Issuu on Google+

Departement Werk en Sociale Economie

64.

maandag 24 augustus 2009

Binnenstebuiten

In onze reeks Binnenstebuiten stellen we elke maand een overheidsdienst aan u voor. We praten met de mensen die er werken en met de mensen die gebruikmaken van de diensten. Deze week is het Departement Werk en Sociale Economie aan de beurt.

Werk 0 Op pad met inspecteurs van Werk en Sociale Economie

Een van de taken van het Departement Werk en Sociale Economie is de inspectie van de werven en werkplekken. Wij gingen op pad met vier inspecteurs.

“Ze zien ons graag komen” Een zonnige donderdagochtend in de Kempen. We zijn op pad met vier inspecteurs - drie jonge mannen en een vrouw – van Werk en Sociale Economie. Het is - met permissie - een ‘allegaartje’ van universitair geschoolden: filosofen, theologen en economisten.

0 Hun echte namen hebben ze lie­

ver niet in de krant. We noemen ze Elke, Koen, Frank en Steven. Hun target is een bouwwerf in het dorp B. Terwijl de adrenaline ons hartrit­ me verstoort, brengen ze in de ano­ nieme wagen rustig orde in hun ‘in­ spectiebenodigdheden’. Vlak nadat we het dorp B. zijn uitgereden, verlaat de wagen plots de hoofdbaan en draait bruusk een stoffige zijweg in. We rijden langs een bouwwerf van een appartements­ gebouw in opbouw en zien de bouw­ vakkers vreemd opkijken. Even ver­ derop wordt langs de weg gestopt. Vanaf dan gaat het snel en doortas­ tend. De vier inspecteurs lopen elk gezwind naar een van de vier uithoe­ ken van de werf. De bouwvak­ kers zijn duidelijk verrast. Als de inspecteurs elk van hen hun identiteitsdocumen­ ten vragen, gebaren die van krommenaas.

Foto Hilde VAN GeiRt

Al snel blijkt dat vrijwel geen van hen een officieel document uit zijn overall kan vissen. Dan komt de werfleider op de proppen. Tot onze verbazing begint hij niet de vermaledijde inspecteurs uit te foeteren maar geeft hij zijn werkvolk er vanlangs. “Honderd keer zeg ik hen: neem je paspoort mee. Het pakt niet.” In het bijzijn van de inspecteurs belt hij ook demonstratief naar zijn secre­ taresse op het bureau en spelt hij haar met veel dramatiek de les. “Morgen is alles in orde”, belooft hij de inspec­ teurs. De opgegeven identiteitsgege­ vens werden telefonisch geverifieerd en bleken te kloppen. Als de inspectie zo goed als afgelo­ pen is, komt er plots nog een bouw­ vakker uit een chemisch toilet tevoor­ schijn. Toeval of niet: ook hij kan geen enkel document voorleggen.

De inspecteurs moeten hoofdza­ kelijk controleren of de buitenlandse werknemers wel over een arbeids­ kaart beschikken die hen toelaat in België te werken. Naast bouwwerven mogen ook horecabedrijven rekenen op onaangekondigd bezoek . “Als je een horecazaak binnenstapt, moet je overal ogen hebben”, vertelt Steven. “Het gebeurt wel eens dat een zwart­ werkende ober plots plaatsneemt aan een tafeltje en zich voordoet als een van de klanten.” Maar de meeste zaken en werven die we controleren, zijn in orde”, zegt

Bedreigd Voor de vier inspecteurs zijn der­ gelijke opdrachten duidelijk routine­ klussen. “Ik heb gisteren eerst een ver­ kenningsronde gemaakt in de streek en een aantal werven uitgekozen”, zegt Frank. “Onverwachte controles doen we samen met een aantal col­ lega’s. Dan kunnen we alle mogelij­ ke vluchtroutes in het oog houden. Maar in al die jaren ben ik nog nooit bedreigd geweest. De bouwvakkers beseffen ook dat een agressieve hou­ ding in hun nadeel werkt.”

werknemer’ dekt voor de inspecteurs vele ladingen: ook au pairs en gespecialiseerde Indische koks vallen eronder. “Vooral bij au pairs stellen we veel inbreuken vast”, zegt Steven. “Volgens de wetgeving zijn dit jongeren die naar hier komen met als doel kennis te maken met de taal en de cultuur. Maar in de praktijk zijn de meisjes vaak niet meer dan goedkope huishoudhulpjes. Ze

Koen. “Zij zien ons ook graag komen. Zaken die zwartwerkers tewerkstel­ len, ondermijnen de markt en doen aan oneerlijke concurrentie.”

Makelaars Het controleren van arbeidskaar­ ten, de zogenaamde ‘migratiecon­ trole’, is maar een beperkt onderdeel van het werk van de inspecteurs. “We controleren ook de zogenaamde ar­ beidsbemiddelaars”, zegt Elke. “Dat zijn ondermeer de uitzendkantoren, makelaars van sporters of boekings­ kantoren die schouwspelartiesten

onder contract hebben. Een make­ laar van een sporter mag maar een commissieloon van 7 procent van het jaarinkomen van de speler opstrijken. Een uitzendkantoor moet zich ook aan een gedragscode houden. Het mag bij­ voorbeeld allochtone werkzoekers niet discrimineren.” De inspecteurs Werk en Sociale Eco­ nomie hebben een uitgebreid pakket controleopdrachten. Zo controleren ze ook de subsidies van onder meer be­ schutte werkplaatsen en de uitkering van Europese subsidies aan Europese tewerkstellingsprojecten.

Beschermengelen van au pairs tot Indische koks M M Het begrip ‘buitenlandse

moeten veel meer werken dan toegelaten. We moeten controleren of ze een vergoeding krijgen, een cursus volgen en fatsoenlijk gehuisvest worden. Dat is een gevoelige zaak omdat we dan bij mensen thuis moeten gaan controleren.” Een andere specifieke groep zijn de Indische koks. “In de Antwerpse diamantsector zijn nogal wat Indiërs actief”, vertelt Koen. “Vaak volgen die een speciaal dieet voorgeschre-

ven door hun religie. Om dat te kunnen klaarmaken, laten ze een kok overkomen. Deze mensen zijn dikwijls niet goed op de hoogte van hun rechten en plichten in België als werknemer. Hierin proberen we als inspectie in de eerste plaats zowel de werkgever als de werknemer goed te informeren. Indien er dan toch misbruiken worden vastgesteld, wordt hier uiteraard tegen opgetreden.”

.65

maandag 24 augustus 2009

De grote baas: secretaris-generaal Dirk Vanderpoorten

“We werken in de schaduw van de minister” maar lichten hem in via interne nota’s. We staan kritisch tegenover het beleid, maar steeds op een constructieve manier. We komen altijd met alternatieven.

Dirk Vanderpoorten is de secretaris-generaal van het departement Werk en Sociale Economie (WSE). In die functie is hij een van de topambtenaren van Vlaanderen. “We werken in de schaduw van de minister”, beweert Vanderpoorten. “Hij is onze voornaamste klant. Zijn politieke agenda bepaalt ons werk.”

0 We worden vandaag geconfronteerd met een financiële crisis. Voelt u zich dan geroepen om het beleid van de minister bij te sturen?

We moeten daarin bescheiden zijn. Ook de politici hadden snel door dat er een crisis zat aan te komen. Mijn diensten zijn vanaf dat moment de financiële ontwikkelingen en trends nauwer gaan opvolgen. Dat heeft geleid tot het opstellen van een crisisbarometer waarbij een aantal nieuwe parameters worden samengebracht. Op die manier kunnen we de crisis van maand op maand volgen en de problemen beter duiden.

0 WSE is een departement met duizend-en-een opdrachten. Kan u eens concreet maken wat uw departement uitvoert?

Dirk Vanderpoorten: Zoals elk departement staan we in voor de ‘beleidsontwikkeling’. We moeten de minister, en bij uitbreiding de Vlaamse regering, ondersteunen bij alles wat hij wil bereiken op het domein van werk. Als er een nieuw decreet opgesteld moet worden, bereiden we een ontwerp voor. Wil een burger of een belangenvereniging een probleem aansnijden, dan volgen we dat mee op. Maar we kijken voor de minister ook naar de toekomst. Mijn adviseurs evalueren constant de sociaaleconomische situatie. We suggereren de minister maatregelen zodat hij tijdig kan inspelen op nieuwe ontwikkelingen in de samenleving.” Tot slot volgen we ook de agentschappen op die onder ons ministerie vallen. Dat zijn SYNTRA, de VDAB, het Subsidieagentschap en het Europees Sociaal Fonds. Alle vier hebben deze een beheerscontract met de minister waarin staat wat ze de komende vijf jaren moeten uitvoeren. Ik gebruik de term niet graag maar in feite zijn we een soort technisch kabinet van de minister, zonder politieke bindingen. We blijven doelbewust op de achtergrond. 0 Houdt u soms uw hart niet vast: politici doen nogal graag grote

0 Welke uitdagingen ziet u voor de nieuwe minister van werk?

Foto Jan van der perre

beloften.

