting 860.000 mensen aan malaria, merendeels kinderen onder de 5 jaar oud. Het risico op malaria lijkt het hoogst te blijven in SubSaharisch Afrika: hier komt zo'n 95 procent van alle malariagevallen voor. Schrikbarende cijfers. Toch heeft een aantal landen de laatste jaren wel grote sprongen vooruit gemaakt, zoals Zuid-Afrika, Zambia, Rwanda, Eritrea en Vietnam. Door de distributie van klamboes en de introductie van ACT (Artemisinine Combinatie Therapie) ter behandeling van malaria hebben deze landen het aantal doden als gevolg van malaria flink zien afnemen. De opdracht Kofi is directeur van een gouddelvingsbedrijf in het fictieve land Botalpa. Maandelijks zijn tien van honderdvijftig werknemers drie dagen uit de roulatie als gevolg van malaria. Hij realiseert zich dat dit al gauw een volle maand aan werkdagen is, gelijk aan een fulltime extra arbeidskracht. Hij wil dit ziekteverzuim terugdringen. Wat voor antimalariamaatregelen kan het bedrijf nemen en welke zijn het meest rendabel? Maak in deze case gebruik van voorlichting in combinatie met andere preventieve maatregelen. Daarnaast is het belangrijk dat de werknemers malaria kunnen herkennen, en er tijdig wat tegen kunnen doen. Ook hierbij speelt voorlichting een belangrijke rol. De beste ideeën voor case 4 1. Pimp my bed-net (Team the allrounders) De klamboe moet een geliefd onderdeel van het interieur worden. Dat kan door een ruime kubusvormige klamboe te bouwen, met een geïntegreerde lattenbodem bestaande uit pallets, en een ventilator. De klamboe biedt in principe plaats aan het hele gezin en vult daarmee waarschijnlijk een groot deel van het huisje. Afhankelijk van culturele normen kunnen in de klamboe ook scheidingsschermen hangen. Bij deelname aan jaarlijkse spray- en informatiesessies ontvangen de werknemers van het gouddelvingsbedrijf telkens een klein nieuw item (medicijnkastje met condooms, lampje, borduurgaren etc.). De sessies worden georganiseerd door een personeelslid dat wordt geschoold tot malaria-expert van het bedrijf. Zo blijft de kennis van de medewerkers actueel, hun klamboe geïmpregneerd en wordt deze steeds mooier. 2. Campus voor de werknemers (Team Sanitas) Door het woongebied van de mijnwerkers te verplaatsen naar de directe omgeving van het gouddelvingsbedrijf, worden woning en werk geïntegreerd. Het bedrijf draagt zorg voor een gedegen huisvesting, een gezond voedingspatroon en ontspanningsmogelijkheden. In ruil voor de gedegen huisvesting en voeding kan de producent een deel van het loon van de werknemers inhouden. De werkgever heeft baat bij gezonde werknemers. Ziekenhuizen zullen minder vaak bezocht hoeven te worden als hygiëne en sociale controle het gezondheidsniveau verbeteren. De overheid zal inzien dat investeren in dergelijke duurzame projecten meer resultaat oplevert dan de ongecontroleerde verspreiding van bijvoorbeeld klamboes. 3. Prijzen uitreiken (Team P plus C kwadraat) Niet iedereen begrijpt meteen de noodzaak van maatregelen tegen malaria(muggen). Om toch alle werknemers van het gouddelvingsbedrijf hiervan te doordringen, kan het lonend zijn om prijzen uit te reiken. Zo kan de werknemer van het ‘schoonste huis’, of het huis waar geen mug te vinden is, een kip of een geit winnen.

MillenniumBattle 2007

Case 1 Drinkwater in China Millenniumdoel 7: meer mensen in een duurzaam leefmilieu Het thema: drinkwater in China China staat momenteel vooral bekend om zijn exponentieel groeiende economie, innovatieve producten en megasteden. Deze groeiende steden vragen om betere en meer drinkwatervoorzieningen. Helaas wordt nog niet voldoende aan die vraag voldaan. Deze case heeft betrekking op een kleine (fictieve) stad met een half miljoen inwoners in het Zuid-Chinese Guangdong, vlakbij de Parelrivier. De bewoners van deze stad hebben maar in beperkte mate toegang tot schoon drinkwater. De stad heeft een florerende en groeiende industrie. De overheid besteedt veel aandacht aan het bestrijden van de vervuiling van afvalwater van deze industrieĂŤn. Voor het drinkwaterprobleem in de stad en de wijde omgeving heeft ze echter minder aandacht. Dit omdat de boetes aan bedrijven geld kunnen opleveren, maar de verbetering van de drinkwatervoorzieningen geld gaat kosten. Toch heeft de overheid, in het elfde vijfjarenplan, 1,5 procent van het BNP uitgetrokken voor de verbetering van deze voorzieningen. De opdracht Verplaats je een overheidsfunctionaris. Van je leidinggevende krijg je twee opdrachten. Ontwikkel een plan om de drinkwatervoorziening in de stad te verbeteren. En de bewoners bewust te maken van de gevaren van het huidige drinkwater. De oplossing moet bestaan uit een duidelijke plan van aanpak over de manier waarop je inwoners een alternatief biedt voor het vervuilde drinkwater. De beste ideeĂŤn voor case 1 1. Zuiver water voor iedereen (Team De Derde Verdieping) De lokale bevolking krijgt filters en tonnen waarmee ze zelfstandig regenwater kan opvangen en filteren. Daarvoor is het wel nodig dat de bevolking het nut inziet van schoon (drink)water. Met behulp van de centrale overheid moet de bevolking ervan overtuigd worden dat schoon drinkwater belangrijk is voor haar welzijn en voor economische groei. Om het publiek hierover te informeren komt er een voorlichtingscampagne: via affiches met pictogrammen en via luidsprekers wordt informatie verspreid. Hierdoor moeten ook de eigenaren van de fabrieken in de omgeving van de stad zich bewust worden van het belang van zuiver water voor iedereen. Om de economie draaiende te houden, is het namelijk belangrijk dat iedereen gezond is. Zieken kunnen immers niet werken. Hoe meer mensen werken, hoe meer de welvaart en de economie groeien. 2. Schoon drinkwater is hoop! (Team Hoop) De eerste fase richt zich op het winnen van vertrouwen onder de bevolking en het aanbieden van schoon drinkwater op de korte termijn. Het vertrouwen van de bevolking wordt gewonnen tijdens onder andere een informatieavond, waarop zuiveringspillen en regenwateropvangtonnen worden uitgedeeld: een eerste stap naar schoon drinkwater. De tweede fase richt zich op het zuiveren van vervuild water en het voorkomen van verdere vervuiling van het water. Hiervoor wordt een waterzuiveringsinstallatie gebouwd. Daarnaast komt er een distributiesysteem waarbij schoon water op centrale punten in de stad kan worden opgehaald tegen inlevering van een waardebon. Tijdens de derde en laatste fase wordt er een buizenstelsel aangelegd vanuit de waterzuiveringsinstallatie naar de woningen, zodat de bevolking vanuit de woning beschikbaarheid krijgt over schoon drinkwater.

Omdat het opzetten van zo’n grootschalig project altijd onverwachte moeilijkheden oplevert, begint het project in één wijk. Zodra de eerste fase is afgelopen, wordt die geëevalueerd en de onderdelen van fase één verbeterd. Na de evaluatie begint de eerste fase in de volgende wijk en de tweede fase in de eerste wijk. Deze ‘inktvlekstrategie’ zorgt ervoor dat het project soepel verloopt en dat er indien nodig ruimte is voor aanpassingen. 3. Duurzaam drinkwater in Kai (Team La Majora) – Op korte termijn (circa één jaar) worden er vier waterzuiveringscentra in de stad geplaatst. De centra werken op basis van een artificieel membraan dat waterscheidingsprocessen op nano-niveau uitvoert. De membraancentra hebben twee functies: 1) rivierwater zuiveren tot drinkwater en 2) afvalstoffen van bedrijven scheiden om deze stoffen weer te verkopen aan de industrie. – De financiering wordt gedekt door de overheid, ngo’s, investeerders en de winst van de stoffenverkoop. Daarnaast moeten rijkere mensen een belastingtoeslag betalen voor het water, de arme mensen krijgen het gratis. – Een tweede kortetermijnplan is bewustwording bij de bevolking door de plaatselijke vrouwengroep te betrekken. – Om de gezondsheidsrisico’s te verminderen voordat de centra er zijn, wordt de bevolking voorgelicht over het nut van water koken. – Op de lange termijn (circa dertig jaar) wordt er een watertoevoer- en rioleringssysteem in de stad aangelegd. Zowel het korte- als het langetermijnplan dragen bij aan een schoner milieu, een impuls voor de economie, de schepping van arbeidsplaatsen en niet te vergeten: schoon drinkwater dat voor de gehele bevolking toegankelijk is. Deze opzet heeft drie redenen: 1) Vergeleken met andere waterzuiveringsmethoden is het gebruik van een membraan de beste manier om water te zuiveren. Dit vanwege de hoge betrouwbaarheid van schoondrinkwaterproductie, de duurzaamheid van het apparaat en de beperkte lopende kosten. Dit apparaat is in de toekomst bruikbaar voor de aanleg van een watertoevoersysteem in de stad. 2) Het is van essentieel belang om de economie en de bedrijven te betrekken bij een oplossing, omdat een oplossing die voor economische vooruitgang zorgt veel meer draagvlak zal krijgen bij de overheid. Als gevolg hiervan zal het plan meer kans van slagen hebben. 3) China is hard op weg zijn derdewereldstatus achter zich te laten en heeft dat voor een deel al gedaan. Dit plan is een aanzet naar een moderner China. Case 2 Ondernemen in conflictgebieden Millenniumdoel 8: mondiale samenwerking voor ontwikkeling Het thema: ondernemen in conflictgebieden In conflictgebieden gaat het dagelijks leven, ondanks de onrust, min of meer door. Ook in deze gebieden zijn multinationals en andere grote ondernemingen gestationeerd. Vaak vertoont de centrale overheid zich er nauwelijks, zijn de lokale overheden door belangengroepen geïnfecteerd en heerst er een structurele sfeer van wantrouwen. Ondernemers moeten zich onder deze ongunstige omstandigheden staande houden. Als ondernemer in een conflictgebied kun je grote invloed hebben op het verloop en de nasleep van een conflict. Conflictgebieden zijn vaak met elkaar vergelijkbaar, maar de manier waarop ondernemingen zich opstellen kan erg verschillen. Bedrijven kunnen conflicten stilzwijgend goedkeuren, van conflicten profiteren, en ze zelfs verergeren. Maar bedrijven kunnen ook een bijdrage leveren aan conflictpreventie en stabilisering. Bijvoorbeeld door mee te werken aan vredesopbouw, economie hervorming en de wederopbouw van het land.

De opdracht Ontwikkel een plan dat vrede en/of stabiliteit dichterbij brengt. Schrijf het plan in de vorm van een advies voor een multinational of grote onderneming die opereert in een conflictgebied. Beargumenteer in de uitwerking hiervan duidelijk waarom je voor een bepaalde onderneming kiest. Denk ook na over de partijen waarmee samengewerkt kan worden voor de implementatie van het plan. Vermeld mogelijke samenwerkingsverbanden met (lokale) ngo’s. Leg uit waarom dit specifieke plan succesvol zal zijn. De beste ideeën voor case 2 1. ‘Future and Care’ (Team Strijders van het Licht) De achtergrond In Sri Lanka zijn er al jaren spanningen tussen twee bevolkingsgroepen: de boeddhistische Singalezen en de Tamil Tijgers. De boeddhistische Singalezen hebben de macht in de nationale politiek en het leger. De Tamil Tijgers, een afscheidingsbeweging van de Tamils, zetten zich af tegen het Singalese regime en strijden al jaren voor een eigen staat, Tamil Eelam. Eigenlijk is het hele eiland een conflictgebied. De meeste problemen bevinden zich in het noorden en oosten. De Tamils bezitten voornamelijk de noordkant en oostkant van het eiland. De Singalese regering heeft de oostkant redelijk onder controle, maar ook daar zijn nog vaak conflicten. De havenplaats Trincomalee ligt in het (noord-)oosten van Sri Lanka, in de gelijknamige provincie aan de Indische oceaan. De haven van Trincomalee is bekend vanwege haar veiligheid, ondanks de ligging in het meest onrustige gebied van Sri Lanka. Dit komt mede doordat dit de thuishaven is van de marine van Sri Lanka. DSM (De Staats Mijnen) is een Nederlands chemisch en biotechnisch concern. Deze multinational heeft wereldwijd vestigingen. DSM produceert met name grondstoffen en halffabrikaten voor het maken van hoogwaardige producten. In Trincomalee komt een DSM-fabriek te staan die vitaminepillen zal produceren. In Trincomalee werken de meeste vrouwen, voornamelijk Tamils, op de theeplantages. Het werk is zwaar, de werksituatie is risicovol en de vrouwen hebben weinig rechten. Vanwege de oorlog zijn veel vrouwen weduwe. Ze zijn verantwoordelijk voor het inkomen en voor de zorg van hun kinderen en oudere familieleden. Het plan ‘Future and Care’ is bedoeld om deze vrouwen – die anders op de plantages terecht komen – onder goede omstandigheden in de DSM-fabriek te laten werken. Dit betekent een veilige werkplek, acceptabele werkdagen en een goede verzorging. Omdat deze vrouwen vaak ondervoed zijn, worden er gezonde en gevarieerde maaltijden verzorgd tijdens het werk. Bovendien wordt schoon drinkwater geleverd, bijvoorbeeld via een aftappunt. De vitaminepillen waarin DSM zich gespecialiseerd heeft, zullen van pas komen in de ondersteuning van de gezondheid van de werknemers. Ze zullen gratis worden uitgedeeld onder deze medewerkers. Om de gezondheid van de werknemers in de fabriek te monitoren en te waarborgen zijn er gezondheidsmedewerkers, waaronder gekwalificeerde artsen. Ook familieleden van DSM-werknemers kunnen terecht bij deze artsen. Bij de fabriek komt een crèche te staan om de kinderen van de werkende moeders op te vangen. De gezondheidstoestand van de kinderen wordt in de gaten gehouden en ze krijgen gezonde maaltijden en schoon drinkwater. Indien nodig worden deze maaltijden aangevuld met vitaminetabletten, om de weerstand en de gezondheid van de kinderen te verbeteren. De crèche zal worden gebruikt om de arbeiders in de fabriek voorlichting te geven over verschillende onderwerpen, zoals: hygiëne, goede zorg voor kinderen, voordelen van borstvoeding, omgaan met geld, omgaan met verschillende culturen, veel voorkomende infectieziekten, vrouwenrechten en zwangerschap en bevalling. Hiervoor zullen mensen uit de omgeving worden opgeleid. Het doel is om kennis te verspreiden en dit wordt dan ook gestimuleerd. De fabriek zal goede hygiëne naleven. Die naleving toont werknemers dat een goede hygiëne belangrijk is. Werknemers kunnen eventueel speciale ‘hygiënekits’ krijgen, om thuis te gebruiken. Vrouwelijke werknemers krijgen een ‘labour kit’. Hierin zitten onder andere steriele en schone doeken en materialen om