Op het Vlaamse niveau doen de ministers vrij realistische voorstellen. Maar we volgen wel continu zijn doelstellingen op, en dat is niet altijd leuk voor de minister. Als het misloopt en bepaalde beloften niet worden gehaald, krijgt hij dat van ons te horen. We lopen daar niet mee naar de pers - ik ben geen klokkenluider -

Voor Vlaanderen is dat zeker de vergrijzing. Met alle middelen moeten we de vijftigplussers gaan activeren. In het verleden is dat nog onvoldoende gelukt. Vandaag mag er dan al sprake zijn van een overaanbod, maar dat kan snel keren. Eenmaal onze economie opnieuw in gang geschoten is, zullen we zeer snel weer geconfronteerd worden met een tekort op de arbeidsmarkt. Een tweede uitdaging wordt het verder ontwikkelen van het ‘competentiedenken’ en alle aspecten die daaraan vasthangen. Zo moeten we zorgen voor een betere aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. Want ondanks het feit dat we in Vlaanderen een zeer goed onderwijssysteem kennen, is de uitval van de zogenaamde ongekwalificeerden - mensen die het onderwijs verlaten zonder diploma - nog heel groot. Daar zal de volgende minister zeker mee geconfronteerd worden maar ook onze eigen agentschappen de VDAB en SYNTRA.

Projectontwikkelaar Elke: “Ik voel me een huisarts voor bedrijven” Al ruim tien jaar proberen ambitie dan alleen maar beprojectontwikkelaars reiken dat allochtonen, als Elke Schellekens vijftigplussers of minbedrijven en dervaliden meer kanorganisaties sen krijgen op een te overtuigen baan. “We richten ons van het grote ook op het personeel voordeel van een dat vandaag al in het diversiteitsplan om bedrijf werkt’, zegt Elke. “Hoe kan je bijvoorbeeld hun personeelsbeleid te verbeteren. Dat vijftigplussers langer lukt maar met Elke Schellekens. Foto Gva aan de slag houden? Een transportbedrijf mondjesmaat. “Jammer genoeg kennen hield bijvoorbeeld een zestigjarige de bedrijven ons nog chauffeur in dienst als mentor om onvoldoende,”zegt ze. “Het jonge chauffeurs mee op te leiden. gebeurt nog te weinig dat ze Jongere werknemers kan je blijvend motiveren door interne opleidingen ons zelf contacteren.” en doorgroeikansen aan te bieden 0 Nochtans bieden diversiteitsplan- of glijdende werktijden mogelijk te nen enkel voordelen. Werkgevers die maken. Voor werknemers met een een diversiteitsplan inzetten om hun handicap kan je een speciale begepersoneelsbeleid te verbeteren, krij- leiding opzetten.” gen - afhankelijk van hun engagement – subsidies die kunnen oplopen Echte waardering Wat zo’n diversiteitsplan kan betetot 15.000 euro. Bovendien is het advies van de projectontwikkelaars die kenen voor kwetsbare werknemers van een bedrijf verduidelijkt Elke hen daarbij ondersteunen gratis. graag met een concreet voorbeeld. “Indaver is een bedrijf dat in de regio Huisarts Diversiteitsplannen zijn subsidie- vooral gekend is voor het sorteren instrumenten waarmee de Vlaamse van afval. In dergelijke jobs tref je overheid niet alleen bedrijven, maar vaak kansengroepen aan: in de vesook organisaties of lokale besturen tiging in Willebroek werken bijvoorde kans wil geven een duurzaam beeld heel wat allochtonen, laaggepersoneelsbeleid te ontwikkelen. schoolden en oudere werknemers. “De diversiteit moet daarbij alle Het bedrijf investeert enorm in die kansen krijgen”, zegt Elke. Wij fo- werknemers. Anderstalige werknecussen vooral op de tewerkstelling mers krijgen bijvoorbeeld lessen Nevan drie kansengroepen: allochto- derlands, leidinggevenden worden nen, vijftigplussers en personen met gecoacht en men denkt eraan om alle werknemers een cursus rond divereen arbeidshandicap.” Elke vergelijkt haar taak als pro- siteit aan te bieden. Ook werken ze jectontwikkelaar met die van een met competentieprofielen waardoor huisarts. “We gaan eerst praten met de mensen ondervinden dat ook een de werkgevers en stellen dan een afvalsorteerder veel vaardigheden ‘diagnose’. Is er ruimte in hun per- moet hebben. Op die manier voelen soneelsbeleid voor meer diversiteit, de medewerkers zich echt gewaardan zoeken we samen naar mogelijk- deerd in hun beroep.” heden om daaraan te werken.”

Ambities Diversiteitsplannen hebben meer

i

www.werk.be/wg/ diversiteitsplannen

Ervaringsbewijs: Yes I can Wie vandaag niet over een diploma beschikt, kan het op de arbeidsmarkt wel schudden. Toch verrichten nog duizenden vrouwen en mannen zonder enige kwalificatie al jaren hetzelfde werk, en dit tot eenieders voldoening. Maar ook zij dreigen wegens strengere diploma-eisen uit de boot te vallen. Het behalen van een ‘ervaringsbewijs’ betekent voor velen van hen een reddingsboei. Zo ook voor honderden begeleiders in de buitenschoolse kinderopvang. 0 De term ‘ervaringsbewijs’ dekt de

lading: het is een officieel bewijs dat iemand over voldoende ervaring be-

schikt om een werk te kunnen uitvoeren. “Een ervaringsbewijs biedt mensen die het beroep al uitoefenen of relevante ervaring hebben opgedaan de mogelijkheid om die ervaring officieel te laten valideren”, zegt Tanja Camps, coördinator van de vzw KIKO, de Koepelorganisatie voor Initiatieven Buitensschoolse Kinderopvang in Turnhout. “Omdat de initiatieven voor buitenschoolse kinderopvang (de IBO’s) gestart zijn als tewerkstellingsprojecten voor kortgeschoolden, werken er nog steeds overwegend begeleiders zonder hoger diploma. De sector kwam in de problemen toen Kind en Gezin bijkomende kwalificatievereisten stelde aan de begeleiders. Ze moesten of terug naar de schoolbanken of ze

liepen het risico hun werk te verliezen. Het ervaringsbewijs was voor hen een welgekomen alternatief.”

werkgesteld in de buitenschoolse kinderopvang. Ondertussen is de bekendheid dusdanig groot dat ook werkzoekenden met releTesten vante ervaring zich Al sinds 2006 coörkandidaat stellen. dineert Tanja voor gans Het ervaringsbewijs Vlaanderen de testen verhoogt niet alleen om een ervaringsbede kans op tewerkwijs van begeleider in Tanja Camps. Foto Gva stelling, het verhoogt de buitenschoolse kinook het zelfvertrouderopvang te kunnen behalen. “Het wen en het gevoel van eigenwaarde is een enorm succes”, zegt ze. “On- van de mensen. dertussen hebben we ongeveer 300 De eigenlijke test neemt maar één kandidaten zien passeren. Zestig dag in beslag: de kandidaten wortot zeventig procent van de deelne- den onderworpen aan praktische mers slaagt. De eerste aanvragen proeven en een diepte-interview en kwamen vooral van begeleiders te- nadien op de werkvloer van een kin-

deropvang geobserveerd door twee beoordelaars. Knelpuntberoepen Het ervaringsbewijs werd destijds ingevoerd voor tien beroepen, vandaag komen er al meer dan veertig in aanmerking. “Het gaat vooral om knelpuntberoepen en beroepen waarvoor geen diploma bestaat”, zegt Tanja Camps. “In de buitenschoolse kinderopvang zijn mensen nog in een nepstatuut tewerkgesteld met lage verloning en onaantrekkelijke werkuren. Die banen worden steeds moeilijker ingevuld.”

i

De volledige lijst van beroepen die in aanmerking komen voor een ervaringsbewijs, vind je op www.ervaringsbewijs.be.

52.

dinsdag 25 augustus 2009

Binnenstebuiten

In onze reeks Binnenstebuiten stellen we elke maand een overheidsdienst aan u voor. We praten met de mensen die er werken en met de mensen die gebruikmaken van de diensten. Vandaag is het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie aan de beurt.

Werk 0 Op bezoek bij projecten gesteund door het Vlaamse Subsidieagentschap Werk en Sociale Economie

Het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie is een agentschap met een ‘roeping’. Het verzacht de ‘harde’ wetten van de arbeidsmarkt door sociale maatregelen en initiatieven.

Het takenpakket van het Subsidieagentschap Het agentschap ondersteunt en voert het werkgelegenheidsluik van de Vlaamse ministers van Werk en Sociale Economie uit. Het focust op zwakkere sociale groepen of beroepen die slecht in de markt liggen.

Het agentschap erkent en subsidieert voorzieningen in de sociale economie: • Beschermde en Sociale Werkplaatsen voor mindervaliden en langdurige werklozen. • Lokale diensteneconomie-projecten zoals strijkateliers, klusjesdiensten en occasionele kinderopvang voor langdurig werklozen. • Invoegbedrijven.