een thuis in hygiënische omstandigheden te bevallen. Het aantal thuisbevallingen in Trincomalee is hoog vergeleken met de rest van Sri Lanka. Vanwege het gebrek aan hygiëne verlopen deze bevallingen niet altijd goed. De ‘labour kit’ zal hier verandering in brengen. 2. Areva in Niger: winst en hoop (Team Hoop) De achtergrond Areva is een Frans staatsbedrijf dat is ontstaan na een fusie van verschillende Franse staatsbedrijven. Het is de particuliere marktleider op het gebied van kernenergie. Om kernenergie op te wekken is uranium nodig, en dit delven zij onder andere in Niger, Canada, Zuid-Korea en de Verenigde Staten. In Niger heeft Areva twee mijnen: één in Arlit en één in Akouta. Deze twee mijnen liggen beide midden in Touareg-gebied. De mijnen zijn zeer belangrijk, aangezien de Franse kernenergiecentrales en het Franse kernwapenprogramma volledig draaien op uranium dat daar gedolven wordt. In het conflict in Niger rond de winning van uranium spelen drie partijen een rol, de Nigeraanse regering, de Touareg en Areva. Het tweede Touareg-conflict brak uit in februari 2007 tussen de overheid en Niger Movement for Justice (MNJ). De basis van het conflict ligt in de exploitatie van uranium in de Sahara. Hoewel dit Toureg-gebied is, ontvangt de Nigeraanse regering de meeste, zo niet alle uraniumopbrengsten. Volgens de MNJ is de Nigeraanse regering de afspraken van het vredesakkoord van 1995 niet nagekomen. Dit akkoord had als belangrijkste punt een betere verdeling van de opbrengsten uit de Sahara. Inmiddels is het conflict is ook overgewaaid naar het noordoosten van Mali, waar eveneens Touareg wonen. De kern van het conflict is de uraniumwinning in de Arlit- en de Arkout-mijnen, die geëxploiteerd wordt door Areva NC, een onderdeel van de Areva Group die een onderdeel is van het Franse staatsbedrijf CEA. Volgens de Touareg-leider Boutali Tchiwerin zorgt de winning van uranium tot vervuiling van de omgeving. Hij gebruikt dit excuus om Areva-installaties aan te vallen. Areva kan een belangrijke rol spelen in het bereiken van vrede in Niger, omdat de kern van het conflict te maken heeft met uraniumwinning. Deze vrede is van belang voor de lokale bevolking, maar ook Areva zelf heeft belang bij een stabiele situatie. Zo hoeft zij zich geen zorgen meer te maken over aanvallen op haar activiteiten. Daarnaast kunnen veel kosten worden bespaard op verschillende fronten, bijvoorbeeld beveiliging. Het plan Areva heeft op dit moment een slechte naam in Niger. Dit komt vooral door de veel te lage prijs die het bedrijf betaalt voor een kilo uranium. Daarnaast wordt Areva ervan beschuldigd de rebellen van de MNJ te steunen. Het zal dus moeilijk zijn voor Areva om het investeren in ontwikkeling en armoedebestrijding te beginnen. De bevolking zal erg argwanend zijn tegenover de plannen van Areva. Dit zou er voor kunnen zorgen dat goed bedoelde initiatieven stuk lopen. Areva zou twee ngo’s die nu actief zijn in Niger moeten ondersteunen. Dit zijn de USDAF (United States African Development Foundation) en de ADIDB (Actions pour un Développement Intégré et Durable à la Base ). Zij hebben meer ervaring met de lokale bevolking en hebben al een goede naam opgebouwd onder die bevolking. Zij kunnen er dus voor zorgen dat het investeren van Areva in de ontwikkeling van Niger een grotere kans van slagen heeft. Dit investeren in ontwikkeling en armoedebestrijding kan het beste stapsgewijs aangepakt worden: 1. Verhogen van de uraniumprijs 2. Meer zorgen voor het milieu 3. Investerinen in landbouw 4. Onderhandelen 5. Investeren in onafhankelijke media 7. Investeren in onderwijs 8. Investeren in de ambachtelijke en toeristisch sector Het plan gaat uit van drie hoofdpunten. Ten eerste moet Areva kleine aanpassingen doorvoeren in de manier waarop het bedrijf uranium delft in Niger. Door de prijs van uranium te verhogen en meer aandacht te besteden aan het milieu kan Areva al veel goeds doen. Ten tweede kan Areva in samenwerking met de ngo’s USADF en ADIDB projecten opzetten die de onafhankelijke media, de landbouw, het toerisme en het onderwijs ondersteunen. Ten slotte kan Areva een faciliterende rol spelen in het vredesproces en de

verschillende partijen er toe aanzetten om te onderhandelen. Het is zeer belangrijk dat Areva zich niet gaat bemoeien met de agenda van deze onderhandelingen. Wellicht zal de winst van Areva door deze maatregelen verminderen. Wat echter ook een reële optie is, is dat de publieke opinie zich tegen Areva keert als de bevolking beter ingelicht wordt over de huidige situatie in Niger. Omdat Areva een staatsbedrijf is, kan ook de Franse politiek ter verantwoording geroepen worden. Dit kan leiden tot een algemene boycot van Franse producten, zoals ten tijde van de Franse kernproeven in de Grote Oceaan. Op de lange termijn is vrede winstgevender. Zodra Areva dit advies overneemt, kan er in Niger vrede komen en zal Areva meer winst maken. 3. Save the Children (Team AandACHT) De achtergrond In de provincie Arauca in het noorden van Colombia zijn veel cacaoplantages. De arbeidsomstandigheden zijn er slecht. De cacaoprijs is over het algemeen te laag om de cacaoboer structureel een leefbaar inkomen te garanderen. Dus werkt het hele gezin mee, ook de kinderen. Geschat wordt dat tienduizenden kinderen op onvrijwillige basis op cacaoplantages werken tegen geen of extreem lage lonen. De grote plantages voldoen meestal niet aan de arbeidswetten van het eigen land. De lonen zijn erg laag, die van vrouwen nog lager; de leefomstandigheden zijn slecht. Er is geen geld voor scholing, zodat de situatie niet vanzelf zal veranderen. Ook dreigt het gevaar van ronselen van kinderen door de FARC of paramilitairen die in dit gebied actief zijn. Het plan De cacao die Nestlé gebruikt in zijn producten komt uit Arauca. Nestlé kan zorgen voor betere leefomstandigheden voor de boeren die op deze cacaoplantages werken, door de leefomstandigheden van hun kinderen verbeteren. Deze kinderen zijn tenslotte de toekomst en lopen het meeste gevaar om door een foute organisatie gebruikt te worden. Nestlé moet er in samenwerking met War Child voor zorgen dat er een school/opvangcentrum komt voor de kinderen van de cacaoboeren. Het wordt voor de boeren aantrekkelijker om bij Nestlé te werken wanneer zij weten dat ze hun kinderen op een veilige plaats hebben achtergelaten. Als de eerste school of het eerste opvangcentrum een succes is, zullen in de jaren daarna steeds meer van dit soort centra worden gebouwd. Nestlé zal na de bouw, in samenwerking met War Child, de lokale bevolking opleiden om het besturen van de school over te nemen. Case 3 Toegang tot medicijnen Millenniumdoel 6: bestrijding van hiv/aids, malaria en andere dodelijke ziektes Het thema: toegang tot medicijnen Eenderde van de wereldbevolking heeft geen toegang tot essentiële genees- en preventiemiddelen. In de armste landen van de wereld loopt dit aantal zelfs op tot de helft van de bevolking. Dit komt mede doordat farmaceutische bedrijven weinig interesse hebben in het op de markt brengen van dure medicijnen in ontwikkelingslanden: de bevolking kan die immers toch niet betalen. De problemen zijn op dit moment het grootst in Azië en Afrika, waar driekwart van de wereldbevolking woont. Toch moeten deze mensen het stellen met maar 13 procent van de geneesmiddelen. De opdracht Ontwikkel een viral om via het grote publiek het onderwerp ‘Toegang tot medicijnen’ hoog op de agenda te zetten. Een goede viral is gebaseerd op een idee dat zo krachtig is dat de boodschap direct overkomt en dat mensen ertoe aanzet andere over die boodschap toe te lichten. Bij een viral geldt: hoe korter, hoe beter, je moet met een minimum aan middelen een maximum aan resultaat bereiken. De beste ideeën voor case 3

1. Stel dat... (Team Solutions) In Afrika en Azië overlijden er nog steeds veel mensen aan ziektes die in Nederland goed behandeld kunnen worden, zoals polio. Dit probleem moet een belangrijke plaats op de politieke agenda krijgen. Hiervoor wordt een campagne opgezet waarin gebruik wordt gemaakt van kettingbrieven op internet, e-mail, Hyves en andere mogelijkheden die internet biedt. Deze virale campagne moet zoveel mogelijk mensen bereiken. De campagne heeft de slogan ‘Stel dat...’ Bijvoorbeeld: ‘Stel je kind heeft rode hond en zal binnen enkele maanden sterven door een tekort aan medicatie, terwijl in andere landen een inenting vergoed wordt. In Nederland krijgt men standaard een inenting voor onder andere rode hond. In Afrika en Azië kan de overheid dit niet betalen. Hierdoor overlijden daar jaarlijks veel mensen aan rode hond.’ De gegevens komen uit bestaande onderzoeken. Op deze manier moet de Nederlandse overheid wakker geschud worden, zodat zij stappen onderneemt om de toegang tot medicijnen voor Afrikanen te verbeteren. De overheid wordt bereikt door het doorsturen van een video-viral. Via via komt de video terecht bij iemand die in de politiek zit, op gemeentelijk, regionaal of niveau. Hopelijk zal deze persoon de viral dan weer doorsturen naar collega's, waardoor het onderwerp een kans krijgt om op de politieke agenda te komen. Deze campagne moet ook bewustwording creëren bij het Nederlandse publiek. Mensen worden overspoeld met campagnes waarin geld wordt gevraagd. En iedereen kent de beelden van de zielige kindertjes in Afrika en Azië. Deze campagne laat de tegenstellingen zien in de wereld. Niet om geld te vragen, maar om de realiteit te laten zien. Doordat het bij meer mensen leeft, heeft het een grotere kans om op de politieke agenda te komen, want dan gaan mensen er vragen over stellen. 2. Sicko (Team aandACHT) Door mee te liften op het succes en de bekendheid van een al bestaande campagne kun je snel en effectief je doel bereiken. De poster van de documentaire van Michael Moore, Sicko, komt goed van pas. Michael Moore heeft in de Verenigde Staten de gezondheidszorg onder de loep genomen en deze blijkt erg slecht. Maar gezien de staat van de gezondheidszorg in ontwikkelingslanden, hebben die landen veel meer aandACHT nodig. In ontwikkelingslanden komen ziektes voor die in de eerste wereld allang geen dreiging meer vormen. Maar ondertussen worden er geen betaalbare medicijnen geleverd voor die ziektes. We testen onze nieuwe medicatie wél in ontwikkelingslanden, maar brengen ze daar niet betaalbaar op de markt. In een bewerking van de filmaffiche van Sicko, stellen we dit probleem aan de kaak. 3. MedViral (Team Kompas) De op te richten actiegroep MED’4all moet politieke leiders duidelijk maken dat de situatie met betrekking tot toegang tot medicijnen in Afrika moet veranderen. Om daadwerkelijk iets te veranderen moet heel Europa meedoen. Daarom gaat MED’4all een petitie door de hele Europese Unie verspreiden en daarna aanbieden aan de Europese Commissie. Via beeldmateriaal is het mogelijk om de boodschap duidelijk over te brengen. Dit kan met een filmpje. Dit moet kort en pakkend zijn, de kijker prikkelen en nieuwsgierig maken. Daarvoor moet er niet te veel informatie in. Mensen moeten enthousiast worden gemaakt om zelf meer informatie over het project te zoeken. De bedoeling is dat het filmpje zich snel verspreidt. Internet is daarvoor een makkelijk en effectief middel. Het filmpje komt op Youtube en op vriendennetwerken als Hyves, Facebook en MySpace, en het populaire chatprogramma Windows Live Messenger. Wanneer een filmpje zich snel verspreidt en veel bekendheid verkrijgt, spelen de media hierop in. Het kan dan het nieuws halen of in de kranten komen. Zo staan er over schokkende of opvallende filmpjes af en toe berichten in de krant. Vanwege het internationale karakter van het idee wordt het een Engelstalig filmpje. Aan het eind van het filmpje staat een link naar een website waar meer informatie staat. Na beter geïnformeerd te zijn over het onderwerp kan de lezer ervoor kiezen de petitie te ondertekenen. Zo kan binnen een korte tijd het internationale beleid zich richten op de verbetering van de toegang tot medicijnen in Afrika. De actiegroep vormt de basis voor deze campagne. Hoe meer mensen zich aansluiten bij de actiegroep, hoe sterker de beweging en hoe meer activiteiten en campagnes deze kan lanceren. Er kunnen eventueel spelden, t-shirts en sleutelhangers worden gemaakt met de naam van de actiegroep en de boodschap die deze groep wil overbrengen.

Case 4 Moedersterfte in Afrika Millenniumdoel 5: verbetering van de gezondheid van moeders Het thema: moedersterfte in Afrika Een groot deel van de bevolking in Tanzania, Oeganda of Zambia wordt niet goed voorgelicht en wacht meestal te lang om naar hulpposten te gaan. Noodhulp is hier vaak erg schaars en vrouwen moeten gemiddeld drie uur tot een dag lopen voor zij de eerste gezondheidspost bereiken. De moedersterfte in deze landen is hoog. Voorlichting en medische hulp kunnen een hoop problemen voorkomen. De opdracht Bedenk een manier om vrouwen veilig te laten bevallen. Een goede oplossing houdt rekening met de volgende voorwaarden: het idee moet toepasbaar zijn in verschillende gebieden, duurzaam zijn en passen bij de plaatselijke cultuur. Ook moet de medische zorg gratis zijn. De gebruikers zijn namelijk vaak de allerarmsten die de reguliere verzorging niet kunnen betalen. De beste ideeën voor case 4 1. Met Kompas richting Zambia! (Team Kompas) In Afrika zie je dat vrouwen in feite de familiesystemen dragen. Zij zorgen voor het gezin, de kinderen, de ouderen, werken op het land en zorgen dat de familie in leven blijft. Wij willen dit project baseren op de kracht van vrouwen. Veel vrouwen in ontwikkelingslanden zijn onvoldoende op de hoogte van wat een goede hygiëne is, wat belangrijk is tijdens zwangerschap en familieplanning, en wat nodig is voor bescherming tegen soa’s en preventie van hiv/aids. Het is belangrijk dat vrouwen elkaar helpen om gezondheidsrisico’s te voorkomen en onnodige sterfte tijdens of na de bevalling tegen gaan. In veel Afrikaanse landen hebben vrouwen initiatieven opgericht om de leefomstandigheden te verbeteren. Dit zijn bijvoorbeeld coöperaties waarin vrouwen samen geld inleggen om kleine ondernemingen te kunnen starten. Of organisaties waar vrouwen elkaar voorlichting geven over risico’s op besmetting met hiv/aids of thuiszorg bieden aan aidspatiënten. In Zambia is de moedersterfte het hoogst van alle Afrikaanse landen. Medische zorg is niet voor iedereen toegankelijk door afstand, transportproblemen en de economische situatie van de vrouwen. Bij ziekte gaan de meesten eerst naar een traditionele genezer. Op gemeenschapsniveau zouden mensen ervan doordrongen moeten worden dat ze de handen ineen moeten slaan om de gezondheidstoestand van alle inwoners te verbeteren. Vrouwen kunnen hierin een sleutelrol spelen. Zij slagen er gemakkelijk in om in een dorp andere vrouwen informatie te geven en te overtuigen en zo verbeteringen en veranderingen te realiseren. Wat moet er gebeuren? 1) Een landelijke vrouwenorganisatie met lokale afdelingen opzetten: ‘Vrouwen en Gezondheid’. 2) Traditionele genezers op één lijn krijgen. 3) Traditionele vroedvrouwen scholen en basisgezondheidsvoorzieningen goed regelen op lokaal of regionaal niveau. 4) Nationale en lokale overheden meekrijgen. 5) De zorg betaalbaar maken. Er moet zeker tien jaar uitgetrokken worden om dit ambitieuze plan te realiseren. In het begin kost het heel veel tijd om te lobbyen bij de overheden en om die vrouwenorganisatie op te zetten. Naarmate er steeds meer vrouwen meedoen, zal het zich sneller verspreiden. Deze tien jaar zijn ook nodig omdat bestaande groepen supervisie en nascholing nodig blijven hebben om het plan te bestendigen. Daarnaast vraagt het uitwerken van de genoemde vijf sporen veel tijd. Na vijf jaar wordt er een tussenevaluatie gehouden om te bekijken in hoeverre alle sporen inmiddels ontwikkeld zijn en waar het plan en de uitvoering bijgesteld moeten worden. Na tien jaar is het aantal

vrouwen dat gebruik maakt van gezondheidsvoorzieningen gestegen en zijn de algemene bereikbaarheid en de kwaliteit van gezondheidsvoorzieningen verbeterd. Er is meer bewustzijn en kennis over gezondheid bij de hele gemeenschap. 2. Mobile-Mother-Team (Team Aime-Care) Voor het reduceren van de moedersterfte in Tanzania moet er een samenwerkingsverband komen tussen Nederlandse universiteiten en plaatselijke ziekenhuizen. Bijvoorbeeld het Wasso Hospital in het Ngorongoro-district in het noorden van Tanzania. Het Wasso-eerstehulpteam bezoekt 25 dorpen met de auto per maand. Plekken die niet makkelijk te bereiken zijn met de auto worden bezocht met een klein vliegtuig. Dit gebeurt twee keer per maand. Nederlandse studenten geneeskunde zouden stage kunnen lopen in dit ziekenhuis, en tijdens deze stage onder meer het Wasso eerstehulpteam bijstaan. De studenten kunnen bijdragen aan de voorlichting en behandeling van patiënten. Het Wasso Hospital heeft ook Mobile-Mother-Teams. Nederlandse studenten die bij deze teams komen, kunnen extra zorg bieden aan de zwangere vrouwen in de omliggende dorpen. De teams bezoeken de dorpen één keer per maand. Hier kunnen de studenten in samenwerking met vooraanstaande personen van het dorp voorlichting geven over preventieve maatregelen tijdens de zwangerschap, zoals gezonde voeding, malariapillen en muggennetten. Ze kunnen controles uitvoeren op de zwangere vrouwen en medische hulp bieden waar nodig. Ook kunnen de studenten ingezet worden wanneer er een spoedgeval is. Zij verplaatsen zich dan op een scooter naar het dorp. Het doel is om alle zwangere vrouwen te screenen. Zo kunnen de risicogevallen op tijd worden ontdekt en verder onderzocht worden. 3. Veni, Vidi, Vici! (Team Solutions) Nederlandse vrijwilligers gaan naar het Oegandese platteland. Daar trainen ze vroedvrouwen in het begeleiden van zwangerschappen en het opleiden van anderen tot vroedvrouw. De vrijwilligers kunnen daarbij voorlichting geven over veilige seks en vrouwenbesnijdenis. Doel is om in elk dorp minimaal één lokale, capabele vroedvrouw te hebben. Als dit is bereikt, is een groot deel van de oorzaken van moedersterfte weggenomen. De vrijwilligers verplaatsen zich van dorp naar dorp in een klein busje. Na een of twee maanden komen ze terug om te kijken of de training daadwerkelijk heeft geholpen en waar nog verbeterpunten zitten. Indien nodig nemen ze maatregelen om die verbeteringen te realiseren. Vervolgens komen de vrijwilligers weer terug om te kijken hoe het na de check loopt. Het is een plan dat veel tijd vergt, maar ook duurzaam is. Dit omdat de vroedvrouwen de kennis die ze krijgen weer zullen doorgeven aan andere vrouwen. Op die manier hebben ze geen hulp meer nodig van andere organisaties. Dit project is toepasbaar in meerdere gebieden ter wereld. In slecht bereikbare gebieden kan men ver komen met een busje. Vandaar kan met te voet verder, of met een schakelbrommer, die in of op het busje wordt geplaatst.

MillenniumBattle 2008

Case 1 Grondstoffen: Roof in Afrika? Millenniumdoel 1: de armoede halveren en minder mensen honger Millenniumdoel 7: meer mensen in een duurzaam leefmilieu Millenniumdoel 8: mondiaal samenwerkingsverband voor ontwikkeling Het thema: grondstoffen in Afrika Afrika heeft een enorme rijkdom aan natuurlijke grondstoffen, zoals olie, kobalt, diamant, goud en koper. Toch heeft het bezit van deze grondstoffen vaak eerder een negatieve dan een positieve uitwerking. De grondstoffen zijn regelmatig oorzaak van conflicten of worden gebruikt om een oorlog en wapens te bekostigen. Ook verminderen ze niet de armoede in een land, omdat mensen vaak voor een laag loon en onder slechte omstandigheden in dienst worden genomen. De elite en de buitenlandse bedrijven gaan er met de winst vandoor. China is sinds kort de grootste speler op het gebied van grondstofwinning op het Afrikaanse continent. Er wordt veel geïnvesteerd in lokale infrastructuur in ruil voor toegang tot de grondstoffen. Deze ontwikkelingen worden door het westen nauwlettend in de gaten gehouden. De kritiek op China is dat het ook investeert in landen waar de mensenrechten geschonden worden en waar de regering corrupt is. Bovendien houdt China zich niet aan de internationale maatstaven van duurzame ontwikkeling. In de Democratische Republiek Congo investeert China grote hoeveelheden geld in de infrastructuur, ziekenhuizen en telecom. In ruil hiervoor heeft China toegang gekregen tot ondergrondse grondstoffen die het land rijk is. DR Congo is een ongelofelijk arm land, maar herbergt door zijn ondergrondse schatten enorme rijkdommen. Toch profiteert de lokale bevolking nauwelijks van deze rijkdommen. Integendeel, de bevolking gaat gebukt onder de slechte werkomstandigheden en landonteigeningen die met de winning gepaard gaan. De opdracht Ontwikkel een computerspel of een mobile game waarmee mensen zich ervan bewust worden dat hun mobiele telefoon bijdraagt aan de armoede van mensen in DR Congo. In elke laptop en mobiele telefoon zit namelijk oneerlijk gewonnen kobalt en koper uit DR Congo. In dit spel worden gamers opgeroepen om in actie te komen tegen ondernemers. Bijvoorbeeld door hun handtekening te zetten onder een petitie aan overheden om eerlijke grondstofwinning te stimuleren. Het gaat in deze opdracht om het concept, niet om de technische uitwerking van het spel. De beste ideeën voor case 1 1. Hoe Fair is Jouw Phone? (Team Atlas) Met het instellen van een keurmerk voor mobiele telefoons kunnen de leefomstandigheden van de bevolking van de DR Congo verbeteren. Het keurmerk moet garant staan voor telefoons van hoge kwaliteit die geproduceerd zijn onder omstandigheden die de mensenrechten niet schaden. De noodzaak van zo’n keurmerk wordt aangetoond met een ‘Is Jouw Phone Fair?’-sticker. Deze sticker plak je op je telefoon, waardoor je vrienden en familie laat zien dat ook jij voor een keurmerk voor telefoons bent. Hoe meer mensen zich bewust worden van de nare bijsmaak die ons voornaamste communicatiemiddel bij zich draagt, hoe eerder een keurmerk als ‘Fairphone’ in het leven zal worden geroepen. Naast de sticker komt er een game om de noodzaak van een keurmerk voor mobiele telefoons te benadrukken. Om zoveel mogelijk mensen te bereiken zal het spel beschikbaar zijn op netwerksites, zoals Facebook en Hyves. Het voordeel van deze sites is dat je meteen kunt zien wie in jouw netwerk het spel ook

speelt en wat zijn/haar score is. Door dit competitie-element zullen mensen vaker willen spelen: ze willen de score van hun vrienden verbeteren. Hiervoor moet men drie vrienden op de hoogte stellen van het bestaan van dit spel. Zo krijgt het spel en daarmee de noodzaak van een keurmerk voor mobiele telefoons, meer bekendheid. Aan het einde van het spel wordt de mogelijkheid geboden om de gratis sticker ‘Is Jouw Phone Fair’ te bestellen, om nog meer mensen bewust te maken van de keerzijde van mobiele telefoons. In het spel, dat de titel ‘The Phone Factory’ draagt, neem je als speler de rol van ondernemer op je. Je bent op het lumineuze idee gekomen een nieuwe telefoon op de markt te brengen en je bent in een nader te bepalen Congolees dorpje om de productie op touw te zetten. Om een nieuwe telefoon te produceren, moet je een aantal zaken regelen: je hebt grond nodig voor je fabriek, grondstoffen voor de telefoon, arbeiders voor in de mijnen en in de fabriek, etc. Als je eenmaal geld verdient, kun je ervoor kiezen dit terug te brengen naar het dorpje om daar de school op te knappen of het ziekenhuis extra personeel aan te laten nemen. Het spel bestaat uit kennis- en handelingsvragen. Goede antwoorden op kennisvragen leveren geld op, bepaalde antwoorden op handelingsvragen doen je in aanzien stijgen (je wordt populairder). Als je populariteitsscore aan het eind van het spel boven een bepaalde waarde uitkomt, betekent het dat je als ondernemer eerlijk en duurzaam te werk bent gegaan. Je verdient daarmee het Fairphone-keurmerk. Hierdoor brengen je mobieltjes uiteindelijk meer op en stijgt je eindscore. 2. Scramble IN Africa (Team Think ’n Act) Het doel van het spel is om stukjes kobalt te verzamelen in een mijn. Dit moet vervolgens naar een verkooppunt in de mijn gebracht worden. Hier verkoop je het verzamelde kobalt aan de Chinezen. Terwijl je probeert dit uit te voeren, kom je allemaal obstakels tegen die je moet proberen te omzeilen. Ook moet je ervoor zorgen dat je voldoende voedsel hebt om te overleven. Dit kun je kopen door kobalt te verhandelen. Maar let op: de hoeveelheid geld die je voor het kobalt krijgt, is beperkt. Het spel begint met een inleiding waarin het een en ander duidelijk wordt over de erbarmelijke omstandigheden waarin de Afrikaanse mijnwerkers kobalt uit de mijn halen. Daarna begint ‘the scramble’. De speler kruipt door de mijn en verzamelt brokjes kobalt die vanaf de muur op de grond vallen. Sommige delen van de mijn zijn onverlicht. Daar kun je alleen iets zien met behulp van de zaklamp op je hoofd. Andere stukken mijn zijn erg stoffig; lopen gaat dan langzamer omdat je moeilijker kunt ademen. Ook is het mogelijk dat er delen van de mijn instorten. De speler moet oppassen niet bedolven te raken onder het puin. De speler heeft een klein zakje waarin hij de stukjes kobalt verzamelt. Als dit zakje vol is, moet hij naar een verkooppunt om het kobalt aan de Chinezen te verkopen. Het geld dat hij hiermee verdient, kan hij besteden aan een klein beetje voedsel. Het aantal obstakels wordt groter naarmate de tijd verstrijkt en de speler verder in het level komt. Je haalt de finish van het spel wanneer je het hebt volgehouden om een hele dag (= gelijk aan 10 minuten) kobalt te verzamelen. En dit zal geen eenvoudige opgave zijn, geheel waarheidsgetrouw. Aan het einde van het spel (ongeacht of de speler het heeft gehaald of niet) ziet de speler hoe de Chinezen het kobalt meenemen en vervolgens verwerken: in onder andere mobiele telefoons. Dan begint de telefoon van de speler te trillen en verschijnt de tekst ‘Een nieuw bericht ontvangen’. Automatisch wordt dit nepbericht geopend, met de tekst: ‘Waarschuwing! Uw telefoon bevat ook kobalt! Stuur een sms-je naar xxxx om je steun te betuigen voor maatregelen. Alle sms-jes zullen terechtkomen bij de minister voor Ontwikkelingssamenwerking!’ Het spel is gratis op je telefoon te downloaden. Aan het einde van het spel word je gevraagd een sms-je te sturen met je naam en woonplaats. Met het sturen van dit sms-je onderteken je een petitie die oproept tot actie. Deze zal elke maand aan de minister voor Ontwikkelingssamenwerking worden aangeboden: zo komen er maandelijks steunbetuigingen bij. 3. Mine Digger (Team aandACHT) In de quiz-game loop je met je karakter door een mijn en verzamelt daar zoveel mogelijk grondstoffen die nodig zijn voor het produceren van laptops en mobieltjes. Je verzamelt deze grondstoffen door de vragen waar je langskomt goed te beantwoorden. Wanneer je voldoende grondstoffen verzameld hebt, mag je de mijn uit. Als het spel uit is, worden al je net verzamelde grondstoffen ingepikt door een rijke zakenman. Deze zal de

grondstoffen gebruiken voor luxe goederen (laptops, mobiele telefoons) die zullen worden verkocht in het rijke westen. Jij zult, om je familie in leven te houden, opnieuw de mijn in moeten om verder te zoeken naar grondstoffen, in de hoop dat je er de volgende keer wel wat geld voor terugkrijgt. In Afrikaanse landen, zoals bijvoorbeeld DR Congo, is dit geen spel maar de harde werkelijkheid. Dit zijn de vragen die je in het spel moet beantwoorden: 1) Kinderen die coltan uit mijnen hakken, angstige dorpsbewoners die rennen om uit handen van rebellen te blijven, dreigende mannen met geweren die de boel in de gaten houden. Heeft jouw mobiel iets te maken met de net beschreven situatie? Ja of nee? 2) Welke grondstoffen worden uit Afrika gehaald om daar bijvoorbeeld mobieltjes van te maken? - Lithium, tantaal, kobalt en antimonium - Zilver, goud en diamanten 3) Rebellen worden gefinancierd door multinationals uit het westen, die dus indirect bijdragen aan de oorlog in DR Congo. Waar of niet waar? 4) Welk land wordt steeds actiever in Afrika? - China - Japan 5) In welk Afrikaans land is het op dit moment oorlog met als een van de oorzaken de winning van grondstoffen voor apparaten? - DR Congo - Mozambique 6) Wie werken er in de mijnen? - Alleen sterke mannen, het delven is zwaar werk. - Mannen, vrouwen en kinderen vanaf een jaar of 7. Omdat de laatsten kleiner zijn kunnen ze door de smalste tunnels kruipen. 7) Hoeveel verdienen de delvers voor een werkdag van 12 uur? - Ongeveer 30 procent van de hoeveelheid opgegraven grondstoffen. - Ongeveer 1 dollar, soms iets meer, vaak iets minder. Case 2 Brasil the King of Soy Millenniumdoel 1: de armoede halveren en minder mensen honger Millenniumdoel 7: meer mensen in een duurzaam leefmilieu Millenniumdoel 8: mondiaal samenwerkingsverband voor ontwikkeling Het thema: sojaproductie in Brazilië Brazilië is één van de grootste sojaproducenten ter wereld. Soja wordt derhalve ook wel eens ‘het groene goud’ genoemd en is een harde munteenheid in Brazilië. Je kunt er zelfs afrekenen met soja. In theorie lijkt sojaproductie dan ook een goede manier op armoede te bestrijden, maar in de praktijk werkt dit helaas anders uit. Opbrengsten komen alleen in de handen van grootgrondbezitters en multinationals, en de kloof tussen arm en rijk wordt steeds groter. In dit land heeft 1 procent van de grootgrondbezitters 49 procent van al het land in bezit. De opdracht Bedenk een manier om de sojaproductie in te zetten om de kloof tussen arm en rijk te verkleinen. Je maakt een plan om de marktpositie van de kleine boeren te verbeteren. Santiago is één van deze kleine boeren. Hij woont in Rio Grande do Sul en is in het bezit van 25 hectare grond. Vijf hectare hiervan wordt gebruikt voor sojaproductie. Grootgrondbezitters hebben gemiddeld 150.000 hectare grond tot hun beschikking. Dit maakt het voor kleine boeren onmogelijk om de concurrentie aan te gaan. Voor de oplossing kun je kijken naar de manier waarop we in Nederland om zouden gaan met zo’n