Het agentschap voert tewerkstellingsmaatregelen uit om de positie van doelgroepen, meestal langdurige werklozen of mensen met een arbeidshandicap, op de arbeidsmarkt te versterken. De initiatieven creëren jobs in aparte statuten en in het meest ideale geval stromen de werknemers door naar de reguliere arbeidsmarkt. • Geco- en dacstatuten voor laaggeschoolde, langdurig werklozen. • Werkervaringsprojecten voor langdurig werklozen. Het agentschap coördineert aan-

moedigingspremies zoals zorgkrediet, ouderschapsverlof en opleidingskrediet. Het agentschap reikt de arbeidskaarten uit aan buitenlanders die in Vlaanderen wensen te werken. Het agentschap reikt ervaringsbewijzen voor een groot aantal beroepen uit, waardoor mensen zonder het juiste diploma hun in de praktijk verworven competenties kunnen laten testen en een attest verwerven om hun kansen op de arbeidsmarkt verhogen.

i

www.werk.be

Okido vangt twee vliegen in één klap In de gebouwen van een voormalige suikerfabriek in Merksem vind je kinderopvang Okido. Het is een ‘depannagedienst’ voor ouders met nood aan dringende kinderopvang. 0 Bovendien zorgt het dankzij de

steun van het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie voor broodnodige kinderverzorgsters. Okido is een wereld op zich: bruin, zwart en blank ravotten onder elkaar en spinnen samen een kleurrijke caleidoscoop. “Echt onwaarschijnlijk hoeveel nationaliteiten we hier opvangen”, zegt coördinator Ariane D’Hondt. “Onze vier kinderverzorgsters komen elk uit een ander werelddeel. Van sommige bevolkingsgroepen had ik nog nooit gehoord. Fantastisch!”

Speciaal geval De Okido’s zijn inderdaad ‘buitengewone’ kinderopvanginitiatieven. Zo moet je als ouder geen ellenlange wachtlijsten trotseren zoals bij de meeste ‘reguliere’ opvangdiensten. “Je kan je kind hier naartoe brengen als je onverwacht nood hebt aan opvang”, zegt Ariane. “Veel werkloze vrouwen moeten van de VDAB cursussen gaan volgen maar kunnen dat niet omdat ze voor hun kinderen geen opvang hebben. Voor dergelijke occasionele opvang kunnen ze terecht bij de Okido’s. Anderen gebruiken ons om te gaan solliciteren of voor een doktersbezoek. In principe is de opvang voor zes maanden, maar we zetten niemand op straat.” Knelpuntberoepen Naast de nood aan bijkomende kinderopvang is er op de arbeidsmarkt ook een voortdurend gebrek aan kinderverzorgsters. Dankzij de financië-

Niks zo leuk als lekker kliederen met vingerverf. Foto’s patrick de roo

le steun van het Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie’ kunnen jonge vrouwen bij Okido een praktijkgerichte opleiding ‘kinderverzorgster’ volgen. “Veel vrouwen uit onze doelgroepen willen niet liever dan aan de slag te gaan als kinderverzorgster”, zegt David Feremans, diensthoofd ‘screening en ondersteuning’ van het agentschap. “In deze Okido’s creëren we extra tewerkstelling waar die vrouwen onder begeleiding van gediplomeerde kinderverzorgsters de job kunnen leren. Op die manier kunnen ze het diploma van kinderverzorgster behalen en later doorstromen naar de reguliere kinderopvang” Het agentschap financiert zowel het loon van de vrouwen die opleiding volgen als dat van de kinderverzorgsters die hen begeleiden. 1 miljoen euro extra Okido’s vind je verspreid over heel ‘groot Antwerpen’, meestal gevestigd

in buurten waar veel doelgroepen samenwonen: kansarmen, vluchtelingen en nieuwkomers. Meer dan de helft van de klanten zijn alleenstaande moeders. Samen zijn de Okido’s goed voor 190 opvangplaatsen. Maar de stad schreeuwt om bijkomende kinderopvang. “Omdat de behoefte zo groot is, investeren we 1 miljoen euro extra in nieuwe kinderopvang”, zegt schepen Robert Voorhamme, bevoegd voor onder meer onderwijs en werk. “Daarmee hopen we de capaciteit te verdubbelen.” Uit een enquête die de stad Antwerpen onlangs liet uitvoeren, bleek dat de Okido’s hun doel zeker bereiken: 56 procent van de vrouwen die een beroep deden op deze occasionele kinderopvang volgden een opleiding, 28 procent heeft recent werk gevonden.

Een goed geolied agentschap 0 Het Vlaams Subsidieagent-

schap voor Werk en Sociale Economie behaalde onlangs het EFQM-certificaat: een Europees kwaliteitslabel waarmee het agentschap bewijst overheidsmiddelen op een verantwoorde manier te besteden. “Om dit label te behalen hebben we ons agentschap op de belangrijkste domeinen doorgelicht”, zegt David Gelders, staflid kwaliteitsmanagement en monitoring. “Het EFQM-certificaat is meer een methode om je werking voortdurend te bevragen en te verbeteren. Want elke evaluatie leidt opnieuw naar verbeterprojecten die op hun beurt weer opnieuw geevalueerd worden.” Met het behalen van het EFQMcertificaat toont het agentschap aan dat het streeft naar een goed geoliede interne werking en een kwalitatieve dienstverlening voor zijn ‘klanten’. “We geven ermee aan dat we onze werking serieus nemen en een kwalitatieve dienstverlening willen aanbieden” zegt David Gelders. “Er wordt tijdens de procedure dan ook zwaar gehamerd op de tevredenheid van de klanten.” Het EFQM-certificaat leidde onder meer naar het optimaliseren van de bereikbaarheid van het agentschap. “Klanten die ons telefonisch trachten te bereiken, werden in het verleden te dikwijls doorgeschakeld”, zegt David Gelders. “Dat kwam omdat we op onze briefwisseling enkel het algemeen gratis nummer vermeldden. De telefoniste moest dan telkens uitzoeken wie de klant het best kon verderhelpen. Nu wordt op de briefwisseling in veel gevallen het nummer van de dossierverantwoordelijke vermeld. Ook werd er voor de medewerkers een opleiding ‘klantvriendelijk telefoneren’ georganiseerd.”

.53

dinsdag 25 augustus 2009

Sector van de beschutte werkplaatsen stelt 20.000 mensen tewerk

“Het is hard werken, geen bezigheidstherapie” W.A.G., de bedrijfsnaam van de kartonfabriek uit Antwerpen, dekt de lading: Werk Aan Gehandicapten. W.A.G. bestaat sinds 1963 en is een van de 68 beschermde werkplaatsen in Vlaanderen die subsidies en advies krijgen van het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie.

Een andere subsidievoorwaarde is dat W.A.G. over een sociale omkadering beschikt. “Onze sociale dienst is vaak erg belangrijk. Sommige mensen kunnen amper lezen. Onze maatschappelijke werkers vangen hen vaak op voor ze aan het werk gaan, zodat ze niet de ganse dag zenuwachtig zijn omwille van muizenissen over bijvoorbeeld een brief van de bank.”

0 Bij de W.A.G. werken 157 mensen

Volwaardig Ondanks deze sociale omkadering voelen de arbeiders van de W.A.G. zich volwaardige werknemers. “Als buitenstaanders hun vragen waar ze werken, antwoorden ze niet: “in een beschermde werkplaats”, maar

met een handicap en nog eens 30 bedienden in de ‘sociale omkadering’. Het bedrijf is gespecialiseerd in het maken van kartonnen displays in opdracht van talloze bedrijven. Verder beschikt W.A.G. over een afdeling ‘verzending en verpakking’ en over een eigen drukkerij.

wel “in de kartonfabriek”. Ze moeten hier ook hard werken voor hun boterham. Het is zeker geen bezigheidstherapie.” Het Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie keert jaarlijks 210 miljoen euro uit aan de beschermde werkplaatsen in Vlaanderen. “Dat bedrag gaat uitsluitend naar de lonen van de mensen met een handicap en deels naar de sociale dienst en de monitoren”, zegt David Feremans. “We verwachten dat een beschermde werkplaats op zijn minst break-even draait. Is een beschermde werkplaats verlieslatend, dan kan ze verplicht worden tot managementondersteuning door

een adviesbureau.” “Onze werknemers betalen die subsidies voor een groot deel terug”, meent André Oomen. “Indien beschermde werkplaatsen niet bestonden, dan moesten ze opgevangen worden in dagcentra en dat kost stukken meer.” Doorstromen Voor het Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie is het belangrijk dat de ‘werkvaardigheden’ van de arbeiders van een beschermde werkplaats toenemen. “Op die manier proberen we hen te laten doorstromen naar de gewone arbeidsmarkt, uiteraard met de no-

dige bijkomende zorgen”, zegt David Feremans. “Dat gebeurt echter niet vaak”, zegt André Oomen. “Als onze mensen gaan solliciteren bij een gewoon bedrijf, krijgen ze vaak niet eens de kans om zich te bewijzen. Je moet ook realistisch zijn: meestal hebben ze een verstandelijke handicap en blijven ze hier werken tot hun pensioen.” In Vlaanderen vertegenwoordigen de beschermde werkplaatsen 14.000 voltijdse plaatsen wat neerkomt op 15.000 werknemers. Daarbij komen nog eens 2500 tot 3000 valide mensen die hen begeleiden. In totaal stelt de ‘sector’ 20.000 mensen te werk.