probleem. Vanuit het perspectief van zowel de consumenten als het bedrijfsleven en de regering. De oplossing moet concreet zijn en zich voornamelijk richten op het bestrijden van armoede. Daarnaast moet het een duurzame oplossing zijn en dien je rekening te houden met de belasting van het milieu. De beste ideeën voor case 2 1. Sojalize (Team HeMaMeKa) Consumenten spelen een belangrijke rol in het verbeteren van de sojaproductie. Hoe meer duurzame sojaproducten zij kopen, hoe meer de vraag naar duurzame soja(productie) stijgt. De kans dat de sojaproductie ook daadwerkelijk duurzaam wordt, wordt daarmee groter. Eén manier om consumenten ervan te overtuigen eerlijke sojaproducten te kopen, is door een percentage van het aankoopbedrag te investeren in sojaproductie door kleine boeren. Ontwikkelingsorganisatie Cordaid zou voor korte tijd garant kunnen staan voor de kleine boeren, zodat zij een krediet kunnen aanvragen om hun eigen duurzame soja te bewerken/crushen. Het crushen gebeurt op het moment voornamelijk in de landen die soja importeren. Als kleine boeren zelf hun soja bewerken, zorgt dat voor meer werkgelegenheid. Op de langere termijn is het voor landen die duurzame soja importeren ook goedkoper, omdat de lokale arbeidskracht goedkoper is. Bovendien neemt bewerkte soja minder ruimte in, zodat er meer soja kan worden verscheept per boot. Daarnaast kunnen kleine boeren de bewerkte soja ook aan Braziliaanse of Zuid-Amerikaanse bedrijven uit de levensmiddelenindustrie verkopen. Hierdoor kunnen er uiteindelijk meer Brazilianen en ZuidAmerikanen goedkopere en duurzame sojaproducten consumeren. Dit zal leiden tot minder veeteelt en dus minder ontbossing. Doordat Cordaid niet aan iedereen een microkrediet kan verlenen, zou de Rabobank – lid van de Round Table on Responsible Soy (RTRS) – ook microkredieten kunnen verlenen aan kleine boeren. De Rabobank heeft namelijk meer capaciteiten om kleine boeren langer bij te staan. De bank kan ook RTRS-criteria controleren. Deze criteria kunnen voorwaarden vormen voor het verstrekken van kredieten. Consumenten kunnen over dit alles worden geïnformeerd via een bijsluiter op duurzame sojaproducten. Consumenten die deze duurzame sojaproducten kopen, kunnen met een spaarpas punten sparen. Hiermee sparen ze voor gratis fairtradeproducten in de vorm van een boodschappenpakket. De informatie die op het product komt te staan, kan mede mogelijk gemaakt worden door een organisatie als Fairfood. Duurzame sojaproducten kunnen zelfs een Fairfood-keurmerk krijgen. Dat maakt het makkelijker voor de consumenten om de eerlijke sojaproducten te onderscheiden van de niet-eerlijke producten. Naast het gebruiken van een bijsluiter en keurmerk op de producten, moet de duurzame soja mediaaandacht krijgen. Dit kunnen organisaties als Alpro Soja, Friesland Foods, Campina, en Unilever doen via commercials op radio en televisie. Deze bedrijven zijn verbonden aan duurzame soja door hun lidmaatschap aan de RTRS. Bovengenoemde bedrijven kunnen ook bijdragen door hun producten te laten controleren op het bewerken en/of bevatten van al dan niet duurzame soja. Wanneer uit controle blijkt dat er duurzame soja in hun producten zit, kunnen zij gebruik maken van het keurmerk van Fairfood. Om de kloof tussen kleine en grote boeren nog verder te dichten moet er een importquota komen voor landen die soja importeren. Deze quota moet gehandhaafd worden per boer en is afhankelijk van de hoeveelheid grond. Boeren mogen wel zoveel soja produceren als ze willen, maar kunnen het niet allemaal kwijt aan de importerende landen. Zo komt er een eerlijkere positie voor kleine boeren ten opzichte van grootgrondbezitters. Op deze manier heeft elke sojaboer een eerlijkere kans. Naast het invoeren van een importquota, kunnen importerende landen een kapitaalinjectie verstrekken aan productiebedrijven die gebruik maken van duurzame soja in hun producten. 2. De SojaBoerenUnie (Team Atlas) De SojaBoerenUnie (SBU) is dé oplossing om sojaproductie in te zetten om de kloof tussen arm en rijk te verkleinen. In de SBU kunnen boeren zich verenigen. Samen sta je immers sterk. De SBU zal vanuit Nederland, in samenwerking met een Braziliaanse ngo, worden opgericht. De SBU ondersteunt de Braziliaanse boeren op vier manieren, door gelddonaties; door het bieden van juridische hulp; door verhuur van faciliteiten; en door bijscholing. Daarnaast probeert de SBU de sojaketen als geheel te verduurzamen. De hoofddoelstelling van de SBU is om de positie van de kleine boeren te verbeteren. Om dit te bereiken moeten de sojaboeren een goede marktpositie verwerven. Daarvoor is het voordelig om een product te

bieden dat zich onderscheidt van de producten die er al zijn. De soja van de boeren die bij de SBU aangesloten zijn, is in ieder geval anders doordat het ‘eerlijke en duurzame soja’ is. Zodra de eisen die de Taskforce Duurzame Soja aan de productie van soja gaat stellen duidelijk zijn, zal gekeken worden of en hoe de boeren die aangesloten zijn bij de SBU aan deze eisen kunnen voldoen. De SBU zal in de sojaketen een soort makelaar zijn van de boeren. De SBU zal proberen een bestaand exportbedrijf/handelshuis te vinden dat alle soja van de SBU-boeren wil opkopen. Wanneer dit een groot bedrijf is, met een vaste en goede kwaliteit, is dit goed te doen. Eventueel is het mogelijk dat de SBU aandelen koopt van het exportbedrijf en deze verkoopt aan de boeren. Zo krijgen de boeren inspraak binnen de aandeelhoudersvergaderingen van het bedrijf. Nederlandse importbedrijven – of eventueel een stap verder, de producenten van goederen waar soja in verwerkt zit – kunnen het label ‘eerlijk’ op hun aangeboden waar zetten. Dit rechtvaardigt een iets hogere prijs. In ruil voor dit label, staan de Nederlandse bedrijven een klein deel van deze meeropbrengst af aan de SBU. Van een deel van dit geld betaalt de SBU de boeren een eerlijke prijs voor hun soja, een ander deel kan door de SBU gebruikt worden om de leefomstandigheden van de boeren te verbeteren. Op dit moment is er namelijk geen schoon drinkwater, geen sanitair en zijn er geen goede medische voorzieningen. De SBU zal met dit geld bedrijven of ngo’s inschakelen die zich (al) bezig houden met het verbeteren van de levensomstandigheden van de boeren. Het liefst maakt de SBU zoveel mogelijk gebruik van lokale mensen. 3. Let’s put our hands together! (Team Flying Nurses) De kleine sojaboeren zouden meer kunnen samenwerken, bijvoorbeeld in een kleine coöperatie. Als de kleine boeren zich verenigen kunnen ze gezamenlijk meer bereiken, vooral op het gebied van investeringen (machines e.d.). Op deze manier behalen de boeren schaalvoordeel en kunnen ze hun economische macht vergroten. Agriterra is een organisatie die is opgericht door de Nederlandse plattelandsledenorganisaties LTO Nederland, de Nationale Coöperatieve Raad voor land- en tuinbouw (NCR), Stichting Samenwerkende Vrouwen Organisaties (SSVO) en het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt. Agriterra kan de kleine sojaboeren in Brazilië helpen bij het oprichten van een coöperatieve raad en het vormen van coöperaties, indien de kleine boeren hiervoor openstaan. Deze coöperatie kan de boeren helpen om hun economische macht te vergroten, waardoor zij minder kwetsbaar zijn en hun land minder snel onteigend zal worden. De gezamenlijke inkomsten van kleine boeren zullen stijgen. Hierdoor staan zij sterker. Door de hogere inkomsten kunnen de kleine boeren nog meer investeren. De kinderen kunnen naar school en hebben hierdoor kans op een betere toekomst. Na verloop van tijd zal de kloof tussen arm en rijk minder groot worden. Organisaties vanuit Nederland die soja importeren, zoals Cargill en de veevoer- en voedingsindustrie, zouden de kleine sojaboeren betere toegang kunnen bieden tot Nederlandse productiemiddelen. Hierdoor zullen zij minder afhankelijk van de multinationals en minder kwetsbaar zijn. Wanneer de kleine boeren de juiste hulpmiddelen hebben (zaaigoed, machines e.d.) zullen zij ook meer soja kunnen produceren. Dankzij deze oplossing staan de kleine boeren sterker en hebben ze meer kansen. De vraag is: waarom zouden importeurs vanuit Nederland kiezen voor de kleine boeren? Deze boeren hebben waarschijnlijk hogere productiekosten en dus duurdere soja. De Nederlandse regering moet de eerste twee jaar subsidie geven aan bedrijven om deze te belonen voor het afnemen van soja bij kleine boeren. Op deze manier worden bedrijven gemotiveerd en gestimuleerd tot het inkopen bij de juiste boeren. In deze twee jaar zal de coöperatie in Brazilië zich optimaliseren, de kleine boeren zullen elkaar meer helpen en de productieprijs zal wat zakken. Ook moet deze subsidie ervoor zorgen dat de prijs die wordt betaald aan de kleine boeren niet volledig aan de consument wordt doorberekend. Naast de subsidie moeten er in deze twee jaar in Nederland reclamecampagnes worden opgezet over duurzame soja om de consument van de problematiek op de hoogte te stellen. Om voor consumenten zichtbaar te maken waar de soja in hun producten vandaan komt en waarom ze iets duurder zijn geworden, moet de sticker ‘duurzaam’ erop komen. In twee jaar tijd zal het belang van goede soja aan de Nederlandse consumenten duidelijk worden. De vraag naar goede soja en daarmee de omzet van de Nederlandse importeurs zullen geleidelijk aan toenemen.

Case 3 Kinderarbeid in Albanië Millenniumdoel 2: alle kinderen naar school Het thema: kinderarbeid in Albanië In Albanië werken zo’n 50.000 kinderen, terwijl ze eigenlijk naar school horen te gaan. Ze lopen als bedelaar op straat of maken producten in de textielindustrie. Veel kinderen werken vanuit huis. Onzichtbaar, maar in opdracht van een fabriek. Vaak omdat hun ouders, die via tussenpersonen uit het dorp voor de fabriek werken, dusdanige eisen opgelegd krijgen dat ze zich genoodzaakt zien hun kinderen mee te laten werken. Ook zitten veel kinderen in de prostitutie. Deze kinderen zijn tussen 6 en 14 jaar oud. Over de grens, in EUlidstaten als Griekenland en Italië, worden Albanese kinderen gebruikt als bedelaar of voor het wassen van ramen van auto’s. Al sinds 2003 voert Albanië gesprekken met de EU over mogelijke toetreding. Eén van de harde eisen van de EU is dat alle kinderen naar school moeten. De opdracht Je werkt bij de Europese Commissie. Je wilt dat Albanië toetreedt tot de EU, maar hiervoor moet het land eerst voldoen aan de millenniumdoelen. In dit geval het recht op basisonderwijs voor ieder kind. Albanië heeft hiervoor hulp nodig. Een deel hangt af van een cultuuromslag van Albanië zelf. Maar ook westerse bedrijven die in Albanië investeren en het koopgedrag van consumenten in de EU spelen een rol. Maak een stappenplan om kinderarbeid te laten verdwijnen zodat Albanië kan toetreden tot de EU. Je kunt van verschillende mogelijkheden gebruik maken om invloed uit te oefenen: politieke instituten, regeringen van EU-lidstaten, de Albanese regering, consumenten en vakbonden, en natuurlijk de harde eisen voor toetreding. Je kiest het meest effectieve middel en onderbouwt die keuze. Ook denk je na over samenwerking met ngo’s en andere instituten. De beste ideeën voor case 3 1. Actieplan tegen kinderarbeid (Team Flying Nurses) Stap 1: Bewustwording De eerste stap is bewustwording. De Albanese onderwijsbonden (FSASH en SPASH) moeten campagne voeren om het Albanese volk bewust te maken van het belang van scholing voor kinderen. De EU kan hierbij helpen. Bijvoorbeeld door de campagne te financieren. Maar ook door communicatieprofessionals te sturen die ervaring hebben met het opzetten van dergelijke campagnes. Een onderdeel van deze campagne is dat leraren bij families langs gaan om ouders thuis voorlichting te geven over het belang van onderwijs. Een project van Europese vakbonden heeft al laten zien dat het benadrukken van het belang van onderwijs tot resultaten leidt. Stap 2: Rechtvaardige internationale handel en reële lonen voor arbeiders door het invoeren van minimumloon Door het invoeren van een nationaal minimumloon sla je twee vliegen in een klap. Allereerst hebben bedrijven meer inkomsten nodig en worden daardoor gedwongen hogere prijzen te vragen voor hun producten. Omdat in heel Albanië producten op deze manier iets duurder worden, zullen bedrijven bij hun producent blijven en geen klanten verliezen. Ten tweede krijgen ouders een reëel loon waarmee ze hun gezin naar school kunnen sturen. In het onderwijs zorgt het minimumloon ervoor dat leraren in Albanië blijven – ook op het platteland – in plaats van dat ze in beter betalende buurlanden gaan werken. Stap 3: Ondersteuning en opbouw van vakbonden Het is belangrijk dat vakbonden worden opgericht om de belangen van werknemers te vertegenwoordigen. Ze kunnen de werknemers helpen strijden voor betere lonen en arbeidsvoorwaarden. De EU kan dit aansturen door een samenwerking met bijvoorbeeld de FNV te stimuleren. Stap 4: Controleorgaan