Werk op maat De grote werkhal staat net als bij andere bedrijven vol met kreunende en ingewikkelde machines. “Het eerste wat we doen als we zo’n machine binnenkrijgen, is de automatische piloot uitschakelen”, zegt directeur André Oomen, terwijl hij ons een rondleiding geeft. “Dat zou veel te gevaarlijk zijn voor onze mensen. We zijn soms maanden bezig om hen nieuwe handelingen aan te leren. Maar dat behoort tot onze taken. Het werk wordt hier aangepast aan de mensen en niet andersom.” Hart Dit ‘menselijke’ denken is het kloppende hart van een beschermde werkplaats. Voor de rest draait het bedrijf mee volgens de harde economische wetten. “Toch moet een beschermde werkplaats een vzw-statuut hebben” zegt David Feremans. “De winsten moeten terugvloeien naar de voorziening en niet om ten goede te komen van de werknemers.”

“Als je onze werknemers vraagt waar ze werken, zeggen ze niet in de beschermde werkplaats, maar in de kartonfabriek”, antwoordt directeur André Oomen. Foto patrick De roo

Aanmoedigingspremies zijn vooral een vrouwenzaak Al wie een tijdskrediet of een loopbaanonderbreking neemt, kan rekenen op een extra aanmoedigingspremie van de Vlaamse overheid. 0 De dienst Aanmoedigingspremie

van het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie behandelt deze aanvragen voor werknemers uit zowel de openbare, de privé- of de ‘social profit’-sector. Het gaat onder meer over zorgkrediet, opleidingskrediet, ouderschapsverlof, landingsbaan en overbruggingskrediet. Enkele opvallende cijfers en vaststellingen:

•Vorig jaar werden in Vlaanderen in totaal 57.505 aanvragen ingediend: in de openbare sector 22.756, in de privésector 28.576 en in de social profit 6.173. •Sinds 2004 is er een continue stijging te merken van het aantal aanvragen. Vooral bij de openbare sector is die stijging erg fors: 33 %! De grootste oorzaak is het succes van de nieuwe mogelijkheid (sinds 2007) voor Vlaamse ambtenaren om 1/5 loopbaanonderbreking op te nemen. •Aanmoedingspremies zijn nog steeds een vrouwenzaak. In de openbare sector zijn maar liefst 83 % van de aanvragers vrouwen. Vooral vrouwen onder de 36 jaar maken er ge-

Dienst Migratie leverde meer dan 50.000 arbeidskaarten af bruik van om hun werk te kunnen combineren met het gezinsleven. •Bij de mannen in de openbare sector zijn het vooral de 50-plussers die meer en meer gebruik maken van de aanmoedigingspremie. •Om de bedrijven te wapenen tegen de financiële crisis werd dit jaar de overbruggingspremie ingevoerd. Het is een tijdelijke maatregel waarbij ondernemingen hun werknemers minder kunnen laten werken, gaande van 10 % tot halftijds. De bedrijven moeten wel aantonen dat hun omzet gedaald is met 20 percent. Op 30 juni 2009 hadden al 243 bedrijven een goedkeuring gekregen, wat staat voor 6408 werknemers.

Maar liefst 53.000 arbeidskaarten reikte de dienst Migratie van het Vlaams Subsidieagentschap vorig jaar uit. Deze kaart is voor vele buitenlanders broodnodig om in ons land officieel te werken. 0 “Alleen al de arbeidskaarten voor

‘knelpuntberoepen’, waarvoor inwoners uit de nieuwe EU –lidstaten worden aangetrokken, namen er 32.000 voor hun rekening”, zegt diensthoofd Jos Barbé. “Het merendeel was bestemd voor seizoenarbeiders uit Polen die aan de slag gingen als fruitplukkers. Indië springt er weer uit voor het leveren van informatici, uit Japan en de VS komt vooral leidinggevend personeel”. Sinds mei is de aanvraag voor een

arbeidskaart vereenvoudigd. “Vroeger moesten die ingediend worden bij de VDAB en die stuurde ze door naar ons voor effectieve behandeling”, zegt Jos Barbé. “Die tussenstap is afgeschaft.” Die dienst Migratie opende in mei ook een nieuw loket in Antwerpen, in de Lange Kievitstraat. “Hierdoor beschikken we nu in alle Vlaamse provincies over een apart loket. De mensen die het loket bemannen, volgen ook effectief de aanvraag op. Ze kunnen je onmiddellijk informeren wat er ontbreekt en of je aanvraag een kans maakt. Het is een moeilijke materie met veel uitzonderingsrecht. Maar we pogen voor alle aanvragen de vergunning af te leveren tussen de vijf en tien dagen.”

56.

woensdag 26 augustus 2009

Binnenstebuiten

In onze reeks Binnenstebuiten stellen we elke maand een overheidsdienst aan u voor. We praten met de mensen die er werken en met de mensen die gebruikmaken van de diensten. Vandaag is SYNTRA aan de beurt.

Werk 0 Syntra helpt je zoeken naar de opleiding die je op het lijf geschreven staat

SYNTRA Vlaanderen is een verzelfstandigd agentschap dat valt onder het departement Werk. Het stuurt 22 opleidingscentra aan.

“Als je je best doet, geraak je er” Rudy Vannerum is de leertrajectbegeleider van de sector Bouw bij SYNTRA regio Antwerpen. Hij begeleidt jongeren die een leertijd doorlopen. 0 Leertijd is een nieuwe term die

een bekende lading dekt: het ver­ vangt het aloude leercontract. Het betekent in plaats van vijf da­ gen, slechts één dag per week naar school gaan en vier dagen betaald werken bij een patroon. Tijdens die ene dag op school krijgen de leer­ lingen een halve dag algemene vor­

ming waarin maatschappelijke the­ ma’s, taal en rekenen aan bod ko­ men. Daarbovenop krijgen ze een halve dag beroepskennis of theorie over de praktijk. Twee keer per jaar bezoekt Rudy Vannerum de werven waar zijn leer­ lingen werken. Daarnaast heeft hij intensief telefonisch contact met de patroons en probeert hij zijn leerlin­ gen regelmatig te spreken om te zien waar ze staan. Bovendien helpt hij hen ook bij deberoepskeuze en bij het zoeken naar een toekomstige werkgever. Vannerum: “Met leertijd kunnen

leerlingen uit het middelbaar onder­ wijs die schoolmoe of ‘uitgeschoold’ zijn, toch nog een diploma halen. Dat is nieuw en zorgt ervoor dat de ou­ ders vaak ook sneller akkoord gaan. De meeste leerjongens gaan na hun drie jaar leertijd werken bij hun pa­ troon. Dat zie je heel vaak. En het is voor de leerlingen ook een extra motivatie: als je je best doet, geraak je er.” Dakdekker in spé Jason De Crom(18) uit Edegem zit nu in zijn derde jaar maatschappe­ lijke vorming en in zijn tweede jaar

dakdekker bij SYNTRA. Hij werkt voor Van Den Bosch Dakwerken uit Kontich. Nog één jaartje en Jason kan gaan werken. Dat wordt naar alle waarschijnlijkheid een baan bij zijn huidige patroon. “Ik heb voor leertijd gekozen om­ dat ik ADHD heb en ik me moeilijk op school kon concentreren”, vertelt Jason. “Mijn gedrag werd er ook niet echt aanvaard. Leertijd vind ik veel leuker: ik moet maar één dag per week naar school en de rest van de dagen ben ik buiten aan het werk. Op die manier leer ik veel meer. Boven­ dien behaal ik nu ook mijn diploma

Aantal leerlingen

89

Zoveel procent van de afgestudeerden uit het leertijdtraject vindt na het afstuderen onmiddellijk werk. MM

secundair onderwijs: daarmee heb ik meer kans op werk.” Onmiddellijk werk Volgens het schoolverlater­ onderzoek van de VDAB uit 2008 heeft meer dan 89 procent van de afgestudeerden uit de leertijd on­ middellijk werk. Van alle oplei­ dingssystemen vinden jongeren uit de leertijd het snelst een job. Boven­ dien gaat ruim 16 procent van de jon­ geren uit de leertijd nadien (na vijf jaar) aan de slag als zelfstandige.

i

www.leertijd.be

Op de voorgrond Rudy Van Nerum van SYNTRA met zaakvoerder Dolf Van Den Bosch. Achteraan zijn Jason en een collega aan het werk. Foto thomas Legreve

“Dankzij taal-en leercoaches slagen steeds meer studenten��� SYNTRA Vlaanderen besteedt ruim aandacht aan kansengroepen. Voor hen worden specifieke acties opgezet, om drempels weg te werken en talent optimaal in te zetten naar ondernemerschap.