De EU eist van de Albanese overheid dat er controle komt op kinderarbeid. (Albanese) inspecteurs moeten bedrijven bezoeken om werknemers te controleren op papieren. Wanneer een bedrijf zich schuldig maakt aan kinderarbeid, krijgt het een boete. De kinderen worden volgens de geldende leerplicht naar school gestuurd. Door voorgaande stappen zal de economische situatie in Albanië vooruit gaan. Ouders zullen het belang van onderwijs inzien en genoeg geld verdienen om hun kinderen naar school te kunnen sturen. Vakbonden zullen de belangen van de werknemers vertegenwoordigen en er zal controle plaatsvinden op kinderarbeid. Zo zal kinderarbeid geleidelijk verdwijnen en Albanië kunnen toetreden tot de EU. 2. SAMEN! Albanië bij de EU! (Team A.C.H.T.) Stap 1: Kinderen benaderen Als eerste moeten de Albanese kinderen en ouders benaderd worden. Hiervoor moet de overheid een team samenstellen dat in drie stappen werkende Albanese kinderen opspoort. 1) Via het bevolkingsregister worden gezinnen benaderd. Er wordt gekeken of de kinderen naar school gaan of werken. Vervolgens worden de ouders erop geattendeerd hoe belangrijk het is dat hun kinderen naar school gaan en wat de voordelen daarvan zijn, in plaats van hun kinderen te laten werken. 2) Straatkinderen worden door het team opgezocht en geïnformeerd over hun opties met betrekking tot scholing. 3) Dankzij een grootschalig onderzoek, uitgevoerd door een onafhankelijk bureau, worden bedrijven in het buitenland opgespoord die Albanese kinderen in dienst hebben. Deze bedrijven krijgen sancties opgelegd en moeten een geldbedrag betalen aan de kinderen en voor onderdak en voedsel zorgen. Stap 2: Prestatiebeurs aanbieden Een belangrijke reden waarom Albanese kinderen niet naar school gaan, zijn de kosten. Ouders kunnen de school niet betalen of kunnen de geldbijdrage die kinderen leveren door te werken niet missen. Dit probleem kan worden opgelost door kinderen voor de basis- en middelbare school een prestatiebeurs te geven. Hoe hoog deze beurs is, ligt aan het inkomen van de ouders. Sommige ouders zullen de scholing van hun kinderen zelf betalen. Anderen zullen slechts een deel betalen en weer anderen krijgen de totale kosten voor scholing vergoed. Voorwaarde voor de prestatiebeurs is dat kinderen alle vakken met een voldoende afsluiten. Als dit niet gebeurt, moeten ouders het geld terugbetalen. Dit motiveert de kinderen om hard te studeren en de ouders om hun kind daarin te stimuleren. Stap 3: Onderwijs verbeteren Het niveau van het onderwijs is erg belangrijk, hier zou dus ook extra geld aan moeten worden besteed. De hbo- en wo-opleidingen van de EU-landen worden benaderd om hulp te bieden aan Albanië, het gaat dan vooral om lerarenopleidingen. Tussen deze opleidingen en de Albanese scholen worden contacten gelegd, op deze manier kunnen de studenten uit EU-landen stage lopen op Albanese scholen. Zij geven de Albanese leraren les in effectieve lesmethodes in hun vakgebied. Op deze manier wordt het niveau van het onderwijs in Albanië verbeterd, zonder dat er extra kosten aan zijn verbonden. Tegelijkertijd is dit een goede stageervaring voor de studenten uit de EU-landen. Stap 4: Bedrijven controleren De EU moet bedrijven streng controleren op kinderarbeid. De EU zal hiervoor een onafhankelijk team moeten samenstellen. Zo kan kinderarbeid van Albanese kinderen in het buitenland worden opgespoord en aangepakt. Daarnaast moet een minimumloon worden ingesteld in Albanië. Vervolgens dient de EU te controleren of bedrijven dit ook daadwerkelijk aan hun werknemers uitkeren. Stap 5: Sponsoren zoeken Om deze plannen te financieren, moet iedereen een steentje bijdragen. In de eerste plaats de Albanese overheid: het gaat immers om Albanese kinderen en de eigen wens van het land om toe te treden tot de EU. Ook van de EU wordt verwacht dat zij een bijdrage levert. Kinderarbeid is immers een ernstig probleem en alle kinderen hebben recht op scholing. De overheden van landen waar Albanese kinderen werken, zoals Italië en Griekenland, zijn deels verantwoordelijk voor het probleem en moeten daarom ook een financiële

bijdrage leveren aan de oplossing ervan. Verder kan geld worden gevraagd aan goede doelen en grote bedrijven, zoals NIKE, H&M en ZARA. Voor de laatsten is een goed imago van groot belang en kinderarbeidvrije productie speelt daarin een grote rol. 3. The Road to a Child Labour Free Europe (Team Doelbewust) Stap 1: Europese vorm van kinderbijslag Ouders zetten hun kinderen vaak niet uit vrije wil aan het werk. Ze hebben het geld nodig. Er kan daarom alleen een eind komen aan kinderarbeid wanneer mensen daarvoor economische alternatieven worden geboden. Bijvoorbeeld in de vorm van financiële prikkels. De EU zou onderwijs bijvoorbeeld financieel kunnen belonen. Als ouders hun kinderen naar school sturen, kunnen zij daarvoor een financiële bijdrage tegemoet zien. Het geld hiervoor zou kunnen komen uit de bestaande EU-gelden die nu al richting Albanië gaan, en de gelden die vrijkomen bij het toelatingsproces. Eerst zullen ouders economisch voordeel moeten halen uit onderwijs voor hun kinderen, waarna op den duur ook op andere vlakken het belang van onderwijs tot hen door zal dringen. De Europese kinderbijslag geeft Albanië de financiële armslag die het land nu niet heeft om de belangrijkste oorzaak van kinderarbeid aan te kunnen pakken. Stap 2: Oprichting van een vakbondsbeweging Een eis voor toelating tot de EU zou moeten zijn dat er een vrije vakbondsbeweging tot stand komt in Albanië. Er moet wetgeving komen die dit mogelijk maakt. Hier ligt een rol voor Europese vakbewegingen, die hun ‘best practices’ met hun Albanese collega’s kunnen delen. Werknemers, ook jongeren, moeten de mogelijkheid krijgen zich te organiseren, om zo voor betere werkomstandigheden te kunnen pleiten. De vakbond moet bij werkgevers en de overheid lobbyen om toe te zien op strenge handhaving van antikinderarbeidwetgeving. Stap 3: Handhaving kinderrechtenverdragen en wetgeving De verdragen die Albanië heeft ondertekend, moeten ook geïmplementeerd worden. Handhaving is het sleutelwoord. Ten tijde van de toetreding tot de EU, moet het aantal kinderen dat werkt in plaats van op school zit tot 0 zijn gereduceerd. Dat zou een strenge eis voor toelating tot de EU moeten zijn. De EU kan haar kennis van arbeidsinspectie delen met de Albanese overheid. En eventueel ook zelf, als neutrale waarnemer, steekproefsgewijs controleren. Stap 4: Einde aan kinderarbeid in EU-verband Landen waar Albanese kinderen werken, zoals Griekenland en Italië, zullen na moeten gaan waar deze kinderen precies actief zijn en ervoor zorgen dat zij naar school gaan. Binnen de grenzen van de EU is geen plaats voor kinderarbeid. Case 4 Toegang tot gezondheid Millenniumdoel 1: de armoede halveren en minder mensen honger Millenniumdoel 6: bestrijding van hiv/aids, malaria en andere dodelijke ziektes Millenniumdoel 7: meer mensen in een duurzaam leefmilieu Het thema: toegang tot gezondheid In de ontwikkelingssamenwerking die zich richt op gezondheidszorg, kennen we grofweg twee manieren van hulp bieden. Allereerst zijn er de ‘verticale fondsen’. Dit zijn organisaties die zich richten op de bestrijding van bijvoorbeeld aids. Het fonds van Bill Gates is hier een voorbeeld van: het doel is vooral besmette mensen van medicijnen te voorzien en voorlichting te geven. Het fonds concentreert zich daarmee op één probleem, aids zelf, en laat de daar omheen liggende problemen buiten beschouwing. Er zijn ook de ‘horizontale fondsen’. Organisaties als Cordaid en Novib zijn hier een voorbeeld van. Zij bestrijden aids, maar koppelen dit ook aan algemene ontwikkelingshulp. Daardoor is een structurele verbetering van de gezondheid mogelijk. Honger, slechte hygiëne, economische ongelijkheid en gebrek aan onderwijs dragen namelijk ook bij aan de verspreiding van aids.

Het nadeel van verticale fondsen is bijvoorbeeld dat dokters en verplegers worden weggelokt naar gespecialiseerde en beter betalende klinieken (braindrain) en dat aids-patiënten nu wel genoeg te eten krijgen, maar hun verzorgers ondervoed zijn. Maar ook aan het nut en de resultaten van het horizontale systeem wordt getwijfeld. Er is weinig draagvlak en uit recente enquêtes zoals in DAG (20 mei 2008) blijkt dat veel Nederlanders niet geloven in het nut van ontwikkelingshulp. Veel goede doelen doen hun best om jongeren te bereiken. Zo zijn bijvoorbeeld festivals populaire plekken om goede doelen onder de aandacht te brengen bij jongeren. Onderzoek heeft aangewezen dat 70 procent van de jongeren tussen de 14 en 17 jaar positief staat tegenover goede doelen. De opdracht In deze case bedenk je hoe je jongeren (15-25 jaar) kunt betrekken bij ontwikkelingssamenwerking op het gebied van gezondheidszorg. Dé vraag die je in het achterhoofd moet houden, is: wat wil je eigenlijk van hen? Moeten ze enkel geld geven? Wil je ze vrijwilligerswerk laten doen? Of moeten ze zich vooral bewust worden van de problemen? Bekijk het bestaande systeem voor ontwikkelingssamenwerking vanuit het perspectief van jongeren. Denk na over hoe je het voor jongeren aantrekkelijk maakt om ontwikkelingssamenwerkingsorganisaties en fondsen te ondersteunen. Je moet je hierbij inleven in de gedachtegang van jongeren en nadenken over de vraag of horizontale of verticale ontwikkelingshulp ze meer aanspreekt. Deel twee van de opdracht bestaat uit het bedenken van een creatieve marketingcampagne die zich richt op Nederlandse jongeren. Daarnaast moet je een campagne bedenken voor ontwikkelingssamenwerking of een zelf bedacht fonds. Deze campagne moet jouw nieuwe manier van ontwikkelingssamenwerking promoten, vooral onder jongeren. De beste ideeën voor case 4 1. Adopteer een arts (Team de mix) Jongeren willen weten waar hun geld naartoe gaat. Ze willen duurzame projecten en investeren graag in opleidingen. In het project ‘Adopteer een arts’ wordt, in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Tropische Geneeskunde (NVTG), in een ziekenhuis in een ontwikkelingsland een opleiding opgezet voor artsen. Op internet zal van elk van hen een profiel worden aangemaakt en regelmatig bijgewerkt. Op deze manier is het goed te volgen hoe het project er voor staat. Donateurs kunnen kiezen naar welke persoon hun bijdrage gaat. Omdat het een duurzaam project is en duidelijk is waar het geld naartoe gaat, zullen jongeren zich aangesproken voelen door dit project. Door samen te werken met de NVTG, die veel ervaring heeft met geneeskunde in ontwikkelingslanden, kunnen projecten doelmatig worden opgezet. Om jongeren te attenderen op ‘Adopteer een Arts’: komen er posters in bushokjes, worden flyers uitgedeeld bij onderwijsinstellingen en wordt de website www.adopteereenarts.nl gebouwd. 2. Zorg voor jezelf, zorg voor een ander (Team Atlas) In Nederland is iedereen verplicht om een zorgverzekering met een basispakket af te sluiten. Hierdoor heeft iedereen altijd toegang tot de meest basale gezondheidszorg. Dit concept kun je vertalen naar de Afrikaanse situatie. Door betaalbare zorgverzekeringen aan te bieden, voorkom je dat mensen die al een baan hebben deze kwijtraken omdat ze ziek worden. Ziekte legt een enorme druk op de economie van een land. Door een goed stelsel van gezondheidszorg te implementeren, zal de welvaart in een land op langere termijn stijgen, zodat het systeem zichzelf kan handhaven. Hier is natuurlijk geld voor nodig. Daarom wordt het Share the Care Fonds opgericht. Het fonds zal samenwerken met Nederlandse zorgverzekeraars om combinatiepolissen aan te bieden. Zo’n combinatiepolis biedt een basis- of aanvullende verzekering met daarbij ook een deel ontwikkelingshulp. De verzekerde betaalt namelijk ongeveer 3 euro extra premiekosten bij deze Share-the-Care-polis. Deze 3 euro per maand gaan naar het Share the Care Fonds, dat in ontwikkelingslanden ziektekostenverzekeringen aanbiedt. Hierbij moeten zoveel mogelijk bestaande zorgaanbieders in Afrika worden betrokken. Afrikanen die een zorgverzekering willen afsluiten, betalen hiervoor ongeveer 4 euro per jaar. Dit is 10 procent van de eigenlijke kosten, de overige kosten worden betaald uit het Share the Care Fonds. De verzekerden betalen altijd mee aan de premie. Geleidelijk zal het aandeel van de premie dat de Afrikanen

zelf betalen, toenemen naar draagkracht. Zo zullen de verzekerden in Afrika in de toekomst zelf hun premie in het geheel betalen, waardoor een duurzaam gezondheidsstelsel ontstaat. Het zorgpakket bevat primaire en gelimiteerde secundaire zorg, inclusief hiv/aids-behandeling en -medicatie. Een deel van het geld van het fonds wordt gebruikt om de kwaliteit van de zorg te verbeteren. Denk hierbij aan het trainen van personeel en het aanschaffen van apparatuur. Natuurlijk is het ook mogelijk om een ziektekostenverzekering voor iemand in Afrika te betalen zonder dit aan je eigen ziektekostenverzekering te koppelen. Om jongeren extra te interesseren voor het fonds en de Share-the-Care-polis, zal het aanvullende zorgpakket dat zij ontvangen voor hen zo interessant mogelijk worden gemaakt. Denk aan de tandarts, fysiotherapie, de pil en gratis condooms. Voor de promotie van het fonds en de polis komt er een campagne met drie thema’s: identificatie, transparantie en betrokkenheid. De campagneslogan: ‘Zorg voor jezelf, zorg voor een ander.’ Jongeren willen tegenwoordig niet zomaar geld doneren. Ze willen zien wat ermee gebeurt, ook omdat ze vaak zelf niet veel te besteden hebben. Het fonds moet duidelijk laten zien waar het geld terecht zal komen en welke resultaten geboekt zijn. Om deze transparantie te bewerkstelligen zullen de polishouders van Share the Care op de hoogte worden gehouden via de website en met een nieuwsbrief. Om identificatie van de jongeren met de mensen in Afrika te creëren, zullen verzekeringen bij het afsluiten gekoppeld worden aan die van een Afrikaan (zoals bij Plan Nederland). Er zal informatie uitgewisseld worden, zodat de jongeren zich betrokken voelen bij de situatie in Afrika. Verder zal er de mogelijkheid zijn om een driemaandelijkse update te ontvangen over het lokale zorgaanbod. Naast de informatie over de specifieke persoon die de verzekering krijgt, zal er ook transparantie zijn over het functioneren van de hele organisatie. Op de site zal informatie te vinden zijn over de inkomsten en uitgaven en de doelen die wel of niet gehaald worden. Vervolgens is het nodig de jongeren te binden aan het fonds. Dit kan door ze op de hoogte te houden van de organisatie, maar ook door activiteiten te organiseren die jongeren aanspreken. Bijvoorbeeld door het organiseren van themafeesten (à la Dance4Life), excursies naar interessante musea of overheidsinstanties, congressen, symposia en debatten. Er kan ook er een aantal keer per jaar een informatie- of donateursdag georganiseerd. Hier krijgen ze informatie over ontwikkelingswerk in het algemeen en het werk van het fonds in het bijzonder. Over deze onderwerpen kunnen dan discussies worden gevoerd. Verder komt er een jaarlijks terugkerend evenement waarmee geld wordt verdiend. Denk aan een soort festival, met muziek, workshops en debatten. Door al deze activiteiten te combineren met het snel en eenvoudig regelen van zaken op internet, een transparante organisatiestructuur en begroting, betrokkenheid van de jongeren bij de organisatie en identificatie met de situatie in Afrika, zullen jongeren zich zich ongetwijfeld binden aan Share the Care. 3. Swasation (Team Yes we can!) Het fonds Swasation haalt geld op voor medicijnen ter preventie van besmetting van hiv/aids bij pasgeboren baby’s in Swaziland. Dit doet het fonds door de verkoop van cocktails op grote feesten. Het fonds heeft hiervoor een eigen bar, waar naast de verkoop van cocktails ook informatie wordt gegeven over het fonds. Doelstelling is om zoveel mogelijk jongeren van 18 tot en met 25 jaar aan te zetten tot aankoop van een cocktail waarmee ze direct het fonds steunen. Cocktails zijn exclusiever dan de meeste drankjes en daar betalen jongeren graag voor. Daarom zal de verkoop van cocktails voor een goed doel zeker aanslaan. De prijs van de cocktails bedraagt 7 euro. Dit bedrag geven jongeren als ze uitgaan al uit aan een gemiddelde cocktail. De drempel is dus niet te hoog. Tegelijkertijd is het bedrag hoog genoeg om winst te maken voor het fonds. Ter promotie verspreidt Swasation affiches op bus- en treinstations en op hogescholen en universiteiten in grotere steden. Op de posters staan de feesten waar Swasation de komende maand aanwezig is. Iedere maand komt er dus een nieuwe abri uit. Daarnaast kan reclame komen op de posters die organisatoren van bepaalde feesten zelf verspreiden. Er mag niet te veel uitgegeven worden aan promotiekosten omdat zoveel mogelijk geld moet overblijven voor het fonds. De nadruk ligt daarom op free publicity. Het schrijven van persberichten aan populaire media onder de doelgroep, zoals Metro, Spits!, Link2party en Glamour, zal gratis publiciteit genereren.

Ook krijgt Swasation een website waarop geïnteresseerden meer over de organisatie kunnen vinden. Hier komt ook een overzicht van de feesten waar de cocktailbar staat. Via een weblog is precies te volgen wat er met het geld gebeurt. Dit maakt het fonds een stuk persoonlijker. Omdat de lezers op de weblog kunnen reageren, ontstaat er een dialoog. Zo worden donateurs betrokken bij de organisatie en raken lezers die nog geen donateur zijn geïnteresseerd in het fonds. Op de website staan ook recepten voor cocktails. Deze moeten ervoor zorgen dat bezoekers op de website terugkomen. Op de feesten waar Swasation aanwezig is, loopt een fotograaf rond. Hij fotografeert iedereen die een cocktail van Swasation koopt. Deze mensen krijgen een kaartje met daarop de link naar de website, waarop de foto’s worden geplaatst. Hierdoor zullen mensen vaker op de site gaan kijken. Ook komt er een speciale Swasation Hyvespagina.

MillenniumBattle 2009

Case 1 Geef jonge Darfuri een beter toekomst perspectief via Radio Da Banga Millenniumdoel 2: Alle kinderen naar school Het thema: radio maken in Darfur In de West-Soedanese regio van Darfur woedt al ruim zeven jaar een burgeroorlog. Belangrijke oorzaken van het conflict zijn waterschaarste en onenigheid over grondgebruik. De Soedanese regering strijdt er samen met de Janjaweed, een bewapende militie van Arabische nomaden, tegen niet-Arabische rebellenbewegingen. Deze bewegingen zijn door onderlinge meningsverschillen versplinterd. Als gevolg van bombardementen, geweld en plunderingen vielen in Darfur naar schatting 300.000 doden en zijn miljoenen burgers hun huis ontvlucht. Ondanks internationale druk en de aanwezigheid van een VN-vredesmacht is er nog altijd geen uitzicht op een oplossing. Een groot deel van de ontheemde Darfuri leeft al jaren in vluchtelingenkampen in Darfur en buurland Tsjaad. Deze case richt zich op jonge Darfuri in de leeftijd van 12 tot en met 14 jaar. Deze jongeren leven over het algemeen al jaren in vluchtelingenkampen, zijn soms hun ouders kwijtgeraakt en hebben geen beeld van een toekomst zonder oorlog en geweld. Onderwijs biedt hun de kans op een betere toekomst. Maar de mogelijkheden in de vluchtelingenkampen zijn zeer beperkt. Meestal is er alleen primair onderwijs. En door de afwezigheid van buitenlandse hulporganisaties – de Soedanese regering heeft ze allemaal weggestuurd, als vergelding voor de aanklacht van het Internationaal Strafhof tegen president Bashir – is er een enorm tekort aan onderwijzers. Hierdoor is onderwijs voor veel van deze jongeren geen reële optie. Radio kan ervoor zorgen dat de jongeren tóch de hoop niet verliezen. Dat ze onafhankelijke informatie krijgen, bijvoorbeeld over de geschiedenis van het conflict in Darfur en de standpunten van de verschillende partijen. Zo worden jongeren minder snel in de negatieve spiraal van geweld gezogen. Bovendien kan radio hen de weg wijzen naar de weinige onderwijsmogelijkheden die ze nog wél hebben. Bijvoorbeeld door hen erop te attenderen dat er in een naburig kamp een school staat en dat ze die zouden kunnen bezoeken. Door hen aan een kampgenoot te laten vragen of die hen Engels wil leren. Of door inspirerende rolmodellen aan het woord te laten. Een radiotoestel is bovendien goedkoop. En: er kunnen veel mensen tegelijk naar luisteren. De opdracht Schrijf een format voor een radioprogramma. Het programma richt zich op jonge Darfuri in vluchtelingenkampen. Doel is hen bewust te maken van het belang van onderwijs. Onderbouw in een toelichting het door jouw team voorgestelde programma. De beste ideeën voor case 1 1. Design your own life (Team Future explorers) Het radioformat 'Design you own life’ richt zich op de jonge Darfuri van 12 tot en met 14 jaar in de vluchtelingenkampen in Darfur en Tsjaad. De doelgroep bestaat uit tieners en die zullen dus gemotiveerd moeten worden om naar de uitzendingen te luisteren. Door het programma te beperken tot 30 minuten, wekelijks te herhalen, luchtig te houden en te voorzien van entertainment, willen we de aandacht van de jongeren zien vast te houden. Het programma wordt opgesplitst in drie blokken van 7,5 minuut, met daartussen populaire muziek. Het eerste blok richt zich op het kernbegrip ‘Hoop’. De kinderen weten weinig van de situatie waarin ze zich bevinden en de vooruitgang die wordt geboekt. Daarom wordt in dit blok informatie gegeven over belangrijke gebeurtenissen in de regio. Om de jongeren hoop te geven, komen mensen aan het woord die

zichzelf uit de negatieve spiraal van geweld en ellende hebben weten te knokken. Succesverhalen dus. Daarnaast wordt er een platform geboden voor mensen uit het gebied of uit andere conflictgebieden, om hun ervaringen te delen en informatie te geven over hoe je als jongere het beste uit de situatie kunt komen. Het tweede blok geeft invulling aan het thema ‘Bewustwording’. Wanneer het lukt om de kinderen hoop te geven op een betere toekomst, dienen ze zich ervan bewust te worden dat onderwijs essentieel is om iets te bereiken in de toekomst. Daarom wordt in dit blok naar voren gebracht wat het onderwijs concreet voor deze jongeren kan betekenen. De kinderen moeten warm gemaakt worden voor het onderwijs en het belang ervan begrijpen. Daarom wordt in het item iets naar boven gebracht uit het lesprogramma, in de hoop dat de kinderen daar meer van willen weten en dus een school gaan zoeken. Je zou een docent kunnen vragen wekelijks iets te vertellen of een korte les op de radio uit te zenden. Wanneer het gelukt is de kinderen enthousiast te maken over onderwijs, moeten ze wel scholen kunnen vinden. Daarom wordt in dit programma aandacht besteed aan waar deze scholen staan in de verschillende vluchtelingenkampen en welke mogelijkheden ze bieden. Als er nieuwe onderwijsinstellingen of mogelijkheden zijn, wordt dit naar voren gebracht. Daarnaast wordt in dit programma een oproep gedaan aan mensen die over de benodigde kennis beschikken zich actief in te zetten om de kinderen in vluchtelingenkampen iets bij te brengen. Kinderen kunnen dan op zoek gaan naar deze mensen, of deze mensen kunnen op zoek gaan naar kinderen die graag iets willen leren. 2. Learn & Learn 2 Teach (Team De epicuristen) Het programma opent met muziek. Muziek is een belangrijk onderdeel van de lokale cultuur. Door aansluiting te vinden bij deze traditie wordt de aandacht van de luisteraars gegrepen en een positieve toon gezet voor de rest van het programma. De feitelijke opening van het programma bestaat uit een korte nieuwsrubriek, aan de hand van ongeveer zeven ‘wistjedatjes’. Omdat de doelgroep van het programma hoofdzakelijk kinderen tussen de 12 en 14 jaar zijn, en het programma ook wil uitdragen dat geweld geen oplossing is voor het conflict (en samenwerking wel), wordt een evenwichtige balans gezocht tussen positieve en negatieve items. Deze worden in principe om en om behandeld, waarbij iedere uitzending begint en eindigt met een positief bericht. Het tweede onderdeel van het programma is een educatieve soap. Hierin zal voorlichting worden gegeven over elementaire zaken rondom aids en hygiëne. Ook zal in de soap het belang van onderwijs worden benadrukt. Om de soap goed te laten aansluiten bij de heersende cultuur wordt gebruik gemaakt van lokale expressievormen, zoals Hakkamat. Hakkamat-beoefenaars drukken zich op een poëtische manier uit, ingegeven door de waardering die Soedanezen hebben voor een discrete manier van praten. Beoefenaars van Hakkamat hebben groot aanzien in Soedan en daardoor een grote geloofwaardigheid. Zij zijn dan ook bij uitstek geschikt voor een rol in een soap-met-een-boodschap. Het laatste item betrekt de jonge Darfuri actief bij het programma. Het doel is hun nieuwsgierigheid te prikkelen en luisteraars te inspireren zichzelf te ontplooien. Een vast onderdeel van het laatste item is een multiple choice-quiz. Hierin worden vier korte vragen gesteld over onderwerpen die in de uitzending aan bod zijn gekomen, met ieder drie mogelijke antwoorden die worden voorgedragen door plaatselijke jongeren. Op de laatste vraag wordt pas antwoord gegeven in de volgende uitzending. Het is de bedoeling dat kinderen zelf in het kamp op zoek gaan naar iemand die op die vraag een antwoord heeft. Het programma zal zo veel mogelijk door lokale Darfuri worden vormgegeven. Hierbij wordt in de communicatie zo veel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande infrastructuur van hulporganisaties. Een correspondent zal verschillende kampen in Tsjaad aandoen. Het is de bedoeling dat hierdoor een programma ontstaat waarin vragen en oplossingen worden uitgewisseld. Mensen die initiatieven hebben genomen in kampen worden geïnterviewd. Zo worden authentieke voorbeelden gegeven om jongeren te stimuleren met een constructieve blik kansen te zoeken en te benutten. 3. Radio Dabanga: Luister, leer, lach en leef!/Leef, lach, leer en luister (Team Sutra) Het leven in vluchtelingenkampen dwingt de kinderen snel volwassen te worden. Om deze reden wordt het radioprogramma een mix van informatie, entertainment en educatie. Op speelse wijze wordt de kinderen allerlei informatie toegespeeld. Door middel van het ‘acht minuten jeugdjournaal’ krijgen de kinderen belangrijk binnenlands en buitenlands nieuws te horen. Daarnaast wordt met behulp van Engelse les en een radiosoap de nadruk gelegd op het belang van onderwijs. Het programma duurt één uur. Om het

radioprogramma voor iedereen toegankelijk te maken, wordt het in vijf lokale talen uitgezonden. Elke uitzending heeft een hoofdthema dat in ieder programmaonderdeel terugkomt. Tijdens het openingswoord wordt dit thema al aangekondigd zodat de kinderen weten waar de hele uitzending om draait. Daarnaast is het erg belangrijk dat er een steeds terugkerende structuur in de uitzendingen zit. Zoals het format nu geschreven is, zo wordt het ook elke keer uitgezonden, zodat de kinderen goed weten welke programmaonderdelen er op elkaar volgen. Mensen uit de kampen kunnen zelf ideeĂŤn aandragen voor het hoofdthema. En natuurlijk mogen ze tips en opmerkingen doorbellen naar de redactie. Radioformat: 17.00 Openingswoord 17.02 Acht minuten jeugdjournaal 17.10 Populair nummer 17.13 Engelse les 17.28 Educatief Engels liedje overeenkomend met de stof van de les 17.31 Praktische les met handige tips 17.37 Soap 17.57 Afsluitwoord 18.00 Einde