0 Orfee Melsen is doel­

groepenadviseur bij SYNTRA Vlaande­ ren. Zij is binnen het doel­ en kan­ sengroepenbeleid verantwoordelijk voor acties naar allochtonen, laag­ geletterden en vrou­ wen toe. Sinds een jaar werkt SYNTRA Vlaanderen met taal­en leercoaches. “We merk­

ten dat steeds meer cursisten nood hadden aan extra zorg op het gebied van taal­ en leermoeilijkheden”, ver­ telt Melsen. “Omdat de docenten vaak geen experts zijn in het bege­ leiden van mensen met leermoei­ lijkheden, werden de taal­en leer­ coaches in het leven geroepen. Mo­ menteel zijn er zeven aan het werk bij SYNTRA Vlaanderen. In de toe­ komst is het de bedoeling dat zij de experts worden op het gebied van taal­en leermoeilijkheden.”

Leernetwerk Syntra Vlaanderen zorgt voor in­ houdelijke ondersteuning aan de coaches en richtte een vijfdaagse opleiding voor hen op. Daarin wordt aandacht besteed aan het transpa­ rant en correct communiceren, wer­ ken met materiaal, de precieze in­ houd van de job en samenwerken. Het richtte voor de coaches ook een leernetwerk op. “De coaches hebben een speci­ fieke functie en werken vaak indi­

vidueel in het opleidingscentrum. Ondanks het intensieve contact met de docent, hebben ze in de meeste gevallen geen referentiepunt als ze met een vraag of een onzekerheid zitten. Een teamgevoel is heel be­ langrijk. In het leernetwerk komen alle coaches vier keer per jaar samen om te vergaderen en ervaringen uit te wisselen. Dankzij dit team slagen steeds meer van onze cursisten en gaan ze een mooie toekomst tege­ moet. Mooi, toch?”

.57

woensdag 26 augustus 2009

Opleiding

textiel

lijdt onder negatief imago sector

In opleiding

bakkerij staat ondernemen centraal

Tania Jannis en Annelies Goethals. Foto Ludo Mariën

Joke De Ruyver.

Foto Joris HErrEGods

Veel modebedrijven zitten al geruime tijd met de handen in het haar: ze zijn dringend op zoek naar geschoolde patroontekenaars. Maar door het slechte imago van de textielindustrie zijn de opleiding en het beroep niet bijzonder populair in Vlaanderen. 0 Pedagogisch adviseur Joke De Ruyver legt uit

wat het probleem is en hoe SYNTRA Vlaanderen het tij probeert te keren. Momenteel zijn er over heel Vlaanderen 131 cursisten in de opleiding patroontekenen. “Dat is niet veel,” zegt Joke De Ruyver. “De grote boosdoener is het slechte imago van de confectie- en textielindustrie: slechte betalingen, weinig tewerkstelling en veel ontslagen.” Toch wil SYNTRA ook de voordelen van werken in de textiel-en confectiesector in de verf zetten. De Ruyver: “Er zijn veel aanbiedingen in deze sector. Met een ruime technische kennis en de nodige creativiteit en talent maak je veel kans op een interessante job in één van de grote modebedrijven. En je hebt bijna honderd procent kans op werk.” Sector kreunt onder gebrek Maar net daar wringt het schoentje: de sector kreunt onder het gebrek aan technisch goed opgeleid personeel met genoeg talent en creativiteit om aan die vraag te voldoen. Bovendien is het profiel van de cursisten zeer uiteenlopend. “Sommigen willen zelfstandig patroon-

Driss Herbal en Mohammed Horo aan het werk. Foto dirk kErstEns

tekenaar worden. Anderen komen uit de modewereld en willen hun techniek verfijnen. En dan heb je cursisten die vooral geïnteresseerd zijn in de technische kant.” Als pedagogisch adviseur werkt Joke De Ruyver nauw samen met de modesector, docenten en andere vakexperten om opleidingsprogramma’s samen te stellen. “Patroontekenen is geen opleiding die momenteel in leertijd wordt opgenomen. Mocht er vanuit de bedrijfswereld een grote vraag naar komen, kan dit met de sector en bedrijfsactoren verder worden bekeken. Zo hebben we momenteel onder meer intensief contact met Creamoda, de werkgeversorganisatie voor de kleding- en confectiebedrijven. En we werken samen met een krachtig en zeer geprofessionaliseerd docententeam: allemaal zelfstandigen met ruime ervaring in de modesector. Hierdoor sluit ons opleidingsaanbod naadloos aan op de huidige vragen en knelpunten van de arbeidsmarkt. Als er zich nieuwe trends voordoen, kunnen wij er snel op inspelen. Zo zijn onder andere de bijscholingen patroontekenen, modelstudie en maatwerk tot stand gekomen. SYNTRA Vlaanderen neemt ook deel aan het overleg Mode Creatief Onderwijs, dat onder leiding van IVOC (het opleidingsinstituut voor de confectie) staat. Dit platform wil het modeonderwijs en de bedrijfswereld dichter bij elkaar brengen.”

Taal-en leercoach Driss Herbal “In Antwerpen hebben het afgelopen cursusjaar zevenenveertig cursisten beroep gedaan op een taal-en leercoach,” zegt Driss Herbal. Hij begeleidde dit jaar dertig groenarbeidercursisten tijdens een opleiding van de stad Antwerpen. “Sinds november vorig jaar heb ik zo’n 73 mensen begeleid. 60 procent van hen is in eerste zit geslaagd, de anderen zijn nu met hun tweede zit bezig. Er zijn slechts vier mensen die hun studies niet hebben afgemaakt. Dat is heel weinig. We zien dus wel degelijk een verbetering in de slaagkansen.”

Cursisten uit de bakkersopleiding stromen minder snel door naar het uiteindelijke beroep. Dat komt vooral door de onaantrekkelijke voorwaarden: ongunstige uren, weekend- en nachtwerk, weinig sociaal leven,... SYNTRA Vlaanderen blaast het ondernemerschap en de ondernemingszin van deze beroepen nieuw leven in. 0 Een van de taken van SYNTRA Vlaanderen is

de ondernemingszin bij deze beroepen nieuw leven in te blazen. Om knelpunten aan te pakken, ging de organisatie samen zitten met de beroepsorganisatie VEBIC en de VLAM. Dankzij die samenwerking werden in de huidige 23 opleidingsplaatsen in Vlaanderen bijscholingen en opleidingen voor bakkers georganiseerd. Ook de actie ‘Winnen op het winkelpunt’, waarbij de VLAM-marketing informatie en advies geeft aan bakkers, werd een succes. “De bakkers kregen voornamelijk tips waarmee ze zich in de beginjaren beter uit de slag kunnen trekken,” zegt Annelies Goethals, doelgroepadviseur bij SYNTRA Vlaanderen. “Dat ging van positionering tegenover klanten, over

hoe ze impulsaankopen kunnen stimuleren, hoe ze klantvriendelijk kunnen blijven, tot hoe ze hun zaak zo aantrekkelijk mogelijk kunnen maken. De tandem die we met VLAM gevormd hebben, was een voorbeeld van ideale samenwerking.” Tania Jannis, pedagogisch adviseur voor de sectoren horeca-voeding bij SYNTRA Vlaanderen, begeleidt op haar beurt de opleidingstrajecten van tientallen beroepen voor KMO’s en zelfstandigen. “Die beroepen bevinden zich in verschillende sectoren waaruit ook de pedagogisch adviseurs vandaan komen. We stellen opleidingsprogramma’s samen, organiseren lesbezoeken en werken samen met de doelgroepenadviseurs, docenten en diverse partners.” De grote eigenheid en sterkte van SYNTRA Vlaanderen en de manier van opleiden ligt volgens haar dan ook in het ‘Ondernemer creëert nieuwe ondernemer’-principe. Jannis: “Door docenten aan te trekken die al veel ervaring hebben in de sector, kunnen we de cursisten een grote dosis ondernemingszin bijbrengen.” Ondernemen blijft centraal staan bij SYNTRA Vlaanderen. “Het is de sleutel tot het succesvol uitvoeren van je beroep,” aldus Jannis.

Geert Van Laer uit MassenhoVe

Zelfstandig bakker en slager 0 Geert Van Laer heeft naast zijn zelfstandi-

ge bakkerij ook een slagerij. De man werkt gemiddeld veertien uur per dag, zes dagen op zeven. “Ik heb een slagersopleiding gevolgd en toen – in mijn slagerij was ook een bakkerij gevestigd – wilde ik ook nog bakker worden. Dat heb ik allebei bij SYNTRA in Turnhout gedaan.” Het grootste probleem is het vinden van personeel. “Het beroep van bakker of slager is niet echt aantrekkelijk voor jonge mensen. Je

moet je sociaal leven op een laag pitje zetten, op tijd in je bed kruipen, in het weekend en op feestdagen werken en het nachtwerk kunnen volhouden. Dat is heel wat. Bovendien is het ook erg moeilijk om geschoold personeel te vinden. Mijn personeel heb ik allemaal op de werkvloer opgeleid.” Toch heeft Geert nog geen moment spijt van zijn keuze. “Integendeel: mijn vrouw en ik amuseren ons, de sfeer zit hier ongelooflijk goed en we zijn trots op wat we verwezenlijkt hebben.” Geert Van Laer. Foto tHoMas LEGrEvE.

48.

donderdag 27 augustus 2009

Binnenstebuiten

In onze reeks Binnenstebuiten stellen we elke maand een overheidsdienst aan u voor. We praten met de mensen die er werken en met de mensen die gebruikmaken van de diensten. Vandaag en morgen is de VDAB aan de beurt.

Werk0 Bijscholen en omscholen: VDAB-opleidingen helpen de weg naar een goede job plaveien

Een job vinden op oudere leeftijd. Geen sinecure. In het VDAB-opleidingscentrum in Antwerpen worden dagelijks werkzoekende vijftigplussers begeleid die na ontslag opnieuw op zoek gaan naar werk.

“De toekomst is aan de vijftigplussers”

Aantal 50-plussers

46,8

In Vlaanderen is 46,8 procent van de vijftigplussers actief op de arbeidsmarkt. Op Europees niveau is dat 55,9 procent. “We hebben dus nog wat in te halen”, zegt Paul Rooms van VDAB. MM

Paul Rooms begeleidt vijftigplussers met hun nieuwe loopbaan. foto Wim hendrix

Paul Rooms is VDABbegeleider in de afdeling Actief 50+ in Antwerpen. Hij helpt vijftigplussers die een nieuwe start in hun carrière willen maken. 0 “Met vijftigplussers die lan-

ger dan drie maanden werkzoekend zijn, nemen we contact op. We geven een infosessie over de werking van deze afdeling en de tewerkstellingsmaatregelen van de overheid om vijftigplussers te helpen. Na die infosessie kunnen ze zelf beslissen of ze toetreden tot de 50+ Club, waarin ze ervaringen kunnen uitwisselen.” De sessies van de 50+ Club bestaan uit drie delen. In het eerste deel krijgen de cursisten vooral informatie over en oriëntatie van de arbeidsmarkt. “Hier wordt veel aandacht besteed aan de situatie op de arbeidsmarkt. De cursisten krijgen ook uitgebreid informatie over de werking van de VDAB.” Het tweede deel gaat voornamelijk over sollicitatietraining. “In deze lessen leren de cursisten hoe ze een cv en een motivatiebrief moeten opstellen, hoe ze telefonisch moeten solliciteren, en hoe ze een vacature moeten analyseren. We bereiden ze ook grondig voor op een sollicitatiegesprek”, vertelt Rooms.

In het derde en laatste luik werken de cursisten vooral praktisch. “Daarvoor hebben we hier in Antwerpen een sollicitatieruimte waarin gedurende vier weken mensen gratis kunnen komen werken aan hun sollicitatievaardigheden. Ze kunnen er vrij gebruik maken van het internet en de telefoon. Na die drie cursussen kunnen de cursisten hier gedurende zes maanden een halve dag per week verder aan hun sollicitatietechnieken komen werken.” Eigenwaarde herstellen De meeste cursisten hebben meer dan twintig of vijfentwintig jaar gewerkt en zijn dan plots, door herstructurering of faillissement, hun job kwijt. Rooms: “Het gaat dus niet om groentjes zonder ervaring. Dat is een groot voordeel én de grootste troef die ze kunnen uitspelen.” Maar vijftigplussers krijgen helaas ook met enorme vooroordelen te maken: ze zouden te oud, te duur, niet flexibel genoeg en fysiek niet meer in orde zijn. De VDAB doet er alles aan om deze vooroordelen weg te bestrijden, maar het zijn hardnekkige ideeën. Bovendien hebben de meeste van onze cursisten een trauma opgelopen: ze zijn na zoveel jaren dienst ontslagen en dat heeft een diepe wonde nagelaten,” zegt Rooms. “Daarom besteden wij zoveel aandacht aan de verwerking

van de werkloosheid. Dat vraagt tijd en we raden hen aan die tijd te nemen. Pas als het verwerkt is, krijgen ze weer energie om succesvol te solliciteren.” Arbeidsvreugde Voor de meeste cursisten is een nieuwe job vinden het belangrijkste. Ze hechten een grote maatschappelijke waarde aan werken: je maakt deel uit van een team en je haalt er voldoening uit. “Natuurlijk is ook het financiële aspect een motivatie,” zegt Rooms. “Voor veel mensen is het nog te vroeg om te stoppen met werken.” In de toekomst worden vijftigplussers volgens Rooms zeer belangrijke werknemers. “Hun waarde op de arbeidsmarkt zal enkel stijgen. Sinds medio 2008 bleef de werkloosheid dalen, maar door de economische crisis steeg ze weer. Er komt echter een schaarste op de arbeidsmarkt: de babyboomgeneratie zal vanaf 2010 de arbeidsmarkt verlaten en hun vertrek zal niet zomaar kunnen worden ingevuld door jongeren. Net dan worden vijftigplussers belangrijk om die leemte op te vullen. In Vlaanderen is 46,8 procent van de vijftigplussers actief op de arbeidsmarkt. Op Europees niveau is dat 55,9 procent. We hebben dus nog wat in te halen. Er zit nog veel potentieel in onze vijftigplussers.”

“Met juiste attitude, veel

Het opleidingscentrum in de Somersstraat in Antwerpen biedt volgende opleidingen: horeca, verkoop, bureautica en informatica. Met campusmanager Marjan Van Reeth hebben we het in het bijzonder over de opleiding horeca.

0 “VDAB is er voor iedereen,” zegt

Marjan Van Reeth. “VDAB wil iedereen die gemotiveerd is kansen geven. Daarom verspreiden we zoveel mogelijk informatie over beroepen, kansen

en mogelijkheden. Dat is het eerste wat onze kandidaat-cursisten te horen krijgen. Daarna volgt een uitgebreid motivatiegesprek: zijn deze cursisten voorbereid op wat ze zullen leren? Hebben ze een realistisch beeld van de opleiding? Weten ze bijvoorbeeld dat ze, indien ze horeca volgen, vaak ’s avonds en in het weekend zullen moeten werken? En kunnen ze hun gezinssituatie op die manier organiseren? Wanneer die gesprekken positief uitvallen, kunnen de cursisten starten met de opleiding.” De opleiding horeca biedt twee grote opties: keuken, met keuken-

Diederik Poppeliers (19) uit Boechout

Cursist hulpkelner bij VDAB Antwerpen

0 “Ik volg nu al een drietal maan-

den de opleiding tot hulpkelner en het bevalt me opperbest,” zegt Diederik Poppeliers. De 19-jarige cursist uit Boechout werkte zijn middelbare studies niet af, maar bleef niet bij de pakken zitten. Na een oriëntatiecursus bij de VDAB kwamen hij en zijn begeleiders tot de conclusie dat horeca wel iets voor hem was. Maar alvorens hij in die wereld kon binnenstappen en een job zoeken, moest hij wel ervaring opdoen in de opleiding horeca. “Ik had wel al een jaar in een Chi-

nees restaurant gewerkt, maar daar had ik niet zoveel geleerd. Hier is het anders: elke dag leer ik bij, meestal dingen die ik anders nooit gezien zou hebben. De instructeurs steken echt veel energie in het lesgeven en begeleiden. De praktijk is het belangrijkste en daar worden we heel erg op getraind.” Het liefst zou Diederik in een gastronomisch restaurant werken na zijn opleiding. “We zien wel wat er komt, maar mocht ik in zo’n zaak terechtkomen, zou ik heel gelukkig zijn.”

.49

donderdag 27 augustus 2009

“Werk vinden is hier de belangrijkste drijfveer” In het opleidingscentrum in Mechelen organiseert de VDAB cursussen Nederlands als tweede taal (NT2) aan nieuwkomers en allochtonen.

arbeidsmarkt ofwel naar een opleiding. Deze uitstroomcijfers zijn lang niet slecht en een cursus NT2 verhoogt wel degelijk je kansen op een mooie job. “Je kan natuurlijk altijd

werk vinden, maar als je een job wil die je voldoening en uitdaging geeft, moét je investeren in Nederlandse lessen.”