Case 2 Investeer in pro-poor growth in Colombia Millenniumdoel 1: de armoede halveren en minder mensen honger Het thema: pro-poor growth in Colombia Om de economische groei ook ten goede te laten komen aan de allerarmsten – of, anders gezegd, ‘pro-poor growth’ te bewerkstelligen – moeten die laatsten de kans krijgen zélf in hun inkomen te voorzien. Die kans hebben ze als ze toegang krijgen tot veilig en eerlijk betaald werk of tot startkapitaal om een handeltje op te zetten. Arme mensen hebben echter weinig toegang tot dat soort werk en kapitaal. Voor de bestrijding van armoede is het belangrijk de economie te stimuleren en werkgelegenheid te creëren. Dit kan door financiële steun te geven aan beginnende ondernemers. Maar zeker ook door te investeren in grote bedrijven die moeite hebben reguliere investeerders te vinden. Deze bedrijven moeten dan uiteraard wel, zodra ze verder zijn gegroeid en werknemers zoeken, bereid zijn veilig en eerlijk betaald werk te bieden aan de allerarmsten. Kleine ondernemingen in ontwikkelingslanden krijgen vaak steun van microfinancieringsinstellingen. Voor grote bedrijven in deze gebieden zijn er instanties als de Nederlandse Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO). De FMO biedt leningen, participaties en garanties waar reguliere investeerders – lees: gewone banken – dat niet kunnen of willen. De FMO houdt bij de keuze om een onderneming te ondersteunen niet alleen rekening met de gezondheid van die onderneming en de kans dat er meer winst wordt gemaakt. Ze kijkt ook naar de impact van de investering op de omgeving van het bedrijf; van milieu tot economie en werkgelegenheid. De FMO is geen liefdadigheidsinstelling. De organisatie financiert tegen commerciële tarieven. Toch doet de FMO wel méér dan krediet verstrekken. Ze houdt zich ook bezig met de capaciteitsopbouw van bedrijven, bijvoorbeeld op het gebied van managementvaardigheden. Om het effect van investeringen vooraf in te schatten en achteraf te evalueren, gebruikt de FMO diverse meetinstrumenten. Eén daarvan is de zogenaamde Economic Development Impact Score (EDIS). Hiermee kan de impact gemeten worden op de lokale economie, de samenleving en het milieu. De scorecard bestaat uit verschillende categorieën, zoals het effect op klimaatverandering, veiligheid van werknemers en kwaliteit van het management. De FMO streeft de hoogst mogelijke EDIS-scores na. De opdracht Deze case richt zich op het bestrijden van armoede door te investeren in bedrijven. In dit geval gaat het om de fictieve oliemaatschappij Nuevopetrol. Deze onderneming staat in het onrustige Colombiaanse departement Putumayo, aan de grens met Ecuador. Het tot nog toe succesvolle Nuevopetrol heeft een lening van 20 miljoen US dollar nodig om verder te groeien. Het slaagt er echter niet in om reguliere banken over te halen tot investeren. Daarom klopt het bedrijf nu aan bij FMO. De vraag is of FMO die 20 miljoen dollar in Nuevopetrol moet investeren. Schrijf een advies. Aan de hand van dit advies besluit de FMO om wel of niet te investeren in Nuevopetrol. Dit aan de hand van het berekenen en beargumenteren van de EDIS-score van dit bedrijf, aan de hand van de vereenvoudigde scorecard. Geef aan in hoeverre de investering binnen de doelstellingen van de FMO past. De beste ideeën voor case 2 1. Advies (Team The Global Cure) In Colombia leeft ongeveer 15 procent van de bevolking onder de armoedegrens. Investeren in het land is dan ook hard nodig. Colombia is een potentiële groeimarkt. De olie-industrie is een kansrijke sector en in dit opzicht lijkt Nuevopetrol een investering met veel mogelijkheden. Toch is het de vraag of de FMO tot financiering over moet gaan. Putumayo, waar het bedrijf gevestigd is, ligt dicht bij de grens bij Ecuador en niet ver van de Stille Oceaan. Het is daarom een interessant gebied voor in- en uitvoer van materialen, wapens en chemische grondstoffen voor de productie van illegale narcotica. Allemaal belangrijke

ingrediënten van de burgeroorlog die al jaren in Colombia woedt. Dit is gevaarlijk voor Nuevopetrol, want hoe meer winst een bedrijf maakt, hoe groter de aantrekkingskracht op illegale milities en criminelen om er een aanslag op te plegen. Een goede reden voor de FMO om toch niet te investeren in Nuevopetrol. Een tweede pijnpunt is dat Nuevopetrol totaal geen kennis heeft over de gevolgen van haar bedrijfsactiviteiten op het klimaat. Terwijl de FMO hiervan op de hoogte wil zijn voordat ze besluit wel of niet investeren in het bedrijf. Op dit moment wordt geschat dat de CO2-uitstoot van Nuevopetrol hoger is dan internationaal is toegestaan. Om dit te verbeteren zijn maatregelen nodig. Die zijn niet goedkoop. Klimaatneutraal werken zal dus ten koste gaan van de winstgevendheid van het bedrijf. Het is zeer de vraag of Nuevopetrol daartoe bereid is. Het lijkt er dan ook op dat investeren in Nuevopetrol voor de FMO geen optie is. 2. Advies (Team Ad Unum Omnes) De FMO vindt onder andere politieke stabiliteit in een land een belangrijke voorwaarde voor financiering. In Colombia pleegt de rebellenbeweging FARC regelmatig aanslagen op bedrijven. Daarnaast worden regelmatig mensen ontvoerd. De regering heeft op deze situatie geen grip. Investeren in Colombiaanse bedrijven is daarom risicovol. Verder wil de FMO investeren in duurzame ontwikkeling. Olie – een vergankelijke fossiele brandstof – is echter de core business van Nuevopetrol. Als de FMO in dit bedrijf investeert, zal de olievoorraad in Colombia steeds verder opraken. Een investering in Nuevopetrol past dus niet in de visie van de FMO. 3. Advies (Team SOLIDUS) Op grond van de status quo van Nuevopetrol wordt de FMO geadviseerd niet over te gaan tot het toekennen van een kredietfaciliteit van 20 miljoen dollar. Tenzij Nuevopetrol tegemoet komt aan de hiernavolgende contractvoorwaarden, om het predicaat maatschappelijk verantwoorde onderneming te verdienen. Hierbij wordt niet alleen geïnvesteerd in winstgroei, maar ook in duurzaamheid. Dit gebeurt door: 1. Het opstellen van een corporate governance code die aandacht besteedt aan de positie van alle relevante stakeholders en de wijze waarop zeggenschap wordt uitgeoefend. Dit beleid dient transparant, integer en slagvaardig te zijn. 2. Het instellen van een ondernemingsraad, voor de behandeling van de klachten van het personeel en betere arbeidsvoorwaarden voor dat personeel. 3. Het totstandbrengen van een coöperatief verband tussen de FMO en Nuevopetrol op het gebied van milieubeleid, zodat Nuevopetrol aantrekkelijker wordt om in te investeren. 4. Het entameren van onderzoek naar alternatieve vormen van energie, om bij een krimpende olievoorraad nog steeds winstgevend te kunnen zijn. Aangezien olie geen onuitputtelijke bron is, zal er naast de kortetermijninvestering ook in kennis geïnvesteerd moeten worden voor de toekomst, zodat de afhankelijkheid kan afnemen. 5. Het aanleveren van jaarrekeningen, en een investeringsplan en verklaring over het gedrag van de eigenaar.

Case 3 Zorg voor meer vrouwen in watermanagement in Malawi Millenniumdoel 1: de armoede halveren en minder mensen honger Millenniumdoel 3: mannen en vrouwen gelijkwaardig Millenniumdoel 4: minder kindersterfte Millenniumdoel 5: verbetering van de gezondheid van moeders Millenniumdoel 6: bestrijding van hiv/aids, malaria en andere dodelijke ziektes Millenniumdoel 7: meer mensen in een duurzaam leefmilieu Het thema: watermanagement in Malawi Schoon drinkbaar water is voor Nederlanders heel gewoon. Ze doen de kraan open en verwachten dat het er is. Zij staan er dan ook doorgaans niet bij stil wat het betekent om – zoals heel veel mensen in ontwikkelingslanden – géén schoon drinkwater te hebben. Malawi is één van die landen. Minder dan de helft van de bevolking heeft er toegang tot schoon drinkwater. Daar moeten ze vaak vele kilometers voor lopen. De rest drinkt vuil water, met een hoge kans op ziektes als cholera en tyfus als gevolg. De slechte toegang tot schoon drinkwater is dan ook een belangrijke oorzaak van de grote kinder- en moedersterfte in Malawi, de zeer lage levensverwachting (vrouwen sterven er gemiddeld rond hun 38e, mannen een jaar eerder) én de armoede en honger. Ernstig zieke mensen kunnen nu eenmaal niet werken om zichzelf en hun gezin te voeden. Het is voor de bevolking van Malawi essentieel dat het schone drinkwater in het land goed beschermd en verdeeld wordt. Dat watermanagement laat nu nog erg te wensen over. Eén oorzaak hiervan is de traditionele rolverdeling tussen man en vrouw: mannen nemen de beslissingen en worden verzorgd, vrouwen zijn volgzaam en zorgen voor het gezin. Áls een district al een watermanagementcomité heeft, wordt dat doorgaans gerund door mannen – zonder vrouwen erbij te betrekken. Terwijl juist vrouwen weten wat er nodig is om de toegang tot schoon drinkwater te verbeteren. Zij, en niet mannen, gaan elke dag op pad om dat water te vinden. Een evaluatie in het district Mangochi leidde eind jaren ’80 tot de conclusie dat het niet goed ging met het plaatselijke watermanagement. En dat dit grotendeels kwam doordat vrouwen te weinig invloed hadden. Zij kregen vanaf dat moment meer controle over projecten die drinkbaar water moesten beschermen en toegankelijk moesten maken. Naarmate hun invloed toenam, werden die projecten succesvoller. Dit bewijs dat vrouwen goede managers zijn (en kennelijk zelfs beter kunnen zijn dan mannen) is nog altijd een steun in de rug van strijders voor emancipatie in Malawi. Het helpt de traditionele kijk op de rolverdeling tussen man en vrouw te doorbreken. De opdracht Deze case richt zich op het fictieve district Gibote, in Malawi, in de buurt van Mangochi. Het district is even groot als Mangochi, heeft hetzelfde klimaat en bestaat uit evenveel land en water. Ook de bevolking is ongeveer even groot, net als de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen, de gemiddelde leeftijd en de gemiddelde levensverwachting. De bevolking is niet rijker of armer dan die van Mangochi. Er is eigenlijk maar één groot verschil: vrouwen worden in Gibote niet betrokken bij het watermanagement. En hoewel er nog geen evaluatie is geweest, is het iedereen duidelijk dat dit management al twintig jaar niet goed loopt. De meeste mensen zijn niet op de hoogte van de evaluatie in Mangochi. Wie in Gibote zou zeggen dat vrouwen managers kunnen zijn, of zelfs geschikter zijn in die rol dan mannen, zou er door de meeste mannen en vrouwen vreemd aangekeken worden. Voor hen zou dit een nieuw idee zijn, dat zij met argwaan zouden benaderen. Maak een presentatie die vijf minuten duurt. In deze digitale presentatie vat je op een heldere én aantrekkelijk ogende manier het plan samen dat jouw team heeft bedacht om meer vrouwen te betrekken bij het watermanagement in Gibote.

De beste ideeën voor case 3 1. Manage their future (Team Future Explorers) Door de oprichting van een kennis- en opleidingencentrum in Gibote kan de lokale bevolking worden opgeleid door professionals uit bijvoorbeeld Mangochi. Hierdoor ontstaat er ook een ‘ontmoetingspunt’. Centrale vraagstukken als ziekte, handel en (politieke) ontwikkelingen kunnen hier behandeld worden. Water is een centrale voorwaarde voor de ontwikkeling van een bevolking. Buiten de pure noodzaak van drinkbaar water voor de mens, is water voor landbouw en de daaraan gekoppelde economie van groot belang. Door verschillende middelen toe te passen wordt de verbetering van het watermanagement in Gibote gestimuleerd. Van belang is dat de meest geschikte kandidaten de functies krijgen. Daarnaast moeten er realistische loonsubsidies (ook voor vrouwen) in het watermanagement komen, materialen/middelen voor duizend waterpompen en middelen om watervoorzieningen (landbouw, sanitair, etc.) te verbeteren. Met deze maatregelen moeten de volgende doelen worden bereikt: – In 2012 is in het watermanagement 50 procent man en 50 procent vrouw. – Ziektes zijn in 2012 met 20 procent en in 2015 met 40 procent teruggedrongen ten opzichte van 2009. – In 2011 is er binnenlandse handel in landbouwproducten. Het is van belang de huidige rolpatronen te doorbreken. In het kennis- opleidingscentrum kun je vrouwen met voorbeeldfuncties uit buurtdistricten en naastgelegen landen laten spreken. Verder moeten mannen en vrouwen gelijke kansen krijgen voor opleidingen en moeten er alternatieven komen waardoor vrouwen de ruimte krijgen om keuzes te maken. Denk aan meer scholing voor kinderen waardoor de moeders meer tijd krijgen voor bijvoorbeeld een opleiding of een plek in het watermanagementcomité. Bij openstaande functies moeten mannelijke en vrouwelijke kandidaten op dezelfde manier worden getoetst. Ook moeten vrouwen die geld verdienen hierover zelf mogen beschikken. Voor optimale kwaliteitsbewaking en risicobeheersing van dit project is er periodiek overleg nodig. Ook vindt er maandelijks een rapportage plaats aan de in te richten stuurgroep (bestaande uit afgevaardigden van de samenwerkingspartners, Gender and Water Alliance (GWA) en een volksvertegenwoordiger). De rapportages dienen als leidraad om de voortgang te controleren. Aan de hand van deze rapportages kunnen mogelijke problemen en noodzakelijke bijstellingen vroegtijdig worden gesignaleerd. Het slagen van dit project staat of valt met de steun van de GWA. Niet alleen een financiële injectie draagt bij aan de slagingskans van het project, maar de GWA beschikt ook over een grote hoeveelheid kennis en een groot netwerk dat hieraan kan bijdragen. De Economische Voorlichtingsdienst heeft al een bedrag van 400.000 euro toegezegd voor dit project, waarmee de helft van de kosten gedekt zijn. De overige helft zou van de GWA kunnen komen. 2. Women & Water Week (Team E.A.G.L.3) De Women & Water Week is een driemaandelijks evenement dat in Gibote wordt gehouden. Een week lang worden er allerlei informatieve en inspirerende workshops, cursussen en lezingen gegeven over watermanagement en de rol van vrouwen hierin. Aan het einde van de week is er een vergadering waarin alle deelnemers in gesprek gaan met het lokale watermanagement en waar vrouwen direct invloed hebben op beslissingen. De Women & Water Week streeft er zo naar mannen en vrouwen in Gibote te overtuigen van de waardevolle rol die vrouwen kunnen spelen in watermanagement. Voor de Women & Water Week wordt een centrum gebouwd dat vlakbij de waterput gelegen is en waar organisaties het hele jaar door gebruik van kunnen maken. Dit gebouw staat symbool voor de ideeën waar de GWA voor staat. De financiering van het centrum zal door samenwerkingsverbanden met andere organisaties mogelijk gemaakt worden. Verder zal het gebouw ook voor andere activiteiten worden ingezet. Bijvoorbeeld voor toegepast onderwijs in watermanagement voor kinderen, door vrouwen die de trainingen hebben gevolgd. Niet alleen de huidige generatie leert kortom dat het belangrijk is om vrouwen in het management te hebben, maar het wordt ook vanzelfsprekend gemaakt voor hun kinderen. Om dit project te realiseren, is medewerking nodig van verschillende organisaties. Onder andere om de lezingen en workshops te verzorgen over watertechniek en -management. Voor een goede eindvergadering is het belangrijk dat alle huidige besluitvormers aanwezig zijn en bereid zijn om mee te discussiëren.