0 De opleiding NT2 is opgesplitst in

drie richtingen: technische beroepen, bedienden en zorgsector. De eerste twee richtingen bieden een opleiding van vijf maanden aan. De laatste heeft een langer voortraject, omdat de leerstof vaak een zeer specifieke vakterminologie behandelt. Campusmanager Paul Wuyts: “De richting bedienden is het populairst, ook al blijkt die aan het einde van de rit de minst succesvolle. Veel cursisten hadden in hun land van herkomst een baan als bediende, maar kennen niet voldoende Nederlands om een job als bediende te vinden.” Te vroeg afhaken “De grootste motivatie van onze studenten is werk vinden. Deze mensen willen iets opbouwen in België. En ze weten ook dat het bijna onontbeerlijk is om dan Nederlands te kunnen. En toch, vanaf dat ze een job hebben gevonden, komen ze niet meer naar de lessen.” Wat de studenten zélf het moeilijkste vinden is het noteren en het onder de knie krijgen van andere schoolse vaardigheden. Maar ook op tijd komen of een engagement aangaan voor de komende vijf maanden is niet voor iedereen even gemakkelijk. “In totaal stroomt 60 procent van onze cursisten door naar ofwel de

VDAB biedt in opleidingscentrum Brigands in Herentals een waaier aan opleidingen: van metaal, over elektriciteit, tot diamantslijpen... Campusmanager Jef Verstraeten geeft uitleg over de opleiding Metaal. 0 Wie zich in deze opleiding in-

Paul Wuyts en Monica De Jesus. Foto dirk vertommen

Monica Fernandes Sarabando (30) uit Portugal

Cursiste NT2 in Mechelen

0 Sinds maart dit jaar volgt Monica

de cursus NT2 in het VDAB – opleidingscentrum in Mechelen. Haar opleiding zit er bijna op. Hierna wil ze graag een opleiding tot lasser volgen. Voor ze hier vorig jaar kwam wonen, had ze al vier jaar in België achter de rug. “Toen had ik al intensief Nederlandse les gevolgd, in het Centrum voor Volwassenonderwijs in Antwerpen. Daar behaalde ik mijn primair traject, de basiseducatie. Dank-

kans op geschikte job” medewerker of hulpkok en zaal met optie hulpkelner. Beide opleidingen duren ongeveer 20 weken, inclusief een stage van vier weken. Van Reeth: “De keukenmedewerker wordt vooral opgeleid om het voorbereidende keukenwerk te verrichten: groenten schoonmaken, de afwas doen, de keuken netjes houden, enzoverder. Hulpkoks leren de basistechnieken koken en leren heel strikt de hygiëneregels te respecteren. Hulpkelners leren de basis van serveertechnieken en uiteraard moeten ook zij strikt de hygiëneregels naleven.”

“Voor ons is vooral het eindniveau belangrijk”

Ervaren instructeurs De praktijkruimte in Antwerpen is voor de cursisten horeca een echt restaurant. Het is een grote keuken, met verschillende mogelijkheden, een zaal en een bar. “Elke middag serveren onze cursisten gerechten aan medecursisten of VDAB-personeelsleden. Het is dus met andere woorden een didactisch restaurant, een oefenruimte, maar wel met de naleving van alle wetten die in de echte horeca-wereld gelden.” Om die wetten na te kunnen leven werden instructeurs die een ruime er-

Diederik Poppeliers en Marjan Van Reeth. Foto Wim hendriX

zij deze opleidingen kan ik me al aardig uit de slag trekken in het Nederlands. Maar het blijft een moeilijke taal, hoewel ik het nu overzichtelijker vind dan vroeger. Ik heb soms nog last met de grammatica. Het is de bedoeling om met haar lassers-diploma in België werk te vinden. “Hier maak ik meer kans op een job en vooral op beter betaald werk, want in Portugal liggen de lonen een stuk lager.”

varing hebben in de horeca aangetrokken. “Dat is erg belangrijk”, zegt Van Reeth. “Omdat ze een passie voor de job kunnen meegeven, maar evenzeer een realistische kijk kunnen bieden. Ze moeten genoeg didactische vaardigheden hebben, maar ook sociale vaardigheden kunnen overbrengen: een georganiseerd leven leiden en op tijd komen op het werk, bijvoorbeeld. Omdat onze instructeurs het reilen en zeilen van de horecawereld kennen, kunnen zij hen bijsturen op technisch gebied, maar ook op vlak van attitude. Een bijzonder goede combinatie.” Naast de instructeurs heeft de opleiding ook nog een sectoraal begeleider. “Zij is verantwoordelijk voor de stageplaatsen en de tewerkstelling na de opleiding. Ze probeert altijd een goede match te vinden met de werkgever en let erop dat de cursist zich goed zal voelen bij zijn of haar toekomstige werkgever. Ze begeleidt de cursisten ook tijdens de sollicitatiegesprekken en de stage.” “Momenteel telt de horeca-opleiding in Antwerpen zo’n 36 cursisten. De uitstroom naar werk is wisselend en is afhankelijk van de economische situatie. We kunnen stellen dat wie slaagt én de juiste attitude heeft heel veel kans maakt op een geschikte job.”

schrijft hoeft geen zware jongen te zijn. Verstraeten: “Er zijn genoeg mensen die zich na hun ontslag willen bijscholen of omscholen. Een interesse in de materie en job is mooi meegenomen en ook met enige voorkennis heb je een streepje voor, maar het betekent niet dat je hier als leek niets kan aanvangen.” Naast werkzoekenden zijn er ook werknemers die zich inschrijven op eigen initiatief of dat van hun baas. Er zitten ook cursisten tussen die zich willen omscholen omdat ze besloten hebben iets anders met hun leven te doen. De opleiding metaal kent verschillende onderdelen en naargelang je startniveau begin je met een cursus basistechnieken of maak je meteen een keuze tussen verspanning, CNC-draaien en frezen, onderhoudsmechanica, lassen, automechanica of autoschadehersteller. De lengte van de opleiding hangt ook af van je opleidingsniveau. “Iemand zonder voorken-

Dirk Bladt en Jef Verstraeten.

nis die onderhoudsmechanicien wil worden, doet daar één jaar over,” zegt Verstraeten. “Iemand met voorkennis zal daar maar vijf maanden over doen. Voor nieuwkomers met een zwakke kennis van het Nederlands, zal in de eerste plaats ook Nederlandse les georganiseerd worden. Het vakjargon van deze sector kan bijzonder zwaar doorwegen voor iemand die de taal niet goed beheerst. Maar voor ons is vooral het eindniveau van belang. Hoe lang je er precies over doet om je getuigschrift te halen, maakt minder uit.” Individueel leren Hoewel de cursisten samen in het leeratelier les volgen, is het de bedoeling dat ze zoveel mogelijk individueel werken. De theorie moeten ze zelf leren toepassen in de praktijk. “Uiteraard kan iedereen altijd uitleg vragen aan de instructeur” Doorstroomcijfers De uitstroomcijfers van mei 2009 tonen voor de opleiding CNC-draaien en frezen in Antwerpen een positieve balans: 92 procent van de cursisten stroomt door naar de arbeidsmarkt. “Voor de opleiding onderhoudsmechanica liggen de cijfers een pak lager: daar stroomt slechts 64,7 procent door naar een job. Bij de lasopleiding vindt 82,6 procent snel een job. Ik vind dat we ondanks de crisis nog veel mensen aan een job kunnen helpen.”

Foto hilde van geirt

Dirk Bladt (53) uit Aarschot

Cursist onderhoudselektriciteit en technicus automatisatie 0 Dirk Bladt volgde de opleiding

elektronica en elektriciteit, maar stapte als jonge snaak in de apothekerszaak van zijn vader. Een paar jaar geleden werd de zaak verkocht en overgelaten aan nieuwe eigenaars. “Ik had nog steeds een interesse in elektriciteit en mechanica. Maar ik besefte ook dat mijn diploma van dertig jaar geleden nu zo goed als waardeloos was geworden. Ik moest me dus bijscho-

len en nu volg ik al elf maanden de opleiding Onderhoudselektriciteit en Technicus automatisatie bij de VDAB in Herentals. Ik moet nog één maand les volgen en daarna begin ik met een nieuwe opleiding: technisch tekenen met autoCAD. De arbeidsmarkt is serieus geslonken en de kansen op een goede job zijn klein geworden. Door me zoveel mogelijk bij te scholen, verhoog ik die kansen.”

66.

vrijdag 28 augustus 2009

Binnenstebuiten

In onze reeks Binnenstebuiten stellen we elke maand een overheidsdienst aan u voor. We praten met de mensen die er werken en met de mensen die gebruikmaken van de diensten. Dit is de tweede aflevering over de VDAB.

Werk 0 Eerste Hulp bij Ontslag: de Sociale Interventie Dienst van VDAB.

Begeleiding na ontslag. De Sociale Interventie Dienst (SIA) is een vrij nieuwe dienst binnen de VDAB. Ontstaan als tijdelijk project is het sinds 2003 uitgegroeid tot een permanent orgaan, dat actief is over heel Vlaanderen.