Daarom wordt de lokale overheid ook betrokken bij de organisatie van de Women & Water Week. Het programma bestaat uit lezingen, workshops, cursussen en de eindvergadering. Het is belangrijk dat de stemmen van alle betrokken groepen tijdens deze week gehoord worden. De sprekers zijn daarom afkomstig uit alle betrokken groepen. De lezingen worden op zo’n manier ingevuld dat het thema elke dag vanuit een andere invalshoek wordt behandeld. De vijf invalshoeken zijn die van de overheid, ngo’s, huidige watermanagers, vrouwen, en mannen. Sprekers zijn bijvoorbeeld leden van de Rainbow Coalition Party (een politieke partij die meer vrouwen aan de top wil) en werknemers van het Rode Kruis. De laatsten kunnen vertellen over het belang van schoon water om ziektes te voorkomen. Ook worden mannen en vrouwen uit naburig Mangochi uitgenodigd hun ervaringen met integratie van vrouwen in watermanagement te delen. De cursussen zijn erop gericht de deelnemers theoretische kennis over het thema bij te brengen. Mogelijke cursussen zijn: ‘De techniek van watersystemen’, ‘Schoon water en infectieziektes’ en ‘Managementvaardigheden’. Voor de workshops worden de deelnemers ingedeeld in kleinere groepjes waarin ze op een interactieve en vermakelijke manier met de theoretische kennis leren omgaan. De Women & Water Week werkt toe naar de eindvergadering. Hier krijgen vrouwen een platform om zichzelf te laten horen. De lezingen, cursussen en workshops zorgen ervoor dat vrouwen de nodige kennis en het zelfvertrouwen ontwikkelen om actief mee te doen in de eindvergadering. In deze vergadering bespreken de deelnemers onder andere de problemen en mogelijkheden rondom de waterput in Gibote en welke vrouwen in de watercommissie gaan deelnemen. 3. Watermanagement in Gibote (Team Amandla) Met behulp van de GWA wordt een team van vrouwen samengesteld. Aan het hoofd van dit team staat een man, die de schakel is tussen dit team en het watermanagementcomité. Doordat het team door een man wordt geordend en geleid, zal er minder weerstand zijn vanuit het watermanagementcomité. Het vrouwenteam krijgt allereerst een workshop, verzorgd door het GWA, over watermanagement, watergebruik en het opzetten van dergelijke projecten. Hierna zullen de vrouwen in staat zijn met hun kennis projecten op te zetten die het watermanagement verder helpen. Deze projecten worden door het hoofd voorgelegd aan het watermanagementcomité. De ontwikkelde projecten zullen worden gefinancierd met microkredieten. De lokale bevolking moet de projecten zelf opzetten, draaiende houden en succesvol maken. Hierdoor wordt er niet eenmalig geïnvesteerd in een waterput, maar kan er daadwerkelijk iets veranderen in het watermanagement en de leefsituatie van vele gezinnen. In het district Gibote is er sprake van toerisme bij het meer. Via reclame en acties kunnen de problemen van het district onder de aandacht worden gebracht van de toeristen. In een cultuurreis door het district leren de toeristen de lokale cultuur en bevolking kennen. Vrouwen kunnen hierbij ingezet worden als gidsen. Het geld dat met de cultuurreis wordt verdiend, gaat naar een fonds, waaruit de watermanagementprojecten kunnen worden gefinancierd.

Case 4 Laat Zuid-Afrikanen profiteren van het WK 2010 Millenniumdoel 6: bestrijding van hiv/aids, malaria en andere dodelijke ziektes Het thema: WK 2010 in Zuid-Afrika In 2010 zal voor het eerst het WK Voetbal zich afspelen op het Afrikaanse continent. De verwachtingen zijn hooggespannen. Niet alleen op sportief gebied. In gastland Zuid-Afrika gaan veel politici, organisaties en burgers ervan uit dat het WK hun land en continent een enorme boost zal geven. Bijvoorbeeld een beter imago. Maar ook economische en sociale verbetering. Sommigen geloven zelfs dat het WK het einde zal inluiden van conflicten en armoede in Afrika. Zij zien het toernooi als de start van een Afrikaanse Renaissance: een langverwacht tijdperk van groei, bloei, welvaart en welzijn. De Zuid-Afrikaanse overheid werkt intensief samen met wereldvoetbalbond FIFA om van het WK een geslaagd mega-evenement te maken. Allereerst sportief en organisatorisch. Maar zij hebben ook een ‘legacy-programma’ opgezet, compleet met eigen commissie. Het idee achter dit programma is dat het WK ‘iets goeds’ moet nalaten aan de bevolking van Afrika, in het bijzonder de bevolking van Zuid-Afrika. Iets, kortom, waarvan deze bevolking ook nog profiteert als het WK voorbij is, de supporters naar huis zijn en de voetballers weer in hun nationale competities spelen. De kritiek op het legacy-programma neemt toe. Niet eens zozeer omdat onduidelijk is wie precies verantwoordelijk is voor de inhoud en uitvoering ervan (de overheid, de FIFA of de legacy-commissie?). Maar eerder omdat de concrete plannen en activiteiten die bekend zijn, vooral betrekking hebben op het bouwen van stadions en het verbeteren van de infrastructuur daaromheen. Daarmee halen de WKorganisatoren bij lange na niet de potentie uit dit evenement, aldus critici. Het toernooi kan volgens hen veel méér betekenen voor de Zuid-Afrikaanse maatschappij en zou dat ook moeten doen. De opdracht Deze case richt zich op het hiv/aidsprobleem van Zuid-Afrika. Het WK Voetbal 2010 is bij uitstek een platform om via voorlichting de hiv/aidsproblematiek in dit land aan te pakken. En wellicht ook in omringende landen. Tegelijkertijd kan het toernooi eveneens een negatieve impact hebben op de hiv/aidsproblematiek in Zuid-Afrika, Afrika en zelfs de rest van de wereld. Experts wijzen op de risico’s. Zoals het feit dat in Afrika vier keer zoveel prostituees werken als in de rest van de wereld. Dat die vier keer zo vaak besmet zijn met hiv. Dat veel besmette prostituees van buiten Zuid-Afrika in 2010 apart naar het lucratieve WK-gastland zullen afreizen. En dat WK-supporters vaak mannen zijn: hoofddoelgroep van de prostituees. De kans dat die doelgroep door euforie, verdriet en alcohol geneigd zal zijn gebruik te maken van aangeboden diensten is groot. Ook is er door die emotionele, benevelde toeristen een extra grote kans dat daarbij onveilig wordt gevreeën. Daarnaast zullen de onwetendheid over het hogere besmettingsgevaar en het te verwachten gebrek aan gratis condooms, nadelig kunnen zijn voor de strijd tegen de verspreiding van hiv/aids. Maak een maximaal drie minuten durend filmpje. In dit digitaal te versturen filmpje vat je op een heldere én aantrekkelijk ogende manier het plan samen om via het WK Voetbal de strijd aan te gaan tegen hiv/aids in Zuid-Afrika. De beste ideeën voor case 4 1. Voetbalscholen (Team Ad unum omnes) Op voetbalscholen worden kansarme Afrikaanse jongeren opgevangen. Jongeren krijgen er les en de gelegenheid om hun voetbalkunsten verder te ontwikkelen. Als tegenprestatie geven zij voorlichting over aids aan leeftijdsgenoten. De scholen zijn voor jongens en meisjes: vrouwenvoetbal ontwikkelt zich steeds meer en biedt dus ook goede kansen voor meisjes. Daarnaast is het belangrijk deze groep niet uit het oog te verliezen. Meisjes hebben vaak op jonge leeftijd al kinderen. Dit vergroot de kans op hiv en aids. Doordat meisjes naar de voetbalschool gaan, wordt de kans kleiner dat ze vroegtijdig zwanger raken en gaan ze een

betere toekomst tegemoet. Bovendien zal de voorlichting die deze meisjes aan meisjes buíten de school geven extra effect hebben: meiden die voorlichting krijgen van leeftijdsgenoten zijn daar gevoeliger voor dan wanneer de informatie van volwassen komt die verder van hun belevingswereld afstaan. Om de motivatie van jongeren te vergroten, worden voetballers die oorspronkelijk uit Zuid-Afrika komen, uitgenodigd de voetbalscholen te bezoeken om de jongeren te laten zien wat ze hebben bereikt. Eventueel zouden ze les kunnen geven. Door op de voetbalscholen reguliere lessen te bieden, zullen ook andere problemen worden verholpen. Jongeren krijgen zicht op een toekomst en worden van de straat gehouden. Dit zorgt ervoor dat criminaliteit en prostitutie afnemen. Tegelijkertijd zorgt het ervoor dat meer jongeren verder zullen gaan met het volgen van onderwijs. Uiteraard blijven de voetbalscholen ook na afloop van het WK bestaan. In ruil voor de faciliteiten op de voetbalscholen zullen de jongeren helpen bij de voorlichtingscampagnes die tijdens het WK worden gehouden. Dit kan betekenen dat ze de al bestaande organisaties, die tijdens het WK aanwezig zijn, helpen en ondersteunen. Daarnaast kan de FIFA ieder land vragen om een speler aan te wijzen die wil functioneren als ambassadeur. De ambassadeurs krijgen een hiv/aidspatiënt als buddy. Samen kunnen zij tijdens het WK figureren in een campagne tegen hiv/aids. Dankzij deze campagne moet bijvoorbeeld het taboe doorbroken worden dat hiv/aids overdraagbaar is als je iemand aanraakt. 2. Play it safe, play it together! (Team Amandla) Om de problemen rondom het WK te lijf te gaan is gecoördineerde samenwerking onder leiding van de legacy-commissie nodig. De betrokken partijen bestaan uit supporters, de lokale bevolking en prostituees. Aan elk van deze groepen worden zowel lokale als internationale organisaties gekoppeld. De bedoeling is dat al deze organisaties met elkaar samenwerken onder leiding van de legacy-commissie. Reisorganisaties kunnen een belangrijke rol spelen in het geven van voorlichting over hiv/aids aan supporters. Veel supporters zijn namelijk niet op de hoogte van de gevaren van deze ziekte. Daarnaast bieden veel reisorganisaties all inclusive-reizen aan, waardoor Zuid-Afrikanen geen mogelijkheid krijgen om handel te drijven met de supporters. De rol van de reisorganisaties moet dan ook tweeledig zijn: zowel voorlichting geven als de supporters in contact brengen met de lokale bevolking zodat deze kunnen profiteren van de aanwezigheid van Westerse supporters. De legacy-commissie moet de FIFA voetbalbond wijzen op hun belofte om voetbalveldjes aan te leggen in de townships en deze ook te onderhouden. Op deze veldjes kunnen sportactiviteiten georganiseerd worden, waar vervolgens op een speelse manier voorlichting aan gekoppeld wordt over hiv en aids. De legacy-commissie kan hiervoor samenwerken met jongerenwerkers uit de townships, lokale ngo's en het medisch personeel ter plaatse, dat gespecialiseerd is in hiv/aids. Daarnaast kan de legacy-commissie op FIFA-locaties in het land een Afrika Forum opzetten waar supporters naar culturele optredens (dans en muziek) kunnen. Ook kunnen er workshops en tentoonstellingen worden georganiseerd. Lokale ngo's worden uitgenodigd om het programma te helpen verzorgen zodat ook hier aandacht wordt besteed aan hiv/aids. De legacy-commissie kan de boodschap nog extra kracht geven door ‘The Elders’ uit te nodigen om mee te werken aan het Afrika-forum. ‘The Elders’ is een groep ervaren wereldleiders – waaronder Nelson Mandela en Desmond Tutu – die hun morele autoriteit inzetten om conflicten te vermijden en problemen als hiv/aids op te lossen. Door hun deelname aan het Afrika Forum en het promoten hiervan in de media, zullen zij veel mensen aantrekken, waardoor vervolgens veel mensen bewust worden van de gevaren van hiv/aids. In Zuid-Afrika werken op dit moment vier keer zoveel prostituees als in de rest van de wereld. Veel van hen zijn besmet met het hiv-virus. Door onveilig te vrijen kunnen zij dit makkelijk overdragen aan hun klanten. Veel van deze prostituees zijn zich niet bewust van de gevaren van hiv/aids. Met behulp van een voorlichtingsprogramma komt hier verandering in. Dit programma gaat in op de manieren waarop hiv/aids verspreid wordt, veilig vrijen – waarbij condooms verstrekt zullen worden – en de medicatie die nodig is tegen hiv/aids. De materialen voor dit voorlichtingsprogramma worden verstrekt door de EAA, een

organisatie die strijdt tegen hiv/aids over de hele wereld. Daarnaast gaan de prostituees een begeleidingstraject in. De organisatie Aim for Human Rights helpt daarbij. Deze organisatie heeft een aparte afdeling, genoemd de Women’s Human Rights. Die afdeling komt op voor de rechten van de vrouw. Dankzij dit traject krijgen de vrouwen de mogelijkheid om hun leven drastisch te veranderen. Met behulp van microkredieten worden in de WK-steden, oftewel steden met een stadion, restaurants geopend waar typisch Zuid-Afrikaans eten wordt geserveerd. Hier kunnen de ex-prostituees aan de slag gaan als kok, serveerster of manager. Zo zijn ze verzekerd van een inkomen en hoeven ze niet terug te keren naar de prostitutie – waar ze in de meeste gevallen door omstandigheden (gedwongen) in belandden. De winst die de restaurants maken, gaat naar de voorlichtingsprogramma’s en de hiv/aids-medicatie die de meeste ex-prostituees nodig hebben. De restaurants worden opgenomen in de all inclusive-aanbiedingen van de reisorganisaties die WK-reizen aanbieden. Zo komen de ex-prostituees in contact met WK-supporters en kunnen zij vertellen over de verandering in hun leven. De WK-supporters worden zo ook bewust gemaakt van de hiv/aids-situatie in het land. En ze leren de Zuid-Afrikaanse keuken kennen. 3. Show me your number (De Toppers!) Om verspreiding van hiv/aids tijdens het WK tegen te gaan, zijn al vele projecten opgezet. Zo werken bijvoorbeeld het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en de stichting Stop Aids Now! samen met de Zuid-Afrikaanse overheid. Ze steunen meer dan honderd projecten, zoals ‘Show me your number’. In het kader van dit project gebruiken de juniorspelers van het Zuid-Afrikaanse nationale team hun heldenstatus om voorlichting te geven aan de bevolking. Ze gaan het hele land door om met mensen te voetballen, voorlichting te geven over aids en te vertellen waarom het belangrijk is dat iedereen zijn eigen hiv-status weet. Om dat laatste kracht bij te zetten, laten de spelers zich ter plekke testen. Hierdoor wordt de drempel voor veel mensen om zich ook te laten testen een stuk lager; van de vijfhonderd mensen die gemiddeld op deze acties af komen, laat 30 tot 50 procent zich testen. Het is duidelijk dat de acties effect hebben. Mensen die positief blijken te zijn kunnen medicatie gebruiken waardoor hun levensduur verlengd en verbeterd wordt. Ook aan de bezoekers van het WK is gedacht. De medische staf is voorbereid, ze heeft contacten met hotels en zorgt voor voorlichting op het vliegveld. Zodra supporters aankomen zien ze de voorlichtingsstands en krijgen ze condooms en folders. Deze worden ook uitgedeeld in de stadions en in horecagelegenheden. Als er toch iets misgaat en een toerist bang is voor besmetting, is direct medische hulp beschikbaar. Mensen kunnen naar Zuid-Afrika komen om te genieten van het WK, zonder angst voor hiv/aids. Zo zijn er plannen om bij de ingangen van elk stadion, voorafgaand aan de wedstrijden, condooms uit te delen. Het zou goed zijn om dit uit te breiden door vlak voor de wedstrijd in het stadion aandacht te vragen voor het hiv/aidsprobleem, uit te leggen wat de risico's zijn en aan te geven hoe men die kan vermijden. Alle mensen die hierbij betrokken zijn, zijn Zuid-Afrikanen die worden gestimuleerd thuis en in de buurt over de hiv/aidsproblematiek te vertellen, zodat steeds meer mensen er kennis van nemen. De bevolking wordt zo geïnformeerd over hiv/aids en leert dat zij actie kan ondernemen door zich te laten testen en veilig te vrijen. Het project ‘Show me your number’ kan worden verbonden aan de legacy-commissie. Deze commissie heeft tot nu toe geen kans gecreëerd om het hiv/aidsprobleem tijdens het WK onder de aandacht te brengen. Ze zal dit alsnog kunnen doen. Door de legacy-commissie en ‘Show me your number’ aan elkaar te verbinden, worden krachten gebundeld om de strijd aan te gaan tegen hiv/aids in Zuid-Afrika.


De wereld wordtcomplexerals je groter wordt