Interventie-adviseur van VDAB Marleen De Gruyter. Foto jan van der perre #

“Wij vermenselijken de VDAB” “Oorspronkelijk was de SIA een initiatief in de Kempen, waar net een groot aantal ontslagen was gevallen,” zegt Marleen De Gruyter, interventie-adviseur bij VDAB. “Wat als een lokaal project begon, breidde uit over Vlaanderen en in 2003 waren de Sociaal Interventieadviseurs een feit.” 0 Eenvoudig gezegd doet de SIA

vergadert, maar ook een locatie waar de echte ontslagbegeleiding plaats-­ vindt. “Samenwerking en commu-­ nicatie zijn hierbij sleutelwoorden. De verschillende organisaties heb-­ ben maar één doel voor ogen: deze persoon opnieuw aan werk helpen,” aldus de Gruyter. MM

“Veel mensen hebben geen idee van wat ze allemaal kunnen en mogen na hun ontslag.”

aan ‘EHBO’: Eerste Hulp Bij Ont-­ slag. Ze staat de ontslagen werkne-­ mers bij met informatie en licht hen in over hun rechten en plichten na het collectief ontslag. “Veel mensen hebben geen idee van wat ze alle-­ Marleen de gruyter maal kunnen en mogen na zo’n ont-­ InterventIe-advIseur slag. De stap naar de VDAB zetten is groot. Om die stap minder groot Vacatures op maat te maken en die drempel te verla-­ Een andere troef van de tewerk-­ gen, brengt de interventieadviseur stellingscel zijn de zogenaamde de VDAB tot bij de werknemers. Dat deeldatabanken. “Op basis van doen we aan de hand van infose-­ het profiel van de ontslagen werk-­ ssies en gesprekken. We treden ook nemer gaan bedrijfsconsulenten op als tussenpersoon naar andere en accountmanagers bij VDAB op organisaties. Op die manier ‘ver-­ zoek naar vacatures die hem of menselijken’ wij de VDAB.” haar zouden kunnen liggen. Deze worden via een aparte link op de Samenwerking organisaties VDAB-­website kenbaar gemaakt. De SIA werkt intensief samen met Dezelfde vacatures vind je ook te-­ verschillende partners: outplace-­ rug in onze jobkrant. De vacatures mentkantoren, vakbonden, oplei-­ worden ook op maat aangeboden, dingsfondsen en werkgevers. Sa-­ in samenwerking met de informatie men vormen zij de Tewerkstellings-­ die de VDAB krijgt van de werkge-­ cel: een stuurgroep die regelmatig vers en die tijdens de begeleiding

wordt aangevuld door het outplace-­ mentkantoor. Intensieve begeleiding “Let wel,” zegt De Gruyter, “De uiteindelijke begeleiding is in han-­ den van de outplacementkantoren. Zij begeleiden intensief de werkne-­ mer naar een nieuwe job of oplei-­ ding. Wij, als interventieadviseurs

nemen voornamelijk de regisseurs-­ rol op ons.” Hier neemt de VDAB de rol van de werkgevers over en doet een out-­ placement-­aanbod bij de ontslagen werknemers van een faillissement of wanneer het bedrijf onvermo-­ gend is. Daarvoor werkt de VDAB in een beurtrol-­systeem met out-­ placementkantoren. Zij krijgen om

beurten een dossier toegewezen om de begeleiding te doen. Binnen de VDAB zijn er interventie-­adviseurs die werken voor deze permanente tewerkstellingscellen: zij wijzen dossiers toe, geven info en schrij-­ ven mensen. Deze stuurgroep valt ook onder het voorzitterschap van de VDAB.

.67

vrijdag 28 augustus 2009

“Werk voor iedereen in de werkwinkel” VDAB is er voor iedereen: voor werkzoekenden, werknemers en voor bedrijven. Voor deze drie groepen biedt het aangepaste programma’s en projecten op maat aan. 0 De werkwinkel staat centraal in de

zoektocht naar werk. An Verbraeken van de VDAB-werkwinkel in Turnhout: “Werkzoekenden komen naar hier voor een inschrijving of een aanpassing in hun dossier. Met die informatie gaan wij op zoek naar een passende vacature in onze databank. Dat lukt niet altijd meteen. Wanneer het na een aantal keren niet gelukt is, nodigen wij de werkzoekende uit voor een gesprek daarover. Is hij na een langere periode nog steeds werkzoekend,danstartenweeenbegeleidingstraject op, waarin de werkzoekende begeleid wordt in zijn zoektocht naar werk. Op die manier hebben we ook beter zicht op de knelpunten en de reden van zijn werkloosheid.” Avondzitting Voor werknemers startte de VDAB vorig jaar met een pilootproject: de avondzitting. Dat betekent dat de

kantoren in de provincie Antwerpen tot 19u open zijn. Vanaf september 2009 zal dat zo zijn voor 26 werkwinkels in Vlaanderen. “Het is belangrijk dat we voor werknemers ook na de kantooruren beschikbaar zijn. Vaak zijn dat de enige momenten dat zij kunnen langskomen om te kijken voor een nieuwe job of te informeren over opleidingen”, zegt An Verbraeken. Informatie voor werkgevers Voor de bedrijven heeft de VDAB een nog ander beleid. De VDAB plaatst vacatures en selecteert soms tot op bepaalde hoogte kandidaten. “Vaak wordt wat wij doen, MM

“We willen mensen in de juiste job plaatsen en hen gelukkig zien. Daar doen we het voor.” AN VERBRAEKEN Van Vdab-WerkWinkeL tUrnhoUt

An Verbraeken. Foto bert de deken

door bedrijven zelf bepaald, omdat wij sommige diensten gratis aanbieden en andere betalend zijn. De eerste selectie van de kandidaten en een deel van de sollicitatiegesprekken zijn bijvoorbeeld betalend. Een profiel of een vacature online zetten gebeurt gratis. Aan werkgevers geven wij ook informatie over tewerkstellingsmaatregelen en over de financiële voordelen daarvan voor de werkgever.”

Jeugdwerkplan Ook voor langdurig werklozen heeft de VDAB nog een aantal projecten. “Wij willen vooral vermijden dat mensen in langdurige werkloosheid vervallen”, zegt Verbraeken. “Daarom hebben we verschillende acties ondernomen. Een daarvan is het jeugdwerkplan, voor mensen jonger dan vijfentwintig. Zes weken na hun inschrijving nodigen wij ze uit voor een gesprek en overlopen

met hen de mogelijkheden. De actie Direct is gericht op mensen die te maken hebben gekregen met een collectief ontslag. Zij krijgen meteen na hun ontslag een uitnodiging om een begeleiding op maat naar werk op te starten. Het is onze bedoeling om iedereen aan het werk te krijgen, om mensen in de juiste job te plaatsen en hen gelukkig te zien. Daar doen we het voor.”

gen. Hetzelfde geldt voor een cursist blijven over thema’s rond diversiteit. Bovendien moet iedereen die voor in opleiding.” deze organisatie werkt kunnen omOmgaan met diversiteit gaan met interculturele verschillen: De personeelsleden van VDAB de inhoud, voorgeschiedenis en het krijgen ook regelmatig zelf oplei- leven van nieuwkomers beter te ledingen rond diversiteit. “Het is be- ren kennen, kan alleen maar meer langrijk dat we geïnformeerd zijn en begrip voor hun situatie opleve-

ren. Bij VDAB Mechelen werden de personeelsleden onder andere uitgenodigd op een diversiteitsweek, waarin onze collega’s elke dag een ander diversiteits-thema leerden kennen. Zulke acties werken erg verruimend.”

“Kansengroepen blijven niet in de kou staan” Diversiteit vormt een belangrijk onderdeel van het dagelijks beleid van de VDAB. Om dat allemaal in goede banen te leiden, werd er een diversiteit-jobcoach bij geroepen.

municeren, omgaan met culturele verschillen, enzoverder. De begeleiding gebeurt op individuele basis aan de hand van gesprekken en evaluaties, maar kan ook collectief gebeuren, bijvoorbeeld via attitudetrainingen.

0 Jobcoach Katleen Deckers concen-

Jobkanaal Naast deze begeleiding organiseert VDAB ook in samenwerking met UNIZO, VOKA en VERSO het Jobkanaal. “In dit project gaan we bepaalde vacatures enkele weken reserveren voor mensen uit kansengroepen. Die krijgen na de selectie een uitnodiging voor een gesprek en worden dan doorverwezen naar de werkgever.” VDAB begeleidt ook anderstaligen op de werkvloer in hun opleiding Nederlands. “Als we merken dat een werknemer een nog te zwakke kennis van het Nederlands heeft, zal een consulent hem bijstaan om de terminologie van het bedrijf waar hij voor werkt, onder de knie te krij-

treert zich bij haar begeleiding op een evenredige deelname van alle bevolkingsgroepen op de arbeidsmarkt. Dat betekent dat er aandacht moet worden besteed aan de deelname van vijftigplussers, allochtonen en mensen met een arbeidshandicap. “Dat zijn de zogenaamde kansengroepen,” zegt Deckers. “Het is de bedoeling dat ik deze mensen in het bijzonder ondersteun in hun zoektocht naar werk. Dat houdt in dat we zorgen voor begeleiding bij het solliciteren, maar ook dat we ze bijstaan op de werkvloer tijdens de eerste zes maanden in het aanleren van bepaalde arbeidsattitudes: op tijd komen, correct com-

Kathleen Deckers. Foto patrick hattori


GvA - 06 - Werk en Sociale Economie